CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Dn08 VNG, Lbr. 22_028 Programma Een thuis voor iedereen (huisvesting aandachtsgroepen).pdf

Gemeenteraad 25 mei 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken18.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Planning Q2 2022 Start eerste regio’s

Q3 en Q4 2022 Werken aan verbrede woonzorgvisies

2024 Landelijk verdeelsysteem gereed en start bijsturing

Meer balans in de woningvoorraad

24 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Voorbeeld: Wonen bij LARS en LILY in Lelystad Voor de huisvesting van spoedzoekers in de regio Lelystad, waaronder mensen die gescheiden zijn, jongeren, arbeidsmigranten en statushouders, experimenteerden de gemeente Lelystad en woningcorporatie Centrada met bijna kant-en-klare woningen uit de fabriek. En met succes: de versneld gerealiseerde doorstroomlocatie ‘Wonen bij LARS’ biedt huisvesting aan 150 huishoudens uit deze doelgroep. ‘Wonen bij LILY’ aan 147 huishoudens. Het gaat om verplaatsbare woningen, voor de duur van 15 jaar. Naast het belang van een goede mix van bewoners zag de corporatie ook goede begeleiding op locatie als een cruciaal goed. Zo heeft het complex een fulltime sociaal complexbeheerder om zowel technische als sociale zaken te behandelen.

Foto: Paul Tolenaar Meer lezen: Versnelde huisvesting voor spoedzoekers in Wonen bij LARS en LILY in Lelystad | Praktijkverhaal | Woningmarktbeleid

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 25

Woonlocatie de Hoeve (Heerlen) Woonlocatie voor volwassenen met psychische en/of meervoudige stoornis.

26 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Actielijn 3 Combineren wonen, zorg, welzijn en werk Opgave Voor een deel van de mensen uit aandachtsgroepen is meer nodig dan alleen een dak boven het hoofd om prettig en stabiel te kunnen wonen. Voldoende passende zorg- en begeleiding zijn randvoorwaarden voor adequate huisvesting, om leefbaarheid en woongenot te behouden en voldoende draagvlak voor nieuwe woonprojecten in een wijk te organiseren. Het ontbreken van de juiste zorg kan leiden tot escalatie, stapeling van problematiek, criminaliteit of overlast voor de omgeving. Dit vraagt een integrale aanpak van de woon(zorg)opgave. Daarbij werken overheden, woningcorporaties, huurders-, cliënt-, zorg- en welzijnsorganisaties en marktpartijen intensief samen aan passende arrangementen en worden er lokale prestatieafspraken gemaakt om in de woon-, zorg- en verdere ondersteuningsbehoefte te voorzien. De zorg voor passende woningen in combinatie met zorg, welzijn en werk betekent dat mét de mensen uit aandachtsgroepen wordt gekeken naar wat ze zelf kunnen en wat ze nodig hebben van diverse partijen. We volgen in welke mate integrale woonzorgvisies tot stand komen, die zo goed als mogelijk gekwantificeerd zijn. We volgen ook of er concrete prestatieafspraken worden gemaakt en of de huisvesting in combinatie met zorg, welzijn en ondersteuning verbetert.

Woonzorgvisies nieuwe stijl voor alle aandachtsgroepen Al vóór het toewijzen van een woning aan iemand uit de aandachtsgroepen, moet de eventuele benodigde zorg en ondersteuning geregeld zijn. Ook moet die worden gegarandeerd zo lang dit nodig is en moet de verhuurder op de hoogte zijn dat er adequate zorg en ondersteuning wordt geleverd. Dit vraagt inzicht en tijdige afstemming met alle betrokken partijen over het ondersteuningsarrangement bij de woning. → De woonzorgvisie (die nu vaak alleen over ouderen gaat) wordt verruimd met alle aandachtsgroepen. Hierdoor worden de woon- en zorgbehoeften geïntegreerd; betrokken partijen moeten daarmee aan de slag. → De lokale prestatieafspraken worden verbreed, zodat naast afspraken over wonen ook in het leveren van zorg- en ondersteuning wordt voorzien. De zorg wordt partner bij deze afspraken. Zowel in de woonzorgvisie als in de prestatieafspraken worden de opgaven en afspraken zo goed als mogelijk gekwantificeerd. De integrale woonzorgvisie nieuwe stijl zal de huidige woonvisie verrijken door aandacht voor alle aandachtsgroepen te hebben. Daarbij is er specifieke aandacht voor passende zorg en ondersteuning, urgentie, leefbaarheid, betaalbaarheid et cetera.

Bij deze woonzorgvisies vragen we ook aandacht voor de behoeften van mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuigelijke beperking of psychische kwetsbaarheid conform het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. → Gemeenten zijn vanaf 2024 verplicht een woonzorgvisie op te stellen. Daarin wordt in kaart gebracht welke aandachtsgroepen gehuisvest gaan worden en welke zorg en ondersteuning daarvoor nodig is. Deze woonzorgvisies zijn dermate concreet en gekwantificeerd dat zij zich lenen voor het maken van SMART-geformuleerde lokale prestatieafspraken met partijen die betrokken zijn bij de uitvoering. → Dit jaar werken we aan de nieuwe, brede woonzorgvisies met de koplopersregio’s. In 2023 gaan alle gemeenten aan de slag. Per 1 januari 2024 krijgen de woonzorgvisies een wettelijke verankering. Gemeenten zijn primair aan zet. Voor hen geldt straks de verplichting om lokaal en in regionaal verband een woonzorgvisie op te stellen en die te laten aansluiten bij de regionale woningbouwprogrammering. Alle gemeenten maken een analyse van zowel de woon-, de zorg- als ondersteuningsbehoefte

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 27

van aandachtgroepen in de eigen gemeente (hoeveel mensen, welke aandachtsgroepen, wat is de woonbehoefte en wat is de eventueel langdurige ondersteuningsbehoefte). Het toewijzen van woningen aan aandachtsgroepen regelen gemeenten in de huisvestings- of urgentieverordening. De woonzorgvisies binnen een regio (provincie) vormen een invulling van de regionale afspraken over de verdeling van woningen, mensen uit diverse aandachtsgroepen en middelen. Bij het ontwikkelen en ook het uitvoeren van de woonzorgvisie werken gemeenten samen met woningcorporaties, particuliere verhuurders, huurdersorganisaties, cliëntenorganisaties, zorgaanbieders en andere relevante partijen. Provincies vervullen een coördinerende rol in het regionale afstemmingsproces. Zij toetsen of de opgave aannemelijk is en de beoogde woonprogrammering passend is als deze worden vergeleken met de beschikbare data over de landelijke, provinciale en regionale opgaven. Tevens monitoren provincies de voortgang van de uitvoering van de lokale woonzorgvisies nieuwe stijl, in aansluiting op de regionale woningbouwprogrammering en spreken waar nodig gemeenten hierop aan. Voorop staat dat op lokaal niveau de verbinding tussen wonen enerzijds en zorg en ondersteuning anderzijds gewaarborgd wordt. Zo zal op lokaal niveau het gesprek per doelgroep gevoerd moeten worden over wonen en zorg met alle betrokken partijen daarbij.

Op regionaal niveau vindt de afstemming over de woonopgave plaats. Bij de implementatie zal worden bezien op welk regionaal niveau de afstemming integraal over zorg, welzijn, ondersteuning en werk is te organiseren en hoe daarbij gewerkt kan worden vanuit de verschillende manieren waarop regio’s zijn ingedeeld (woningmarktregio, regio van de zorgkantoren, regio in kader van maatschappelijke ondersteuning en/of de arbeidsmarktregio). Uitgangspunt hierbij is dat wordt voorkomen dat dit leidt tot een bureaucratisch proces dat in de praktijk niet goed uitvoerbaar is, dan wel waarin de woonopgave geïsoleerd wordt besproken. De aanpak van de woonopgave gaat dan ten koste van de verbinding met zorg en ondersteuning. Randvoorwaarden • Bij het in kaart brengen en analyseren van de woon- en zorg en ondersteuningsbehoefte per aandachtsgroep en het opstellen van woonzorgvisies nieuwe stijl krijgen gemeenten en provincies ondersteuning via de ondersteuningsstructuur (zie hoofdstuk Ondersteuningsstructuur). Onderdeel van de ondersteuning is ook een landelijke monitor die per regio de omvang van de aandachtsgroepen en hun huisvestingsbehoefte bijhoudt. • Het kabinet stelt middelen beschikbaar voor het voorkomen van dakloosheid, het vernieuwen van de maatschappelijke opvang en het realiseren van woonplekken met passende ondersteuning voor (dreigend) dakloze mensen.

Voor personen met verward gedrag zullen politie en ggz intensiever samenwerken. Zo zorgen zij ervoor dat deze personen aparte zorg krijgen en niet onnodig worden gearresteerd. • Bij de implementatie wordt rekening gehouden met gemeenten die al een woonzorgvisie gericht op ouderen hebben. We vragen die gemeenten om die woonzorgvisie uit te breiden. • Gemeenten, woningcorporaties en urgentiecommissies doen er goed aan naast het belang van de ouders, ook het belang van kinderen mee te wegen bij beslissingen rondom huisvesting. Het gaat dan onder meer om de continuïteit van onderwijs, zorg of het kunnen blijven zien van andere verzorgers. Het stappenplan ‘Het beste besluit voor het kind bij huisvestingsproblemen’, dat de Kinderombudsman ontwikkelde voor gemeenten en woningcorporaties, kan hen daarbij helpen.10

10

https://www.kinderombudsman.nl/system/files/publications/2020-Publicatie%20aanmaken/Handreiking-bestebeluit-kind-huisvestingsproblemen.pdf

28 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Woonzorgvisies maken de behoeften aan huisvesting en ondersteuning concreet inzichtelijk. Lokale prestatieafspraken worden verbreed. De zorg wordt partner bij deze afspraken.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 29

Ontschotten van budgetten De wijze waarop de financiering van de verschillende onderdelen voor huisvesting en ondersteuning is geregeld, kan onbedoeld integrale oplossingen in de weg staan. Het ontschotten van budgetten is nodig volgens het adviesrapport ’Een thuis voor iedereen’, maar is geen eenvoudige opgave. Het ontschotten of samenvoegen, van budgetten kan op verschillende niveaus plaatsvinden. Waar dit succesvol lukt, zullen we de voorbeelden delen via de ondersteuningsstructuur van dit programma. → Er is een initiatief voor een wetsvoorstel domeinoverstijgend samenwerken. Die wet maakt het mogelijk dat zorgkantoren, samen met andere inkopende partijen (gemeenten, zorgverzekeraars of Dienst Justitiële Inrichtingen), rechtmatig kunnen investeren in preventieve maatregelen in een ander domein om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) te voorkomen of uit te stellen. Dit stimuleert ook het samenwerken tussen de verschillende financiers om de zorg rondom de burger zo goed mogelijk te regelen. Het ontschotten van bekostiging brengt echter ook risico’s met zich mee voor onder meer het beheersen van de uitgaven, die bij de besluitvorming over de invoering worden meegewogen. Inmiddels is de consultatiefase voltooid en het is aan het kabinet om een besluit te nemen over deze wetswijziging.

→ Gekeken wordt naar bewezen (kosten)effectiviteit in de Wet langdurige zorg (Wlz), Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015. Daarbij wordt ook gekeken naar de onderlinge samenhang en interactie met huisvesting. Momenteel wordt het bouwen van meer sociale huur nog vaak ontmoedigd omdat dit ook een groter beroep op de Wmo met zich meebrengt.

‘Zo doen we dat’ Een coalitie van Actiz, Aedes, Sociaal Werk Nederland, Woonbond, Valente, Divosa, VNG, G40, de Nederlandse GGZ en MIND vond samen met Platform31 inspirerende voorbeelden van succesvolle samenwerking in de wijk om weer een goed ‘thuis’ voor alle bewoners te creëren. Bij het verbeteren van de huisvesting voor aandachtsgroepen in de wijk De Ruwaard in Oss is het betrokkenen bijvoorbeeld gelukt op wijkniveau budgetten bij elkaar te brengen om zo een integrale oplossing te realiseren. De coalitie presenteerde twaalf voorbeelden in een digitaal magazine dat uitgereikt is tijdens het webinar De Ruwaard Oss op 9 februari 2022. Daarna volgde een serie webinars. Hierin staat iedere keer een goed voorbeeld centraal en wordt verteld hoe bewoners en organisaties dit samen hebben aangepakt. Zo kunnen andere wijken, zorginstellingen en woningbouwcorporaties leren van elkaar. Het ministerie van BZK ondersteunt de samenwerking. De voorzitters van de belangenorganisaties uit de coalitie wonen leerkringen bij met lokale bestuurders over het voorbeeld dat wordt uitgelicht in de webinars en haalt zo de landelijke leer- en actiepunten op. Op deze manier leren zij domeinoverstijgend samen te werken.

Planning Gemeenten, provincies, woningcorporaties en het rijk werken samen de verrijkte, integrale woonzorgvisie verder uit en bepalen de gegevens die regionaal en lokaal nodig zijn om tot een goede visie te komen. Q1 2022 • Uitwerking opdracht • Samenwerking aangaan met relevante partijen (bv Taskforce Wonen en Zorg)

Q3 2022 • Op vrijwillige basis aan de slag met de woonzorgvisie nieuwe stijl in koploperregio's

2023 • Opschaling naar heel Nederland en wettelijke verankering van woonzorgvisie nieuwe stijl

Het programma monitort nieuw beleid continu en adviseert hierover, waar het over de combinatie van wonen en zorg gaat

30 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Voorbeeld: Majella wonen in Utrecht Bij Majella Wonen in Utrecht wonen voormalig dak- en thuislozen en reguliere huurders zelfstandig samen. De gemeente Utrecht betaalt de begeleiding die de Tussenvoorziening regelt. Woningcorporatie Portaal levert de woningen. De mix van ‘vragende’ en ‘dragende’ bewoners leidt uiteindelijk tot een voor beide groepen zelfstandige, duurzame woonvorm. • Majella wonen ging in 2016 van start en bestaat uit 70 appartementen. • De voormalig dak- en thuisloze mensen krijgen - als alles goed gaat - na drie jaar een eigen huurcontact. Dat biedt hen perspectief om er te kunnen blijven wonen. Dat vergroot ook de betrokkenheid bij het leven in het wooncomplex. Na drie jaar ging 80 procent van de contracten over op eigen naam. In 2020 zat men op 90 procent. Er is maar één van de 35 bewoners teruggevallen. Het project is een ongekend succes. In andere trajecten is de terugval vaak rond de 60 procent. • De criminaliteit liep terug, de sociale betrokkenheid in de wijk groeide, juist dankzij de bewoners van Majella die bijvoorbeeld een buurt-app begonnen. • Het gemengd wonenproject loopt zo goed dat de meeste bewoners hebben aangegeven met elkaar te willen verhuizen naar het nieuwbouwcomplex De Grootmeester in Utrecht Leidsche Rijn centrum.

Foto: Ministerie van BZK Lees meer: ‘Al na drie jaar had de woonvereniging het sociaal beheer overgenomen’ | Artikel | Overheid van nu

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 31

Maatschappelijke opvang het Gasthuis Opvang voor dak- en thuisloze mensen

32 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Actielijn 4 Preventie Opgave Op de omvang van de aandachtsgroepen is niet in alle gevallen te sturen. Toch kunnen preventieve acties en maatregelen eraan bijdragen dat mensen niet voor problemen komen te staan waardoor zij dakloos worden en ook de zorg- en welzijnsopgave, onnodig groter worden. Anderzijds kan door huisvesting in combinatie met wonen, werk, zorg en welzijn goed te organiseren, worden voorkomen dat mensen in de problemen komen. Deze inzet op preventie heeft een positief effect op de leefbaarheid in de wijken. Brede sociale basis Een goede sociale basis is een randvoorwaarde voor (het herstel van) zelf- en samenredzaamheid. Typerend voor de sociale basis is een focus op wat nog wél kan. Gezien het decentrale karakter van deze opgaven zijn met name gemeenten aan zet. → Deze kabinetsperiode wil de staatssecretaris van VWS gemeenten ondersteunen bij het ontwikkelen van een wijkplan over het omzien naar elkaar in de wijk. Het doel daarvan is om de infrastructuur en de sociale netwerken in de wijk te versterken. Dat vraagt een brede benadering, en heeft raakvlakken met andere onderwerpen uit het coalitieakkoord, zoals gezondheidsbevordering, preventie en leefstijl. Vroegsignalering, voorkomen huisuitzettingen Het rapport ‘Een thuis voor iedereen’ stelt een aantal preventieve maatregelen voor waaraan al op diverse manieren uitvoering wordt gegeven.

Zo zetten gemeenten en corporaties intensief in op het voorkomen van huisuitzettingen. Dat heeft geleid tot een forse afname van 3.000 in 2018 naar 1.720 in 2020. Dit beleid zetten zij voort. Vanuit gemeenten en de rijksoverheid is er aandacht voor onder meer vroegsignalering en preventie bij (stapeling van) problemen. VWS zet met het programma ´Een thuis, een toekomst´ in op het voorkomen van dak- en thuisloosheid. Een belangrijk onderdeel van deze aanpak is de Preventie Alliantie, ingericht met ondersteuning vanuit het rijk, en gericht op vroegsignalering en advies aan gemeenten. De Brede Schuldenaanpak, die het ministerie van SZW coördineert, zet in op vroege interventie voor mensen met schulden, zodat de problemen niet escaleren. Met het wijzigen van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening kunnen gemeenten inwoners die door schulden in de problemen komen eerder helpen. Ook is het Waarborgfonds in het leven geroepen om sneller tot een schuldensanering te kunnen komen. SZW zet daarnaast nadrukkelijk in op het voorkomen van geldzorgen. Geldzorgen staan niet op zichzelf. Ze leiden vaak tot stress en daardoor ook tot problemen op het terrein van werk, huisvesting, gezondheid, opvoeding, ggz-problematiek, veiligheid etc.

Door (eerste) signalen van geldzorgen als aanknopingspunt te benutten om kwetsbare groepen (waaronder kinderen en jongeren) vroegtijdig in beeld te krijgen en ondersteuning te bieden kunnen meer hardnekkige problemen worden voorkomen of opgepakt. Het niet langer stoppen van de volledige uitkering als een uitkeringsgerechtigde tijdelijk wordt opgenomen in een zorginstelling draagt ook bij aan het voorkomen van woonproblematiek. Per 1 januari 2022 is dit geregeld via het amendement Kwint.11 Ter voorkoming van recidive werkt het ministerie van JenV aan meer maatwerk in het gevangenisregime. Re-integratie in de samenleving is daar een belangrijk onderdeel van. Zo is er om- en bijscholing in de gevangenis en wordt de huisvesting voor ex-gedetineerden mogelijk gemaakt. De verbondenheid met de wijk is één van de grootste krachten van de Nederlandse politie. De wijkagent als ‘ogen en oren 11

Kamerstukken II, 2020–2021, 35 667, nr. 37

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 33

op straat’ en als eerste aanspreekpunt voor burgers. Vanaf 2024 zullen er landelijk agenten in de wijk bijkomen, waarvan een deel van deze agenten het accent jeugd en school krijgt. Dit om te voorkomen dat probleemjongeren opgroeien tot criminelen. Versterking positie kwetsbare jongeren Preventieve maatregelen om jongeren die dat nodig hebben een goede start te geven, helpen hen in hun latere leven. Het gaat dan om jongeren in een kwetsbare positie, met name jongeren uit het praktijkonderwijs (Pro), Voortgezet speciaal onderwijs (Vso), Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV’s) en jongeren die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf. Zij dreigen door onder andere het tekort aan betaalbaar woonaanbod, het hanteren van verschillende leeftijdsgrenzen en beperkingen in weten regelgeving, regelmatig tussen wal en schip te raken. Om dit te voorkomen ondernemen diverse departementen, in samenwerking met gemeenten en wooncorporaties, acties. De acties zien zowel toe op vloeiende overgangen en passende ondersteuning als op het verbeteren van de inkomenspositie.

Continuïteit van zorg en ondersteuning bij uitstroom uit jeugdhulp met verblijf → Jeugdhulpverleners laten jongeren niet los als zij 18 jaar worden, mits aantoonbaar is voorzien in ‘the big 5’: huisvesting, zorgcontinuïteit, zinvolle daginvulling (school of werk), een volwassene om op terug te vallen/informeel support en financiën die op orde zijn of waarbij in ondersteuning daartoe is voorzien. Onderdeel hiervan is dat iedere jongere met een persoonsgericht Toekomstplan tijdig en gedegen wordt voorbereid op het verlaten van jeugdhulp met verblijf. In het plan is aandacht voor alle vijf leefgebieden en in het bijzonder huisvesting. In 2022 worden concrete afspraken gemaakt over verbeterde uitstroom uit residentiële jeugdhulp en worden de uitkomsten van de drie pilot regio’s breed gedeeld met regio’s. (voortouw: VWS). → Werken aan de ‘big 5’ en met het Toekomstplan maakt onderdeel uit van de richtlijn Toekomstgericht Werken voor jeugdhulpprofessionals. Deze richtlijn wordt in 2022 vastgesteld door het Nederlands Jeugdinstituut (NJI) en vervolgens breed geïmplementeerd bij jeugdhulpinstellingen met verblijf. → De uiteenlopende leeftijdsgrenzen voor jongeren bij de verschillende arrangementen voor bijvoorbeeld huisvesting, zorgcontinuïteit, zinvolle dag invulling (school of werk)en inkomen staan integrale oplossingen en aanpakken soms in de weg.

Een aantal ministeries werkt samen met de gemeenten om dit te verbeteren. Dat is complex en tijdrovend omdat er diverse wetswijzigingen mee gemoeid kunnen zijn. De ministeries van VWS, BZK en SZW nemen hier het voortouw. → Gemeenten kunnen jongeren die verblijven in jeugdhulp met verblijf (residentiele jeugdhulp/ gesloten en open, pleegzorg en gezinsvervangende tehuizen) met meer urgentie helpen aan huisvesting. Dat kan bijvoorbeeld door directe bemiddeling naar een woning of door hen (meer) voorrang te geven (zoals in de regio Amsterdam gebeurt met het toekennen van urgentiepunten in het toewijzingssysteem).

34 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Preventieve maatregelen helpen voorkomen dat mensen (verder) in de problemen raken en dat onnodige woon- en zorgopgaves ontstaan.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 35

Bestaanszekerheid → Het wettelijk minimumloon (WML), met daaraan gekoppeld de sociale minimumuitkeringen behoudens de AOW, wordt stapsgewijs in 2024 en 2025 met 7,5 procent verhoogd. Daarnaast is er structureel 3 miljard euro beschikbaar voor lastenverlichting voor met name lage- en middeninkomens, werkenden en gezinnen. De inkomensruimte van een hoger minimumloon of uitkering wordt gedeeltelijk ingezet om de huurtoeslag te hervormen en te vereenvoudigen. → Naar aanleiding van het traject hardheden Participatiewet wordt door de minister voor Armoede, Participatie en Pensioenen gewerkt aan een beleidsplan tot herziening van de Participatiewet. Twee wijzigingen zijn al aangekondigd: → De kostendelersnorm kan een belemmering vormen voor woningdelen en kan bijdragen aan dakloosheid van jongeren. In het coalitieakkoord is afgesproken de leeftijdgrens voor de kostendelersnorm in de Participatiewet, IOAW, IOAZ, Anw en Toeslagenwet aan te passen, zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten. Hiervoor wordt door SZW een wetswijziging ingediend bij het parlement. Als ingangsdatum wordt gestreefd naar 1 januari 2023. → In het coalitieakkoord is afgesproken de bijverdiengrenzen in de Participatiewet te verruimen. Gemeenten en andere belanghebbenden zijn bij dit wetstraject betrokken.

Wonen → Jongeren tussen de 18 en 23 jaar krijgen momenteel huurtoeslag voor woningen tot en met de jongerenhuurgrens (€ 442,46). Jongeren vanaf 23 jaar komen in aanmerking voor huurtoeslag voor woningen tot en met de huurtoeslaggrens (€ 763,47). Het ministerie van BZK verlaagt deze leeftijdsgrens zodat jongeren vanaf 21 jaar al in aanmerking komen voor huurtoeslag voor woningen tot en met de maximum huurgrens (€ 763,47). → Partijen bij het programma maken een handreiking voor intermediaire verhuur van onzelfstandige woonruimte zoals via ´Friendscontracten’. De handreiking wordt verspreid onder gemeenten en woningcorporaties. Gemeenten en corporaties die gezamenlijk willen investeren in Friendscontracten krijgen zo mogelijk ondersteuning vanuit de ondersteuningsstructuur van het programma. Benutten kansen gegevensdeling Woningcorporaties vervullen een belangrijke maatschappelijke taak in het zorgen voor betaalbare huisvesting voor de mensen met een smallere beurs. Ook hebben ze een taak in het zorgen voor een fijn leefklimaat in de wijk. Bij de uitvoering van hun taken verwerken woningcorporaties persoonsgegevens.

Het is met het oog op de uitvoering van hun taken wenselijk dat woningcorporaties in specifieke gevallen meer persoonsgegevens mogen verwerken dan alleen de gewone persoonsgegevens en dat hiervoor een expliciete grondslag bestaat om duidelijkheid te bieden aan de woningcorporatiesector. → Het ministerie van BZK past de Woningwet aan zodat woningcorporaties bijvoorbeeld mensen met een medische urgentie sneller en beter huisvesten door betere gegevensdeling. → Met het wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) wordt geregeld dat er – van inwoners van gemeenten die kampen met multiproblematiek - gegevens uitgewisseld kunnen worden tussen verschillende instanties ten behoeve van de zorg voor deze mensen.

36 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Voorbeeld: Case Nederlandse GGZ Hoe kun je een goede buur zijn? Als bewoners die ook klant zijn bij de ggz dit begrijpen, dan kan dat escalatie in de buurt voorkomen. Voor de bewoners zelf is dat lastig omdat ze zichzelf minderwaardig voelen en het nut niet zien van goede contacten met de buurt. Ze willen zonder labeltjes in de wijk wonen, maar hebben bepaald gedrag wat een reactie oproept. ‘Welkome Wijk’ is ontwikkeld door ‘Samen sterk zonder stigma’, met het doel de acceptatie van bewoners met een psychische achtergrond te vergroten. Aanleiding is dat steeds meer mensen met een psychische kwetsbaarheid in de wijk wonen. Prettig met anderen samenleven zou normaal moeten zijn, maar blijkt door vooroordelen soms lastig. Vooroordelen ontstaan als mensen elkaar niet begrijpen. Samen Sterk zonder Stigma organiseert daarom bewustwordingsbijeenkomsten die voor betere communicatie tussen wijkbewoners en mensen met een psychische aandoening moeten zorgen. Tijdens deze (bewustwordings-)bijeenkomsten van 2,5 uur wordt informatie gegeven over wat het betekent om een psychische kwetsbaarheid te hebben en hoe (zelf) stigmatisering werkt. Deelnemers kunnen ervaringen delen en vragen stellen over het omgaan met mensen met een psychische kwetsbaarheid. Ervaringsdeskundige ambassadeurs van Samen Sterk brengen hun eigen ervaringen in, zodat meer begrip ontstaat.

Met eenvoudige tips kunnen buren en andere wijkbewoners een belangrijke rol spelen in de dé-stigmatisering en participatie van mensen met psychische kwetsbaarheden. Het doel is om de deelnemers bewust te maken wat het betekent om een psychische kwetsbaarheid te hebben en hoe het is hiermee te wonen en leven in een wijk. Meer informatie: https://www.trimbos.nl/actueel/nieuws/welkome-wijk-moet-acceptatie-bewoner-met-psychischeachtergrond-vergroten/ https://samensterkzonderstigma.nl/app/uploads/2021/09/SSzS-Argumentatie-Wijk-v4.pdf

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 37

38 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Sturing, ondersteunings­ structuur, financiën en planning Interbestuurlijk programma De doelen in het programma realiseren wij via een gezamenlijke aanpak met medeoverheden, ministeries, corporaties en andere betrokken partijen. We bouwen hierbij voort op de samenwerking die we met elkaar hebben opgebouwd. Die samenwerking is gebaseerd op vertrouwen en houdt rekening met elkaars taken en verantwoordelijkheden. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening is de coördinerend bewindspersoon van het programma. Deze minister informeert de Tweede Kamer over de voortgang, mede namens de andere bewindslieden en bestuurders van Aedes, gemeenten en provincies na afstemming in het bestuurlijk overleg tussen de partijen. Via monitoring, het volgen van de acties en periodieke overleggen houden we zicht op de voortgang. Knelpunten worden tijdig gesignaleerd. Zo kunnen we bijsturen als de voortgang stagneert. Het programma neemt bestaande verantwoordelijkheden niet over. Zo blijft bijvoorbeeld de minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen vanzelfsprekend verantwoordelijk voor de kostendelersnorm en zorgen gemeenten en corporaties voor de juiste toewijzing van sociale huurwoningen. Alle deelonderwerpen kennen sterke onderlinge afhankelijkheden en worden ook in het totaal bezien. Bij nieuw rijksbeleid wordt de impact op de huisvesting meegewogen in de besluitvorming.

Zo verrassen overheden elkaar niet. Sturing op de acties vindt plaats via de meest logische lijnen en voor het geheel stuurt het interdepartementale en interbestuurlijk directieoverleg en bestuurlijk overleg. Daarin zijn de departementen van BZK, VWS, J&V, SZW, OCW, het RVB, de VNG, IPO en Aedes vertegenwoordigd. Het programma is veelomvattend. Besluitvorming over onderdelen van het programma kan op andere tafels plaatsvinden. Het programma legt verbindingen en bewaakt de voortgang op het totaal in samenhang. Het interbestuurlijk en interdepartementaal programmateam dat zorgt voor de (coördinatie van de) acties is organisatorisch ondergebracht bij het ministerie van BZK. Het team bewaakt ook de samenhang met andere programma’s en initiatieven, zoals het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De inhoud van het programma is adaptief. Dat wil zeggen dat er ruimte is om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen en onderwerpen die eruit kunnen (als deze bijvoorbeeld zijn afgrond of onvoldoende blijken bij te dragen aan een oplossing). Voor Caribisch Nederland wordt een separate beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening opgesteld. Daarin zal de huisvesting van aandachtgroepen een plek krijgen. De beleidsagenda zal voor de zomer aan de Tweede Kamer worden gestuurd.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 39

Toereikende middelen, uitvoeringstoets In dit programma zijn nieuwe taken en bevoegdheden voor provincies en gemeenten aangekondigd die verankerd worden in het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting. Met het verplichte onderzoek vanwege artikel 2 van de Financiële-verhoudingswet worden de financiële gevolgen voor de medeoverheden in kaart gebracht. Het ministerie van BZK doet een ‘Uitvoeringstoets decentrale overheden’ (UDO). Hiermee kunnen nadere keuzes worden gemaakt of scenario’s worden geschetst om tot een zo optimaal mogelijke aanpak te komen voor het integrale, interbestuurlijke vraagstuk van de huisvesting van aandachtsgroepen. Het ministerie van BZK zorgt voor coördinatie van de UDO, dat een interbestuurlijk traject is waarbij ook Aedes wordt betrokken. Dit traject loopt parallel aan het wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting.

Monitoring Het doel van het programma ‘Een thuis voor Iedereen’ is voldoende betaalbare woningen voor aandachtsgroepen, die evenwichtig verdeeld zijn over gemeenten met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. We volgen en beoordelen de ontwikkelingen zodat we weten in welke mate deze doelstelling wordt gerealiseerd. De monitor voor het programma Woningbouw zal hieraan een belangrijke bijdrage leveren. Deze monitor zal immers inzicht geven in de ontwikkeling van het aantal betaalbare woningen. Met het dashboard ‘Een thuis voor iedereen’ kan de voorraad aan sociale huurwoningen gevolgd worden. Abf Research ontwikkelt dit dashboard op basis van gegevens van het CBS. Daarin is de omvang van de sociale huurvoorraad per gemeente, per provincie en voor heel Nederland zichtbaar. Dit dashboard maakt het mogelijk om te zien of de evenwichtige verdeling tussen gemeenten tot stand komt. We willen daarnaast ook specifiek het effect van het programma op mensen uit aandachtsgroepen meten, met name in hoeverre er voldoende betaalbare woningen voor hen zijn gerealiseerd. Daartoe moet allereerst veel scherper dan nu de opgave in beeld zijn, zowel landelijk, regionaal als lokaal. Dat vraagt om duidelijker definities van de aandachtsgroepen en beter zicht op de aantallen.

Daarbij moet worden bedacht dat niet alle mensen uit aandachtsgroepen bekend zijn, zoals dak- en thuisloze mensen, mensen met een sociale urgentie en arbeidsmigranten. Ook kunnen mensen regelmatig gerekend worden tot meerdere groepen. Dit maakt een adequate monitoring uitermate lastig. We zullen desalniettemin met alle stakeholders en experts proberen de ontwikkelingen zo goed mogelijk in beeld te krijgen. Daartoe werken we indicatoren uit, bijvoorbeeld de wachttijd op een sociale huurwoning. We zoeken daarbij zoveel mogelijk aansluiting bij bestaande monitors (zoals de monitor dak- en thuisloosheid van het CBS en de CBS migrantenmonitor) en werkwijzen (onder andere registraties) van gemeenten en corporaties. Dit is een complex traject met een lange doorlooptijd. Het streven is om het monitoringssysteem in het vierde kwartaal van 2023 operationeel te hebben. We zullen daarnaast onderzoeken in welke mate integrale woonzorgvisies tot stand komen met concrete prestatieafspraken over wonen en ondersteuning voor mensen uit aandachtsgroepen. Daarbij kijken we ook hoe hiermee de huisvesting in combinatie met zorg, welzijn en ondersteuning is verbeterd. Tot slot gaan we aan de slag met een maatschappelijke kosten-batenanalyse. Bij met name preventieve maatregelen gaan de kosten voor de baat uit.

Hetzelfde geldt voor het opvangen van mensen in een intramurale instelling versus het zorgen voor goede huisvesting met ondersteuning. Om inzichtelijk te maken wat de inzet in verbeteren van de huisvestingssituatie oplevert, wordt door de partijen van het programma deze analyse opgezet.

40 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ondersteuningsstructuur Aanleiding en doel Om integraal aan de actielijnen te werken, zullen de overheden en woningcorporaties deels anders gaan (samen)werken, bijvoorbeeld met de woonzorgvisies en urgentieverordeningen. Om gemeenten, provincies, rijk, woningcorporaties en maatschappelijke organisaties in staat te stellen de doelen uit het voorliggende programma te realiseren, werken we in het programma gezamenlijk aan een brede ondersteuningsstructuur. De ondersteuning is erop gericht om het werken met specifieke (en nieuwe) instrumenten te vergemakkelijken en het fysieke domein (woningbouw) en het sociale domein regionaal en lokaal te verbinden. Voor verschillende aandachtsgroepen is de ondersteuning voor professionals nu apart georganiseerd. De ondersteuningsstructuur van het programma verbindt de initiatieven om de hulp zo integraal mogelijk aan te bieden. Dit draagt bij aan het leren van elkaar en een geharmoniseerde uitvoering. • Voor de ondersteuningsstructuur komt geld beschikbaar uit de regeling huisvesting aandachtsgroepen en middelen van VWS en kunnen gemeenten gebruikmaken van de regeling flexpool.12 Schets ondersteuningsstructuur De ondersteuningsstructuur bouwen we op als een piramide. We starten met een brede basis voor alle partijen waar zij kennis en goede voorbeelden kunnen vinden.

We bieden proactieve ondersteuning waarbij hulp naar partijen toe wordt georganiseerd.

e

nin rst eu de on ev e

Faciliteren van kennisdeling / -uitwisseling, netwerkevents, stakeholdersessies, webinars

ft oe

Pro ac ti

Eén loket / vraagbaak

eh eb pd

Regionale teams / doorbraakteams

o md

ste

ge

Handen in organisatie

Af

g

Figuur 3 Ondersteuningsstructuur

Online kennis- en expertisecentrum (landingspagina)

Ondersteuning is maatwerk en wordt afgestemd op de behoefte van partijen. De piramide is opgebouwd uit verschillende lagen, van breed naar specifiek. • Een online kennis- en expertisecentrum (platform/website) met informatie over huisvesting en en sociale begeleiding. Op deze pagina zijn handreikingen, stappenplannen, gereedschapskisten, informatie over financiële regelingen etc. te vinden. Deze website bundelt alle beschikbare informatie over de huisvesting van aandachtsgroepen, zowel generiek als specifiek voor bepaalde aandachtsgroepen. Het biedt ook ruimte voor kennisdeling en informatie over webinars, netwerkevenementen en stakeholdersessies. Dit komt tegemoet aan de behoefte aan één centraal informatiepunt. 12 Voor zover middelen op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën staan, is de inzet afhankelijk van goedgekeurde bestedingsplannen.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 41

• Eén loket/vraagbaak (email/telefoon) voor vragen over de huisvesting en sociale randvoorwaarden van aandachtsgroepen. Dit loket fungeert als een frontoffice. Hier kunnen vragen worden gesteld die, als dat nodig is, worden doorgeleid naar een expert. • Een team met experts voor de verschillende aandachtsgroepen die vragen beantwoorden en ondersteuning bieden. Deze experts helpen bij het verkrijgen van inzicht in de regionale/lokale opgave voor de huisvesting van aandachtsgroepen, het komen tot integrale woonzorgvisies en de uitvoering van deze visies met alle betrokken partijen. We besteden aandacht aan hoe partijen van elkaar kunnen leren en feedback kunnen geven. • Professionals die voor een periode bij de gemeente aan de slag gaan om te zorgen voor een versnelling in het realiseren van huisvesting voor aandachtsgroepen. Daarbij wordt de verbinding gelegd met het sociale domein. Het gebrek aan personele capaciteit is een groot knelpunt bij gemeenten en er wordt met urgentie aan een regeling gewerkt.

Financiële middelen De onderstaande tabel geeft een overzicht van de extra middelen die deels ondersteunend zijn aan dit programma. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen geld dat voor woningbouw en betaalbaarheid wordt toebedeeld aan MBZK/MVRO en geld dat wordt toebedeeld aan andere ministeries.

(bedragen in mln)

2022

Woningbouwimpuls (10 x 100mln Woningbouwimpuls

2023

2024

2025

2026

100

100

100

100

150

150

150

150

20

20

20

300

300

40

10

10

64

64

250

Volkshuisvestingfonds (4x150 mln) 14 grootschalige woninbouwgebieden

500

Ondersteuning medeoverheden (flexpools)

20

Vereenvoudiging huurtoeslag Huisvesting Aandachtsgroepen

Struc

40

Afschaffen kostendelersnorm onder 27 (SZW)

300

300

65

66

74

Aanpak dak- en thuisloosheid (VWS)

65

65

65

65

65

65

Versterken preventieaanpak (J &V)

50

100

150

150

150

200

Een deel van het geld staat op de aanvullende post bij het ministerie van Financiën. Voor besteding van dit geld is eerst goedkeuring van beleidsvoorstellen van het ministerie van Financiën vereist.

42 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 43

Planning 2022 mei

juni

juli

augustus

september

Regie Woningbouw Bestuurlijke afspraken inclusief 30%

Gesprekken over opgave

Reality check indicatieve taakstellingen

Prestatieafsprak provincies

Indicatieve taakstellingen (1 juni)

Prestatieafspraken

Nationale afspraken over opgaven corporaties

Prestatieafspraken woningcorporaties per gemeente

Regie wonen Integrale woonzorgvisies

Integrale woonzorgvisies voor alle aandachtsgroepen uitwerken met koploperregio’s (loop

Urgentieverordeningen

Uitwerking definities specifieke aandachtgroepen t.b.v. urgentieverordeningen (loopt in 20

Meerwaarde toetsen van toewijzen van 30% van vrijkomende sociale huu

Wet- en regelgeving

Inzet instrumentarium Omgevingswet

Wetsvoorstel Versterken regie volkshuisvesting (incl. woonzorgvisies en

Monitoring en ondersteuning Ondersteuningsstructuur Dashboard 30%

Integrale ondersteuningstructuur opzetten samen met koploperregio’s (loopt in 2022) Dashboard online

Definities

Uitwerken definities aandachtsgroepen (in 2022)

Monitor

Integrale monitoring aandachtsgroepen (inrichten en operationeel maken loopt in 2022 en

44 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

2023 oktober

november

2024

december

Rijk (en provincies) sluiten woondeals met regio’s

ken met

e (december 2022)

Loopt door in 2023

pt in 2022)

Uitwerking brede prestatieafspraken in koplopers (gemeenten, woon-, huurders-, client-, zorg-, welzijnsorganisaties) Uitrol integrale woonzorgvisies in heel Nederland (vanaf 2023) Uitrol brede prestatieafspraken in heel Nederland (vanaf 2024)

022)

urwoningen aan specifieke aandachtsgroepen in koplopersregio’s (start in 2022 en loopt door in 2023)

n urgentieverordeningen)

Uitwerken urgentieverordeningen in heel Nederland (vanaf 2023) Wettelijke verankering per 1 januari 2024

In werkingtreding 1 januari 2024

n 2023)

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 45

De Hub Haren De Hub Haren is een woonvoorziening voor nieuwkomers; jonge mensen met een persoonlijke kwetsbaarheid en voor mensen die het leuk vinden om in de Hub te wonen en te participeren. Er is werkruimte voor 20 ondernemers en voor organisaties met een sociaal-maatschappelijke inslag. In de Hub wonen ca. 55 mensen. Foto: Ton Sprenger

46 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Bijlage 1 Nieuwe of aangepaste wet- en regelgeving Onderstaand is per actielijn uit het programma ´Een thuis voor iedereen´ weergegeven welke wettelijke instrumenten worden ingezet. 1. Voldoende betaalbare en passende woningen (zie ook het programma Woningbouw) Instrumentarium Omgevingswet Daar waar nodig zullen de instrumenten van de Omgevingswet worden ingezet om te zorgen dat alle gemeenten, provincies en het rijk hun deel van de taak en verantwoordelijkheid nemen op het terrein van de volkshuisvesting. Het ministerie van BZK zal waar nodig instructieregels opstellen (bijvoorbeeld via het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en het Besluit kwaliteit leefomgeving). Wet versterken regie volkshuisvesting Op basis van alle programma’s rond de volkshuisvesting bereidt het ministerie van BZK een integraal wetsvoorstel voor dat vastlegt hoe het rijk regie kan gaan voeren over het volkshuisvestingsbeleid (Wet versterken regie volkshuisvesting). Het streven is dat wetsvoorstel dit najaar in consultatie te brengen. Onderdeel hiervan wordt de wettelijke verankering in de Woningwet van het opstellen van een woonzorgvisie. Een ander onderwerp dat in het kader van dit wetsvoorstel nader wordt uitgewerkt, is het opstellen van een urgentieverordening en/of huisvestingsverordening door gemeenten voor specifieke aandachtsgroepen.

Integrale, gebiedsgerichte aanpak en ruimte voor experimenten en maatwerk De komende tijd beziet het ministerie van BZK in het kader van het programma leefbaarheid en veiligheid of en waar wetgeving moet worden gewijzigd. Dit om een meer integrale en gebiedsgerichte aanpak mogelijk te maken en meer ruimte te maken voor experimenten en maatwerk. Ook wordt waar nodig bezien of en welke nieuwe instrumenten in sectorale wetgeving moeten worden toegevoegd om beter te kunnen optreden tegen misstanden. Goed verhuurderschap13 Het ministerie van BZK maakt een wet goed verhuurderschap om de positie van huurders ten opzichte van verhuurders te versterken. Dit wetsvoorstel is ook belangrijk voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Naar verwachting kan het wetsvoorstel voor de zomer bij de Tweede Kamer worden ingediend. 2. Evenwichtige verdeling in alle gemeenten Verbeteren balans woonvoorraad Er is een nieuwe balans nodig in de woningvoorraad van gemeenten. Gemeenten moeten in het uiterste geval gehouden kunnen worden aan het toewerken naar het streven naar meer evenwicht in de woningvoorraad. Daartoe krijgen provincies een wettelijke interventiemogelijkheid. 3.

Combineren wonen, zorg, welzijn en werk Wet op de huurtoeslag De in het coalitieakkoord aangekondigde verlaging van de jongerengrens, het niet meer meetellen van servicekosten en het schrappen van de maximale huurgrens worden doorgevoerd en de in het coalitieakkoord aangekondigde genormeerde huren in de huurtoeslag zal in wetgeving worden geregeld.

13  Momenteel wordt er een artikel 2-onderzoek op basis van de Wet financiële-verhoudingen uitgevoerd om de uitvoeringskosten van dit wetsvoorstel voor gemeenten in kaart te brengen. Financiële dekking van deze uitvoeringskosten voor gemeenten is voorwaardelijk voor invoering van de wet. De dekking zal worden bezien tijdens de voorjaarsbesluitvorming.

Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening | Programma Een thuis voor iedereen | 47

Wet domeinoverstijgend samenwerken VWS bereidt wetgeving voor om de samenwerking tussen de verschillende financiers beter van de grond te laten komen, zodat de zorg rondom de burger zo goed mogelijk geregeld wordt. Preventie Verbetering positie weeskinderen in ouderlijke huurwoning Het ministerie van BZK bereidt wetgeving voor om de positie van weeskinderen in ouderlijke huurwoningen te verbeteren. Wijziging woningwet Het ministerie van BZK bereidt een wijziging van de Woningwet voor waarin grondslagen voor het verwerken en delen van persoonsgegevens door woningcorporaties worden geregeld. Wetsvoorstel aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) Het ministerie van VWS bereidt samen met de ministeries van SZW, BZK en J&V wetgeving voor om gegevensuitwisseling tussen verschillende instanties ten behoeve van de zorg voor mensen met multiproblematiek mogelijk te maken. Wettelijk minimunloon Het ministerie van SZW bereidt de verhoging van het wettelijk minimumloon (WML) voor. Participatiewet Naar aanleiding van het traject hardheden Participatiewet wordt door de minister voor Armoede, Participatie en Pensioenen gewerkt aan een beleidsplan tot herziening van de Participatiewet. Twee wijzigingen zijn al aangekondigd: • De kostendelersnorm kan een belemmering vormen voor woningdelen en kan bijdragen aan dakloosheid van jongeren.

In het coalitieakkoord is afgesproken om de leeftijdgrens voor de kostendelersnorm in de Participatiewet, IOAW, IOAZ, Anw en Toeslagenwet aan te passen, zodat inwonende jongvolwassenen tot 27 jaar niet langer meetellen als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten. Hiervoor wordt door het ministerie voor SZW een wetswijziging ingediend bij het parlement. Als ingangsdatum wordt gestreefd naar 1 januari 2023. • In het coalitieakkoord is afgesproken om de bijverdiengrenzen in de Participatiewet te verruimen. Gemeenten en andere belanghebbenden zijn bij dit wetstraject betrokken.

48 | Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening www.minbzk.nl www.volkshuisvestingnederland.nl Mei 2022

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der StatenGeneraal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

www.rijksoverheid.nl www.facebook.com/minbzk www.twitter.com/minbzk www.linkedin.com/company/ ministerie-van-bzk Kenmerk 2022-0000252805 Uw kenmerk

Datum

11 mei 2022

Betreft

Programma ´Een thuis voor iedereen´

Hierbij bied ik u namens het kabinet het programma ‘Een thuis voor iedereen’ aan. Eén van de prioriteiten van dit kabinet is te zorgen voor een woning voor iedereen. Voor veel mensen, zoals starters en mensen met een middeninkomen, is het moeilijk passende huisvesting te vinden. Sommige mensen hebben nog minder kansen, omdat ze zich in een kwetsbare situatie bevinden. Zij moeten hun leven (opnieuw) opbouwen en hebben vaak naast een sociale huurwoning extra zorg of begeleiding nodig. Het gaat om mensen die dak- en thuisloos zijn, die uitstromen uit een intramurale (zorg)instelling of detentie, statushouders en mensen met sociale of medische urgentie. Daarnaast zijn arbeidsmigranten soms gehuisvest onder erbarmelijke omstandigheden of betalen zij torenhoge huren. Studenten zitten dringend verlegen om meer studentenwoningen. De situatie wordt nog nijpender door de komst van mensen uit Oekraïne. Om de ambitie van voldoende huisvesting te verwezenlijken, is het streven om 900.000 woningen realiseren tot en met 2030 waarvan twee derde betaalbaar. Het verbeteren van de huisvesting voor deze zogenaamde aandachtsgroepen, vraagt een vereende inzet van in ieder geval de overheden, woningcorporaties en zorg- en welzijnsinstellingen.

Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ bouwt voort op het gelijknamige advies dat op 8 juli 2021 naar uw kamer is verstuurd.1 Het programma is het resultaat van intensieve en constructieve samenwerking met onder meer Aedes, de VNG, het IPO, en de collega’s van VWS, SZW, JenV en OCW. Hierdoor kan het programma rekenen op een breed draagvlak en commitment bij de implementatie. Programma ‘Een thuis voor iedereen’ Het programma ‘Een thuis voor iedereen’ is het tweede van de zes programma’s onder de Nationale Woon- en Bouwagenda die onderling sterk met elkaar zijn verbonden.2 Dit programma heeft als doel te zorgen voor voldoende betaalbare woningen voor alle aandachtsgroepen met een evenwichtige verdeling over gemeenten en met de juiste zorg, ondersteuning en begeleiding. Om dit doel te realiseren maken rijk, provincies, gemeenten en woningcorporaties afspraken over bouw, toewijzing en ondersteuning. Specifiek gaat het om: 'Een thuis voor iedereen' - Adviesrapport interbestuurlijke werkgroep versterking beleid huisvesting aandachtsgroepen | Rapport | Woningmarktbeleid 2 Nationale Woon- en Bouwagenda | Rapport | Rijksoverheid.nl 1

Pagina 1 van 8

Datum Kenmerk 2022-0000252805

Afspraken die ertoe leiden dat er tot en met 2030 in totaal 600.000 betaalbare woningen worden gebouwd, waarvan 350.000 woningen voor mensen met een middeninkomen en 250.000 sociale huurwoningen door woningcorporaties (2/3 betaalbaar wonen). Dit laatste met oog voor de behoefte aan passende woningen voor mensen met een laag inkomen, onder wie aandachtsgroepen als dak- en thuisloze mensen en statushouders. Het toewerken naar meer balans in de woningvoorraad met een streven naar 30 procent sociale huurwoningen. Dit betekent dat bij de nieuwbouw van sociale huurwoningen gemeenten met minder dan 30 procent sociale huur in de bestaande woningvoorraad moeten bijdragen aan dit streven. Gemeenten die al (ruim) boven het streven zitten, kunnen minder sociale huurwoningen bouwen. Voor het bouwen van betaalbare woningen kunnen zij zich concentreren op middeninkomens. Prestatieafspraken waarbij in iedere regio gekomen wordt tot een betere balans in de woningvoorraad, dat gemonitord zal worden. Gemeenten moeten in het uiterste geval gehouden kunnen worden aan het toewerken naar het streven naar meer evenwicht en daartoe krijgen provincies een wettelijke interventiemogelijkheid. Aangaande de huisvesting van aandachtsgroepen binnen gemeenten Het opstellen door iedere gemeente van een integrale woonzorgvisie voor alle aandachtgroepen en ouderen.

Het opstellen door alle gemeenten van een verordening waarmee zij met voorrang woningen toewijzen aan dak- en thuisloze mensen, uitstromers uit intramurale (zorg)instellingen of detentie en sociaal en medisch urgenten. Het inrichten van een ondersteuningsstructuur om lokaal en regionaal te helpen bij de realisatie van de opgave. Mocht blijken dat ondanks bovenstaande aanpak er gemeenten zijn die onvoldoende bijdragen aan de gedeelde verantwoordelijkheid bij de huisvesting van aandachtsgroepen, dan zal BZK een percentage vastleggen dat als norm gaat gelden voor de toewijzing van woningen aan specifieke aandachtsgroepen. We werken dit langs vier actielijnen uit. 1. Voldoende betaalbare en passende woningen Deze actielijn is gericht op de realisatie van betaalbare nieuwbouwwoningen, het beter benutten van bestaand vastgoed en het borgen dat woningen aan aandachtsgroepen worden toegewezen. De realisatie van nieuwbouw en transformatie van bestaand vastgoed verloopt voor het grootste deel via het programma ‘Woningbouw’. Inzet is dat corporaties tot en met 2030 in totaal 250.000 nieuwe sociale huurwoningen bouwen, met oog voor de behoefte aan passende woningen voor mensen met een laag inkomen, waaronder aandachtsgroepen als dak- en thuisloze mensen en statushouders. Daarnaast is het streven om 350.000 huur- en koopwoningen te bouwen voor mensen met middeninkomens.

Deze inzet op meer betaalbare woningen brengt behoefte en aanbod beter in balans.

Pagina 5 van 8

Datum Kenmerk 2022-0000252805

Met het programma ‘Een thuis voor iedereen’ voegen we hieraan het volgende toe. Alle gemeenten gaan verordeningen opstellen waarmee zij met voorrang daken thuisloze mensen, mensen die uitstromen uit een intramurale (zorg)instelling of detentie en mensen met sociale of medische urgentie gaan huisvesten. In de verplichte woonzorgvisie maken gemeenten zichtbaar wat de behoefte is aan huisvesting van aandachtsgroepen. De woonbehoefte krijgt een vertaling in de woningbouwprogrammering. Met een integrale monitor gaan we de realisatie van de woonbehoefte van aandachtsgroepen volgen. Mocht blijken dat er gemeenten zijn die onvoldoende bijdragen aan de gedeelde verantwoordelijkheid bij de huisvesting van aandachtsgroepen dan leg ik een percentage vast dat als norm gaat gelden voor toewijzing van woningen aan specifieke aandachtsgroepen. De mogelijkheid hiertoe neem ik op in het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting. 2. Evenwichtige verdeling over alle gemeenten Er is een nieuwe balans nodig in de woningvoorraad van gemeenten. Grote steden hebben vaak een hoger aandeel sociale huurwoningen dan omliggende gemeenten. Zo zijn er gemeenten met meer dan 40 procent sociale huurwoningen, terwijl andere, soms naastliggende gemeenten een aandeel hebben van minder dan 20 procent. En andersom hebben omliggende gemeenten meer woningen voor de midden en hogere inkomens dan de grote steden.

Door de concentratie van sociale huurwoningen en de huisvesting van aandachtsgroepen, staat op sommige plekken de leefbaarheid onder druk. We werken daarom toe naar een meer evenwichtige verdeling met het streven naar 30 procent sociale huurwoningen in de woningvoorraad. Ook willen we meer sturen op de totstandkoming van voldoende woningen in elke gemeente voor mensen met een middeninkomen. In het programma Betaalbaarheid, dat in mei aan uw Kamer zal worden aangeboden, zal hier een vergelijkbaar streven voor worden opgenomen. Bij de nieuwe balans hebben we oog voor regionale verschillen die nopen tot maatwerk. Via de regionale woningbouwprogrammering wordt de nieuwbouw van sociale huurwoningen zo gepland dat wordt toegewerkt naar dit streven. Dit betekent dat gemeenten met minder dan 30 procent sociale huur in de bestaande woningvoorraad moeten bijdragen aan dit streven. Gemeenten die al (ruim) boven het streven zitten, kunnen minder sociale huurwoningen bouwen. Voor het bouwen van betaalbare woningen kunnen zij zich concentreren op middeninkomens. Bij het maken van de woondeals houden we rekening met gemeenten waar het toegroeien naar 30 procent evident niet logisch of haalbaar is. We gaan ervanuit dat via het maken van prestatieafspraken in iedere regio wordt gekomen tot een betere balans in de woningvoorraad. Dit monitoren we ook.

Gemeenten moeten in het uiterste geval gehouden kunnen worden aan het toewerken naar het streven naar meer evenwicht. Daartoe krijgen provincies een wettelijke interventiemogelijkheid.

Pagina 5 van 8

Datum Kenmerk 2022-0000252805

3. Combineren van wonen, zorg, welzijn en werk Het bestaand instrument van woonzorgvisies voor ouderen wordt verbreed en krijgt ook betrekking op alle aandachtsgroepen. De woonzorgvisies maken helder wat mensen uit de aandachtsgroepen nodig hebben aan zowel huisvesting als aan zorg en ondersteuning. Deze opgaven worden zo goed als mogelijk gekwantificeerd. De woonzorgvisies vormen de basis voor gemeenten om op lokaal niveau bindende wederkerige afspraken te maken met woningcorporaties, particuliere verhuurders, zorgaanbieders/zorgkantoren en andere partijen. Vanuit het programma werken we dit jaar al met koploperregio’s aan brede woonzorgvisies voor alle aandachtsgroepen. In 2023 werken alle gemeenten integrale woonzorgvisies uit met een coördinerende rol van provincies in het regionale afstemmingsproces. De taak voor het opstellen van woonzorgvisies en de coördinerende rol van provincies krijgt een wettelijke verankering via het wetsvoorstel dat is gericht op het versterken van de regie op de volkshuisvesting. 4. Inzet op preventie Voorkomen waar mogelijk dat mensen problemen krijgen met huisvesting, is zowel voor de betrokkene als voor de maatschappij als geheel winst. Het voorkomen van dakloosheid heeft hierbij prioriteit.

Bij deze actielijn hoort ook de brede schuldenaanpak, participatie, inburgering, de zorg voor veiligheid en bovenal de zorg voor jongeren in een kwetsbare positie. Zodat zij een goede start op de woningmarkt kunnen maken en voorkomen wordt dat zij dakloos raken. Hierbij is bijzondere aandacht voor jongeren die uitstromen uit jeugdhulp met verblijf die 18 jaar worden. Om te zorgen dat alle partijen snel, met kennis van zaken en eventueel met tijdelijke extra capaciteit kunnen starten, richten we een ondersteuningsstructuur in. Ook zullen we een Uitvoeringstoets Decentrale Overheden uitvoeren en bij nieuwe wetsvoorstellen vanzelfsprekend artikel 2 van de Financiëleverhoudingenwet toepassen. Om de voortgang te volgen richten we een monitoringssysteem in. Het dashboard ‘Een thuis voor iedereen’ bijvoorbeeld, volgt per gemeente, provincie en op landelijk niveau de voorraad aan sociale huurwoningen, zodat zo nodig kan worden bijgestuurd. Rapport Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen Samen met het programma ‘Een thuis voor iedereen’ bied ik u ook het rapport ‘Voorrang bij toewijzing sociale huurwoningen’ aan. Het ministerie van BZK heeft in 2021 onderzoek laten doen naar de wijze waarop gemeenten gebruik maken van het instrumentarium dat hen ter beschikking staat bij het met voorrang toewijzen van woonruimte.

Ook is onderzocht hoe de woningtoewijzing met urgentie in de praktijk is ingericht. Uit het onderzoek blijkt onder andere dat van de 352 Nederlandse gemeenten er 190 (54%) op dit moment een huisvestingsverordening hebben. De inzichten uit het rapport zijn betrokken bij de uitwerking van dit programma.

Pagina 5 van 8

Datum Kenmerk 2022-0000252805

Tot slot Woonruimte is een primaire levensbehoefte. Dit geldt zeker voor mensen in een kwetsbare positie die hun leven (opnieuw) moeten opbouwen. Voor mensen die extra steun nodig hebben, zullen we als overheid ons in het bijzonder moeten inspannen. Ik kijk uit naar de samenwerking met u bij de uitvoering van het programma ‘Een thuis voor iedereen’. De minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Hugo de Jonge

Pagina 5 van 8

Datum Kenmerk 2022-0000252805

Bijlage 1: Invulling moties en toezeggingen Hieronder een overzicht van moties en toezeggingen waaraan met het programma ‘Een thuis voor iedereen’ invulling is gegeven. Motie/ toezegging

Invulling

Motie lid Beckerman c.s. (TK 2021/22, 35925 VII, nr. 63)

De motie verzoekt het kabinet om uitvoering te geven aan de aanbeveling van het College voor de Rechten van de Mens om dakloosheid tot topprioriteit te maken. Het kabinet geeft met het programma “Een thuis voor iedereen” uitvoering aan die motie. Actielijn 4 van het programma gaat in op preventie, het voorkomen dat mensen problemen krijgen met huisvesting. Het voorkomen van dakloosheid heeft hierbij prioriteit Bij deze actielijn hoort ook de brede schuldenaanpak, participatie, inburgering, de zorg voor veiligheid en bovenal de zorg voor kwetsbare jongeren. Zodat zij een goede start op de woningmarkt kunnen maken. Aanvullend zal de staatssecretaris van VWS later dit voorjaar met uw Kamer delen welk proces er wordt doorlopen om tot een gezamenlijke langetermijnaanpak 2023-2030 voor de aanpak van dakloosheid te komen, aansluitend bij de Lissabon-verklaring. De motie Pouw-Verweij verzoekt de regering om de Kamer te rapporteren over de gevolgen van verschillende typen migratie (waaronder ten minste arbeids-, asiel-, studie- en gezinsmigratie) op de woningmarkt en daarbij expliciet aan te geven hoeveel en welke typen woningen daarmee jaarlijks gemoeid zijn. Bij het opstellen van de monitor aandachtsgroepen ga ik verkennen op welke manier ik de woonsituatie van verschillende aandachtsgroepen, waaronder migranten naar migratiemotief, ga monitoren.

Ik verzoek na te gaan of in de monitor de volgende gegevens kunnen worden meegenomen: • Het type (zelfstandige) woningen waar migranten naar migratiemotief verblijven uitgesplitst naar: eengezins- of meergezinswoning, eigendomssituatie (koop/huur corporatie/huur particulier), oppervlakte, regio. • Vrijgekomen woningen door emigratie: eengezins- of meergezinswoning, eigendomssituatie (koop/huur corporatie/huur particulier), oppervlakte, regio. Eind 2022 informeer ik uw Kamer over de stand van zaken en haalbaarheid. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid informeerde uw Kamer reeds over deze motie in de beantwoording van schriftelijke vragen met dezelfde strekking (TK 2021/22, 2021Z22171). Uit onderzoek van Significant naar belemmeringen voor bijstandsgerechtigden om woonruimte te delen, dat in opdracht van het kabinet is uitgevoerd blijkt dat sinds 2015 jongeren uit bijstandsgezinnen zodra zij 21 jaar worden, meer dan jongeren uit niet-bijstandsgezinnen, het ouderlijk huis verlaten, en dat jongeren uit bijstandsgezinnen zich zodra zij 21 jaar worden, laten uitschrijven of zij worden uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP). De motie veronderstelt een causaal verband tussen de (invoering van de) kostendelersnorm en het niet delen van een woning.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1450/documents/18407