CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

Db06.2 Bijlage raadsmemo, Haalbaarheidsrapportage Warmtenet Bollenstreek

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken17.434 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1 Versie 9.0 finale versie 04-03-2026 Auteurs: Alessa Zoetbrood, Alwin van der Ven, André Smit, Dirk Hogewoning, Jeroen Roos, Lynn Baggen, Miguel Alvares, Theo Voskuilen, Wim Crama Opdrachtgevers: D4, Firan, Gemeente Hillegom, Gemeente Lisse, Gemeente Noordwijk, Gemeente Teylingen, Woningcorporatie Padua, Woningcorporatie Stek

2 Inhoudsopgave 1. Managementsamenvatting ............................................................................... 5 Technische haalbaarheid ..................................................................................... 5 Financiële haalbaarheid ...................................................................................... 6 Organisatorisch/juridische haalbaarheid ................................................................ 7 Overall conclusie en aanbeveling ......................................................................... 8 2. Inleiding ...................................................................................................... 10 Aanleiding ....................................................................................................... 10 Intentieovereenkomst en de scope van dit rapport ............................................... 10 Stappen voorafgaand ....................................................................................... 11 Initiatief Aardwarmte Rijnland ........................................................................ 11 Grand Design Aardwarmte Rijnland................................................................. 11 Leeswijzer ....................................................................................................... 12 3.

Wat is een warmtenet met aardwarmte ........................................................... 13 Wat is aardwarmte en hoe werkt het? ................................................................ 13 Wanneer is de ondergrond geschikt voor aardwarmte? ......................................... 14 Over de aardwarmtebron .................................................................................. 15 4. Warmtevraag ............................................................................................... 16 Warmtevraag van de Bollenstreek in kaart gebracht ............................................. 16 Analyse van de warmtevraag ......................................................................... 17 Aansluittempo .............................................................................................. 18 Ontwikkeling aansluitingen bij uitrol warmtenet ................................................ 18 5. Warmteaanbod ............................................................................................. 22 Aardwarmtebronnen ......................................................................................... 22 Piek- en back-upwarmte ................................................................................... 22 Hulpwarmtecentrales ....................................................................................

23 Duurzame vormen van pieklastvoorziening ...................................................... 23 Tracé van het warmtenet .................................................................................. 23 Vliegwielproject ............................................................................................ 25 Conclusie ........................................................................................................ 26 6. Techniek in de woning ................................................................................... 27 Impact voor woningen ...................................................................................... 27 70 graden .................................................................................................... 27 Leverings- en aansluitvoorwaarden ................................................................. 28 Conclusie ........................................................................................................ 28 7. Vergelijking met all-electric scenario ............................................................... 29 -reductiepotentieel ..................................................................................... 29 Impact op het elektriciteitsnet (netcongestie) ......................................................

29 Inpassing in en buiten de woning ....................................................................... 30 Levensduur en vervangingscyclus ...................................................................... 30 Koeling ........................................................................................................... 31 Conclusie ........................................................................................................ 31 8. | Financiën | - businesscase ............................................................................... 32 Businesscases ................................................................................................. 32 Uitgangspunten businesscase ............................................................................ 32 Financiële uitgangspunten voor warmtebron(nen) | ............................................. 33 Financiële uitgangspunten voor warmtebedrijf | .................................................. 33 Definitie onweigerbaar aanbod voor huiseigenaren en huurders ............................. 34 Structuur businesscases ................................................................................... 35 Rekenresultaten businesscase basisscenario warmtebedrijf ...................................

36 Gevoeligheidsanalyse ....................................................................................... 39 Conclusies voor de businesscase ........................................................................ 41 9. | Organisatie van een warmtebedrijf ................................................................. 43 Onderzoek governance ..................................................................................... 43 Fakton advies aan de Bollenstreek gemeenten in relatie tot de onderzoeksvragen uit de IOK ............................................................................................................ 43 Integrale contractenstructuur RPIW.................................................................... 45 10. | Risico-analyse ........................................................................................... 46 ................................................................................ 47 ........................................................................... 49 ................................................................................................. 53 .............................................................................. 54 Risico's woningcorporaties ................................................................................

54 Conclusies....................................................................................................... 58 11. | Randvoorwaarden ..................................................................................... 59 Samenvatting randvoorwaarden ........................................................................ 59 Randvoorwaarden van het wettelijk kader ....................................................... 59 Randvoorwaarden aan de wijze van samenwerken ............................................ 60 Randvoorwaarden aantrekkelijk aanbod .......................................................... 60 Randvoorwaarden voor de realisatie van het warmtenet .................................... 60 Randvoorwaarden voor aardwarmtebron ......................................................... 60 Randvoorwaarden voor de woningcorporaties ................................................... 60 12. | Conclusies haalbaarheid ............................................................................. 62 3 4 Bijlagen ............................................................................................................. 66 5 1.

Managementsamenvatting Op 1 juli 2024 is de Intentieovereenkomst Warmtenet Bollenstreek (IOK) ondertekend door de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen, Woningcorporaties Stek en Padua en Aardwarmte Rijnland (Shell Geothermie & D4) en Firan, hierna partijen genoemd. In de IOK zijn onderzoeksvragen opgesteld om de haalbaarheid van een duurzaam, betrouwbaar en betaalbaar warmtenet te onderzoeken. Afgelopen jaar hebben bovengenoemde partijen de haalbaarheid onderzocht van een nieuw warmtenet in de Bollenstreek gevoed door aardwarmte. Voor het bepalen van de haalbaarheid zijn de volgende aspecten onderzocht: technisch, financieel en organisatorisch/juridisch. De onderzoeksvragen zijn uitgewerkt aan de hand van een drietal werksporen: Governance Wijkaanpak Woningcorporaties Gedurende de verkenning zijn er, naast de onderzoeksvragen en de uitwerking hiervan in de werksporen, ook antwoorden gegeven op aanvullende onderzoeksvragen die bij aanvang van ondertekening van de IOK nog niet geïdentificeerd waren.

Denk hierbij aan: Een zeer aantrekkelijk aanbod voor particulieren (het onweigerb ) Het benodigde additionele subsidie instrumentarium Het vertrekpunt voor de verkenning is het Grand Design, dat in 2024 is opgesteld door Aardwarmte Rijnland in samenwerking met gemeenten en woningcorporaties uit de energieregio Holland Rijnland, de provincie Zuid-Holland en de RES Holland Rijnland. Het hoofddoel van het Grand Design was het opstellen van een voorkeursscenario voor de ontwikkeling van een duurzaam, haalbaar, betaalbaar, betrouwbaar en inclusief regionaal warmtesysteem voor de gebouwde omgeving. Gedurende de verkenning zijn de uitgangspunten van het Grand Design geoptimaliseerd. De haalbaarheid wordt samengevat aan de hand van de onderzochte aspecten, als volgt beoordeeld en geconcludeerd: Technische haalbaarheid De potentiële warmtevraag uit de gehele Bollenstreek is in kaart gebracht. De potentiële warmtevraag uit de Bollenstreek omvat circa 2.400.000 GJ aan warmte per jaar, wat kan -reductie van circa 13 van circa 80 miljoen m³ aardgas. Om de Bollenstreek te kunnen voorzien in de basislast van hun warmtevraag, zijn er vijf aardwarmtebronnen benodigd. Er heeft een zorgvuldige selectie van vijf potentiële aardwarmtelocaties plaatsgevonden. Daarnaast is er op basis van deze warmtevraag een schetsontwerp gemaakt van de hoofdleidingen van het warmtenet.

Dit schetsontwerp is gebaseerd op een aantal kaartlagen: Particulier woningbezit Corporatiewoningbezit Kleinverbruik utiliteitsbouw (kleine bedrijven) Maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed Grote warmtevragers in de Bollenstreek (bedrijven met veel energieverbruik) Archeologische waardenkaart Bollenstreek Nieuwbouwlocaties 6 De impact van de aanleg van een warmtenet is op hoofdlijnen in september 2024 besproken met de civiele medewerkers van de gemeenten. Tot slot en van een andere corporatiewoningen plaatsgevonden, om antwoord te geven op de vraag welke inpandige aanpassingen noodzakelijk zijn voor de aansluiting op een warmtenet gevoed door aardwarmte. Daarnaast is er een kostenraming gemaakt van deze inpandige aanpassingen. Wij concluderen dat de technische haalbaarheid geen belemmering vormt voor de uitvoering van het project. Dit baseren we mede op de verworven kennis uit de geanalyseerde kaartlagen, de potentieel beschikbare hoeveelheid aardwarmte en de beoogde aan te sluiten woningvoorraad van particulieren en corporaties, utiliteiten en bedrijven. Financiële haalbaarheid Om de financiële haalbaarheid te bepalen, zijn er ramingen van de kosten (DEVEX1, CAPEX2 en OPEX3) opgesteld en zijn de verwachte opbrengsten berekend. Bovendien is er een analyse gemaakt van de beschikbare subsidies voor het warmtenet, de afnemers en de aardwarmtebron.

Met dit overzicht van kosten en inkomsten is er een businesscase opgesteld met gevoeligheidsanalyses. Adviesbureau Rebel Group heeft de businesscase beoordeeld. De beoordeling is gedeeld met het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). Informeel heeft KGG vermeld dat zij geen omissies hebben kunnen vaststellen in de businesscase. Om het vollooprisico te beperken is er ook gewerkt aan een zogenoemd onweigerbaar verwachting is dat hiermee de drempel voor particulieren om aan te sluiten aanzienlijk wordt verlaagd. In dit gewenste aanbod is gerekend met een gereduceerd aansluit- en exploitatietarief. Op basis van de opgestelde businesscase, beschikbare subsidies en de aanname omtrent de volloop i.c.m. het onweigerbare aanbod, is een onrendabele top voor het project bepaald met een omvang - (afhankelijk van de participatie). Om deze onrendabele top af te dekken, hebben de partijen op 13 mei een manifest 4 aangeboden aan de Tweede Kamer. Hiermee wordt de Tweede Kamer verzocht om de onrendabele top af te dekken en daarmee een maatschappelijk voordeel te realiseren. Uit onderzoek blijkt namelijk dat een Rijksinvestering leidt tot een maatschappelijk voordeel 5. Wij concluderen dat de financiële haalbaarheid van het project vanuit de eigen uitgaven en inkomsten in beginsel niet rendabel is.

Inzet van het bestaande standaard subsidie- instrumentarium maakt het project ook niet rendabel voor de investerende partijen. Dit betekent dat onder de huidige omstandigheden geen aantrekkelijk aanbod gedaan kan worden aan inwoners en bedrijven van de Bollenstreek. Tegelijkertijd is de verwachting dat de Tweede Kamer bij de vaststelling van de Wet collectieve warmte (Wcw) rekening 1 DEVEX: Ontwikkelkosten 2 CAPEX: Investeringskosten 3 OPEX: Operationele kosten 4 Aardwarmte in de Bollenstreek: Bouwsteen voor onafhankelijke, betaalbare en . 5 aardwarmtenet en een all-electric warmtetransitie voor 70.000 huishoudens en een periode van 30 jaar. 7 zal houden met de ingewikkelde financieringsvraagstukken van collectieve warmte, waarmee de businesscase wel haalbaar wordt. Dit kwam nadrukkelijk ter sprake tijdens de behandeling van de Wcw in de Tweede Kamer op 10 juni. Kamerlid Postma heeft namelijk tijdens het plenaire debat expliciet gevraagd hoe de minister denkt om te gaan met maatwerksubsidies voor gemeentegrensoverschrijdende projecten zoals de Bollenstreek. Dit lijkt een rechtstreekse reactie te zijn n.a.v. het aanbieden van het manifest. Organisatorisch/juridische haalbaarheid Organisatorisch: Om het overzicht te behouden en hierin kritische momenten te kunnen herkennen, zijn de afzonderlijke planningen van de partijen naast elkaar gelegd. Hieruit deelnemende partijen.

Het is belangrijk dat dit 1) wordt onderkend en 2) waar mogelijk mitigerende maatregelen worden voorgesteld om naar een gezamenlijke projectplanning toe te werken. Het niet tot stand komen van een dergelijke planning, waarbij de belangen van alle partijen voldoende tot uitdrukking komen, zal leiden tot het beëindigen van de samenwerking en daarmee het werken aan een collectief warmtenetwerk in de Bollenstreek. Momenteel is het kritieke pad vormgegeven door de volgende drie onderdelen die worden ervaren als een kritieke datum: Aardwarmte Rijnland moet in Q1 2027 de materialen bestellen voor het ontwikkelen van de aardwarmtebron (looptijd tot eerste warmtelevering: drie jaar); Gemeenten en Firan moeten uiterlijk Q1 2027 een aantal belangrijke besluiten nemen, waaronder het oprichten van het regionaal publiek integraal warmtebedrijf (RPIW). De corporaties kunnen tot ca Q1 '27 alle woningen die voor het warmtenet zijn duidelijkheid is over de komst het warmtenet, zullen in de loop van de tijd steeds meer woningen door de co aardgasvrije oplossingen. Dit is nodig om in 2050 het volledige bezit fossielvrij verwarmbaar te kunnen maken. Juridisch: De voorgestelde governancestructuur van Alliander/Firan voor een toekomstig warmtebedrijf is onderzocht.

Omwille van de onafhankelijkheid van het onderzoek, is voor dit aspect, uitsluitend door de gemeenten, opdracht gegeven aan adviesbureau Fakton voor de beoordeling van de beoogde governancestructuur. Hierbij is ook een beoordeling gemaakt van de overeenkomsten en verschillen tussen de beoogde governancestructuur van Alliander/Firan en het regionaal opgerichte afvalverwerkingsbedrijf MeerVAB, waarin de gemeenten participeren. Fakton beoordeelt de plannen en het marktmodel van Alliander/Firan als kansrijk. Het voorgestelde marktmodel komt sterk overeen met de MeerVAB constructie waar de gemeenten bekend en vertrouwd mee zijn. Niet onvermeld mag blijven dat minister Hermans heeft aangekondigd een verbod in te stellen het verplichten van inbesteding bij het warmteservicebedrijf (WSB). Fakton is gevraagd om aanvullend op de beoordeling hierop te reflecteren. Bij het opstellen van deze managementsamenvatting is de reactie van Fakton nog niet beschikbaar. Wel is op 26 juni 2025 het amendement-Grinwis aangenomen, dat bevestigt dat warmtebedrijven uitvoeringstaken mogen laten verrichten door een warmteservicebedrijf. Hiermee is de 8 door ons voorgestelde governancestructuur jurisch toegestaan binnen de Wcw, die op 3 juli 2025 in de Tweede Kamer is aangenomen.

Gezien de impact op de marktordening binnen de warmteketen als gevolg van de aangekondigde Wcw, is ook de invloed hiervan beoordeeld. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan de mogelijke staatsdeelneming door Energiebeheer Nederland (EBN) en de toezichthoudende rol van de Autoriteit Consument en Markt (ACM). De wet is op donderdag 3 juli 2025 in de Tweede Kamer behandeld en is aangenomen. De wet zal nog in de Eerste Kamer voorgelegd worden. Gedurende de periode van de verkenning is ook de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) aangenomen. Het bijbehorende besluit (Bgiw) met de detaillering van de instrumenten is overigens nog niet vastgesteld. Informeel is vernomen dat de einddatum voor het vaststellen van een warmteprogramma, als onderdeel van de Wgiw, mogelijk wordt opgeschoven (bron Fakton/NPLW). De vaststelling van de kaderstellende wetgeving is van groot belang voor het welslagen van het project. Denk hierbij aan afspraken met betrekking tot het warmtebedrijf, het wel/niet verplicht inbesteden bij een WSB en duidelijkheid over de rollen en bevoegdheden van partijen binnen de warmteketen. Echter geeft de hierboven beschreven verwachting t.a.v. de vaststelling van de Wcw voldoende basis om de projectactiviteiten te continueren.

Overall conclusie en aanbeveling Allereerst concluderen we dat het realiseren van een grootschalig regionaal warmtenetwerk alsmede een nieuw op te richten warmtebedrijf en daarnaast het organiseren van voldoende warmtevraag, een enorm ingewikkelde opgave is. Onder andere omdat de benodigde wet- en regelgeving/financiering nog niet, of nog niet goed is geregeld. Tegelijkertijd zien we dat de Rijksoverheid nadrukkelijk inzet om deze duidelijkheid te verschaffen. De realisatie van het netwerk is een ontwikkeling die vele jaren zal duren. Verdeeld in een verkennende-, ontwikkel- en realisatiefase. De partijen hebben in de afgelopen tijd concreet gewerkt aan de verkennende fase, waarmee een basis is gelegd voor de volgende fases. De verkennende fase heeft inzichten opgeleverd t.a.v.: Integrale businesscase, (inclusief duiding onrendabele top, review vanuit Rebel Group en KGG, welke heeft geresulteerd in een gezamenlijk lobby richting de Tweede Kamer, onder leiding van de bestuurders in de Bollenstreek); De governance voor een warmtebedrijf, (inclusief een vergelijking van het bestaande gemeentelijke afvalverwerkingsbedrijf MeerVAB); Een basiskaart voor het warmtenet in de Bollenstreek (inclusief een schetsontwerp voor mogelijke warmteclusters i.c.m.

woningcorporatiebezit); De impact van de realisatie van een warmtenet (inclusief woningschouw, bezoek aan project in Didam, informatieve sessie civiele medewerkers van de gemeenten). Wij zien hiermee voldoende basis om de stap te zetten naar de ontwikkelfase. 9 Voor de ontwikkelfase is de volgende besluitvorming van belang (in willekeurige volgorde): Besluit Gemeenten Firan Aardwarmtebron Woningcorporaties Rijk Convenant gesloten X X X X Toetreding nieuwe partner binnen Aardwarmte Rijnland ter vervanging van Shell Geothermie X Besluit opstellen WLO woningcorporaties warmtebedrijf i.o. X X X Besluit opstellen WLO aardwarmtebron warmtebedrijf i.o. X X X Besluit (ontwikkelovereenkomst) aardwarmtebron warmtebedrijf i.o. X X X Voorgenomen besluit: gemeenten kiezen voor Warmtenet Bollenstreek X Voorgenomen besluit over publiek warmtebedrijf X X Besluit participatieplan X Besluit toepassen instrumenten uit de WGIW X Besluit vaststellen warmtekavel(s) X Besluit vaststellen één of meerdere startproject(en) X Besluit Eerste Kamer m.b.t. invoering Wcw en inwerkingtreding Wcw voor oprichten warmtebedrijf X Besluit opheffing groepsverbod X Besluit oprichting publiek warmtebedrijf (conform voorgesteld model) X X Besluit Rijk m.b.t. aanvullende subsidies dekking onrendabele top X Intern besluit over acceptatie WLO met warmtebedrijf i.o. X Conditionele WLO warmtebedrijf i.o.

- WoCo X X X Conditionele WLO warmtebedrijf i.o. - aardwarmtebron X X X Pre-FID aardwarmtebron X Tabel 1: Overzicht te nemen besluiten in ontwikkelfase 10 2. Inleiding Aanleiding Gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen hebben de ambitie om in 2050 geen fossiele brandstoffen meer te gebruiken die een bijdrage leveren aan de uitstoot van CO . Gemeenten hebben wettelijk een regierol voor het borgen van het publieke belang in de warmtetransitie. Het is daarbij belangrijk dat een nieuwe warmtevoorziening haalbaar, betaalbaar, betrouwbaar en duurzaam is. Daarom verkennen de gemeenten in de Bollenstreek samen met de initiatiefnemers van Aardwarmte Rijnland en de beide woningcorporaties Woonstichting Stek en Woningstichting Sint Antonius van Padua (hierna 'Padua') de haalbaarheid van een regionaal collectief warmtesysteem. Een warmtesysteem dat wordt gevoed door duurzame bronnen, met als basis lokale aardwarmte. Deze verkenning is gebaseerd op de afspraken die zijn verwoord in een intentieovereenkomst (IOK, zie bijlage 1). Onderzoek bevestigt dat de ondergrond van de Bollenstreek meer dan voldoende potentie bevat om aan de hele warmtevraag van de gebouwde omgeving in de Bollenstreek te kunnen voldoen. De aardwarmte is zelfs voldoende om daarnaast ook een belangrijke bijdrage te leveren aan de warmtevraag in gemeenten buiten de Bollenstreek.

In dit rapport zijn de inzichten opgeschreven die de samenwerkende partijen hebben gekregen tijdens de verkenningsfase van het afgelopen jaar. Deze inzichten zijn de bouwstenen voor de volgende fase. Met dit rapport wordt de periode van de intentieovereenkomst afgesloten. In de volgende periode werken de partijen toe naar een convenant dat uiteindelijk wordt opgevolgd door de samenwerkingsovereenkomst voor de uitvoeringsfase. Intentieovereenkomst en de scope van dit rapport Op 1 juli 2024 is een intentieovereenkomst getekend door de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen en de woningcorporaties Stek en Padua, en Aardwarmte Rijnland. In de overeenkomst hebben de partijen afgesproken om samen de mogelijkheden voor een warmtenet met aardwarmte in de Bollenstreek te verkennen en toe te werken naar een samenwerkingsovereenkomst. In de intentieovereenkomst staan de onderzoeksvragen die beantwoord moeten worden om een volgende stap te kunnen zetten voor regionale collectieve warmtenet met aardwarmte. Tijdens het onderzoek zijn de uitgangspunten van de Intentieovereenkomst verder verfijnd en aangepast en zijn er door voortschrijdend inzicht nieuwe vragen beantwoord. Onderzocht zijn technische, financiële, organisatorische en juridische aspecten.

Het ging daarbij over de governancestructuur en de opzet van een warmtebedrijf, de uitwerking van het grand design naar wijkniveau, de rol van de woningcorporaties, het aanbod voor particulieren en subsidies vanuit het Rijk. 11 De gemeenten Katwijk en Oegstgeest vallen buiten de scope van dit onderzoek, al zijn ze wel meegenomen in het Grand Design. Buiten de scope vallen ook alternatieve warmtebronnen als aquathermie en warmte uit rioolwater. Belangrijk onderwerp in het onderzoek was de mogelijke deelname van particulieren naast die van de woningcorporatie. Dit heeft namelijk grote invloed op de businesscase besproken. Voor de businesscase is uitgegaan van een basisscenario met 30.000 tot 50.000 huishoudens die aansluiten. Ook werd duidelijk dat het verstandig is om met een vliegwielproject te beginnen van ongeveer 7.000 huishoudens. Op die manier heeft de eerste warmtebron voldoende afname en is er meer zekerheid voor afname voor een tweede warmtebron. Hiermee wordt het regionale collectieve warmtenet behapbaarder voor alle partijen. Stappen voorafgaand Initiatief Aardwarmte Rijnland De ontwikkeling van de aardwarmtebron(nen) en het warmtenet is een initiatief van Aardwarmte Rijnland. Aardwarmte Rijnland, bestaande uit D4 en Shell, heeft in 2021 de opsporingsvergunning verleend gekregen (bijlage 2. Opsporingsvergunning Rijnland).

Het consortium mag binnen de opsporingsvergunning zoeken naar aardwarmte en heeft de ondergrondpotentie in kaart gebracht. Hierna is een SDE++-subsidie aangevraagd voor het project die in 2023 is verleend. Firan is intussen ook betrokken bij het consortium Aardwarmte Rijnland, en is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, realisatie en exploitatie van het warmtenet. Verder heeft Shell afgelopen voorjaar besloten om haar rol in de aardwarmtesector af te bouwen. Voor dit project betekent dit dat er een nieuwe partner komt met gelijke ervaring en expertise in de ondergrond en aardwarmtesector. Hiervoor zijn gesprekken met diverse aardwarmte-exploitanten gevoerd. Naar verwachting zal de nieuwe partner na de zomer bij Aardwarmte Rijnland aansluiten. Grand Design Aardwarmte Rijnland Eind 2023 heeft Aardwarmte Rijnland een Grand Design gemaakt in samenwerking met de gemeenten Noordwijk, Hillegom, Lisse, Teylingen, Katwijk en Oegstgeest, met Woningcorporaties STEK, Padua, MeerWonen, en Dunavie, met Warmte Leidse Regio (WLR), Regionale Energie Strategie (RES) Holland Rijnland en de Provincie Zuid-Holland. Het Grand Design laat zien hoe het collectieve warmtesysteem in de regio eruit kan zien. Het gaat in het Grand Design om zowel Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen als om Katwijk en Oegstgeest. berekend worden.

Er zijn drie scenario's opgesteld: 1) decentrale ontwikkeling van het gefaseerde . De voorkeur gaat uit naar scenario 2, waarin eerst een hoofddistributieleiding wordt aangelegd waarop de lokale warmtenetten meteen kunnen aansluiten. Het voordeel van dit scenario ten opzichte van de andere twee scenario's is dat de aanleg van het 12 warmtenet tegelijk in verschillende woonkernen in de Bollenstreek kan starten. Dit versnelt de aanleg, terwijl de aanleg in de andere scenario's traag en versnipperd is. Daarnaast is de warmte in scenario 2, ten opzichte van scenario 1, minder afhankelijk van congestie op het lokale stroomnet. In scenario 1 zouden de woonkernen tijdelijk warmte moeten krijgen van buurtwarmtepompen. Vanwege netcongestie is dit niet haalbaar. In scenario 2 kunnen de warmtenetten in de woonkernen direct aansluiten op de hoofddistributieleiding die gevoed wordt door aardwarmte. Een ander voordeel is dat scenario 2 de aardwarmte-ontwikkeling versnelt. Als de verschillende woonkernen direct op aardwarmte aansluiten, heeft dit een positief effect op de volloop van de aardwarmtebron. In scenario 1, waarin het warmtenet decentraal wordt ontwikkeld, zou de aardwarmtebron pas gerealiseerd worden wanneer er voldoende warmtevraag is om de hoofddistributieleiding te realiseren. De versnelling van de aardwarmte-ontwikkeling is goed voor de duurzaamheid en betaalbaarheid.

Daarnaast is er ook een financieel voordeel aan scenario 2. In het Grand Design is berekend dat het warmtesysteem in 225 miljoen euro duurder is dan scenario 2 vanwege de tijdelijke buurtwarmtepompen voor lokale warmtenetten. Leeswijzer We gaan allereerst in op de warmtevraag en zetten daar het warmteaanbod tegenover. Vervolgens bespreken we de technische aspecten in huis, de manier waarop we de warmte kunnen organiseren en de financiën. Tot slot gaan we in op de risico s en de randvoorwaarden die we nodig hebben om te kunnen starten. Aan het eind zetten we de conclusies op een rij en leest u welke vervolgstappen mogelijk zijn. We beginnen met een korte uitleg van wat een warmtenet met aardwarmte precies is. 13 3. Wat is een warmtenet met aardwarmte Wat is aardwarmte en hoe werkt het? In de bodem zit water opgeslagen in zand- of gesteentelagen6. Hoe dieper je gaat, hoe warmer het water wordt. De energie die in dit warme water zit noemen we aardwarmte of geothermie. Vanaf 500 tot meer dan 4.000 meter diepte zit er warm water in de aardbodem, opgeslagen in (poreuze) zand- of kalksteenlagen. Tot een meter van 500 meter spreken we niet van aardwarmte, maar van bodemenergie7. Per kilometer stijgt -3 km diepte is het water rond de 70-90 bepaalt hoeveel bedrijven en woonwijken verwarmd kunnen worden. Om de warmte uit de aarde te halen, worden waterhoudende aardlagen aangeboord.

Om de warmte te kunnen gebruiken heb je twee putten nodig. Via de ene put wordt het warme water opgepompt en bovengronds langs buizen met kouder water geleid. Via dit systeem, dat ze een warmtewisselaar noemen, geeft het warme water zijn warmte af aan het koudere water. Het afgekoelde water dat uit de bodem kwam, wordt vervolgens via de andere put weer teruggepompt naar dezelfde aardlaag . Daar warmt het water weer op. De aardwarmtebron bestaat dus uit twee putten, die het warme water omhoog en terug de bodem in pompen. Deze twee putten heten gezamenlijk een doublet. Met aardwarmte kunnen huizen, (flat)gebouwen, kassen en de industrie op een duurzame manier worden verwarmd en voorzien van duurzame energie 8. Figuur 1: Infographic Aardwarmte Rijnland 6 EBN en IF Technology. Aardwarmte: Stand der techniek en bodempotentie RES Rotterdam Den Haag & RES Holland Rijnland. November 2023. 7 Wat is geothermie Geothermie Nederland. https://geothermie.nl/geothermie/wat-is- geothermie/ 8 Wat is aardwarmte EBN. https://www.ebn.nl/aardwarmte/wat-is-aardwarmte/

14 Wanneer is de ondergrond geschikt voor aardwarmte? Niet overal in Nederland is het mogelijk om aardwarmte te gebruiken om huizen en gebouwen duurzaam te verwarmen. Dat kan alleen op plekken waar de ondergrond aan een aantal voorwaarden voldoet. In de Bollenstreek is de situatie gunstig en dat is vrij uniek. Voor het winnen van aardwarmte moet er diep onder de grond een laag gesteente zijn waarin warm water zit. Aardwarmte kan alleen worden gebruikt als de ondergrond aan een paar voorwaarden voldoet9: Er moet ruimte tussen de korrels in het gesteente zijn waar warm water doorheen kan stromen. Er moet ook echt warm water in die laag aanwezig zijn. andere gesteentelagen, zodat het warme water netjes op zijn plek blijft. Onderstaande figuur 2 laat zien waar in de regio aardwarmtepotentie is. In de figuur is een blauwe polygoon zichtbaar. Deze polygoon toont het gebied aan waarin Aardwarmte Rijnland op zoek mag naar aardwarmte. Zoals zichtbaar is, is de Bollenstreek een regio met een grote kans voor aardwarmte. Figuur 2: Opsporingsvergunning Rijnland en aardwarmtepotentie in de regio 9 EBN en IF Technology. Aardwarmte: Stand der techniek en bodempotentie RES Rotterdam Den Haag & RES Holland Rijnland. November 2023. Legenda 15 Over de aardwarmtebron Het terrein van een aardwarmtebron is bovengronds ongeveer zo groot als een voetbalveld en heeft twee putten (een doublet).

In één put wordt warm water van 2 kilometer uit de bodem opgepompt. En in een tweede put wordt het afgekoelde water weer terug naar 2 kilometer diepte gepompt. De putten worden schuin geboord zodat de uiteinden uit elkaar liggen. In de ondergrond liggen de putten circa 1,5 kilometer uit elkaar. Het warme water uit de bodem gaat door een leiding naar een gebouw waar de warmte via een warmtewisselaar wordt overgedragen op het warmtenet. Op de locatie komt ook een buffervat waar warm water uit het warmtenet wordt opgeslagen. Een soort grote thermoskan. Soms kunnen er op één aardwarmtelocatie twee doubletten zijn, dus vier putten. 4. | Warmtevraag Vraag naar warmte en aanbod van warmte moeten bij elkaar komen. Daarom is uitgezocht hoe de warmtevraag in de Bollenstreek eruitziet en welke factoren die vraag beïnvloeden. Dit onderdeel vormt een van de grotere onzekerheden binnen het warmteproject. Bewoners, bedrijven, organisaties: voor hen doen we dit. En feit blijft dat zij de vrijheid hebben om voor andere warmteoplossingen te kiezen. Zelfs als de gemeente besluit het gas voor wijken af te sluiten. Warmtevraag van de Bollenstreek in kaart gebracht In de Bollenstreek is er een geschatte jaarlijkse warmtevraag van 2.400.000 GJ (zie tabel 2). Dit is gebaseerd op circa 58.000 kleinverbruikers en 229 grootverbruikers in de regio.

Hiervoor wordt nu ongeveer 80 miljoen m³ aardgas gebruikt | 10. Met een warmtenet kunnen we, wanneer alle gebouwen in de regio zouden aansluiten, jaarlijks 130kton CO | -uitstoot besparen | 11. Dit rapport gaat over de Bollenstreek plus het tuinbouwcluster Trappenburg Kloosterschuur in Katwijk en Estec, zie figuur 3. Voor alle duidelijkheid: in het Grand Design, dat al is gemaakt v | óór de Intentieovereenkomst (zie inleiding), zijn ook Katwijk en Oegstgeest opgenomen. Onder de Bollenstreek vallen de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen. Er zijn acht woonkernen: De Zilk Hillegom Lisse (inclusief Lisserbroek, onderdeel van de gemeente Haarlemmermeer) Noordwijk Noordwijkerhout Sassenheim Voorhout Warmond Het uitgangspunt in dit onderzoek is om nog geen buurten of wijken van tevoren uit te sluiten van het warmtenet. Er is een schetsontwerp gemaakt voor het warmtenet op basis van informatie over: Particulier woningbezit Corporatiewoningbezit Utiliteitsbouw Maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed Grote warmtevragers in de Bollenstreek (bedrijven) Archeologische waardenkaart Bollenstreek Nieuwbouwlocaties 10 2.400.000 GJ/jaar / 0,03165 GJ/m | ³ / 95% (ketelrendement) = 80 miljoen m³ / jaar 11 Uitstoot cv-ketel (95% ketelrendement): (2.400.000 / 95%) * 66 = 166.737 ton CO | .

Warmtenet uitstoot (rekening houdend met gasgestookte piek- en back-up): 2.400.000 * 14 = 33.600 ton CO | . Besparing 166.737 | 33.600 = 133.137 ton CO | bespaard per jaar. 16 17 Figuur 3: Schetsontwerp hoofddistributieleiding met buurten die binnen dit onderzoek vallen Analyse van de warmtevraag Om een inschatting te maken van de warmtevraag is het nodig om een beeld te krijgen van het aantal aansluitingen. Als eerste is een basisscenario gemaakt. In dit scenario sluit 80% van de corporatiewoningen aan en 50% van de particuliere huizen en gebouwen. Hieronder vallen bijvoorbeeld ook scholen en bedrijven. Hoe minder huizen en gebouwen aansluiten, hoe minder gunstig het financiële plaatje is van het collectieve systeem en hoe minder aantrekkelijk het aanbod kan zijn voor de huis- en gebouweigenaren. Daarom is ook een scenario uitgewerkt waarbij huis- en- gebouweigenaren een zodat de kans beduidend groter is dat zij daadwerkelijk meedoen aan het collectief. Dit zou naar verwachting de deelname kunnen verhogen tot 80% bij particulieren en 90% bij woningcorporaties. Dit onweigerbare aanbod wordt verder uitgewerkt in het hoofdstuk over de businesscase. In de analyse van de warmtevraag hebben we onderscheid gemaakt tussen klein- en grootverbruikersaansluitingen. Kleinverbruikers vragen een warmtevermogen van minder dan 100kW en grootverbruikers van meer dan 100kW.

Voor deze categorieën gelden verschillende tariefstructuren die de ACM bepaalt. Kleinverbruikers zijn doorgaans woningen of kleinere bedrijven of organisaties zoals winkels. Grootverbruikers zijn bijvoorbeeld kantoren, scholen, hotels, industrieën en zwembaden.

Voor een gemiddelde kleinverbruiker is gerekend met een basislastvermogen van 1,75 kW. Dit is het vermogen dat over het hele jaar gezien gemiddeld nodig is om in de warmtevraag te voorzien. Op koude dagen is er echter tijdelijk een hogere vraag naar warmte. Op die momenten is het piekvermogen gemiddeld 5,25 kW per aansluiting. Ongeveer 85% van de totale warmtevraag kan geleverd worden met aardwarmte, omdat deze bron het grootste deel van het jaar voldoende warmte levert. Voor de overige 15%, die vooral nodig is tijdens koude piekmomenten, zijn extra voorzieningen nodig zoals een buffer of een aanvullende warmtebron. De tabel hieronder geeft het aantal klein- en grootverbruikers in de Bollenstreek weer en hun warmtevraag | . In de businesscase en warmtevraagscenario's is overigens ook rekening gehouden met een afname in de warmtevraag van 0,35% per jaar vanwege klimaatverandering. De aantallen in de tabel is gebaseerd op de cijfers van dit moment. De warmtevraag van grootverbruikers is ingeschat aan de hand van kentallen. Hiervoor is onder andere openbare data over functie, oppervlakte en bouwjaar gebruikt.

Bij 100% deelname | In het basisscenario | Bij onweigerbaar aanbod Aantal | Warmte- | Aantal | Warmte- | Basis- | Aantal | Warmte- | Basis vraag (GJ) | vraag (GJ) | last | vraag | -last (MW) | (GJ) | (MW) Kleinverbruikers | 58.302 | 1.980.400 | 32.495 | 1.073.600 | 56,9 | 47.753 | 1.612.000 | 83,6 Particulier | 47.188 | 1.703.500 | 23.604 | 852.100 | 41,3 | 37.750 | 1.362.800 | 66,1 Woningcorporatie | 11.114 | 276.900 | 8.891 | 221.500 | 15,6 | 10.003 | 249.200 | 17,5 Grootverbruikers | 229 | 391.100 | 115 | 195.600 | 10,4 | 183 | 312.900 | 13,2 Totaal | 58.531 | 2.371.500 | 32.610 | 1.269.200 | 57,1 | 47.936 | 1.924.900 | 83,9 Tabel 2: warmtevraag in de Bollenstreek Aansluittempo Per woonkern zijn we uitgegaan van een aansluittempo van maximaal 700 kleinverbruikers per jaar12. De partijen schatten in dat dit realistisch is. Die schatting is gebaseerd op de beschikbaarheid van arbeidskracht bij de aannemerij, gemeenten, en woningcorporaties. Het gaat om de arbeidskracht die nodig is voor de aanleg van het warmtenet en de aansluiting van woningen. Ook houdt de schatting rekening met hoeveel overlast door werkzaamheden een woonkern aankan. Daarnaast kunnen de beide woningcorporaties samen maximaal 1050 woningen per jaar aan, verdeeld over alle woonkernen.

Om hiermee in 8 kernen bijna 48.000 woningen aan te sluiten (scenario | onweigerbaar aanbod | ) heeft het warmtebedrijf dus ongeveer 9 jaar nodig. Ontwikkeling aansluitingen bij uitrol warmtenet In onderstaande grafieken staan de cumulatieve hoeveelheid aansluitingen en cumulatieve warmtevraag per jaar weergegeven vanaf de geplande eerste warmtelevering in 2029. 12 In het Grand Design werd nog een scenario geschetst van 1.000 woningen per jaar. De partijen hebben aangegeven dat dit niet realistisch is wegens beschikbare capaciteit en impact op woningeigenaren en de openbare ruimte. 18 19 Figuur 4: Ingroeiscenario warmtevraag en aantal aansluitingen kleinverbruikers Figuur 5: Ingroeiscenario warmtevraag en aantal aansluitingen grootverbruikers, 1 WEQ staat gelijk aan de gemiddelde warmtevraag van een kleinverbruiker van ongeveer 34GJ.

20 Figuur 6: Ingroeiscenario warmtevraag en aantal aansluitingen totaal Daarnaast staan ook voor het scenario met het onweigerbaar aanbod, waarbij meer huishoudens aangesloten worden, het aantal aansluitingen en de warmtevraag in GJ per jaar wordt aangegeven in onderstaande grafieken. Figuur 7: Ingroeiscenario warmtevraag en aantal aansluitingen kleinverbruikers in scenario onweigerbaar aanbod

21 Figuur 8: Ingroeiscenario warmtevraag en aantal aansluitingen grootverbruikers in scenario onweigerbaar aanbod, 1 WEQ staat gelijk aan de gemiddelde warmtevraag van een kleinverbruiker circa 34GJ Figuur 9: Ingroeiscenario warmtevraag en aantal aansluitingen totaal in scenario onweigerbaar aanbod

22 5. Warmteaanbod Er is meer dan voldoende aardwarmte in de ondergrond om de hele Bollenstreek en zelfs gebieden daarbuiten te voorzien van warmte. Hoeveel bronnen er werkelijk worden gerealiseerd hangt af van de uiteindelijke vraag. Afnemers moeten altijd kunnen rekenen op warmte en daarom is het belangrijk dat er ook piek- en back-upbronnen zijn, voor als de warmtevraag piekt in de winter of als er een bron onderhouden moet worden. Met het ontwerp van het tracé van het hoofddistributienet en de lokale warmtenetten bepalen we waar warmte geleverd kan worden. Aardwarmtebronnen Elke aardwarmtebron kan naar verwachting zo'n 15-20 MWth aan warmte leveren, genoeg om ongeveer 7.500 tot 10.000 huishoudens van duurzame warmte te voorzien. Er zijn vijf tot zes aardwarmtedoubletten nodig in de Bollenstreek, afhankelijk van de capaciteit van de bron. Er is inmiddels een zorgvuldige selectie gemaakt van vijf mogelijke aardwarmtelocaties die technisch gezien zowel onder de grond als boven de grond geschikt zijn. Aardwarmte Rijnland heeft hiervoor ondergrondstudies uitgevoerd. Daarnaast zijn er werksessies geweest met de betrokken gemeenten waarbij de ruimtelijke mogelijkheden bekeken zijn. De locaties zijn geselecteerd als voorkeurslocaties die nog definitief vastgesteld moeten worden. De locaties zijn getoetst op deze criteria (in willekeurige volgorde): 1.

Afstand tot de gebouwde omgeving; 2. Bescherming van Natura 2000 en andere natuurwaarden; 3. Ruimtelijke haalbaarheid; 4. Omgevingsimpact; 5. Bestemming en planologische procedures 6. Synergie met andere ontwikkelingen. Of er ook echt aardwarmte gewonnen kan worden op deze locaties zal moeten blijken uit een eerste boring (van de productieput) en een positieve well test (puttest). Met test wordt gecontroleerd of een aardwarmtebron (oftewel de put die we hebben geboord) echt zoveel warm water levert als was verwacht. Piek- en back-upwarmte Aardwarmte is zeer geschikt om op een betrouwbare manier een constante hoeveelheid warmte te leveren. Dit kan nuttig worden gebruikt om de basislast van de warmtevraag te leveren, de minimale hoeveelheid warmte die vrijwel altijd nodig is om bijvoorbeeld gebouwen constant warm te houden. Op sommige momenten is er een grotere hoeveelheid warmte nodig, een pieklast. Dit treedt op in bijvoorbeeld de momenten dat iedereen de verwarming aanzet en gaat douchen (ochtend en avond piek) of op de momenten dat het heel erg koud is (seizoenspiek). Voor deze pieklast is er extra vermogen nodig. Daarnaast kan het gebeuren dat een aardwarmtebron bijvoorbeeld voor onderhoud uit gaat. Op dat moment hebben we een back-upvoorziening nodig die de warmte levert. De piek- en back-upwarmte wordt geregeld met hulpwarmtecentrales (HWC's).

23 Hulpwarmtecentrales Piek- en back-upvermogen wordt geleverd door hulpwarmtecentrales (HWC's) die gebruikmaken van een combinatie van gas en elektriciteit. In de Bollenstreek zal ongeveer 120MW aan thermisch piekvermogen nodig zijn. Dit kan verdeeld worden over meerdere . van het warmtenet. In sommige gevallen zou een aardwarmtebron- en HWC-locatie gedeeld kunnen worden. Dit moet per locatie onderzocht worden. De piekvraag wordt in de eerste periode van de ontwikkeling van het warmtenet vooral opgevangen met gasketels. Het gebruik van volledig elektrische hulpwarmte is op dit moment niet haalbaar vanwege netcongestie: het elektriciteitsnet heeft onvoldoende capaciteit om de extra vraag op piekmomenten te verwerken. Zodra de netcapaciteit het toelaat, wordt bekeken of de overstap naar een elektrische of andere duurzame oplossing gemaakt kan worden. Aardgas wordt dus alleen gebruikt tijdens korte periodes van piek- of back-up vraag. Zelfs bij gebruik van aardgas als piekvoorziening zorgt het systeem voor een -uitstoot ten opzichte van individuele cv-ketels volledig op aardgas gestookt. Duurzame vormen van pieklastvoorziening Met slimme oplossingen kan ook de pieklast steeds vaker op een duurzame manier worden opgevangen. Eén van die oplossingen is het opslaan van warmte, bijvoorbeeld met Hoge Temperatuur Opslag (HTO).

Hierbij wordt warmte uit de aardwarmtebron tijdelijk opgeslagen onder de grond (maar veel minder diep dan waar de warmte oorspronkelijk vandaan kwam), zodat die op een later moment - als de warmtevraag hoog is weer kan worden gebruikt. Aardwarmte Rijnland neemt deel aan het Innovatieprogramma Warming-up dat binnen de Bollenstreek reeds één locatie heeft onderzocht op geologische geschiktheid voor HTO. Dat is van belang, want voor ondergrondse warmteopslag is niet elke plek geschikt. De ondergrond moet bijvoorbeeld warmte goed kunnen vasthouden. Als blijkt dat de bodem in de regio hiervoor geschikt is, maakt dat het mogelijk om warmte op grote schaal duurzaam op te slaan en flexibeler in te zetten. Daarnaast kan het warmtenet gebruik maken van bovengrondse buffers: opslagvoorzieningen waarin warm water wordt bewaard. Een soort grote thermoskan. Op water worden opgeslagen, om het later te gebruiken wanneer er juist veel warmte nodig is. Dankzij deze opslagmogelijkheden kan aardwarmte niet alleen de basislast leveren, maar ook helpen om pieken op te vangen op een duurzame manier. Tracé van het warmtenet Een van de onderzoeksvragen was waar de warmte aangeboden wordt, dus waar de leidingen van het warmtenet straks lopen. De gemeenten vinden het belangrijk dat iedereen kan aanhaken bij de warmtetransitie.

Daarom is het plan om de warmtevoorziening breed beschikbaar te maken in de bebouwde kom en delen van het buitengebied. 24 De technische inpassing in de openbare ruimte is in een informatieve sessie tussen Firan en de civiele medewerkers van de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen besproken. Dit was een productieve sessie waarbij betrokkenen het technisch op dit moment geen onoverkomelijke belemmeringen constateren. In principe is inpassing van het warmtenet mogelijk. Daar waar uitdagende situaties ontstaan zal maatwerk toegepast moeten worden, deze verdiepingsslag is voor de volgende fase. In deze fase is gekeken naar alle gebieden die binnen de scope vallen, maar bij de verdere uitwerking kan blijken dat aansluiting in sommige buurten of wijken technisch of financieel minder haalbaar is. Deze afwegingen worden in een latere fase gemaakt. In figuur 10 is het hoofddistributienet weergegeven. De zwarte doorgetrokken streep is het hoofddistributienet dat binnen de Bollenstreek gemeenten valt. De zwarte gestippelde lijn is de ontsluiting van een mogelijke extra aardwarmtebron, het tuindersgebied Trappenberg Kloosterschuur en ESA Estec. In de figuur worden ook de contouren van de afnameclusters weergegeven.

Nog verder uitgewerkt moeten worden; Hoe het warmtenet kan aansluiten op nieuwbouwlocaties Koppelkansen met andere gemeentelijke onderhoudsplannen Afstemming met de buurtaanpak van Liander. Figuur 10: Tracé Aardwarmte Rijnland Bollenstreek: zwarte lijn is binnen de Bollenstreek, gestippelde zwarte lijn is de ontsluiting van een mogelijke extra aardwarmtebron, tuindersgebied Trappenberg Kloosterschuur en ESA Estec.

25 Vliegwielproject Er zijn gebieden bepaald, zogenaamde clusters , waar de uitrol van het warmtenet kan starten. Gedurende de verkenning zijn onder meer woningcorporatiebezit, hoogbouw, maatschappelijk vastgoed en grootverbruikers in kaart gebracht. Op basis daarvan zijn clusters gedefinieerd waarin in korte tijd relatief veel woningen en gebouwen kunnen aansluiten wat financieel gunstig is voor zowel de aardwarmtebron als het warmtenet. De clusters zijn weergegeven in figuur 11. Figuur 11: Clusters, scope en tracé hoofddistributienet Aardwarmte Rijnland. Clusters zijn weergeven door de gekleurde vlakken. De grijze vlakken geven de buurten binnen scope van de verkenning weer, de rode tracélijnen de backbone van het hoofddistributienet dat de woonkernen verbindt. De zwarte tracélijnen geven de aftakkingen weer van de backbone naar wijken of buurten, waar warmteoverdrachtstations komen voor verdere distributie. De hoofdleiding is een strategische investering in duurzame energie-infrastructuur, die in één keer wordt gerealiseerd vanwege technische, ruimtelijke en economische efficiëntie. Hoewel de volledige benutting pas over meerdere jaren plaatsvindt, is het systeemontwerp robuust en wordt de verwachte volloop onderbouwd met commitment vanuit gemeenten en woningcorporaties om warmte als volwaardig alternatief te realiseren in de warmtetransitie.

H ontwerp is robuust én adaptief: via regeltechniek en strategisch geplaatste T - splitsingen en afsluiters kan de leiding per fase functioneel worden ingezet, afgestemd op het tempo van de aansluitingen en bronontwikkeling in de regio. Zo ontstaat flexibiliteit binnen een integraal systeemontwerp. Aan deze tekening kunnen geen rechten ontleend worden. @ Qirion 26 Het vliegwielproject vormt daarin de eerste, concreet gerealiseerde stap. Door in elke woonkern jaarlijks circa 700 woningen aan te sluiten, ontstaat er voldoende warmteafzet om de eerste aardwarmtebron rendabel te exploiteren. Tegelijkertijd maakt de hoofdleiding het mogelijk dat deze eerste bron direct warmte levert aan meerdere woonkernen waardoor er geen tijdelijke (elektrische) warmtevoorzieningen nodig zijn, en congestie op het elektriciteitsnet wordt vermeden. Het vliegwielproject behelst dus meerdere clusters (deelprojecten). De hoofdleiding en het vliegwielproject zijn dus complementair: het vliegwielproject zorgt voor bewezen vraag en versnelt de transitie op lokaal niveau, terwijl de hoofdleiding de systeeminfrastructuur biedt om deze gefaseerde groei daadwerkelijk mogelijk te maken. Gezamenlijk vormen ze een aanpak waarbij op korte termijn gestart kan worden, terwijl tegelijkertijd robuust wordt geïnvesteerd in het duurzame warmtesysteem van de toekomst.

Conclusie Er is meer dan voldoende aardwarmte in de ondergrond om de hele Bollenstreek en zelfs gebieden daarbuiten te voorzien van warmte. Dit kan met een combinatie van aardwarmtebronnen voor de basislastvoorziening en hulpwarmtecentrales voor pieklast en back-upvoorziening. Er is inmiddels een voorkeursselectie gemaakt van vijf mogelijke aardwarmtelocaties. Met de welltest wordt na de eerste boring gecontroleerd of er inderdaad genoeg aardwarmte beschikbaar is om te gebruiken, zoals eerder berekend. Het beoogde tracé voor het warmtenet lijkt op hoofdlijnen technisch inpasbaar. Voor de eerste uitrol van het warmtenet zijn clusters geïdentificeerd die financieel gunstig zijn aan te sluiten voor zowel de aardwarmtebron als het warmtenet. 27 6. Techniek in de woning Hoe ziet de techniek in de woning eruit, wat moeten huis- en gebouweigenaren binnen aanpassen en wat gaat dat kosten? Het bepaalt of zij bereid zijn over te stappen en hoeveel moeite het warmtebedrijf moet doen om hen te ondersteunen met advies, uitvoering en geld. Tijdens de verkenning zijn techniek en kosten in kaart gebracht. De projectgroep heeft daarvoor twee warmteprojecten bezocht. Daarnaast is er een schouw van twee voorbeeldwoningen van Stek geweest waarbij is bekeken welke aanpassingen er nodig zijn in de woning en welke kostenramingen daarbij horen. Firan heeft zelf ook de nodige ervaring opgedaan.

Impact voor woningen Het warmtenet zal warmte leveren van 70oC en is daardoor geschikt voor woningen met een matig isolatieniveau, doorgaans vanaf energielabel C/B (excl. opwekking). Hierdoor kunnen relatief veel woningen zonder ingrijpende verbouwingen worden aangesloten. All-electric systemen met een warmtepomp vereisen doorgaans een (wat) hogere mate van woningisolatie (label A of hoger (excl. opwekking)) voor voldoende comfort. In veel woningen betekent dit forse investeringen in isolatie van dak, gevels, vloeren en ramen, vaak in combinatie met nieuwe ventilatiesystemen. Padua en Stek hebben echter relatief veel goed geïsoleerde woningen. 70 graden Het warmtenet is ontworpen op basis van ontwerpcondities waarbij de aanvoertemperatuur 70°C bedraagt en het water met een retourtemperatuur van 40°C terugkeert. Zo hoeft er ook geen extra installatie te komen voor tapwater dat minimaal 60oC moet zijn om bacteriegroei te voorkomen. 70°C is bovendien warm genoeg om vrijwel alle woningen comfortabel warm te maken zonder de radiatoren te hoeven vervangen. Als het water in het warmtenet minder heet is, moet er meer water rondgepompt worden om huizen toch goed te kunnen verwarmen. Soms zijn daarvoor dikkere leidingen of sterkere pompen nodig. Dat kan het systeem duurder en lastiger maken, vooral in bestaande situaties. Dit hangt af van hoe de woningen precies zijn ontworpen.

Belangrijk is ook dat het warmtesysteem in huis waterzijdig ingeregeld wordt om te zorgen dat de retourtemperatuur tot 40oC kan dalen. Waterzijdig inregelen zorgt ervoor dat door alle radiatoren in huis precies zoveel water stroomt als nodig is en de warmte in huis efficiënt gebruikt wordt. Hiervoor zullen bewoners soms nieuwe radiatorkranen nodig hebben. Waterzijdig inregelen kost geld en er is expertise voor nodig. Het is een belangrijk aandachtspunt dat kan worden meegenomen in het aanbod aan bewoners. Dit draagt bij aan een goed werkend en energiezuinig warmtesysteem. Er zijn woningen die al gebruikmaken van lagetemperatuurverwarming (35 50 °C), zoals convectoren of vloerverwarming. Deze systemen kunnen warmte op lagere temperaturen afnemen voor ruimteverwarming (niet voor tapwater). Dat is gunstig voor het warmtenet, omdat de retourtemperatuur lager is en er daardoor minder water hoeft te worden rondgepompt. Dit verhoogt de efficiëntie van het net en maakt het mogelijk om meer woningen aan te sluiten. Daarnaast is het gunstig voor aardwarmtebronnen, omdat een lagere retourtemperatuur het mogelijk maakt om efficiënter gebruik te maken van de beschikbare warmte uit de ondergrond.

28 Leverings- en aansluitvoorwaarden De aansluitvoorwaarden van het toekomstige warmtebedrijf stellen technische eisen aan de woningen van de klant om de warmte-aansluiting efficiënt en eenvoudig te kunnen verzorgen. De voorwaarden gaan onder andere over de plek van de afleverset voor de warmte, de leidingen en de temperaturen. De leveringsvoorwaarden voor levering van energie worden in een volgende fase van het project uitgewerkt. In bijlage 3 zijn de standaard technische aansluitvoorwaarden van Firan opgenomen. Deze geven een beeld van de technische eisen. Conclusie Het warmtenet is ontworpen op basis van ontwerpcondities waarbij de aanvoertemperatuur 70°C bedraagt. Zo hoeft er ook geen extra installatie te komen voor tapwater. Inpassing is hierdoor voor relatief veel woningen zonder ingrijpende verbouwingen mogelijk. Belangrijk is ook dat het warmtesysteem in huis waterzijdig ingeregeld wordt. Dit kost geld maar zorgt ook voor een goed werkend en energiezuinig warmtesysteem. Het is belangrijk om dit goed mee te nemen in het aanbod richting de bewoners. 29 7. Vergelijking met all-electric scenario In het kader van de verkenning voor het warmtenet is een vergelijking gemaakt tussen het warmtenetscenario en een volledig elektrische (all-electric) warmtetransitie. Beide woningen worden verwarmd met individuele cv-ketels op aardgas.

Tabel 3 geeft de verschillen die zijn benoemd in onderstaande teksten schematisch weer. De vergelijking -reductiepotentieel, de impact op het elektriciteitsnet (netcongestie), ruimtelijke en fysieke inpassing, technische eisen aan woningen en de levensduur van de systemen. -reductiepotentieel -uitstoot op: ongeveer 80% minder -uitstoot ten opzichte van aardgasgestookte verwarming. Op den duur zal de CO - reductie toenemen omdat de hulpwarmtecentrales ook worden verduurzaamd. In het scenario onweigerbaar aanbod resulteert de vervanging van verwarming op basis van individuele cv-ketels door het warmtenet gevoed door aardwarmte in een jaarlijkse besparing van ongeveer 100 van ongeveer 70 -electric optie biedt eveneens aanzienlijke klimaatwinst, maar de precieze besparing hangt sterk af van de samenstelling van de landelijke elektriciteitsmix. Op dit moment ligt -reductie t.o.v. aardgas bij all-electric tussen de 50% en 60%, maar dit percentage zal naar verwachting snel stijgen naarmate het aandeel hernieuwbare energie in de stroomvoorziening verder toeneemt. Qua CO - reductie ontlopen het warmtenet en all-electric elkaar in de toekomst niet veel meer.

Wel is het zo dat elektrische duurzame bronnen (onder andere wind en zon) ook op andere plekken inzetbaar zijn waar dat met lokale geothermie veel minder het geval is omdat warmte zich veel lastiger en met meer verliezen laat transporteren dan elektriciteit. Bij een beperking van het aantal elektrische duurzame bronnen biedt geothermie dus een voordeel. Impact op het elektriciteitsnet (netcongestie) Een belangrijk onderscheid zit in de belasting van het elektriciteitsnet. Het warmtenet heeft slechts een beperkt effect op de netcapaciteit, waardoor het bijdraagt aan het voorkomen van toekomstige netcongestie. Dit is met name relevant gezien de verwachte 13. Door warmte via het warmtenet te distribueren in plaats van in individuele elektrische warmtepompen op te wekken, ontstaat er ruimte op het stroomnet voor andere toepassingen zoals economische groei, mobiliteit (laadinfra) of verdere verduurzaming door elektrificatie in de industrie. Het all- electric scenario leidt daarentegen tot een forse extra belasting van het elektriciteitsnet. Zelfs na reeds geplande netverzwaringen is het aannemelijk dat er vanaf 2035 opnieuw sprake zal zijn van netcongestie.

Voor een all-electric warmtevoorziening, waarbij huishoudens hun warmte voorzien door middel van individuele elektrische warmtepompen, is extra netverzwaring nodig ten opzichte van het warmtenet- Hierbij is rekening gehouden met de totale potentiële warmtevraag in de Bollenstreek. 13 Scenario-analyse warmte in de Duin- en Bollenstreek. Liander . Juni 2024. Dit getal is berekend op basis van twee rapportages van Netbeheer Nederland | 14 15. Dit is het verschil in hoeveelheid LS- en MS-kabels die moeten worden aangelegd in de wijk door alléén de toepassing van warmtepompen (dus excl. elektrisch laden). Maar ook in het aantal transformatorhuisjes die in de wijken moeten worden geplaatst. Daarnaast is er berekend wat het verschil is in maatschappelijke kosten tussen het warmtepomp- tussen beide scenario's over een periode van 30 jaar. De berekening hiervoor is opgenomen in bijlage 4. Bovendien resulteert netcongestie ook in maatschappelijke kosten, zoals Ecorys heeft berekend16. Door netcongestie bestaat het risico dat andere ontwikkelingen, zoals economische groei, nieuwbouw of de verduurzaming van bestaande bedrijvigheid, worden vertraagd of niet kunnen doorgaan. Inpassing in en buiten de woning Bij warmtepompen heeft elke woning een zichtbare buitenunit, vergelijkbaar met een airco.

Deze units brengen mogelijk geluidsoverlast met zich mee, zien er niet fraai uit op een voorgevel en zijn niet wenselijk in dichtbebouwde buurten. Daarnaast is er meer behoefte aan extra transformatorstations in een wijk als veel huiseigenaren voor een all- electric oplossing kiezen. Ter vergelijking: bij een warmtenet liggen de leidingen grotendeels ondergronds en ze zijn nauwelijks zichtbaar. Alleen de aardwarmtebron(nen), hulpwarmtecentrales of warmteoverdrachtstations zijn bovengronds. Het warmtenet stelt binnen de woning een aantal specifieke eisen, maar heeft minder ruimte nodig dan een installatie van een warmtepomp, en heeft geen zichtbare buitenunit. Bij een warmtepomp kunnen de installaties echter wel op zolder of in de technische kast blijven. Levensduur en vervangingscyclus De infrastructuur van een warmtenet kent een lange levensduur van minimaal 30 tot 50 jaar. Dit maakt het systeem robuust en toekomstbestendig, met relatief weinig onderhoud en vervanging. Bij all-electric verwarming zijn warmtepompen na gemiddeld 15 jaar aan vervanging toe. Hoewel de prijzen van warmtepompen naar verwachting zullen dalen door schaalvergroting, betekent dit voor bewoners en corporaties wel een regelmatige investering in apparaten en installatie.

Uit twee verschillende analyses, 1 op basis van een maatschappelijke benadering van de kosten en 1 op basis van verwachte eindverbruikerskosten voor corporaties en hun huurders wordt geconcludeerd dat een aansluiting op een warmtenet onder de juiste voorwa | -bewoners als woningcorporaties financieel gunstiger kan zijn dan all-electric. 14 Netbeheer Nederland. Basisinformatie over energie-infrastructuur. | Oktober 2019. 15 Netbeheer Nederland. Netimpact van warmtealternatieven. | Oktober 2022. 16 Maatschappelijke kostprijs van netcongestie. Ecorys | . April 2024. 30 Koeling Het middentemperatuur warmtenet gevoed door aardwarmte biedt beperkte tot geen koelingsmogelijkheden. Voor koeling zijn er aanvullende voorzieningen benodigd. Een all-electric warmtepomp biedt de mogelijkheid om naast te verwarmen ook actief te koelen (omkeerbaar systeem). Dit verbruikt echter relatief veel elektriciteit en geeft extra piekbelasting in de zomer. Vergelijkingsaspect | Warmtenet gevoed door | All-electric warmtetransitie aardwarmte CO | -besparing | 80% reductie in CO | -uitstoot. | Sterk afhankelijk van de t.o.v. aardgas | Indien circa 47.000 woningen | stroommix. 50-60% t.o.v. aardgas, aansluiten op het warmtenet | maar de CO | -besparing zal verder (onweigerbaar bod) scheelt dit | oplopen naarmate de stroommix 100 kton CO | per jaar. | steeds meer uit hernieuwbare energie opgewekt wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1840/documents/24860