01c Bijlage 5 - Milieueffectrapport
Tekst van het document
0.12
Monitoring en evaluatie van beleid
Met de omgevingsvisie heeft de gemeente een koers en een integraal afwegingskader voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie, en in het verlengde daarvan alle Omgevingswetinstrumenten, worden beschouwd als levende documenten. De wereld verandert continu en daarom moet de gemeente dus ook regelmatig haar instrumenten herijken. Ligt ze nog op koers, zijn er nieuwe ontwikkelingen waar ze rekening mee moet houden, worden de ambities wel behaald met de huidige aanpak? Met een monitoringssysteem houdt de gemeente zicht op de voortgang van de koers. Het gebruikmaken van meetbare indicatoren is een logische stap bij de verdere aanscherping van de omgevingsvisie. Er is geen wettelijke actualiseringstermijn meer zoals dat bij de structuurvisie en bestemmingsplannen wel altijd het geval was. Op enig moment zal de gemeente tot de conclusie komen dat een bepaald thema toch nog onvoldoende is uitgewerkt of dat de situatie voor een gebied dusdanig is veranderd dat herziening van de visie nodig is. De gemeente kiest voor een actualiseringscyclus van eens per twee jaar om de omgevingsvisie voldoende scherp en bij de tijd te houden. De gemeente kiest voor deze korte cyclus omdat de Omgevingswet en bijbehorende instrumenten nieuw zijn. Op termijn wordt gekeken of de tijdsdoorloop van de cyclus wordt verlengd.
Stap richting omgevingsvisie 2.0 Met deze eerste omgevingsvisie zet de gemeente Hilvarenbeek een stap richting volledige strategische beleidsintegratie. Het uiteindelijke doel is dat de omgevingsvisie de centrale plek wordt voor al het strategisch ruimtelijk beleid. Dat betekent dat er vanaf nu geen andere thematische visies meer als losstaand beleid worden vastgesteld. Om die beleidsintegratie te realiseren beschouwt de gemeente de omgevingsvisie als een ‘levend’ document dat continu aangescherpt wordt. Vanzelfsprekend gaat de gemeente wel verder met het uitwerken van bepaalde thema’s parallel aan de omgevingsvisie. Dit wordt dan alleen niet opgenomen in losstaande beleidsstukken, maar integraal meegenomen in een herziening van deze omgevingsvisie. Via omgevingsprogramma’s wordt bijvoorbeeld gewerkt aan de uitwerking van een bepaald thema, een specifieke gebiedsuitwerking of anderszins. De strategische uitspraken van een verdiepingsslag moet uiteindelijk weer landen in de omgevingsvisie en vanwege eventuele juridische consequenties verwerkt worden in het omgevingsplan.
28/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
In deze zogenaamde 1.0 versie van de omgevingsvisie zijn alle ruimtelijke thema’s en de verschillende (bestaande) beleidstrajecten en ontwikkelingen met elkaar verbonden. In de omgevingsvisie 2.0 wordt een volgende stap gezet in het integreren van nieuw strategisch ruimtelijk beleid en de aangegeven thematische/gebiedsgerichte omgevingsprogramma’s. Uitvoeringstabel De gemeente wil actief werk maken van de ambities die neergelegd zijn in de omgevingsvisie. Dat kan in de vorm van een omgevingsprogramma zijn, het ontwikkelen van nieuw beleid, de juridische vertaling in het omgevingsplan, het stimuleren van gedrag door subsidies en educatie of daadwerkelijke projecten. In de omgevingsvisie is een tabel opgenomen met de verschillende projecten en processen die de gemeente heeft lopen of op gaat starten, die een relatie hebben met de ambities uit de omgevingsvisie. De projecten zijn gerangschikt naar thema. Er is aangegeven hoe belangrijk het project is (prioriteit), wanneer het moet worden uitgevoerd (fasering) en wie verantwoordelijk is (trekker); dit hoeft niet altijd de gemeente te zijn, maar kan ook een waterschap, een maatschappelijke organisatie of een particulier initiatiefnemer zijn. Ook staat in de tabel wie het project financiert, of het een negatief of positief saldo betreft en hoe met kostenverhaal wordt omgegaan (als dat al bekend is).
Uitwerking in Omgevingswetinstrumenten De Omgevingswet voorziet in een zestal Omgevingswet-instrumenten waarvan de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsprogramma’s de belangrijkste beleidsmatige instrumenten zijn. De omgevingsvisie heeft een duidelijke relatie met de overige Omgevingswetinstrumenten. De Omgevingswet gaat namelijk uit van beleidsontwikkeling op basis van de beleidscyclus. De verschillende instrumenten worden in samenhang ontwikkeld en actief gemonitord en aangescherpt. De omgevingsvisie vormt de eerste stap in deze cyclus en is een dynamisch document dat de gemeente samen met betrokkenen blijft aanscherpen.
Figuur 0.2 Beleidscyclus gemeente Hilvarenbeek
29/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
1 De omgevingsvisie en de rol van het plan-MER 1.1
Aanleiding
De gemeente Hilvarenbeek werkt aan het opstellen van een omgevingsvisie. Dit betreft één integrale visie voor de fysieke leefomgeving voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Het opstellen van een omgevingsvisie wordt verplicht gesteld door de Omgevingswet, die op 1 januari 2024 is ingegaan. Gelijktijdig met het opstellen van de omgevingsvisie is voorliggend milieueffectrapport (MER) opgesteld. Omdat het een milieueffectrapport betreft voor een plan, wordt de afkorting plan-MER gebruikt (zie ook paragraaf 2.3). Dit hoofdstuk beschrijft de aanleiding voor het opstellen van het plan-MER en het doel ervan, de uitgangspunten voor het plan-MER, de besluitvorming omtrent het plan-MER en de interactie tussen de omgevingsvisie en het plan-MER. Het hoofdstuk sluit af met een leeswijzer voor de rest van het MER.
1.2
Waarom een omgevingsvisie en plan-MER?
Een omgevingsvisie is een wettelijk voorgeschreven plan en daardoor mogelijk plan-mer-plichtig2 (artikel 16.34, eerste lid van de Omgevingswet) wanneer deze kaderstellend is voor mer(beoordelings)plichtige activiteiten (artikel 16.36 Omgevingswet). Voorgenoemde projecten zijn terug te vinden in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarnaast is de vraag of voor het plan een passende beoordeling in het kader van Natura 2000 gemaakt moet worden. Ook in dit geval sprake van een plan-mer-plicht. De omgevingsvisie van Hilvarenbeek is kaderstellend voor een aantal categorieën die zijn opgenomen in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Het onder meer categorie J11 (Stedelijk ontwikkelingsproject) vanwege het opnemen van transformatiegebieden en J10 (Industrieterrein) in verband met de uitbreiding of wijziging van bedrijventerreinen. Daarnaast is niet op voorhand uit te sluiten dat significante effecten op Natura 2000-gebieden optreden door de ontwikkelingen die worden mogelijk gemaakt door de omgevingsvisie. Om deze reden is ten behoeve van de omgevingsvisie ook een passende beoordeling opgesteld, wat eveneens leidt tot een mer-plicht.
2
In een aantal gevallen is het mogelijk om eerst een plan-mer-beoordeling te doen. Hieruit blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een plan-milieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-merbeoordeling is mogelijk als: Het om een kleine wijziging van een plan of programma gaat Het plan betrekking heeft op een klein gebied op lokaal niveau Het plan het kader vormt voor projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn opgenomen maar die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben
30/169
Kenmerk
1.3
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Doel plan-MER
Het doel van het plan-MER is het inzichtelijk maken van de effecten van de omgevingsvisie op de leefomgeving en in hoeverre de voorgestelde koers bijdraagt aan het behalen van de gestelde ambities. Het plan-MER geeft de (milieu-)informatie die nodig is om een besluit te nemen over de vaststelling van de omgevingsvisie. Een besluit waarbij de milieubelangen op basis van het planMER volwaardig zijn meegewogen.
1.4
Uitgangspunten plan-MER
De uitgangspunten van dit plan-MER voor de omgevingsvisie van de gemeente Hilvarenbeek zijn als volgt:
Het plan-MER en de passende beoordeling sluiten aan op het abstractieniveau van de omgevingsvisie. De effectbeoordeling is kwalitatief van aard. Als het gaat om meer (in relatieve zin) concretere acties/projecten, dan sluit de effectbeoordeling in het plan-MER daarop aan De omgevingsvisie is een integrale ontwikkelkoers voor de lange termijn. Bestaand beleid en toekomstige plannen en omgevingsprogramma’s moeten passen bij en bijdragen aan dit integrale toekomstbeeld. Het doel van de milieueffectrapportage is om de onderlinge strijdigheid of synergie tussen de ambities in de voorgestelde koers te onderzoeken en in beeld te brengen. Dit kan echter niet los gezien worden van de verdere uitwerking waarvoor de omgevingsvisie het kader vormt. Daarom omvat het plan-MER een doorkijk naar de haalbaarheid van ambities (doelbereik). In het verlengde hiervan geeft het plan-MER aanbevelingen voor de verdere uitwerking. Deze aanbevelingen helpen om de gestelde
ambities in de omgevingsvisie daadwerkelijk te behalen De omgevingsvisie richt zich op de periode tot 2050. Het plan-MER sluit hierop aan In het plan-MER is niet alleen gekeken naar de ‘traditionele’ milieuthema’s, maar ook naar andere thema’s binnen de fysieke leefomgeving, zoals de Omgevingswet voorstaat. Zo wordt integraal gekeken naar de gevolgen van klimaatverandering, energie(verbruik) en duurzame opwekking, circulariteit, woningvoorraad en bedrijvigheid. In die zin is dit MER ook te zien als een OER (omgevingseffectrapport)
1.5
Wisselwerking omgevingsvisie en het plan-MER
Het doel van een plan-MER is om de milieugevolgen van een ruimtelijk plan in beeld te brengen en deze te beoordelen. Voor de omgevingsvisie van Hilvarenbeek was de ambitie dat het opstellen van het plan-MER met een iteratief proces gebeurde. Iteratief betekent dat een proces herhaaldelijk wordt uitgevoerd, waarbij de uitkomsten van de vorige stap worden gebruikt als input voor de volgende stap. In het geval van een iteratief ontwerpproces bijvoorbeeld, betekent dit dat er niet één definitieve versie van het ontwerp wordt gemaakt, maar dat het ontwerp steeds opnieuw wordt geëvalueerd en aangepast op basis van feedback en nieuwe inzichten. Deze feedback en nieuwe inzichten worden vervolgens meegenomen in de volgende iteratie van het ontwerpproces. Op deze manier wordt het ontwerp steeds verder verfijnd en verbeterd, totdat het uiteindelijk voldoet aan alle gestelde eisen en wensen.
31/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Door de omgevingsvisie en plan-MER zij aan zij op te stellen, is beoogd om een omgevingsvisie te ontwikkelen waarbij zoveel mogelijk voor de hand liggende negatieve milieueffecten worden voorkomen. TAUW heeft meerdere keren feedback en aanbevelingen gegeven op tussentijdse versies van de omgevingsvisie. Het plan-MER dat nu voorligt, is de laatste beoordeling voor de definitieve versie van de omgevingsvisie die de gemeente Hilvarenbeek aan de gemeenteraad heeft voorgelegd. Het doel van het plan-MER is om de milieugevolgen van de omgevingsvisie inzichtelijk te maken voor de gemeenteraad, die verantwoordelijk is voor de besluitvorming. Meer over het proces van het plan-MER en de interactie die heeft plaatsgevonden is terug te vinden in hoofdstuk 3 van dit document.
1.6
Besluitvorming en procedure plan-MER en omgevingsvisie
1.6.1 Vaststellen Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De eerste stap in de mer-procedure was het opstellen van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). In de NRD is beschreven hoe het plan-MER van de omgevingsvisie tot stand komt, welke onderwerpen worden onderzocht, hoe deze worden onderzocht en hoe de resultaten worden beoordeeld. Vervolgens zijn in de NRD de stappen van het mer-proces uiteengezet. Zo is uitgelegd wat de Huidige Situatie en Autonome Ontwikkeling is (de HSAO of referentiesituatie), wat de effectbeoordeling is, wat doelbereik is, en wat synergie en strijdigheden in het plan-MER zijn. Ook is een eerste aanzet gegeven van het beoordelingskader. De NRD heeft vanaf 28 december 2023 t/m 7 februari 2024 voor één ieder ter inzage gelegen. De NRD is te vinden onder Kennisgeving Nota van Reikwijdte en Detailniveau (NRD) behorend bij de milieueffectrapportage (plan-m.e.r.) omgevingsvisie Hilvarenbeek (officielebekendmakingen.nl). Naar aanleiding hiervan is een zienswijze binnengekomen die vooral betrekking heeft op de vermelding van Natura 2000-gebieden in en om de gemeente, ook in Vlaanderen. Dit is meegenomen in het MER, namelijk in de beschrijving van Natura 2000-gebieden, de beoordeling ervan en in de passende beoordeling. 1.6.2 Terinzagelegging en besluit De procedure van het plan-MER is gekoppeld aan de procedure voor de omgevingsvisie.
De omgevingsvisie die met het plan-MER voorligt is het ontwerp. De ontwerp-omgevingsvisie en het plan-MER worden gelijktijdig zes weken ter inzage gelegd. Het plan-MER is als bijlage bij de ontwerp-omgevingsvisie gevoegd. Tijdens de terinzagelegging worden relevante bestuursorganen geraadpleegd en mag eenieder een zienswijze indienen op het plan-MER en op de ontwerpomgevingsvisie. Parallel aan de terinzagelegging en besluitvorming toetst de Commissie voor de mer de kwaliteit van het plan-MER en beoordeelt de Commissie of de juiste (milieu-)informatie aanwezig is om een besluit over de omgevingsvisie te kunnen nemen.
32/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Besluit en vervolg De omgevingsvisie wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeente motiveert in de uiteindelijke omgevingsvisie hoe met de uitkomsten van het plan-MER en de inspraakreacties is omgegaan.
1.7
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft hoe het milieueffectonderzoek is uitgevoerd. In navolgende hoofdstuk, hoofdstuk 3, staat een beschrijving van het totstandkomingsproces van de omgevingsvisie en wordt kort een toelichting gegeven op de inhoud en opbouw van de visie. Het vierde hoofdstuk gaat in de op de verschillende onderzoeksvarianten die zijn afgewogen om te komen tot de keuzes in de omgevingsvisie. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de effecten op de leefomgeving als gevolg van de omgevingsvisie. Hoofdstuk 6 bevat de Passende Beoordeling van Natura 2000gebieden. Hoofdstuk 7 beschrijft de kansen voor synergie en de risico’s op strijdigheden tussen de ambities in de omgevingsvisie. In hoofdstuk 8 wordt het doelbereik van de verschillende ambities beschreven. Hoofdstuk 9 bestaat uit de conclusies en aanbevelingen en in hoofdstuk 10 wordt ingegaan op leemten in kennis en de manier waarop gemonitord kan worden.
2 Onderdelen MER en beoordelingssystematiek Zoals beschreven in paragraaf 1.5 zijn plan-MER en omgevingsvisie in een iteratief proces tot stand gekomen. In onderstaande paragrafen worden de belangrijkste stappen en bijhorende methode toegelicht die zijn genomen om het plan-MER op te stellen. Hierbij wordt onder andere ingegaan op de voorbereiding van het plan-MER, het proces van de beoordeling van milieueffecten, synergie en strijdigheden, en doelbereik. Het proces van de passende beoordeling wordt apart toegelicht.
2.1
Beoordelingskader en -systematiek
Voor het opstellen van het plan-MER is, in afstemming met de gemeente Hilvarenbeek, een beoordelingskader voor het plan-MER vastgesteld. In het beoordelingskader staan per kernthema de thema’s en indicatoren waarop de effecten van het beleid van de omgevingsvisie worden beoordeeld. Voor iedere indicator is aangegeven hoe de beoordeling wordt bepaald. Aan de hand van dit beoordelingskader is drie keer een beoordeling uitgevoerd. Eerst is de referentiesituatie (de huidige situatie en autonome ontwikkelingen samen) beschreven en beoordeeld. Daarna zijn drie varianten beoordeeld, en uiteindelijk de omgevingsvisie zelf. Deze onderdelen worden in onderstaande paragrafen nader toegelicht. 2.1.1
Vaststellen beoordelingskader
Het beoordelingskader is een set criteria waarmee in het plan-MER het effect van de omgevingsvisie wordt beoordeeld. Uitgangspunt voor het beoordelingskader zijn de vier kernthema’s die de gemeente zelf heeft gehanteerd in de door haar opgestelde Foto van de leefomgeving (de voorloper op de in bijlage 1 opgenomen beschrijving van de referentiesituatie): Wonen in Hilvarenbeek, Sociaal en zorgzaam Hilvarenbeek, Werken in Hilvarenbeek en Natuur en Milieu.
33/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
In onderstaande tabel is het beoordelingskader te zien. Omdat het een visie betreft voor het volledige Hilvarenbeeks grondgebied, is het abstractieniveau van de beoordeling hoog – de beoordelingen zijn om die reden kwalitatief. Tabel 2.1 Beoordelingscriteria Kernthema
Thema
Indicator
Beoordeling
Wonen in
Wonen
Passend
Passende woningvoorraad (a.d.h.v.
woningaanbod
woonbehoefte, bijvoorbeeld door vergrijzing)
Gezondheid
Mate waarin de omgeving uitnodigt tot
Hilvarenbeek
Sociaal en
Gezondheidsbevordering
zorgzaam
bewegen/sporten/spelen
Hilvarenbeek Voorzieningen
Leefomgeving
Beschikbaarheid
Beschikbaarheid basisvoorzieningen
van sociale
(scholen, huisartsen, apotheken,
voorzieningen
buurtcentra, etc.)
Luchtkwaliteit
Plaatselijke luchtkwaliteit: concentraties PM10 en NO2
Geluid
Verkeerslawaai - WHO grenswaarde wegverkeer Industrielawaai Geluidsoverlast door bedrijven
Stiltegebieden
Geluidbelasting op stiltegebieden
Externe veiligheid
Groepsrisico (grootte populatie binnen een aandachtsgebied) en plaatsgebonden risico
Geur
Geuroverlast
Hitte
Hittestress
Landschap en
Landschappelijke
Kwaliteit van landschappelijke waarden
cultuurhistorie
waarden Cultuurhistorische
Kwaliteit van cultuurhistorische waarden
waarden (historische geografie en bouwkunde) Archeologie
Risico op aantasting archeologische waarden
Werken in
Bedrijvigheid
Bedrijventerreinen
Hilvarenbeek
Beschikbaarheid van bedrijventerreinen voor uitbreiding van bestaande bedrijven en vestiging van nieuwe bedrijven.
Agrarische
Beschikbaarheid van grond voor uitbreiding
bedrijvigheid
van bestaande bedrijven en vestiging van nieuwe bedrijven
34/169
Kenmerk
Kernthema
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Thema
Verkeer en vervoer
Recreatie
Indicator
Beoordeling
Verduurzaming
De afname van uitstoot broeikasgassen
landbouw
door agrarische bedrijven
Verkeersveiligheid
Aantal verkeersongevallen
Duurzame
Percentage elektrische auto’s en
automobiliteit
beschikbaarheid oplaadvoorzieningen
Bereikbaarheid
Verkeersontsluiting
Recreatieaanbod
Aanbod recreatiegebieden en mogelijkheden voor recreatie en ontspanning
Natuur en
Natuur
milieu
Natura 2000-
Staat van instandhouding soorten en
gebieden
habitattypen
Natuurnetwerk
Wezenlijke kenmerken en waarden in NNN
Nederlandgebieden (NNN) buiten N2000 Biodiversiteit
Omvang biodiversiteit: aantal en omvang leefgebied soorten
Bodem
Gebruik
Intensiviteit gebruik ondergrond
ondergrond Aardkundige
Aantasting aardkundige waarden
waarden Water
Waterkwaliteit
Waterkwaliteit (KRW-norm) grond- en oppervlaktewater
Energietransitie
Circulariteit
Wateroverlast
Aantal wateroverlastlocaties
Overstroming
Overstromingsrisico
Droogte
Droogterisico
Hernieuwbare
Aandeel lokaal opgewekte
energie
hernieuwbare/duurzame energie
Energiegebruik
Energiebesparing
Circulaire aanpak
Concreetheid circulaire plannen en acties
35/169
Kenmerk
2.1.2
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Beschrijven en beoordelen van referentiesituatie (HSAO)
Bij een plan-MER is het belangrijk om een referentiesituatie te beschrijven omdat deze situatie als uitgangspunt dient voor de beoordeling van de milieueffecten van het plan. De referentiesituatie beschrijft de huidige situatie van het gebied waar het plan betrekking op heeft en de autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn maatschappelijke of wetenschappelijke trends (zoals klimaatverandering, de elektrificering van het wagenpark, enzovoorts) en ruimtelijke ontwikkelingen die met zekerheid worden uitgevoerd (concrete projecten) ook als de omgevingsvisie er niet zou komen (een ontwerp of vastgesteld omgevingsplan kan bijvoorbeeld deze zekerheid bieden). (Bestaand) beleid is niet als autonome ontwikkeling meegenomen, omdat het nog niet altijd zeker is dat het beleid ook uitgevoerd gaat worden. Door de referentiesituatie goed te beschrijven, kan worden bepaald welke effecten de omgevingsvisie heeft op de omgeving, ten opzichte van die referentiesituatie. Per indicator uit het beoordelingskader is voor de huidige situatie en voor de autonome ontwikkeling ook het kwaliteitsniveau beoordeeld. De beoordeling is uitgedrukt in slecht, redelijk en goed (tabel 2.2). De beschrijving van de referentiesituatie inclusief de beoordeling is voor alle indicatoren uit het beoordelingskader onderbouwd (zie bijlage 1 Beschrijving en beoordeling HSAO).
Waar mogelijk is gebruik gemaakt van kaartmateriaal om zo ruimtelijk te kunnen duiden waar bepaalde kansen of knelpunten optreden. Tabel 2.1 Legenda symbolen leefomgevingsfoto Goed
Redelijk
Slecht
De beoordeling van de referentiesituatie is kwalitatief uitgevoerd op basis van een deskundigenoordeel. In een werksessie met specialisten van de gemeente en daarna met een kwaliteitscheck bekeken door deze specialisten is de referentiesituatie op kwaliteit en compleetheid beoordeeld en aangescherpt. 2.1.3 Beoordeling varianten Bij een plan-MER is het verkennen en onderzoeken van verschillende alternatieven belangrijk. Deze zogenaamde onderzoeksalternatieven (‘varianten’ genoemd in het omgevingsvisietraject van Hilvarenbeek) kunnen namelijk helpen om de mogelijke negatieve effecten van de visie te verminderen of te voorkomen. Het doel van een plan-MER is tenslotte om de effecten van de visie in beeld te brengen en te beoordelen. Door alternatieven te onderzoeken, kunnen bijvoorbeeld minder belastende locaties of andere ontwerpvarianten worden gevonden die minder negatieve effecten hebben. Op basis van deze alternatieven kan het team dat de omgevingsvisie opstelt, mede op basis van de verwachte effecten, keuzes maken en uiteindelijk de omgevingsvisie aanscherpen. De gemeenteraad kan vervolgens besluiten om de visie wel of niet vast te stellen, of om aanvullende maatregelen voor te stellen om de negatieve effecten te beperken.
36/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
De voor Hilvarenbeek opgestelde varianten zijn – in afstemming met de gemeente – kwalitatief beoordeeld voor de indicatoren uit het beoordelingskader, behalve voor circulariteit omdat daarover geen beleid in de varianten stond opgenomen. In een sessie is deze beoordeling besproken met experts van de gemeente en naar aanleiding van de sessie en de feedback van de experts nader aangescherpt. De gemeente Hilvarenbeek is, door het iteratieve proces van de omgevingsvisie en het plan-MER en op basis van de varianten, gekomen tot de keuzes en ambities in de omgevingsvisie. De beschrijving hiervan volgt in hoofdstuk 3. 2.1.4 Beoordeling effecten omgevingsvisie De effecten van de omgevingsvisie worden vergeleken met de referentiesituatie in 2050. De maatregelen die/het beleid dat de gemeente Hilvarenbeek in de omgevingsvisie beschrijft (opgehangen aan twaalf ambities, onderverdeeld in drie thema’s) zijn beschreven en beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader (zie tabel 2.1). Daartoe is een beleidsmatrix gemaakt (bijlage 2 Beleidsmatrix) waarin bij de maatregelen uit de omgevingsvisie is weergegeven op welke thema’s en indicatoren die maatregelen invloed kunnen hebben.3 Om aan te sluiten bij het abstractieniveau van de omgevingsvisie spreken we liever van ‘invloed’ dan van ‘effect’.
Er is een vijfpuntschaal (zie onderstaande tabel) gebruikt om de invloed van de omgevingsvisie op de indicatoren te beoordelen. Hierdoor wordt duidelijk of de keuzes in de omgevingsvisie een (licht) positieve invloed, een neutrale of beperkte invloed, of een (licht) negatieve invloed hebben ten opzichte van de referentiesituatie. Een combinatie is ook mogelijk: beleidskeuzes uit de omgevingsvisie kunnen op één indicator bijvoorbeeld zowel een (licht) positieve invloed als (licht) negatieve invloed hebben. Omdat het belangrijk is om effecten inzichtelijk te maken is er in een dergelijk geval gekozen om twee pijlen te gebruiken voor de beoordeling. Tabel 2.2 Legenda symbolen effectbeoordeling Pictogram
Beoordeling
Positieve invloed
Licht positieve invloed
Geen of neutrale invloed
3
Na het opstellen van deze tabel is de visie nog aangepast. Deze wijzigingen zijn – waar relevant - wel verwerkt in het MER, maar de tabel heeft geen update meer gehad.
37/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Pictogram
Beoordeling
Licht negatieve invloed
Negatieve invloed
De beoordeling van de omgevingsvisie is kwalitatief uitgevoerd op basis van een deskundigenoordeel. Daarna is deze beoordeling gepresenteerd en besproken in een werksessie met specialisten en het kernteam omgevingsvisie van de gemeente om deze te checken op compleetheid, correctheid en navolgbaarheid. Naar aanleiding van de sessie is de beoordeling aangescherpt. 2.1.5 Passende beoordeling De omgevingsvisie maakt ontwikkelingen mogelijk zoals nieuwe woningbouwlocaties en bedrijventerreinen. Dit kan onder meer leiden tot een toename van verkeer. Hierdoor is mogelijk sprake stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden in en rond Hilvarenbeek, en verstoring van deze gebieden door licht en geluid, niet uit te sluiten. Wanneer significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten, is een Passende beoordeling conform de Omgevingswet noodzakelijk. De passende beoordeling sluit aan bij het abstractieniveau van de visie. De beoordeling is kwalitatief, want een gedetailleerd kwantitatieve beoordeling is pas mogelijk bij een omgevingsplan of een specifiek omgevingsprogramma. In de beoordeling zijn mogelijk mitigerende maatregelen benoemd om eventuele effecten te voorkomen of te beperken. De Passende beoordeling is onderdeel van het plan-MER (hoofdstuk 6).
2.2
Synergie en strijdigheden
Het onderdeel synergie en strijdigheden in het plan-MER is bedoeld om te onderzoeken of er sprake is van mogelijke samenhang of juist tegenstrijdige effecten tussen verschillende ambities van de visie. Door deze ambities met elkaar te vergelijken, kan worden bepaald of er sprake is van synergie (versterkende effecten) of strijdigheden (verminderende effecten) tussen de verschillende ambities. Op basis van deze analyse kan worden bepaald of er maatregelen moeten worden genomen om de negatieve effecten te verminderen of om de positieve effecten te versterken. Het analyseren van synergie en strijdigheden is daarom een belangrijk onderdeel van een plan-MER om te zorgen voor een integrale benadering van de effecten van de visie. Synergie en strijdigheden komt aan bod in hoofdstuk 7.
2.3
Beoordeling doelbereik
In dit onderdeel is kwalitatief beoordeeld of de vooraf gestelde ambities in de omgevingsvisie in de toekomst ook behaald kunnen worden. Hierin zijn de twaalf ambities beoordeeld. Het doelbereik wordt gevisualiseerd aan de hand van grafieken.
38/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Om het doelbereik te beoordelen is gekeken naar de volgende onderdelen:
De visie en de thema en gebiedsgerichte uitwerking De maatregelen uit de uitvoeringstabel die zijn gekoppeld aan de ambities Bestaand beleid waaraan wordt gerefereerd in de omgevingsvisie
Maatschappelijke en milieugerelateerde trends Mate waarin de gemeente Hilvarenbeek regie heeft op de maatregelen
Voor de beoordeling van het doelbereik wordt gekeken hoe de beleidskeuzes bijdragen aan het behalen van de ambities. Daarnaast worden ook maatschappelijke en milieugerelateerde trends meegenomen in de beoordeling van het bereiken van de doelen. Maatschappelijke trends waar rekening mee wordt gehouden, zijn onder andere vergrijzing, de verduurzaming van woningen en het klimaatbestendig maken van de openbare ruimte. Een milieugerelateerde trend is bijvoorbeeld klimaatverandering, met langere perioden van droogte en hevigere buien. Wanneer deze trends relevant zijn, wordt hieraan gerefereerd en wordt benoemd hoe ze van invloed zijn op het bereiken van de gestelde doelen. Tot slot wordt er gekeken naar de mate van invloed van de gemeente Hilvarenbeek op het bereiken van de doelen. Bij veel van deze ambities is de gemeente afhankelijk van andere stakeholders om de gestelde doelen te bereiken. Denk hierbij aan bewoners, bedrijven en organisaties zoals de woningcorporaties, het waterschap, de provincie en het Rijk. Deze afhankelijkheid kan leiden tot onzekerheid voor het bereiken van de doelen. In een werksessie met de gemeente is het doelbereik besproken en is de beoordeling van het doelbereik aangescherpt.
2.4
Beschrijven aanbevelingen voor vervolg
Aan de hand van de effectbeoordeling (en de passende beoordeling), de analyse van synergie en strijdigheden en de beoordeling van het doelbereik zijn in hoofdstuk 9 aanbevelingen opgenomen voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie in bijvoorbeeld omgevingsprogramma’s om doelen nog beter te halen en/of beleidskeuzes uit de omgevingsvisie goed te borgen in regels.
2.5
Toelichting varianten
Om te komen tot keuzes in de omgevingsvisie heeft de gemeente Hilvarenbeek eerst een drietal (onderzoeks)varianten opgesteld, als instrument voor het gesprek over de gewenste ontwikkelrichting voor de gemeente. Die varianten zijn geanalyseerd en beoordeeld (hoofdstuk 4), zodat de gemeente vervolgens de keuzes in de omgevingsvisie goed kon onderbouwen. Het was daarbij niet de bedoeling om een van de varianten te kiezen, maar vanuit de analyse van deze varianten keuzes te maken om zo de visie samen te stellen. Er zijn drie varianten voor Hilvarenbeek ontwikkeld: 1. Natuurlijk Hilvarenbeek 2. 3.
Authentiek Hilvarenbeek Groeiend Hilvarenbeek
39/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
In de drie varianten is voortgebouwd op de uitgangspunten uit de drie gebiedsvisies en de ambitienota. Deze uitgangspunten vormen de basis voor de drie varianten. Per variant is een profilering uitgewerkt, aan de hand van een aantal thema’s met speerpunten. Hieronder worden de varianten kort samengevat. 2.5.1
Beschrijving variant 1 – Natuurlijk Hilvarenbeek
In ontwikkelscenario ‘Natuurlijk Hilvarenbeek’ ontwikkelt Hilvarenbeek tot een gemeente met een sterke natuur. Er wordt compacter gebouwd, waardoor er ook in de hoogte gaat worden gebouwd. Voorzieningen komen zo dicht mogelijk bij de woningen. Het landschap en de natuur dient zoveel mogelijk behouden te blijven en wordt zoveel mogelijk met rust gelaten. Zo komen er geen nieuwe bedrijven in het buitengebied. Een uitgebreide beschrijving van deze variant is te vinden in het document van de gemeente (zie bijlage 3, Toelichting varianten). Tabel 4.1 Speerpunten ontwikkelscenario ‘Natuurlijk Hilvarenbeek’ Speerpunten ontwikkelscenario ‘Natuurlijk Hilvarenbeek’ Recreatie
Natuur gaat voor recreatie
Recreatieve aanbod wordt niet verder uitgebreid, bestaande recreatieve aanbod blijft
Evenementen en festivals die nu al plaatsvinden, mogen blijven zolang deze geen schade aanrichten aan het landschap
Bedrijventerreinen
Belasting op het milieu neemt niet verder toe
Ruimtebeslag bedrijven blijft gelijk, toename enkel mogelijk bij verduurzaming
Geen bedrijvigheid in het buitengebied
Geen plek voor grote logistieke bedrijven in de gemeente
Agrarische bedrijvigheid
Maximale inzet op (natuurinclusieve) kringlooplandbouw met een gezonde harmonie tussen belasting en belastbaarheid
Agrarisch gebruik passend bij ondergrond
Landgebruik per ondernemer vergroten en aantal ondernemers terugdringen
Water en bodem
Verbeteren waterhuishouding en bodemstructuur heeft prioriteit
Bodem en water is maximaal sturend
Huidige functies die niet passen bij bodem- en watersysteem worden actief omgevormd naar passende functies
Ruimte voor waterabsorptie en vergroten biomassa door bomen en heesters
Energie
Energieopwekking vindt enkel plaats bij goede inpassing
Efficiënt ruimtegebruik heeft hoogste prioriteit
Grootschalige opwek gaat voor op versnipperde kleinschalige opwek
Woningbouw
Woningen bouwen in bestaande kernen
40/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Speerpunten ontwikkelscenario ‘Natuurlijk Hilvarenbeek’
Niet bouwen in buitengebied
Sociale huurwoningen spreiden over alle dorpskernen
Gezondheid en voorzieningen
Grootschalige woonclusters in Hilvarenbeek en Diessen
Schone lucht in kernen en buitengebied
Natuur en biodiversiteit
Versterken bestaande natuurgebieden en biodiversiteit impuls geven
Versterken en aanleggen groenstructuren en kenmerkende landschapselementen
Eco- en faunapassages
Landschap
Bebouwing en intensief gebruik van buitengebied neemt af
Groener en natter landschap
Cultuurhistorisch waardevolle landschapsstructuren zijn herkenbaar, meer bomen en gebiedseigen struiken volgens historisch patroon
Mobiliteit en openbare ruimte
Terugdringen van aantal auto’s per huishouden
Minder parkeerplekken en meer groen
Deelmobiliteit, verbeterde fietsverbindingen en openbaar vervoer
2.5.2
Beschrijving variant 2 – Authentiek Hilvarenbeek
In ontwikkelscenario ‘Authentiek Hilvarenbeek’ blijft Hilvarenbeek zijn kleinschalige karakter behouden en groeien de kernen niet aan elkaar. Woningen worden gebouwd aan de rand van de kernen (straatje erbij) of verspreid in het buitengebied. Winkels blijven in de centra. Voor recreatie en kleine bedrijven is overal plek. Ook komen er meer parkeerplekken bij. Een uitgebreide beschrijving van deze variant is te vinden in het document van de gemeente (zie bijlage 3, Toelichting varianten). Tabel 4.2 Speerpunten ontwikkelscenario ‘Authentiek Hilvarenbeek’ Speerpunten ontwikkelscenario ‘Natuurlijk Hilvarenbeek’ Recreatie
Huidige jaarlijkse evenementen en festivals blijven behouden
Authenticiteit gaat voor groei
Waar kleinschalige initiatieven zich goed verhouden tot authenticiteit is er ruimte voor de wensen van inwoners
Bedrijventerreinen
Ruimte voor kleinschalige uitbreiding voor bedrijven
Uitbreiding van bedrijven onder strenge voorwaarden
Kavels van vertrekkende bedrijven worden opnieuw ingedeeld
Inzet op behouden en aantrekken van bedrijvigheid dat past bij de identiteit, zoals bedrijvigheid in de maakindustrie
Agrarische bedrijvigheid
Agrarische ondernemingen krijgen volop de ruimte om nevenactiviteiten te ontplooien, zoals zorgboerderijen en recreatievoorzieningen
41/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Speerpunten ontwikkelscenario ‘Natuurlijk Hilvarenbeek’ Water en bodem
Hilvarenbeek bouwt op kleinschalige manier waardoor er ruimte is voor groen en waterabsorptie
In de overige gebieden aanpassing ten behoeve van het bodem- en watersysteem wanneer het pas echt nodig is
Nieuwe ontwikkelingen leiden niet tot achteruitgang van het bodem- en watersysteem
Energie
Oplossingen zoeken om energie-opwek kleinschalig in te passen, zoals grote daken van stallen en bedrijventerreinen en buurtbatterijen
Grote daken, zoals die van stallen en gebouwen op bedrijventerreinen worden gebruikt voor energie-opwek
Woningbouw
Woningbouw voortzetten zoals altijd, kijken naar wat ruimtelijk passend is om bij te bouwen
Er komen geen grote woonwijken bij en kernen groeien niet aan elkaar
In elke kern ruimte voor nieuwbouw die past binnen het karakter van de kernen
Bebouwing in het buitengebied omzetten naar woningen en wooneenheden
De bouwopgave voor sociale huur krijgt vorm door deze in te passen waar ‘plek’ is en op te nemen in de organische groei van de kernen
Gezondheid en voorzieningen
Behouden van sociale structuur is het meest belangrijk
Uiteenlopende, toegankelijke voorzieningen op het gebied van zorg en ontmoeting zorgen dat ouderen lang thuisblijven
Nieuwe voorzieningen worden organisch ingepast
Natuur en biodiversiteit
Natuur blijft toegankelijk voor inwoners
Kleinschalige opzet van de kernen en bebouwing in het buitengebied
Karakteristieke landschapselementen, zoals houtwallen en hakbosjes worden ontwikkeld
Landschap
Landschap in gebruik voor diverse activiteiten zoals wonen, bedrijvigheid en recreatie
Versterken van authentieke landschapselementen en verbeteren van landschappelijke inpassing van bebouwing krijgt meer aandacht
Authenticiteit voor bruikbaarheid, bijvoorbeeld karakteristieke zandpaden in plaats van verharding
Mobiliteit
Huidige infrastructuur voldoende voor toekomst
Verbeteren van comfort en veiligheid voor fietsers en voetgangers
2.5.3 Beschrijving variant 3 – Groeiend Hilvarenbeek In ontwikkelscenario ‘Groeiend Hilvarenbeek’ wordt er rekening gehouden met een groeiend Hilvarenbeek. Compactere en hogere woningen dan gebruikelijk in Hilvarenbeek. Wijken bouwen op makkelijk te bereiken plekken. Terugdringen van autogebruik is belangrijk. Grootschalig opwekken van duurzame energie en grotere agrarische bedrijven in het buitengebied. Vergroten van één of meerdere bedrijventerreinen. Een uitgebreide beschrijving van deze variant is te vinden in het document van de gemeente (zie bijlage 3, Toelichting varianten).
42/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Tabel 4.3 Speerpunten ontwikkelscenario ‘Groeiend Hilvarenbeek’ Speerpunten ontwikkelscenario ‘Natuurlijk Hilvarenbeek’ Recreatie
Grootschalige ontwikkeling van recreatieve aanbod, ook festivals en evenementen
Bedrijventerreinen
Ruimte voor bedrijven om uit te breiden. Daarbij is circulariteit en verduurzaming belangrijk
Ruimte optimaal benutten waar mogelijk
Ruimte voor bedrijventerreinen om te ontwikkelen; geen harde grenzen
Milieubelasting van bedrijven beperken
Agrarische bedrijvigheid
Milieudruk van agrarische bedrijvigheid verminderen op plekken met kwetsbare natuur
Agrarische bedrijven nabij kernen meer ontwikkelruimte bieden voor nevenfuncties
Agrarische bedrijven uitbreiden indien er geen conflicten zijn met contouren van natuur en wonen
Water en bodem
Actief vergroenen, om achteruitgang te beperken
Verschillende ontwikkellocaties nodig voor woningbouw in de gemeente. Die locaties klimaat-adaptief inpassen om nadelige gevolgen tegen te gaan
Energie
Efficiënte manier van energie opwekken
Windturbines plaatsen
50/50 verhouding van zon- en windenergie
Woningbouw
Woningen bouwen voor starters, jonge gezinnen en senioren
Betaalbare, aantrekkelijke en toegankelijke woningen
Sociale huurwoningen bouwen
Ontwikkelingen inpassen langs doorgaande wegen
Kleine wijken bijgebouwd aan bestaande kernen, verlies in landschap compenseren met veel groen
Compacte en hoge woningen
Gezondheid en voorzieningen
Meerdere woonzorgclusters
Actieve inzet voor ontwikkeling van voorzieningen op het gebied van zorg, sport, ontmoeten en cultuur in elke kern
Natuur en biodiversiteit
Nieuwe woonbebouwing en bedrijvigheid wordt natuurinclusief gebouwd. Zoals groene daken
Aantrekkelijke groene verbindingen in de kernen, het buitengebied en in de natuur
Landschap
Landschapselementen en infrastructuur worden versterkt om landschapsbeleving tot leven te brengen
Mobiliteit en openbare ruimte
Bij nieuwbouwprojecten inhaken op openbaar vervoer-voorzieningen en fietssnelwegen
Compact bouwen om autogebruik terug te dringen
43/169
Kenmerk
2.6
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Monitoring (aanzet monitoringsprogramma)
Het is nodig om het kwaliteitsniveau van de fysieke leefomgeving op gezette tijden en geordend bij te houden. In dit plan-MER volgt daarom ook een eerste aanzet van een systeem voor monitoring en evaluatie (hoofdstuk 10). Een dergelijk systeem is nodig om te kunnen bepalen of gewenste doelen en voorspelde effecten ook daadwerkelijk uitkomen. Als dit niet het geval is, kan worden bijgestuurd door maatregelen in te zetten of door het beleid aan te passen.
3 Beschrijving omgevingsvisie 3.1
Gebiedsbeschrijving plangebied
Het plangebied van de omgevingsvisie is het gebied waarvoor de omgevingsvisie geldt. Dit is de gehele gemeente Hilvarenbeek (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1 Gemeente Hilvarenbeek
De gemeente Hilvarenbeek bestaat uit een groot buitengebied en de zes woonkernen Hilvarenbeek, Biest-Houtakker, Esbeek, Diessen, Haghorst en Baarschot. Verspreid over de kernen en het buitengebied wonen 15.966 (1 januari 2024)4 inwoners en heeft een oppervlakte van 97 km2 ,waarvan 1,49 km2 water. De hoofdplaats, Hilvarenbeek, ligt op een hoogte van 17 m.
4
CBS
44/169
Kenmerk
3.2
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Proces tot nu toe: totstandkoming omgevingsvisie
Sinds 2022 heeft de gemeente Hilvarenbeek verschillende fasen doorlopen om bouwstenen voor de omgevingsvisie te verzamelen. Hierbij dachten bewoners, maatschappelijke partijen, bedrijven en organisaties in Hilvarenbeek en ook partners in de stad en regio met de gemeente mee over de richting van de omgevingsvisie. Daarnaast spraken zij met de gemeenteraad over de bouwstenen van de visie. De gemeente Hilvarenbeek heeft in verschillende fasen en stappen doorlopen om tot een omgevingsvisie te komen (Omgevingsvisie Hilvarenbeek - Gemeente Hilvarenbeek). Op hoofdlijnen betreft het de volgende fasen: Tabel 3.1 Fasen omgevingsvisie Fase
Periode
Beschrijving
Fase 1
November 2022 – april 2023
Foto van de leefomgeving
Fase 2
April 2023 – september 2023
Dialoog (participatie)
Fase 3
September 2023 – mei 2024
December 2023: kennisgeving en NRD publiceren Eind 2023 variabelen vaststellen en varianten vormgeven 3 juli 2024: kernvisie en ambities op hoofdlijnen vaststellen in de Raad
Fase 4
Juli 2024 – december 2024
Strategie en uitvoeringsprogramma
Fase 5
Januari – juli 2025
Vaststellen omgevingsvisie
De eerste fase van het proces om te komen tot de omgevingsvisie was gericht op verkennen en verbinden. Er is onder meer een beleidsinventarisatie gedaan en er is gekeken welke ontwikkelingen er aan zitten te komen. Dit heeft geresulteerd in de zogenaamde ‘Foto van de leefomgeving’. Inwoners en partners dachten hierover mee in de werkateliers en online participatie. Vervolgens heeft de gemeente samen met de samenleving gewerkt aan drie toekomstbeelden. Dit is gedaan tijdens bijeenkomsten en via een online enquête. Dit alles heeft geresulteerd in een kernvisie en ambities die in juli 2024 door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Na vaststelling van de kernvisie en ambities zijn de hoofdlijnen van de omgevingsvisie bekend. Deze zijn verder uitgewerkt en ook dat werd samen met de samenleving en de partners gedaan. De ontwerp-omgevingsvisie wordt in februari 2025 ter inzage gelegd. Daarna worden de reacties verwerkt en wordt de gemeenteraad gevraagd om de omgevingsvisie vast te stellen. De planning is dat dat in juli 2025 kan gebeuren.
45/169
Kenmerk
3.3
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
De omgevingsvisie
De gemeente Hilvarenbeek is, door het iteratieve proces van de omgevingsvisie en het plan-MER en op basis van de varianten, gekomen tot de keuzes en ambities in de omgevingsvisie. De visie bestaat globaal uit een toekomstbeeld dat uitgewerkt is in drie hoofdthema’s, met daarbij twaalf centrale ambities. De ambities worden eerst toegelicht, waarna achtereenvolgens een themagerichte en gebiedsgerichte uitwerking daarvan volgen. Het motto van de visie is: samen, gezond groeien. Om dit motto, deze kernambitie, te behalen bevat de omgevingsvisie twaalf centrale ambities. Ambities die bijdragen aan een gezonde gemeenschap, met een groene, duurzame economie, in een leefomgeving met hoge natuurlijke kwaliteiten. Op de kaart staat de ruimtelijke vertaling van deze ambities. In de toelichting staan op hoofdlijnen de gemaakte keuzes om de ambities te bereiken. In de thematische en gebiedsgerichte uitwerkingen en de uitvoeringsparagraaf staat de uitwerking van de ambities in detail.
Figuur 3.2 Omgevingsvisiekaart (Versie 3 september 2024)
46/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
De drie hoofdthema’s zijn gezonde gemeenschap, groene economie en natuurlijke leefomgeving. Daaronder vallen de twaalf ambities, zoals hieronder weergegeven. De uitwerking van de ambities staat in de visie beschreven. Voor de verdere details wordt dan ook verwezen naar de omgevingsvisie zelf en naar de uitvoeringstabel, waarin per ambitie steeds een aantal maatregelen en projecten zijn benoemd. Hieronder zijn de ambities op hoofdlijnen samengevat en zijn enkele belangrijke (ruimtelijke) ontwikkelingen toegelicht. Gezonde gemeenschap 1. Plaats voor jongere generatie Hilvarenbeek heeft de komende 10 jaar een woningbouwopgave van tenminste 585 woningen. De ambitie van de gemeente is, in aansluiting op regionale afspraken, dat minimaal 30% van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen bestaat. De focus ligt hierbij op het huisvesten van ouderen en starters. Naast oplossingen zoals woningsplitsing en herbestemming van leegstaand vastgoed bouwt Hilvarenbeek om te voorzien in de woningvraag ook nieuwe woningen. Deze woningbouwontwikkelingen moeten passen bij de schaal en gelijkmatig zijn verdeeld over de verschillende kernen. Woningbouwplannen groter dan vijf woningen zijn samen met de uitbreidingsmogelijkheden weergegeven op de omgevingsvisiekaart.
Het grootste deel van deze ontwikkelingen zijn al in een vergevorderd stadium van de planvorming (tenminste een ontwerp ruimtelijk plan). De zoekgebieden voor woningbouw, aansluitend op de kernen, zoals aangegeven op de visiekaart zijn wel nieuw en nog niet verder uitgewerkt in concrete plannen. Hiervoor is nog een nadere locatiestudie (na vaststelling van de omgevingsvisie) nodig. Uitgangspunt van de gemeente is dat eerst naar binnenstedelijke oplossingen wordt gekeken voordat buitenstedelijk wordt gebouwd. Daarnaast dienen deze locaties in alle gevallen bij te dragen aan maatschappelijke doelen zoals de natuur- en klimaatopgave. Bij binnenstedelijke en buitenstedelijke ontwikkelingen is het volgens de gemeente van belang dat zowel de bebouwing als de buitenruimte de natuurlijke kwaliteiten van de leefomgeving versterkt. Tot slot sluit de gemeente zich aan bij de landelijke ambitie om in 2050 een energieneutrale woningvoorraad te hebben. 2. Zorg voor ouderen en kwetsbaren De visie voorziet in de bouw van seniorenwoningen en woonzorgvoorzieningen en er gaat extra aandacht uit naar woonvormen waarin verschillende generaties samenleven om zo onder meer efficiënt gebruik te maken van voorzieningen. De keuze voor woonzorg-complexen is vooralsnog gemaakt voor de twee grootste kernen, Hilvarenbeek en Diessen, vanwege de nabijheid van diverse voorzieningen.
Ook worden de mogelijkheden voor woonzorgcomplexe in vrijkomende agrarische bebouwing onderzocht.
47/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
3. Herkenbaar dorps karakter De identiteit en de kenmerkende waarden (zoals historische pleinen en linten) van elke kern moeten behouden blijven. Die omvatten de ruimtelijke structuur, de dorpse identiteit, de historische en beeldbepalende elementen, routing, zichtlijnen en cultuurhistorie. Nieuwbouw moet passen bij het karakter van de gemeente. Groei gebeurt bij voorkeur binnenstedelijk en behoud van groen en leefbaarheid staat centraal. De schaal van uitbreiding moet passen bij en bijdragen aan de versterking van de kwaliteit van de omgeving en wordt gelijkmatig verdeeld over de verschillende kernen. Een veilige en gezonde omgeving staan daarbij centraal. 4. Moderne mobiliteit De regio streeft ernaar dat het mobiliteitssysteem vanaf 2030 geen negatieve effecten meer heeft op de leefomgeving en het klimaat en tegelijkertijd gezonde verplaatsingswijzen stimuleert. Dit houdt in dat mobiliteit veilig, schoon, stil en gezond moet zijn, zowel op het gebied van verkeer als op het gebied van externe en sociale veiligheid en data-uitwisseling. De gemeente Hilvarenbeek stimuleert actieve mobiliteit zoals wandelen en fietsen door de aanleg van regionale fietsroutes en door te investeren in de optimalisatie van het openbaar vervoer en het uitbreiden van deelmobiliteit. De aanleg van fietspaden is een opgave vanuit de regio en gaat dus verder dan alleen de gemeente Hilvarenbeek.
De fietspaden lopen wel door gemeente heen en worden door de gemeente gerealiseerd. Groene economie 5. Passend energielandschap De regionale doelstelling is om in 2050 volledig energieneutraal te zijn, met een sterke focus op duurzaamheid en daarmee ook op groen, klimaatbestendigheid, schone energie en circulariteit. De energietransitie wordt langs drie gelijke sporen vorm gegeven, namelijk via energiebesparing (isoleren, energieneutrale nieuwbouw, minimaal BENG5), warmtetransitie (20 % aardgasbesparing in 2030, in 2050 aardgasvrij, isoleren, overstap naar duurzame warmtebronnen) en grootschalige opwekking en opslag van duurzame energie. In de Regionale Energie en Klimaat Strategie (REKS) heeft de gemeente Hilvarenbeek afgesproken om te werken aan het opwekken van 1 TeraWattuur (TWh) aan duurzame elektriciteit in 2030. Dit gebeurt zowel kleinschalig in de dorpskernen, als grootschalig in het buitengebied. De gemeente richt zich in eerste instantie op zon op dak. Op de langere termijn kijkt de gemeente waar de opwekking van windenergie onder voorwaarden van regelgeving voor de natuur, de infrastructuur, de veiligheid en de leefomgeving mogelijk is. Ook verkent de gemeente of de clustering van windmolens boven nieuw te ontwikkelen bos verantwoord is.
Het voorstel, welke voortkomt uit het REKS, is om in dit gebied windmolens te realiseren boven nieuwe natuur, dat noodzakelijk is vanwege de klimaat- en wateropgaven. In het noordelijk deel van de gemeente, is eveneens op basis van de uitkomsten van het REKS proces, een relatief klein zoekgebied voor windmolens (in combinatie met zonne-energie) aangewezen.
5
Bijna Energie Neutraal Gebouw
48/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Op de visiekaart zijn de gele vierkanten/rechthoeken zonneweides die al zijn aangelegd of zijn vergund (mogelijk gemaakt). Daarnaast zijn de rondjes met daarin een zonnetje of windmolentje erin de toekomstige zoekgebieden. 6. Ruimte voor bedrijven Voor de uitbreiding van bedrijventerreinen is regionale afstemming van belang. Uitbreiding moet passen binnen de milieugrenzen en de schaal van Hilvarenbeek. Het beleid richt zich met name op het verhogen van de kwaliteit boven kwantiteit. Daarom heeft de gemeente de wens om bedrijventerreinen uit te breiden binnen de segmenten waar vraag naar is vanuit de lokale MKBbedrijvigheid. De gemeente werkt aan efficiënter ruimtegebruik en sluit daarom bedrijven met een groot ruimtebeslag, zoals distributie- en datacentra, uit. Waar dit onvoldoende is om de vraag op te vangen en waar het landschappelijk kan, kunnen bedrijventerreinen worden vergroot. In Hilvarenbeek wordt Slibbroek-Noord uitgebreid voor lichtere bedrijvigheid en Mierbeek-Noord in Esbeek voor zwaardere bedrijven. Beide terreinen zijn in een vergevorderd stadium van de planvorming. In aanvulling op deze twee uitbreidingslocaties wordt gezocht naar een nieuwe locatie voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein rondom de kernen Hilvarenbeek, Esbeek en Diessen. Hiervoor zijn op dit moment nog geen concrete locaties in beeld. 7.
Meer recreatie en toerisme Voor de ontwikkeling van recreatie en toerisme liggen kansen in en nabij de dorpskernen en in het buitengebied tussen de natuurgebieden en kernen. In de agrarische gebieden liggen mogelijkheden in de vorm van nevenactiviteiten die het boerenbedrijf ondersteunen zoals kamperen bij de boer of een landwinkel, mits deze nevenactiviteiten geen beperkingen veroorzaken voor andere boerenbedrijven. De Beekse Bergen en het gebied daaromheen is een gebied waar toeristisch-recreatieve ontwikkelingen wenselijk zijn. Er wordt gestuurd op een passend aanbod voor de verschillende doelgroepen, waarbij voldoende overnachtingsmogelijkheden en voorzieningen voor dagrecreatie, zoals fiets- en wandelpaden, horecagelegenheden en attracties, noodzakelijk zijn.
49/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
8. Natuurinclusieve agrarische sector Het behoud en de versterking van bestaande agrarische bedrijvigheid heeft de prioriteit. Innovatie en diversificatie in de landbouwsector worden aangemoedigd door het stimuleren van nieuwe teelten en teeltsystemen. Daarbij ligt de focus op kleinschalige, circulaire en natuurinclusieve modellen. Agrarische bedrijven nabij de kernen mogen niet uitbreiden, maar krijgen wel de ruimte voor de ontwikkeling van nevenfuncties zoals zorgvoorzieningen en B&B’s. In het oosten van de gemeente kunnen agrarische bedrijven onder voorwaarden uitbreiden, mits dit de leefomgeving positief beïnvloedt. Voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB) stimuleert de gemeente herbestemming om verpaupering te voorkomen en de ruimtelijke kwaliteit te bevorderen. Bij herbestemming staat een zorgvuldige afweging centraal om zo het landelijke karakter van het buitengebied te behouden. Daarnaast moet de ontwikkelingsruimte voor VAB’s te allen tijde gepaard gaan met kwaliteitsverbetering en biedt het mogelijkheden voor diverse bestemmingen zoals wonen, zorg en toerisme en recreatie. De gemeente werkt aan een langetermijnvisie voor de agrarische sector. Natuurlijke leefomgeving 9. Ruimte voor flora en fauna De gemeente wil natuurlijke ecosystemen versterken en verbeteren, niet alleen binnen de natuurgebieden, maar ook in het overige buitengebied en de kernen.
Dit doet de gemeente door de droge ecologische verbindingszone ten noorden van Hilvarenbeek en Diessen te ontwikkelen (een regionale opgave), evenals kleinere ecologische verbindingen zoals bomenrijen, hagen, poelen en sloten. Het kampen- en hoevenlandschap, het oude ontginningslandschap en de beekdalen worden hersteld vanwege de hoge cultuurhistorische waarde van deze landschapstypen en vanwege het belang voor de lokale flora en fauna. Zowel aan de randen van de kernen als in de openbare en private buitenruimte in de kernen versterkt de gemeente bestaande ecosystemen. Dit doet zij door het groenbeheer en (nieuwe) bebouwing goed af te stemmen op de omgeving. Verder versterkt en verbetert de gemeente bestaande natuurgebieden. Specifiek rond de Natura 2000-gebieden stelt de gemeente een bufferzone van 250 m in waarbinnen minder activiteiten mogen plaatsvinden om de stikstofuitstoot te verminderen en de natuur te beschermen. De groenblauwe structuren worden verder ontwikkeld om biodiversiteit te bevorderen en robuuste, veerkrachtige landschappen te creëren waarin natuur en water elkaar versterken. Dit doet de gemeente onder andere door het verbinden van agrarische gebieden en natuurgebieden via lanen- en andere groenstructuren en door de aanleg van natte en droge ecologische verbindingszones. Deze ambitie is nog niet concreet uitgewerkt.
De gemeente maakt een langetermijnvisie voor de bescherming van flora en fauna.
50/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
10. Lage belasting van het milieu Het streven is om in alle keuzes en beleidsbeslissingen de belasting van het milieu zo laag mogelijk te houden. Bij nieuwe activiteiten of uitbreidingen is er geen ruimte voor schadelijke uitstoot in de lucht, het water of de bodem. Bedrijven, huishoudens en voorzieningen worden gestimuleerd om te verduurzamen. Luchtverontreiniging, en dan met name fijnstof, heeft ernstige gevolgen voor de gezondheid. Houtstook wordt daarom niet meer toegestaan. Ook geluidsoverlast wordt aangepakt door via zonering alleen in bepaalde gebieden hogere geluidsniveaus toe te staan, bijvoorbeeld bij Beekse Bergen voor evenementen. Tegelijkertijd wordt gefocust op het verminderen van geluidsoverlast door laagfrequent geluid (een hele lage brom) door onder andere warmtepompen en airconditioningssystemen. Duurzaamheidsmaatregelen (zoals bijvoorbeeld warmtepompen en airconditioningssystemen) moeten op de best beschikbare plek gerealiseerd worden om overlast voor de omgeving te beperken. Geuroverlast wordt beperkt door nieuwe initiatieven die leiden tot een verhoogde geurbelasting in bepaalde gebieden, niet toe te staan. 11. Eigenheid van het landschap Authentieke landschapselementen zoals houtwallen, bosjes en bomenrijen, die bijdragen aan het historische karakter van de gemeente worden behouden en versterkt.
Er wordt ook ingezet op duurzaam behoud van het bodemarchief van archeologische landschappen. Bij het bouwen in en rondom de kernen, maar ook bij andere ontwikkelingen die impact hebben op de bodem zoals het gebruik van bepaalde (toekomstige) warmtebronnen wordt rekening gehouden met een aantal gebieden van archeologische waarde. Om de karakteristiek van het landschap te behouden en de groene ruimtes tussen de kernen te beschermen, wordt woningbouw zoveel mogelijk in de kernen geconcentreerd. Nieuwbouw van woningen en bedrijventerreinen wordt landschappelijk ingepast. Om verloedering van het landschap tegen te gaan, worden de mogelijkheden voor de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’S) verkend. De focus ligt op het behoud van bestaande bomen en groenstructuren. 12. Geleid door bodem- en watersysteem Bodem en water zijn sturend voor ontwikkelingen. Er wordt ingezet op het vergroten van het waterbergend vermogen van de bodem en het tegengaan van ongewenste verrijking, verarming, vervuiling en aantasting van deze systemen door ervoor te zorgen dat het gebruik past bij de plaats waar het plaatsvindt (de juiste functie of de juiste plek). Denk hierbij aan de inpassing van droogtegevoelige functies in lager gelegen natte delen en de inpassing van functies die gevoelig zijn voor wateroverlast op hogere koppen.
51/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
De provincie streeft naar minimaal 10 % groenblauwe dooradering, omdat dit bijdraagt aan een hoge biodiversiteit, een robuuste structuur en een betere gebruikswaarde van natuur en water. In 2050 is het doel van waterschap De Dommel dat de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig is. De gemeente steunt de aanpak van het waterschap en werkt actief mee met de uitvoering van concrete plannen om de waterkwaliteit en -kwantiteit te verbeteren. Dit heeft veelal betrekking op de watergangen van waterschap De Dommel en stroken grond van Brabants Landschap. Daarom wil de gemeente de samenwerking opzoeken met waterschap De Dommel en Brabants Landschap om de groenblauwe dooradering te steunen.
4 Beschrijving en beoordeling varianten In dit hoofdstuk worden de varianten van de gemeente Hilvarenbeek beoordeeld op de effecten ervan (een toelichting op de varianten is te vinden in hoofdstuk 3.3). Aan het eind van dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de stap van de varianten naar de omgevingsvisie.
4.1
Beoordeling varianten
Voor het MER is een beoordelingskader opgesteld (paragraaf 2.1). De drie varianten zijn ten opzichte van de referentiesituatie beoordeeld voor de indicatoren uit het beoordelingskader. Circulariteit is niet meegenomen in de analyse, omdat daar geen beleid over was opgenomen in de varianten. In onderstaande tabel 4.4 zijn de resultaten weergegeven van de beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en de drie varianten voor de relevante criteria. De toelichting op de beoordeling volgt in de tabel daarna, tabel 4.5. Tabel 4.4 Resultaten beoordeling van de huidige situatie, autonome ontwikkeling en de drie varianten Indicator
Passend woningaanbod
Beoordeling
Huidige
Autonome
situatie
ontwikkeling
Variant 1
Variant 2
Variant 3
Passende woningvoorraad (a.d.h.v. woonbehoefte, bijvoorbeeld door vergrijzing)
Gezondheidsbevordering
Mate waarin de omgeving uitnodigt tot bewegen/sporten/spelen
Beschikbaarheid van
Beschikbaarheid
sociale voorzieningen
basisvoorzieningen (scholen, huisartsen, apotheken, buurtcentra, etc.)
52/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Indicator
Beoordeling
Luchtkwaliteit
Plaatselijke
Huidige
Autonome
situatie
ontwikkeling
Variant 1
Variant 2
Variant 3
/
/
/
luchtkwaliteit: concentraties PM10 en NO2 Geluid
Verkeerslawaai - WHO grenswaarde wegverkeer
/ /
Industrielawaai Geluidsoverlast door bedrijven Stiltegebieden
Geluidbelasting op stiltegebieden
Externe veiligheid
Groepsrisico (grootte populatie binnen een aandachtsgebied) en plaatsgebonden risico
Geur
Geuroverlast
Hitte
Hittestress
Landschappelijke
Kwaliteit van
waarden
landschappelijke waarden
Cultuurhistorische
Kwaliteit van
waarden
cultuurhistorische waarden
Archeologie
Risico op aantasting archeologische waarden
Bedrijventerreinen
Beschikbaarheid van bedrijventerreinen voor uitbreiding van bestaande bedrijven en vestiging van nieuwe bedrijven.
Agrarische bedrijvigheid
Beschikbaarheid van grond voor uitbreiding van bestaande bedrijven en vestiging van nieuwe bedrijven
53/169
Kenmerk
R003-1293162CNC-V01-sla-NL
Indicator
Beoordeling
Verduurzaming
De afname van uitstoot
landbouw
broeikasgassen door
Huidige
Autonome
situatie
ontwikkeling
Variant 1
Variant 2
Variant 3
agrarische bedrijven Verkeersveiligheid
Aantal verkeersongevallen
Duurzame automobiliteit
Percentage elektrische auto’s en beschikbaarheid oplaadvoorzieningen
Bereikbaarheid
Verkeersontsluiting
Recreatieaanbod
Aanbod recreatiegebieden en mogelijkheden voor recreatie en ontspanning
Natura 2000-gebieden
Staat van instandhouding soorten en habitattypen
NNN-gebieden buiten
Wezenlijke kenmerken
N2000
en waarden in NNN
Biodiversiteit