CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db07.2 Bijlage Regionale bedrijventerreinenstrategie HR.pdf

Gemeenteraad 27 maart 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken18.793 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

Regionale bedrijventerreinen strategie Holland Rijnland 19 september 2024

1

2

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

Inhoudsopgave 1.

2.

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3

3 4 5

Regiofoto 2.1 2.2 2.3

3.

4.

5.

Aanleiding Afbakening en reikwijdte Leeswijzer

Regio Holland Rijnland: Stedelijke As, Rijn- en Veenstreek en Duin- en Bollenstreek Bedrijventerreinen van cruciaal belang voor de regionale economie en werkgelegenheid Vraag-aanbodconfrontatie laat krapte zien

6 6 8 10

Regionale visie

13

3.1 3.2 3.3

13 15 18

Streven naar balans in vraag en aanbod Optimale benutting van de schaarse ruimte in onze regio Toekomstbestendige bestaande en nieuwe bedrijventerreinen

Ruimtelijke strategie

21

4.1 4.2 4.3

Totale vraag bestaat uit maximaal 139 hectare t/m 2030 Vraag-aanbodconfrontatie naar werkmilieu Conclusies ruimtelijke strategie

21 24 30

Monitoring, samenwerking en vervolg

32

5.1 5.2

32 32

Belang van monitoring Regionale samenwerking en vervolg

Bijlage A - Vraag en aanbod A.1 Uitbreidingsvraag t/m 2030 bestaat uit 51 t/m 111 hectare netto A.2 Vervangingsvraag bestaat uit zo’n 28 hectare netto t/m 2030 A.3 Additionele ruimtevraag A.4 Totale ruimtevraag t/m 2030 bestaat uit maximaal 139 hectare netto A.5 Hard aanbod bestaat uit zo’n 38 hectare netto A.6 Zachte plancapaciteit bestaat uit circa 83 hectare netto A.7 Behoefte aan maximaal 101 hectare netto t/m 2030

Bijlage B – Kaartmateriaal

34 35 36 39 40 41 42 44

48

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Slimme keuzes maken om schaarse ruimte zo optimaal mogelijk te benutten De regio Holland Rijnland is een aantrekkelijk regio om te wonen, te werken en te recreëren. Zoals toegelicht in het Werkprogramma Holland Rijnland (2023) spelen in de regio zowel stedelijke vraagstukken (zoals voldoende ruimte voor wonen en economische bedrijvigheid) als landelijke vraagstukken (zoals bodemdaling en de landbouwtransitie). In de regio zijn ook verschillende subregio’s met ieder een eigen (economisch) profiel en ambitie te onderscheiden. Op het gebied van ruimte moet de regio slimme keuzes maken om de schaarse ruimte zo optimaal mogelijk te benutten. Als regio willen we zorgen voor voldoende ruimte voor wonen en werken, goede bereikbaarheid, duurzame energievoorziening en een prettige leefomgeving. Ook wordt in het Werkprogramma specifiek ingezoomd op het thema Economie. Holland Rijnland is een aantrekkelijke vestigingslocatie, centraal gelegen tussen de metropoolregio’s Amsterdam en Rotterdam-Den Haag. In de regio bevinden zich toonaangevende kennisclusters en ook internationaal vooraanstaande greenports. De regio wordt gekenmerkt door een sterk en divers segment van mkb-bedrijvigheid. Met de Regionale Investeringsagenda (2024) worden keuzes gemaakt op het gebied van woningbouw, economie, natuur, klimaat, bereikbaarheid en duurzaamheid.

Hiermee wordt samen de brug geslagen van ambitie naar uitvoering. Transitie naar een nieuwe economie: bedrijventerreinen van cruciaal belang voor brede welvaart Bedrijventerreinen brengt de regio Holland Rijnland veel welvaart en economische vooruitgang. De bedrijventerreinen huisvesten ruim een derde van de banen in de regio en zijn daarmee cruciale pijlers onder de huidige economie en samenleving in de regio. De economie en samenleving zijn tevens onderhevig aan flinke veranderingen, vaak aangeduid als (systeem)transities. Denk aan de omslag van een lineaire naar een circulaire economie, de energietransitie, verduurzaming in brede zin (klimaatambities) en robotisering en digitalisering. Bedrijventerreinen zijn vaak versteend en weinig klimaatbestendig. Wateroverlast (bij piekbuien/hevige neerslag) en hittestress komen vaak voor. In de strijd om arbeidskrachten is een prettige en gezonde werkomgeving steeds belangrijker. In de transitie naar een nieuwe economie staat de welvaart en het welzijn van mensen voorop: iedereen moet kunnen meedoen en meeprofiteren. Druk op de ruimte neemt toe, mede door geplande transformaties De provinciale behoefteraming (vastgesteld in 2021) laat zien dat naar verwachting de vraag naar bedrijfsruimte en ruimte op bedrijventerreinen fors groter is dan het aanbod.

De vraag in de regio Holland-Rijnland en de verschillende deelregio’s groeit nog harder dan eerder voorspeld en het aanbod is verder opgedroogd. Tegelijkertijd staan er door de verstedelijkingsopgave verschillende transformaties van bedrijventerreinen naar wonen op de planning. Dit wordt mede verklaard door provinciaal beleid waarin onder andere het binnenstedelijk bouwen van woningen is gestimuleerd. Per saldo dreigt hierdoor juist meer ruimte voor ‘werken’ te verdwijnen. Noodzaak voor actualisatie regionale bedrijventerreinenstrategie Binnen de regio Holland Rijnland staan overheid en bedrijfsleven voor de uitdaging om onze regionale economie vitaal en concurrerend te houden. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat met voldoende en toekomstbestendige bedrijventerreinen is daar onlosmakelijk aan verbonden. Kwalitatief goede locaties en een goed vestigingsklimaat voor de komende jaren, waardoor nieuwe en bestaande bedrijven, maakbedrijven, stadsverzorgende bedrijven, startups en scale ups kunnen groeien en zich kunnen ontwikkelen. In dit document wordt aangegeven welke regionale ruimtelijke strategie hiervoor wordt gehanteerd.

3

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

De provincie Zuid-Holland heeft eind 2021 aan de regio Holland Rijnland een uitvraag gedaan om tot één samenhangende regionale bedrijventerreinenstrategie te komen. Hierin moet de regio laten zien hoe zij 1) vraag en aanbod in balans brengen en 2) hoe de regio werkt aan een evenwichtige strategie om ruimte voor economie in de hele regio te faciliteren. De regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland fungeert als onderlegger voor programmeringsafspraken met de provincie als het gaat om het accommoderen van ruimte voor economie. Voorliggende regionale bedrijventerreinenstrategie is opgesteld op basis van de vereisten die de provincie heeft meegegeven eind 2021. Inmiddels is er een provinciale koerswijziging aanstaande door het Ruimtelijk Voorstel dat in maart 2024 is vastgesteld, zie onderstaand tekstkader.

Ruimtelijk Voorstel “Ruimtelijke koers voor Zuid-Holland” De provincie heeft in maart 2024 het Ruimtelijk Voorstel “Ruimtelijke koers voor Zuid-Holland” vastgesteld. Dit document duidt de nieuwe koers, en hiermee koerswijziging, voor de toekomstige verdeling van de ruimte in de provincie. Voor werken is de opgave om ruimte op werklocaties beter te benutten, zodat uitleg van werklocaties tot de vastgestelde 900 ha beperkt wordt en zo optimaal mogelijk gebruik wordt gemaakt van de ruimte. De al vastgestelde 3 halocaties voor werklocaties zijn in principe de maximaal beschikbare hectaren voor nieuwe uitleg. Deze koerswijziging heeft logischerwijs invloed op de zachte plannen die (nog) niet op de 3 ha kaart staan, op eventuele nieuwe ontwikkellocaties die momenteel nog niet bekend zijn en op eventuele beoogde transformatielocaties in de toekomst.

1.2 Afbakening en reikwijdte Wat verstaan we onder de regio Holland Rijnland? Holland Rijnland is een bestuurlijk samenwerkingsverband van dertien gemeenten: Alphen aan den Rijn, Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. Binnen de regio onderscheiden we drie subregio’s: Bollenstreek, Economie071 en de Rijn- en Veenstreek. Deze subregio’s worden ook gehanteerd in de provinciale behoefteraming bedrijventerreinen. Zie onderstaand figuur voor de afbakening van de regio Holland-Rijnland en de subregio’s.

4

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

Figuur 1: Regio Holland-Rijnland

Bron: Stec Groep (2024).

Naast deze regio-indeling kan binnen de regio Holland Rijnland ook onderscheid worden gemaakt in de Stedelijke As, het Groene Hart en de Duin- en Bollenstreek. Dit lichten we verder toe in paragraaf 2.1. Wat verstaan we onder ‘bedrijventerreinen’? Onder bedrijventerreinen verstaan we alle locaties in een omgevingsplan waaraan de functie bedrijf of bedrijventerrein is toegedeeld en activiteiten kunnen worden verricht als: handel, nijverheid, commerciële en niet-commerciële dienstverlening of industrie, met een bruto omvang van meer dan 1 hectare1. Deze definitie sluit aan bij de uitgangspunten die de provincie hanteert in haar provinciale behoefteraming bedrijventerreinen, provinciale bedrijventerreinenstrategie en omgevingsverordening. Voor terreinen kleiner dan 1 ha geldt dat eventuele transformatie(s) gemeld en gemonitord dienen te worden om te voorkomen dat er te veel areaal verdwijnt: vele kleine druppels vullen immers ook een emmer. Voorzieningencentra en winkelcentra in een woonomgeving bieden kansen in het kader van het voorzien in ruimtebehoefte (profielverbreding met een beperkte milieuzonering). Deze gebieden worden in de strategie echter ook buiten beschouwing gelaten, omdat ze veelal kleiner zijn dan 1 ha.

1.3 Leeswijzer Hoofdstuk twee bestaat uit een regiofoto. We zoomen in op het belang van bedrijventerreinen in de regio Holland Rijnland en de subregio’s. Ook bevat dit hoofdstuk de regionale vraagaanbodconfrontatie. In hoofdstuk drie wordt de regionale visie toegelicht. Vervolgens laat hoofdstuk vier de ruimtelijke strategie zien. Tot slot staan we in hoofdstuk vijf stil bij de regionale samenwerking en het vervolg.

1

Deze definitie sluit aan bij de Omgevingsverordening van de provincie Zuid-Holland.

5

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

2. Regiofoto Dit hoofdstuk beschrijft de ruimtelijk economische context voor de regionale bedrijventerreinenstrategie. We schetsen de belangrijkste kenmerken en het belang van de bedrijventerreinen in de regio Holland Rijnland.

2.1 Regio Holland Rijnland: Stedelijke As, Rijn- en Veenstreek en Duin- en Bollenstreek Begin 2024 heeft de regio Holland Rijnland de Regionale Investeringsagenda opgesteld. Hiermee wordt ingezet op de versterking van de regionale samenhang. Aan de hand van vier thema’s wordt ingezet op investeringen die randvoorwaardelijk zijn voor de ontwikkeling van de regio. Deze thema’s zijn: 1 Een bereikbare en verbonden regio 2 Een duurzame en energiezekere regio 3 Een economisch sterke en innovatieve regio 4 Een groene en klimaatbestendige regio In de Regionale Investeringsagenda wordt de projectenportefeuille 2024-2027 toegelicht. Als aanjager zorgt, begeleidt en ondersteunt de regio Holland Rijnland de gemeenten bij de uitvoering van de projecten op de agenda. Al de bovengenoemde thema’s zijn in zeker mate verbonden aan de bedrijventerreinen in de regio. In paragraaf 1.2 is toegelicht dat in de provinciale behoefteraming onderscheid wordt gemaakt in de drie subregio’s: Bollenstreek, Economie071 en de Rijn- en Veenstreek. Naast deze regioindeling kan binnen de regio Holland Rijnland onderscheid worden gemaakt in de Stedelijke As, het Groene Hart en de Duin- en Bollenstreek. De Regionale Investeringsagenda Holland Rijnland bevat een ‘position paper’ per deelgebied.

We lichten kort de kenmerken en ambities per deelgebied toe, waarbij we met name inzoomen op de betekenis hiervan op deze regionale bedrijventerreinenstrategie. Stedelijke As - Verstedelijken en vergroenen langs de Oude Rijn De Stedelijke As in Holland Rijnland wordt gevormd door de gemeenten Alphen aan den Rijn, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude. In de Stedelijke As maken de combinatie van groen, werk en stedelijke voorzieningen het een aantrekkelijk woon- en leefgebied. De ambitie is om een aantrekkelijke regio te blijven om te wonen, werken en bezoeken. Hiervoor moeten woningen gebouwd worden, het groene buitengebied versterkt worden en een aantrekkelijk vestigingsklimaat geboden worden voor bedrijven die passen in het economisch profiel van de regio en die werkbieden in de nabijheid van woningen. Cruciale randvoorwaarden hierbij zijn bereikbaarheid, een betrouwbaar energiesysteem en de ruimte voor bedrijvigheid. De ambitie voor de Stedelijke As is dat het toegroeit naar één samenhangend systeem, waarin de (circulaire) bedrijvigheid van Alphen aan den Rijn complementair is aan de kennisclusters rond Leiden, Katwijk en Noordwijk. Hierin is het behouden en vestigen van de juiste bedrijven op de

6

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

juiste plek én de onderlinge samenwerking bevorderen van cruciaal belang voor het versterken van het innovatieve karakter van de regio en de regionale werkgelegenheid. De regio wil de economische topsectoren verder versterken en onderling verbinden. Ook wil de regio het Leiden Bio Science Park en de NL Space Campus doorontwikkelen als innovatiedistrict. Naast de inzet op de topsectoren zet de regio in op de groei van de bedrijvigheid die de transitie naar een circulaire en duurzame economie mogelijk maakt. Hierbij wil de regio bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie zoveel mogelijk inzetten voor circulaire bedrijvigheid. De huidige schaarse ruimte voor hoge milieucategorieën moet zo optimaal mogelijk benut worden. Waar mogelijk wil de regio bedrijven met een lage milieucategorie buiten bedrijventerreinen combineren met andere functies als wonen. De regio zet zich in om naast het ontwikkelen van zachte plannen de bestaande bedrijventerreinen zo optimaal mogelijk te benutten, te verduurzamen en waar mogelijk de ruimte meervoudig te gebruiken. Groene Hart – Vitale landschappen, vitale kernen Een aanzienlijk deel van het Groene Hart wordt gevormd door de Holland Rijnland-gemeenten Kaag en Braassem, Nieuwkoop, Alphen aan den Rijn, Leiderdorp, Zoeterwoude en Teylingen.

Het Groene Hart wordt gekenmerkt door weelderige natuur en landschappen en is daarnaast volop in ontwikkeling. Er spelen grote opgaven rondom land- en tuinbouw, natuurontwikkeling, energie, bodemdaling en water. Deze opgaven bieden kansen voor natuur en recreatie, en hebben daarmee invloed op de leefbaarheid en (brede) welvaart in de hele Randstad. Tegelijkertijd is het van belang de regio niet alleen te zien als ‘tuin’ van de Randstad, maar vooral als leefomgeving van onze eigen inwoners. Ambitie is daarom het gebied voor hen economisch vitaal en leefbaar te houden, met goede voorzieningen, betrouwbare energie en bereikbare dorpen. Economisch gezien wordt de regio gekenmerkt door sterke tuinbouwclusters, een grote agrarische sector en een groot aantal midden- en kleinbedrijven. Ondernemerschap en verbondenheid met de omgeving is kenmerkend voor de regio. Dit uit zich in veel lokaal gewortelde familiebedrijven. De ambitie van de regio is om het Groene Hart toekomstbestendig te maken, met oog voor people, planet én profit. Nadruk ligt op het versterken van het landschap en de natuur, in lijn met de principes van bodem en water sturend. Tegelijkertijd wil de regio de vitale kernen en een vitaal bedrijfsleven behouden. De regio wil de hoge brede welvaart behouden. Dit uit zich, naast het koesteren van het landschap, in voldoende woningen en nabijheid van werkgelegenheid.

Het Groene Hart wordt niet gezien als ontwikkellocatie maar bouwt wel woningen voor de ‘eigen’ bevolkingsgroei. Ook is de ambitie het economisch profiel van de regio te versterken. Er wordt selectief met de ruimte omgegaan. De ruimte wordt specifiek ingezet voor de groei van lokaal gewortelde bedrijven, de recreatiesector en bedrijven die zich richten op verduurzaming en circulaire economie. Ook is het verbinden van onderwijs aan arbeidsmarkt voor toekomstbestendige bedrijvigheid en werkgelegenheid van groot belang. Conform de ambitie is de regio selectief met het toevoegen van bedrijvigheid. De regio richt zich – naast lokaal gewortelde bedrijvigheid – op kennis en bedrijvigheid gericht op verduurzaming. Goede ervaringen zijn opgedaan met het ‘Techniekhuis’ (Nieuwkoop). Ook wordt het ‘Energietransitiehuis’ (Alpen aan den Rijn) gerealiseerd waar leren, werken, innoveren, experimenteren en ondernemerschap rondom energietransitie samenkomen. Duin- en Bollenstreek – Holland op zijn best voor inwoners en bezoekers De Duin- en Bollenstreek wordt gekenmerkt door duinen, bollenvelden, molens, plassen en Hollandse dorpsgezichten. Het gebied bevindt zich grofweg tussen Haarlem en Leiden en biedt volop mogelijkheden voor natuur, recreatie en toerisme.

De druk van buiten is echter groot op het gebied: druk op de woningmarkt, druk op voorzieningen, druk op natuurwaarden en druk op landschap, en economie vanuit verduurzamingsopgaven op het gebied van energie en natuur. De regio kenmerkt zich als economisch vitaal, omdat de streek – naast toerisme – ook een sterk ontwikkelde kenniseconomie heeft rond de NL Space Campus en Unmanned Valley (drones en sensortechnologie) en rond het sterk innovatieve tuinbouwcluster.

7

8

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

De ambitie is om de sterke punten van het gebied te behouden en tegelijkertijd antwoord te bieden aan de opgaven waar het gebied voor staat. De regio wil landschap, economie en leefbaarheid in synergie met elkaar versterken. Hierbij is het van cruciaal belang dat de bereikbaarheid op orde is, zowel voor de bezoekers van buitenaf als voor de eigen inwoners. De regio wil de nabijheid van wonen en werken bevorderen en kennisuitwisseling stimuleren. Ook is een betrouwbare en duurzame energie-infrastructuur een belangrijke randvoorwaarde.

2.2 Bedrijventerreinen van cruciaal belang voor de regionale economie en werkgelegenheid Een derde van de werkgelegenheid bevindt zich op bedrijventerreinen In Holland Rijnland bevinden zich momenteel zo’n 110 bedrijventerreinen (IBIS, 2023). Deze terreinen hebben een gezamenlijke bruto oppervlakte van zo’n 1.760 hectare. De netto uitgegeven hectares hebben een omvang van zo’n 1.310 hectare. Zoomen we in op de subregio’s in Holland Rijnland dan constateren we dat bijna 40% van de netto uitgegeven hectares zich in de subregio Economie071 bevinden (circa 510 hectare). Zo’n 35% bevindt zich in de Rijn- en Veenstreek (circa 460 hectare netto) en ongeveer een kwart van het totaal aantal netto uitgegeven hectares bevindt zich in de Bollenstreek (circa 340 hectare). Deze terreinen zijn van groot belang voor de economie in de regio. In totaal huisvesten de bedrijventerreinen in Holland Rijnland zo’n 83.000 banen (LISA, 2021). Dit is een derde van de totale werkgelegenheid in de regio. Onderstaande tabel laat de verdeling van de werkgelegenheid naar subregio zien. Naast deze directe werkgelegenheid zorgen de bedrijven ook voor spin-off (en indirecte werkgelegenheid). Deze creatie van indirecte werkgelegenheid wordt ook wel de multiplier genoemd. Gemiddeld gezien is de multiplier in Holland Rijnland circa 1,5.

Dit betekent dat voor iedere baan op een bedrijventerrein, er 0,5 baan extra ‘gecreëerd’ wordt elders (grotendeels in de regio). Naar schatting gaat het om circa 41.000 ‘indirecte’ banen, direct gekoppeld aan bedrijven op bedrijventerreinen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan dienstverlening zoals catering, schoonmaak, accountancy, onderhoud of beveiliging. Inclusief indirecte banen schatten we dus dat circa 124.000 (bijna de helft) van alle banen in de regio samenhangt met activiteiten op de bedrijventerreinen in de regio. Deze cijfers komen overeen met het landelijk gemiddelde. Naast de belangrijke rol op het gebied van werkgelegenheid, vertegenwoordigen de bedrijventerreinen ook op het gebied van de bijdrage aan het Bruto Regionaal Product (BRP) een belangrijke rol. In totaal is de jaarlijkse toegevoegde waarde op de terreinen circa € 7,8 miljard. Hiermee dragen de bedrijventerreinen in Holland Rijnland bij aan bijna 40% van het totale BRP – in totaal circa € 20,1 miljard – binnen de regio. Onderstaande tabel laat de verdeling van de toegevoegde waarde per subregio zien.

Tabel 1: Economische waarde bedrijventerreinen

Holland Rijnland

Bollenstreek

Economie071

Areaal

Werkgelegenheid

Toegevoegde waarde

1.310 hectare

83.000 banen

€ 7,8 miljard

netto uitgegeven

op bedrijventerreinen

op bedrijventerreinen

340 hectare

18.000 banen

€ 2,0 miljard

(26% van totaal)

(22% van totaal)

(25% van totaal)

510 hectare

45.000 banen

€ 3,9 miljard

9

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

Rijn- en Veenstreek

(39% van totaal)

(54% van totaal)

(52% van totaal)

460 hectare

20.000 banen

€ 1,9 miljard

(35% van totaal)

(24% van totaal)

(23% van totaal)

Bron: IBIS (2023), LISA (2021), CBS (2021), bewerking Stec Groep (2024).

Economisch profiel verschilt sterk per subregio In alle drie de subregio’s leveren de sectoren die doorgaans gevestigd zijn op bedrijventerreinen een belangrijke bijdrage op het gebied van werkgelegenheid. Het gaat vooral om de sectoren ‘industrie’, ‘bouw, handel en reparatie’ en ‘logistiek en groothandel’. In de subregio Rijn- en Veenstreek gaat het om zo’n driekwart van de totale werkgelegenheid op bedrijventerreinen. Ook in de Bollenstreek is het aandeel banen sterk vertegenwoordigd. Daar bevindt ruim 60% van het totaal aantal banen op bedrijventerreinen zich in deze sectoren. In de subregio Economie071 is het aandeel banen in deze sectoren met zo’n 40% onder het regionale gemiddeld. In deze subregio valt vooral het relatief grote aandeel banen in de sector ‘overheid, zorg en onderwijs’ op. Dit wordt voor een groot deel verklaard door het bedrijventerrein Leiden Bio Science Park (LBSP). Hier bevinden zich bijna 19.000 banen2, ruim 40% van het totaal aantal banen op bedrijventerreinen in de regio Economie071. Deze werkgelegenheid is veelal gelieerd aan het Leids Universiteit Medisch Centrum (LUMC), R&D en productiebedrijven op LBSP, onderzoeks- en kennisinstellingen en onderwijsinstellingen op het LBSP. Ook valt het relatief grote aandeel banen in de sector ‘dienstverlening en ICT’ in de subregio Bollenstreek op.

Dit wordt naar verwachting verklaar doordat ESTEC gevestigd is op bedrijventerrein ‘Estec Space Business terrein’ in Noordwijk. De werkgelegenheid op het terrein bedraagt ongeveer 3.000 banen actief in de lucht- en ruimtevaartsector. Onderstaand figuur laat de sector verdeling van de werkgelegenheid op bedrijventerrein zien.

Figuur 2: Sectorverdeling werkgelegenheid op bedrijventerreinen 100% 90% 80% 70% 60% 50%

40% 30% 20% 10% 0% Bollenstreek

Economie071

Landbouw Bouw, handel en reparatie Consumentendiensten Overheid, zorg en onderwijs

Rijn- en Veenstreek

Holland Rijnland

Industrie Logistiek en groothandel Dienstverlening & ICT

Bron: LISA (2021), bewerking Stec Groep (2024).

2

Uit het onderzoek van Decisio (2020) komt naar voren dat er 21.000 banen zich bevinden op Leiden Bio Science Park. Het verschil in deze cijfers komt naar verwachting voort uit de gehanteerde afbakening van het terrein.

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

Met name de groep lager en middelbaar opgeleiden – ongeveer 55 à 60% van de regionale beroepsbevolking – vindt vaak werk op bedrijventerreinen. Daarnaast zitten op bedrijventerreinen veel erkende leerbedrijven, die een belangrijke bijdrage leveren aan het opleiden van de hard nodige vakmensen in de regio. Vaak gaat het om mensen uit de eigen gemeente of uit omliggende gemeenten die hun werk of stage in de buurt vinden. Het bedrijfsleven is dus onmisbaar voor de werkgelegenheid. Door bedrijven dichtbij te houden en aanwezig te maken in het straatbeeld blijven mensen zich bewust van waar hun producten vandaan komen, kunnen jongeren dichtbij huis kennis maken met de maakindustrie en daar stage lopen en blijft het belang van bedrijven voor de regionale economie letterlijk zichtbaar. Bedrijventerreinen vormen de ruimtelijke hotspots voor innovatie en economische groei Bedrijventerreinen bieden ruimte aan diverse activiteiten en sectoren. In de regio onderscheiden we ook specifieke clusters, zoals Greenports, Leiden Bio Science Park, Unmanned Valley in Katwijk en de NL Space Campus in Noordwijk. De clusters zijn sterk verbonden met en afhankelijk van hun toeleveranciers. Denk bijvoorbeeld aan de maakindustrie op bedrijventerreinen die levert aan het Leiden Bio Science Park.

Juist die combinatie van kennisclusters en bedrijvigheid, van handige handen en knappe koppen, zorgt voor de kracht van onze regionale economie. Bedrijven hebben vaak hun eigen redenen om gevestigd te zijn op bedrijventerreinen. Denk bijvoorbeeld aan het niet tot overlast zijn voor een woonomgeving, de bereikbaarheid en de ontsluiting van het terrein, de mogelijkheden tot samenwerking met gelijkgestemden of de mogelijke ruimte voor groei.

2.3 Vraag-aanbodconfrontatie laat krapte zien In Holland-Rijnland behoefte aan maximaal 101 hectare netto t/m 2030 Deze krapte wordt bevestigd in de behoefteraming bedrijventerreinen die in november 2021 door de provincie Zuid-Holland is opgesteld. Op basis van deze prognose brengen we de verwachte behoefte aan bedrijventerreinen in Holland-Rijnland de periode 2021 tot en met 2030 en 2040 in beeld. In bijlage A wordt de vertaling van de provinciale prognose uitgebreid toegelicht. In de behoefteraming wordt de uitbreidingsvraag in Holland Rijnland in de periode 2021 tot en met 2030 geraamd op circa 51 tot 111 hectare netto. Daarnaast verwachten we als gevolg van transformaties van bestaande bedrijventerreinen een vervangingsvraag van maximaal circa 28 hectare netto. Hiermee komt de totale ruimtevraag in de periode 2021 tot en met 2030 op zo’n 79 tot 139 hectare netto. Daar staat een beperkt planaanbod tegenover. Momenteel bestaat het harde planaanbod uit zo’n 38 hectare netto. Hiermee resteert in de periode tot en met 2030 een totale behoefte (totale ruimtevraag – hard planaanbod) van 41 tot 101 hectare netto. In de regio zijn daarnaast verschillende plannen om nieuwe bedrijventerreinen te ontwikkelen en deels in deze behoefte te voorzien. In totaal gaat het om zo’n 83 hectare netto (met provinciaal akkoord).

Wanneer al deze plannen gerealiseerd worden, resteert een aanvullende behoefte van maximaal 18 hectare in het WLO-hoog scenario in de periode tot en met 2030. Onderstaand figuur laat de vraag-aanbodconfrontatie in Holland-Rijnland zien. Het is van belang dat zachte planlocaties hard gemaakt worden om concreet in de behoefte te kunnen voorzien. Belangrijk aandachtspunt hierbij zijn de huidige belemmeringen (netcongestie, beschikbaarheid van locaties, personeel, etc.) en de korte termijn tot 2030 voor planontwikkeling. Ook geven we een doorkijk naar de periode tot en met 2040, onder andere gezien de relatief korte termijn tot 2030. Met deze doorkijk brengen we de vraag-aanbodconfrontatie over een langere periode in beeld wat zeker ook voor ondernemers van cruciaal belang is voor lange termijninvesteringen. Te zien is dat de bandbreedte van de uitbreidingsvraag fors groter is wanneer we kijken naar de periode 2021 tot en met 2040 (40 tot 173 hectare). Dit komt doordat in de periode 2031 tot en met 2040 de uitbreidingsvraag in de provinciale prognose geraamd is op

10

11

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

-11 tot 62 hectare netto in de regio Holland Rijnland. De onderkant van de bandbreedte (WLO laag) gaat dus uit van een negatieve uitbreidingsvraag. Dat betekent in de praktijk dat de raming ervan uit gaat dat er plekken vrij zullen vallen; de voorraad in gebruik zal krimpen. Of dit ook daadwerkelijk op gaat treden is hoogst onzeker. Wel geeft de raming duidelijk aan dat de uitbreidingsvraag in de periode na 2030 in het WLO laag scenario beperkt is. Voornaamste oorzaak is het uitgangspunt dat de beroepsbevolking, en daarmee de werkgelegenheid, na 2030 af zal nemen. Aan de bovenkant van de bandbreedte (WLO hoog) wordt juist een forse toename van de uitbreidingsvraag verwacht. Tot slot wordt in de provinciale prognose geconcludeerd dat gezien de krapte die zich in de regio Holland Rijnland al enkele jaren voordoet (beperkt aanbod dat aansluit op de vraag en daardoor mogelijk sprake van ‘uitgestelde’ vraag), de verwachte trends in werkgelegenheidsontwikkeling en terreinquotiënt en de plannen voor transformatie het aannemelijk is dat de ruimtevraag zich richting de bovenkant van de bandbreedte bevindt. Let wel: dat is bij ongewijzigd beleid en met de ambitie om alle ruimtevraag te willen blijven huisvesten. Tegelijkertijd wordt geconcludeerd dat het in de regio überhaupt lastig is om ruimte voor bedrijven beschikbaar te krijgen en te houden.

De druk op de ruimte is groot, ook vanuit andere functies. Dit roept de vraag op in hoeverre de bovenkant van de bandbreedte ook écht realiseerbaar is. In de context van HollandRijnland is juist ook extra inzet nodig op zorgvuldig en intensief ruimtegebruik, extra inspanning nodig op herstructurering (waar de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij [ROM] mogelijk een rol in kan spelen, zie paragraaf 5.2) en waar nodig wellicht selectiviteit in vestigingsbeleid. Dit heeft een drukkend effect op de ruimtevraag in hectares, maar kan wel zorgen dat meer bedrijven met ruimtevraag ook bediend worden.

Figuur 3: Vraag-aanbodconfrontatie Holland-Rijnland in de periode 2021 t/m 2030 en in de periode 2021 t/m 2040 250 200

28

150

28

100 50 0

173

28

111

51 WLO laag

WLO hoog

28 40

Uitbreidingsvraag

38

WLO laag

2021 t/m 2030

WLO hoog

2021 t/m 2040 Vervangingsvraag

83

Hard aanbod

Planaanbod Zacht aanbod

Bron: Behoefteraming bedrijventerreinen Zuid-Holland, Stec Groep (2021), inventarisatie gemeenten HollandRijnland & provincie Zuid-Holland (2023/2024), bewerking Stec Groep (2024).

In hoofdstuk 4 (ruimtelijke strategie) zoomen we verder in op de kwantitatieve en kwalitatieve vraag-aanbodconfrontatie per subregio.

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

Krapte op de bedrijventerreinenmarkt sterk gevoeld door lokale ondernemers In het kader van deze Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland is binnen de Rijn- en Veenstreek gesproken met verschillende vertegenwoordigers van ondernemers (o.a. ondernemersverenigingen) in de gemeenten Nieuwkoop, Kaag en Braassem en Alphen aan den Rijn. Uit deze inventarisatie kwam duidelijk het signaal om snel zachte plannen voor bedrijventerreinontwikkeling hard te maken. Er moet meer schuifruimte zijn om ook andere ontwikkelingen tot stand te brengen. Voorzien in extra ruimte is de crux in veel verschillende opgaven, niet alleen om ruimte te bieden aan groeiende lokale bedrijvigheid maar ook om stappen te zetten op kwaliteitsverbetering op de huidige bestaande bedrijventerreinen. Met name in de gemeenten Nieuwkoop en Kaag en Braassem kenmerkt de huidige bedrijvigheid zich door sterk gemeentelijk of zelfs kerngebonden te zijn. Aandachtspunt is dus dat het te realiseren aanbod – waar mogelijk – geografisch gezien aan moet sluiten bij de behoefte van lokale ondernemers. In de Economie071-gemeente is in het kader van de actualisatie van de Bedrijventerreinenstrategie Economie071 gesproken met vertegenwoordigers van ondernemers (parkmanagers van verschillende bedrijventerreinen en VNO-NCW Rijnland) binnen de subregio.

Ook uit deze inventarisatie volgde dat het lokaal op verschillende plekken knelt. Er is nauwelijks aanbod en veel vraag vanuit ondernemers in de regio. Dit beperkte aanbod speelt in de Leidse regio al langere tijd waardoor mogelijk de geraamde vraag zelfs deels onderschat wordt. Ook zijn er zorgen om de stapeling van ruimteclaims en de beperkte beschikbare ruimte in de regio. Door de vertegenwoordiging van ondernemers wordt tevens aangegeven dat duidelijkheid omtrent ontwikkelingen van groot belang is. Ook wordt gesteld dat een deel van de huidige bedrijventerreinen ook beter en optimaler benut kan worden waardoor extra ruimte voor economie ontstaat. Bij de transitie naar toekomstbestendige bedrijventerreinen is het incorporeren van klimaatadaptatie, vergroening, een toekomstbestendige energie-infrastructuur en de interactie van het onderwijs van groot belang. Tot slot wordt benadrukt dat de bedrijventerreinen in de regio een fors maatschappelijk belang dienen en de meerwaarde hiervan meer erkenning en waardering verdient. Ook in het kader van de Bedrijventerreinenstrategie Bollenstreek zijn ondernemers actief betrokken tijdens het proces. De vertegenwoordigers van ondernemers benadrukten dat de krapte op de bedrijventerreinenmarkt sterk gevoeld wordt door de lokale ondernemers.

Er is behoefte aan concreet aanvullend aanbod om in de ruimtevraag vanuit de verschillende gemeenten te voorzien.

12

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

3. Regionale visie Dit hoofdstuk schets het toekomstbeeld voor de bedrijventerreinen in de regio Holland Rijnland. De drie doelstellingen in de regionale visie luiden: • Streven naar balans in vraag en aanbod • Optimale benutting van de schaarse ruimte in onze regio • Toekomstbestendige bestaande en nieuwe bedrijventerreinen

3.1 Streven naar balans in vraag en aanbod In de regio Holland Rijnland staan we voor uiteenlopende en uitdagende opgaven op het gebied van woningbouw, economie, natuur, klimaat, bereikbaarheid en duurzame energie. De regio moet slimme keuzes maken om de schaarse ruimte zo optimaal mogelijk te benutten. We streven naar een evenwichtige woon-werkbalans. Gezien de verstedelijkingsopgave waar we als regio voor staan en de schaarse beschikbare ruimte is het van cruciaal belang om onze regionale economie vitaal en concurrerend te houden. We streven naar een regio waar gewoond én gewerkt kan worden. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat met voldoende en toekomstbestendige bedrijventerreinen is daar onlosmakelijk aan verbonden. In hoofdstuk 2 is toegelicht wat het belang is van bedrijventerreinen en het beschikken over zowel kwantitatieve als kwalitatiev e (groei)ruimte voor bedrijven. We willen ruimte voor het lokaal gewortelde mkb-bedrijf dat wil groeien, het leerbedrijf dat onze jongeren opleidt tot vakmensen, het bouwbedrijf dat hard nodig is om in de gemeentelijke woningbouwopgave te voorzien, het logistieke depot vanwaar onze pakketjes worden gedistribueerd, en het innovatieve bedrijf dat onze regio als kennisregio versterkt en op de kaart zet. Kortom, de ruimtevraag is divers.

Binnen deze doelstelling zoomen we specifiek in op de volgende thema’s: ‘Faciliteren autonome uitbreidingsvraag’ en ‘Transformatie en compensatie’. Faciliteren autonome uitbreidingsvraag We streven naar een marktevenwicht in vraag en aanbod waarbij onze ambitie is om zoveel mogelijk ruimtevraag via beter benutten en nieuwe ontwikkelingen te faciliteren. We zijn ons daarbij bewust van de huidige belemmeringen (netcongestie, beschikbaarheid van locaties, personeel, etc.) en de korte termijn tot 2030 voor planontwikkeling. De Stedelijke As (zoals toegelicht in paragraaf 2.1) en enkele individuele gemeenten (zoals Nieuwkoop en Kaag en Braassem) hebben daarbij de ambitie zoveel mogelijk de ruimtevraag aan de bovenkant van de bandbreedte te faciliteren. Deze groeiambitie is in lijn met de verstedelijkingsstrategie met daarin de stevige toename van het aantal woningen in de Stedelijke As. De Stedelijk As vormt de economische motor van de regio Holland Rijnland. Vanuit brede welvaart en leefbaarheid is het gewenst om banen in de nabijheid in de Stedelijke As te realiseren om mobiliteitsbewegingen in en uit de regio te verminderen.

Voor de gemeenten in de Bollenstreek is het uitgangspunt om de daadwerkelijke behoefte door transformaties, de benodigde schuifruimte voor het toekomstbestendig maken van bestaande bedrijventerreinen en een kleine groei als tegenwicht voor de woon-werkbalans te faciliteren. Daarbij vormen in deze subregio de nu bekende zoekgebieden de grenzen van de groei. In de gehele regio Holland Rijnland vormt de onderkant van de bandbreedte van de geraamde ruimtevraag de kritieke ondergrens. Zeker gezien het behoud van een acceptabele woon-werkbalans in de regio.

13

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

Transformatie en compensatie Zoals al eerder gesteld is de druk op de ruimte enorm. Mede door de grote woningbouwopgave wordt ook naar een aantal bedrijventerreinen gekeken voor (gedeeltelijke) transformatie naar gemengde woon-werkgebieden of volledige woongebieden. Dit zijn vaak locaties met een gunstige ligging ten opzichte van het stedelijk weefsel, water en/of bereikbaarheid. Ook in provinciaal beleid wordt onder andere het binnenstedelijk bouwen van woningen gestimuleerd waardoor de druk op de ruimte mede is toegenomen. We streven in de regio naar een gezonde balans tussen wonen en werken. In dat kader zetten we in op het zoveel mogelijk behouden van het huidige bedrijventerreinareaal. We zorgen daarom bij een transformatie voor een compensatielocatie. Om de regels omtrent compensatie in de praktijk werkbaar te maken en duidelijkheid te bieden, sluiten we als regio aan bij de compensatieregels van de provincie ZuidHolland: • We streven naar het planologisch compenseren bij transformaties. • Wanneer hier geen mogelijkheden voor gevonden worden, is het feitelijk compenseren van de verloren gegane ruimte voor bedrijfsbestemmingen bij transformaties de ondergrens. • We monitoren de transformaties zodat we zicht houden op welke verloren gegane ruimte per milieucategorie op welke locaties zijn/worden gecompenseerd.

In aanvulling op bovenstaande afspraken omtrent het in de praktijk werkbaar maken van de compensatieregels, voegen we specifiek maatwerk toe voor huidige ondernemers. We streven het uitgangspunt na dat zij terug kunnen keren op de compensatielocatie.

Planologisch compenseren, feitelijk compenseren en maatwerk •

•

Planologisch compenseren Compenseren van hectares bedrijventerrein als gevolg van transformatie vindt plaats op basis van netto planologisch bestemd oppervlak (zoals geborgd in het omgevingsplan). Voorafgaand aan de daadwerkelijke transformatie dient zekerheid te zijn over de compensatie. Bestaande bedrijven worden niet actief uitgeplaatst en mogen gevestigd blijven tot compensatie van type bedrijvigheid kwalitatief (milieucategorie) en kwantitatief (hectare) mogelijk is. Bij de keuze voor een compensatielocatie geldt het principe juiste bedrijf op de juiste plek. Dat kan binnen de eigen gemeente zijn of in de (sub)regio. De planologische compensatie bestaat uit de omvang in hectares per milieucategorie zoals die in de transformatielocatie tot op heden planologisch beschikbaar is. Feitelijk compenseren De provincie Zuid-Holland staat ook feitelijk compenseren toe: kwalitatief compenseren van vierkante meter bedrijventerrein op basis van het huidige gebruik in plaats van de planologische bestemming – mits vraag en aanbod van bedrijventerreinen regionaal in balans blijven. Compensatie van planologische ruimte is niet langer het uitgangspunt, maar vraag en aanbod in balans brengen c.q. houden. Dit betekent dus dat het feitelijk gebruik in milieucategorie en oppervlakte gecompenseerd moet worden.

Compensatie van gebruikte ruimte en vierkante meter voor vierkante meter is mogelijk mits door middel van heldere afspraken wordt voldaan aan balans in vraag en aanbod. We bewaken als regio dat de compenserende ruimte daadwerkelijk functioneel toereikend is. Op die manier compenseren we op een meer realistische en praktische manier. Wel behouden we de regel dat we iedere milieucategorie compenseren, niet alleen de hogere (vanaf 3.1) categorieën. De beschikbaarheid van gelijke hoeveelheid ruimte per toegestane milieucategorie blijft daarbij essentieel met name voor de hogere milieucategorieën, omdat hier sprake is van schaarste in het aanbod tegenover een grote behoefte aan ruimte.

14

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

•

Maatwerkoplossingen Wanneer blijkt dat de nieuwe planologische bestemming nog niet gerealiseerd is, kan onderzocht worden of een tijdelijke maatwerkoplossing uitkomst kan bieden. Maatwerk betekent dat een concrete oplossing in zicht moet zijn om bedrijven te huisvesten. Ondernemers worden daarmee geholpen om de bedrijfsvoering voort te zetten. Ook hier geldt dat het aanbod van bedrijventerreinen op lange termijn regionaal ook planologisch in balans moet blijven. Als nog geen planologische compensatie in zicht is (door mismatch in tijd) kan een feitelijke compensatie of een maatwerkoplossing op kortere termijn uitkomst bieden. De compensatie hoeft niet per se in de eigen gemeente plaats te vinden, maar wel binnen de regio. Feitelijk compenseren is wel de ondergrens. Op lange termijn moet gezocht worden naar planologische compensatie om een kwantitatief en kwalitatief evenwicht in vraag en aanbod van bedrijventerreinen op regionaal niveau te houden. Daarom monitoren we de planologisch verloren gegane ruimte, mogelijk in de regionale monitor.

3.2 Optimale benutting van de schaarse ruimte in onze regio Zoals ook toegelicht in het Werkprogramma Holland Rijnland (2023) en de Regionale Investeringsagenda (2024) moeten we slim omgaan met de ruimte. De druk op de ruimte is groot en de ruimte is schaars. De geraamde ruimtevraag naar bedrijventerreinen overstijgt het aanbod. Daarnaast zijn er veel andere functies – zoals woningbouw, energietransitie, landbouw en natuur – die ruimte claimen. Deze stapeling van ruimteclaims en het ontbreken van voldoende uitbreidingsmogelijkheden maken het onvermijdelijk om de bestaande bedrijventerreinen te optimaliseren. Het beter benutten van bestaande plekken wordt dan ook een belangrijk onderdeel van het Programma Werklocaties en de beoogde nieuwe Nota Ruimte van het Rijk. Het realiseren van ruimtewinst in de bestaande voorraad om een deel van de ruimtevraag te faciliteren is haalbaar. Dit vergt echter inzet, zowel in middelen als in tijd. Ook bij nieuwe ontwikkelingen zijn we ons bewust van het belang van een zo optimaal mogelijke benutting van de ruimte. Binnen deze doelstelling zoomen we specifiek in op de volgende thema’s: ‘Beter benutten van bedrijventerreinen’ en ‘Juiste bedrijf op de juiste plek’.

Beter benutten van bedrijventerreinen We willen de ruimte op bedrijventerreinen zo optimaal en intensief mogelijk benutten, zoals onder andere ook geformuleerd in de regionale ambities in de Regionale Investeringsagenda (zie paragraaf 2.1). Dit betekent dat we als regio actief aan de slag gaan om de bedrijventerreinen binnen de planologische kaders zo efficiënt mogelijk te gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan het benutten van de maximale bouwhoogte en het maximale bouwvlak. Of denk aan parkeeroplossingen onder de grond, op de daken of op een centrale locaties. Ook meervoudig ruimtegebruik kan bijdragen aan een zo optimaal en intensief mogelijke benutting van de ruimte. We zijn ons bewust van het feit dat ruimtewinst door beter benutten op bestaande bedrijventerreinen een traject van lange adem kan zijn. Ook neemt de financiële complexiteit toe door de beperkte beschikbaarheid van budgetten bij gemeenten om bedrijven actief te verplaatsen of uit te kopen. Op dit moment is vooral inzicht in het feitelijk gebruik nodig. Als regio spreken we het volgende af: • We inventariseren de mogelijkheden voor het potentieel beter benutten van de ruimte op bestaande bedrijventerreinen3, zoals de mogelijkheden in de bouwhoogte, het bouwvlak en meervoudig ruimtegebruik.

Mogelijk kan deze inventarisatie in combinatie met de inventarisatie naar de potentie voor het economisch beter benutten (juiste bedrijf op de juiste 3

Deze inventarisatie vindt plaats op de terreinen waarvan we als regio verwachten dat de ruimte optimaler benut kan worden. Criteria om deze terreinen te selecteren kunnen bijvoorbeeld een minimaal aantal netto uitgegeven hectares of start uitgifte voor een bepaald jaartal (waardoor de jongste terreinen niet meegenomen) zijn.

15

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

•

plek) van bestaande bedrijven terreinen plaatsvinden. We betrekken ondernemers hier actief bij. Ook geven we in deze inventarisatie inzicht in in te zetten instrumentarium om ook echt stappen te kunnen zetten op het gebied van beter benutten. Inzetten op herontwikkeling van leegstaand en/of verouderdere (delen van) bedrijventerreinen. We zien hier potentieel een actieve rol voor de Regionale Ontwikkelingsmaatschappij (ROM), dit lichten we verder toe in paragraaf 5.2.

Juiste bedrijf op de juiste plek Een cruciaal onderdeel van de optimale benutting van bedrijventerreinen is het principe juiste bedrijf op de juiste plek. Dit houdt onder andere in dat we streven naar een optimale benutting van de milieuruimte die planologisch geboden wordt, zoals onder andere ook geformuleerd in de regionale ambities in de Regionale Investeringsagenda (zie paragraaf 2.1). Zo wordt deze milieuruimte ook alleen gebruikt door bedrijven die deze ruimte écht nodig hebben. Daarnaast kan juist het mengen van functies ook bijdragen aan het efficiënt benutten van de bestaande ruimte. Denk hier bijvoorbeeld aan het creëren van ruimte voor bedrijven met een beperkte milieuruimte in gebieden waar nu primair gewoond wordt. Als regio spreken we het volgende af: • We inventariseren de potentie voor het economisch beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen4. We brengen hiervoor het feitelijk gebruik op bedrijventerreinen in kaart. Zoals genoemd kan de inventarisatie mogelijk gecombineerd worden met het onderzoek naar de potentie voor het ruimtelijk beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen. We vinden het belangrijk ondernemers hier actief bij te betrekken. Ook geven we in deze inventarisatie inzicht in in te zetten instrumentarium om ook echt stappen te kunnen zetten op het gebied van beter benutten.

Ruimte voor HMC en watergebonden bedrijvigheid De beschikbare ruimte voor hogere milieucategorieën (vanaf milieucategorie 4.1) en watergebonden bedrijvigheid5 is beperkt. De regio onderschrijft het belang van het behoud van voldoende ruimte voor hogere milieucategorieën en watergebonden bedrijvigheid, zeker in relatie tot de transitie van een lineaire naar een circulaire economie (zie ook onderstaand tekstkader). De regio wil de ruimtevraag binnen deze segmenten zoveel mogelijk faciliteren door het optimaler benutten van de huidige locaties die beschikken over deze unieke locatiekenmerken. Dit is onder andere van groot belang omdat bedrijven met een hogere milieuruimte moeilijker kunnen verplaatsen door bijvoorbeeld fabrieksinstallaties. De regiogemeenten zetten zich daarom actief in om de bestaande bedrijventerreinen die beschikken over deze unieke kwalitatieve kenmerken beter te benutten. Dit is uiteraard enkel mogelijk als de voorwaarden (o.a. bevaarbaarheid en bereikbaarheid) toereikend zijn. Concreet gaan we als regio: • Stimuleren van het optimaal benutten van bedrijventerreinen waar momenteel de milieuruimte voor hogere milieucategorieën al geboden worden. • Nieuwe bedrijventerreinen met milieuruimte voor hogere milieucategorieën waar mogelijk uitgeven aan bedrijven die deze milieuruimte benutten.

• Waar mogelijk stimuleren op het inzetten van het gebruik van bijvoorbeeld technologische middelen, bouwvoorschriften en beschikbare technieken bij bedrijven met als doel hinder te verminderen. Zo kunnen bedrijven mogelijk ingepast worden met een lagere milieuruimte. • Stimuleren van het optimaal benutten van watergebonden bedrijfskavels door bedrijven die het water daadwerkelijk benutten voor hun bedrijfsactiviteiten. Specifiek dient de potentie voor watergebonden bedrijvigheid op bedrijventerrein Hoogewaard nog verbeterd te worden. Dit kan onder andere door een door de provincie nog aan te leggen laad- en loswal te realiseren die voor gebruik door watergebonden bedrijven onder voorwaarden beschikbaar

4 5

Ook hiervoor geldt dat deze inventarisatie plaatsvindt op een selectie van terreinen in de regio, zie voetnoot 2.

De provincie hanteert voor het begrip ‘watergebonden’ de volgende definitie: “Een (deel van een) bedrijventerrein dat aan vaarwater ligt met een vaarklasse van II of hoger met een: haven, kade, drijvende laad- en losinstallatie of scheepshelling of -dok, beperkt tot de aan de laad- en losvoorziening liggende kavel”.

16

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

wordt gesteld. Ook kunnen potentieel de bestaande laad- en loswallen in de Zijl, Oude Rijn (bij de Waard) en de Vliet nabij de Rooseveltstraat/Trekvliet beter benut worden.

Ruimtelijke strategie circulair Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland wil in 2050 volledig circulair zijn. In de ruimtelijke strategie circulair ZuidHolland (2022) wordt de route naar deze circulaire samenleving en de consequenties hiervan voor de openbare ruimte geschetst. De ruimte in de provincie is schaars maar hard nodig voor circulaire bedrijven en initiatieven. Het vergt inspanning om een leefomgeving te creëren waar in de toekomst met plezier gewoond, gewerkt en geleefd kan worden. Daarom bevat de strategie een gereedschapskist om de ruimtelijke inrichting van Zuid-Holland dusdanig aan te passen om de transitie naar een circulaire samenleving voor elkaar te krijgen. De ruimtelijke strategie bouwt voort op drie pijlers: 1 De circulaire hoofdstructuur opbouwen en versterken. Het gaat hierbij om het versterken van essentiële ruimtelijke randvoorwaarden. Denk aan een gezond circulair bodem- en watersysteem en een duurzaam energiesysteem. 2 Om van lineaire productieketens circulaire kringlopen te maken zijn ruimtelijke schakels nodig. Denk bijvoorbeeld aan bouwhubs waar logistieke stromen van grondstoffen worden samengebracht, opgeslagen, uitgewissel en verder gedistribueerd. 3 Om circulaire kansen te realiseren moet gebiedsgericht samengewerkt worden in circulaire arena’s. Elk gebied in de provincie heeft haar eigen circulaire kansen en opgaven.

Denk bijvoorbeeld aan: het stedelijk gebied, de Zuid-Hollandse Delta, het havenindustrieel complex, de Greenports en de Veenweide gebieden. We zoomen verder in op de tweede pijler. In de ruimtelijke strategie worden vier verschillende soorten ruimte onderscheiden: 1) oogstruimte (circulaire brongebieden) voor het winnen of oogsten van primaire (biobased) grondstoffen en secundaire materialen als input voor ketens, 2) logistieke ruimte (circulaire knooppunten) waar logistieke stromen van primaire en secundaire grondstoffen worden samengebracht, opgeslagen, uitgewisseld en verder gedistribueerd langs ketens, 3) productie - en verwerkingsruimte (circulaire vervaardigingsgebieden) waar productie, verwerking en verwaarding van grondstoffen, materialen, halffabricaten en producten plaatsvinden en 4) gebruiksruimte (circulaire consumptiegebieden) waar de consumptie van ketens plaatsvindt. Per gebiedstype verschillen de ruimtelijke schakels in omvang en schaal. Circulaire verschijningsvormen gaan van XXS (thuis scheiden van afval) tot XXL (groot productielandschap). Een deel van deze circulaire verschijningsvormen zal op bedrijventerreinen gevestigd moeten worden. De concrete ruimtelijke impact van de transitie naar een circulaire samenleving is lastig uit te drukken in hectares bedrijventerreinen.

Het is in ieder geval van cruciaal belang dat de bestaande bedrijventerreinen zo goed mogelijk benut worden, zowel in ruimtelijke zin (intensiveringspotentie) als in economische zin (juiste bedrijf op de juiste plek). Aanvullende ruimtevraag vanuit de transitie naar een circulaire samenleving kan gezien worden als additionele ruimtevraag. Dit lichten we verder toe in bijlage A.3. Specifiek in de regio speelt het ‘Doorbraakproject Grondstoffenketens op basis van organische reststromen in Rijnland’. Het gaat om een circulaire keten die bermmaaisel uit en in Rijnland verzamelt en op industriële schaal opwekt tot grondstoffen voor bodem, bouw en buitenruimte. Er is ruimte nodig om deze hub te realiseren. Het benodigde terrein is op te splitsen in twee delen: 1) verwerkings en productielocatie en 2) opslagcapaciteit. Voor beide locaties is een oppervlakte van minimaal 4 hectare nodig. Specifiek voor de productie- en verwerkingslocatie is tevens een milieuruimte tot minimaal categorie 4.2 nodig. Ook is een goede ontsluiting en bereikbaarheid van groot belang. Momenteel is er nog geen locatie op het oog om in deze ruimtevraag te voorzien.

17

18

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

Ruimte voor toplocaties Zoals ook toegelicht in de Regionale Investeringsagenda heeft de regio Holland Rijnland veel potentie om een echte kennisregio te worden. Zo beschikt de regio over het Leiden Bio Science Park, Unmanned Valley en de NL Space Campus. Naar verwachting zullen de campussen de komende jaren doorgroeien, onder andere door de internationale concurrentiepositie. Inmiddels is sprake van een kennis en innovatie-as Rotterdam-Delft-Katwijk-Noordwijk-Leiden. Deze kennisas vormt de basis voor een internationaal ecosysteem van kennisintensieve bedrijvigheid. In de Regionale Investeringsagenda wordt gesteld dat de overheid, het onderwijs en het bedrijfsleven nog onvoldoende samenwerken. Er is een breed scala aan uiteenlopen midden- en kleinbedrijven actief in de regio. De verschillende partijen weten elkaar alleen vaak nog niet te vinden. Ook sluiten vraag en aanbod op de arbeidsmarkt niet optimaal op elkaar aan. Als regio HollandRijnland willen daarom de kennisinstellingen en uitvoerende partijen in de regio meer met elkaar verbinden. Als regio spreken we het volgende af: • Stimuleren de verdere campus- en clustervorming in de regio ter versterking van de kennis en innovatie-as. • In lijn met de Regionale Investeringsagenda willen we kennisinstellingen en uitvoerende partijen meer met elkaar verbinden middels een fonds.

Met dit fonds investeren we in human capital en helpen we het midden- en kleinbedrijf met innoveren. Grootschalige ruimtevragers In de provinciale prognose wordt onder andere de vraag geraamd naar het werkmilieu ‘grootschalige distributie’ (groter dan 3 ha). In de regio Holland Rijnland wordt zo’n 30% van de totale ruimtevraag geraamd binnen dit werkmilieu. Een deel van de bedrijven met een ruimtevraag in dit werkmilieu draagt minimaal bij aan de brede welvaart in de regio en heeft daarbij een onevenredig grote impact op de ruimte in de regio. Aan de andere kant komt ook een groot deel van de ruimtevraag in dit werkmilieu voort uit (doorgroeiende) bedrijven die momenteel al in de regio gevestigd zijn en een regionale functie vervullen. Denk aan logistiek die is verbonden aan productiebedrijven in de regio en logistiek die de retail en consumentenmarkt in de regio bedient. Denk hierbij ook aan hubs voor stadslogistiek 6. De vraag naar dit soort plekken groeit door de groeiende bevolking in de regio en de toename van kleine leveringen met korte doorlooptijden. Daar komt de invoering van Zero Emissie (ZE) zones 7 bij. Hierdoor is er meer behoefte aan logistieke overslagcentra net buiten de stedelijke gebieden, om zo vervoersbewegingen te verduurzamen en de leefbaarheid in de regio te vergroten.

Als regio spreken we het volgende af: • We bieden ruimte aan bestaande bedrijvigheid in dit type werkmilieu, maar nieuwe bedrijven in deze categorie afkomstig van buiten de regio zullen we niet actief faciliteren. 3F

3.3 Toekomstbestendige bestaande en nieuwe bedrijventerreinen Naast het zo optimaal mogelijk benutten van de ruimte, zijn de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid belangrijke componenten van de toekomstbestendigheid van onze bedrijventerreinen. Om onze bestaande en nieuwe bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken zoomen we in op: organisatiegraad, groene en klimaatadaptieve bedrijventerreinen en de energietransitie. Organisatiegraad Georganiseerde ondernemers bereiken meer, hebben over het algemeen meer slagkracht voor collectieve voorzieningen, collectieve investeringen in bijvoorbeeld verduurzamen, vergroenen of 6

Deze kunnen overigens ook kleiner zijn dan 3 ha waardoor ze qua omvang passen in het reguliere werkmilieu Vanaf 2025 mogen gemeenten een stadsgebied aanwijzen waar geen vervuilende bestelbussen en vrachtwagens mogen rijden; een Zero Emissie (ZE) zone. 7

19

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

de algemene uitstraling van een terrein te verbeteren. Ook draagt een collectief bij aan het elkaar versterken met ideeën en innovaties. Een hogere organisatiegraad vereenvoudigt communicatie tussen ondernemers onderling en tussen gemeente en ondernemers. Het belang van samenwerking en organisatiegraad is onlangs ook nog extra onderstreept in het advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur: kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Als regio spreken we het volgende af: • We stimuleren de invoering, verhoging en/of verdere professionalisering van de organisatiegraad op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. Daarbij benutten we de hulp die de provincie Zuid-Holland hierbij aanbiedt, zoals de inzet van ambassadeurs (zie link) . (.

Groene en klimaatadaptieve bedrijventerreinen Het gros van de bestaande bedrijventerreinen is relatief versteend. In het geval er groen aanwezig is op een terrein, bevindt dit zich vaak op gemeentegrond (in de openbare ruimte). Relatief weinig ondernemers zijn actief bezig met de aanwezigheid en kwaliteit van de groenvoorziening op hun eigen kavel. Hittestress beïnvloedt de locatiewaarde van een gebied in negatieve zin. Het heeft een negatieve impact op de gezondheid van mensen, leefbaarheid van de omgeving, comfort in gebouwen en ook de arbeidsproductiviteit. Het ‘vergroenen’ van de bedrijventerreinen draagt niet alleen bij aan een betere klimaatadaptatie en biodiversiteit, ook de aantrekkelijkheid van de terreinen als werklocatie wordt verhoogd. Werknemers voelen zich daarnaast ook prettiger in een aantrekkelijke groene omgeving. Daarmee kan vergroening bijdragen aan een aantrekkelijk werken verblijfsklimaat. Als regio spreken we het volgende af: • We zetten ons in op het vergroenen van onze bestaande bedrijventerreinen. We stimuleren publiek-private samenwerkingen om zowel private als openbare ruimte collectief te vergroenen. Idealiter gaan gemeenten vanuit een ondernemerscollectief het gesprek aan met de ondernemers en onderstrepen het belang (meerwaarde) van vergroenen op onze terreinen.

Voor subsidiering kan gekeken worden naar de subsidieregeling groene bedrijventerreinen van de provincie. • Op nieuwe bedrijventerreinen zetten we in op een hoger kwaliteitsniveau.

Klimaatbestendig bedrijventerrein Grote Polder Zoeterwoude Met het Inrichtingsplan ‘Boeiend Bloeiend Bedrijventerrein Grote Polder’ zijn delen van het terrein Groter Polder in Zoeterwoude op natuurlijke wijze heringericht. Met het gezamenlijk ontwikkelde inrichtingsplan zijn zowel gemeenteterreinen als private ondernemersgronden getransformeerd. De intensieve samenwerking tussen onder andere ondernemers en de gemeente was essentieel om de doelstelling ‘een klimaatbestendig bedrijventerrein zonder afbreuk te doen aan het ondernemerschap’ te kunnen behalen. De planne n en de transformatie zijn door de ondernemers op het terrein enthousiast ontvangen en het werkt aanstekelijk. Steeds meer ondernemers sluiten zich aan bij het project. Het project is een belangrijke stap in de goede richting om als hoogwaardig bedrijventerrein opgewassen te zijn tegen de klimaatsveranderingen in de toekomst.

Regionale bedrijventerreinenstrategie Holland Rijnland

Energietransitie De energietransitie vraagt onder andere op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen om nieuwe energiesystemen. De ontwikkeling van deze systemen heeft een belangrijke ruimtelijke impact en brengt grote investeringen met zich mee. Duurzamer energie is en wordt voor veel bedrijven een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering. Daarom is de energietransitie ook een economische transitie. Eén van de specifieke projecten in de Regionale Investeringsagenda is Energy Lane inclusief Barrepolder 150kV-station. Langs de N11 wordt een zone voor energie-gerelateerde ontwikkelingen gerealiseerd, waaronder de realisatie van het Barrepolder 150kV-station en de N11 Energy Lane (een serie van duurzame energieprojecten en opslagfaciliteiten langs de N11). Het hoofddoel van de projecten is om te voorzien in groene energie langs belangrijke wegen in de regio terwijl het elektriciteitsnet niet overbelast raakt. De energietransitie is cruciaal voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Als regio spreken we het volgende af: • We ondersteunen waar mogelijk bij het oplossen van energievraagstukken op bedrijventerreinen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1730/documents/22722