08 bp Dunsedijk - achter Rustoord (11 bijlage Concept vast te stellen toelichting en regels bestemmingsplan)
Tekst van het document
Bestemmingsplan Dunsedijk - achter Rustoord Gemeente Hilvarenbeek
COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:
Dunsedijk - achter Rustoord NL.IMRO.0798.BPAchterRustoord-VG01 Vastgesteld 10 maart 2022 89.78.02
Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever: Telefoon:
CRA Vastgoed Dhr. M. van Oostveen 06-24639997
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem: Telefoon: E-mail: Internet:
Mevr. J. Jentink Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.buro-sro.nl
2
Dunsedijk - achter Rustoord
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4
5 Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Leeswijzer Voorgeschiedenis Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Architectuur en beeldkwaliteit Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Economische uitvoerbaarheid Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro Verslag zienswijzen
7 7 7 8 9 13 13 14 18 20 20 21 25 29 29 38 41 43 43 48 49 49 49 51 51 51 51 51
Bijlagen bij de toelichting
53
Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11
55 57 59 61 63 65 67 69 71 73 75
Landschappelijke inpassing Dunsedijk - achter Rustoord Verzoek provincie inzake herbegrenzing EHS Historisch bodemonderzoek Akoestisch onderzoek Geuronderzoek Memo volksgezondheid i.r.t. veehouderijen Quickscan flora en fauna Aanvullend ecologisch onderzoek Onderzoek stikstofdepositie Cultuurhistorische analyse Zienswijzennota
Dunsedijk - achter Rustoord
3
Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
77 Inleidende regels Begrippen Wijze van meten Bestemmingsregels Bos Wonen - Landgoed Waarde - Archeologie 2 Waarde - Cultuurhistorie Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
79 79 85 86 86 89 91 93 95 95 95 95 96 96 96
Bijlagen bij de regels
97
Bijlage 1 Bijlage 2
99 101
4
Beeldkwaliteitsplan Inpassing Tuin van Tersteeg
Dunsedijk - achter Rustoord
Toelichting
Dunsedijk - achter Rustoord
5
6
Dunsedijk - achter Rustoord
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
De initiatiefnemer is voornemens om een locatie aan de Dunsedijk in Esbeek op landgoed De Utrecht te ontwikkelen. Het plan betreft de realisatie van zes vrijstaande woningen achter hotel-restaurant-kunstgalerie Huize Rustoord. Voor deze locatie is op grond van een eerder bestemmingsplan een bouwvergunning verleend voor vier torens met daarin 28 vakantieappartementen. Voorliggend plan laat veel minder bebouwingsmogelijkheden toe. In hoofdstuk 2 wordt verder ingegaan op deze voorgeschiedenis van het plan. De voorgaande ontwikkeling past niet in het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief wel passend is op de locatie en wordt gezien als een sterke verbetering van eerdere plannen, wordt medewerking verleend aan een herziening van het bestemmingsplan. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Dunsedijk ten zuiden van de kern Esbeek op landgoed De Utrecht. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Globale ligging plangebied (bron: openstreetmap.org)
Dunsedijk - achter Rustoord
7
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt verder ingegaan op de voorgeschiedenis van het plan. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 5 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 7 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.
8
Dunsedijk - achter Rustoord
Hoofdstuk 2
Voorgeschiedenis
Het voorliggende bestemmingsplan is een resultaat van jarenlange overleggen tussen de gemeente Hilvarenbeek, Provincie Noord-Brabant, ASR als eigenaar van Landgoed De Utrecht en CRA Vastgoed, als ontwikkelaar van de betreffende locatie binnen het landgoed. Met het voorliggende plan beoogt CRA Vastgoed voor de planlocatie Dunsedijk ruimtelijk een kwalitatief betere uitgangspositie te creëren voor het landgoed als complex van cultuurhistorische waarden ten opzichte van de regels die het huidige bestemmingsplan voor deze gronden biedt. Om nader toe te kunnen lichten dat hier sprake is van een flinke ruimtelijke kwaliteitsslag op alle planologische aspecten is de historische context van de locatie van belang. Deze wordt hieronder uiteengezet. Historie Landgoed De Utrecht, met nu een omvang van 2600 hectare, dankt zijn naam aan de levensverzekeringsmaatschappij De Utrecht, heden ten dage bekend als ASR Levensverzekeringen. Het bedrijf ontgon vanaf 1898 op grote schaal de uitgestrekte heidevelden rondom de Lage Mierdseweg in Esbeek. In 1899 werd een begin gemaakt met het ontginnen van de eerste 700 ha. De werken werden uitgevoerd door de Koninklijke Nederlandsche Heidemaatschapij. Uiteindelijk werd de heide omgezet in 1800 hectare bos en 600 hectare landbouwgrond met pachtboerderijen, terwijl daarnaast nog 400 hectare aan 'woeste gronden' bleef bestaan.
Omstreeks 1920 kreeg de verzekeringsmaatschappij ook oog voor de natuurwaarden van het terrein, waardoor een deel van het terrein onontgonnen bleef. Daarnaast wilde De Utrecht een deel van het landgoed gebruiken als recreatiegebied voor haar werknemers. Tussen 1920 en 1922 werd daartoe vakantiehuis Rustoord gebouwd. Bedoeld om het personeel van de firma “De Utrecht” vakanties door te laten brengen op het nog jonge landgoed 'De Utrecht'. Het huis heeft een traditionalistische stijl met historiserende elementen. Omstreeks 1935 is het vakantiehuis aan de noordwestelijke zijde met een vleugel in stijl uitgebreid. Architect van zowel het huis als de latere aanbouw is de Hilversummer W.H. Hanrath. Het vakantiehuis heeft tot omstreeks 1965 als zodanig gefunctioneerd. Naast de woning is in 1922 rondom Huize Rustoord een architectonisch tuinpark aangelegd door D.F. Tersteeg (ontwerp van maart 1921). Dirk Frederik Tersteeg (Amsterdam, 17 februari 1876 – Naarden, 12 mei 1942) was een Nederlandse tuin- en landschapsarchitect. Een aantal tuinen en parken ontworpen door Tersteeg zijn in Nederland als Rijksmonument beschermd. De tuin bij Huize Rustoord heeft deze status nooit gekregen. Huize Rustoord zelf is in 2001 wel geregistreerd als Rijksmonument (onder monumentnummer 518906 – De Utrecht Vakantiehuizen complex).
Binnen de bescherming als Rijksmonument valt het oorspronkelijke vakantiehuis met beheerderswoning en uitbreiding uit omstreeks 1935. Het landgoed is nooit als een beschermde buitenplaats aangemerkt door de Rijksdienst. Reden hiervoor is dat het geen buitenplaats is, maar eerder gezien wordt als een recreatiegebied. Het vakantiehuis met omliggende tuinaanleg is wel van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorische waarde als uitdrukking van de sociaaleconomische ontwikkeling van de landbouw en recreatie in Nederland, in het bijzonder de grootschalige ontginning van woeste gronden in de 20ste eeuw en als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het buitenverblijf. Architectuurhistorisch is het pand van belang vanwege de aan de landschappelijke omgeving aangepaste stijl en ornamentiek, het is van belang binnen het oeuvre van de architect. Het heeft ensemblewaarden als essentieel onderdeel van een groter geheel, het landgoed 'De Utrecht'. Het geheel is belangrijk vanwege de gaafheid van het ex- en interieur en is als voorbeeld van een vakantiehuis op een ontginningslandgoed zeldzaam. Met betrekking tot het park in Landschapsstijl is omschreven dat het park sterk verwaarloosd was en voornamelijk bestaat uit naaldhout. Van belang zijn de twee solitaire ceders vóór de westgevel en het ven ten zuiden van het vakantiehuis.
Inmiddels is het park in ere hersteld door de huidige bewoners van Huize Rustoord.
Dunsedijk - achter Rustoord
9
Het belang van de locatie achter Huize Rustoord voor het landgoed Economisch is ASR-levensverzekeringen als eigenaar van het landgoed afhankelijk van opbrengsten op het landgoed om het als complex in stand te houden. Er moet een zeker evenwicht zijn tussen de kosten die met de instandhouding zijn gemoeid en de opbrengsten op het landgoed. Een van de economische pijlers voor de inkomsten is het ontvangen van canon voor grond die in erfpacht is bij particulieren, agrariërs of andere partijen. CRA Vastgoed is een van de pachters van grond binnen het landgoed. Zo pacht CRA Vastgoed al vele jaren het terrein rondom Huize Rustoord, bestaande uit een golfterrein, en voormalige boerderijen. De gepachte grond beslaat zo'n 80 hectare. Voor de locatie waar nu het voorliggend plan is opgesteld geldt dat sinds de jaren '70 plannen worden gemaakt voor recreatie vanwege weggevallen inkomsten. In de jaren '70 heeft dit geresulteerd in een plan met 100 vakantiewoningen rondom Huize Rustoord dat een centrale positie als horecavoorziening in zou nemen. Om dit te kunnen realiseren is bestemmingsplan 'Rustoord' opgesteld, dat ondanks positief advies van de Provincie (PPC), niet is uitgevoerd. De tijd had het plan ingehaald, waardoor het concept achterhaald bleek. Daaropvolgend is een nieuw plan opgesteld waarbij de golfbaan centraal stond.
Deze zou uitgebreid worden naar een 18-holes baan, Rustoord als hotel en 180 vakantieappartementen op het terrein achter Huize Rustoord. Het bestemmingsplan 'Golfbaan/Verblijfsaccommodatie De Utrecht' is op 27 juni 1991 vastgesteld door de gemeenteraad van Hilvarenbeek. Gedeputeerde Staten heeft het plan grotendeels goedgekeurd. Bezwaren waren er wel tegen de intensiteit van de beoogde ontwikkeling en de omvang van de verblijfsaccommodatie. Om deze ontwikkeling in te perken is daarom in het besluit van Gedeputeerde Staten een kleiner bouwvlak goedgekeurd. Op grond van dat besluit konden er circa 100 vakantieappartementen gebouwd worden op de locatie achter Huize Rustoord. In 2001 is besloten een kleiner aantal vakantieappartementen te gaan realiseren om de intensiteit en impact te beperken. Op basis van de onherroepelijke 'Partiële herziening bestemmingsplan 'Golfbaan/Verblijfsaccommodatie De Utrecht' is eind 2007 door HRA-CRA een bouwvergunning ingediend voor 4 vrijstaande torens met daarin 28 recreatieappartementen. Deze bouwvergunning is verleend. Na verlening van de bouwvergunning hebben er grondwerkzaamheden plaats gevonden om de bouw uit te voeren.
Afbeelding van 1 van de 4 recreatieappartementen gebouwen
10
Dunsedijk - achter Rustoord
Omdat de verkoop van de vakantieappartementen echter stagneerde is de bouw stilgelegd. Sinds dat moment heeft ASR als erfpachter een gebaar gemaakt en maar een klein deel van de afgesproken canon geïnd. Met het idee dat deze bron in de toekomst wel voor inkomsten zou gaan zorgen.
Afbeelding van 2 de planopzet met de 4 recreatieappartementen gebouwen
Doordat rond 2010 Rijkssubsidies wegvielen voor bijvoorbeeld bosproductie, maar ook agrarische ondernemers het steeds moeilijker kregen door strengere wet- en regelgeving en daar bovenop forse investeringen nodig waren op het gebied van natuurwaarden, onderhoud van (openbaar toegankelijke) wegen en aanwezige cultuurhistorische waarden etc., is in mei 2011 voor Landgoed De Utrecht een Duurzaam Instandhoudingsplan opgesteld, getiteld: “Evenwichtig Samengaan”. Reden om dit plan op te stellen was te kijken of er nieuwe economische dragers mogelijk waren voor de instandhouding en te kijken op welke wijze het landgoed duurzaam geëxploiteerd kan blijven worden. Daarbij kwam ook dat het landgoed vanuit de Verordening van de Provincie aangewezen is als een Complex van Cultuurhistorisch belang. De Complexen van Cultuurhistorisch belang zijn (voormalige) kloosters, industriële complexen en landgoederen waarvan de waarde van provinciale betekenis is. Deze complexen hebben in de provinciale Verordening ruimte een uitzonderingspositie; hier is functiewijziging mogelijk als deze bijdraagt aan het behoud en de versterking van de aanwezige karakteristieke kwaliteiten. Om hier een balans in te vinden zouden er nieuwe woningen en een natuurbegraafplaats op het landgoed mogen worden gerealiseerd waar natuurontwikkeling, behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden o.a. tegenover staat.
Dit laatste is doormiddel van een nieuw bestemmingsplan voor het landgoed (vastgesteld in 2015) in gang gezet. Ondanks dat de bouwlocaties niet ten uitvoer zijn gekomen, vanwege een fout in de Verordening Ruimte (legendateken van complex van cultuurhistorische waarden ontbrak op de kaart van de verordening, constateerde de Raad van State bij het beroep) is door ASR wel een flink deel van de natuurontwikkelingen, blusvoorzieningen en andere kostenmakers uitgevoerd.
Dunsedijk - achter Rustoord
11
Omdat de locatie achter Rustoord ook nog steeds van groot belang is als inkomstenbron voor het totale landgoed, en door het uitblijven van bebouwing tot op heden geen significante bijdrage kon leveren, is in 2014 een nieuw plan gemaakt. Nu met inachtneming van de toegekende cultuurhistorische waarde aan Huize Rustoord (en het landgoed als geheel), daar waar het vergunde plan met daarin de vier torens een flinke aantasting betekenden. Dit plan is als voorontwerp ter inzage gelegd. Op het plan is van de provincie over het algemeen een positieve vooroverlegreactie ontvangen. Wel werd nadere aandacht voor de Ecologische hoofdstructuur gevraagd. Vanwege de uitspraak van de Raad van State ten aanzien van het (moeder)plan Landgoed De Utrecht) heeft CRA Vastgoed vanuit voortschrijdend inzicht besloten het plan toen niet verder in procedure te brengen. Inmiddels is de omissie in de Verordening ruimte, die leidde tot de uitspraak van de Raad van State, door de provincie hersteld en zijn ASR, CRA Vastgoed, de gemeente en de provincie opnieuw in overleg getreden om te voorkomen dat op de locatie het oorspronkelijke plan alsnog uitgevoerd zou worden. Sindsdien zijn ASR, CRA Vastgoed, de gemeente en de provincie in overleg over de mogelijkheden. Door de vergunde bouwmassa van de 4 recreatieappartementen flink af te schalen naar enkele grondgebonden woningen is overeenstemming gevonden.
Deze wijziging heeft tot gevolg dat de bouwmassa op de locatie fors wordt verkleind. Dit heeft een negatief gevolg voor de canon, maar geeft wel de mogelijkheid om aan te sluiten bij de cultuurhistorische waarden. Het voorliggende plan is een uitwerking daarvan. Omdat het plan niet past in het geldende bestemmingsplan 'Partiële herziening bestemmingsplan Golfbaan/Verblijfsaccommodatie De Utrecht', is voorliggende herziening opgesteld.
12
Dunsedijk - achter Rustoord
Hoofdstuk 3
Het initiatief
In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.
3.1
Huidige situatie
Het plangebied ligt in een uitloper van de bossen van landgoed De Utrecht, ingeklemd tussen de Dunsedijk, de Kinderlaan de Lage Mierdseweg en de golfbaan. De locatie is circa 3,8 ha groot. Ten westen van het plangebied bevindt zich kunstgalerie, hotel en restaurant Huize Rustoord. Huize Rustoord is het voormalige vakantiehuis voor werknemers van verzekeringsmaatschappij De Utrecht. Het terrein rondom Rustoord is in de jaren 1920 aangelegd naar een ontwerp van tuinarchitect D.F. Tersteeg. Het oorspronkelijke ontwerp van Tersteeg met een vijverpartij en verschillende paden en zichtlijnen en een rododendronhaag is nog zichtbaar, maar is (deels) verwaarloosd. De planlocatie bestaat grotendeels uit een bos waarin grove den en Amerikaanse eik de boomlaag domineren en her en der groepen rododendrons aanwezig zijn. Dwars door het bos loopt een zandweg. Verder ligt er een gazon in het plangebied. Langs de zuidkant van de locatie groeit een rhododendronhaag, een bijzonder element in het landschap. Ten oosten en zuiden van het plangebied ligt de golfbaan. De onderstaande afbeeldingen tonen een luchtfoto van het plangebied en de zandweg en begroeiing in het plangebied.
Luchtfoto van het plangebied (bron: PDOK)
Dunsedijk - achter Rustoord
13
Foto's zandweg en begroeiing in plangebied
3.2
Toekomstige situatie
Met voorliggend plan wordt de ontwikkeling van zes vrijstaande woningen mogelijk gemaakt, in plaats van de reeds vergunde 4 torens met recreatieappartementen. Op Landgoed De Utrecht hebben zowel de eigenaar, verzekeringsmaatschappij ASR, als de gemeente Hilvarenbeek de ambitie om de aanwezige natuurwaarden en cultuurhistorische waarden van het landgoed te behouden en te versterken. De gemeente beschouwt de omzetting van de bouwvergunning voor de vakantieappartementen als een roodvoor-rood project waarbij het volume aan bebouwing in de nieuwe situatie minder is dan in de huidige vergunde situatie. In het rapport 'Landschappelijke inpassing bouwplan Dunsedijk – achter Rustoord' (zie bijlage 1 uit 2014) is uitgewerkt welke randvoorwaarden in het verleden zijn gesteld aan het realiseren van de zes woningen. In het rapport wordt ook een locatieonderzoek beschreven, waarin is onderzocht wat de meest geschikte locatie was voor de zes woningen. Naast deze uitgangspunten en het locatieonderzoek heeft ook het Monumentenhuis Brabant in 2012 de rapportage “Landgoed de Utrecht, Cultuurhistorische Analyse” (bijlage 10) nog enkele aandachtspunten meegegeven, evenals de gemeente Hilvarenbeek.
De uitgangspunten die toen zijn opgesteld worden hieronder benoemd en zijn de afgelopen jaren aan de hand van diverse onderzoeken en inzichten verder uitgewerkt tot het plan op de inrichtingsschets (bladzijde 20 in bijlage 1) wat leidde tot een bestemmingsplanprocedure die vroegtijdig werd afgebroken. Omdat al deze stukken zijn gebruikt als input om tot het voorliggende plan te komen, maken zij deel uit van de toelichting van dit bestemmingsplan. Locatiekeuze achter Huize Rustoord De Utrecht is een ontginningslandgoed dat is ontstaan door het ontginnen van heidegrond. Het doel hiervan was het tot stand brengen van akkergronden en productiebossen. Rond 1850 bestond het gebied uit uitgestrekte heidevelden, in feite gedegradeerd bos met name als gevolg van houtkap en overbeweiding. Uit de Topografische en Militaire Kaart van circa 1850 blijkt dat het gedeeltelijk om natte heide ging; in het gebied liggen verschillende vennen en vennetjes. Na de uitvinding van kunstmest aan het eind van de negentiende eeuw werden schapen overbodig als leverancier van dierlijke mest, en daarmee de heide als graasgrond.
14
Dunsedijk - achter Rustoord
Grootschaliger dan voorheen werden de heidevelden ontgonnen. De droge heide werd bebost en de vochtige heide omgezet in cultuurgrond: dit zijn de zogenaamde 'jonge heideontginningen'. Binnen het gebied lagen de oude, middeleeuwse ontginningen Dun, Tulder en Lange Gracht. Vooral de geschiedenis van Tulder of Teulder gaat ver terug: rond 1400 waren hier al percelen in cultuur gebracht en ontstond er een pleisterplaats met een bierbrouwerij en jeneverstokerij. Bij de ontginning van het landgoed zijn deze buurtschappen met hun akkercomplexen grotendeels bebost. Opmakend uit het ontstaan en de inrichting van het ontginningslandgoed is de locatie achter Huize Rustoord vanuit historisch perspectief een goede keuze. Bij het ontginnen van het landgoed is de bebouwing bijna geheel geconcentreerd in het noorden rondom de Lage Mierdseweg. Hier zijn de woninggroepen: Rustoord, De Vier Winden en de Torenlaan duidelijke voorbeelden van. Verder zijn er verspreid op het landgoed voornamelijk solitair gelegen woningen en (agrarische) bedrijven aanwezig. Het zuiden van het landgoed bestaat voornamelijk uit productiebossen. Vanuit dit perspectief sluit het toevoegen van meerdere woningen als een cluster tussen de lage Mierdseweg en de Dunsedijk aan bij het oorspronkelijke idee.
Dit wordt versterkt door de functies die rondom Huize Rustoord liggen die bestaan uit horeca, recreatie (onder andere de golfbaan) en wonen. Deze functies zullen geen belemmering vormen en vice versa. Er worden geen agrarische bedrijven gehinderd door de woningbouw op deze locatie. Tevens zorgt de clustering van woningen dat maar op een locatie bebouwing wordt toegevoerd en niet her en der op landgoed De Utrecht waar meerdere ingrepen in het landschap een grotere impact zullen hebben op de cultuurhistorische waarden zoals bijvoorbeeld de middeleeuwse ontginningslocaties Tulder en Dun. Naast cultuurhistorische waarden spelen ook andere planologische aspecten een belangrijke rol bij de locatiekeuze. Deze aspecten zijn door het uitvoeren van relevante onderzoeken meegenomen bij de totstandkoming van het plangebied.
Dunsedijk - achter Rustoord
15
Voorts biedt de locatie door haar verleden de mogelijkheid om ongewenste bouwmogelijkheden om te zetten naar bouwmogelijkheden die de cultuurhistorische waarden veel minder zullen aantasten en hier en daar zelfs een versterking kunnen betekenen. Dit door rekening te houden met Huize Rustoord en zoveel mogelijk gebruik te maken van het oorspronkelijke tuinontwerp. In combinatie met het ecologisch belang van aanwezige waardevolle bomen is de voorliggende opzet gekozen. De toegevoegde woningen zullen daarmee passend zijn qua locatie in groter en kleiner verband (locatie binnen het ontginningslandgoed en typologie van de bebouwing). Waarbij door de keuze voor een nieuwe interpretatie van een bestaande typologie een nieuwe laag in het gebied ontstaat die recht doet aan de karakteristiek van het landgoed en haar historie. Uitgangspunten 2012 vanuit Monumentenhuis Brabant Voorkeur gaat uit naar de realisatie van een beperkt aantal permanente grondgebonden woningen in plaats van de oorspronkelijk voorgestelde 28 vakantieappartementen. De woningen dienen zo ver mogelijk van Rustoord te liggen om de cultuurhistorische waarde van Huize Rustoord niet aan te tasten, de ontsluiting vanaf de Dunsedijk is daarbij heel positief. Er dient zoveel mogelijk aangesloten te worden bij de bestaande typologie van de bebouwing op De Utrecht.
De woningen op het perceel dienen zoveel mogelijk met de nokas haaks op de straat te staan. Nieuwe bebouwing dient gebaseerd te zijn op de bestaande typologieën op het landgoed, maar dient tegelijk ook een duidelijke nieuwe cultuurhistorische laag te zijn. Uitgangspunten 2014 vanuit gemeente Hilvarenbeek Heldere entree: vanuit de gemeente wordt aangedrongen op duidelijke entrees. Woningen dienen herkenbaar en vindbaar te zijn. Geen doodlopende wegen: doodlopende wegen of cul-de-sacs worden vanuit de gemeente niet wenselijk geacht. “Open” karakter aan de voorzijde, eventuele privé tuin achter de woning. Parkuitstraling waarbij hekwerken worden voorkomen. Het pad tussen de Dunsedijk en de Lage Mierdseweg moet een doorlopende openbare weg (fiets- en voetpad) zijn. Uitnodigend voor recreanten om op de planlocatie te wandelen of fietsen. Op basis van het bovenstaande en gesprekken met de betrokken instanties (gemeente, provincie, Stichting Monumentenhuis Brabant, RCE) in combinatie met de mogelijkheden (pachtovereenkomst CRA), is gebleken dat de locatie waar de recreatieappartementen oorspronkelijk gepland stonden, de meest geschikte locatie voor de zes woningen is. Bij de totstandkoming van het voorliggende plan zijn nieuwe aspecten een rol gaan spelen. Omdat de tuin behorende bij Huize Rustoord een grote rol speelt heeft nader onderzoek plaats gevonden.
Op grond van het tuinhistorisch onderzoek naar de tuin van Tersteeg rondom Rustoord is de inrichting verder uitgewerkt. Belangrijk uitgangspunt voor de locatie van de woningen in het gebied achter Huize Rustoord is het herstel en re-interpretatie van de openheid zoals die in de tuinopzet van Tersteeg zat. Het lange zicht op het achterliggende natuurlijk landschap is met de komst van de golfbaan feitelijk onmogelijk geworden. Door te kiezen voor een nieuwe beëindiging van deze zichtlijn in de vorm van een woning die verwantschap vertoont met de Kokswoning wordt het open maken en houden van de ruimte achter de Kokswoning weer vanzelfsprekend. De toekomstige situatie concentreert zich in het herstel en re-interpretatie van het heideveldje dat er ooit lag. Dit door op het opengemaakte terrein met heide of bloemrijk grasland te laten begroeien om vervolgens
16
Dunsedijk - achter Rustoord
aan de noordzijde, in de overgang naar het bos, een drietal woningen een plek te bieden. Deze kijken als het ware vanuit de beschutting als “toeschouwers” naar de “wedstrijd” tussen de oude en de nieuwe Kokswoning. Deze woningen zijn in hiërarchie dan ook ondergeschikt aan de oude en nieuwe Kokswoning. De vier woningen maken straks deel uit van het complex Huize Rustoord en voegen zich dan ook in het orthogonale patroon van Huize Rustoord en de Kokswoning. Aan de zuidzijde van het open gebied ligt de loofgang van Rhododendrons. Deze wordt zoveel mogelijk gerespecteerd als eigenstandig element als zuidelijke begrenzing van de open ruimte. Daar waar nodig zal de loofgang worden hersteld. De twee noordelijke woningen tenslotte liggen min of meer verscholen in het bos, in een eigen wereld, die weliswaar deel uitmaakt van de omgeving van Rustoord, maar op een meer eigenstandige manier als onderdeel van het aangrenzende bos. Door hier de orthogonale opzet van Huize Rustoord, de Kokswoning en de vier zuidelijke woningen los te laten wordt dit versterkt. Als alternatief is meer samenhang met het bosgebied gezocht door de woningen een richting te geven die correspondeert met enkele van de schuin door het bosgebied lopende greppels. In hiërarchie zijn de boswoningen het minst belangrijk.
Inrichtingsschets
Qua beeld en ruimtelijke inpassing wordt gerefereerd aan de dienstwoningen zoals die op het landgoed voorkomen. Bij de positionering van de gebouwen, de tuininrichting en toegangspaden wordt rekening gehouden met bestaande waardevolle bomen. Ook de bomen op de kavels worden zoveel mogelijk gespaard. De toekomstige bewoners worden eigenaar van een perceel waarop door kappen van enkele bomen het mogelijk is een woning in te passen op de kavel. Alleen na overleg met en na schriftelijke toestemming van de verpachter mag tot rooien worden overgegaan, rekening houdend met de bereikbaarheid, bruikbaarheid en bezonning enerzijds en het natuurbehoud anderzijds. Met de keuze voor deze inpassing worden een aantal zaken gerealiseerd: de richting van de meest zichtbare woningen en bijgebouwen is passend aan de hoofdrichting van het gebied: parallel en loodrecht op de Lage Mierdseweg en het complex van huize Rustoord, en de richting van de aanwezige elementen in het landschap. De woningen in het bos staan meer op zichzelf en hebben
Dunsedijk - achter Rustoord
17
3.3
een eigen richting, parallel aan aanwezige richtingen van sloten. de bestaande verbinding van Rustoord naar de Dunsedijk blijft in tact en wordt opgewaardeerd tot ontsluiting, de bestaande beplanting aan de Dunsedijk kan blijven bestaan. De woningen liggen verscholen achter de bestaande beplanting en er ontstaat een intiem woonmilieu van woningen de oorspronkelijke tuinopzet van Rustoord wordt zoveel als mogelijk gerespecteerd er is een duidelijke hiërarchie in de gebouwen, waarbij Rustoord het belangrijkst is, dan de bestaande en nieuwe Kokswoning, vervolgens de drie woningen ten noorden van de open ruimte en tenslotte de twee woningen in het bos.
Architectuur en beeldkwaliteit
In het kader van onderhavig bestemmingsplan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is toegevoegd als bijlage 1 bij de regels. 3.3.1 Stedenbouw/Verkaveling Om tegemoet te komen aan de cultuurhistorische waarden van de tuin is het van belang dat de open ruimte achter de kokswoning, een oorspronkelijk heideveld, weer in ere wordt hersteld. Verder is het karakter van het gebied als overgang tussen open en gesloten zoveel mogelijk gerespecteerd door de woningen in de rand van het bos te positioneren. Een 3-tal woningen parallel aan de open ruimte en 1 tegenover de kokswoning begrenzen en versterken de open ruimte. De overige 2 woningen worden in het noordelijke deel van het pad in het bos geplaatst, parallel of haaks op de richting aan van de aanwezige sloten in het bos. De woningen worden ontsloten vanuit de Dunsedijk door middel van het bestaande licht slingerend pad dat de verbinding vormt tussen de Dunsedijk en de Lage Mierdseweg, zodat de toegang naar het bestaande monumentale complex zoveel mogelijk in haar eigen waarde wordt gelaten. De toegang tot Rustoord blijft op deze manier duidelijk de toegang tot Rustoord. De toegevoegde woningen refereren aan de in het gebied voorkomende typologie “dienstwoning”.
Met de plaatsing van deze woningen is rekening gehouden met de waardevolle elementen van de tuin achter Rustoord, waaronder het open voormalige heideveld (later sportveld) en de laan met Rododendrons en de grote bomen in het voormalige productiebos aan de noordzijde van het terrein. Voor het rooien van de benodigde bomen zal toestemming moeten worden verleend door de erfpachter, rekening houdend met de bereikbaarheid, bruikbaarheid en bezonning enerzijds en het natuurbehoud anderzijds. Qua beeld en ruimtelijke inpassing wordt gerefereerd aan de dienstwoningen zoals die op het landgoed voorkomen. Bij de positionering van de gebouwen, de tuininrichting en toegangspaden wordt rekening gehouden met bestaande waardevolle bomen. Ook de bomen op de kavels worden zoveel mogelijk gespaard. De toekomstige bewoners worden eigenaar van een perceel waarop door kappen van enkele bomen het mogelijk is een woning in te passen op de kavel. Alleen na overleg met en na schriftelijke toestemming van de verpachter mag tot rooien worden overgegaan, rekening houdend met de bereikbaarheid, bruikbaarheid en bezonning enerzijds en het natuurbehoud anderzijds.
Met de keuze voor deze inpassing worden een aantal zaken gerealiseerd: de richting van de meest zichtbare woningen en bijgebouwen is passend aan de hoofdrichting van het gebied: parallel en loodrecht op de Lage Mierdseweg en het complex van huize Rustoord, en de richting van de aanwezige elementen in het landschap. De woningen in het bos staan meer op zichzelf en hebben een eigen richting, parallel aan aanwezige richtingen van sloten; de bestaande verbinding van Rustoord naar de Dunsedijk blijft in tact en wordt opgewaardeerd tot ontsluiting; de bestaande beplanting aan de Dunsedijk kan blijven bestaan. De woningen liggen verscholen achter de bestaande beplanting en er ontstaat een intiem woonmilieu van woningen;
18
Dunsedijk - achter Rustoord
de oorspronkelijke tuinopzet van Rustoord wordt zoveel als mogelijk gerespecteerd; er is een duidelijke hiërarchie in de gebouwen, waarbij Rustoord het belangrijkst is, dan de bestaande en nieuwe Kokswoning, vervolgens de drie woningen ten noorden van de open ruimte en tenslotte de twee woningen in het bos.
3.3.2 Architectuur Voor de architectuur van de nieuwe woningen is inspiratie gezocht op het bestaande landgoed met gebruik van hedendaagse elementen. Daarnaast wordt het uitgangspunt van eenheid in verscheidenheid gehanteerd om te laten zien dat het om een nieuwe hedendaagse laag gaat, een toevoeging aan het landgoed uit de 21e eeuw. Concreet leidt dit tot voorwaarden voor het plangebied en tot een toelichtende matrix waarin deze voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke inpassing, massaverschijningsvorm, kleur en materialisatie worden verbeeld. Een opvallend detail bij vele bestaande gebouwen op het landgoed is de zandlopervorm van de luiken. Met de specifieke rode, groene en witte kleuren vormt dit element een expliciet kenmerk en geeft dit aanleiding om de bebouwing van de Utrecht als een groep te ervaren. Om die reden lijkt het aangewezen om ook bij de nieuwe woningen aan deze zandlopervorm te willen refereren zij het op een eigentijdse en vernieuwende wijze. Zo zijn zandloperpatronen of interpretaties daarvan denkbaar in de beglazing, luiken, blinden of in de gevels maar liggen de karakteristieke kleuren of althans de specifieke combinatie daarvan bij de beoogde beeldkwaliteit van de nieuwe woningen, minder voor de hand.
In ieder geval wordt in iedere nieuwe woning een referte aan het zandlopermotief verlangd op een zodanige wijze dat het gebouw als een gebouw van het landgoed kan worden herkend. Voor de uitgewerkte voorschriften en referentiebeelden wordt verwezen naar het beeldkwaliteitsplan bijlage 1 bij de regels. 3.3.3 Erfinrichting De erfinrichting van de woningen aan de Dunsedijk dient aan te sluiten bij het thema van dit gebied, historische re-interpretatie. De erfinrichtingseisen zijn: De verharding van de toegangsweg bestaat uit halfverharding zoals grind of hydraulisch zand. Erfafscheidingen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van natuurlijke materialen zoals struiken, takkenril, stobbenwal, of een lage haag. Verharding dient spaarzaam ingezet te worden. Volledig verharde voortuinen in de vorm van grind met een enkele struik of volledig betegelde tuinen met plantenbakken zijn niet toegestaan. Maak gebruik van duurzame verhardingsmaterialen, zoals gebakken klinkers, natuursteen of maak gebruik van halfverharding zoals grind of hydraulisch zand. De beplanting van de tuinen bestaat uit inheems plantmateriaal dat past bij de grondslag van het gebied.
Dunsedijk - achter Rustoord
19
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Gebiedsgericht De SVIR benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. Voorts betreft het enkele specifieke gebieden zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam en Schiphol. In het Barro heeft het Rijk voor deze onderwerpen regels opgesteld waarmee de SVIR juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. In de SVIR worden, naast de onderwerpen van nationaal belang, accenten geplaatst op het gebied van bestuurlijke verantwoordelijkheden. Het beleid betekent een decentralisatie van rijkstaken en bevoegdheden. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en lagere overheden, burgers en bedrijven krijgen, zolang het nationaal belang niet in het geding is, de ruimte om oplossingen te creëren.
Ladder duurzame verstedelijking Een meer algemeen onderwerp uit de SVIR is 'duurzame verstedelijking'. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien.
Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'actuele regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van het Barro. Het plangebied ligt voor een deel wel in één van de aangewezen gebieden van het SVIR, namelijk het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur/EHS). Vanwege het feit dat de woningen passend moeten zijn op het cultuurhistorisch waardevolle landgoed De Utrecht is gekozen voor een ruime situering waarbij niet te dicht op Huize Rustoord wordt gebouwd. Deze keuze komt voort uit de cultuurhistorische analyse van het Monumentenhuis waarin is beschreven dat de woningen zo ver mogelijk van Rustoord en zijn bijgebouwen af moeten komen te liggen.
20
Dunsedijk - achter Rustoord
Derhalve worden de bestemmingsvlakken binnen de NNN verschoven ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan uit 2002. De planlocatie behoort bij Landgoed De Utrecht, eigendom van ASR Levensverzekeringen NV. In het kader van het Duurzaam Instandhoudingsplan Landgoed De Utrecht (2011) en in overleg met de gemeente, provincie en verschillende maatschappelijke groeperingen is eerder besloten tot de "rood voor groen"-regeling. In het kader van deze regeling is 32,5 hectare nieuwe natuur ontwikkeld (omzetting van 32,5 hectare landbouwgrond in nieuwe natuur bij Flaes, Deppo en Broekeling) en is de ontwikkeling van nieuwe bebouwing onder voorwaarden toegestaan. De afname van het NNN in voorliggend plan moet in het licht van deze natuurontwikkeling worden gezien. Dit is echter niet verwerkt in het provinciale natuurbeheerplan. De realisatie van de genoemde 32,5 hectare nieuwe natuur is dermate groot dat deze de 5.320 m 2 aan te verwijderen NNN binnen voorliggend plan ruimschoots compenseert. Daarnaast krijgt het NNN rondom het plangebied een ecologische kwaliteitsimpuls. Deze kwaliteitsimpuls is uitgewerkt in paragraaf 3.2 en het landschappelijk inpassingsplan (bijlage 1 bij de regels). Tevens krijgt het gebied een cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteitsimpuls (zie ook paragraaf 5.5 Cultuurhistorie).
Het plan biedt kans om het oorspronkelijke ontwerp van de door tuinarchitect Dirk Frederik Tersteeg ontworpen Engelse Landschapstuin bij Rustoord te herstellen en versterken, omdat het ontwerp hierop is gebaseerd. Ladder duurzame verstedelijking Voorliggend initiatief omvat de bouw van zes nieuwe woningen. Uit jurisprudentie blijkt dat er pas vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling zoals bedoeld in artikel 3.1.6. Bro. Toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking is niet nodig. Het initiatief past binnen het rijksbeleid.
4.2
Provinciaal beleid
Omgevingsvisie Noord-Brabant Met de Brabantse omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant' hebben Provinciale Staten in december 2018 de visie op de fysieke leefomgeving vastgesteld. De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Dat gaat om ambities op gebied van de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Rode draad in de visie is om de kwaliteit van de Brabantse leefomgeving te behouden, te versterken en door te geven aan volgende generaties. De visie benoemt ambities over hoe Brabant er in 2050 uit moet zien en stelt mobiliserende tussendoelen voor 2030. Deze doelen zijn zelfbindend voor de provincie. Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Net zoals de Omgevingswet een groot aantal wetten vervangt, zo vervangt de Brabantse omgevingsverordening een aantal provinciale verordeningen. Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook een omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied.
In de omgevingsvisie staat wat de provincie wil bereiken en wat ze wil doen om dat te bereiken. Soms vraagt dat om een nadere uitwerking van beleid en maatregelen in een (beleids)programma, soms zijn er regels nodig om de ambities te realiseren. De Interim omgevingsverordening vervangt de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er alleen inhoudelijke wijzigingen zijn doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid.
Dunsedijk - achter Rustoord
21
Planspecifiek Op de kaarten van de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is het plangebied (deels) aangeduid als Landelijk gebied, Groenblauwe mantel, Cultuurhistorisch waardevol gebied (Complex van Cultuurhistorisch belang), Natuurnetwerk Brabant en stalderingsgebied. Binnen de aanduiding 'Stalderingsgebied' gelden extra randvoorwaarden aan de ontwikkeling van veehouderijen. Deze aanduiding is niet van belang voor onderhavig initiatief. Hieronder worden de relevante artikelen uit de omgevingsverordening voor onderhavig plan besproken. Artikel 3.5 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit 1. Een bestemmingsplan geeft bij de evenwichtige toedeling van functies invulling aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. 2. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige, gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: a. zorgvuldig ruimtegebruik; b. de waarden in een gebied met toepassing van de lagenbenadering; c. meerwaardecreatie. Artikel 3.6 Zorgvuldig ruimtegebruik 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a.
de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing (het werkingsgebied Stedelijk Gebied of een bestaand bouwperceel), behalve in de gevallen dat: nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt in Landelijk Gebied bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant: a. strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken; b.
bevat regels gericht op de bescherming van de ecologische waarden en kenmerken en houdt daarbij ook rekening met andere aanwezige waarden en kenmerken, zoals rust, stilte, cultuurhistorische waarden en kenmerken; c. staat, zolang het Natuur Netwerk Brabant niet is gerealiseerd, bestaande bebouwing en bestaande planologische gebruiksactiviteiten toe. 2. Als ecologische waarden en kenmerken gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. 3. Als de inrichting en beheer van het Natuur Netwerk Brabant binnen een gebied is verzekerd, stelt de gemeente binnen negen maanden een bestemmingsplan vast overeenkomstig het eerste lid.
22
Dunsedijk - achter Rustoord
Ad. Met voorliggend plan worden de planologische ontwikkelingsmogelijkheden uit het geldende bestemmingsplan voor het plangebied omgezet naar ontwikkelingsmogelijkheden die beter passend zijn binnen de cultuurhistorische identiteit van Landgoed De Utrecht. Aan de zorgplicht voor ruimtelijke kwaliteit wordt invulling gegeven doordat het ruimtebeslag en de gebruiksintensiteit van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling van kleinere omvang is dan het ruimtebeslag en de gebruiksintensiteit van de ontwikkelingsmogelijkheden in het vigerende bestemmingsplan. De kwaliteitsverbetering van het landschap bestaat eruit dat de beoogde ruimtelijk ontwikkeling een aantoonbare fysieke verbetering van de cultuurhistorische kwaliteiten betreft ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Dit is nader onderbouwd in paragraaf 5.5 Cultuurhistorie en archeologie. Concreet bestaat de afname van het ruimtebeslag uit een vermindering van het oppervlak en de inhoud aan bebouwing. De 28 vakantieappartementen waarvoor in 2002 reeds een bouwvergunning is verleend hebben een inhoud van circa 22.900 m3 en een oppervlak van circa 2.650 m2. De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van de zes woningen heeft een maximale inhoud van circa 7.800 m 3 en een maximaal oppervlak van circa 1.860 m2.
Er zijn bouwvlakken van maximaal 500 m² per woning opgenomen, waarbinnen de aangegeven oppervlaktes/inhoud aan bebouwing wordt gerealiseerd. Bovendien wordt een bestaande verharde tennisbaan van circa 260 m2 verwijderd. In hoofdstuk 5 van dit plan wordt onderbouwd dat bij de beoogde ontwikkeling rekening wordt gehouden met de gevolgen voor de bodemkwaliteit, waterhuishouding, in de grond te verwachten monumenten, de cultuurhistorische waarden en ecologische waarden. In paragraaf 3.2 en bijlage 1 bij de regels wordt beschreven hoe rekening wordt gehouden met de landschappelijke waarden. In 2015 heeft de provincie reeds aangegeven positief te staan tegenover een herbegrenzing van (toen nog) de Ecologische Hoofdstructuur (nu Natuur Netwerk Brabant). Al sinds de jaren '70 bieden diverse bestemmingsplannen bouwmogelijkheden op deze plek, welke met voorliggend plan belangrijk worden ingeperkt. Per saldo leidt dit plan tot een verbetering van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Het ontwerpbestemmingsplan is een jaar geleden in procedure gebracht. Het plan wordt nu gewijzigd vastgesteld, na intensieve afstemming met de provincie over het behoud en de versterking van de cultuurhistorische waarden en na een (nog te nemen) herbegrenzingsbesluit voor de NNB. Afgesproken is om op basis van een kleinschalige herbegrenzing (artikel 3.21 IOV) financieel te compenseren.
Artikel 3.29 Cultuurhistorische waarden Een bestemmingsplan van toepassing op Cultuurhistorisch waardevol gebied is mede gericht op behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden en kenmerken, zoals beschreven op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) en stelt regels ter bescherming van de cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden. Ad. De voorgenomen ontwikkeling van de zes woningen vindt plaats binnen het cultuurhistorisch vlak 'Landgoed De Utrecht'. Binnen het cultuurhistorisch vlak zijn plannen, projecten of handelingen niet toegestaan indien zij de aardkundige of cultuurhistorische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden aantasten. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW) van de Provincie Noord Brabant is Landgoed De Utrecht aangewezen als Complex van Cultuurhistorisch belang 'Landgoed De Utrecht' (artikel 3.31 IOV). De Utrecht is een bijzonder omvangrijk landgoed, grotendeels bestaand uit productiebossen en landbouwgronden. De cultuurhistorische waarden van dit gebied worden verder toegelicht in paragraaf 5.5 Cultuurhistorie. Onderhavig plangebied komt in de beschrijving van de cultuurhistorische waarden en kenmerken niet voor, behalve dan dat de locatie achter het waardevolle Rustoord is gelegen, dat wel in de beschrijving voorkomt.
Op de CHW is te zien dat de Dunsedijk en de Kinderlaan zijn aangeduid als cultuurhistorisch geografisch
Dunsedijk - achter Rustoord
23
waardevolle lijnen en Huize Rustoord plus bijgebouw aangeduid is als Rijksmonument. De voorgenomen ontwikkelingen die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, tasten de bovengenoemde waarden en kenmerken niet aan, maar dragen bij aan behoud en herstel van die waarden door een duurzame bestemming aan het plangebied te geven (zie ook beschrijving in paragraaf 3.2 en 3.3). Daarnaast geldt er in het plangebied nu een bouwrecht voor 28 vakantieappartementen, verdeeld over 4 torens. De ontwikkeling met 28 vakantieappartementen doet een grote inbreuk op de cultuurhistorische waarden. Op basis van de eerdergenoemde aanduiding Complex van Cultuurhistorisch belang is het voorliggende plan (de bouw van zes woningen) mogelijk, mits de ontwikkeling gepaard gaat met het behoud en de versterking van de cultuurhistorische waarden. Het plan biedt de kans om de oorspronkelijke tuin volgens het ontwerp van tuinarchitect Dirk Frederik Tersteeg deels te herstellen, wat een versterking van de cultuurhistorische waarden met zich meebrengt. Ook zullen de woningen zodanig worden gesitueerd dat zij bijdragen aan de cultuurhistorische waarden van deze omgeving bij Huize Rustoord en de cultuurhistorisch waardevolle tuin dus bespaard blijft en hersteld kan worden. Dit betekent wel dat de woningen meer naar achteren worden gesitueerd en het NNB zal worden aangetast.
Hier dient op basis van artikel 3.21 IOV een kleinschalige herbegrenzing plaats te vinden en daarvoor financieel gecompenseerd wordt. Voor een toelichting op deze procedure wordt verwezen naar paragraaf 5.3 Ecologie. In de regels van onderhavig bestemmingsplan is de bescherming van de (samenhang van) genoemde waarden en kenmerken geborgd door middel van de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie'. Voor een nadere toelichting op de bescherming van de cultuurhistorische waarden wordt verwezen naar hoofdstuk 5.5 Cultuurhistorie. Artikel 3.32 Landschappelijke waarden in de groenblauwe mantel 1. Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Ad.
Op de onderstaande afbeelding is te zien dat een klein gedeelte van de planlocatie is gelegen in de groenblauwe mantel (blauwe strepen). De voorgenomen ontwikkeling van de zes woningen binnen de planlocatie is niet van invloed op de groenblauwe mantel omdat er geen nieuwe bebouwing in de groenblauwe mantel wordt gerealiseerd.
24
Dunsedijk - achter Rustoord
Uitsnede basiskaart landelijk gebied Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
Conclusie Gezien de hiervoor beschreven aspecten staat het provinciaal beleid de ontwikkeling van de locatie niet in de weg. Het initiatief is passend binnen het provinciaal beleid. De bescherming van de waarden binnen het Natuur Netwerk Nederland, cultuurhistorische en landschappelijke waarden is opgenomen binnen de bestemmingen.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1 Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek In januari 2014 heeft de gemeenteraad de Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek vastgesteld. Hilvarenbeek kent naast de hoofdkern en de kleinere kernen een groot landelijk gebied waarin veel ontwikkelingen gaande zijn. De functieveranderingen en dynamiek in de agrarische en recreatieve sector, natuurontwikkeling en de wens om de landschappelijke waarden te behouden, vraagt om een samenhangende visie op ruimtelijke ontwikkelingen en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. Deze structuurvisie bevat de kaders voor duurzame kwaliteitsverbetering in Hilvarenbeek. Het landschap in de gemeente is onderverdeeld in een vijftal landschapstypen, zijnde de beekdalen, kampenen hoevenlandschap, oud ontginningslandschap, jong ontginningslandschap en bos- en natuurgebieden. Onderhavig plangebied is grotendeels gelegen in het landschapstype 'bos- en natuurgebieden'. De ambitie voor de bos- en natuurgebieden is gericht op behoud en waar mogelijk versterking van de ruimtelijke verscheidenheid. Natuurwaarden, landschapswaarden en cultuurhistorische waarden worden zo veel mogelijk gemaximaliseerd en vormen een inspiratiebron en aanknopingspunt voor ruimtelijke ontwikkelingen.
Hier en daar kan nieuwe passende bebouwing in de landgoederen de grandeur van landgoederen versterken en zorgen voor een duurzame economische drager voor beheer en onderhoud. Cultuurhistorische structuren en elementen worden behouden en daar waar mogelijk beter zichtbaar en beleefbaar gemaakt. Dit betreft in alle gevallen maatwerk, waar geen meetbare en uniforme spelregels op toegepast kunnen worden.
Dunsedijk - achter Rustoord
25
De gemeente vereist dat elke ruimtelijke ontwikkeling die een wezenlijk ruimtelijk effect heeft op de omgeving gepaard moet gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. Gekeken wordt naar de impact van de ontwikkeling op de omgeving op basis van de volgende punten; De omvang van de ontwikkeling (vergroting bestemmingsvlak, bouwvlak of bouwvolume), Is er sprake van nieuw ruimtebeslag of wordt gebruik gemaakt van bestaande bebouwing, De aard van de locatie en de omgeving, De aard van de ontwikkeling en de mogelijke hinder voor de omgeving (verkeersaantrekkende werking, geluid, milieucategorie, beperkte gebruiksruimte), Betreft het een (traditioneel) gebiedseigen of gebiedsvreemde ontwikkeling, De “gewenstheid” van een ontwikkeling vanuit een (sectorale) beleidswens. De impact is bepalend voor de wijze en mate van de tegenprestatie die gevraagd wordt voor de kwaliteitsverbetering van het landschap. Deze worden onderverdeeld in 3 categorieën; 1. Categorie 1: geen tegenprestatie Ruimtelijke ontwikkelingen die bij recht in het bestemmingsplan worden toegestaan en derhalve geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen. 2. Categorie 2: De basisinspanning Ruimtelijke ontwikkelingen die beperkte kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen, waarbij de kwaliteitsverbetering wordt gerealiseerd door o.a.
te voorzien in een goede landschappelijke inpassing op eigen erf en/of direct aansluitend aan eigen erf en een goede milieukundige en duurzame terreininvulling. 3. Categorie 3: De basisinspanning-plus Ruimtelijke ontwikkelingen waarbij de basisinspanning voor kwaliteitsverbetering wordt verplicht, maar waarbij deze tot onvoldoende kwaliteitsverbetering leidt. Hierbij dient bovenop de basisinspanning ook een kwaliteitsverbetering buiten het eigen erf plaats te vinden, al dan niet genormeerd in euro's. Planspecifiek De gemeente Hilvarenbeek deelt de ontwikkeling van de zes woningen als alternatief voor 28 vakantieappartementen die binnen het vigerend bestemmingsplan mogelijk zijn in onder categorie 1 vanwege het feit dat de ontwikkeling van de zes woningen een afname van de maximale bouwmassa met zich mee brengt ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Bovendien passen de 6 woningen beter in het cultuurhistorisch waardevolle gebied dan de 28 gestapelde vakantieappartementen. Hiermee sluit het plan aan bij het beleid uit de Structuurvisie Buitengebied Hilvarenbeek. 4.3.2 Beleidsvisie Landgoederen De gemeenteraad van Hilvarenbeek heeft op 21 maart 2013 de Beleidsvisie Landgoederen Hilvarenbeek vastgesteld. In deze visie heeft de gemeente het te voeren beleid inzake de voorgenomen ontwikkeling van Landgoed de Utrecht geformuleerd.
Specifiek voor het gebied ‘Golfbaan/Verblijfsaccommodatie De Utrecht’ met daarbinnen de bebouwingsmogelijkheden voor 28 recreatieappartementen op basis van het bestemmingsplan ‘Partiële herziening Golfbaan/Verblijfsaccommodatie De Utrecht’ geldt, dat de rechthebbende (CRA Vastgoed) niet de instandhouding van het gehele Landgoed De Utrecht als doelstelling heeft. Feitelijk zijn deels wel en deels niet gerealiseerde ruimtelijke ontwikkelmogelijkheden van de planvorming "Golfbaan / Verblijfsaccommodatie De Utrecht" een resultante van eerdere pogingen om nieuwe economische dragers te vinden voor het landgoed. In retrospectief kan worden vastgesteld, dat de planvorming en vergunde rechten ten aanzien van de verblijfsaccommodatie onvoldoende bijdrage hebben geleverd aan de langjarige instandhouding van het landgoed en dat het alsnog realiseren ook afbreuk zal doen aan de kwaliteit van Landgoed De Utrecht als complex van cultuurhistorisch belang.
26
Dunsedijk - achter Rustoord
Bij de beoordeling van de nu door rechthebbende (CRA Vastgoed) en de eigenaar (ASR) gewenste ruimtelijke ontwikkelingen (permanente woningen) ter vervanging van de bestaande bestemming en vergunde rechten, gelden in principe dezelfde overwegingen als bij de ruimtelijke ontwikkelingen van de landgoedeigenaar zelf, te weten dat de economische dragers (in dit geval woningen): in redelijkheid nodig kunnen worden geacht voor het beheer van het landgoed ofwel een bijdrage leveren aan de langjarige instandhouding van het landgoed (door middel van erfpacht voor de grond ten behoeve van het onderhoudsfonds); een bijdrage leveren aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische waarden van het landgoed. De ruimtelijke ontwikkeling die middels voorliggend plan wordt gerealiseerd draagt zorg voor het grotendeels instandhouden van de bestaande erfpachtcanon die door rechthebbende (Parc De Utrecht BV) aan de eigenaar van Landgoed De Utrecht (ASR) wordt betaald op basis van de mogelijkheid van het bouwen van de 28 vakantieappartementen binnen het vigerende bestemmingsplan. De erfpachtcanon maakt deel uit van de exploitatie van Landgoed De Utrecht en draagt bij aan de vulling van het onderhoudsfonds van De Utrecht.
Tevens draagt de omzetting van de ontwikkelingsmogelijkheden van gestapelde vakantieappartementen naar grondgebonden woningen bij aan het behoud van de cultuurhistorische warden van Landgoed De Utrecht omdat de woningen beter aansluiten bij de cultuurhistorische identiteit van het landgoed. Conclusie De ruimtelijke ontwikkelingen die onderwerp zijn van onderhavig plan voldoen aan de beleidsdoelstellingen en beoogde ontwikkelingsrichting zoals uiteengezet in de Beleidsvisie Landgoederen van de gemeente Hilvarenbeek. 4.3.3 Bijdrage ruimtelijke kwaliteit In Hilvarenbeek speelt een groot aantal ontwikkelingen dat niet binnen de geldende bestemmingsplannen mogelijk is, maar waaraan de gemeente wel graag medewerking wil verlenen. Deze plannen worden getoetst aan bestaande wet- en regelgeving en beleid en beoordeeld wordt of sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. In alle gevallen zal er sprake zijn van een ingreep in de bestaande omgeving. Deze ingreep zal gevolgen hebben voor de inrichting, functioneren en kwaliteit van de omgeving. De gemeente is verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit binnen haar grondgebied en investeert daar ook continu in. De gemeentelijke investeringen dragen namelijk veelal bij aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en daarmee het woon-, leef- en vestigingsklimaat.