08 bp Dunsedijk - achter Rustoord (11 bijlage Concept vast te stellen toelichting en regels bestemmingsplan)
Tekst van het document
Dunsedijk - achter Rustoord
47
Uitsnede archeologische verwachtings- en beleidskaart gemeente Hilvarenbeek
Het initiatief is uitvoerbaar vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.
5.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe heeft de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer en landgoedeigenaar ASR een anterieure overeenkomst afgesloten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen.
Ook het verhalen van de kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure en het verhalen van planschade is in de anterieure overeenkomst opgenomen. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.
48
Dunsedijk - achter Rustoord
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
6.2
Wijze van bestemmen
In dit bestemmingsplan is aangesloten bij de plansystematiek van het bestemmingsplan "Landgoed de Utrecht" van de gemeente Hilvarenbeek, vastgesteld op 22 juli 2015. Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: 'Bos', ten behoeve van het handhaven en/of verder ontwikkelen van het bos en samenhangende landschappelijke waarden en natuurwaarden. Binnen de bestemming 'Bos' zijn natuurlijke erfafscheidingen (zoals aangegeven in het BKP) toegestaan, tot een maximale hoogte van 1 meter. Bouwen, ook vergunningsvrij als bedoeld in artikel 2 lid 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, is uitgesloten binnen deze bestemming en aanduiding. 'Wonen - Landgoed', waarbinnen per bestemmingsvlak één woning is toegestaan. Er dient gebouwd te worden conform het bijgevoegde beeldkwaliteitsplan (BKP). Het BKP wordt afzonderlijk door de gemeenteraad vastgesteld, als nieuw onderdeel van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit. Het BKP is als zodanig een toetsingskader bij het verlenen van de omgevingsvergunning(en) voor de commissie ruimtelijke kwaliteit (voorheen Welstand). De landschappelijke inpassing van de woningen is als voorwaardelijke verplichting opgenomen. Om cultuurhistorische waarden en natuurwaarden te beschermen is het vergunningsvrij bouwen (inclusief artikel 2 lid 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht) uitgesloten.
Dunsedijk - achter Rustoord
49
De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie', ter bescherming van verwachte archeologische waarden. De dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie', voor het behoud, herstel en de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken in het plangebied. Het plan is mogelijk vanwege de versterking van de cultuurhistorische waarden die het plan met zich meebrengt en uiterst zorgvuldig tot stand gekomen. Dat betekent dat de dubbelbestemming Waarde-Cultuurhistorie niet in de weg staat aan de realisatie van de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte woningen. Vergunningsvrij bouwen (inclusief artikel 2 lid 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht) is daarom ter plaatse van deze aanduiding niet toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 1' zijn de gronden in het bijzonder bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de historische beplanting bestaand uit een rhodondendronhaag. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 2' zijn de gronden tevens bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de historische beplanting van de Tuin van Tersteeg, opgenomen in bijlage 2 bij de regels. De gebiedsaanduiding 'overige zone - Attentiezone waterhuishouding' ter bescherming van de waterhuishouding.
Vanwege de cultuurhistorische waarde van Landgoed de Utrecht is het vergunningsvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken (inclusief artikel 2 lid 3 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht) en erfafscheidingen binnen alle bestemmingen in dit bestemmingsplan uitgesloten.
Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
50
Dunsedijk - achter Rustoord
Hoofdstuk 7 7.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
7.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
In het kader van het vooroverleg is het plan meerdere keren besproken met de provincie Noord-Brabant, de Stichting Monumentenhuis Brabant en de RCE. Zij zien woningbouw op deze plek als een passende ontwikkeling. De wijziging van 28 vakantieappartementen naar 6 woningen is een verbetering. Op verzoek van de organisaties wordt er nog een aanvullend tuinhistorisch onderzoek uitgevoerd. Daarnaast is geadviseerd om de beeldkwaliteitseisen voor de twee woningen achter Huize Rustoord aan te passen en hier te kiezen voor een meer formele uitstraling. De regels bieden de mogelijkheid om de beeldkwaliteitseisen door het bevoegd gezag aan te passen.
7.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Voor dit plan wordt geen formele inspraakprocedure gehouden. Het plan is direct als ontwerp ter inzage gelegd.
7.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van donderdag 28 januari 2021 voor een periode van 6 weken voor iedereen ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is er één zienswijze ingediend door de provincie. Deze zienswijze had betrekking op het aspect cultuurhistorie vanwege de tuin van Tersteeg die rondom Rustoord ligt en de aanduiding Natuurnetwerk Brabant (NNB). In bijlage 11 is de zienswijzennota opgenomen met daarin een weergave van de zienswijze en de gemeentelijke reactie daarop. Naar aanleiding van de zienswijze is nader onderzoek gedaan naar de tuin rondom Rustoord. Dit onderzoek wordt beschreven in paragraaf 5.5 Cultuurhistorie en archeologie. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek en uitgebreid overleg met de provincie is de verkavelingsopzet van de woningen gewijzigd. Het mogelijk maken van deze nieuwe verkavelingsopzet heeft geleid tot een herbegrenzing van het NNB. Deze herbegrenzing wordt financieel gecompenseerd.
Dunsedijk - achter Rustoord
51
52
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlagen bij de toelichting
Dunsedijk - achter Rustoord
53
54
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 1
Landschappelijke inpassing Dunsedijk - achter Rustoord
Dunsedijk - achter Rustoord
55
56
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 2
Verzoek provincie inzake herbegrenzing EHS
Dunsedijk - achter Rustoord
57
58
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 3
Historisch bodemonderzoek
Dunsedijk - achter Rustoord
59
60
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek
Dunsedijk - achter Rustoord
61
62
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 5
Geuronderzoek
Dunsedijk - achter Rustoord
63
64
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 6
Memo volksgezondheid i.r.t. veehouderijen
Dunsedijk - achter Rustoord
65
66
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 7
Quickscan flora en fauna
Dunsedijk - achter Rustoord
67
68
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 8
Aanvullend ecologisch onderzoek
Dunsedijk - achter Rustoord
69
70
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 9
Onderzoek stikstofdepositie
Dunsedijk - achter Rustoord
71
72
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 10
Cultuurhistorische analyse
Dunsedijk - achter Rustoord
73
74
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 11
Zienswijzennota
Dunsedijk - achter Rustoord
75
76
Dunsedijk - achter Rustoord
Regels
Dunsedijk - achter Rustoord
77
78
Dunsedijk - achter Rustoord
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan het bestemmingsplan Dunsedijk - achter Rustoord met identificatienummer NL.IMRO.0798.BPAchterRustoordVG01 van de gemeente Hilvarenbeek; 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen; 1.3 aan huis verbonden bedrijf een bedrijf, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten en zorg of het uitoefenen van (ambachtelijke) bedrijvigheid door middel van handwerk, die door zijn beperkte omvang, door de gebruiker van een woning in die woning of bij die woning kan worden uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie overeenkomt; 1.4 aan huis verbonden beroep een beroep, gericht op het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, zakelijk, maatschappelijk, juridisch, (para)medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, ontwerptechnisch of kunstzinnig of hiermee gelijk te stellen gebied, dat door de gebruiker van een woning in die woning of een bijbehorend bijgebouw wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie overeenkomt; 1.5 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden
gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 afhankelijke woonruimte een bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning van de mantelzorger en waarin de zorgbehoevende uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is; 1.8 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten; 1.9 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bed en breakfast een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van toeristisch kortdurend verblijf met het serveren van ontbijt, aan steeds wisselend publiek; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.11 bedrijf een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis verbonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.12 bedrijfsactiviteiten handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf;
Dunsedijk - achter Rustoord
79
1.13 bestaand a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het moment van de inwerkingtreding van het plan bestaat of wordt gebouwd, dan wel nadien kan worden gebouwd krachtens een omgevingsvergunning, waarvoor de aanvraag voor het tijdstip van inwerkingtreding is ingediend, tenzij in de regels anders is bepaald; b. bij gebruik: het gebruik dat op het moment van terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaat, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bevoegd gezag bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.17 bijgebouw een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.18 boerderij een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en stalgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn) vormen; 1.19 bos elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en
ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en recreatie; 1.20 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk. 1.21 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.22 bouwlaag een boven het peil gelegen een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.23 bouwmassa een complex van aaneengebouwde bouwwerken; 1.24 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25 bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel; 1.26 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.27 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
80
Dunsedijk - achter Rustoord
1.28 complex van cultuurhistorisch belang door provincie aangewezen cultuurhistorische waardevol complex in het buitengebied, zijnde een ensemble van een gebouw of een verzameling van gebouwen in samenhang met de directe omgeving, afzonderlijk indicatief aangewezen, opgenomen en beschreven in de Cultuurhistorische Waardenkaart. 1.29 cultuurhistorische waarden en kenmerken waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de historische groenwaarden, het historisch--- geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden; 1.30 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps--- of bedrijfsactiviteit; 1.31 ecologische hoofdstructuur / Natuurnetwerk Nederland samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuuren bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden; 1.32 ecologische waarden aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de
natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde; 1.33 extensief recreatief medegebruik die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur--- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie; 1.34 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.35 geomorfologisch de vorm van het landschap, ontstaan door geologische processen en beïnvloedt door menselijk handelen; 1.36 groenblauwe mantel gebieden die grenzen aan de ecologische hoofdstructuur, de ecologische verbindingszone of het zoekgebied voor behoud en herstel van watersystemen, en deze verbinden, zijnde gebieden met overwegend grondgebonden agrarisch gebruik en belangrijke nevenfuncties voor natuur en water; 1.37 halfverhard een verharding bestaande uit grasbeton of uit kiezel, grind, schelpen en/of gemalen baksteen alsmede vergelijkbare losse materialen; 1.38 hoofdgebouw een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn,
gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.39 horecabedrijf een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies, dranken, maaltijden en/of geringe etenswaren voor het al dan niet gebruik ter plaatse en/of het exploiteren van zaalaccommodatie, nader te onderscheiden in:
Dunsedijk - achter Rustoord
81
horecabedrijf categorie A een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden voor de consumptie ter plaatse en het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), zoals een hotel of pension; horecabedrijf categorie B een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van maaltijden voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van alcoholhoudende en alcoholvrije dranken), en dat overdag en in de avonduren geopend kan zijn, zoals een restaurant; horecabedrijf categorie C een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van (al dan niet voor consumptie ter plaatse) bereide geringe etenswaren (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van veelal alcoholvrije dranken) en dat zowel overdag als in de avonduren geopend kan zijn, zoals een lunchroom, cafetaria, shoarmazaak; horecabedrijf categorie D een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse (al dan niet met als nevenactiviteit het verstrekken van geringe etenswaren) en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat in de avond en het begin van de nacht geopend kan zijn, zoals een (eet)café, feestzaal; horecabedrijf categorie E een
bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van alcoholische dranken voor consumptie ter plaatse en het ten gehore brengen van muziek en/of het geven van gelegenheid tot dansbeoefening, al dan niet incidenteel met levende muziek gecombineerd en dat aan het eind van de avond en een groot gedeelte van de nacht geopend kan zijn, zoals een discotheek; 1.40 houtproductie het voortbrengen van hout op bedrijfsmatige wijze door een mede daarop afgestemd duurzaam beheer van bos; 1.41 huishouden de bewoning van een woning door: een persoon; meerdere personen in de vorm van een samenlevingsverband, niet zijnde kamerverhuur; 1.42 insteek van de watergang het begin van het sloottalud; 1.43 kleinschalig kamperen kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, waarbij het aantal toegestane kampeermiddelen is beperkt tot het in de regels genoemde maximum; 1.44 landschappelijke inpassing het inpassen van een gebouw of een gebruik in het landschap, waarbij afstemming plaatsvindt op de context van het landschap door middel van de architectuur van het gebouw en de aanplant van gebiedseigen beplanting; 1.45 landschappelijke waarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet---levende natuur; 1.46 landschapsinpassingsplan
plan waaruit blijkt hoe een gebouw of een gebruik in het landschap wordt ingepast, waarbij afstemming plaatsvindt op de context van het landschap door middel van de architectuur van het gebouw en de aanplant van gebiedseigen beplanting;
82
Dunsedijk - achter Rustoord
1.47 lawaaisport een sportactiviteit al dan niet individueel of in groepsverband, professioneel of hobbymatig waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen; 1.48 legaal gebouwd in overeenstemming met de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.49 mantelzorg het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychisch en/of sociaal vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband; 1.50 natuurwaarde de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.51 nevenactiviteiten het ontplooien van activiteiten bij een agrarisch bedrijf, die niet rechtstreeks de uitoefening van de agrarische bedrijfsvoering betreffen; 1.52 normaal onderhoud, gebruik en beheer het onderhoud, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goed beheer en gebruik van de gronden en gebouwen die tot de betreffende bestemming behoren.
Bos/Natuur: voor wat betreft de bestemming 'Bos' en 'Natuur' moet onder normaal onderhoud, gebruik en beheer tenminste worden verstaan dunningen, vellingen, herinplanten, plaggen van heide, het plaatsen van afrasteringen ter voorkoming van wildschade, herstel van zandwegen en trekken van uitsleeppaden en al die werkzaamheden die dienen tot bosinstandhouding en bevordering van de vitaliteit van het bos. 1.53 omgevingsvergunning vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.54 overkapping een bouwwerk geen gebouw zijnde op het erf van een gebouw, dat strekt tot vergroting van het woongenot van het gebouw en dat maximaal drie wanden heeft waarvan maximaal twee tot de constructie behoren; 1.55 recreatief medegebruik die vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet---recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik; 1.56 rijstrook strook van de rijbaan van een weg, welke voldoende plaats biedt aan een enkele rij rijdende motorvoertuigen op meer dan drie wielen, of, indien door middel van markering een bredere strook als rijstrook is aangegeven, die strook; 1.57 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of
vertoningen van erotisch--- pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische---massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.58 slopen geheel of gedeeltelijk afbreken; 1.59 verhard een verharding, bestaande uit baksteen, tegels, beton en/of asfalt, alsmede daarmee vergelijkbare vaste/gesloten materialen; 1.60 vloeroppervlak(te) de totale bebouwde oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt;
Dunsedijk - achter Rustoord
83
1.61 voorgevelrooilijn de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel; gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand; 1.62 voorzieningen van openbaar nut voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.63 water alle water dat zichtbaar (oppervlaktewater) aanwezig is in bijvoorbeeld waterlopen, poelen, vijvers, meren en zeeën, of onzichtbaar (grondwater) aanwezig is zoals freatisch grondwater direct beneden het maaiveld; 1.64 waterhuishoudkundige doeleinden doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d.
en waterhuishoudkundige voorzieningen; 1.65 waterhuishoudkundige voorzieningen voorzieningen die nodig zijn voor een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit, zoals duikers, stuwen, gemalen, inlaten, bergings--- en infiltratievoorzieningen; 1.66 watergang een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde waterloop; 1.67 werk een constructie, geen gebouw of bouwwerk zijnde; 1.68 woning een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van een huishouden; 1.69 Woningwet Wet van 29 augustus 1991 , (Stb. 1991, nr. 439), tot herziening van de Woningwet; 1.70 (woon)boerderij een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon--- en bedrijfsgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn) vormen; 1.71 zijdelingse perceelsgrens de perceelsgrens, die parallel aan de zijgevel van het hoofdgebouw ligt;
84
Dunsedijk - achter Rustoord
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze planregels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse bouwperceelgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2 bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen; 2.3 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer (derhalve kelders niet mee te rekenen), de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.7 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8 de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de
(wieken)as van de windturbine; 2.9 peil: voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 2.10 ondergeschikte bouwdelen: bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel--- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.
Dunsedijk - achter Rustoord
85
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Bos
3.1 Bestemmingsomschrijving 3.1.1 Algemeen De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. landschapsbouw, houtproductie en op natuurontwikkeling gerichte bosbouw; b. behoud, herstel en ontwikkeling van landschappelijke en natuurwaarden; c. behoud, herstel en ontwikkeling van de bestaande biotopen; d. behoud en bescherming van de aardkundige waarden; e. behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; f. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de niet-beboste gedeelten zoals heide, bloemrijk grasland, stuifzand, poelen, vijvers en paden; g. extensief recreatief medegebruik; een en ander met bijbehorende voorzieningen zoals on- en halfverharde paden en overeenkomstig de in lid 3.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving. 3.1.2 Nadere detaillering van de bestemming In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1.1: 1. Verhouding tussen de doeleinden Binnen deze bestemming is het beleid primair gericht op het beschermen van de landschappelijke en ecologische waarden. 2. Extensief recreatief medegebruik Het gehele gebied gelegen binnen deze bestemming mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik.
Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals paden, banken, informatieborden, bewegwijzering e.d. 3. Natuur- en landschapswaarden De binnen deze bestemming vallende gronden zijn de overige bos- en natuurgebieden. Deze overige bos- en natuurgebieden bevatten minder hoge natuurwaarden dan de natuurparels of zijn voorzien van minder hoge streefbeelden dan de natuurparels. Het zijn grotendeels (productie)bossen op droge gronden en graslanden, en voor een klein gedeelte landbouwgronden. Ook in de overige bos- en natuurgebieden moet worden gezorgd voor maximale rust en ruimte voor de ontwikkeling van de natuur- en landschapswaarden. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming. 3.2.2 Maatvoering Voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende maatvoeringseisen: a. uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde, toegestaan ten dienste van de dubbelbestemming, waaronder worden begrepen bewegwijzering en informatieborden, met een bouwhoogte van maximaal 2 meter;
86
Dunsedijk - achter Rustoord
b. c.
alleen natuurlijke afscheidingen, zoals weergegeven in het beeldkwaliteitsplan dat als bijlage 1 bij de regels is gevoegd, met een maximale hoogte van 1 meter zijn toegestaan; vanwege de cultuurhistorische waarde van Landgoed de Utrecht is het vergunningsvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken (inclusief artikel 2 lid 3 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht) en erfafscheidingen uitgesloten.
3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en opstallen: a. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten, (chemisch) afval en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond en/ of opstallen; b. het betreden met en beproeven van, racen of crossen met motoren of overige motorvoertuigen (lawaaisporten); c. verblijfsrecreatieve doeleinden zoals lig- en/of speelweide, staanplaats voor onderkomens of kamperen; d. als wedstrijd- of sportterrein en voor het beoefenen van de modelvliegtuigsport; e. voor de wielersport, buiten de als zodanig gemarkeerde en aangeduide paden en routes; f. het plukken en uitsteken van planten en paddenstoelen, en het winnen van bosstrooisel of mos; g. het stoken van vuur danwel roken; h. het beproeven en in gebruik hebben van geluidsapparaten en toestellen; i. het niet-aangelijnd hebben van honden; j. betreding buiten de opengestelde paden en gemarkeerde wandel- en fietsroutes; k. het uitzetten van niet-inheemse plant- en diersoorten; l. voor het aanbrengen van teeltondersteunende voorzieningen; m.
het aanleggen van drainage; n. verlagen van de waterstand door de aanleg van beregeningsinstallaties; o. voor het diepwoelen en diepploegen van de bodem vanaf 50 cm diepte. 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.4.1 Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden) de in het schema onder lid 3.4.4 opgenomen omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te (doen) voeren. 3.4.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het onder lid 3.4.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a. waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden is verleend; b. welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; c. welke plaatsvinden in het kader van het normale onderhoud en/of bos- en natuurbeheer. 3.4.3 Toetsing aan aanwezige waarden De in lid 3.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in lid 3.1.
Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 3.4.4 de toetsingscriteria weergegeven.
Dunsedijk - achter Rustoord
87
3.4.4
Schema omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden
Omgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden aanbrengen van (infrastructurele) ondergronds leidingen
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden - de werkzaamheden mogen geen onevenredige aantasting van de natuur- en landschapswaarden tot gevolg hebben;
het wijzigen van de perceelsindeling, zoals door sloten, - de werkzaamheden mogen geen onevenredige greppels en beplantingselementen is aangegeven; aantasting van de natuur- en landschapswaarden tot gevolg hebben; aanbrengen van oppervlakteverhardingen; - deze werkzaamheden zijn niet toegestaan.
88
Dunsedijk - achter Rustoord
Artikel 4
Wonen - Landgoed
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - Landgoed' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een woonhuis met allure, aan- en uitbouwen, (bij)gebouwen en overkappingen ten behoeve van het woonhuis; b. tuinen en erven; c. een aan huis verbonden beroep; d. water en waterhuishoudkundige doeleinden; e. ontsluitingswegen; f. parkeervoorzieningen; g. bescherming, instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarden die de gebiedsaanduiding, welke is opgenomen in artikel 6, beogen te beschermen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen a. Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming. b. Per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan; c. Er dient gebouwd te worden conform het bij dit bestemmingsplan horende beeldkwaliteitsplan, zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels; d. Vanwege de cultuurhistorische waarde van Landgoed de Utrecht is het vergunningsvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken (inclusief artikel 2 lid 3 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht) en erfafscheidingen, niet zijnde natuurlijke afscheidingen, uitgesloten. 4.2.2 Hoofdgebouw Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. De woning dient binnen het bestemmingsvlak gesitueerd te worden. b. Binnen het bestemmingsvlak mag niet meer dan één woning worden gebouwd; c. De inhoud van de woning bedraagt, inclusief aanbouwen, niet meer dan 750 m³; d.
De goothoogte bedraagt niet minder dan 2,40 m en niet meer dan 3,50 m; e. De nokhoogte bedraagt niet minder dan 2,1 x de goothoogte; f. De woning tegenover de kokswoning moet dezelfde richting als de kokswoning hebben. De 3 woningen in het midden van het plangebied dienen hier haaks op te staan. De woningen op de 2 noordelijke kavels zijn vrij in het bepalen van de richting zolang het parallel is aan het bestemmingsvlak. 4.2.3 Bijgebouwen Voor vrijstaande bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. vrijstaande bijgebouwen dienen binnen het bestemmingsvlak gesitueerd te worden; b. de gezamenlijke bebouwde oppervlakte aan vrijstaande bijgebouwen bedraagt niet meer dan 100 m²; c. de goothoogte bedraagt niet minder dan 2,40 m en niet meer dan 0,8 x goothoogte hoofdgebouw (tenzij dit lager uitkomt dan 2,40 m); d. de nokhoogte bedraagt niet meer dan 0,8 x nokhoogte hoofdgebouw. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. Erfafscheidingen zijn niet toegestaan.
Dunsedijk - achter Rustoord
89
4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en/of opstallen voor: a. vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; b. een aan huis verbonden bedrijf. 4.3.2 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing rond de woning De landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in het beeldkwaliteitsplan in bijlage 1 bij de regels, dient binnen 2 jaar na de bouw van een woning gerealiseerd te zijn. 4.3.3 Voorwaardelijke verplichting parkeren Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen, staat vast dat voldoende parkeergelegenheid, overeenkomstig de normen in de beleidsregels in het parkeerbeleid van de gemeente Hilvarenbeek wordt gerealiseerd. 4.3.4 Voorwaardelijke verplichting herstel tuin Tersteeg De woningen mogen niet in gebruik worden genomen voordat in het gebied dat op de verbeelding is aangegeven met de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - 2' het herstel van de tuin van Tersteeg, zoals opgenomen in bijlage 2, heeft plaatsgevonden.
4.3.5 Voorwaardelijke verplichting financiële compensatie NNB Er mag pas gebouwd mag worden als voldaan is aan de financiële compensatie (van € 27.777 voor 6 woningen gezamenlijk) die voortvloeit uit de Interim Omgevingsverordening met betrekking tot het Natuurnetwerk Brabant.
90
Dunsedijk - achter Rustoord
Artikel 5
Waarde - Archeologie 2
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van verwachte archeologische waarden. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. bouwwerken ter vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de bestaande oppervlakte van het bouwwerk niet wordt vergroot of ruimtelijk gewijzigd en voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm; b. bouwwerken waarbij grondwerkzaamheden plaatsvinden met een oppervlakte van minder dan 2.500 m² voor zover bij de bouw geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd dieper dan 50 cm. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken voor bouwen ten dienste van andere bestemming tot een grotere diepte en/of oppervlakte Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de diepte van de grondbewerkingen en/of de bebouwde oppervlakte als bepaald in lid 5.2 voor de bouw van bouwwerken ten dienste van de andere geldende bestemming(en), mits: a. op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn; of b.
op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; of c. de volgende voorwaarden in acht genomen worden indien, op basis van archeologisch onderzoek, weergegeven in een door de bevoegde overheid goedgekeurd rapport, in voldoende mate is vastgesteld dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten kunnen worden verstoord: 1. een verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; of 2. een verplichting tot het doen van opgravingen; of 3. een verplichting de uitvoering van bouwactiviteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg namelijk een archeologische instantie met een opgravingsbevoegdheid. 5.3.2 Archeologisch rapport Indien het bevoegd gezag niet beschikt over een voor de beoordeling van de aanvraag toereikend archeologisch onderzoek voor de gronden waarop een aanvraag om omgevingsvergunning voor bouwen wordt gedaan, dient de aanvrager ten behoeve van de beoordeling van archeologische waarden van de gronden een archeologisch rapport te overleggen dat voldoet aan de vigerende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
5.3.3 Advies Bij de beoordeling van het archeologisch onderzoek en het afwijkingsverzoek als bedoeld in lid 5.3.1 laat het bevoegd gezag zich adviseren door een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg conform de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie-KNA, vastgesteld door Burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek.
Dunsedijk - achter Rustoord
91
5.4 Omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Omgevingsvergunning Het is verboden op of in deze gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen), woelen, mengen, diepploegen, aanbrengen van heipalen, egaliseren en ontginnen van gronden met dien verstande dat het werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden betreft met een oppervlakte groter dan 2.500 m² of dieper dan 50 cm en ter plaatse van de bestemming Natuur niet dieper dan 10 cm onder maaiveld; b. het wijzigen van de waterhuishouding, zoals draineren en het uitdiepen, graven en/of verleggen van waterlopen; c. het aanbrengen van ondergrondse transport-, energie--of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur dieper dan 50 cm en ter plaatse van de bestemming Natuur niet dieper dan 10 cm onder maaiveld; d. het verlagen van het grondwaterpeil. 5.4.2 Uitzonderingen Het verbod, zoals bedoeld in lid 5.4.1 is niet van toepassing, indien: a.
het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels, leidingen en rioleringen waarbij niet dieper gegraven wordt dan de reeds uitgegraven diepte; b. het gaat om het vervangen van bestaande drainages op dezelfde plaats en op maximaal dezelfde diepte; c. op basis van inventariserend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn; d. de werken en werkzaamheden: 1. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 2. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende omgevingsvergunning of een ontgrondingsvergunning; e. de werken en werkzaamheden op inventariserend of definitief archeologisch onderzoek zijn gericht. 5.5 Wijziging verwijdering dubbelbestemming Burgemeester en wethouders kunnen, overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening, het plan wijzigen in die zin dat aan de bestemming Waarde - Archeologie 2 wordt ontnomen, indien op basis van archeologisch onderzoek is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.
Alvorens de bedoelde wijziging wordt toegepast, wordt deskundig advies gevraagd aan een door Burgemeester en wethouders vastgestelde deskundige op het gebied van de archeologische Monumentenzorg conform de vigerende KNA.
92
Dunsedijk - achter Rustoord
Artikel 6
Waarde - Cultuurhistorie
6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor Waarde - Cultuurhistorie aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor: a. het behoud, herstel en duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van het landgoed 'De Utrecht' als cultuurhistorisch waardevol gebied, die bestaat uit de samenhang van een economische productie-eenheid in de vorm van een landhuis en boerderijen, omringend parkbos, lanen, paden, watergangen en waterpartijen, agrarische productiegronden en (productie)bos; b. cultuur- en natuureducatie; c. extensief recreatief medegebruik. 6.1.2 Nadere detaillering De voor Waarde - Cultuurhistorie aangewezen gronden kennen de volgende nadere detaillering van het op die gronden aanwezige cultureel erfgoed: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 1' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemmingen, in het bijzonder bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de historische beplanting bestaand uit een rhodondendronhaag; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 2' zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemmingen, in het bijzonder bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van historische beplanting conform Bijlage 2 Inpassing Tuin van Tersteeg.
6.2 Bouwregels 6.2.1 Bouwwerken Naast het bepaalde omtrent het bouwen voor de aldaar voorkomende onderliggende basisbestemming (het bouwen van zes woningen met bijgebouwen) geldt: a. op de voor Waarde - Cultuurhistorie aangewezen gronden zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde, toegestaan ten dienste van de dubbelbestemming, waaronder worden begrepen bewegwijzering en informatieborden, met een bouwhoogte van maximaal 2 meter; b. alleen natuurlijke afscheidingen, zoals weergegeven in het beeldkwaliteitsplan dat als bijlage 1 bij de regels is gevoegd, met een maximale hoogte van 1 meter zijn toegestaan; c. vanwege de cultuurhistorische waarde van Landgoed de Utrecht is het vergunningsvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken (inclusief artikel 2 lid 3 van bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht) en erfafscheidingen, niet zijnde natuurlijke afscheidingen, uitgesloten. 6.3 Specifieke gebruiksregels Het is verboden de gronden en/of bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het cultuurhistorische en/of ruimtelijk waardevol object wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 6.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren, te doen en te laten uitvoeren: a.
Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 1': verwijderen, rooien of kappen van de historische beplanting bestaand uit een rhodondendronhaag;
Dunsedijk - achter Rustoord
93
b.
Ter plaatse van de aanduiging 'specifiek vorm van waarde - 2': verwijderen, rooien of kappen van historische beplanting. zoals weergegeven in bijlage 2.
6.4.2 Uitzondering vergunningplicht Het verbod als bedoeld lid 6.4.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. die op basis van het voorheen geldende plan niet vergunningplichtig waren en die reeds in uitvoering ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; c. mogen worden uitgevoerd krachtens een ten tijde van de inwerkingtreding van het plan reeds verleende omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden; 6.4.3 Criteria De omgevingsvergunning ten behoeve van de werken genoemd in lid 6.4.1 wordt alleen verleend indien: a. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden van de gronden; b. eventuele andere op grond van dit plan benodigde omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden eveneens verleend kunnen worden.
94
Dunsedijk - achter Rustoord
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 8
Algemene gebruiksregels
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, wordt onder gebruik strijdig met het plan in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en opstallen: a. ten behoeve van het boren naar (schalie)gas.
Artikel 9
Algemene aanduidingsregels
9.1 Attentiezone waterhuishouding 9.1.1 Aanduidingsregels Ter plaatse van de aanduiding "overige zone - attentiezone waterhuishouding" zijn de gronden, naast de aldaar voorkomende bestemming, mede bestemd voor de bescherming van de waterhuishouding en het uitsluiten van functies en activiteiten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant. 9.1.2 Strijdig gebruik Als strijdig gebruik geldt ter plaatse van de aanduiding "overige zone - attentiezone waterhuishouding" het gebruik van gronden voor: a. het verzetten van grond van meer dan 100 m³ of op een diepte van meer dan 60 centimeter beneden maaiveld, voor zover geen vergunning is vereist op grond van de Ontgrondingenwet; b. de aanleg van drainage ongeacht de diepte, tenzij het gaat om vervanging van een bestaande drainage; c. het verlagen van de grondwaterstand anders dan door middel van het graven van sloten of het toepassen van drainagemiddelen, met uitzondering van grondwateronttrekkingen; d. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten buiten de woonpercelen; e. Lid a t/m d zijn niet van toepassing op normaal beheer en onderhoud en op werkzaamheden die dienen voor wat er met het voorliggende bestemmingsplan (de realisatie van 6 woningen met bijgebouwen) wordt beoogd.
Dunsedijk - achter Rustoord
95
Hoofdstuk 4 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
10.1 Overgangsrecht gebruik 10.1.1 Algemeen Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 10.1.2 Strijdig gebruik Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 10.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 10.1.3 Onderbroken gebruik Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid onder artikel 10.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 10.1.4 Strijd met voorheen geldend bestemmingsplan Het eerste lid onder artikel 10.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Dunsedijk - achter Rustoord'.
96
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlagen bij de regels
Dunsedijk - achter Rustoord
97
98
Dunsedijk - achter Rustoord
Bijlage 1
Beeldkwaliteitsplan
Dunsedijk - achter Rustoord
99
100
Dunsedijk - achter Rustoord