D22 VRHM, terugkoppeling zienswijzen Regionaal Risicoprofiel 2023-2026.pdf
Tekst van het document
In Hollands Midden bevinden zich een aantal historische binnensteden. Niet alleen voldoen historische gebouwen meestal aan andere brandpreventieve eisen dan nieuwbouw, steden hebben vaak een hoge bebouwingsdichtheid en smalle straten. Deze factoren geven een vergroot risico op een (complexe) brand in stedelijke gebieden.
C Ernstig
4.4.1 Conclusie
Hoog risico
Complexe branden
B Aanzienlijk
De aanjagers die van invloed zijn op deze incidenttypen zijn: hyperconnectiviteit, de energietransitie, verdichting en vergrijzing.
4.4.2 Risicodiagram
A Beperkt
• Complexe branden; • Instorting.
Impact
Onder dit thema vallen de volgende crisistypen:
Regionaal Risicoprofiel
4.4 Gebouwde omgeving
Om deze reden is het van belang om zicht te hebben op de effecten van bovengenoemde ontwikkelingen, zowel afzonderlijk als in samenspel, op het brand- en instortingsrisico. Daarbij is het ook belangrijk om maatregelen te nemen om de veiligheid van verminderd zelfredzamen tijdens een brand- en instortingsincident te vergroten. Dit kan ofwel door risicocommunicatie of middels het programma (Brand)Veilig Leven.
Instorting
Laag risico Zeer onwaarschijnlijk A
Onwaarschijnlijk B
Mogelijk C
Waarschijnlijk D
Zeer Waarschijnlijk E
Waarschijnlijkheid
28
4.4.3 Algemene bevindingen Complexe branden
Naast de aard van de bebouwing kan ook de functie van een gebouw een brand complex maken. Zo kan er in een gebouw gewerkt worden met gevaarlijke stoffen, zoals bij Croda in Gouda. Of in een gebouw kunnen zich een groot aantal verminderd zelfredzame personen bevinden, zoals een ziekenhuis, verzorgingstehuis of gevangenis. De energietransitie versterkt zowel de kans op en impact van een complexe brand. Zo zorgt de energietransitie, zeker in combinatie met verdichting, voor nieuwe risico’s. Een voorbeeld hiervan is brand in laadpalen voor elektrische auto’s in een ondergrondse parkeergarage. Zowel de aard als de locatie van dit nieuwe type incidenten vraagt om een andere brandbestrijding dan voorheen, wat het vaak een complexe brand maakt. Daarnaast vergroot de toenemende vergrijzing de kans op slachtoffers bij (complexe) branden.
Ouderen hebben een grotere kans om slachtoffer te worden van een gebouwbrand. Nu deze groep steeds langer thuis blijft wonen, neemt ook de kans toe dat zij slachtoffer worden van een brand. De hoge mate van waarschijnlijkheid en aanzienlijke impact verklaren de vorm en positionering van het crisistype ‘complexe branden’ in het risicodiagram. Het thema gebouwde omgeving en crisistype complexe branden wordt nader uitgewerkt in het Brandrisicoprofiel, wat dit jaar (2022) wordt herzien.
Instorting Woningen, andere gebouwen, infrastructuur en (tijdelijke) bouwwerken in Hollands Midden moeten voldoen aan door de overheid gestelde bouwkundige voorschriften. Hierdoor is de kans op instorting in Hollands Midden klein. Instorting van een (tijdelijk) bouwwerk kan echter toch ontstaan door bijvoorbeeld werkzaamheden aan of in de nabijheid van een bouwwerk, een explosie van bijvoorbeeld aardgas of grondverschuivingen. Door verdichting en de hiermee gepaard gaande toename van meervoudig ruimtegebruik kan de impact van een instorting in de toekomst toenemen. In het onwaarschijnlijke geval dat een instorting zich voordoet, wordt de veerkracht van de hulpdiensten in de meeste gevallen toereikend geacht. Op basis van de lage waarschijnlijk en aanzienlijke impact is ‘instorting’ met een ovale vorm linksonder in het risicodiagram gepositioneerd. .
Regionaal Risicoprofiel
De aard van de bebouwing, de omgeving, het gebruik van de bebouwing of de grootte van de brand kunnen een brand complex maken. De bebouwing in Hollands Midden kenmerkt zich door een aantal factoren die de kans op een complexe brand kunnen vergroten. Zo bestaan de historische binnensteden van bijvoorbeeld Leiden, Gouda en Schoonhoven uit gebouwen die aan andere brandpreventieve eisen voldoen dan recente bouwwerken. Ook hebben oude binnensteden een hoge bebouwingsdichtheid en smalle straten waardoor een in beginsel kleine brand gemakkelijker kan ontwikkelen tot een grote brand. Bovendien is bij een brand in oude panden de kans groter dat asbestvezels vrijkomen. Asbest kan grote gevolgen hebben voor de omgeving, zowel op het gebied van gezondheid als milieu.
29
Conclusie
In Hollands Midden vinden er veel transportbewegingen plaats. Met uitzondering van het wegvoer, is het risico op luchtvaart-, spoor- en incidenten op of onder water klein. Onder invloed van verdichting zal het aantal vervoersbewegingen blijven toenemen, waardoor het risico op incidenten ook toeneemt.
E Catastrofaal D Zeer ernstig
Hoog risico
Luchtvaartincidenten
C Ernstig
4.5.1
B Aanzienlijk
De aanjagers die van invloed zijn op deze crisistypen zijn: hyperconnectiviteit, digitale afhankelijkheid, klimaatverandering en verdichting.
4.5.2 Risicodiagram
A Beperkt
• Luchtvaartincidenten; • Incidenten op of onder water; • Wegvervoerincidenten; • Spoorvervoerincidenten.
Impact
Onder dit thema vallen de volgende crisistypen:
Spoorvervoerincidenten
Regionaal Risicoprofiel
4.5 Mobiliteit in infrastructuur
Bovendien worden alle vormen van vervoer steeds afhankelijker van digitale- en automatiseringssystemen. In combinatie met de stijgende hyperconnectiviteit van de samenleving, betekent dit dat vervoer gerelateerde incidenten steeds verder reikende gevolgen kunnen hebben. Om deze reden is het van belang om inzicht te krijgen op welke manier de digitalisering van de samenleving het risico op vervoers- en incidenten op of onder water beïnvloed. Daarnaast bevindt zich in Hollands Midden ook een aantal tunnels en wordt binnenkort de Corbulotunnel in gebruik genomen. Incidentbestrijding in tunnels is complex en het blijft daarom belangrijk om hier specifiek aandacht aan te besteden.
Wegvervoerincidenten
Incidenten op of onder water
Laag risico Zeer onwaarschijnlijk A
Onwaarschijnlijk B
Mogelijk C
Waarschijnlijk D
Zeer Waarschijnlijk E
Waarschijnlijkheid
30
4.5.3 Algemene bevindingen Incidenten op of onder water
In regio Hollands Midden bevinden zich geen luchthavens. In de omliggende regio’s bevinden zich twee luchthavens, Schiphol Amsterdam Airport en Rotterdam The Hague Airport. De kans op een luchtvaartincident is zeer laag28. Omdat gemeenten Zuidplas, Kaag en Braassem, Nieuwkoop en Hillegom binnen een straal van 10 kilometer liggen van een luchthaven is de kans hier iets groter in vergelijking met de rest van de regio. De impact van een luchtvaartincident is afhankelijk van het type ongeval, de grootte van het vliegtuig en de hoeveelheid (dodelijke) slachtoffers die erbij betrokken zijn.
Hollands Midden wordt doorkruist door een aantal (hoofd)vaarwegen. Deze vaarwegen zijn belangrijk voor het vervoer van goederen en gevaarlijke stoffen en worden daarnaast ook deels gebruik voor bijvoorbeeld riviercruises. De kans op scheepvaartincidenten (als een ongeval tussen vaartuigen of brand op een vaarweg) is klein en de impact is over het algemeen beperkt. Naast de beroepsvaart vindt in de regio ook veel waterrecreatie plaatst. Onder invloed van klimaatverandering zal (extreem) warm weer vaker voorkomen waardoor recreatie op onder water zal toenemen. Hierdoor wordt de kans op een incident tijdens waterrecreatie of een aanvaring tussen recreatievaart en een binnenvaartschip iets groter. Dit verklaart de langwerpige ovaalvorm en positionering van het crisistype ‘scheepvaartincidenten’ in het risicodiagram.
De recreatieve luchtvaart heeft de afgelopen jaren een sterke vlucht genomen. Het vliegveld bij Valkenburg is toegankelijk voor zweef- en modelvliegtuigen, en het laagvlieggebied bij Gouda wordt gebruikt voor bijvoorbeeld sport- en dronevluchten. Hoewel de kans op incidenten toeneemt, is de impact van een ongeval tijdens recreatieve luchtvaart over het algemeen beperkt. Door de toename in recreatieve luchtvaart schuift het crisistype ‘luchtvaartincidenten’ een klein stukje op naar rechts in vergelijking met het vorige risicoprofiel.
Veel vaarwegen vormen de grens tussen twee of meer veiligheidsregio’s. Wanneer incidenten, zowel in de commerciële vaart als tijdens waterrecreatie, op dit grensgebied plaatsvinden, krijgt de hulpverlening een bovenregionaal karakter. Daarnaast zijn incidenten op het water vaak moeilijk te bereiken voor de hulpdiensten. Om hulpverleners ter plaatse te krijgen is in dat geval de inzet van vaartuigen van de politie, brandweer, KNRM en Rijkswaterstaat noodzakelijk.
Regionaal Risicoprofiel
Luchtvaartincidenten
28 IFV (2011). Handreiking Crisisbeheersing op luchthavens.
31
Spoorvervoerincidenten
De meeste vervoersbewegingen vinden plaats via auto (snel) wegen. De hoofdwegen die door Hollands Midden lopen zijn de A4, A12, A20, A44 en N11. Over deze hoofdwegen mogen ook gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Daarnaast heeft provincie Zuid-Holland alle provinciale wegen vrijgegeven voor het transport van gevaarlijke stoffen. Vanwege het vele dagelijkse wegverkeer is de kans op een grootschalig of complex incident op de weg groter dan bij andere vormen van transport. Denk hierbij aan een grote brand of explosie in een tunnel of een grote kettingbotsing door mist. Op wegen waar veel verkeersongevallen plaatsvinden en waar het is toegestaan om gevaarlijke stoffen te transporteren, is het risico op een ongeval met een gevaarlijke stoffen ook verhoogd. Dit risico wordt bovendien versterkt door verdichting en de hiermee gepaard gaande toename in reisbewegingen. De impact van een wegvervoerincident is afhankelijk van de omvang, de aard en het tijdstip (in of buiten de spits) van het incident.
Nederland beschikt over een uitgebreid spoorwegennetwerk wat zorgt voor een goede verbinding van Hollands Midden met binnen- en buitenland. Het spoor wordt zowel gebruikt voor het vervoeren van mensen als goederen, waaronder gevaarlijke stoffen. De kans op een complex spoorvervoerincident is relatief klein en ook de impact zal in de meeste gevallen beperkt zijn. Maar spoorvervoer gaat vaak wel dwars door stedelijk gebied (zoals Gouda en Leiden), waardoor er een kans bestaat dat een incident met gevaarlijke stoffen meteen gevolgen heeft voor de omgeving.
Een belangrijke ontwikkeling in Hollands Midden is de aanleg van de RijnlandRoute, de nieuwe wegverbinding tussen Katwijk, via de A44, en de A4 bij Leiden. Onderdeel van de RijnlandRoute is de Corbulotunnel. Het is toegestaan om via de deze tunnel gevaarlijke stoffen te transporteren. Brand, verkeersongevallen en incidenten met gevaarlijke stoffen in tunnels brengen extra risico’s met zich en maken incidentbestrijding dan ook complexer dan op een ‘open’ bovengrondse weg.
Het spoorvervoer is daarnaast relatief gevoelig voor digitale incidenten. Om het toenemende spoorverkeer zo veilig en efficiënt mogelijk te laten plaatsvinden, wordt er flink geïnvesteerd in digitale en automatiseringssystemen. De keerzijde van deze toenemende afhankelijkheid van digitale systemen is dat in geval van een storing de kans toeneemt dat het gehele spoorwegennetwerk getroffen of zelfs stilgelegd wordt. Bovendien zorgt de hyperconnectiviteit van de samenleving dat een verstoring van het treinverkeer verreikende effecten kan hebben op de samenleving als geheel. Om deze reden is het crisistype ‘spoorvervoerincidenten’ met een cirkel in het midden van het risicodiagram geplaatst.
Regionaal Risicoprofiel
Wegvervoerincidenten
32
4.6.1 Conclusie
4.6.2 Risicodiagram Hoog risico
C Ernstig
De volksgezondheid gaat over de algemene gezondheidstoestand van de bevolking. De gezondheid van de bevolking kan op verschillende manieren worden bedreigd. Door bijvoorbeeld klimaatverandering kunnen nieuwe soorten ziektegolven ontstaan. Bepaalde virussen, bacteriën en parasieten zullen toenemen of veranderen van leefomgeving29.
E Catastrofaal
De volgende aanjagers hebben invloed op dit crisistype en incidenttypen (zoönose en ziektegolf): hyperconnectiviteit, klimaatverandering en verdichting.
Bij het bestrijden en voorkomen van infectieziekten is een belangrijke taak van de GGD en GHOR weggelegd. De GGD doet dit onder andere door het opsporen van ziektebronnen en contacten en het geven van voorlichting. De GHOR coördineert samenwerking tussen de witte kolom en de andere hulpverleningsdiensten.
D Zeer ernstig
• Bedreiging volksgezondheid.
Impact
Onder dit thema valt het volgende crisistype:
Regionaal Risicoprofiel
4.6 Gezondheid en Veiligheid
Klimaatverandering zorgt er op den duur voor dat andere ziekten op gaan duiken en de toenemende hyperconnectiviteit zorgt voor snellere verspreiding. Er vinden namelijk steeds meer reisbewegingen plaats en door verdichting wonen mensen ook steeds dichter op elkaar, waardoor ziektes zich snel kunnen verspreiden. Belangrijk is om aandacht te hebben voor de kwetsbaarheden en afhankelijkheden voor de continuïteit van de vitale sectoren. Daarnaast heeft Covid-19 ons ook geleerd dat opgelegde maatregelen, zoals lockdowns, om de verspreiding tegen te gaan voor beperkingen kunnen zorgen.
A Beperkt
B Aanzienlijk
Bedreiging volksgezondheid
29 Domusmedica.nl. Klimaatverandering leidt tot nieuwe pathogenen. Geraadpleegd op 10 januari 2022
Laag risico Zeer onwaarschijnlijk A
Onwaarschijnlijk B
Mogelijk C
Waarschijnlijk D
Zeer Waarschijnlijk E
Waarschijnlijkheid
33
4.6.3 Algemene bevindingen Bedreiging volksgezondheid
• •
Een zoönose is een infectieziekte die ontstaat bij dieren en vervolgens overspringt op de mens (denk aan COVID-19, Ebola en de Q-koorts). We spreken van een ziektegolf als veel mensen te gelijk ziek zijn en dit kan op verschillende manieren ontstaan (bijvoorbeeld een virus, besmet voedsel of een besmettelijke ziekte).
Bovendien zorgen zowel verstedelijk als klimaatverandering dat (wilde) dieren en mensen steeds dichter op elkaar leven. Het leefgebied van virussen wordt daardoor steeds kleiner en de kans dat zo’n virus op een mens overspringt wordt steeds groter31. Ook bij een ziektegolf zorgen de aanjagers voor een steeds grotere kans en/of effect. Door klimaatverandering kunnen infectieziektes sneller verspreiden 32. En hoe dichter mensen op elkaar wonen en hoe meer mensen reizen, hoe sneller infectieziektes overgedragen kunnen worden. Daarnaast zijn door vergrijzing mensen ook steeds sneller vatbaar voor infectieziektes.
Hollands Midden kenmerkt zich door een combinatie van (grote) steden en landelijk gebied. Intensieve veehouderij, wat beperkt voorkomt in Hollands Midden, vergroot de kans dat een virus overspringt van dier op mens. Daarnaast zorgt de nabijheid van de agrarische sector ten opzichte van de stedelijke gebieden, de hoge bevolkingsdichtheid en de vele reisbewegingen dat een dergelijk virus zich gemakkelijk over de rest van regio (en mogelijk daarbuiten) verspreidt. De huidige trend van verdichting waarbij landelijke en stedelijke gebieden steeds meer met elkaar vermengen, maakt dat de kans op/verspreiding van een zoönose alleen maar groter wordt.
30 De effecten van dit type bedreigingen zijn namelijk pas zichtbaar op veel langere termijn, is niet gecentreerd op één ‘besmet’ moment en niet overdraagbaar waardoor er geen sprake is van snelle verspreiding.
Regionaal Risicoprofiel
De gezondheid van de bevolking kan op verschillende manieren worden bedreigd. Echter zijn voor VRHM niet alle type bedreigingen van de volksgezondheid relevant. Denk hierbij aan de effecten van langdurige luchtvervuiling30. Daarom worden onder dit crisistype twee (op mens overdraagbare) incidenttypen beschreven: Zoönose Ziektegolf.
31 Eenvandaag.nl. Klimaattop in Nederland tijdens coronacrisis belangrijker dan ooit. Geraadpleegd op 2 december 2021. 32 Eoswetenschap.nl. Klimaatverandering geeft infectieziektes een duw in de rug. Geraadpleegd op 19 oktober 2022.
34
4.7.1 Conclusie
E Catastrofaal D Zeer ernstig
Extreem geweld
C Ernstig
De aanjager die van invloed is op deze crisistypen is polarisatie en radicalisering.
Hoog risico
B Aanzienlijk
• Verstoring openbare orde; • Extreem geweld.
A Beperkt
Onder dit thema vallen twee crisistypen:
4.7.2 Risicodiagram
Impact
4.7 Publieke veiligheid
Regionaal Risicoprofiel
In een samenleving waarin verschillen tussen groepen burgers uitgroeien tot tegenstellingen (polarisatie) kan radicalisering optreden. De komende jaren wordt een toename verwacht van verstoringen van de openbare orde en (extreem) geweld. De afgelopen tijd is ook een trend te zien van protesten die steeds meer gepaard gaan met openbare orde verstoringen en geweld. De politie (in samenwerking met onder andere de AIVD, het OM en de gemeente) is hierbij de belangrijkste partner voor de veiligheidsregio. Het is van belang de samenwerking met de politie te borgen, binnen het gehele werkveld van de veiligheidsregio.
Verstoring openbare orde
Laag risico Zeer onwaarschijnlijk A
Onwaarschijnlijk B
Mogelijk C
Waarschijnlijk D
Zeer Waarschijnlijk E
Waarschijnlijkheid
35
4.7.3 Algemene bevindingen Extreem geweld
Om te spreken van verstoring van de openbare orde, dient het te gaan om een verstoring van enige betekenis van de normale gang van zaken in of aan een betreffende openbare ruimte33. Hierbij kan worden gedacht aan demonstraties, zoals de boerenprotesten (oktober 2019) of de avondklokrellen (23-26 januari 2021) op verschillende plekken in Nederland. Met name op momenten waarbij grote groepen mensen bijeen zijn, zoals bij evenementen, kan een verstoring van de openbare orde ontstaan. De verschijningsvormen van verstoring openbare orde zijn erg divers, dit is in het risicodiagram weergegeven met een grillige vorm.
Bij extreem geweld gaat het niet om de ideologische motieven van de dader(s) maar om het doel om (veel) slachtoffers te maken34. Dit kunnen uitingen van terrorisme zijn, maar dat hoeft dus niet. Een recent meer voorkomende vorm van extreem geweld is extreem crimineel geweld. Denk hierbij aan afrekeningen in het criminele circuit, maar ook buiten het criminele circuit. Indien crisissituaties ontstaan wordt door VRHM een beroep gedaan op een breder netwerk, bijvoorbeeld de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en het Openbaar Ministerie (OM). In Nederland is sinds 2005 het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding (ATb) operationeel. Dit systeem is primair gericht op het waarschuwen van vitale bedrijfssectoren en niet op het waarschuwen van burgers. Het alerteringssysteem zal in geval van nood of bedreiging alle benodigde personen en diensten snel kunnen waarschuwen, waardoor deze diensten aanvullende maatregelen kunnen treffen. De NCTV gebruikt het systeem om bestuurders, politie, hulpdiensten en anderen te informeren over bijvoorbeeld de dreiging van een aanslag en te komen tot adequate maatregelen.
Net als andere regio’s zal VRHM rekening moeten houden met maatschappelijke trends als polarisatie en radicalisering, onrust in probleemwijken en een dalend vertrouwen in de overheid. Verstoringen van de openbare orde kunnen ook een indirect effect hebben op de continuïteit van vitale voorzieningen. Een voorbeeld hiervan zijn de branden van verschillende zendmasten in 2020. Nauw contact met de politie is voor de aanpak van verstoringen van de openbare orde essentieel.
Regionaal Risicoprofiel
Verstoring openbare orde
De impact van extreem geweld kan, afhankelijk van de aard en omvang, heel groot zijn en de kans dat het voorkomt lijkt ook toe te nemen. De NCTV signaleert een toename van personen die online dreigen met geweld35. Ook de toename van polarisatie sinds de coronapandemie zorgt voor meer maatschappelijke onrust en voor een grotere kans op extreem geweld (ook tegen hulpdiensten). De verwachting is dat deze trend de komende jaren door blijft zetten.
33 Hoge Raad arrest, 30 januari 2007, LJN: AZ2104
34 Inspectie Justitie en Veiligheid (2020). De voorbereiding op hulpverlening na een terroristische aanslag 35 NCTV (2018). Toename van rechts-extremistisch geweld in West-Europa
36
Bijlagen behorende bij het Regionaal Risicoprofiel
Inhoud 3
Bijlage 2: Risicoanalyse
4
1 Natuur en klimaat 1.1 Overstromingen 1.2 Extreme weersomstandigheden 1.3 Natuurbranden 1.4 Plagen en dierziekte 1.5 Aardbevingen
6 6 13 18 21 23
2 Milieu 2.1 Incidenten met gevaarlijke stoffen 2.2 Incidenten met giftige stof in open lucht 2.3 Radiologische en nucleaire incidenten
24 24 27 29
3 Continuïteit Vitale Voorzieningen 3.1 Verstoring elektriciteitsvoorziening 3.2 Verstoring gasvoorziening 3.3 Verstoring drinkwatervoorziening 3.4 Verstoring rioolwaterafvoer en afvalwaterzuivering 3.5 Verstoring telecommunicatie & ICT 3.6 Verstoring afvalverwerking 3.7 Verstoring voedselvoorziening
31 31 34 36 39 41 43 43
4 Gebouwde omgeving 4.1 Complexe branden 4.2 Instorting
43 43 46
5 Mobiliteit & Infrastructuur 5.1 Luchtvaartincidenten 5.2 Incidenten op of onder water 5.3 Wegvervoerincidenten 5.4 Spoorvervoerincidenten
48 48 50 53 56
6 Gezondheid & Veiligheid 6.1 Bedreiging volksgezondheid
58 58
7 Publieke veiligheid 7.1 Verstoring openbare orde 7.2 Extreem geweld
62 62 64
Bijlagen behorende bij het Regionaal Risicoprofiel 2023 - 2026 Datum: 19 oktober 2022 Auteurs: Lisan Kranenburg en Mijke Rietbroek, afd. Risicoduiding
Bijlagen
Bijlage 1: Thema-indeling
2
Bijlage 1: Thema-indeling Natuur & Klimaat
• Overstromingen • Natuurbranden • Extreme weersomstandigheden • Aardbeving • Plagen en dierziekten Milieu
• Incident met gevaarlijke stoffen Continuïteit vitale voorzieningen
• Verstoring gasvoorziening • Verstoring elektriciteitsvoorziening • Verstoring drinkwatervoorziening • Verstoring rioolwater en afvalwaterzuivering • Verstoring telecommunicatie & ICT • Verstoring afvalverwerking • Verstoring voedselvoorziening Gebouwde omgeving
• Complexe branden • Instorting Mobiliteit & Infrastructuur
• Luchtvaartincidenten • Incidenten op of onder water • Wegvervoerincidenten • Spoorvervoerincidenten Gezondheid & veiligheid
• Bedreiging volksgezondheid Publieke veiligheid
• Verstoring openbare orde • Extreem geweld
Verantwoording Binnen het thema mobiliteit en infrastructuur is ‘scheepvaartincidenten’ aangepast naar ‘incidenten op of onder water’. De benaming scheepvaartincidenten was niet omvattend genoeg om bijvoorbeeld ook bepaalde incidenten rondom de kust onder te laten vallen. Om die reden is de benaming aangepast. Ook is de onderverdeling van de crisistypen ‘complexe branden’ en ‘grote branden’ uit de indeling gehaald. Doordat het onderscheid tussen deze twee soorten branden onvoldoende duidelijk gemaakt kon worden en grote branden ook vaak complexe branden zijn, is besloten deze bij elkaar te voegen en complexe branden uit te breiden in incidenttypen.
Bijlagen
Voor het opstellen van het risicoprofiel is uitgegaan van onderstaande thema-indeling.
Daarnaast is ‘ziektegolf’ weggehaald als crisistype en als incidenttype ondergebracht onder ‘bedreiging volksgezondheid’. De reden hiervoor is dat deze voorheen afzonderlijke crisistypen qua inhoud lastig los van elkaar te zien zijn en veel overlap vertonen. Een ziektegolf is op deze manier een uiting van bedreiging volksgezondheid in plaats van een los crisistype. In bovenstaande thema-indeling is ‘cybercrime’ als apart crisistype weggehaald bij het thema ‘Publieke veiligheid’. Cybercrime kan namelijk een oorzaak zijn voor veel risico’s. Dit kan leiden tot een gebeurtenis (bijvoorbeeld een verstoring van systemen). Onder het crisistype ‘verstoring telecommunicatie & ICT’ is digitale ontwrichting wel verder uitgewerkt als effect. Ook de trend ‘digitale afhankelijkheid’ gaat verder in op wat voor effecten dit soort verstoringen kunnen hebben. Als laatste is ‘Vondst Explosief’ niet opgenomen als incidenttype onder een crisistype van het risicoprofiel. In de afgelopen jaren zijn op meerdere momenten explosieven gevonden, maar het proces is tegenwoordig zo ingericht dat dit (zo goed als) niet meer tot incidenten leidt. De kans dat een explosief uit zichzelf of door het vinden tot ontploffing komt is (bijna) niet aan de orde.
Doordat de vondst dus niet tot een incident leidt, maar tot het uitvoeren van een protocol is besloten dit niet als incidenttype op te nemen in het risicoprofiel.
3
Bijlage 2: Risicoanalyse Vitaal belang
Impactcriteria
Toelichting
1 Territoriale Veiligheid
1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied.
Het feitelijke of functionele verlies van, dan wel het buiten gebruik zijn van, dan wel het verlies van zeggenschap over delen van de regio.
2. Fysieke veiligheid
2.1 Doden
Dodelijk letsel, direct overlijden of vervroegd overlijden binnen een periode van 20 jaar.
2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken
Letsel gevallen behorend tot categorie T1 en T2, en personen met langdurige of blijvende gezondheidsproblemen zoals ademhalingsklachten, ernstige verbrandingen of huidaandoeningen, gehoorbeschadiging
2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
Blootstelling aan extreme weer- en klimaatomstandigheden, alsmede het gebrek aan voedsel, drinkwater, energie, onderdak of anderszins primaire levensbehoeften.
3. Economische veiligheid
3.1 Kosten in euro’s
Euro’s in termen van herstelkosten voor geleden schade, extra kosten en gederfde inkomsten.
4. Ecologische veiligheid
4.1 Langdurige aantasting van milieu en natuur (flora en fauna).
Langdurige of blijvende aantasting van de kwaliteit van het milieu, waaronder verontreiniging van lucht, water of bodem, en langdurige of blijvende verstoring van de oorspronkelijke ecologische functie, zoals het verlies van soortendiversiteit flora en fauna, het verlies van bijzondere ecosystemen, overrompeling door uitheemse soorten.
Impactbeoordeling Om de impact van de risico’s te kunnen bepalen is gekeken naar de gevolgen hiervan op de door het rijk gedefinieerde vitale belangen: territoriale veiligheid, fysieke veiligheid, economische veiligheid, ecologische veiligheid, sociale en politieke stabiliteit en veiligheid van cultureel erfgoed. Per vitaal belang zijn impactcriteria benoemd. Aan de hand van deze criteria is per crisistype de impact beschreven.
Bijlagen
Voor de risicoanalyse wordt gekeken naar elk thema en de crisistypen die hieronder vallen. Per crisistype wordt vervolgens gekeken naar de impact en waarschijnlijkheid. Dit wordt gedaan aan de hand van de methodiek zoals beschreven in de Handreiking Regionaal Risicoprofiel.
4
Impactcriteria
Toelichting
5. Sociale en politieke stabiliteit
5.1 Verstoring van het dagelijks leven
De aantasting van de vrijheid zich te verplaatsen en samen te komen op publieke plaatsen en in openbare ruimten, waardoor de deelname aan het normale maatschappelijke verkeer wordt belemmerd.
5.2 Aantasting van positie van het lokale en regionale openbaar bestuur
De aantasting van het functioneren van de Nederlandse overheid, in het bijzonder de lokale en regionale overheid, en haar instituties en/of de aantasting van rechten en vrijheden en andere kernwaarden verbonden aan de Nederlandse democratie en vastgelegd in de grondwet.
5.3 Sociaal psychologische impact
Gedragsmatige reactie van de bevolking die door uitgingen van angst en woede (mogelijk ook vermengd met verdriet en afschuw) worden gekarakteriseerd en waaraan de media aandacht besteden. Deze uitingen kunnen komen van personen die direct worden getroffen, en van de rest van de bevolking, en moeten waarneembaar zijn (d.w.z. hoorbaar, zichtbaar, leesbaar).
6.1 Aantasting van cultureel erfgoed
De beschadiging, vernietiging of verdwijning van materiële sporen of getuigenissen uit het verleden in het heden die de samenleving om redenen van o.a. collectieve herinnering en identiteitsbehoud dan wel identiteitsvorming van belang acht om te bewaren, te onderzoeken, te presenteren en over te informeren.
6. Veiligheid van cultureel erfgoed
Waarschijnlijkheidsbeoordeling De term waarschijnlijkheid is gedefinieerd als: ‘De kans dat een incident binnen de komende vier jaar plaats zal vinden’. Voor bepaalde incidenten kan ook een andere tijdshorizon worden genomen. De waarschijnlijkheidsbeoordeling kent een meer kwalitatieve benadering.
Bijlagen
Vitaal belang
Voor deze versie van het Regionaal Risicoprofiel is een start gemaakt met het onderbouwen van de risicoanalyse door middel van data. Bij het crisistype ‘Natuurbranden’ onder het thema Natuur en Klimaat is gebruik gemaakt van data van de Gemeenschappelijke meldkamer, op basis waarvan de kans op natuurbranden voor de komende vier jaar is ingeschat. De beschikbare data geven bruikbare inzichten waarmee risico-inschattingen voor de toekomst beter gestaafd kunnen worden. Echter blijft het labelen van incidenten door de meldkamer een menselijke en dus subjectieve handeling, waardoor de analyses op basis van deze data niet onfeilbaar zijn.
5
1
Natuur en klimaat
Onder dit thema vallen de volgende crisistypen:
De aanjagers die van invloed zijn op deze crisistypen: klimaatverandering, verdichting en hyperconnectiviteit.
1.1 Overstromingen VRHM heeft met verschillende hoogwaterdreigingen te maken. Zo kan het gebied overstromen vanuit de kust, rivieren, een combinatie van beide of vanuit regionale keringen1. Bij overstromingen zijn de waarschijnlijkheid en impact van de mogelijke incidenten uiteenlopend. Daarom wordt voor dit crisistype onderscheid gemaakt tussen:
• Het bezwijken van primaire waterkeringen; • Het bezwijken van regionale keringen. Overstromingen door hevige regenval, zoals in Limburg in juli 20212, zijn voor onze regio veel minder waarschijnlijk omdat we niet aangesloten zijn op het ‘hoofdsysteem’ van de rivieren en omdat VRHM niet in een dal ligt. Overstromingen door hevige regenval zijn dus voorstelbaar, maar niet met de stroomsnelheden en problemen die in Limburg aan de orde waren3.
1 Programma Waterveiligheid VRHM (2021) Risicoanalyse regionale keringen 2 NU.nl Tijdlijn: door water geteisterde Limburg. Geraadpleegd op 11 oktober 2021. 3 Rijkswaterstaat (2019) Watermanagement in Nederland.
1.1.1 Bezwijken primaire waterkering Primaire waterkeringen bieden bescherming tegen overstroming bij hoogwater vanuit het buitenwater, zoals vastgelegd in de Waterwet4. Het doorbreken van de primaire waterkering is het meest waarschijnlijk bij de gemeenten Katwijk, Noordwijk en het Westland. Op deze plekken zijn de duinen (de kustverdediging) het smalst. De afgelopen jaren zijn echter wel veel stappen genomen om deze duinen te verstevigen. Alleen in geval van een zeer zware (noord)westerstorm in combinatie met zeer hoge zeestanden is er een kans dat op de betreffende plekken een doorbraak plaatsvindt. In geval van de EDO-kust (Ergst Denkbare Overstroming) bezwijkt de primaire kering langs de kust op meerdere plekken tegelijk. De gevolgen van het bezwijken van de kustverdediging in combinatie met hoge zeestanden zijn desastreus. Binnen enkele uren stroomt het zeewater op diverse plekken diep de regio in, met alle gevolgen van dien5. Een dergelijke overstroming kan tevens plaatsvinden vanuit de rivieren, namelijk de Lek en de IJssel. Ook hiervan zijn de gevolgen al zeer groot.
Bijlagen
• Overstromingen; • Extreem weer; • Natuurbranden; • Plagen en dierziekten; • Aardbevingen.
Om die reden is dit geen apart incidenttype onder overstromingen en richten we ons bij overstromingen op de bovengenoemde incidenttypen. Wateroverlast naar aanleiding van extreme neerval wordt onder 1.2 (extreme weersomstandigheden) verder uitgewerkt.
Het is moeilijk te voorspellen op welk moment een waterkering precies kan bezwijken waardoor een enorme overstroming plaatsvindt. Ook met de huidige technologische ontwikkelingen blijft het namelijk lastig te voorspellen hoe een storm ontwikkelt en wat de ligging van een depressiegebied zal zijn6. 4 Helpdesk Water Rijksoverheid. Home - Helpdesk water. Geraadpleegd op 11 oktober 2021. 5 VRHM (2014). Coördinatieplan Dijkring 14 Regionaal deel Hollands Midden 6 Gebied met lage druk die ontstaat in het grensgebied tussen twee lucht-
6
1.1.2 Beoordeling impact
Omdat de gevolgen van een overstroming catastrofaal kunnen zijn, wordt intensief samengewerkt rondom dit thema. Diverse projecten zijn gestart en vele partijen sluiten aan om hun kennis en expertise te delen. Een voorbeeld is het project SCOR (Samenwerking Crisisbeheersing Overstromingen Randstad). Binnen dit samenwerkingsverband werken 18 organisaties (waterschappen, veiligheidsregio’s, RWS etc.) samen om bovenregionale afspraken te maken over de coördinatie bij een (dreigende) overstromingen binnen de Randstad.
soorten (bron: KNMI). 7 VRHM (2014). Coördinatieplan Dijkring 14 Regionaal deel Hollands Midden 8 Hoogheemraadschap van Rijnland (2017) Calamiteitenplan
Territoriale veiligheid Bij het bezwijken van de primaire waterkering zal een groot gebied niet meer toegankelijk zijn en dit kent een lange nasleep. De precieze impact van een dergelijke overstroming is afhankelijk van het aantal doorbraken, de grootte van de doorbraken, de hoogte en de duur van de waterstand, de locaties van de doorbraken en het achterland en de ligging (en sterkte) van waterkeringen en wegen. Daarnaast is er een kans dat pas na weken tot maanden na de overstroming kan worden begonnen met het herstel van voorzieningen, infrastructuur en woningen. Dit is namelijk afhankelijk van de snelheid waarmee het water terugloopt en hoe snel hulpverleners alle overlevenden hebben geholpen. De overstroming van 1953 leert ons dat de gehele infrastructuur na een grootschalige overstroming niet meer zal bestaan. Maar ook de overstromingen in Limburg (juli 2021) leren ons dat het een grote maatschappelijke opgave is om het gebied te herstellen. Zo kunnen wegen en waterkeringen zijn weggespoeld en sloten zijn dichtgeslibd. Daarnaast vergroten factoren, zoals een groeiende bevolking, de toenemende verdichting en de steeds groter wordende verwevenheid van de samenleving (hyperconnectiviteit) de impact van een dergelijke overstroming9.
Door de stijgende zeespiegel zal bovendien de hoeveelheid water die bij een doorbraak van de primaire waterkering het land in stroomt in de toekomst toenemen. Dit vergroot zowel de impact als het effectgebied. Het complete herstel van een overstromingsgebied vergt jaren.
9
Planbureau voor de leefomgeving (2014). Kleine kansen grote gevolgen.
Bijlagen
Hierdoor kan pas op een relatief laat moment worden vastgesteld welke plek van het kustgebied zal worden getroffen en waar de overstroming zal plaatsvinden. Acht dagen voor een overstroming ziet het KNMI de eerste aanwijzingen voor een storm met orkaankracht. Pas twee dagen voor de depressie de kust bereikt is de weersverwachting betrouwbaar genoeg om de waterstand- en golfverwachting langs de kust met voldoende nauwkeurigheid te geven7. Op dat moment is het zeker dat de kust zwaar belast zal worden en dat een overstroming dreigt. Pas één dag van tevoren is duidelijk waar de kern van de depressie naartoe gaat. De precieze locaties van de dijkdoorbraken blijven tot het laatste moment onzeker. Die zijn sterk afhankelijk van lokale weerseffecten en de actuele sterkte van de dijken/duinen. Pas als daadwerkelijk dijkdoorbraken optreden, wordt het mogelijk de omvang van de overstroming in te schatten8. Aangezien water zich niet aan (regio)grenzen houdt is het ook belangrijk om zicht te blijven houden op bovenregionale overstromings-scenario’s.
7
Fysieke veiligheid
Naast al het voorgaande moet ook rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat het water in de overstroomde gebieden verontreinigd kan raken met toxische stoffen vanuit industriële faciliteiten (denk aan buisleidingen, vrachtwagens, spoorwagons en vrachtschepen), die zich binnen het overstromingsgebied bevinden. Dit verontreinigde water kan mensen ziek maken.
Economische veiligheid De economische kosten kunnen in de miljarden lopen. De provincie Zuid-Holland, waar Hollands Midden onderdeel van is, kenmerkt zich door veel bebouwing en veel economische activiteiten binnen de regio. Daarnaast zullen de kosten van de bestrijding, hulpverlening en het herstel ook hoge kosten met zich meebrengen. De verdere verdichting zorgt ervoor dat de kosten van een dergelijke overstroming in de toekomst alleen maar zullen toenemen.
Ecologische veiligheid
Anderzijds raakt het water wat het land instroomt onderweg ernstig vervuild met bijvoorbeeld toxische stoffen, allerhande spullen en verdronken mensen en dieren. Dit vervuilde water verspreidt zich vervolgens over de regio en heeft ook een schadelijke invloed op de flora en fauna.
Sociale en politieke stabiliteit Het dagelijks leven in het overstromingsgebied zal grotendeels tot stilstand komen. In het gebied zullen maatschappelijke voorzieningen stilliggen, mensen zullen niet naar hun werk kunnen en de bereikbaarheid binnen het overstromingsgebied zal drastisch verminderen. Vanwege de eerdergenoemde hyperconnectiviteit van de samenleving kan het stilvallen van één voorziening grote gevolgen hebben voor allerlei andere aspecten van het dagelijks leven. Doordat ook supermarkten overstroomd zijn en niet kunnen worden bevoorraad, ontstaat er schaarste aan levensmiddelen wat kan leiden tot plunderingen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd in het Duitse Noordrijn-Westfalen na de overstromingen in juli 2021. Hoewel plunderingen na een overstroming in Nederland nog niet zijn voorgekomen, is dit geen ondenkbaar gevolg11.
Bijlagen
Bij een overstroming kunnen mensen gewond raken of komen te overlijden, bijvoorbeeld door onderkoeling of verdrinking. Het is mogelijk dat getroffenen zichzelf meerdere dagen moeten redden. Door de stormachtige weersomstandigheden, een verder uitbreidende overstroming en mogelijk verwoeste infrastructuur zullen hulpverleningsdiensten lastig het overstromingsgebied kunnen bereiken10. Het is dus voorstelbaar dat mensen lange tijd zonder bijvoorbeeld voedsel, onderdak of andere primaire levensbehoeften zitten.
Kijkend naar de impact op het dagelijks leven zullen ook volksvertegenwoordigers door een overstroming worden bemoeilijkt in het uitvoeren van hun bestuurlijke taak. Daarnaast kunnen genomen besluiten (voorafgaand, tijdens of na het incident) door bestuurders van invloed zijn op het vertrouwen in de (lokale) overheid.
Een overstroming volgend op een doorbraak van een primaire kering kan het ecosysteem ernstig beschadigden. Bomen en planten staan lange tijd onder water waardoor zij afsterven en dieren, zowel wilde dieren als vee, verdrinken. Daarnaast raakt de bodem zodanig aangetast dat het langdurige effecten heeft voor de flora en fauna. 10 Crisis.nl. Overstroming Geraadpleegd op 12 oktober 2021.
11 Telegraaf.nl. Duitse politie grijpt in bij plunderingen na overstromingen. Geraadpleegd op 12 oktober 2021.
8
1.1.3 Beoordeling waarschijnlijkheid
Veiligheid van cultureel erfgoed Een doorbraak van een primaire waterkering heeft grote impact op cultureel erfgoed. Rijksmonumenten en museumcollecties komen bijvoorbeeld onder water te staan en lopen als gevolg van de wateroverlast ernstige schade op of gaan zelfs verloren12.
Conclusie De impact van het bezwijken van een primaire kering is groot. Voor mensen (zowel als slachtoffer van de overstroming als sociaal psychologisch), voor flora en fauna, het grondgebied, het dagelijks leven als cultureel erfgoed heeft een overstroming een enorme impact. Daarnaast brengt dit veel kosten met zich mee. Op alle gebieden heeft de doorbraak van een primaire kering dus een grote impact.
12 Cultureelerfgoed.nl. Waterschade aan Limburgs erfgoed. Geraadpleegd op 12 oktober 2021.
Sinds de watersnoodramp in 1953 heeft Nederland zich ontwikkeld tot het best beschermde deltagebied van de wereld. De kans op een doorbraak van een primaire waterkering is daarmee substantieel verminderd. Sterker nog, sinds 1953 heeft een doorbraak van een primaire waterkering niet meer plaatsgevonden. Daarnaast vergroten alleen hele specifieke omstandigheden de kans op een doorbraak van de primaire waterkering, namelijk een zeer zware (noord)westerstorm in combinatie met zeer hoge zeestanden. De precieze faalkans voor een kustwering is 1/10.00013. Per dijkvak wordt de faalkans berekend. Falen wil nog niet zeggen dat de dijk bezwijkt. Falen wil zeggen dat de ontwerpnorm wordt overschreden, vanaf dat moment kan de stabiliteit niet meer worden gegarandeerd. In zijn algemeenheid geldt dat er een factor 5 tot 10 tussen falen en bezwijken zit. Dit houdt in dat voordat de dijk bezwijkt, het eerst nog een aantal keer kan falen (5 tot 10 keer)14. Dit maakt dat het bezwijken van een primaire waterkering met een doorbraak als gevolg, wordt ingeschaald als onwaarschijnlijk.
Bijlagen
De sociaal psychologische impact kan groot zijn. Een overstroming is meestal een onverwachte gebeurtenis waar mensen opeens mee geconfronteerd worden. Als de overstroming gepaard gaat met veel wateroverlast, kunnen huizen en bezittingen van mensen ernstig beschadigd raken of in zijn geheel verdwijnen. Daarnaast zal, bij een dergelijke overstroming, iedereen in het land mensen kennen die zich in het overstromingsgebied bevinden. De onzekerheid van deze mensen over de veiligheid van hun familie/vrienden zal groot zijn. Daarnaast zal het handelingsperspectief klein zijn voor mensen die zich in het overstromingsgebied bevinden. Zij zullen op hulp moeten wachten. Dit betekent dat een grote de sociaal psychologische impact groot zal zijn.
1.1.4 Beoordeling beleving Uit de gegevens van de Veiligheidsmonitor 2019 blijkt dat inwoners van Hollands Midden overstromingen als één van de grotere risico’s beleven. In de Veiligheidsmonitor wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen een doorbraak van een primaire en regionale waterkering. Uitgaande van dit gegeven komt de beleving niet helemaal overeen met de impact- en waarschijnlijkheidsanalyse. Deze analyse schaalt een overstroming als gevolg van een doorbraak van een primaire waterkering namelijk in als lage waarschijnlijkheid en hoge impact.
13 Regeling veiligheid primaire waterkeringen 2017. 14 Hoogheemraadschap van Rijnland (2017). Calamiteitenplan Hoogheemraadschap van Rijnland.
9
1.1.5 Bezwijken regionale waterkering
Transport
Gas
Besturing gemalen riool, afvoer zuivering
Besturing installaties
Besturing installaties
ICT/ Telecom
Besturing installaties
Drinkwater
Afbeelding 1: Keten-effecten door afhankelijkheden
Het bezwijken van een regionale kering kan worden veroorzaakt door: te hoge boezemstanden, waardoor het water gewoon over de dijk stroomt, instabiliteit van de dijk (veroorzaakt door droogte of wanneer de dijk te zwaar belast of te nat is) of (opzettelijk) menselijk handelen.
De gevolgen van het bezwijken van een regionale waterkering variëren per polder. Daarnaast kan de snel afnemende waterdruk, met kans op grondzettingen, ook negatieve gevolgen hebben voor de hoger gelegen (veen)gebieden, de regionale waterkering zelf en omliggende waterkeringen. Ten slotte kan de overstroming volgend op het bezwijken van een (regionale) kering de vitale infrastructuur raken met als mogelijke gevolgen verstoring (van onderdelen) hiervan (zie afbeelding 1)16,17
15 helpdeskwater.nl. Regionale waterkeringen. Geraadpleegd op 25 oktober 2021 16 Veiligheidsregio’s en crisispartners Water-Voorbereid (2017), Handreiking Regionale Informatiebehoefte bij watercrises. 17 TNO, VRHM en Rijnland (2014), Informatiepreparatie overstromingsrisico’s en domino-effecten.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat uitval elektriciteit pas na 10 dagen van invloed is op de drinkwatervoorziening. Drinkwater is namelijk de eerste 10 dagen zelfvoorzienend 18. Indien een doorbraak van een regionale waterkering leidt tot een overstroming, kan deze oneindig veel vormen aannemen. Dit is mede afhankelijk van de plaats en grootte van de bres (gat in de waterkering) of bressen, de stroomsnelheid van het water en de hoogte van het achterliggende gebied. Experts bij het rijk, de provincies en de waterschappen hebben scenario’s uitgewerkt met potentiële bressen. En VRHM heeft planvorming opgesteld en een traject voor opleidingen, trainen en oefenen (OTO) opgezet om voorbereid te zijn op deze scenario’s. Deze bressen zijn als uitgangspunt genomen voor de nadere voorbereiding op een overstroming. Echter blijft er sprake van een grote mate van onzekerheid over deze plaatsen en de uiteindelijke effecten.
Bijlagen
Een regionale waterkering verwijst ofwel naar een ‘natte’ kering zoals kades langs boezemwateren of naar een ‘droge’ Voorkomen blootstelling kering zoals die langs regionale water Oppervlakte rivieren15. Deze dijken omsluiten Elektriciteit Stroom water & gemalen Afwatering een gebied dat vervolgens polder zuivering genoemd wordt. Wanneer een Besturing Voorkomen Besturing besturingssystemen blootstelling water verkeerslichten, kering aangetast wordt kan deze bruggen, tunnels, treinverkeer, doorbreken en loopt de polder spoorovergangen Stroom benzinestations pompstations onder water. waterwinning
De situatie in Reeuwijk op 26 juli 202119 leert dat een dijkafschuiving onverwacht kan optreden. Hier moet wel bij vermeld worden dat in kritieke periodes (zeer droge en natte periodes) door de waterbeheerders extra dijkinspecties worden uitgevoerd. Dat ten tijde van een hittegolf ook een dijkdoorbraak plaats kan vinden werd duidelijk in Wilnis (2003). Sindsdien wordt in periode van extreme droogte extra gecontroleerd. Indien scheuren worden geconstateerd, bedraagt de voorspelbaarheid 24 – 48 uur20.
18 Dunea, persoonlijke communicatie, 20 juli 2022. 19 Hoogheemraadschap van Rijnland. Herstelde dijk in Reeuwijk robuust genoeg. Geraadpleegd op 11 oktober 2021 20 Hoogheemraadschap van Rijnland (2017) Calamiteitenplan.
10
1.1.6 Beoordeling impact Territoriale veiligheid De impact op het gebied van territoriale veiligheid is afhankelijk van de grootte van het ondergelopen gebied. Kenmerkend voor VRHM is het grote aaneengesloten boezemstelsel (zie afbeelding 2). Een nadeel hiervan is dat bij een overstroming veel water een gebied in kan stromen21. Een polder kan bijvoorbeeld binnen enkele uren volstromen. Afhankelijk van de grootte van de breslocatie Afbeelding 2: boezemstelsel in VRHM en de omvang en de diepte van de polder staat er enkele decimeters tot enkele meters water. Uit de Risicoanalyse Regionale Keringen (Programma Klimaatadaptatie, 2021) blijkt dat de meeste polders binnen VRHM tot 1,5 meter onder water kunnen komen te staan. Een aantal polders zelfs meer dan 1,5 meter binnen 12 uur (Vosse- en Weerlanerpolder, Rooversbroekpolder, Grietpolder, Hemmeerpolder en een deel van de Rijnsaterwoudschepolder). Door middel van de poldergemalen en de inzet van noodbemaling wordt de polder zo snel mogelijk drooggemalen. Dit kan twee tot vijf dagen duren, waarna gestart kan worden met opruim- en herstelwerkzaamheden22. De impact van een doorbraak van een regionale kering kan dus groot zijn.
Bovendien raakt de samenleving in zowel fysieke als digitale zin steeds meer met elkaar verbonden. Daardoor kan een overstroming in één regio van het land gevolgen hebben voor de continuïteit van een andere regio. Hierbij speelt ook mee dat door klimaatverandering de kans op extreme regenval groter wordt, waardoor het water in de regionale waterkeringen onder bepaalde omstandigheden meer toeneemt dan normaal. Wanneer een regionale waterkering op zo’n moment doorbreekt, stroomt een grotere hoeveelheid water het gebied in waardoor een groter effectgebied ontstaat. Sommige delen van Hollands Midden zijn daarnaast extra kwetsbaar voor een overstroming. De gemeente Krimpenerwaard heeft bijvoorbeeld te maken met bodemdaling (wat bovendien wordt verergerd door droogte). Door de lager wordende ligging ten opzichte van omliggende gebieden kan Krimpenerwaard meer last hebben van overstromingswater23.
Fysieke veiligheid
Onder invloed van verdichting breidt de gebouwde omgeving zich steeds verder uit en wordt er steeds multifunctioneler gebruik gemaakt van de beschikbare ruimte. Wanneer de regionale waterkering doorbreekt, heeft het overstromingswater minder ruimte en is de kans daarom groter dat de integriteit van het grondgebied wordt aangetast.
Of mensen ook daadwerkelijk slachtoffer worden van een doorbraak van een regionale kering is afhankelijk van de hoeveelheid water, de snelheid van het binnenstromende water en de mate van zelfredzaamheid van inwoners. Snel binnenstromend water kan inwoners verrassen waardoor zij mogelijk gewond raken of komen te overlijden. Indien weinig water langzaam de polder instroomt, is het onwaarschijnlijk dat er doden of gewonden vallen. Het evacueren van getroffenen en slachtoffers uit overstromingsgebied kan bovendien voor problemen zorgen. Enerzijds omdat wegen beschadigd of onbegaanbaar zijn en anderzijds omdat een grote groep mensen zich op hetzelfde moment in eenzelfde richting gaat verplaatsen waardoor verkeersopstoppingen kunnen ontstaan.
21 Programma Waterveiligheid (2021). Risicoanalyse regionale keringen. 22 VRHM (2014). Coördinatieplan Dijkring 14 Regionaal deel Hollands Midden.
23 Gemeente Krimpenerwaard (2021). Rapport Klimaatadaptatie Krimpenerwaard.
11
Economische veiligheid
Ecologische veiligheid Wat de impact is van een doorbraak van een regionale kering op flora en fauna is enerzijds afhankelijk van waar de overstroming plaatsvindt, hoe groot het getroffen gebied is en hoelang de overstroming duurt. Anderzijds hangt de impact af van de begroeiing van het getroffen gebied en of deze bestand is tegen (langdurig) onder water staan en in hoeverre (bedreigde) diersoorten in het gebied leven die door verdrinking overlijden.
Sociale en politieke stabiliteit Ook de verstoring van het dagelijks leven is afhankelijk van wat zich in het getroffen gebied bevindt. Verstoring van het dagelijks leven neemt toe indien mensen niet meer in hun huizen kunnen blijven en verticale evacuatie (hoger gelegen punt zoeken) onvoldoende is. Zodra een gebied horizontaal geëvacueerd (het gebied uit) moet worden, is de impact op het dagelijks leven erg groot26. Bovendien kan door een overstroming een bepaald digitaal systeem uitvallen.
24 Hoogheemraadschap van Rijnland (2017). Calamiteitenplan. 25 Vastgoedactueel.nl. Woningbouw lage polders gaat door, maar is ook omstreden. Geraadpleegd op 20 oktober 2021. 26 Rijkswaterstaat(2014). Handelingsplan grootschalige horizontale evacuatie.
Vanwege de eerdergenoemde hyperconnectiviteit, kan het uitvallen van een systeem in één gebied gevolgen hebben voor de continuïteit van voorzieningen en daarmee het dagelijks leven in andere regio’s. De ontwikkeling van meer woningbouw onder de zeespiegel kan op den duur impact hebben op de legitimiteit van het bestuur. Bewoners gaan ervanuit dat wijken, zowel oud als nieuw, veilig zijn om te wonen. Als bewoners vervolgens worden getroffen door een overstroming zal dit de betrouwbaarheid van het bestuur aantasten. De verwachting is echter dat de impact van een overstroming niet een grootschalig effect heeft op het bestuur.
Bijlagen
Bij het bezwijken van een regionale kering kan de economische schade oplopen tot tientallen miljoenen24. Dit is afhankelijk van waar de overstroming plaatsvindt, hoe groot het getroffen gebied is, maar ook hoe goed organisaties en burgers voorbereid zijn om water buiten de deur te houden. Bij een weiland zal de economische schade lager zijn dan bij een stedelijk gebied met veel bedrijvigheid. Een ontwikkeling die de kosten in de toekomst kan vergroten is het feit dat er steeds meer woningbouw in polder plaatsvindt. In de gemeente Zuidplas liggen bijvoorbeeld plannen om een nieuw dorp te bouwen wat zes meter onder de zeespiegel komt te liggen25.
De sociaal psychologische impact kan groot zijn. Een overstroming is meestal een onverwachte gebeurtenis waar mensen opeens mee geconfronteerd worden. Als de overstroming gepaard gaat met veel wateroverlast, kunnen huizen en bezittingen van mensen ernstig beschadigd raken of in zijn geheel verdwijnen.
Veiligheid van cultureel erfgoed Afhankelijk van de omvang van de overstroming kan de impact op cultureel erfgoed groot zijn. In geval van een grote overstroming kunnen Rijksmonumenten en museumcollecties onder water komen te staan en lopen als gevolg van de wateroverlast ernstige schade op of gaan zelfs verloren27.
Conclusie De impact van het bezwijken van een regionale kering is lager dan bij een primaire kering. Afhankelijk van de locatie en duur kan de impact groot zijn, maar de inschatting is dat de impact over het algemeen te overzien is, kijkend naar recente voorbeelden als Reeuwwijk (2021).
27 Cultureelerfged.nl/ Waterschade aan Limburgs erfgoed. Geraadpleegd op 11 oktober 2021.
12
1.1.7 Beoordeling waarschijnlijkheid
1.1.8 Beoordeling beleving Uit de gegevens van de Veiligheidsmonitor 2019 blijkt dat inwoners van Hollands Midden overstromingen als één van de grotere risico’s beleven. In de Veiligheidsmonitor wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen een doorbraak van een primaire en regionale waterkering. Uitgaande van dit gegeven komt de beleving in Hollands Midden overeen met de gemaakte impacten waarschijnlijkheidsanalyse.
Voor dit document wordt de volgende definitie gehanteerd voor extreme weersomstandigheden: Weersomstandigheden die zodanig zijn dat ze zorgen voor grote fysieke of maatschappelijke gevolgen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij aanhoudende droogte of kou, hevige regenval, sneeuwval, ijzel en extreem onweer. Huizen kunnen blank komen te staan, de natuur en landbouw kunnen ernstig beschadigd worden op en mensen kunnen gewond raken. Binnen het crisistype extreme weersomstandigheden maakt VRHM onderscheidt tussen de volgende incidenttypen:
Bijlagen
De faalkans van een regionale waterkeringen is 1 op 100/100028. Per dijkvak wordt de faalkans berekend. Falen wil nog niet zeggen dat de dijk bezwijkt. Falen wil zeggen dat de ontwerpnorm wordt overschreden, vanaf dat moment kan de stabiliteit niet meer worden gegarandeerd. In zijn algemeenheid geldt dat er een factor 5 tot 10 tussen falen en bezwijken zit. Incidenten zijn voorstelbaar, zoals een dijkverschuiving (Reeuwijk, 2021) en het overlopen van een kering na hevige regenval (Alphen aan den Rijn, 2014).
1.2 Extreme weersomstandigheden
• Extreme kou, sneeuw of ijzel • Extreme hitte en smog • Extreme droogte • Extreme windhozen en zware storm • Extreme neerslag Extreme weersomstandigheden zijn niet gebonden aan een specifieke locatie aangezien ze overal kunnen plaatsvinden. De gevolgen kunnen echter regionaal wel verschillen. Bij dit crisistype gaat het voornamelijk om de gevolgen voor de mens en de samenleving. Wanneer een weersituatie een kritiek niveau dreigt te bereiken, geeft het KNMI een alarmering af. Dit kan 48 uur (code geel), 24 uur (code oranje) of 12 uur (code rood) van tevoren worden uitgegeven29. Het weeralarm bevat een gedetailleerde beschrijving van de situatie en geeft bij zeer extreme situaties een beschrijving van de mogelijke gevolgen. Rijkswaterstaat kan vervolgens, op basis van een eigen aanvullende analyse en besluitvormingsproces, een verkeersalarm uitgeven.
28 STOWA (2015) Leidraad toetsen op veiligheid regionale waterkering.
29 KNMI waarschuwingen. Geraadpleegd op 11 oktober 2021.
13
Het weers- en verkeersalarm worden onder het publiek verspreid en moeten overheidsinstanties, bedrijven en burgers attent maken op de (te verwachten) weersituatie en de gevolgen die het teweeg kan brengen.
Extreme kou kan een grote invloed hebben op het dagelijks leven. Er is sprake van een koudegolf wanneer in een aaneengesloten periode in De Bilt minstens vijf ijsdagen optreden (maximumtemperatuur lager dan 0,0 graden). Hiervan is op minstens drie dagen de minimumtemperatuur lager dan -10 graden30. Dergelijke koude weersomstandigheden kunnen economische schade veroorzaken en ze creëren een gevaarlijke situatie voor de meest kwetsbaren in onze maatschappij (bijvoorbeeld ouderen en daklozen). Sneeuw kan door de wind op drift raken. Het hoeft dan niet te sneeuwen, maar de sneeuw van de grond verplaatst zich dan door de wind. Wanneer bij deze driftsneeuw of gewone sneeuwval een windkracht 8 of meer wordt gemeten, dan wordt gesproken van een sneeuwstorm31. Een sneeuwstorm kan de samenleving ontwrichten en soms hele dorpen isoleren. Het verkeer wordt verlamd omdat wegen en rails geblokkeerd raken door sneeuwduinen. Lage temperaturen, harde wind en stuivende sneeuw maken het verblijf buiten onaangenaam en bij matige tot strenge vorst gevaarlijk. In Nederland was op 7 februari 2021 nog sprake van sneeuwstorm Darcy. Er waren die dag veel ongelukken, treinverkeer was de hele dag niet mogelijk en Eindhoven Airport werd gesloten vanwege de sneeuwval32.
30 KNMI.nl Koudegolf. Geraadpleegd op 12 oktober 2021. 31 KNMI.nl. Sneeuwjacht. Geraadpleegd op 25 oktober 2021. 32 KNMI.nl. Code rood voor sneeuwstorm Darcy. Geraadpleegd op 25 oktober 2021.
Extreme hitte en smog
Bijlagen
Extreme kou, sneeuw of ijzel
IJzel vormt zich meestal aan het eind van een vorstperiode, wanneer op honderden meters hoogte zachte lucht binnenstroomt. De regen koelt in de lager gelegen vrieslucht af tot onder het vriespunt. Zodra het op de grond of op voorwerpen valt, bevriest het direct tot een helder ijslaagje.. In extreme situaties kan het soms urenlang ijzelen. We spreken dan ook wel van een ijzelstorm. Het ijs groeit dan aan tot een dikke laag van soms wel een paar centimeter. Bomen kunnen dan bijvoorbeeld topzwaar worden of hoogspanningskabels kunnen bezwijken onder het grote gewicht van het ijs33.
Een hittegolf wordt door het KNMI gedefinieerd als de opeenvolging van warme dagen waarbij het ten minste vijf dagen 25 °C of warmer is, waarvan ten minste drie dagen 30 °C is. Een hittegolf vormt met name een bedreiging voor de (fysiek) kwetsbaren in de samenleving. Tijdens de hittegolf van juli 2019 zijn 400 mensen meer dan in een gemiddelde zomerweek overleden. Vooral voor ouderen was de extreme warmte met temperaturen boven de 40 graden zwaar34. Met name in stedelijke gebieden zijn de gevolgen ernstig omdat de warmte moeilijker verdwijnt uit de bebouwing35. Door de toenemende verdichting zullen in de toekomst alleen maar meer plekken zijn waar de warmte moeilijker verdwijnt. Bovendien worden de temperaturen door klimaatverandering steeds hoger. De combinatie van verdichting en stijgende temperaturen zal dus zorgen voor een toename van gevaarlijke situaties. Tijdens een hittegolf is extra aandacht benodigd voor ouderen, chronisch zieken, mensen met overgewicht en kinderen. Zij hebben eerder last van de gevolgen van een hittegolf, zoals hitteuitputting of hitteberoerte.
33 KNMI.nl IJzel. Geraadpleegd op 25 oktober 2021. 34 CBS (2019). Hogere sterfte tijdens recente hittegolf. 35 Rodekruis.nl. Maak werk van lokaal hitteplan. Geraadpleegd op 12 oktober 2021.
14
Smog is een periode van verhoogde luchtverontreiniging. Als de (verwachte) concentratie van de ozon, fijn stof, stikstofdioxide en zwaveldioxide boven een waarschuwings- of alarmdrempel uitkomt, is er sprake van smog36. Van extreme smog is sprake als de alarmdrempel wordt overschreden. Als dit het geval is kan iedereen klachten krijgen. Wanneer de alarmdrempel dreigt te worden overschreden, vaardigt het RIVM een alarm uit. Op 25 juli 2019 gaf het RIVM een smogalarm af voor delen van Nederland. Hierbij werden mensen die gevoelig zijn voor smog geadviseerd om binnen te blijven en zware lichamelijke inspanning te beperken.
Extreme droogte Tijdens de zomer kunnen we te maken hebben met droogte. Hiervan is sprake als er gedurende een langere tijd minder regen valt dan normaal, in combinatie met grote verdamping. In dat geval verdampt er dus meer water dan dat erbij komt. Om te bepalen of er sprake is van extreme droogte, wordt het gemiddelde neerslagtekort, inclusief de verwachting voor de komende 15 dagen, vergeleken met het recordjaar van 1976 en de 5% droogste jaren37. De mate van droogte kan hieruit vervolgens worden afgeleid. Veel sectoren en maatschappelijke voorzieningen kunnen in droge periodes hinder ondervinden van onvoldoende beschikbaar water. 36 RIVM.nl. Veelgestelde vragen over smog . Geraadpleegd op 12 oktober 2021. 37 KNMI.nl. Droogte. Geraadpleegd op 12 oktober 2021.
Zo heeft voor de landbouw waterschaarste op korte termijn grote gevolgen. Als er niet genoeg water is om de akkers te besproeien, kan er verzilting optreden. Hierdoor kan het grondwater zouter worden en waardevolle oogst kan zo verloren gaan. Ook de natuur ondervindt nadelige gevolgen van een tekort aan water. De biodiversiteit kan afnemen door verdroging van natuur- en leefgebieden38. Daarnaast kan er in zeer uitzonderlijke gevallen van extreme periodes van droogte maatschappelijke onrust ontstaan uit angst voor schaarste van primaire levensmiddelen39. Als laatste kan extreme droogte effect hebben op de dijken. Door droogte neemt de mogelijkheid tot scheuren en verzakking van dijken toe, waardoor de kans op bezwijken van een dijk ook toeneemt.