Dn08 VNG, Lbr. 22_028 Programma Een thuis voor iedereen (huisvesting aandachtsgroepen).pdf
Tekst van het document
Dat is in het onderzoek van Significant alleen aangetoond voor jongeren uit bijstandsgezinnen die eerder uit huis gaan, maar niet voor de hele bijstandspopulatie. Het is niet mogelijk om op basis van data van het Centraal Bureau Statistiek (CBS) op persoonsniveau te zien of iemand als kostendeler wordt aangemerkt. Sociale relaties zijn ook niet vastgelegd in data. Dat maakt verder onderzoek naar het effect
Motie lid Pouw- Verweij (TK, 2021/22, 35925-VII-127) over rapporteren gevolgen migratie
Motie lid Van Baarle (TK 2021/22, 32 847, nr. 796) die verzoekt om te onderzoeken wat de effecten zijn van de kostendelersnorm op de beschikbaarheid van woonruimte
Pagina 5 van 8
Datum Kenmerk 2022-0000252805
Motie leden Van Baarle en Nijboer (TK 2021/22, 32847, nr. 832) over herhaalmeting woonwagenstandplaatsen
Motie Koerhuis en Van Baarle (TK 2021/22, 32 847, nr. 829) over expertise voor gemeenten standplaatsenbeleid
Motie lid Bisschop (TK 2021/22, 19637, nr. 2799)
Motie Koerhuis (TK 2020/21, 32 847, nr. 749) over urgentie voor kinderen van gescheiden ouders
van de kostendelersnorm op de beschikbaarheid van woonruimte ingewikkeld. Het vorige kabinet verkende voorjaar 2021 hoe de kostendelersnorm anders zou kunnen worden vormgegeven. Dit kabinet heeft besloten per 1 januari 2023 de kostendelersnorm te wijzigen zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten. Ik beschouw de motie daarmee als afgedaan. De motie van de leden van Baarle en Nijboer verzoekt de regering om de herhaalmeting standplaatsen de komende jaren opnieuw uit te voeren en gemeenten die dat nog niet hebben gedaan te stimuleren om het behoefteonderzoek naar standplaatsen uit voeren. Om de ontwikkeling van het aantal woonwagenstandplaatsen te kunnen volgen zal ik de herhaalmeting blijven uitvoeren. De eerstvolgende meting zal in 2023 gereed zijn. Via het door het ministerie van BZK gefinancierde programma ‘Op weg naar nieuwe standplaatsen: Kennisprogramma gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid’ van Platform31 stimuleer ik gemeenten om beleid te ontwikkelen. Een behoefteonderzoek maakt onderdeel uit van dit beleid. Hiermee geef ik invulling aan de motie. De motie Koerhuis en van Baarle verzoekt de regering om binnen de Expertteams Woningbouw specifieke kennis en expertise in te zetten op het gebied van standplaatsenbeleid om gemeenten te ondersteunen.
Ik heb hierover met de RVO, de coördinator van het Expertteam Woningbouw, overlegd. Gemeenten met een ondersteuningsvraag over standplaatsenbeleid kunnen een beroep doen op het expertteam. De RVO beschikt over de relevante kennis en expertise, daarnaast kan zij voor zeer specifieke kennis of expertise, een beroep doen op haar netwerk. Aanvullend zal ook de kennis over standplaatsenbeleid verder worden verspreid via de brede ondersteuningsstructuur die we in het kader van het programma “Een thuis voor iedereen” oprichten. Hiermee geef ik invulling aan de motie. De motie van lid Bisschop verzoekt de regering een kenniscentrum op te richten waar kennis, expertise en goede voorbeelden over de huisvesting van statushouders worden samengebracht. Met de oprichting van de ondersteuningsstructuur bij het programma “Een thuis voor iedereen” geeft het kabinet daar gehoor aan. De motie van het lid Koerhuis verzoekt de regering de problematiek van het niet krijgen van voorrang op sociale huisvesting voor gescheiden ouders met kinderen kaart te brengen, met oplossingen te komen en de Kamer te informeren. Bij de aanbieding van “Een thuis voor iedereen” ontvangt uw Kamer ook het rapport ‘Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen’.
Het ministerie van BZK heeft in 2021 onderzoek laten doen naar de wijze waarop gemeenten gebruik maken van het instrumentarium dat hen ter beschikking staat bij het met voorrang toewijzen van woonruimte. Ook is onderzocht hoe de woningtoewijzing met urgentie in de praktijk is ingericht. Uit het onderzoek blijkt onder andere dat van de 352 Nederlandse gemeenten er 190 (54%) op dit moment een huisvestingsverordening hebben. Van deze gemeenten hebben er 96 (59%) expliciet in de huisvestingsverordening opgenomen dat echtscheiding een grond is om urgentie te kunnen krijgen. Vrijwel al deze gemeenten stellen voorts dat sprake moet zijn van een situatie waarbij kinderen dakloos dreigen te worden. Overigens, dat echtscheiding niet expliciet wordt genoemd, betekent niet dat in deze gemeenten mensen in een schrijnende situatie na een echtscheiding niet worden geholpen. Sociale urgentie is een categorie die in het merendeel van de gemeenten met een huisvestingsverordening met urgentieregeling is benoemd.
Pagina 5 van 8
Datum Kenmerk 2022-0000252805
Toezegging (TK 2020-2021, 32847, 757) tav boeggolf huisuitzettingen
Toezegging (TK 2020/21, 32 847, nr. 812) over gesprek met Leger des Heils
De inzichten uit het onderzoek zijn betrokken bij de uitwerking van dit programma. In het programma “Een thuis voor iedereen” wordt nadrukkelijk aandacht gevestigd op het meewegen van het belang van kinderen bij beslissingen rondom huisvesting. Het stappenplan ‘Het beste besluit voor het kind bij huisvestingsproblemen’, dat de Kinderombudsman ontwikkelde voor gemeenten en woningcorporaties, kan hen daarbij helpen. Hiermee geef ik invulling aan de motie. In het commissiedebat van 3 juni 2021 heeft de minister van BZK de toezegging gedaan om met partijen in gesprek te gaan om te voorkomen dat er na corona een boeggolf van huisuitzettingen zou plaats vinden. In het voorjaar van 2020 heeft de minister van BZK samen met verhuurdersorganisaties, brancheverenigingen (Aedes, IVBN, Kences en Vastgoedbelang) en de VNG afspraken gemaakt om huisuitzettingen in coronatijd door betaalachterstanden zoveel mogelijk te voorkomen. De afspraken zijn in het voorjaar van 2021 herbevestigd. De inspanningen hebben effect gehad want het aantal huisuitzettingen nam ten opzichte van 2019 met een derde af. Aedes heeft navraag gedaan bij een aantal corporaties. Zij geven aan dat er in 2021 geen ‘boeggolf’ aan huisuitzettingen is t.o.v. 2020.
Overigens is met de inwerkingtreding per 1 januari 2021 van de gewijzigde Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening een verplichting gekomen dat verhuurders huurachterstanden in een vroeg stadium aan gemeenten melden. Daarna is gemeente verplicht een aanbod tot schuldhulpverlening te doen. Huishoudens met een betaalachterstand op de huur komen daardoor vroeg in beeld bij gemeenten. De minister heeft in het commissiedebat van 24 juni 2021 de toezegging gedaan zo spoedig mogelijk in gesprek met Leger des Heils over het inzetten van maatschappelijk vastgoed ten behoeve van dak- en thuisloze mensen. Ambtelijk is diverse malen met het Leger des Heils gesproken, in bijzijn van VWS, VNG en het Rijksvastgoedbedrijf. Er is potentie om leegstaand vastgoed dat in bezit is van gemeenten en rijk (zoals kantoren, scholen) te transformeren tot woonplekken, ook voor aandachtsgroepen als daken thuislozen, statushouders, studenten en arbeidsmigranten. De inzet van het rijks- en gemeentelijk onroerend goed draagt bij aan deze opgave. Er liggen diverse moties om dit te stimuleren en er zijn diverse initiatieven om dit voor elkaar te krijgen. Algemeen beeld is echter dat transformatie moeizaam tot stand komt. Daar liggen diverse knelpunten aan ten grondslag, die onder meer in de rapportage ‘Programma huisvesting dak- en thuisloze mensen´ zijn uiteengezet.
Gemeenten en rijk maken nu versneld leegstaand vastgoed beschikbaar voor de opvang van mensen uit Oekraïne. Met gemeenten gaan we na hoe we deze inzet zo maximaal mogelijk kunnen behouden en structureel kunnen maken voor de huisvesting van aandachtsgroepen. Doel is een versnelling te bewerkstelligen in het ombouwen van rijks- en gemeentelijk onroerend goed en het creëren van woonplekken voor aandachtsgroepen door het beschikbaar stellen van Rijks- en gemeentelijke gronden. In actielijn 1 van het programma “Een thuis voor iedereen” is uiteengezet met welke acties we die versnelling realiseren.
Pagina 5 van 8