CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D12.2 Bijlage ETHOS-telling 2024 - publieksrapportage.pdf

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken14.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

47

kletsen, en dan gebeurde er verder niks. Daar heb ik best wat tijd door verloren.” Nu heeft ze via de crisisopvang wel goede begeleiding. “Daar ben ik echt dankbaar voor. Ik heb een plan gemaakt en we zetten echt stappen.”

Stap voor stap

Haar schuld afbetalen is nu het eerste doel. “We zijn aan het kijken of ik in de schuldsanering kan komen. En daarna wil ik snel weer gaan werken.” Ze werkte altijd als administratief medewerker bij een transportbedrijf, maar op dit moment niet. “Ik wil wel werken, maar ik wil een goede werknemer zijn en ik ben nu te veel bezig met andere dingen.” Ze weet dat ze nu geen urgentie mag aanvragen omdat ze een schuld heeft. “Alles hangt met elkaar samen. Ik moet snel financieel stabiel worden, want dan kan ik me inschrijven voor een andere woning. Elke dag telt.” Wiola is blij dat ze nu goede afspraken kan maken en zo stap voor stap vooruitgaat. “Ik zie de toekomst positief in. Ik ben bezig om alles netjes voor elkaar te krijgen. Ik hoop alleen dat het snel goedkomt. Dat het niet twee jaar, maar hooguit een jaartje duurt voordat we weer onze eigen plek hebben.”

48

Belangrijkste conclusies

Belangrijkste conclusies De tweede ronde van de ETHOS-tellingen brengt dak- en thuisloosheid in beeld in de regio’s Gelderland-Zuid, Hart van Brabant, Holland-Rijnland, Regio Breda, Westelijke Mijnstreek en West-Friesland. Alle mensen die zich in een leefsituatie van dak- en thuisloosheid bevinden volgens de ETHOS-light classificatie en in beeld waren bij betrokken organisaties in deze regio’s werden meegeteld.

Een consistent beeld van dak- en thuisloosheid

In de zes regio’s zijn deze ronde in totaal 6.063 dak- en thuisloze personen geteld. Net als bij de eerste ronde van de telling zien we een grote diversiteit aan mensen en leefsituaties. Wederom is bijna een derde van de getelde volwassenen vrouw en is een aanzienlijk deel van de getelde personen jonger dan 18 jaar (18%) of in de leeftijd van 18 tot 27 jaar (22%). Ruim twee derde heeft de Nederlandse nationaliteit en er zijn opnieuw veel verschillende nationaliteiten geteld: 78 in totaal. De grootste groep dakloze mensen verblijft bij vrienden, familie of derden (een derde van het totaal). Daarnaast verblijft ongeveer een vijfde in een niet-conventionele woonruimte vanwege gebrek aan passende huisvesting. Een derde verblijft in de openbare ruimte, in de noodopvang of in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen. Dit laat opnieuw zien dat het dominante beeld van dakloosheid van verblijf op straat of in een opvangvoorziening niet overeenkomt met de realiteit.

49

Met vertegenwoordigers van de betrokken organisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten reflecteerden we op de resultaten van de tellingen. Op basis van de verzamelde cijfers en de reflecties daarop lichten we enkele conclusies uit.

1. Veel vrouwen zijn dak- of thuisloos

Ook dit jaar zijn veel dak- en thuisloze vrouwen geteld: 1.490 vrouwen verblijven in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid. Dit is 30% van de volwassen personen. Dak- en thuisloze vrouwen verblijven met name bij familie, vrienden of kennissen, in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen en in niet-conventionele woonruimten. In alle zes de regio’s werden ook vrouwen in de openbare ruimte geteld. De meeste alleenstaande dak- en thuisloze ouders zijn vrouw (72%). Daarnaast waren 32 dakloze vrouwen zwanger.

2. Dakloosheid treft een groot aantal kinderen

De tellingen laten zien dat dak- en thuisloosheid veel kinderen treft: in totaal zijn er 1.101 kinderen geteld. Deze kinderen verblijven meestal samen met één of beide ouders. 58 kinderen (5%) verblijven zonder een ouder in een situatie van dak- of thuisloosheid. Dak- en thuisloze kinderen verblijven meestal bij familie, vrienden of derden (43%). Iets meer dan een kwart (27%) van de kinderen verblijft in een tijdelijke opvang voor

50 dakloze mensen (meestal een gezinsopvang) en 15% verblijft in niet-conventionele woonruimten, zoals een stacaravan of vakantiewoning zonder huurcontract. Dakloosheid treft kinderen ook indirect: 1.582 kinderen zijn niet zelf dak- of thuisloos, maar hebben wel een ouder die dak- of thuisloos is (meestal hun vader).

3. Arbeidsmigranten op straat vormen het topje van de ijsberg

Dakloze EU-burgers vormen in het straatbeeld een duidelijk zichtbare groep. 35% van de mensen die op straat verblijven is EU-burger met een niet-Nederlandse nationaliteit. Volgens betrokken professionals is het overgrote deel van deze mensen (voormalig) arbeidsmigrant. Zij geven aan dat arbeidsmigranten die in de openbare ruimte verblijven goed in beeld zijn gekomen met de telling. Dakloze EU-burgers met een niet-Nederlandse nationaliteit verblijven zelden in de opvang, omdat zij daar meestal niet worden toegelaten. De betrokken professionals geven aan dat arbeidsmigranten wegens gebrek aan passende huisvesting vaak verblijven in niet-conventionele woonruimten – zoals een stacaravan op een vakantiepark – of bij vrienden, familie of derden. Bij deze telling werd opnieuw duidelijk dat het bijzonder moeilijk is om zicht te krijgen op de groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten in de laatstgenoemde leefsituaties. Bij gemeenten en andere telorganisaties zijn zij vaak zeer beperkt in beeld. De professionals die deelnamen aan de telling en aan het kwalitatieve onderzoek vermoeden dat het werkelijke aantal arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid zeer groot is.

4. Veel mensen verblijven noodgedwongen in nietconventionele woonruimten

Ongeveer een vijfde deel van de getelde volwassenen (18%) verblijft vanwege een gebrek aan passende huisvesting in een niet-conventionele woonruimte. Zij verblijven in een auto, stacaravan, camper, hotel, boot, schuur, garage, tuinhuisje, (anti)kraakwoning, bedrijfspand, woning zonder basisvoorzieningen of een andere plek die niet geschikt is om te wonen. Ook 167 kinderen verblijven in niet-conventionele woonruimten. Volgens betrokken professionals verblijven veel meer dak- en thuisloze mensen noodgedwongen op campings en vakantieparken dan uit deze telling naar voren komt. Gemeenten en andere organisaties die bij de telling betrokken zijn hebben hen niet goed in beeld.

5. Een kwart van de volwassenen is langdurig dak- of thuisloos

Uit de telling blijkt dat 1.189 mensen langer dan twee jaar dakof thuisloos zijn. Dit is ongeveer een kwart van de getelde volwassenen. Mannen zijn relatief vaker langdurig dakloos dan vrouwen: van de volwassenen die twee jaar dak- of thuisloos zijn, is driekwart man. Verder is de groep langdurig dakloze mensen net zo divers als de volwassenen die korter dak- of thuisloos zijn. Zo verblijven bijvoorbeeld veel jongeren langdurig in een situatie van dak- of thuisloosheid: bijna een vijfde van deze groep is tussen de 18 en 27 jaar oud. Ook de leefsituaties van langdurig dak- en thuisloze mensen zijn heel divers: Een derde deel van de groep langdurig dakloze personen verblijft bij familie, vrienden of derden en een vijfde verblijft in een niet-conventionele woonruimte. Iets minder dan een vijfde verblijft in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen.

51

Het organiseren van een ETHOS-telling levert veel op

Uit de resultaten van deze telling blijkt dat het betrekken van een breed scala aan organisaties van cruciaal belang is om zicht te krijgen op de problematiek van dak- en thuisloosheid. Organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloze mensen brachten ongeveer de helft van de getelde personen in beeld. Naast zicht op aantallen en profielkenmerken leidde de telling tot grotere betrokkenheid van deze organisaties bij de problematiek van dak- en thuisloosheid en tot bewustwording van de grote verscheidenheid aan leefsituaties. Daarnaast resulteerde de gezamenlijke organisatie van de telling tot versterking van de samenwerking tussen deelnemende organisaties.

Davy

“Ik heb het straatleven kunnen overleven, juist door alles wat er vroeger is gebeurd.”

52

53

Davy

Davy heeft een gewelddadige jeugd en verlaat op zijn 18e voorgoed het ouderlijk huis. De jaren daarna verblijft hij onder andere bij familie, in een auto, een hotel, de opvang en in een tentje op een landgoed. Ondertussen probeert hij de trauma’s uit zijn jeugd te onderdrukken met alcohol en drugs. Tot hij het roer omgooit. Nu is hij clean, heeft hij al vier jaar een woning en begeleidt hij als veldwerker dak- en thuisloze mensen. Bij het inloophuis waar Davy langsgaat, is de lunch net voorbij. Een aantal mensen zit nog even lekker buiten in het zonnetje een sigaret te roken. Davy steekt er ook eentje op en steekt van wal. “Vanaf mijn vierde ben ik echt zwaar mishandeld door mijn vader. Klappen met de riem, met de platte of de ronde stok. Stompen tegen mijn neus, tot bloedens toe. Als ik lawaai maakte, mijn bord niet leegat. Ik wist al hoe laat het was door de manier waarop hij de oprit op kwam rijden, de deur opendeed, zijn sleutel weggooide. Als ik van huis naar school liep, dan viel de spanning van me af. En als ik van school naar huis kwam, dan bouwde die spanning zich meteen weer op.”

Traumatherapie

Op zijn 18e pikt hij alle mishandelingen en vernederingen niet langer en verlaat het huis. Daarna volgen vele jaren van ups en downs. Hij woont overal en nergens: bij zijn tante, in zijn auto, en brengt ook een tijdje in detentie door. Maar hij krijgt ook een relatie, een kind en een eigen huis. Totdat de relatie met de moeder van zijn zoontje in 2010 uitgaat. “Ik wilde dat mijn ex en mijn zoontje die toen 2,5 was in ons huis konden blijven wonen, dus ik ging naar een hotel. Ik kon dat prima betalen omdat ik als pijpfitter/ lasser aan de slag was bij Gasunie. Ik dacht: ik red me wel.”

Op zijn 31e begint hij aan traumatherapie. “Daar kwam ik erachter dat wat ik altijd normaal had gevonden, niet normaal was. Dat was wel een shock voor mij.” De therapie rijt oude wonden open. “Ik kon niet toegeven dat het zwaar was. Want ja, je trekt die beerput open en als je die beerput opentrekt, dan kun je er geen deksel meer opdoen. Dat vond ik heftig. Dus de enige manier om ermee om te gaan was voor mij weer naar het café te gaan, weer dat vertrouwde gevoel op te zoeken.” Davy verzweeg zijn drank- en drugsgebruik. “De therapie heeft me zeker geholpen, maar ik had er nog veel meer uit kunnen halen als ik maar eerlijk was geweest.”

Maar het loopt anders. Het trauma uit zijn jeugd komt keihard naar boven. “Toen is het goed misgegaan. Het hotel waar ik verbleef, zat boven een café. Een café voelde vertrouwd want mijn tante, waar ik als kind woonde als het thuis niet meer ging, had ook een café. Dus daar voelde ik me op mijn gemak.” Davy zit iedere avond te drinken en gaat cocaïne gebruiken om het maar vol te houden tot sluitingstijd. Om dan daarna, om te kunnen slapen, cannabis te roken. Een half jaar lang gaat hij zo door. Werken lukt op een gegeven moment niet meer en hij beseft dat er iets moet gebeuren.

“Ik denk dat mensen opvangen nog altijd goedkoper is dan ze aan hun lot overlaten.”

54

Rugzak

Tentje

In 2019 komt hij via een hulpinstantie in aanmerking voor een woning. Zonder overleg krijgt hij een woning toegewezen die te ver bij zijn zoontje vandaan is, en daarom weigert hij die. “Toen werd me geadviseerd naar het slaaphuis te gaan, maar daar wil je nog niet dood gevonden worden, zo smerig is het daar. Bovendien heb je daar een gebruikersruimte en ik was net van mijn verslaving af. Ik wilde niet tussen de zware gebruikers gaan zitten, want dan moest ik wel heel erg sterk in mijn schoenen staan. Dus ik zei: dat doe ik niet, dan ga ik de straat op.”

Het alleen-zijn gaat hem goed af. “Al van kleins af aan ben ik alleen. Dus dat was niet nieuw voor mij. En ik heb altijd overal voor moeten vechten. Iedere meter vrijheid die ik heb, die heb ik zelf gecreëerd. Ik denk dat dat uiteindelijk wel een voordeel is geweest. Ik heb het straatleven kunnen overleven, juist door alles wat er vroeger is gebeurd.” Hij geniet van het vuurtjes maken en het barbecueën. “Dat vond ik echt top. Het kind in mij kwam naar boven. Wat ik in mijn kindertijd niet heb mogen doen, dat heb ik toen ingehaald.”

Davy blijft goede en slechte periodes afwisselen. In een periode dat het best goed met hem gaat en hij bij zijn tante overnacht, brengt hij zijn dagen door met kilometerslange wandelingen. Ook houdt hij ervan musea te bezoeken, of op een bankje in het park te zitten. “Toen ik weer eens op een bankje zat, werd ik uitgescholden door een kind. ‘Hé zwerver! Daar is die zwerver weer!’ En die ouders liepen langs en die waren gewoon aan het lachen. Dat vond ik verschrikkelijk. Tel je dan echt nergens meer mee? Ik had wel altijd een rugzak om, dus die rugzak was zichtbaar, maar die andere rugzak, die je mentaal met je meedraagt, die is niet zichtbaar.”

Hij kent een vrouw die met toestemming van de eigenaar op een landgoed verblijft en vraagt de landeigenaar of hij daar ook zijn tentje mag opzetten. Dat mag. Zes maanden lang woont hij in een tent. “Voor mij was dat buitenleven eigenlijk gewoon wel goed. Ik kwam in een compleet nieuw ritme. Als je in een tent slaapt, word je vanzelf wakker door de zon die opkomt. En ’s nachts had ik veel minder last van herbelevingen.” Zijn creativiteit en overlevingsskills komen goed van pas. Hij zet zijn tent op pallets, gebruikt nooddekens van aluminiumfolie om het warm of juist koel te houden, bakt eitjes boven een stel kaarsen met koperen deksels en maakt van zwarte zakken een buitendouche.

55

voelen. Ik denk dat ik dat maar moet accepteren. Net als dat ik bang ben om een relatie aan te gaan, omdat ik niet opnieuw gekwetst wil worden.”

Toekomst Niet thuis

Als het kouder en natter wordt, heeft dat zijn weerslag op Davy. Hij wordt depressief. “Op een gegeven moment kreeg ik contact met jongens waar ik vroeger verkeerde dingen mee heb gedaan. Die zeiden: ‘Je hoeft niet zo te leven, je kan gewoon goed geld verdienen’. Maar ik wilde niet op hun aanbod ingaan. Tegelijkertijd wilde ik ook niet meer in de tent blijven en ook niet terug de hulpverlening in. Toen dacht ik echt: misschien is het wel beter om er een einde aan te maken.” Gelukkig grijpt een oudere vrouw bij wie hij wel eens klusjes doet in en zo komt Davy toch weer binnen bij de hulpverlening. Het betekent het begin van de ommekeer. Hij krijgt al snel een kamer en gaat vrijwilligerswerk doen bij ouderen met beginnende dementie. “Iedere morgen ging ik om 8 uur linksaf, naar mijn vrijwilligerswerk, terwijl de anderen allemaal rechtsaf gingen naar de Albert Heijn, om bier te kopen.” Ruim vier jaar geleden verhuist hij naar een eigen huurwoning, waar hij de eerste twee jaar ambulante hulpverlening krijgt. “Dit is het eerste adres waar ik al zo lang woon. Ik heb in 45 jaar wel 24 inschrijfadressen gehad.” Toch voelt het huis nog steeds niet als zijn thuis. “Ik kan me niet thuis

Davy had niet verwacht dat hij ooit zelf werkzaam zou zijn ‘in het veld’ en dak- en thuisloze mensen zou bijstaan. Binnenkort start de gemeente een pilot waarbij ervaringsdeskundigen worden ingezet als veldwerkers, maar eigenlijk is hij daar al mee bezig. “Ik ben al volop contacten aan het leggen. Ik weet hoe het is op straat. Dat geeft vertrouwen. Veel handhavers kunnen niet met dak- en thuisloze mensen omgaan. Die gaan meteen boetes uitschrijven. Daarmee duw je mensen alleen maar verder weg. Het is goed dat we straks naar mensen toegaan in plaats van dat verwacht wordt dat mensen naar de instanties gaan. En ik denk dat mensen opvangen nog altijd goedkoper is dan ze aan hun lot overlaten.” Hij ziet zichzelf niet als rolmodel, maar wel als voorbeeld van wat mogelijk is. “Ik kan je wel op weg helpen, maar je zult het zelf moeten doen. Mensen zijn vrij in hun keuze. Willen ze wel, of niet? En als ze al iets willen, bepalen zij zelf het tempo. Niet meteen voldoen aan veel te hoge verwachtingen, maar stap voor stap.” Net als Davy zelf heeft gedaan. “Uiteindelijk heb ik het gewoon goed gedaan. Vroeger ging ik naar een café en begon het drank- en drugsgebruik weer van voren af aan. En dan duurde het weer drie, vier maanden voordat ik die cirkel kon doorbreken. Dat heb ik nu gelukkig niet meer, omdat ik eindelijk weer eens met mijn eigen toekomst bezig ben.”

56

Reflectie op de telling

Reflectie op de telling In 2023 vond de ETHOS-telling voor het eerst plaats in twee regio’s in Noordoost-Brabant. Deze telling was een pilot om te onderzoeken welke groepen dak- en thuisloze mensen in beeld komen met de ETHOS-telling en wat het draagvlak is voor het uitvoeren van zo’n telling in Nederland. Deze tweede ronde van de telling in 2024 laat opnieuw zien dat de telling een geschikte methode is om dak- en thuisloosheid in Nederland in kaart te brengen. Daarmee zijn we de pilotfase voorbij.

Consistente resultaten

De resultaten van de twee telrondes geven een consistent beeld van dak- en thuisloosheid. De tellingen laten zien dat de groep dak- en thuisloze mensen in alle deelnemende regio’s zeer divers is. Het stereotype beeld van dak- en thuisloosheid is dat van de klassieke groep dak- en thuisloze mensen, die voornamelijk bestaat uit alleenstaande mannen van middelbare leeftijd met psychische en verslavingsproblematiek. De resultaten van beide telrondes stellen dit beeld bij. We zien een grote diversiteit van dak- en thuisloze personen en we zien veel verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid.

57

Veel draagvlak voor de telling

De betrouwbaarheid van de resultaten hangt sterk af van de mate waarin relevante stakeholders zoals gemeenten, zorginstanties en maatschappelijke organisaties bereid zijn om aan de telling mee te werken en de methode onderschrijven. Deze tweede telronde was er opnieuw veel draagvlak voor de telling: in grote lijnen waren in alle deelnemende regio’s de relevante organisaties bereid om aan de telling deel te nemen. Deze organisaties lieten bovendien een grote betrokkenheid bij de telling zien. In totaal telden 377 organisaties mee.

Veel groepen goed in beeld

Samen met medewerkers van de betrokken gemeenten en andere telorganisaties in de regio’s reflecteerden we op de vraag of de resultaten van de telling de situatie in hun regio goed weergeven. De betrokkenen geven aan dat dit in grote lijnen het geval is. Zij onderstrepen dat de ETHOS-telling veel groepen in beeld brengt die niet in andere cijfers voorkomen. Op basis van de resultaten uit ronde 1 en ronde 2 concluderen we daarom dat de ETHOS-telling beter zicht geeft op dak- en thuisloosheid dan voorheen mogelijk was.

58

Op enkele groepen is onvoldoende zicht

Net als bij de eerste telronde zijn een aantal specifieke groepen niet volledig in beeld gebracht. Daarbij gaat het om dak- en thuisloze arbeidsmigranten, personen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken en in anti-kraakwoningen, en dak- en thuisloze mensen zonder verblijfspapieren (ongedocumenteerde mensen). In deze tweede ronde van de ETHOS-telling hebben de deelnemende organisaties extra ingezet extra op het in kaart brengen van deze groepen. Hierdoor zijn deze groepen bij deze ronde iets beter in beeld gekomen. Op basis van de gesprekken met professionals uit de regio’s kunnen we echter concluderen dat de genoemde groepen ook deze ronde niet volledig in beeld zijn gebracht. Dit komt voornamelijk doordat zij niet in contact staan met de organisaties die deelnemen aan de telling. Redenen hiervoor kunnen zijn dat zij niet goed weten waar zij terecht kunnen, of dat zij contact met instanties bewust uit de weg gaan. Daarnaast hebben veel gemeenten onvoldoende capaciteit om deze groepen goed in beeld te brengen en is er vaak geen alternatieve huisvesting beschikbaar. Dit maakt dat gemeenten situaties waarop zij eigenlijk zouden moeten handhaven vaak gedogen. Vaak grijpen gemeenten alleen in na overlastmeldingen of wanneer duidelijk wordt dat er zorg nodig is.

In het geval van arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid zien we ook dat mensen bewust onder de radar worden gehouden door arbeidsbureaus.

59

Hoe nu verder? > Van tellen naar oplossen > Derde telronde (2025)

Van tellen naar oplossen Om dak- en thuisloosheid te voorkomen en uit te bannen, is inzicht in het werkelijke aantal dakloze mensen en hun profielkenmerken essentieel. De resultaten van de tweede ronde van de ETHOS-tellingen bieden gemeenten belangrijke inzichten. Uit de tellingen blijkt bijvoorbeeld dat dak- en thuisloosheid veel kinderen, jongeren en vrouwen treft. We zien dat dak- en thuisloosheid overal voorkomt, niet alleen in de grotere plaatsen, maar ook in alle regiogemeenten.

“Gedurende de voorbereiding op de telling ontstond een prachtig netwerk van veel betrokken organisaties zoals woningcorporaties, zorginstellingen, welzijnsorganisaties en gemeenten. De uitwisseling in dit netwerk heeft waarde en dat wil deze groep behouden. Elkaar kennen en kennis delen vinden de deelnemers erg waardevol. Zo leg je sneller contacten en kan je iets voor elkaar betekenen en daarmee inwoners vooruithelpen. Ik was onder de indruk van de betrokkenheid en volharding van professionals en ervaringsdeskundigen om dak- en thuisloosheid op te lossen voor mensen. Het inspireert ons als regionale werkgroep om nu meteen aan de slag te gaan.” Karin Woltering, regionaal coördinator Holland Rijnland

60

Nieuw beleid

Deze inzichten helpen beleidsmakers om gerichtere maatregelen te nemen voor de preventie en aanpak van dakloosheid. De regio’s die deelnamen aan de eerste telronde benutten de resultaten al volop bij het ontwikkelen van nieuw beleid en bij het aanpassen van bestaand beleid. Bovendien worden op basis van de cijfers prestatieafspraken gemaakt met de woningcorporaties uit de regio om ervoor te zorgen dat er voldoende woonruimte beschikbaar komt voor specifieke groepen. Een aantal regio’s die deelnemen aan de tweede telronde zetten op basis van de voorlopige resultaten al concrete stappen in de ontwikkeling van nieuw beleid.

Versterkte regionale samenwerking

De resultaten van de ETHOS-tellingen behelzen meer dan alleen cijfers. Een belangrijke opbrengst van de telling is de versterkte samenwerking tussen de deelnemende organisaties, waaronder ook een groot aantal organisaties die voorafgaand aan de telling niet bewust met dak- en thuisloosheid bezig waren. De samenwerking en uitwisseling leidde tot het bewustzijn dat al deze partijen nodig zijn om dak- en thuisloosheid te voorkomen en aan te pakken. Gemeenten, welzijnsorganisaties, zorginstellingen en andere belanghebbenden bundelden tijdens de voorbereiding van

61

de telling hun krachten om de problematiek van dakloosheid in beeld te brengen. De samenwerking binnen dit netwerk vormt een belangrijke basis voor het gezamenlijk werken aan effectieve oplossingen voor dak- en thuisloosheid in de betreffende regio’s.

Realistische beeldvorming van dak- en thuisloosheid

Veel mensen denken bij dak- en thuisloosheid aan mensen met psychische- en/of verslavingsproblematiek die op straat of in de opvang verblijven. De ETHOS-tellingen in de eerste en tweede telronde hielpen om dit eenzijdige beeld van dak- en thuisloosheid bij te stellen. Bestuurders, managers, beleidsmakers en professionals die werkzaam zijn bij de

“Sinds dat ik aan de telling heb meegedaan, ben ik met hele andere ogen gaan kijken. Ik zie her en der campers staan in mijn buurt die er al langer staan. Ik ben toch eens een praatje gaan maken, blijkt het de eigenaar van een horeca tent in de buurt. [..] Het heeft echt m’n ogen geopend. Maar ook mensen die nog thuis wonen, die zijn nergens bekend, want er is geen hulpvraag gesteld. Het geeft ook wel aan dat de toelichting [over wat dakloosheid behelst] zeker zo belangrijk is als het tellen zelf.” Sarah Voss, Wijk GGD regio Hart van Brabant

deelnemende organisaties kregen voorlichting over de diversiteit aan leefsituaties van dak- en thuisloosheid aan de hand de ETHOS-Light definitie en bijpassend beeldmateriaal. Het bijstellen van de beeldvorming is belangrijk voor een effectieve aanpak van dak- en thuisloosheid, omdat dit ertoe leidt dat de aandacht niet langer alleen uitgaat naar een specifieke subgroep binnen de groep dak- en thuisloze mensen, maar naar álle mensen in een situatie van dak- of thuisloosheid. Het maakt dat professionals anders gaan kijken naar dak- en thuisloosheid en dat zij meer oog krijgen voor situaties van dak- en thuisloosheid die minder goed zichtbaar zijn.

Derde telronde (2025) Regio Noordkop

Regio IJsselVechtstreek

Regio Zaanstreek Regio Amsterdam-Amstelland Regio Den Haag

Valleiregio

Regio MaassluisVaardingenSchiedam

Regio Eindhoven Regio MaastrichtHeuvelland Regio’s die interesse hebben in het organiseren van een ETHOS-telling kunnen hiervoor contact opnemen met Kansfonds.

62

Het is de ambitie van Hogeschool Utrecht en Kansfonds om in heel Nederland heldere, betrouwbare en vergelijkbare cijfers van dak- en thuisloosheid te verkrijgen. Het Nationaal Actieplan Dakloosheid zet in op het in kaart brengen van alle daken thuisloze mensen aan de hand van de ETHOS-Light definitie. Het afgelopen jaar zijn er vanuit de nationale politiek een aantal initiatieven genomen om de ETHOS-Light definitie leidend te maken in beleid en wettelijk vast te leggen als de geldende definitie van dak- en thuisloosheid. De komende jaren werken wij in samenwerking met het Rijk en gemeenten verder aan een landelijke opschaling van de ETHOS-tellingen. Op weg naar deze landelijke opschaling breiden we het aantal regio’s dat deelneemt aan de ETHOS-tellingen opnieuw uit: in 2025 nemen maar liefst 9 regio’s met in totaal 57 gemeentes deel aan de ETHOS-tellingen. Deze regio’s zijn: AmsterdamAmstelland, Den Haag, Noordkop, Eindhoven, IJssel-Vecht, Maastricht-Heuvelland, Maassluis-Vlaardingen-Schiedam, Valleiregio en Zaanstreek. De resultaten van de derde telronde verwachten we in oktober 2025. Voor de vierde telronde (2026) hebben 11 nieuwe regio’s zich aangemeld. We zien bij alle regio’s die willen deelnemen een sterke ambitie om dakloosheid goed in beeld te brengen en om de inzichten die voortkomen uit de ETHOS-telling te gebruiken voor het versterken van de regionale aanpak.

63

Bronnen en colofon

Bronnen Bij het schrijven van deze rapportage is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: Ministerie van Binnenlandse Zaken, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (2022). Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis. https://open.overheid.nl/documenten/ronl-bb529bd58adc8061e5c058d2fe9671197ba6244f/pdf. Edgar, B. (2012). The ETHOS definition and classification of homelessness and housing exclusion. European Journal of Homelessness, 6, 219-226. FEANTSA (2018). ETHOS Light: European Typology of Homelessness and Housing Exclusion. Measurement of Homelessness at European Union Level. https://www.feantsa.org/download/fea-002-18-update-ethos-light-0032417441788687419154.pdf. Wewerinke, D., Schel, S., Kuijpers, M., De Vries, J. & Van Doorn, L. (2023). Iedereen telt mee. Resultaten eerste ETHOS telling dak- en thuisloosheid regio Noordoost Brabant. Utrecht: Hogeschool Utrecht. Schel, S., Kuijpers, M., Wewerinke, D., Scheepers, A., De Vries, J. & Van Doorn, L. (2023). Iedereen telt mee. Resultaten eerste ETHOS telling van dak- en thuisloosheid in regio Brabant Noordoost-Oost. Utrecht: Hogeschool Utrecht. Wewerinke, D., Kuijpers, M., Schel, S., De Vries, J. & Van Doorn, L. (2023). Iedereen telt mee. Resultaten eerste ETHOS telling van dak- en thuisloosheid in regio Meierij en Bommelerwaard. Utrecht: Hogeschool Utrecht.

Beckerman, S., & Westerveld, L. (2014). Initiatiefnota Dakloosheid: ‘Er moet wat gebeuren, dit is mensonwaardig. Https://www.sp.nl/sites/default/files/initiatiefnota_dakloosheid.pdf

64

Colofon De ETHOS-telling is een initiatief van Hogeschool Utrecht en Kansfonds. Uitvoering: Hogeschool Utrecht, Lectoraat Wonen en Welzijn Auteurs: Dr. Sandra Schel, Drs. Dorieke Wewerinke, Marte Kuijpers MSc, Annabel Scheepers Msc, Lincy Scholten MSc, Dr. Catelijne Akkermans, Mr. Jan de Vries, Ronja Bruijns, Dr. Lia van Doorn Met medewerking van regio’s: Gelderland-Zuid, Hart van Brabant, Holland Rijnland, Regio Breda, Westelijke Mijnstreek en West-Friesland Coördinatie Kansfonds: Willem van Sermondt, Esther Vogel en Eva Mos Vormgeving: Ellen Spanjaard Ervaringsverhalen: Valerie Kierkels Fotografie: Marieke Odekerken

Datum publicatie: 9 oktober 2024 Deze publieksrapportage geeft een samenvatting van de resultaten die staan weergegeven in de onderzoeksrapportages van de zes deelnemende regio’s. Bronvermelding bij gebruik van deze rapportage: Schel, S., Wewerinke, D., Kuijpers, M., Scheepers, A., Scholten, L., Akkermans, C., De Vries, J., Bruijns, R., & Van Doorn, L. (2024). Iedereen telt mee! Resultaten tweede ETHOS-telling van dak- en thuisloosheid in 55 gemeenten. Utrecht: Hogeschool Utrecht. Dit onderzoek en project is mogelijk gemaakt met financiering van Kansfonds, Fonds 1818 en het Robin Jung Fonds, Vogelengezang Foundation en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1639/documents/22167