CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D15.1 GR KDB, Bijlage Jaarstukken 2025 incl controleverklaring

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken12.489 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarstukken 2025 GR KDB 31 mei 2026 Inhoudsopgave Bericht van het dagelijks bestuur 3 Programmaverantwoording 11 Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing 12 Onderhoud kapitaalgoederen 13 Financiering 14 Bedrijfsvoering 14 Verbonden partijen 16 Wet open overheid (Woo) 16 Jaarrekening Balans per 31 december 2025 18 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 20 Toelichting op de balans 24 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 30 Rechtmatigheidsverantwoording 38 Bijlagen Gerealiseerde baten en lasten per taakveld 39 Controleverklaring van de onafhankelijke accountant 40 Pagina 2 Bericht van het dagelijks bestuur Doelstelling van de regeling De Gemeenschappelijke regeling werkbedrijven Kust-, Duin- en Bollenstreek (hierna GR KDB) behartigt de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de Wet sociale werkvoorziening, de participatievoorziening beschut werk als voorzien in artikel 10b van de Participatiewet en het plaatsen van werkzoekenden, al dan niet met een arbeidsbeperking, bij werkgevers. Algemene ontwikkelingen op bestuurlijk niveau Binnen de GR KDB wordt een drietal samenwerkingsmodules ten uitvoer gebracht:  sociale werkvoorziening  participatievoorziening beschut werken  re-integratie De GR KDB is een gemeenschappelijke regeling van deelnemende gemeenten en daarmee een openbaar lichaam.

De GR KDB kent een modulaire opbouw waardoor gemeenten zelf beslissen of zij deelnemen aan één of meerdere modulen. Aan de module sociale werkvoorziening doen alle zeven deelnemende gemeenten mee, te weten Hillegom, Katwijk, Lisse, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen en Wassenaar. Aan de modulen beschut werken en re-integratie doen vijf van de deelnemende gemeenten mee, te weten Hillegom, Katw ijk, Lisse, Noordwijk en Teylingen. Voor de modulen geldt dat de uitvoering plaatsvindt in uitvoeringsorganisatie Provalu (voorheen MareGroep). Provalu kent een NV structuur en maakt als zodanig geen onderdeel uit van deze jaarrekening. Zie hiervoor ook de paragraaf "Verbonden partijen" van de verplichte paragrafen. De bestuursorganen van het werkvoorzieningschap zijn: het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de voorzitter. Het Algemeen Bestuur bestaat uit zeven leden en zeven plaatsvervangende leden inclusief de voorzitter. Deze leden en plaatsvervangende leden zijn door de raden van de gemeenten uit hun midden – de voorzitter inbegrepen – en uit de wethouders aangewezen. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit drie leden inclusief de voorzitter. Deze leden zijn door het Algemeen Bestuur aangewezen. Het bestuur in 2025 is als volgt samengesteld: Zittende bestuurders: Hillegom Dhr. J.A. van Rijn (lid db, tevens voorzitter) Katwijk Dhr E. Soetendal (lid db) Noordwijk Dhr. D.T.C.

Salman (lid db) Lisse Mw. J.A.C. Langeveld Oegstgeest Dhr. T. van Tongeren Teylingen Mw. E. Koek Wassenaar Dhr. R. Bloemendaal Pagina 3 Beleidsvisie van het bestuur Historie Om beter uitvoer te kunnen geven aan de Participatiewet (voorheen aan de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is gekozen voor de oprichting van het werkbedrijf Maregroep NV in 2002. Na de fusie met het Servicepunt Werk (SPW) is de Maregroep NV verdergegaan onder de naam Provalu NV. Aan de oprichting van Maregroep NV lag een aantal argumenten ten grondslag, waarvan hieronder de belangrijkste worden genoemd:  Scheiding tussen beleid (gemeenten) en uitvoering (bedrijf);  Bedrijfsmatiger en slagvaardiger kunnen werken;  Uitvoeren van private re-integratietaken, voor personen met een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt;  Het verhogen van het kostenbewustzijn en doelmatiger werken. Met andere woorden: van een ambtelijk bureaucratisch bedrijf naar een ondernemingsgericht bedrijf;  Meer mogelijkheden bieden om te fungeren als gelijkwaardige partner t.o.v. klanten en opdrachtgevers door het oprichten van een rechtspersoon. In het werkbedrijf vinden alle activiteiten voortkomend uit het deel werk en ontwikkeling van de Participatiewet plaats. De medewerkers die in het kader van de Wsw werkzaam zijn, vallen vanwege hun beschermde status echter onder de GR KDB. De GR KDB is 100% aandeelhouder van Provalu NV.

In 2005 is MareFlex B.V. opgericht. MareFlex is een volle dochter van Provalu en richt zich op private re-integratie- en personeelsdiensten. In 2021 is de integratie van Provalu en het ServicePunt Werk stapsgewijs gerealiseerd. De integratie is een logisch proces, volgend op de samenwerking die Provalu en ServicePunt Werk al hadden en de ontwikkelingen in het sociaal domein in het algemeen en rondom de Participatiewet in het bijzonder. Het werken vanuit één organisatie sluit hier verder op aan, zorgt voor duidelijkheid en biedt bovenal mogelijkheden om als organisatie door te ontwikkelen. De dienstverlening aan werkzoekenden en werkgevers vindt daarbij nu plaats vanuit één loket. Naast duidelijkheid en kortere lijnen brengt de integratie ook efficiencyvoordelen: door processen te vereenvoudigen en diensten te clusteren wordt de toename van de personele overhead beperkt en kan meer worden ingezet op de uitvoering. Een belangrijk gegeven, aangezien de financiële lasten jaarlijks toenemen en we deze meerkosten op deze wijze enigszins kunnen dempen. Toekomstbeeld De uitvoering van de Participatiewet binnen de Gemeenschappelijke regeling werkbedrijven Kust-, Duin- en Bollenstreek vraagt sinds de invoering van Participatiewet in 2015 om constante bijstelling.

Binnen het werknemersbestand zien we de gelijkmatige terugloop van het aantal medewerkers dat werkt binnen de Wet sociale Werkvoorziening en gelijktijdig de groei van het aantal mensen dat binnen de regeling Beschut Werken aan de slag is. Met een langzame maar gestage afname van het totaal aantal medewerkers als gevolg daarvan. Daarnaast is bij de re-integratie van werkzoekenden constante aanpassing nodig, omdat deze groep in samenstelling en begeleidingsbehoefte steeds wijzigt. Wij zien dat nog steeds een aanzienlijke groep de sprong naar de arbeidsmarkt kan maken, de aanloop die hier voor nodig is wordt echter steeds langer. De reden daarvoor is dat de gemiddelde afstand tot die arbeidsmarkt bij groep werkzoekenden ieder jaar groter wordt, onder meer door een verhoudingsgewijze toename van mensen met een taalachterstand of een grotere sociaal- medische problematiek. Wat wij daarbij constateren is dat dit alleen lukt door inzet van training, scholing, begeleiding, het opdoen van werkritme, aanleren van werknemersvaardigheden etc. Hiervoor wordt de infrastructuur van het werkdeel van Provalu Pagina 4 veelvuldig succesvol ingezet maar juist die infrastructuur komt langzaam maar zeker onder druk te staan door die eerder genoemde gestage personele terugloop.

En daarmee h et tijdelijk bieden van werk als belangrijk middel om de benodigde werknemersvaardigheden en arbeidsritme op te doen, Redenen te over dus om een helder beeld te hebben hoe een toekomstbestendige uitvoering te organiseren. Hiertoe is de afgelopen jaren een toekomstvisie en een hieruit voortkomend implementatieplan opgesteld. Beiden geven richting aan de opdracht om de uitvoering sterker te richten op ontwikkeling, bemiddeling naar en plaatsing op de arbeidsmarkt van de groep mensen waarvoor werk niet zonder deze ondersteuning haalbaar lijkt. Hiermee wordt de balans tussen het bieden van werk onder beschutte omstandigheden en de ontwikkel- en re-integratietaken van Provalu in de gewenste richting bijgesteld. In december 2024 is dit implementatieplan bestuurlijk vastgesteld. Het implementatieplan beschrijft de periode tot en met 2030 en de overgang naar ontwikkelbedrijf wordt in de jaren ervoor ingezet. Maatschappelijke ontwikkelingen die GR KDB raken Met het opleveren van de jaarrekening 2025 kijken we niet alleen financieel terug op het jaar dat achter ons ligt, maar ook naar de maatschappelijke context waarbinnen deze resultaten moeten worden bezien. De ontwikkelingen die de maatschappij en daarmee ook ons werk raken zijn niet altijd direct zichtbaar in de cijfers, maar zijn niet zelden wel zichtbaar of voelbaar op de werkvloer.

Medewerkers en arbeidsvoorwaarden De aanhoudend hoge kosten van levensonderhoud, als gevolg van de inflatie in voorgaande jaren, plaatsen een deel van de medewerkers nog steeds voor financiële uitdagingen. De belastingmaatregelen die per 2025 van kracht zijn geworden, versterken dit effect voor deze groep. Op advies van de VNG heeft het Rijk in 2025 een compensatiemaatregel getroffen om deze medewerkers tegemoet te komen. De bijbehorende uitkering heeft plaatsgevonden in december 2025. Daarnaast heeft de VNG in het kader van de CAO "Aan de slag" een voorstel gepresenteerd dat gericht is op het verkleinen van de inkomensverschillen tussen de doelgroepen. Voor de medewerkers die het zwaarst worden geraakt, voorziet dit voorstel in een verbetering van de financiële positie in 2026 en 2027. Huisvesting en verbouwing In de toekomstplannen van het ontwikkelbedrijf is voorzien in een verbouwing van het bedrijfspand. Het pand, dat circa 30 jaar oud is, wordt gerenoveerd en geactualiseerd naar de eisen van deze tijd. De werkzaamheden omvatten zowel noodzakelijk achterstallig onderhoud als aanpassingen die de ontwikkelmogelijkheden van de organisatie voor de toekomst waarborgen. Met deze investering wordt de continuïteit en kwaliteit van de bedrijfsvoering op langere termijn geborgd en blijft de waarde van het pand behouden.

Arbeidsmarkt en doelgroep Ook in 2025 kenmerkte de arbeidsmarkt zich door een aanhoudend lage werkloosheid, wat voor mensen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt uitstekende perspectieven biedt. Voor de doelgroep waarbij Provalu, in samenwerking met de (inter)gemeentelijke sociale diensten, haar inspanningen verricht, geldt echter het omgekeerde. De groep voor wie regulier werk (nog) niet binnen bereik ligt, blijft onverminderd groot en de afstand tot de arbeidsmarkt neemt voor deze mensen jaar op jaar toe. Meerjarenvisie en doelgroepers in dienst Met de meerjarenvisie Provalu 2023–2030 is een duidelijke ambitie neergelegd: iedereen die kan werken, nu én in de toekomst, ondersteuning en perspectief op werk bieden. De inzet is daarbij primair gericht op plaatsing op de reguliere arbeidsmarkt; waar dat niet haalbaar blijkt, biedt Provalu een beschutte werkomgeving als alternatief. Doelgroepers in dienst (DGI) vervullen hierin een belangrijke rol. In 2025 bleef de realisatie echter achter op de verwachtingen uit de meerjarenvisie. Dit is hoofdzakelijk toe te schrijven aan het feit dat de beschikbare groep waaruit DGI kan worden geworven kleiner is dan aanvankelijk voorzien. In 2026 zal worden onderzocht of en hoe de definitie van DGI kan worden verruimd om de mogelijkheden te vergroten.

Pagina 5 Realisatie van doelmatigheid en rechtmatigheid Doelmatigheid Op grond van de Gemeentewet is de doelmatigheid een bijzonder punt van aandacht. Omdat de GR KDB door de relatie met Provalu niet opereert in de markt, kent het speelveld van doelmatig handelen een beperkt kader. Echter de sociale doelstelling van het bedrijf draagt bij tot de specifieke invulling van de op dit gebied genomen maatregelen. Dit jaarverslag bevat een uiteenzetting over de (gerealiseerde) maatregelen in het kader van doelmatigheid. Het doelmatig handelen van GR KDB dient ter borging van de volgende effecten:  Kostenbewuste houding en gedrag. GR KDB streeft kostenreductie na door heldere en naleefbare procedures, door taakstellende budgetten en door duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Er is sprake van een compacte organisatiestructuur met één directeur, met een verantwoordelijkheid bij het dagelijks bestuur ten aanzien van het toezicht op naleving van de afspraken rondom beleid en budget. Voor het management is sprake van een personele unie met Provalu N.V en met de inhuurconstructie zorgt dit voor beperking van de overheadkosten.  Inzicht in doelmatigheid. Voor de productiviteit van de medewerkers gelden normen en kengetallen. Het management en het bestuur worden periodiek geïnformeerd over de realisatie van normen. Dit maakt tijdig bijsturen mogelijk.

 Doelmatige verkrijging van middelen. GR KDB is gericht op het zo volledig mogelijk benutten van subsidiemogelijkheden. Dit betreft zowel de rijkssubsidie als incidentele subsidies en bijdragen. De medewerkers zijn goed geïnformeerd over subsidievoorwaarden, zodat terugbetaling van subsidies tot een minimum wordt beperkt.  Het verzuimbeleid draagt bij aan het bevorderen van het welzijn van de medewerkers en de arbeidsproductiviteit.  Het beheer van de duurzame pro ductiemiddelen is gericht op het in stand houden van de productiemiddelen en het realiseren van een marktconforme vergoeding voor het beschikbaar stellen daarvan. Treasury management heeft tot doel het rendement op de beschikbare middelen te maximaliseren binnen het vastgestelde risi coprofiel. Rechtmatigheid Op 31 mei 2022 is in de Tweede Kamer het wetsvoorstel ‘versterking decentrale rekenkamers’ aangenomen en op 27 september 2022 heeft de Eerste Kamer dit voorstel aanvaard. Onderdeel van deze wet is het invoeren van een rechtmatigheidsverantwoording door het dagelijks bestuur vanaf het boekjaar 2023. Op 7 december 2023 heeft het algemeen bestuur daarbij het ambitieniveau, de verantwoordingsgrens, de wijze van toelichting en het normenkader vastgesteld.

Onder rechtmatigheid wordt begrepen de definitie volgens het Besluit accountantscontrole decentrale overheid (Bado) dat de in de rekening verantwoorde lasten, baten en balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen, dat wil zeggen “in overeenstemming zijn met de begroting en met de van toepassing zijnde wettelijke regelingen, waaronder gemeentelijke verordeningen”. Het dagelijks bestuur hoeft niet vast te stellen dat álle handelingen in overeenstemming met de geldende wet- en regelgeving zijn verricht. De controle beperkt zich tot die handelingen waaruit financiële gevolgen voortkomen, die als baten, lasten of balansmutaties in de jaarrekening worden verantwoord. In het kader van de rechtmatigheidscontrole worden negen rechtmatigheidscriteria onderkend: 1. Calculatiecriterium 2. Valuteringscriterium 3. Adresseringscriterium 4. Volledigheidscriterium 5. Aanvaardbaarheidscriterium Pagina 6 1. Leveringscriterium 2. Begrotingscriterium 3. Voorwaardencriterium 4. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium De eerste zes criteria zien toe op getrouwheid en blijven van toepassing bij het vaststellen van de jaarrekening door de accountant. Over deze criteria wordt derhalve niet afzonderlijk gerapporteerd in de rechtmatigheidsverantwoording. De laatste drie criteria moeten expliciet tot uitdrukking komen in de rechtmatigheidsverantwoording.

De controle op rechtmatigheid is gericht op de naleving van externe en interne regelgeving, zoals die opgenomen zijn in het normenkader. Het normenkader wordt jaarlijks geactualiseerd en vastgesteld door het algemeen bestuur. Ad 7 Begrotingscriterium Bij de rechtmatigheidscontrole is het begrotingscriterium een belangrijk toetsingscriterium. In de meest actuele Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV, van november 2023, is de definitie van begrotingsonrechtmatigheden als volgt vastgesteld: “Begrotingsonrechtmatigheden: Hiervan is sprake als het dagelijks bestuur bij de realisatie van doelen en het realiseren van activiteiten de door het algemeen bestuur vastgestelde budgetten voor wat betreft de lasten of investeringsbudgetten overschrijdt (1), toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves die niet door het algemeen bestuur zijn vastgesteld (2) en als bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten dan begroot, de begroting niet tijdig met begrotingswijzigingen is aangepast (3).” Wat niet tijdig concreet betekent wordt bepaald door de ‘spelregels’ tussen het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur over het informeren en vaststellen van begrotingswijzigingen bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten dan begroot. Deze spelregels zijn vastgelegd in de financiële verordening art.

212 Gemeentewet, welke op 7 december 2023 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Ad 8 Voorwaardencriterium Bij het voorwaardencriterium wordt vooral gekeken of de financiële beheershandelingen voldoen aan de voorwaarden zoals die gesteld zijn in de wet- en regelgeving. In het normenkader zijn de interne en externe regels opgenomen, die het dagelijks bestuur in zijn controle van het voorwaardencriterium moet betrekken. De gestelde voorwaarden hebben in het algemeen betrekking op:  De omschrijving van de doelgroep respectievelijk het project;  De heffings- en/of declaratiegrondslag;  Normbedragen (denk aan hoogte en duur);  De bevoegdheden;  Het voeren van een administratie;  Het verkrijgen en bewaren van bewijsstukken;  Aan te houden termijnen besluitvorming, betaling, declaratie e.d. Gezien de omvang van de wet- en regelgeving en de veelheid aan voorwaarden die in de diverse wetten en regels gesteld worden, is het niet haalbaar om alles te betrekken in de rechtmatigheidscontrole. Inzake het voorwaardencriterium worden daarom de volgende uitgangspunten genomen:  Voorwaarden zoals gesteld in hogere wetgeving behoren vanzelfsprekend tot het normenkader. Voorwaarden zoals gesteld in eigen interne regelgeving behoren alleen tot het normenkader voor zover het bepalingen betreft inzake recht, hoogte en duur.

Hiermee worden bepalingen bedoeld die aangeven voor wie een subsidie, bijdrage of uitkering bedoeld is, hoe hoog die moet zijn en voor welke periode die geldt. Pagina 7  Nevenvoorwaarden zoals de termijn van aanlevering van verantwoordingen, de vorm van de verantwoording en allerlei andere formele vereisten worden hiermee buiten het normenkader gehouden. Dat wil overigens niet zeggen dat hier niets mee gedaan wordt.  Indien en voor zover bij de controle financiële onrechtmatige handelingen worden geconstateerd worden deze in de rapportage en oordeelsweging uitsluitend betrokken indien en voor zover het door het algemeen bestuur of hogere overheden vastgestelde regels en kader stellende besluiten betreft. Tenslotte is de Kadernota Rechtmatigheid van de commissie Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) van toepassing bij de controle. Deze commissie heeft de opdracht zwaarwegende adviezen uit te brengen. Afwijking daarvan is in beginsel niet mogelijk, tenzij er doorslaggevende argumenten zijn om af te wijken. Deze dienen dan door de gemeenschappelijke regeling en accountant te worden gedocumenteerd.

Ad 9 Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Dit criterium spits zich toe op de toetsing van de juistheid en volledigheid van de gegevens die door belanghebbenden, waaronder de gemeenschappelijke regeling zelf, verstrekt moeten worden om het voldoen aan voorwaarden aan te tonen ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik. Onder misbruik wordt verstaan: “Het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of - uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen”. Onder oneigenlijk gebruik wordt verstaan: “Het door het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving, maar in strijd met het doel en de strekking daarvan”. Door het algemeen bestuur is geen formeel M&O beleid vastgesteld. Voor bestaande procedures wordt getoetst in hoeverre deugdelijke maatregelen ter voorkoming van misbruik - en oneigenlijk gebruik worden genomen. Daarbij is de vooronderstelling gerechtvaardigd dat binnen de belangrijkste procedures reeds (informeel) adequate maatregelen zijn getroffen ter waarborging van de getrouwheid van de financiële verantwoording.

Als er naar aanleiding van de interne controle bevindingen zijn die duiden op misbruik of o neigenlijk gebruik, zal dit in de jaarrekening nader worden toegelicht. Ambitieniveau De commissie BADO heeft een groeipad opgesteld waarlangs organisaties zich kunnen ontwikkelen op het gebied van rechtmatigheid. Ze maakt hierbij onderscheidt tussen 3 verschillende stadiums: basis, hoog en zeer hoog. De focus bij GR KDB ligt in eerste instantie op verantwoording op wettelijk basisniveau: inrichting en borging van de financiële rechtmatigheid, met ambitie om stapsgewijs toe te werken naar een zo breed mogelijk ‘in control statement’. De belangrijkste doelen hierbij zijn:  Aantoonbaar voldoen aan financiële wet- en regelgeving.  Aantoonbaar voldoen aan financiële rechtmatigheid op de belangrijkste (financiële) processen. Deze processen worden voor een belangrijk deel beïnvloed door de omvang van de begroting. o Inkoop en aanbestedingen en betalingen o Salaris en declaraties o Begrotingsrechtmatigheid (incl. reserves en voorzieningen)  Het optimaliseren van effectiviteit en efficiëntie van de hiervoor genoemde processen (doelmatigheid). Pagina 8 Voorstel tot vaststelling van de jaarrekening De onderstaande tabel bevat de gerealiseerde resultaten 2025 van de verschillende modules.

Module Gerealiseerd resultaat 2025 (in euro’s) Sociale werkvoorziening 190.000 Participatievoorziening beschut werken 167.000 Re-integratie 314.000 Gerealiseerd resultaat 671.000 Het resultaat waarvoor een bestemming wordt afgesproken bedraagt 671.000 euro positief. We stellen voor om een bestemmingsreserve te vormen van het resultaat ten bedrage van 700.000 euro ten behoeve van éénmalige installaties. Deze bestemmingsreserve groot onderhoud komt voort uit het onderzoek dat verricht wordt naar de verbouwing waarin groot onderhoud zou worden meegenomen. We zien hierbij dat de installaties een grote investering vraagt. Dit noodzakelijke onderdeel van de hernieuwing moeten we los zien van het verder naar de toekomst brengen van het pand zoals is vormgegeven in het implementatieplan (hiervoor zal een business case worden ingediend). Resulterend stellen wij voor 29k te onttrekken aan de algemene reserve. Duurzaamheid Maatschappelijk verantwoord ondernemen GR KDB heeft duurzaam ondernemen hoog op de agenda staan en zoekt continu naar mogelijkheden om hier verdere invulling aan te geven. Het ontwikkelen van medewerkers draagt bij aan hun actieve participatie in de samenleving en aan hun duurzame inzetbaarheid. Het welzijn van medewerkers vormt hierbij een belangrijk uitgangspunt.

Mobiliteit en gezondheid GR KDB continueert het fietsenplan en stimuleert het gebruik van de fiets als vervoermiddel door adequate stallingvoorzieningen aan te bieden. Medewerkers kunnen tevens gebruikmaken van de bedrijfsfitnessregeling, waarbij korting wordt verleend bij twee sportscholen in de regio. Het gebruik van openbaar vervoer wordt actief gestimuleerd door middel van begeleidingscoaches in de opstartfase en aantrekkelijk geprijsde abonnementen in samenwerking met het openbaar vervoersbedrijf. Deze maatregelen zijn gericht op het terugdringen van het gebruik van eigen gemotoriseerd vervoer en het verder optimaliseren van het collectief vervoer. Inkoop en investeringen In het inkoopprogramma is een paragraaf over duurzaamheid opgenomen. Investeringen worden beoordeeld op prijs en kwaliteit, maar tevens op milieubelasting en sociale gevolgen. Energie en milieu In 2020 zijn zonnepanelen geplaatst op het dak van het pand te Voorhout. Op jaarbasis resulteert dit gemiddeld in een reductie van het elektriciteitsverbruik van 50%; in de lente- en zomermaanden kan dit oplopen tot 100%. GR KDB onderzoekt doorlopend verdere mogelijkheden tot energiebesparing. Waar mogelijk wordt gekozen voor elektrisch vervoer en elektrisch gereedschap. Tevens wordt de mogelijkheid voor het plaatsen van laadpalen onderzocht.

Bedrijfsvoering In het bedrijfsrestaurant is aandacht voor gezonde voeding en wordt gebruikgemaakt van fair trade producten, waaronder koffie en thee. Afvalscheiding is standaard onderdeel van de bedrijfsvoering. Pagina 9 Huisvesting In het kader van een mogelijke verbouwing van het pand wordt onderzocht hoe de verduurzaming van het gebouw verder kan worden doorgevoerd. Opties die hierbij worden overwogen zijn onder meer het verlagen van het plafond in de productiehallen ter vermindering van het gasverbruik, alsmede verbeteringen aan de beglazing en isolatie. GR KDB heeft duurzaam ondernemen hoog op de agenda staan en blijft naar creatieve manieren zoeken om dit verder uit te breiden. Het ontwikkelen van medewerkers zorgt ervoor dat zij actief een bijdrage kunnen leveren aan de samenleving en niet noodgedwongen aan de kant staan. Het welzijn van onze medewerkers staat daarbij altijd hoog in het vaandel. Pagina 10 Programmaverantwoording Algemeen Per 1 januari 2004 zijn de activiteiten van GR KDB | overgedragen aan Provalu N.V. (voorheen Maregroep N.V.). Per diezelfde datum zijn ook de ambtenaren van GR KDB | overgegaan naar Provalu N.V., uitgezonderd een klein aantal niet meer actieve ambtenaren (wachtgeld, ziek) en de secretaris.

In 2002 werd aan de fusie tussen Het Spektrum, ’t Heem en Stichting Werkkring vorm gegeven door oprichting van de Gemeenschappelijke regeling Kust-, Duin- en Bollenstreek. Na langdurig en frequent overleg tussen diverse gremia werd op 31 december 2002 Provalu N.V. opgericht. Aan de oprichting van Provalu N.V. lag een aantal argumenten ten grondslag, waarvan hieronder de belangrijkste worden genoemd:  Scheiding tussen beleid (gemeenten) en uitvoering (bedrijf);  Bedrijfsmatiger en slagvaardiger kunnen werken;  Uitvoeren van particuliere re-integratietaken voor personen met grote afstand tot de arbeidsmarkt;  | Door privatisering het kostenbewustzijn en doelmatig werken verhogen. Met andere woorden van een ambtelijk bureaucratisch bedrijf naar een ondernemingsgericht bedrijf;  | Meer mogelijkheden om te fungeren als gelijkwaardige partner t.o.v. klanten en opdrachtgevers door oprichten van een rechtspersoon. Sociaal beleid Voor de verdere ontwikkeling van het P&O beleid zijn de hoofdlijnen uitgezet. De instrumenten functioneringsgesprekken en individuele ontwikkelingsplannen zijn geïntegreerd. Voorts is een methode ontwikkeld om de doorstroom van medewerkers vanuit de binnenbedrijven naar de buitenbedrijven, Groen en Detacheren, meer planmatig uit te voeren.

Marketing- en productiebeleid Zoals al bij het hoofdstuk ‘Algemeen’ aangegeven, zijn de activiteiten van GR KDB | per 1 januari 2004 overgedragen aan Provalu N.V. Om die reden is er voor | GR KDB | geen marketing – en productiebeleid. Financieel beleid Zoals hierboven bij het hoofdstuk | voorstel tot vaststelling van de jaarrekening | reeds aangegeven bedraagt het gerealiseerde resultaat over 2025 in de GR KDB € 29.000, | - negatief. De totale gerealiseerde baten zijn € 25.092.000,- | (totaal baten programma’s en algemene dekkingsmiddelen), de totale lasten die hier tegenover staan zijn € 25.121.000,- | (totaal lasten programma’s en kosten van overhead en de toevoeging aan de reserves). Het gemiddeld aantal fte bedraagt totaal 533 (WSW 415, Beschut 96 en DGI 22) | in het boekjaar 2025, dit ligt voor dit jaar.42 lager dan de begroting van | 575 (WSW 440, Beschut 96 en DGI 38). In het boekjaar 2025 zijn geen nieuwe leningen aangegaan. Pagina 11 Paragrafen 1.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico’s Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de Gr KDB. | Op basis van de risico-inventarisatie is een risicoprofiel voor 2024 opgesteld. Het onderstaande overzicht toont de grootste risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

Effect op | Kans dat Risico Grondslag | grondslag | risico zich | Impact voordoet Hogere salariskosten voor SW | Bruto | Stijging bruto dienstverbanden. Externe factoren | loonkosten | loonkosten zoals wetgeving en CAO-stijging en | module A Wsw: | module A onvoorspelbare uitstroom SW | Wsw met: dienstverbanden hebben direct impact op de personeelslasten SW. | € 15.996.000 5% 20% € 159.960 De afname van het totaal aantal | Netto omzet | Daling netto doelgroepers, de stijgende leeftijd en | werksoorten | omzet toename van (fysieke) beperkingen | Provalu: | werksoorten van Wsw’ers en de complexiteit van | Provalu met: nieuwe doelgroepen heeft gevolgen voor het verdienpotentieel van Provalu. | € 8.463.000 10% 25% € 211.575 Stoppen of wegvallen opdrachten | Netto omzet | Daling netto uitvoeringsorganisatie Provalu | werksoorten | omzet Provalu: | werksoorten Provalu met: € 8.463.000 5% 25% | € 105.788 Benodigde weerstandscapaciteit | € 477.323 Beschikbare weerstandscapaciteit Het BBV omschrijft de weerstandscapaciteit als zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken.

De middelen die dat vermogen bepalen zijn:  de algemene reserve en de reserves waaraan de raad een bestemming heeft gegeven die kan worden gewijzigd (bestemmingsreserves);  de in de begroting opgenomen ramingen voor onvoorziene uitgaven voor zover hier nog geen bestemming aan is gegeven;  | de stille reserves, voor zover deze op korte termijn materieel te maken zijn (reserves waarvan de omvang en/of het bestaan niet uit de balans blijkt, voortkomend uit de onderwaardering van activa of overwaardering van schulden bij het volgen van normale wa | arderingsmethoden). Op grond van het voorgaande bedraagt de beschikbare weerstandscapaciteit van de Gr KDB € 5.751.000. Pagina 12 Weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt hierna weergegeven. Weerstandsvermogen Ratio | = | Beschikbare weerstandstandscapaciteit€ 5.751.000= | = | 12,05 weerstandsvermogen | Benodigde weerstandscapaciteit € 477.323 De Gr KDB streeft een weerstandsvermogen na dat tenminste voldoende is. Dit vereist een ratio weerstandsvermogen dat gelijk is of hoger is dan 1. | De ratio weerstandsvermogen van de Gr KDB bedraagt 12,05 en is dientengevolge uitstekend.

Waarderingscijfer | Ratio weerstandsvermogenBetekenis A | > 2,0 | Uitstekend B | 1,4 < X < 2,0 | Ruim voldoende C | 1,0 < X < 1,4 | Voldoende D | 0,8 < X < 1,0 | Matig E | 0,6 < X < 0,8 | Onvoldoende F | < 0,6 | Ruim onvoldoende Ratio’s / kengetallen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat vijf financiële kengetallen. | De berekeningswijze van de kengetallen is vastgelegd in een minist | eriële regeling. Mede op basis van deze kengetallen dient de paragraaf een analyse te geven van de financiële positie van de Gr KDB | . In de onderstaande tabel zijn de voor de Gr KDB van toepassing zijnde kengetallen opgenomen. Kengetallen Realisatie | Herziene | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting 2025 | begroting | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 2026 Netto schuldquote -9% 3% 7% 6% 5% 4% Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen | -9% 3% 7% 6% 5% 4% Solvabiliteitsratio 60% 80% 63% 64% 68% 73% Structurele exploitatieruimte 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1.2. Onderhoud kapitaalgoederen Het beleid van de Gr KDB voor het onderhoud van kapitaalgoederen houdt in dat kapitaalgoederen in goede staat gehouden worden ter voorkoming van achterstallig onderhoud. De Gr KDB heeft het volgende pand in eigendom en beheer:  Nijverheidsweg 22 te Voorhout De Gr KDB en haar deelnemingen zijn gehuisvest aan de Nijverheidsweg 22 te Voorhout.

Het onderhoud van het pand is voor rekening van de Gr KDB. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud. Pagina 13 [1] Ter onderbouwing wordt verwezen naar artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden. 1.3. Financiering De Gr KDB heeft het beleid ten aanzien van de financiering vastgelegd in de financiële verordening. De regels ter uitvoering van de beleidspunten zijn vastgelegd in het treasurystatuut. De activiteiten op het gebied van treasury dienen zo transparant en beheersbaar mogelijk te worden ingericht. De Gr KDB streeft een laag risico na. Op basis van de in deze jaarrekening opgenomen uiteenzetting van de financiële positie en meerjarenraming kan worden geconcludeerd dat er geen externe financiering nodig is. Risicobeheer Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (beide benoemd in de wet FIDO). Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor de Gr KDB gelimiteerd op 8,2% 1 van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet voor 2025 bedraagt € 2.013.000. De kasgeldlimiet is in 2025 niet overschreden. Renterisiconorm Over langlopende schulden mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De onderstaande tabel bevat de renterisiconorm voor de jaren 2026 tot en met 2029.

Doordat de Gr KDB geen langlopende schulden heeft, blijft de Gr KDB binnen de renterisiconorm. 1.4. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering betreft de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen om het voorgenomen beleid en de daarmee samenhangende doelstellingen van de Gr KDB te realiseren. Investeringen binnen de Gr KDB hebben hoofdzakelijk betrekking op de verbeteringen/aanpassingen aan het pand in Voorhout. Overige investeringen vinden plaats binnen uitvoeringsorganisatie Provalu. De informatisering en automatisering van Gr KDB worden verzorgd door uitvoeringsorganisatie Provalu. Voor de verdere ontwikkeling van het HRM beleid zijn de hoofdlijnen uitgezet. De instrumenten ‘ontwikkelingsgericht belonen’ en ‘individuele ontwikkelingsplannen’ zijn geïntegreerd. Voorts is een methode ontwikkeld om zoveel als mogelijk de doorstroom van medewerkers in eigen pand naar externe afdelingen, Groen, Detacheren, Schoonmaak en Post te bevorderen. 2026 2027 2028 2029 Renterisiconorm (in duizenden euro’s) -5.320 -5.611 -5.335 -5.206 Pagina 14 Pagina 15 1.5. Verbonden partijen De Gr KDB is een gemeenschappelijke regeling van deelnemende gemeenten en daarmee een openbaar lichaam. Gemeente Oegstgeest heeft besloten om uit te treden uit de Gemeenschappelijke Regeling Werkbedrijven GR KDB.

Het raadsbesluit hiervoor is genomen en het voornemen tot uittreding is per aangetekende brief d.d. 26-11-2025 kenbaar gemaakt aan het dagelijks be | stuur. Gemeente Oegstgeest heeft aangegeven per 1 januari 2027 uit te treden. Er is daarmee voldaan aan de opzegtermijn van een jaar, ingaande 1 januari 2026, zoals bedoeld in artikel 30 van de gemeenschappelijke regeling. Op het moment van schrijven wordt gezamenlijk met gemeente Oegstgeest en een externe accountant een projectplan uitgewerkt. Het doel is om de uittreding ordelijk en binnen alle van toepassing zijnde wetten, regelgeving en andere vereisten te laten verlopen | . Het is nog niet mogelijk om op dit moment de gevolgen van de uittreding financieel te kwantificeren. Verbonden partijen zijn voorts | privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de Gr KDB een bestuurlijk en financieel belang heeft. Dit geldt uitsluitend voor het belang dat de Gr KDB heeft in | Provalu N.V. (100%), handelend onder de naam Provalu. Indirect is er via Provalu N.V. een belang in MareFlex B.V. (100%). De samenwerking tussen de Gr KDB en Provalu N.V. is geregeld in een aanwijzingsbesluit, in een samenwerkingsovereenkomst en een jaarovereenkomst. Provalu N.V. voert voor de | Gr KDB module A Wsw, Module B Beschut en Module C Re-integratie uit.

| Het beleidskader rondom deelnemingen is niet geformaliseerd, echter het voornaamste uitgangspunt is dat de | Gr KDB niet over gaat tot de oprichting van of de deelneming in een privaatrechtelijke rechtspersoon, tenzij op deze wijze een publiek belang wordt behartigd dat niet op een andere wijze tot stand wordt gebracht. Hierna is een overzicht opgenomen van verbonden partijen op geconsolideerd niveau (dat wil zeggen | Provalu N.V. en haar 100% deelneming MareFlex B.V.). Provalu VestigingsplaatsVoorhout Rechtsvorm | Naamloze Vennootschap De Naamloze Vennootschap voert werkzaamheden uit in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (module A Wsw), de participatievoorziening beschut werk Doelstelling | als voorzien in artikel 10b van de Participatiewet (module B Beschut) en het plaatsen van werkzoekenden, al dan niet met een arbeidsbeperking, bij werkgevers (module C Re-integratie). Financieel belang | De GR KDB heeft een 100%-belang in Provalu N.V. Kerncijfers | Bedragen (in duizenden | 1-1-2025 31-12-2025 euro's) Eigen vermogen | 3.391 | 3.544 Vreemd vermogen | 3.474 | 2.321 Resultaat | 153 Risico’s | Er zijn geen materiële risico’s waar maatregelen voor getroffen moeten worden. 1.6. Wet open overheid (WOO) Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden.

Het doel van de Woo is een open overheid, die zorgdraagt voor een adequate en toegankelijke informatievoorziening op basis van een ordentelijke informatiehuishouding. In de Woo is bepaald dat | een bestuursorgaan jaarlijks in de begroting aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarlijkse verantwoording verslag doet van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens. Onder de Woo is de | GR KDB verplicht om informatie uit eigen beweging geheel of gedeeltelijk openbaar te maken. Pagina 16 Jaarrekening Pagina 17 Balans per 31 december 2025 (voor bestemming van het gerealiseerde resultaat) Activa | 2025 | 2024 (x € 1.000) | € | € Vaste Activa Investeringen met een economisch nut | 3.424 | 3.605 Totaal materiële vaste activa | 3.424 | 3.605 Kapitaalverstrekkingen aan: - deelnemingen | 45 | 45 Totaal financiële vaste activa | 45 | 45 Totaal vaste activa | 3.469 | 3.650 Vlottende Activa Vorderingen op openbare lichamen | 0 | 0 Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar | 5.955 | 4.390 Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen | 0 | 0 Overige vorderingen | 29 | 23 Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar | 5.984 | 4.413 Banksaldi | 0 | 1.800 Totaal liquide middelen | 0 | 1.800 De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering

op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, nog te ontvangen van: - Europese overheidslichamen | 115 | 395 - overige Nederlandse overheidslichamen | 0 | 37 Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen | 44 | 186 Totaal overlopende acitva | 159 | 617 Totaal vlottende activa | 6.143 | 6.830 TOTAAL ACTIVA | 9.611 | 10.480 Pagina 18 Passiva | 2025 | 2024 (x € 1.000) | € | € Vaste passiva Reserves: - algemene reserve | 1.889 | 1.960 - bestemmingsreserves | 3.190 | 3.376 Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening | 671 | -71 Totaal eigen vermogen | 5.751 | 5.266 Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen | 0 | 0 Totaal vaste schulden | 0 | 0 Totaal vaste passiva | 5.751 | 5.266 Vlottende passiva Banksaldi | 2.447 | 0 Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen | 354 | 4.117 Overige schulden | 601 | 466 Totaal netto-vlottende schulden | 3.402 | 4.583 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume | 459 | 631 De voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende

begrotingsjaren, ontvangen van: - overige Nederlandse overheidslichamen | 0 | 0 Totaal overlopende passiva | 459 | 631 Totaal vlottende passiva | 3.861 | 5.214 TOTAAL PASSIVA | 9.611 | 10.480 Pagina 19 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2025 Realisatie | Begroting na | Begroting | Realisatie wijziging | voor wijziging 2025 | 2025 | 2025 | 2024 (bedragen x € 1.000) | € | € | € | € Sociale werkvoorziening | -17.269 | -17.193 | -16.757 | -16.903 Participatievoorziening beschut werken | -3.705 | -3.741 | -3.047 | -2.934 Re-integratie | -3.363 | -4.063 | -4.085 | -3.292 Totaal lasten programma's | -24.338 | -24.997 | -23.889 | -23.129 Sociale werkvoorziening | 17.500 | 17.285 | 16.825 | 17.663 Participatievoorziening beschut werken | 3.881 | 3.761 | 3.060 | 2.741 Re-integratie | 3.685 | 4.084 | 4.102 | 3.332 Totaal baten programma's | 25.066 | 25.130 | 23.986 | 23.735 Totaal saldo van baten en lasten programma's | 728 | 133 | 97 | 606 Algemene dekkingsmiddelen Dividend Provalu N.V.

| 0 | 0 | 0 | 0 Totaal algemene dekkingsmiddelen | 0 | 0 | 0 | 0 Kosten van overhead | -243 | -896 | -662 | -77 Geraliseerde totaal saldo van baten en lasten | 485 | -763 | -565 | 529 Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves | 186 | 763 | 565 | -600 Gerealiseerd resultaat | 671 | 0 | 0 | -71 Pagina 20 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, waaronder ook begrepen de heffing van de vennootschapsbelasting, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.

Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: - De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; - De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: o Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 7 december 2023 door het algemeen bestuur is vastgesteld; o Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en o nderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het algemeen bestuur zijn gemeld.

o Ten aanzien van het M&O criterium geldt dat onze organisatie bij de inrichting van de processen (effectieve) maatregelen heeft geïmplementeerd ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik van middelen en/of gelden. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. - De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: o Een verantwoordingsgrens van 2% (zijnde € 491.600,- ) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; o Een rapporteringstolerantie van € 491.600,- (gelijk aan de verantwoordingsgrens) is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen. o In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) groter dan € 100.000 nader toegelicht. Pagina 21 Vaste activa Materiële vaste activa Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.

Alle investeringen met een economisch nut van € 2.500 of meer worden conform de financiële verordening geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Deze laatst genoemde worden altijd geactiveerd. Alle materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten (waaronder o verheadkosten en rente), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen die direct gerelateerd zijn aan het actief, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebru iksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen.

Afschrijvingen De volgende afschrijvingstermijnen, zoals ook vastgelegd in de financiële verordening, zijn van toepassing: Gronden en terreinen 2,5% Gebouwen 2,5% Machines, apparaten en installaties 10% Overige materiële vaste activa, waaronder: - inventarissen 20% - automatisering 20% - software 20% Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname van het actief Financiële vaste activa Participaties in het aandelenkapitaal van NV’s en BV’s (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Indien de marktwaarde van de aandelen daalt tot onder de verkrijgingsprijs, vindt afwaardering naar deze lagere marktwaarde plaats. Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald .

Pagina 22 Vaste passiva Eigen vermogen Algemene reserve De algemene reserve dient als buffer om toekomstige tegenvallers te kunnen opvangen. Bestemmingsreserves Onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve waaraan door het bestuur een bepaalde bestemming is gegeven. Het gehele bedrag van de bestemmingsreserves ultimo het jaar dient onderbouwd te zijn met bestuursbesluiten van het bestuur dan wel opgenomen te zijn in het voorliggende voorstel tot resultaatbestemming. Het gerealiseerde resultaat Het gerealiseerde resultaat is het resterende resultaat na reeds bestemde mutaties in de reserves. Vaste schulden, met een rentetypische looptijd langer dan één jaar De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor het bovenwettelijke verlof waarvan aangetoond kan worden dat dit een gelijke omvang kent en voor zover dat niet het karakter heeft van overmatige verlofsaldi of spaarsaldi mag geen voorziening te worden opgenomen.

Voor het bovenwettelijke verlof dat g een gelijke omvang kent en/of bestaat uit overmatige verlofsaldi of spaarsaldi moet een voorziening worden opgenomen Pagina 23 Toelichting op de balans Vaste activa Materiële vaste activa Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de materiële vaste activa gedurende het jaar 2025: Boekwaarde | Investe- | Desinveste- | Afschrij- | Boekwaarde 1 januari | ringen | ringen | vingen | 31 december 2025 | 2025 € | € | € | € | € Investeringen met economisch nut Gronden en terreinen | 2.431 | 0 | 0 | 8 | 2.423 Bedrijfsgebouwen | 720 | 0 | 0 | 113 | 608 Machines, apparaten en installaties | 452 | 0 | 0 | 60 | 393 Overige materiële vaste activa | 1 | 0 | 45 | -44 | 0 Totaal investeringen met economisch nut | 3.605 | 0 | 45 | 136 | 3.424 Financiële vaste activa Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de financiële vaste activa gedurende het jaar 2025: Boekwaarde | Investe- | Desinveste- | Afschrij- | Boekwaarde 1 januari | ringen | ringen | vingen/ | 31 december 2025 | aflossingen | 2025 € | € | € | € | € Kapitaalverstrekkingen aan: - Deelnemingen | 45 | 0 | 0 | 0 | 45 Totaal financiële vaste activa | 45 | 0 | 0 | 0 | 45 De kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen betreft een 100 procent-belang in Provalu N.V.

Pagina 24 Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De post uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in: Stand 31 | Voorziening | Boekwaarde | Boekwaarde december | oninbaar- | 31 decem- | 31 decem- 2025 | heid | ber 2025 | ber 2024 € | € | € | € Vorderingen op openbare lichamen | 0 | 0 | 0 | 0 Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar | 5.955 | 0 | 5.955 | 4.390 Rekening-courantverhoudingen met niet- financiële instellingen | 0 | 0 | 0 | 0 Overige vorderingen | 29 | 0 | 29 | 23 Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar | 5.984 | 0 | 5.984 | 4.413 Schatkistbankieren Conform de Wet financiering decentrale overheden is de GR KDB verplicht om overtollige middelen, boven het drempelbedrag, aan te houden in 's Rijks Schatkist. Voor openbare lichamen met een begrotings- totaal kleiner dan of gelijk aan € 500 miljoen is het drempelbedrag gelijk aan 2,0% van het begrotings- totaal, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Dientengevolge bedraagt het drempelbedrag voor de GR KDB € 1.000.000.

De middelen die, in het kader van het drempelbedrag, buiten 's Rijks Schatkist zijn gehouden zijn: Middelen buiten 'Rijks Schatkist (x € 1.000) | 2025 Kwartaal 1 | 205 Kwartaal 2 | 219 Kwartaal 3 | 213 Kwartaal 4 | 229 Geconcludeerd kan worden dat over 2025 de drempel niet is overschreden. Overlopende activa De post overlopende activa wordt onderscheiden in: Boekwaarde | Boekwaarde 31 decem- | 31 decem- ber 2025 | ber 2024 € | € De voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, ontvangen van: - Europese overheidslichamen | 115 | 395 - overige Nederlandse overheidslichamen | 0 | 37 Overige nog te ontvangen bedragen | 44 | 186 Totaal overlopende activa | 159 | 617 Pagina 25 De in de balans opgenomen van Europese en overige Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering, kunnen als volgt gespecificeerd worden: Saldo 1 | Toe- | Ontvangen | Saldo 31 januari 2025 | voegingen | bedragen | december 2025 € | € | € | € Europese overheidslichamen - ESF-subsidie arbeidsmarkttoeleiding | 395 | -28 | 252 | 115 Overige Nederlandse overheidslichamen - Gemeentelijke bijdrage | 37 | -37 | 0 | 0 Totaal | 432 | -65 | 252 | 115 De post overige nog te ontvangen bedragen wordt onderscheiden in: Boekwaarde | Boekwaarde 31 decem- | 31 decem- ber 2025 | ber 2024 € |

€ Lage-inkomensvoordeel | 0 | 127 Nog te ontvangen rente | 44 | 58 Overige nog te ontvangen bedragen | 1 | 0 Totaal overlopende activa | 44 | 186 Vaste passiva Eigen vermogen Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de reserves gedurende het jaar 2025: Naam reserve | Saldo 1 | Resultaat- | Toevoeging- | Onttrekking- | Saldo 31 januari 2025 | bestemming | en 2025 | en 2025 | december 2024 | 2025 € | € | € | € | € Algemene reserve | 1.960 | -71 | 0 | 0 | 1.889 Totaal algemene reserve | 1.960 | -71 | 0 | 0 | 1.889 Bestemmingsreserve - Groot onderhoud | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 - Wsw | 1.750 | 0 | 0 | 0 | 1.750 - Doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu | 1.626 | 0 | 0 | 186 | 1.440 Totaal bestemmingsreserve | 3.376 | 0 | 0 | 186 | 3.190 Totaal reserves | 5.336 | -71 | 0 | 186 | 5.080 Algemene reserve Deze algemene reserve dient als buffer voor de afdekking van financiële tegenvallers en onvoorziene risico's. Bestemmingsreserve groot onderhoud Deze bestemmingsreserve dient voor de afdekking van de kosten van groot onderhoud aan het terrein en het bedrijfsgebouw aan de Nijverheidsweg 22 te Voorhout.

Pagina 26 Bestemmingsreserve Wsw Deze bestemmingsreserve dient voor de afdekking van tekorten van de module sociale werkvoorziening Bestemmingsreserve doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu Deze bestemmingsreserve dient voor de afdekking van kosten die verband houden met de verdere door- ontwikkeling van de uitvoeringsorganisatie Provalu. De begrote onttrekkingen die voor 2025 gepland waren worden ten dele doorgeschoven naar 2026. Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De post netto-vlottende schulden wordt onderscheiden in: Boekwaarde | Boekwaarde 31 decem- | 31 decem- ber 2025 | ber 2024 € | € Banksaldi | 2.447 | 0 Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen | 354 | 4.117 Overige schulden | 601 | 466 Totaal netto-vlottende schulden | 3.402 | 4.583 De rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen kunnen als volgt worden gespecificeerd: Boekwaarde | Boekwaarde 31 decem- | 31 decem- ber 2025 | ber 2024 € | € Rekening-courant MareGroep N.V. | 297 | 4.101 Rekening-courant MareFlex B.V.

| 57 | 16 Totaal rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen | 354 | 4.117 De overige schulden kunnen als volgt worden gespecificeerd: Boekwaarde | Boekwaarde 31 decem- | 31 decem- ber 2025 | ber 2024 € | € Schulden aan leveranciers en handelskredieten | 127 | 103 Loonheffingen | 453 | 364 Omzetbelasting | 0 | 0 Lonen en salarissen | 20 | 0 Pensioenen | 1 | 1 Overige schulden | 0 | -2 Totaal overige schulden | 601 | 466 Pagina 27 Overlopende passiva De post overlopende passiva wordt onderscheiden in: Boekwaarde | Boekwaarde 31 decem- | 31 decem- ber 2025 | ber 2024 € | € Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een | 459 | 631 volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume De voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, ontvangen van: - overige Nederlandse overheidslichamen | 0 | 0 Totaal overlopende passiva | 459 | 631 De verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen kunnen als volgt worden gespecificeerd: Boekwaarde | Boekwaarde 31 decem- | 31 decem- ber 2025 | ber 2024 € | € Nog te betalen loonkostensubsidies | 338 | 516 Overmatige verlofsaldi | 79 | 79 Nog te betalen kosten |

42 | 36 Nog te betalen rente | 0 | 0 Totaal | 459 | 631 De in de balans opgenomen van Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, kunnen als volgt gespecificeerd worden: Pagina 28 Niet in de balans opgenomen rechten/verplichtingen Arbeidsgerelateerde verplichtingen Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Deze personele lasten worden verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. De verplichtingen uit hoofde hiervan per 31 december 2025 zijn in de onderstaande tabel opgenomen. Arbeidsgerelateerde verplichtingen (x € 1.000) Saldo 31 december 2025 Vakantiegeld 563 Vakantiedagen 436 Totaal 999 Meerjarige contractuele verplichtingen De verplichtingen uit hoofde van meerjarige contractuele verplichtingen per 31 december 2025 zijn in de onderstaande tabel opgenomen. Meerjarige contractuele verplichtingen (x € 1.000) Saldo 31 december 2025 Inzet bedrijfsarts 80 Personenvervoer 116 Totaal 196 Aansprakelijkheid bij een fiscale eenheid De Gemeenschappelijke regeling Kust-, Duin- en Bollenstreek vormt met MareGroep N.V. en MareFlex B.V. een fiscale eenheid voor de omzetbelasting. MareGroep N.V.

en de met haar gevoegde entiteiten zijn ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting. Faciliteiten De Gemeenschappelijke Regeling Kust-, Duin- en Bollenstreek beschikt over een rekening-courantfaciliteit met een kredietlimiet van €1,5 miljoen. Pagina 29 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de jaarstukken en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het bedoelde inzicht. Hierna is per onderdeel zoals opgenomen in het overzicht van baten en lasten een analyse opgenomen van de belangrijkste afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de jaarstukken.

Toelichting op de module sociale werkvoorziening Begroting na Sociale werkvoorziening | Realisatie | wijziging | Realisatie 2025 | 2025 | 2024 € | € | € Bruto loonkosten | -15.996 | -15.773 | -15.618 Kosten begeleid werken | -558 | -705 | -640 Gemeentelijke bijdrage | 17.253 | 17.253 | 16.358 Subsidieresultaat | 699 | 775 | 100 Netto begeleidingsopbrengsten Provalu Wsw | -715 | -715 | -644 Aanvullende gemeentelijke bijdrage | 247 | 32 | 1.304 Resultaat module sociale werkvoorziening | 231 | 92 | 760 Toerekening overhead | -41 | -92 | -56 Eindresultaat na toerekening overhead | 190 | 0 | 704 Het verschil tussen de begroting na wijziging en de realisatie is € 139.000 voordelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende: Toelichting | Categorie | Bedrag x € 1.000 Het gemiddeld aantal Wsw dienstverbanden valt lager uit dan begroot (realisatie: 363,5; begroting: 382,8) door een hogere uitstroom dan verwacht. | Bruto loonkosten | 847 De loonkosten per fte zijn hoger dan begroot. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door een hogere toename van het minimumloon en de CAO dan vooraf ingeschat, alsmede de compensatie vanuit het rijk voor de belastingmaatregelen | Bruto loonkosten | -1071 Het gemiddeld aantal Begeleid Werkers valt lager uit dan begroot (realisatie: 51,8; begroting: 57,7) door een hogere uitstroom dan | Kosten begeleid verwacht.

| werken | 148 De compensatie vanuit het Rijk die is ontvangen ter compensatie | Aanvullende van belastingmaatregelen voor de medewerkers is hier verantwoord | gemeentelijke bijdrage | 267 Aanvullende gemeentelijke Overdracht subsidie externe gemeente | bijdrage | -52 Totaal | 139 Pagina 30 Indicatoren programmabegroting module A Wsw Begroting na Realisatie | wijziging | Realisatie 2025 | 2025 | 2024 Gemiddeld aantal fte dienstverbanden | 364 | 383 | 391 Gemiddeld aantal fte Begeleid Werken | 52 | 58 | 57 Totaal | 415 | 440 | 448 Subsidieresultaat per fte | 1.683 | 1.759 | 223 Netto begeleidingsopbrengsten Provalu per fte | -1.722 | -1.623 | -1.440 Overheadlasten GR KDB per fte | -98 | -208 | -125 Gemeentelijke lasten per fte (incl. overhead) | -136 | -72 | -1.342 Gemeentelijke lasten per fte (totaal incl.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1840/documents/24850