CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db06.2 Bijlage raadsmemo, Haalbaarheidsrapportage Warmtenet Bollenstreek

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken17.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Netcongestie | Beperkt effect op elektriciteitsnet. | Hoog effect op elektriciteitsnet. Na Met komst warmtenet kunnen een | huidige verzwaring opnieuw tweede en derde congestiegolf in | netcongestie vanaf 2035 tot 2050. resp. 2035 en 2050 voorkomen worden. Ruimte voor andere ontwikkelingen. Ruimtelijke | Ondergronds, weinig zichtbaar. | Zichtbare buitenunit benodigd, inpassing | Met uitzondering van | geluidsoverlast mogelijk. Wat meer aardwarmtebronnen, | transformatorstations in de wijk. Isolatieniveau | Werkt ook bij matige isolatie. | Hoge isolatiegraad en/of aangepast woningen | Woningen vanaf label C/B kunnen | afgiftesysteem in de woning vereist aansluiten. | (label A of hoger). Levensduur | Infrastructuur gaat minimaal 30 | Gaat ongeveer 15 jaar mee voor systeem | jaar mee, mogelijk langer (tot 50 | herinvestering benodigd is. Naar jaar). | verwachting wel sterke kostenontwikkeling (verlaging) door toenemende schaalgrootte. Koeling | Beperkte koelingsmogelijkheden | Warmtepomp kan actief koelen bij middentemperatuur | (omkeerbaar systeem), maar warmtenetten. Alleen | verbruikt relatief veel elektriciteit comfortkoeling mogelijk via | en geeft extra piekbelasting in de aanvullende voorzieningen. | zomer.

Tabel 3: Vergelijking warmtenet gevoed door aardwarmte met all-electric warmtetransitie Conclusie De vergelijking maakt duidelijk dat het warmtenet | in het licht van systeemimpact, ruimtelijke inpassing, technische haalbaarheid en robuustheid | een toekomstbestendige oplossing biedt voor de warmtevoorziening. Het all-electric scenario is technisch haalbaar, maar stelt zwaardere eisen aan zowel het elektriciteitsnet, vraagt meer ruimte in de individuele woningen, en heeft meer zichtbare en ruimtelijke gevolgen in de gebouwde omgeving. Zowel uit een maatschappelijke kostenanalyse als uit een analyse van de verwachte eindverbruikerslasten voor woningcorporaties en hun huurders blijkt dat aansluiting op een warmtenet | mits aan de juiste voorwaarden wordt voldaan, zoals het bieden van een onweigerbaar bod | financieel aantrekkelijker kan zijn dan een all-electric oplossing, zowel voor corporaties als voor eigenaar-bewoners. 31 32 8. Financiën - businesscase De afname van warmte bepaalt voor een groot deel de businesscase van het warmenet op aardwarmte. Zoals we eerder al beschreven zijn er verschillende scenario s: 100% afname met z 58.500 aansluitingen (groot- en kleinverbruikers), een basisscenario met 32.500 aansluitingen en een onweigerbaar-aanbod-scenario met 48.000 aansluitingen.

In de businesscase zijn berekeningen gemaakt voor het basisscenario en vervolgens is bekeken wat het verschil is als meer particulieren meedoen en wat dit betekent voor de bijdrage aansluitkosten (BAK). De BAK is een eenmalige bijdrage die huis- of gebouweigenaren betalen om hun woning aan te sluiten op een warmtenet. De BAK is nodig om een deel van de aanleg van het warmtenet te dekken. De hoogte van de BAK is afhankelijk van onder andere de investeringskosten van het warmtenet en de beschikbare subsidies. Hoe meer subsidie er beschikbaar is, hoe lager de BAK uitvalt. De verwachting is dat een lagere BAK leidt tot meer aansluitingen. Businesscases Er zijn twee businesscases opgesteld: één voor de aardwarmtebron(nen) en één voor het warmtenet. Deze twee berekeningen bouwen op elkaar voort. De businesscase van de aardwarmtebron brengt alle kosten en opbrengsten in kaart die samenhangen met het ontwikkelen, boren, testen en exploiteren van de bron. Daarbij wordt ook berekend wat het kost om warmte te produceren, met onder andere kosten voor onderhoud, energiegebruik en afschrijving van investeringen. Uit deze berekening volgt een prijs per gigajoule (GJ). Dat is belangrijke input voor de businesscase van het warmtenet. In deze businesscase wordt warmte tegen deze kostprijs ingekocht, via het net gedistribueerd en uiteindelijk geleverd aan woningen, bedrijven en andere afnemers.

Daarbij worden ook alle kosten van het warmtenet zelf meegenomen: zoals de aanleg van leidingen, pompen, warmteoverdrachtstations en het beheer van het systeem. De kostprijs van warmte uit de bron heeft directe invloed op de financiële haalbaarheid van het warmtenet. Het is daarom belangrijk dat de uitgangspunten van alle partijen helder en tijdig met elkaar gedeeld worden. Dit zorgt voor wederzijds inzicht in de keten en ondersteunt een realistische beoordeling van de haalbaarheid. Uit de businesscase voor het warmtenet komen de belangrijkste parameters voor de klant naar voren: bijdrage aansluitkosten (BAK), jaarlijks vastrecht (inclusief huur afleverset) en variabele kosten per GJ. Daarnaast worden in de businesscase voor het warmtenet diverse scenario's en gevoeligheden doorgerekend. De uitkomstvariabele is daarvoor telkens de bijdrage aansluitkosten (BAK) die per woning betaald moet worden voor een sluitende businesscase. Hoe hoger de kosten, hoe hoger de BAK.

Uitgangspunten businesscase De businesscase voor het warmtebedrijf omvat de realisatie en exploitatie van: Inkoopwarmte van aardwarmtebron(nen) 33 Productie piek- en back-upwarmte Uitkoppeling van warmtebronnen Hoofddistributienet Warmte-overdrachtstation Distributienetten Aansluitleidingen Afleversets (zowel collectief als individueel) Afleverstations De businesscase van de aardwarmtebron omvat de realisatie en exploitatie: Aardwarmtedoublet(ten): bestaande uit productie- en injectieput Pompen Warmtewisselaar Installaties bovengronds Warmtepomp op aardwarmtelocatie Mogelijke HTO (Hoge temperatuur opslag) In het scenario van het onweigerbaar aanbod is er een kostenpost van 2.000 meegenomen om de kosten die een klant maakt voor een warmteaansluiting te drukken en deels de klant te ontzorgen. Het uitgangspunt is steeds dat het voor de klant aantrekkelijk en betaalbaar moet zijn. Verderop leggen we uit wat we verstaan onder onweigerbaar aanbod. Financiële uitgangspunten voor warmtebron(nen) Voor het opstellen van de businesscase van de aardwarmtebron is een aantal technische en financiële uitgangspunten gebruikt. Een deel daarvan is gebaseerd op bodem - en ondergrondonderzoek dat eerder is uitgevoerd, de rest is gebaseerd op aannames en deskundige inschattingen.

1 doublet (13.6MW + 1 warmtepomp (6.4MW)) = 20MW 30 jaar operaties, waarvan 15 jaar SDE++ ABEX17 Uitgangspunt is elektrisch boren en opereren (vereist stroomaansluiting) Herinjecteren van formatiegas (=aardgas dat meekomt met het warme water) Debiet bron is verwacht 450m3/uur. Dit kan echter nog variëren i.v.m. nieuwe aardwarmtelocatie Netwerktemperatuur: Tlevering = 83°C, Tretour=45°C Beschikbaarheid: 90% Ontwerp vollasturen: 5000 uur. Praktijk (geschatte) vollasturen (indien tuinders en bollenkwekers met een hoge warmtevraag in de zomer ook aansluiten op aardwarmte): 6905 uur. Financiële uitgangspunten voor warmtebedrijf Ook voor de businesscase van het warmtebedrijf zijn er enkele financiële en technische uitgangspunten. 17 Abandonment Expenditures 34 Aanleg hoofddistributienet in de eerste jaren van exploitatie, zodat alle kernen in de Bollenstreek direct gebruik kunnen maken van de aardwarmte; De aanleg van regelkamers en distributienetten wordt gepland op basis van de verwachte aansluiting van klanten (de volloop), en moet in het model altijd een jaar eerder plaatsvinden om tijdig klaar te zijn voor gebruik. Belangrijke uitgangspunten en uitkomsten zijn in onderstaande tabellen weergegeven.

De Net Present Value (NPV, vertaald: Netto Contante Waarde) laat zien of een project over de hele looptijd meer oplevert dan het kost, waarbij wordt gekeken naar de waarde van geld in de tijd. De IRR (internal rate of return, of in het Nederlands interne- opbrengstvoet) is het gemiddelde jaarlijkse rendement dat je met het project kunt behalen. De hurdle rate is het minimale rendement dat een investeerder wil zien om in het project te stappen investeringsmogelijkheden. De IRR en Hurdle rate zijn hier hetzelfde: het minimale rendement om risico's af te dekken. Tabel 4: Overzicht projectdetails, aansluitingen en investeringen Definitie onweigerbaar aanbod voor huiseigenaren en huurders In de verkenning is gewerkt aan een zogenaamd onweigerbaar aanbod: een pakket van voorwaarden en voordelen waarmee bewoners op een laagdrempelige en aantrekkelijke manier kunnen overstappen naar collectieve warmte. Bewoners zijn vrij om te kiezen of ze meedoen. We verwachten dat bij een onweigerbaar aanbod de drempel voor particulieren om aan te sluiten aanzienlijk wordt verlaagd. De vraag naar warmte zal in dat geval groter worden. Het onweigerbaar aanbod is echter nog geen zekerheid. Om tot dit onweigerbare aanbod te komen, is er gekeken naar bestaande onderzoeken naar bewonersmotivaties bij de overstap naar een aardgasvrij woningen.

Deze onderzoeken bieden waardevolle inzichten in de afwegingen die mensen maken, de drempels die zij ervaren en de factoren die hun keuze positief beïnvloeden1819. Daarnaast de warmtetransitie precies betekent. Populytics heeft ervaring met onderzoek naar warmtenetten en redenen voor bewoners om wel of niet aan te sluiten. Ook heeft Firan 18 Warmtenetten: Overwegingen over het wel of niet aansluiten stadsverwarming. Vereniging eigen huis. Augustus 2024. 19 Raadpleging warmtenet Voorhof Buitenhof. Populytics (2024).

35 in eerdere warmtenetprojecten veel praktijkervaring opgedaan met het opstellen van een warmteaanbod en het betrekken van bewoners. De resultaten zijn geanalyseerd en gebundeld om een onderbouwd voorstel te kunnen doen voor het onweigerbaar aanbod. De volgende motieven kwamen uit de genoemde onderzoeken: Lage aansluitkosten: hoge kosten zijn een belangrijke belemmering; Ontzorging bij het warmtenet-ready maken van de woning: bewoners hebben behoefte aan hulp bij technische en organisatorische stappen; Duidelijke vergelijking met alternatieven: inzicht in hoe het warmtenet zich verhoudt tot andere aardgasvrije opties; warmtenetaansluiting spelen een rol bij twijfels; Zekerheid over toekomstige energiekosten: transparantie en voorspelbaarheid worden zeer gewaardeerd. Op basis van deze inzichten is een voorstel opgesteld voor het onweigerbaar aanbod, waarin zoveel mogelijk drempels worden weggenomen en het voordeel voor bewoners concreet en tastbaar wordt gemaakt. Het voorstel bevat de volgende elementen: Een GJ-tarief dat 15% onder het ACM-maximumtarief20 ligt; Een vastrechtkorting van 7,5% ten opzichte van het ACM-maximumtarief; Kosteloos . Er is de ISDE-subsidie beschikbaar halen en een warmtenetaansluiting te realiseren. In het Onweigerbaar aanbod wordt er gerekend met een BAK van netto 0, dus het bedrag nadat de ISDE- subsidie in mindering is gebracht.

Bij de bepaling van deze BAK is aangenomen dat woningcorporaties ook een subsidie krijgen die gelijkstaat aan de ISDE- subsidie voor particuliere woningeigenaren; Mogelijkheid tot kosteloos afsluiten als de bewoner zich later bedenkt en zelf zijn warmte wil regelen; o Persoonlijke begeleiding en maatwerkadvies; o Het uit handen nemen van subsidieaanvragen; o Organisatie van het waterzijdig inregelen van de woning. Deze maatregelen zijn financieel doorgerekend en meegenomen in één van de gevoeligheidsanalyses, zoals verder toegelicht in paragraaf 4.5. De verwachting is dat dit scenario zal leiden tot significant meer deelname waardoor de robuustheid van de businesscase toeneemt en de maatschappelijke waarde van het project sterker wordt. Structuur businesscases De beide businesscases bestaan uit de volgende onderdelen: Technische uitgangspunten zoals het verwachte vermogen van de installaties, het aantal aan te sluiten woningen, de warmtevraag, en de benodigde temperaturen. 20 Het ACM houdt toezicht op de warmtemarkt. Zij bepaalt jaarlijks de maximale tarieven voor het warmtenet zoals het tarief per gigajoule (GJ) en de huur van een afleverset. Leveranciers mogen niet meer vragen dan deze bedragen. Minder mag wel. In december publiceert ACM de tarieven voor het nieuwe jaar. 36 Kostenramingen waaronder investeringskosten (CAPEX) en onderhouds- en beheerkosten (OPEX).

Opbrengsten en tarieven zoals warmteverkoop, vergoedingen of subsidies. Financiële doorrekening die laat zien of de exploitatie over de looptijd kostendekkend is, inclusief scenario's met verschillende aannames en daarbij behorende gevoeligheidsanalyses. Gegevens van de ene businesscase zijn ook ingevoerd bij de andere. Bijvoorbeeld: Het tarief per gigajoule warmte (de prijs van de aardwarmte) wordt in de businesscase van het warmtenet gebruikt als inkoopprijs. Andersom wordt de hoeveelheid warmte die het warmtenet nodig heeft ingevoerd in de businesscase van de aardwarmtebron. Zo is duidelijk of de bron voldoende afzet heeft om rendabel te zijn. Op deze manier ontstaat er een samenhangend beeld van de economische haalbaarheid van het totale systeem. Rekenresultaten businesscase basisscenario warmtebedrijf In de verkenning is de businesscase voor het basisscenario (basecase) voor het warmtebedrijf doorgerekend op een IRR (Internal Rate of Return), oftewel een hurdle rate, van 7,5%. Zoals al eerder benoemd, is de hurdle rate het minimale rendement dat een investeerder wil zien om in het project te stappen dit houdt rekening met wordt momenteel door Firan gehanteerd in hun businesscases. Het resultaat van deze berekening gelijkgesteld aan de werkelijke aansluitkosten, zodat die in de businesscase budgettair neutraal is.

In een vervolgfase kan de verdeling van de kosten over de verschillende typen aansluitingen (klein- en grootverbruik aansluitingen) nader worden beschouwd. Dit kan een impact hebben op bovengenoemde BAK voor de woningen. De basecase is berekend op basis van financiering met eigen vermogen. Dit zal echter niet de praktijk zijn. Er wordt momenteel gewerkt aan aanvullend Rijksinstrumentarium (zoals subsidieregelingen en garantiestellingen via onder andere het waarborgfonds). Als het Rijksinstrumentarium in orde is, wordt verwacht dat 70% van het benodigde kapitaal met vreemd vermogen (VV) gefinancierd kan worden tegen lage rente. Uitgaande van deze 70% hebben we in de businesscase doorrekeningen gemaakt voor een IRR van 7,5%, 6% en 4%. Deze verschillende uitkomsten zijn in de tabel met gevoeligheidsanalyse verwerkt en weergegeven in tabellen 5 t/m 8. 37

38 *Het gaat hier om een gewogen gemiddeld voor verschillende type aansluitingen Tabel 5: Rekenresultaten basisscenario

39 Gevoeligheidsanalyse Tabel 6: Gevoeligheidsanalyse basisscenario Tabel 7: BAK bij wisselende subsidiebedragen en IRR

40 * Een aandachtspunt bij de doorrekening van het onweigerbare aanbod scenario is de bekostiging voor de - ontzorgingskosten voor de particulieren. Deze mogen niet op indirecte wijze leiden tot een verhoging van de BAK door de woningcorporaties. In de verdiepende fase dient de doorrekening van deze kosten zorgvuldig afgestemd en getoetst te worden. Tabel 8: Benodigde subsidie bij onweigerbaar bod en wisselend IRR Figuur 12 laat zien hoe de BAK (bruto aansluitkosten voor bewoners) verandert onder invloed van twee factoren: de maatwerksubsidie die beschikbaar is voor het project, en de rendementseis van het warmtenet. Hoe hoger de maatwerksubsidie, hoe lager de investeringskosten, en dus ook de BAK voor bewoners. De rendementseis geeft aan welk rendement een investeerder nodig hoger dat rendement en dus ook de BAK. In de grafiek zijn verschillende rendementseisen doorgerekend: 4%, 6% en 7,5%. De BAK voor bewoners daalt wanneer er meer subsidie beschikbaar is of wanneer de genoegen nemen met een lager rendement, wat leidt tot lagere aansluitkosten voor bewoners. Deze grafiek maakt inzichtelijk hoe beleidskeuzes (zoals het inzetten van subsidie of risicodekking) direct invloed hebben op de betaalbaarheid van het warmtenet voor bewoners.

41 Figuur 12: Overzicht BAK i.r.t. onrendabele top en IRR Conclusies voor de businesscase De businesscase van het warmtenet (waarbij de uitkomst van de businesscase van de aardwarmtebron als input is gebruikt) leidt tot een onrendabele top die we hebben berekend op basis van twee afhankelijkheden: de hoogte van de BAK (0 de hoogte van het vereiste projectrendement (7,5 6 4%). Deze is weergegeven in figuur 12. In het scenario van het onweigerbare aanbod (rekening houdend met een BAK van netto miljoen. De onrendabele top is in dit scenario lager dan in het basisscenario, omdat de hoeveelheid aansluitingen in het scenario onweigerbaar aanbod een stuk hoger ligt. Voor deze bedragen zal dus dekking nodig zijn voordat de realisatie van het project kan starten. Wij zien daarvoor een mix aan mogelijkheden. Deze zullen met name gebaseerd/gerelateerd moeten zijn aan het feit dat de maatschappelijke kosten voor het collectieve warmtesysteem substantieel lager zijn dan het alternatief: Een lager vastrecht voor de elektra-aansluiting voor warmtenetklanten; Garantiefonds leidt tot afname risicodekking en dus een lagere risico-opslag in het vereiste rendement; Nationale deelname (EBN) in een warmtebedrijf kan leiden tot een lager risicoprofiel voor financiers.

Dit zou de kredietwaardigheid kunnen vergroten, de toegang tot externe financiering vergemakkelijken en kunnen resulteren in lagere kapitaalkosten. Daarbij is het belangrijk op te merken dat de precieze vorm van deelname en het mandaat van EBN op dit moment nog niet zijn vastgesteld. De uiteindelijke impact op de financierbaarheid zal mede afhangen van de wijze

42 waarop EBN betrokken wordt en welke verantwoordelijkheden en bevoegdheden daaraan verbonden zijn. Uitstel grote netcongestie op het e-net kan subsidie rechtvaardigen. Voor het vervolgtraject zullen de acties gericht zijn op het dekken van het financiële gat met voorrang opgepakt moeten worden. Daarbij is er reeds een lobby ingezet richting de landelijke politiek om aanvullende financiering mogelijk te maken. Deze lobby is ondersteund door o.a. de partijen en RES-regio Holland Rijnland, wat onder andere heeft geresulteerd in het aanbieden van een manifest aan de Tweede Kamercommissie van Klimaat en Groene Groei. 43 9. Organisatie van een warmtebedrijf De warmte moet ingekocht, gedistribueerd en verkocht worden. Hiervoor is een warmtebedrijf nodig dat dit regelt. Volgens de nieuwe Wet collectieve warmte moet een warmtebedrijf voor meer dan 50% in publieke handen komen. Hiermee wil het Rijk belangrijke publieke belangen regelen zoals betaalbaarheid, duurzaamheid en leveringszekerheid. De Tweede Kamer heeft op 3 juli 2025 ingestemd met het wetsvoorstel voor de Wcw. Hierna volgt de behandeling in de Eerste Kamer. De Wcw treedt naar verwachting 1 januari 2026 in werking.

Onderzoek governance Voormalig minister voor Klimaat en Energie heeft voor de marktordening voor collectieve warmte een besluit bekend gemaakt in zijn brief van 21 oktober 2022 (bijlage 5 dat gemeenten alleen warmtebedrijven voor een nieuw warmtekavel kunnen aanwijzen waarbij de infrastructuur in handen is van een of meerdere publieke partijen of waarbij een of meerdere publieke partijen door een meerderheidsaandeel in het warmtebedrijf doorslaggevende zeggenschap hebben over de infrastructuur Aardwarmte Rijnland had dit besluit van de minister al voorzien en had daarom eerder al Firan, publieke dochter van Alliander, betrokken bij de eventuele toekomstige realisatie van warmte-infrastructuur. Alliander heeft medio 2024 bekend gemaakt hoe zij de opzet van een warmtebedrijf ziet na vaststelling van de Wcw (bijlage 6, voorgestelde governancestructuur Alliander). Dit was aanleiding voor de gemeenten om adviesbureau Fakton Energy opdracht te geven een toets uit te voeren op de voorgestelde governancestructuur. Omwille van de onafhankelijkheid van het onderzoek, is hiervoor uitsluitend door de gemeenten opdracht gegeven. Fakton heeft daarnaast de overeenkomsten en verschillen beoordeeld tussen de Alliander governancestructuur en de structuur van het regionale afvalverwerkingsbedrijf MeerVAB, waarin de gemeenten participeren.

Onderstaand de samenvatting van de conclusies uit het Fakton rapport (het volledige rapport staat in bijlage 7). Fakton advies aan de Bollenstreek gemeenten in relatie tot de onderzoeksvragen uit de IOK Fakton heeft in de rapportage diverse vragen beantwoord die volgen uit de intentieovereenkomst over de samenwerking met Alliander/Firan. Overstijgend hieraan was de hoofdvraag: hoe beoordeelt Fakton de samenwerking met Alliander/Firan? In de kern beoordeelt Fakton deze samenwerking als positief en adviseert de gemeenten om de samenwerking met Alliander/Firan voort te zetten en naar een volgende fase van concreetheid te brengen. De introductie van de Wcw en de plannen van Alliander om de rol van integraal warmtebedrijf in te vullen in samenwerking met de aan te wijzen Nationale Deelneming Warmte ziet Fakton als een positieve ontwikkeling die de publieke uitvoeringskracht en daarmee kansrijkheid van het project vergroot. 44 Fakton ziet enkele aandachtspunten voor de gemeenten, vooral relaterend aan het voorgestelde fallback scenario en de impactvolle keuzes die de gemeenten te maken hebben in het vervolgtraject. Het fallback scenario is opgesteld voor wanneer de Wcw niet of vertraagd in werking treedt. Het fallback scenario is verder toegelicht in bijlage 7. Fakton adviseert deze punten verder te concretiseren en in te vullen in het vervolgtraject.

Op hoofdlijnen concludeert Fakton het volgende: Fakton beoordeelt de plannen van Alliander als kansrijk Fakton ziet veel potentie in de plannen van Alliander om na het inwerkingtreden van de Wcw de verschuiving naar de rol van integraal warmtebedrijf vorm te geven en de opschaling in te vullen die ze daarbij ambiëren. Het samenwerkingsmodel sluit aan bij de ingeslagen weg in de intentieovereenkomst en wordt versterkt door de introductie van het warmteservicebedrijf en de potentiële deelname van EBN als Nationale Deelneming Warmte. Uiteraard is er een risico dat de plannen voor opschaling té ambitieus blijken of dat marktcondities ongunstig blijven, maar dat is inherent aan de opgave. Het samenwerkingsmodel voor het RPIW komt sterk overeen met MeerVAB- constructie Fakton ziet grote overeenkomsten tussen de wijze waarop de gemeenten hun afvalvoorziening inregelen en de wijze waarop de samenwerking met Alliander/Firan in het beoogde model invulling geeft aan het regionaal collectief warmtesysteem binnen de Bollenstreek. De belangrijkste overeenkomst is dat gemeenten hun krachten bundelen in een separate entiteit om gezamenlijk invulling te geven aan een maatschappelijke opgave en een groot deel van de uitvoeringscapaciteit via inbesteden te organiseren.

Het grootste verschil met het inregelen van de afvalvoorziening is dat voor het warmtebedrijf wordt samengewerkt met een andere publiek partner, naast de gemeenten, zijnde het publiek netwerkbedrijf Alliander. project of de kern van het samenwerkingsmodel in gevaar komt Fakton onderschrijft dat het voorgestelde fallback scenario in theorie mogelijk is, maar beoordeelt deze als niet waterdicht. Enkel wanneer zekerheid bestaat over het inwerkingtreden van de Wcw ziet Fakton dit scenario als reëel, waarbij de consequentie is dat de gemeenten een significante stap voorwaarts moeten zetten door (tijdelijk) het doorslaggevende aandeel te nemen in het RPIW. Fakton adviseert deze route daarom enkel te bewandelen als er voldoende zekerheden zijn vastgelegd en dat zeker is dat deze route tijdelijk is. Als de Wcw géén doorgang vindt, adviseert Fakton om de leveranciersrol aan te besteden aan een private partij die reeds beschikt over een ACM- leveringsvergunning.

In het vervolgtraject hebben gemeenten impactvolle keuzes te maken Bij het verder vormgeven van het samenwerkingsmodel hebben de gemeenten keuzes te maken over impactvolle onderwerpen, zijnde: De invulling van de gemeentelijke regierol; Uitgangspunten voor het structureren van het RPIW; Structureren en concretiseren van de samenwerking met projectpartners; De financiële impact van de te maken keuzes en in welke mate de gemeenten hieraan bijdragen. 45 Fakton adviseert deze keuzes in samenhang met elkaar en de projectvoortgang te beschouwen en stapsgewijs verder tot concreetheid te brengen. Integrale contractenstructuur RPIW Voor het uitwerken van een RPIW is een contractstructuur benodigd die de rollen van de aandeelhouders, de inkoop van warmte vanuit de warmteproducent, het verkopen van warmte aan de warmtevragers organiseert. Figuur 13 illustreert de mogelijke opzet hiervan. Figuur 13: Mogelijke opzet contractenstructuur

46 10. Risico-analyse van zowel het warmtenet als de aardwarmtebron. Daarbij wordt ook ingegaan op de mitigerende maatregelen). gewogen aan de hand van een beoordelingsmatrix, waarin per risico een inschatting is gemaakt van de kans dat het zich voordoet en de Waar mogelijk, in deze fase, is per risico aangegeven: Een korte omschrijving; De inschatting van kans en effect; De mitigerende maatregel(en); Voor enkele risico s geldt dat die in deze fase zijn benoemd en in een vervolgfase nader worden geanalyseerd om te bepalen of deze (nog) relevant zijn en, zo ja, wat de daarbij horende kans/impact verwachtingen en mitigerende maatregelen zijn. 47 Risico Kans Effect van optreden Kans voor mitigatie Mitigerende maatregel Vergunningen en regelgeving: vertraging in procedures 0 0 + Vergunningen tijdig aanvragen, ervaring in vergunningverlening gebruiken, bevoegd gezag tijdig betrekken Elektriciteitsaansluiting aardwarmtebron: te late beschikbaarheid + + 0 Tijdige afstemming met netbeheerder en aansluitcapaciteit monitoren Onvoldoende zekerheid over afname van warmte 0 + 0 Tijdige contractvorming en het verkrijgen van intentieverklaringen met potentiële afnemers Wet collectieve warmte (Wcw) gaat niet door of wordt uitgesteld - 0 0 werking treedt. De kaders voor warmtebedrijven veranderen dan niet t.o.v. nu.

Ontbreken onweigerbaar aanbod 0 + 0 Rijkslobby voor maatwerksubsidie om onweigerbaar aanbod mogelijk te maken. EBN wordt geen aandeelhouder - 0 + Aantrekken van andere financierders. Waarborgfonds wordt niet tijdig gerealiseerd 0 + - Aardwarmte Rijnland is samen met de partners in de regio gestart met een lobby richting het Rijk voor invulling van de kaders. Deze lobby wordt voortgezet. Stikstofproblematiek + 0 - Vroegtijdig overleg met bevoegd gezag, samenwerking met netbeheerders en andere partijen om alternatieven te verkennen die minder uitstoten. Niet, of niet tijdig aantreden nieuwe aardwarmteproducent binnen AR - + + Er zijn reeds gesprekken met diversie aardwarmte-exploitanten gevoerd, en naar verwachting zal de nieuwe partner na de zomer bij Aardwarmte Rijnland aansluiten. Niet, of niet tijdig zekerheid t.a.v. geschikte locaties voor de ontwikkeling van aardwarmtebronnen - + + Vroegtijdige locatieverkenning met meerdere alternatieven en stakeholders. Afhaken grootverbuikers Heldere planningsafspraken maken en tijdig communiceren over komst warmtenet. Meedenken in tijdelijke overbrugging, voorrang geven aan grootverbruikers in fasering netwerk. Woningcorporaties lijken minder te kunnen verzetten dan verwacht Vroegtijdig starten met warmtenetready maken woningen corporaties.

Verbod op verplichting inbesteding bij warmteservicebedrijf 48 Vertraging door beperkte capaciteit binnen warmteservicebedrijf Alliander is zich hiervan bewust en beoogt met de inzet van het WSB juist op dit onderwerp een verbetering aan te brengen door enerzijds de totaal beschikbaar capaciteit te verhogen en anderzijds vraag en aanbod binnen haar verzorgingsgebied te coördineren op basis van langjarige planningen. Krapte op arbeidsmarkt Inzet van het model met het warmteservicebedrijf is deels bedoeld om hier een oplossing in te brengen, door het centraliseren en efficiënt inzetten van capaciteit binnen het Alliander verzorgingsgebied. 0 + 0 Draagvlak/weerstand inwoners (volloop particulieren) 0 + 0 Uitwerken onweigerbaar aanbod Tabel 9 49 Vergunningen en regelgeving: vertraging in procedures Een aandachtspunt is dat de vergunningen op tijd verleend worden. Het vergunningentraject kan pas worden gestart als een nieuwe locatie een feit is. Als de vergunningprocedures vertragen of regelgeving verandert, kan dit tot vertraging van het project leiden. We beperken dit risico door het bevoegd gezag al in een vroeg stadium actief te betrekken bij de plannen. Daarnaast vragen we vergunningen tijdig aan. Door opgedane ervaring met eerdere vergunningstrajecten weten we welke knelpunten er kunnen zijn en kunnen we hier proactief op inspelen.

Elektriciteitsaansluiting: te late beschikbaarheid Een risico dat buiten de directe invloedsfeer van het projectteam ligt, is het te laat beschikbaar komen van een elektriciteitsaansluiting. Dit kan niet alleen voor vertraging zorgen, maar ook de collectieve businesscase ondermijnen. Als de aansluiting te laat komt, kiezen bewoners of bedrijven mogelijk voor individuele alternatieven zoals warmtepompen waardoor de schaalvoordelen van een collectief systeem verloren gaan. Om dit te voorkomen, is het cruciaal om op tijd af te stemmen met de netbeheerder. Er is nu al doorlopend contact met de netbeheerder om aansluitcapaciteit zorgvuldig te monitoren en te proberen om proberen op tijd zekerheid te krijgen over de beschikbaarheid. Onvoldoende zekerheid over afname van warmte Voor de start van de eerste aardwarmteboring is voldoende zekerheid over de warmte- afname essentieel. Vertraging in het afsluiten van afnamecontracten of onvoldoende toezeggingen kan leiden tot uitstel van de boring en daarmee vertraging van het gehele project. De economische haalbaarheid van het eerste aardwarmtedoublet is afhankelijk van een minimale afname van 70% van de verwachte basislast. Bij onvoldoende afnemers of een te trage groei in afname ontstaat het risico op onrendabele exploitatie of zelfs het niet realiseren van de aardwarmtebron.

Om dit risico te beperken worden tijdige contractvorming en het verkrijgen van intentieverklaringen met potentiële afnemers nagestreefd. Aardwarmte Rijnland is actief in gesprek met woningcorporaties, gemeenten en grootverbruikers in de regio om voldoende afnamezekerheid te borgen voorafgaand aan de eerste boring. Wet collectieve warmte (Wcw) gaat niet door of wordt uitgesteld Het niet doorvoeren van de WCW zorgt dat de kaders voor warmtebedrijven niet veranderen t.o.v. nu. Momenteel zijn gemeentes en warmtebedrijven vrij om zich te organiseren in lijn met de WCW of op andere organisatiestructuren. Er zijn fallback scenario geval de Wcw niet in werking treedt. Deze zijn beschreven in het governance hoofdstuk. Ontbreken onweigerbaar aanbod Voor zowel particulieren als de woningcorporaties is de inzet van een onweigerbaar aanbod van groot belang. Hiermee is de verwachting dat het aansluitpercentage aanzienlijk kan toenemen. Als dit niet kan worden gerealiseerd kan dat gevolgen hebben voor de haalbaarheid van het project. Dit heeft impact op de noodzaak voor het al dan niet inzetten van de verplichtende instrumenten uit de Wgiw, inzet van alternatieve (all- 50 electric) oplossingen door particulieren en woningcorporaties en de maatschappelijke (meer)kosten als gevolg van inzet van deze alternatieven.

EBN wordt geen aandeelhouder Nationale deelneming is één van de pijlers waar de collectieve warmteprojecten voor de nabije toekomst (na inwerking Wcw) op worden ontworpen. Voor inbreng van kapitaal, het verkrijgen van gunstige financiering en het stellen van zekerheden is deelname cruciaal. Indien EBN niet als aandeelhouder mag toetreden (geen aanwijzing) of om andere redenen niet toetreedt, dan zal Alliander/Firan opnieuw haar rol en (vorm van) deelname in regionale en lokale warmtebedrijven moeten beschouwen. Dit geldt ook voor het warmtebedrijf in de Bollenstreek. Een mitigerende maatregel kan zijn het aantrekken van andere financierders. Het risico dat EBN geen aanwijzing krijgt wordt als laag ingeschat. Deelname (onder voorbehoud van aanwijzing) verkennen kan in de komende fase worden opgepakt. Waarborgfonds wordt niet tijdig gerealiseerd Inzet van nationaal waarborgfonds (in combinatie met nationale deelneming) is één van de pijlers waar de collectieve warmteprojecten voor de nabije toekomst (na inwerkingtreding Wcw) op worden ontworpen. Inzet van een dergelijk fonds is noodzakelijk voor het afdekken van bepaalde projectrisico verkrijgen van financiering onder gunstige omstandigheden. Indien het fonds niet wordt gerealiseerd dan bestaat het risico dat de businesscase niet rond komt.

Bovendien zal Alliander/Firan opnieuw haar rol en (vorm van) deelname in regionale en lokale warmtebedrijven zal moeten beschouwen. Naar verwachting zal er in de loop van komend jaar meer duidelijkheid ontstaan over het instellen van het waarborgfonds en de daarbij horende randvoorwaarden. Aardwarmte Rijnland is samen met de partners in de regio gestart met een lobby richting Rijk voor invulling van de kaders waar het Rijk een rol in heeft (of zou moeten nemen). Deze lobby zal de komende tijd voortgezet worden. Stikstofproblematiek Stikstofproblematiek kan leiden tot vertraging of zelfs blokkering van aanleg en exploitatie van de aardwarmtebron, het warmtenet of hulpwarmtecentrales. Om de risico's omtrent stikstof te beperken, wordt vroegtijdig overleg gevoerd met bevoegde gezagen vergunningverleners. Daarnaast wordt samenwerking gezocht met netbeheerders en andere relevante partijen om alternatieven te verkennen die minder stikstof uitstoten (bijvoorbeeld elektrisch aangedreven materieel). Niet, of niet tijdig aantreden nieuwe aardwarmteproducent binnen Aardwarmte Rijnland Shell Geothermie zal waarschijnlijk eind 2025 uittreden uit de samenwerking met Aardwarmte Rijnland.

Wanneer er niet, of niet tijdig een vervangende partij met voldoende expertise en financiële mogelijkheden wordt gevonden die deze rol overneemt, zal de aardwarmtebron niet, of met vertraging worden ontwikkeld. Hiermee komt de haalbaarheid van het project onder druk te staan. Er zijn echter reeds gesprekken met diverse aardwarmte-exploitanten gevoerd, en naar verwachting zal de nieuwe partner na de zomer bij Aardwarmte Rijnland aansluiten. De kans op dit risico is dus zeer klein. 51 Niet, of niet tijdig zekerheid t.a.v. geschikte locaties voor de ontwikkeling van een aardwarmtebronnen Verdiepend onderzoek heeft laten zien dat de in de IOK opgenomen eerste aardwarmtelocatie aan de Leeweg in Noordwijk verplaatst moet worden. Daarom is het noodzakelijk dat er een nieuwe locatie wordt verworven. Zonder warmtebron is er geen sprake van warmtelevering, dus geen project. Zoals aangegeven in hoofdstuk 5, is er inmiddels een zorgvuldige selectie van vijf mogelijke aardwarmtelocaties die technisch zowel onder de grond als boven de grond geschikt zijn. Daarnaast zijn er werksessies geweest met de betrokken gemeenten waarbij de ruimtelijke mogelijkheden bekeken zijn. Deze vroegtijdige locatieverkenning met meerdere alternatieven en stakeholders verkleint dit risico.

Afhaken grootverbruikers Uitgangspunt voor de volloop van het vliegwielproject is de volgende aanname: 20MW per bron Voorverkoop is 14MW (70%) o Waarvan 50% grootverbruikers o 50% woningen gebouwde omgeving Wanneer de eerste levering van aardwarmte naar achteren schuift, heeft dit mogelijk een negatieve invloed op de interesse van grootverbruikers om aan te sluiten. Zij zouden in de tussentijd kunnen kiezen voor alternatieve warmteoplossingen, of mogelijk de voorkeur geven aan andere bronnen dan aardwarmte. De impact hiervan is nog niet in beeld. Woningcorporaties lijken minder te kunnen verzetten dan verwacht Om capaciteitsredenen (voornamelijk projectmanagement, communicatieinspanningen etc.) kunnen de beide corporaties samen maximaal 1050 woningen per jaar aansluiten op een collectief warmtesysteem. De impact hiervan is nog niet in beeld. Verbod op verplichting inbesteding bij het warmteservicebedrijf Alliander stelt een governancestructuur voor, waarbij het warmtebedrijf geserviced wordt door een warmteservicebedrijf. De visie van Alliander is dat door te werken het warmteservicebedrijf het mogelijk wordt om significante kosten te besparen, door te profiteren van schaalvoordelen (landelijke schaal), en snelheid te maken waardoor betaalbaarheid geborgd wordt. Indien inbesteding naar het warmteservicebedrijf niet mogelijk wordt kunnen deze voordelen wegvallen.

In de brief van de minister d.d. 3 juni, betreffende de derde nota van wijziging en informatie over de Wet collectieve warmte, heeft de minister een belangrijke kanttekening geplaatst bij de te maken afspraken met het warmteservicebedrijf. Met verplichte inbesteding voorziet zij een verstoring van gezonde marktwerking. Ze beschrijft dan ook dat aanvullende maatregelen nodig zijn zoals een verbod op verplichte inbesteding. Dit naar aanleiding van Kamervragen. Aan Fakton is gevraagd om op dit onderdeel een aanvullend advies te geven met betrekking tot de voorgestelde governancestructuur. Ten tijde van het schrijven van deze rapportage is deze aanvulling nog niet beschikbaar. 52 Tegelijkertijd is Firan gevraagd aan te geven hoe zij omgaan met het voornemen van de minister. Met andere woorden, in hoeverre het gevolgen heeft voor de governance. Firan zal zich sowieso altijd aan de wet conformeren en wacht de definitieve bepalingen van de wetgever hieromtrent af om te bepalen hoe deze het huidige voorstel beïnvloeden. Indien inzet van het WSB niet mogelijk is, in de beoogde vorm of überhaupt, dan heeft dit mogelijk consequenties voor de deelname door Alliander en/of de prijsvorming. Dit beïnvloedt op zijn beurt weer de haalbaarheid van het project. Ondertussen is de Wet collectieve warmte op 3 juli 2025 in de Tweede Kamer aangenomen.

Daarvoor is het amendement van Grinwis op 26 juni 2025 aangenomen. Met de aanname van het amendement-Grinwis is bevestigd dat het warmtebedrijf uitvoeringstaken mag laten verrichten door een warmteservicebedrijf, zowel intern als extern. Daarmee is de door ons voorgestelde governancestructuur juridisch mogelijk binnen de Wcw. Het warmtebedrijf blijft eindverantwoordelijk, maar kan aanleg, beheer of levering laten uitvoeren door een warmteservicebedrijf. Vertraging door beperkte capaciteit binnen warmteservicebedrijf Meerdere lokale of regionale warmtebedrijven binnen het verzorgingsgebied van Alliander zullen onder voorgestelde de governancestructuur gebruik maken van capaciteit van het warmteservicebedrijf. Indien deze vraag de beschikbare capaciteit overstijgt, dan kan dit ertoe leiden dat het warmteservicebedrijf prioriteiten zal moeten stellen t.a.v. de uitvoering. De impact hiervan is nog niet in beeldMet betrekking tot mitigatie van dit risico: Alliander is zich hiervan bewust en beoogt met de inzet van het warmteservicebedrijf juist op dit onderwerp een verbetering aan te brengen door enerzijds de totaal beschikbare capaciteit te verhogen en anderzijds vraag en aanbod binnen haar verzorgingsgebied te coördineren op basis van langjarige planningen. Krapte op de arbeidsmarkt We zien dat de arbeidsmarkt op een breed front onder druk staat.

Dit geldt zowel voor het traject van vergunningverlening, projectondersteuning als de uitvoering. De impact hiervan is nog niet in beeld. Inzet van het model met het warmteservicebedrijf is deels bedoeld om hier een oplossing in te brengen, door het centraliseren en efficiënt inzetten van capaciteit binnen het Alliander verzorgingsgebied. Gemeenten kennen hun eigen democratische dynamiek die zich niet altijd laat voorspellen en zeker niet laat dwingen. Dit geldt ook voor de te nemen besluiten voor het warmtenet in de Bollenstreek. Wat betreft de verkiezingen in maart 2026, is ervoor gekozen om het proces wat nodig is om de besluiten te nemen, nog deze raadsperiode te laten vaststellen. Draagvlak/ weerstand inwoners (volloop particulieren) De huidige fase van het project kenmerkt zich door bureauverkenningen en technische analyses. De inwoners zijn hierbij nog niet betrokken. Op dit moment is dan ook nog niet in te schatten hoe omvangrijk het draagvlak is t.a.v. collectieve warmte. Duidelijk is dat een onweigerbaar aanbod de drempel om wel aan te sluiten enorm verlaagd. 53 Risico Kans Effect van optreden Kans voor mitigatie Mitigerende maatregel Krapte op de arbeidsmarkt Inzet van het model met het warmteservicebedrijf is deels bedoeld om hier een oplossing in te brengen, door het centraliseren en efficiënt inzetten van capaciteit binnen het Alliander verzorgingsgebied.

Draagvlak/ weerstand inwoners (volloop particulieren) 0 + 0 Uitwerken onweigerbaar aanbod Geologisch risico: tegenvallende productiviteit van de bron - + + Vooraf uitgebreid geologisch onderzoek uitvoeren. Daarbij maken we gebruik van bestaande gegevens uit nabijgelegen putten, zodat we met meer zekerheid een inschatting kunnen maken van de potentie van het warmtereservoir. Boorrisico: technische complicaties tijdens de boring - + + Gebruik maken van ervaringen en gegevens uit reeds uitgevoerde aardwarmteboringen in vergelijkbare omstandigheden. Daarnaast wordt er een gedetailleerd boorplan opgesteld, waarin rekening wordt Tabel 10 54 na FID Krapte op de arbeidsmarkt We zien dat de arbeidsmarkt op een breed front onder druk staat. Dit geldt zowel voor het traject van vergunningverlening, projectondersteuning als de uitvoering. De impact hiervan is nog niet in beeld. Inzet van het model met het warmteservicebedrijf is deels bedoeld om hier een oplossing in te brengen, door het centraliseren en efficiënt inzetten van capaciteit binnen het Alliander verzorgingsgebied. Geologisch risico: tegenvallende productiviteit van de bron geologisch risico kan ertoe leiden dat er onvoldoende warmte geleverd wordt om de vraag te dekken, waardoor de businesscase onder druk komt te staan. Om dit risico te beperken, wordt er vooraf uitgebreid geologisch onderzoek uitgevoerd.

Daarbij maken we gebruik van bestaande gegevens uit nabijgelegen putten, zodat we met meer zekerheid een inschatting kunnen maken van de potentie van het warmtereservoir. Boorrisico: technische complicaties tijdens de boring Tijdens de realisatie van de aardwarmtebron kunnen zich technische complicaties voordoen, bijvoorbeeld bij het boren door complexe geologische lagen. Dit kan leiden tot vertragingen, extra kosten of in het ergste geval tot een mislukte boring. Om deze risi uitgevoerde aardwarmteboringen in vergelijkbare omstandigheden. Daarnaast wordt er een gedetailleerd boorplan opgesteld, waarin rekening wordt gehouden met mogelijke chnische uitdagingen. Draagvlak/ weerstand inwoners (volloop particulieren) Gezien de scope van het project speelt dit risico ook na de eerste ronde FID een rol. Kavels zullen in een periode van meerdere jaren worden aangesloten waarbij dit vraagstuk voor iedere nieuwe kavel blijft gelden. Verwachting is dat in de realisatie- en exploitatiefase bij positief momentum en door toenemende bekendheid met het warmtebedrijf en -net, het draagvlak bij nieuwe kavels zal toenemen. Risico's woningcorporaties Naast de projectrisico's die bovenstaand zijn beschreven hebben de woningcorporaties nog op zichzelf staande risico's die een effect kunnen hebben op het al dan niet aansluiten van het woningcorporatiebezit.

Dit kan weer een effect hebben op de haalbaarheid van het gehele project. De risico's voor de woningcorporaties zijn onderstaand weergegeven. 55 Risico Kans Effect van optreden Kans voor mitigatie Mitigerende maatregel Het definitieve aanbod voor de levering komt significant later tot stand dan gepland 0 + 0 In de bestaande of nog af te sluiten prestatieafspraken ruimte zoeken voor de mogelijkheid dat er door een eventueel afstel van het warmtenet vertraging optreedt in het tempo van verduurzaming van de woningvoorraad. Investeringsvoorstel woningcorporaties (aansluitkosten, woningaanpassingen) komt intern niet of slechts gedeeltelijk door de besluitvorming - + + Tijdig en volledig in beeld brengen van de verwachte investeringen en deze tijdig en volledig verwerken in het MJOB en op basis daarvan een Projectbesluit nemen zodat het geld voor meerdere jaren is geboekt; Aansturen op een conditioneel investeringsbesluit (CID) als voorportaal voor het definitieve investeringsbesluit. Als aan de verwoorde condities is voldaan, is er in principe sprake van een definitief besluit. Het CIB maakt het mogelijk om alle voorwaarden gedetailleerd te verwoorden en te bespreken met de aanbiedende partijen.

Voor de aanbiedende partijen heeft dit het voordeel dat zij weten waaraan zij hebben te voldoen; warmtenet en mitigerende maatregelen nauwkeurig in beeld brengen en meewegen in de besluitvorming. Verwachte subsidies zijn niet beschikbaar of verzekerd op moment van besluit 0 + - Het kunnen verkrijgen van de betreffende subsidie opnemen in de condities voor het conditionele investeringsbesluit. Huurders staan niet of in onvoldoende mate achter aansluiting op het warmtenet 0 + + met het voorstel dat aan de omliggende eigenaar/bewoners moet worden gedaan om hen te verleiden om een warmteaansluiting te nemen. Overwegen (ter verhoging van de betaalbaarheid) om de aantoonbaar vermeden toekomstige kosten voor de corporaties (onderhoud en vervanging CV-ketel), die de huurders via de huidige warmtetariefstructuur toegerekend krijgen, van de huurders over te nemen. Achterwege laten van de instemming. De vraag is immers of 70% instemming voor huurders met een individuele CV- inzet (en daar evt. bindende afspraken over maakt in prestatieafspraken of een samenwerkingsovereenkomst met de corporaties). Volgens VBTM Advocaten is in dat geval de Dan is dus geen instemming vereist. Wel moeten corporaties advies inwinnen bij de huurdersorganisatie, zorgvuldig met de huurders en de eventuele bewonerscommissies communiceren en de betaalbaarheid voor huurders borgen.

Tabel 11: 56 Het definitieve aanbod voor de levering komt significant later tot stand dan gepland De corporaties zijn door landelijke en lokale prestatieafspraken gedwongen om hun voorraad energetisch stap voor stap te verbeteren zodat in 2050 alle woningen fossielvrij kunnen worden verwarmd. De lange doorlooptijd tussen het voornemen en het daadwerkelijke besluit om woningen aan te sluiten op een warmtenet heeft voor corporaties het risico in zich dat woningen en het bijbehorende budget worden hiervoor Als het warmtenet dan uiteindelijk onverhoopt toch niet wordt aangelegd (bijv. omdat de brontest negatief uitvalt), moeten de corporaties alsnog en sterk versneld alsnog andere oplossingen toepassen op de gereserveerde woningen. Daarmee komen ze dan mogelijk in de knel met de nakoming van prestatieafspraken die zij met de overheid hebben gesloten. Mitigerende maatregel: in de bestaande of nog af te sluiten prestatieafspraken ruimte zoeken voor de mogelijkheid dat er door een eventueel afstel van het warmtenet vertraging optreedt in het tempo van verduurzaming van de woningvoorraad. N.B.

Hoe langer het besluit om het warmtenet aan te leggen zou worden uitgesteld (na Q1 2027), hoe groter de kans dat een of meer van onderstaande mogelijke beleidswijzigingen (waar nu overigens nog geen duidelijke tekenen van zijn) in voorbereiding komt: Áls er een wijziging in het Woningwaarderingstelsel zou komen waarbij een corporatie, bijv. via een huurverhoging, (een deel van) de investeringen van een warmtepompen zou kunnen verhalen op de huurder dan wordt het voor een corporatie veel aantrekkelijker om daarin de investeren. Dat is zeker het geval bij woningen die qua isolatie/ventilatie al klaar zijn voor een warmtepomp. Áls er aanvullende regelgeving zou komen voor het (in de toekomst) kunnen koelen van bestaande huurwoningen dan wordt een warmtepomp mogelijk aantrekkelijker dan een warmtenet met aanvullende koelmogelijkheid (airco). Investeringsvoorstel (aansluitkosten, woningaanpassingen) komt intern bij woningcorporaties niet of slechts gedeeltelijk door de besluitvorming De woningcorporaties zijn gebonden aan procedures voor investeringen in hun voorraad. De eerste stap die zij moeten zetten is het opnemen van de verwachte investeringen in hun MeerJarenOnderhoudsBegroting. Aansluitingen op het warmtenet zijn bijzondere investeringen omdat meestal niet synchroon lopen met de natuurlijke momenten die voor complexen gelden. Woningcorporaties willen a.

hun huurders zo min mogelijk lastigvallen met onderhoud en aanpassingen aan het gehuurde en b. hun projectleiders en opzichters zo efficiënt mogelijk en daarom combineren ze ingrepen zo veel als mogelijk. Voor woningcorporaties heeft het grootschalig aansluiten op een warmtenet dus meestal grote consequenties omdat de aanbieder van warmte een korte volloopperiode moet hanteren en er dus veel in korte tijd moet gebeuren. Nadat de verwachte investering is verwerkt in het MJOB moet er nog worden besloten om het geld ook daadwerkelijk te gaan uitgeven. Daarvoor hanteren corporaties een jaarlijkse cyclus: elk jaar rond de zomer besluiten zij wat er het jaar erop aan onderhoud mag worden uitgegeven. Warmtenetten passen niet goed in deze systematiek omdat het investeringsbesluit al enige jaren eerder moet worden genomen dan dat de uitgaven 57 plaatsvinden, het besluit voor meerdere jaren tegelijk geldt en het besluit ook daarna niet meer kan worden gewijzigd/bijgesteld (omdat de business case van de aanbiedende partijen dan in gevaar komt). Daarmee komt een dergelijk besluit onder een vergrootglas te liggen bij de Raden van Commissarissen die hier, gezien de financiële omvang, zijn expliciete goedkeuring aan moet geven.

Mitigerende maatregel(en): Tijdig en volledig in beeld brengen van de verwachte investeringen en deze tijdig en volledig verwerken in het MJOB en op basis daarvan een Projectbesluit nemen zodat het geld voor meerdere jaren is geboekt; Aansturen op een conditioneel investeringsbesluit (CID) als voorportaal voor het definitieve investeringsbesluit. Als aan de verwoorde condities is voldaan, is er in principe sprake van een definitief besluit. Het CIB maakt het mogelijk om alle voorwaarden gedetailleerd te verwoorden en te bespreken met de aanbiedende partijen. Voor de aanbiedende partijen heeft dit het voordeel dat zij weten waaraan zij hebben te voldoen; woningen op het warmtenet en mitigerende maatregelen nauwkeurig in beeld brengen en meewegen in de besluitvorming. Verwachte subsidies zijn niet beschikbaar of verzekerd op het moment van besluit Subsidies kunnen de netto kosten van de corporaties helpen reduceren. Tot voor kort stimuleerde de Stimuleringsregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) het investeren in elektrisch koken, de bijdrage aansluitkosten voor het warmtenet en aanpassingen aan de binneninstallaties. Ook vergoedde de SAH gedurende 10 jaar het hogere vastrecht (dan met gasverwarming) dat huurders met individuele warmteaansluitingen ervaren. Het is goed denkbaar dat de SAH weer wordt opengesteld of wordt opgevolgd door een andere subsidieregeling.

De corporaties lopen het risico dat subsidie waarop zij voor hun besluit rekenden, overtekend raakt (zoals nu met de SAH). Mitigerende maatregelen: het kunnen verkrijgen van de betreffende subsidie opnemen in de condities voor het conditionele investeringsbesluit. Huurders staan niet of in onvoldoende mate achter aansluiting op het warmtenet Voor de corporaties is het essentieel dat een groot deel van de huurders geen bezwaren heeft tegen het aansluiten van hun woningen op het warmtenet. Voor woningen met een individuele CV-ketel betekent een warmteaansluiting een aanpassing van het gehuurde. Daarmee zou per complex 70% van de huurders hiermee moeten instemmen. Bij collectieve stookinstallaties, waar normaliter alleen de collectieve gasketel wordt vervangen door een collectieve warmteaansluiting, geldt een adviesrecht voor de huurderorganisatie. De 70%-instemming zorgt voor een aanzienlijke verlenging van de doorlooptijd voordat het definitieve investeringsbesluit kan worden genomen. Daarnaast is er een risico dat de 70% niet wordt gehaald. Een gang naar de rechter is dan mogelijk zodat deze kan beoordelen of het een redelijk voorstel betreft maar deze oplossing kan de relatie met de huurders ernstig verstoren.

58 Mitigerende maatregel: Zorgen voor een aanbod dat voor de huurders voldoende aantrekkelijk eigenaar/bewoners moet worden gedaan om hen te verleiden om een warmteaansluiting te nemen. Overwegen (ter verhoging van de betaalbaarheid) om de aantoonbaar vermeden toekomstige kosten voor de corporaties (onderhoud en vervanging CV-ketel), die de huurders via de huidige warmtetariefstructuur toegerekend krijgen, van de huurders over te nemen. Achterwege laten van de instemming. De vraag is immers of 70% instemming voor huurders met een individuele CV-ketel ook geldt als de gemeente onder de maakt in prestatieafspraken of een samenwerkingsovereenkomst met de corporaties). Volgens VBTM Advocaten is in dat geval de omschakeling van is dus geen instemming vereist. Wel moeten corporaties advies inwinnen bij de huurdersorganisatie, zorgvuldig met de huurders en de eventuele bewonerscommissies communiceren en de betaalbaarheid voor huurders borgen. Conclusies Zoals de risico-analyse aantoont bevinden de meeste risico's zich in de pre-FID fase. Dit onderstreept het belang van zorgvuldige besluitvorming en voorbereiding voor het investeringsmoment. Daarnaast leiden de mitigerende maatregelen tot een significante verlaging van de kans van het optreden bij de meeste risico's. Een aantal risico's zijn afhankelijk van externe factoren, zoals wet- en regelgeving.

Deze risico's vallen dus buiten de directe beïnvloeding van het projectteam. Hier zal de komende periode ex tra aandacht aan moeten worden besteed. 59 11. Randvoorwaarden Bij de start van de haalbaarheidsstudie zijn bij partijen de randvoorwaarden opgehaald die minimaal noodzakelijk zijn om het collectieve warmteproject mogelijk te maken. Gedurende de loop van de haalbaarheidsstudie zijn er voorwaarden toegevoegd. Deze op basis van voortschrijdend kennis, door tussentijdse resultaten van de studie of vanuit externe ontwikkelingen. Bij kwam naar voren dat enkele van de mitigerende maatregelen ook als randvoorwaarde vooraf meegenomen moesten worden bij de doorontwikkeling van de collectieve regionale warmteoplossing. De resulterende randvoorwaarden zijn hieronder weergegeven. Het invullen van deze randvoorwaarden dient deels plaats te vinden vóór oprichting van het warmtebedrijf , deels kunnen deze na oprichting, deels zijn er randvoorwaarden die tijdens de operationele periode per deelproject zullen blijven gelden. Een deel van onderstaande voorwaarden vallen binnen de demarcatie van de IOK partijen en kunnen wij zelf beïnvloeden. Een deel van de randvoorwaarden valt buiten onze gezamenlijke demarcatie. Voor deze voorwaarden geldt dat wij door middel van lobby of andere vorm van beïnvloeden invulling voor elkaar moeten krijgen.

Adviseerbaar is om bij het opstellen van een plan van aanpak voor de vervolgfase te identificeren welke voorwaarden in welke volgorde ingevuld moeten worden. Voor enkel voorwaarden zal gelden dat deze dusdanig zwaar wegen dat hier eerst (zicht op) invulling nodig is alvorens vervolgstappen mogelijk zijn. Voor de externe voorwaarden zijn we hierbij afhankelijk van het voortschrijden van de ontwikkelingen extern. De voorwaarden die we wel zelf kunnen beïnvloeden dienen we zodanig in gang te zetten dat ze tijdig ingevuld zijn of kunnen worden als de externe voorwaarden binnen handbereik komen. Samenvatting randvoorwaarden Randvoorwaarden van het wettelijk kader WCW is geïmplementeerd, zodat wettelijk kader op z'n plaats is en Firan de rol van integraal warmtebedrijf mag nemen WGIW en BGIW zijn nationaal geïmplementeerd Duidelijkheid over voldoende financiering voor Firan moet rond zijn of er moet voldoende financieringsruimte zijn voor investeren in een warmtebedrijf of warmteproject en investering in warmte mag geen impact hebben op bestaande rating Alliander N.V. Een goed werkend waarborgfonds, minimale volloop, bron risico en ontwikkel- en realisatierisico Een op kosten gebaseerd leveringstarief zodat financieringsrisco's en kosten zo laag mogelijk zijn. Een mechanisme voor maximale tarifering van collectieve warmte en compensatie bij te hoge kosten.

60 Randvoorwaarden aan de wijze van samenwerken De aanwijsbevoegdheid uit de WGIW voor gemeenten om warmtewijken aardgasvrij te maken kan als instrument ingezet worden. Gemeenten onderkennen deze mogelijkheid. Op een later moment wordt het mogelijke nut en noodzaak door de gemeenten hiervan beschouwd. Naast Alliander investeren EBN, provinciale en gemeentelijk fondsen, en andere nutsbedrijven als publieke partijen in de warmtebedrijven De gemeente wijst het integrale warmtebedrijf aan; Het integrale warmtebedrijf is eigenaar van de netten en verantwoordelijk voor de inkoop/productie van warmte en de levering Randvoorwaarden aantrekkelijk aanbod Voor particulieren is verder (bureau)onderzoek nodig om aanvullende voorwaarden goed in beeld te krijgen. Naast een aantrekkelijk aanbod (financieel en comfort/ontzorging) is een zorgvuldige bewustwordings- en wervingscampagne vanuit de gemeenten en later aangevuld met het warmtebedrijf is een absolute randvoorwaarde om voldoende participatie te bereiken.

Randvoorwaarden voor de realisatie van het warmtenet Voldoende zekere warmtevraag om een (pre) FID te kunnen nemen Locaties en vergunningen voor de aanleg van het warmtenet en de hulpwarmtecentrales Ruimte in de ondergrond en realistische timeslots om te kunnen werken in de openbare ruimte Beschikbaar van de WIS-subsidie Randvoorwaarden voor aardwarmtebron Randvoorwaarden voor Pre-FID van aardwarmtebron Besluit oprichting warmtebedrijf Conditionele WLO met warmtebedrijf Conditionele commitment warmteafname Woningcorporaties Onherroepelijke omgevingsvergunning Herroepelijke of onherroepelijke startvergunning Verkenning beschikbaarheid boortoren Beschikbare e-capaciteit Zicht op sluitende business case Randvoorwaarden voor de woningcorporaties Zie bijlage 8 voor een uitgewerkt overzicht van deze voorwaarden die de corporaties stellen voor het aansluiten van woningen. Samengevat: Het warmtenet is betaalbaar voor huurders (geen hogere verwarmingskosten bij - Het warmtenet is betaalbaar voor de corporaties (in vergelijking met alternatieven) De aansluitposten zijn rechtvaardig verdeeld over de diverse typen afnemers Het warmtenet is duurzaam Het warmtenet is een betrouwbare bron van verwarming 61 De corporaties en hun huurders vervullen een specifieke rol, te weten die van afnemer (en dus bijv.

niet van mede-eigenaar van het warmtenet) Er komt voldoende vaart in de besluitvorming (o.a. bij voorkeur oprichting verduurzaming van hun woningbezit om hun mijlpaal in 2050 te kunnen halen: hele bezit fossielvrij verwarmd. De corporaties kunnen tot ca Q1 '27 de op het warmtenet. Als er op dat moment geen duidelijkheid is over het warmtenet, zullen in de loop van de tijd steeds meer woningen moeten r andere aardgasvrije oplossingen zoals met name elektrische warmtepompen. Dat vormt dan een risico voor het warmtebedrijf (minder aansluitingen dan verwacht). 62 12. Conclusies haalbaarheid Allereerst concluderen we dat het realiseren van een grootschalig regionaal warmtenetwerk alsmede een nieuw op te richten warmtebedrijf en daarnaast het organiseren van voldoende warmtevraag, een enorm ingewikkelde opgave is. Onder andere omdat de benodigde wet- en regelgeving/financiering nog niet, of nog niet goed is geregeld. Tegelijkertijd zien we dat de Rijksoverheid nadrukkelijk inzet om deze duidelijkheid te verschaffen. De realisatie van het netwerk is een ontwikkeling die vele jaren zal duren. Verdeeld in een verkennende-, ontwikkel- en realisatiefase. De partijen hebben in de afgelopen tijd concreet gewerkt aan de verkennende fase, waarmee een basis is gelegd voor de volgende fases.

De verkennende fase heeft inzichten opgeleverd over de volgende aspecten: Integrale businesscase De businesscase van het warmtenet leidt tot een onrendabele top die we hebben berekend op basis van twee afhankelijkheden: de BAK en het projectrendement. dat een onweigerbaar aanbod een gunstig effect heeft op het vollooppercentage, waarbij Governance warmtebedrijf Gemeenten hebben Fakton Energy opdracht gegeven om de voorgestelde governancestructuur te beoordelen. Daarnaast is een vergelijking gemaakt met het de governance van het regionale afvalverwerkingsbedrijf MeerVAB. Fakton heeft deze structuur als positief beoordeeld en adviseert om de samenwerking voort te zetten. De plannen van Alliander om de rol van integraal warmtebedrijf in te vullen i.s.m. de Nationale Deelneming Warmte van EBN ziet Fakton als een positieve ontwikkeling. Wat betreft de vergelijking MeerVAB en Alliander, ziet Fakton overeenkomsten. De belangrijkste overeenkomst is dat gemeenten hun krachten bundelen in een separate entiteit om gezamenlijk invulling te geven aan een maatschappelijke opgave en een groot deel van de uitvoeringscapaciteit via inbesteden te organiseren. Technische haalbaarheid De Bollenstreek is een regio met een grote kans voor aardwarmte. Inpassing van het warmtenet in de ondergrond en aansluiten van de woningen op een collectief warmtenet is op hoofdlijnen beschouwd technisch mogelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1840/documents/24860