Gemeentelijk rioleringsplan Hillegom 2021-2025 23-09-2020.pdf
Tekst van het document
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
69
Projectgerelateerd
Bijlage 3
Milieutechnisch functioneren – kenmerken overstorten
Riooloverstorten gemengde riolering Straat
Buurt
Valckslootlaan
Vosselaankwartier
Gemengd
100578.103
478726.732
Abellalaan
Schilderskwartier
Gemengd
100037.355
477607.469
Singel V. der Duyn van Maasdamlaan Industriekade Oijen Weerlaan Trompenburg Maurick
Leidsestraat
Gemengd
99529.2
477471.2
Meer en Dorp
Gemengd
100794.39
478580.68
Bedr.terrein Hillegommerbeek Treslong Bedrijventerrein Treslong Vosselaan Treslong Treslong
Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd Gemengd
100087.27 100795.13 100426.44 100450.188 100864.08
478261.06 479205.6 479655.35 479067 479135.11
Van Vlietstraat
Patrimonium
Vosselaan
Gemengd
100578.98
479969.24
Haarlemmerstraat Wilhelminalaan Weeresteinstraat
Buitengebied De Zanderij Buitengebied
Gemengd Ind.terrein Treslong-Oost HWA Gemengd Vosselaan Gemengd
100428.123 98845.447 100524.886
481071.965 479045.247 480547.659
Marellaan
Treslong
Vosselaan
100208.63
479134.707
3e Loosterweg Divonalaan Stationsweg Wilhelminalaan Weerlaan
Buitengebied Olympiakwartier De Zanderij Centrum Bedrijventerrein Treslong
Gemengd Gemengd Ind.terrein Treslong-Oost HWA Gemengd Vosselaan Gemengd Vosselaan Gemengd
Straat
Opmerkingen Bovenkant overstortwand -1,35 m. Put op palen gefundeerd. Inw. 5500x3000. Put op palen gefundeerd.
Valckslootlaan Abellalaan Singel V. der Duyn van Maasdamlaan Industriekade Oijen Weerlaan Trompenburg Maurick Van Vlietstraat
Bemalingsgebied
Stelseltype X-coördinaat Y-coördinaat
Gemengd
98761.755 478867.063 100052.947 477804.276 99270.068 478810.834 99453.17362 478653.7043 100311.3682 479708.1227
Oude overstort uit 1963 onder de brug is dichtgezet naast de brug is een nieuwe overstort geplaatst in 2013 21.24.071/76 21.24.070/74/76 21.24.074/068 300088 is een overstortput met een drempellengte van 2.00m en een drempelhoogte van 0.35- NAP
Haarlemmerstraat Wilhelminalaan Weeresteinstraat Marellaan 3e Loosterweg Divonalaan Stationsweg Wilhelminalaan Weerlaan
23-09-20
Externe overstort BBL. Drempelhoogte -0,36, drempellengte 5,00m. T.B.V. BBB
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
70
Projectgerelateerd
Lozingspunten hemelwaterriolering Straat De Kwekerij Satelietbaan Satelietbaan Satelietbaan Prinses Marijkestraat Satelietbaan Achter de watertoren Beekkade Colijnlaan De Visserlaan V. der Duyn van Maasdamlaan V. der Duyn van Maasdamlaan Meerlaan Meerlaan Singel Satelietbaan Molenlaan Wilsonweg Lodewijk van Deyssellaan Lodewijk van Deyssellaan Frederik van Eedenlaan van Engelenlaan
Wilhelminaplantsoen Trompenburg Doornenburg Doornenburg Carthagolaan Voltstraat Valckslootlaan Kastanjelaan Arnoudstraat Stationsweg Prinses Margrietplantsoen Stationsweg Hertog Reynout Hertog Reynout Van den Endelaan Van den Endelaan Van den Endelaan Van den Endelaan Van den Endelaan Van den Endelaan Leidsestraat Leidsestraat Willem Alexanderheem Weerlaan Avenbeeck Avenbeeck Avenbeeck Patrimoniumplein Talmastraat Patrimoniumplein t Zand Van Vlietstraat Van Vlietstraat Van Vlietstraat Van Vlietstraat Parklaan Valckslootlaan Valckslootlaan Valckslootlaan Weerlaan Heemskerklaan Heemskerklaan Pastoorslaan Leembruggenstraat Leembruggenstraat Hoofdstraat Hoofdstraat
23-09-20
Buurt Centrum Bedr.terrein Treslong Bedr.terrein Treslong Bedr.terrein Treslong Centrum Bedr.terrein Treslong Bedr.terrein Hillegom-Zuid Centrum Meer en Dorp Meer en Dorp Meer en Dorp Meer en Dorp Meer en Dorp Bedr.terrein Hillegommerbeek Schilderskwartier Bedrijventerrein Treslong Treslong Leidsestraat Wendes Wendes Hemen Centrum De Zanderij De Zanderij De Zanderij Treslong Treslong Treslong Vossepolder Leidsestraat Bedr.terrein Horst ten Daal Vosselaankwartier Vosselaankwartier Bedr.terrein Hillegom-Zuid De Zanderij Vosselaankwartier De Zanderij Vossepolder Vossepolder Centrum Centrum Centrum Centrum Centrum Centrum Buitengebied Buitengebied Vosselaankwartier Bedrijventerrein Treslong Brouwerlaankwartier Brouwerlaankwartier Brouwerlaankwartier Patrimonium Patrimonium Patrimonium Buitengebied Patrimonium Patrimonium Patrimonium Patrimonium De Zanderij Treslong Vosselaankwartier Vosselaankwartier Vosselaankwartier Vosselaankwartier Meer en Dorp Meer en Dorp Buitengebied Brouwerlaankwartier Brouwerlaankwartier Brouwerlaankwartier Centrum De Zanderij De Zanderij De Zanderij
GRP HILLEGOM
Bemalingsgebied
Hofzicht (HWA) Ind.terrein Treslong-Oost HWA Ind.terrein Treslong-Oost HWA Ind.terrein Treslong-Oost HWA
Ind.terrein Treslong-Oost HWA Ind.terrein Treslong-Oost HWA
Stelseltype X-coördinaat Y-coördinaat RWA 99691.562 479011.843 RWA 100333.711 479593.5 RWA 100342.494 479585.365 RWA 100294.353 479501.726 RWA 100245.015 478759.971 RWA 100551.117 479444.594 VGS RWA 99235.269 476510.765 VGS RWA 99647.889 478437.375 VGS RWA 101019.47 478628.207 VGS RWA 100842.688 478571.236 VGS RWA 100768.06 478736.482 VGS RWA 100800.941 478585.216 RWA 100794.992 478219.893 RWA 100489.994 478356.786 RWA 99936.162 477243.445 RWA 100239.444 479569.405 RWA 100495.202 479288.424 RWA 99536.3 477520.14 RWA 100252.235 477468.737 RWA 100355.506 477683.848 RWA 100195.26 477513.715 RWA 99445.095 478537.249 RWA 99183.7 479598.1 RWA 99291.866 479520.509 RWA 98833.494 478972.873 RWA 100454.363 479058.744 RWA 100405.93 479244.618 RWA 100281.068 479166.176 RWA 100938.901 479162.3843 RWA 99662.32101 477909.2413 RWA 100828.564 479769.686 RWA 100456.106 478756.929 RWA 100379.5 478937.58 VGS RWA 99468.312 476711.541 RWA 99744.399 479188.884 RWA 100465.7812 478753.0836 RWA 99760.89 479384.838 RWA 101000.7621 479054.0685 RWA 100987.953 479061.134 RWA 99776.95728 478845.4531 RWA 99718.611 478880.125 RWA 99650.496 479001.051 RWA 99678.581 478904.049 RWA 99602.52344 478922.9646 RWA 99828.52564 478869.7887 RWA 99415.51132 477497.6667 RWA 99414.94624 477495.81 RWA 100346.667 478819.439 RWA 100429.695 479652.1152 RWA 100146.1041 477939.5676 RWA 100315.7296 477919.4503 RWA 100337.2892
477954.2469 RWA 100516.0084 480092.2044 RWA 100481.759 479995.4322 RWA 100460.6473 480089.8578 RWA 99785.54364 479378.2227 RWA 100599.0184 480056.1183 RWA 100594.7355 480039.2602 RWA 100587.5203 480006.576 RWA 100576.6458 479952.6382 RWA 98781.72035 479021.3826 RWA 100208.0382 479335.3427 RWA 100514.6982 478735.2611 RWA 100569.3185 478696.0704 RWA 100622.2221 478676.5833 RWA 100683.552 478650.6765 RWA 100811.1378 478863.4487 RWA 101033.147 478768.9667 RWA 99956.79347 479761.8576 RWA 99982.76667 478027.0674 RWA 99919.40214 478076.8224 RWA 99854.82619 478366.3666 RWA 99843.60641 478380.9292 RWA 99425.14233 479465.0943 RWA 99341.59557 479514.9595 RWA 99374.34576 479567.9953
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
71
Projectgerelateerd
Bijlage 4
Relevante wetgeving
Beleidsmatige ontwikkelingen De laatste jaren hebben zich een aantal beleidsmatige en vakinhoudelijke ontwikkelingen voorgedaan, die van grote betekenis zijn op de toekomstige status van de riolering. Hieronder wordt op een aantal van deze ontwikkelingen nader ingegaan. Waterbeheer 21ste eeuw In het kader van Waterbeheer 21ste eeuw (WB21) moet de omgang met regenwater veranderen op basis van de trits ‘vasthouden-bergen-afvoeren’. Dit beleid is gericht op het zoveel mogelijk terugkeren naar de natuurlijke wijze van afvoeren, zoals die was voor de verstedelijking. Dat betekent niet alleen dat regenwater door afkoppelen zoveel mogelijk uit de riolering moet worden gehaald, maar ook bij voorkeur via de bodem wordt afgevoerd in plaats van door een (regenwater)riool. Kaderrichtlijn Water Vanuit Europa dient de Kaderrichtlijn Water (KRW) te worden geïmplementeerd. De uitwerking van de stroomgebied visies om aan dit Europese beleid gestalte te geven verkeert in een vergevorderd stadium. De uitwerking vindt integraal plaats met die voor Waterbeheer 21ste eeuw. De schaalgrootte van de waterlichamen die voor de uitwerking in deze fase zijn gekozen, zijn zodanig dat het aandeel van rioollozingen ten opzichte van andere bronnen (landbouw, verkeer, enz.) mee valt. Op dit moment zijn dan ook nauwelijks maatregelen voor de riolering in KRW-verband te verwachten.
Als het uitwerkingsniveau echter zou worden verfijnd tot waterlichamen die beter corresponderen met de situatie in het stedelijk gebied, dan kunnen daaruit alsnog aanvullende maatregelen naar voren komen. Omgang met regenwater Het regeringsstandpunt ten aanzien van de omgang met hemelwater is uitgewerkt in de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken die per 1 januari 2008 van kracht is. Het beleid moet leiden tot het grootschalig onttrekken van hemelwater uit de (afval)waterketen. De besluitvorming is overigens in de wet nadrukkelijk toebedeeld aan de gemeenten. Hoogheemraadschappen hebben daarbij slechts een adviserende rol. Lokaal hemelwaterbeleid wordt beïnvloed door een complex van factoren. Risico’s en baten moeten zorgvuldig tegenover elkaar worden afgewogen. Dit roept om lokaal maatwerk om faalkansen te vermijden. (BWK-2007) Het regeringsstandpunt ten aanzien van de omgang met hemelwater is uitgewerkt in de Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken die per 1 januari 2008 van kracht is. Het beleid moet leiden tot het grootschalig onttrekken van hemelwater uit de (afval)waterketen. De besluitvorming is overigens in de wet nadrukkelijk toebedeeld aan de gemeenten. Hoogheemraadschappen hebben daarbij slechts een adviserende rol. Lokaal hemelwaterbeleid wordt beïnvloed door een complex van factoren.
Risico’s en baten moeten zorgvuldig tegenover elkaar worden afgewogen. Dit roept om lokaal maatwerk om faalkansen te vermijden. In de waterketen gaat per jaar een omzet om van circa € 3 mld., gelijk verdeeld over de drie sectoren drinkwater, riolering en afvalwaterzuivering. Alleen voor de riolering geldt bovendien dat die omzet zich in de komende tien jaar minstens gaat verdubbelen. De lasten voor deze hoge uitgaven worden direct doorberekend aan de burger. Het is een maatschappelijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden om deze lasten zo laag mogelijk te houden door een hoge mate van doelmatigheid te bereiken in de waterketen. Algemeen wordt verwacht dat de potentie voor meer doelmatigheid in de waterketen vooral in de rioleringssector aanwezig is. Met deze opgave op de achtergrond hebben de ministeries van VROM en V&W, samen met een aantal koepels in 2007 het Bestuursakkoord Waterketen gesloten. De speerpunten die men daarbij nastreeft hebben betrekking op doelmatigheid, samenwerking, transparantie, innovatie en duurzaamheid. De voortgang wil men in 2009 en 2011 monitoren. Zo nodig zullen aanvullende maatregelen getroffen worden om een en ander te bevorderen. Lange termijnvisie op de waterketen 23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
72
Projectgerelateerd
Vanuit BWK-verband is een toekomstvisie voor de waterketen in 2050 gepresenteerd, ‘Verbindend Water’ geheten. De ambities richten zich op het realiseren van een hoog duurzaamheidniveau op basis van het principe ‘cradle-to-cradle’ (wieg tot wieg). De nieuwe woningen in 2050 zullen vrijwel CO2-neutraal uitgerust zijn. Afvalwaterhoeveelheden nemen drastisch af en het regenwater wordt zoveel mogelijk benut of via de bodem afgevoerd. Vanzelfsprekend heeft dit een grote impact op de hedendaagse ondergrondse infrastructuur. Afvalwater wordt vooral lokaal gezuiverd nadat hieruit de nuttige grondstoffen zijn onttrokken. De betekenis van deze toekomstvisie is groot. Immers, de rioolbuizen die morgen de grond ingaan, maken deze toekomstverwachting mee. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) In 2008 is het NBW-actueel vastgesteld. De betrokken partijen hebben hierin vastgelegd dat de zogenaamde basisinspanning, ondanks het schrappen van de WVO-lozingsvergunning in de nieuwe Waterwet, onverkort van toepassing blijft. De basisinspanning is evenwel bedoeld als doelvoorschrift, zodat voor alternatieve, doelmatiger maatregelen gekozen mag worden. Samenwerking in de waterketen Eén van de mogelijkheden voor gemeenten om tot betere prestaties te komen is samenwerking met andere partijen in een groter verband. Daar zijn vele mogelijkheden voor.
Essentieel is dat de samenwerking moet leiden tot bundeling van activiteiten op een grotere schaal. Hiermee zijn niet alleen schaalvoordelen te behalen, maar wordt ook een professionalisering van de rioleringszorg bereikt. De organisatie wordt daarmee veel minder kwetsbaar voor het vertrek van die ene rioleringsmedewerker, terwijl de rioleringsbeheerder zelf meer gelegenheid krijgt om zich binnen een team te ontwikkelen en bekwamen. Bestuursakkoord Water 2011 Rijk, provincies, gemeenten, hoogheemraadschappen en drinkwaterbedrijven hebben concrete afspraken gemaakt over een doelmatiger waterbeheer. Waterveiligheid blijft topprioriteit. In het bestuursakkoord staan afspraken over: De nieuwe aanpak betekent een structurele besparing die oploopt tot € 550 miljoen in 2020. De stijging van lasten voor burgers en bedrijven blijven daardoor beperkt. Medio mei 2009 is door het Rijk, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Unie van hoogheemraadschappen (UvW) en VEWIN het Bestuursakkoord Water getekend. Naar aanleiding van het Bestuursakkoord Water is overal in Nederland de samenwerking tussen de verschillende partijen geïntensiveerd. Het primaire doel van deze samenwerking is het verhogen van de kwaliteit, het verminderen van de kwetsbaarheid en het verlagen van de verwachte kostenstijging in de waterketen.
Ontwikkelingen in wet- en regelgeving Zowel in de afgelopen jaren als in de komende tijd zijn of worden een aantal ontwikkelingen in de wet- en regelgeving doorgevoerd, die in meer of mindere mate van belang zijn voor het rioleringsbeheer. In de volgende paragrafen wordt op de relevante wetgeving ingegaan. Doelen van de wetgeving • Bedrijfsafvalwater, regenwater of grondwater hoeft niet in alle gevallen te worden geaccepteerd. In dit geval kan afvalwater dat het functioneren van afvalwaterzuivering of riolering verstoort, worden geweigerd, waarbij kan worden verordonneerd dat de lozer een eigen installatie bouwt om water te kunnen reinigen, alvorens dit water op oppervlaktewater of op de riolering wordt geloosd. • Gestimuleerd wordt om de afvalwaterketen los te koppelen van het watersysteem; • Voorkomen dient te worden dat schoon water wordt vermengd met afvalwater; • Het ontstaan van afval (stedelijk afvalwater) dient zoveel mogelijk te worden voorkomen. • Hemelwater dient te worden benut om het grondwaterpeil aan te vullen of als gebiedseigen water in het watersysteem. 23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
73
Projectgerelateerd
•
Bestaande gemengde stelsels worden pas bij vervanging omgezet in gescheiden stelsels. Dit geldt overigens ook voor verbeterd gescheiden stelsels. • Daar waar gescheiden afvoer nog niet doelmatig is kan tijdelijk worden gekozen voor een gemengde afvoer. • In de Waterwet (artikel 3.4) is de zorgplicht weergegeven om stedelijk afvalwater te zuiveren in een daartoe bestemde inrichting. In dit artikel is weergegeven dat deze zorgplicht bij de hoogheemraadschappen ligt. • In artikel 3.5 van de Waterwet wordt de hemelwaterzorgplicht nader uitgewerkt, waarbij de zorg voor doelmatige inzameling en verwerking nader is beschreven. • In artikel 3.6 van de Waterwet is de grondwaterzorgplicht nader uitgewerkt, waarbij vooral structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand zoveel mogelijk dient te worden voorkomen of beperkt. • De gemeentelijke zorgplicht geldt alleen voor het openbaar terrein. De grens wordt dan ook getrokken bij het particuliere perceel. Eigenaren van deze terreinen dienen zelf te voorzien in het uitvoeren van deze verschillende watertaken. Pas als de gemeente dit redelijkerwijze niet van de perceeleigenaar kan vragen heeft de gemeente de taak om het afvloeiende hemelwater af te voeren vanaf de grens van het particuliere terrein. • Overigens is in de het Burgerlijk Wetboek een artikel opgenomen over het ontvangen van hemelwater op lagergelegen percelen.
Lagergelegen percelen dienen het hemelwater op te vangen van hoger gelegen percelen. De particulier dient zelf maatregelen te nemen om het water vanaf de hoger gelegen percelen op te kunnen vangen, zonder overlast te veroorzaken op het eigen terrein. Wet Milieubeheer De wettelijke planverplichting uit de Wet Milieubeheer, art. 4.22 e.v. voor het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) blijft van toepassing. De inhoud van het plan moet worden verbreed van één naar drie zorgplichten. Het zogenaamde verbrede GRP moet vóór 1 januari 2013 zijn vastgesteld. Een en ander heeft invloed op het begrippenkader voor de wet (art. 1.1). Verder heeft de Minister van Verkeer & Waterstaat de bevoegdheid om een prestatievergelijking van de gemeentelijke rioleringstaken verplichten (art. 4.22, vierde lid). In de wet is ook een voorkeursvolgorde opgenomen over de omgang met afvalwater, die milieuvervuiling door afvalwater moet tegengaan (art. 10.29a). De gemeenteraad kan bij verordening regels en termijnen vastleggen voor de omgang met afvloeiend hemelwater en grondwater op particulier terrein (art. 10.32a). Artikel 10.33 geeft de gemeente de mogelijkheid om het afvalwater, behalve door een openbaar vuilwaterriool (of gemengd riool) naar een zuiveringsinrichting te leiden, ook door andere gelijkwaardige systemen te verwerken.
Dat betekent dus dat bijvoorbeeld IBA’s onder de zorgplicht kunnen komen te vallen. Waterwet De nieuwe Waterwet integreert negen bestaande wetten, waaronder de Wet verontreiniging oppervlaktewater (WVO), tot één integrale wet. Ook bij deze wet worden de bestaande vergunningen gebundeld tot één nieuwe vergunning: de watervergunning. Ook de WVO-lozingsvergunning voor het lozen van afvalstoffen op oppervlaktewater wordt vervangen door algemene regels in het Besluit lozen buiten inrichtingen (in voorbereiding). Op grond van dit besluit moet de gemeente in het GRP een overzicht opnemen, waarop alle overstortvoorzieningen en nooduitlaten voorkomen. In de praktijk zal het erop neerkomen dat het hoogheemraadschap de gemeente alleen kan aanspreken op grond van geconstateerde waterkwaliteitsproblemen als de riolering daarvan een belangrijke veroorzaker is. Ook de WVO-vergunning behoort tot het verleden. Deze wordt op grote schaal vervangen door het vaststellen van afvalwaterakkoorden tussen gemeente en hoogheemraadschap, of kunnen ook planmatig worden opgevat conform artikel 3.8 van de wet. Besluit Lozing Afvalwater Huishoudens Het besluit lozing afvalwater huishoudens (BLAH) is per 1 januari 2008 in werking getreden. Het bevat algemene regels voor het lozen van afvalwater door particulieren. In het verleden was de regelgeving op dit gebied nogal onoverzichtelijk.
De algemene regels die voor deze lozingen golden, waren verspreid over drie verschillende besluiten. Daarnaast was voor verschillende lozingen een vergunning of ontheffing van het hoogheemraadschap of de gemeente vereist. Met het nieuwe besluit zijn alle regels voor 23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
74
Projectgerelateerd
afvalwaterlozingen door huishoudens samengebracht in één besluit. Voor de lozingen geldt alleen een meldingsplicht. Er is geen vergunning of ontheffing meer vereist. Wel kan een waterkwaliteitsbeheerder maatwerkvoorschriften opleggen, als het belang van de bescherming van het milieu daartoe noodzaakt. Activiteitenbesluit Het Activiteitenbesluit is sinds 1 januari 2008 van kracht. Dit besluit geeft regels voor activiteiten in of vanuit een inrichting, bijvoorbeeld bedrijven. Het Activiteitenbesluit is in het leven geroepen om de administratieve lasten van de burgers te verlichten. Het Activiteitenbesluit gaat uit van de een– loketgedachte. Dit houdt in dat contact opgenomen kan worden met één bevoegd gezag en deze coördineert de melding met andere bevoegde gezagen. Besluit Lozen Buiten Inrichtingen Het besluit lozen buiten inrichtingen (BLBI) is in 2011 in werking getreden. Dit besluit regelt alle lozingen die niet vanuit een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer of een particulier huishouden plaatsvinden. Het gaat bijvoorbeeld om lozingen uit gemeentelijke rioolstelsels, lozingen van grondwater bij ontwatering van gronden (zoals bronneringswater bij bouwactiviteiten), lozingen van afstromend regenwater van wegen en andere openbare ruimten en lozingen bij gevelreiniging. De lozingen vinden zowel door bedrijven als overheden plaats.
In navolging van het Activiteitenbesluit en het Besluit lozing afvalwater huishoudens wordt dit een integraal besluit, waarin alle lozingsroutes (bodem, oppervlaktewater, rioolstelsels) worden geregeld, gebaseerd op de Wet Milieubeheer, Wet bodembescherming en de Waterwet. Dit besluit geeft het bevoegde gezag voor verschillende onderwerpen de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften. (Dit geldt ook voor het BLAH en Activiteitenbesluit). Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zorgt ervoor, dat het aantal vergunningen dat nodig is om te mogen bouwen of aanleggen beperkt wordt tot maar één vergunning: de omgevingsvergunning. Uitgangspunt voor de wet is de een-loket-gedachte. De gemeente is voor de uitvoering van de wet het bevoegde gezag, maar heeft een afstemmingsplicht met andere instanties, waaronder het hoogheemraadschap. Indirecte lozingen op de riolering vallen ook onder deze wet, zodat de WVOaansluitvergunning, wat het domein van de hoogheemraadschappen was, komt te vervallen. Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) Per 1 juli 2008 is de Wet Informatie-Uitwisseling Ondergrondse Netten (WION), beter bekend als de grondroerdersregeling, in werking getreden. De Wet heeft tot doel het voorkomen van graafincidenten bij kabels en leidingen.
De wet regelt primair de informatie-uitwisseling over de ligging van kabels en leidingen tussen netbeheerders en grondroerders. De wet bevat eveneens bepalingen over zorgvuldig graven en zorgvuldig opdrachtgeverschap en het treffen van voorzorgsmaatregelen bij gevaarlijke leidingen. Omgevingswet De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels omtrent ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water en regelt daarmee het beheer en ontwikkeling van de leefomgeving. Met de Omgevingswet wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien, gebaseerd op de principes uit het Europese recht. Verwacht wordt dat de wet (gedeeltelijk) in 2018 van kracht wordt. Tabel - Bestaande wetten die worden vervangen door de Omgevingswet
Belemmeringenwet Privaatrecht Crisis- en herstelwet
Waterstaatswet 1900
Interimwet stad-enmilieubenadering Ontgrondingenwet
Wegenwet
23-09-20
Waterwet
Wet algemene bepalingen
GRP HILLEGOM
Wet herverdeling wegenbeheer Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden Wet inzake de luchtverontreiniging Wet natuurbescherming
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
75
Projectgerelateerd
Planwet Verkeer en Vervoer Spoedwet wegverbreding Tracéwet
omgevingsrecht (Wabo) Wet beheer rijkswaterstaatswerken Wet bodembescherming Wet geluidhinder
Wet Milieubeheer Wet ruimtelijke ordening Wrakkenwet
De Europese Unie heeft voor diverse aspecten van de fysieke leefomgeving richtlijnen vastgesteld, zoals voor milieu, natuur en water. Europese richtlijnen moeten in Nederlands recht omgezet worden. Voorbeelden zijn de Richtlijn industriële emissies (geïmplementeerd in onder andere de Wet Milieubeheer), de Habitatrichtlijn (geïmplementeerd in de Natuurbeschermingswet 1998) en de Kaderrichtlijn water (geïmplementeerd in de Waterwet). De EU maakt echter geen integraal omgevingsbeleid. Het Europese recht is een belangrijk uitgangspunt voor de Omgevingswet, maar er is daarnaast ook ruimte voor nationaal beleid. Vanwege de Europese invloed op het omgevingsrecht heeft het ministerie bekeken welke ordening uit het Europese recht gedestilleerd kan worden. De Europese richtlijnen over de fysieke leefomgeving hebben in grote lijnen een beleidscyclus gemeenschappelijk, die is gericht op het actief bereiken van bepaalde doelen. Deze beleidscyclus (weergegeven in Figuur - beleidscyclus fysieke leefomgeving) is als uitgangspunt voor de Omgevingswet gehanteerd
Figuur - beleidscyclus fysieke leefomgeving
Door in de Omgevingswet uit te gaan van deze beleidscyclus, is het gemakkelijker om de verplichtingen uit Europese richtlijnen in het Nederlandse recht te implementeren. Uitgangspunt daarbij is dat Nederland niets anders of méér regelt dan dat wat de EU-richtlijnen voorschrijven, tenzij daarvoor na afweging van alle belangen aanleiding is. Een tweede uitgangspunt is dat het niveau van bescherming van gezondheid en veiligheid gelijkwaardig blijft aan het huidige niveau. Dat betekent echter niet dat er niets verandert; het bestaande beschermingsniveau kan op een andere wijze dan nu worden vormgegeven. Zo zal de Omgevingswet meer dan nu het geval is de nadruk leggen op een actieve aanpak om doelstellingen of normen te bereiken, maar ook meer mogelijkheden bieden voor flexibiliteit en lokaal maatwerk. Dit vraagt om een geheel andere werk- en denkwijze van overheden, burgers en bedrijven. Open, samenhangend, flexibel, uitnodigend en innovatief zijn hierbij de kernwoorden.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
76
Projectgerelateerd
De doelstelling van de Omgevingswet is opgenomen in artikel 1.3 van de wet: het, met het oog op duurzame ontwikkeling en in onderlinge samenhang: a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b) op een doelmatige wijze beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke functies. Naast de maatschappelijke doelen van de wet, zijn er ook enkele algemene verbeterdoelen voor de gehele stelselherziening. Deze verbeterdoelen zijn gericht op vereenvoudiging en verbetering van het omgevingsrecht en moeten leiden tot vermindering van de administratieve lasten voor burgers en bedrijven en de bestuurlijke lasten voor overheden. De vier verbeterdoelen voor de vernieuwing van het omgevingsrecht zijn:24 a) het vergroten van de inzichtelijkheid, de voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht; b) het bewerkstelligen van een samenhangende benadering van de leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving; c) het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte door een actieve en flexibele aanpak mogelijk te maken voor het bereiken van doelen voor de leefomgeving; d) het versnellen en verbeteren van besluitvorming over projecten in de leefomgeving. De verbeterdoelen staan soms op gespannen voet met elkaar en met de doelstellingen van de wet.
Zo kan het vergroten van de bestuurlijke afwegingsruimte juist leiden tot vermindering van de voorspelbaarheid van het omgevingsrecht. Als lokale overheden meer ruimte hebben om een eigen afweging te maken, wordt de uitkomst van die afweging immers minder goed voorspelbaar. Deels zijn hierover in het wetsvoorstel al keuzes gemaakt, maar ook bij de verdere uitwerking van het wetsvoorstel in de uitvoeringsregelgeving zullen (politieke) keuzes gemaakt moeten worden over de verhouding tussen de verbeterdoelen. De Omgevingswet biedt overheden zes kerninstrumenten, waarmee de zorg voor de fysieke leefomgeving wordt vormgegeven.25 Dit zijn: omgevingsvisies, programma’s, decentrale regelgeving, algemene rijksregels, omgevingsvergunningen en projectbesluiten. Omgevingsvisies Een omgevingsvisie is de integrale langetermijnvisie van een overheidsorgaan op de fysieke leefomgeving die hij beheert. De omgevingsvisie vervangt onder meer de huidige milieubeleidsplannen, structuurvisies op grond van de Wet ruimtelijke ordening, het provinciale waterplan en verkeers- en vervoersplannen. De ene omgevingsvisie maakt het mogelijk om daadwerkelijk integraal beleid te voeren op alle aspecten van de fysieke leefomgeving: milieu, water, natuur, bodem, infrastructuur, monumenten, etc. Het Rijk en de provincies zijn verplicht een omgevingsvisie vast te stellen.
Voor gemeenten is het vaststellen van een omgevingsvisie facultatief. Waterschappen stellen geen omgevingsvisie op. Het waterbeleid is onderdeel van de provinciale omgevingsvisie, waterschappen maken geen integraal beleid. Een omgevingsvisie is niet bindend voor anderen dan de overheid die de omgevingsvisie vaststelt. Dit is vergelijkbaar met de juridische status van de huidige milieubeleidsplannen, waterplannen en structuurvisies. Programma’s Programma’s zijn bedoeld om de beleidsdoelen van omgevingsvisies te operationaliseren. In een programma worden de maatregelen opgenomen voor de ontwikkeling of de bescherming van de fysieke leefomgeving. Het huidige gemeentelijke rioleringsplan wordt – in ieder geval voor wat betreft de uitvoeringsgerichte aspecten – een rioleringsprogramma. Bepaalde programma’s, die een Europese basis 24
Memorie van Toelichting toetsversie Omgevingswet, algemeen deel, p. 19-20. Naast de zes kerninstrumenten bevat de Omgevingswet verschillende andere instrumenten, zoals peilbesluiten, leggers, gedoogplichten, leges, grondexploitatie, etc.
25
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
77
Projectgerelateerd
hebben, zijn in de Omgevingswet verplicht gesteld. Zo is het Rijk verplicht om stroomgebiedbeheerplannen vast te stellen op grond van de Kaderrichtlijn water. Decentrale regelgeving De Omgevingswet gaat er van uit dat provincies, gemeenten en waterschappen hun regelgeving over de leefomgeving in één centrale regeling onderbrengen. Voor gemeenten is dit het omgevingsplan, voor provincies de omgevingsverordening en voor waterschappen de waterverordening. De huidige keur van de waterschappen bevat in principe al alle regels die waterschappen over de leefomgeving vaststellen. Gemeenten zullen echter verschillende bestaande regelingen moeten integreren in het omgevingsplan: bestemmingsplannen, kapverordeningen, monumentenverordeningen en de delen van de Algemene plaatselijke verordening die over de fysieke leefomgeving gaan. Het ligt voor de hand dat ook de hemelwater- en grondwaterverordening (op grond van het huidige artikel 10.32a Wet Milieubeheer) in het omgevingsplan zal worden geïntegreerd. Het doel van deze integratie is met name dat burgers en bedrijven alle regels van de gemeente die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in één document kunnen vinden. De VNG heeft met het ministerie afgesproken dat de overstap van bestemmingsplan naar omgevingsplan via een “dynamisch ingroeimodel” zal geschieden.
De VNG en ministerie delen het eindbeeld dat één omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente zal worden gemaakt, met daarbinnen de mogelijkheid tot gebied specifieke uitwerkingen. In de Omgevingswet zal voorlopig echter de mogelijkheid gecreëerd worden dat er één of meerdere omgevingsplannen worden vastgesteld.
Algemene rijksregels De Omgevingswet maakt de definitieve omslag van regulering via vergunningen naar regulering via algemene regels. Als het Rijk nationaal voorwaarden wil stellen aan activiteiten van burgers of bedrijven, dan doet het dat in principe in de vorm van algemene regels: rechtstreeks werkende regels die aangeven wat wel en niet is toegestaan. Burgers en bedrijven kunnen zo zonder individuele toestemming van de overheid activiteiten ontplooien. Voorbeelden van bestaande algemene rijksregels zijn het Bouwbesluit 2012 en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Als het nodig is dat de overheid van te voren op de hoogte is van activiteiten, dan kan het Rijk in de algemene regels een meldplicht of mededelingsplicht opnemen. Het nadeel van algemene rijksregels – het gebrek aan afstemming met lokale omstandigheden – wordt ondervangen door het bevoegd gezag waar nodig de mogelijkheid te bieden om de algemene regels bij te stellen in de vorm van een maatwerkvoorschrift of maatwerkregels. Omgevingsvergunningen Als een beoordeling van het bevoegd gezag gewenst is voordat burgers of bedrijven activiteiten in de leefomgeving starten, dan is de omgevingsvergunning daar het instrument voor. De huidige omgevingsvergunning (op grond van de Wabo) wordt uitgebreid met onder andere de vergunningen op grond van de Ontgrondingenwet, de Spoorwegwet en de Wet beheer rijkswaterstaatswerken.
Verder blijft de systematiek in grote lijnen hetzelfde. Er zijn twee voorbereidingsprocedures voor de omgevingsvergunning: de reguliere (met een beslistermijn van in principe acht weken) en de uitgebreide procedure (die tot zes maanden kan duren). Bij de reguliere procedure geldt dat de vergunning van rechtswege wordt verleend als de overheid de aanvraag niet binnen de beslistermijn afhandelt. Het ministerie wil dat de uitgebreide procedure in vergelijking met de huidige situatie minder vaak van toepassing zal zijn. Projectbesluiten Het projectbesluit biedt tot slot een uniforme procedure voor ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving door de overheid, zoals de aanleg van wegen of een dijkverlegging. Het projectbesluit is gebaseerd op de
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
78
Projectgerelateerd
eerder genoemde ‘sneller en beter’-aanpak. Dat betekent onder andere dat vooraf een verkenning van alternatieven plaatsvindt en dat burgers en belangenorganisaties vroegtijdig worden betrokken. Het projectbesluit vervangt onder meer het inpassingsplan op grond van de Wet ruimtelijke ordening en het projectplan op grond van de Waterwet, met de bijbehorende coördinatieprocedures. Het projectbesluit kan het omgevingsplan van de gemeente wijzigen en kan in principe de omgevingsvergunning en andere besluiten vervangen die nodig zijn om het project te realiseren. De overheid heeft met het projectbesluit dus een krachtig instrument om ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving tot stand te brengen. Bron: iAWKP Bollenstreek.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
79
Projectgerelateerd
Bijlage 5
23-09-20
Klimaatstresstest wateroverlast - resultaten klimaatbuien
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
80
Projectgerelateerd
Bui08
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
1
Projectgerelateerd
Bui09
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
2
Projectgerelateerd
Klimaatbui 70 mm in 60 minuten
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
3
Projectgerelateerd
Klimaatbui 90 mm in 60 minuten
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
4
Projectgerelateerd
Klimaatbui 160 mm in 120 minuten
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
5
Projectgerelateerd
Bijlage 6
Functionele eisen, maatstaven en meetmethoden
Module A1100 van de Leidraad Riolering gaat over doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden. Inleidend is daarin het volgende opgenomen: Het gemeentelijke rioleringsplan (GRP) beschrijft hoe uw gemeente invulling geeft aan haar wettelijke waterzorgplichten. Om dit eenduidig vast te leggen, is de systematiek van doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden ontwikkeld. Deze aanpak is in Nederland al bijna vijftien jaar gemeengoed en heeft inmiddels een breed draagvlak verworven. Ook de Europese norm Buitenriolering NEN-EN752 (ontwerp 2007) houdt deze methodiek aan. Met de beschrijving van doelen en functionele eisen legt u de gewenste situatie van de toestand en het functioneren van afval-, regen- en grondwatervoorzieningen in uw gemeente vast. Door vervolgens maatstaven en de daarbij behorende meetmethoden te formuleren, maakt u de invulling van de gemeentelijke watertaken concreet en toetsbaar. Behalve eisen aan de voorzieningen stelt u ook voorwaarden aan het beheer ervan door de gemeente. Zo kunt u het gewenste functioneren van de voorzieningen realiseren en waarborgen. Ook deze voorwaarden kunt u toetsbaar maken door ze te specificeren in concrete maatstaven en meetmethoden. Met de nieuwe Wet verankering en bekostiging gemeentelijke watertaken krijgen gemeenten zorgplichten voor stedelijk afvalwater, regen- en grondwater.
De gemeente moet haar beleidsvoornemens hiervoor vastleggen in een GRP. Door de verbreding van de gemeentelijke watertaken is ook uitbreiding van het toetsingskader nodig.
Wij werken volgens deze methodiek. (Ook) in ons vorige vGRP hebben wij onze doelen onderverdeeld naar de volgende aspecten: Aspect 1: inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater Aspect 2: doelmatig omgaan met de inzameling van hemelwater Aspect 3: transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt Aspect 4: voorkomen van vuiluitworp naar bodem, grond- en oppervlaktewater Aspect 5: minimale overlast voor de omgeving Aspect 6: effectief rioleringsbeheer Aspect 7: voorkomen ontstaan structurele grondwateroverlast De aspecten onderverdeeld naar de zorgplichten: Zorgplicht Afvalwater Hemelwater Grondwater
23-09-20
Aspect 1, 3, 4, 5 (deels) en 6. 2 en 5 (deels) 7
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
1
Projectgerelateerd
Doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Doel 1: inzameling van het binnen het gemeentelijk gebied geproduceerde afvalwater 1.1
1.2
1.3
26
Alle percelen binnen het gemeentelijk gebied, waar afvalwater vrijkomt, moeten van een rioolaansluiting zijn voorzien, uitgezonderd in situaties waar lokale behandeling doelmatiger is. In het belang van: volksgezondheid en milieu Beperken van ongewenste lozingen op de riolering. In het belang van: volksgezondheid en milieu
Alle percelen voorzien van een aansluiting op de riolering, uitgezonderd in situaties waar lokale behandeling van het afvalwater doelmatiger is.
Controle van alle aansluitingen op riolering en IBA’s
Huidige situatie: alle percelen zijn aangesloten. Enkele recreatieboten niet, maar die vallen niet onder de aansluitplicht (mobiel) Nieuwe ontwikkelingen: binnenstedelijk aansluiten op riolering, doelmatigheidsafweging in buitengebied
Naleven lozingsvoorwaarden in de Wm of APV.
Controle, handhaving, registratie (door milieu inspectie).
De objecten moeten in goede staat zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu
Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid of stabiliteit worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is).
Inspectie van het rioolstelsel volgens NEN 3399 en classificatie volgens NEN 3398-2004.26
Huidige situatie: er vindt momenteel geen controle en/of handhaving plaats. Controle foutaansluitingen op bedrijventerreinen is goede meetmethode. Nieuwe ontwikkelingen: nieuwe aanleg toetsen op ongewenste lozingen (huidige werkwijze) Is conform huidige werkwijze operationeel plan
Overigens is NEN 3399 begin 2020 vervallen. Er wordt vanaf dit jaar landelijk geïnspecteerd gaan worden volgens de eerdergenoemde Europese NEN-EN 13508-2 + A1. GRP HILLEGOM BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002 1
23-09-20
Projectgerelateerd
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Doel 2: Doelmatig omgaan met de inzameling van hemelwater (dat niet mag of kan worden gebruikt voor de lokale waterhuishouding) Nieuwe ontwikkelingen: alleen inzamelen van afstromend hemelwater voor zover dit redelijkerwijs niet op eigen perceel of op openbaar terrein te verwerken is. In het belang van: wateroverlast Zoveel mogelijk voorkomen van het onnodig afvoeren van schoon hemelwater naar de AWZI In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu
Daar waar hemelwater niet op percelen en delen van het openbaar gebied verwerkt kan worden zijn voorzieningen aanwezig om het overtollig hemelwater in te zamelen.
Controle bij verlenen bouwvergunning en d.m.v. toezicht en handhaving.
Huidig beleid bij nieuwe ontwikkelingen / sloop en nieuwbouw voortzetten
Bij alle percelen en delen van de openbare ruimte waarvan het in te zamelen hemelwater geschikt is voor de lokale waterhuishouding wordt gebruik gemaakt van voorzieningen om het hemelwater terug te brengen naar bodem of oppervlaktewater.
- Afkoppelplan - huidige werkwijze voortzetten
2.3
De instroming in riolen via kolken moet ongehinderd plaatsvinden. In het belang van: wateroverlast
Problemen (overlast) als gevolg van disfunctioneren kolken minimaliseren
-Inventariseren afkoppelkansen. -Mogelijkheid van afkoppeling meenemen bij ingrepen in openbare ruimte - particulieren en bedrijfsleven stimuleren verhard oppervlak af te koppelen Registreren en evalueren waarnemingen, klachten.
2.4
De objecten moeten in goede staat zijn. In het belang van: volksgezondheid (veiligheid)
Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid of stabiliteit worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is).
Inspectie van het rioolstelsel volgens NEN 3399 en classificatie volgens NEN 3398-2004.
2.5
Hemelwater mag alleen worden afgevoerd via een stelsel dat hiervoor ontworpen is, dus niet via voorzieningen die alleen voor dwa zijn ontworpen zoals druk-, vacuümen luchtpersrioleringsstelsels.
Verpompte hoeveelheden in stelsels voor DWA komen overeen met de afvalwaterproductie bij droogweer.
Controle draaiuren gemalen en handhaving indien daar aanleiding voor is (vermoeden, disfunctioneren, toename storingen/ elektriciteitsverbruik ).
2.1
2.2
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
2
- huidige werkwijze voortzetten
In het DVO is het als volgt omschreven: “het schoonhouden van de straatkolken zodanig dat deze 100% functioneel zijn/blijven en te allen tijde het gehele jaar door functioneren.” Inspectie van hemelwaterstelsel vindt gelijktijdig met inspectie van gemengde riolering plaats. Bij volgende inspectieronde wordt de nadruk gelegd op foutaansluitingen (inspectie 2 weken na reiniging). Controle op foutaansluitingen in combinatie met inzicht in kwaliteit stelsel (2.4).
Projectgerelateerd
In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Doel 3: transport van het ingezamelde afvalwater naar een geschikt lozingspunt 3.1
3.2
3.3
23-09-20
Geen nadelige gevolgen als gevolg van een te beperkte afvalwaterafvoercapaciteit tijdens droogweer omstandigheden. In het belang van: volksgezondheid en milieu De afvoercapaciteit moet voldoende zijn om het aanbod van afvalwater bij hevige neerslag te kunnen verwerken, tenzij het extremen betreft (geen overlast bij bui08) In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu
Bij nieuwbouw, nieuwe ontwikkelingen: ontwerp zodat overlast wordt voorkomen. Optimaal stelselontwerp volgens Leidraad Riolering, deel B “ontwerpgrondslagen”.
Hydraulische berekening volgens module C2100. Toetsen van bestaand afvalwaterriool, drukriool indien debiet als gevolg van uitbreiding / ontwikkelingen toeneemt.
Toetsen of uitbreidingen geen negatief effect hebben op bestaande stelsel(s).
Gemiddeld (maximaal) 1 keer per 2 jaar geringe water-opstraat (theoretisch, bui 07 of 08 Leidraad Riolering) wordt geaccepteerd. Dit mag echter niet leiden tot schade. Hierbij rekening houden met klimaatverandering door de effecten van bui 09 en 10 in beeld te brengen.
Hydraulische berekening volgens module C2100.
De afstroming dient gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu
- Ingrijpmaatstaven voor waterdichtheid of stabiliteit worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is), zie 1.3 en 2.4 - Ingrijpmaatstaven voor zand/vuilophoping, obstakels en vuilafzetting worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is). - Inslagpeilen van gemalen moeten onder binnen onderkant (BOK) laagst aanvoerend riool liggen. - Nieuw aan te leggen putten van DWA riolering dienen indien nodig voorzien te zijn van een stromingsprofiel.
- Inspectie van het rioolstelsel volgens NEN 3399 en classificatie volgens NEN 3398-2004. - Toetsen ontwerpen - Waarnemingen tijdens beheer en onderhoud gemalen - extra aandacht voor gevoelige plekken voor vuilophoping, kans op verstoppingen.
Norm is geen overlast (en schade) bij bui08. Anticiperen op klimaatverandering door te streven naar geen overlast (en schade) bij bui09. Dit is een lange termijn doel, mede te bereiken door gerichte maatregelen te treffen (zoals afkoppeling) en oppervlakkige afstroming in beeld te brengen (2D modellering). - Ontwerpen worden hierop getoetst; het ‘stromingsprofiel’ wordt meegegeven als randvoorwaarde bij nieuwe aanleg/vervanging. - Er vindt terugkoppeling plaats met Meerlanden over bevindingen tijdens inspecties, beheer en onderhoud gemalen. - Gevoelige locaties zijn in beeld.
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
3
Projectgerelateerd
3.4
Het afvalwater dient zonder overmatige aanrotting de zuiveringsinrichting te bereiken. In het belang van: volksgezondheid en milieu
Functionele eisen
Persleidingen moeten in of zo dicht mogelijk bij de ontvangende gemalen uitkomen. Daarnaast moeten de ontvangende putten en riolen voorzieningen hebben om aantasting en stankoverlast te voorkomen.
Hydraulische berekening , maximale verblijftijd van 24 uur. Situatie onderzoeken indien daar aanleiding toe is (klachten)
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Doel 4: voorkomen van ongewenste emissies naar bodem, grond- en oppervlaktewater 4.1
Riolen dienen in voldoende mate waterdicht te zijn, waardoor er geen negatieve effecten voor het milieu zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu
Ingrijpmaatstaven voor lekkage, inhangende rubberring, verplaatsingen, beschadigingen en wortelingroei worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is).
Inspectie van het rioolstelsel volgens NEN 3399 en classificatie volgens NEN 3398
Is huidige werkwijze operationeel plan
4.2
De vuiluitworp door overstorten op bodem, grond- en oppervlaktewater dient beperkt te zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu
De vuiluitworp mag geen negatief effect hebben op de kwaliteit van het ontvangend oppervlaktewater of bodem/grondwater.
Stelsel voldoet aan allen eisen (basisinspanning, waterkwaliteitsspoor), dus alleen onderzoeken oorzaak indien kwaliteit ontvangend water daar aanleiding toe geeft.
4.3
De vuiluitworp door regenwaterlozingen op bodem, grond- en oppervlaktewater dient beperkt te zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu
Alleen relatief schoon regenwater mag worden geloosd in de bodem of op het oppervlaktewater.
Toetsen met behulp van metingen aan gemalen en overstorten van gemengde stelsels. Onderzoek naar oorzaak indien kwaliteit oppervlaktewater (of bodem/grondwater) negatief beïnvloed wordt. Gemeente toetst of verwachte kwaliteit het afstromende hemelwater van af te koppelen oppervlak voldoende is om direct of indirect te lozen op oppervlaktewater of in de bodem. Uitgangspunt daarbij is dat hemelwater in principe schoon is, tenzij.
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
4
Pakt gemeente samen met Rijnland op op het moment dat er twijfels over de (te verwachten) kwaliteit zijn.
Projectgerelateerd
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Doel 5: Minimale overlast voor de omgeving 5.1
De bedrijfszekerheid van hoofdgemalen en andere objecten dient in hoge mate gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid, wateroverlast en milieu
- Storingen van hoofdrioolgemalen dienen binnen 24 uur verholpen te zijn (berging stelsel is 24 uur) of noodmaatregelen dienen getroffen te zijn. - Vuilwatergemalen in een gebied met externe overstorten dienen te zijn uitgerust met een reserve pomp. - Gemalen worden bij renovatie of vervanging voorzien van een automatische storingsmelding.
Adequaat doorgeven storingen aan en oppakken storingen door Meerlanden. Afspraken met Rijnland over verhelpen storingen waterschap gemalen. Periodiek beheer en onderhoud conform DVO
Binnen 24 uur moet er een zodanige (nood) oplossing gerealiseerd zijn dat de vuilwaterafvoer weer geborgd is. Werkwijze vastgelegd in paragraaf Afhandeling Meldingen in DVO
5.2
De bedrijfszekerheid van drukrioolgemalen dient in hoge mate gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu
Storingen van drukrioolgemalen dienen binnen 24 uur verholpen te zijn of noodmaatregelen dienen getroffen te zijn.
Adequaat doorgeven storingen aan en oppakken storingen door Meerlanden. Periodiek beheer en onderhoud conform DVO
Werkwijze vastgelegd in paragraaf Afhandeling Meldingen in DVO
5.3
De stabiliteit van de riolen dient gewaarborgd te zijn. In het belang van: volksgezondheid en milieu
Ingrijpmaatstaven voor aantasting, scheurvorming en deformatie worden beoordeeld en verholpen (indien dit doelmatig is)
Inspectie van het rioolstelsel volgens NEN 3399 en classificatie volgens NEN 3398 en registraties bij weginspectie.
Is huidige werkwijze operationeel plan
5.4
Voorkomen van stankoverlast bij gemalen en riool. In het belang van: overlast burger Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient beperkt te zijn. In het belang van: overlast burger
Geen constatering van overlast door stank.
Adequaat reageren bij melding over overlast door stank en terugkoppelen aan de melder. Procedures voor afstemming
5.5
23-09-20
GRP HILLEGOM
Afstemming met andere werkzaamheden, bereikbaarheid handhaven, communicatie met bewoners.
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
5
Reguliere werkwijze
Projectgerelateerd
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Doel 6: effectief rioleringsbeheer 6.1
Het rioleringsbeheer dient zo goed mogelijk te worden afgestemd met interne en externe overheidstaken en particuliere initiatieven. In het belang van: efficiency
Goede communicatie bij inrichting van gebieden en beleidsplannen door gemeente, waterbeheerders, provincie, en overige betrokkenen.
- Communicatieplan voor inrichting en beleidsvorming. - Vroegtijdig overleg met betrokkenen over GRP. - Beschrijving van de afstemming in operationele programma’s.
Conform huidige werkwijze
6.2
Er dient voldoende inzicht te bestaan in het functioneren van de riolering en de toestand van de objecten. In het belang van: efficiency
- Een werkend systeem voor rioleringsbeheer. - Jaarlijks opstellen en evalueren van operationele programma’s voor aanleg, onderzoek en maatregelen. - Doorlooptijd verwerking gemaal-, onderhouds-, en revisiegegevens maximaal 3 maanden. - Herberekening van de vrijverval riolering iedere 10 jaar of eerder bij significante wijzigingen c.q. toename/afname van het wateraanbod. - Het rioolstelsel dient eens per 7 à 8 jaar te worden geïnspecteerd (video-inspectie).
Waarneming Operationeel plan
Conform huidige werkwijze
Vervallen riolen die zijn aangelegd na 1999 worden verwijderd (Bouwstoffenbesluit). Overige vervallen riolen worden zo veel mogelijk verwijderd, tenzij dit om technische of economische redenen niet kan. In dat geval worden de riolen gevuld, zodanig dat geen instortingsgevaar kan optreden. Toepassing van het Duurzaamheidsagenda Holland Rijnland.
Verwerking op revisietekeningen.
Er dient jaarlijks een evaluatie plaats te vinden van de uitvoering van de rioleringszorg, zowel qua gepleegde investeringen, uitgevoerde werken als qua onderhouds- en beheer inspanningen.
Rapportage aan bestuur (Berap, jaarrekening)
6.3
Er dient m.b.t. de verwijderingsplicht van vervallen riolen te worden voldaan aan het Bouwstoffenbesluit. In het belang van: wet- en regelgeving
6.4
Er dient zo veel mogelijk gebruik te worden gemaakt van duurzame en milieuvriendelijke materialen. In het belang van: milieu Effectieve projectbeheersing In het belang van: efficiency
6.5
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
Waarneming Plannen in GRP, wijzigingen waarnemen
Planmatig uitvoeren
Conform huidige werkwijze
Afkoppelplan, wel of niet afkoppelen.
6
Conform huidige werkwijze Beheer inspanningen (DVO) daarin opnemen
Projectgerelateerd
6.6
23-09-20
Er dient een klantgerichte benadering te worden nagestreefd. In het belang van: efficiency
GRP HILLEGOM
- Behandeling van klachten en/of meldingen en eerste reactie naar klager/ melder binnen 2 dagen - Storingsdienst dient 24 uur per dag bereikbaar te zijn voor acute storingen. - Diverse mogelijkheden voor indienen meldingen en/of klachten (zoals via gezamenlijk Waterloket) - Evalueren en rapporteren van centraal gemelde klachten met betrekking tot het disfunctioneren van de gemeentelijke riolering - Gerichte voorlichting en adequate bewonersparticipatie.
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
- Klachtenregistratie
- Meldingsmogelijkheden volgens STEP: Schriftelijk, Telefonisch, Elektronisch en Persoonlijk. - Klachtenregistratie, jaarlijks rapporteren: zie 6.5 - Voorlichting over afkoppeling en inlichten en betrekken in geval van ingrepen in openbare ruimte,
7
Conform huidige werkwijze Werkwijze vastgelegd in paragraaf Afhandeling Meldingen in DVO
Projectgerelateerd
Functionele eisen
Maatstaven
Meetmethoden
Opmerking
Registratie grondwaterstanden via grondwatermeetnet.
Bijplaatsen peilbuizen indien daar aanleiding voor is.
Ontwateringseisen zijn vastgelegd in het vGRP
Bij nieuwbouwplannen hiernaar refereren en aan toetsen.
Klachtenregistratie via (grond)waterloket
Inwoner kan terecht bij gemeente met vragen en/of meldingen over (grond)water.
Grondwaterbeleid is vastgelegd in het vGRP
Voorkomen nieuwe overlast ook bijvoorbeeld door het meeleggen van drainage / IT riool bij relining (indien nodig)
Doel 7: Voorkomen ontstaan structurele grondwateroverlast 7.1
Er is voldoende inzicht in de grondwaterhuishouding In het belang van: (grond)wateroverlast
7.2
Grondwateroverlast in nieuwbouwsituaties voorkomen. In het belang van: (grond)wateroverlast
7.3
Bewoners kunnen terecht voor vragen en/of klachten met betrekking tot grondwater. En zorgvuldig afhandelen meldingen door gemeente In het belang van: wet- en regelgeving
7.4
Zoveel mogelijk voorkomen en beperken van (aan de bestemming gebonden) structurele grondwateroverlast. In het belang van: (grond)wateroverlast
23-09-20
GRP HILLEGOM
- De gemeente verzamelt de beschikbare gegevens van grondwaterstanden in Hillegom. Er is een meetnet met peilbuizen dat voldoende inzicht geeft in potentiële risicogebieden in stedelijk gebied voor een eerste beoordeling op grondwateroverlast. Peilbuizen die onderdeel uitmaken van het meetnet worden onderhouden en gemeten. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn in overeenstemming met het Bouwbesluit 2012 (in een nieuwbouwwoning dient de begane grondvloer volgens het bouwbesluit dampdicht te worden gebouwd). De gewenste ontwateringsdieptes per bestemming, gelden als uitgangspunt voor het ontwerp. De gemeente heeft een loket waar bewoners terecht kunnen voor vragen en klachten over het ondiepe grondwater in de gemeente. De gemeente hanteert een stappenplan voor het beoordelen en afhandelen van melding m.b.t. grondwateroverlast. Binnengekomen meldingen worden door de gemeente geregistreerd. De gemeente draagt zorg voor een goede samenwerking tussen de betrokken overheden indien de verantwoordelijkheid voor een melding geheel of gedeeltelijk ligt bij de waterbeheerder/ Hoogheemraadschap of grondwaterbeheerder/gemeente. De particulier is primair verantwoordelijk voor maatregelen op eigen terrein (bouwkundig, waterhuishoudkundig, etc).
Bij meldingen toetst de gemeente – naast de eigen verantwoordelijkheid van de particulier - aan de gewenste ontwateringsdieptes per bestemming, zoals vastgelegd in dit vGRP. Indien er na beoordeling door de gemeente sprake is van grondwateroverlast op particulier terrein in relatie tot de bestemming en deze zich redelijkerwijs niet op een andere wijze van het grondwater kan ontdoen, zal in overleg met de gemeente een doelmatige oplossing worden gezocht.
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
8
Projectgerelateerd
Bijlage 7
Personele middelen
Berekening conform Kennisbank stedelijk water, Stichting RIONED. Uitgangspunt: onderhoud en maatregelen maximaal uitbesteed, update 2020. Samenvatting tijdsbesteding (theoretisch benodigd, Kennisbank Stedelijk Water)
Tijdsbesteding [dagen]
Planvorming, onderzoek en facilitair
252
Onderhoud (op basis van 80% uitbesteding)
15
Maatregelen (op basis van 60% uitbesteding)
89
Totaal (theoretisch benodigd)
356
Planvorming, onderzoek en facilitair
Onderhoud (op basis van maximale uitbesteding)
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
1
Projectgerelateerd
Maatregelen (op basis van 60% uitbesteding)
23-09-20
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
2
Projectgerelateerd
Bijlage 8
23-09-20
Ontwateringsdiepte
GRP HILLEGOM
BH2619-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0002
3