D21 Raadswerkgroep ISD-GOM, rapport vervolgonderzoek ISG en GOM.pdf
Tekst van het document
Ook daar schijnen de productiecijfers rondom de bollengrondbalans geen licht op. Opruimen van verrommeling Het opruimen van verrommeling is een activiteit waar GOM aan initiatiefnemers een vergoeding voor kan verstrekken. In de onderstaande figuur worden de gecumuleerde productiecijfers van GOM gepresenteerd. Uit deze figuur blijkt dat vanaf 2011 t/m 2020 er ruim 20 ha verrommeling is opgeruimd waarvoor GOM een vergoeding voor heeft verstrekt aan de initiatiefnemer. Daarnaast is er nog ruim 10 ha in werkvoorraad omdat er voor 30 ha afspraken zijn gemaakt met initiatiefnemers over de te verstrekken vergoedingen.
Figuur 8.2: Productie GOM aangaande het opruimen van verrommeling. Bron: jaarverslagen GOM.
42
Bron: online enquête onder agrariërs, interviews en rapportage analyse herstructurering in de Duin- en Bollenstreek en het resultaat van 10 jaar GOM, Vrije Ondernemers Noordwijk, update maart 2020.
Pagina 71
Het is aan de hand van de bovenstaande productiecijfers niet volledig te beoordelen of GOM hiermee de uitvoeringsdoelen realiseert. Het opruimen van verrommeling is conform de ISG namelijk tweeledig: het kan een bijdrage leveren aan de landschapskwaliteit door het open houden van het gebied en/of er kan in de plaats van het gesloopte gebouw bollengrond worden geproduceerd. Met betrekking tot dit laatste is een oordeel wel mogelijk, mits dat in samenhang wordt bezien met de doelen rondom de bollengrondbalans van de voorgaande paragraaf. GOM meldt namelijk in haar jaarverslag van 2020 dat 61% van de geproduceerde nieuwe 1ste klas bollengrond is gerealiseerd door middel van het opruimen van ‘verrommeling’. In dat licht levert het een bijdrage aan het behouden van 2.625 ha 1ste klas bollengrond, er wordt immers circa 32 ha (61% van 52 ha) bollengrond toegevoegd. Ten aanzien van een bijdrage leveren aan de landschapskwaliteit, of vitalisering van de greenport in het algemeen, zijn de productiecijfers rondom verrommeling moeilijker te duiden en nagenoeg niet te beoordelen. Eerder hebben we opgemerkt dat rondom verrommeling de ISG geen heldere maatstaf als kader geeft.
Daarmee is dit doel niet evalueerbaar geformuleerd en is het voor de raad niet mogelijk om te controleren in welke mate dit doel wordt gerealiseerd: wat is verrommeling, voor wie is het verrommeling, hoeveel is er verrommeld en hoeveel verrommeling willen we opruimen? Er is alom onduidelijkheid over wat wel of geen verrommeling is, dit blijkt uit interviews in het kader van dit onderzoek maar ook uit andere onderzoeksrapporten43. Daarbij wordt ook wel gesproken in termen van ‘incourante opstallen of incourant vastgoed’, als poging om het begrip ‘verrommeling’ nader te duiden. In gangbare definities van ‘incourant’ wordt gesproken over iets dat niet meer gangbaar is, niet gewild, er is weinig tot geen belangstelling voor of het is slecht of niet verkoopbaar. Daarmee wordt in feite een koppeling gemaakt met het doel om de vitaliteit van de economie voor de greenport te behouden of te versterken, en verrommeling krijgt daarmee een economische betekenis. In dat licht is het sterk afhankelijk van de behoeften en financiële slagkracht van de agrarische ondernemers. Afhankelijk van daarvan is een object minder of meer courant. Dit blijkt ook uit interviews voor dit onderzoek. Voor een bepaalde groep gebruikers zijn sommige opstallen incourant omdat deze voor hen niet meer voldoet aan bepaalde kwaliteitseisen en/of nagenoeg geen economische waarde meer hebben.
Voor een andere groep is het nog een goed bruikbaar object, bijvoorbeeld voor een startend bedrijf dat wellicht in de startfase minder kwaliteitseisen stelt, of dat juist de lagere economische waarde kansen biedt om met minder financiële middelen wel te kunnen ondernemen. Ook worden er kritische kanttekeningen geplaatst bij dat wat volgt op de opruiming van een bedrijfsgebouw en opstallen44: In het geval er na opruiming op het overgebleven vlak 1ste klas bollengrond wordt geproduceerd, is dat perceel niet altijd qua omvang, vorm en/of ligging voldoende om ook economisch rendabel te kunnen bewerken. Dit geeft aan dat het stellen van het doel ‘2.625 ha 1ste klas bollengrond behouden’ weliswaar goed evalueerbaar is, en daarvoor ook draagvlak is (zie voorgaande paragraaf), maar dat het tegelijkertijd niet alleen gaat om de kwantiteit. Dit is eerder aangetekend bij de behandeling van de bollengrondbalans. Bollengrond moet ook economisch rendabel te bewerken zijn, daarvoor is een bepaalde minimale afmeting nodig, een bepaalde vorm en een bepaalde ligging. 1ste Klas
43
Bronnen: rapport van de Rekenkamercommissie Teylingen naar de ‘Grip op GOM’ 2020 en rapportage analyse herstructurering in de Duin- en Bollenstreek en het resultaat van 10 jaar GOM, Vrije Ondernemers Noordwijk, update maart 2020.
44 Bronnen: enquête onder agrariërs en interviews.
Pagina 72
bollengrond kenmerkt zich blijkbaar niet alleen tot de kwaliteit van de grond. Er spelen meer factoren een rol die nu ontbreken in de ISG om op te kunnen sturen. Greenportwoningen In deel 2 van dit rapport is behandeld dat het ISG-beleid in bepaalde mate toestaat dat grond met een agrarische bestemming wordt omgezet naar een woonbestemming. Dit in bepaalde mate, want het aantal is gemaximeerd op 600 woningen voor het gehele gebied en onttrokken bollengrond moet worden gecompenseerd. Deze woningen worden ook wel Greenportwoningen genoemd. Het mandaat voor de omzetting van de bestemming ligt geheel bij de raad van een gemeente, die immers het bestemmingsplan wel of niet kan vaststellen. In het geval de raad besluit tot omzetting naar een woonbestemming kan de grondeigenaar in principe overgaan tot de bouw van een of meer Greenportwoningen. Voor GOM is de bouw van Greenportwoningen geen doel op zich. Het is een middel om een financiële bijdrage te kunnen leveren aan initiatieven van grondeigenaren die verrommeling tegengaan en/of nieuwe 1ste klas bollengrond willen produceren. GOM ontvangt namelijk van grondeigenaren, die met toestemming van de gemeente een Greenportwoning willen bouwen, een financiële vergoeding.
Deze vergoeding is vastgelegd in een zogenaamde bouwtitelovereenkomst, en in het geval er ook onttrekking van bollengrond mee gemoeid is in een bollengrondcompensatieovereenkomst. In deel 2 en bijlage 1 van dit rapport is dit verder uitgebreid beschreven. Onderstaande figuur presenteert de t/m 2020 afgesloten bouwtitelovereenkomsten door GOM. Het grootste deel van de bouwtitelovereenkomsten (102 stuks) zijn afgesloten in het kader van de twee door GOM zelf uit te voeren grondexploitaties. Zoals eerder behandeld in paragraaf 5.1 hebben de gemeenten bij de oprichting van GOM namelijk twee exploitatieopdrachten meegegeven: het Bulb Trade Park in Noordwijkerhout en Greenhouse Park in Rijnsburg. Voor die twee opdrachten fungeert GOM als grondbedrijf. Elders in het bollengebied heeft GOM 69 contracten afgesloten.
Figuur 8.3: Productie GOM aangaande het afsluiten van woningbouwtitelovereenkomsten. Bron: jaarverslag 2020 GOM.
Pagina 73
Bij de bouw van Greenportwoningen worden kritische kanttekeningen geplaatst45: Door de bouw van Greenportwoningen wordt bollengrond onttrokken, dat haaks staat op het behouden van bollengrond. Er is geen vertrouwen dat de onttrekking een-op-een elders weer gecompenseerd zal worden. Dit wordt met name beoordeeld op basis van individuele projecten, waarbij met enige aannames wordt verondersteld dat deze projecten dermate verlies aan bollengrond opleveren en dat dit nooit elders in het gebied gecompenseerd zou kunnen worden. Daarentegen is er in het geval van een casus ook een ‘tegenberekening’ van betrokkenen die het daar dan niet mee eens zijn, en met deze berekeningen het tegendeel trachten te onderbouwen. Zo proberen partijen over en weer elkaar te overtuigen van hun gelijk. De bouw van Greenportwoningen conflicteert met het doel om een open landschap te behouden. Dit geldt des te meer als deze woningen in een zogenaamde lintbebouwing worden geplaatst. De Greenportwoningen worden bewoond door burgers die graag in het buitengebied willen wonen. Er ontstaan vervolgens klachten van deze groep als gevolg van de agrarische activiteiten. Ruil- en herverkaveling Zoals eerder aangeven is er ruim draagvlak bij agrariërs voor het doel van de ISG om 2.625 ha 1ste klas bollengrond te behouden.
Daarbij wordt wel aangegeven dat het niet alleen gaat om de hoeveelheid te behouden bollengrond. Het is ook belangrijk dat de kavels economisch rendabel te bewerken zijn. Factoren die mede bepalend zijn voor de economische rentabiliteit zijn de minimale afmetingen van een kavel, aaneengesloten kavels, vorm en ligging. Ruil- en herverkaveling is een instrument dat kan worden ingezet om al deze factoren optimaal op elkaar af te stemmen. Het is echter tot op heden niet gelukt om dit ter uitvoering te brengen en op dit terrein successen te boeken. In gesprekken in het kader van dit onderzoek worden hiervoor verschillende oorzaken gegeven: Vrijwillige herverkaveling is moeilijk te verwezenlijken. Veel agrariërs hebben een emotionele band met de plek waar zijn wonen en werken en zijn niet bereid te verhuizen naar een andere plek. Voor groei kiezen zij dan liever voor aankoop van grond elders en accepteren dan de reistijd die dat met zich mee brengt. Zij bezitten dan verschillende kavels op verschillende plekken; Door de enorme versnippering van het eigenaarschap vraagt het een grote inspanning om gesprekken te organiseren tussen verschillende eigenaren en tot overeenstemming te komen. Het is dus geen kwestie van ‘een paar grote stappen snel thuis’, het is een enorme puzzel met allerlei kleine schuif-en-rijg mogelijkheden en veel gesprekken.
GOM heeft hiervoor onvoldoende capaciteit en middelen tot haar beschikking. Ruilverkaveling is niet afdwingbaar door de overheid. Om dit mogelijk te maken, los van de vraag of dit wenselijk is en op voldoende politiek draagvlak kan rekenen, is een hernieuwde herverkavelingswet nodig. Tegelijkertijd biedt herverkaveling wel grote kansen. Stichting Kavelruil Zuid-Holland heeft een analyse gemaakt van het gehele bollencomplex en een simulatie uitgevoerd46. Door de analyse is scherp in beeld waar de kavels liggen en wie de eigenaren zijn. De uitkomst van de simulatie was dat door ruilverkaveling een substantiële schaalvergroting van agrarische bedrijven mogelijk is.
45 Bron: online enquête onder agrariërs, interviews en rapportage analyse herstructurering in de Duin- en Bollenstreek en
het resultaat van 10 jaar GOM, Vrije Ondernemers Noordwijk, update maart 2020, brief van het bedrijf Molenaar en van Ginhoven Beheer B.V. aan de gemeenteraad van Teylingen d.d. 16 april 2021. 46 Bron: interviews.
Pagina 74
8.1.3 Realisatie van financiële doelen Alle door GOM ontvangen vergoedingen worden ingezet voor bollengrondcompensatie en/of initiatieven die de landschapskwaliteit verbeteren. Uiteraard wordt ook een deel ingezet om de organisatiekosten van GOM te dekken. Om dit aandeel zo laag als mogelijk te houden is GOM ingericht als een kleine organisatie met beperkte personele- en materiële middelen. Dit is eerder toegelicht in paragraaf 5.4. In dat licht is GOM een besloten vennootschap zonder winstoogmerk. Het financiële doel is dus per saldo een rendement van 0%. Dat betekent niet dat ieder jaar het saldo van in- en uitgaven neutraal zijn, omdat er immers een ontwikkeltijd zit tussen het afsluiten van een overeenkomst waarvoor GOM vergoedingen ontvangt, en het afsluiten van een overeenkomst waarvoor GOM een vergoeding verstrekt. Afhankelijk van de hoogte van de werkvoorraad kan er dus in enig jaar sprake zijn van meer inkomsten dan uitgaven en vice versa. Tot het boekjaar van 2018 investeerde GOM in projecten in het geval de inkomsten uit bouwtitels zeker waren. In het boekjaar 2018 is na besluitvorming door de aandeelhouders (de samenwerkende gemeenten) besloten tot een versnelling van de herstructurering en is GOM de mogelijkheid geboden om, vooruitlopend op inkomsten uit bouwtitelovereenkomsten, maximaal € 12 Mln. voor te financieren47.
De onderstaande tabel presenteert de financiële gegevens van GOM vanaf de start. Uit de tabel valt het volgende te concluderen: 1 De winst van GOM is ieder jaar nihil, dit is conform het doel om zonder winstoogmerk te werken; 2 T/m het jaar 2020 heeft GOM € 57 Mln. geïnvesteerd in projecten; 3 De organisatiekosten van GOM bedragen zo’n 10% van het geïnvesteerd vermogen. Dat is conform het doel om met beperkte personele- en materiële middelen te werken; 4 De afgelopen twee jaar heeft GOM steeds meer moeite om de financieringsruimte te benutten voor investeringen in projecten. De oorzaak hiervan is de stagnatie in ontwikkeling van het Greenhouse Park (project Trappenburg-Kloosterschuur) en het uitstellen van versnellingsinvesteringen. Zie voor het laatste de toelichting onder de tabel. In Mln. Euro's
2012 2013 2014 2015 2016
2017 2018 2019 2020 Totaal
Meerjaren investeringsprogramma GOM Geinvesteerd vanaf start in projecten
86,0 10,5
86,0 16,6
86,0 26,1
86,0 31,0
86,0 35,6
94,0 40,0
99,7 45,0
99,7 44,9
105,0 57,0
Financiele ruimte desbetreffende jaar Geinvesteerd en verplicht desbetreffende jaar Benutte financiele ruimte voor investeringen
22,0 10,5 48%
16,9 6,1 36%
10,5 9,5 90%
8,0 5,0 63%
7,6 4,4 58%
7,8 5,4 69%
15,4 9,2 60%
22,0 10,0 45%
15,8 4,2 27%
64,3
0,63
0,62
0,68
0,71
0,77
0,65
5,86
14,1% 12,6%
7,7%
7,7%
15,5%
10,3%
nihil 18,9
nihil 16,2
nihil 14,8
Organisatiekosten desbetreffende jaar, inclusief plankosten Organisatiekosten als percentage van geinvesteerd vermogen
0,60
0,60
0,60
5,7%
9,8%
6,3% 12,6%
Winst en Verlies desbetreffende jaar Balanspositie ultimo desbetreffende jaar
nihil 18,0
nihil 16,0
nihil 18,7
nihil 17,2
nhil ?
nihil 19,6
Tabel 8.2: Meerjarige financiële gegevens GOM. Bron: jaarverslagen GOM. VERSNELLINGSINVESTERINGEN In 2016 is GOM het gesprek aangegaan met de aandeelhouders over hoe de herstructurering zou kunnen worden versneld. Om het proces te kunnen versnellen was er een grotere behoefte aan financiële middelen, terwijl het verkrijgen van inkomsten uit bouwtitels op clusterlocaties tijd vergt.
47 Bron: financieel jaarverslag 2020.
57,0
Pagina 75
Het verzoek tot versnelling is als project opgenomen in de Economische Agenda Duin- en Bollenstreek. In het voorjaar 2018 is de aandeelhoudersvergadering akkoord gegaan met de versnelling. Concreet betekent de versnelling dat GOM, vooruitlopend op inkomsten uit woningbouwtitels, een bedrag van € 12 Mln. kan voorinvesteren. Dankzij versnellingsgeld zou het mogelijk moeten zijn het herstructureringstempo te verhogen en meer projecten op te pakken. Dat is in het begin ook gelukt met48: De sloop van het voormalige M&G-complex (Molenaar en Van Ginhoven) aan de Torenlaan in Voorhout. Door de sloop van de bebouwing werd plaatsgemaakt voor 1,6 ha open bollenlandschap; Het open maken van de Hogeveensepolder (Noordwijkerhout-Noord) en dahliateler Weijers en tulpenbroeier De Koning verhuisden naar de Ambachtspolder. Na de sloop van 30.000 m² bedrijfsbebouwing in de Hogeveensepolder werd aansluitend 25 ha teeltgrond herverkaveld en 30 ha bollengrond verbeterd. In 2019 en 2020 stagneert echter de versnellingsagenda door stagnerende inkomsten. In het jaarverslag van 2020 geeft GOM hier twee oorzaken aan: 1 Het uitblijven van planologische besluitvorming door gemeenten over locaties van Greenportwoningen; 2 De tegenvallende ontwikkeling van het project Trappenburg-Kloosterschuur in Rijnsburg. Er is nauwelijks vraag naar glastuinbouwkavels.
8.2 Onbedoelde effecten van beleid en uitvoering Met vaststelling van het ISG-beleid hebben de samenwerkende gemeenten doelen gesteld met de bedoeling een vitaal bollengebied te behouden en verder te versterken. Dit zowel in economische zin als ten aanzien van de kwaliteit van het landschap. Naast het stellen van deze doelen omvat het ISG-beleid ook beleidsinstrumenten die door de uitvoering (GOM) kunnen worden ingezet om de doelen te realiseren. Denk hierbij aan het verstrekken van vergoedingen voor het opruimen van verrommeling en productie van 1ste klas bollengrond en het innen van vergoedingen voor onttrekking van bollengrond en/of de bouw van Greenportwoningen. In veel gevallen heeft overheidsbeleid, naast bedoelde effecten, ook onbedoelde negatieve bijeffecten. De vraag die dan voorligt is of de negatieve bijeffecten opwegen tegen de bedoelde effecten, of dat er reparatiemogelijkheden zijn om de negatieve bijeffecten te minimaliseren. In het onderzoek zijn, naast de bedoelde, ook de onbedoelde (negatieve) effecten in kaart gebracht. Allereerst door een enquête uit te zetten onder agrariërs met bedrijfsactiviteiten op het grondgebied van Teylingen. Hiermee werd als het ware een grofmazig net opgehaald en kwamen de eerste onbedoelde negatieve bijeffecten in beeld.
Daarna is in verschillende verdiepende gesprekken met agrariërs, GOM, Vrije Ondernemers Noordwijk, Stichting Waarom Weg en de portefeuillehouder Teylingen gereflecteerd op deze effecten. Hierbij is ook gevraagd naar oplossingsrichtingen om onbedoelde bijeffecten te minimaliseren. We vatten de resultaten van deze reflecties hieronder samen.
48 Bron: jaarverslag GOM 2018.
Pagina 76
Prijsopdrijvend effect De onderstaande bevindingen zijn gebaseerd op gesprekken die in het kader van dit onderzoek zijn gevoerd. Het gaat hier om een verstoring van de markt van vraag en aanbod van agrarische bedrijven. In het geval een grondeigenaar de mogelijkheid van de gemeente krijgt om zijn grond te transformeren van een agrarische bestemming naar een woonbestemming, dan neemt de waarde van die grond, gebouwen en opstallen toe. Dat is bijvoorbeeld in de volgende situatie het geval: Op het moment dat een agrarisch ondernemer stopt met zijn bedrijf en blijft wonen in zijn bedrijfswoning dan moet de bestemming worden omgezet naar die van een burgerwoning. Er is immers geen bedrijf meer. Een burgerwoning heeft op de markt een hogere verkoopwaarde dan een bedrijfswoning; Het zicht op een of meer woonbestemmingen door uitgifte van bouwtitels voor Greenportwoningen draagt er zorg voor dat de verkoopwaarde omhoog gaat. Grond met een woonbestemming heeft immers een hogere marktwaarde dan grond met een agrarische bestemming. De waardestijging wordt (al dan niet speculatief) verdisconteerd in de prijs, en komt bovenop de groeiende prijzen van agrarische grond in de bollenstreek. Hier zijn in gesprekken verschillende voorbeelden van gegeven.
Zo is er een voorbeeld genoemd waarbij de verkoopprijs twee keer hoger is dan de getaxeerde waarde op basis van een agrarische bestemming en -gebruik. Bij een agrarisch perceel met opstallen dat te koop wordt aangeboden op een daarvoor bestemde website merkt de verkopende makelaar op (zie ook voorgaande kader): “Op deze locatie zijn er bestemmingsmogelijkheden onderzocht met betrekking tot burgerbewoning en het creëren van een extra woonkavel”. Hier wordt dus uitdrukkelijk de mogelijkheid tot transformatie naar een woonbestemming in het verkoopproces ingezet. Voor startende of uitbreidende agrariërs is dit een nadeel. Met name startende agrariërs, of jongere agrarische bedrijven, hebben nog geen voldoende financiële slagkracht om de hogere verkoopprijzen te bieden. Tijdens gesprekken zijn ook verschillende oplossingsrichtingen genoemd om dit probleem het hoofd te bieden. Zonder daarbij een oordeel te vormen over de haalbaarheid vatten we deze hieronder kort samen: “De gemeente zou in eerste instantie terughoudend moeten zijn in het starten van een bestemmingsplanprocedure voor omzetting naar een woonbestemming. Voordat een verkopende eigenaar aan de gemeente vraagt om mee te werken aan een transformatie naar een
Pagina 77
woonbestemming, zou als eis gesteld kunnen worden dat eerst getoetst moet worden of startende agrariërs of jonge groeiende bedrijven interesse hebben en een bod willen doen”; “Er zou sprake moeten zijn van een open en transparante markt van vraag en aanbod. Er is nu vaak sprake van een stille verkoop”; “Haal hoe dan ook nooit de agrarische bestemming eraf. Stoppende agrariërs die willen blijven wonen op de plek van hun voormalige bedrijf kunnen de grond en opstallen ook verhuren aan andere agrariërs”; “Richt een ‘startersverzamelcentrum’ in, een soort incubatiecentrum voor startups die vanuit deze plek hun bedrijf kunnen starten, kunnen doorgroeien en vervolgens weer uitvliegen in het geval zij zelf voldoende financiële slagkracht hebben opgebouwd om een agrarisch bedrijf te kopen”; “Het verlenen van een starterslening of -subsidie door de overheid. GOM laat altijd de waarde van grond en opstallen taxeren. De taxatiewaarde is het uitgangspunt voor GOM om te komen tot een overeenkomst met de grondeigenaar, dit is de zogenaamde ‘fair price’. Het verschil tussen deze taxatiewaarde en de verkoopprijs zou dan overbrugd kunnen worden met de starterslening of -subsidie.
Een belangrijke voorwaarde is dan wel dat de markt van vraag en aanbod op een transparante wijze is georganiseerd”; Versnippering van kavels wordt in de hand gewerkt Het opruimen van verrommeling, en het daarvoor in de plaats creëren van bollengrond, komt ten goede aan de bollengrondbalans in het gebied en dus het behouden van 2.625 ha 1ste klas bollengrond. Hierover is eerder gemeld dat het echter niet alleen gaat om kwantiteit. Er zijn voorbeelden genoemd van percelen bollengrond die zijn gecreëerd door sloop van gebouwen en opstallen maar niet voldoende afmeting, de juiste vorm of ligging hebben om voldoende rendabel te kunnen bewerken. In dergelijke voorbeelden werkt het slopen van opstallen dus versnippering in de hand. De oplossingsrichtingen die hierbij worden genoemd is: Het doel uit de ISG ten aanzien van het behouden van 1ste klas bollengrond verder uitbreiden met doelen die ook zijn gericht op de kwaliteit van de bollengrond in termen van economisch rendabel te bewerken grond. Dit stelt mede eisen aan de omvang, vorm en ligging in het geval van bollengrondproductie; Dit mede te bezien in samenhang met ruil- en herverkaveling. Afnemend lokaal draagvlak door tegendraads werkende beleidsinstrumenten Dit is een negatief bijeffect wat vooral speelt op lokaal niveau.
Hiervan zijn de volgende voorbeelden genoemd: Een situatie waarbij opstallen worden gesloopt en daardoor het landschap opener wordt: vervolgens komen op die plek weer Greenportwoningen terug, waardoor zichtlijnen weer verdwijnen. Het slopen van opstallen en de bouw van Greenportwoningen in het buitengebied werken tegendraads ten aanzien van het doel om een open landschap te creëren; Door de bouw van Greenportwoningen verdwijnt er ook lokaal bollengrond, dat elders weliswaar gecompenseerd wordt. Dit is vanuit lokaal perspectief tegendraads, want lokaal verdwijnt er immers bollengrond, zeker in het geval lokaal de lasten worden gedragen (verdwijnen van bollengrond) en elders de baten vallen (uitbreiding van bollengrond). In gesprekken zijn hier geen oplossingsrichtingen voor genoemd, anders dan dat de ISG is gericht op het in samenwerking realiseren van regionale doelen. Het denken in ‘regionaal belang’ in plaats van ‘lokaal belang’ wordt hier bij voorkeur gekozen als handelingsperspectief. Dit met name door het openbaar bestuur en het bestuur van GOM. Hoe daarbij precies de aansluiting moet worden gemaakt met de lokale samenleving is hierbij een worstelpunt.
Pagina 78
Medegebruik van het bollengebied wordt belemmerd In het agrarische gebied wordt de bollengrond ook gebruikt door anderen dan agrarische ondernemers. Denk aan inwoners die de grond gebruiken voor een paardenwei, moestuin of andere doeleinden. Daarbij zijn in sommige gevallen de gebruikers eigenaar van de grond en in andere gevallen huurder. Het gaat het om veel gebruikers, schattingen die in gesprekken worden gedaan zijn circa 2.000 gebruikers, en de omvang van de grond verschilt per geval49. Het overheersende beeld in de gesprekken is dat het veelal gaat om kleinere stukjes grond (< 1 ha), maar in sommige gevallen gaat het ook om grotere stukken. Hoe dan ook er is sprake van een grote diversiteit. Strikt genomen is er, conform het bestemmingsplan, sprake van onrechtmatig gebruik van deze grond. Er wordt door het andere type gebruik immers bollengrond onttrokken en daarvoor zou een bollengrondcompensatievergoeding moeten worden betaald, zodat elders de hoeveelheid onttrokken bollengrond weer geproduceerd kan worden. De gemeente Teylingen, maar ook de andere samenwerkende gemeenten, zijn in 2019/2020 gestart met handhaving. Het beeld bestaat overigens bij de gebruikers dat handhaving na het Pact van Teylingen (1996) niet heeft plaatsgevonden. Inmiddels heeft een groep gebruikers50 zich georganiseerd om de belangen van deze groep voor het voetlicht te brengen.
Deze groep is van mening dat door het betalen van bollengrondcompensatie een deel van de gebruikers zal moeten stoppen met hun activiteiten op hun grondgebied, omdat deze niet in staat zijn de vergoeding te betalen. Tijdens gesprekken in het kader van dit onderzoek worden ook oplossingsrichtingen genoemd en ook de koepelorganisatie LTO-Noord ziet een aantal oplossingsrichtingen51. We vatten deze hieronder kort samen: “Binnen de ISG is in principe afgesproken dat er gehandhaafd dient te worden bij overtredingen die na 1996 (Pact van Teylingen) zijn ontstaan. Hierbij zijn er verschillende opties. Ten eerste indien aangetoond kan worden dat de overtreding voor 1996 is ontstaan volgt een ‘administratieve correctie’, oftewel de bestemming wordt herzien en de situatie is daarmee gelegaliseerd. Indien de overtreding na 1996 is ontstaan dient het perceel in oude staat te worden teruggebracht of dient er bollengrondcompensatie te worden voldaan”; “Het gebruik toestaan op kleine percelen die niet op een rendabele wijze bewerkt kunnen worden door agrarische ondernemers. Tegelijkertijd de bestemming niet veranderen zodat altijd de mogelijkheid blijft om de grond agrarisch te benutten door de bollenteelt. Een onderzoek zou daarbij zinvol zijn om te definiëren wat de maximale omvang zou moeten zijn van deze percelen”.
“Het gebruik structureel toestaan op alle percelen, ongeacht omvang en ligging, via een markering in de bestemmingsplannen. Dit geldt voor de huidige gebruikers op een nader te bepalen peildatum”; “De gebruikers een bijdrage laten leveren aan de doelen van de ISG rondom de landschapskwaliteit. Dat wil zeggen dat de gemeenten eisen kunnen stellen aan landschappelijke inpassing d.m.v. streekgebonden beplanting, verfraaiing van opstallen, biodiversiteit et cetera”.
49
Bron: gesprekken (niet geverifieerd), binnen de bollengemeenten zijn wel inventarisaties beschikbaar.
50
Bron: Stichting Waarom Weg.
51 Bron: Brief aan de gemeenteraad van Teylingen van LTO Noord, 5 maart 2021.
Pagina 79
8.3 (Actuele) ontwikkelingen BELANG VAN DE BOLLENTEELT IN DE DUIN- EN BOLLENSTREEK VOOR DE WERKGELEGENHEID
Een recente studie in opdracht van Economic Board Duin- en Bollenstreek geeft zicht op het aantal werkzame personen in de bollen- en sierteelt van de Duin- en Bollenstreek52. Uit deze studie blijkt dat in de tuinbouw en de bollen- en sierteelthandel samen zo’n 5.893 personen werkzaam zijn. Dat is 7.6% van het totaal aantal werkzame personen in alle sectoren van de Duin- en Bollenstreek. Dit cijfer is echter niet representatief voor de daadwerkelijke werkgelegenheid als direct en/of indirect gevolg van de bollenteelt, want: Het is hierbij niet duidelijk in welke mate het hier gaat om voltijds- of deeltijdsbanen. In het geval bij de groep van 5.893 werkzame personen een deel parttime werkt (een deel van de week of het jaar) dan zal het aantal voltijdsbanen lager liggen. In de land- en tuinbouw wordt daarom als maat voor het arbeidsvolume de ‘arbeidsjaareenheid (aje)’ gebruikt, ook wel voltijdsbanen of -equivalenten genoemd. Een arbeidskracht die 2.000 uur of meer werkt wordt dan gezien als één aje. Daarbij wordt op deeltijdsbanen als volgt gecorrigeerd: twee parttime banen van 2,5 werkdag per week telt dan even zwaar als één voltijdsbaan; De aanwezigheid van de bollenteelt heeft ook een spin-off naar andere sectoren, denk bijvoorbeeld aan het toerisme.
In studies naar economische ontwikkelingen segmenteert de Rabobank de Nederlandse akkerbouw ruwweg in drie segmenten53: 1 Rustgewassen: tarwe, gerst, rogge, haver, luzerne, koolzaad, vlas, erwten, bruine bonen, veldbonen en braakland; 2 Hoog salderende rooigewassen: aardappelen, suiker- en voederbieten, cichorei; 3 Zeer hoog salderende rooigewassen: bloembollen en zaaiuien. Telers zijn vanaf 1950 steeds meer overgeschakeld op hoog tot zeer hoog salderende rooigewassen. Van het totale areaal beslaan deze gewassen momenteel ruim 60%, waarvan de zeer hoog salderende rooigewassen (waaronder de bloembollen) ongeveer 10%. De reden van de groei van het aandeel rooigewassen zijn de alsmaar groeiende hoge kosten van de grond. Om de hoge grondlasten te kunnen betalen zijn steeds hoger financieel renderende gewassen nodig. Inmiddels is de bloemenbollenteelt sinds WOII sterk gegroeid en heeft Nederland een marktaandeel van rond 90% in de internationale bloembollenhandel. Vanaf 1970 is de sterkste groei te zien in de provincie Noord-Holland, Flevoland en West-Friesland/overige gebieden. Het bollenareaal in ZuidHolland laat in die periode juist een (lichte) daling zien en het areaal is nu het kleinste ten opzichte van de andere gebieden in Nederland. Ter vergelijking: de provincie Zuid-Holland heeft circa 3.500 ha en de provincie Noord-Holland circa 13.500 ha bollengrond.
Met 2.625 ha bollengrond omvat de Duin- en Bollenstreek circa 10% van het totale bloembollenareaal in Nederland.
52 Bron: Effecten van de coronacrisis op de Duin- en Bollenstreek economie, bureau Blauwberg. 53 Bron: een studie van de Rabobank, ‘Historie van de Nederlandse land- en tuinbouw’.
Pagina 80
CONCENTRATIE EN SCHAALVERGROTING
De bloembollenteelt is regionaal sterk geclusterd. Het grootste aaneengesloten bloembollengebied ligt in de kop van Noord-Holland, in de gemeenten Hollands Kroon, Schagen en Den Helder. In deze zogeheten Noordelijke Bollenstreek, stond in 2019 28% van alle bloembollen (areaal)54. De schaalvergroting in de bloemenbollenteelt ontwikkelt zich van jaar tot jaar gestaag voort. Het aantal bedrijven dat zich met de teelt van bloembollen bezighoudt is sinds 2000 met 40% afgenomen van 2.700 in het jaar 2000 tot 1.500 in het jaar 2020. Het bloembollenareaal groeide daarentegen van 22.500 ha in het jaar 2000 tot 27.100 ha in het jaar 2020. Dat betekent dat anno 2020 een bollenteeltbedrijf gemiddeld 18,1 ha bollengrond heeft, dat is meer dan twee keer zoveel als in het jaar 200055. AGRARISCHE GRONDPRIJS STIJGT
De gemiddelde agrarische grondprijs in Nederland bedroeg in het 4e kwartaal van 2020 € 65.300 per ha. Dat is 7,6% hoger dan in het derde kwartaal. Over heel 2020 is de grondprijs uitgekomen op € 63.600, 2,7% hoger dan in 2019 (€ 61.900 per ha). In landsdeel West steeg de gemiddelde agrarische grondprijs in het 4e kwartaal met 20%: van € 57.000 (3e kwartaal) tot € 68.600 per ha. Het jaargemiddelde voor 2020 bedraagt € 63.700 per ha, 11% hoger dan in 2019 (€ 57.200 per ha). Er is een verschil met ‘gewone agrarische grond’ en bollengrond. Goede grond voor bollen is namelijk duurder. Dat heeft te maken met de kwaliteit van de grond. Afhankelijk van de locatie ligt de prijs op € 100.000,- tot € 140.000,- per ha56.
BEDRIJFSOPVOLGING In 2020 waren er ruim 52.000 landbouwbedrijven in Nederland, waarvan ruim 27.000 (ruim 50%) met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder57. Dat betekent dat voor een substantieel deel van de bedrijven de komende jaren het onderwerp bedrijfsopvolging op de agenda zal staan.
54 Bron: CBS https://longreads.cbs.nl/nederland-in-cijfers-2020/welke-bloembollen-telen-we-het-meest. 55 Bron: bron: CBS https://longreads.cbs.nl/nederland-in-cijfers-2020/welke-bloembollen-telen-we-het-meest. 56 Bron: https://greenportdb.nl/druk-op-grond-blijft-ondanks-dreiging/.
57
https://www.cbs.nl/?sc_itemid=02643b7e-87a9-4cdc-8da2-8cf78ab84d30&sc_lang=nl-nl.
Pagina 81
Bedrijfsgrootte speelt een belangrijke rol bij de bedrijfsopvolging. Vooral op grote en middelgrote bedrijven is er meestal een opvolger beschikbaar. Van de grote bedrijven met een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder had 70% in 2020 een bedrijfsopvolger, bij middelgrote bedrijven was dit bijna 50%. Voor de kleine bedrijven was dit 29% en van de zeer kleine bedrijven heeft 18% een opvolger. VERDUURZAMING VAN DE BOLLENSECTOR Onder de overkoepelende term ‘verduurzaming’ vallen verschillende onderwerpen. In grote lijnen gaat het om vier kernonderwerpen: Het tegengaan van verontreiniging: bodem-, grond- en oppervlaktewater- en luchtverontreiniging; Klimaatadaptatie: het voorkomen van watertekort en -overlast; Klimaatneutraal: het terugdringen CO₂-uitstoot en energieverbruik en de toename van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen; Circulaire economie: geen afval meer, maar gebruiken van afval als grondstof.
Rooigewassen (zoals de bollenteelt) brengen een hoger gebruik van gewasbeschermingsmiddelen met zich mee door hogere ziektedruk dan rustgewassen. Doordat de producten gerooid worden in plaats van gemaaid, belasten deze gewassen de bodem intensiever. Dat betekent dat de bodem overhoop wordt gehaald wat leidt tot structuurbederf in de bodem en vaak tot meer verdichting van de bodem vanwege de benodigde zwaardere machines.
Pagina 82
Deel 4 De bijlagen
Pagina 83
Bijlage 1 Werkprocessen van GOM
Pagina 84
Pagina 85
Pagina 86
Pagina 87
Bijlage 2 Respondenten- en Bronnenlijst Interviews In het kader van de AVG zijn namen van personen op persoonlijke titel het gesprek met de onderzoekers zijn aangegaan geanonimiseerd. Namen van personen die namens een belangengroep of namens een organisatie (gemeente, GOM, VON en Stichting Waarom Weg) het gesprek zijn aangegaan zijn niet geanonimiseerd. Dhr./ mw., Voorletter(s)
Naam
Functie
Organisatie
Groepsgesprekken 11 en 20 mei 2021
Geanonimiseerd Agrariër Geanonimiseerd Agrariër Geanonimiseerd Agrariër Geanonimiseerd Agrariër Geanonimiseerd Agrariër Geanonimiseerd Agrariër Geanonimiseerd Agrariër Geanonimiseerd Agrariër Geanonimiseerd Agrariër Geanonimiseerd Agrariër Geanonimiseerd Agrariër Mw. Mirjam Rutten Voorzitter / initiatiefnemer Mevr. Ellen Schelvis Initiatiefnemer / medewoordvoerder Groepsgesprek ambtelijke organisatie: 25 januari 2021 Dhr. Jan den Braber Beleidsmedewerker Team Planvorming Ruimtelijke ontwikkeling Dhr. Fariq Ishaak Beleidsmedewerker Team Planvorming Ruimtelijke ontwikkeling Dhr. Koos van Kampen Beleidsmedewerker Team Planvorming Ruimtelijke ontwikkeling Mw. Lindy van der Klaauw Beleidsmedewerker Team Planvorming Ruimtelijke ontwikkeling Dhr. Richard Rietveld Beleidsmedewerker Team Planvorming Ruimtelijke ontwikkeling
Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd Geanonimiseerd Stichting Waarom Weg Stichting Waarom Weg Werkorganisatie HLTsamen
Werkorganisatie HLTsamen
Werkorganisatie HLTsamen
Werkorganisatie HLTsamen
Werkorganisatie HLTsamen
Overige gesprekken:
Dhr. Marco
Bergman
VON
Veerman
Bestuurslid en ondernemer in commercieel vastgoed Lid Bestuurslid en agrarisch ondernemer Voorzitter
Dhr. ir. N.CA. Dhr. Huub
Koomen Tonies
Dhr. mr. prof. dr. C.P. Mw. Marlies Dhr. Onno
Volten Zwart
Wethouder Directeur
Gemeente Teylingen GOM
Raad van Commissarissen GOM VON Raad van Commissarissen GOM
Pagina 88
Schriftelijke stukken S
Volg nr. Algemeen SA 1
Jaar
Maandnr. Titelbeschrijving (1 tot 12)
2009
1
Greenportgemeenten Duin- en Bollenstreek, Samenwerkingsovereenkomst Greenport Duinen Bollenstreek ‘Een vitale economie in een vitaal landschap’, 1 januari 2009
SA
2
2012
8
Greenportgemeenten Duin- en Bollenstreek en RBOI, Greenport Duin- en Bollenstreek Kadernota bestemmingsplannen Buitengebied, 30 augustus 2012
SA
3
2012
9
Greenportgemeenten Duin- en Bollenstreek en RBOI, Greenport Duin- en Bollenstreek Modelregels Kadernota bestemmingsplannen Buitengebied, 24 september 2012
SA
4
2015
2
SA
5
2016
7
SA
6
2017
?
SA
7
2018
2
Greenportgemeenten Duin- en Bollenstreek, Evaluatie Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek, februari 2015 Greenportgemeenten Duin- en Bollenstreek, Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016, definitieve versie, juli 2016 (vastgesteld door de samenwerkende Greenportgemeenten) Gemeente Teylingen, Collegebesluit Adviesprocedure voor Maatwerk in de Greenport Duin- en Bollenstreek, 2017 (Z-17-006963) Gemeente Teylingen, Nota Verbonden partijen 2018, 5 februari 2018. Inclusief:
SA SA
8 9
2018 2019
11 10
SA 10 2020 Casus Torenlaan 4-6 SB 1 2011 SB 2 2011
8 1 11
SB
3
2011
11
SB
4
2011
12
SB
5
2015
6
SB
6
2015
7
SB
7
2015
11
SB
8
2015
12
SB
9
2015
12
SB SB
10 11
2018 2018
4 7
SB
12
2018
10
– Collegebesluit: conceptnota Verbonden partijen 2018, 27 februari 2018 ( kenmerk Z-17-030464/D-79478) Gemeente Teylingen, Programmabegroting 2019-2022, 8 november 2018 Gemeente Teylingen, Uitnodigingsbrief aan raden van de samenwerkende Greenportgemeenten voor regio brede raadsbijeenkomst Greenportwoningen op 18 december 2019, 30 oktober 2019 Gemeente Teylingen, Overzicht lopende aanvragen GOM-woningen, 11 augustus 2020 RBOI, Stedenbouwkundig advies Torenlaan 4c, Voorhout, 27 januari 2011 Gemeente Teylingen, Verslag van de vergadering van de raadscommissie Ruimte, 29 november 2011 Gemeente Teylingen, Notitie clusterlocatie Greenportwoningen Torenlaan 3 en 4c t.b.v.
commissie Ruimte, 29 november 2011 Milieudienst West-Holland, Advies Torenlaan 3 en 4c te Voorhout, 21 december 2011, kenmerk 2011014983 Molenaar & Van Ginhoven B.V., Brief aan college B&W Teylingen, Verzoek tot medewerking voor het wijzigen van de bestemming en de herontwikkeling van de locatie Torenlaan 4c te Voorhout, 16 juni 2015 Gemeente Teylingen, Conceptaanvraag 1892005 van Molenaar & Van Ginhoven: Principeverzoek 16 villa’s Torenlaan 4C te Voorhout, 15 juli 2015, registratienummer 202151225 Gemeente Teylingen, Collegebesluit 2015_BW_00870, Principeverzoek: om medewerking voor het wijzigen van de bestemming en herontwikkeling van de locatie Torenlaan 4c te Voorhout om de bouw van 15 woningen mogelijk te maken, 17 november 2015 Gemeente Teylingen, Bundel ingekomen stukken voor raadsvergadering, punt 2a., R12, 17 december 2015 Gemeente Teylingen, Brief aan Molenaar & Van Ginhoven Beheer B.V., collegebesluit 17-112015, 23 december 2015, zaaknr. 14459 Gemeente Teylingen, Verslag overleg PHO Bas Brekelmans, Ruimte, 3 april 2018 Gemeente Teylingen, Formulier conceptaanvraag omgevingsvergunning (principeverzoek), 3 juli 2018; Z-18-050082 Gemeente Teylingen, Brief aan Molenaar & Van Ginhoven Beheer B.V., Reactie vooroverleg, 23 oktober 2018, zaaknr. Z-18-050083
Pagina 89
S SB
Volg nr. 13
Jaar 2019
Maandnr. Titelbeschrijving (1 tot 12) 1 GOM, Persbericht ‘Pand M&G maakt plaats voor open bollenlandschap’, Molenaar en Van
SB
14
2020
8
SB
15
2020
11
SB
16
2020
11
SB
17
2020
12
SB
18
2020
12
SB
19
2021
1
SB
20
2021
4
Casus Bergamolaan SC 1 2015
7
SC
2
2017
4
SC
3
2019
1
SC
4
2019
1
SC
5
2019
4
SC
6
2019
5
SC
7
2019
5
SC
8
2019
5
58
59
Ginhoven en Greenport Ontwikkelingsmaatschappij sluiten overeenkomst,30 januari 2019.58 Gemeente Teylingen, Collegebesluit Voorontwerpbestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6, 25 augustus 2020, Z-20-138067/D. Inclusief bijlagen: – Toelichting voorontwerpbestemmingsplan ‘Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’ – Bijlagen bij toelichting voorontwerpbestemmingsplan ‘Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’ – Regels voorontwerpbestemmingsplan ‘Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’ – Verbeelding voorontwerpbestemmingsplan ‘Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’ – Raadsbrief inzake voorontwerpbestemmingsplan ‘Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’. Gemeente Teylingen, Nota van beantwoording Inspraak en Vooroverleg: voorontwerpbestemmingsplan ‘Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’, 25 november 2020, Z-20138067 Gemeente Teylingen, Raadsbrief ontwerpbestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6 Teylingen, 26 november 2020, Z-20-138067. Inclusief bijlagen: Toelichting ontwerpbestemmingsplan ‘Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’; – Bijlagen bij de toelichting ontwerpbestemmingsplan ‘Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’ – Regels ontwerpbestemmingsplan ‘Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’ – Verbeelding ontwerpbestemmingsplan ‘Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’ – Nota van beantwoording inspraakreacties Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout’.
Gemeente Teylingen en Molenaar & Van Ginhoven Beheer B.V., Anterieure exploitatieovereenkomst inzake locatie Torenlaan tussen 4 en 6 Voorhout, 15 december 2020 Gemeente Teylingen, Besluit college B&W, Ontwerpbestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6, 15 december 2020, Z-20-138067/ D-367038 Gemeente Teylingen, Emailbericht aan GOM over de anterieure overeenkomst Molenaar & Van Ginhoven, 28 januari 2021. Gemeente Teylingen, Raadbesluit: vaststellen bestemmingsplan Torenlaan tussen 4 en 6, Voorhout, 22 april 2021, Z-20-138067 Gemeente Teylingen, Besluit College B&W, Aanpassing kruising Bergamolaan – ’sGravendamseweg, Voorhout – Besluitvormend, nummer 2015_BW_00573, 28 juli 2015 Gemeente Teylingen en provincie Zuid-Holland, Overeenkomst aansluiting Bergamolaan op N443, 18 april 2017 Gemeente Teylingen, Advies aan college B&W Starten procedure Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg, Voorhout’, 15 januari 2019, Z-18-066973/D – 159597 Gemeente Teylingen, Besluit College B&W, Starten procedure Voorontwerpbestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg, Voorhout’, 15 januari 2019, Z-18-066973/D – 159597 Gemeente Teylingen, Raadsbrief Ontwerpbestemmingplan “Bergamolaan – ’sGravendamseweg, Voorhout’, 8 april 2019, zaaknr.
Z-18-066973 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij en Gemeente Teylingen, Overeenkomst compensatie 2e klas bollengrond Bergamolaan, Voorhout, 14 mei 2019. GOM, Bericht op website GOM59, Overeenkomst compensatie bollengrond in Voorhout, 29 mei 2019 Gemeente Teylingen, Advies aan college B&W Starten procedure ontwerpbestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg, Voorhout’, 14 mei 2019, Z-18-066973/D – 1190134
Zie ook berichtgeving rond 30 januari 2020 op: https://www.greenity.nl/nieuws/pand-m-g-maakt-plaats-voor-open-bollenlandschap en https://gomdb.wordpress.com/. https://gomdb.wordpress.com/2018/03/.
Pagina 90
S SC
Volg nr. 9
Jaar 2019
Maandnr. Titelbeschrijving (1 tot 12) 5 Gemeente Teylingen, Besluit College B&W Starten procedure ontwerpbestemmingsplan
SC
10
2019
3
SC
11
2019
9
SC
12
2019
10
‘Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg, Voorhout’, 14 mei 2019, Z-18-066973/D – 190134 Gemeente Teylingen, Nota van Beantwoording, Herinrichting kruising Bergamolaan – ’sGravendamseweg (N443), 7 maart 2019 Gemeente Teylingen, Advies aan college B&W Vaststelling bestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’s-Gravendamseweg, Voorhout’, 3 september 2019, Z-18-066973/D – 220813 Gemeente Teylingen, Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan ‘Bergamolaan – ’sGravendamseweg, Voorhout’, 31 oktober 2019, Z-18-066973
Casus Rijnsburgerweg 8, Voorhout Stol Architecten, Verkavelingsvoorstel Rijnsburgerweg te Voorhout, Fam. P. Langeveld, SD 1 2014 1 SD
2
2014
2
SD
3
2014
3
SD
4
2014
4
SD SD
5 6
2014 2015
7 2
SD
7
2015
4
SD SD
8 9
2015 2015
6 8
SD
10
2015
8
SD SD
11 12
2015 2015
9 10
SD
13
2015
11
SD
14
2015
12
SD
15
2016
1
Casus: Eikenhorstlaan SE 1 2017
7
SE
2
2018
12
SE SE
3 4
2019 2019
2 3
SE
5
2019
3
Casus: Prinsenlaan 1 SF 1 2012 SF 2 2012
3 7
28.01.2014 Stol Architecten, brief aan College B&W, Principeverzoek tot planmedewerking (i.o.v. dhr. P. Langeveld), 6 februari 2014 Omgevingsdienst West-Holland, brief aan gemeente Teylingen: RO milieuadvies Rijnsburgerweg 8 in Voorhout, 24 maart 2014 Gemeente Teylingen, Collegebesluit, Principeverzoek realiseren 8 woningen Rijnsburgerweg8 Voorhout (locatie boerderij Langeveld), 2014_BW_00274, 22 april 2014 Gemeente Teylingen, screenshot van lijst ingekomen stukken raad, 3 juli 2014 Gemeente Teylingen, Gespreksbevestiging van het gesprek op 21 januari 2015 over de anterieure overeenkomst GOM woningen, 11 februari 2015 Gemeente Teylingen, Collegebesluit, Voorontwerpbestemmingsplan Rijnburgerweg 8, Voorhout, 2015_BW_00328, 28 april 2015 Gemeente Teylingen, screenshot van lijst ingekomen stukken raad, 25.06.2015 Gemeente Teylingen, Inspraak- en overlegnota voorontwerpbestemmingsplan Rijnsburgerweg 8, Voorhout, 4 augustus 2015 Gemeente Teylingen, Besluit college B&W ter inzagelegging ontwerpbestemmingsplan, 15 augustus 2015, 2015_BW_00635 Gemeente Teylingen, screenshot van lijst ingekomen stukken raad, 25.09.2015 Gemeente Teylingen en dhr. P.H.M.
Langeveld, Anterieure grondexploitatieovereenkomst, inzake locatie Rijnsburgerweg 8 te Voorhout, 12 oktober 2015 Gemeente Teylingen, Collegebesluit, Vaststelling bestemmingsplan ‘Rijnburgerweg8, Voorhout’, 2015_BW_00821, 3 november 2015 Gemeente Teylingen, Raadsvoorstel, Vaststelling bestemmingsplan ‘Rijnburgerweg8, Voorhout’, 2015_Raad_00092, 17 december 2015 Gemeente Teylingen, publicatie Kennisgeving anterieure exploitatieovereenkomst Rijnsburgerweg 8 te Voorhout t.b.v. De Teylinger, 6 januari 2016 Katwijkse Ontwikkelings Maatschappij, brief aan GOM, Businesscase planontwikkeling Eikenhorstlaan, 4 juli 2017 Gemeente Teylingen, Besluitenlijst Commissie Ruimte, agendapunt 12: GOM-woningen locatie Eikenhorstlaan, 4 december 2018 Gemeente Teylingen, Raadsvoorstel locatie Eikenhorstlaan, 12 februari 2019, Z-19-072902 Gemeente Teylingen, Notitie Gom-woningen locatie Eikenhorstlaan, Voorhout; nadere afweging en verkenning mogelijke oplossingsrichtingen, 19 maart 2019. Gemeente Teylingen, toelichting op agendapunt GOM-woningen Eikenhorstlaan Voorhout, 20 maart 2019. Omgevingsdienst West-Holland, RO advies Prinsenweg 1 te Voorhout, 8 maart 2012. GOM, Bericht ‘Bollengrondproductie overeenkomst Prinsenweg Voorhout, 12 juli 2012 (https://gomdb.wordpress.com/2012/07/12/bollengrondproductie-overeenkomstprinsenweg-voorhout/)
Pagina 91
S SF
Volg nr. 3
Jaar 2013
Maandnr. Titelbeschrijving (1 tot 12) Gemeente Teylingen, Lijst ingekomen stukken 2013-06 raadsvergadering van 4 juli 2013, 5
SF
4
2014
5
SF
5
2014
5
SF
6
2014
6
SF
7
2015
4
nummer R02: Collegestuk: Herziening bestemmingsplan Buitengebied Teylingen, 7 mei 2013, zaaknr. 2013_BW_ 00280. Gemeente Teylingen, Inspraak & Overlegnota: Voorontwerpbestemmingsplan Buitengebied Teylingen, mei 2014 Gemeente Teylingen en dhr. Verdegaal, exploitatieovereenkomst planschade, GV 137029, 2014 Gemeente Teylingen, Collegebesluit Ontwerpbestemmingsplan Buitengebied Teylingen, 3 juni 2014, 2014_BW_00391 Gemeente Teylingen, Raadsvoorstel: Vaststellen bestemmingplan Buitengebied Teylingen, 21 april 2015
Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) GOM, artikel Gezamenlijk grondbedrijf in Duin- en Bollenstreek, 8 september 2014 SG 1 2014 9 GOM, Jaarverslag 2016 ‘Op weg naar een toekomstbestendige Bollenstreek’, 24 mei 2017 SG 2 2017 5 GOM, Jaarverslag 2017 ‘Krachten bundelen en kansen benutten’, 23 mei 2018 SG 3 2018 5 GOM Duin- en Bollenstreek, Meerjarenprogramma 2018-2023, 3 mei 2018 SG 4 2018 5 GOM Duin- en Bollenstreek, Jaarverslag 2018 ‘Vastberaden vooruit, verantwoord versnellen’, SG 5 2019 7 SG
6
2020
5
SG SG SG
7 8 9
2020 2020 2021
5 9 5
juli 2019 GOM Duin- en Bollenstreek, Jaarverslag 2019 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij B.V. ‘De volgende stap: Herstructurering en regionale samenwerking’, mei 2020 GOM Duin- en Bollenstreek, Meerjarenprogramma 2020 – 2025, 20 mei 2020 GOM Duin- en Bollenstreek, Notitie Loep op GOM, 28 september 2020 GOM Duin- en Bollenstreek, Jaarverslag 2020 Greenport Ontwikkelingsmaatschappij B.V. ‘Dienstbaar’, mei 2021
Overige bronnen
SH
1
2020
9
Rabobank, Visie: Toekomstbestendige land- en tuinbouw in 2030, 23 september 2020. Inclusief achterliggende studies:
1 2 3 4 5 SH
2
2021
3
SH
3
2021
2
SH
4
2021
3
SH
5
2021
4
SH
6
2021
4
SH
7
2021
4
Historie van de Nederlandse land- en tuinbouw Naar een circulaire economie-factsheets milieugebruiksruimte Concurrentiekracht sectoren Veranderdrijvers van de Nederlandse land- en tuinbouw tot 2030 Toekomstscenario’s land- en tuinbouw 2030
LTO Nederland, Grondvisie 2021, Geef boeren en tuinders de ruimte om markt, klimaat en biodiversiteit te bedienen, 6 maart 2021 Vrije Ondernemers Noordwijk (VON), brief aan de rekenkamercommissie Teylingen, vragen n.a.v. jaarverslagen GOM, 9 februari 2021 Vrije Ondernemers Noordwijk (VON), Duin- en Bollenstreek 2020+ visie naar voren, november 2020, laatste versie maart 2021 Molenaar en Van Ginhoven Beheer B.V., brief aan gemeenteraad Teylingen, Vaststellen bestemmingsplan Torenlaan 4-6 Voorhout, 16 april 2021 VON, brief aan de gemeenteraad Teylingen, reactie op de brief M&G van 16 april jl., 20 april 2021 VON, brief aan de gemeenteraad Teylingen, reactie op de vergadering van de Commissie Ruimte van 30 maart jl., 9 april 2021
Teylingen
Raadsbrief Eindrapport - vervolgonderzoek ISG en GOM 9 juli 2021 aan: de raad van de gemeente Teylingen zaaknummer: Z-21-202389 datum collegevergadering: 17 augustus 2021 portefeuillehouder: Mevr. M.E.I. Volten behandelend ambtenaar: R. Rietveld embargo:
Het college heeft kennisgenomen van het eindrapport – vervolgonderzoek ISG en GOM. Het onderzoekrapport is opgesteld in opdracht van de gemeenteraad van Teylingen (raadswerkgroep ISG-/GOM- gemeente Teylingen) en onder begeleiding van de rekenkamercommissie Teylingen. Het vervolgonderzoek is uitgevoerd door Partners+Pröpper. Het college is in de gelegenheid gesteld in het kader van bestuurlijk wederhoor te reageren op het rapport. Onder dankzegging voor toezending van het rapport heeft het college in haar vergadering van 17 augustus 2021 besloten geen gebruik te maken van bestuurlijk wederhoor en het rapport voor kennisgeving aan te nemen. Het rapport is op initiatief van de gemeenteraad van Teylingen uitgevoerd en door of namens de gemeenteraad van Teylingen tot stand gekomen. Toelichting Aanbeveling 3 eindrapport – vervolgonderzoek ISG-GOM In het eindrapport – vervolgonderzoek ISG-GOM staat onder aanbeveling 3 (pag. 16 als voorwaarde voor aanbeveling 1 en 2) het volgende: “Samenwerken betekent ook ‘samen werken’ help elkaar met het doorbreken van impasses, in plaats van deze te laten uitgroeien tot voortslepende ‘lokale’ kwesties die uiteindelijk de realisatie van de regionale doelen in de weg staan”.
Aanbeveling 2 eindrapport Grip op GOM In het eindrapport Grip op de GOM van 17 januari 2020 (een onderzoek van de rekenkamercommissie Teylingen naar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeenteraad op de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij) heeft de rekenkamercommissie o.a. de navolgende aanbeveling gedaan (2, pag. 28): “Organiseer structureel en regelmatig bijeenkomsten met andere gemeenteraden in combinatie met ruimte voor koepel- en belangenorganisaties. Benut deze bijeenkomsten om ervaringen uit te wisselen, te komen tot gedeelde beeldvorming over effecten en bijeffecten van het ISG- beleid en de uitvoering daarvan door de GOM. Verken de kansen om effecten van het beleid te vergroten en eventuele negatieve bijeffecten tegen te gaan. Denk bij dit laatste aan de door sommige agrariërs veronderstelde verstoring van de markt, door bijvoorbeeld hierover meningen te peilen of het college te verzoeken een onderzoek te starten. Verleg hiermee het samenwerkingsspel naar regionaal niveau, waardoor de afweging tussen regionale doelen (ISG) en lokale belangen ook gevoed kan worden. Dit biedt onder meer kansen om: Vitale coalities te smeden, gezamenlijke standpunten te ontwikkelen en door krachtenbundeling de beïnvloedingskracht te versterken. Hier zijn landelijk al veel
-
voorbeelden van. Bijvoorbeeld in die gevallen waarbij gemeenteraden gezamenlijk een zienswijze afstemmen op de begrotingen van gemeenschappelijke regelingen. Regionale doelen te vertalen naar lokale bijdragen aan die doelen, en die bijdragen op elkaar af te stemmen. Meer van buiten naar binnen te werken door signalen uit de lokale samenleving meer te bundelen en te komen tot inzichten die structureel van aard zijn”.
Gelet op beide aanbevelingen in hun onderlinge samenhang bezien, is het niet aan het college om een bestuurlijke reactie of oordeel te geven over het eindrapport. Het college adviseert uw raad om in gesprek te gaan met de andere gemeenteraden in de Duin- en Bollenstreek die de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 hebben vastgesteld in combinatie met ruimte voor koepel- en belangorganisaties om te beproeven of de kernconclusies en aanbevelingen van dit vervolgonderzoek worden gedeeld door de gemeenteraden van Hillegom, Lisse, Noordwijk en Katwijk en de aandeelhouders/directeurbestuurder van de GOM. En dan daarna gezamenlijk als raden de vervolgstappen bepalen.