CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D16.1 Bijlage raadsbrief Tussen Evaluatie ZV tafels Jeugd HLT mei 2021.pdf

Beeldvormende commissie 11 januari 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Presentatie Jeugd / Zorg- en Veiligheidstafel16.526 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Afdeling III – Privacy, doelbinding, dataminimalisatie en gegevensverwerking Artikel 9 – Dataminimalisatie en toestemming gegevensverwerking door ketenpartners 1. Ketenpartners en gemeenten verwerken uitsluitend de persoonsgegevens, en verrichten in het kader van de verwerking geen andere (verwerkings)handelingen dan, die voor de doeleinden van een afzonderlijke fase van de zorg- en veiligheidstafel noodzakelijk zijn. 2. Persoonsgegevens die voor een bepaalde fase of overleg voor de zorg- en veiligheidstafel zijn verwerkt worden niet zonder toestemming van de verstrekkende ketenpartners voor andere doeleinden verwerkt dan dat waarvoor ze zijn verstrekt. 3. Indien het wenselijk is dat persoonsgegevens worden verwerkt voor andere doeleinden dan waarvoor deze zijn verstrekt, wordt door de gegevensverstrekker beoordeeld of de oorspronkelijke verstrekking daarmee verenigbaar is.

22

4. Persoonsgegevens die in het kader van de zorg- en veiligheidstafel worden verwerkt door ketenpartners worden door andere ketenpartners niet langer bewaard dan noodzakelijk voor het doel waarvoor ze zijn verstrekt. De persoonsgegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van besluiten en afspraken uit het casusoverleg, worden niet langer bewaard dan één jaar nadat een casus is afgeschaald, mits het belang van het kind zich daar niet tegen verzet. 5. Nadere procedurele regels over dataminimalisatie en toestemming, als bedoeld in dit artikel, kunnen worden opgenomen in de bij dit convenant behorende werkproces. Artikel 10 – Verwerkingsverantwoordelijke 1. Ketenpartners blijven tijdens deelname aan de zorg- en veiligheidstafel te allen tijde zelf verwerkingsverantwoordelijke, als bedoeld in artikel 4, onderdeel zeven, van de AVG, voor de persoonsgegevens die zij voor de samenwerking verstrekken aan de ketenregisseur dan wel de casusregisseur. 2. Ketenpartners en gemeenten zijn gezamenlijk verwerkingsverantwoordelijke, als bedoeld in artikel 26 van de AVG, voor de verwerking van de persoonsgegevens bij het casusoverleg. 3.

De gemeente is verwerkingsverantwoordelijk, als bedoeld in artikel 4, onderdeel zeven, van de AVG, voor de verwerking van de persoonsgegevens door de casusregisseur die ketenpartners of gemeenten aan de casusregisseur verstrekken in het kader van de uitvoering van de besluiten en afspraken, bedoeld in artikel vijf, vijfde lid. Indien een of meerdere van die besluiten of afspraken door de casusregisseur gezamenlijk met een of meerdere ketenpartners wordt uitgevoerd dan is de gemeente voor de persoonsgegevens die door ketenpartners worden verwerkt slechts de verwerker. 4. De gemeente is gegevensverantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die door de ketenregisseur worden verwerkt voor de doeleinden zoals omschreven in artikel 12 lid 3. 5. Ketenpartners en gemeenten besteden de verwerking van de persoonsgegevens onder dit convenant niet uit aan een derde, zonder dat de stuurgroep daarover de besturen van de ketenpartners heeft gehoord en niet dan nadat het voorwaarden heeft gesteld ten aanzien van het beschermingsniveau dat minimaal door een derde moet worden gerealiseerd. 6. Nadere procedurele regels over de werkwijze van gegevensverantwoordelijke voor de verwerking van gegevens in het kader van de zorg- en veiligheidstafel, kunnen worden opgenomen in de bij dit convenant behorende werkproces.

Artikel 11 – Informeren betrokken jeugdigen en diens wettelijke vertegenwoordigers over gegevensverstrekking 1. De ketenpartner die een vraagstuk heeft aangemeld informeert de jeugdige en diens wettelijke vertegenwoordigers hierover overeenkomstig artikel 7.5.1 van de Jeugdwet. 2. De ketenpartner, bedoeld in het eerste lid, informeert de betrokken jeugdige en diens wettelijke vertegenwoordigers voorafgaand aan de verwerking en vermeldt ten minste de doeleinden waarvoor de gegevens worden verwerkt, wie er kennis van nemen en de rechten die de betrokkene heeft ten aanzien van de gegevens en de verwerking ervan, tenzij sprake is van de omstandigheid bedoeld in artikel 13, vijfde lid. 3. In afwijking van het tweede lid vindt het informeren op een later moment plaats of blijft achterwege indien er een zwaarwegend belang is, zoals: a. bescherming van de jeugdige of van de rechten en vrijheden van anderen b. de veiligheid van de staat, dan wel in het belang van de openbare orde. 4. Na het informeren deelt de ketenpartner de andere ketenpartners die het aangaat dat dit heeft plaatsgevonden. 5. Nadere procedurele regels over het informeren over gegevensverstrekking kunnen worden opgenomen in de bij dit convenant behorende werkproces. Artikel 12 – Doelbinding 1.

Een college mag reeds, ingevolge artikel 7.4.0, eerste lid, van de Jeugdwet voor de doeleinden genoemd in de onderdelen a tot en met d van dat lid, de in dat artikel genoemde persoonsgegevens

23

verwerken van jeugdige of zijn ouders ten behoeve van de uitvoering van de Jeugdwet en ten behoeve van beleidsinformatie. Voor zover de doeleinden van dit convenant samenvallen met de doeleinden genoemd in artikel 7.4.0, eerste lid, verstrekken ketenpartners, die onder de reikwijdte van artikel 7.4.0, tweede lid, van de Jeugdwet vallen, uit hoofde van die bepaling gegevens ten behoeve van de samenwerking. 2. Bij het verwerken van persoonsgegevens voor de doeleinden en voor de in afdeling II genoemde fasen en overleggen, zijn de volgende wettelijke taken dan wel taken algemeen belang van toepassing: a. Voor colleges: het belang van het welzijn van jeugdigen in het verzorgingsgebied en het verlenen van adequate jeugdhulp en de taken en verantwoordelijkheden die daar mee verband houden op grond van de Jeugdwet en in het bijzonder hoofdstuk 2 van de Jeugdwet en de artikelen 2.1, eerste lid, onderdeel f, 2.3, 2.4 en 2,7 en artikel 4.1.1 van de Wmo, artikel 16 van de Leerplichtwet 1969; b. Voor jeugdhulpaanbieders: de goede uitvoering van de taken die ingevolge de Jeugdwet aan hen toekomen of die zij als derde, bedoeld in artikel 2.11, eerste lid, van de Jeugdwet voor een college uitvoeren, voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; c.

Voor gecertificeerde instellingen: de goede uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering, op grond van de Jeugdwet en in het bijzonder hoofdstuk 3 van de Jeugdwet voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; d. Voor een instelling voor de geestelijke gezondheidszorg: de uitvoering van taken bij behandeling van, verpleging, verzorging en bejegening van personen met een psychische stoornis, inclusief verslaving met of zonder verblijf in het kader van de Wgbo of de Wet bopz, voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; e. Voor Veilig thuis: de goede uitvoering van de taken van het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, waaronder in het bijzonder taken zoals bedoeld artikel 4.1.1. van de Wmo, met inachtneming van het handelingsprotocol Veilig Thuis, voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; f. Voor leerplichtambtenaren: de goede uitvoering van taken die ingevolge de leerplichtwet 1969 aan hen toekomen, voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; g.

Voor bevoegde gezagen scholen: de goede invulling van artikel 2.7, eerste lid van de Jeugdwet en taken die hen toekomt op basis van de Wet primaire onderwijs of de Wet voorgezet onderwijs voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; h. Voor burgemeesters: in het belang van de handhaving van de openbare orde, artikel 172 van de gemeentewet en in het bijzonder de uitvoering van de taken en bevoegdheden, bedoeld of gebaseerd op de Gemeentewet; i. Voor een reclasseringsinstelling: de goede uitvoering van taken van de reclasseringsinstelling, waaronder in het bijzonder taken zoals bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Reclasseringsregeling 1995, voor zover die taken behulpzaam kunnen zijn voor de verwezenlijking van de doeleinden; j. Voor de politie: de vervulling van taken zoals bedoeld in artikel 3 van de Politiewet (te weten taken op het gebied van opsporing, handhaving van de rechtsorde en hulp aan hen die dat behoeven en de verstrekking van gegevens, ook zijnde politiegegevens) geschiedt op grond van artikel 8 en 20 van de Wet politiegegevens. 3. Het verwerken van persoonsgegevens in de zorg- en veiligheidstafels vindt plaats met als doel het gezamenlijk door Partijen bijdragen aan de veiligheid als onderdeel van het integrale zorg- en veiligheidsbeleid van de Gemeente(n).

De domein overstijgende samenwerking is meer specifiek gericht op het voorkomen en verminderen van (ernstige) overlast, criminaliteit, recidive en maatschappelijke uitval bij complexe problemen, door een combinatie van repressie, bestuurlijke interventie én zorg, hetgeen gezien moet worden als een zwaarwegend algemeen belang.

24

Artikel 13 - Geheimhouding 1. Een ieder die op grond van dit convenant kennis neemt van gegevens die voor de zorg- en veiligheidstafel worden verwerkt is verplicht tot geheimhouding daarvan, tenzij de wet tot bekendmaking verplicht. 2. Ketenpartners en gemeenten dragen zorg voor en verzekeren dat geheimhouding door medewerkers die in het kader van de uitvoering van dit convenant gegevens verwerken of daarmee in aanraking komen gewaarborgd is. 3. Onverminderd het eerste lid, is artikel 7 van de Wet politiegegevens onverkort van toepassing op gegevens die worden verwerkt in het kader van de zorg- en veiligheidstafel. 4. Indien politiegegevens over een betrokken jeugdige reeds op grond van artikel 16, eerste lid, onderdeel b, onder 2 Wet politiegegevens zijn verstrekt aan de burgemeester óf op grond van artikel 15 van die wet ter beschikking zijn gesteld aan een Buitengewone Opsporingsambtenaar van de gemeente óf op grond van het Besluit politiegegevens, voor een ander doel politiegegevens zijn verstrekt aan een van de ketenpartners, dan worden deze gegevens door de desbetreffende ontvanger alleen verstrekt aan de keten- of casusregisseur met toestemming van de verstrekker en indien dit voor de uitvoering van besluiten en afspraken noodzakelijk is. 5.

Indien het voor de triagefase, het casusoverleg of voor de uitvoering van besluiten en afspraken noodzakelijk is, gelet op een dringende reden van algemeen belang die passen binnen de doeleinden van dit convenant, dat toestemming voor het doorbreken van een wettelijke of beroepsmatige geheimhoudingsplicht nodig is, regelt de ketenpartner die het aangaat dat: a. de betreffende ketenpartner de jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordiger informeert over de verwerking, doeleinden en rechten die hij in dit kader kan uitoefenen; b. gegevens die op basis van dit artikel zijn verwerkt worden vernietigd, indien de toestemming hiervoor om welke reden dan ook komt te vervallen. 6. In afwijking van het vijfde lid kan, in zeer uitzonderlijke gevallen, indien toestemming niet verkregen wordt en de ketenpartner ervan overtuigd is dat een conflict van plichten zich voordoet of kan gaan voor doen, of goed hulpverlenerschap in het kader van de uitvoering van dit convenant de verwerking van gegevens verlangd, de betreffende ketenpartner een afweging maken of verstrekking alsnog gerechtvaardigd is. Het vijfde lid, onderdeel b en c zijn van overeenkomstige toepassing. 7.

Ketenpartners, uit hoofde van het zijn van gegevensverantwoordelijke, stellen indien nodig specifieke procedures vast en houden dergelijke procedures in stand die betrekking op het detecteren, de beëindiging en herstel van inbreuken op (beveiligings)maatregelen. De ketenregisseur is verantwoordelijk hiervoor ten aanzien van gegevens die aan de zorg- en veiligheidstafel worden verstrekt op grond van afdeling II van het convenant. 8. Ketenpartners, de ketenregisseur of gemeenten melden, indien daar wettelijk of ingevolge daartoe gestelde regels in het werkproces toe verplicht, een inbreuk, bedoeld in het zevende lid, bij de autoriteit persoonsgegevens en maakt hiervan melding aan de bij het vraagstuk betrokken ketenpartners en de ketenregisseur. De ketenregisseur meldt de inbreuk en de wijze waarop het is afgehandeld aan de stuurgroep. 9. Nadere procedurele regels over geheimhouding en toestemming alsmede de wijze waarop datalekken worden gemeld, als bedoeld in dit artikel, kunnen worden opgenomen in de bij dit convenant behorende werkproces. Artikel 14 Rechten van jeugdige en diens wettelijke vertegenwoordigers 1. Een jeugdige: a. die de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt; b. de wettelijke vertegenwoordigers van een jeugdige die de leeftijd van twaalf jaar nog niet heeft bereikt; c.

of een jeugdige die de leeftijd van twaalf jaar doch die van zestien jaar nog niet heeft bereikt, met toestemming van zijn ouders;

25

2.

3.

4.

5.

6.

7.

kan een ketenpartner dan wel de ketenregisseur verzoeken om inzage te krijgen in, correctie te verlangen van onjuiste, bezwaar te maken tegen dan wel verzoeken tot het overdragen van gegevens die door een ketenpartner in het kader van de zorg- en veiligheidstafel worden verwerkt, zoals worden gewaarborgd in de afdelingen 2, 3 en 4 van hoofdstuk III van de AVG. Een verzoek aan de ketenregisseur voor gegevens waarbij geen sprake is van gezamenlijke gegevensverantwoordelijkheid, wordt geacht te zijn gericht aan de ketenpartners die de gegevens heeft verstrekt. Bij het inwilligen van een verzoek tot inzage wordt ten minste vermeld de: a. verwerkingsdoeleinden; b. verwerkte categorieën persoonsgegevens; c. de bron van de gegevens; d. ontvangers van en welke categorie persoonsgegevens zij hebben ontvangen; e. de duur van de periode van de verwerking; f. de jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordigers het recht heeft op: i. rectificatie te verlangen, ingevolge artikel 16 van de AVG, indien gegevens onjuist zijn; ii. de gegevensverwerking te beperken en bezwaar te maken tegen de verwerking, ingevolge artikel 18 van de AVG; iii.

te verlangen dat de gegevens gewist worden, indien voor de verwerking geen andere grondslag is dan de toestemming van de jeugdige of zijn wettelijke vertegenwoordigers noodzakelijk en de toestemming vervalt of indien door een daartoe bevoegde autoriteit is geoordeeld dat de gegevens onrechtmatig verwerkt zijn, op grond van artikel 17 van de AVG; iv. het indienen van een klacht bij de Autoriteit persoonsgegevens over een onjuiste verwerking. De jeugdige of diens wettelijke vertegenwoordigers ontvangen binnen vier weken na een verzoek tot inzage te hebben gedaan een reactie van de betreffende ketenpartner of indien er sprake is van gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid, door de ketenregisseur. De ketenpartner aan wie een verzoek wordt gedaan regelt dat op de verzoeken bedoeld in het derde lid, onderdeel f: a. kan worden voldaan, en; b. afdoende en binnen vier weken worden beantwoord. Indien niet aan het verzoek tot inzage en de verzoeken, bedoeld in het derde lid, onderdeel f, kan worden voldaan, wordt de reden van de afwijzing deugdelijk gemotiveerd en in het bijzonder uitgelegd waarom het belang van verwerking zwaarder weegt dan het verzoek van de betrokkene. Nadere procedurele regels over de wijze waarop wordt omgegaan met verzoek van jeugdigen of diens wettelijke vertegenwoordigers, kunnen worden opgenomen in de bij dit convenant behorende werkproces.

Afdeling IV – Toetreding, inspanningsverplichting , wijziging Artikel 15 - Aanpassing werkproces 1. Zowel de ketenregisseur als ketenpartners kunnen wijzigingen van het werkproces voorstellen. 2. De ketenregisseur legt een voorstel tot wijziging van het werkproces aan de ketenpartners voor. 3. De ketenregisseur stelt een redelijke termijn aan de ketenpartners om te reageren op de voorgestelde wijziging van het werkproces. 4. Het bestuur van de gemeente stelt een wijziging van het werkproces niet vast dan nadat, het voorleggen bedoeld in het tweede lid heeft plaatsgevonden en heeft geleid tot een gezamenlijk gedragen voorstel, en, de besturen van de ketenpartners zijn geraadpleegd. 5. Indien er niet tot een gezamenlijk voorstel kan worden gekomen is de procedure van artikel 5, tweede lid, onderdeel c, nummer i, en artikel 5, derde lid, van overeenkomstige toepassing.

26

Artikel 16 - Wijziging convenant Wijziging van het convenant geschiedt volgens de volgende procedure: a. De ketenregisseur legt, al dan niet op verzoek van meerdere ketenpartners, een voorstel tot wijziging aan de ketenpartners voor ter raadpleging; b. Indien, na raadpleging, de ketenpartners instemmen met het voorstel, wordt aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen het voorstel gedaan de wijziging van het convenant vast te stellen. c. Indien de besturen van de ketenpartners niet kunnen instemmen met het voorstel dan vragen de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse of Teylingen de ketenregisseur een nieuw voorstel te doen rekening houdend met de overwegingen van die ketenpartners. De colleges stellen het nieuwe voorstel vast nadat opnieuw het voorstel ter raadpleging aan de besturen van de ketenpartners is voorgelegd. Artikel 17 – Duur convenant

1. Het convenant geldt voor twee jaar, gerekend vanaf het moment van ondertekening van het convenant. 2. Indien gedurende de looptijd van dit convenant een instelling of instantie, zijnde een ketenpartner, door beëindiging van de contractuele relatie met de gemeente of door faillissement of om een legitieme of dwingende reden niet langer partij kan zijn, dan geldt de rechtsopvolger als partij bij het convenant. Artikel 18 - Inspanningsverplichting De partijen bij dit convenant onderschrijven het doel van dit convenant en gaan met deelname aan de zorgen veiligheidstafel een inspanningsverplichting aan ten aanzien van het gestelde in dit convenant en doen al datgene waartoe zij redelijkerwijs in staat zijn en toe kunnen worden gehouden om de doelen te verwezenlijken en de samenwerking te optimaliseren.

Plaats: Lisse Datum: 7-10-2019

27

BIJLAGE 2

Verklaring van geheimhouding

onderwerp

Verklaring van geheimhouding zorg- en veiligheidstafel jeugd GEMEENTE PLAATS INVULLEN

datum

Ondergetekende, 1.

Verplicht zich tot geheimhouding van alle vertrouwelijke informatie die hem of haar, ongeacht op welke wijze5, op de zorg- en veiligheidstafel ter kennis komt, behoudens voor zover de cliënt toestemming geeft voor de gegevensuitwisseling of enig wettelijk voorschrift hem of haar tot mededeling verplicht of uit zijn of haar taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit. De geheimhoudingsplicht geldt zowel tijdens als na afloop van de werkzaamheden in of ten behoeve van de zorg- en veiligheidstafel.

2.

Verplicht zich op zorgvuldige en correcte wijze om te gaan met de onder 1. vermelde vertrouwelijke informatie. Vertrouwelijke informatie6 zijn met name de persoonsgegevens van de personen die worden besproken op de zorg- en veiligheidstafel jeugd.

3.

Verklaart kennis te hebben genomen van dat het schenden van de geheimhoudingsplicht kan worden bestraft met gevangenisstraf van ten hoogste één jaar of een geldboete van € 11.250,00. Dit op basis van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht7. Tevens kan het schenden van deze plicht leiden tot aansprakelijkstelling voor daaruit ontstane schade.

5 Informatie kan onder andere ter kennis komen via digitale registraties met persoonsgegevens, (casus)overleggen zorg- en veiligheidstafel jeugd, informatieoverdracht ten behoeve of naar aanleiding van de (casus)overleggen of de digitale registraties maar ook op andere wijze, bijvoorbeeld een gesprek op de gang. 6 Onder vertrouwelijke informatie valt alle informatie waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze vertrouwelijk is. Informatie kan onder andere mondeling, schriftelijk of digitaal zijn verkregen. 7 Artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht stelt: Hij die enig geheim, waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden, dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of een geldboete van de vierde categorie.

28

BIJLAGE 3

Zorg- en Veiligheidstafel jeugd Vragenlijst 1 *Vereist

Vroegsignalering en preventie De volgende vragen hebben betrekking op de onderwerpen vroegsignalering en preventie

1.

In hoeverre vind je dat er op dit moment sprake is van vroegsignalering van jeugdigen die overlast veroorzaken in de gemeente/en of crimineel gedrag vertonen? * Markeer slechts één ovaal. 1

2

3

4

5

Helemaal niet

2.

Heel vaak

In hoeverre vind je dat er op dit moment een integrale aanpak voor deze jeugdigen wordt ingezet? * Markeer slechts één ovaal. 1 Helemaal niet

3.

2

3

4

5 Heel vaak

Hoe komt dat? *

29

4.

In hoeverre vind je dat er op dit moment ingezet wordt op een preventieve aanpak voor deze jeugdigen? * Markeer slechts één ovaal. 1 Helemaal niet

5.

2

3

4

5 Heel vaak

Vind je dat er op dit moment goed kan worden samengewerkt bij overlastgevende jongeren of jongeren die crimineel gedrag vertonen? * Markeer slechts één ovaal. Ja Nee

6.

Indien nee, waarom niet? Indien ja, waarom wel?

7.

Spelen hier specifiek belemmerende factoren een rol? * Markeer slechts één ovaal. Ja Nee

30

8.

Indien ja, wat zijn deze belemmerende factoren?

Samenwerking De volgende vragen hebben betrekking op de samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners.

9.

Weet je welke andere zorg- en veiligheidspartners er zijn? * Markeer slechts één ovaal. 1

2

3

4

5

Niet goed

10.

Heel goed

Weet je welke taken deze organisaties hebben? * Markeer slechts één ovaal. 1

2

3

4

5

Niet goed

11.

Heel goed

Heb je vertrouwen in het handelen van de andere zorg- en veiligheidspartners? * Markeer slechts één ovaal. 1 Weinig

2

3

4

5 Veel

31

12.

Ervaar je een gezamenlijk belang bij het samenwerken in een casus? * Markeer slechts één ovaal. 1

2

3

4

5

Weinig

13.

Veel

Ervaar je meerwaarde van het samenwerken met andere zorg- en veiligheidspartners aan een casus? * Markeer slechts één ovaal. 1

2

3

4

5

Helemaal niet

14.

Heel vaak

Heb je ervaring met 'outside the box' denken in het samenwerken aan een casus? * Markeer slechts één ovaal. 1

2

3

4

5

Weinig

15.

Veel

Vertrouw je erop dat een zorg- en veiligheidspartner goed omgaat met de informatie die je met hem deelt? * Markeer slechts één ovaal. 1

2

3

4

Weinig

5 Veel

Regievoering De volgende vragen hebben betrekking op regievoering

32

16.

Weet je wat voor taken de andere zorg- en veiligheidspartners hebben? * Markeer slechts één ovaal. 1

2

3

4

5

Niet goed

17.

Heel goed

Weet je waar jouw taak eindigt in de keten en die van de andere zorg en veiligheidspartner begint? * Markeer slechts één ovaal. 1

2

3

4

5

Niet goed

18.

Heel goed

Heb je weleens problemen ondervonden bij regievoering in een casus? * Markeer slechts één ovaal. Ja Nee

19.

Indien ja, wat voor problemen waren dit? *

33

20.

In hoeverre heeft de samenwerking je op nieuwe inzichten en ideeën gebracht? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

34

BIJLAGE 4

Zorg- en Veiligheidstafel jeugd Vragenlijst 2 *Vereist

Vroegsignalering en preventie De volgende vragen hebben betrekking op de onderwerpen vroegsignalering en preventie

1.

In hoeverre vind je dat er op dit moment sprake is van vroegsignalering van jeugdigen die overlast veroorzaken in de gemeente/en of crimineel gedrag vertonen? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Helemaal niet

2.

Heel vaak

In hoeverre vind je dat er op dit moment een integrale aanpak voor deze jeugdigen wordt ingezet? * Markeer slechts één ovaal.

1

Helemaal niet

3.

2

3

4

5

Heel vaak

Hoe komt dat? *

35

4.

In hoeverre vind je dat er op dit moment ingezet wordt op een preventieve aanpak voor deze jeugdigen? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Helemaal niet

5.

Heel vaak

Vind je dat er op dit moment goed kan worden samengewerkt bij overlastgevende jongeren of jongeren die crimineel gedrag vertonen? * Markeer slechts één ovaal. Ja Nee

6.

Indien nee, waarom niet? Indien ja, waarom wel?

7.

Spelen hier specifiek belemmerende factoren een rol? * Markeer slechts één ovaal. Ja Nee

36

8.

Indien ja, wat zijn deze belemmerende factoren?

Samenwerking De volgende vragen hebben betrekking op de samenwerking tussen zorg- en veiligheidspartners.

9.

Weet je welke andere zorg- en veiligheidspartners er zijn? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Niet goed

10.

Heel goed

Weet je welke taken deze organisaties hebben? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Niet goed

11.

Heel goed

Heb je vertrouwen in het handelen van de andere zorg- en veiligheidspartners? * Markeer slechts één ovaal.

1 Weinig

2

3

4

5 Veel

37

12.

Ervaar je een gezamenlijk belang bij het samenwerken in een casus? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Weinig

13.

Veel

Ervaar je meerwaarde van het samenwerken met andere zorg- en veiligheidspartners aan een casus? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Helemaal niet

14.

Heel vaak

Heb je ervaring met 'outside the box' denken in het samenwerken aan een casus? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Weinig

15.

Veel

Vertrouw je erop dat een zorg- en veiligheidspartner goed omgaat met de informatie die je met hem deelt? * Markeer slechts één ovaal.

1 Weinig

2

3

4

5 Veel

38

Regievoering De volgende vragen hebben betrekking op regievoering

16.

Weet je wat voor taken de andere zorg- en veiligheidspartners hebben? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Niet goed

17.

Heel goed

Weet je waar jouw taak eindigt in de keten en die van de andere zorg en veiligheidspartner begint? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Niet goed

18.

Heel goed

Heb je weleens problemen ondervonden bij regievoering in een casus? * Markeer slechts één ovaal. Ja Nee

19.

Indien ja, wat voor problemen waren dit? *

39

20.

In hoeverre heeft de samenwerking je op nieuwe inzichten en ideeën gebracht? * Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Helemaal niet

Helemaal wel

Evaluatiegesprekken 2020 De volgende stellingen komen voort uit een aantal evaluatiegesprekken gehouden in september en oktober 2020

21.

De procedure van Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd is duidelijk. Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Helemaal mee oneens

22.

Helemaal mee eens

De aanmelding van casuïstiek voor de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd is laagdrempelig. Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Helemaal mee oneens

23.

Helemaal mee eens

De Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd is effectief in de aanpak van jeugdoverlast. Markeer slechts één ovaal.

1 Helemaal mee oneens

2

3

4

5 Helemaal mee eens

40

24.

De Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd moet alleen op basis van aanmelding bijelkaar komen. Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Helemaal mee oneens

25.

Helemaal mee eens

De Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd moet structureel bij elkaar komen om signalen en trends op het gebied van jeugd, zorg en veiligheid met elkaar te bespreken. Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

4

5

Helemaal mee oneens

26.

Helemaal mee eens

De Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd moet in de huidige vorm worden gecontinueerd worden na afloop van het project in oktober 2021. Markeer slechts één ovaal.

1 Helemaal mee oneens

27.

2

3

4

5 Helemaal mee eens

Zo niet, heb je suggesties hoe na afloop van de Zorg- en Veiligheidstafel welmoet worden samengewerkt op het gebied van zorg en veiligheid?

41

Jeugdoverlast De volgende vragen hebben betrekking op jeugdoverlast

28.

Heb je op dit moment het idee dat de hoeveelheid jeugdoverlast is veranderdten opzichte van november/december 2019? Markeer slechts één ovaal. Toegenomen Afgenomen Hetzelfde gebleven

29.

Heb je op dit moment het idee dat de ernst van jeugdoverlast is veranderd ten opzichte van november/december 2019? Markeer slechts één ovaal. Toegenomen Afgenomen Hetzelfde gebleven

30.

Waar vindt de jeugdoverlast op dit moment met name plaats? Vink alle toepasselijke opties aan. In de openbare ruimte/op straatOnline Anders:

COVID-19 De volgende vragen hebben betrekking op COVID-19 en de daarop genomen maatregelen

42

31.

Is er bij jongeren als gevolg van COVID-19/de genomen maatregelen nieuwe problematiek ontstaan op het gebied van zorg en veiligheid? Markeer slechts één ovaal. Ja Nee

32.

Indien ja, welke problematiek is ontstaan?

33.

Zijn er als gevolg van COVID-19/de genomen maatregelen specifieke problemen ontstaan in de samenwerking op het gebied van jeugd, zorg en veiligheid? Markeer slechts één ovaal. Ja Nee

34.

Indien ja, welke problemen zijn ontstaan?

43

35.

Hoe ervaar je de bereikbaarheid en zichtbaarheid van partners sinds de genomen maatregelen rondom COVID-19? Markeer slechts één ovaal.

1

2

3

Niet goed

36.

4

5 Heel goed

Is het contact als partner met de jongeren veranderd sinds de genomen maatregelen rondom COVID-19? Markeer slechts één ovaal. J a N e e

37.

Indien ja, wat is er veranderd?

BIJLAGE 5 44

Werkproces Zorg en Veiligheidstafel Jeugd HLT behorende bij convenant Zorg en Veiligheidstafel Jeugd HLT Fase 1 Aanmeldfase Doel: bepalen of een casus op de Zorg en Veiligheidstafel behandeld moet worden. 1. Een ketenpartner meldt de casus aan bij de ketenregisseur van de ambtelijke organisatie HLTSamen.8 2. De aanmeldende ketenpartner maakt zelf de afweging welke gegevens noodzakelijk zijn om voor deze fase te verstrekken aan de ketenregisseur. De gegevens die in deze fase verstrekt worden zijn uitsluitend de zogeheten DAT-gegevens (niet-inhoudelijke gegevens) en betreft alleen die DAT-gegevens die nodig zijn om de casus aan de toelatingscriteria te toetsen; 3. De ketenregisseur handelt namens de aanmeldende ketenpartner en toetst uitsluitend op basis van de gegevens van de aanmeldende ketenpartner of de casus voldoet aan de volgende criteria: 

betreft het een jeugdige in de zin van artikel 1:1 van de Jeugdwet 2015. Dus: een persoon die: o 1°. nog geen 18 jaar is, o 2°. de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt maar op wie het adolescentenstrafrecht van toepassing is, of; o 3°. 18 jaar is, maar nog geen 23 jaar en voor wie (o.b.v. de Jeugdwet) en:  is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp noodzakelijk is nadat de jeugdige de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en die hulp al werd verleend vóór het bereiken van die leeftijd; of,  vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of;  is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is;  is de jeugdige onderdeel van een crimineel of overlastgevend jeugdnetwerk;  is er sprake van (ernstige) lokale of gebiedsgebonden veiligheidsproblematiek waarbij sprake van overlastgevend gedrag in de openbare ruimte/plaatsen door jeugdige (al dan niet in groepsverband);  is samenwerking tussen zorg- en veiligheidsketen noodzakelijk om de problematiek op te lossen;  behoeft de casus een plan van aanpak dat niet uitsluitend door de aanmeldende partij kan worden opgesteld of in een reguliere samenwerking tussen partners.

4. De mogelijke uitkomsten van deze stap zijn:  De casus wordt niet in behandeling genomen voor verdere behandeling op de zorg- en veiligheidstafel (en komt zodoende niet in aanmerking voor keten(overstijgende)regie. De ketenregisseur verstrekt, indien nodig of desgevraagd, een advies. De ketenpartner (aanmelder van de casus) handelt de casus verder zelf af, en organiseert zelf bilateraal contact met een (keten)partner of organisatie, of meldt de casus bijvoorbeeld aan bij een ander samenwerkingsverband/casusoverleg.  De casus voldoet aan de criteria en komt in aanmerking voor de Zorg- en Veiligheidstafel. De casus wordt in behandeling genomen voor de volgende processtap 2A ‘Triage en voorbereiding casusoverleg’.

8 De projectleider van de zorg en Veiligheidstafel, in dit geval Annelotte Hoepman. Casussen in Hillegom kunnen worden gemeld via: Z&Vtafeljeugd@hillegom.nl Casussen in Lisse kunnen worden gemeld via: Z&Vtafeljeugd@lisse.nl Casussen in Teylingen kunnen worden gemeld via: Z&Vtafeljeugd@teylingen.nl 45

Er zijn onvoldoende gegevens om de casus volledig aan de criteria te toetsen, maar uit de beschikbare gegevens volgt niet zonder meer dat de casus niet voor verdere behandeling op de zorg- en veiligheidstafel komt. Er zijn dan aanvullende gegevens nodig van de andere ketenpartners om te kunnen bepalen of de casus voor verdere behandeling op Zorg- en Veiligheidstafel in aanmerking komt. De casus gaat dan door naar de volgende fase 2A ‘Triage’ waar via een gerichte gegevensuitvraag aanvullende informatie wordt verkregen om te kunnen bepalen of de casus voor verder behandeling in aanmerking komt op de Zorg- en Veiligheidstafel. Het gaat bij de aanmelding om een groepsscan aangeleverd door politie en er dient te worden ingezet op een ketenoverstijgende (groeps)aanpak om de (ernstige) lokale of gebiedsgebonden veiligheidsproblematiek te verhelpen. De casus wordt in behandeling genomen voor de volgende processtap 2B ‘Triage via kerngroep focusoverleg kerngroep (groepsaanpak)’.

5. Indien de casus doorgaat naar de fase 2A: ‘triage en voorbereiden casusoverleg individuele casus’ wordt de jeugdige die 16 jaar of ouder is zelf geïnformeerd. Betreft het een jeugdige die jonger is dan 12 jaar dan wordt uitsluitend de wettelijke vertegenwoordiger geïnformeerd. Indien het een jeugdige betreft die ouder is dan 12 maar nog geen 16 is dan wordt de jeugdige en zijn wettelijke vertegenwoordiger geïnformeerd. Het informeren van de betrokkene is de verantwoordelijkheid van de aanmeldende partner. Hij informeert de jeugdige of/en zijn wettelijke vertegenwoordigers over welke gegevens aanleiding hebben gegeven om de casus aan te melden, de vervolgstappen en dat daarvoor een gegevensuitvraag zal worden gedaan. Daarbij wordt zo veel mogelijk aangegeven welke gegevens gaan worden verkregen en door wie deze verstrekt gaan worden en waarom. Waar nodig vraagt de aanmeldende partner toestemming voor het uitvragen van gegevens in de volgende fase en informeert de jeugdige en/of zijn wettelijke vertegenwoordigers over zijn rechten. De ketenregisseur levert ondersteuning aan de aanmeldende partner ten aanzien van de ‘informeringsplicht’ naar de betrokkenen over het verwerken van de persoonsgegevens.

Indien er inhoudelijk zwaarwegende redenen zijn om de betrokkenen pas later te informeren, is dit mogelijk indien dit gemotiveerd kan worden (beschermen gerechtvaardigde belangen van derden bijvoorbeeld of dit in belang van betrokkene zelf is). De reden hiervan wordt vastgelegd in het zorg en veiligheidsregistratiesysteem9 van de gemeente evenals het moment waarop dan wel wordt geïnformeerd. *Noodzakelijkheid van gegevens en gegevensdeling in de fase van aanmelding Het is belangrijk dat dataminimalisatie in acht wordt genomen. Dat betekent dat de aanmelder niet zonder meer alle (DAT)gegevens verstrekt aan de ketenregisseur voor de aanmeld-fase. Het is echter niet noodzakelijk dat alle gegevens van de jeugdige in kwestie geanonimiseerd worden. Het is namelijk van belang om te weten om wie het gaat en de context waarin het zich afspeelt kunnen van belang zijn voor een goede afweging. Wel is het van belang dat er geen onnodige gegevens worden verstrekt over anderen dan de betrokkene.

Fase 2 A. Triage en voorbereiden casusoverleg individuele casus Doel: Bepalen van het doel (wat moet opgelost worden en eventuele interventies), betrokken partners en thema’s van het casusoverleg. 1. De ketenregisseur handelt in deze stap nog steeds namens de aanmeldende ketenpartner. De ketenregisseur en aanmeldende ketenpartner voeren deze stap zelfstandig uit. De gegevens die ketenpartners verstrekken in deze fase blijft vooralsnog uitsluitend bij de ketenregisseur en aanmelder. 2. Op basis van de beschikbare informatie bereidt de ketenregisseur het casusoverleg voor. Onderdeel van die voorbereiding is het benaderen van ketenpartners met de vraag of zij bekend zijn met de betrokkene, de casus op hoofdlijnen schetsen en verzoeken of zij over

9 Het zorg en veligheidsregistratiesysteem is binnen de gemeente alleen bestemd voor de Zorg en veiligheidstafels en zodoende enkel toegankelijk voor de daartoe bevoegde medewerkers. 46

gegevens beschikken die relevant zijn voor de casus en of zij die willen delen t.b.v. een integrale aanpak van de casus. Gedurende de triage wordt:  Het toestandsbeeld bepaalt;  De informatie uit fase 1 verrijkt met informatie over welke partners betrokken zijn of waarschijnlijk betrokken moeten worden om tot een oplossing te komen.  (Zo mogelijk) de mogelijk bijdrage in kaart gebracht die deelnemers kunnen/willen leveren om tot een plan van aanpak te komen.  (Zo mogelijk) in beeld gebracht over welke relevante informatie deelnemers beschikken en de mogelijkheid/bereidheid die in te brengen in een casusoverleg.  Een zo concreet mogelijk doel bepaalt voor het casusoverleg.  De relevante deelnemers bepaalt voor het casusoverleg.  Bepaalt op welke manier de betrokkenen (jeugdige en zijn of haar ouders) betrokken wordt: wordt hij/zij uitgenodigd bij het overleg, voor- of achteraf geïnformeerd. 3. De mogelijke uitkomsten van het triage overleg zijn:  De casus gaat door naar fase 3A (casusoverleg).  De casus gaat niet door naar fase 3A (casusoverleg). De partners verstrekken eventueel een advies. De ketenpartner (aanbrenger van de casus) handelt zelf verder af, zoekt bilateraal contact met een partner of organisatie, of meldt bijvoorbeeld aan bij een ander samenwerkingsverband/ casusoverleg. De gegevens worden verwijderd.

 Er blijft twijfel of hier een gezamenlijke aanpak zinvol is een nadere beeldvorming met betrokken deelnemers is nodig. De voorbereiding van het focusoverleg wordt gestart. Doel van het focusoverleg is om te bepalen of een gezamenlijke aanpak zinvol is. In beginsel is dit geen standaardprocedure. Deelnemers aan het focusoverleg zijn in ieder geval politie, JGT en het jongerenwerk. Het focusoverleg vindt, afhankelijk van de hoeveelheid aanmeldingen, in beginsel eens in de twee weken plaats. Er is een apart focusoverleg voor de gemeente Hillegom, de gemeente Lisse en de gemeente Teylingen. Indien uit het focusoverleg blijkt dat een gezamenlijke aanpak zinvol is, wordt doorgegaan naar fase 3A: casusoverleg.10 *De ketenregisseur past het principe van ‘dataminimalisatie’ toe. Dit betekent dat overbodige inhoudsinformatie die in deze fase (nog) niet nodig is wordt geschrapt uit de aanmelding. Op de verstrekkingen in deze fase rust een strikte doelbinding. Dat betekent dat deze gegevens uitsluitend gebruikt worden voor de doelen van triage, voorbereiden casusoverleg en eventueel het casusoverleg zelf op de zorg en veiligheidstafel. De gegevens worden uitsluitend geregistreerd in het zorg en veiligheidsregistratiesysteem van de gemeente. Elke partner houdt nog steeds de zeggenschap11 over de gegevens die hij heeft aangedragen t.b.v.

de triage en aan wie hij eventueel wil verstrekken t.b.v. de uitvoering van het plan van aanpak. 4. De betrokkene wordt geïnformeerd over de uitkomst van de triage, alsmede over doel en gespreksthema’s en de deelnemers in het casusoverleg. Betrokkene wordt ook geïnformeerd over zijn/haar rechten. Dit gebeurt door de ketenregisseur namens de aanbrengende partner (volgt uit verantwoordelijkheid) door middel van een brief, tenzij in het specifieke geval het passender is dat dit door de aanmeldende ketenpartner wordt gedaan.

Fase 2B Triage via focusoverleg kerngroep groepsaanpak Doel: Bepalen van aanpak (wat moet opgelost worden en eventuele interventies), prioritering van de groep. 1. Het focusoverleg kerngroep groepsaanpak (hierna overleg groepsaanpak) wordt bij elkaar geroepen. Aan dit overleg nemen in ieder geval deel: het Jongerenwerk, het jeugd en

10 In de praktijk zal het focusoverleg voorafgaand aan een casusoverleg worden gepland om zo efficiënt mogelijk met de agenda van alle betrokken om te gaan. 11 Dit betekent dat je als partner toestemming moet geven aan een andere partner om die gegevens te gebruiken. De partner die de gegevens wilt gebruiken moet daarom toestemming vragen aan de partner die de informatie heeft aangedragen. 47

gezinsteam, politie en leerplicht. Afhankelijk van de problematiek, kunnen ook andere ketenpartners die zijn aangesloten bij het convenant worden gevraagd om deel te nemen aan het overleg groepsaanpak. 2. Ketenpartners in het overleg groepsaanpak delen relevante informatie om de groepsscan van de politie te verrijken. Er wordt een algemeen integraal beeld van de groep gevormd. Punten van gesprek zijn hierbij: kenmerken en typering van het gedrag van de jeugdgroep, de impact van de groep en haar gedrag op de omgeving, de samenstelling van de groep, de groepsdynamische processen en het risico op afglijden. Er wordt gebruik gemaakt van de landelijke handreiking duiding problematische jeugdgroep gedrag en het zeven stappen model (zie bijlage 1 en 2). 3. De verrijkte groepsscan wordt door de ketenregisseur voorgelegd aan de driehoek (burgemeester, OM, Politie). 4. De mogelijke uitkomsten van de driehoek kunnen zijn:  Opdracht tot vervolg groepsaanpak: Er moet een concept plan van aanpak worden opgesteld voor de groep en een adviezen voor prioritering.  Er wordt geen opdracht gegeven tot vervolg: De groep komt niet in aanmerking voor een groepsaanpak. Individuele groepsleden kunnen indien nodig worden aangemeld voor het casusoverleg: de Zorg en Veiligheidstafel, of de individuele leden kunnen eventueel worden aangemeld bij een ander samenwerkingsverband/casusoverleg. 5.

Indien de driehoek besluit tot een vervolg groepsaanpak, worden de leden van het overleg groepsaanpak weer bij elkaar geroepen. Op basis van de integrale informatiepositie wordt de jeugdgroep geprioriteerd en een concept plan van aanpak opgesteld waarin duidelijk wordt gemaakt hoe de problematiek rondom de jeugdgroep aangepakt en opgelost gaat worden. In het plan van aanpak wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsgerichte maatregelen, groepsmaatregelen en de noodzaak tot een individuele aanpak van de groepsleden. Ook wordt beschreven of het noodzakelijk is om samenwerking te zoeken met het Veiligheidshuis Hollands Midden. 6. De ketenregisseur legt het plan van aanpak voor aan de driehoek. De mogelijke uitkomsten van de lokale driehoek kunnen zijn:  Het plan van aanpak wordt vastgesteld. De groep komt als geheel in aanmerking voor groepsmaatregelen en/of gebiedsmaatregelen. Er wordt een vervolg overleg groepsaanpak georganiseerd waar deze maatregelen worden besproken. Dit wordt in de reeds bestaande overleggen tussen gemeente en betrokken ketenpartners besproken en uitgewerkt.  En/ of het plan van aanpak wordt vastgesteld. Het is naast groepsmaatregelen/gebiedsmaatregelen noodzakelijk om tot een individuele aanpak van de groepsleden over te gaan. Deze groepsleden worden individueel aangemeld voor het casusoverleg: De zorg en Veiligheidstafel.

Er wordt doorgegaan naar fase 2 A: ‘triage en voorbereiden casusoverleg individuele casus’.  En/of het plan van aanpak wordt vastgesteld. Het is noodzakelijk om de groep als geheel en/ of de groepsleden afzonderlijk aan te melden bij het Veiligheidshuis Hollands Midden. De ketenregisseur neemt contact op met het Veiligheidshuis.  Het plan van aanpak behoeft wijziging. De ketenregisseur zorgt dat het plan van aanpak gewijzigd wordt en dient het opnieuw in bij de driehoek.  Het plan van aanpak wordt niet vastgesteld. De groep komt niet in aanmerking voor een groepsaanpak. Individuele groepsleden kunnen indien nodig worden aangemeld voor het casusoverleg: de Zorg en Veiligheidstafel, of de individuele leden kunnen eventueel worden aangemeld bij een ander samenwerkingsverband/casusoverleg. *Gedurende het overleg wordt het principe van ‘dataminimalisatie’ toegepast. Dit betekent dat overbodige inhoudsinformatie die in deze fase (nog) niet nodig is, niet wordt besproken. Op de verstrekkingen in deze fase rust een strikte doelbinding. Dat betekent dat deze gegevens uitsluitend gebruikt worden voor de doelen van triage, voorbereiden casusoverleg en eventueel het casusoverleg zelf op de zorg en veiligheidstafel. De gegevens worden uitsluitend geregistreerd in het zorg en veiligheidssysteem van de gemeente.

Elke partner houdt nog steeds de zeggenschap over de gegevens die hij heeft aangedragen t.b.v. de triage en aan wie hij eventueel wil verstrekken t.b.v. de uitvoering van het plan van aanpak.

48

7. De ketenregisseur informeert de betrokkenen in de groepsscan over de uitkomst van de triage, alsmede over doel en gespreksthema’s en de deelnemers in het casusoverleg. Betrokkene wordt ook geïnformeerd over zijn/haar rechten. Fase 3 A Casusoverleg: de Zorg en Veiligheidstafel Doel: bepalen gemeenschappelijk ‘toestandsbeeld’ met de deelnemers om te komen tot een plan van aanpak (interventies), afspraken over uitvoering en gegevensgebruik. 1. Het casusoverleg: de Zorg en Veiligheidstafel vindt, afhankelijk van de agenda, in beginsel eens in de drie weken plaats. Er is een aparte Zorg en Veiligheidstafel voor de gemeente Lisse, de gemeente Hillegom en de gemeente Teylingen. 2. De ketenregisseur agendeert uitsluitend vraagstukken ter bespreking indien deze, ingevolge de procedure, bedoeld in artikel 6, 7 en 8 van het convenant, voor bespreking in het casusoverleg in aanmerking komen. 3. Aan het casusoverleg nemen uitsluitend de ketenpartners deel die naar aanleiding van de triagefase door de ketenregisseur worden uitgenodigd. 4. De afgevaardigden van de ketenpartners in het casusoverleg zijn gemachtigd om besluiten te nemen en afspraken te maken die nodig zijn voor de uitvoering van het plan van aanpak. 5. De ketenregisseur zit het overleg voor.

Gedurende het overleg:  Gaan de ketenpartners met elkaar in gesprek om te komen tot een gezamenlijk ‘toestandsbeeld’ van de casus en een voorstel voor een plan van aanpak.  worden afspraken gemaakt over wie wat gaat doen en welke gegevens voor ieder noodzakelijk zijn om zijn taak in het plan van aanpak uit te kunnen voeren.  wordt afgesproken wie de casusregisseur wordt  wordt afgesproken of een casus terugkomt in een vervolgoverleg (monitoring) en met wie of dat een casus wordt afgeschaald. 6. De casusregisseur pleegt overleg met de ketenregisseur indien dit voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de in het vijfde lid genoemde besluiten en afspraken aangewezen is. *Op de gegevens rust een strikte doelbinding. Dat wil zeggen dat ze uitsluitend gebruikt mogen worden voor het overleg. Pas aan het eind van het overleg – als duidelijk is wie welke activiteiten gaat uitvoeren in het kader van het plan van aanpak – wordt ook afgesproken wie welke gegevens mag ‘meenemen’ voor het uitvoeren van die activiteiten. Daarbij heeft elke deelnemer nog steeds de zeggenschap over de gegevens die hij heeft aangedragen t.b.v. de triage en het casusoverleg en aan wie hij wil verstrekken t.b.v. de uitvoering van het plan van aanpak.

Dat betekent ook dat een deelnemer die geen rol heeft in de uitvoering van het plan van aanpak geen persoonsgegevens uit triage of casusoverleg meeneemt naar zijn eigen organisatie. Ook is het in principe mogelijk dat een deelnemer persoonsgegevens ter beschikking heeft gesteld t.b.v. triage en casusoverleg, maar deze niet wil verstrekken voor bepaalde activiteiten uit het plan van aanpak. De gemeente draagt zorgt voor het notuleren van de actie gerichte afspraken in het plan van aanpak. Alleen de betrokken partners krijgen de afspraken toegestuurd. 7. De mogelijk uitkomsten van het casusoverleg zijn:  Een integraal plan van aanpak met een vervolg afspraak voor monitoring  De casus hoort thuis op een andere overlegtafel. Als de uitkomst van het casusoverleg is dat een casus beter thuishoort op een andere tafel wordt de casusinformatie weer uit het systeem van de Zorg en Veiligheidstafel verwijderd. De aanbrenger van de casus registreert de afhandeling in zijn eigen systeem.  Er wordt besloten dat de casus kan worden afgeschaald. Er wordt doorgegaan naar fase 4A: afschaling.

49

Fase 4 A Afschaling Doel: afbouwen betrokkenheid Zorg en Veiligheidstafel en opschonen procesregiedossier in systeem. 1. De betrokkenheid van de Zorg en Veiligheidstafel wordt afgebouwd. Bijvoorbeeld omdat de aanpak en inbreng van betrokken deelnemers voldoende is uitgekristalliseerd, en de betrokkenheid van de Zorg en Veiligheidstafel niet langer nodig wordt geacht. 2. Er is sprake van een gefaseerde afschaling:  Periode 1: 0-6 maanden na besluit tot afschaling. Dossier blijft actief in het systeem van de zorg en veiligheidstafel.  Periode 2: 6-12 maanden na besluit tot afschaling. Dossier op inactief. Een beperkte set gegevens administratieve gegevens blijft achter in het systeem van de Zorg en Veiligheidstafel.  Periode 3: 1 jaar na besluit tot afschaling. Dossier, inclusief de administratieve gegevens worden geheel uit het zorg en veiligheidsregistratiesysteem van gemeente verwijderd. Uitsluitend ‘niet tot personen herleidbare gegevens’ blijven achter. 3. In uitzonderingsgevallen kan hiervan worden afgeweken, mits de motivering wordt vastgelegd in het zorg en veiligheidsregistratiesysteem van de gemeente en er een termijn wordt vastgesteld voor herbeoordeling. Die termijn is maximaal 6 maanden. *De ketenregisseur handelt namens de partner die op het moment van afschaling de regie heeft over de casus.

Dat kan de aanmeldende partner zijn, het kan ook een andere partner zijn die in fase 3 de regie heeft overgenomen. Deze partner is ook verantwoordelijk voor het besluit om af te wijken van de termijnen in de afschalingsfase en de herbeoordeling.

Evaluatie De Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd wordt in ieder geval 1 keer per jaar geëvalueerd en zo nodig wordt het werkproces aangepast.

50

BIJLAGE 6 Het 7-stappen model

51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1528/documents/17686