CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

F02 ODWH, conceptkadernota 2022 en voorlopige jaarrekening 2020.pdf

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken23.394 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Van: Noor de Kruif <N.deKruif@odwh.nl> Verzonden: donderdag 15 april 2021 17:27 Aan: Griffie-Hillegom <Griffie-Hillegom@HLTsamen.nl> Onderwerp: Algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening Geachte heer/mevrouw, Conform de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (artikel 58b) stuurt het dagelijks bestuur de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan provinciale staten van de deelnemende provincies. Om hieraan uitvoering te geven ontvangt u hierbij de definitieve Kadernota 2022 (vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 8 februari 2021) en het Jaarstukken 2020 inclusief het accountantsverslag (als concept behandeld in de vergadering van het dagelijks bestuur op 12 april 2021). Met vriendelijke groet, Noor de Kruif Bestuursadviseur

Omgevingsdienst West-Holland www.odwh.nl Werkdagen: maandag, dinsdag en donderdag

Kadernota 2022 18 december 2020 Def. Concept (versie 0.4)

INHOUDSOPGAVE 1

Voorwoord

3

2

Ontwikkelingen Terugblik 2021: tussenjaar 2022: alles anders?

4 4 4 5

3

Beleidsinhoudelijke kaders 2020 Actuele inhoudelijke thema’s Investeren in een digitaal topografisch systeem Portefeuille en bedrijfsvoering verder op orde

6 6 7 7

4

Financiele kaders 2022 Indexering Tarief 2022

9 9 10

5

Proces en planning

11

6

Ondertekening

12

Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

2 / 12

1

VOORWOORD

Na jaren van stevig sturen op de bedrijfsvoering en verbeteren van de financiële situatie van de dienst, is het tijd om de koers van de dienst bij te stellen. Investeren in kwaliteit, van producten, van sturing, van mensen en van systemen, is noodzakelijk om er voor te zorgen dat de dienst goede producten blijft leveren en een betrouwbare dienstverlener en samenwerkingspartner is en blijft. In tijden waarin het economisch tij voor de deelnemers niet bepaald rooskleurig is, kan een boodschap dat de dienst moet investeren nogal ontactisch overkomen. Ik ben mij daarvan bewust, maar durf deze koerswijziging toch aan u voor te leggen, omdat wij daarvoor mogelijkheden zien binnen de kaders en randvoorwaarden die u ons heeft meegegeven. Of de reorganisatie van 2017 en het Programma ODWH 17-20 (P1720) precies heeft opgeleverd wat aan taakstelling was opgelegd gaan wij nog nader onderzoeken. Feit is dat het tij is gekeerd: dat een trend van steeds verliesgevender worden is gekeerd naar financieel gezonder worden. Dat maakt dat wij verwachten dat wij noodzakelijke investeringen kunnen doen zonder verzoek om extra middelen, want als dat nodig zou zijn dan doen we het niet. Daarnaast blijven we streven naar verdere verbetering van de bedrijfsvoering, omdat we daar mogelijkheden voor zien.

2022 wordt een bijzonder jaar, om allerlei redenen: de overgang naar de nieuwe Strategie die we nog met elkaar gaan bedenken, de invoering van de Omgevingswet, het post-Corona tijdperk, een nieuw regeringsbeleid met wellicht kortingen voor gemeenten, gemeenteraadsverkiezingen met een (deels) nieuw bestuur voor de Omgevingsdienst. Het is lastig om de kaders voor zo’n jaar goed aan te geven, maar ik hoop dat we met deze nota er toch in geslaagd zijn om een perspectief te schetsen.

Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland

Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

3 / 12

2

ONTWIKKELINGEN TERUGBLIK

Vooruitkijkend naar 2022 is het wellicht goed om juist te beginnen met een terugblik, om ontwikkelingen in perspectief te plaatsen. In 2017 heeft de dienst, genoodzaakt door de omstandigheden, een ingrijpende reorganisatie doorgevoerd, met een stevige taakstelling die is vastgelegd in het Programma ODWH 17-20 (beter bekend als P1720). In P1720 waren bezuigingstaakstellingen op vier onderwerpen opgenomen: personeel, overhead, ICT en huisvesting. De taakstelling op het personeel is direct gerealiseerd door afscheid te nemen van een aantal medewerkers. Alleen de resterende kosten van WW-uitkeringen zijn in 2020 (en worden in 2021) nog in de exploitatie opgelost. Ook de taakstelling op de overhead is direct gerealiseerd door in te krimpen en vacatures te bevriezen Ook de taakstelling op de ICT is direct ingezet door een aanbesteding te houden en een contract met een andere dienstverlener aan te gaan. Dit contract komt komend jaar weer onder de loep met nieuwe aanbesteding. Vanaf 2022 is de taakstelling op de huisvesting gerealiseerd doordat de tijdelijke dubbele huurlasten dan geëindigd zijn. Ter definitieve afronding van P1720 zal de dienst in 2021een evaluatie uitvoeren op basis van vraag “(Hoe) is de taakstelling van structureel € 1 mln. gehaald?”.

Immers in de afgelopen vier jaar is de dienst ook weer in omvang toegenomen en hoe verhoudt de nieuwe situatie zich dan met die van 2017. Vanaf 2018 is verder een aantal wijzigingen in de bedrijfsvoering doorgevoerd: de Begrotingssystematiek is aangepast en in lijn gebracht met de afspraken in de werkplannen/het dienstplan; er is een nieuwe Nota P&C voor 2020-2023 opgesteld; er is een nieuwe systematiek voor het bepalen van de formatie op basis van het dienstplan ingevoerd en toegepast en de productiviteitsnorm is naar beneden bijgesteld van een te hoog naar een redelijker niveau. Eind 2019 is besloten tot een organisatieontwikkeling die beoogt om de deelnemers beter te kunnen bedienen, de sturing van de dienst resultaatgerichter te maken en het voor de medewerkers mogelijk te maken om meer verantwoordelijkheid te nemen. De organisatie heeft een matrixvorm gekregen waarin meer samenwerken noodzakelijk is. De verandering is ingrijpend, maar begint de eerste vruchten af te werpen. En ondertussen ging ‘het gewone werk’ gewoon door…

2021: TUSSENJAAR 2021 wordt een jaar van afronden en voorbereiden. De Strategienota die in 2018 startte kent 2021 als laatste jaar en de nieuwe strategie voor 2022 tot en met 2025 wordt voorbereid. De laatste voorbereidingen voor het van kracht worden van de Omgevingswet worden getroffen. De ontwikkelingen bij Duurzaamheid kennen meer focus, met name op energiebesparing. Ten aanzien van de bedrijfsvoering is van belang dat de reserve weer op peil wordt gebracht en in evenwicht komt met de risico’s die de dienst loopt. Die risico’s zijn overigens in de afgelopen jaren in grote mate opgelost; wel is door de Coronacrisis minder verlof opgenomen en is het verlofstuwmeer enigszins toegenomen.

Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

4 / 12

De dienst wil het sturen op de inhuur verder verbeteren: alleen inhuren als het nodig of wenselijk is en beperken als het kan. Daarvoor is nodig dat de productiviteit op het juiste niveau komt en dat norm en de prestaties met elkaar in evenwicht zijn. In 2021 is de verhuizing achter de rug en wordt de (financiële) optimalisatie van de huisvesting afgerond. Naar het zich laat aanzien is er enig positief effect van onderverhuur van de Schipholweg te verwachten. Omdat de Coronacrisis nog niet voorbij is, zal de dienst ook in 2021 nog veel thuis werken. Het “nieuwe” Nieuwe Werken moeten we nog ervaren, maar de verwachting is dat er ook na Corona thuis gewerkt blijft worden, in combinatie met werken op kantoor. Op deze nieuwe situatie probeert de dienst zoveel mogelijk te anticiperen, bijvoorbeeld met de investeringen in bedrijfsmiddelen. Waar in 2020 ‘het gewone werk’ gewoon door ging, wil de dienst in 2021 meer aandacht besteden aan Kwaliteit. Naast het ontwikkelen van de nieuwe Strategie zal de dienst een nieuwe Nota VTH opstellen, die past bij de nieuwe wet- en regelgeving. Doordat de inbedding van de kritische prestatie-indicatoren (KPI’s) en het klant-tevredenheidsonderzoek (KTO) in het nieuwe zaaksysteem niet feilloos is verlopen zal dit opnieuw worden opgepakt, met het oogmerk om rapportages op te leveren die echt iets aangeven over het functioneren van de dienst.

Daarnaast zal de dienst, in lijn met de Omgevingswet, het instrumentarium om informatie beschikbaar te hebben en te stellen toekomstbestendig moeten maken. Op personeelsgebied wordt een nieuw Strategisch Personeelsplan uitgewerkt. Vooruitlopend daarop wordt een nieuwe personeelsgesprekkencyclus ingevoerd en vindt een herijking van de Kwaliteitscriteria plaats.

2022: ALLES ANDERS? Het jaar 2022 kenmerkt zich voor de dienst door een aanzienlijk aantal veranderingen die zich (zeer waarschijnlijk) gaan voltrekken: - Coronacrisis voorbij - Omgevingswet in werking - Jaar na landelijke verkiezingen: nieuw rijksbeleid met gevolgen (kortingen?) voor gemeenten - Gemeenteraadsverkiezingen - (Gedeeltelijk) nieuw bestuur ODWH - Nieuwe Strategie van start. Om zo’n bijzonder jaar goed te kunnen laten verlopen, zal de dienst al in 2021 proberen zich hierop goed voor te bereiden. Mogelijk zal dit leiden tot voorstellen aan het dagelijksen/of algemeen bestuur, over: - het omgaan met basistaken en plustaken, om de discussie met de deelnemers over de inbreng en uitvoering van taken te faciliteren - kwaliteitsverbetering, op het gebied van sturing, inhoudelijke onderwerpen en investeren in medewerkers - het investeren in toekomstbestendige informatievoorziening, zoals een digitaal topografisch kennissysteem - het verder optimaliseren van de bedrijfsvoering, onder andere door het uitvoeren van ontwikkelpunten uit de Nota Planning en Control, zoals het onderzoeken van verschillende vormen van tariefdifferentiatie en het optimaliseren van de norm voor productiviteit. Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

5 / 12

3

BELEIDSINHOUDELIJKE KADERS 2022 ACTUELE INHOUDELIJKE THEMA’S

Vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) staan het komende jaar volop in de belangstelling. Niet alleen omdat de dienst een nieuwe Nota VTH opstelt die rekening houdt met de veranderingen die onder de Omgevingswet aan de orde zijn, ook zal op landelijk niveau de commissie Van Aartsen een advies uitbrengen over de inhoud en het stelsel van VTH en laat de provincie een verkenning uitvoeren naar de samenwerking binnen Zuid-Holland en de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken. In het algemeen leveren de werkvelden Milieu en Bodem met enige regelmaat onderwerpen op die zich mogen verheugen in de warme belangstelling van onderzoeksjournalisten. Dat levert vaak, hoe lastig het soms ook is, interessante landelijke projecten op, maar ook alertheid om vanuit de samenleving naar het eigen werkveld te blijven kijken. Op het gebied van Bouwen is de schaarste aan deskundige medewerkers goed voelbaar, voor ons en voor de deelnemers. Dat en het zoeken naar efficiency en schaalvergroting maakt dat we met verschillende deelnemers in gesprek zijn over nauwere samenwerking of in breng van -een deel van de- taken. Het medewerkersprobleem kennen we als dienst uiteraard ook: we proberen dat op te lossen door een klasje van nieuwe medewerkers te maken en schoolverlaters met hulp van een extern bureau op het niveau van inzetbare deskundigheid te brengen.

Voor de Omgevingswet gaan we er nog steeds van uit dat 2022 het eerste praktijkjaar zal zijn. We blijven ons voorbereiden en ontwikkelen om de overgang goed te kunnen maken, maar realiseren ons dat er ook na de start een groeitraject zal zijn, in het ontwikkelen van kunde en van vaardigheden. Naast blijvende aandacht voor een goede voorbereiding en warme overdracht van de bodemtaken van de provincie naar de gemeenten, zal ook de ontwikkeling van- en het aansluiten op het DSO, het digitale stelsel van de Omgevingswet, nog de nodige aandacht vragen. Voor Duurzaamheid en de rollen en taken voor de dienst daarbij zal de nieuw vast te stellen Strategie voor 2022-2025 naar het zich laat aanzien zeer bepalend zijn. De verwachting is dat het thema Duurzaamheid na de Coronacrisis nog meer aandacht zal krijgen en voor de dienst is de uitdaging om te zoeken naar een stevige rol bij thema’s waar ervaring, deskundigheid en toegevoegde waarde geleverd kan worden. Uiteraard is dat bij energiebesparing, vanuit de basistaken op dat gebied en de bijzondere rol bij de RES in de praktijk. Maar ook op andere thema’s kan de dienst bijdragen, zoals uit de volgende alinea blijkt. De kunst zal zijn om voldoende focus aan te brengen om de maximale bijdrage te kunnen leveren.

In antwoord op een verzoek daartoe heeft de dienst voor ODNL, de koepel van de Omgevingsdiensten, zijn specifieke kennis- en deskundigheidsgebieden in beeld gebracht. Het lijstje was langer dan gevraagd en bestond uit:

Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

6 / 12

-

Deskundigheid over Schiphol en de geluidsbelasting van luchtverkeer Kennis op het gebied van bio-science (GGO-bedrijven), zowel vergunningverlening als toezicht en handhaving Ervaringen met ESA/Estec en de bijzondere aspecten van een ruimtevaartbedrijf Deskundigheid op het specifieke gebied van afvalbranden Kennis van toezicht en handhaving onder de Omgevingswet, uitgewerkt in praktijk casussen die landelijk worden gebruikt voor trainingsdoeleinden De bijzondere rol van de dienst de regionale energiestrategie (RES) als trekker van de lijn energiebesparing Deskundigheid op het gebied van milieu-effectrapportages (MER) voor de RES, door het organiseren en trekken van een landelijke pilot op dat gebied Ervaring met het opzetten en uitvoeren van subsidieregelingen op het gebied van energie en duurzaamheid Ervaring met het uitvoeren saneringsprojecten voor woningen op het gebied van wegverkeerslawaai Kennis en ervaring van Bijenlandschappen en het leiden van projecten daartoe.

Het lijstje geeft een mooi beeld van de diversiteit aan aandachtsgebieden die onze regio vraagt en die de dienst kan bieden. De dienst zal zich inspannen om, door het slim inzetten van collega’s in opdrachten en met beperkte middelen, deze kennisrijkdom op peil te houden.

INVESTEREN IN EEN DIGITAAL TOPOGRAFISCH SYSTEEM Het is de reeds lang gekoesterde wens van- en wellicht inmiddels wel een bestaansvoorwaarde voor de dienst om alle informatie, producten, rapporten en adviezen van de dienst te ontsluiten met een digitale kennisbank die door middel van topografie wordt ontsloten en die gekoppeld is met systemen en informatie van ketenpartners. Op dit moment heeft de dienst dit al voor delen van het werkgebied geregeld. Dat maakt het bijvoorbeeld mogelijk om risicogericht toezicht te houden, omdat slimme combinaties van informatiesystemen en -reeksen goede indicaties geven van branches en gebieden waar nieuwe ondernemingen zijn of regels overtreden worden. Maar het goed en adequaat gaan werken in het DSO, het digitale systeem van de Omgevingswet, noodzaakt tot verdere ontwikkeling en bepaalt mede de urgentie. Het voornemen is om te starten met initiatiefplan en een marktverkenning in 2021, en de uitvoering te starten in 2022. Financiering uit eigen middelen van de dienst is hierbij het uitgangspunt.

PORTEFEUILLE EN BEDRIJFSVOERING VERDER OP ORDE Waar zijn we van en waarvan niet? Regelmatig stellen de deelnemers de vraag welke taken ze wettelijk verplicht zijn bij de dienst in te brengen (basistaken) en voor welke taken ze de keuze hebben (plustaken): of om die al dan niet door de dienst te laten uitvoeren of om die om budgettaire redenen al dan niet tijdelijk te schrappen. De dienst wil deze keuzes zo goed mogelijk faciliteren en maatwerk leveren waar dat kan: waar zit de winst voor de deelnemers, hoe kunnen we daar flexibel op inspelen en voorkomen dat vragen niet opgepakt kunnen worden. Dat betekent ook dat de grenzen tussen programma’s zo nodig verlegd worden om het juiste werkpakket uit te voeren. Met de werkplannen voor 2021 is met deze manier van werken een begin gemaakt. Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

7 / 12

Voor 2022 staat een verdere ontwikkeling van het werken met kengetallen op de rol. Daarnaast is enige ruimte nodig voor het goed kunnen inspelen op nieuwe vragen; hiervoor zullen we binnen de randvoorwaardelijke taken zoeken naar mogelijkheden. Het onderwerp tariefdifferentiatie komt zo nu en dan en op verschillende manieren aan de orde bij het bestuur. De dienst zal daartoe een voorstel met verschillende mogelijkheden en de consequenties daarvan voorbereiden. De genoemde onderwerpen kunnen, stuk voor stuk, tot verschuivingen tussen deelnemers in hun financiële bijdrage leiden. De dienst zal passende voorstellen doen om dat neveneffect inzichtelijk te maken en oplossingen aan te reiken. Een ander punt van aandacht blijft de inhuur. Inmiddels ziet de dienst kans om de inzet van ingehuurde medewerkers doeltreffender te maken en daarmee het verschil in kosten tussen vaste medewerkers en ingehuurde medewerkers te beperken. Inhuur vindt plaats om verschillende redenen: - de dienst wenst een deel van de formatie als flexibele schil in te zetten op het nietstructurele werk - als gevolg van de arbeidsmarkt, of om andere redenen (nog) niet ingevulde vacatures, worden tijdelijk ingevuld - meerwerk als gevolg van extra opdrachten van deelnemers kan niet altijd met de beschikbare bemensing ingevuld worden - vervanging als gevolg van uitval door langdurige ziekte kan noodzakelijk zijn.

Soms vindt ook inhuur plaats wegens capaciteitsgebrek waarvan de oorzaak niet helemaal helder is. Mogelijk is dat het gevolg van een productiviteitsnorm die de dienst hanteert en die nog steeds als te hoog wordt ervaren. Onderzocht wordt of een beperkte en wellicht tijdelijke verlaging van de norm, in combinatie met meer inzicht in de effecten van tijdschrijven en betere instructies, tot het gewenste resultaat van beperking van de inhuur kan leiden.

Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

8 / 12

4

FINANCIELE KADERS 2022 INDEXERING

In de nota Planning en Control 2020-2023 is vastgelegd dat het uurtarief en de materiële budgetten van de deelnemers jaarlijks worden geïndexeerd, op basis van de richtlijn van de commissie Financiële Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen Hollands Midden (FKGRHM), tenzij het algemeen bestuur vanuit een oogpunt van ordentelijk begroten anders besluit. Met de richtlijn van de commissie FKGRHM beschikken de gemeenten in de regio HollandsMidden sinds 2010 over een gedragen instrument om met alle gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelnemen, uniforme afspraken te maken over indexering en algemene taakstelling voor de op te stellen begrotingen. De Provincie Zuid-Holland neemt niet deel in de bovengenoemde commissie en is niet gebonden aan deze kaderstelling. De Provincie heeft in haar kaderbrief de financiële kaders aangegeven voor de gemeenschappelijke regelingen waarin zij deelneemt. Het financiële kader van de provincie is dit jaar ruimer dan de kaderstelling die is bepaald in de commissie FKGRHM. Hierdoor zal er dit jaar - naar verwachting - geen conflicten ontstaan bij het bepalen van de indexering, mits wordt voldaan aan de voorwaarde van de provincie dat bij een lagere indexatie kan worden gegarandeerd dat dit geen verlies van kwaliteit met zich mee brengt. Samenvatting financiële kaders 2022 1.

De toegestane prijsindexatie voor 2022 bedraagt 1.40% voor beloning werknemers en 1,10% voor materiële kosten. Voorstel is het uurtarief van de deelnemers te indexeren op basis van een gewogen gemiddelde van 75% van de indexering van de personeelskosten en 25% van de indexering van de materiële component. Dit geeft het volgende indexpercentage voor 2022. Tabel 1 – Berekening Indexering 2022 Onderdeel Indexatiepercentage Loon Materieel

1,40% 1,10%

Naar rato

Gewogen gemiddelde 75% 1,05% 25% 0,28% Indexering 2022 1,33%

Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

9 / 12

TARIEF 2022 Uurtarief deelnemers Volgens, in overeenstemming met de aangegeven indexering bedraagt het uurtarief voor 2022 € 94,25 voor alle deelnemers. Dit is als volgt opgebouwd: Tabel 2 – Berekening uurtarief 2022 Tarief 2021 € 93,02 Indexering 1,33% € 1,23 Tarief 2022 € 94,25 Tabel 3 - Ontwikkeling uurtarief deelnemers Begroting 2020 2021 Uurtarief € 90,00 € 93,02

2022 € 94,25

Overige tarieven De Omgevingsdienst verstrekt bodeminformatie via het Bodem Informatiepunt (Bip). Vooral makelaars vragen bodeminformatie op. Hiervoor betalen zij een vergoeding per aanvraag. Tabel 4 – Berekening tarief per aanvraag 2022 Tarief 2021 € 42,15 Indexering 1,33% € 0,56 Tarief 2022 € 42,71 Tabel 5 – Ontwikkeling tarief per aanvraag via Bip BIP 2020 2021 Tarief per aanvraag € 40,75 € 42,15

2022 € 42,71

Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

10 / 12

5

PROCES EN PLANNING

Het concept voor deze Kadernota is besproken in de vergadering van het dagelijks bestuur van 7 december 2020 en na een schriftelijke ronde vastgesteld. De vastgestelde nota is voor het Kerstreces toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur, ter definitieve goedkeuring in de vergadering van 8 februari 2021. In de tussentijd is het mogelijk om raden en staten te informeren over deze nota en deze desgewenst te laten toelichten door de dienst. Na goedkeuring in het algemeen bestuur vormt de Kadernota 2022 de basis voor de Begroting 2022, die in februari-maart wordt opgesteld en in de vergadering van het dagelijks bestuur van 12 april 2021 wordt vastgesteld. Daarna wordt de begroting voor zienswijzen voorgelegd aan de raden en staten van de deelnemers. Op 12 juli 2021 neemt het algemeen bestuur een definitief besluit over de Begroting 2022.

Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

11 / 12

6

ONDERTEKENING

Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland op 8 februari 2021,

De voorzitter,

De secretaris,

Y. Peters-Adrian

M.E. Krul-Seen

Agendapunt 4 AB 8 februari 2021: Kadernota 2022 0.4 (2021005949)

12 / 12

Jaarstukken 2020 23 maart 2021 (versie 1.0)

INHOUDSOPGAVE Voorwoord

5

JAARVERSLAG 2020

6

1. Inleiding Alles in het teken van corona Leeswijzer

7 7 8

2. Verantwoording activiteiten 2020 2.1. Programma Milieu 2.2. Programma Ruimtelijke Ordening 2.3. Programma Duurzaamheid 2.4. Programma Bouwen 2.5. Programma Bodem 2.6. Programma Randvoorwaardelijke Taken 2.7. Klanttevredenheid

9 9 11 13 15 17 19 20

3. Samenvatting resultaat en resultaatbestemming 3.1. Realisatie per deelnemer 2020 in uren 3.2. Het resultaat 3.3. De algemene reserve 3.4. Resultaatbestemming

22 22 22 23 24

JAARCIJFERS 2020

26

4. PARAGRAFEN 4.1. Lokale heffingen 4.2. Weerstandsvermogen 4.2.1. Vrije ruimte in de algemene reserve 4.2.2. Risico’s 4.2.3. Financiële kengetallen 4.3. Onderhoud kapitaalgoederen 4.4. Financiering 4.5. Bedrijfsvoering 4.5.1 Organisatiestructuur 4.5.2 Informatisering en automatisering 4.5.3 Personeel 4.5.4 Planning & Control 4.6. Staat van investeringen 4.7. Verbonden partijen 4.8. Grondbeleid

27 27 27 27 27 30 31 31 33 33 33 34 34 36 36 36

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

3 / 72

5. Jaarrekening 2020 5.1. Balans per 31 december 2020 5.2. Toelichting op de balans 5.3. Niet uit de balans blijkende verplichtingen 5.4. Programmarekening 2020 5.5. Toelichting op de programmarekening 5.6. Wet normering topinkomens

37 37 39 45 46 48 53

Ondertekening

53

Bijlagen Bijlage A: Wet normering topinkomens Bijlage B: SISA-bijlage Bijlage C: toelichting eindafrekening en frictielasten Bijlage D: programmarekening naar taakvelden Bijlage E: rapportage kwaliteitscriteria 2.1 Bijlage F: controleverklaring

54 55 57 59 60 61 69

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

4 / 72

Voorwoord Het virus, corona, de pandemie; waarschijnlijk vindt u op de hele wereld geen jaarverslag over 2020 dat hier niet over gaat. Ook bij de Omgevingsdienst West-Holland heeft het virus effect gehad op de organisatie. U zult er in deze jaarstukken over lezen. Maar u zult ook zien dat onze dienst, dankzij het grote aanpassingsvermogen van de werknemers en hun niet aflatende inzet, gewoon zijn werk heeft kunnen doen. Hoewel gewoon, dat is misschien niet het juiste woord. We hielden ons vanaf het begin van de pandemie strikt aan de coronamaatregelen, mede omdat we als overheid een voorbeeldfunctie hebben. In maart gingen we al, als één van de eerste bedrijven, thuiswerken. Het was niet ideaal, zeker niet voor collega’s met kinderen of voor collega’s die juist hele dagen alleen zijn, maar we hebben samen wel bereikt dat corona op onze dienst nauwelijks vat heeft gekregen. We hebben de sociale kant van werken op kantoor erg gemist, maar beseffen ook dat we thuiswerken definitief als één van onze werkwijzen hebben aangeleerd en geadapteerd. Gelukkig heeft de dienst de deelnemers niet hoeven teleur te stellen in de realisatie van de werkplannen. Waar nodig, pasten we onze werkwijze aan, hierin ondersteund door een snel schakelende ICT-afdeling. We hebben meer tijd besteed aan administratief toezicht en kwamen alleen op locatie als het echt noodzakelijk was.

Er zijn bovendien veel meer Ruimtelijke Ordening adviezen gevraagd en afgegeven. Onder andere dit had tot gevolg dat wij het jaar 2020 hebben kunnen afsluiten met een positief financieel resultaat. En dat is iets om met z’n allen blij mee te zijn. Maar er is meer. We hebben in 2020 een nieuw zaaksysteem geïmplementeerd waar veel collega’s mee moesten leren omgaan. Dit werd bemoeilijkt door het thuiswerken maar is uiteindelijk wel gelukt. Op landelijk niveau werden we geconfronteerd met een jaar uitstel van de Omgevingswet naar -zeer waarschijnlijk- januari 2022. Het afgelopen jaar heeft de dienst zich zo goed mogelijk voorbereid op de komst van de Omgevingswet en in 2021 zullen we hier verder aan werken. Eind 2020 is de dienst, bijna geruisloos, verhuisd naar het nieuwe pand aan de Vondellaan. Op dit moment werken er maar zo’n 10 collega’s, maar in de loop van 2021 hopen we alle collega’s, bestuurders en relaties te verwelkomen op onze nieuwe locatie. Het kantoor aan de Schipholweg levert inmiddels een bijdrage aan de bestrijding van corona, omdat daar nu voor de RDOG medewerkers worden opgeleid en ingezet voor bron- en contactonderzoek. De verhuizing was het sluitstuk van een omvangrijke reorganisatie van de dienst die in 2017 in gang is gezet.

We hebben vorig jaar een nieuwe organisatiestructuur ingevoerd waardoor we de opdrachtgevers beter kunnen bedienen en de kennis en kunde van onze medewerkers beter benutten. De afgelopen jaren hebben we hard gewerkt aan het financieel gezond maken van onze dienst. We kunnen stellen dat dat gelukt is, en dat geeft perspectief voor de toekomst. Toen ik in 2019 schreef dat we geen eenvoudig jaar achter de rug hadden, kon ik niet vermoeden dat 2020 een nog veel lastiger jaar zou worden. Maar we hebben er ons samen doorheen geslagen. Ook vanaf deze plek wil ik alle collega’s van de dienst daarvoor heel hartelijk bedanken. Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

5 / 72

JAARVERSLAG 2020

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

6 / 72

1. Inleiding ALLES IN HET TEKEN VAN CORONA In ons jaarverslag van 2019 vonden we dat we een enerverend jaar achter de rug hadden met belangrijke thema’s zoals stikstof- en PFAS-problematiek. Hoe konden we toen vermoeden dat al deze landelijke thema’s op de achtergrond zouden raken door een wereldwijde pandemie die ons hele leven op de kop zou zetten. Alles stond in 2020 in het teken van corona, zowel zakelijk als privé. Niemand zal ervan opkijken dat corona direct en indirect gevolgen heeft gehad voor de jaarcijfers. Coronamaatregelen De Omgevingsdienst West-Holland heeft zich vanaf het begin strikt gehouden aan alle overheidsmaatregelen die genomen werden om het coronavirus in te dammen. Dat betekende onder andere dat bijna alle medewerkers vanaf maart thuis hebben gewerkt. Vanwege de voorschriften veranderde ook de manier van toezichthouden. De programma’s milieu, bouwen en bodem ontwikkelden een administratieve manier van controleren. Productie en kwaliteit Belangrijk om te weten is dat de dienst ondanks corona dezelfde productie heeft kunnen leveren als voorgaande jaren omdat we ons adequaat hebben aangepast aan de veranderende samenleving. Het ligt voor de hand dat door de administratieve controles er een afname was van het aantal uren bij het programma milieu. Dit werd echter gecompenseerd door een verhoging van het aantal uren bij ruimtelijke ordening en bouwen.

Alle programma’s hebben zich bovendien voorbereid op de Omgevingswet die naar verwachting in 2022 in werking zal treden. Opleiding en ontwikkeling Een direct gevolg van corona is dat er minder geïnvesteerd is in opleidingen dan begroot. Sommige opleidingen konden online worden gevolgd, maar andere niet. Hierdoor is er minder geld uitgegeven, maar het betekent ook dat de ontwikkeling van de medewerkers minder snel is gegaan dan verwacht. In 2021 hoopt de dienst hier een inhaalslag mee te maken. Verhuizing De verhuizing naar het nieuwe kantoorpand verliep daarentegen een stuk voorspoediger dan was voorzien. De dienst heeft het contract van het oude pand door een aantal ontwikkelingen gunstig kunnen aanpassen, met enkele incidentele meevallers in de exploitatie van 2020 als gevolg. Financieel succesvol Samenvattend kunnen we concluderen dat de dienst in 2020, onder invloed van corona, anders is gaan werken maar dat dit geen ernstig nadelig effect heeft gehad op de kwaliteit en de omvang van de werkzaamheden. Er is over de hele linie minder geld uitgegeven en er waren enkele meevallers. Dit had een gunstig effect op de cijfers zodat de 2020 met een positief resultaat heeft kunnen afsluiten.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

7 / 72

LEESWIJZER In hoofdstuk 2 treft u als eerste het jaarverslag van 2020 aan. Hierin in wordt per programma verantwoording afgelegd over 2020 zowel inhoudelijk als financieel. In hoofdstuk 3 behandelen we op hoofdlijnen de resultaten 2020 en de reserves. Hoofdstuk 4 vervolgt met de paragrafen, waaronder onder andere de actualisatie van de risico-inventarisatie. Vervolgens treft u de jaarrekening van 2020 aan in hoofdstuk 5. In dit hoofdstuk is de balans met toelichting en de overzichten van baten en lasten met de toelichtingen hierop opgenomen. Daarna treft u diversen bijlagen aan ter ondersteuning van de jaarrekening en ter inzicht. De jaarstukken worden afgesloten met een controleverklaring van de accountant in bijlage F. Het jaarverslag en de jaarrekening van de dienst zijn opgesteld volgens het Besluit begroting en verantwoording voor provincies en gemeenten (BBV). Deze voorschriften gelden ook voor de dienst.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

8 / 72

2. Verantwoording activiteiten 2020 2.1. PROGRAMMA MILIEU

Het programma Milieu controleert bedrijven op milieuwet- en regelgeving. De werkwijze hiervoor moest onder invloed van corona worden aangepast. Datagedreven onderzoek zorgt voor efficiënter en effectiever toezicht. Controle van bedrijven De voornaamste taak van het programma Milieu is het controleren van bedrijven op milieuwet- en regelgeving via aangekondigde en onaangekondigde bezoeken. Dit kwam door corona grotendeels stil te vallen. Vanaf half maart zijn er vooral administratieve controles uitgevoerd. De aspecten die door corona niet gecontroleerd konden worden, zullen bij een volgende fysieke controle weer meegenomen worden. Controles op bijvoorbeeld gevaarlijke stoffen of brandwerende maatregelen werden wel fysiek uitgevoerd, met inachtneming van de corona-hygiënemaatregelen.

Meedenken en meedoen! De dienst heeft binnen de wettelijke kaders, meegedacht met bedrijven die vanwege corona hun werkzaamheden wilden aanpassen maar daar geen vergunning voor hadden. Bedrijven die werkzaamheden om besmettingen te voorkomen op een ander dagdeel planden of over een langere periode gedurende de dag, kregen daar ontheffing voor. Supermarkten bijvoorbeeld, konden hun bevoorradingen vroeger in de ochtend plannen. Omdat de horeca de deuren moest sluiten, waren controles overbodig en verplaatst naar 2021. De medewerkers die hierdoor minder werk hadden werden onder andere ingezet om toezicht te houden op lpg-tankstations bij het afleveren van brandstof.

Vuurwerkverkooppunten Alhoewel de verkoop van vuurwerk in 2020 niet door mocht gaan, is er toch veel tijd gaan zitten in de controle van de vuurwerkverkooppunten. De dienst had veel contact met ondernemers over de plannen voor de verkoop van categorie-1 vuurwerk (het zogenaamde kindervuurwerk) en controleerde de opslag van het al aanwezige vuurwerk. De controle op het naleven van de wet kostte meer tijd dan de reguliere controles tijdens een ‘normaal’ vuurwerkjaar.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

9 / 72

Data-gedreven toezicht De dienst heeft in 2020 het project voor datagedreven toezicht vormgegeven. Door de gegevens van verschillende databronnen met elkaar te vergelijken is onderzocht of bedrijven die zich aan de milieuwetgeving moeten houden, zich wel bij de dienst hadden aangemeld. In 2021 zal de dienst op basis van datagedreven onderzoek bijvoorbeeld brandveiligheid en horecabedrijven gaan onderzoeken. Hierbij worden de gegevens van bedrijven waar brand is geweest met elkaar vergeleken. Uit een pilot van dit project die in 2019 in Leiden is gehouden, bleek dat het percentage overtredingen dat bij data-gedreven toezicht naar boven komt, veel hoger is dan bij reguliere controles, namelijk 70% in plaats van 40%.

Ondermijning De dienst wordt een steeds groter aanspreekpunt in de regio op het gebied van ondermijning. Het ondermijnen van de samenleving gebeurt door criminelen die legale bedrijven oprichten voor hun criminele activiteiten. Wanneer ze voor zo’n bedrijf ook milieuvergunningen nodig hebben, kan de dienst signaleren dat er iets niet klopt. De politie maakt gebruik van de kennis en kunde van de dienst om ondermijning op te sporen. In 2020 hebben ongeveer 20 controles plaatsgevonden. Met alle deelnemers is afgesproken dat hier in 2021 meer capaciteit voor wordt vrijgemaakt.

Warmtepompen Om de doelen uit het energieakkoord te bereiken worden er steeds meer warmtepompen geïnstalleerd. De dienst merkt dit door het toegenomen aantal meldingen ‘lozing buiten inrichting’ voor de boringen van bodemenergiesystemen. De omgevingsdienst registreert de warmtepompen en controleert de milieueffecten hiervan.

Rob van Alphen, programmamanager Milieu: ‘Datagedreven onderzoek helpt ons bij ons motto: toezicht houden waar toezicht nodig is, met maximale effectiviteit.’

Wat zeggen de cijfers? Realisatie per programma

Milieu Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemer

€ € €

Actueel Begroting Werkplan Offertes werkplan Realisatie Verschil 2020 2020 2020 2020 2020 2020 62.500 58.740 0 58.740 51.905 -6.835 5.538.534 € 5.330.430 € - € 5.330.430 € 4.715.075 € (615.355) 214.895 € 218.786 € - € 218.786 € 120.068 € (98.718) 5.753.429 € 5.549.216 € - € 5.549.216 € 4.835.143 € (714.072)

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

10 / 72

2.2. PROGRAMMA RUIMTELIJKE ORDENING

In 2020 zijn er weer meer adviezen verstrekt door de dienst. Bovendien zorgt de nieuwe Omgevingswet, al vóór de invoering ervan, voor veranderingen binnen Ruimtelijke Ordening. Meer dan 1000 adviezen Onder invloed van corona kwamen veel activiteiten stil te vallen. Maar de bouw- en RO-plannen bij gemeenten gingen gewoon door, dus ook de advisering door de dienst. De begrote uren uit de werkplannen zijn zelfs met 30% overschreden. In totaal zijn meer dan 1000 adviezen verstrekt, met name over bodem, geluid, archeologie, ecologie, externe veiligheid en luchtkwaliteit. Grote projecten waarin intensief samengewerkt werd, waren: ▪ Gebiedsontwikkeling Zuid-West in Leiden: de dienst onderzocht of wonen geïntegreerd kon worden in het bedrijventerrein Rooseveltstraat. De gemeente Leiden vroeg de dienst om mee te doen met een scrumproject. Bij het Leidse scrumproces werden regels opgesteld voor geur, geluid en bedrijfs- en milieuzonering voor een nog op te stellen Omgevingsplan. Het doel was om uit te zoeken hoe de regels van de Omgevingswet het beste ingezet konden worden. ▪ Omgevingsvisie Noordwijk: meerdere milieuadviezen zijn verstrekt en de dienst heeft geparticipeerd in diverse overlegsituaties en deelgenomen aan sessies met bewoners en bedrijven. ▪ Omgevingsplan landelijk gebied Zoeterwoude: het betrof met name advisering op het aspect geluid en het beoordelen van de regels.

Testen regelgeving Omgevingswet De Omgevingswet, die volgens planning op 1 januari 2022 in werking treedt, gaat de Wet Ruimtelijke Ordening vervangen. De nieuwe wet zal naar verwachting, gemeenten meer vrijheden geven om ruimtelijke projecten in te richten. Reden voor veel gemeenten om de dienst in 2020 al te vragen wat de wet op termijn voor hun projecten zal gaan betekenen. Naast het reguliere advies, werd ook gevraagd hoe het advies er onder de nieuwe wetgeving uit zou kunnen zien. Dit betekende meer werk, maar het gaf de dienst ook de mogelijkheid om zich alvast in de nieuwe regels in te werken. Met deze ‘real-life-cases’ heeft de dienst veel kennis opgedaan over de Omgevingswet.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

11 / 72

Meer vragen over duurzaamheid Wanneer de gemeente een goede ruimtelijke onderbouwing nodig heeft voor bijvoorbeeld bestemmingsplannen, omgevingsvisies of bouwplannen, dan levert de dienst advies over verschillende milieuaspecten. In 2020 nam in dit kader de vraag naar duurzaamheidsadviezen toe. Sommige opdrachtgevers wilden graag dat de dienst meedacht over duurzame gebiedsontwikkelingen zoals aardgasloos bouwen of het aansluiten op een warmtenet. Helaas kon aan deze vraag nog niet altijd worden voldaan omdat de dienst nog niet over voldoende medewerkers met de benodigde kwalificaties kon beschikken.

Rob Heemskerk, portefeuillemanager Ruimtelijke Ordening: ‘De Omgevingswet betekent een veranderproces voor gemeenten. Wij als omgevingsdienst stoeien daar ook nog mee. De uitdaging voor 2021 is hier samen een weg in te vinden.’

Wat zeggen de cijfers? Realisatie per programma

Ruimtelijke Ordening Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemer

€ € €

Actueel Begroting Werkplan Offertes werkplan Realisatie Verschil 2020 2020 2020 2020 2020 2020 21.230 20.452 115 20.567 26.047 5.480 1.870.400 € 1.844.177 € 10.350 € 1.854.527 € 2.350.875 € 496.348 - € - € - € - € - € 1.870.400 € 1.844.177 € 10.350 € 1.854.527 € 2.350.875 € 496.348

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

12 / 72

2.3. PROGRAMMA DUURZAAMHEID

Van controle op wettelijke energiebesparingsmaatregelen tot projecten met bijen, van duurzaamheidsfondsen tot het opstellen van de RES 1.0; de dienst helpt deelnemers op alle mogelijke manieren duurzamer te worden. Informatie- en energiebesparingsplicht Grootverbruikers van elektriciteit en/of aardgas zijn wettelijk verplicht om energiebesparende maatregelen te nemen en moeten dit ook rapporteren. De gemeente of de dienst houdt hier toezicht op. Van de 2000 informatie-plichtige bedrijven in onze regio hebben inmiddels 1240 zich bij ons aangemeld. In 2021 zal de focus liggen op het opsporen van de nog niet-melders, het uitvoeren van hercontroles met betrekking tot de energiebesparingsplicht en het beoordelen van de rapporten die nog binnenkomen. In het verlengde daarvan gaan we ook van start met een campagne rondom het Energielabel C voor kantoren, want per 1 januari 2023 moet elk kantoorgebouw minimaal dit energielabel hebben.

RES 1.0 De Regionale Energie Strategie (RES) is een document waarin elke regio beschrijft hoe de energiedoelstellingen voor 2030 en 2050 uit te werken. We participeren in alle werkgroepen van de RES en zijn de trekker van de werkgroepen Energiebesparing en Zon op Daken. We hebben het afgelopen jaar de NRD (notitie reikwijdte en detailniveau) opgesteld als eerste stap richting een Plan-MER voor de RES. Als regio zijn we hierin een van de landelijk pilotregio’s. Bovengenoemde onderwerpen zullen in de zomer van 2021 met de input van de diverse deelnemers resulteren in de RES 1.0. Hiermee kan uitvoering gegeven worden aan de gestelde energiedoelstellingen.

Duurzamer leven We helpen deelnemers om hun inwoners duurzamer te laten leven, onder andere met behulp van diverse duurzaamheidsfondsen en de Regeling Reductie Energiegebruik (RRE). Door middel van een voucher worden huiseigenaren verleid om hun huis energiezuiniger te maken. Wij coördineren de regeling en zorgen voor de afhandeling van de vouchers.

Zorg voor ons landschap We zijn in 2020 gestart met het opstellen van een meerjarenplan milieueducatie voor iedereen, van jong tot oud, in onze regio. Ook zijn we leider van het project Groene Cirkels Bijenlandschap. Het doel is om het landschap te behouden door een bloemrijk netwerk aan te leggen van groenstroken, tuinen, terreinen, weilanden en akkerranden voor bijen en vlinders.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

13 / 72

Rommie van Rossem, portefeuillemanager duurzaamheid: ‘We zijn betrokken bij diverse ontwikkelingen op het gebied van biodiversiteit en circulariteit. De komende jaren willen we dit nog meer tot bloei laten komen samen met de gemeenten, de regio en de provincie.’

Wat zeggen de cijfers? Realisatie per programma

Duurzaamheid Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemer

€ € €

Actueel Begroting Werkplan Offertes werkplan Realisatie Verschil 2020 2020 2020 2020 2020 2020 9.850 11.690 375 12.065 9.793 -2.272 870.104 € 1.057.838 € 33.750 € 1.091.588 € 885.585 € (206.003) 450.538 € 414.136 € 30.942 € 445.078 € 312.604 € (132.474) 1.320.643 € 1.471.973 € 64.692 € 1.536.665 € 1.198.189 € (338.477)

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

14 / 72

2.4. PROGRAMMA BOUWEN

Het Ondernemersloket maakt bouwvergunningen indienen gebruiksvriendelijker. Ook in andere projecten heeft het programma Bouwen zich verder ontwikkeld. Daarnaast zorgde corona voor een nieuwe manier van werken. Ondernemersloket Verreweg de meeste opdrachten voor het programma Bouwen komen van de gemeente Noordwijk (95%). Met hen heeft de dienst in 2019 een verbeterplan opgesteld. Dit resulteerde in 2020 onder andere in het Ondernemersloket. Ondernemers kunnen hier terecht met al hun vragen. Ze krijgen tips en worden gecoacht over hoe ze het beste een bouwvergunning kunnen aanvragen. De kwaliteit van de aanvraag van de bouwvergunningen is als gevolg hiervan verbeterd, waardoor er een snellere toetsing kan plaatsvinden. Bovendien is de kans op een positief resultaat vergroot.

Corona Tijdens de tweede coronagolf werd besloten om voor handhaving het betreden van panden tot een minimum te beperken. Uiteraard konden alle inspecties in de buitenlucht wel gewoon doorgaan. De dienst ging over op een nieuwe administratieve manier van handhaven. Per sector werd besloten hoe dit het beste uitgewerkt kon worden. Er werden meer vergunningsaanvragen voor dakkapellen, schuttingen en aanbouwen ingediend. Bovendien heeft de dienst een actieve bijdrage geleverd aan de vergunningsverlening en het bouwkundig toezicht van de bouw van de hallen voor de opslag en productie van Covid-19 vaccins van een farmaceutisch bedrijf in Leiden.

Wet private kwaliteitsborging Door de komst van de Wet private kwaliteitsborging (Wkb) die samenloopt met de Omgevingswet en waarschijnlijk op 1 januari 2022 in werking treedt, zal de rol van de dienst als toezichthouder en vergunningsverlener veranderen. Het toetsen van de aanvraag wordt, voor sommige type bouwwerken, overgenomen door private partijen. De uiteindelijke kwaliteitsborging zal nog wel bij de dienst liggen. In 2021 zal de dienst de werkwijze hiervoor gaan onderzoeken en implementeren.

Diverse projecten De dienst begeleidt bijna alle deelnemers in langlopende geluidswerende projecten, zoals geluidsanering bij de aanleg van een weg langs een woonwijk of een reconstructie van een bestaande weg. De locaties die het betreft worden bezocht, onderzoeken en subsidies worden aangevraagd en er is controle op het aanbrengen van de maatregelen bij de woningen. Ook de meldingen van asbest en het toezicht houden op het verwijderen ervan, horen bij de langlopende activiteiten van de dienst.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

15 / 72

Van de gemeente Noordwijk kreeg de dienst de opdracht om het strijdig gebruik van eersteklas bollengrond aan te pakken. De dienst heeft dit een begin gemaakt met de uitvoering van dit door de raad vastgestelde beleid; dit zal in de aankomende jaren worden vervolgd.

Jeroen Smits, portefeuillemanager Bouwen: ‘We voelen in ons vergunningenwerk altijd de druk van de fatale termijnen. Dat maakt het dynamisch en boeiend.’

Wat zeggen de cijfers? Realisatie per programma

Bouwen Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemer

€ € €

Actueel Begroting Werkplan Offertes werkplan Realisatie Verschil 2020 2020 2020 2020 2020 2020 38.455 48.101 20 48.121 49.476 1.355 3.382.055 € 4.331.273 € 1.800 € 4.333.073 € 4.454.484 € 121.412 61.185 € 61.185 € - € 61.185 € 39.495 € (21.690) 3.443.241 € 4.392.458 € 1.800 € 4.394.258 € 4.493.979 € 99.721

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

16 / 72

2.5. PROGRAMMA BODEM

Vergunningsverlening, toezicht en handhaving zijn de primaire taken van het programma Bodem. Daarnaast informeert en adviseert de dienst vanuit haar expertise, gemeenten en provincie met betrekking tot landelijke en regionale vraagstukken. Netwerk Bodem en Ondergrond Stedelijke verdichting, klimaatvraagstukken en de energietransitie vragen allemaal om ruimte. Niet alleen bovengronds, maar ook ondergronds. Daarvoor is eigenlijk Ruimtelijke Ordening onder het maaiveld nodig. Vanuit dat besef is het Netwerk Bodem en Ondergrond in 2019 opgestart. De deelnemers buigen zich over de complexe vraag hoe de bodem kan bijdragen aan het oplossen van ruimtegebrek. Is er bijvoorbeeld in een willekeurige straat naast riolering, elektriciteit, ondergrondse afvalvoorzieningen en groen, nog ruimte voor glasvezel of een warmtenetwerk? Voor de inrichting van de schaarse ruimte is een 3D-aanpak nodig waarin alle aspecten aan bod komen. De dienst is als specialist van de ondergrond in de regio, de kartrekker van het Netwerk. De eigen medewerkers zijn in 2020 opgeleid om bodembreed advies te geven. In 2021 zal de dienst samen met de deelnemers de 3D-aanpak verder uitwerken.

Omgevingswet en Wet bodembescherming Alle taken die betrekking hebben op verontreinigde grond voert de dienst op dit moment uit in opdracht van de provincie en gemeente Leiden. Wanneer de Omgevingswet, naar verwachting in januari 2022, wordt ingevoerd, zal het bevoegd gezag voor de Wet bodembescherming (Wbb) van de provincie naar de gemeenten overgaan. De dienst is met de gemeenten in overleg wat dit gaat betekenen en wat er op hen af gaat komen. Ook wordt in dit kader het huidige bodembeleid geëvalueerd en aangepast aan de nieuwe wetgeving. In 2021 wil de dienst de nieuwe werkwijze gereed maken voor implementatie.

Andere projecten Naast deze omvangrijke projecten die alle deelnemers aangaan, heeft de dienst voor verschillende deelnemers specifieke opdrachten uitgevoerd, zoals het onderzoek naar mogelijke loodverontreiniging in volkstuincomplexen. Ook is er onderzoek gedaan naar kunstgras op sportvelden en is het toepassen van bagger beoordeeld. Voor alle deelnemers werd een update gemaakt van de bodemfunctieklassenkaart. Deze kaart verschaft inzicht in de bestemmingen van de bodem, zoals wonen, industrie of natuur. In 2021 wordt op basis hiervan een update van de meer gedetailleerde bodemkwaliteitskaart gemaakt.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

17 / 72

Cees van Mullen, portefeuillemanager Bodem: ‘De Omgevingswet zal voor de bodemtaken binnen de dienst verschuivingen in bevoegd gezag en beschikbare middelen met zich mee brengen.’

Wat zeggen de cijfers? Realisatie per programma

Bodem Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemer

€ € €

Actueel Begroting Werkplan Offertes werkplan Realisatie 2020 2020 2020 2020 2020 10.985 12.748 25 12.773 13.473 993.053 € 1.179.171 € 2.250 € 1.181.421 € 1.242.241 € - € - € - € - € - € 993.053 € 1.179.171 € 2.250 € 1.181.421 € 1.242.241 €

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

18 / 72

Verschil 2020 700 60.820 60.820

2.6. PROGRAMMA RANDVOORWAARDELIJKE TAKEN

Ondanks corona bleef het dienstverleningsniveau van de Omgevingsdienst op peil, vooral door het goed onderhouden van de contacten met de deelnemers. Omgevingswet De dienst heeft zich voorbereid op de Omgevingswet, onder andere door een bijdrage te leveren aan diverse omgevingsvisies en omgevingsplannen. De kennis en ervaring die zo is opgedaan met gemeenten, provincie en ketenpartners, is vastgelegd in een handreiking die met de deelnemers is gedeeld. Met deze handreiking weten de deelnemers hoe de Omgevingsdienst de nieuwe instrumenten van de Omgevingswet kan invullen.

De toekomst van digitale gegevens In het kader van het speerpunt stabiele en (financieel) gezonde de dienst werd de bedrijfsvoering verder verbeterd. Een belangrijk onderdeel hiervan was het in gebruik nemen van Powerbrowser, een integraal systeem voor de registratie van VTH&A-taken en het vastleggen van processen en documenten. Powerbrowser heeft als voordeel dat het enige geografische (GIS) toepassingen heeft en mobiel inzetbaar is. De toekomst van VTH&A ligt steeds meer in het benutten van de mogelijkheden van digitale gegevens, en deze implementatie brengt data-gestuurd werken dichterbij. In 2021 zullen we het systeem verder ontwikkelen, onder andere met het oog op de invoering van de Omgevingswet en de aansluiting op het Digitale Stelsel Omgevingswet in 2022.

Online blijven functioneren Randvoorwaardelijke taken en projecten richt zich op een kwalitatief goede dienstverlening en verantwoording van de Omgevingsdienst. Het gaat hier om taken die we uitvoeren voor alle deelnemers, zoals voorlichting, relatiebeheer, functioneel applicatiebeheer en algemene juridische advisering. We ondersteunen het bestuurlijk overleg en coördineren Wet Bibob-activiteiten. Bovendien verstrekken we informatie aan burgers en bedrijven, onder andere met betrekking tot bodemactiviteiten. We konden al onze taken, ondanks corona, gewoon uitvoeren. Het virus maakte wel dat de (bestuurs)contacten alleen online waren en bezoeken van bestuurders aan locaties in de regio werden uitgesteld.

Wat zeggen de cijfers? Realisatie per programma

Randvoorwaardelijke taken Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemer

€ € €

Actueel Begroting Werkplan Offertes werkplan Realisatie 2020 2020 2020 2020 2020 23.160 26.785 0 26.785 27.133 2.064.937 € 2.440.823 € - € 2.440.823 € 2.471.711 € 103.800 € 103.800 € - € 103.800 € 15.317 € 2.168.736 € 2.544.622 € - € 2.544.622 € 2.487.028 €

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

19 / 72

Verschil 2020 348 30.888 (88.483) (57.594)

2.7. KLANTTEVREDENHEID Ontwikkelingen Het meten van de klanttevredenheid is in 2020 anders gegaan dan in eerdere jaren. Dit was het gevolg van de invoering van het nieuwe zaaksysteem, Powerbrowser. Hierin moest de uitvraag opnieuw ingeregeld worden. De uitvraag is later in het jaar opgestart, met als resultaat dat de respons lager was. De resultaten waren minder positief dan we in andere jaren gewend waren, waarschijnlijk omdat de reacties die later opgehaald werden vooral van de meer kritische klanten kwamen. De negatieve reacties worden door de betreffende managers opgevolgd door telefonisch contact op te nemen. De meest gehoorde reactie was dat men te lang op een reactie of op het gewenste resultaat moest wachten. De klanttevredenheid wordt voor een aantal producten van de dienst door de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland op gelijke wijze gemeten. De provincie heeft aan een extern bureau, Galan Groep, gevraagd om een evaluatie uit te voeren naar de wijze en effectiviteit van meten van de toegepaste wijze van meten. In december is de evaluatie in concept opgeleverd; de dienst is in afwachting van de definitieve versie, de uitkomsten en de gevolgen daarvan voor de dienst en voor de samenwerking tussen de diensten op dit punt. Mogelijk zal dit aanleiding zijn voor verandering.

Resultaten Het responspercentage was in 2020 aanzienlijk lager dan in voorgaande jaren: reageerde doorgaans ongeveer een derde van de uitgevraagden, dan is dat nu teruggelopen naar minder dan een kwart. De dienst veronderstelt dat dit het gevolg is van de verlate uitvraag, maar ook corona en een zekere “vragenmoeheid” kunnen een oorzaak zijn. Daarnaast zijn minder producten uitgevraagd dan in eerdere jaren. In de onderstaande tabel is de respons in aantallen weergegeven.

Het aantal ontevreden respondenten was in 2020 verhoudingsgewijs hoger dan in voorgaande jaren. Het vermoeden bestaat dat dit mede veroorzaakt is door de late uitvraag, en dat meer ontevreden ondervraagden nog de moeite hebben genomen om hun reactie te geven. De meeste ontevreden reacties hadden betrekking op doorlooptijden, die als lang werden ervaren. Op de volgende pagina zijn de resultaten nog numeriek en in schema weergegeven.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

20 / 72

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

21 / 72

3. Samenvatting resultaat en resultaatbestemming 3.1. REALISATIE PER DEELNEMER 2020 IN UREN De tabel hieronder laat per deelnemer de realisatie van de uren zien. Tabel 3.1 – Realisatie uren Realisatie per deelnemer Programma

(Meerdere items) Uren Werkplan

Deelnemer Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Provincie Zuid-Holland Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Eindtotaal

Begroting Werkplan Offertes 2020 2020 2020 7.730 7.730 35 10.340 10.400 0 5.755 5.755 0 32.875 32.875 45 5.565 5.600 125 7.160 7.160 0 10.000 10.128 0 38.040 50.083 0 5.075 5.075 0 26.060 26.060 0 9.475 9.475 0 2.830 2.830 190 5.275 5.345 140 166.180 178.516 535

Actueel werkplan Realisatie 2020 2020 7.765 7.921 10.400 10.285 5.755 6.311 32.920 32.010 5.725 5.883 7.160 6.649 10.128 10.508 50.083 48.641 5.075 4.584 26.060 25.680 9.475 11.101 3.020 3.004 5.485 5.249 179.051 177.827

Uren Prognose

Verschil % verschil Verschil % prognose obv actueel obv actueel prognose tov tov actueel werkplan werkplan Prognose actueel WP WP 2020 2020 2020 2020 2020 156 102% 7.560 -205 97% -115 99% 10.085 -315 97% 556 110% 6.364 609 111% -910 97% 32.780 -140 100% 158 103% 6.286 561 110% -511 93% 6.835 -325 95% 380 104% 10.180 52 101% -1.442 97% 51.555 1.472 103% -491 90% 5.155 80 102% -380 99% 25.896 -164 99% 1.626 117% 10.030 555 106% -16 99% 3.061 41 101% -236 96% 5.233 -252 95% -1.224 99% 181.020 1.969 101%

De afrekening met de deelnemers vindt plaats conform de afspraken die vastgelegd zijn in de nota Planning en Control van de dienst (zie bijlage 3 Toelichting eindafrekening, frictie en cao-lasten).

3.2. HET RESULTAAT 2020 was een bewogen jaar. Een jaar waarin de buitenwereld stil leek te staan door Corona. Hierdoor was er minder aandacht voor alle interne ontwikkelingen zoals de verhuizing naar een ander pand en het feit dat de dienst voor het eerst werkte in de matrixorganisatie. De dienst is in staat gebleken om 2020 af te sluiten met een positief resultaat van € 208.807 (afgerond € 209.000,-). Dit positieve resultaat is niet alleen te verklaren door het strak sturen van de organisatie op de financiële uitgaven, maar ook door het uitstellen van investeringen en opleidingen en een incidentele meevaller als gevolg van het eerder partieel afstoten van het pand Schipholweg. De incidentele meevallers in het kader van de verhuizing waren: - opbrengst van de huur van de RDOG voor wat betreft de 4e etage. In hoofdstuk 2 zijn de resultaten per programma besproken en inzichtelijk gemaakt. Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

22 / 72

Tabel 3.2 – Het resultaat 2020 verdeeld in taakvelden (bedragen x €1000) Begroot 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 7.4 Milieubeheer 8.1 Ruimtelijke ordening 8.3 Wonen en bouwen Totaal

Baten

Lasten

Saldo

Realisatie Verschil Begroot

Realisatie Verschil Begroot

Realisatie Verschil

31 19.298 2.869 22.198

61 12.237 2.578 4.420 19.297

-30 7.061 -2.578 -1.552 2.901

35 5.467 15.602 1.950 23.053

44 5.389 8.977 1.770 3.387 19.567

Bestemming resultaat Storting in reserves Onttrekking uit reserves Mutatie reserves Saldo na bestemming

-9 77 6.624 -1.770 -1.437 3.486

-35 -5.436 3.697 919 -855

-44 -5.328 3.260 809 1.034 -270

9 -107 437 -809 -115 -585

855 855 -0

479 479 209

376 376 -209

Het taakveld Ruimtelijke ordening was in de Begroting 2020 nog niet onderscheiden, maar is in de werkplannen voor 2020 wel apart geïdentificeerd. Dit verklaart de verschuivingen tussen de taakvelden bij de realisatie. De onttrekking uit de reserves bestaat uit twee onderdelen: - Onttrekking uit de algemene reserve (zie 3.3.) - Onttrekking uit de resultaatbestemming(zie 3.4.)

3.3. DE ALGEMENE RESERVE De algemene reserve daalt in 2020 van € 704.310 naar € 594.305. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de businesscase verhuizing, welke financieel vertaald is in de 2e begrotingswijziging 2020. Conform de regels van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) dienden de lasten en baten van de Schipholweg voor het jaar 2021 genomen te worden in het laatste jaar dat we feitelijk nog gebruik maakten van de Schipholweg. Dit betekende dat de huurlasten Schipholweg, maar ook de desinvesteringen Schipholweg allemaal genomen moesten worden in het jaar 2020. Aangezien dit niet vanuit de reguliere exploitatie gedekt kon worden, moest de algemene reserve aangesproken worden. Werd er in de begrotingswijziging nog gesproken over een weerstandsvermogen per 31/12/2020 van ca. € 10.000,-, de realisatie laat een ander beeld zien. Door het gedeeltelijk ontbinden van het contract voor de Schipholweg in 2020 hoefde er minder onttrokken te worden aan de algemene reserve. Dit betekent dat de algemene reserve per 31/12/2020 € 385.498 bedraagt. Hieraan is nog niet het exploitatieresultaat toegevoegd.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

23 / 72

Zoals eerder aangeven bedraagt het exploitatieresultaat voor 2020 € 208.807,-. In de nota Planning & Control is bepaald dat het exploitatieresultaat gestort kan worden in de algemene reserve wanneer het maximale weerstandsvermogen nog niet bereikt is (zie ook paragraaf 2.13). Als deze lijn gevolgd wordt bedraagt de algemene reserve per 31-12-2020 € 594.305. Tabel 3.3 – De algemene reserve

3.4. RESULTAATBESTEMMING Tabel 3.4 – Resultaat bestemming

Het programmaresultaat bedraagt € 208.807 (positief), dit is na verwerking van de volgende mutaties in de reserves: • Onttrekking aan de algemene reserve van € 318.812 met betrekking tot de verhuizing naar de Vondellaan (begrotingswijziging 2b van de Bestuurlijke rapportage van 2020). Deze onttrekking is lager dan verwacht doordat een deel van het huurcontract van de Schipholweg vervroegd is beëindigd. • Onttrekking aan de bestemmingsreserve van € 160.000 ter dekking van de afschrijvingslasten op de verbouwing die is gedaan voor de komst van de provinciemedewerkers in 2012.

Vormen van een bestemmingsreserve 2020 was het jaar van uitstel. Door corona zijn sommige geplande activiteiten en cursussen uitgesteld. Deze hebben onder andere geleid tot het positieve resultaat. Maar uitstel is geen afstel. De activiteiten zullen plaatsvinden in 2021. De dienst schat in dat indien de maatregelen voor corona vervallen en reizen weer mogelijk is dat medewerkers massaal op vakantie zullen gaan. De dienst probeert hier natuurlijk op te sturen, maar is van mening dat dit niet geheel op te vangen is binnen de reguliere exploitatie van 2021.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

24 / 72

Door het creëren van een bestemmingsreserve wil die dienst de mogelijke gevolgen afdekken zonder dat dat ten koste gaat van de reguliere exploitatie. Daarom is het voorstel aan het bestuur om een deel van het positieve resultaat te bestemmen voor organisatieontwikkeling (€ 90.000), opleidingen (€ 10.000) en gevolgen Corona (€ 75.000). Na besluitvorming zullen deze bestemmingsreserves onttrokken worden aan de algemene reserve. De algemene reserve zal dan per 31-12-2020 € 419.306 bedragen.

Agendapunt 5 AB 10 mei 2021: Jaarstukken 2020 (2021006532)

25 / 72

JAARVERSLAG 2020 JAARCIJFERS 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/153/documents/16119