D16.1 Bijlage raadsbrief Tussen Evaluatie ZV tafels Jeugd HLT mei 2021.pdf
Tekst van het document
TUSSENEVALUATIE Project Zorg- en Veiligheidstafels Jeugd HLT
Auteurs: Annelotte Hoepman, Charlotte Ooms en Nicky Verver Status: definitief Versie: 1 Datum: 12 mei 2021
1
INHOUDSOPGAVE Inleiding 1. Opzet Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd 1.1 Convenant en werkproces 1.2 Samenwerking en effectieve regievoering 1.3 Bestuurlijke stuurgroep
2. Evaluatie 2.1 Doelstellingen Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd 2.2 Expertise ontwikkeling gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen op het gebied van zorg en veiligheid 2.3 Behandelde casussen op de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd 2.4 De invloed van COVID-19
3. Ervaringen van deelnemende partijen 3.1 Doelstellingen Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd 3.2 Verdere ervaringen van de deelnemende partijen met de Zorgen Veiligheidstafel Jeugd
4. Aanbevelingen 5. Tussentijdse conclusie en advies 5.1 Tussentijdse conclusie 5.2 Advies
Bijlagen Bijlage 1 Convenant Zorg- en Veiligheidstafels Jeugd Bijlage 2 Verklaring van Geheimhouding Bijlage 3 Vragenlijst deelnemende partners 2019 Bijlage 4 Vragenlijst deelnemende partners 2020 Bijlage 5 Werkproces Zorg- en Veiligheidstafels Jeugd Bijlage 6 Het 7-stappen model
3 4 5 6 6 7 7 9 9 11 13 13 14 15 16 16 16 18 18 28 29 35 45 51
2
INLEIDING De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT) willen dat de jeugd gezond en veilig kan opgroeien. Jeugdcriminaliteit en ernstige jeugdoverlast in de buitenruimte (op straat) willen we daarom voorkomen. Bij de aanpak van jeugdproblematiek is enkel inzet vanuit veiligheid (vaak strafrechtelijk) of enkel vanuit zorg niet voldoende effectief en is het van belang om zorg en veiligheid te combineren om tot een effectieve integrale aanpak te komen. Daarvoor is nodig dat professionals en organisaties in het domein veiligheid en in het domein zorg met elkaar samenwerken. De samenwerking tussen zorg en veiligheid is echter complex. Elke professional werkt vanuit eigen (wettelijke) perspectief en vanuit zijn eigen professionele opvattingen. Daar waar bijvoorbeeld binnen de zorg de cliënt centraal staat, spelen bij veiligheid ook de belangen van de slachtoffers en de directe woonomgeving. De professionals binnen de zorg werken bovendien in een ander wettelijk kader dan de professionals binnen veiligheid, wat het delen van informatie met elkaar ingewikkeld maakt. Binnen de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen ontbrak het voor de zorg- en veiligheidsprofessionals aan een overlegplatform waar zij vroeg signalen en zorgen over jeugdigen met elkaar kunnen uitwisselen en samen kunnen komen tot een sluitende integrale aanpak van jeugdoverlast en/of jeugdcriminaliteit.
Om deze samenwerking tussen zorg- en veiligheidsprofessionals te bevorderen, zijn de Zorg- en Veiligheidstafels Jeugd opgericht in Hillegom, Lisse en Teylingen in de vorm van een tweejarige pilot. De pilot is in oktober 2019 van start gegaan. De Zorg- en Veiligheidstafels bieden de professionals een lokaal overlegplatform waar zij onder ketenregie van de gemeente signalen en zorgen over jeugdigen met elkaar kunnen uitwisselen, en waar zij samen kunnen komen tot een integrale aanpak van jeugdoverlast en/of jeugdcriminaliteit. Bij de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd is een belangrijke rol weggelegd voor de gemeentelijke ketenregie om de verbondenheid binnen de integrale aanpak te vergroten. Een gemeentelijk ketenregisseur kan specifiek toezien op het opbouwen van verbondenheid in de aanpak van en tussen de verschillende ketenpartners. Ook kan de ketenregisseur met bestuurlijk mandaat sturen op het proces. In oktober 2021 loopt de pilot af, wat nu vraagt om een (tussen)evaluatie en een voorlopig advies. Beoogde resultaten van het project Voor het project zijn bij aanvang vier doelstellingen geformuleerd: 1.
Vroegsignalering en preventie: In een vroeg stadium jeugdigen signaleren die overlast veroorzaken in het verzorgingsgebied en/ of crimineel gedrag vertonen en dit op een sluitende, effectieve en interdisciplinaire wijze aanpakken, zo nodig en waar mogelijk door middel van (preventieve) interventies. 2. Samenwerking tussen zorg en veiligheidspartners versterken: We willen samen bouwen aan een netwerk van personen die elkaar weten te vinden, elkaars expertise kennen en elkaar daarin vertrouwen. 3. Effectieve regievoering: We willen als gemeente samen met zorg- en veiligheidspartners leren hoe op effectieve wijze invulling kan worden gegeven aan de rol van ketenregisseur en aan die van casusregisseur. 4. Beleidssignalen: De signalen voortkomend uit het overlegplatform (de Zorg- Veiligheidstafel Jeugd) over schotten/belemmeringen worden meegenomen naar de beleidsafdelingen binnen de gemeente en zo nodig worden voorstellen voor wijzigingen in beleid gedaan.
3
1
OPZET VAN DE ZORG- EN VEILIGHEIDSTAFELS JEUGD
De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben sinds oktober 2019 elk een eigen Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd. Voor elke gemeente is er één keer in de drie weken een Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd gepland. De tafel gaat in principe alleen door wanneer er door de partijen een casus is aangemeld en wordt voorgezeten door een ketenregisseur van Maatschappelijke Ontwikkeling en/of een ketenregisseur vanuit Openbare Orde en Veiligheid1. Ook is er vanuit Maatschappelijke Ontwikkeling een projectondersteuner die onder andere de administratieve en organisatorische taken op zich neemt. De Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd werkt altijd vanuit de volgende uitgangspunten: - Uitwisselen van gegevens gebeurt op een zorgvuldige wijze en past binnen de context van de taak die partijen hebben bij ondersteuning van jeugdigen en hun ouders. - De gemeente voert de ketenregie en niet de casusregie. De gemeente faciliteert en bewaakt het proces van afspraken maken en nakomen. - De casusregie wordt belegd bij een van de ketenpartners. De casusregisseur is eerst verantwoordelijke voor het bewaken van de gemaakte afspraken. De professional bepaalt met de jeugdige en zijn of haar ouders welke maatregel/ondersteuning nodig is. Daarbij wordt gewerkt met de uitgangspunten van één gezin/ één plan.
Waar mogelijk worden jeugdigen en ouders gevraagd om aanwezig te zijn bij de bespreking van hun casus bij de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd. Als dat niet mogelijk is, dan weten zij dat er overleg over hem/haar is. Daarnaast ontvangen zij, indien afgesproken, een terugkoppeling van het overleg. Casussen die in aanmerking komen voor de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd moeten voldoen aan de volgende criteria: - De jeugdige is woonachtig in Hillegom, Lisse of Teylingen. - De jeugdige is nog geen 18 jaar, of heeft de leeftijd van 18 jaar bereikt maar valt onder de toepassing van het adolescentenstrafrecht, of is 18 jaar, maar nog geen 23 jaar en voor wie (op basis van de Jeugdwet) is bepaald dat de voortzetting van jeugdhulp noodzakelijk is nadat de jeugdige de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en die hulp al werd verleend vóór het bereiken van die leeftijd; of, vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar is bepaald dat jeugdhulp noodzakelijk is, of is bepaald dat na beëindiging van jeugdhulp die was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van 18 jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de jeugdhulp noodzakelijk is.
- De jeugdige is onderdeel van een crimineel of overlastgevend jeugdnetwerk en/of er is sprake van (ernstige) lokale of gebiedsgebonden veiligheidsproblematiek waarbij sprake is van overlastgevend gedrag in de openbare ruimte/plaatsen door jeugdige (al dan niet in groepsverband). - Samenwerking tussen zorg- en veiligheidsketen is noodzakelijk om de problematiek op te lossen. - De casus behoeft een plan van aanpak dat niet uitsluitend door de aanmeldende partij kan worden opgesteld of in een reguliere samenwerking tussen partners.
1 De ketenregisseurs zijn een beleidsmedewerker van Maatschappelijke Ontwikkeling en vanuit Openbare Orde en Veiligheid. Zij zijn tevens projectleider van het project.
4
Gedurende een Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd: - Delen zorg- en veiligheidsprofessionals integraal informatie en zorgen over de jeugdige en zijn systeem. - Bekijken zorg- en veiligheidsprofessionals gezamenlijk wat voor aanpak de jeugdige en zijn systeem nodig hebben en welke professionals daarin een rol kunnen spelen. - Wordt een casusregisseur aangewezen die toeziet op de gemaakte afspraken en aanspreekpunt is voor de jeugdige en zijn/haar ouders. - Worden de gemaakte afspraken vastgelegd in een plan van aanpak. - Wordt het moment van terugkoppeling afgesproken en eventueel een nieuw overlegmoment ingepland. - Worden eventueel eerder gemaakte afspraken teruggekoppeld en eventueel aangepast. 1.1 Convenant en werkproces Om als zorg- en veiligheidspartners op een zorgvuldige wijze informatie met elkaar uit te wisselen aan de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd is een convenant opgesteld (zie bijlage 1). Hierin zijn afspraken vastgelegd over hoe, wanneer en wat voor informatie de partners met elkaar delen. Aan dit convenant hangt een werkproces. Het convenant (en daaraan hangend werkproces) is afgesloten voor de duur van twee jaar en loopt af in oktober 2021. Gedurende deze twee jaar is er ruimte voor aanpassing van het werkproces. Dit is tot dusver niet nodig gebleken.
Het convenant is bij de aanvang van het project ondertekend door de volgende partijen: - Gemeente Hillegom - Gemeente Lisse - Gemeente Teylingen - Politie-eenheid Den Haag - Openbaar Ministerie, Arrondissementsparket Den Haag - Coöperatie Jeugd- en Gezinsteams Holland Rijnland - Regionaal Bureau Leerplicht - Welzijnskwartier - Jeugdbescherming West - Stichting Halt - Kwadraad maatschappelijk werk - Stichting Fioretti Teylingen (VO Fioretti Hillegom, Lisse en KTS Voorhout) - Stichting Openbaar Basisonderwijs Duin- en Bollenstreek (Daltonschool Hillegom, Openbare Basisschool De Tweemaster, Het Bolwerk Menneweg, Openbare Basisschool Het Bolwerk, Openbare Basisschool De Achtbaan) De volgende partijen hebben op een later moment een addendum ondertekend, waarmee zij toe traden tot het convenant van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd: - William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering - Aloysius Stichting (Basisschool De Burcht, De Leidse buitenschool Campus, Don Boscoschool, Savioschool) - Sophia Scholen Duin- en Bollenstreek (PO Hillegom, Lisse en Teylingen: De Buitenplaats, Kindercampus Joseph, P.C. Basisschool De Fontein, P. C. Basisschool De Lisbloem, P.C. Basisschool De Rank, P.C. Basisschool De Regenboog, R. K. Basisschool Andreas, R. K. Basisschool Antonius, R. K. Basisschool De Giraf, R.K. Basisschool De Kinderburg, R. K. Basisschool De Klarinet, R. K.
Basisschool De Leerwinkel, R.K. Basisschool De Overplaats, R.K. Basisschool De Springplank, R.K. Basisschool De Startbaan, R. K. Basisschool Emmaus, R.K. Basisschool Johannesschool, R.K. Basisschool St. Jozef, R.K. Basisschool St. Willibrord)
5
Het Jeugd- en Preventieteam (JPT), onderdeel van de GGD Hollands Midden, heeft aangegeven het convenant vanwege het voor hun geldend beroepsgeheim (BIG Register) niet te kunnen ondertekenen. Met het JPT is daarom afgesproken dat zij alleen betrokken worden bij het casusoverleg van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd wanneer zij al betrokken zijn bij de jongere en zij hiervoor toestemming hebben gekregen van de betrokkenen. Op het moment dat een partij het convenant niet ondertekend heeft en toch wil deelnemen aan het overleg, is het mogelijk om een geheimhoudingsverklaring te ondertekenen. Hiervan is gebruik gemaakt door diverse partijen, waaronder het Raamwerk en het Palmhuis (onderdeel van Youz) (zie bijlage 2). 1.2 Samenwerking met het Zorg- en Veiligheidshuis Hollands Midden De lokale Zorg- en Veiligheidstafels Jeugd in Hillegom, Lisse en Teylingen werken nauw samen met het Zorgen Veiligheidshuis Hollands Midden. Op de lokale Zorg- en Veiligheidstafels wordt voornamelijk casuïstiek besproken wat binnen het vrijwillige hulpverleningskader valt.
Casuïstiek met een gedwongen hulpmaatregel (jeugdbeschermings- of reclasseringsmaatregel) wordt in principe in overleg ‘opgeschaald’ naar het Zorg- en Veiligheidshuis Hollands Midden omdat hier de benodigde partners al aan tafel zitten (denk aan Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, Openbaar Ministerie, jeugdbescherming en reclassering). Van opschaling kan worden afgeweken als de casus hierom vraagt en dit is ook een aantal keer voorgekomen. In die gevallen is bijvoorbeeld Jeugdbescherming West aangeschoven bij de lokale Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd. 1.3 Bestuurlijke stuurgroep Elke Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd heeft een bestuurlijke stuurgroep. Deze bestaat uit de burgemeester, verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid, en wethouder (Jeugd) zorg, verantwoordelijk voor jeugd en (jeugd)zorg. Procesmatige zaken binnen een casus die vastlopen kunnen door de betrokken ketenregisseur naar de stuurgroep worden opgeschaald. Ook wordt de stuurgroep betrokken bij de (beleids)signalen die voortkomen uit het project. De overleggen met de bestuurlijke stuurgroep vinden één keer in de acht weken plaats gedurende de loop van het project.
6
2
EVALUATIE
2.1 Doelstellingen Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd 1. Vroegsignalering en preventie: In een vroeg stadium jeugdigen signaleren die overlast veroorzaken in het verzorgingsgebied en/ of crimineel gedrag vertonen en dit op een sluitende, effectieve en interdisciplinaire wijze aanpakken, zo nodig en waar mogelijk door middel van (preventieve) interventies. We zien dat de zorg- en veiligheidsprofessionals aan de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd in staat worden gesteld om de casusregisseur ook vanuit de andere disciplines te voeden met informatie waardoor een vollediger beeld ontstaat rondom de jeugdige en zijn/haar gezin. De informatiepositie van de casusregisseur en de andere partijen wordt zo versterkt waardoor er effectievere inzet kan plaatsvinden op het overlastgevende en/of criminele gedrag van de jeugdige. De partners stemmen acties in een eerder stadium op elkaar af waardoor ze elkaar kunnen versterken in plaats van elkaar onbedoeld tegenwerken. Het vangnet voor kwetsbare jongeren en/of hun gezin wordt zo door de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd verbeterd. Op de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd wordt samen met de jeugdige en zijn/haar ouders een plan van aanpak opgesteld om de sociale positie van de jeugdige en zijn/ haar gezin te versterken en meer perspectief te bieden. We zien dat de ‘lokale kracht’ van de lokale zorg- en veiligheidsprofessionals wordt benut.
Zo wordt bijvoorbeeld een intensievere interventie vanuit jeugdhulp regelmatig versterkt door de inzet van Jongerenwerk (preventie). Op deze manier wordt de jeugdige in zijn/haar context samen ondersteund en wordt het zicht op het overlastgevende en/of crimineel gedrag vergroot waardoor er sneller door (lokale) partijen op kan worden geacteerd.
2. Samenwerking tussen zorg en veiligheidspartners versterken: We willen samen bouwen aan een netwerk van personen die elkaar weten te vinden, elkaars expertise kennen en elkaar daarin vertrouwen. Door de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd zien de verschillende zorg- en veiligheidspartners elkaar structureel. Dit zorgt voor een uitbreiding en intensivering van het professionele netwerk van de betrokken zorg- en veiligheidspartners en resulteert in de ‘kortere lijntjes’ tussen de diverse partners. Daarnaast ontstaat helderheid over elkaars taken en verantwoordelijkheden in het gezamenlijke plan van aanpak en zo ook in de algemene samenwerking. Goede samenwerking begint immers met elkaar opzoeken en in gesprek gaan over elkaars mogelijkheden en onmogelijkheden. Het gaat over het bouwen aan vertrouwen in elkaar. Het weten waar jouw expertise begint, maar ook waar die ophoudt en de expertise van een ander begint. Snappen wanneer jouw acties het werk van de ander versterken, maar ook snappen wanneer jouw acties het handelen van de ander onmogelijk maken, om vervolgens daarin samen keuzes maken. Zo worden de krachten gebundeld en ontstaat een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het eindresultaat. Als ketenregisseur zien we dat de zorg- en veiligheidspartners elkaar sneller weten te vinden. Wel zien we dat het persoonsafhankelijk blijkt.
Bij personeelswisselingen betekent dit dat een nieuwe samenwerkingsrelatie moet worden opgebouwd. De samenwerking vraagt hierin blijvend om aandacht en investering en om de rol van de ketenregisseur om de verbondenheid/samenwerkingsrelatie van de verschillende zorg- en veiligheidspartijen vanuit een ‘overstijgende’ blik te bezien en te versterken. Wanneer men niet alert is op lacunes in de samenwerking, wordt deze minder effectief en efficiënt. De gemeente zal vanuit haar rol als ketenregisseur dan ook structureel moeten investeren in de samenwerking met en tussen haar partners. Een deel van deze verantwoordelijkheid ligt ook bij de ketenpartners zelf.
7
Daarnaast wordt gezien dat partijen het belang van een goede, efficiënte samenwerking meer zijn gaan ondervinden waardoor zij hun investering in die samenwerkingsrelatie als de moeite waard ervaren. Doordat de gemeente de ketenregie voert binnen de casussen, kan de expertise van de verschillende partners optimaal benut worden en aan elkaar worden verbonden. De doorzettingsmacht van de gemeente wanneer zaken stagneren draagt hier tevens aan bij. Wanneer er een stagnatie in de samenwerking wordt gesignaleerd, is het van belang dat dit wordt besproken en onderzocht wordt op welke wijze een effectieve en efficiënte samenwerkingsrelatie onderhouden kan worden. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de ketenregisseur en alle zorg- en veiligheidspartners.
3. Effectieve regievoering: We willen als gemeente samen met zorg- en veiligheidspartners leren hoe op effectieve wijze invulling kan worden gegeven aan de rol van ketenregisseur en aan die van casusregisseur. Bij de integrale samenwerking tussen zorg- en veiligheidsprofessionals op het gebied van jeugdoverlast is een belangrijke rol weggelegd voor de gemeentelijke ketenregie om de samenhang binnen de integrale aanpak te vergroten. Een gemeentelijk ketenregisseur kan specifiek toezien op het opbouwen van verbondenheid in de aanpak van en tussen de verschillende ketenpartners. Daarnaast kan de gemeentelijk ketenregisseur met bestuurlijk mandaat sturen op het (samenwerkings)proces. We zien als gemeente dat het voor de partners prettig is dat de ketenregie bij de gemeente ligt, doordat de partners zich hierdoor bezig kunnen houden met het uitvoeren van het plan van aanpak en kunnen vertrouwen op de regierol vanuit de gemeente. De gemeente heeft een neutrale positie en stuurt bij op het proces waar dit nodig blijkt. Door met elkaar actief te bespreken wie er casusregisseur is, wordt de rolverdeling binnen een casus verduidelijkt en wordt binnen een casus actief gestuurd op de integrale afspraken. De casusregisseur en de ketenregisseur stemmen verder met elkaar af wanneer de afspraken niet worden nagekomen of andere drempels in de samenwerking worden ervaren.
4. Beleidssignalen: De signalen voortkomend uit het overlegplatform (de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd) over schotten/belemmeringen worden meegenomen naar de beleidsafdelingen binnen de gemeente en zo nodig worden voorstellen voor wijzigingen in beleid gedaan.
Behalve een taak richting de individuele jongere, heeft de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd ook een rol in de signalering met betrekking tot in de wijk voorkomende problemen van jeugdigen en eventuele lacunes in de ketensamenwerking. De context waarin de problematiek van een jeugdige zich manifesteert is daarbij ook van belang omdat de omgeving, de locatie, bewoners en andere contextuele zaken medebepalend zijn voor de vraag hoe gedragingen van een jeugdige worden ervaren. Deze signalen worden door de ketenregisseurs van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd ingebracht in het sociaal domein en/of het domein openbare orde en veiligheid waardoor er zo nodig beleid kan worden aangepast. Gedurende de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd zijn door de partijen en de gemeente knelpunten gesignaleerd waarbij inzet nodig was van meerdere partijen dan alleen de signalerende partij. In overleg met de gemeente hebben partijen op dit soort knelpunten nieuwe samenwerkingen opgezet. Voorbeelden hiervan zijn een bijeenkomst over rouwverwerking, een gezamenlijke aanpak gericht op Money Muling en Educatief Programma Jongeren (EPJO)2.
Ook zijn er bijvoorbeeld scherpere afspraken gemaakt tussen partijen over jongeren die 2 Het Educatief Programma Jongeren (EPJO) is een interactief lesprogramma ontwikkeld door de politie en de Peter Faber Stichting voor de leerlingen van groepen 8 basisschool en voortgezet onderwijs.
8
zonder dagbesteding komen te zitten, waardoor politie hen vaker op straat zou kunnen tegenkomen. Door middel van deze vormen van samenwerking is de communicatie tussen partners verbeterd en worden acties sneller uitgezet en in samenhang opgepakt. Ook werd door de partijen gedurende de overleggen gesignaleerd dat er steeds meer online jeugdoverlast lijkt plaats te vinden. Dit is een landelijke ontwikkeling waar het jongerenwerk mogelijk meer op zou kunnen inspelen en wat meegenomen wordt in de aanbevelingen. Een belangrijk beleidssignaal is de beschikbaarheid van voldoende (ad hoc) uren en financiën bij diverse afdelingen van de gemeente en de ketenpartners om in te kunnen spelen op de jeugdoverlast. Het streven hierin is een wendbare organisatie en samenwerking, waarin ruimte is om in te springen op de actuele ontwikkelingen en er ruimte is om dergelijke ontstane vragen vanuit ‘het veld’ op te pakken. 2.2 Expertise ontwikkeling gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen op het gebied van zorg en veiligheid De gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben de afgelopen jaren door (onder andere) de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd steeds meer expertise kunnen ontwikkelen op het gebied van samenwerking tussen zorg en veiligheid bij jeugdoverlast. De gemeenten vallen hierin steeds meer op binnen de (Veiligheids)regio.
Door de verworven kennis en kunde op het gebied van samenwerking tussen zorg en veiligheid zijn de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen gevraagd deel te nemen aan het regionaal kernteam ‘Jeugdaanpak’, waarbij op regionaal niveau wordt gekeken naar de aanpak van jeugd en overlastgevende en/of criminele jeugdgroepen. De kerngroep zal verbeterpunten in kaart brengen ten aanzien van de aanpak van jeugd, omdat deze momenteel erg versplinterd is. De overige deelnemende partijen zijn het Openbaar Ministerie, de politie, het Zorg- en Veiligheidshuis Hollands Midden, het Regionaal Samenwerkingsverband Integrale Veiligheid (RSIV) en de gemeente Delft. De opgedane kennis vanuit de kerngroep zal eveneens meegenomen worden in de verdere ontwikkeling van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd. Publicaties Ook zijn de ketenregisseurs in 2020 geïnterviewd door ‘Overheid van Nu’, waar een artikel uit is gevolgd: https://www.overheidvannu.nl/actueel/artikelen/2020/03/04/vers-van-de-pers-zorg-en-veiligheid-samenaan-tafel-om-jongeren-beter-te-helpen Tot slot zijn de ketenregisseurs van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen in verschillende interviews bevraagd naar de ervaringen met integrale samenwerking op het gebied van jeugdoverlast ten behoeve van onderzoek, onder andere door de Lector Aanpak Jeugdcriminaliteit van de Hogeschool Leiden en studenten Bestuurskunde van de Universiteit Leiden.
2.3 Behandelde casussen op de Zorg- en Veiligheidstafels Jeugd De Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd behandelt zowel individuen als groepen jongeren. In onderstaande tabel staat vermeld hoeveel jongeren sinds de start van de pilot besproken zijn op de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd. Een jongere kan zowel individueel, als via een groepsaanpak worden aangemeld op de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd. Daarnaast komt het met regelmaat voor dat er een casus anoniem met de ketenregisseur van de gemeente gewogen wordt om in te schatten of de casus thuishoort op de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd, of dat de casus in een ander overleg moet worden besproken (zie onder andere het werkproces van de Zorg- en Veiligheidstafel in bijlage 5). Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het Zorg- en Veiligheidshuis Hollands Midden wanneer afstemming met regionale partners nodig is.
Het programma is gericht op misdaadpreventie en laat politie, andere rolmodellen en zelfs ex-gedetineerden voor de klas in gesprek gaan met de leerlingen.
9
Gemeente
Weging van een casus
Aanmelding individuele tafel
Besproken jongeren
Waarvan in groepsaanpak
Hillegom
30
6
42
38*
Lisse
20
3
2
0
Teylingen
29
6
77
73**
*Waarvan 2 jongere die voorkwamen in zowel de groepsaanpak in 2018-2019 als in 2020. **Waarvan 12 jongeren voorkomen in zowel de groepsaanpak van 2019 als 2020. Het totale aantal meldingen jeugdoverlast wordt benoemd in deze evaluatie onder het kopje ‘De invloed van COVID-19'. Groepsaanpakken Sinds de start van de pilot Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd zijn 3 groepsaanpakken gerealiseerd/uitgevoerd. Op dit moment loopt nog een groepsaanpak in Teylingen. Bij de groepsaanpakken staan overlastgevende en/of criminele jeugdgroepen centraal en wordt samen met partners een integrale aanpak opgesteld aan de hand van het 7-stappen model3 (zie bijlage 6) Dit model is tevens verwerkt in het werkproces van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd (zie bijlage 5). In de aanpak van de jeugdgroepen werken verschillende netwerkpartners samen aan het in het beeld brengen van de jeugdgroep(en), het bepalen of en hoe die groep(en) aangepakt moet(en) worden en het daadwerkelijk aanpakken van de gezamenlijk geprioriteerde jeugdgroep(en). De regierol met betrekking tot de aanpak van jeugdgroepen ligt bij de gemeente (ketenregisseur). Het doel van de aanpak van de jeugdgroep(en) is: a. Het realiseren van minder overlast en criminaliteit door de betrokken jongeren. b. Het verstoren van de groepsdynamiek en het voorkomen van aanwas. c.
Het vormgeven van een integrale aanpak op de groepsleden waarbij ook nadrukkelijk wordt gekeken naar de rol van gezins- en familieleden; het beschermen van de groep jongeren die (door middelengebruik) in hun ontwikkeling worden bedreigd of veiligheidsrisico’s lopen, plus het ombuigen van een negatief perspectief van de jongeren (school, thuis) naar het bieden van toekomstperspectief. Uit wetenschappelijk literatuur is bekend dat de aanpak van jeugdgroepen alleen succesvol is wanneer dat integraal, samen met ketenpartners, wordt gedaan. Verder blijkt dat een jeugdgroep alleen effectief wordt aangepakt als verschillende leefgebieden (persoons-, systeem-, gebieds- en groepsgerichte maatregelen) van een individuele jeugdige uit de jeugdgroep wordt aangepakt4. Doordat de problematiek van de groep vanuit verschillende kanten wordt aangevlogen, ontstaat een meer duurzame aanpak. Daarbij wordt gebruik gemaakt van inzicht in criminogene en beschermende factoren. Aandachtspunten bij de groepsaanpak Bij de uitvoering van de groepsaanpakken volgens het landelijk 7-stappen model blijkt telkens dat er ruimte is voor verbetering. Jongeren zijn snel in het vormen en hervormen van groepen.
De tijd die nodig is om met de diverse partijen te komen tot integraal informatie uitwisselen en de aanpak (stap 5 van het 7-stappen model; zie bijlage 6) te bepalen is voor dit ‘groepsvormingsproces’ van de jongeren vaak te lang. Groepen hebben elk 3 Landelijk gebruikt model voor de aanpak van Jeugdgroepen. 4 Jong, J., & Gemert van, F. (2010). Een studie naar het concept groepsdruk. Amsterdam: Vrije Universiteit.
10
zo hun eigen dynamiek waardoor er maatwerk nodig is. Maatwerk integraal creëren is een intensief proces wat tijd vergt. Dit signaal wordt door de ketenregisseur ingebracht in het Regionaal Kernteam ‘Jeugdaanpak’ van het RSIV. Daarnaast is er op dit moment geen specifiek groepsaanbod in de ingekochte zorg voor jongeren wat inzet op het verstoren van groepsdynamiek. Dit signaal wordt binnen het domein Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen besproken met de collega’s die gaan over de inkoop van jeugdhulp, waardoor hier mogelijk bij de inkoop op kan worden ingespeeld. Ten slotte wordt gemerkt dat er in de groepsaanpakken voor het inzetten van maatwerk vaak ook behoefte is aan een budget. Er worden door de partijen gezamenlijke interventies vormgegeven, bijvoorbeeld in de vorm van extra ouderavonden/bijeenkomsten. Dit vraagt om een budget vanuit de gemeente omdat dit onder andere niet valt binnen de reguliere uren van de partijen en er bijvoorbeeld andere aanvullingen nodig zijn. Gedurende de pilot werd binnen de gemeente telkens gezocht naar nog beschikbare budgetten die konden worden ingezet voor de groepsaanpak. Dit kost veel tijd en biedt onvoldoende zekerheid waardoor er minder sprake is van effectieve inzet op de op dat moment spelende jeugdoverlast.
2.4 De invloed van COVID-19 De coronacrisis en de daarbij behorende maatregelen hebben een effect gehad op de jeugd in de gemeenten. Tijdens de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd gaven partners aan dat het zicht op de jeugd is verminderd. Het vermoeden van de partners is dat deze jongeren in kleinere groepen bij een jongere thuis afspreken. Dit heeft tot gevolg dat partners jongeren minder zien en daardoor ook minder goed op de hoogte zijn van de problemen die bij deze jongeren spelen en de aanwezige groepsdynamiek. Daarnaast speelt mee dat de verschillende zorgen veiligheidspartners sinds COVID-19 in een korte tijd hun werk op een andere manier hebben moeten inrichten om hun werkzaamheden doorgang te kunnen laten vinden. Zij hebben continu moeten inspringen op de geldende maatregelen waarmee men minder ruimte had om overstijgend te kijken naar casussen. Dit heeft mogelijk ook geleid tot minder aanmeldingen voor de Zorg- en Veiligheidstafels sinds maart 2020. In de enquête die in december 2020 is afgenomen onder de deelnemende partijen gaf een groot deel van de partners aan dat zij het beeld hebben dat de mate en ernst van de jeugdoverlast en -problematiek is toegenomen, met name in de openbare ruimte en online. Dit is ook terug te zien in een stijging in het aantal meldingen overlast jeugd bij de politie.
Overlastmeldingen jeugd bij de politie De politie registreert het aantal overlastmeldingen dat betrekking heeft op jeugd. Uit deze politieregistraties komt naar voren dat in zowel Hillegom, Lisse als Teylingen sinds 2019 het aantal overlastmeldingen is toegenomen. In Lisse is deze toename het kleinst; 126 meldingen in 2019 en 138 meldingen in 2020. In Hillegom zijn in 2019 171 meldingen gedaan en 220 in 2020. Tot slot wordt in Teylingen de grootste toename gezien in het aantal overlastmeldingen; 192 in 2019 en 262 in 2020. Wanneer in Teylingen per dorpskern wordt gekeken, komt naar voren dat de overlastmeldingen in Warmond nagenoeg gelijk zijn gebleven (29 meldingen in 2019, 28 meldingen in 2020). In Sassenheim en Voorhout wordt wel een toename geregistreerd, waarbij er in Voorhout sprake is van bijna een verdubbeling (63 tegenover 124 in 2020). In het algemeen kunnen de hogere cijfers voor 2020 ten opzichte van 2019 deels verklaard worden door de coronamaatregelen. De politie is overtredingen van de coronamaatregelen (bijvoorbeeld met een grotere groep dan toegestaan bij elkaar staan) eveneens gaan registreren onder ‘overlast jeugd’. Derhalve kan er sprake zijn van een registratie-effect. Ook zijn door de coronamaatregelen veel activiteiten voor jongeren weggevallen.
Scholen zijn lange tijd gesloten geweest, jongerencentra konden een beperkt aanbod bieden, sportverenigingen waren gesloten en ook uitgaansgelegenheden waren dicht. Daarbij zijn veel jongeren met een flexibel contract (bijvoorbeeld in de horeca) verplicht minder gaan werken of hun baan kwijtgeraakt. Bovenstaande kan ervoor
11
hebben gezorgd dat jongeren meer in de openbare ruimte verbleven, waardoor meer overlast werd gecreëerd en ook eerder overlast werd ervaren omdat er veel meer mensen thuis zijn. Het verbinden van harde conclusies aan de toename van overlastmeldingen dient dan ook vermeden te worden. Structurele inzet Zorg- en Veiligheidstafels Jeugd Vanwege het feit dat de partners aangaven de jongeren minder in het zicht te hebben en de overlastcijfers toenamen, is besloten om de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd structureel doorgang te laten vinden om ontwikkelingen rondom jeugd met de partners te kunnen bespreken. De partners is daarnaast expliciet gevraagd om jongeren waar zij zorgen om hebben aan te melden voor de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd of desnoods met de ketenregisseur anoniem af te wegen.
12
3
ERVARINGEN VAN DE DEELNEMENDE PARTIJEN
3.1 Doelstellingen Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd Voor aanvang van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd is in september 2019 onder de deelnemende partijen een eerste vragenlijst (zie bijlage 3) afgenomen (de nulmeting) om te vragen naar hun ervaringen op het gebied van jeugdoverlast. In december 2020 en januari 2021 is deze vragenlijst wederom afgenomen. De originele vragenlijst is gezien de maatschappelijke omstandigheden uitgebreid met een aantal COVID-19 gerelateerde vragen (zie bijlage 4). Daarnaast is ervoor gekozen om ook mondeling met een aantal deelnemende partijen in gesprek te gaan over de ervaringen tot nu toe. Deze gesprekken hebben in december 2020 en januari 2021 via een digitaal overleg plaatsgevonden. 1. Vroegsignalering en preventie: In een vroeg stadium jeugdigen signaleren die overlast veroorzaken in het verzorgingsgebied en/ of crimineel gedrag vertonen en dit op een sluitende, effectieve en interdisciplinaire wijze aanpakken, zo nodig en waar mogelijk door middel van (preventieve) interventies. De deelnemende partijen zijn gevraagd in hoeverre zij ervaren dat er sprake is van vroegsignalering en preventie door de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd.
Tijdens de evaluatiegesprekken gaven de partners aan dat de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd ook doorgang moeten vinden wanneer er geen casuïstiek is aangemeld, om ontwikkelingen rond de jeugd te bespreken en vroegsignalering te bevorderen. In de enquête kwam dit ook naar voren: 64,3% van de respondenten gaf aan dat de tafel niet alleen op basis van aanmelding moet worden georganiseerd en dat er structureel overleg moet plaatsvinden om signalen en trends op het gebied van jeugd, zorg en veiligheid met elkaar te bespreken. Ten aanzien van de onderlinge sluitende interdisciplinaire samenwerking geven de respondenten aan dat deze is verbeterd: 71,4% van de respondenten geeft in 2020 aan samen te werken met de partners, in 2019 was dit 57,9%. De deelnemende partijen ervaren dat er meer interdisciplinair wordt samengewerkt sinds de start van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd. De partners geven verder aan dat de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd heeft bijgedragen aan nieuwe interdisciplinaire ideeën en inzichten voor wat betreft de omgang en aanpak van problematiek bij jongeren met overlastgevend en/of crimineel gedrag.
2. Samenwerking tussen zorg en veiligheidspartners versterken: We willen samen bouwen aan een netwerk van personen die elkaar weten te vinden, elkaars expertise kennen en elkaar daarin vertrouwen. Uit de vragenlijsten (zie bijlage 3 en 4) en de evaluatiegesprekken blijkt dat alle gesproken partners een gezamenlijk belang ervaren bij de samenwerking in de aanpak van jongeren met overlastgevend en/of crimineel gedrag. Waar in 2019 nog 58% van de partners aangaf dat er sprake was van een goede samenwerking, geldt dit in 2020 voor 71% van de respondenten. Hierbij wordt vooral benoemd dat de Zorg- en Veiligheidstafel heeft gezorgd voor kortere lijnen tussen de partners. Er worden minder belemmerende factoren ervaren in de onderlinge samenwerking. Ook hebben partijen de kracht van de samenwerking op het gebied van jeugdoverlast ervaren. In 2020 geeft 50% van de respondenten aan dat de samenwerking met andere partners hen op nieuwe ideeën en inzichten heeft gebracht, in 2019 was dit nog 31,6%. De meerderheid van de partijen weet inmiddels welke andere zorg-
13
en veiligheidspartijen er zijn en wat hun rol is in de aanpak van jeugdoverlast. Hier is nog wel ruimte voor verbetering. Er wordt een toename gezien in het onderlinge vertrouwen in het omgaan met gedeelde informatie. De privacywetgeving blijft wel een knelpunt in de onderlinge samenwerking tussen de zorg- en veiligheidspartijen. Partijen weten niet altijd wat voor informatie ze wanneer met elkaar mogen delen en het delen van informatie tussen de zorg- en veiligheidsketen blijft ondanks een convenant (juridisch) complex.
3. Effectieve regievoering: We willen als gemeente samen met zorg- en veiligheidspartners leren hoe op effectieve wijze invulling kan worden gegeven aan de rol van ketenregisseur en aan die van casusregisseur. Ten aanzien van de rol van de keten- en casusregisseur geven de deelnemende partijen aan sinds de start van het project een verbetering te ervaring in de keten- en casusregievoering in een casus. De ervaren problemen in regievoering zijn afgenomen (in 2019 ervoeren 84,2% van de deelnemende partijen nog problemen met regievoering, in 2020 was dit nog maar 42,9%). Dit betekent dat we een stap in de goede richting hebben gezet, maar er nog steeds ruimte voor verbetering blijft. 3.2 Verdere ervaringen van de deelnemende partijen met de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd De procedure voor het aanmelden van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd is bij 64.3% van de partners die de vragenlijst hebben ingevuld geheel duidelijk. De aanmeldingsprocedure wordt als laagdrempelig ervaren (71.4%). Toch hebben we in de evaluatiegesprekken ook geconstateerd dat hierin nog een verbetering te maken is. Partijen weten niet altijd wanneer een casus wel of niet in aanmerking komt voor de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd en melden dan niet aan. Daarop hebben we bij partijen aangegeven om bij twijfel vooral contact te zoeken met de ketenregisseurs van de gemeente.
Op de vraag of er verbeteringen mogelijk zijn aan de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd antwoorden partijen: -
Structureel laten samenkomen van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd, ook wanneer er geen casuïstiek is aangemeld, om algemene ontwikkelingen te bespreken op het gebied van jeugdoverlast;
-
Een hoger tempo in de behandeling van casuïstiek en in het proces van groepsaanpak;
-
Een gezamenlijke visie en vooraf doelen formuleren van het overleg.
Vrijwel alle bevraagde partijen zijn van mening dat de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd na de pilot gecontinueerd moet worden.
14
4
AANBEVELINGEN TER VERBETERING
Naar aanleiding van de enquêtes, afgenomen onder de deelnemers van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd en de evaluatiegesprekken, zijn enkele aanbevelingen voor verbetering van de tafel naar voren gekomen: -
Het structureel laten plaatsvinden van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd, ook indien er geen casuïstiek is aangedragen. Tijdens het overleg bestaat de mogelijkheid om algemene ontwikkelingen onder de jeugd te bespreken en zo de vroeg signalering te bevorderen.
-
Het verduidelijken van de aanmeldcriteria van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd en het nogmaals toelichten van het werkproces bij de deelnemende partijen.
-
Het blijvend verbeteren van keten- en casusregie.
-
Het verbeteren van het werkproces voor groepsaanpakken, waardoor meer snelheid wordt gecreëerd in het proces. Dit wordt besproken in de werkgroep Regionaal Kernteam ‘Jeugdaanpak’ van het RSIV. In afwachting van aanpassingen kan ervoor worden gekozen om de jongeren eerst individueel te agenderen voor de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd zodat er sneller integrale informatie-uitwisseling kan plaatsvinden.
-
Het verduidelijken van de kaders waarbinnen informatie gedeeld mag worden; er wordt een verlegenheid gezien in het delen van privacygevoelige informatie, ondanks het geldende convenant. Dit maakt dat de totstandkoming van een aanpak bemoeilijkt wordt.
-
De beschikbaarheid van voldoende (ad hoc) uren en financiën bij het domein Maatschappelijke Ontwikkeling en domein Buitenruimte (Openbare Orde en Veiligheid) van de gemeenten en de ketenpartners om in te kunnen spelen op de jeugdoverlast.
-
Onderzoeken van mogelijkheden om groepsaanbod voor jeugdgroepen mee te nemen in de inkoop jeugdhulp.
-
Meer inzet plegen op online overlast en onderzoeken of, naast de gemeenten, ook Welzijnskwartier hier een rol in kan spelen.
15
5
TUSSENTIJDSE CONCLUSIE EN ADVIES
5.1 Tussentijdse conclusie Gelet op de beoogde resultaten van het project: 1. Vroegsignalering en preventie 2. Samenwerking tussen zorg en veiligheidspartners versterken 3. Effectieve regievoering 4. Beleidssignalen kan het volgende worden gesteld: de samenwerking tussen de partners is door de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd verbetert, waardoor zorgen rondom jongeren eerder worden gedeeld en sneller tot een integrale aanpak wordt gekomen. De partners geven aan elkaar beter te kunnen vinden en vinden het belangrijk dat de tafel structureel wordt georganiseerd, ook wanneer er van tevoren geen jongeren zijn aangemeld. Op deze manier kan het integrale algemene beeld van de jongeren in de gemeente besproken worden en kunnen signalen vroegtijdig met elkaar gedeeld worden. De partijen zijn tevreden over de regievoering (zowel keten- als casusregie). De partners en de gemeenten zijn van mening dat de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd gecontinueerd moet worden, waarbij er ruimte ligt voor verbetering in de snelheid van het proces van de groepsaanpak en de kennis over informatie-uitwisseling bij de partijen. De Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd levert beleidssignalen op en brengt zo de uitvoering en het beleid van de gemeente dichter bij elkaar.
De structuur van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd, met daarin een rol voor de gemeente als ketenregisseur, is noodzakelijk om een structureel overleg ten aanzien van de problemen rondom jeugdoverlast te laten plaatsvinden en hierop efficiënt en integraal op te kunnen inzetten. 5.2 Advies Ons advies is de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd te continueren en bij te sturen op onze bevindingen tot het einde van de pilot in oktober 2021. Aangezien alle ketenpartners een meerwaarde zien in de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd en het er reeds voor heeft gezorgd dat de verbinding tussen de zorg- en veiligheidspartners is verbeterd, is het wenselijk de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd na de pilot te bestendigen. Hierbij dient aandacht te zijn voor de mogelijkheid voor het uitwerken van beleidssignalen, omdat hier momenteel heel beperkt ruimte voor is. Dit zorgt ervoor dat er onvoldoende ingegaan kan worden op actualiteiten, wat problematisch kan zijn in de aanpak van (overlastgevende) jeugdproblematiek en de preventie. Dit geldt eveneens voor het ontbreken van een structureel budget. Het streven hierin is het toewerken naar een wendbare samenwerking met slagkracht in de aanpak van jeugdoverlast. Mogelijke overweging: opzet van de Zorg- en Veiligheidstafels Volwassenen Naast jeugdoverlast wordt in de gemeenten ook overlastproblematiek bij volwassenen ervaren.
Daarom is de opdracht ‘Lokale Zorg- en Veiligheidsstructuur multi-problematiek' opgesteld gericht op het verhelderen van de zorg- en veiligheidsstructuur bij volwassenen. In de huidige situatie bestaat in iedere gemeente een zorgnetwerk, waar casuïstiek wordt besproken van zorgmijding. Deze zorgnetwerken worden voorgezeten door het Meldpunt Zorg en Overlast. Daarnaast zijn er verschillende informele overleggen die gericht zijn op overlastproblematiek. Er is momenteel geen formele overlegtafel waar overige overlastproblematiek bij volwassenen besproken wordt in de gemeenten, waar ingezet wordt op vroegsignalering en voorkoming van overlast.
16
Met name woonoverlast komt bij volwassenen regelmatig voor. In de huidige samenwerking worden enkele knelpunten ervaren: -
Onduidelijk waar casus- en procesregie is belegd bij (woon)overlastproblematiek;
-
Een doorzettingsmacht ontbreekt;
-
Onvoldoende inzet op een integraal afgewogen aanpak.
De ervaringen van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd laten zien dat een overlegtafel de samenwerking tussen partners verbetert en deze knelpunten weg kan nemen. Door de ketenregie te beleggen bij de gemeente, faciliteert de gemeente de organisatie van dit overlegtafel en worden partners ontlast. Ook biedt een dergelijke overlegtafel de mogelijkheid om sterker in te zetten op preventie en vroegsignalering ter voorkoming van (woon)overlastproblematiek bij volwassenen. Voor de opzet van een overlegtafel voor (woon)overlastproblematiek bij volwassenen is de methodiek van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd helpend. Het is van belang dat een overlegtafel voor volwassenen eveneens plaatsvindt met de borging van een convenant, omdat er nog geen concrete afspraken zijn vastgelegd met betrekking tot gegevensdeling. Het convenant van de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd kan hiervoor als voorbeeld dienen. Ook het werkproces van Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd kan meegenomen worden. Integrale toegang ‘Voor ieder 1’ Wanneer de Zorg- en Veiligheidstafel Jeugd gecontinueerd wordt, zullen de ketenregisseurs zorgdragen voor aansluiting op de Integrale Toegang 'Voor ieder 1’. Op dit moment is er binnen de Integrale Toegang ‘Voor ieder 1’ geen aparte overlegtafel voor jeugd met overlast gevend en/of crimineel gedrag.
17
BIJLAGEN BIJLAGE 1 Convenant Zorg en Veiligheidstafel Jeugd Hillegom, Lisse & Teylingen Ondergetekende: Driehoekspartners: 1. Gemeente Hillegom, te dezen vertegenwoordigd door burgemeester A. van Erk; 2. Gemeente Lisse, te dezen vertegenwoordigd door burgemeester L. Spruit; 3. Gemeente Teylingen, te dezen vertegenwoordigd door burgemeester C. Breuer; 4. Politie Eenheid Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de waarnemend chef van het Basisteam Bollenstreek Noord, mw. M. J. M. Blom (politie); 5. Politie Eenheid Den Haag, te dezen vertegenwoordigd door de chef van het Basisteam Noordwijk, dhr. H. Woppenkamp (politie); 6. Openbaar Ministerie, te dezen vertegenwoordigd door dhr. R. J. L. van Bokhoven, gebiedsofficier van Justitie, arrondissementsparket Den Haag (OM); Partners: 1. Jeugd en Gezinsteam Hillegom, Lisse, Teylingen, te dezen vertegenwoordigd door mw. M. Goedhart, directeur coöperatie Jeugd- en gezinsteams Holland Rijnland (JGT); 2. Regionaal Bureau Leerplicht, te dezen vertegenwoordigd door dhr. S. Janssen, Hoofd Regionaal Bureau Leerplicht (RBL); 3. Welzijnskwartier, te dezen vertegenwoordigd door dhr. P. van Arkel, Directeur (Jongerenwerk); 4. St. Jeugdbescherming West Zuid-Holland, te dezen vertegenwoordigd door mw. A. J. Rotering, Voorzitter Raad van Bestuur (jeugdbescherming/ jeugdreclassering); 5. Stichting Halt, te dezen vertegenwoordigd door mw. C.
Mooijman, Regiomanager Halt Den Haag en Rotterdam (halt); 6. Kwadraad maatschappelijk werk, te dezen vertegenwoordigd door (maatschappelijk werk); 7. Stichting Fioretti Teylingen, te dezen vertegenwoordigd door dhr. C. H. P. Vreugdenhil, College van bestuur (VO Fioretti Hillegom, Lisse en KTS in Voorhout); 8. Stichting OBODB, te dezen vertegenwoordigd door dhr. P. Went, directeur-bestuurder (Openbaar PO Hillegom, Lisse en Teylingen: Daltonschool Hillegom, OBS De Tweemaster, OBS Het Bolwerk en OBS De Achtbaan).
Overwegende dat: - partijen van mening zijn dat en door deelname aan de Zorg- en Veiligheidstafel ze primair samenwerken aan een toekomstperspectief voor overlast veroorzakende jeugdigen en dat daarmee de overlast wordt teruggedrongen; - het hiervoor nodig is om gezamenlijk tot een duurzame sluitende, effectieve en integrale aanpak te komen, waarbij vroegsignalering en preventie worden bevorderd en versterkt; - het noodzakelijk is, om tot die aanpak te komen, dat de domeinen Maatschappelijke Ontwikkeling en Buitenruimte (Openbare orde en Veiligheid) binnen de gemeenten en de ketenpartners van de zorgen veiligheidsdomeinen samenwerken om een gezamenlijke werkwijze en aanpak te ontwikkelen, te versterken en te verankeren in hun eigen werkprocessen;
18
Gelet op dat: - artikel 3 van het Verdrag inzake de rechten van het Kind (IVRK) zowel publiekrechtelijke instanties als privaatrechtelijke instellingen opdraagt om bij het nemen van maatregelen de belangen van het kind steeds de eerste overweging te laten zijn; - artikel 16 van het IVRK, artikel 8 EVRM en artikel 10 van de Grondwet, de privacy en de persoonlijke levenssfeer van de jeugdige(n) en zijn of haar wettelijke vertegenwoordigers beschermen en de daarop gebaseerde regelgeving en rechtspraak bij de uitvoering van dit convenant in acht worden genomen; - de Algemene Verordening Gegevensbescherming en in het bijzonder hoofdstuk II en III, de normen bevat die partijen bij de gegevensverwerking voor de uitvoering van dit convenant eerbiedigen en naleven, en de uitvoeringswet AVG; - partijen een wettelijke taak en bevoegdheden hebben of een wettelijke taak als derde onder verantwoordelijkheid van het college verrichten, dan wel een zwaarwegend belang hebben in het kader van het aanbieden van hulp en (gezondheids)zorg aan jeugdigen of de handhaving van de rechts- of openbare orde, dat voor de verschillende fasen in het kader van de zorg- en veiligheidstafel als grondslag kan dienen om gegevens te verwerken indien die verwerking niet verder gaat dan voor het doel van een bepaalde fase noodzakelijk is; - het van belang is dat partijen in het kader van de in dit convenant
beschreven werkprocessen een zorgvuldige afweging maken om per fase en vraagstuk niet meer gegevens te verwerken dan dat noodzakelijk is voor te bereiken doel in een bepaalde fase of voor de uitvoering van een plan van aanpak en zelf verantwoordelijk zijn voor het tijdig maken van de afweging; - partijen gedurende alle fasen van de zorg- en veiligheidstafel zeggenschap houden over de gegevens die zij inbrengen en het verwerken ervan door de andere partijen bij het convenant en dat gegevens uitsluitend gebruikt worden voor het doel waarvoor door een deelnemende partij gevraagd is de gegevens te verwerken.
Komen overeen: Afdeling I – Begripsbepalingen, doel Convenant en samenwerking en structuur zorg en veiligheidstafel Artikel 1 - Begripsbepalingen -
Aanmelder: een ketenpartner die een vraagstuk aanmeldt bij de ketenregisseur; Casusregisseur, afgevaardigde van ketenpartner die de regie heeft bij uitvoering van afspraken en besluiten, bedoeld in artikel 5, vijfde lid. College: college van burgemeester en wethouders van een van de gemeenten; Convenant: het Convenant Zorg- en Veiligheidstafel jeugd HLT; Gegevensverwerking: verwerking van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 4 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming; Jeugdigen: jeugdigen als bedoeld in artikel 1 van de Jeugdwet 2015; Gemeenten: de gemeente Lisse, Hillegom en Teylingen; Ketenpartner(s): een (afgevaardigde van) individuele of meerdere ketenpartner(s) uit de veiligheidsof zorgketen; Ketenregisseur: ambtenaar van de werkorganisatie HLTsamen die werkzaam is voor het domein Maatschappelijke Ontwikkeling of voor het domein Buitenruimte (Openbare Orde en Veiligheid) en binnen de werkorganisatie HLTsamen zijn aangesteld als projectleiders van de Zorg en Veiligheidstafel Jeugd HLT;
19
-
-
Kerngroep focusoverleg (groepsaanpak): ketenregisseur HLTsamen, politie, JGT, jongerenwerk, indien een groepsvraagstuk in de kerngroep wordt besproken wordt dit overleg aangevuld met een leerplichtambtenaar; Stuurgroep: burgemeester en wethouder(s) verantwoordelijk voor jeugd en (jeugd)zorg; Veiligheidsketenpartners: politie, HALT, jeugdreclassering; Verzorgingsgebied: het gezamenlijke grondgebied van de gemeenten; Werkproces: bijlage van het convenant waarin de werkwijze en procedures van de zorg- en veiligheidstafel worden opgenomen. Zorgketenpartners: Jongerenwerk, Regionaal Bureau Leerplicht Holland Rijnland, Jeugd en Gezin Team van de gemeenten (JGT), Stichting jeugdbescherming West, primair en voorgezet onderwijs.
Artikel 2 - Doel van de samenwerking 1. De samenwerking is bedoeld om in een vroeg stadium jeugdigen te signaleren die overlast veroorzaken in het verzorgingsgebied en deze overlast op een sluitende, effectieve en interdisciplinaire wijze aan te pakken, zo nodig en waar mogelijk door middel van (preventieve) interventies. 2. Het in het eerste lid genoemde doel wordt bereikt door gezamenlijk de vroegsignalering van de aan de overlast onderliggende problematiek te bevorderen en preventieve handelingsperspectieven te versterken. 3. Voor de in het eerste genoemde doelen wordt afzonderlijk voor iedere inliggende gemeente in het verzorgingsgebied een zorg- en veiligheidstafel ingesteld, bedoeld in artikel 3. Artikel 3 - De zorg- en veiligheidstafel 1. De zorg- en veiligheidstafel is een samenwerkingsverband van de gemeenten en ketenpartners in het verzorgingsgebied, onder regie van de gemeente via een ketenregisseur, waarbinnen vraagstukken ten aanzien van overlast gevende jeugdigen, zowel individueel als in groepsverband, waarbij sprake is van meervoudige problematiek zowel op het gebied van zorg als veiligheid, kunnen worden besproken en aangepakt. 2. De zorg- en veiligheidstafel faciliteert de procedure voor de toegang tot en van het casusoverleg waar complexe vraagstukken kunnen worden besproken. 3.
Daarnaast fungeert de zorg- en veiligheidstafel ter signalering van relevante trends en ontwikkelingen ten behoeve van de verantwoordelijkheid van de colleges voor een doelmatig, doeltreffend en samenhangend gemeentelijk beleid ten aanzien van de preventie, de toegang tot en verlening van jeugdhulp ingevolge de Jeugdwet. 4. De colleges van de gemeenten mogen voor de doeleinden bedoeld in het derde lid, ingevolge artikel 7.4.1 van de Jeugdwet, voor zover dat noodzakelijk is voor de in dat artikel genoemde doeleinden gegevens verwerken overeenkomstig de wijze voorgeschreven in paragraaf 7.4 van de Jeugdwet. Artikel 4 - Structuur zorg en veiligheidstafel De zorg en veiligheidstafel kent de volgende structuur: - Een casusoverleg, dat volgt op de aanmeld- en triagefase; - Een ketenregisseur, met secretariële ondersteuning, die de regie voert over de voortgang van de verschillende fases en procedures en zo nodig de casusregisseur ondersteunt; - Een kerngroep, voor het focusoverleg; - Een stuurgroep, ter bevordering van de voortgang en eenheid van de zorg- en veiligheidstafel en samenwerking;
Afdeling II - Aanmeldfase, triagefase, focus- en casusoverleg
20
Artikel 5 - Casusoverleg 1. Met enige regelmaat organiseert de ketenregisseur in iedere gemeente in het verzorgingsgebied een casusoverleg. 2. De besluiten en afspraken die in het casusoverleg worden genomen en gemaakt komen in gemeenschappelijk overleg tot stand, indien: a. een afgevaardigde ketenpartner niet aanwezig kan zijn, regelt deze vervanging of draagt zorg voor een schriftelijke inbreng over het vraagstuk zodat de overige aanwezigen bij het casusoverleg in gemeenschappelijk overleg afspraken en besluiten tot stand kunnen laten komen; b. de ketenpartners tijdens het casusoverleg niet tot gemeenschappelijke besluiten en afspraken over een vraagstuk kunnen komen doet de ketenregisseur een procesvoorstel om te bezien of afspraken en besluiten alsnog tot stand kunnen komen zo nodig in een volgend casusoverleg; c. in het uiterste geval dat na het procesvoorstel van de ketenregisseur, bedoeld in onderdeel b, geen gemeenschappelijke afspraken en besluiten tot stand kunnen komen dan wel een of meerdere ketenpartners zich onthouden van het uitvoeren van besluiten en afspraken die reeds in een casusoverleg stand zijn gekomen, kan de ketenregisseur de stuurgroep van de gemeente waar het casusoverleg plaatsvindt verzoeken om een procesvoorstel. De stuurgroep kan, na de bestuurder(s) van de betreffende ketenpartner(s) te hebben gehoord, in het procesvoorstel verzoeken: i.
het vraagstuk opnieuw laten agenderen voor een casusoverleg rekening houdend met de gevoelens van de betreffende ketenpartner(s) of het vraagstuk in zijn geheel opnieuw in een casusoverleg te laten behandelen; ii. de medewerking van de betreffende ketenpartner(s) gelasten. 3. In uitzonderlijke gevallen kan, in afwijking van het tweede lid, en niet dan nadat eerst een procesvoorstel, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, is gedaan, de stuurgroep, overeenkomstig een advies van de ketenregisseur, besluiten en afspraken vaststellen. Een dergelijk advies van de ketenregisseur heeft ten minste de instemming van de meerderheid van de bij het vraagstuk betrokken ketenpartners. 4. De bij het casusoverleg betrokken ketenpartners verwerken op de grondslagen genoemd in artikel 12, gegevens indien deze voor de uitvoering van afspraken en besluiten uit het casusoverleg noodzakelijk zijns. 5. Het casusoverleg is niet openbaar, deelname door de ketenpartners en de jeugdige en wettelijke vertegenwoordigers geschiedt uitsluitend op uitnodiging van de ketenregisseur. 6. Nadere procedurele regels over de werkwijze van het casusoverleg kunnen worden opgenomen in de bij dit convenant behorende werkproces Zorg en Veiligheidstafel Jeugd HLT.
Artikel 6 – voorwaarde casusoverleg Een vraagstuk wordt niet in het casusoverleg, besproken dan nadat het ingevolge de procedure in artikel 7 en 8 is aangemeld onderscheidenlijk behandeld is in de triagefase. Artikel 7 - Aanmeldfase 1. Een ketenpartner meldt bij de ketenregisseur een complex vraagstuk waarvan hij bespreking in het casusoverleg noodzakelijke vindt. 2. De ketenregisseur beoordeelt of het vraagstuk voldoet aan de criteria die voor de toegang tot het casusoverleg in het werkproces hiervoor zijn opgenomen uitsluitend op basis van de door de aanmelder verstrekte gegevens. 3. Indien de ketenregisseur oordeelt dat het vraagstuk voldoet aan de criteria voor verdere behandeling wordt dit gemeld aan de betreffende ketenpartner en kan het vraagstuk door naar behandeling in de
21
triagefase, bedoeld in artikel 8. Indien het een vraagstuk betreft waarvoor een groepsscan is gemaakt door de Politie, verwijst de ketenregisseur dit vraagstuk door voor behandeling van het kerngroep focusoverleg groepsaanpak, bedoeld in artikel 8, vierde lid. Het informeren, bedoeld in het vijfde lid, van de individuele leden van de groepsscan blijft voor de aanmeldfase achterwege. 4. De aanmelder informeert de jeugdige en zijn wettelijke vertegenwoordigers nadat de ketenregisseur heeft beoordeeld of het vraagstuk voor verdere behandeling bij de zorg- en veiligheidstafel in aanmerking komt, over de aanmelding, de beoordeling van de ketenregisseur en de verdere vervolgstappen. Het informeren geschiedt met toepassing van artikel 7.1.5.1 Jeugdwet. 5. Nadere procedurele regels over de werkwijze van de aanmeldfase, en in het bijzonder de werkwijze voor de vraagstukken die niet of niet zonder meer voor behandeling in het casusoverleg in aanmerking komen, kunnen worden opgenomen in de bij dit convenant behorende werkproces Zorg en Veiligheidstafel Jeugd HLT. Artikel 8 - Triagefase en focusoverleg 1. Indien een vraagstuk is aangemeld wordt voor: a. een individueel vraagstuk door de ketenregisseur in de triagefase, het vraagstuk voorbereid voor bespreking in het casusoverleg, of indien het: b.
een groepsvraagstuk betreft wordt het vraagstuk, in het kader van de triage, besproken in de kerngroep focusoverleg groepsaanpak. 2. De relevante ketenpartners voor de behandeling van het individuele vraagstuk verwerken op verzoek van de ketenregisseur uitsluitend de voor deze fase noodzakelijke gegevens. 3. Op basis van gegevensverwerking die in het kader van deze fase plaatsvindt, maakt de ketenregisseur een afweging of het individuele vraagstuk voldoende is voorbereid om in het casusoverleg te worden besproken of dat het nodig is een focusoverleg over het vraagstuk te gelasten met de kerngroep focusoverleg. 4. Indien het een groepsvraagstuk betreft dan wordt: a. in de kerngroep focusoverleg groepsaanpak op basis van de groepsscan een prioritering gemaakt van de individuele leden van de groep. Indien een individueel groepslid een hoge prioriteit toegewezen krijgt, wordt het een individueel vraagstuk dat door de ketenregisseur wordt voorbereid; b. de ketenregisseur is verantwoordelijk dat de individuele leden van de groepsscan, worden geïnformeerd dat zij: i. in een groepsscan van de politie zijn genoemd; ii. welke vervolgstappen worden ondernomen; iii. en de overige 5. Nadere procedurele regels over de werkwijze van de triagefase alsmede het focusoverleg kunnen worden opgenomen in de bij dit convenant behorende werkproces.