CConstaterende datHilvarenbeek
Koppel je AI →
Document · PDF

01c Deel A-B-C ontwerpomgevingsvisie Hilvarenbeek TER INZAGE

Overige evenementen 27 februari 2025, gemeente HilvarenbeekBij agendapunt: Omgevingsvisie25.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

56 een school. De kern staat bekend om de gezellige horecagelegenheden en het jaarlijkse evenement ‘Het Spektakel’ dat vele bezoekers trekt voor muziek en optredens. Esbeek Esbeek is een sfeervol kransakkerdorp en is ontstaan door het bouwen van buurtschappen rondom de bolle akkers. De oorspronkelijke ringstructuur van de kern werd onderbroken met de aanleg van de N269. Hierdoor zijn de woongebieden aan de westkant van deze weg ontwikkeld. Typerend voor Esbeek is ook de sterke culturele band met kunstenaar Andreas Schotel, met een museum en wandelroute gewijd aan zijn werk. Baarschot Baarschot is de kleinste kern in de gemeente Hilvarenbeek en heeft een sterk agrarisch verleden. De kern heeft een karakteristieke lintbebouwing langs de Baarschotsestraat met historische langgevelboerderijen en een voormalige bierbrouwerij. Hoewel landbouw ooit de belangrijkste bron van inkomsten was, speelt tegenwoordig ook recreatie en toerisme een belangrijke rol. Typerend voor Baarschot is het historische karakter en de verschillende lokale activiteiten.

7.2.2. Koers Landbouwverkeer in de kern Om overlast te verminderen en (het gevoel van) onveiligheid te voorkomen, realiseren we een route voor landbouwverkeer om de kern Hilvarenbeek heen. Hiermee ontvlechten we verkeersstromen en hoeft het landbouwverkeer niet meer door de smalle straten in de kern te rijden. Handelingsperspectief voor verbetering van de waterkwaliteit en -kwantiteit Zoals beschreven in paragraaf 6.4.4. heeft waterschap De Dommel een handelingsperspectief opgesteld voor het verbeteren van de waterkwaliteit en -kwantiteit. Deze is per landschapstypen (hoge koppen, flanken en

beekdalen) gebiedsgericht uitgewerkt. Voor het stedelijk gebied geldt het handelingsperspectief van het Waterschap De Dommel (paragraaf 6.4.4.). Woningbouwlocaties In paragraaf 6.2.3. is aangegeven dat de woningbouwontwikkelingen die we mogelijk maken, een antwoord zijn op de wens te groeien en woningen te bieden aan onder andere jongeren, en passen bij de schaal van de gemeente en goed zijn verdeeld over de verschillende kernen. Woningbouwplannen groter dan vijf woningen zijn samen met de uitbreidingsmogelijkheden weergegeven op de omgevingsvisiekaart (zie de kaart op pagina 51). Voor de volledigheid hebben we deze ook per kern opgenomen in onderstaand overzicht. Woningbouwlocaties Hilvarenbeek: › Gelderakkers › Gelderakkers 2 › Gelderakkers 3 › Diessenseweg 99 › Gelderstraat 14 › J.F. Kennedylaan 1 › Roodloop/Tilburgseweg › Kern Hilvarenbeek (meer dan één locatie) › Voortsepad 6b › Vrijthof 19 › Bloemenstraat 26 › Molenstraat e.o. › Slibbroek Noord Voor de uitbreiding van de kern Hilvarenbeek zien we onder andere mogelijkheden richting het zuiden. Woningbouwlocaties Diessen: › Julianastraat 37-39 › Vroonackers III › Vroonackers IV › Julianastraat 36-42

57 › Kern Diessen › Echternachstraat 1 Voor de uitbreiding van de kern Diessen zijn op dit moment nog geen mogelijkheden bekend. Dit onderzoeken we nog. Woningbouwlocaties Biest-Houtakker: › Kern Biest-Houtakker (meer dan één locatie) › Biestsestraat 26 › Beverakkers V › Biestsestraat 42 Voor de uitbreiding van de kern Biest-Houtakker zijn op dit moment nog geen mogelijkheden bekend. Dit onderzoeken we nog. Woningbouwlocaties Haghorst: › De Welder › De Welder 2e fase › Sociaal ruimtelijke visie Haghorst Voor de uitbreiding van de kern Haghorst zien we onder andere mogelijkheden richting het westen. Woningbouwlocaties Esbeek: › Leeuwerik 4 › Esbeek Zuid › De Wingerd We zien mogelijkheden voor de uitbreiding van de kern Esbeek onder andere richting het noorden, maar ook aan de zuidkant van de kern richting het zuidoosten. Woningbouwlocaties Baarschot: › Brouwershof 2e fase Voor de uitbreiding van de kern Baarschot zien we mogelijkheden onder andere aan de zuidzijde van de kern.

De woningbouwlocaties Kleine Voort 7, Dunsedijk, Landgoed De Utrecht en Esbeekseweg 15 vallen niet in het gebied wonen, maar in het agrarisch buitengebied.

58

7.2.3. Afwegingskader De focus ligt op het realiseren van voldoende passend woningaanbod om zo plaats te bieden aan de jongere generatie. Dit is cruciaal voor de ontwikkeling van Hilvarenbeek, omdat zij bijvoorbeeld zorgmedewerkers en mantelzorgers zijn. Ook Hilvarenbeek vergrijst. Daarom moeten we ons daarop voorbereiden. In de kernen zoeken we naar geschikte locaties voor zorgwoningen. We zetten in op het behoud van het dorpse karakter om ervoor dat zorgen dat kernen hun eigen identiteit behouden en de kernen niet aan elkaar groeien. Hierbij staat ook de aansluiting en overgang van de kernen en het landschap centraal. We blijven een autoafhankelijke gemeente, maar tegelijkertijd stimuleren we actieve mobiliteit door extra aandacht te hebben voor wandelen en fietsen door middel van veilige (snel)fietsverbindingen. Nieuwe ontwikkelingen worden geleid door bodem en water. We nemen maatregelen om absorptie te verbeteren en wateroverlast te voorkomen. In woongebieden nabij de beekdalen kan het natter zijn. We versterken de doorkijkjes vanuit de woongebieden naar het landschap en trekken het groen verder de kernen in met respect voor de cultuurhistorisch waardevolle landschappen en structuren. We hanteren de hoogste ambitie om overlast van bijvoorbeeld geur te verminderen. Dit doen we door in het omgevingsplan beperkingen op te leggen aan agrariërs (niet in dit deelgebied).

We versterken groenstructuren en het groene karakter van de woonomgeving. Nieuwe woningen zijn natuurinclusief en klimaatadaptief.

59 We hebben een lagere ambitie voor een natuurinclusieve agrarische sector omdat dit in de kernen nauwelijks voorkomt en alleen aan de randen van de kernen. Voor recreatie en toerisme ligt de focus in andere gebieden. In de woongebieden is dit nauwelijks aan de orde. Kleine bestaande bedrijven in de woongebieden mogen blijven, maar we bieden geen ruimte aan nieuwe bedrijven. Nieuwe bedrijven vestigen zich op de daarvoor bestemde locaties. Voor kleine bedrijven aan huis blijven we wel mogelijkheden bieden. Het inpassen van energieopwekking – in de woongebieden met name zon op daken – is noodzakelijk voor het behalen van de doelstellingen. We bieden ruimte aan initiatieven en collectieve oplossingen.

7.2.4. Milieumengpaneel We willen de mogelijk nadelige effecten op de omgeving voor inwoners beperken. Daarom hanteren we voor de milieuaspecten met betrekking tot luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en de kwaliteit van het oppervlaktewater een middelhoge ambitie. Voor geluid van bijvoorbeeld verkeer betekent dit specifiek dat 30 km/uur zones acceptabel zijn bij een middelhoge ambitie. Voor het beperken van geur hebben we een hogere ambitie. Voor geur geldt de geurverordening onverkort. Hierin zijn normen op gemeentelijk niveau opgenomen die strenger zijn dan de landelijke normen. Voor het beperken van spuitzones zetten we in op het hoogste ambitieniveau. Dat we op de andere milieuaspecten geen hogere ambitie hebben, betekent zoals gezegd niet dat we hier geen maatregelen voor nemen. We zorgen ervoor dat we altijd aan de wet voldoen en soms meer.

60

7.3. Centrumgebieden 7.3.1. Karakter De twee grootste kernen, Hilvarenbeek en Diessen, beschikken beide over een centrumgebied met winkels, horeca en voorzieningen. In Hilvarenbeek is het centrum gelegen rondom De Vrijthof en Gelderstraat/Hilverstraat. In Diessen ligt het centrum rond de Heuvelstraat en Willibrordusstraat. Kenmerkend voor beide centrumgebieden is de charmante en historische uitstraling met een mix van culturele en natuurlijke bezienswaardigheden.

7.3.2. Koers De centra zijn herkenbaar, onderscheidend en compact. In de centrumgebieden staan de bezoeker en ontmoeting centraal. We streven naar een levendig winkelhart en bruisende horeca die de Beekse identiteit benadrukken. Het cultuurhistorisch waardevolle karakter en de inpassing van klimaatadaptatie en duurzaamheidsmaatregelen, zoals minder verharding, meer groen, schaduw en waterberging, zijn hierin essentieel. We verbeteren de bereikbaarheid en verkeersveiligheid van het centrum door het autoverkeer hier te beperken. Minder auto’s in het straatbeeld vergroot daarnaast ook de algehele aantrekkelijkheid van het centrum. De centralisatie van winkels in de kernen van Hilvarenbeek en Diessen speelt een cruciale rol in het creëren van een vitaal en aantrekkelijk kernwinkelgebied. We vergroten de aantrekkelijkheid van de winkelgebieden door te focussen op sfeer en belevingswaarde. Daarnaast sturen we actief op de herbestemming van leegstaande panden. Voor behoud van de levendigheid stimuleren we saamhorigheid en ondernemingszin. Voor gemeentelijke en lokale evenementen is er voldoende ruimte in het centrum van Hilvarenbeek, waardoor het gebied een belangrijke ontmoetingsplek blijft voor onze inwoners.

61

7.3.3. Afwegingskader De centrumgebieden zijn voor iedereen, maar we vinden het wel belangrijk dat er (ook) voor de jongeren iets te doen is. Hiermee stimuleren we hen om in de gemeente te blijven. We zetten iets hoger in op zorg voor ouderen en kwetsbaren in de centrumgebieden. Dit uit zich in het realiseren van een toegankelijke openbare ruimte en het op peil houden van het voorzieningenniveau. Met name in het centrum van Hilvarenbeek zetten we maximaal in op het behoud van het dorpse karakter. De Vrijthof is een beschermd dorpsgezicht en samen met de omgeving heeft dit een hoge cultuurhistorische waarde. Nieuwe ontwikkelingen toetsen we daarom aan welstand en beeldkwaliteit. We verbeteren de toegankelijkheid voor langzaam verkeer en stimuleren daardoor actieve mobiliteit. We maken de centrumgebieden aantrekkelijker voor fietsers door het plaatsen van laadpunten voor elektrische fietsen en stallingen. Bij nieuwe ontwikkelingen houden we rekening met bodem en water. We nemen klimaatadaptieve maatregelen als de mogelijkheid zich voordoet. In de centrumgebieden is het landschap nauwelijks aan de orde, maar als groenontwikkelingen plaatsvinden, haken we daarop aan. In de centrumgebieden hebben we te maken met meer geluid in verband met de aanwezige horeca en evenementen dan in de woongebieden. Hiervoor is al beleid. We nemen geen extra maatregelen.

Flora en fauna heeft geen prioriteit in het centrum, maar doordat we wel inzetten op het vergroenen van het centrum nemen we dit automatisch mee. Het vergroenen van het centrum draagt namelijk bij aan een hogere belevingswaarde en het tegengaan van hittestress.

62 In het centrumgebied is geen ruimte voor de agrarische sector.

We zetten maximaal in op recreatie en toerisme omdat dit een positieve bijdrage levert aan het draagvlak voor voorzieningen. Met name op het gebied van cultuurhistorie kunnen we in de centrumgebieden veel bieden. In de centrumgebieden stimuleren we, met het oog op het aantrekken van bezoekers en het elkaar ontmoeten, publiekstrekkende bedrijven zoals detailhandel en horeca. Daarnaast is het tegengaan van leegstand en daarmee het behoud van het horeca- en winkelaanbod van groot belang voor de leefbaarheid van het centrum. Energieopwekking, met name zon op daken, passen we in daar waar het mogelijk is met behoud en uitstraling van het karakter.

7.3.4. Milieumengpaneel Het centrum is een druk gebied waar veel activiteiten en bewegingen van personen en goederen plaatsvinden. Naast dat hier veel mensen samenkomen en verblijven, is het ook een gebied waar mensen wonen. Daarom hanteren we hier op veel van de milieuthema’s dezelfde ambitie als in de woongebieden. Voor geluid van activiteiten hebben we daarentegen wel een lagere ambitie en zetten we in op de basis op orde omdat we horeca en evenementen de ruimte willen geven.

63

7.4. Bedrijventerreinen 7.4.1. Karakter Inleiding Binnen de gemeente Hilvarenbeek beschikken we over zes bedrijventerreinen en verschillende bedrijvenclusters. Bedrijventerreinen Slibbroek en Bukkum liggen in de kern Hilvarenbeek. Bedrijventerrein Mierbeek ligt aan de noordkant van de kern Esbeek. In Diessen liggen de twee bedrijventerreinen Laardal en De Buskes. Tot slot ligt in Haghorst het bedrijventerrein Wilhelminadijk. Slibbroek (Hilvarenbeek) Dit is voor veel bedrijven een aantrekkelijke vestigingslocatie vanwege de gunstige ligging aan de noordkant van de kern Hilvarenbeek. Op het bedrijventerrein zijn voornamelijk kleinschalige bedrijven gevestigd met een lage milieucategorie 21. Ondanks de korte afstand tot het woongebied is de impact voor omwonenden klein. Bukkum (Hilvarenbeek) Bukkum biedt ruimte aan bedrijven in de sectoren ambacht, handel en logistiek met een maximale milieucategorie van 3.2. In de loop van de tijd zijn er ook andere functies op het bedrijventerrein gevestigd en is het een gemengd terrein geworden. Vanwege de ligging nabij het woongebied van de kern Hilvarenbeek is zware bedrijvigheid en andere bedrijvigheid met een hoge impact niet gewenst.

Dit is het nieuwste en grootste bedrijventerrein in de gemeente Hilvarenbeek. Het noordelijke deel van het bedrijventerrein is voornamelijk geschikt voor industrie en bedrijven tot en met milieucategorie 4.1, mits dit vergelijkbaar is met milieucategorie 3.2. Het zuidelijke gedeelte dat dichterbij het woongebied van de kern Esbeek ligt, is vooral geschikt voor kleinere bedrijven tot milieucategorie 3.1. Laardal (Diessen) Laardal is een monofunctioneel bedrijventerrein met een typische opzet en bestaat voornamelijk uit bedrijfshallen met platte daken. De Buskes (Diessen) Dit terrein is qua bebouwing wat gevarieerder. De bebouwing nabij de Beekseweg is klein en middelgroot en richting het noorden wordt dit steeds groter. Het terrein is voornamelijk in gebruik door bedrijven in de sector transport en logistiek. Wilhelminadijk (Haghorst) Wilhelminadijk bestaat uit een clustering van bedrijven aan de noordzijde van de kern Haghorst en langs het kanaal. Dit bedrijventerrein ligt op de overgang van de kern met het landschap.

Mierbeek (Esbeek)

21

De in de Handreiking Activiteiten en Milieuzonering (VNG, oktober 2024) beschreven nieuwe systematiek voor milieuzonering (onder de Omgevingswet) werkt niet meer met zones gekoppeld aan milieucategorieën en een Lijst van activiteiten met afstanden per activiteit. In plaats daarvan wordt gewerkt met zones met milieuwaarden (niet zijnde omgevingswaarden) die de gebruiksruimte per activiteit begrenzen, zónder een Lijst van activiteiten. De basisprincipes van milieuzonering zoals gehanteerd in de VNG-uitgave

Bedrijven en Milieuzonering 2009 blijven echter hetzelfde. Uitgangspunt blijft functiescheiding waar dat nodig is en het toepassen van inwaartse zonering binnen bedrijventerreinen en andere werkterreinen. Daarom hanteren we in deze omgevingsvisie vooralsnog de term milieucategorie. In het omgevingsplan zal - gedacht vanuit de bedoeling achter de milieucategorie - een gepaste vertaling gemaakt moeten worden naar het nieuwe systeem.

64

65

7.4.2. Koers

7.4.3. Afwegingskader

We werken aan efficiënter ruimtegebruik en sluiten daarom bedrijven met een groot ruimtebeslag, zoals distributie- en datacentra, uit. Waar dit onvoldoende is om de vraag op te vangen en waar het landschappelijk kan, vergroten we bedrijventerreinen. Op dit moment is er ruimte voor de uitbreiding van bedrijventerreinen in de kernen Hilvarenbeek en Esbeek. Daarbij ligt de focus op het sturen op kwaliteit en het creëren van groeikansen voor bestaande bedrijven. In Hilvarenbeek breiden we Slibbroek-Noord uit met 2,7 hectare voor lichtere bedrijvigheid en breiden we Mierbeek-Noord in Esbeek uit met 2,7 hectare voor zwaardere bedrijven. In aanvulling op deze twee uitbreidingslocaties zoeken we actief naar een nieuwe locatie voor de ontwikkeling van een bedrijventerreinen rondom de kernen Hilvarenbeek, Esbeek en Diessen. Daarnaast stimuleren we maatregelen die de circulariteit binnen bedrijven bevorderen. Om verdroging en hittestress tegen te gaan en welzijn te bevorderen, sturen we actief op het vergroenen en klimaatadaptief inrichten van bedrijventerreinen. Klimaatstresstesten spelen hierbij een belangrijke rol om vroegtijdig zicht te hebben op toekomstige uitdagingen. Verder monitoren we de uitbreiding van bedrijfslocaties nauwgezet en sturen bij als dit leidt tot een toename in de milieu- en energiebelasting.

We willen het vestigingsklimaat voor de jongere generatie verbeteren en daarom willen we (startende) ondernemers graag faciliteren door te zoeken naar ruimtemogelijkheden. Op dit moment is de ruimte namelijk beperkt.

66 Op de bedrijventerreinen is zorg voor ouderen en kwetsbaren niet aan de orde.

Een natuurinclusieve agrarische sector is niet aan de orde op bedrijventerreinen.

Een deel van de bedrijventerreinen is gelegen in of tegen de kernen. Het respecteren van de stedenbouwkundige en cultuurhistorische structuren staat daarom centraal.

Op het gebied van recreatie en toerisme geldt dat we verblijfsvoorzieningen en horeca niet toestaan. Initiatieven zoals fietsverhuur zijn eventueel wel mogelijk maar we prioriteren bedrijfsfuncties. Door efficiënt ruimtegebruik en uitbreiding en onderzoek naar uitbreidingsmogelijkheden willen we ruimte bieden aan bestaande en nieuwe bedrijven.

Op bedrijventerreinen heeft het stimuleren van actieve mobiliteit minder prioriteit. Deze verantwoordelijkheid ligt bij de werkgever. Verder bieden we alternatieve routes voor langzaam verkeer om de verkeerbewegingen van voetgangers en fietsers op bedrijventerreinen te minimaliseren ten behoeve van de veiligheid. Op bedrijventerreinen willen we overlast van water zo veel mogelijk beperken. Daarom hebben we meer aandacht voor een goede afwikkeling van regenwater en het vasthouden hiervan. Met name bij de uitbreiding van bedrijventerreinen vinden we het belangrijk dat de aansluiting op de omgeving en de landschappelijke inpassing goed zijn. Dit doen we door landschappelijke elementen en kavelstructuren als uitgangspunten te nemen. Op bedrijventerreinen staat ondernemen op één. Daarom zoeken we op bedrijventerreinen naar een goede vertaling van de milieucategorieën naar de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet. Bedrijven kunnen zich ontwikkelen, mits de milieubelasting (voor mens en natuur) gelijk blijft. Bestaande bedrijfswoningen mogen worden gehandhaafd. Nieuwe staan we niet toe. We vergroenen de bedrijventerreinen met oog voor het ondernemersbelang. Dit is goed voor mens en dier. Niet alleen vermindert het hittestress, maar het biedt ook een prettige omgeving om even pauze te nemen. Verder draagt het bij aan de biodiversiteit.

Op bedrijventerreinen leggen we de focus op energieopwekking en collectieve oplossingen. Door het ondersteunen van Green Deals bieden we ruimte aan duurzame initiatieven vanuit de samenleving.

7.4.4. Milieumengpaneel Op de bedrijventerreinen bieden we ondernemers voldoende ruimte om hun activiteiten uit te kunnen voeren. Daarbij hebben we aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit en streven we naar kwaliteitsborging op bestaande bedrijventerreinen. Voor alle milieuthema’s zorgen we er in ieder geval voor dat de basis op orde is en we minimaal voldoen aan de wettelijke waarden.

67

7.5. Natuurgebieden 7.5.1. Karakter In het buitengebied van de gemeente Hilvarenbeek liggen verschillende natuurgebieden waarvan het Natura 2000-gebied Kempenland-West de hoogste landschappelijke waarden heeft. De Roovertsche Heide, landgoed De Utrecht en de beekdalen behoren tot dit Natura 2000-gebied. De overige natuur zoals de bossen, Gorp en Roovert en Annanina’s Rust zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant. Verder ligt er ook nog een RNLE-gebied (regionale natuur en landschaps-eenheid) in onze gemeente.

7.5.2. Koers We verbeteren de toegankelijkheid en beleving van de natuur en het buitengebied door het fiets- en wandeltoerisme verder uit te breiden. Hiermee willen we specifieke doelgroepen van recreanten stimuleren en aantrekken. Tegelijkertijd blijft de focus op het behoud van de natuur, waarbij recreatie en natuurbehoud hand in hand gaan. Om te voorkomen dat de aanleg van fiets- en wandelinfrastructuur leidt tot de versnippering van habitats en de verstoring van migratieroutes van dieren leggen we de fietsen wandelroutes groen aan. Aandachtspunten voor het behoud en de beleving van de natuur zijn onder andere de kosten voor extra beheer en onderhoud, het naleven van toegangsvoorwaarden door bezoekers en het voorkomen van afval. In het kader hiervan verkennen we verdienmogelijkheden voor terreinbeheerders van natuur en landgoederen, zodat dagrecreanten beter kunnen bijdragen aan de toenemende kosten voor beheer en toezicht. Verder bevorderen we de co-existentie van verschillende gebruiksvormen, zoals mountainbiken en wandelen. Zorgvuldige zonering, spreiding en regulering van recreatieve activiteiten is hierin essentieel.

68 Zo is het bijvoorbeeld van belang voor de bescherming van Natura 2000gebieden om deze zoveel mogelijk vrij te houden van (belastende) activiteiten. In de hoger gelegen natuurzone in het zuiden (onder andere gelegen in Hilvarenbeek) nemen we, samen met andere gemeenten in de regio, maatregelen om verdroging en uitputting van de grond tegen te gaan. Water houden we vast, bossen worden geleidelijk omgevormd naar loofbossen en jonge ontginningsgebieden worden omgevormd naar een kleinschalig landschap met bronnen, vennen, landgoederen, (nieuwe en bestaande) bossen en voedselbossen. Door deze integrale aanpak blijft de natuur beleefbaar voor recreanten, terwijl het ecosysteem duurzaam wordt beschermd en ontwikkeld. De regio ziet kansen voor windmolens in het zuidelijke deel van de regio, waaronder in de gemeente Hilvarenbeek. Wel hebben we te maken met verschillende beperkingen, zoals radar en aanvliegroutes. Daarnaast heeft de provincie natuurgebieden gevrijwaard van grootschalige energieopwekking. Zoals aangegeven in paragraaf 6.3.1. verkennen we of de clustering van windmolens boven nieuw te ontwikkelen bos verantwoord is. Zoals beschreven in paragraaf 6.4.4. heeft waterschap De Dommel een handelingsperspectief opgesteld voor het verbeteren van de waterkwaliteit en -kwantiteit. Deze is per landschapstype (hoge koppen, flanken en beekdalen) gebiedsgericht uitgewerkt.

Voor natuurgebieden geldt het handelingsperspectief dat het Waterschap De Dommel heeft opgesteld (zie paragraaf 6.4.4.).

7.5.3. Afwegingskader

69 In de natuurgebieden zetten we niet specifiek in op bepaalde doelgroepen omdat we vinden dat de natuur voor iedereen is. De natuurgebieden zijn, zoals gezegd, voor iedereen. We zorgen er daarom voor dat de natuur ook voor ouderen en kwetsbaren bereikbaar en toegankelijk blijft. Een herkenbaar dorps karakter is met name relevant voor de overgangsgebieden tussen de kernen en de natuurgebieden, maar niet specifiek voor de natuurgebieden zelf. Dit heeft dus minder prioriteit. We willen dat de natuur voor iedereen bereikbaar en toegankelijk is. Voor een groot deel is dit al ruim voldoende, maar waar nodig verbeteren we de infrastructuur. Wel stimuleren we actieve mobiliteit zoals wandelen en fietsen door de aanleg van regionale fietsroutes. In de natuurgebieden zetten we maximaal in op herstel van het bodem- en watersysteem. Nieuwe ontwikkelingen moeten passen bij de landschappelijke ondergrond. Zo blijven beekdalen vrij van bebouwing en nemen we extra maatregelen om de waterinfiltratie en het tegengaan van verdroging van de hoge zandkoppen te verbeteren. We zetten iets hoger in op het behouden en versterken van de eigenheid van het landschap. Dit doen we door het behoud van de landgoederen en het zichtbaar en beleefbaar maken van cultuurhistorisch waardevolle structuren en elementen zoals de zandpaden en de smokkelaarsroutes.

In de natuurgebieden beperken we de milieubelasting tot een minimum door strengere regels te hanteren in omliggende gebieden voor bijvoorbeeld stikstof. Rondom Natura 2000gebieden hebben we daarom ook een buffer van 250 meter opgenomen waarbinnen activiteiten geen negatieve effecten mogen hebben op het desbetreffende Natura 2000-gebied.

Daarbij gaat het vooral om waterbeheer, gewasbeschermingsmiddelen en stikstof. Flora en fauna staat centraal in de natuurgebieden. We zetten hoger maar niet maximaal in op het behouden en versterken van de ruimte voor flora en fauna, om ook ruimte te bieden aan recreatie. Met name in de randen (zomen) van de bosgebieden speelt een natuurinclusieve agrarische sector een belangrijke rol. Daarom zetten we in deze gebieden volledig in op een natuurinclusieve agrarische sector. In de natuurgebieden ligt de focus op extensieve vormen van recreatie zoals wandelen, fietsen en een nieuwe mountainbikeroute. Aan de randen van de natuurgebieden zien we kansen voor extensievere vormen van recreatie zoals blijvende dagrecreatie of verblijfsrecreatie (met bebouwing). We zoeken naar de balans tussen de recreatiemogelijkheden in de natuurgebieden en aan de randen. Ruimte voor bedrijven is in de natuurgebieden niet aan de orde. Eventuele bestaande recreatiebedrijven mogen worden gehandhaafd. De inpassing van energieopwekking staan we alleen toe binnen strenge voorwaarden op het gebied van natuur en landschap.

70

7.5.4. Milieumengpaneel In de natuurgebieden hebben de waterkwantiteit en de luchtkwaliteit hoge prioriteit omdat deze tegelijkertijd bijdragen aan een goede bodemkwaliteit en het verminderen van de CO2-uitstoot. Door daarnaast ook de overlast door spuitzones en geluid te beperken, proberen we de biodiversiteit te verhogen. De waterkwaliteit is de komende jaren ook heel belangrijk, omdat het wettelijk verplicht is om de doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW; Europese richtlijn) te halen. Vanwege de ligging van de natuurgebieden nabij agrarische gebieden accepteren we hier iets meer geurhinder, maar nooit meer dan de wettelijk toegestane waarden.

71

7.6. Agrarisch buitengebied 7.6.1. Karakter Hilvarenbeek is van oudsher een agrarische gemeente. Het agrarisch gebruik van het buitengebied is de basis geweest voor het ruimtelijk karakter van dit gebied en heeft geleid tot drie verschillende landschapstypen: het kampenen hoevenlandschap, het oude ontginningslandschap en het jonge ontginningslandschap. Zoals beschreven in paragraaf 2.6. hebben het kampen- en hoevenlandschap en het oude ontginningslandschap van nature hoge landschappelijke en cultuurhistorische waarden in tegenstelling tot het jonge ontginningslandschap dat later is ontstaan.

7.6.2. Koers We streven naar een duurzame en evenwichtige ontwikkeling van het buitengebied waarin economische groei en omgevingskwaliteit hand in hand gaan. Grootschalige ontwikkelingen in het buitengebied proberen we te vermijden, distributiecentra en milieubelastende bedrijvigheid zoals grote industrie zijn onwenselijk. Voorzieningen voor grootschalige energieopwekking en -opslag passen we zorgvuldig in het landschap in. Een aantal locaties in het buitengebied is op de kaart aangeduid als zoekgebied voor de inpassingen van grootschalige oplossingen voor energieopwekking. Het landschapstype is leidend voor de ontwikkeling van het agrarisch buitengebied. Zo is het jonge ontginningslandschap primair voor de duurzame ontwikkeling van landbouw. In het kampen- en hoevenlandschap en het oude ontginningslandschap ligt de focus op landschapsherstel en beheer. In de tweede plaats bieden we hier ruimte voor initiatieven op het gebied van recreatie in combinatie met de duurzame ontwikkeling van landbouw. In het jonge ontginningslandschap ten westen van Hilvarenbeek

72 en Esbeek, tussen het Natura 2000-gebied en het kampen- en hoevenlandschap en oude ontginningslandschap, gelden dezelfde restricties als in het kampen- en hoevenlandschap en oude ontginningslandschap (en daarmee wijkt het af van de jonge ontginningslandschappen aan de oostkant van de gemeente). In het kader van de duurzame ontwikkeling van de landbouw streven we ernaar om agrotoeristische initiatieven te ondersteunen voor zowel dag- als verblijfsrecreatie. Dit biedt agrariërs nieuwe nevenverdienmodellen en extra afzetmogelijkheden voor hun producten. Voor recreanten biedt dit een toegankelijk(er) landelijk gebied door de beleving hiervan. Met name als dit bijdraagt aan een aantrekkelijk Hilvarenbeek (ook) bij slecht weer. Zoals beschreven in paragraaf 6.4.4. heeft waterschap De Dommel een handelingsperspectief opgesteld voor het verbeteren van de waterkwaliteit en -kwantiteit. Deze is per landschapstypen (hoge koppen, flanken en beekdalen) gebiedsgericht uitgewerkt. Dat geldt hier ook. Recreatiegebied De Beekse Bergen vormt een aparte situatie ten opzichte van de rest van buitengebied. De Beekse Bergen valt binnen aanduiding ‘recreatie op 1’. Dat betekent dat hier de ambitie recreatie en toerisme leidend is en de andere aspecten op gemiddeld staan.

73

7.6.3. Afwegingskader

Met een nieuwe visie op het VAB-beleid willen we innovatie stimuleren en een nieuwe dynamiek mogelijk maken door ondernemen en wonen, ook voor jongeren, te combineren.

In het buitengebied is zorg voor ouderen en kwetsbaren minder aan de orde omdat hiervoor de focus in de kernen en nabij voorzieningen ligt. Desondanks staan we ook open voor mogelijkheden van woonzorgvoorzieningen in het buitengebied wanneer deze passen bij de behoefte van de beoogde doelgroep en zorgverleners het bieden van zorg op de beoogde locatie haalbaar achten. We zetten hoger in op het behoud van een herkenbaar dorps karakter. Dit is terug te zien in de aansluiting van de kernen en linten op de landschappelijke structuren. Ontwikkelingen staan we alleen toe binnen de bestaande concentraties. Nieuwe initiatieven die daarbuiten vallen, wegen we zorgvuldig per locatie af met als doel om voor de agrariër verbreding mogelijk te maken. Ook in het buitengebied zetten we in op actieve mobiliteit. Dit doen we door de aanleg van regionale fietsroutes en het verbinden van de kernen met de omliggende gebieden. In het buitengebied staat het bodem- en watersysteem op één om verdere verschraling en verdroging van de bodem tegen te gaan. Daarnaast beschermen we de beekdalen en minimaliseren we de overlast en nadelige gevolgen van gewasbestrijdingsmiddelen (tijdelijk) door middel van spuitzones en (permanent) door de overgang naar een natuurinclusieve agrarische sector.

Specifiek in het kampen- en hoevenlandschap en het oude ontginningslandschap zetten we maximaal in op het behoud en herstel van de landschapsstructuren en -elementen in combinatie met gezamenlijk landschapsbeheer. In het agrarisch buitengebied sturen we op het verlagen van de milieubelasting. We sluiten aan op de geurverordening.

74 We versterken de ruimte voor flora en fauna in het buitengebied door de aanleg van de droge ecologische verbindingszone ten noorden van de kernen Hilvarenbeek en Diessen. Verder versterken we de groen blauwe structuren en herstellen we landschapselementen zoals houtwallen en hakbosjes. Voor de randen (zomen) sturen we op een beter maaibeleid zodat dit ten goede komt aan de biodiversiteit. We zetten in op het realiseren van een natuurinclusieve 22 agrarische sector door middel van natuur- en landschapsbeheer en een natuur- en diervriendelijkere productiewijze. Verder stimuleren we nieuwe initiatieven zoals voedselbossen. Toeristisch recreatieve initiatieven zijn kansrijk in delen van het buitengebied ten westen van de kernen Hilvarenbeek en Esbeek, de zone rondom het kanaal en ten zuiden en noorden van de Beekse Bergen. In gebieden in het buitengebied waar de agrarische functie leidend is staan we enkel nieuwe initiatieven toe die passen bij de agrarische activiteiten . In het buitengebied is beperkt ruimte voor de ontwikkeling van niet agrarische bedrijven mits dit passend is in de omgeving en andere voorzieningen, functies of bedrijvigheid niet schaad. Dit wordt ondersteund vanuit de provincie om versnippering in het buitengebied te voorkomen, de milieubelasting niet verder te verhogen en verkeersbewegingen te beperken. We zetten maximaal in op een passend energielandschap.

We ontwikkelen richtlijnen voor een goede landschappelijke inpassing hiervan in het buitengebied.

22

Bij natuurinclusieve landbouw produceren agrariërs voedsel en gewassen in harmonie met milieu, natuur en landschap. Zij doen dit door natuurlijke processen in de bedrijfsvoering te integreren, te zorgen voor een gezond bodem- en watersysteem, een aantrekkelijk landschap en meer biodiversiteit(De verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied), passend binnen

een economisch rendabele bedrijfsvoering. Dit kan bijvoorbeeld door minder kunstmest, bestrijdingsmiddelen en medicatie te gebruiken en meer ruimte te geven aan planten en dieren.

75

7.6.4. Milieumengpaneel We willen agrariërs in het buitengebied voldoende ruimte bieden om hun activiteiten uit te kunnen voeren net als de ondernemers op de bedrijventerreinen. Daarbij hebben we aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit en streven we naar een natuurinclusieve agrarische sector. Voor de milieuthema’s lucht, grondwaterkwaliteit en geur hanteren we een middelhoge ambitie.

76

8. Uitvoeringsparagraaf 8.1. Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we hoe we de visie in Hilvarenbeek willen operationaliseren. Als gemeente staan we hiervoor niet alleen zelf ‘aan de lat’. Samen met onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en partners gaan we aan de slag om de omgevingsvisie uit te voeren. Hierom beschrijven we in sommige gevallen ook wat er moet gebeuren om een project of ontwikkeling van de grond te krijgen, zodat dit betrokken kan worden in gesprekken over initiatieven.

Rollen Er zijn vier benaderingen van sturing. In elk van de vier benaderingen gaat het om overheidssturing, in die zin dat de overheid doelen formuleert en die probeert te realiseren in interactie met de omgeving. De aanduidingen in de kwadranten geven accenten aan in de rolopvatting en geen scheidingen. Zo wil de ‘Netwerkende Overheid’ óók prestaties leveren en ook zorgvuldig en duidelijk de kaders stellen net als de ‘Rechtmatige Overheid’. Afbeelding: Perspectieven op overheidssturing. Bron: gebaseerd kwadrantenmodel Nederlandse school voor openbaar bestuur. Zie voor meer informatie: Sedimentatie in sturing (Van der Steen et al 2015).

In dit hoofdstuk beschrijven we verder de doorwerking van de omgevingsvisie in de andere Omgevingswet-instrumenten. Daarnaast geven we aan hoe we als gemeente de uitvoering van onze gestelde ambities in de visie gaan monitoren en hoe we omgaan met het actualiseren van de visie.

8.2. Sturingsfilosofie Het uitgangspunt van de Omgevingswet is ontwikkelingen mogelijk maken en tegelijkertijd de kwaliteit van de leefomgeving waarborgen. Met de omgevingsvisie laten we inhoudelijk op hoofdlijnen zien hoe we in Hilvarenbeek initiatieven willen ondersteunen waarmee tegelijkertijd een bijdrage wordt geleverd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met deze visie als onderlegger gaan we daar de komende tijd concreet mee aan de slag. We sluiten daarbij aan bij het scenario samenwerkend Hilvarenbeek dat de raad eerder heeft vastgesteld. De concrete uitwerking van de omgevingsvisie hangt ook af van de rol die de gemeente aanneemt. We hebben als overheid diverse rollen en sturingsfilosofieën tot onze beschikking.

We hebben als gemeente hoge ambities om de democratie van onderaf beter te faciliteren, meer gebiedsgericht en van buiten naar binnen te werken. Dit past goed bij de geest van de Omgevingswet. Deze visie sluit goed aan bij de 'netwerkende' en 'responsieve' overheid. Hierbij staat 'van buiten naar binnen werken' centraal en draagt de samenleving initiatieven aan. Dat is voor ons een belangrijke leidraad. We zetten daarom in op alliantievorming, het zoeken naar partners om gezamenlijke doelen of belangen te behalen. Dit doen we met een relatiegerichte houding en we moedigen actief burgerschap

77 aan. Hier, bij de ontwikkeling naar een meer netwerkende en responsieve overheid, ligt ook een organisatorische opgave. Dit neemt niet weg dat het belangrijk is te benoemen dat we op verschillende thema's en/of gebieden verschillende sturingsfilosofieën nodig zullen hebben om het gewenste resultaat te behalen. Op onderdelen zal er dus een andere sturingsfilosofie gekozen kunnen worden. We werken dit verder uit bij concrete projecten. De sturingsfilosofie gaat overigens niet alleen over de rolneming van de gemeente ten opzichte van de samenleving maar ook over de rolneming van de raad ten opzichte van het college. In Hilvarenbeek vinden we het belangrijk dat de raad nauw betrokken blijft bij de uitvoering van de visie.

8.3. Operationalisering in Omgevingswetinstrumenten Relatie met ow-instrumenten De Omgevingswet voorziet in een zestal Omgevingswet-instrumenten waarvan de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsprogramma’s de belangrijkste beleidsmatige instrumenten zijn. De omgevingsvisie heeft een duidelijke relatie met de overige Omgevingswetinstrumenten. De Omgevingswet gaat namelijk uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. De omgevingsvisie vormt de eerste stap in deze cyclus en is een dynamisch document dat we als gemeente samen met betrokkenen blijven aanscherpen. Omgevingsplan Belangrijk is de bepaling in de Omgevingswet dat een gemeente één omgevingsplan kent. Dit betekent in principe dat het systeem zoals we dat nu kennen, verschillende bestemmingsplannen voor het stedelijk- en het buitengebied, niet meer aan de orde zal zijn. Ook alle onderdelen uit de verordeningen die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in

het omgevingsplan worden opgenomen. Het omgevingsplan is het enige kerninstrument uit de Omgevingswet dat de burger, bedrijven, andere overheden en de gemeente bindt. De omgevingsvisie is zelfbindend: ze bindt alleen het bestuursorgaan (bevoegd gezag) dat het document heeft vastgesteld. De omgevingsvisie wordt zodanig opgesteld dat de stap naar het omgevingsplan beleidsmatig relatief eenvoudig is te maken. We hebben namelijk in deze omgevingsvisie al de kernkwaliteiten en beleidsprioriteiten van Hilvarenbeek als geheel - en per deelgebied - opgenomen die in het omgevingsplan verder uitgewerkt kan worden. Het doel is dat in het omgevingsplan een deel van de verzoeken snel kan worden afgedaan en dat voor een deel een nadere afweging nodig is. Als een initiatief niet blijkt te passen in het omgevingsplan, dan kan hiervan afgeweken worden en kunnen we terugvallen op de omgevingsvisie. Hiervoor zal het integrale inspiratie- en afwegingskader in deze paragraaf worden opgenomen. Dit is het kwalitatieve kader waarmee de gemeenteraad de beoordeling van initiatieven in vertrouwen loslaat aan het college van burgemeester en wethouders.

78 Omgevingsprogramma De omgevingsvisie stelt ambities voor de toekomst en formuleert hiervoor het strategisch beleid aan de hand van kaders en richtlijnen. Gewenste verdere uitwerking van het strategisch beleid kan op tactisch/operationeel niveau plaatsvinden via het (vrijwillige/onverplichte) omgevingsprogrammainstrument. De integrale afweging vindt op hoofdlijnen plaats in de omgevingsvisie, in de omgevingsprogramma’s wordt daarop voortgeborduurd en worden de lijnen voor de uitvoering uitgezet. Het omgevingsprogramma is een flexibel instrument dat de gemeente kan toepassen in verschillende fasen van de beleidscyclus. Een omgevingsprogramma heeft verschillende kenmerken en is zelfbindend. Het wordt vastgesteld door het college. Deze kunnen gebiedsgericht of thematisch van aard zijn. Momenteel beoogt de gemeente te werken aan de volgende omgevingsprogramma’s: - Warmte (verplicht) - Wonen / volkshuisvesting (verplicht) - Kostenverhaal (‘verplicht’ als het niet in de omgevingsvisie is opgenomen) - Duurzaamheid - Ruimtelijke kwaliteit - Milieu en gezondheid - Mobiliteit - Agrarisch - Flora en fauna Omgevingswaarden De Omgevingswet biedt de mogelijkheid om in het omgevingsplan voor de hele gemeente of een aangewezen gebied in de gemeente één of meerdere omgevingswaarden vast te leggen.

Bijvoorbeeld ten aanzien van de uitstoot van schadelijke stoffen, de productie van geluid of andere vormen van hinder of mogelijke overlast. Als na vaststelling van een omgevingswaarde blijkt dat deze waarde wordt, of dreigt te worden, overschreden moet de gemeente verplicht een omgevingsprogramma maken. De maatregelen in dit verplichte omgevingsprogramma moeten erop gericht zijn ervoor te zorgen dat de (dreigende) overschrijding beëindigd wordt.

Diverse ambities in de omgevingsvisie geven aanleiding om in de toekomst te werken met omgevingswaarden in het omgevingsplan. De omgevingsvisie is zelfbindend, en verplicht daarom om het beleid op hoofdlijnen te vertalen naar concrete regels in het omgevingsplan. Als in het omgevingsplan één of meerdere omgevingswaarden zijn gesteld, moeten deze worden gemonitord. Het kan nodig of wenselijk zijn om het instrument omgevingsprogramma hierbij in te zetten. De doorwerking van de omgevingsvisie voor het onderwerp omgevingswaarden, in zowel het omgevingsplan als mogelijke omgevings-omgevingsprogramma’s, wordt betrokken in de evaluatie en monitoring van de omgevingsvisie, zodat periodieke actualisatie op de wijze zoals beschreven in 8.8 kan plaatsvinden. Inspiratie- en afwegingskader De omgevingsvisie wordt uitgevoerd door het opstellen van het omgevingsplan en omgevingsprogramma’s, maar is op zichzelf ook een instrument voor het toetsen van nieuwe ontwikkelingen. Hierbij hanteren we als gemeente de ‘Ja, mits - benadering’ uit de Omgevingswet. Het is van belang daarbij de balans tussen borgen van kwaliteiten en ruimte bieden voor ontwikkelingen inzichtelijk te maken. De volgende beginselen uit de Omgevingswet, afwegingsprincipes uit de NOVI en ontwikkelprincipes uit de Ontwikkelstrategie van de SRBT zijn nuttige algemene kaders. -

Milieubeginselen Omgevingswet o het voorzorgsbeginsel; o het beginsel van preventief handelen; o het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden; o het beginsel dat de vervuiler betaalt.

-

Afwegingsprincipes NOVI: o combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; o kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en; o afwenteling wordt voorkomen.

-

Ontwikkelprincipes SRBT:

79 o o o o o

bodem- en watersystemen zijn sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen; we realiseren, faciliteren en stimuleren interactiemilieus en innovatie; de juiste woning op de juiste plek; versnellen mobiliteitstransitie en vergroten nabijheid; groen en voorzieningen groeien mee met verstedelijking.

Aanvullend op deze algemene kaders bieden het integrale afwegingskader en de afwegingskaders voor de deelgebieden uit de omgevingsvisie inhoudelijke en gebiedsgerichte richting voor initiatieven. Richting voor de nadere uitwerking in omgevingsprogramma’s en het omgevingsplan alsmede een toetsing van de wenselijkheid van een nieuwe ontwikkeling.

8.4. Lokale en regionale samenwerking De ontwikkelingen in Hilvarenbeek staan natuurlijk niet op zichzelf. Ook in de regio vinden allerlei ontwikkelingen plaats die van invloed kunnen zijn op onze gemeente. Daarom hebben we actief contact met buurgemeenten, de provincie Noord-Brabant en ketenpartners en nemen we deel aan verschillende regionale samenwerkingsverbanden. Samen met die partners blijven we werk maken van belangrijke regionale opgaven. Alle aangrenzende gemeenten waren uitgenodigd om deel te nemen aan ketenpartnersessies tijdens de totstandkoming van deze omgevingsvisie. Daarnaast hebben ze allemaal een uitnodiging gekregen om te reageren op de omgevingsvisie tijdens de inzageperiode.

8.5. Uitvoering Uitvoeringstabel De gemeente wil actief werk maken van de ambities die neergelegd zijn in de omgevingsvisie. Dat kan in de vorm van een omgevingsprogramma zijn, het ontwikkelen van nieuw beleid, de juridische vertaling in het omgevingsplan, het stimuleren van gedrag door subsidies en educatie of daadwerkelijke projecten. Als bijlage hebben we een tabel opgenomen met de verschillende

projecten en processen die de gemeente heeft lopen of op gaat starten, die een relatie hebben met de ambities uit de omgevingsvisie. We hebben de projecten gerangschikt naar thema. We hebben aangegeven hoe belangrijk het project is (prioriteit), wanneer het moet worden uitgevoerd (fasering) en wie verantwoordelijk is (trekker); dit hoeft niet altijd de gemeente te zijn, maar kan ook een waterschap, een maatschappelijke organisatie of een particulier initiatiefnemer zijn. Ook staat in de tabel wie het project financiert, of het een negatief of positief saldo betreft en hoe met kostenverhaal wordt omgegaan (als dat al bekend is). Kostenverhaal en verevening Hilvarenbeek heeft in deze omgevingsvisie tal van ambities en opgaven opgenomen waarvoor investeringen nodig zijn. De gemeente zal als trekker van deze maatschappelijke opgaven (een deel zal door andere partijen worden uitgevoerd) delen hiervan bekostigen. Ontwikkelaars van bouwlocaties hebben echter ook profijt van die investeringen. Daarom is de gemeente op grond van de Omgevingswet verplicht om de kosten die zij als gemeente maakt voor een bouwinitiatief, te verhalen op de initiatiefnemers. Dit gebeurt onder meer naar redelijkheid en mate van profijt.

Kostenverhaal in de wet Met de Aanvullingswet grondeigendom, die is opgenomen in de Omgevingswet, wil de wetgever het instrumentarium voor faciliterend grondbeleid verbeteren en meer rekening houden met de diverse ontwikkelopgaves waarin het eindbeeld onzeker is, waaronder organische gebiedsontwikkeling. Het instrumentarium bestaat twee hoofdgroepen, elk verdeeld naar twee subgroepen: • regulier kostenverhaal (wettelijke plicht om dit toe te passen): bij integrale ontwikkeling; bij organische ontwikkeling. • kostenverhaal van financiële bijdragen (wettelijke bevoegdheid om dit toe te passen): bij integrale ontwikkeling; bij organische ontwikkeling. Voor de beide hoofdgroepen geldt ook nog dat het zowel privaat- als publiekrechtelijk toegepast kan worden.

80 Indien de gemeente straks wenst te beschikken over de publiekrechtelijke mogelijkheid voor kostenverhaal voor financiële bijdragen, dan is de reikwijdte beperkt tot de limitatieve categorieënlijst uit de amvb ‘Financiële bijdragen’ die is opgenomen in de Omgevingswet. De financiële bijdragen kunnen gevraagd worden voor ontwikkelingen als kwalitatieve verbeteringen van landschap, natuur, water of de stikstofbalans, de aanleg of aanpassingen van infrastructuur en daartoe benodigde voorzieningen. Anterieur kunnen ook andere bijdragen worden gevraagd. In beide gevallen moet de functionele samenhang van de projecten waarvan een bijdrage wordt gevraagd en de projecten waarvoor een bijdrage wordt gevraagd onderbouwd worden in de omgevingsvisie of in een omgevingsprogramma.

De gemeente heeft ervoor gekozen het nadere onderzoek naar kostenverhaal in een afzonderlijk, nog op te stellen, ‘omgevingsprogramma kostenverhaal’ op te nemen.

8.6. Samenhang milieueffectrapportage Milieubelang Een milieueffectrapportage (m.e.r.; het proces) is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de planen besluitvormingsprocedure een plaats te geven. Een Milieueffectrapport (MER; het product) brengt op voorgeschreven wijze de milieugevolgen van een plan of project in beeld voordat het besluit wordt genomen of het plan wordt vastgesteld. Zo kan het bevoegd gezag de milieugevolgen bij haar afwegingen betrekken en krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming over projecten en plannen met mogelijk aanzienlijke gevolgen voor het milieu. De omgevingsvisie van Hilvarenbeek is kaderstellend voor een aantal categorieën die zijn opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het betreft onder meer categorie J11 (Stedelijk ontwikkelingsproject) vanwege het opnemen van transformatiegebieden en J10 (Industrieterrein) in verband met de uitbreiding of wijziging van bedrijventerreinen. Daarnaast is niet op voorhand uit te sluiten dat significante effecten op Natura 2000-gebieden optreden door de ontwikkelingen die worden mogelijk gemaakt door de omgevingsvisie. Om deze reden is ten behoeve van de omgevingsvisie ook

een passende beoordeling (Omgevingswet artikel 16.53c) opgesteld, wat eveneens leidt tot een mer-plicht. Het MER, inclusief de Passende beoordeling, is als bijlage bij deze omgevingsvisie opgenomen. Hierin zit een samenvatting. Hieronder zijn de belangrijkste punten hieruit weergegeven. De volgende stappen zijn doorlopen: 1. Opstellen beoordelingskader en -systematiek 2. Beschrijven en beoordelen van referentiesituatie 3. Beoordeling alternatieven (‘varianten’) 4. Beoordeling effecten omgevingsvisie 5. Passende beoordeling 6. Synergie en strijdigheden 7. Beoordeling doelbereik 8. Aanbeveling voor vervolg 9. Monitoring (aanzet monitoringsprogramma Beoordeling effecten Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van de beoordeling per indicator van de omgevingsvisie (stap 4).

81

82

Op de meeste indicatoren heeft het beleid in de omgevingsvisie een positieve of licht negatieve invloed. De visie creëert ruimte voor de bouw van nieuwe woningen in de kernen en aan de randen, wat bijdraagt aan een passend woningaanbod. Wat een positief effect heeft op het thema woningvoorraad. Verder worden er belangrijke maatregelen genomen voor gezondheidsbevordering, zoals het stimuleren van moderne mobiliteit door het aanleggen van veilige fiets- en wandelroutes. Dit heeft een positieve invloed op de gezondheid van de inwoners en draagt bovendien bij aan een betere luchtkwaliteit vermindering van autoverkeer. De aandacht voor natuur en groen in de visie, zoals door vergroening van bedrijventerreinen en het herstel van landschapselementen, heeft een positief effect op verschillende aspecten zoals biodiversiteit, geluid, luchtkwaliteit en hitte. De gemeente streeft daarnaast naar een toekomstbestendig watersysteem, waarbij de waterkwaliteit centraal staat en wateroverlast wordt tegengegaan. Maatregelen zoals het aanleggen van waterbergende voorzieningen en het verbeteren van de infiltratie van regenwater verlichten de druk op het watersysteem en voorkomen wateroverlast. Deze aanpak draagt bij aan een betere waterhuishouding en vermindert het risico op droogte. De toename van woningen en bedrijvigheid kan Echter ook negatieve effecten met zich meebrengen.

De uitbreiding van de bevolking kan leiden tot een verhoogde druk op de bestaande voorzieningen en infrastructuur. Ook worden er geen nieuwe voorzieningen toegevoegd of gestimuleerd in de minder grote kernen, waardoor mensen uit de kleinere kernen te maken hebben met een grotere afstand tot de voorzieningen in de hoofdkernen. Ook kan de groei van verkeersbewegingen door nieuwe woningen en bedrijventerreinen zorgen voor extra geluidsoverlast en een verslechtering van de luchtkwaliteit. De omgevingsvisie legt ook een zekere druk op de natuur en het landschap. De bouw van woningen en de mogelijke uitbreiding van bedrijventerreinen

kunnen in de aanlegfase een toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden tot gevolg hebben. Verder kunnen deze ontwikkelingen een verkeersaantrekkende werking hebben, wat kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Wat agrarische bedrijvigheid betreft wordt de nadruk gelegd op verduurzaming en innovatie. Agrarische bedrijven krijgen meer ontwikkelruimte voor nevenfuncties, zoals zorgfuncties of een B&B. De gemeente moedigt kleinschalige, circulaire en natuurinclusieve modellen aan, wat positief is voor de agrarische sector. Bij uitbreiding of wijziging van activiteiten dient de leefomgeving daar ook van te profiteren. Hoewel dit goed is voor de leefomgeving, zorgt het mogelijk wel voor restricties voor de uitbreiding van agrarische bedrijvigheid. Daarnaast zijn er mogelijk negatieve effecten op omgevingsveiligheid, vooral als gevolg van de uitbreiding van bedrijventerreinen en de daarmee samenhangende risico's van risicovolle bedrijven. Dit kan leiden tot een verhoogd groepsrisico en/of een wijziging of vergroting van een aandachtsgebied voor externe veiligheid en/of een wijziging of vergroting van plaatsgebonden risicocontouren. Al met al biedt de omgevingsvisie veel kansen voor Hilvarenbeek, maar er zijn ook uitdagingen die betrekking hebben op het bereiken van de gewenste (milieu)kwaliteiten per gebied.

Hiervoor is het nodig om goed te monitoren en waar nodig bij te sturen. Passende beoordeling Door de lange doorlooptijd en het hoge abstractieniveau van de visie kunnen mogelijke significante effecten op Natura 2000-gebieden binnen en rondom de gemeente Hilvarenbeek op dit moment niet met zekerheid worden uitgesloten. Tegelijkertijd is ook niet op voorhand sprake van significant negatieve effecten of met zekerheid onuitvoerbare ontwikkelingen, omdat er zowel in de aanlegfase als gebruiksfase doorgaans mogelijkheden gevonden kunnen worden om negatieve effecten effectief te beperken of weg te nemen.

83 Doelbereik Ook is in het MER gekeken naar de haalbaarheid van de in de omgevingsvisie beschreven ambities. De doelstellingen van de omgevingsvisie voor Hilvarenbeek laten een gematigd tot hoog doelbereik zien. Dat betekent dat over het algemeen de omgevingsvisie maatregelen bevat die bijdragen aan het behalen van de doelen en ambities. De ambities kunnen op punten echter nog aangescherpt en uitgewerkt worden. De uitvoering hangt sterk af van externe factoren en partijen, wat bijdraagt aan een aanzienlijke bandbreedte van onzekerheid. Aanbevelingen Het MER doet diverse aanbevelingen. Sommige daarvan konden nog worden meegenomen in deze omgevingsvisie. Andere kunnen worden meegenomen worden bij het maken van de omgevingsprogramma’s en/of het omgevingsplan. Verder nemen we een belangrijke aanbeveling ter harte om het halen van de doelen goed te monitoren (zie hieronder onder paragraaf 8.8.).

8.7. Handhaving De wetgever heeft in de beleidscyclus een groot belang toegedicht aan terugkoppeling. Een onderdeel hiervan is de handhaving. Het is van belang handhavend op te treden met het oog op het behoud van de kwaliteit van de leefomgeving. Enerzijds moet er bij de inrichting van het omgevingsplan rekening worden gehouden met de handhaafbaarheid. Anderzijds betekent het dat er voldoende middelen zijn om die onderdelen te handhaven die van belang zijn voor het bereiken van de doelen uit deze omgevingsvisie. Overigens hoeven de ambities uit deze omgevingsvisie niet handhaafbaar te zijn omdat een omgevingsvisie geen rechtstreekse binding heeft voor de burger.

8.8. Een levend document Monitoring en evaluatie Met de omgevingsvisie hebben we als gemeente een koers en een integraal afwegingskader voor de inrichting van onze fysieke leefomgeving. We beschouwen de omgevingsvisie, en in het verlengende daarvan alle Omgevingswetinstrumenten, als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moeten we dus ook regelmatig onze instrumenten herijken. Liggen we nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar we rekening mee moeten houden, halen we onze ambities wel met onze huidige aanpak? Met een monitoringssysteem houden we als gemeente zicht op de voortgang van onze koers. Het gebruikmaken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie. Er is geen wettelijke actualiseringstermijn meer zoals dat bij de structuurvisie en bestemmingsplannen wel altijd het geval was. Op enig moment zullen we tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. We kiezen als gemeente voor een actualiseringscyclus van eens per twee jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. We kiezen voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Op termijn bekijken we of we de tijdsdoorloop van de cyclus verlengen.

Stap richting omgevingsvisie 2.0 Deze eerste omgevingsvisie zet de gemeente Hilvarenbeek een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat er vanaf nu geen andere thematische visies meer als losstaand beleid worden vastgesteld. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwen we de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continu aangescherpt wordt.

84 Vanzelfsprekend gaan we als gemeente wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie. Dit wordt dan alleen niet opgenomen in losstaande beleidsstukken, maar integraal meegenomen in een herziening van deze omgevingsvisie. Via omgevingsprogramma’s werken we bijvoorbeeld aan de uitwerking van een bepaald thema, een specifieke gebiedsuitwerking of anderszins. De strategische uitspraken van een verdiepingsslag moeten uiteindelijk weer landen in de omgevingsvisie en vanwege eventuele juridische consequenties verwerkt worden in het omgevingsplan. In deze zogenaamde 1.0 versie van de omgevingsvisie hebben we alle ruimtelijke thema’s en de verschillende (bestaande) beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In de omgevingsvisie 2.0 zetten we een volgende stap in het integreren van nieuw strategisch ruimtelijk beleid en de aangegeven thematische/gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15188355/1