Koersnotitie Volkshuisvestingsprogramma - Hillegom.pdf
Tekst van het document
Daar waar in verzorgingstehuizen sociale contacten en een dag-invulling ontstaat, is het risico op eenzaamheid bij thuiswonende ouderen aanwezig. Het inzetten op geclusterde woningen kan eenzaamheid voorkomen en heeft raakvlakken met de MAG-pijlers (2) Zorg voor elkaar & (5) Thuis als Basis. Een geclusterde woning kan ouderen dus helpen langer zelfstandig te blijven wonen en de regie te houden op het eigen leven. Als mensen op enig moment toch professionele zorg (wijkverpleging) nodig hebben, dan is dat in een geclusterde woonvorm efficiënter te organiseren dan wanneer mensen
2534.101 | Koersnotitie
24
verspreid wonen in reguliere woningen. Ook naar dit type woningen zien we een groeiende vraag in Hillegom. Definitie geclusterde woningen Geclusterde woningen zijn woningen die deel uitmaken van een complex of groep van woningen die geschikt zijn voor ouderen. De woningen zijn nultreden. De inrichting van het complex is bij voorkeur dementievriendelijk en gericht op sociaal contact en gemeenschapsgevoel. Er is een ontmoetingsruimte inpandig of in de directe nabijheid.
De Rijksoverheid wil de groei van het aantal intramurale verpleeghuisplekken in Nederland sterk beperken. De norm wordt: zelf als het kan; thuis als het kan; digitaal als het kan. In de praktijk betekent dit dat ook senioren met een (intensieve) zorgvraag vaker zelfstandig wonen. Het aandeel 85+ zal naar verwachting verdubbelen. De vraag naar intensieve zorg zal dus blijven stijgen. De oplossing vindt men onder meer in ‘zorggeschikte woningen’. Dit zijn zelfstandige, geclusterde woningen waar via het Volledig Pakket Thuis (VPT) verpleeghuiszorg geleverd wordt. Om de zorg efficiënt te kunnen organiseren én het omzien naar elkaar te stimuleren, gaat hierbij de voorkeur uit naar geclusterde woningen. Ook naar dit type woningen zien we een stijgende vraag in Hillegom. Definitie zorggeschikte woningen Zelfstandige woningen in een geclusterde woonvorm die zo ingericht zijn dat hier goed verpleegzorg geleverd kan worden. Zorggeschikte woningen zijn een alternatief voor traditionele verpleeghuisplekken. De woningen moeten rolstoel- of rollatorgeschikt zijn, met voldoende ruimte bij de entree, in de toiletruimte en in de badkamer. Deze woningen kunnen onderdeel zijn van een complex waar alle bewoners gebruik maken van Wlzzorg, maar ook van een geclusterde woonvorm waar ook mensen zonder Wlz-indicatie wonen. Tabel 8: Inschatting groei behoefte woonvormen voor senioren, 2024-2030.
Behoefte naar type woning 2024-2030 0-treden Geclusterd Zorggeschikt
Hillegom +45 tot +240 +65 tot +135 +30 tot +40
Bron: Woonzorgweter Companen, ABF-Research prognose ouderenhuisvesting (zie ook bijlage 3).
Let op: Dit is nadrukkelijk niet alleen een nieuwbouwopgave. Deze woningen kunnen ook door het aanpassen van bestaande woningen worden gerealiseerd. Denk aan het geschikt maken van woningen of het toevoegen van een ontmoetingsruimte. Vergelijking met plannen Tot en met 2030 zijn er plannen voor minimaal 550 reguliere nultredenwoningen. Deze woningen zijn niet exclusief voor ouderen, maar ook geschikt voor andere doelgroepen. Vaak wordt ingezet op een mix van doelgroepen, zoals jongeren. Hierdoor zullen niet al deze woningen door ouderen worden betrokken. Daarnaast zijn er plannen voor 130 geclusterde woningen, maar het is nog onduidelijk welk deel hiervan precies zorggeschikt zal zijn. Van de woningen die geschikt zijn voor ouderen valt ongeveer 42% in de sociale huur, 39% in de categorie betaalbare koop of middenhuur en 19% in het vrije segment. Dit laat zien dat er binnen de plannen een diverse mix aan segmenten is.
2534.101 | Koersnotitie
25
Tabel 9: Huidige planvoorraad t/m 2030, geschikte woningen voor senioren. 0-treden Geclusterd Zorggeschikt
Totaal
Sociale huur
225
60
25
310
Overig betaalbaar
205
45
40
290
Vrij invulbaar
120
25
0
145
Totaal
550
130
65
745
Ten opzichte van de behoefte zijn er tot en met 2030 voldoende plannen voor reguliere nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen.
Gemeenschappen die naar elkaar omkijken Het invullen van de woonopgaven voor ouderen gaat over meer dan het realiseren van woningen. De Maatschappelijke Agenda van Hillegom benadrukt het belang van gemeenschappen waarin inwoners naar elkaar omkijken. De ambitie is om een betrokken Wat vinden onze stakeholders? samenleving te creëren waarin buren elkaar helpen en • We moeten omkijken naar elkaar stimuleren, dit helpt de zorg te ondersteunen, voordat professionele hulp nodig is. Dit ontlasten. draagt bij aan veerkracht, leefbaarheid en veiligheid in • Een goede mix van vragers en dragers helpt de gemeente. Vrijwilligers en mantelzorgers spelen daarbij. Hiervoor is een mix van woningtypes hierin een cruciale rol en moeten zich gesteund voelen binnen buurten nodig. door de gemeente. Het doel is om een gevoel van • Het moet als normaal wordt beschouwd dat samenhorigheid te bevorderen, eenzaamheid te mensen met verschillende achtergronden verminderen en een betere samenwerking tussen harmonieus samenleven en elkaar helpen. formele en informele zorg te realiseren. Dit sluit ook aan • Wijkgerichte initiatieven die sociale cohesie bij MAG pijler 2 Zorg voor elkaar. en ontmoeting stimuleren. Om dit te bereiken is en goede mix van dragers en vragers en een divers woningaanbod in de wijk nodig.
Daarbij helpt een gemengde samenstelling van bewoners om mensen met verschillende achtergronden en zorgbehoeften prettig samen te laten leven. Het stimuleren van laagdrempelige ontmoetingsplekken draagt ook hieraan bij. Deze plekken helpen niet alleen bij het bevorderen van sociale cohesie, maar ook bij de acceptatie van mensen met ander soort gedrag en het vroeg signaleren van problemen. Daarnaast is het belangrijk om te werken aan brede ontmoeting in samenwerking met welzijn. Vanuit het koersplan Wonen, welzijn en zorg HLT zet Hillegom hier al actief in op zorgzame buurten. Het Olympiakwartier is als één van de pilotgebieden aangewezen. Hier wordt ook gekeken hoe mensen met een zorgbehoefte een zachte landing in de buurt kunnen krijgen, bijvoorbeeld door initiatieven die ontmoeting en onderlinge ondersteuning stimuleren.
Efficiënter werken om zorg toegankelijk en betaalbaar te houden Als gevolg van het groeiend aantal ouderen met een zorgbehoefte en een tekort aan zorgpersoneel zullen in de toekomst enkel de meest kwetsbaren nog intramurale zorg krijgen. Dit maakt investeren in goede zorg aan huis belangrijk. Die zorg wordt betaald vanuit verschillende regelingen: wijkverpleging en verzorging vanuit de Zorgverzekeringswet, intensievere zorg via Volledig Pakket Thuis of Modulair Pakket Thuis (Wet langdurige zorg) en huishoudelijke ondersteuning en dagbesteding vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Er ligt dan ook een opgave hoe we deze vormen van zorg beter op elkaar laten aansluiten.
2534.101 | Koersnotitie
26
Om de zorg ook op termijn toegankelijk én betaalbaar te Wat vinden onze stakeholders? houden, is het belangrijk om het zorglandschap • Clustering is een belangrijke randvoorwaarde om in de efficiënter in te richten. Bijvoorbeeld door het bundelen toekomst overal zorg te kunnen blijven van zorglevering en het terugdringen van reistijden voor leveren. zorgprofessionals. Dit vraagt dat zorggeschikte woningen • Tegelijkertijd brengt te veel clustering de ook worden toegewezen aan de doelgroep, en dat balans tussen vragers- en dragers niet in gemeenten afspraken maken met zorgpartijen over de gevaar? beschikbaarheid van de zorg. Mogelijk moeten • Voldoende zorgaanbod in de wijk, verschillende scenario’s verkend worden. Het stimuleren afgestemd op de vergrijzing en zorgvraag. van onderlinge hulp binnen buurten kan ook bijdragen aan het ontlasten van de zorg. Door buren te stimuleren om naar elkaar om te kijken en elkaar te ondersteunen in alledaagse dingen, zoals een boodschap doen of een praatje maken, kan de vraag naar professionele zorg deels worden verminderd.
In het volkshuisvestingsprogramma gaan we met de volgende punten aan de slag: • Zorgen voor meer nultreden, geclusterde en zorggeschikte woningen in de woningvoorraad o Bepalen waar deze woningen moeten staan (welke voorzieningen zijn belangrijk? De GGD dient hierin ook als partner) o Invullen realisatie via nieuwbouw of transformeren van bestaande woningen o Er is een afwegingskader nodig voor woonzorginitiatieven
•
Bouwen aan gemeenschappen die naar elkaar omkijken o Doorstroom stimuleren o Goede mix van mensen (dragers en vragers) door divers woningaanbod in de wijk o Toegankelijke en herkenbare woonomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten o Werken aan ontmoeting ism welzijn o Mantelzorg ondersteuning
•
Zorgen dat zorg- en ondersteuning ook beschikbaar blijft richting de toekomst (met oog op kosten en personeelstekorten) o Toewijzen zorggeschikte woningen o Afspraken met zorgaanbieders en zorgkantoor over beschikbaarheid van zorg ook in de toekomst o Indien dit niet mogelijk is alternatieve scenario’s verkennen
2534.101 | Koersnotitie
27
2.6 Woonbehoefte voor aandachtsgroepen Naast ouderen hebben we ook voor verschillende aandachtsgroepen uit de Wet versterking regie volkshuisvesting de behoefte in beeld gebracht. Hierin zien we drie verschillende groepen op basis van het type woning of het type zorg dat zij nodig hebben. • Mensen met primair behoefte aan een betaalbare Wat vinden onze stakeholders? • Beschikbaarheid van betaalbare sociale huurwoning woningen met begeleiding en • Mensen met behoefte aan een gespikkelde of ondersteuning is aandachtspunt. Biedt beschermde woonvorm woningdelen of splitsen kansen? • Mensen met vraag naar een specifieke woning • Naast de verplichte aandachtsgroepen is er maar die geen directe zorg of ondersteuningsvraag ook extra aandacht nodig voor 1) gedupeerde hebben. van de kinderopvangtoeslag, 2) zorgpersoneel Voor al deze doelgroepen hebben we een inschatting gemaakt van de huisvestingsopgave. Deze geven we in de onderstaande tabellen weer.
•
die geen woning in de gemeente kunnen vinden. Voor arbeidsmigranten: duidelijke regelgeving en goed beheer om overbewoning en misstanden te voorkomen
Tabel 10: Inschatting huisvestingsopgave aandachtsgroepen, reguliere sociale huurwoningen. Type woning
Sociale huurwoning. Mogelijk met enige zorg of ondersteuning.
Mensen die uitstromen uit intramurale instellingen BW /GGZ, Vrouwenopvang, Maatschappelijke opvang, Jeugdhulp met verblijf, detentie, forensische zorg Dakloze of dreigend dakloze mensen Stoppende sekswerkers
Betaalbaar (<€650,43)
Indicatieve behoefte Hillegom
Doelgroep
30 tot 50 woningen per jaar (onderdeel van de totale vraag, geen extra opgave)
Mantelzorgers of ontvangers Statushouders*
*Statushouders zijn niet verplicht urgent maar daar heeft de gemeente wel een taakstelling. In praktijk worden zij via directe bemiddeling gehuisvest.
Tabel 11: Inschatting huisvestingsopgave aandachtsgroepen, specifieke vorm wonen met zorg. Type woning
Een geclusterde gespikkelde of beschermde woonvorm
Doelgroep
Indicatieve behoefte Hillegom
Mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking
Kleine groei in vraag VG (+10 plekken t/m 2030)
Mensen met een psychische kwetsbaarheid
In de regio Duin en Bollenstreek is afgesproken vijf scheve Huisjes (Skaeve Huse5) toe te voegen (5 plekken) voor mensen met een zeer complexe zorgof ondersteuningsvraag en multiproblematiek.
5 Een Scheef huisje of Skaeve Huse is een bijzondere woonvorm bedoeld voor mensen die niet in een gewone woonomgeving passen.
Omdat zij dit niet kunnen of willen. Zij wonen daarom begeleid in een rustige omgeving met weinig prikkels van buitenaf.
2534.101 | Koersnotitie
28
Tabel 12: Inschatting huisvestingsopgave aandachtsgroepen, specifieke woonvorm (zonder zorg). Type woning
Doelgroep
Arbeidsmigranten (short- en midstay) Een specifieke woning
Studenten Woonwagenbewoners
Indicatieve behoefte Hillegom 250 tot 500 woonplekken t/m 2030 Geen direct opgave 12 plekken (in de hele subregio Noord)
Met name bij de doelgroep die behoefte heeft aan een sociale huurwoning is het beperkte beschikbare aanbod een knelpunt. Na invoering van de Wet versterking regie volkshuisvesting moeten gemeenten op termijn voor de meeste van deze mensen verplicht met urgentie een sociale huurwoning toewijzen. Kijkend naar de beschikbaar komende sociale huurwoningen in 2023 en 2024 (jaarrapportages Huren in Holland Rijnland), zien we dat een groot deel van de sociale huurwoningen zal worden toegewezen aan deze doelgroepen. Dit leidt ertoe dat een aanzienlijk aantal woningen voor deze doelgroepen wordt gereserveerd. Voor de corporatiewoningen geldt dat 80% van alle vrijkomende sociale huurwoningen verhuurd wordt tot en met de tweede aftoppingsgrens. Stek stuurt hierop om gelijke slaagkansen te creëren voor de verschillende huishoudens en inkomensgroepen. Op deze manier wordt vraag en aanbod bij elkaar gebracht. De aandachtsgroepen doen met name een beroep op woningen tot en met de eerste aftoppingsgrens. Het aandeel hiervan binnen het totaal aantal vrijkomende sociale huurwoningen is 68%. Dit zorgt ervoor dat een groot deel van de jaarlijks vrijkomende woningen ook beschikbaar is voor de benoemde aandachtsgroepen. Uit onderzoek van Stek blijkt dat er in potentie voldoende woningen voor aandachtsgroepen in portefeuille zijn, maar dat deze wel beschikbaar moeten komen.
Doorstroming zorgt ervoor dat woningen beschikbaar komen. Wanneer een senior bijvoorbeeld verhuisd uit een eengezinswoning, brengt dit een verhuisketen op gang. Gezinnen trekken in de eengezinswoning, starters in het appartement die het gezin achterlaat en aandachtsgroepen in de kamer die de starter achterlaat. Zo komen aan het eind van deze keten weer woningen beschikbaar voor starters en aandachtsgroepen. Tegelijk zal ook binnen de bestaande woningvoorraad goed gekeken moeten worden hoe er meer betaalbare woningen beschikbaar kunnen komen voor aandachtsgroepen, zodat er voor hen voldoende passende woningen zijn zonder de reguliere woningzoekenden te benadelen.
Spreidingswet De opvang van asielzoekers is geen formele aandachtsgroep onder de Wet Versterking Regie Volkshuisvesting. Maar de Spreidingswet (Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen) legt gemeenten wel een wettelijke taak op om opvangplekken voor asielzoekers te realiseren. De verdeling van deze taak gebeurt op basis van het aantal inwoners en de sociaaleconomische positie van gemeenten. Het doel is een eerlijke en evenwichtige spreiding van asielzoekers over het land, waarbij iedere gemeente naar rato bijdraagt aan de landelijke opvangopgave. De Spreidingswet is momenteel nog steeds van kracht. Gemeenten zijn wettelijk verplicht om opvangplekken voor asielzoekers te realiseren volgens de taakstelling die door het Rijk is vastgesteld. De verdeelbesluiten met de exacte aantallen per gemeente zijn eind 2024 bekendgemaakt (zie onderstaande tabel). De opvangplekken moeten uiterlijk op 1 juli 2025 beschikbaar zijn. Hoewel het huidige kabinet werkt aan het intrekken van de Spreidingswet, is deze wet nog niet ingetrokken en geldt de verplichting
2534.101 | Koersnotitie
29
voor gemeenten dus gewoon. Gemeenten moeten daarom blijven werken aan het realiseren van de toegewezen opvangplekken, ondanks de politieke discussie over mogelijke afschaffing. Tabel 13: Indicatieve verdeling van het benodigd aantal opvangplaatsen, Rijksoverheid. Gemeente Aantal opvangplaatsen Waarvan geschikt ten behoeve van amv’s* Hillegom 135 11 * Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen
In het volkshuisvestingsprogramma gaan we met de volgende punten aan de slag: • Zorgen dat jaarlijks voldoende (betaalbare) sociale huurwoningen beschikbaar komen. o Met oog voor de regulier woningzoekende, specifiek onze starters o Zodat spoedzoekers snel geholpen worden o Waardoor ook bijzondere doelgroepen, zoals uitstromers van de maatschappelijke opvang en statushouders, snel een woning kunnen vinden o Zodat aan de taakstelling voor het huisvesten van statushouders kan worden voldaan. • Samenwerken met marktpartijen zodat zij kunnen faciliteren in de logiegewijze huisvesting voor (short- en midstay) arbeidsmigranten. • Werkgevers aanspreken op hun verantwoordelijkheid om bij bedrijfsuitbreiding ook te zorgen voor goede huisvesting voor arbeidsmigranten. • Beschikbaar stellen van locaties voor Woonwagenbewoners conform de afspraken binnen HollandRijnland. • Toevoegen enkele plekken VG. • Zorgen dat bestaand vastgoed toekomstbestendig is met oog op de vergrijzing (meer mensen met dementie/ combinaties van verschillende zorgvraag) • Dakloosheid waar mogelijk voorkomen. • Invullen randvoorwaarden voor goede huisvesting voor deze doelgroepen.
Denk aan: o Het voorkomen van concentraties van kwetsbare mensen die behoefte hebben aan een woonomgeving gericht op herstel en re-integratie in de samenleving o Acceptatie van bewoners dat er mensen in de wijk wonen met een zorg- of ondersteuningsvraag.
2534.101 | Koersnotitie
30
Deel C: Bijlagen Bijlage 1: Belangrijkste afspraken Regionale woonagenda In deze bijlage geven we de belangrijkste afspraken uit de Regionale woonagenda. Deze zijn kaderstellend voor de regiogemeenten en moeten worden doorvertaald in de lokale Volkshuisvestingsprogramma’s.
Meer ruimte voor betaalbare en kleinere woningen Opgave 1: Van 45% naar 65% netto betaalbaar toevoegen Afspraken tot en met 2030: 1. Van de nieuwbouw is minimaal 30% sociale huur (netto toevoeging) in elke gemeente. We monitoren de realisatie hiervan op het niveau van het totale programma in de gemeente, dus niet op het niveau van afzonderlijke projecten; 2. Van het aandeel sociale huur is minimaal 20% geschikt voor uitstromers uit intramurale voorzieningen en spoedzoekers (zie afspraak 6 en 7 pagina 13 RWA); 3. Van de nieuwbouw is minimaal 35% van de netto toevoeging bereikbaar voor middeninkomens (op gemeenteniveau). De verdeling over prijscategoriën binnen dit segment wordt door de gemeenten zelf bepaald; 4. Flexwoningen, tijdelijke concepten en nieuwe woningen gerealiseerd vanuit de bestaande voorraad (bijvoorbeeld via splitsen) rekenen we mee bij het realiseren van de gewenste procentuele verdeling. 5. Uitvoeringsafspraken (specifiek voor gemeenten): a. Gemeenten programmeren 35% van de nieuwbouw voor middeninkomens en maken daarbij onderscheid in goedkope koop, betaalbare koop en middeldure huur. b. We voeren de nieuwe percentages stapsgewijs in. Op programmaniveau moet alle nieuwbouw in elke gemeente vanaf 2025 conform de percentages uit de RWA worden gerealiseerd.
Opgave 2: Meer goedkope woningen in de sociale voorraad Afspraken tot en met 2030: 1. In de sociale huur realiseren we minimaal 20% van het sociale-huurprogramma op gemeenteniveau als goedkope huurwoningen (tot de eerste aftoppingsgrens; €647,19 in 2023) geschikt voor bijvoorbeeld 2. spoedzoekers. Regiogemeenten nemen kwaliteitseisen op die hierbij passen (denk aan grootte, aantal kamers et cetera) en leggen dit in overleg met de corporaties vast in hun prestatieafspraken. Deze opgave hoeft niet enkel via nieuwbouw gerealiseerd te worden maar kan ook via transformatie (splitsing) van bestaande woningen/gebouwen of via prijsbeleid/voorraadbeleid worden ingevuld.; 3. Van deze woningen realiseren we minimaal 45% (800 woningen) tot de kwaliteitskortingsgrens (€452,20 in 2023) met name gericht op uitstromers uit intramurale voorzieningen zoals de Maatschappelijke Opvang, 4. Beschermd wonen en de Jeugdhulp. Deze opgave hoeft niet enkel via nieuwbouw gerealiseerd te worden en kan via transformatie (splitsing) worden ingevuld. 5. Uitvoeringsafspraken (specifiek voor gemeenten): a. Gemeenten nemen afzonderlijk in het sociale huursegment 20% (± 1.800 woningen) als goedkope huur woningen geschikt voor doelgroepen zoals spoedzoekers, waarvan 45% (800
2534.101 | Koersnotitie
31
b.
c.
woningen) met name gericht op uitstromers uit intramurale voorzieningen zoals de Maatschappelijke Opvang, Beschermd wonen en de Jeugdhulp. Regiogemeenten maken afspraken met corporaties actief in hun gemeente over verdere kwaliteitseisen van woningen die zij nodig achten voor het huisvesten van de doelgroepen genoemd in afspraak g. (denk aan grootte, aantal kamers et cetera). De regio zal hierop goed monitoren, zodat deze woningen daadwerkelijk in de woningvoorraad worden opgenomen. Hierbij is een evenwichtige spreiding over de gemeenten belangrijk. We voeren de nieuwe percentages stapsgewijs in. Op programmaniveau moet alle nieuwbouw in elke gemeente vanaf 2025 conform de percentages uit de RWA worden gerealiseerd.
Opgave 3: Betaalbaarheid van de voorraad borgen Afspraken tot en met 2030: 1. Om de betaalbare woningvoorraad zo lang mogelijk voor de doelgroep te behouden hanteren we de volgende instandhoudingstermijnen: a. sociale huurwoningen: minimaal 30 jaar; b. middenhuurwoningen minimaal 20 jaar. 2. Zo voorkomen we uitpondingscenario’s en speculatie zoveel als mogelijk. 3. 8. Bij goedkope en betaalbare koop voorkomen we speculatief gedrag zoveel mogelijk door een instandhoudingstermijn van maximaal 10 jaar te hanteren en maatregelen in te zetten die speculatie voorkomen. 4. Uitvoeringsafspraken (specifiek voor gemeenten): a. Alle gemeenten hebben in 2024 een doelgroepenverordening 5. waarin de volgende instandhoudingstermijnen voor betaalbare woningen zijn opgenomen: a. Sociale huur: Minimaal 30 jaar b. Middenhuur: Minimaal 20 jaar c. Goedkope/betaalbare koop: Maximaal 10 jaar i. Gemeenten en corporaties maken in de lokale prestatieafspraken aanvullende afspraken over de instandhoudingstermijnen van sociale huur en middeldure huur, in het kader van de gewenste voorraadontwikkeling. ii. Gemeenten spannen zich in om de nieuwbouwopgave sociale huur zoveel mogelijk door corporaties in te laten vullen zodat nieuwe sociale huurwoningen ook op de langere termijn in het betaalbare segment beschikbaar blijven.
Opgave 4: Plannen moeten haalbaar blijven Afspraken tot en met 2030: 1. Waar de haalbaarheid van het programma in het geding komt, prioriteren we op planniveau het toevoegen van sociale huurwoningen ten opzichte van het middeldure segment.
Meer ruimte voor aandachtsgroepen Opgave 1: Spoedzoekers versneld aan een woning helpen Afspraken tot en met 2030: 1. We maken werk van het creëren van een flexibele schil die het gat tussen permanente woningbouw en de behoefte zo goed mogelijk vult;
2534.101 | Koersnotitie
32
2.
We sturen op het verhogen van het aantal verleende urgenties. Dit doen we door in afstemming met de urgentiecommissie vaker gebruik te maken van de hardheidsclausule in de huisvestingsverordening. Dit voorkomt dat schrijnende gevallen die buiten de bestaande regelingen vallen niet ongewenst urgentie wordt geweigerd.
Uitvoeringsafspraken (specifiek voor gemeenten): 1. Waar de traditionele woningbouw ontoereikend is zetten we in op het realiseren van een flexibele schil. De gemeenten nemen dit op in hun lokale beleid. Denk aan: a. Tijdelijke woningbouw op braakliggende terreinen; b. Transformeren van leegstaande panden; c. Transformeren van de huidige voorraad door splitsing of verkamering. d. In regionaal verband zoeken gemeenten naar een regiocarrousel van opvolglocaties voor Flexwoningen. Op die manier zorgen we dat Flexwoningen op een haalbare termijn kunnen worden geëxploiteerd in onze regio.
Opgave 2: Woonwagenstandplaatsen realiseren Afspraken tot en met 2030: 1. We realiseren 36 nieuwe standplaatsen voor woonwagenbewoners. We voegen deze plaatsen voor 2030 toe. 2. De toe te voegen standplaatsen worden gelijkmatig over de regio verdeeld. Dit betekent 12 nieuwe standplaatsen in elke subregio. 3. Uitvoeringsafspraken (specifiek voor gemeenten): a. Woonwagenstandplaatsen worden door de gemeenten binnen de subregio’s onderling verdeeld en voor 2030 gerealiseerd. In 2024 agenderen we voortgang hiervan op de bestuurlijke tafel.
Opgave 3: Huisvesting voor arbeidsmigranten Afspraken tot en met 2030: 1. De gemeenten formuleren hun eigen beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten. We spreken af dat gemeenten het aantal arbeidsmigranten beter registreren. Om waterbedeffecten te voorkomen wordt lokaal beleid regionaal afgestemd en periodiek besproken in regionale overleggen. 2. Indien daar aanleiding toe is maken we op basis van de betere registratie aanvullend regionaal beleid. 3. We verbeteren de kwaliteit van huisvesting door bij realisatie van woningen voor arbeidsmigranten de SNF-normen te hanteren. Uitvoeringsafspraken (specifiek voor gemeenten): 1. De gemeenten nemen de huisvesting van arbeidsmigranten op in hun lokale woonbeleid en maken afspraken met bedrijven over goede huisvesting. Bij initiatieven die leiden tot een aanzienlijke toename van de werkgelegenheid gaan gemeenten na hoe deze werkgelegenheid wordt ingevuld (arbeidspotentieel vanuit de regio of inzet van arbeidsmigranten). Hierin nemen zij het huisvestingseffect mee en geven aan hoe in de extra huisvestingsbehoefte wordt voorzien. 2. Gemeenten gaan arbeidsmigranten beter registreren. In 2023 verkennen gemeenten in regionaal verband hoe zij hier invulling aan geven. 3.
We houden gezamenlijk de SNF-normen aan als minimumstandaard voor de huisvesting van arbeidsmigranten en werken volgens de Wet goed verhuurderschap om misstanden en uitbuiting ten aanzien van de woonsituatie van arbeidsmigranten te voorkomen (denk aan gescheiden contracten (wonen en werken).
2534.101 | Koersnotitie
33
Opgave 4: Huisvesting voor studenten (geen opgave voor HLT) Afspraken tot en met 2030: 1. De gemeente Leiden zet in op de realisatie van 2.700 nieuwe studentenwoningen tussen 2021-2030. 2. De gemeente Leiden maakt in samenwerking met de Leidse regio afspraken met de onderwijsinstellingen (Universiteit Leiden, Hogeschool Leiden, het ROC en studentenhuisvester DUWO over groei van deze instellingen in relatie tot de toenemende huisvestingsopgave die hiermee gepaard gaat.
Opgave 5: Asielzoekers en huisvesting statushouders Afspraken tot en met 2030: 1. Gemeenten in samenwerking met corporaties blijven primair verantwoordelijk voor het regelen van huisvesting voor statushouders.
2534.101 | Koersnotitie
34
Bijlage 2: Vergelijking met prognose ouderenhuisvesting ABF In opdracht van het Rijk heeft ABF in 2023 een prognose gemaakt voor ouderenhuisvesting 6, uitgesplitst naar alle gemeenten in Nederland. In de tabel hieronder is te zien welke uitbreidingsopgave ABF voorziet voor de HLT-gemeenten. Ook is de opgave volgens de prognose van Companen weergegeven. Tabel: Uitbreidingsopgave ouderenhuisvesting 2024* tot en met 2030; prognose ABF tbv Programma Een thuis voor Iedereen Zorggeschikte Geclusterde Nultredenwoningen woningen woningen Totaal 40 65 240 345 Hillegom 50 45 215 310 Lisse 95 70 190 355 Teylingen *De prognose van ABF is gemaakt voor de periode 2022 t/m 2030. In bovenstaande tabel zijn de aantallen gecorrigeerd naar het jaartal 2024 t/m 2030.
Tabel: Uitbreidingsopgave ouderenhuisvesting 2024 tot en met 2030; prognose Companen Zorggeschikte Geclusterde Nultredenwoningen woningen woningen 30 135 45 Hillegom 20 150 55 Lisse 40 220 95 Teylingen
Totaal 210 225 355
Er is een aantal mogelijke verklaringen voor de verschillen. Hieronder lichten we deze toe. Demografische prognose • Als basis voor de raming ouderenhuisvesting heeft Companen gebruik gemaakt van recente bevolkings- en huishoudensprognose van Primos (2023 & 2024). ABF maakt gebruik van de Primos prognose uit 2021. • ABF raamt de uitbreidingsopgave voor de periode 2022 tot en met 2030. Companen hanteert als startjaar 2024; de berekening van de uitbreidingsopgave betreft dus een kortere periode. Aangezien de vraag naar ouderenhuisvesting ieder jaar groeit, leidt dit ertoe dat Companen uitkomt op een wat lagere uitbreidingsopgave. Zorggeschikte woningen • Beide bureaus kijken voor de opgave ‘zorggeschikte woningen’ naar de verwachte toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie t/m 2030. • Companen baseert de verwachte toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie gebaseerd op het huidige zorggebruik per leeftijdsklasse, gecombineerd met de demografische prognose (steeds meer oudere ouderen) – met een kleine correctie vanwege de verwachting dat mensen steeds langer gezond blijven. • ABF heeft de toename van het aantal mensen met een Wlz-indicatie als volgt berekend: - Er is door RIVM een inschatting gemaakt van de landelijke toename van het aantal Wlzindicaties t/m 2030, met een brede bandbreedte.
- BZK/VWS heeft in het programma Wonen en Zorg voor Ouderen (2023) gesteld dat er landelijk t/m 2030 40.000 extra ‘zorggeschikte woningen’ nodig zijn voor mensen met een Wlz-indicatie. Dit getal ligt binnen de bandbreedte van de raming van het RIVM. - ABF heeft dit getal van 40.000 verdeeld over de gemeenten en regio’s. • Een belangrijk verschil tussen de aanpak van Companen en ABF is dat Companen ervan uit gaat dat niet alle ouderen met een Wlz-indicatie (zullen) wonen in een woonzorgcentrum of in een 6 De landelijke prognose vanuit het Rijk is opgesteld door ABF. De opgave nultreden en geclusterde woningen is gebaseerd op de
Primos-module Wonen met Zorg. De opgave voor het aantal zorggeschikte woningen is bepaald door het RIVM.
2534.101 | Koersnotitie
35
•
‘zorggeschikte woning’. In onze prognose gaan we ervan uit dat ca 1/8 van de ouderen met een Wlzindicatie nu én in de toekomst woont in een reguliere woning, en ca 1/8 in een geclusterde woonvorm die niet specifiek is bedoeld voor Wlz-cliënten. Een ander verschil is dat Companen ervan uitgaat dat een deel van de mensen met een Wlz-indicatie samenwoont met een partner die ook een Wlz-indicatie heeft. Wij rekenen dus ook binnen de categorie ‘zorggeschikte woningen’ met een gemiddelde huishoudensgrootte die groter is dan 1 (tussen de 1 en 1,10).
Geclusterd wonen voor senioren • Companen heeft een prognose voor geclusterd wonen gemaakt op basis van de huidige woonsituatie van ouderen met een bepaalde zorgvraag (‘vitaliteitstrede’) op dit moment. De prognose die is uitgewerkt, is een demografische doorrekening van de huidige woonsituatie – er is dus geen rekening gehouden met mogelijke verschuivingen in de voorkeuren van ouderen. • Het is niet bekend welke aannames ABF heeft gebruikt om te komen tot een prognose voor de vraag naar geclusterd wonen voor ouderen. Wel weten we dat ook hier het uitgangspunt is geweest om de landelijke inschatting (80.000 toe te voegen geclusterde woningen t/m 2030) te verdelen over alle gemeenten in Nederland. Nultredenwoningen • Companen baseert zich bij de inschatting van de vraag naar nultredenwoningen op een raming van de omvang van de groep ouderen met ADL-beperkingen. Die raming is gebaseerd op de huidige situatie, die wij hebben gecombineerd met de demografische prognose. De totale vraag naar ‘geschikte’ woningen zoals die volgt uit deze berekening valt uiteen in een vraag naar geschikte woningen binnen geclusterd wonen voor ouderen en een vraag naar nultredenwoningen. Dat laatste getal hebben we vergeleken met de uitbreidingsopgave zoals ABF die schetst. • Het is niet bekend welke aannames ABF heeft gebruikt om te komen tot de opgave voor nultredenwoningen.
Wel weten we dat ook hier het uitgangspunt is geweest om de landelijke inschatting (170.000 toe te voegen nultredenwoningen t/m 2030) te verdelen over alle gemeenten in Nederland. We kunnen niet achterhalen waar de soms grote verschillen tussen onze berekening en die van ABF voor de categorie nultredenwoningen vandaan komen. • Van de huidige voorraad ‘geschikte woningen’ of nultredenwoningen wordt een groot deel bewoond door mensen zonder mobiliteitsbeperkingen. Dat zal ook in de toekomst zo zijn. Het is daarom verstandig om meer nultredenwoningen toe te voegen dan strikt noodzakelijk voor de groep met een mobiliteitsbeperking.
Hoe omgaan met deze cijfers? De prognoses van Companen en ABF geven beide aan in welke mate de vraag naar verschillende vormen van ouderenhuisvesting in de verschillende gemeenten de komende jaren zal groeien. Om aan de stijgende vraag te voldoen, zal ten minste dit aantal woningen moeten worden toegevoegd aan de voorraad. Deze aantallen kunnen worden beschouwd als de nieuwbouw- of transformatieopgave. Om de opgave verder te onderbouwen kan lokaal nader worden onderzocht in welke mate er sprake is van overschotten of tekorten in de huidige situatie, en naar de mogelijkheden om bestaand vastgoed aan te passen of te transformeren. Het kan verstandig zijn om meer woningen voor ouderen toe te voegen dan de in deze rapportage gepresenteerde aantallen. Dat heeft te maken met het volgende: - Een deel van het zorggeschikt aanbod moet in de koopsector en particuliere huur worden gerealiseerd. In die segmenten kan minder worden gestuurd op wie er komt wonen. Om die reden is er enig ‘overaanbod’ nodig om te zorgen dat alle mensen met intensieve zorgvraag hier een plekje kunnen krijgen. Daarnaast is het van belang om te benadrukken dat het hier niet alleen om een bouwopgave gaat: zorg en ondersteuning moeten geregeld en gegarandeerd worden – zowel in zorggeschikte woningen als in de andere woonvormen. Dit vraagt om samenwerking en afstemming tussen verschillende partijen.
2534.101 | Koersnotitie
36
Bijlage 3: Input van onze stakeholders Tijdens twee werksessies is uitgebreid met stakeholders gesproken over het Volkshuisvestingsprogramma. In de sessies zijn de belangrijkste opgaven en thema’s besproken die de komende jaren aandacht vragen. De deelnemers hebben vervolgens gezamenlijk een prioritering aangebracht in deze opgaven, op basis van hun expertise, praktijkervaring en kennis van de lokale situatie. Onderstaande afbeeldingen laten de opbrengst van deze prioriteringsronde zien.
2534.101 | Koersnotitie
37
Aanwezigen Stakeholderbijeenkomsten Stakeholderbijeenkomst volkshuisvestingsprogramma 20 februari 2025 Organisatie Activite De Binnenvest DSV leven HBBouw HLT-Samen Holland Rijnland Hozo Koppers Makelaardij Lisse college Marente Noordwijk Omgevingsdienst Midden-Holland Programma Zorgzame Buurten Rijn & Duin Sedos Stek Stichting 55+ Teylingen College Timpaan Van der Hulst Bouwbedrijf Voor ieder 1 We Share Care Welzijn Teylingen
2534.101 | Koersnotitie
38
Welzijnskwartier Zorg & Zekerheid Stakeholderbijeenkomst volkshuisvestingsprogramma 16 april 2025 Organisatie Activite Combibrug De Binnenvest De Maak Dementie Vriendelijk Hillegom DSV leven GGZ Rivierduinen Het Raamwerk Hillegom college HLT-Samen Hozo Lisse College Noordwijk Raamwerk Rijn & Duin Stek Teylingen College Voor ieder 1 Welzijn Teylingen Zorg & Zekerheid
2534.101 | Koersnotitie
39
Bijlage 4: Begrippenlijst Aandachtsgroepen
Kwetsbare woningzoekenden met een specifieke woonbehoefte, zoals ouderen, statushouders, dak- en thuislozen of uitstromers uit zorg. Gemeenten zijn verplicht om voor deze groepen beleid te maken. Zij krijgen vaak urgentie bij woningtoewijzing en vragen om afstemming tussen wonen, zorg en regionale samenwerking.
Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (Amv’s)
Kinderen jonger dan 18 jaar die zonder ouders of voogd in Nederland verblijven en asiel aanvragen.
Arbeidsmigrant
Iemand die naar Nederland komt om hier tijdelijk of langdurig te werken.
Beschermd Wonen (BW)
Woonvorm met begeleiding voor mensen die (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen door psychische of psychosociale problemen.
DAEB-woning
Sociale huurwoning die valt onder de regeling Diensten van Algemeen Economisch Belang (DAEB). Deze woningen worden verhuurd door woningcorporaties en de huurprijs wordt door de overheid gereguleerd.
Doorstroming
Wanneer mensen verhuizen naar een woning die beter bij hun situatie past, waardoor hun oude woning beschikbaar komt voor anderen.
Doelgroepenverordening
Gemeentelijke verordening die bepaalt dat sociale huurwoningen, sociale koopwoningen en middenhuurwoningen worden gerealiseerd en voor een periode in dit segment blijven.
Forensische zorg
Zorg en behandeling voor mensen met een psychische stoornis die met justitie in aanraking zijn gekomen.
Flexwoningen
Snel te bouwen, vaak tijdelijke woningen die bedoeld zijn om op korte termijn extra woonruimte te bieden.
Hittestress
Gezondheids- en leefbaarheidsproblemen die ontstaan door extreme hitte, vooral in versteende en dichtbebouwde gebieden.
Huisvestingsverordening Holland Rijnland
Regionale verordening die regels stelt voor verdeling en toewijzing van (sociale) huurwoningen in de regio Holland Rijnland. Hierin staan onder meer criteria voor voorrang en inschrijfregels.
Jeugdhulp
Hulp en ondersteuning aan kinderen en jongeren bij opgroei-, opvoed- of psychische problemen.
Jongerenbeleid
Beleid dat jongeren van 18 tot 27 jaar voorrang geeft op betaalbare woningen voor maximaal vijf jaar, met behoud van inschrijftijd. Dit helpt jongeren sneller door te stromen.
Kwaliteitskortingsgrens
Huurgrens binnen de huurtoeslag (in 2025: € 477,20) tot waar de huur volledig wordt vergoed. Voor lage inkomens en jongeren onder de 23 jaar is dit belangrijk, omdat huur boven deze grens minder of geen toeslag oplevert.
Leefbaarheid
Mate waarin een buurt of wijk prettig, veilig en gezond is om in te wonen.
Levensloopbestendige woning
Woning die geschikt is om in alle levensfasen te blijven wonen, ook bij ouderdom of beperking.
Liberalisatiegrens
De huurprijsgrens die bepaalt of een woning valt onder de gereguleerde huursector of de vrije sector. In 2025 bedraagt deze grens € 1.184,82 per maand.
2534.101 | Koersnotitie
40
Woningen met een huur boven deze grens vallen in de vrije sector, waar huurprijzen niet meer gereguleerd zijn. Lokaal maatwerk nieuwbouw
Beleid van Stek dat voorrang geeft aan woningzoekenden die een sociale huurwoning van Stek achterlaten bij toewijzing van nieuwbouwwoningen.
Mantelzorger
Iemand die langdurig en onbetaald zorgt voor een partner, familielid, vriend of buur.
Maatschappelijke Agenda (MAG)
Gezamenlijk plan van gemeente en partners om maatschappelijke opgaven zoals zorg, armoede en leefbaarheid aan te pakken.
Maatschappelijke Opvang (MO)
Opvang voor mensen die dakloos zijn of in een acute crisissituatie verkeren.
Middenhuurwoning
Een middenhuurwoning is een zelfstandige huurwoning met een huurprijs tussen de sociale huur en de vrije sector. In 2025 geldt dat een woning als middenhuur wordt beschouwd als de kale huurprijs tussen € 900,07 en € 1.184,82 ligt, en de woning tussen 144 en 186 WWS-punten heeft.
Middeninkomen
Geen vaste inkomensgrens, maar vaak bedoeld als inkomens boven de sociale huurgrens en onder het niveau voor de vrije sector.
Modulair pakket thuis (MPT)
Thuiszorgpakket waarbij alleen de benodigde onderdelen van de Wlz-zorg worden ingezet.
Omgevingsplan
Integraal gemeentelijk plan waarin alle regels voor de fysieke leefomgeving staan, zoals bouwen, milieu en verkeer. Het vervangt de oude bestemmingsplannen.
Omgevingsvisie
Langetermijnplan van de gemeente voor de inrichting en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving.
Portefeuillehouder
Bestuurder (wethouder) die verantwoordelijk is voor een bepaald beleidsterrein zoals volkshuisvesting.
Portefeuillestrategie
Plan voor het beheren van de vastgoedportefeuille van een corporatie, inclusief keuzes over nieuwbouw, onderhoud, verduurzaming en verkoop. Voor Stek richt deze strategie zich op het beheer van de vastgoedportefeuille, inclusief beslissingen over nieuwbouw, verduurzaming, woningverkoop en onderhoud
Regionale Energiestrategie (RES)
Gezamenlijk regionaal plan om duurzame energie op te wekken en zo de klimaatdoelen te halen.
Regionale realisatieagenda wonen
Gezamenlijk plan van gemeenten en woningcorporaties in de regio dat zorgt voor de uitvoering van die doelen. Het plan beschrijft hoeveel en welke soort woningen er gebouwd moeten worden om aan de vraag naar woningen te voldoen. Het is dus een actieplan om de doelen van de Woonagenda te realiseren.
Regionale woonagenda Holland Rijnland (RWA)
Plan waarin gemeenten in Holland Rijnland samenwerken aan woningbouwdoelen en prioriteiten, zoals aantal, type en locatie van nieuwe woningen.
Seniorenbeleid
Beleid dat huurders van 55+ die eengezinswoningen achterlaten, voorrang geeft op gelijkvloerse woningen, om doorstroming te bevorderen.
Skaeve Huse
Bijzondere woonvorm voor mensen die niet goed passen in een reguliere woonomgeving.
2534.101 | Koersnotitie
41
SNF-norm
Keurmerk en norm voor goede huisvesting van arbeidsmigranten, opgesteld door de Stichting Normering Flexwonen.
Sociale huurgrens
Maximale huurprijs voor een woning om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning. In 2025 bedraagt deze grens € 900,07 per maand. Woningen met een huur boven deze grens vallen buiten de sociale huursector.
Sociale huurwoning
Woning die door een woningcorporatie wordt verhuurd tegen een door de overheid gereguleerde huurprijs, zodat deze betaalbaar blijft voor mensen met een lager inkomen. In 2025 ligt de maximale huurprijs voor sociale huur € 900,07 per maand. Deze woningen vallen binnen de sociale huursector en komen in aanmerking voor huurtoeslag.
Spoedzoeker
Iemand die door uitzonderlijke omstandigheden met grote spoed woonruimte nodig heeft.
Statushouder
Iemand die asiel heeft gekregen en in Nederland een verblijfsvergunning heeft.
Transitievisie warmte
Beleidsdocument waarin de gemeente vastlegt hoe en wanneer buurten overstappen van aardgas naar duurzame warmte.
Veerkracht
Het vermogen van mensen, buurten of organisaties om zich aan te passen aan veranderingen en te herstellen van tegenslagen.
Vereveningsfonds
Een gemeentelijk fonds dat wordt gebruikt om de bouw van betaalbare woningen te stimuleren. Ontwikkelaars dragen bij of ontvangen compensatie afhankelijk van het aantal betaalbare woningen dat ze bouwen, zodat de gemeente betaalbare woningen beter kan realiseren en spreiden.
Volkshuisvestingsprogramma
Plan van de gemeente waarin de volkshuisvestingsopgaven integraal worden uitgewerkt, zoals woningbouw, zorg, leefbaarheid en wijkinrichting.
Volledig pakket thuis (VPT)
Vorm van langdurige zorg waarbij iemand alle benodigde Wlz-zorg thuis krijgt, in plaats van in een instelling.
Wet langdurige zorg (Wlz)
Wet die zware, blijvende zorg regelt voor mensen met een ernstige beperking of ziekte.
Wlz-indicatie
Toekenning (door het CIZ) dat iemand recht heeft op zorg uit de Wet langdurige zorg.
Wet versterking regie Volkshuisvesting (Wvrv)
Een wet die gemeenten meer wettelijke middelen geeft om beter te sturen op woningbouw, zodat voldoende betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen worden gerealiseerd. Volgens deze wet moet gemeenten verplicht een volkshuisvestingsprogramma opstellen. De wet treedt waarschijnlijk in werking op 1 januari 2026.
Woonprogramma
Gemeentelijk plan waarin staat hoeveel en welke soorten woningen gebouwd moeten worden, en waar deze komen. Het huidige woonprogramma komt uit 2020.
Woonwagen
Verplaatsbare woning (meestal op een vaste standplaats) die vaak hoort bij een woonwagenterrein.
2534.101 | Koersnotitie
42