CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db20.1 Bijlage Rapportage Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom - eindversie april 2024.pdf

Gemeenteraad 30 mei 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken9.820 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom Uitvoering en opbrengsten 2020-2023 en vooruitblik

Leanne Broekman Suzanne Gerritsen Janne de Roode Marco Zuidam

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

3

Inhoudsopgave

1

Inleiding......................................................................................................................................... 4 1.1 Methode .................................................................................................................................. 4 1.2 Leeswijzer................................................................................................................................. 5 2 Hillegom in cijfers .......................................................................................................................... 6 2.1 Kinderen en hun omgeving ....................................................................................................... 6 2.2 Doelgroeppeuters en leerlingen ................................................................................................ 6 2.3 Onderwijs en opvang in Hillegom .............................................................................................. 7 2.4 Gedrag en ondersteuning ......................................................................................................... 7 2.5 Prestaties kinderen ...................................................................................................................

8 3 Beleidsproces................................................................................................................................. 9 3.1 Totstandkoming en uitwerkingen nota ...................................................................................... 9 3.2 Opvolging ................................................................................................................................. 9 3.3 Coronacrisis .............................................................................................................................. 9 3.4 Verbinding NPO ...................................................................................................................... 10 3.5 Randvoorwaarden .................................................................................................................. 10 4 Uitvoering en opbrengsten .......................................................................................................... 12 4.1 Voorschoolse educatie ........................................................................................................... 12 4.1.1. Bereik vergroten van peuters in de kinderopvang:....................................................... 12 4.1.2 Een stevig netwerk bouwen rondom het jonge kind .....................................................

14 4.1.3 Ouders betrekken bij de ontwikkeling van hun kind...................................................... 14 4.1.4 Extra kwaliteit toevoegen aan ve-locaties..................................................................... 15 4.1.5 Doorontwikkelen van de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs ................. 16 4.2 Leesbevordering en leesplezier bij alle kinderen...................................................................... 18 4.3 Extra inzet voor anderstalige kinderen .................................................................................... 19 4.4 Samengevat: activiteiten en opbrengsten ............................................................................... 20 5 Blik op de toekomst ..................................................................................................................... 22 5.1 Toekomstige thema’s onderwijskansen ................................................................................... 22 5.2 Randvoorwaarden .................................................................................................................. 24 6 Conclusies en aanbevelingen ....................................................................................................... 25 Bijlage 1 Respondenten interviews .........................................................................................

28 Bijlage 2 Overzicht beleidsdocumenten................................................................................... 29

4

Oberon

1

Inleiding

In de nota ‘Voor nu en Later’ heeft de gemeente Hillegom de koers voor het Onderwijskansenbeleid 2020-2023 vastgelegd. In deze nota zijn beleidsvoornemens benoemd ten aanzien van onder andere het bereik en kwaliteit van voorschoolse educatie, de doorgaande lijn en leesbevordering en leesplezier. Nu deze beleidsperiode formeel is afgelopen, vindt de gemeente het belangrijk om deze beleidsperiode te evalueren. Daarnaast is er de wens om vooruit te kijken naar wat in de toekomst nodig is om kinderen in Hillegom optimale ontwikkelkansen te bieden. In de periode februari-maart 2024 zijn diverse bronnen bestudeerd, gesprekken gevoerd met betrokkenen en is een digitale enquête uitgezet onder professionals die betrokken zijn bij het onderwijskansenbeleid. Dit rapport vat de bevindingen samen.

1.1 Methode Voor de evaluatie van het Onderwijskansenbeleid 2020-2023 in Hillegom hebben we drie invalshoeken gehanteerd: a)

Procesevaluatie: Hierbij gaat het erom hoe de beleidsnota tot stand is gekomen en hoe dit proces is ervaren. En vervolgens of er duidelijke afspraken gemaakt zijn wie wat ging doen en hoe is bijgehouden of gemaakte afspraken nagekomen zijn. Ook zijn randvoorwaarden zoals voldoende tijd en middelen meegenomen. b) Activiteitenevaluatie: deze invalshoek beziet of de afgesproken activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Wat was de opkomst/het bereik en is dat in overeenstemming met de verwachting? Zijn de uitvoerders tevreden over de activiteiten en wat ze opgeleverd hebben? c) Opbrengstenevaluatie: Hierbij staat de vraag centraal wat de activiteiten voor opbrengsten opgeleverd hebben voor de doelgroep. Om bovenstaande vragen te beantwoorden, hebben we gebruik gemaakt van vier soorten bronnen: 1. Data uit landelijke bronnen: we hebben een aantal indicatoren op het gebied van onderwijskansen in kaart gebracht, zoals taalontwikkeling van kinderen uit groep 8 van Hillegomse scholen en advisering naar het voortgezet onderwijs. Deze data presenteren we in hoofdstuk 2. 2. Beleidsstukken: in de afgelopen beleidsperiode zijn verschillende beleidsdocumenten opgesteld, als uitwerking van de beleidsnota. Een overzicht van deze documenten is opgenomen in bijlage 2. 3.

Digitale enquête onder stakeholders: diverse professionals die in de praktijk uitvoering geven aan het onderwijskansenbeleid zijn in een enquête bevraagd over hun ervaringen op verschillende beleidsonderdelen. Het gaat om schooldirecteuren, locatiemanagers kinderopvang, medewerkers Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en ib’ers. De respons op de enquête was laag– ondanks diverse herinneringen vanuit het onderzoeksbureau en de gemeente. In totaal hebben 8 van de 18 benaderde respondenten de enquête ingevuld: dit betrof 5 respondenten uit het onderwijs (ib’ers en directie), een pedagogisch medewerker, jeugdverpleegkundige en teamleider van de bibliotheek. Hier staat tegenover dat veel respondenten wel uitgebreide kwalitatieve input hebben ingevuld in de enquête. In de rapportage kiezen we er daarom voor niet uitgebreid te rapporteren over de antwoorden op stellingen uit de enquête, maar vooral te focussen op de kwalitatieve antwoorden uit de enquête.

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

5

4. Diepte-interviews. We zijn via 12 interviews met 16 respondenten (zowel face-to-face als via Teams) in gesprek gegaan met schoolbestuurders, kinderopvangmanagers, beleidsmedewerkers JGZ, de teamleider van de bibliotheek, het samenwerkingsverband po (Duin en Bollenstreek), de wethouder onderwijs en beleidsmedewerker onderwijs. Met hen hebben we teruggeblikt op het beleidsproces, de activiteiten en opbrengsten. Ook zijn zij bevraagd welke ontwikkelingen en onderwerpen volgens hen in het toekomstige beleid een plek zouden moeten krijgen. De volledige respondentenlijst is opgenomen in bijlage 1.

1.2 Leeswijzer Deze rapportage begint met een overzicht van kerncijfers van Hillegomse leerlingen en inwoners. Vervolgens beschrijven we in hoofdstuk 3 de ervaringen rond het beleidsproces. Daarna beschrijven we in hoofdstuk 4 de hoofdlijnen van het destijds opgestelde Hillegomse Onderwijskansenbeleid en beschrijven we hoe hier in de praktijk aan gewerkt is, waar men tevreden over was en waar knelpunten lagen. Ook gaan we in op de opbrengsten. In hoofdstuk 5 richten we de blik op de toekomst: we geven een beeld wat volgens betrokkenen van belang is om in Hillegom goede onderwijskansen te bieden. We sluiten af met een aantal conclusies en aanbevelingen ten aanzien van het werken aan onderwijskansen voor Hillegomse kinderen.

6

Oberon

2

Hillegom in cijfers

Dit hoofdstuk bevat een overzicht van een aantal kerncijfers in relatie tot onderwijskansen. De cijfers zijn afkomstig uit landelijke openbare bronnen en worden afgezet tegen het landelijke gemiddelde. De kleuren van de bolletjes geven – indien mogelijk - weer in hoeverre de cijfers gunstiger (groen) of ongunstiger (rood) zijn in vergelijking tot het landelijk gemiddelde. Is het cijfer gelijk of nagenoeg gelijk aan het landelijk gemiddelde, dan is het bolletje oranje. Bij witte bolletjes is er geen vergelijking te maken.

2.1 Kinderen en hun omgeving • Het percentage kinderen dat anno 2022 leeft in een uitkeringsgezin is met 4% in Hillegom lager dan het Nederlandse gemiddelde van 6%. • Ongeveer 4% van de bevolking in Hillegom (900 mensen) leeft in armoede. Dit is onder het landelijke gemiddelde van 5,7%. Bij kinderen in Hillegom is dit percentage, net als in bijna de rest van Nederland, iets hoger, 5,7%. • 43,5% van de Hillegomse moeders heeft een HBO of WO- opleiding (NL is 45,6%). 35,7% van de Hillegomse vaders heeft een HBO of WO-opleiding (NL is 37,9%). • Het aandeel kinderen met een niet-Nederlandse, westerse achtergrond is in Hillegom 11,2%, iets lager dan het Nederlandse gemiddelde van 11,6%. • Het aandeel kinderen met een niet-westerse achtergrond is 11,8%, aanzienlijk lager dan het Nederlandse gemiddelde van 19,8%. • In zijn geheel is 10% van de bevolking uit Hillegom laaggeletterd, lager dan het landelijke gemiddelde van 12%. Het betreft circa 1.525 mensen, waarvan ongeveer 150 jongeren tussen de 16- 30 jaar. • Het percentage eenoudergezinnen t.o.v. alle huishoudens met kinderen is in Hillegom in 2022 21,1%, iets lager dan het landelijke gemiddelde van 23%.

2.2 Doelgroeppeuters en leerlingen • Het CBS maakt een verdeling van risico op achterstanden voor alle 2,5-12 jarigen in Nederland. Landelijke gemiddelde is 15% voor gehele groep (ook 15% peuters en 15% basisschoolkinderen). In Hillegom heeft 10% van de peuters (35 van de 340 peuters) een risico op een onderwijsachterstand, voor basisschoolkinderen is dit ook 10%. • Onderstaande tabellen presenteren het aantal doelgroeppeuters (2,5-4 jaar) en doelgroepleerlingen (4-12 jaar) in totaal en per wijk. Hoogste aantal kinderen met een risico zijn in Midden en Zuid. Wijk

Peuters woonachtig

Doelgroep peuters

% Doelgroep peuters

Hillegom Midden

80

10

12

Hillegom Noord

60

0

0

Hillegom West

65

0

0

Hillegom Zuid

130

15

12

Totaal

340

35

10

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

Wijk

7

Kinderen 4-12 woonachtig

Doelgroep kinderen

% Doelgroep kinderen

Buitengebied

80

0

0

Hillegom Midden

375

65

17

Hillegom Noord

335

35

10

Hillegom West

270

10

4

Hillegom Zuid

660

60

9

1,725

175

10

Totaal

Bron: https://dashboards.cbs.nl/v5/onderwijsachterstanden/ (2023) *Voor wijken waar minder dan 40 kinderen wonen, kunnen de aantallen onbetrouwbaar zijn.

2.3 Onderwijs en opvang in Hillegom o In Hillegom gingen in 2022 circa 1.550 leerlingen naar een basisschool, 73 kinderen naar het speciaal basisonderwijs of speciaal onderwijs circa 1.150 kinderen naar het voortgezet onderwijs. o In Hillegom bieden twee ve-aanbieders op drie kinderopvanglocaties voorschoolse educatie aan. Daarnaast zijn er vijf locaties voor kinderdagopvang zonder ve-aanbod. Samen bieden de acht locaties 368 kindplaatsen kinderopvang aan. • Onderstaande tabel geeft de leerlingaantallen per school weer en de schoolweging. De schoolweging geeft aan hoeveel kinderen er een hoog verwacht risico op onderwijsachterstanden hebben. Scores liggen tussen de 20 en 40, waarbij 30 het gemiddelde is. Hoe hoger de schoolweging, des te meer kinderen lopen een risico op onderwijsachterstanden. De meeste scholen in Hillegom hebben een schoolweging net iets onder of boven het gemiddelde. De schoolweging betreft het driejaarsgemiddelde van 2020, 2021 en 2023 (Bron: CBS).

School

Bestuur

Wijk

Leerlingen

Schoolweging

Daltonschool Hillegom (18HR00)

Stg. OBO Duin- en Bollenstreek

Hillegom Midden

182

31,4

De Fontein (07KJ00)

Sophia Scholen

Hillegom Midden

192

31,3

IKC Vossepark (10FF00)

Sophia Scholen

Hillegom Midden

247

31,2

RK Basisschool De Giraf (08KD00)

Sophia Scholen

Hillegom Zuid

397

29,1

De Toermalijn Bollenstr (24RB00)

Stichting Vrijescholen Ithaka

Hillegom Zuid

134

27,2

Johannesschool (09JZ00)

Sophia Scholen

Hillegom Midden

419

27,0

2.4 Gedrag en ondersteuning • Het absoluut verzuim in 2022 onder jongeren vanaf 12 jaar (niet ingeschreven en geen vrijstelling) per 1000 leerlingen is in Hillegom lager (2,7) dan het Nederlandse gemiddelde (4,2). Het relatief

8

Oberon

verzuim onder jongeren vanaf 12 jaar (langer dan 4 weken niet ingeschreven en geen vrijstelling) per 1000 leerlingen is in Hillegom lager (14) dan het Nederlandse gemiddelde (24). In schooljaar 2022/2023 had Hillegom 34 thuiszitters (wel ingeschreven, langer dan 3 maanden geen onderwijs), dat was 1,2% van alle leerplichtige leerlingen. Ruim de helft vanwege psychische klachten. • Het aantal voortijdig schoolverlaters anno 2022 is in Hillegom iets lager (2,1%) dan het Nederlandse gemiddelde (2,4%). Zowel in Hillegom als Nederland is er een stijgende trend de afgelopen drie jaar. • Het aandeel jongeren tot 18 jaar dat gebruik maakt van jeugdhulp is met 13,7% in Hillegom hoger dan het Nederlandse gemiddelde van 11,1% eerste helft van 2023. • Het aandeel verwijzingen naar Halt onder 12-17 jarigen is 1,0%, iets hoger dan het Nederlandse gemiddelde in 2022.

2.5 Prestaties kinderen • De leesvaardigheid groep 8 is bij de meeste basisscholen iets hoger dan het gemiddelde van alle scholen in Nederland met hetzelfde schoolgewicht. Uitzondering hierop is de school met het hoogste schoolgewicht (en dus de meeste kwetsbare kinderen). Deze school behaalt qua leesvaardigheid een iets lager score dan scholen in Nederland met hetzelfde hoge schoolgewicht. • 40% van de kinderen in Hillegom kregen in 2020 een schooladvies Havo of hoger (NL is 46%). Alle scholen – op één school na- in Hillegom geven aan minder kinderen een HAVO/VWO advies dan scholen in Nederland met hetzelfde schoolgewicht. • Landelijk zien we dat naarmate scholen een hogere schoolweging hebben, leerlingen vaker een schooladvies krijgen voor het praktijkonderwijs of de beroepsgerichte leerwegen van het vmbo in vergelijking met scholen met een lichtere schoolweging. Voor havo en vwo ligt dit patroon precies andersom. In onderstaande figuur tonen we de verdeling van schooladviezen van de scholen in Hilegom, afgezet tegen de schoolweging. Elk bolletje is hierbij een school in Hillegom. Ter referentie tonen we de landelijke lijn.12 Uit dit plaatje is op te maken dat twee van de drie Hillegomse scholen met de hoogste schoolgewichtscores een hogere doorverwijzing heeft naar PRO/Beroepsgericht dan scholen in Nederland met hetzelfde schoolweging.

1 Het betreft een gewogen gemiddelde van de schooljaren 2019/20 tot en met 2022/23 2 Sinds 2023 vermeldt DUO waarden lager dan 5 niet meer als een specifiek getal, maar als “<5”. Dit om te voorkomen dat de

waarden herleidbaar zijn naar specifieke personen. Voor deze waarden hebben wij een schatting gemaakt (wat inhoudt dat we de waarde “2” hebben ingevuld). Hierdoor kan een mogelijke overschatting of onderschatting van het werkelijke percentage ontstaan.

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

3

9

Beleidsproces

In dit hoofdstuk beschrijven we het beleidsproces rondom het Onderwijskansenbeleid in de beleidsperiode 2020-2023. We zijn daarvoor nagegaan hoe het Onderwijskansenbeleid en uitwerkingen daarvan tot stand zijn gekomen en hoe de afgelopen jaren opvolging is gegeven aan het beleid. Ook gaan we in op een aantal randvoorwaarden waarvan we weten dat ze belangrijk zijn om effectief uitvoering te kunnen geven aan onderwijskansenbeleid.

3.1 Totstandkoming en uitwerkingen nota De nota ‘Voor nu en later’ is in 2020 vastgesteld door de Raad. Geen van de respondenten is betrokken geweest bij de totstandkoming van de nota. De meeste respondenten werkten destijds in een andere functie binnen of buiten de regio. Na de vaststelling van de nota zijn er verschillende beleidsonderdelen uitgewerkt. Zo is er een Richtlijn vve opgesteld waarin voorstellen zijn gedaan voor de uitwerkingen van verschillende beleidsonderdelen zoals de doelgroepdefinitie, ouderbetrokkenheid en de doorgaande lijn. Eén van de schoolbesturen en de JGZ geven aan destijds betrokken te zijn geweest bij de herijking van de doelgroepdefinitie. Ook is uitwerking gegeven aan het concept Bibliotheek op school. De teamleider Lezen van de bibliotheek is hierbij betrokken geweest en heeft het concept op vijf scholen in Hillegom geïmplementeerd. Respondenten die betrokken waren bij deze uitwerkingen hadden hier geen noemenswaardige opmerkingen over te melden.

3.2 Opvolging In de periode 2020-2022 was er een wereldwijde Coronapandemie. Hierdoor was fysiek overleggen niet mogelijk, konden kinderen minder gebruik maken van opvang en onderwijs en dus kon men minder werk maken van het onderwijskansenbeleid. Veel respondenten geven aan dat er een periode weinig regie van de gemeente op het Onderwijskansenbeleid is geweest. Er was -na de Corona-periode- een tijd geen ambtelijke bezetting en de Lokaal Educatieve Agenda (LEA) - het overlegorgaan waarop het Onderwijskansenbeleid geagendeerd wordt – heeft een tijd niet plaatsgevonden. Na de Coronaperiode werd Nederland geconfronteerd door een meer dan gewoonlijke instroom vluchtelingen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. Deze instroom vroeg juist om goede onderlinge afstemming. Het LEA-overleg is sinds kort weer opgestart en het feit dat overleggen weer opgepakt zijn, wordt gewaardeerd door de partners. Verschillende partners geven aan dat de agenda van LEA nog meer vorm kan krijgen door onderwijskansen vanuit een breder perspectief te agenderen en dus verder te kijken dan voorschoolse educatie. Ook zou er meer op grote lijnen gestuurd kunnen worden in het overleg in plaats van op uitvoeringszaken.

3.3 Coronacrisis Vlak na de vaststelling van de nieuwe Onderwijskansennota brak de Coronapandemie uit. De meeste respondenten ervaren dat de pandemie negatieve gevolgen heeft gehad voor zowel de beleidsontwikkeling als de opbrengsten van het onderwijskansenbeleid (figuur 3.1). Gedurende en vlak na de crisis was het bereik van voorschoolse educatie lager. Echter nu is dit weer op het niveau van voor Corona, aldus de JGZ. Ook in het Hillegomse onderwijs zag men de effecten van de crisis duidelijk terug, zo illustreert dit citaat van een schooldirecteur: “De coronacrisis heeft zeker een negatief effect gehad op de sociale en cognitieve groei van kinderen. Daar hebben we nog dagelijks mee te maken op de school. Voor alle kinderen en juist deze doelgroep.”

10

Oberon

Figuur 3.1 Effecten van Corona op het Onderwijskansenbeleid

3.4 Verbinding NPO Om de door Corona opgelopen onderwijs- en ontwikkelachterstanden bij kinderen en jongeren in te lopen is in 2021 door het Rijk het Nationaal Programma Onderwijs geïntroduceerd. Binnen dit programma ontvingen zowel scholen als gemeenten middelen. Bij de planvorming van het gemeentelijke NPO is geen directe relatie gelegd met het onderwijskansenbeleid of nauwe afstemming gezocht met de schoolbesturen. Eén van de schoolbesturen geeft aan dit spijtig te vinden, omdat zij graag een collectief programma had vormgegeven, zoals de inzet van schoolmaatschappelijk werk. De gemeente Hillegom heeft uiteindelijk subsidieregels geformuleerd die het mogelijk maakten voor individuele kinderopvangorganisatie en scholen om middelen aan te vragen. Inzet was gekaderd binnen vijf terreinen, het ging om 1) inzet van schoolmaatschappelijk werk, hulp of jongerenwerk op school, 2) versterking van het schoolklimaat en saamhorigheid 3) professionalisering van onderwijspersoneel op het gebied van welszijnsbevordering, talentontwikkeling en pedagogisch handelen 4) extra activiteiten voor kinderen met een vve-indicatie of 5) Inzet van sport, kunst en cultuur, koken, talentontwikkeling en gezondheidsbevordering om (ook buiten school en buiten schooltijd) aan het welbevinden van leerlingen bij te dragen.

De Hillegomse basisscholen hebben activiteiten ingezet op verschillende van deze terreinen, zoals kunst en cultuur en de inzet van weerbaarheidstrainingen. In het VO is ingezet op de inzet van jongerenwerk. “De coronacrisis heeft gezorgd voor héél veel geldstromen die er anders niet waren geweest (NPO). Daar hebben we veel sociale en culturele activiteiten door kunnen inzetten. Dit had zeker een meerwaarde op het welbevinden van deze kwetsbare groep.” – directeur basisschool

3.5 Randvoorwaarden In zowel de enquête als de interviews zijn respondenten gevraagd naar de aanwezigheid van een aantal randvoorwaarden om goed uitvoering te kunnen geven aan het Onderwijskansenbeleid. De antwoorden uit de enquête zijn af te lezen in figuur 3.2. Wat opvalt is dat ongeveer de helft van de respondenten antwoord met ‘neutraal’ of ‘weet niet.’ Uit de toelichtende antwoorden en de interviews komt naar voren dat het Onderwijskansenbeleid niet of weinig bekend is bij met name de schooldirecties. Dit heeft naar eigen zeggen ook te maken met de wisselingen binnen schooldirecties.

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

11

Figuur 3.2 Randvoorwaarden Onderwijskansenbeleid

In de gesprekken komen twee randvoorwaarden expliciet naar voren. De eerste is de hoeveelheid aan financiële middelen voor het bestrijden van onderwijsachterstanden. De gemeente ontvangt hiervoor een specifieke uitkering van het Rijk, op basis van de verwachte achterstandsscore van leerlingen en een decentralisatie-uitkering voor het realiseren van peuteropvang (Asschergelden). Omdat deze gemiddelde achterstandsscore relatief laag is en onder het landelijke gemiddelde ligt (zie ook hoofdstuk 2), zijn de middelen die de gemeente ontvangt beperkt. In de beleidsperiode 2020-2023 ging het om een bedrag tussen de 300.000-315.000 euro per jaar. Deze middelen mogen ingezet worden voor het tegengaan en bestrijden van onderwijsachterstanden voor kinderen tussen de 2 en 12 jaar. Het grootste deel van dit budget gaat op aan de wettelijke taak om geïndiceerde peuters te voorzien van een aanbod voorschoolse educatie. Er is zodoende beperkte ‘vrije ruimte’ om te investeren in andere thema’s die raken aan onderwijskansen. Ook ontvangen de meeste scholen geen aanvullende middelen. Over het algemeen heerst het gevoel dat er onvoldoende middelen zijn om het Onderwijskansenbeleid uit te voeren. Zoals één van de respondenten, die werkzaam is in alle drie de HLT-gemeenten, het verwoordt: “Onze gemeenten zijn heel gemiddeld.

We vallen daarom overal buiten: subsidieregelingen van het Rijk en financiering voor OAB voor onze scholen. Maar er is wel problematiek.” In de praktijk betekent dit dat er zowel op het niveau van de gemeente als binnen de scholen scherpe keuzes gemaakt moeten worden en aanvullende inzet niet altijd mogelijk is. De NPO-middelen waren de afgelopen periode een welkome aanvulling. De gemeente Hillegom ontving hiervoor een totaalbudget van zo’n 217.000 euro. Een veel genoemde andere randvoorwaarde is de regie van de gemeente op het Onderwijskansenbeleid. Deze was een deel van de beleidsperiode afwezig omdat er geen ambtelijke bezetting was op het dossier onderwijs(kansen). De gecoördineerde beleidsontwikkeling en monitoring van het beleid kreeg daarmee onvoldoende aandacht, zo komt in verschillende gesprekken naar voren. Ook werd een aanspreekpunt bij de gemeente op het gebied van voorschoolse educatie en onderwijs gemist. Overigens betekent dit niet dat de beleidsontwikkeling en uitvoering op het terrein van Onderwijskansen heeft stilgelegen. In hoofdstuk 4 gaan we in op hetgeen is uitgevoerd en wat dit volgens partners heeft opgeleverd.

12

4

Oberon

Uitvoering en opbrengsten

Het Onderwijskansenbeleid voor de periode 2020-2023 centreerde zich rond drie hoofdthema’s: Voorschoolse educatie, Leesbevordering & Leesplezier en Extra inzet voor Anderstaligen kinderen. Hieronder beschrijven we de beleidsspeerpunten van deze drie hoofdthema’s en presenteren we vervolgens de bevindingen over hoe er in de praktijk gewerkt is aan de speerpunten en wat dit volgens de respondenten heeft opgeleverd.

4.1 Voorschoolse educatie Voorschoolse educatie is het meest omvattende thema in de Hillegomse Onderwijskansnota. Ten aanzien van de Voorschoolse educatie zijn in de nota op een vijftal subthema’s beleidsambities geformuleerd die vervolgens zijn uitgewerkt in een Richtlijn vve. Hieronder beschrijven we telkens welke voornemens zijn geformuleerd, hoe hier vervolgens uitvoering aan is gegeven en wat dit volgens de respondenten heeft opgeleverd. 4.1.1. Bereik vergroten van peuters in de kinderopvang: Om het bereik te vergroten lag in de nota de focus op acties in het kader van toeleiding naar voorschoolse educatie. Het bereik van voorschoolse educatie hangt in de praktijk ook van een aantal andere factoren af, zoals de doelgroepdefinitie en de beschikbaarheid van plekken. Deze zijn zodoende ook bevraagd in de interviews en enquête en de uitkomsten vatten we hieronder samen. Doelgroepdefinitie Bereik van ve begint met een goede doelgroepdefinitie: wie zijn de kinderen die een risico lopen op een ontwikkel- of onderwijsachterstand? En welk aanbod stellen we dan als gemeente beschikbaar? In Hillegom is deze beleidsperiode een nieuwe doelgroepdefinitie opgesteld. De oude definitie werd als te smal gezien en vooral gefocust op feitelijke taalachterstand.

Kinderen uit laagtaalvaardige Nederlandse gezinnen en kinderen met beperkte sociaal-emotionele en motorische vaardigheden werden daarmee gemist aldus één van de schoolbesturen die gevraagd is om mee te denken over de nieuwe definitie. Het kader hieronder beschrijft de huidige definitie en de daarbij horende inzet. De Hillegomse doelgroepdefinitie voor Voorschoolse educatie Categorie 1: Kinderen met een risico op een achterstand aan de hand van een of meer van de volgende factoren: - Ouders hebben geen startkwalificatie. - Ouders hebben (geen recht op kinderopvangtoeslag en) een inkomen lager dan € 25.515,- bruto per jaar. - Eén of beide ouders zitten in schuldsanering. - Eén of beide ouders hebben Nederlands als tweede taal Inzet voor deze kinderen: Kinderen die in deze categorie vallen, volgen 16 uur ve per week. Categorie 2: Kinderen met een feitelijke achterstand op het gebied van taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling of motorische ontwikkeling. Inzet voor deze kinderen: Kinderen die in deze categorie vallen volgen 16 uur ve per week en worden één keer per week begeleid door de tutor. Categorie 3: Kinderen met een feitelijke achterstand op het gebied van één of meer van bovenstaande gebieden en aanvullende problematiek. Inzet voor deze kinderen: Kinderen die in deze categorie vallen volgen 16 uur ve per week, worden één keer

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

13

per week beleid door de tutor en worden extra uren ondersteund door de tutor in het vinden van de juiste ondersteuning voor de aanvullende problematiek.

De ve-aanbieders zijn zelf tevreden met deze nieuwe doelgroepdefinitie. Aandachtspunt is Oekraïense peuters. Deze worden nu vaak niet geïndiceerd, terwijl dit wel wenselijk is. De JGZ is kritischer over de nieuwe doelgroepdefinitie. Welke mate van een ontwikkelachterstand rechtvaardigt een indicatie? Dit is nu niet specifiek genoeg. De JGZ is daardoor bang dat sommige kinderen alsnog gemist worden. Toeleidingsproces In 2021 is gewerkt aan een stroomschema voor de toeleiding naar voorschoolse educatie waarin de rollen van verschillende partijen zijn beschreven. De JGZ en kinderopvangorganisaties geven aan dat de afspraken over de toeleiding helder zijn. Aandachtspunt volgens een ve-aanbieder is kinderen die woonachtig zijn in een andere gemeente, maar hier naar de opvang gaan. Bekostiging voor deze peuters is nu niet geregeld. Aanbod Kijken we naar het aantal peuters dat geïndiceerd is en feitelijk aantal plekken dat in Hillegom beschikbaar is, dan is er voor nagenoeg alle peuters een plek beschikbaar (zie ook het onderstaande kader). In de praktijk wordt echter een aantal knelpunten ervaren. Het gesubsidieerd aanbod is beschikbaar op drie ve-locaties, wat voor sommige ouders een behoorlijke reisafstand tot gevolg heeft. Daarnaast is er soms sprake van volledig bezette groepen op één van de locaties. In dat geval worden ouders doorverwezen naar een andere locatie.

Naast reistijd en volledig bezette groepen speelt ook mee dat het gesubsidieerd aanbod – dat plaatsvindt in dagdelen - onvoldoende aansluit bij werkende (veelal Poolse) ouders die vaak al een plek hebben voor hun kind op een kinderdagverblijf zonder veaanbod. Cijfers aanbod en bereik Op basis van de subsidieverantwoordingen en registratie van de JGZ heeft de gemeente het aanbod en bereik in kaart gebracht. Op 1 januari 2023 waren er in Hillegom 40 plekken voor gesubsidieerde voorschoolse educatie. Volgens de registratie van de JGZ zijn er op 1 januari 2023 42 peuters die voldoen aan de Hillegomse doelgroepdefinitie. Het aantal peuters dat bereikt wordt met een aanbod bedroeg op die datum 29. Van 11 peuters was zeker dat zij niet bereikt werden met het aanbod. De gemeente geeft hierbij aan dat er een verbeterpunt ligt in de monitoring van het bereik en de afspraken die hierover gemaakt kunnen worden met de registrerende partijen. Bereik Kijken we naar het feitelijke bereik op basis van de cijfers uit 2023, dan zien we dat niet alle peuters bereikt worden (zie kader hierboven). Als redenen voor dit non-bereik worden de eerder genoemde reistijd naar locaties en aanbod voor werkende ouders genoemd. Onderaan de streep heerst er – vooral bij het onderwijs - het gevoel dat lang niet alle kinderen bereikt zijn.

Zij zien kinderen met aanzienlijke taalachterstanden binnenkomen in het basisonderwijs en deze kinderen hebben geen vve-programma gevolgd. Samengevat Ten aanzien van het bereik van ve zijn een aantal aandachtspunten te benoemen. De doelgroepdefinitie is ruim, maar veroorzaakt tevens ruis omdat sommige achterstanden of risico’s niet nader

14

Oberon

gespecificeerd zijn. En hoewel er op papier voldoende plekken zijn, sluit de vorm (peuteropvang) en locatie (drie locaties voor heel Hillegom) niet altijd aan bij wat wenselijk en haalbaar is voor ouders. Uit de registraties van de JGZ en gemeente blijkt dat niet alle geïndiceerde kinderen bereikt worden. Daarnaast constateert het onderwijs dat er kinderen met aanzienlijke taalachterstanden binnenkomen in het basisonderwijs en deze kinderen hebben geen vve-programma gevolgd. 4.1.2 Een stevig netwerk bouwen rondom het jonge kind Er is voorgenomen diverse overleggen in te richten. Ten eerste een zorgoverleg (Plusoverleg) waarin zorgkinderen, met toestemming van de ouders, integraal toegeleid kunnen worden naar de juiste zorg. Dit Plusoverleg is tot stand gekomen. Uit interviews komt naar voren dat dit als een prettig overleg wordt ervaren, dat ook leerzaam is omdat er ervaringen uitgewisseld kunnen worden. Ook de samenwerking met andere instanties wordt als goed ervaren. Als samenwerkingspartners worden IVH (Integrale VroegHulp), het Kabouterhuis en het CJG genoemd. Ook is er een structureel tutorenoverleg. Voor zowel het tutorenoverleg als het Plusoverleg zijn de werkafspraken vastgelegd. De kleine schaal van Hillegom zorgt voor korte lijnen en vergemakkelijkt het samenwerken.

Tegelijkertijd wordt genoemd dat het ook persoonsafhankelijk is of een samenwerking goed verloopt en het samenwerken wordt soms bemoeilijkt door personeelswisselingen en gebrekkige overdracht. Respondenten zijn daarnaast kritisch over de tijdigheid waarmee ondersteuning geboden kan worden aan jonge kinderen. Dat heeft te maken met de wachtlijsten bij externe zorgpartijen. De JGZ ervaart een grijs gebied van hulp die niet meer door de JGZ geboden kan worden, maar die gezien de wachtlijsten niet door zorgpartijen kan worden opgepakt. De JGZ vervult dan de functie in het grijze gebied, omdat ze niet willen dat kinderen thuis komen te zitten, maar het is niet de passende oplossing. Ook wordt een knelpunt genoemd ten aanzien van de overgang naar het basisonderwijs. Er mist goede begeleiding voor ouders bij het vinden van een passende onderwijsplek voor hun kind, met name wanneer het gaat om plaatsing in het gespecialiseerd onderwijs. In de nota is ook benoemd dat er een periodiek beleidsoverleg (vve-werkgroep) wordt ingericht. Deze werkgroep is ook daadwerkelijk van start gegaan, echter er miste hierin continuïteit. Dit is te verklaren omdat er een tijd geen ambtelijk aanjager was voor dit overleg. 4.1.3 Ouders betrekken bij de ontwikkeling van hun kind Ten aanzien van ouderbetrokkenheid op de voorschool zijn een aantal voornemens geformuleerd.

Hier is een eerste uitwerking aan gegeven door de verwachtingen ten aanzien van ouderbetrokkenheid explicieter te maken. De vereisten voor het intakegesprek, zoals het bespreken van gegevensoverdracht en het maken van afspraken over ontwikkelingsstimulering thuis hebben een plek gekregen in een memo ouderbetrokkenheid. In de beleidsnota wordt daarnaast aandacht gevraagd voor het betrekken van drie specifieke groepen ouders. Dit zijn: laaggeletterde en laagtaalvaardige ouders, Poolse ouders en als derde groep statushouders. Er zijn een aantal voornemens benoemd om deze ouders middels bijeenkomsten en workshops te betrekken. Ook is voorgenomen een sociale kaart op te stellen en deze is ook daadwerkelijk opgesteld. Uit de gesprekken en respons op de enquête blijkt dat de ve-aanbieders het belang van ouderbetrokkenheid goed op het netvlies hebben. Beide aanbieders hanteren hiervoor eigen richtlijnen, waarbij een organisatie aangeeft gebruik gemaakt te hebben van de richtlijnen van de gemeente.

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

15

Activiteiten die zij uitvoeren om ouders te betrekken zijn bijvoorbeeld het versturen van nieuwsbrieven, organiseren van themabijeenkomsten of uitnodigen om mee te gaan met uitjes. De aanbieders zijn over het algemeen tevreden over de betrokkenheid van ouders, maar geven aan dat ouders van ve-kinderen wel lastiger te betrekken zijn. Hier speelt de taalbarrière een rol bij. Ook participeren zij minder in aangeboden activiteiten. De aanbieders bieden geen specifieke activiteiten aan voor de in de nota benoemde doelgroepen. 4.1.4 Extra kwaliteit toevoegen aan ve-locaties De afgelopen periode zijn een aantal interventies ingezet om de kwaliteit op de ve-locaties te verhogen. Een belangrijke was de introductie van de ve-tutor. In Teylingen waren er al langer positieve ervaringen met de ve-tutor en zodoende is deze vanaf 2020 ook in Hillegom geïntroduceerd. De ve-tutor is een pedagogisch medewerker die kinderen met een achterstand individueel kan begeleiden bij het stimuleren van de ontwikkeling. De ve-tutor is zodoende ook degene die de nieuwe doelgroepdefinitie op de groepen handen en voeten heeft gegeven. De tutor heeft elke week een individueel begeleidingsmoment met de doelgroeppeuters op de groep. De tutor is in dienst bij kinderopvangorganisatie die ve aanbiedt.

Tot de taken van de tutor behoren ook het maken van handelingsplannen voor peuters en het voeren van oudergesprekken over het behalen van doelen. Ook het onderhouden van contact met het CJG en het doen van de warme overdracht is onderdeel van het takenpakket van de ve-tutor. De tutor is in 2020 ook daadwerkelijk geïntroduceerd en er is destijds door de tijdelijke vve-coördinator richting gegeven aan de inzet van de tutor. In de praktijk werken beide Hillegomse ve-aanbieders met de tutor en zijn de ervaringen met de tutor positief. Eén van de aanbieders ziet ook zichtbare resultaten voor de vve-peuters. Door de 1-op-1 tijd of met een klein groepje maken kinderen een sprongetje in hun ontwikkeling, bijvoorbeeld in taal, dagritme, samen spelen/delen. Ondanks de positieve ervaringen, geeft één ve-aanbieder aan te willen stoppen met de tutorinzet. Deze organisatie wil graag de uitvoering in verschillende gemeenten gelijk trekken. Hillegom is nu de enige gemeente in hun werkgebied die werkt met een tutor. De organisatie kiest organisatiebreed voor specialisatie van ve-medewerkers zodat zij taken van de vve-tutor overnemen. Over dit voornemen vinden de komende tijd gesprekken plaats tussen de gemeente en betreffende aanbieder. Waardering kwaliteit ve De ve-locaties in Hillegom worden jaarlijks bezocht door de GGD.

Naast dat zij moeten voldoen aan de algemene kwaliteitseisen voor de kinderopvang, worden de kwaliteitseisen ten aanzien van voorschoolse educatie onderzocht. Het gaat hier om zaken zoals de opleidingen van leidsters, het taalniveau van leidsters en de aanwezigheid van een pedagogisch coach. Alle drie de ve-locaties voldoen aan de wettelijke eisen. De ve-aanbieders waarderen hun eigen kwaliteit ook als voldoende. Beide aanbieders hebben een uitgebreid nascholingsaanbod. Een aandachtspunt is de verdeling van kinderen met een extra zorgvraag over de locaties. Er is nu een locatie met een grote concentratie van zorgkinderen, wat zorgt voor een grote belasting van pedagogisch medewerkers.

Resultaatafpraken vve. Oberon heeft in het voorjaar 2021 een notitie opgesteld met concept resultaatafspraken vve voor Hillegom, zie onderstaand kader.

16

Oberon

Resultaatafspraken vve De voorschoolse sector Bij minstens 80% van de peuters met een doelgroepindicatie vve neemt de (bij aanvang verwachte) achterstand op taal bij uitstroom uit de voorschool met twee maanden (of 10%) af volgens de betreffende observatiemethode. Deze kinderen maken dus een bovengemiddelde ontwikkeling door en maken hiermee een inhaalslag t.o.v. zichzelf. De vroegschoolse-sector Bij minstens 80% van de kleuters die met een taalachterstand instromen in groep 1, neemt deze achterstand op taal eind groep 2 met twee maanden (of 10%) af volgens de betreffende observatiemethode. Deze kinderen maken dus een bovengemiddelde ontwikkeling door en maken hiermee een inhaalslag t.o.v. zichzelf. We kijken ook naar de mate waarin doelgroepkleuters hun (bij aanvang verwachte) taalachterstand inlopen, maar hier koppelen wij (nog) geen streefpercentage aan. Dit doen wij omdat we verwachten dat bij de eerste metingen er weinig beschikbare data naar voren komen. Vanaf het moment dat er wel genoeg bruikbare data beschikbaar zijn, is een gelijke doelstelling als hierboven legitiem: minstens 80% laat een bovengemiddelde groei zien.

De resultaatafspraken zijn bij de ve-aanbieders bekend. Bij schooldirecties is dit wisselend en de twee schoolbesturen geven aan niet bekend te zijn met de resultaatafspraken. In de praktijk ontbreekt de cyclus van systematisch voor Hillegom in kaart brengen van de resultaten, deze evalueren en eventueel bijstellen. Gegeven de huidige wettelijke verplichting hierop, is het voor de toekomst goed hier meer aandacht aan te besteden. Op locatie- en schoolniveau wordt er gewerkt met een eigen kwaliteitscyclus. In het basisonderwijs wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen kinderen die wel en geen ve hebben gevolgd. Doelen gelden voor alle kinderen. 4.1.5 Doorontwikkelen van de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs Een laatste speerpunt ten aanzien van de vve-kwaliteit heeft betrekking op de overgang van de kinderopvang naar het basisonderwijs. Een concreet voornemen was de invoering van een warme overdracht voor doelgroeppeuters die doorstromen naar de basisschool. Deze warme overdracht komt aanvullend op het overdrachtsformulier dat voor alle peuters wordt ingevuld. Dit voornemen is in de Richtlijn vve uitgewerkt in een voorstel voor een werkwijze waaruit blijkt wie er wanneer welke stappen dient te ondernemen. Beide ve-aanbieders voeren de warme overdracht uit voor doelgroeppeuters, maar volgen daarbij een eigen niet-vastgelegde werkwijze.

Eén van de aanbieders doet voor alle peuters een warme overdracht, de andere aanbieder alleen voor de vve-peuters. Beide aanbieders spreken van een goede samenwerking met de scholen. De basisscholen ervaren dat de afspraken wisselend worden nageleefd. Met sommige aanbieders is er een goed overleg, met andere partijen (vooral niet ve-aanbieders) komt het aldus hen niet van de grond waardoor er geen overdracht plaats vindt.

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

17

‘Er zijn nu leerlingen zoek. Dat wil zeggen dat ze niet herkenbaar zijn als vve-leerlingen als ze binnenkomen. Er is geen sluitend netwerk rondom het kind. Als ouders bijvoorbeeld gaan shoppen tussen scholen, dan komt het nog wel eens voor dat er geen overdracht plaatsvindt’ – Schoolbestuurder PO Figuur 4.1 Samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs

Zorgen bij kleuters In de interviews en de enquête worden er veel zorgen geuit over de overgang en instroom van jonge kinderen met een zorgbehoefte. Eén van de schoolbesturen constateert dat er sinds de Coronacrisis kinderen met een veel lager ontwikkelniveau (taal, sociaal-emotioneel, motorisch (ook zindelijkheid)) op de basisschool binnenstromen, maar geeft daarbij ook aan dat dit lastig te kwantificeren is. Scholen zelf constateren al snel een zorgvraag bij instromende kleuters en ervaren dat er lang niet altijd acties zijn ondernomen in de voorschoolse leeftijd. De JGZ constateert dat scholen ook strenger zijn in het toelaten van kinderen en vermoeden dat dit mede mogelijk gemaakt wordt door de uitgebreide warme overdracht. Gevolg is dat sommige kinderen geen onderwijsplek hebben. Verder wordt geconstateerd dat de spreiding van zorgkinderen niet evenredig verdeeld is over de Hillegomse basisscholen. Eén van de ve-locaties is onderdeel van een IKC en de zorgkinderen van deze ve-locatie stromen nu veelal door naar de inpandige basisschool. De verschillende signalen over zorgen rondom jonge kinderen hebben het samenwerkingsverband po bereikt. Het signaal dat er een grotere ondersteuningsbehoefte is bij kleuters in het basisonderwijs is bekend, maar is cijfermatig nog niet goed te onderbouwen.

Het samenwerkingsverband doet daarnaast onderzoek naar de instroom vanuit de kinderdagverblijven naar het gespecialiseerd onderwijs. Eerste resultaten laten zien dat er sprake van een lichte stijging van instroom in het speciaal onderwijs (so) en van een lichte daling van instroom in het speciaal basisonderwijs (sbo). Het volledige onderzoeksrapport – waarbij ook de instroom vanuit het basisonderwijs naar het gespecialiseerd onderwijs in kaart is gebracht- volgt dit voorjaar.

18

Oberon

Inhoudelijke doorgaande lijn Tot slot is stilgestaan bij de samenwerking tussen de kinderopvang en de basisschool op inhoud. Dit kan bijvoorbeeld vorm krijgen door eenzelfde programma te gebruiken of af te stemmen op ontwikkeldoelen. Uit de enquête en interviews blijkt dat deze samenwerking er in zeer geringe mate is. Slechts een enkele school werkt nog met een vve-programma. Wel is er afgelopen jaren, vanuit NPOmiddelen, geïnvesteerd in het programma LOGO3000 dat gericht is op de woordenschatontwikkeling van kleuters. Ervaringen met dit programma zijn positief.

4.2 Leesbevordering en leesplezier bij alle kinderen Leesbevordering en leesplezier is al jaren een onderdeel van het onderwijskansenbeleid in Hillegom. Zo wordt er gewerkt met de Voorleesexpress en het Boekstartprogramma voor ouders en baby’s. De afgelopen beleidsperiode is de Bibliotheek op school als onderdeel toegevoegd, met als concrete voornemen dit programma op alle Hillegomse basisscholen te starten. De Bibliotheek op School is een landelijk programma, bestaande uit verschillende bouwstenen, zoals een boekencollectie, expertisedeling en monitoring. In Hillegom is het concept zo uitgewerkt dat er een leesconsulent verbonden is aan de school en dat er binnen de school twee leescoördinatoren worden opgeleid. Ook wordt de leescollectie op scholen uitgebreid. Er is in 2021/2022 gestart met drie scholen en dit is trapsgewijs uitgerold naar zes scholen. Het programma draait in eerste instantie voor drie jaar, daarna wordt geëvalueerd en bekeken in welke vorm het wordt voortgezet. Door de bibliotheek wordt genoemd dat scholen zeer gemotiveerd waren om te gaan werken met het concept en dat de ervaringen positief zijn. Scholen zelf zijn ook positief over het concept. Verschillende respondenten benoemen dat het concept ‘veel meer is dan een plank boeken’.

De ondersteuning van de leesconsulent, die bijvoorbeeld helpt bij de integratie van lezen in de zaakvakken, en de actuele boekencollectie worden zeer gewaardeerd. Figuur 4.2 Leesbevordering en leesplezier

.

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

19

4.3 Extra inzet voor anderstalige kinderen Binnen de Duin- en Bollenstreek wordt samen opgetrokken als het gaat om het onderwijs voor nieuwkomers. Voor nieuwkomers in het basisonderwijs is er een regionale voorziening, Nieuwkomersschool De Wereld, gevestigd in Noordwijkerhout. Voor VO-leerlingen is er een Internationale Schakelklasvoorziening die onderdeel is van het Fioretti schoolbestuur. De afspraken over het regionaal organiseren van het nieuwkomersonderwijs voor PO en VO dateren al voor deze beleidsperiode. Er ligt een regionaal convenant voor de hele regio. Er is gekozen voor aanbod van eerste opvang voor nieuwkomers vanaf 6 jaar, kleuters stromen in in het regulier onderwijs. Het aanbod in de regio is vormgegeven vanuit het uitgangspunt dat nieuwkomerskinderen een vijfjarige ontwikkeling doormaken bij het verwerven van een nieuwe taal. In het eerste jaar dient er een kwalitatief hoogstaand NT2-aanbod te zijn. Na dit jaar kan het kind in het reguliere onderwijs met aanvullende NT2 ondersteuning meegroeien. De nieuwkomervoorzieningen in de Duin- en Bollenstreek hebben de afgelopen jaren een sterke groei doorgemaakt, met name als gevolg van de Oekraïne-oorlog. Zo is Nieuwkomersschool De Wereld van 2 naar 8 klassen gegaan en uitgebreid van een naar twee locaties.

Deze sterke groei zorgde voor hectiek, maar desondanks slaagt men er nog steeds in een kwalitatief goed aanbod neer te zetten dat door de Onderwijsinspectie als goed wordt beoordeeld, aldus de directeur van de Wereld. Vluchtelingenwerk en Welzijnskwartier zijn goed gepositioneerd op school; zij helpen ouders en kinderen bij de integratie in Nederland. De Nieuwkomersschool is tevreden over hoe ze dit oppakken. Om anderstalige kinderen beter te kunnen ondersteunen, zou het wenselijk zijn om ze soms langer aan een taalschool of Internationale Schakelklas (ISK) te laten deelnemen, maar de financiële middelen laten dit niet toe, aldus de directeur van de Wereld. In het VO constateert men dat sommige kinderen uit oorlogssituaties jarenlang verstoken waren van onderwijs en daarom grote achterstanden hebben. Meer tijd in een ISK zou dan wenselijk zijn. Ook zou het goed zijn als er (wettelijk) meer ruimte komt voor leer-werktrajecten, omdat een onderwijsroute voor oudere leerlingen niet altijd de beste route lijkt. Door het gespecialiseerd onderwijs wordt opgemerkt dat nieuwkomers met een verwijzing naar het gespecialiseerd onderwijs nu tussen wal en schip vallen. Zij kunnen niet terecht in het nieuwkomersonderwijs en ook de ambulante ondersteuning is beperkt aanwezig.

Regionale kopklas nieuwkomers In de beleidsnota is benoemd dat onderzocht wordt of er behoefte en mogelijkheden zijn voor een regionale kopklas voor nieuwkomers. Een inventarisatie wees uit dat de aantallen nieuwkomers die hier behoefte aan zouden hebben te klein was (ongeveer 5 à 6 per jaar). Voor nieuwkomers die doorstromen van het PO naar het VO vindt er nu op individueel niveau overleg plaats tussen de coördinatoren van de scholen. NT2-ondersteuning in het regulier onderwijs Na respectievelijk één jaar (PO) of twee jaar (VO) stromen leerlingen door naar het regulier onderwijs. Het bestuur van de Sophia Scholen en het OBODB delen samen een expertteam op NT2. Dit is gefinancierd vanuit een landelijke subsidie die dit jaar stopt. Gezien de goede ervaringen zetten de besturen de financiering zelf voort. De besturen geven aan dat de expertise in opbouw is. Er wordt bijvoorbeeld geïnvesteerd in taalspecialisten.

20

Oberon

Scholen zijn kritisch over het aanbod voor anderstalige kinderen in het basisonderwijs. De respondenten uit de digitale vragenlijst beoordelen het huidige aanbod als onvoldoende (figuur 4.3). Figuur 4.3 Ondersteuning anderstaligen leerlingen

Eén van de directeuren licht toe: “Er wordt van basisscholen verwacht hier eigen middelen op in te zetten, terwijl deze er niet zijn. Er is in Hillegom geen lijn, aanpak en visie om deze kinderen een voldoende aanbod te geven.” Door een aantal scholen wordt aangegeven dat men behoefte heeft aan extra handen, zoals de Vliegende Brigade die er eerder was. Het expertiseteam – dat adviserend ondersteund - wordt niet door alle scholen gebruikt. Een andere directeur meldt: ‘'Deze kinderen hebben vooral veel spreektijd en oefentijd nodig en aandacht in kleine groepjes. We zouden geholpen zijn met meer handen.”

4.4 Samengevat: activiteiten en opbrengsten In onderstaande tabel vatten we samen of de beleidsvoornemens behaald zijn. Per voornemen geven we aan of deze behaald (groen), deels behaald (oranje) of niet behaald (rood) is. Bij de voornemens die deels of niet behaald zijn, benoemen we aandachtspunten. Beleidsvoornemen Bereik vergroten van peuters

Een stevig netwerk rondom het jonge kind

Behaald?

Toelichting en aandachtspunten - De doelgroepdefinitie zou nader gespecificeerd kunnen worden wat verstaan wordt onder bepaalde problematiek. - De toeleidingsprocedure is helder en werkt in de praktijk goed. - Aantal locaties met gesubsidieerd aanbod is laag. - Basisscholen zien nog steeds doelgroepkinderen binnenkomen die niet bereikt zijn. - Het Plusoverleg zorgt ervoor dat men met zorgvragen terecht kan. - De juiste ondersteuning is vaak niet tijdig voorhanden als gevolg van wachtlijsten.

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

Ouders betrekken bij - de ontwikkeling van het kind Extra kwaliteit toevoegen ve-locaties

Doorontwikkelen van de samenwerking tussen kinderopvang en onderwijs Leesbevordering en Leesplezier Anderstaligen

21

- Ve-locaties hebben eigen richtlijnen opgesteld om ouderbetrokkenheid te stimuleren. - Anderstalige ouders betrekken lukt minder goed. - De vve-kwaliteit voldoet aan de inspectienormen GGD. - De ve-tutor is geïntroduceerd en de begeleiding van de tutor levert positieve effecten op. - Binnen één van de locaties is geen draagvlak meer voor de tutor omdat deze te zeer afwijkt van eigen beleid. - Ve-locaties dragen doelgroeppeuters warm over; echter afspraken zijn niet vastgelegd. - Er zijn zorgen over de groeiende groep kleuters met een zorgbehoefte. - Scholen zien meerwaarde in de Bibliotheek op school. - Voldoende en goede opvang van nieuwkomers in het onderwijs. - NT2-expertise en ondersteuning in het regulier onderwijs wordt als onvoldoende bestempeld.

22

5

Oberon

Blik op de toekomst

Naast dat er teruggeblikt is op de beleidsperiode 2020-2023, is er met de respondenten in de interviews en enquête gesproken over wat er in de toekomst nodig is om te werken aan de onderwijskansen voor de Hillegomse kinderen. De uitkomsten vatten we samen in dit hoofdstuk. Maatschappelijke Agenda Vanaf 2022 brengt de gemeente Hillegom haar maatschappelijke beleidsdoelstellingen onder in een Maatschappelijke Agenda. De Maatschappelijke Agenda bestaat uit zeven pijlers. Het beleid voor jeugdigen krijgt een plek in de pijler Opvoeden en Opgroeien en hieronder is een aantal ambities benoemd. Jaarlijks wordt een uitvoeringsprogramma opgesteld. De Maatschappelijke Agenda komt in de plaats van de beleidsnota’s op verschillende beleidsdomeinen. Dit betekent dat nieuwe beleidsambities op het gebied van Onderwijskansen niet langer in een aparte nota worden opgenomen, maar integraal onderdeel zijn van de Maatschappelijke Agenda. Daarnaast worden er afspraken gemaakt en vastgelegd met educatieve partners.

5.1 Toekomstige thema’s onderwijskansen Aan respondenten in de digitale enquête is per huidig thema gevraagd of er volgens hen verbetering wenselijk is. Figuur 5.1 geeft de antwoorden weer. Bij de meeste thema’s geven verschillende respondenten aan hier geen zicht op te hebben. De meest uitgesproken antwoorden worden gegeven op de thema’s: opbrengsten van vve (Resultaatafspraken), de samenwerking rondom het Jonge Kind, de doorgaande lijn en anderstalige kinderen in het PO. Hierop is volgens de respondenten de meeste verbetering wenselijk. Figuur 5.1 Gewenste verbetering op bestaande thema’s

In de toelichting bij de enquête en de interviews kwam tevens ter sprake welke thema’s aandacht verdienen in de toekomst. Daarbij is ook gesproken over de Maatschappelijke Agenda en de verbinding

Evaluatie Onderwijskansenbeleid Hillegom

23

die daarin wordt gelegd met andere beleidsterreinen die raken aan onderwijskansen (zie ook kader p.24/25). Samengevat zien we dat de volgende zes thema’s in relatie tot onderwijskansen veel genoemd worden. Het eerste thema kan gezien worden als een overkoepelend thema. 1) Collectief sterk aanbod Dit thema komt in meerdere gesprekken naar voren en loopt in feite dwars door de andere genoemde thema’s heen. Het laat zich samenvatten als een collectief sterk basisaanbod van onderwijs, opvang en waar nodig (lichte) ondersteuning. Respondenten ervaren dat problematiek nu vaak individueel en specialistisch wordt aangevlogen. Met als gevolg dat lang niet alle kinderen bereikt worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij het aanbod van jeugdhulp maar ook in de ondersteuning bij NT2 of bij voorschoolse educatie dat nu gecentreerd is op slechts een aantal locaties. “Die manier van denken: ‘doe het nu voor iedereen, want iedereen heeft er wat aan, die is er nog niet'. We blijven steeds denken, het zijn er te weinig, we doen het erbij. Maar als je zo blijft denken, wordt het het nooit.” – Schoolbestuurder primair onderwijs Een ander gevolg van de nu vaak specialistische aanvliegroute is dat de bandbreedte van wat een ‘normale’ ontwikkeling lijkt te versmallen. Er is een wens om in de toekomst te normaliseren, kinderen minder te labelen en in hokjes te plaatsen.

Ondersteuning is nu vaak direct te specialistisch, en ‘specialistische ogen hebben een specialistische kijk’. Daarom is het belangrijk de pedagogische basis te versterken en in te blijven zetten op sterk onderwijs en een positieve leeromgeving. Het gaat ook om het verbreden van de pedagogische basis, met bijvoorbeeld partners uit de sport en cultuur. Zoals één van de schoolbestuurders het verwoord: 'School is naast 'leren leren' ook 'leren leven'. Hoe kunnen we de omgeving ook meer de school in brengen en zo de talenten van kinderen aanspreken? 'Het hoge eisen stellen aan kinderen zou de basis moeten zijn voor je kansengelijkheidsbeleid. Niet alleen voor kinderen uit lage SES-gezinnen, maar ook kinderen die extra gemotiveerd kunnen worden om iets op een andere manier aan te bieden.' – Schoolbestuurder voortgezet onderwijs 2) Bereik en aanbod van voorschoolse educatie Het bereik van voorschoolse educatie kan volgens veel respondenten worden verbeterd. Voorschoolse educatie wordt nu in gesubsidieerde vorm aangeboden op drie locaties, waarmee het aanbod voor sommige ouders minder bereikbaar is. Daarnaast worden werkende ouders hiermee minder goed bediend, omdat het met name halve dagdelen beschikbaar is.

Door verschillende respondenten wordt geopperd dat voorschoolse educatie op meer, of zelfs alle kinderopvangorganisaties aangeboden zou moeten worden, omdat er nu nog te veel kinderen uitgesloten zijn van een ve-aanbod. 3) Een sluitend netwerk rondom het jonge kind Ondanks dat er op papier samenwerkingsafspraken zijn en er in verschillende overleggen wordt samengewerkt, wordt ervaren dat de ondersteuning rondom jonge kinderen beter kan. Er stromen nog steeds kinderen in zonder overdrachten. Ook ervaart men wachtlijstproblematiek. Een deel van de kinderen valt daarnaast tussen wal en schip omdat er geen ondersteuning voorhanden is. 4) Inclusief onderwijs De wens om betere afstemming en samenwerking rondom het jonge kind hangt samen met het signaal dat er meer kleuters met een zorgbehoefte het basisonderwijs instromen en de druk die dit mogelijk

24

Oberon

geeft op het gespecialiseerd onderwijs. Deze signalen worden op dit moment onderzocht door het samenwerkingsverband po. De wens om het regulier onderwijs in de regio zo veel mogelijk inclusief te laten zijn, komt in verschillende gesprekken terug en is tevens een prioriteit van het samenwerkingsverband po. 5) NT2-expertise Scholen krijgen steeds meer te maken met instroom van nieuwkomers. Hoewel men tevreden is over de eerste opvang van nieuwkomers in de taalschool, wordt binnen de Hillegomse basisscholen de expertise gemist om kinderen passend te ondersteunen. Ondersteuning is er nu in de vorm van advisering, maar men heeft behoefte aan meer tools om het zelf te kunnen doen of aan extra handen op de groepen. Van belang daarbij is om anderstaligheid of interculturaliteit niet te problematiseren, maar te zien als een gegeven en/of verrijking. 6) Meer kansen voor kinderen die een extra steuntje in de rug kunnen gebruiken Het laatste thema heeft betrekking op het breder en integraler kijken naar onderwijskansen. Diverse scholen in Hillegom zijn een vindplaats geworden van opgroei- en opvoedproblemen, maar het lukt nu onvoldoende om door te verwijzen naar de juiste hulp. Verschillende respondenten spreken de wens uit om schoolmaatschappelijk werk toe te voegen aan de scholen, zodat ouders laagdrempeliger geholpen kunnen worden.

Ook wordt gericht aandacht gevraagd voor het armoedevraagstuk, dat vaak verborgen blijft, maar wel degelijk invloed heeft op de schoolprestaties van kinderen. Zoals één van de directeuren het verwoord: “Bij ons is de groep erg groot. Wij hopen dat we ouders en kinderen beter kunnen gaan bedienen met een brugfunctionaris. Dit zou er standaard moeten zijn en niet alleen met een subsidie voor een korte periode. We hebben als school meer nodig dan alleen onderwijskundige professionals. Wij komen bijvoorbeeld ook niet meer uit de kosten, omdat ouders geen ouderbijdrage kunnen betalen. Het verschil tussen de scholen wordt steeds groter. De school met een rijkere leeromgeving is belangrijk, denk aan uitjes. Juist deze kinderen moet je niet alleen in boeken zetten maar leren door ervaringen. Het gaat om kansen creëren die ze thuis niet krijgen.”

5.2 Randvoorwaarden Om het beleid ten aanzien van onderwijskansen te laten slagen, is het van belang dat er regie komt op het thema, aldus verschillende respondenten. Deze regie werd de afgelopen jaren gemist. Deze omvat zaken zoals het samenbrengen van partijen en het verknopen van lopende trajecten. Want er gebeurt er veel op het terrein van onderwijs en het jonge kind (denk aan preventienetwerk jonge kind, preventienetwerk 12- en ketenaanpak Kansrijke start) en er zijn ook helpende werkstructuren binnen het onderwijs om zaken aan te verbinden. Verschillende respondenten benoemen daarbij de schaalgrootte van Hillegom als voordeel. Het speelveld is overzichtelijk en er zijn korte lijnen. Dit maakt sommige opgaves, zoals het in beeld brengen en houden van kinderen, behapbaar. Daarnaast wordt ook benoemd dat meer samenwerking en afstemming op beleidsonderdelen binnen de HLT-gemeenten wenselijk is. Tot slot tonen de respondenten ook een grote bereidheid en een uitgestoken hand om samen te werken op het thema onderwijskansen. Men vindt het naar eigen zeggen belangrijk om ‘afspraken te maken, elkaar scherp te houden en in gesprek te blijven.’ Door respondenten worden zelf ook initiatieven ontplooid in het kader van onderwijskansen. Zo zijn de twee grootste schoolbesturen initiator van een onderwijsvisie op de doorgaande lijn po-vo waarbinnen onderwijskansen een belangrijk thema is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1629/documents/21658