CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db14 Bijlage 1. Ontwerpbestemmingsplan toelichting.pdf

Gemeenteraad 21 september 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken19.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

De Erfgoedwet bundelt de voorgaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Bovendien is aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Het beschermingsniveau zoals deze in de oude wetten en regelingen gold, blijft gehandhaafd. Het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed was geregeld in zes verschillende wetten en een regeling, waarin roerend, onroerend en archeologisch erfgoed allemaal hun eigen specifieke definities, procedures en beschermingsmaatregelen hadden. In de Erfgoedwet is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf. Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet die naar verwachting in 2021 van kracht wordt. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen. Het gaat daarbij om de volgende zaken: -

Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten;

-

Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie;

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

51

-

Bescherming van stads- en dorpsgezichten. Beoordeling

Archeologie In het vigerende bestemmingsplan is geen archeologische dubbelbestemming voor het plangebied opgenomen. Dit houdt in dat voor het aspect archeologie een toetsing aan de archeologische waarden- en verwachtingskaart aan de orde is. Deze kaart betreft naast Hillegom de gemeenten Noordwijk, Noordwijkerhout, Lisse en Teylingen en is in 2014 en 2020 geactualiseerd. Dit heeft geresulteerd in een nieuwe waarden- en verwachtingskaart met bijbehorend rapporten. Volgens deze geactualiseerde kaart geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting. Bij dit soort verwachtingszones is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld. De voor de voorgenomen ontwikkeling beoogde bodemwerkzaamheden overschrijden deze grenzen. Om die reden is een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd (zie bijlage VII), waarin is vastgesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat in het plangebied nog archeologische waarden c.q. (nederzettings)resten te verwachten zijn. Om die reden is in het archeologisch onderzoek geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor het voorgenomen woningbouwplan, met daarbij het volgende aanvullende advies: -

Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid, zoals aangegeven in artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. De melding dient behalve bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) tevens plaats te vinden bij de gemeente Hillegom.

Op basis van het voorgaande is, op advies van de Omgevingsdienst West-Holland, het opnemen van een archeologische dubbelbestemming voor het plangebied niet noodzakelijk geacht. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen Rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook behoort het plangebied niet tot een beschermd dorps- of stadsgezicht. In het vigerende bestemmingsplan is voor het plangebied tevens geen beschermingsregime voor cultuurhistorische waarden opgenomen. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de voorgenomen bouw van de 2 woongebouwen met in totaal 80 woningen in het plangebied aan de Graaf Janlaan in Hillegom.

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

52

Bezonning In de toekomstige situatie zijn twee woongebouwen met deels drie en deels vier bouwlagen beoogd, in plaats van drie woongebouwen met drie bouwlagen. Daarbij neemt het totale bouwvolume (enigszins) toe. Ook zijn de twee nieuwe gebouwen (iets) anders gepositioneerd in het plangebied. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de schaduwwerking van de voorgenomen twee woongebouwen voor de omgeving inzichtelijk gemaakt. Voor een goede ruimtelijke ordening worden op het gebied van bezonning en beschaduwing overigens geen wettelijke of publiekrechtelijke eisen gesteld. Over het algemeen wordt voor woningen gekeken naar de lichte TNO-norm. Lichte TNO-norm Een woning krijgt de waardering voldoende wanneer er sprake is van ten minste twee mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot 21 oktober (acht maanden). Als beoordelingspunt geldt het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van de woonkamer. De twee uur zon hoeven niet aansluitend plaats te vinden en de bezonning op de voor- en achtergevel mogen bij elkaar opgeteld worden. Beoordeling Voor voorgenomen twee woongebouwen is een visuele analyse van de beschaduwing uitgevoerd (zie bijlage VIII).

Uit deze analyse kan worden afgeleid dat een onaanvaardbare toename van beschaduwing niet aan de orde is en dat voor alle woningen in de omgeving voldaan kan worden aan de lichte TNO-norm. Voor wat betreft het aspect bezonning zijn daarom geen onaanvaardbare, ruimtelijk relevante gevolgen te verwachten. Conclusie Het aspect bezonning vormt geen belemmering voor de voorgenomen bouw van de 2 woongebouwen met in totaal 80 woningen in het plangebied aan de Graaf Janlaan in Hillegom.

Duurzaamheid In het kader van duurzaamheid zijn als wettelijk kader met name het Bouwbesluit en de Wet VET van belang. Daarnaast zijn in het bijzonder nog de duurzame ambities vanuit de ‘Omgevingsvisie Heerlijk Hillegom (actualisatie, 2021)’ relevant. Bouwbesluit De wettelijke eisen ten aanzien van duurzaam bouwen zijn vastgelegd in het Bouwbesluit en worden daarom beoordeeld in het kader van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

53

Aardgasvrij (Wet VET) In de Wet voortgang energietransitie (VET) is bepaald dat per 1 juli 2018 nieuw te bouwen bouwwerken niet meer aangesloten worden op het gasnet. Een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt afgewezen als geen rekening is gehouden met aardgasvrij bouwen. Omgevingsvisie In de omgevingsvisie is duurzaamheid als leidend principe aangewezen, met daarbij de centrale ambitie dat Hillegom in 2050 energie- en klimaatneutraal is. Specifiek in relatie tot woningen is hierover onder andere het volgende in de omgevingsvisie opgenomen: Wij zetten in op het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en op duurzame nieuwbouw. Hierbij kan gedacht worden aan energieleverende of -neutrale woningen, woningen zonder gasleiding, afkoppeling van hemelwater, het indikken van rioolwater, realisatie van extra waterberging, vergroening van versteende oppervlaktes (bij voorkeur ook in private tuinen) om de waterbergende capaciteit te vergroten, groene daken, zongerichte daken/woonkamer en natuurinclusief bouwen (bijvoorbeeld huismussenkasten meenemen in het ontwerp). […] Tevens spelen we in op het verduurzamen van oudere, bestaande woningen. In aanvulling hierop zijn in de omgevingsvisie voor nieuwbouw van woningen ook nog de volgende streefwaardes op basis van de GPR Gebouw-systematiek opgenomen: -

DuurzaamheidsPrestatie Gebouwen (DPG, combinatie van milieu en energie) minimaal een 8;

-

gezondheid en gebruikskwaliteit minimaal een 8;

-

toekomstwaarde minimaal een 7. Beoordeling

Ten aanzien van duurzaamheid worden voor de 2 woongebouwen hoofdzakelijk de volgende maatregelen beoogd: -

Luchtwarmtepompen om de woningen ‘gasloos’ te maken;

-

Ventilatie op basis van een systeem met warmteterugwinning;

-

Lage temperatuur verwarming;

-

Met zonnepanelen op de gebouwen wordt binnen het plangebied meer dan 50% van de gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen opgewekt;

-

Middels bouwkundige oplossingen is voor de gebouwen rekening gehouden met tempratuuroverschrijdingen in de zomer, waarmee extra energieverbruik voor koeling wordt tegengegaan.

-

Bij de materialisering van de gebouwen wordt zoveel mogelijk gekozen voor duurzame materialen waar minder grondstoffen voor nodig zijn. Zo worden in plaats van bakstenen steenstrips toegepast en is de opbouw van de gevels voornamelijk in hout (in plaats van in beton).

Daarnaast wordt in relatie tot de hiervoor genoemde duurzame ambities uit de omgevingsvisie overwogen dat het plan hier op de volgende wijze invulling aan geeft:

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

54

-

Het plan voorziet de toevoeging 1.718 m2 openbaar en gebouwgebonden groen in het plangebied, waarmee sprake is van een aanzienlijke vergroening van versteende oppervlaktes en een daarmee samenhangende vergroting van de waterbergende capaciteit en vermindering van hittestress in het plangebied.

-

In het kader van natuurinclusief bouwen zijn de volgende maatregelen voorzien: inbouw van vleermuis-, gierzwaluw- en huismuskasten, toepassing van insectenstenen en realisatie van hagen met inheemse soorten rondom de parkeerplaatsen en gebouwen.

-

In het plangebied worden 60 verouderde, niet erg duurzame woningen vervangen door 80 nieuwe woningen die wel aan de huidige eisen qua duurzaamheid voldoen. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de gewenste verduurzaming van de bestaande woningvoorraad.

Tot slot kan specifiek over de geambieerde energieneutrale woningen c.q. NOM-woningen en de streefwaardes op basis van de GPR Gebouw-systematiek nog het volgende worden aangegeven: -

De voorziene woningen voldoen aan de huidige, relatief hoge duurzaamheidseisen uit het Bouwbesluit (BENG). Het behalen van energieneutraliteit c.q. NOM is op dit moment financieel niet haalbaar, mede gezien het hoge aandeel sociale huurwoningen. Van belang is daarbij dat de zonnepanelen op de gebouwen na circa 15 jaar vervangen worden. Naar verwachting kan daarna NOM wel behaald worden, waarmee de woningen ruim voor 2050 energieneutraal worden.

-

Bij de verdere uitwerking van het bouwplan voor de 2 woongebouwen wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de streefwaardes op basis van de GPR Gebouw-systematiek, zoals opgenomen in de Omgevingsvisie. Conclusie

Het aspect duurzaamheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen bouw van de 2 woongebouwen met in totaal 80 woningen in het plangebied aan de Graaf Janlaan in Hillegom.

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

55

5

Juridische planopzet Planopzet Algemeen

Doel van dit bestemmingsplan is het opstellen van een adequate en actuele juridisch-planologische regeling voor het voorgenomen woningbouwplan. Een bestemmingsplan is een planologische regeling die zowel de burger als de overheid rechtstreeks bindt. De regels en verbeelding dienen als één geheel te worden beschouwd en kunnen niet los van elkaar worden gezien. De toelichting op de regels en verbeelding is niet juridisch bindend, maar biedt wel inzicht in de belangenafweging die tot de aanwijzing van bestemmingen heeft geleid. In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke wijze de voorkomende functies in het bestemmingsplan worden geregeld. In de planopzet is aansluiting gezocht bij de uitgave Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen, kortweg SVBP. De verbeelding De verbeelding heeft een belangrijke rol bij het bepalen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden in het plangebied. Daartoe zijn op de verbeelding onder meer bestemmingsvlakken, functieaanduidingen en bouwvlakken opgenomen. De regels De regels geven inhoud aan de op de verbeelding gegeven bestemmingen. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen al dan niet mogen worden gebruikt en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij de opzet van de regels is het aantal regels zo beperkt mogelijk gehouden. Alleen datgene is geregeld, wat werkelijk noodzakelijk is.

Toch kan het in een concrete situatie voorkomen dat een afwijking van de planregels gewenst is. Daarom zijn er in het bestemmingsplan afwijkingsmogelijkheden opgenomen. De bevoegdheid om door een omgevingsvergunning een afwijking van bepaalde regels te verlenen, is gebaseerd op artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De uitvoering berust bij burgemeester en wethouders. Deze bevoegdheid maakt kleine afwijkingen mogelijk binnen de aan de grond toegekende bestemming. De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012. De bij dit plan behorende planregels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1.

Inleidende regels

2.

Bestemmingsregels

3.

Algemene regels

4.

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 1 worden de in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

56

welke wijze gemeten moet worden. In hoofdstuk 2 zijn specifieke regels opgenomen voor de op de verbeelding gegeven bestemmingen. De artikelen bestaan uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels, en zo nodig uit afwijkingsregels en specifieke gebruiksregels. De bestemmingsomschrijving is bepalend voor het gebruik van de grond. De hoofdstukken 3 en 4 bevatten (algemene) regels die van toepassing zijn op meerdere bestemmingen.

Artikelsgewijze toelichting Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In het eerste artikel zijn omschrijvingen opgenomen van de belangrijkste begrippen die in de regels voorkomen. Door het opnemen van begrippen wordt de interpretatievrijheid ten aanzien van de regels verkleind, waardoor de rechtszekerheid wordt vergroot. Artikel 2 Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de in het plan voorgeschreven maten dienen te worden gemeten of berekend. Door het opnemen van aanwijzingen voor het meten wordt de interpretatievrijheid ten aanzien van de regels verkleind, waardoor de rechtszekerheid wordt vergroot. Bestemmingsregels Artikel 3 Groen Het structureel, openbaar groen is bestemd als ‘Groen’. Deze bestemming laat in hoofdzaak de inrichting als openbaar groen toe. Daarnaast zijn ook elementen als speelvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en langzaamverkeersverbindingen (voet- en fietspaden) toegestaan. Binnen deze bestemming zijn gebouwen uitgesloten. Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied De gronden waar de nadruk meer ligt op de verkeerskundige functie hebben een bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied’ gekregen. Binnen deze bestemming worden de in het plangebied voorziene parkeerkoffer mogelijk gemaakt. Artikel 5 Wonen De bestemming ‘Wonen’ is opgenomen op de gronden waar de woongebouwen zijn geprojecteerd.

Met bouwvlakken is op de verbeelding vastgelegd waar de hoofdgebouwen gesitueerd mogen worden, waarbij ook de bouwhoogte, het aantal woningen en het type woningen op de verbeelding is aangeduid.

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

57

Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel In dit plan zijn sommige bouwregels gerelateerd aan de oppervlakte van gronden, bijvoorbeeld aan de oppervlakte van een bouwperceel. Indien dezelfde gronden meerdere keren in aanmerking worden genomen bij het verlenen van (verschillende) omgevingsvergunningen, zouden de bebouwingsmogelijkheden daardoor onbedoeld verruimd kunnen worden. De anti-dubbeltelregel voorkomt dit. Artikel 7 Algemene bouwregels Dit artikel voorziet in bouwregels die algemeen van toepassing zijn. Los van de bestemming die op een specifieke locatie geldt en de bouwregels die voor die bestemming zijn opgenomen in hoofdstuk 2, zijn de algemene bouwregels uit hoofdstuk 3 altijd van toepassing. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels zijn enkele verbodsbepalingen opgenomen. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Dit artikel maakt het mogelijk van de bestemmingsregels af te wijken voor kleine afwijkingen. Artikel 10 Overige regels In dit artikel zijn met name regels over parkeren en laden en/of lossen opgenomen. Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht Het overgangsrecht ten aanzien van bouwen is neergelegd in artikel 21 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening en is integraal overgenomen in de regels. Artikel 12 Slotregel Het laatste artikel van de regels betreft de slotregel van het bestemmingsplan.

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

58

6

Handhaving en uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Algemeen

Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet in de toelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Grondexploitatie Afdeling 6.4 van de Wro beschrijft een publiekrechtelijk stelsel waarbinnen de gemeenten eisen gesteld kunnen worden aan de grondexploitatie. Dit publiekrechtelijk instrumentarium is aanvullend van aard: het primaat ligt bij vrijwillige, privaatrechtelijke afspraken tussen de gemeente en de ontwikkelaar. Deze privaatrechtelijke afspraken worden vastgelegd in ofwel een anterieure overeenkomst (indien er nog geen exploitatieplan vastgesteld is) of in een posterieure overeenkomst (indien er wel al een exploitatieplan vastgesteld is). Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling wordt een anterieure overeenkomst afgesloten tussen de gemeente en de ontwikkelaar. Planschade Artikel 6.1 van de Wro biedt de grondslag voor de vergoeding van zogenoemde ‘planschade’.

Deze vergoeding wordt in beginsel toegekend door het besluitvormend orgaan aan degene die waardevermindering van onroerend goed ondervindt door het besluit. Artikel 6.4 onder a van de Wro bepaalt dat de gemeente de mogelijkheid heeft om een met een initiatiefnemer van een plan een overeenkomst te sluiten. In de anterieure overeenkomst is opgenomen dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer is. Hiermee is het risico op planschade voor de gemeente afgedekt. Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan economisch uitvoerbaar geacht.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie, inspraak en vooroverleg In het kader van participatie is op 12 april 2022 een informatiebijeenkomst voor omwonenden georganiseerd. Het plan is tijdens deze bijeenkomst hoofdzakelijk positief ontvangen, waarbij met name nog aandacht is gevraagd voor parkeren en mogelijk bouwoverlast (heien/trillingen, verkeer,

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

59

geluid). Inzake parkeren wordt verwezen naar de beoordeling van dit aspect in paragraaf 4.2.1. Voor mogelijke bouwoverlast geldt dat dit aspect buiten de reikwijdte van het bestemmingsplan valt en aan de orde is in het kader van de nog aan te vragen omgevingsvergunning voor de bouwactiviteiten, omdat in het Bouwbesluit regels zijn opgenomen om bouwoverlast te voorkomen. Inspraak en vooroverleg In het kader van inspraak is een voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd gedurende een termijn van zes weken. Deze termijn liep van woensdag 7 september tot en met dinsdag 18 oktober. Gedurende deze termijn is het voorontwerpbestemmingsplan tevens op grond van artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening toegezonden aan de vooroverlegpartners van de gemeente. Er zijn vier vooroverlegreacties en één inspraakreactie ingediend ten aanzien van het voorontwerpbestemmingsplan. Het verslag van de inspraak- en vooroverlegreacties en de beantwoording hiervan maakt als bijlage IX onderdeel uit van deze toelichting (Nota van beantwoording vooroverleg en inspraak). De inspraak- en vooroverlegreacties gaven geen aanleiding tot wijzigingen in dit bestemmingsplan. Wel zijn de toelichting en regels van het bestemmingsplan ambtshalve gewijzigd en aangevuld op de volgende onderdelen (die behoudens 3 in het voorontwerpbestemmingsplan nog ontbraken): 1.

Milieueffectrapportage (paragraaf 4.4.1 en bijlage I): de uitkomsten van de opstelde aanmeldingsnotitie zijn verwerkt en de volledige notitie is als bijlage toegevoegd.

2.

Soortenbescherming (paragraaf 4.9.1 en bijlage V): de uitkomsten van het nader onderzoek naar vleermuizen en de vogelsoorten gierzwaluw, huismus en sperwer zijn verwerkt en het volledige nader onderzoek is als bijlage toegevoegd.

3.

Gebiedsbescherming (paragraaf 4.9.1 en bijlage VI): vanwege de recente gerechtelijke uitspraak over de zogenaamde bouwvrijstelling is de (al bij het voorontwerpbestemmingsplan gevoegde) stikstofberekening aangevuld met een berekening voor de (sloop- en) bouwfase.

4.

Archeologie (paragraaf 4.10.1, bijlage VII en artikel 6 regels): de uitkomsten van het booronderzoek zijn verwerkt en de (al bij het voorontwerpbestemmingsplan gevoegde) rapportage van het bureauonderzoek is aangevuld voor wat betreft het booronderzoek. Vanwege de uitkomsten van het booronderzoek is daarnaast de archeologische dubbelbestemming (artikel 6 van de regels van het voorontwerpbestemmingsplan) verwijderd.

5.

Inspraak en vooroverleg (paragraaf 6.2.1 en bijlage IX): het proces en de uitkomsten zijn beschreven en het verslag van de inspraak- en vooroverlegreacties en de beantwoording hiervan is als bijlage toegevoegd.

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

60

Conclusie Gezien het voorgaande wordt het plan maatschappelijk uitvoerbaar geacht.

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

61

7

Procedure Zienswijzen

Na de voorontwerpfase (zie paragraaf 6.2) is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. Op de voorbereiding van een bestemmingsplan is artikel 3.8 Wro (gelezen in samenhang met afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) van toepassing. Dit houdt onder andere in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd. Binnen deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling een zienswijze over het plan naar voren te brengen. Het bestemmingsplan is langs elektronische weg beschikbaar gesteld op www.ruimtelijkeplannen.nl. Gedurende de inzagetermijn kunnen zienswijzen naar voren worden gebracht.

Vaststellingsfase Met inachtneming en beantwoording van eventuele zienswijzen wordt door de gemeenteraad een definitief bestemmingsplan vastgesteld, al dan niet met inbegrip van (ambtshalve) wijzigingen. Hierna wordt het vastgestelde bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter inzage gelegd. Belanghebbenden die een eventuele zienswijze naar voren hebben gebracht en belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij niet tijdig hun zienswijze bij de gemeenteraad naar voren hebben gebracht, kunnen gedurende deze periode beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens kan iedere belanghebbende beroep instellen over gewijzigde onderdelen in het bestemmingsplan. Na deze periode treedt het bestemmingsplan in werking, behalve wanneer tevens om een schorsing van de inwerkingtreding wordt gevraagd (voorlopige voorziening). Als het bestemmingsplan in werking is getreden, kunnen op basis daarvan omgevingsvergunningen worden verleend.

LBP|SIGHT BV

J.C (Jos) Wiegman MSc

J.J. (Jacob Jan) van Burg MSc

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

62

Bijlage I Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

Bijlage II Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

Bijlage III Verkennend bodemonderzoek

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

Bijlage IV Natuurtoets

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

Bijlage V Nader onderzoek soortenbescherming

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

Bijlage VI Stikstofberekening

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

Bijlage VII Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek archeologie

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

Bijlage VIII Analyse beschaduwing

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

Bijlage IX Nota van beantwoording vooroverleg en inspraak

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

Bijlage X M.e.r.-beoordelingsbesluit

R0490201aa.2259RXH.jwi | versie 07_001 | 1 september 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1577/documents/20168