CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D12 College, raadsbrief Inspectierapport Jeugdbescherming 5 juli 2021.pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken29.916 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Hillegom

Raadsbrief Inspectierapport Jeugdbescherming 5 juli 2021 aan:

de raad van de gemeente Hillegom

zaaknummer: Z-21-196973 datum collegevergadering: 6 juli 2021 portefeuillehouder: Jan van Rijn behandelend ambtenaar: Madeleine Heitmeijer-Broersen

Inhoud mededeling Met deze raadsbrief informeren wij u over het inspectierapport “Kwetsbare Kinderen Onvoldoende Beschermd” dat gisteravond op 5 juli 2021 door de inspectie is gepubliceerd. De publicatiedatum is op verzoek van de Ministeries (op 1 juli) vervroegd van 8 juli naar 5 juli. Wij willen u zo tijdig mogelijk informeren en doen u het rapport van de inspectie toekomen. De vier jeugdhulpregio’s, waaronder Holland Rijnland, die samen optrekken rondom de jeugdbescherming worden onder verscherpt toezicht geplaatst. In de bijlage bij deze raadsbrief ontvangt u uitgebreide achtergrondinformatie bij het inspectierapport en met betrekking tot andere ontwikkelingen rondom tot de jeugdbescherming. Deze informatie wordt door alle gemeenten in de vier betrokken jeugdhulpregio’s (Haaglanden, Midden Holland, Zuid-Holland Zuid en Holland Rijnland (samen de ZW 4) aan de gemeenteraden gestuurd. Verscherpt toezicht In het rapport staat dat er voor de 4 betrokken jeugdhulpregio’s de komende 6 maanden sprake is van “verscherpt toezicht”. De reden voor dit verscherpt toezicht is dat kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel volgens de normen van de Inspectie te lang op jeugdhulp wachten (langer dan 3 maanden). Verscherpt toezicht richt zich op de wijze waarop oplossingen op casusniveau worden geforceerd.

De “doorbraakaanpak” is daarbij belangrijk: de partijen moeten tot een doorbraak in de casus komen. De inspecties willen in het komende half jaar zien hoe de regio ZW4 die aanpak gaat aanscherpen. De inspecties realiseren zich dat een complete oplossing binnen 6 maanden niet mogelijk is, maar willen wel duurzaam resultaat zien. De inspecties verwachten van de regio ZW 4 een gedragen plan van aanpak, waarin die werkwijze zichtbaar wordt via periodieke resultaatverslaglegging. Er zullen handvatten geboden worden, waarin aangegeven wordt welke eisen de inspecties stellen aan die gedragen aanpak. Een concrete richtlijn voor verscherpt toezicht is bij de vaststelling van deze raadsbrief nog niet bekend en volgt in het inspectierapport. Bovenregionale situatie in ZW 4-verband De afgelopen maanden hebben de betrokken regio’s (Zuid-Holland Zuid uitgezonderd) in het kader van het “Verbeterplan JB West 2020-2021” bestuurlijk en ambtelijk en in samenwerking met Jeugdbescherming West (hierna: JB West) hard gewerkt aan verbeteracties, waaronder:  budget beschikbaar stellen voor caseloadverlaging, zodat JB West 24 fte extra medewerkers aan kon stellen;  bovenregionale harmonisering van de tarieven;  bovenregionale afspraken over indexering van de tarieven.

Dit heeft ertoe geleid dat alle gezinnen met kinderen, aan wie de kinderrechter een jeugdbeschermingsmaatregel opgelegd heeft, binnen de wettelijke termijn van 5 werkdagen een jeugdbeschermer toegewezen krijgt. Een groep kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel binnen de ZW 4 wacht echter langer dan 3 maanden op hulp. Dat aantal is wel flink verminderd: van 347 in november 2020 gedaald tot 60 in juni 2021. Regionale situatie in Holland Rijnland Binnen Holland Rijnland hebben we voor het vormgeven van de doorbraakaanpak en voor het monitoren en duiden van de cijfers, zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande structuren:  In subregio Rijnstreek (9 kinderen in de doorbraakaanpak op 1 juni jl.) is in samenwerking tussen GO! en JB West de doorbraakaanpak vormgegeven. Kinderen in de doorbraakaanpak krijgen een “urgentie plus” en daarmee voorrang bij de toekenning op zorg.  In de subregio’s Leidse regio en Duin- en Bollenstreek (11 kinderen in de doorbraakaanpak op 1 juni jl, waaronder geen jeugdigen uit Hillegom) geldt dat de coördinator van het Trajectberaad Complexe Casuïstiek (TCC) (financieel) mandaat heeft gekregen jeugdhulp voor de jeugdigen in de doorbraakaanpak (met voorrang) in te zetten.

Daarnaast wordt een afwegingskader ontwikkeld dat in de zomer van kracht wordt, met het doel ervoor te zorgen dat de jeugdigen die de hulp het hardst nodig hebben, deze ook daadwerkelijk ontvangen. Dit geldt ook voor de jeugdigen waarvoor een jeugdbeschermingsmaatregel is opgelegd (de doorbraakaanpak). Dit heeft erin geresulteerd dat in onze regio het aantal kinderen in de doorbraakaanpak van 79 bij de start begin 2021 tot 20 kinderen per juni 2021 gedaald is. Wat in het komende half jaar te doen? Het komende half jaar intensiveren we op diverse niveaus de samenwerking rondom de doorbraakaanpak. We verwachten dat we met een gericht Plan van Aanpak binnen een half jaar aan de eisen van de Inspectie kunnen voldoen en dat daarmee het verscherpt toezicht niet meer nodig is. Maatregelen op bovenregionaal niveau ZW 4 Op bovenregionaal niveau (ZW 4) blijven we de resultaten van het Verbeterplan van JB West ambtelijk en bestuurlijk volgen. We onderzoeken aan de hand van (tussen-) rapportages wat er nodig is om het Verbeterplan van JB West na 2021 voort te zetten. We verzoeken regio Zuid-Holland Zuid om mee te doen. We zijn al in gesprek met de landelijke Gecertificeerde Instellingen (het Leger des Heils en de William Schrikker Stichting) op welke manier zij aan kunnen sluiten.

Daarnaast continueren we de bovenregionaal vormgegeven samenwerking op het gebied van:  De ontwikkeling van de organisatie van Jeugdbescherming;  Jeugdhulpplus (gesloten jeugdhulp met verblijf);  Zeer specialistische J-GGZ voorzieningen;  Het bovenregionaal expertisenetwerk (BREN), waarin consultatie en advies, het organiseren van hulp en leren & kennisdelen samenkomen;  Ook het bovenregionaal bestuurlijk overleg van de voorzitters van de jeugdhulpregio’s gaan we continueren. Maatregelen op regionaal niveau Hollland Rijnland Tijdens het regionale Holland Rijnland PHO van 7 juli 2021 staat het onderwerp op de bestuurlijke agenda. Wethouder De Jager van de gemeente Alphen aan den Rijn zal als vertegenwoordigend wethouder voor JB West de bestuurlijke oproep doen om op de

diverse niveaus de doorbraakaanpak prioriteit te blijven geven. Ambtelijk wordt gewerkt aan een gericht Plan van Aanpak op regionaal niveau. Daarin zijn mogelijke uitvoeringslijnen:  We blijven de aantallen en resultaten van de doorbraakaanpak ook de komende tijd monitoren;  In de aanbesteding van de Jeugdbescherming (segment 7) is aangegeven dat cliënten met een maatregel met prioriteit de zorg moeten krijgen die nodig is.  In ontwikkeltafels met aanbieders zullen we in partnerschap in gesprek blijven over verkorting/verbetering van de jeugdbeschermingsketen. Zodat gezinnen hier het resultaat van merken.  De werkwijze in de pilot Samenwerken aan Veiligheid wordt op dit moment geëvalueerd. We kijken in regio Holland Rijnland wat er nodig is om deze samenwerking tussen lokale teams en de Jeugdbescherming te borgen. Daarnaast erkennen we dat de vormen van zorg die nodig zijn binnen de doorbraakaanpak schaars zijn. Het gaat veelal om opvang van kinderen in gezinshuizen en om zeer specialistische J-GGZ, of zorg in de vorm van Beschermd Wonen bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd. Ook de wachttijden voor acute en urgente jeugdhulp breder dan de doorbraakaanpak, onder andere door verhoging van het aantal crisissen door de coronacrisis, geven een grote druk op het jeugdhulpaanbod.

Vanaf 1 januari 2022 treden binnen de subregio’s Duin- en Bollenstreek en de Leidse regio de nieuwe inkoopovereenkomsten met jeugdhulpaanbieders in werking. De huidige overeenkomsten zijn gewijzigd met het doel de jeugdhulp in de subregio’s door te ontwikkelen en de transformatie te versnellen. De nieuwe overeenkomsten gaan uit van een nieuwe ordening van de jeugdhulp. Er zijn zeven segmenten opgesteld. Voor ieder segment zijn specifieke doelen geformuleerd. De gemeenten binnen de regio Holland Rijnland sturen op deze doelen om een dekkend zorglandschap en kwalitatief goede jeugdhulp te realiseren. Onderdeel van de ambities die met de nieuwe inkoop worden beoogd, is de uitbreiding van het aantal gezinshuizen in de regio. Gezien de vraag naar gezinshuizen (ook in relatie tot de doorbraakaanpak) wordt gekeken of dit proces mogelijk versneld in gang kan worden gezet. Binnen de subregio’s Leidse regio en Duin- en Bollenstreek wordt er een onderzoek opgezet naar wachtlijsten in het algemeen. Tenslotte geldt dat in de komende maanden het huidig Trajectberaad Complexe Casuïstiek (TCC) wordt doorontwikkeld tot een regionale experttafel. Dit met het doel een maatwerkaanbod te creëren voor jeugdigen en gezinnen met complexe problematiek. Wij zullen de gemeenteraad informeren bij nieuwe ontwikkelingen met betrekking tot de doorbraakaanpak.

Bijlagen: 1. Achtergrondinformatie bij de Raadsbrief over het Inspectierapport Kwetsbare Kinderen onvoldoende Beschermd/ de Doorbraakaanpak 2. Inspectierapport Kwetsbare kinderen Onvoldoende beschermd regio ZW 4 - 5 juli 2021 3. Landelijk rapport KKOB 2021 en vervolgtoezicht - 5 juli 2021

Bijlage 1: achtergrondinformatie bij de Raadsbrief over het Inspectierapport Kwetsbare Kinderen onvoldoende Beschermd/ de Doorbraakaanpak

1. Het landschap van de Jeugdbescherming Bij ernstige problemen in een gezin kan hulp bij de opvoeding verplicht worden gesteld. De kinderrechter kan hiervoor een maatregel voor kinderbescherming opleggen:  een ondertoezichtstelling (ots) bepaalt verplichte hulp en ondersteuning bij het opvoeden;  een gezagsbeëindigende maatregel bepaalt dat de ouder het gezag over het kind verliest (voogdijmaatregel). De Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) onderzoekt of de ontwikkeling van een kind ernstig in gevaar is. Is dit het geval, dan kan de RvdK een verzoek voor een kinderbeschermingsmaatregel indienen bij de kinderrechter. De kinderrechter beslist of een kinderbeschermingsmaatregel nodig is. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdbescherming. Hiervoor maken gemeenten afspraken met gecertificeerde instellingen (GI’s) die in hun regio de maatregelen uitvoeren. Binnen jeugdhulpregio Holland Rijnland zijn drie GI’s gecontracteerd: Jeugdbescherming West (JBWest) en de landelijk werkende organisaties: de William Schrikker Stichting (WSS) en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (LdH JB&JR). De jeugdhulpregio Haaglanden is accounthouder voor JBWest die, naast de regio Haaglanden, ook actief is in de regio’s Midden Holland, Holland Rijnland en Zuid Holland Zuid (gezamenlijk regio Zuid-West/ ZW 4).

De jeugdhulpregio Haaglanden is als grootste daartoe aangewezen (qua omvang is Haaglanden ongeveer even groot als de andere drie jeugdhulpregio’s samen). De gemeente Den Haag heeft voor de inspecties de rol als accounthouder voor de gehele jeugdbeschermingsregio Zuid-West. 2. Achtergrondinformatie bij de inspectierapporten Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd De gezamenlijke inspecties hebben al enige tijd zorgen om kwetsbare kinderen binnen de jeugdbescherming in Nederland. In 2019 lag daarbij de focus op de versteviging van de positie van de GI`s (1e inspectierapport en Verbeterplan). In 2e instantie (voortgangsrapportage en doorbraakaanpak) was de aandacht breder gericht, op tijdig passende jeugdhulp voor jeugdigen met een beschermingsmaatregel. Dat is een opgave die niet alleen betrekking heeft op de GI`s, maar ook op het hele zorglandschap Jeugd (ketenbreed). 1. Eerste inspectierapport november 2019 – Verbeterplan GI’s 1.1 Achtergrond Verbeterplan JB West 2020-2021 Op 8 november 2019 zijn het landelijk inspectierapport: “Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd” 1 en het signalement: “Jeugdbeschermingsketen in gevaar gepubliceerd2.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) concludeerde in haar rapport dat jeugdigen met een Jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel onvoldoende bescherming krijgen en gecertificeerde instellingen (GI’s) hun wettelijke opdracht onvoldoende kunnen uitvoeren vanwege het ontbreken van goede randvoorwaarden (vooral financiën en personeel). 1 zie https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/11/07/kwetsbare-kinderen-

onvoldoende-beschermd) 2 zie https://www.inspectie-jenv.nl/Publicaties/publicaties/2019/11/08/signalementjeugdbeschermingsketen-in-gevaar)

In verband met het Inspectierapport zijn onder coördinatie van de VNG vervolgens verbeterplannen opgesteld. Het Verbeterplan voor JB-West (in samenwerking met de jeugdhulpregio’s Haaglanden, Midden Holland en Holland Rijnland) bevat de volgende elementen:

Harmonisering van de tarieven vanaf 1-1-2021 tussen de vier bij JB-West betrokken jeugdhulpregio’s, incl. tijdelijke risico-opslag van 2% (tot het weerstandsvermogen een hoogte van 10% heeft bereikt;

Tijdelijke compensatie (een lumpsumbedrag met voorwaarden) om de caseload te kunnen verlagen, waarmee de medewerkers in staat worden gesteld binnen de door de IGJ gestelde kwaliteitsnorm te functioneren (gedurende 1,5 jaar met ingang van juli 2020, met uitzondering van ZHZ). Dit betekent concreet dat een jeugdbeschermer gemiddeld 15 minuten per week meer tijd voor een gezin heeft;

De definitieve tariefhoogte is verbonden aan nader uit te werken ‘performanceeisen’ en herontwerp van de veiligheids-/beschermingsketen;

1.2. Stand van zaken afspraken met JB-West:  Per 1 januari 2021 zijn alle vacatures vervuld: JB-West heeft met de beschikbaar gestelde middelen voor de caseloadverlaging 24 Fte aangenomen, waaronder 2 zorgcoördinatoren (bovenregionaal);  Per 1-1-2021 worden de tarieven jaarlijks bovenregionaal uniform geïndexeerd;  Er is een addendum opgesteld, waarin de afspraken rond het verbeterplan (en de rapportage daarover) zijn opgenomen;  De afspraken over uniformeren van de verantwoordingseisen zijn nagenoeg rond. 1.3. Afspraken met andere GI’s: In aanvulling hierop zijn ook met het Leger des Heils voorlopige afspraken gemaakt over een lumpsumbedrag t.b.v. compensatie voor de inzet van een extra boventallig fte in het bestand van jeugdbeschermers. Ook met de WSS zal hierover mogelijk nog op een vergelijkbare manier gesproken worden. Dit is van belang omdat het verhogen van de stabiliteit in de personeelsformatie een noodzakelijke voorwaarde is voor adequate kwaliteit van de zorg. 1.4. Vervolg Verbeterplan JB West vanaf 2022 Bij het maken van de afspraak rondom de caseloadverlaging is ook afgesproken dat gedurende deze periode (tot eind 2021) de hervorming van de jeugdbeschermingsketen plaatsvindt en een ‘nieuwe, passende’ caseload wordt bepaald, met daarbij uiteraard de financiering.

Met het verschijnen van het toekomstscenario (zie hieronder in hoofdstuk 2) weten we inmiddels dat de hervorming van de keten een lang proces zal zijn. Het is uitgesloten dat er een nieuwe caseloadnorm is voor het eind van dit jaar. Voor de korte termijn is het belangrijk dat de beweging die we in gang hebben gezet, niet stopt. De Doorbraakaanpak (zie hieronder) heeft getoond dat we op de goede weg zijn, maar dat we ons geen terugval kunnen permitteren. Het voornemen is de dekking op te nemen in de begroting voor 2022 en dat vraagt dit jaar nog een besluit samen met de betrokken regio’s Midden Holland en Holland Rijnland (Zuid-Holland Zuid overweegt mogelijk hierbij aan te sluiten). 2. Stand van zaken Doorbraakaanpak: Eindrapportage inspectie regio ZuidWest Op 15 oktober 2020 hebben de Inspecties Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en Justitie en Veiligheid (IJV) de Voortgangsrapportage ‘Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd’ gepubliceerd. Hierin is aan alle gemeenten in Nederland gevraagd om binnen 4 maanden

te komen tot een doorbraakaanpak voor jeugdigen met een beschermingsmaatregel die langer dan 5 dagen wachten op een vaste jeugdbeschermer en de jeugdigen met een beschermingsmaatregel die langer dan 3 maanden wachten op passende jeugdhulp. Het eindrapport voor de jeugdbeschermingsregio Zuid-West wordt op 5 juli as in de avond gepubliceerd tegelijkertijd met het landelijke rapport van de inspecties. Het rapport is vanaf 5 juli 2021 te vinden op www.igj.nl. Wij vinden het belangrijk om u hiervan pro actief op de hoogte te stellen en doen dat in een parallel proces aan de verschijning van het inspectierapport. Wij zullen het rapport zo spoedig mogelijk via de griffie aan u doen toekomen. Door het succes van het Verbeterplan, lag de opgave bij het begin van de doorbraakaanpak niet zozeer bij de norm dat ieder kind tijdig een vaste jeugdbeschermer en een gedragen koers heeft. Die norm was aan het begin al nagenoeg behaald: er zijn geen wachtlijsten, nieuw binnen gekomen zaken worden binnen de wettelijke termijn van 5 dagen opgepakt. De fase vanaf de voortgangsrapportage was en is er vooral op gericht om jeugdigen met een beschermingsmaatregel tijdig (binnen 3 maanden) passende jeugdhulp te bieden. Dat is een opgave die niet alleen betrekking heeft op de GI’s, maar op het hele zorglandschap (ketenbreed). 2.1.

Conclusies inspecties De inspecties hebben hun oordeel gebaseerd op de jeugdbeschermingsregio Zuid-West als geheel. De inspecties hebben waardering voor de inspanningen die de regio Zuid West heeft verricht bij het vormgeven en uitvoeren van de doorbraakaanpak. Tegelijkertijd stellen de inspecties vast dat de regio Zuid West niet aan de norm voldoet. De inspecties hebben binnen regio Zuid West verschillende (doorbraak)aanpakken gezien. De samenwerking in de doorbraakaanpak heeft in de regio’s Haaglanden en Midden Holland meer resultaat opgeleverd dan in de andere regio’s in Zuid West. In regio’s Holland Rijnland en ZuidHolland Zuid kwam de (doorbraak) aanpak traag op gang. De inspecties stellen vast dat de wethouders die de verschillende jeugdhulpregio’s in Zuid West vertegenwoordigen zijn doordrongen van de noodzaak om de doorbraakaanpak aan te scherpen en voort te zetten en dat zij voornemens zijn de bovenregionale samenwerking te intensiveren om te komen tot een kwalitatief en kwantitatief toereikend hulpaanbod. Dit is positief, tegelijkertijd hebben de inspecties zorgen over de jeugdigen met een maatregel die op dit moment wachten op passende hulp en oorzaken die hieraan ten grondslag liggen. De inspecties stellen de regio Zuid-West onder verscherpt toezicht, voor een periode van een half jaar.

Concreet verwachten de inspecties per direct dat de regio’s zorgen dat elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp krijgt. Verscherpt toezicht richt zich op de wijze waarop oplossingen op casusniveau worden geforceerd: alle kinderen dienen tijdig geholpen te worden. De doorbraakaanpak is daarbij belangrijk. De inspecties willen zien hoe de regio Zuid-West die aanpak gaat aanscherpen. De inspecties realiseren zich dat een complete oplossing binnen 6 maanden niet mogelijk is, maar willen wel duurzaam resultaat zien. De inspecties verwachten van de regio Zuid-West een gedragen plan van aanpak, waarin die werkwijze zichtbaar wordt via periodieke resultaatverslaglegging. Er zullen handvatten geboden worden, waarin aangegeven wordt, welke eisen de inspecties stellen aan die gedragen aanpak. Een concrete richtlijn voor verscherpt toezicht staat in het inspectierapport.

2.2. Reactie ZW 4 op deze conclusies Wij delen de zorgen en de urgentie van de inspecties over het belang van het bieden van tijdige passende hulp voor kinderen met een maatregel. Gemeenten hebben immers een bijzonder verantwoordelijkheid, als het gaat om kinderen die aan onze zorg zijn toevertrouwd. In de afgelopen periode hebben we samen met vele betrokkenen grote inspanningen verricht om ervoor te zorgen dat kinderen met een maatregel, tijdig passende hulp krijgen (zie paragraaf hieronder). We realiseren ons ook, dat ondanks de goede resultaten die geboekt zijn, een deel van deze kinderen nog steeds wacht op een passend hulpaanbod. Daar willen wij met daadkracht samen verder oppakken. Het rapport beschrijft beperkt de variatie tussen de jeugdhulpregio’s binnen Zuid-West. Daardoor is de inhoud weliswaar op de schaal van Zuid-West herkenbaar, maar is het slechts ten dele herkenbaar voor de jeugdhulpregio’s afzonderlijk. Een ander punt van aandacht is de rol die Den Haag als accounthoudende gemeente wordt toegedacht. Een accounthouder kan in grote lijnen het proces binnen Zuid-West organiseren, bewaken en inhoud gedreven sturen, maar die heeft uiteindelijk geen zeggenschap over het beleid binnen de verschillende regio’s of invloed op de context waarbinnen de regio’s moeten functioneren.

Het rapport van de Inspectie veronderstelt een bepaalde maakbaarheid, waarbij er altijd oplossingen voorhanden zouden zijn. Tegelijkertijd vraagt bijvoorbeeld het realiseren van nieuwe gezinshuizen en residentiele voorzieningen nu eenmaal veel tijd, bijvoorbeeld voor het beschikbaar krijgen van vastgoed, maar niet in de laatste plaats ook voor het vormen van een team. Sowieso kampt de jeugdsector, evenals vele andere sectoren in Nederland, met een toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Dat is ook een realiteit waarmee we te maken hebben. Daarnaast is de woning-/ vastgoedmarkt ook krap. Daar waar het binnen onze mogelijkheden ligt, vertalen we deze actuele opgave samen met de andere betrokkenen in Zuid-West naar een praktische aanpak om belemmeringen weg te nemen, om te voorkomen dat deze meeste kwetsbare groep tussen wal en schip valt. 2.3. Bovenregionale resultaten doorbraaktraject (Zuid-West) Met de doorbraakaanpak is binnen Zuid-West een aantal concrete resultaten bereikt:

Het Verbeterplan 2020-2021 zorgt voor meer stabiliteit en effectiviteit in het werk van de jeugdbeschermers: o Er zijn harmoniseringsafspraken over de tarieven gemaakt; o Er zijn geen wachtlijsten bij de G.I.s; gezinnen/ kinderen krijgen binnen de wettelijk verplichte termijn van 5 werkdagen na de uitspraak van de kinderrechter (oplegging van een JB-maatregel) een jeugdbeschermer toegewezen. Hiermee wordt voldaan aan de eisen. o De jeugdbeschermers hebben meer tijd per gezin gekregen; o Er wordt tijdiger geregistreerd doordat hier intern scherper op gemonitord wordt.

Ruim 285 kwetsbare gezinnen die niet binnen afzienbare termijn passende zorg hadden gekregen, zijn alsnog geholpen (al zijn er grote regionale verschillen);

   

Er is een beter overzicht t.a.v. het beschikbare zorgaanbod en de hiaten daarin; Er is beter inzicht per regio in het functioneren van de bestaande structuren; Knelpunten worden eerder gesignaleerd en met ons gedeeld; De structuur van de doorbraakaanpak wordt beter benut door jeugdbeschermers.

“Nog geen passende hulp” (volgens criterium inspecties) * Regio

(15 januari)

(15 februari)

(15 maart)

(begin juni)

Het totale aantal maatregelen Afgerond (Peildatum: april 2021)**

Start

 

H-10

134

83

20

14

17

2.260

ZHZ

96

96

58

44

20

1.190

HR

79

72

39

36

20

950

MH

20

10

7

3

4

630

Totaal

347

261

124

97

61

5.030

*Noot: Het gaat steeds om een nieuwe peiling volgens criterium: Nieuwe instroom van kinderen die langer dan 3 maanden wachten wordt erbij opgeteld. **Disclaimer: Het aantal maatregelen fluctueert voortdurend! Het volume aan maatregelen geeft inzicht in het aantal kinderen dat te lang wacht op hulp i.r.t. de omvang van alle maatregelen: Dat ligt tussen de 1 en 2 %.

2.4. Impact op jeugdigen en gezinnen Over welke kinderen hebben we het hier? Het betreft hier een klein aantal kinderen in een zeer kwetsbare situatie. Het gaat om kinderen, die aan onze zorgen zijn toevertrouwd, nadat de rechter een maatregel heeft opgelegd. Vaak spelen er complexe gezinssituaties, waarin de oplossing niet zo eenvoudig te organiseren is. In veel gevallen lukt het ons binnen Holland Rijnland, om voor deze kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel een passende plek te vinden. In enkele gevallen niet. Als het lang duurt om een oplossing te vinden, heeft dat de volgende gevolgen:  Het zoeken naar overbruggingshulp of een alternatief: Dit betekent voor het gezin onduidelijkheid, wellicht niet de meest gewenste hulpvorm en concessies doen. Dit heeft effect op motivatie, en voor de langere termijn is het de vraag hoe effectief de alternatieve hulpvorm is.  Kanttekening hierbij is, dat soms (ook) blijkt dat overbruggingshulp een positief/positiever effect heeft dan verwacht en toch ook blijkt te voldoen;  Wachten op jeugdhulp (er is dan een jeugdbeschermer aan het gezin toegewezen): Ook dit heeft een effect op de motivatie van het gezin, vaak is de nut en noodzaak dan veranderd, waardoor de bereidheid en motivatie om de hulp in te zetten zakt.

Daarmee is er ook weer risico dat het (gezins-)patroon voor de langere termijn niet doorbroken wordt;  Kijken we naar effecten in de brede zin dan zien we ook dat door het niet tijdig kunnen inzetten van juiste/passende hulp, en soms lange wachttijden een beschermingsmaatregel verlengd moet worden omdat de hulp nog niet is gestart/afgerond; Hier gaat het om het wachten op het inzetten van de juiste en benodigde jeugdhulp. Als dit niet snel genoeg kan, dan is het risico dat de jeugdbeschermingsmaatregel langer moet duren.  Als passende hulp te lang uitblijft is het risico aanwezig dat de huidige maatregel verlengd wordt. We blijven zoeken naar mogelijkheden voor een structureel vervolg. Dat is ook belangrijk, in verband met het volgende thema: Het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Bovengenoemde ontwikkelingen tonen mede de noodzaak zien om te komen tot hervorming van de jeugdbeschermingsketen. Daar is het toekomstscenario een belangrijke eerste stap toe

3. Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming Op 30 maart jl. zonden de Minister voor Rechtsbescherming en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een toekomstscenario voor kind- en gezinsbescherming3 naar de 2e Kamer. Het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming is in gezamenlijk opdrachtgeverschap van het Rijk en de VNG opgesteld. Dit scenario komt voor uit constateringen en ervaringen van diverse partijen dat het huidige stelsel knelt en te complex is. Dat vergt een nieuwe opzet van de kind- en gezinsbescherming. Structuuraanpassingen die meer ruimte maken voor een nieuwe manier van werken. Daarbij staan vier uitgangspunten centraal: gezinsgericht, rechtsbeschermend & transparant, eenvoudig en lerend. Het schetst een toekomstbeeld, maar is nog geen uitgewerkt plan. Dit is een langjarig traject (5 tot 10 jaar). Bij het scenario is daarom een routekaart gevoegd. Deze routekaart adresseert de belangrijkste uitzoekpunten en laat zien welke stappen nodig zijn om het toekomstscenario te realiseren. De routekaart is gestart met een brede consultatieronde in de maanden april tot juni 2021. Dit toekomstscenario brengt met zich mee dat veel van de activiteiten die we nu ontplooien in dit nieuwe perspectief mee zullen bewegen.

Het toekomstscenario zal komende jaren veel impact hebben op de jeugdbeschermingsketen en ook op de werkwijze en inzet van onze lokale teams. Voor de financiële consequenties wordt via de lijn van de VNG aandacht gevraagd bij het Rijk. 4. Actuele ontwikkelingen binnen de Gecertificeerde Instellingen (GI`s) en in de Jeugdbeschermingsketen 4.1 Bestuurlijke overname Intervence De provincie Zeeland heeft aangegeven niet door te willen gaan met Intervence als zelfstandige GI. Inmiddels is duidelijk dat JB-West de werkzaamheden via een bestuurlijke fusie met Intervence zal continueren. JB-West heeft desgevraagd bevestigd dat deze uitbreiding van werkgebied geen nadelige consequenties zal hebben voor de huidige regio’s waarin zij nu actief is (de ZW 4). De 13 Zeeuwse gemeenteraden zijn allemaal akkoord gegaan met financiering van jeugdbeschermings- en reclasseringstaken die van Intervence naar JB-West gaan. Na de bestuurlijke fusie van JB-West en Intervence waarschijnlijk op 1 juli as, zal de naam van de nieuwe organisatie gewijzigd worden in “Jeugdbescherming West Zeeland”. 4.2. Wachtlijsten Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) Al langere tijd zijn er wachtlijsten bij de Raad voor de Kinderbescherming. 4 Deze wachtlijsten werken door in de jeugdbeschermingsketen: kinderen moeten langer wachten totdat de kinderrechter een uitspraak heeft gedaan.

De Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd hebben in maart jongstleden aangegeven te gaan onderzoeken hoe de RvdK zicht houdt op de veiligheid van kinderen die op zijn wachtlijst staan. Als oorzaak van de wachtlijsten is door de RvdK onder meer aangedragen dat er sprake is van een fors verzuim van medewerkers en forse instroom van cliënten.

3

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2021/03/30/tk-bijlage-toekomstscenario-kind-

en-gezinsbescherming. 4

zie https://www.kinderbescherming.nl/over-ons/ons-onderzoek-feiten-en-cijfers/raadsonderzoek-

stand-van-zaken

Jeugdbeschermingsregio Zuid West

(Haaglanden, Midden Holland, Holland Rijnland en Zuid-Holland Zuid)

Regiorapport vervolgtoezicht kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Utrecht, juli 2021

De accounthoudende wethouder aan het woord namens Jeugdhulpregio Zuid West

Op deze punten uit het rapport zijn we trots: Ruim 285 jeugdigen die niet tijdig passende zorg kregen, zijn alsnog geholpen (al zijn er grote regionale verschillen). Er is beter inzicht in het beschikbare zorgaanbod en betere samenwerking tussen expertiseteams en GI’s. Het verbeterplan zorgt (in drie jeugdhulpregio’s) voor meer stabiliteit en effectiviteit voor de jeugdbescherming: er zijn harmonisatieafspraken gemaakt (tarieven). Er is extra personeel aangenomen en het verloop in personeel neemt af. Er zijn geen wachtlijsten bij de GI’s. De jeugdbeschermers hebben meer tijd per gezin. Er wordt door JBWest scherp gemonitord op tijdige registratie.

Met deze punten uit het rapport gaan we aan de slag:

Wat gaan jeugdigen en ouders hiervan merken?

Zuid West gaat de doorbraakaanpak optimaliseren en structureel inbedden. De regio gaat er gezamenlijk voor zorgen dat in specifieke casuïstiek snel oplossingen worden georganiseerd, los van de verschillende inkoopsystemen die er zijn. Het verbeterplan Jeugdbescherming-West 2020-2021 wordt in 2022 voortgezet. De bovenregionale samenwerking wordt doorontwikkeld op het gebied van Jeugdbescherming, Jeugdhuipplus, specialistische voorzieningen (zoals ASS) en het boven regionaal expertise netwerk (BREN). Het bovenregionaal bestuurlijk overleg van de voorzitters van de jeugdhulpregio’s wordt voortgezet.

Jeugdigen en ouders ervaren dat de professionals er eerder bij zijn en beter met elkaar samenwerken. Ze gaan merken dat jeugdbeschermers meer tijd en aandacht aan hen kunnen besteden. Ze zien minder wisselende gezichten. Jeugdigen worden minder vaak afgewezen en doorgeplaatst, ook als is hun zorgvraag ingewikkeld. Ze vinden sneller een echt passende plek. Maar eerlijk is eerlijk: er zullen ook jeugdigen en gezinnen zijn die helaas ervaren dat we dit ideaal niet zomaar voor elkaar hebben. Het vraagt nog veel werk van veel verschillende partijen, lokaal, regionaal en landelijk.

Samenvatting Dit rapport maakt deel uit van het toezichttraject Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: inspecties). In de voortgangsrapportage van oktober 2020 hebben de inspecties gevraagd om een doorbraakaanpak voor alle kinderen met een jeugdbeschermings- en/of reclasseringsmaatregel. Deze aanpak moet ertoe leiden dat elk kind met een dergelijke maatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp krijgt. Dit rapport van de inspecties geeft antwoord op de vraag of de regio Zuid West hierin is geslaagd. Bevindingen en conclusies Tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers De regio Zuid West is er grotendeels in geslaagd om tijdig een vaste jeugdbeschermer toe te wijzen aan elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel en tijdig een gedragen koers uit te zetten voor deze kinderen. De regio heeft hier de afgelopen jaren in geïnvesteerd. De tariefstelling voor JB west is per 1 januari 2021 geharmoniseerd en draagt hieraan bij. Drie van de vier regio’s hebben aanvullend een lumpsumfinanciering beschikbaar zodat JB west de caseload verder kon verlagen. Ondanks deze positieve ontwikkelingen ervaren de jeugdbeschermers nog altijd een hoge werkdruk.

Tijdig passende hulp De regio Zuid West is er niet in geslaagd om tijdig passende hulp in te zetten voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel. De doorbraakaanpak in de regio’s heeft onvoldoende tot het gewenste resultaat geleid. De inspecties hebben binnen regio Zuid West verschillende (doorbraak)aanpakken gezien. De doorbraakaanpak heeft in de regio’s Haaglanden en Midden Holland meer resultaat opgeleverd dan in Holland Rijnland en Zuid-Holland Zuid. In de regio ontbreekt het aan effectieve (bovenregionale) samenwerking die nodig is op thema’s als residentiële zorg en bovenregionale inkoop van hoog specialistische zorg voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. De inspecties zien extra belemmeringen wanneer de inzet van hulp vanuit verschillende domeinen nodig is, verschillende gemeenten betrokken zijn, of volwassen hulpverlening betrokken/nodig is maar daar onvoldoende aansluiting in is. Verder is in de regio Zuid West het proces om te komen tot passende hulp voor kinderen met een maatregel verschillend heeft georganiseerd en hierdoor zodanig complex, dat dit de tijdige inzet van passende hulp vertraagt.

De inspecties stellen vast dat de wethouders die de verschillende jeugdhulpregio’s in Zuid West vertegenwoordigen zijn doordrongen van de noodzaak om de doorbraakaanpak voort te zetten en de bovenregionale samenwerking te intensiveren, om te komen tot een kwalitatief en kwantitatief toereikend hulpaanbod. Dit is positief, tegelijkertijd hebben de inspecties zorgen over de kinderen met een maatregel die op dit moment wachten op passende hulp en oorzaken die hieraan ten grondslag liggen. Vervolg Tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers De inspecties sluiten het toezichttraject voor wat betreft JB west af. Over de landelijk werkende instellingen (Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en William Schrikker Stichting) rapporteren de inspecties wat betreft deze normen op geaggregeerd niveau in het landelijke rapport. Tijdig passende hulp Gelet op het voorgaande kan de inspectie er onvoldoende van uitgaan dat de betrokken partijen, onder regie van de accounthoudende regio, er op korte termijn in slagen om elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp te bieden. De inspecties verwachten dat de

3 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

gemeenten, de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders alsnog aan deze norm voldoen en belemmeringen om aan de norm te voldoen wegnemen. De inspecties zullen hiertoe in de regio Zuid West verscherpt toezicht uitvoeren voor een periode van een half jaar en hierover indringende gesprekken voeren met de regio en gemeenten. De inspecties zien tot slot dat er landelijk belemmeringen zijn in het tijdig bieden van passende hulp. De inspecties spreken de stelselverantwoordelijke ministers hierop aan in het landelijke rapport.

4 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Inhoudsopgave 1 Inleiding .......................................................................................................................... 6 1.1 1.2 1.3

Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd ............................................................. 6 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel .................................................... 6 Opzet van het onderzoek ........................................................................................ 7

2 Beschrijving van de jeugdbeschermingsregio ....................................................................... 8 2.1 2.2

Beschrijving jeugdbeschermingsregio Zuid West ........................................................ 8 Beschrijving betrokken GI’s ..................................................................................... 9

3 Indruk na de monitoringsfase ............................................................................................10 3.1 3.2

Beschrijving doorbraakaanpak Zuid West .................................................................10 Beeld op basis van monitoring ................................................................................10

4 Resultaten van de praktijktoets .........................................................................................13 Bevindingen ..................................................................................................................13 5 Conclusie ........................................................................................................................20 5.1 5.2 5.3

Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer en tijdig een gedragen koers ...............................................................................................20 Elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp ............................20 Vervolg passende hulp: Verscherpt toezicht..............................................................21

Bijlage ..............................................................................................................................23

5 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

1 Inleiding Dit rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: inspecties) geeft antwoord op de vraag of elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel 1 in de jeugdbeschermingsregio 2 Zuid-West tijdig een vaste jeugdbeschermer, tijdig een gedragen koers en tijdig passende hulp krijgt. Dit regiorapport maakt deel uit van een landelijk onderzoek naar tijdige en passende hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel. In totaal verschijnen elf regiorapporten en daarnaast publiceren de inspecties gelijktijdig een landelijk rapport. Dit landelijke rapport bevat een overstijgend beeld van de mogelijkheden die regio’s en instellingen hebben om de hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregelen te verbeteren (best practices). Ook brengen de inspecties knelpunten in beeld die overal in het land in meer of mindere mate (structurele) belemmeringen opleveren/betekenen voor de bescherming aan kwetsbare kinderen met een maatregel.

1.1 Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd In het najaar van 2019 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: de inspecties) in het rapport en signalement met de titel Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd respectievelijk Jeugdbeschermingsketen in gevaar geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De inspecties oordeelden dat de overheid onvoldoende haar verantwoordelijkheid nam om kinderen te beschermen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd. Daarnaast constateerden zij structurele problemen die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp zouden krijgen. Hierop hebben de inspecties een intensief toezicht traject ingezet.

De bescherming van kwetsbare kinderen: een overheidstaak Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling. Hieronder vallen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing en (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid is verplicht maatregelen te nemen om kindermishandeling te voorkomen. Ook moet de overheid zorgen voor opvang en behandeling van kinderen die hiervan slachtoffer zijn (artikel 19 IVRK).

1.2 Doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel In 2020 en 2021 volgden de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering op de korte termijn en structurele verbetering op de langere termijn. In de voortgangsrapportage van oktober 2020 deden de inspecties verslag van de eerste bevindingen. De inspecties zagen dat er voor de langere termijn een positieve beweging in gang is gezet, maar stelden tegelijkertijd vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde waren. Om die reden hebben de inspecties gevraagd om een doorbraak te forceren voor alle kinderen met een jeugdbescherming of -reclassering maatregel door middel van een onorthodoxe actiegerichte aanpak. De doorbraakaanpak moest ertoe leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een vaste jeugdbeschermer wordt toegewezen, tijdig een gedragen koers is uitgezet en dat tijdig passende hulp wordt ingezet die leidt tot het opheffen van

1 2

Hiermee worden zowel de jeugdbeschermings- als ook de jeugdreclasseringsketen bedoeld. De inspecties zijn bij het toezicht in de regio’s uitgegaan van de gebieden waarbinnen een regionale gecertificeerde instelling werkzaam is en benoemen deze gebieden in het rapport als ‘jeugdbeschermingsregio’. Voor de meeste jeugdbeschermingsregio’s komen deze grenzen overeen met de provinciegrenzen van één of twee provincies. In Noord- en Zuid-Holland zijn twee regionale gecertificeerde instellingen werkzaam.

6 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. En dat daarmee de uitspraak van de rechter tijdig wordt uitgevoerd.

1.3 Opzet van het onderzoek Monitoring Van oktober 2020 tot februari 2021 hebben de inspecties de doorbraakaanpak van elke jeugdbeschermingsregio gemonitord door frequente gesprekken met accounthoudende wethouders of afgevaardigde ambtenaren te voeren. In deze gesprekken werd telkens de stand van zaken omtrent bovengenoemde normen en de doorbraakaanpak besproken. Verdiepende praktijktoets In februari en maart 2021 hebben de inspecties tijdens de verdiepende praktijktoets getoetst of kinderen met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer, gedragen koers en passende hulp hebben. Dit hebben zij gedaan door middel van dossiertoetsen en gesprekken met kinderen, ouders en jeugdbeschermers / jeugdreclasseerders. In de periode april - mei is een aanvullende uitvraag gedaan bij JB west en de expertiseteams die verbonden zijn aan doorbraakaanpak in Zuid West. In april vond tevens een gesprek plaats met de verantwoordelijk wethouders in regio Zuid West over de voorlopige bevindingen van de inspecties uit de monitoring in de jeugdbeschermingsregio. In dit rapport staan de resultaten en conclusies van de monitoring en de verdiepende praktijktoets.

7 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

2 Beschrijving van de jeugdbeschermingsregio 2.1 Beschrijving jeugdbeschermingsregio Zuid West Jeugdbeschermingsregio Zuid West bestaat uit Jeugdhulpregio’s Haaglanden, Midden Holland, Holland Rijnland en Zuid-Holland Zuid. Inkoop jeugdbescherming en jeugdreclassering De tariefstelling voor JB west is per 1 januari 2021 geharmoniseerd, maar tegelijkertijd ligt de caseload met deze tarieven nog altijd hoger dan de norm die in 2014 is opgesteld. Daarom hebben drie regio’s (Holland Rijnland, Haaglanden en Midden Holland) besloten om aanvullend een lumpsumfinanciering beschikbaar te stellen voor caseloadverlaging naar de normen van 2014. Hierdoor kan onder andere worden ingezet op ondersteuning bij het vinden van passend zorgaanbod en verlagen van het aantal uithuisplaatsingen. JB west geeft aan dat de eerste ervaringen hieromtrent positief zijn. Regio Zuid-Holland Zuid heeft besloten geen aanvullende financiering beschikbaar te stellen. Desgevraagd geeft JB west aan dat uit de werkdrukmeting in deze regio naar voren komt dat deze in Zuid-Holland Zuid hoger ligt dan in de andere regio’s. Inkoop jeugdhulp Haaglanden Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden regelt voor de tien gemeenten in de regio Haaglanden alles rondom inkoop en het contracteren van jeugdhulp. Elke gemeente heeft de hulp aan jeugdigen op haar eigen manier georganiseerd.

De meeste gemeenten hebben een multidisciplinair jeugdteam, dat alle vragen rond jeugdhulp kan oppakken. (sbjh.nl) Midden Holland In regio Midden Holland verzorgt gemeente Gouda namens de gemeenten de inkoop en het contractmanagement voor o.a. jeugdhulp. Er wordt samengewerkt door de gemeenten in Midden Holland bij het inkopen van zorg voor o.a. complexe opvoedingsvraagstukken of psychische problemen. Hiervoor is het ‘Netwerk Sociaal Domein Midden Holland´ belast als regionale contractmanagementorganisatie (RDS). (regiomiddenholland.nl) Holland Rijnland Twaalf gemeenten in Holland Rijnland (Voorschoten werkt samen met de regio Haaglanden) hebben een zogenaamde Tijdelijke Werkorganisatie Opdrachtgeverschap Jeugdhulp (TWO) opgezet. Dit opdrachtgeverschap betreft het proces van en rondom de contractering van jeugdhulp. (jeugdhulphollandrijnland.nl) In de gemeenten Alphen aan den Rijn en Kaag en Braassem is ´GO! voor jeugd’ de organisatie die zowel enkelvoudige als specialistische vormen van jeugdhulp biedt. (govoorjeugd.nl) In de overige gemeenten in Holland Rijnland wordt gewerkt met Jeugd- en gezinsteams. (JGT’s) De JGT’s bieden zelf ambulante hulp en advies en wanneer nodig kunnen zij specialistische hulp inzetten.

(jeugdengezinsteams.nl) Zuid-Holland Zuid In Zuid-Holland Zuid is de ‘Serviceorganisatie Jeugd ZHZ’ namens de 10 gemeenten uit deze regio verantwoordelijk voor het inkopen van jeugdhulp en de bekostiging van de uitvoering hiervan. Daarnaast adviseert, monitort en verantwoordt de Serviceorganisatie aan gemeenten. (jeugdzhz.nl)

8 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Verbeteragenda In april 2020 is een verbeteragenda door het bovenregionaal bestuurlijk overleg besproken en vastgesteld. De verbeteragenda richt zich op twee hoofdonderwerpen waar bestuurlijk afspraken over gemaakt zijn: Verbeterplan JB West     

Financiering (bovenregionaal uniformeren van tarieven voor wettelijke maatregelen) Personeel (Motivatie, verzuim, werkdruk, imago en agressie) Wachtlijsten GI (zie voor oplossingsrichting ‘personeel’) Verantwoording GI (bovenregionaal harmoniseren van verantwoordingseisen) Doorverwijzing (doorzettingsmacht en zorgbemiddeling bij wachtlijsten)

Hervorming van de veiligheidsketen  

Financiering (passende bekostiging GI en financiële ruimte om transformatie en innovatie uit te voeren. Personeel (Motivatie, verzuim, werkdruk, imago en agressie en daarnaast overlap in taken op het gebied van veiligheid)

De inspecties hebben in 2020 geconstateerd dat de verbeterplannen die de gecertificeerde instellingen met de jeugdhulpregio’s in de eerste helft van 2020 hebben opgesteld - hoewel dit de intentie was - beperkt voorzien in maatregelen die de jeugdbescherming en jeugdreclassering op de korte termijn verbeteren. Specifiek voor Zuid-West geldt dat de verbeteragenda dat deze gericht was op de GI, maar niet op het realiseren van passend (specialistisch) hulpaanbod voor jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel.

2.2 Beschrijving betrokken GI’s Binnen jeugdbeschermingsregio Zuid West zijn vier gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering actief, namelijk: Jeugdbescherming west (JB west), William Schrikker Stichting (WSS), Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (LJ&R) en Briedis als gecertificeerde instellingen. JB west is in Zuid West de regionaal georganiseerde GI die zich richt op een brede doelgroep en is werkzaam in regio Zuid West. Briedis 3 is in deze jeugdbeschermingsregio werkzaam en richt zich dezelfde ‘reguliere’ jeugdbescherming. LJ&R en de WSS zijn werkzaam in heel Nederland als landelijk werkende GI. Beide GI’s richten zich op een specifieke doelgroep. LJ&R heeft te maken met gezinnen en jongeren die vastlopen in complexe situaties en met meervoudige problematiek. Het gaat hierbij vaak om langdurige problematiek. De WSS biedt ondersteuning en hulp aan kinderen met een (verstandelijke) beperking of chronische ziekte, en/of aan kinderen van ouders met een beperking.

3

Per 1 juni 2021 is Briedis failliet verklaard.

9 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

3 Indruk na de monitoringsfase Tijdens de monitoringsfase van oktober 2020 tot en met februari 2021 voerden de inspecties zes gesprekken met de contactpersonen die aangewezen waren voor de jeugdbeschermingsregio. Bij twee gesprekken was naast de contactpersonen een vertegenwoordiger van JB west aanwezig.

3.1 Beschrijving doorbraakaanpak Zuid West De doorbraakaanpak is in de regio Zuid West niet gericht geweest op de tijdige inzet van een vaste jeugdbeschermer, omdat verwacht werd dat de belemmeringen die daar speelden gedurende de monitoringsfase konden worden opgelost. De doorbraakaanpak, gericht op passende hulp, is in Zuid West per jeugdhulpregio vormgegeven. Haaglanden en Midden-Holland De doorbraakaanpak richtte zich op de kinderen zonder passende hulp en bestond uit drie fases. 

Fase 1: Gestart is met uitvragen bij de vier GI’s in Zuid West welke kinderen niet tijdig passende hulp kregen. De gedragswetenschapper van het expertiseteam en de gedragswetenschapper van JB west hebben de eerste schifting aangebracht van dossiers zonder passende hulp welke binnen de huidige structuur opgelost konden worden. Zorglogistiek ondersteunde hierin. Zorglogistiek is ingericht om knelpunten in de beschikbare zorg tijdig te signaleren en aan de regio door te geven. Casussen die niet konden worden opgelost gingen naar fase 2. Fase 2: Casussen werden besproken met o.a. lokale teams, Veilig Thuis, MDA++4) om te kunnen beoordelen of maatwerk (buiten de gebaande paden) mogelijk kan zijn. Casussen die niet konden worden opgelost gingen naar fase 3. Fase 3: Gemeenten (op basis van het woonplaatsbeginsel) waren in de lead en zetten partijen die betrokken zouden moeten zijn op basis van de problematiek bij elkaar, gemeentelijke afvaardiging sloten hier ook bij aan. In deze laatste fase moest een oplossing gevonden worden.

Regio Rijnland: De door JB-West en overige GI’s aangedragen casussen zonder passende hulp zijn aan de betreffende gemeente (op basis van het woonplaatsbeginsel) doorgestuurd. Vervolgens werd verwacht dat gemeente binnen hun eigen infrastructuur / (jeugd)zorglandschap tot oplossingen kwam voor de betreffende casus. Zuid-Holland Zuid: De door JB-West en overige GI’s doorgegeven casussen zonder passende hulp waren met ondersteuning vanuit het OZJ, expertteams, zorgaanbieders, GI en lokale wijkteams besproken en er is gezocht naar oplossingen. Na enkele casussen werden successen geïnventariseerd en meegenomen naar de volgende casussen om het leereffect te versterken.

3.2 Beeld op basis van monitoring  Tijdig vaste jeugdbeschermer Bij de start van de monitoringsfase bleek dat er in regio Holland Rijnland bij JB west 45 kinderen zonder vaste jeugdbeschermer waren. Reden hiervoor was het vertrek van jeugdbeschermers. JB West werkte aan een oplossing, wat in enkele weken erin resulteerde dat nog 12 kinderen geen vaste jeugdbeschermer hadden. Aan het eind van de monitoringsfase hadden alle kinderen een vaste jeugdbeschermer, evenals in de andere regio’s van JB west. 4

‘Multidisciplinaire Aanpak´ is een samenwerkingsverband voor intensieve gezinshulp en integrale aanpak van ernstig, acuut en langdurig huiselijk geweld, seksueel geweld en kindermishandeling.

10 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Voor LJ&R gold dat in totaal 8 kinderen geen vaste jeugdbeschermer hadden bij de start van de monitoringsfase. Aan het einde van de monitoring hadden alle jeugdigen een vaste jeugdbeschermer. Voor Briedis en de WSS zouden er geen belemmeringen zijn op dit punt.  Tijdig gedragen koers Bij de start van de monitoringsfase is weinig concrete informatie vanuit de accounthoudende gemeente 5 gedeeld over het behalen van de termijn voor een gedragen koers. Wel werd in de monitorgesprekken duidelijk dat hier nog winst in te behalen was. In januari werd dit beeld cijfermatig bevestigd. Ten aanzien van JB west werd eind januari duidelijk dat 85% van de kinderen een plan van aanpak heeft, in totaal heeft 75% van de kinderen dit binnen 6 weken. 6 weken is de wettelijke termijn voor het vaststellen van het plan van aanpak. JB west gaf aan wel te voldoen aan de norm die de inspecties stellen dat voor elk kind tijdig een gedragen koers is uitgezet. Bij de overige GI’s zou dit ook op orde zijn. JB west heeft (maandelijks) steekproeven uitgevoerd en heeft jeugdbeschermers actief bevraagd wat maakte dat niet tijdig een plan van aanpak was vastgesteld. Uitkomst was dat de administratieve afhandeling soms niet de prioriteit kreeg die het moet krijgen.

Daarnaast werkte JB west met vaste rapportagedagen vanwege de coronamaatregelen, waardoor jeugdbeschermers de termijn van 6 weken met enkele dagen overschreden. De leidinggevenden kregen tweewekelijks een overzicht met aflopende termijnen ter ondersteuning van de sturing hierop.  Tijdig passende hulp De regio Zuid West heeft tijdens de monitoringsfase de kinderen zonder passende hulp in beeld gekregen (Haaglanden: 130, Midden-Holland: 20, Zuid-Holland-Zuid: 96. In Holland Rijnland waren de kinderen medio januari in beeld: 72. Alleen de wachtende kinderen bij L is door Holland Rijnland bij LJ&R uitgevraagd maar niet beschikbaar gekomen). De doorbraakaanpak heeft eraan bijgedragen dat kinderen die niet tijdig passende hulp ontvingen in beeld zijn gekomen. De wijze waarop de jeugdhulpregio’s met de doorbraakaanpak aan de slag zijn gegaan verschilt sterk. In januari was in Haaglanden en in Midden-Holland een afname zichtbaar van het aantal kinderen dat wachtte op passende hulp (respectievelijk 83 en 10 kinderen). Zuid-Holland-Zuid heeft onder begeleiding van het OZJ in december 2020 bijeenkomsten gehad om tot een werkwijze voor de doorbraakaanpak te komen. In januari 2021 is gestart met het bespreken van casuïstiek conform de doorbraakaanpak.

Gedurende het proces bleek dat expliciet toestemming van ouders en soms kinderen (afhankelijk van de leeftijd) nodig was als het OZJ betrokken was bij het bespreken van hun casuïstiek. Bij het laatste monitoringsgesprek wachtten nog 96 kinderen op passende hulp. In Holland Rijnland bleek tijdens het laatste monitorgesprek nog geen start gemaakt te zijn en wachtten 72 kinderen op passende hulp. Belemmeringen in de doorbraakaanpak waren het versnipperde zorglandschap in de regio, onvoldoende specialistisch aanbod voor o.a. residentiële voorzieningen en jeugdGGZ, afwijzingen vanwege contra-indicaties waardoor jeugdbeschermers met ouders en kinderen bij meerdere zorgaanbieders de hulpvraag moeten neerleggen. Door zorgaanbieders werd ten aanzien van innovatie een gebrek ervaren aan voorfinanciering voor hen om (voornamelijk residentieel) zorgaanbod te creëren voor complexe casuïstiek. De inspecties concludeerden aan het eind van de monitoringsfase dat het effect van de doorbraakaanpak binnen Zuid West sterk per regio verschilde. Zuid-Holland Zuid en Holland Rijnland liepen, mede door de vertraagde start, achter in het organiseren van passende hulp voor

5

Voor elke gecertificeerde instelling is binnen de jeugdbeschermingsregio een accounthoudende jeugdhulpregio aangewezen die naar andere jeugdhulpregio’s acteert bij risico’s van discontinuïteit.

11 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

kinderen die dit niet kregen. En ondanks de dalende trend in bijvoorbeeld Haaglanden was het aantal kinderen dat wachtte op hulp hoog. De uitkomst van de monitoringsfase was voor de inspecties aanleiding om een bestuursgesprek te organiseren tussen de inspecties en wethouders en bestuurders binnen het zorgnetwerk. In het gesprek lichtten de regio’s de stand van zaken rondom passende hulp toe. Concreet wachtten er nog 97 kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel op passende hulp (Haaglanden: 13, Midden Holland:4, Zuid-Holland Zuid: 44, Holland Rijnland: 36). De wethouders en bestuurders gaven aan dat het terugdringen van deze aantallen nog steeds aandacht vraagt en dat inzet op de belemmerende factoren hierin nodig is. De doorbraakaanpak werd voortgezet en het voornemen is uitgesproken meer bovenregionaal samen te werken.

12 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

4 Resultaten van de praktijktoets In dit hoofdstuk geven de inspecties hun conclusies uit de verdiepende praktijktoets weer voor de jeugdbeschermingsregio en per norm. De inspecties hebben in deze regio 22 dossiers onderzocht, 11 gesprekken met jeugdbeschermers gevoerd en 5 gesprekken met ouders. Na de praktijktoets is aanvullend een uitvraag gedaan bij de contactpersonen van de regio’s binnen Zuid West. Vaak waren deze contactpersonen verbonden aan de expert- / expertiseteams (dit kan per regio een andere naam dragen) die een rol hebben gespeeld in de doorbraakaanpak. In april vond tevens een gesprek plaats met de verantwoordelijk wethouders in regio Zuid West over de voorlopige bevindingen van de inspecties uit de monitoring in de jeugdbeschermingsregio.

Bevindingen Norm 1

Tijdig een vaste jeugdbeschermer voor elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel Vast: De jeugdbeschermer blijft gedurende de uitvoering van de OTS verbonden aan het gezin, of de wisseling van jeugdbeschermer vindt voorspelbaar / op vaste momenten plaats (bijv. na de afronding van het plan van aanpak). Er is hooguit één wisseling wegens verloop of ziekte. Bij wisseling komt het gezin niet bij bureaudienst / wachtlijstbeheer terecht. Tijdig: Binnen vijf werkdagen nadat de GI in kennis is gesteld is een jeugdbeschermer aan het kind / gezin gekoppeld.

Bevindingen De regio Zuid West is met een enkele uitzondering erin geslaagd om aan elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel een vaste jeugdbeschermer te koppelen. De verbeteragenda die de regio op dit punt heeft opgesteld na de rapportage van de inspecties in 2019 (zie 3.2) heeft zijn vruchten afgeworpen en JB west heeft er hard aan gewerkt om de eigen processen op orde te krijgen. Op basis van de monitoringsgesprekken verwachtten de inspecties dat elke jeugdige met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel in Zuid West tijdig een vaste jeugdbeschermer had. Deze verwachting is tijdens de praktijktoets bevestigd. De inspecties hebben in totaal 29 casussen beoordeeld op een vaste jeugdbeschermer. Dit was in totaal in 3 gevallen niet op orde. De inspecties hebben in totaal 29 casussen die na half november 2021 zijn gestart beoordeeld op de tijdige beschikbaarheid van een jeugdbeschermer. Dit was in alle gevallen op orde. De bevindingen per GI zijn hieronder uitgewerkt. Overige bevindingen ¨Door de hoge werklast en werkdruk lukt het soms met moeite om spoedeisende zaken toe te bedelen aan een jeugdbeschermer die verbonden kan blijven aan de casus. In uiterste situaties lukt het soms enkel op korte termijn te kijken wie ruimte heeft. ¨ Jeugdbeschermer

Uit de praktijktoets kwam voor JB-west specifiek naar voren dat het erin is geslaagd om meer nieuwe jeugdbeschermers in dienst te nemen. Dit vraagt naast de extra begeleiding en inzet ook in de dagelijkse praktijk om ondersteuning van de meer ervaren jeugdbeschermers. Hiertoe is iedereen wel bereid, maar geeft tevens extra (werk)druk.

13 | Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en Inspectie Justitie en Veiligheid

Specifiek voor JB west geldt dat in de praktijktoets naar voren is gekomen dat jeugdbeschermers het werken in duo’s als prettig ervaren. Enerzijds heeft dit een positieve uitwerking op de kennisoverdracht tussen ervaren en minder ervaren jeugdbeschermers Anderzijds borgt dit meer de continuïteit van zorg omdat twee jeugdbeschermers bekend zijn met de casus. JB West werkt met een instroomteam. De inspecties hebben eerder gesteld het werken met een instroomteam niet wenselijk te vinden en niet passend bij de urgentie van de jeugdbeschermingsmaatregel 6. De inspecties beoordelen het werken met een instroomteam als niet wenselijk, maar wel als voldoende, als de jeugdbeschermer daadwerkelijk met het gezin aan de slag gaat, in contact is met het gezin en samen met hen werkt aan een gedragen koers. Het instroomteam van JB West pakt een casus actief op als blijkt dat er geen vaste jeugdbeschermer binnen vijf werkdagen, of wanneer vereist eerder, een face-to-face gesprek kan organiseren. Dat geldt voor alle jeugdhulpregio’s. Dit houdt onder andere ook in dat een actieve veiligheidsinschatting wordt gedaan, veiligheidsplan wordt gemaakt, wanneer nodig hulp wordt ingezet en een start met het plan van aanpak wordt gemaakt. Dit alles totdat een vaste jeugdbeschermer beschikbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/162/documents/16791