Db15 Raadsbrief Evaluatie duurzaamheidsregelingen 2025
Tekst van het document
Raadsbrief Evaluatie duurzaamheidsregelingen 2025 aan: | de raad van de gemeente Hillegom datum document: | 29 juni 2026 ons kenmerk: | Z-26-504984 datum collegevergadering: | 18 augustus 2026 portefeuillehouder: | Dhr. R.I. Semrek behandelend ambtenaar: | Tessa Rombouts emailadres: | t.rombouts@hltsamen.nl embargo: | ☐ programma: | Leefomgeving Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeren wij u over de uitkomsten van de evaluatie van de duurzaamheidsregelingen 2025 van de gemeente Hillegom. De gemeente Hillegom beschikt over verschillende regelingen om inwoners, Verenigingen van Eigenaren (VvE's), maatschappelijke organisaties en verenigingen te ondersteunen bij het treffen van verduurzamingsmaatregelen. In 2025 zijn deze regelingen geëvalueerd om te beoordelen of zij nog aansluiten bij de huidige behoefte en ontwikkelingen binnen de energietransitie. Uit de evaluatie blijkt dat de duurzaamheidsregelingen in algemene zin goed functioneren en bijdragen aan het stimuleren van verduurzaming binnen de gemeente. Met name de duurzaamheidslening voor particuliere huiseigenaren wordt goed benut en draagt bij aan energiebesparing, verlaging van de CO₂- uitstoot en verbetering van het wooncomfort. Daarnaast blijkt dat de regeling vooral aantrekkelijk is voor huishoudens met een middeninkomen.
Ook de stimuleringsleningen voor maatschappelijke organisaties, verenigingen en VvE's voorzien in een behoefte en maken investeringen in verduurzaming beter haalbaar voor doelgroepen met beperkte financieringsmogelijkheden. Hierdoor kunnen organisaties investeren in energiebesparende maatregelen en blijven maatschappelijke voorzieningen toekomstbestendig. De subsidieregeling voor maatschappelijke organisaties en verenigingen wordt in vergelijking met de leningen minder vaak gebruikt. Deze regeling vormt echter een aanvulling op de bestaande financieringsmogelijkheden en draagt eraan bij dat verduurzaming ook toegankelijk blijft voor organisaties met beperkte financiële ruimte. Op basis van de evaluatie heeft het college besloten de bestaande duurzaamheidsleningen en stimuleringsleningen ongewijzigd voort te zetten. De 1 2 huidige regelingen sluiten nog steeds aan bij de lokale behoefte en de beschikbare budgetten zijn op dit moment toereikend. Daarnaast heeft het college besloten de huidige Nadere regels verduurzaming maatschappelijke organisaties en verenigingen Hillegom 2023 in te trekken en te vervangen door de Subsidieregeling verduurzaming maatschappelijke organisaties en verenigingen Hillegom 2026. Deze wijziging is technisch en juridisch van aard.
De regeling wordt hiermee in overeenstemming gebracht met de actuele Algemene subsidieverordening Hillegom 2025 en kan daardoor ook de komende jaren worden toegepast. De doelgroep, subsidiabele activiteiten en de hoogte van de subsidie blijven ongewijzigd. Met de voortzetting van deze regelingen blijft de gemeente Hillegom inwoners, VvE's, verenigingen en maatschappelijke organisaties ondersteunen bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving en het realiseren van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen. Wij blijven het gebruik en de effectiviteit van de regelingen monitoren en zullen deze jaarlijks evalueren. Bijlagen: Evaluatie Duurzaamheidsregelingen 2025 Namens het college van Hillegom, M. Witkamp R. ter Hark Secretaris Voorzitter EVALUATIE DUURZAAMHEIDSREGELINGEN 2025
2 Managementsamenvatting De duurzaamheidsleningen in Hillegom, Lisse en Teylingen zijn na tien jaar nog altijd een belangrijk instrument om particuliere woningeigenaren te stimuleren tot verduurzaming. De regeling is populair, maar kent ook duidelijke knelpunten: het fonds werkt onvoldoende revolverend, de maatregelenlijst sluit niet helemaal meer aan op de huidige vraag en ontwikkelingen en het landelijke financiële aanbod is de afgelopen jaren sterk uitgebreid. Tegelijkertijd groeit de uitvoeringslast voor gemeenten door de toenemende vraag en veranderende regelgeving. Deze samenvatting schetst de bestuurlijke keuzes, de belangrijkste observaties uit de evaluatie en geeft concrete aanbevelingen voor de toekomst. De kernvraag is: (in welke vorm) willen de gemeenten de duurzaamheidsregelingen voortzetten, op welke wijze en voor welke doelgroepen voegen de instrumenten de meeste waarde toe? Bestuurlijke keuzeopties 1. Voortzetten in huidige vorm De regeling is stabiel, herkenbaar en wordt goed gebruikt. Vooral middeninkomens weten de lening te vinden, mede door het gunstige rentepercentage. Wel vraagt voortzetting om structureel bijstorten, omdat het fonds onvoldoende revolverend functioneert. Daarnaast dreigt de regeling minder effectief te worden als de maatregelenlijst niet actueel blijft. 2.
Voortzetten met geactualiseerde verordening Dit is de logische vervolgstap gezien de snelle technologische ontwikkelingen. Nieuwere maatregelen zoals warmtepompen, thuisbatterijen en elektrisch koken zijn relevant en sluiten aan op maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de afbouw van de salderingsregeling en toenemende netcongestie. Een aangepaste verordening maakt het mogelijk beter in te spelen op de actuele verduurzamingsopgaven en de regeling complementair te houden aan landelijke financieringsmogelijkheden. 3. Stoppen met de duurzaamheidslening Voor lagere inkomens bestaat een aantrekkelijker alternatief: de Energiebespaarlening van het Warmtefonds, met 0% rente. Gemeenten kunnen principieel kiezen om niet langer op te treden als kredietverstrekker, zeker nu landelijk een breed financieringsaanbod bestaat. Dit zou echter betekenen dat middeninkomens hun gunstige financieringsoptie verliezen en mogelijk minder snel verduurzamen. Kernobservaties • Sterke groei in aanvragen maakt duidelijk dat het instrument nog steeds voorziet in een behoefte. • Het fonds draait niet volledig revolverend, waardoor bijstorting noodzakelijk is voor continuïteit. • De oorspronkelijke doelgroep (lage inkomens) is beter af bij het Warmtefonds; de actuele doelgroep bestaat vooral uit middeninkomens.
• Landelijke ontwikkelingen (zoals elektrificatie van woningen en afbouw salderen) maken aanpassing van de maatregelenlijst noodzakelijk. • De uitvoeringslast voor gemeenten neemt toe door aanvragen, afstemming met SVn en jaarlijkse evaluaties. 3 Aanbevelingen per thema Budget Het bestedingspatroon moet actief worden gemonitord. Door de groeiende populariteit lopen de uitgaande leningen structureel voor op de binnenkomende aflossingen. Periodieke bijstorting blijft noodzakelijk zolang de hoeveelheid aanvragen stijgt. Verlaging van het maximale leenbedrag heeft geen effect, omdat het gemiddeld geleende bedrag (€10.000) al onder de huidige maxima ligt. Voorstel voor nu is om de volgende ophogingen te doen: • Hillegom: geen bijstorting duurzaamheidslening particulieren, resterend (al toegezegd) budget à € 700.000 storten op SVn rekening courant voor leningen voor maatschappelijke organisaties en VvE's • Lisse: € 300.000 bijstorten duurzaamheidslening particulieren • Teylingen: >€ 250.000 bijstorten duurzaamheidslening particulieren Financiële instrumenten Gemeenten doen er goed aan geleidelijk meer over te laten aan landelijke instrumenten. Voor lagere inkomens is de Energiebespaarlening van het Warmtefonds inmiddels het meest aantrekkelijk, terwijl voor middeninkomens de gemeentelijke duurzaamheidslening nog wel waarde toevoegt.
Voor VvE’s, maatschappelijke organisaties en huurders kan desgewenst een apart instrumentarium worden overwogen. (Hillegom heeft voor VvE's en maatschappelijke organisaties al regelingen) Actualiseren maatregelenlijst Het is belangrijk dat de duurzaamheidslening aansluit bij de huidige en toekomstige duurzaamheidsontwikkelingen. Het toevoegen van thuisbatterijen en elektrische kookvoorzieningen maakt de regeling toekomstbestendig en sluit aan op trends zoals netcongestie en afbouw van salderen. Een algemene bepaling voor maatregelen met vergelijkbaar energiebesparingseffect biedt gemeenten flexibiliteit om mee te bewegen met innovaties. Particuliere huurders Het toestaan van aanvragen door huurders met toestemming van de verhuurder kan bijdragen aan een inclusievere energietransitie. Ervaringen elders laten wel zien dat gebruik beperkt blijft. Gemeenten dienen af te wegen of de wens voor een meer inclusieve energietransitie en de daarvoor benodigde inspanning opweegt tegen het verwachte beperkt gebruik. Uitvoering en evaluatie De beleidscontext verandert snel. Jaarlijkse evaluatie is noodzakelijk om flexibel te kunnen bijsturen op de maatregelenlijst, het budget, de doelgroepen en landelijke ontwikkelingen.
Aanbeveling duurzaamheidsleningen Wij stellen voor de duurzaamheidslening voorlopig voort te zetten in geactualiseerde vorm, met de nodige bijstortingen, jaarlijkse evaluatie en scherp oog voor complementariteit met landelijke regelingen, waarbij wij expliciet kiezen om voorlopig ook middeninkomens te blijven ondersteunen Aanbeveling regelingen voor maatschappelijke organisaties en VvE’s Hillegom Wij stellen voor een bijstorting te doen bij de stimuleringslening, gezien deze goed wordt gebruikt. De subsidieregeling wordt minder benut; extra communicatie en een behoeftepeiling in 2026 zijn aanbevolen alvorens te besluiten of deze regeling voortgezet moet worden. Teylingen en Lisse kunnen (her)overwegen aan te sluiten bij SVn-producten voor deze doelgroep. 4 Inhoudsopgave Managementsamenvatting ....................................................................................................................... 2 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................ 4 Voorwoord .............................................................................................................................................. 5 1. Gemeentelijke Duurzaamheidsleningen .............................................................................................. 6 2.
Evaluatie .............................................................................................................................................. 9 3. Financiën in beeld ............................................................................................................................. 11 4. Doelgroepen in beeld......................................................................................................................... 14 5. Evaluatie Stimuleringslening Maatschappelijke organisaties en verenigingen + stimuleringslening Verenigingen van Eigenaren Hillegom ................................................................................................. 16 6. Evaluatie Subsidie verduurzaming verenigingen en maatschappelijke organisaties Hillegom ......... 17 7. Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................. 18 Bijlage 1 ................................................................................................................................................ 22 Genomen maatregelen met duurzaamheidsleningen – op volgorde van populariteit ........................ 22 Bijlage 2 ................................................................................................................................................
23 Aantallen aanvragen duurzaamheidsleningen naar toetsingsinkomen en gemeente ......................... 23 Bijlage 3 ................................................................................................................................................ 25 Financiëel instrumentarium - Particuliere huiseigenaren .................................................................. 25 Bijlage 4 ................................................................................................................................................ 29 Financieel instrumentarium – Maatschappelijke organisaties en verenigingen ................................ 29 Bijlage 5 ................................................................................................................................................ 30 Financieel instrumentarium – Vereniging van Eigenaren ................................................................. 30 Bijlage 6 ................................................................................................................................................ 33 Financieel instrumentarium – Verhuurders ....................................................................................... 33 Bijlage 7 ................................................................................................................................................
33 Financieel instrumentarium – Monumenten ...................................................................................... 33 5 Voorwoord Voor u ligt de evaluatie van de duurzaamheidsregelingen van gemeente Hillegom, Lisse en Teylingen. Om de gemeenten te kunnen vergelijken en de steekproef voor de analyse te vergroten is deze evaluatie gebundeld voor de drie gemeenten. Ook wordt er vergeleken met regelingen die uitgegeven worden door andere instanties zoals de Provincie en het Rijk. Sinds de introductie van de gemeentelijke duurzaamheidsleningen in 2014 (Teylingen) en 2016 (Hillegom en Lisse) is er veel veranderd op het gebied van duurzaamheid en financieel instrumentarium. De duurzaamheidslening is sinds de start een zeer succesvol instrument gebleken om inwoners een impuls te geven om verduurzamingsmaatregelen te treffen. De afgelopen jaren is de wens om te verduurzamen toegenomen, mede door de sterk opgelopen energieprijzen. De rijksoverheid beloont verduurzaming met o.a. subsidiering, het energielabel is van invloed op de marktwaarde van woningen, hypotheekverstrekkers bieden kortingen en specifieke voorwaarden bij verduurzaming van een aangekochte woning. Door de toename van het aantal aanvragen is het bedrag dat aan nieuwe leningen wordt verstrekt veelal hoger dan het bedrag dat binnenkomt door aflossingen op de verstrekte leningen.
Daardoor werkt het revolverend fonds minder goed dan voorzien en zijn er (sneller) bijstortingen nodig om de lening open te kunnen houden. Het blijft daarnaast belangrijk om te evalueren of de lening door de beoogde doelgroep benut wordt. En of de maatregelenlijst herzien moet worden op basis van maatschappelijke ontwikkelingen en vraag. Daarnaast verandert het financieel landschap om ons heen ook, dus is het überhaupt belangrijk om geregeld te kijken of de gemeentelijke regelingen complementair blijven aan bovenlokale regelingen. Naast de duurzaamheidslening heeft Hillegom sinds 2023 een subsidieregeling voor Verduurzaming Maatschappelijke Organisaties en Verenigingen. En sinds 2024 ook stimuleringsleningen voor zowel Duurzaamheid Maatschappelijke Organisaties en Verenigingen als voor Verenigingen van Eigenaren (VvE's). Deze recentere regelingen voor maatschappelijke organisaties, verenigingen en VvE's vragen ook om beschouwing of deze hun doel vervullen en zo nee, waardoor dat komt en of (en hoe) we daar invloed op uit kunnen oefenen. De ervaringen met deze regelingen zijn ook interessant voor Teylingen, waar er een wens is voor een soortgelijke regeling. Uit de evaluatie volgt een aantal scenario’s en aanbevelingen voor de inzet van de middelen voor de komende periode. De intentie is om jaarlijks te blijven evalueren of de lopende regelingen nog passend zijn. 1.
Gemeentelijke Duurzaamheidsleningen 1.1. Inleiding De gemeente speelt een belangrijke (regie)rol in de lokale energietransitie. Vanuit deze rol zetten wij onder andere in op het verduurzamen van de gebouwde omgeving. Een aanzienlijk deel van de CO2- uitstoot is immers toe te schrijven aan de gebouwde omgeving. En woningen gebruiken ongeveer een derde van de energie in de gebouwde omgeving. Door de stijgende energieprijzen van de afgelopen jaren is de noodzaak om te verduurzamen groter geworden. Tegelijkertijd is de energievraag bij veel mensen thuis gestegen doordat veel mensen vaker thuiswerken sinds de coronapandemie, steeds meer mensen elektrisch autorijden en nieuwbouwwoningen meer energie (en minder gas) verbruiken. Dat geeft een impuls aan de wens om de eigen woning te verduurzamen (en eigen energie op te wekken). Het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad is een groot potentieel voor energiebesparing. De investeringen die met de energietransitie in woningen gemoeid zijn, hebben niet alleen toekomstige waarde maar ook momentele waarde voor particulieren (o.a. structurele woonlastenverlichting en verbetering wooncomfort). Particulieren hebben echter niet altijd direct geld voor handen voor duurzaamheidsinvesteringen aan de woning.
Om particuliere woningeigenaren te stimuleren bij het verduurzamen van de woning, verstrekken de gemeenten duurzaamheidsleningen via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn). 1.2. Huidige voorwaarden: De gemeente is bevoegd om zelf het plafond van de regeling te bepalen, alsmede het toepassingsbereik en de maatregelenlijst in de verordening. De Duurzaamheidslening kent in Hillegom, Lisse en Teylingen op dit moment de volgende voorwaarden: - | De duurzaamheidslening kent als doelgroep de particuliere huiseigenaren; - | De Duurzaamheidslening is van toepassing op de bestaande woningvoorraad; - | Particulieren kunnen minimaal €2.500 lenen en maximaal €15.000,-; - | De looptijd van de lening is 10 jaar voor maatregelen tot €7.500 en 15 jaar voor hogere bedragen. - | De rente wordt vastgesteld op de datum van binnenkomst van de aanvraag bij het SVn. Op dit moment bedraagt de rente 1,7%; - | De lening kan enkel worden ingezet voor het treffen van in de verordening genoemde maatregelen en levert een energetische verbetering op die eenvoudig en objectief aan te tonen is (zie onder 1.3); - | De lening wordt consumptief verstrekt; - | De lening wordt verstrekt via een bouwkrediet. 1.3. Maatregelen Er is een vastgestelde lijst van maatregelen die met de Duurzaamheidslening gefinancierd kunnen worden1.
Een aanvrager kan de lening aanvragen voor het treffen van meerdere in de verordening genoemde maatregelen. Per gemeente verschillen de verordeningen op bepaalde punten2 . De maatregelen die op moment van schrijven onder de duurzaamheidslening vallen zijn hieronder ter vergelijk opgenomen: Hillegom | Lisse | Teylingen Dakisolatie met minimale | Dakisolatie met minimale | Dakisolatie met minimale warmteweerstand (R-waarde) | warmteweerstand (R-waarde) | warmteweerstand (R-waarde) van 3,5 m²K/W (lid b) | van 3,5 m²K/W (lid a) | van 3,5 m²K/W (lid a) 1 Volg art. 6 lid 1 onder a t/m l Verordening Duurzaamheidslening Hillegom 2022, Volg art 5 lid 1 onder a t/m n Verordening Duurzaamheidslening Lisse 2023, Volg art 5 lid 1 onder a t/m m Verordening Duurzaamheidslening Teylingen 2020 6 Gevelisolatie met minimale | Gevelisolatie met minimale | Gevelisolatie met minimale warmteweerstand (R-waarde) | warmteweerstand (R-waarde) | warmteweerstand (R-waarde) van 3,5 m²K/W (lid a) | van 3,5 m²K/W (lid b) | van 3,5 m²K/W (lid b) Vloerisolatie met minimale | Vloerisolatie met een minimale | Vloerisolatie met een warmteweerstand (R-waarde) | warmteweerstand (R-waarde) | minimale warmteweerstand van 3,5 m²K/W (lid c) | van 3,5 m²K/W (lid i) | (R-waarde) van 3,5 m²K/W; (lid i) Isolatieglas (HR ++ of HR | Isolatieglas (HR++ of HR+++) | Isolatieglas (HR++ of HR+++) +++) (lid d) | (lid d) | (lid d)
Vervangen kozijnen (hout, | Vervangen kozijnen (hout, | Vervangen kozijnen (hout, kunststof en aluminium indien | kunststof en aluminium indien | kunststof en aluminium indien maximale U-waarde van 2,4 | maximale U-waarde van 2,4 | maximale U-waarde van 2,4 W/m²K) (lid e) | W/m²K) (lid e) | W/m²K) (lid e) HRe-ketel of microwarmte- | HRe-ketel of microwarmte- | HRe-ketel of microwarmte- krachtkoppeling (micro-wkk) | krachtkoppeling (micro-wkk) | krachtkoppeling (micro-wkk) met een minimaal vermogen | met een minimaal vermogen | met een minimaal vermogen van 0,8 kWe en maximaal | van 0,8 kWe en maximaal 5 | van 0,8 kWe en maximaal 5 5kWe 9 (lid j) | kWe (lid f) | kWe (lid f) Warmte-terugwinsysteem | Warmte-terugwinsysteem | Warmte-terugwinsysteem (WTW-installatie) (lid k) | (WTW-installatie) (lid g) | (WTW-installatie) (lid g) Lage temperatuurafgifte | Lage temperatuurafgifte | Lage temperatuurafgifte systemen (LTV) met | systemen (LTV) met maximale | systemen (LTV) met maximale maximale aanvoertemperatuur | aanvoertemperatuur van 45 | – 55 | aanvoertemperatuur van 45 | – van 45-55°C.
(lid l) | ⁰C (lid h) | 55 ⁰C (lid h) (Hybride) Warmtepomp (lid g) | Warmtepomp (lid j) | Warmtepomp (lid j) Zonnepanelen (lid h) | Zonnepanelen (lid l) | Zonnepanelen (lid l) Zonneboiler (lid i) | Zonneboiler (lid k) | Zonneboiler (lid k) Groene daken (lid f) | Sedum- en groene daken (lid m) | Sedum- en groene daken (lid m) Kleinschalige windturbines (lid | Kleinschalige windturbines c) | (lid c) Maatregel met aantoonbaar vergelijkbaar energiebesparings- effect als bovenstaande maatregelen. (lid n) 1.4. Toe te voegen maatregelen? Er is interesse in additionele maatregelen zoals elektrisch koken (inductie) en energieopslag met een thuisbatterij. De thuisbatterij is een vrij nieuwe ontwikkeling en verdient daarom enige toelichting. De interesse in thuisbatterijen groeit, omdat inwoners met zonnepanelen per 2027 niet meer kunnen salderen. De opgewekte stroom die niet direct gebruikt wordt levert dan niets meer op, maar kost geld 7 8 (terugleverkosten). Een thuisbatterij zorgt voor een groter aandeel verbruik van zelf opgewekte energie, geeft meer leveringszekerheid van het energiesysteem, draagt bij aan CO2-reductie en voorkomt deels curtailment (stopzetten van energieproductie op piekmomenten op het net). Een vaak gehoord argument voor de thuisbatterij is dat deze netcongestie helpt te verminderen.
Een thuisbatterij kan inderdaad helpen bij netcongestie, maar dat hangt af van hoe hij wordt aangestuurd. Wordt deze gebruikt om de eigen zonnestroom op te slaan, dan helpt dit in kleine mate tegen netcongestie. Maar wordt hij aangestuurd via de onbalansmarkt of day-ahead markt, dan kan hij juist voor extra druk zorgen in de wijk. Deze laatste optie wordt echter juist vaak genoemd als argument om niet alleen het 'verlies’ door het stoppen van de salderingsregeling te mitigeren, maar ook om te verdienen met de eigen overproductie. CE Delft geeft in een recente studie3 aan dat thuisbatterijen ingezet kunnen worden om de pieken te verlagen (peak shaving) van het huishouden of van het totale elektriciteitsnet en zo bijdragen aan het uitstellen van netverzwaring of mogelijk te voorkomen. CE Delft concludeert dat thuisbatterijen vooral een rol hebben voor energiebalancering en minder voor netcongestie. Voor particuliere huiseigenaren is het belangrijk dat energieopslag vanaf medio 2026 mee zal tellen voor het energielabel van de woning.
Andere aandachtspunten zijn: • Brandveiligheid4 • Geluid • Verlies bij omzetten van stroom • Levensduur (meestal 10-15 jaar) en duurzaamheid (grondstoffengebruik) • Ruimte in huis • In de meeste gevallen: afhankelijkheid van één energieleverancier • Extra kosten voor noodstroomfunctie Op overheid.nl5 is te zien dat er 8 gemeenten een subsidie uitgeven waarin de thuisbatterij is opgenomen en 24 hebben de thuisbatterij als maatregel in de duurzaamheidslening opgenomen . Bij buurgemeente Noordwijk is de thuisbatterij onderdeel van de duurzaamheidslening. Noordwijk heeft vervolgens thuisbatterijen vorig jaar ook als maatregel toegevoegd aan hun duurzaamheidssubsidie6,7: Thuisbatterij Lithiumijzerfosfaataccu's (LFP) , Natriumionaccu’s (zoutwater) of PCM-accu’s (thermische batterij, m.u.v. paraffines of sulfides) € 200,- per kWh opslag capaciteit Max. € 1.000,- Dit bleek zo’n populaire toevoeging dat door de vele aanvragen die zijn ingediend het subsidieplafond van de duurzaamheidssubsidie Noordwijk heel snel was bereikt. De duurzaamheidssubsidie is in Noordwijk daarom tijdelijk stopgezet. Een dergelijke ervaring valt in onze gemeenten ook te verwachten. De overweging voor (g)een lening, subsidie of juist beide is een bestuurlijke keuze, waarover meer in de conclusies en aanbevelingen. 1.5.
Afhandelprocedure De duurzaamheidslening kan worden aangevraagd via de website van de gemeente. De aanvraag voor een lening wordt eerst inhoudelijk getoetst door de gemeente op basis van de verordening. Daarna verstuurt de aanvrager zelf de aanvraag met toewijzing van de gemeente naar het SVn. Het SVn voert een financiële toets uit. Alleen op basis van een positief kredietadvies van het SVn wordt de duurzaamheidslening daadwerkelijk verleend. Na een positief kredietadvies, verstuurt het SVn een 3 Thuisbatterijen in de energietransitie. Netcongestie, elektriciteitshandel en overheidsbeleid - CE Delft medio 2025 4 De lithium-ion-batterij is een volwassen technologie, maar kent wel veiligheidsrisico’s. Hoewel de kans op calamiteiten klein is, is de impact bij brand van een thuisbatterij in een huishouden groot. 5 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/ZoekResultaat?tekst=thuisbatterij&datumop=12-1-2026 6 Duurzaamheidssubsidie Noordwijk - Gemeente Noordwijk 7 Verordening Duurzaamheidssubsidie Noordwijk | Lokale wet- en regelgeving offerte naar de aanvrager. Op dat moment beslist de aanvrager definitief over het aangaan van de lening. De aangevraagde energiebesparende maatregel mag dus niet zijn uitgevoerd voordat een duurzaamheidslening is aangevraagd en gehonoreerd. 2.
Evaluatie 2.1 Publiciteit Sinds de start van de lening is er op diverse momenten aandacht geweest voor de regeling. Zo is op de gemeentelijke websites en tijdens diverse (informatie)bijeenkomsten over energiebesparing en duurzame energie aandacht geweest voor de regeling met presentaties, een flyer en in gesprekken tussen inwoners en ambtenaren. Op de gemeentelijke websites8 is ook expliciete informatie te vinden over het in te zetten financiële instrumentarium bij het verduurzamen van de eigen woning. Ook de energiecoaches verwijzen in hun gesprekken naar de financiële regelingen. 2.2 Resultaten Onderstaande tabellen geven overzichten weer van het aantal verstrekte leningen, de gemiddelde leenbedragen en totale leenbedragen per jaar en per gemeente.
Tabel 1 Overzicht verstrekte leningen in Hillegom, Lisse en Teylingen Jaar | Hillegom | Lisse | Teylingen 2014 | 2 2015 | 78 2016 | 49 | 7 | 19 2017 | 13 | 5 | 13 2018 | 6 | 17 | 20 2019 | 17 | 41 | 36 2020 | 31 | 5 | 24 2021 | 16 | 0* | 46 2022 | 39 | 0* | 79 2023 | 59 | 0* | 80 2024 | 22 | 33 | 56 2025 | 18 | 19 | 31 Totalen | 270 | 127 | 484 *wegens bereiken subsidieplafond Tabel 2 Gemiddeld leenbedrag (€) in Hillegom, Lisse en Teylingen (afgerond voor de komma) Jaar | Hillegom | Lisse | Teylingen 2014 | € 6.800 2015 | € 5.501 2016 | € 4.200 | € 5.739 | € 9.492 2017 | € 5.116 | € 6.979 | € 10.805 2018 | € 5.851 | € 11.861 | € 7.021 8 hillegom.nl/subsidies-en-leningen-duurzaamheid lisse.nl/subsidies-en-leningen-duurzaamheid teylingen.nl/subsidies-en-leningen-duurzaamheid 9 2019 | € 5.894 | € 7.695 | € 9.119 2020 | € 6.163 | € 8.729 | € 6.465 2021 | € 6.246 | € 0* | € 5.999 2022 | € 6.676 | € 0* | € 9.384 2023 | € 8.084 | € 0* | € 9.385 2024 | € 10.756 | € 10.674 | € 10.412 2025 | € 10.284 | € 10.593 | € 10.775 *wegens bereiken subsidieplafond Tabel 3 Totaal leenbedrag (€) in Hillegom, Lisse en Teylingen (afgerond voor de komma) Jaar | Hillegom | Lisse | Teylingen 2014 | € 13.600 2015 | € 429.104 2016 | € 205.823 | € 40.174 | € 180.355 2017 | € 66.509 | € 34.899 | € 140.465 2018 | € 35.109 | € 201.644 | € 140.417 2019 | € 100.209 | € 315.514 | € 328.292 2020 | € 191.077 | €
43.647 | € 155.153 2021 | € 99.938 | € 0* | € 275.954 2022 | € 260.383 | € 0* | € 741.311 2023 | € 460.793 | € 0* | € 750.847 2024 | € 236.649 | € 352.271 | € 583.078 2025 | € 185.114 | € 201.277 | € 334.038 Totalen | € 1.841.604 | € 1.189.426 | € 4.072.614 *wegens bereiken subsidieplafond 2.3 Genomen duurzaamheidsmaatregelen In Hillegom waren in 2024 en 2025 isolatieglas, soms i.c.m. het vervangen van kozijnen en zonnepanelen, de meest genomen maatregelen. In Lisse was dat zonnepanelen, isolatieglas en een warmtepomp. In Teylingen waren eveneens zonnepanelen, isolatieglas en de warmtepomp de meest genomen maatregelen. In Bijlage 1 zijn de staafdiagrammen te vinden per jaar en gemeente. 2.4 Inkomensklasse afnemers gemeentelijke duurzaamheidsleningen Uit data over het toetsingsinkomen van aanvragers blijkt dat overwegend midden en hogere inkomens gebruik maken van de gemeentelijke duurzaamheidsleningen. Het gros van de aanvragers verdient tussen de €3.500 en €7.500 bruto per maand. Dit betekent naar verwachting dat een aanzienlijk deel van de doelgroep gebruik maakt van de duurzaamheidslening omwille van de gunstige rente. Deze groep zou wellicht ook zonder de duurzaamheidslening kunnen verduurzamen, maar we kunnen niet weten of ze dan ook in actie zouden zijn gekomen.
De periodieke afbetalingen van de lening hebben namelijk een minder groot effect op het besteedbaar inkomen dan een eenmalige grote uitgave, en niet iedereen heeft dergelijke bedragen beschikbaar. Zie bijlage 2 voor de volledige tabel | met informatie over de toetsingsinkomens van aanvragers. Daaronder volgt ter vergelijk ook informatie van het Warmtefonds over de Energiebespaarlening. Hier zien | we | wat | meer | gewicht | bij | de | lagere | inkomensklassen, | omdat | het | Warmtefonds | voor verzamelinkomens tot €60.000 (op jaarbasis) een 0% rente hanteert. Meer hierover volgt op pagina 11 en in bijlage 3. 10 11 2.5 Energiewinst Er is bij de start van de lening geen concreet (tussen)doel gesteld t.a.v. het aantal woningen dat per jaar dient te worden verduurzaamd en ook geen gewenste maatregelen. Er is dan ook geen conclusie te trekken over het aantal verduurzaamde woningen in relatie tot het budget. Uit de bij ons bekende gegevens kunnen we opmaken dat veruit het grootste deel van de aanvragen ziet op de aanschaf van zonnepanelen, gevolgd door dubbelglas en isolatiemaatregelen aan dak, gevel en vloer. Het is echter lastig om, de m iddels de duurzaamheidslening, gerealiseerde vermogen aan zonne -energie en energiebesparing te berekenen. Inwoners zijn immers niet verplicht dit met de gemeente te delen.
Daarnaast is gerealiseerde energiebesparing ook nog eens afhankelijk van het bouwjaar van het gebouw, vloer- en geveloppervlak, jaartemperaturen etc. Het ver zamelen van dergelijke informatie is erg tijdrovend. Daarnaast zijn er ook met regelmaat andere lopende acties en (externe) invloeden op de behaalde energiewinst van een woning, waardoor niet altijd eenduidig te zeggen is wat het aandeel van de ene of andere interventie is. Via Klimaatmonitor kunnen we echter de langjarige ontwikkelingen bijhouden en monitoren of we goed op koers zijn met de beleidsdoelstellingen uit de RES en LES. Hier dragen de duurzaamheidsleningen op bescheiden schaal aan bij en uiteraard ondersteunt dit instrument de particuliere huiseigenaren die zonder een lening niet zouden kunnen of willen verduurzamen. 2.6 Werkgelegenheid Gebleken is dat lokale en/ of regionale bedrijven vaak worden ingeschakeld bij de uitvoering van de verduurzaming van de woning. Het uitvoeren van de verduurzamingsmaatregelen heeft direct effect op de regionale en lokale economie en werkgelegenheid. 2.7 Afhandelprocedure De doorlooptijd (tussen de datum van aanvraag bij het SVn en de datum van de opening van het bouwdeposito) verandert wekelijks en is sterk afhankelijk van de werkvoorraad van het SVn.
Op het moment dat de offerte van SVn ondertekend is ontvangen en in het dossier staat, opent SVn binnen zeven werkdagen een bouwdepot. 3. Financiën in beeld 3.1 Revolverende fondsen: Hillegom In Hillegom wordt sinds 2016 een duurzaamheidslening aangeboden. Hiervoor is door de Hillegomse raad inmiddels een bedrag van in totaal €1.500.000 beschikbaar gesteld. Bij de start van de duurzaamheidslening in 2016 heeft de gemeenteraad van Hillegom €300.000 beschikbaar gesteld. In 2017 en 2020 is opgehoogd met €100.000 en in 2022 en 2024 heeft de gemeenteraad €500.000 ter beschikking gesteld. In totaal is er dus inmiddels met €1.500.000 aan gemeentelijke middelen een revolverend duurzaamheidsfonds gevormd. Revolverend houdt in dat de ontvangen aflossingen op de verstrekte leningen ingezet kunnen worden voor het verstrekken van nieuwe leningen. De gelden die de gemeente verstrekt aan SVn (beheerder revolverend fonds) komen pas terug zodra we met de duurzaamheidslening stoppen. Lisse In Lisse wordt ook sinds 2016 een duurzaamheidslening aangeboden. Hiervoor is door de Lissese raad inmiddels een bedrag van in totaal € 900.000 beschikbaar gesteld. Bij de start van de
duurzaamheidslening in 2016 heeft de gemeenteraad van Lisse €100.000 beschikbaar gesteld. In 2018 is opgehoogd met €200.000 en in 2019 em 2024 heeft de gemeenteraad €300.000 ter beschikking gesteld. Zodoende is er met een totaal van € 900.000 aan gemeentelijke middelen een revolverend duurzaamheidsfonds gevormd. Revolverend houdt in dat de ontvangen aflossingen op de verstrekte leningen ingezet kunnen worden voor het verstrekken van nieuwe leningen. De gelden die de gemeente verstrekt aan SVn (beheerder revolverend fonds) komen pas terug zodra we met de duurzaamheidslening stoppen. Teylingen In Teylingen is in 2014 al gestart met de duurzaamheidslening. Hiervoor is door de Teylingse raad inmiddels een bedrag van in totaal €2.500.000 beschikbaar gesteld. Bij de start van de duurzaamheidslening in 2016 heeft de gemeenteraad van Teylingen €100.000 beschikbaar gesteld. In 2015 is opgehoogd met €500.000, in 2018 met €400.000 en vanaf 2020 heeft de gemeenteraad €1.000.000 ter beschikking gesteld (herbestemming van gelden voor Meermaker). In 2023 is nogmaals opgehoogd met €500.000. Nota bene: in Teylingen worden sinds juli 2025 geen nieuwe leningen meer verstrekt omdat het plafond bereikt was. Door terugbetalingen is het saldo weer iets gestegen.
Tabel 4 Stand van zaken revolverende fondsen (peildatum 31 | -12-2025) Hillegom | Lisse | Teylingen Aantal verstrekte leningen | 270 | 127 | 484 Totaal storting gemeente | € 1.500.000 | € 900.000 | € 2.500.000 Verstrekte leningen | € –1.841.604 | € –1.185.746 | € –4.072.614 Vergoeding aan SVn | € –25.408 | € –18.762 | € –67.285 Ontvangen aflossingen (incl. | € 926.334 | € 531.466 | € 1.816.117 tussentijdse aflossingen*) Ontvangen rente | € 23.219 | € 17.278 | € 22.604 Vergoeding creditrente depot | € –2.138 | € –1.388 | € –5.342 Annulering aflossing + rente | € –137 | € –414 | € –7.738 Saldo | € 532.867 | € 285.972 | € 195.036 3.2. Financiële risico’s SVn is ISAE 3402 gecertificeerd. Deze standaard helpt om verantwoording af te leggen. Vanwege het financiële karakter van de dienstverlening van SVn is de ISAE 3402-standaard van toepassing op de meeste processen binnen de dienstverlening. Door het uitbrengen en laten controleren van een ISAE 3402-rapportage geeft SVn als serviceorganisatie de gebruikersorganisatie (onze gemeenten) inzicht in de beheersing van de door hun uitbestede dienstverlening en processen en legt daarover verantwoording af. SVn verstrekt leningen voor rekening en risico van de deelnemer. Doordat de leningen niet gegarandeerd zijn, bestaat er altijd een risico dat leningen niet afgelost (kunnen) worden. Het risico hiervoor ligt bij de gemeente.
Met de financiële toetsing door het SVn wordt dit risico beperkt tot een minimum. De SVn geeft aan dat sinds de start van de duurzaamheidslening landelijk bij ca. 0.03% van de leningen een betalingsprobleem bestond. SVn benadrukt dat deze achterstanden tot nu toe altijd zijn ingelopen. Verder is het van belang te beseffen dat de gestorte middelen welke verstrekt zijn als lening 12 13 vaststaan voor minstens 10 tot 15 jaar. Binnen deze periode kan het gestorte geld dus niet aangewend worden voor andere bestemmingen. Ook wanneer de gemeente besluit te stoppen met het verstrekken van duurzaamheidsleningen dient er nog rekening te worden gehouden met lopende kredieten. Het is van belang de continuïteit van het fonds te waarborgen. 3.3.
Andere gunstige financiële instrumenten: Op verschillende niveaus zijn er andere gunstige financieringsmogelijkheden (subsidies, fondsen en leningen) beschikbaar voor woningeigenaren om te verduurzamen: Type Regeling Omschrijving Lening Energiebespaarlening Warmtefonds Lening voor energiemaatregelen; €1.000– €28.000 Lening 0%-rente Energiebespaarlening Warmtefonds Voor inkomen ≤ €60.000 Lening Combinatielening Warmtefonds Voor onvoldoende leencapaciteit; 5 jaar geen aflossing Subsidie ISDE particulieren Isolatie, warmtepomp, zonneboiler, warmtenet Subsidie SPOR Procesondersteuning renovatie Subsidie NIP-LAI Isolatie tot €1.500 Subsidie Groenblauw Buurtidee Klimaatadaptieve maatregelen Regeling Laag btw-tarief isolatie 9% btw op arbeid In bijlage 3 treft u toelichting bij een, niet-limitatieve, opsomming van de financiële instrumenten voor particulieren. Energiebespaarlening van Nationaal Warmtefonds, vermeld op gemeentewebsites Belangrijk om hier te melden is dat voor mensen met een verzamelinkomen9 onder € 60.000 bruto er ook een energiebespaarlening is van het Nationaal Warmtefonds tegen 0% rente. De gemeentelijke websites vermelden deze regeling ook op de pagina’s over onze eigen duurzaamheidslening, omdat deze voor de inkomensgroep onder de € 60.000 gunstiger is dan de gemeentelijke duurzaamheidslening met een rentepercentage van 1,7%.
Sinds start van de 0% regeling zien we ook een afname van het aantal aanvragen voor de gemeentelijke duurzaamheidslening voor deze lagere inkomensklassen, zie bijlage 2. Voor de inkomensgroep boven de € 60.000 is de gemeentelijke duurzaamheidslening wél aantrekkelijker, gezien het warmtefonds een rente tussen de 3,66 en 4,33% hanteert, afhankelijk van de looptijd van de lening. Zie bijlage 2 voor meer informatie. Het gemiddelde verzamelinkomen (bruto) in Nederland (2023) was ongeveer € 50.800 bruto per jaar, wat neerkomt op € 3.135 netto per maand, inclusief het inkomen van werkenden en ondernemers (CPB10). Er is dus een grote groep Nederlanders die gebruik kan maken van de energiebespaarlening tegen 0% rente. In onze gemeenten betreft dit volgens CBS11: 9 Het Warmtefonds doelt hierbij op het totale inkomen van een huishouden 10 StatLine - Inkomen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio) 11 zie Inkomen per gemeente en wijk, 2020 | CBS voor het gehele overzicht Hillegom | Lisse | Teylingen 40% huishoudens met laagste besteedbaar inkomen | 33,5 | 34,4 | 28,4 20% huishoudens met hoogste besteedbaar inkomen 21,8 | 23,0 | 29,8 3.4. Rente-voordeel Hoe verhoudt de rente van de SVn zich tot andere aanbieders van leningen? Onderstaande tabel toont een niet-limitatieve vergelijking o.b.v. het huidige aanbod.
Type lening | Aanbieder | Rente | Toelichting Gemeentelijke | Gemeente Hillegom, Lisse, | 1,7% | Vast rentepercentage duurzaamheidslening | Teylingen Energiebespaarlening | Nationaal Warmtefonds | 3,66% – 4,33% | Afhankelijk van looptijd (7– Warmtefonds (regulier) | 20 jaar) Energiebespaarlening | Nationaal Warmtefonds | 0% | Bij verzamelinkomen Warmtefonds (0% rente) | < €60.000 Triodos | Triodos Bank | 0% (10 jaar) | Geldt bij aanvraag vóór Energiebespaarlening | 31‑03‑2026 ABN AMRO Persoonlijke | ABN AMRO | vanaf 7,50% | Reguliere persoonlijke Lening | lening 3.5. Andere acties en financiële instrumenten Ook zijn er andere acties en instrumenten die bijdragen aan woningverduurzaming bij particulieren, zoals de activiteiten van energiecoaches en buurtteams, het Nationaal Isolatie Programma van het Rijk, etc. Over de gemeentelijke uitvoering van het Nationaal Isolatie Programma leest u meer in bijlage 3. 4. Doelgroepen in beeld 4.1. Huidige verordeningen De huidige verordeningen zijn alleen van toepassing op particuliere huiseigenaren (meer specifiek eigenaar-bewoners). Het beoogde doel van de verordening is nog steeds actueel: met de duurzaamheidslening worden particuliere huiseigenaren gestimuleerd om energiebesparende – en/ of energieopwekkende maatregelen toe te passen in hun woning. 4.2.
Mogelijkheden voor uitbreiding Voor alle drie gemeenten is het interessant om inzichtelijk te krijgen welke doelgroepen gebaat zijn bij een lening, waarbij we vooral kijken naar de financieringskloof: wie willen verduurzamen, maar krijgen de business case of financiering bij commerciële instellingen niet rond? 14 15 De raad van Teylingen heeft in de raadsvergadering van september 2023 met een amendement besloten de doelgroepen voor de duurzaamheidsleningen uit te breiden, zoals die benoemd zijn in de evaluatie van 2023. De wens was om ook leningen aan te bieden voor huurders, maatschappelijke organisaties en verenigingen en VvE’s. Tot op heden zijn die doelgroepen door omstandigheden (bestuurswissel, capaciteit en prioriteiten) niet toegevoegd aan de regeling Eerder in 2023 heeft Gemeente Hillegom wel stimuleringsleningen voor maatschappelijke organisaties, verenigingen en VvE’s opgezet, in navolging van een motie van 3 november 202212. Deze wordt in de volgende paragraaf behandeld. Gemeente Teylingen kan de resultaten van deze evaluatie meenemen in de eigen overwegingen of het in de huidige omstandigheden nog steeds wenselijk is om eveneens budget vrij te maken voor deze doelgroepen. Na deze evaluatie wordt in dat geval direct de verordening geüpdatet en de stimuleringsregelingen voor de nieuwe doelgroepen in Teylingen opgestart. 4.2.1.
Particuliere huurders: Huurders zijn voor aanvullende, dan wel grote maatregelen, dikwijls afhankelijk van corporaties of de particuliere verhuurders. Huurders zijn met de juiste kennis, financiële stimulans veelal bereid om te investeren in de verduurzaming en het energiezuinig maken van de huurwoning. Ook de huurder profiteert immers direct van de effecten, zeker in tijden waarin we geconfronteerd worden met hoge energielasten. Bovendien vallen huurders voor de meeste landelijke instrumenten niet direct binnen het doelbereik. Volgens de evaluatie van 2023 was er sprake van de komst van een landelijke regeling voor verduurzaming door huurders in 2024. Dit is tot op heden geen werkelijkheid geworden. Er bestaat wel een landelijke regeling voor verhuurders, de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH) | RVO.nl (looptijd 2022-2029). Zie bijlage 6 voor meer informatie over deze regeling. 4.2.2. Regionale voorbeelden: duurzaamheidslening particuliere huurders In de regio hebben gemeenten Alphen aan den Rijn13 en Haarlem14 sinds respectievelijk 2023 en 2053 de duurzaamheidslening opengesteld voor particuliere huurders. Om dit mogelijk te maken is er wel een verhuurdersverklaring nodig. Dit is een ondertekende brief waarmee de verhuurder toestemming aan de huurder geeft voor de aanpassingen aan het huis.
De hoogte van de lening bedraagt in deze voorbeelden minimaal € 2.500 en maximaal € 25.000 per adres. Dit mag over meerdere aanvragen/maatregelen verdeeld worden. De leningen worden via SVn verstrekt. Tot nu toe wordt er nog niet veel van de regeling gebruik gemaakt, maar er is wel wat animo voor. Het vergt ook wel wat: een doortastende huurder met duurzaamheidsambities die de weg naar leningen weet te vinden en een goede verstandhouding met de verhuurder voor een akkoordverklaring. Ondanks dat er wellicht niet veel gebruik van gemaakt zal worden van een dergelijke regeling is het wel een kans voor een meer inclusieve energietransitie. Waar huurders van een woningcorporatie nog door wettelijke eisen (Label B) geholpen worden aan een toekomstbestendige duurzame(re) woning zijn particuliere huurders overgeleverd aan de goodwill van hun verhuurder. Een duurzaamheidslening voor huurders geeft deze groep een mogelijkheid om de woning proactief te verduurzamen, mits de verhuurder dus akkoord gaat. 4.3. Andere actie richting doelgroep: Energiearmoede aanpak huurders 2025-2026 Met behulp van een Specifieke Uitkering (SPUK) van de Rijksoverheid is er in alle drie de gemeenten een energiearmoede aanpak opgetuigd voor o.a. huurders.
Er komen bij de deelnemende woningen 12 Z-22-259553 13 Verordening Duurzaamheidslening SVn Alphen aan den Rijn Particuliere Woningverbetering 2021 | Lokale wet- en regelgeving 14 Duurzaamheidslening | Gemeente Haarlem Verordening Duurzaamheidslening gemeente Haarlem | Lokale wet- en regelgeving 16 zogeheten energiefixers langs, die gemiddeld 8 energiebesparende maatregelen direct toepassen. Te denken aan o.a. tochtstrippen, brievenbusborstel, radiatorfolie, radiatorventilator, ledlampen, waterbesparende douchekop, leidingisolatie, ontluchten van de radiatoren. De fixers geven advies over energie besparen en brengen die maatregelen aan waar de inwoner interesse in heeft. Daarnaast hebben ze een signalerende functie: als er vermoeden is van specifieke problematiek, geeft de fixer een flyer van VoorIeder1, de koepelorganisatie voor zorg en ondersteuning aan inwoners in onze gemeenten. Deze actie is gestart in de eerste week van december 2025 en loopt tot het budget op is. Er zijn brieven verstuurd naar de doelgroep die de aanpak het hardst nodig heeft, namelijk mensen die afgelopen jaar gebruikmaakten van minimaregelingen via de ISD. Daarnaast is er geadverteerd in lokale kranten. Als er begin 2026 nog veel ruimte over is, worden huurders van woningcorporatie Stek breder aangeschreven. Er is budget voor 100 woningen per gemeente. Dit komt neer op ongeveer €50.000 per gemeente.
De kosten per woning betreffen €366. 5. Evaluatie Stimuleringslening Maatschappelijke organisaties en verenigingen + stimuleringslening Verenigingen van Eigenaren Hillegom De gemeente Hillegom kreeg van maatschappelijke organisaties, verenigingen en culturele instellingen regelmatig vragen of er subsidies of leningen zijn voor het verduurzamen van hun accommodaties. Deze organisaties hebben meestal weinig financiële armslag om te verduurzamen, maar willen wel besparen op het energieverbruik zodat er meer geld over blijft voor de activiteiten waarvoor de stichting of vereniging is opgericht. Voor inwoners van de gemeente is het van belang dat deze non-profitorganisaties zoveel mogelijk in stand blijven. Een gemeentelijke bijdrage in de vorm van een (stimulerings)lening tegen een lage rente is bedoeld om de haalbaarheid van verduurzaming te vergroten. Bij deze groepen is financiering vaak niet het enige probleem, maar ook de collectieve besluitvorming en exploitatie. Ook is het interessant om na te gaan of er bijv. genoeg kennis is om een aanvraag bij SVn te doorlopen, administratief een lastiger proces namelijk voor deze doelgroep, is er behoefte aan procesbegeleiding, etc. Ook bij Verenigingen van Eigenaren (hierna: VvE’s) is er behoefte om gebruik te kunnen maken van een regeling die hen helpt bij het nemen van duurzaamheidsmaatregelen.
Financiële ondersteuning is niet altijd vanzelfsprekend voor een VvE die daar behoefte aan heeft. Hoewel VvE’s ook verenigingen zijn, gaat het feitelijk om groepen van individuele particuliere woningeigenaren. Bij een appartement zijn het vaak de eigenaren die gezamenlijk tijdens een Algemene Ledenvergadering beslissen over het onderhoud en het verduurzamen van gedeelde zaken in het pand van de VvE. Hillegom telt op dit moment 179 Verenigingen van Eigenaren15. Ook voor deze doelgroep is een gemeentelijke bijdrage in de vorm van een (stimulerings)lening tegen een lage rente bedoeld om de haalbaarheid van verduurzaming te vergroten. Sinds medio maart 2024 zijn de Verordening Stimuleringslening Duurzaamheid maatschappelijke organisaties en verenigingen Hillegom 2024 | Lokale wet- en regelgeving en Verordening Stimuleringslening kleine VvE en Stimuleringslening grote VvE Hillegom 2024 | Lokale wet- en regelgeving van kracht. Bij aanvang is er €300.000 gestort op een gedeelde rekening courant, uit een totale reservering van €1.000.000 uit de Algemene Reserve16. Er is sindsdien door 3 organisaties , twee VvE's en een maatschappelijke organisatie, gebruik van gemaakt, met een totaal leenbedrag van €263.400. Het saldo op 31-12-2025 betrof €38.497,11. Gezien de looptijd van de leningen 20 en 30 jaar betreft is een volgende storting gewenst als deze leningen voortgezet gaan worden.
Immers, voor maatschappelijke 15 Bron: KVK register 16 Zie hamerstuk 16: Gemeenteraad 01 februari 2024 19:30:00, Gemeenteraad Hillegom organisaties en verenigingen zijn de leenbedragen minimaal € 2.500 en maximaal €50.000 en voor VvE's is het minimale leenbedrag is € 2.500 per VvE en maximaal € 25.000 per Appartementsrecht, met een maximum van € 175.000 per VvE. De eerste storting is bijna niet meer toereikend, deze kan met een of meerdere aanvragen al volledig benut zijn. Het is daarom aan te raden om een volgende storting uit de Algemene Reserve op de gedeelde rekening courant van deze stimuleringsleningen te doen. Deze gelden zijn al toegezegd door de Raad bij aanvang van de regeling. Wat is er nog meer? Maatschappelijke organisaties en VvE’s kunnen ook elders terecht voor financiering. Belangrijk om te beseffen is dat waar het commerciële leningen betreft, de condities zoals bijv. de looptijd en (rente)tarieven veelal minder gunstig zijn dan wat de gemeente biedt. Ook de voorwaarden voor besteding van de gelden verschillen met het aanbod van de gemeente, o.a. ten aanzien van de eisen rondom onderhoud en verduurzaming.
Maatschappelijke organisaties Lening | Waarborgfonds Sport | Borgstelling voor verduurzaming sportaccommodaties Lening | Stimuleringslening SVn | Gemeentelijke zakelijke lening Subsidie | ISDE zakelijk | Warmtepomp, zonneboiler, wind VvE's Lening | Energiebespaarlening VvE | ≥8 appartementen; max €35.000 per appartement Lening | Kleine VvE lening | ≤7 woningen; €2.500–€25.000 Subsidie | SVVE | Energieadvies en isolatie Zie bijlage 3 voor een niet-limitatieve opsomming van deze beschikbare instrumenten. Zie bijlage 4 voor een niet-limitatieve opsomming van andere bestaande financieringsmogelijkheden voor VvE’s. 6. Evaluatie Subsidie verduurzaming verenigingen en maatschappelijke organisaties Hillegom Hillegom heeft sinds 2023 een subsidieregeling17 opgesteld voor de verduurzaming van verenigingen en maatschappelijke organisaties. Deze regeling is uitsluitend van toepassing op verenigingen en stichtingen gevestigd in Hillegom zonder winstoogmerk en met een maatschappelijke doelstelling (zoals sportverenigingen, scholen en kerken). De regeling loopt van 10-07-2024 t/m 30-12-2026. Bij aanvang is er | € 200.000 gestort. Per aanvraag mag er max € 5000 subsidie verleend worden. | Er is een subsidieplafond van €200.000 per jaar. | Het actuele saldo betrof op 31 | -12-2025: € 195.201,86. | De verordening vervalt per | 31-12-2026. Sinds aanvang is deze regeling slechts 2 keer benut.
| Dit roept de vraag op of deze regeling voldoende 17 Nadere regels verduurzaming maatschappelijke organisaties en verenigingen Hillegom 2023 | Lokale wet | - en regelgeving 17 18 bekend is gemaakt bij de doelgroep en of deze daadwerkelijk aan een behoefte voldoet. Op 14-11- 2024 zijn er 233 brieven naar lokale verenigingen en maatschappelijke organisaties in Hillegom, Lisse en Teylingen gestuurd over zowel de Stimuleringslening Duurzaamheid maatschappelijke organisaties en verenigingen en de Subsidie voor verduurzaming maatschappelijke organisaties en verenigingen. Ook is er in najaar 2024 een persbericht uitgegaan en in september 2025 een bericht in de gemeenteberichten geplaatst. Ook de gemeentelijke contactfunctionarissen besteden aandacht aan deze bovenstaande regelingen. Tijdens de fondsenavond Duin en Bollenstreek komen deze regelingen ook aan bod. 7. Conclusies en aanbevelingen Om de doelstellingen en ambities op het gebied van woningverduurzaming in Hillegom , Lisse en Teylingen te behalen zijn we goed op weg . We bereiken met verschillende middelen en acties verschillende en soms overlappende doelgroepen. Inmiddels is de invoering van de duurzaamheidsleningen -een van de middelen om onze doelstellingen mee te behalen- alweer ruim 10 jaar geleden.
We zien dat de interesse door de jaren heen groeit en er regelmatig bijstortingen moesten worden gedaan om het revolverend fonds in de pas te laten lopen met de toenemende interesse. Door deze toenemende interesse werkt het fonds dus niet voldoende revolverend. En sinds de start van de lening is er veel veranderd op het gebied van duurzaamheid en financieringsmogelijkheden. De gemeente heeft gunstige ervaringen opgedaan met het verstrekken van duurzaamheidsleningen aan particulieren. Er is ondertussen voor een leenwaarde van € 7 miljoen verduurzaamd door bijna 900 inwoners van Hillegom, Lisse en Teylingen. Bovenstaande biedt voldoende informatie om te bezien hoe en of de duurzaamheidsleningen vandaag de dag moeten voortbestaan. Hiertoe is een aantal scenario’s te schetsen, namelijk: Duurzaamheidslening in huidige vorm voortzetten; De interesse in de lening blijft door de jaren heen bestendigd, wat al voldoende reden kan zijn deze regeling te continueren. Belangrijk blijft om het budget goed te monitoren en tijdig in te spelen op het bereiken van het plafond. De huidige maatregelenlijst in de verordeningen voldoen inmiddels niet meer helemaal aan de vraag. Daarom is dit scenario minder wenselijk. Duurzaamheidslening voortzetten onder een geactualiseerde verordening; De ontwikkelingen veranderen.
Waar mensen eerder vooral begonnen met vloer- en gevelisolatie en de aanschaf van zonnepanelen zien we nu een verschuiving in de genomen maatregelen naar o.a. isolerende beglazing en warmtepompen. Ook in het energiegebruik ontstaat een verschuiving, met elektrisch koken, het thuis laden van elektrische auto's en energieopslag. Deze verschuiving biedt de kans om maatregelen zoals elektrisch koken en thuisbatterijen toe te voegen aan de maatregelenlijsten in de verordeningen. Volledig stoppen met de duurzaamheidslening; Er is nagegaan of de duurzaamheidslening complementair is gebleven aan het aanbod elders. Voor middeninkomens blijkt dit het geval. De rente van de lening is gunstiger ten opzichte van het Warmtefonds en commerciële aanbieders van leningen. Lagere inkomens zijn echter beter af met de Energiebespaarlening van het Warmtefonds vanwege de 0% rente voor deze groep. Als de gemeenten de duurzaamheidsleningen vooral voor de laagste inkomensgroepen zouden willen aanbieden dan is het inmiddels verstandiger deze groep de weg naar het Warmtefonds te wijzen (zoals al gebeurt op de gemeentewebsites). Ook zou de principiële vraag gesteld kunnen worden of gemeenten wel de rol van bankier zou moeten nemen.
Naast de lening zijn er ook diverse andere knoppen waar de gemeente aan kan draaien om duurzaamheid en de energietransitie te bevorderen, zonder als kredietverstrekker 19 op te treden. In de bijlagen en in het Uitvoeringsprogramma Energietransitie zijn andere middelen en acties opgenomen waarmee de gemeente aan de duurzaamheidsdoelen werkt. De aanbeveling is om de duurzaamheidsleningen voorlopig voort te zetten onder een geactualiseerde verordening, vanwege de voortdurende vraag en de afweging dat de aanvragers zonder de duurzaamheidslening mogelijk niet zouden verduurzamen. Het advies hierbij is dat er jaarlijks geëvalueerd wordt en het financieel aanbod van andere instanties op complementariteit gemonitord wordt. Als in de toekomst andere regelingen voldoen aan de vraag dan kan de noodzaak van de gemeentelijke duurzaamheids-leningen worden herzien. Hieronder een overzicht van alle aanbevelingen en argumenten die volgen uit voorliggende evaluatie: 7.1 Budget De duurzaamheidslening is sinds aanvang een populaire regeling gebleken. Door de gestegen energieprijzen is de noodzaak om te verduurzamen de afgelopen jaren groter geworden. Er bestaat dan ook een kans dat de regeling opnieuw door externe invloeden in populariteit zal stijgen.
Door de toename van het aantal aanvragen is het bedrag dat aan nieuwe leningen wordt verstrekt veelal hoger dan het bedrag dat binnenkomt door aflossingen op de verstrekte leningen. Om de continuïteit van de regeling te waarborgen, is het belangrijk dat het bestedingspatroon nauwlettend in de gaten gehoud en wordt en er zo nodig periodiek bijstortingen worden gedaan. Een andere manier om hierop te sturen zou kunnen zijn dat we de maximale leenbedragen lager bepalen. Dit heeft echter in onze situatie geen effect, omdat uit deze evaluatie is gebleken dat het gemiddelde leenbedrag rond de €10.000 zit, waar de maximale bedragen €15.000 betreffen. In Lisse en Teylingen is het plafond van de regeling inmiddels weer (bijna) bereikt. In Teylingen was de regeling sinds medio 2025 tijdelijk stopgezet, maar komt door terugbetalingen weer enig budget beschikbaar. Om de continuïteit van de duurzaamheidsregelingen te kunnen waarborgen is periodieke bijstorting noodzakelijk. 7.2 Financiële regelingen Sinds de start van de regeling en is er veel veranderd op het gebied van financieel instrumentarium. Inmiddels is er landelijk een breed palet aan aantrekkelijke en toegankelijke financieringsmogelijkheden voor particuliere woningeigenaren. Aanbevolen wordt om zo veel mogelijk te sturen en (op termijn) over te stappen op de beschikbare landelijke financie ringsmogelijkheden.
In het geval van de eerdergenoemde Energiebespaarlening van het Nationaal Warmtefonds geldt bijvoorbeeld dat deze voor de inkomensgroep met een verzamelinkomen onder de € 60.000 vanwege de 0% rente gunstiger is dan de gemeentelijke duurzaamheidslening met een rentepercentage van 1,7%. De inwonersgroep met middeninkomens maken graag gebruik van de gemeentelijke duurzaamheidslening, omdat de rente voor deze groep juist weer gunstiger is in vergelijking met andere aanbieders van leningen. Voor andere doelgroepen zoals huurders, maatschappelijke verenigingen en VvE’s kunnen de gemeenten overwegen om regelingen op te starten danwel te continueren. Er is nagegaan of de duurzaamheidslening complementair is gebleven aan het aanbod elders. Voor middeninkomens blijkt dit het geval. De rente van de duurzaamheidslening is gunstiger ten opzichte van het Warmtefonds en commerciële aanbieders van leningen. Lagere inkomens zijn echter beter af met de Energiebespaarlening van het Warmtefonds vanwege de 0% rente voor deze groep. 7.3 Maatregelenlijst Aangeraden wordt om de duurzaamheidslening complementair te houden aan de landelijke financieringsmogelijkheden, zodat dit instrument ook benut kan worden om maatregelen die zien op duurzaamheid in brede zin te stimuleren. Het duurzaamheidsprogramma is naast klimaatmitigatie immers ook gericht op het klimaat adaptief worden.
De maatregelenlijst dient daarbij (eventueel) uitgebreid te worden. Verder vallen maatregelen zoals elektrisch koken en energieopslag met een 20 thuisbatterij nog buiten de huidige verordening terwijl er wel interesse voor is . Daarnaast betekent de afbouw van de salderingsregeling voor zonnepanelen per 2027 een toenemende interesse in thuisbatterijen. De aanbeveling is om de thuisbatterij in onze gemeenten aan de duurzaamheidslening toe te voegen, om zo mee te gaan met de huidige ontwikkelingen, het lastenverhogend effect van de afbouw van de salderingsregeling (en terugleverboetes) voor zonnepanelen eigenaren te mitigeren en een kleine bijdrage te leveren aan het verminderen van netcongestie. Gezien de thuisbatterij geen directe verduurzamingsmaatregel is, maar secundair bijdraagt aan energiebalancering van het net bij duurzaam opgewekte stroom, wordt subsidiering op dit moment (nog) afgeraden. In de toekomst kunnen de omstandigheden dermate veranderen dat het standpunt heroverwogen kan worden. Overige maatregelen Aanbevolen wordt verder om flexibel om te gaan met maatregelen die niet in artikel 6 van de verordening zijn opgenomen, maar wel in verordening genoemde doel realiseren. Immers gaan technieken en ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid snel.
Hiertoe kan bij de verordeningen van gemeenten Hillegom en Teylingen , net als bij Lisse, een algemeen lid in het artikel worden bijgevoegd: Maatregel met aantoonbaar vergelijkbaar energiebesparings -effect als bovenstaande maatregelen (zie paragraaf 1.3). Voorbeelden hiervan zouden o.a. kunnen zijn: een isolerende voordeur, lichtstraat of koepel, etc. De aanbeveling is om de maatregelenlijst in de verordening te herzien. Elektrisch koken, een thuisbatterij en een algemeen lid 'Maatregel met aantoonbaar vergelijkbaar energiebesparings- effect als bovenstaande maatregelen' zijn toevoegingen die de duurzaamheidsleningen actualiseren op de huidige vraag en ontwikkelingen. 7.4 Ambtelijke capaciteit De uitvoering van de verordeningen vergt capaciteit van de gemeenten, zowel voor het behandelen van de aanvragen, het contact met SVn als het jaarlijks evalueren van de voortgang van de regelingen. Indien er aanvullende leningen of subsidies worden aangeboden, zoals Teylingen wenst, dan dient als dekking een deel van door de raad toegekende middelen ingezet te worden als uitvoeringskosten. 7.5 Doelgroepen Spreken we de juiste doelgroepen aan met de bestaande regelingen? In den beginne zijn de duurzaamheidsleningen in het leven geroepen om met name de particuliere huiseigenaren uit de laagste inkomensgroepen te helpen om mee te komen in de energietransitie.