CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D12.2 Bijlage ETHOS-telling 2024 - publieksrapportage.pdf

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken14.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoud

2

Voorwoord

Resultaten per regio

Ervaringsverhaal Eti

•

Gelderland-Zuid

Methode

•

Hart van Brabant

•

De ETHOS-Light definitie van dakloosheid

•

Holland Rijnland

•

Aanpak: ‘point in time’ telling

•

Regio Breda

Resultaten tweede telronde - zes regio’s totaal

•

Westelijke Mijnstreek

Ervaringsverhaal Vania

•

West-Friesland

Aanvullend kwalitatief onderzoek

Ervaringsverhaal Wiola

•

Belangrijkste conclusies

Dak- en thuisloze arbeidsmigranten

Ervaringsverhaal Adrian

Ervaringsverhaal Davy

•

Noodgedwongen verblijf op campings en

Reflectie op de telling

vakantieparken

Hoe nu verder

Ervaringsverhaal Aniek

•

Van tellen naar oplossen

•

Derde telronde (2025)

Bronnen en colofon

3

Voorwoord ‘Iedereen telt mee.’ De titel van deze rapportage heeft een dubbele betekenis. Allereerst is het een fundamenteel uitgangspunt van de telling om alle mensen in een leefsituatie van dakloosheid mee te tellen. Dat klinkt logisch, maar is nog niet de norm. Veel dakloze mensen komen niet in bestaande cijfers over dakloosheid voor vanwege hun leeftijd, hun veronderstelde zelfredzaamheid of hun wettelijke status. In de tweede plaats gaat de titel over het telproces: bij de ETHOS-telling betrekken we alle organisaties die in contact staan met dak- en thuisloze mensen. Honderden betrokkenen droegen in april 2024 bij aan aan de tellingen om dak- en thuisloosheid in hun regio zo goed mogelijk in beeld te brengen. De eerste ETHOS-tellingen in Nederland vonden plaats in 2023 in twee regio’s in Noordoost-Brabant. Daar namen 12 gemeenten aan deel. Deze publieksrapportage geeft de belangrijkste resultaten weer van de tweede ronde ETHOStellingen in Nederland in april 2024. Aan deze tweede ronde namen maar liefst 55 gemeenten in zes regio’s deel. Het is positief om te zien dat de ETHOS-telmethode, ontwikkeld door de Katholieke Universiteit Leuven, ook in Nederland passend blijkt om dak- en thuisloosheid in kaart te brengen. De resultaten geven in algemene zin een consistent beeld. Dak- en thuisloosheid is divers en treft heel veel verschillende mensen.

Het aantal getelde dak- en thuisloze personen is opnieuw schrikbarend hoog.

4

Onze dank gaat uit naar alle mensen die de telling mogelijk maakten. We danken de regionale coördinatoren vanuit de zes telregio’s en al hun collega’s in de regiogemeenten die met veel toewijding en doorzettingsvermogen de telling organiseerden. Ook danken we alle mensen die de vragenlijsten hebben ingevuld voor hun inzet en betrokkenheid. We danken het onderzoeksteam van de Katholieke Universiteit Leuven voor het beschikbaar stellen van de methode en voor hun waardevolle adviezen. In het bijzonder gaat onze dank uit naar de (voormalig) dak- en thuisloze mensen die hun ervaringen delen, in deze rapportage en op vele andere momenten.

West-Friesland

Holland Rijnland Gelderland-Zuid

Regio Breda Hart van Brabant

Westelijke Mijnstreek

Een laatste woord van dank gaat uit naar Fonds 1818, Robin Jung Fonds, Vogelgezang Foundation en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor hun financiële bijdrage aan de telling. We kijken ernaar uit om samen met het Rijk en gemeenten de landelijke opschaling van de ETHOS-telling verder vorm te geven. De deelname van 9 nieuwe regio’s in 2025 is daarbij een enorme stap. Met alleen een telling lossen we dakloosheid in Nederland niet op. Wel is een goed beeld van de aard en omvang van dakloosheid een belangrijke voorwaarde voor een gedegen aanpak van dakloosheid. We zien bij deelnemende regio’s en telorganisaties grote motivatie om met behulp van de resultaten van de telling hun aanpak van dakloosheid te versterken. We vertrouwen erop dat deze resultaten hen daarbij gaan helpen. Hogeschool Utrecht en Kansfonds

5

Eti

“Het heeft niks te maken met arm of rijk zijn, het kan iedereen gebeuren.”

6

Eti

Na haar scheiding stond Eti van de ene op de andere dag op straat. De opvang zat vol, dus sliep ze bij vrienden en in een tent. Nu woont ze al bijna vier jaar noodgedwongen met haar twee zoontjes en kat Charlie in een stacaravan. Makkelijk is het niet, maar ze blijft positief en strijdbaar. “Ik heb een half jaar van vrienden naar vrienden gehopt, en in een driepersoonstent gezeten met mijn kinderen. Die waren toen bijna acht en vijf. Dat was wel het dieptepunt in mijn leven. Ik realiseerde me toen dat dakloosheid iedereen kan overkomen, ook mij. Zeker toen het winter werd en een tent gewoon veel te koud was voor de kinderen. Ik ben de vrienden bij wie we toen terechtkonden nog steeds heel erg dankbaar. Dat vergeet je nooit meer.” Eti klopte aan bij verschillende instanties, maar kreeg niet de hulp die ze nodig had. “Niemand kon helpen, terwijl ik als moeder alles wilde doen in het belang van mijn kinderen. Op een gegeven moment ben ik zelfs met mijn zoontjes naar het politiebureau gegaan om te zeggen: ‘Help! We staan op straat en ik weet niet wat ik moet doen.’ We kregen een glaasje water, maar verder konden ze niks doen ‘want we zijn geen bemiddelingsbureau.’ Terwijl ik een bepaalde veiligheid en steun had verwacht.”

Overlevingsstand

“Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik niet boos ben geweest. Ik was razend, op alles en iedereen. Ook had ik het gevoel dat ik de enige was. Ik schaamde me omdat ik dakloos was en niks meer had. Maar op een gegeven moment kom je in de overlevingsstand. Zo van: hoe ga ik dit voor elkaar krijgen,

vooral met het oog op mijn kinderen? Hun belang staat voorop. Kinderen moet je een veilige haven bieden.” Uiteindelijk vond ze al googelend een camping waar ze met haar zoons terechtkon. Hun stacaravan is niet groot, maar ze hebben een dak boven hun hoofd. “Ik ben deze en andere campings heel erg dankbaar dat ze onderdak bieden aan ouders met kinderen. Het is een fijne plek, omdat je aanspraak hebt en het veilig is voor de kinderen. Men let wat meer op elkaar op een camping, op een positieve manier.”

Andere mindset

Haar zoons zijn nu bijna twaalf en negen. Ze zijn blij dat mamma een eigen plek heeft, maar nog liever zouden ze willen dat ze een eigen huis had. “Ze willen later rijk worden en dan een huis voor me aanschaffen. Een met veel verdiepingen. Mijn jongste heeft zijn droomhuis getekend en die tekening hangt nu al een tijdje op onze koelkast.” “Ik vind het erg dat ze zich zo jong al bewust zijn van mijn situatie. Aan de andere kant heeft het hen ook wel op een bepaalde manier gevormd. Want dit hoort wel bij het leven. Zelfs in een welvarend land als Nederland kan het iedereen gebeuren. Het heeft niks te maken met arm of rijk zijn.” Ook zelf is ze anders tegen dingen gaan aankijken. “Ik heb hier veel van geleerd en daardoor een andere mindset gekregen.”

7

“Ik had het fijn gevonden als iemand gewoon naast me was komen zitten en had gezegd: ik help je. We gaan samen zoeken naar een woning.” Lotgenotencontact

containerwoningen neer. Doe iets met leegstaande gebouwen. Geef ouders met kinderen voorrang, want kinderen moet je gewoon helpen. En zorg dat het aanvragen van een urgentie overal hetzelfde is. Nu moet ik er bijvoorbeeld 200 euro voor betalen, terwijl het in Utrecht en Amsterdam gratis is. En als ik niet urgent genoeg ben, ben ik mijn geld kwijt. Dus die 200 euro geef ik liever uit aan de huur van mijn stacaravan of aan mijn kinderen.”

Bij haar gebeurde het tegenovergestelde. Ze is teleurgesteld dat instanties niet vroegen wat ze nodig had, maar voor haar gingen denken. “Er werd te makkelijk gezegd: Kun je niet bij vrienden of familie terecht? Maar logeren is een tijdelijke oplossing, daar los je het probleem niet mee op. Bovendien hebben die vrienden toch ook recht op hun privacy?” Ook vonden instanties dat de kinderen wel bij hun vader konden wonen. “Maar de moeder heeft evenveel recht op de kinderen als de vader. Nederland heeft dan wel het VN Kinderrechtenverdrag ondertekend, maar leeft het niet na. Een kind kan je niet op straat zetten. En kinderen zijn de toekomst van Nederland. Die moet je niet de rug toe keren, maar dat gebeurt nu wel.”

Door de krachten te bundelen met andere ervaringsdeskundigen hoopt Eti veranderingen in gang te kunnen zetten. “Ik wil daden in plaats van woorden. Ik weet wat ik doe omdat ik weet waar ik het over heb en dat is het grote verschil met mensen die geen ervaring hebben met dak- en thuisloosheid. Ik heb gezien dat je het van de overheid niet moet hebben. We moeten elkaar daarom maar helpen, want samen sta je sterk.”

Eti is strijdbaar. Ze wil ouders die hetzelfde hebben meegemaakt als zij, of er nog middenin zitten, bij elkaar brengen. “Ik wil ze een luisterend oor bieden. Of begeleiden. Het vangnet zijn. Want je leven staat totaal op z’n kop. Je weet niet waar je moet beginnen. Ik had het fijn gevonden als iemand gewoon naast me was komen zitten en had gezegd: ik help je. We gaan samen zoeken naar een woning.”

Oplossingen

Daarom bepleit ze dat er naar oplossingen wordt gezocht. “Ik hoor steeds: nee, dat kan niet. Daar ben ik klaar mee. Zet

8

Methode > De ETHOS-Light definitie van dakloosheid > Aanpak: ‘point in time’ telling

De ETHOS-Light definitie van dakloosheid Dit onderzoek maakt gebruik van de Europese ETHOS-Light definitie van dakloosheid. Deze definitie wordt in Europa gezien als de best onderbouwde manier om dakloosheid te meten. Ook het Nationaal Actieplan Dakloosheid: Eerst een Thuis (2023-2030) zet in op het in kaart brengen van dakloosheid aan de hand van ETHOS-Light. ETHOS staat voor ‘European Typology of Homelessness and Housing Exclusion’ en definieert dakloosheid als een gebrek aan volwaardige huisvesting. De brede ETHOS definitie omvat in totaal 13 categorieën van uitsluiting van behoorlijke huisvesting. Voor het meten van dakloosheid werd in 2006 een afgeslankte versie van de ETHOS-definitie geïntroduceerd met 6 categorieën: ETHOS-Light (zie figuur 1). Bij de ETHOS-Light definitie staat de leefsituatie van mensen centraal: iedereen die zich bevindt in een leefsituatie die valt onder de ETHOS-Light categorieën wordt beschouwd als dak- of thuisloos. De ETHOS-Light definitie brengt niet alleen zichtbare dakloosheid in beeld (mensen die op straat en in de nachtopvang verblijven), maar geeft ook zicht op groepen die vaak buiten beeld blijven, omdat zij bijvoorbeeld worden aangemerkt als zelfredzaam of niet rechthebbend. Vaak verblijven zij in andere leefsituaties van dakloosheid zoals bij vrienden, familie of derden of in niet-conventionele woonruimten, zoals

9

een auto, stacaravan, schuur of woning zonder basisvoorzieningen. In navolging van het onderzoeksteam uit België voegden wij een zevende categorie toe aan de ETHOS-Light definitie: mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting. Net als in België is dit in Nederland een bekende route naar dakloosheid.

Figuur 1 ETHOS-Light categorieën + dreigende huisuitzetting 1 Mensen die leven in de openbare ruimte 2 Mensen in de noodopvang voor dakloze mensen 3 Mensen in tijdelijke opvang voor dakloze mensen 4 Mensen die een instelling verlaten zonder vervolghuisvesting en mensen die langer in een instelling verblijven wegens gebrek aan passende vervolghuisvesting 5 Mensen in niet-conventionele woonruimten vanwege een gebrek aan passende huisvesting 6 Mensen die tijdelijk verblijven bij familie, vrienden of derden + Mensen met een dreigende huisuitzetting zonder passende vervolghuisvesting

Aanpak: ‘point in time’ telling De ETHOS-tellingen zijn uitgevoerd op 9 april 2024 in de regio’s Gelderland-Zuid, Westelijke Mijnstreek en WestFriesland en op 11 april in de regio’s Breda, Hart van Brabant en Holland-Rijnland. De gehanteerde methode is de zogeheten ‘point in time’ telling. Een ‘point in time’ telling brengt dakloosheid in kaart op een specifiek moment in een geografisch afgebakend gebied. De telmethode vereist een intensieve samenwerking met alle organisaties in de regio’s die met dak- en thuisloze personen in contact staan. Medewerkers van deze organisaties vullen voor alle personen in een leefsituatie van dak- en thuisloosheid een korte vragenlijst in. Daarmee worden naast aantallen ook belangrijke profielkenmerken van dak- en thuisloze personen verzameld. De organisatie van de tellingen was in elke regio grotendeels in handen van een regionale coördinator die in dienst is bij de betreffende regio. De coördinatoren organiseerden de tellingen in nauwe samenwerking met het onderzoeksteam en met een regionale werkgroep met vertegenwoordigers van de belangrijkste deelnemende organisaties, waaronder ook mensen met ervaringskennis. Met de regionale werkgroepen werd geïnventariseerd welke organisaties in contact staan met mensen die zich bevinden in de verschillende leefsituaties van ETHOS-Light. Naast organisaties die zich specifiek richten op

dak- en thuisloze personen, zoals maatschappelijke opvangorganisaties en bemoeizorg, waren dit onder andere buurtteams, (school)maatschappelijk werk, welzijnsorganisaties, jeugdhulpverlening, boswachters, havenopzichters, woningcorporaties, gemeentelijke afdelingen zoals burgerzaken en werk en inkomen, GGZ-instellingen, penitentiaire inrichtingen en ziekenhuizen. In totaal namen 377 organisaties deel aan de tellingen. Om medewerkers van de deelnemende organisaties te informeren over het onderzoek en het invullen van de vragenlijst verzorgden de onderzoekers informatiesessies op verschillende plaatsen in de regio’s. Ook werd een handleiding bij de vragenlijst verstrekt. Om te zorgen dat de verzamelde informatie niet herleidbaar is naar individuele personen, zijn in de vragenlijsten geen namen of BSN-nummers vastgelegd. Dubbeltellingen werden uitgefilterd door de onderzoekers aan de hand van een naamcode bestaande uit de eerste letter van de voornaam en de eerste en laatste letter van de (volledige) achternaam. Na het verwijderen van dubbeltellingen werden de naamcodes en de exacte leeftijd van de getelde personen uit het databestand verwijderd. Deze zijn opgeslagen in een beveiligde digitale kluis van Hogeschool Utrecht om de privacy van de getelde personen te waarborgen.

10

11

Om te toetsen in hoeverre de resultaten een goede weerspiegeling zijn van de werkelijke situatie in de regio’s werden de resultaten tijdens feedbackbijeenkomsten voorgelegd aan vertegenwoordigers van de telorganisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten. Zij reflecteerden uitgebreid op alle resultaten. Daarmee werd nagegaan in hoeverre de resultaten aansluiten bij de situatie in de regio’s, zowel in omvang als in aard en diversiteit van leefsituaties van daken thuisloze mensen.

Aanvullend kwalitatief onderzoek

Er is aanvullend onderzoek gedaan naar de situatie van daken thuisloze arbeidsmigranten en mensen die verblijven op campings en vakantieparken vanwege gebrek aan passende huisvesting. Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de aantallen, leefsituaties en profielkenmerken van deze groepen, en om te achterhalen hoe het komt dat deze groepen met de ETHOS-telling tot dusver onvoldoende in beeld komen. In de periode van maart tot juni 2024 zijn in alle zes regio’s online focusgroepen gehouden met professionals die in contact staan met betreffende mensen. 39 personen namen deel aan de focusgroepen gericht op dak- en thuisloze arbeidsmigranten. 36 personen namen deel aan de focusgroepen gericht op campings- en vakantieparken. Deelnemers waren onder andere medewerkers van gemeenten (beleidsmedewerkers en BOA’s), maatschappelijke opvangorganisaties, GGD, wijkteams, brancheverenigingen vakantieparken, provinciale aanpak vakantieparken, campingeigenaren en Stichting Barka.

Meer informatie over de onderzoeksmethode en een uitgebreide weergave van de resultaten van het kwalitatieve onderzoek is te vinden in de uitgebreide regionale onderzoeksrapportages via ETHOS Telonderzoek | Hogeschool Utrecht (hu.nl)

Resultaten tweede telronde zes regio’s totaal

12

West-Friesland

Holland Rijnland Gelderland-Zuid

Regio Breda Hart van Brabant

Westelijke Mijnstreek

6 regio's 55 gemeenten 2.383.214 inwoners

Resultaten tweede telronde - zes regio’s totaal

13

Volwassenen

%

Waarvan mannen

Waarvan vrouwen

Kinderen

%

1 In openbare ruimte

318

6

291 (92%)

25 (8%)

-

-

2 In noodopvang voor dakloze mensen

313

6

262 (84%)

51 (16%)

6

1

3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

896

18

508 (57%)

374 (42%)

300

27

4 In instelling

549

11

447 (81%)

95 (17%)

67

6

5 In niet-conventionele woonruimte

912

18

610 (67%)

278 (30%)

167

15

6 Bij familie/vrienden/derden

1.623

33

1.057 (65%)

556 (34%)

475

43

+ Dreigende huisuitzetting

234

5

148 (63%)

83 (35%)

76

7

Verblijfsituatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd

117

2

85 (73%)

28 (24%)

10

1

Totaal

4.962

100*

3.408

1.490

1.101

100

ETHOS-Light categorie

* Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet op tot 100%

55 GEMEENTEN IN ZES REGIO’S: Gelderland-Zuid, Hart van Brabant, Holland Rijnland, Regio Breda, Westelijke Mijnstreek en West-Friesland

9 en 11 apil 2024

377

deelnemende organisaties

4.962 6.063

volwassenen

*

dak- en thuisloze personen

1.582

Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een of beide ouder wel.

* 38 personen zijn geteld in twee regio’s. In de totale cijfers is hiervoor gecorrigeerd.

1.101 kinderen

Resultaten tweede telronde - zes regio’s totaal GENDER #4.962

69%

30%

Man

Vrouw

#3.408

#1.490

<1%

Anders #6

14

SAMENSTELLING HUISHOUDEN #4.962

<1%

70%

5%

3%

Non-binair

Alleenstaand zonder kinderen

Koppel zonder kinderen

Anders

#6

#3.478

#224

#155

1%

10%

3%

9%

Onbekend

Alleenstaand met kinderen

Koppel met kinderen

Onbekend

#52

#509

#159

#437

Resultaten tweede telronde - zes regio’s totaal

15

NATIONALITEIT #4.962 Van mensen met niet-Nederlandse nationaliteit #1.021

40%

57%

3%

ID-CARD

EU-burger #411

68%

56%

Nederlandse nationaliteit

Geboren in Nederland

#3.389

Top 3 andere geboortelanden Polen Syrië Marokko

5% 5% 2%

#2.792

Aantal verschillende nationaliteiten

78

Niet-EU-burger #584

Staatloos #26

Verblijfstatus van niet-EU-burgers #584

26%

46%

Permanent verblijfrecht

Tijdelijk verblijfrecht

#152

#267

11%

Onwettig verblijf #67

Resultaten tweede telronde - zes regio’s totaal

16

LEEFTIJD #6.063 30% 25%

25% 22%

20% 18%

17%

15% 10%

11%

5% 4%

0%

0-17 jaar

18-27 jaar

28-39 jaar

40-49 jaar

50-59 jaar

60-69 jaar

DUUR DAK- EN THUISLOOSHEID #4.962 30% 25% 24%

20% 15%

24%

16%

15%

16%

10% 5%

5%

0% <4 maanden

4-12 maanden

1-2 jaar

≥2 jaar

Er is nog Onbekend huisvesting*

* Dit betreft de personen met een dreigende huisuitzetting

1%

70-79 jaar

<1%

1%

80 jaar Onbekend of ouder

17

Vania

“Het gaat elke dag wat beter met mijn zoontje, maar met een eigen huis zou het nog veel beter gaan.”

18

Vania

De Braziliaanse Vania kwam ooit voor de liefde naar Nederland. Maar haar echtgenoot bleek bezitterig en agressief. Na haar scheiding belandde ze opnieuw in een gewelddadige relatie. Een jaar geleden durfde ze eindelijk bij hem weg te gaan. Sindsdien verblijft ze met haar zoontje van vier in de crisisopvang. Vania vertelt haar verhaal in de kamer die ze met haar zoontje deelt. De kleine ruimte is gevuld met een bed, een keukentje, een tafel en stoelen, wat kleding en speelgoed. Meer heeft ze ook niet. Vania ontmoette haar eerste man in 2010 in Brazilië, waar hij op dat moment werkte. De jaren erna verbleef ze afwisselend in Brazilië en Nederland, maar vanaf 2015 woonde ze permanent in Nederland. “Vanaf toen werd onze relatie steeds slechter. Hij wilde niet dat ik naar Nederlandse les ging en ik mocht ook niet werken. Hij was bang dat ik verliefd zou worden op een andere man. Ik zat alleen maar thuis en had last van depressies en paniekaanvallen.” Ze wilde deze verstikkende relatie ontvluchten, maar waar kon ze naartoe? Op een feestje van een Braziliaanse vriendin ontmoette ze een man die zei dat ze voor weinig geld in zijn appartement mocht wonen. Vania wilde niets liever dan zo ver mogelijk weggaan van haar bezitterige echtgenoot, en verhuisde naar de andere kant van het land.

Van kwaad tot erger

Binnen een mum van tijd viel ze voor de charmes van deze reddende engel, die haar tegen haar stalkende ex beschermde. Ze werd zwanger en was gelukkig. “Het was altijd al mijn droom geweest om moeder te worden.” In coronatijd beviel ze van haar zoontje en alles ging goed, totdat haar partner een auto-ongeluk kreeg en niet meer kon werken. Hij begon

slaappillen te nemen, en later ook cocaïne, en veel te drinken. Het ging van kwaad tot erger. “Hij kreeg hallucinaties en werd enorm agressief. Hij begon steeds meer te geloven in complottheorieën en verbood mij bijvoorbeeld om een coronavaccinatie te nemen. Hij dreigde steeds dat hij mijn zoon van me af zou pakken, en dat dat hem ook zou lukken, want hij was Nederlands en ik niet. Nu weet ik dat ik ook rechten heb, maar toen niet. Ik was bang om mijn zoon te verliezen, dus ik bleef.”

Veilige plek

Juli vorig jaar barstte de bom. Na de zoveelste ruzie werd Vania door haar partner op straat gezet. Ze had niks bij zich, zelfs geen telefoon, en haar zoontje was nog binnen. “Ik kon niet meer, was doodop van alle stress en toestanden en wilde weg, maar absoluut niet zonder mijn zoontje. Hij is mijn alles.” Gelukkig had ze af en toe al contact gehad met iemand van het wijkteam en die belde ze nu op vanuit een winkel. Medewerkers van het wijkteam en de politie praatten urenlang in op haar partner en uiteindelijk kreeg ze haar zoontje terug. Na twee uur bellen werd er een veilige plek voor hen gevonden in een logeerhuis, waar ze uiteindelijk twee maanden konden blijven. Het begin was moeilijk. “Ik was het dekentje van mijn zoon vergeten en hij kon niet slapen

“Sinds ik in Nederland ben, ben ik nooit echt vrij geweest. Eerst moest ik de regels van mijn exen volgen en nu die van de opvang.” zonder dat dekentje, dus de eerste week huilde hij verschrikkelijk veel. Hij at niet en wilde met niemand contact. Daarna ging het met ons allebei gelukkig elke dag iets beter.”

Beter leven voor mijn zoontje

De verhuizing naar de plek waar ze nu wonen, een eigen kamer in de crisisopvang, veroorzaakte een terugval bij haar zoontje. “Hij schreeuwde en huilde veel. De andere bewoners klaagden over zijn gedrag en waren boos op mij. Het was erg moeilijk en vermoeiend.” Inmiddels krijgen ze allebei hulp om hun traumatische ervaringen te verwerken. “Mijn zoontje loopt wat achter in zijn ontwikkeling en praat weinig door alles wat er in zijn jonge leventje is gebeurd. Sinds we een veilige plek hebben en begeleiding krijgen gaat het elke dag een beetje beter met hem, maar het zou nog veel beter gaan als we ons eigen huis zouden hebben. We hebben ruimte nodig. Vooral mijn zoontje. Hij heeft nog nooit een eigen kamer gehad. Hij heeft een plek nodig waar hij kan spelen en muziek kan maken en dat kan hier niet. Hij moet stil zijn, anders gaan de andere mensen klagen.”

Wil vrij zijn

Vania gunt haar zoontje een beter leven. Ze heeft urgentie aangevraagd voor een sociale huurwoning in twee steden, maar weet nog niet of ze die krijgt. “We moeten wachten en

19

wachten. Dat is lastig. Niet voor mezelf, maar wel voor een vierjarig jongetje. Ik ben dankbaar dat we een ruimte hebben om te wonen, maar het is ook een plek waar we niet echt vrij zijn. Sinds ik in Nederland ben, ben ik nooit echt vrij geweest. Eerst moest ik de regels van mijn exen volgen en nu die van de opvang. Ik kan niet wachten totdat ik kan leven zoals ik dat wil, samen met mijn zoon.” Vania werkt er hard aan om steviger in haar schoenen te staan, zodat ze niet weer in een afhankelijke positie terechtkomt. Ze wil haar inburgeringsexamen gaan halen en weer gaan werken. Vania deelt haar verhaal om andere vrouwen die in eenzelfde situatie zitten als zij, kracht te geven. “Je kunt eraan ontsnappen. Blijf geloven dat ook wij ooit een goede toekomst zullen hebben.”

20

Aanvullend kwalitatief onderzoek > Dak- en thuisloze arbeidsmigranten > Noodgedwongen verblijf op campings en vakantieparken

Dak- en thuisloze arbeidsmigranten Aanvullend kwalitatief onderzoek laat zien dat geen van de zes regio’s goed zicht heeft op dak- en thuisloosheid bij arbeidsmigranten. Dit komt doordat: • Arbeidsmigranten zich vaak niet inschrijven bij de gemeente. Zij weten niet dat dit belangrijk is, zijn bang voor negatieve gevolgen of hun werkgever houdt hen verborgen voor instanties. • Kennis over arbeidsmigranten versnipperd is over verschillende beleidsterreinen en organisaties. • Bij veel gemeenten onvoldoende draagvlak is om deze groep actief in beeld te brengen, vanwege gebrek aan capaciteit en vrees voor extra zorg- en huisvestingsvragen.

“Formeel zijn ze niet eens in Nederland, terwijl ze er wel zijn. [....] Als ik een kind geboren zie worden en beide ouders niet in de BRP staan ingeschreven, dan wordt het kind niet ingeschreven. Dat kind valt volledig buiten beeld. Zo hebben we veel spookburgers, spookarbeiders, die overal buiten vallen.” Provinciaal medewerker aanpak vakantieparken

“Vijf locaties, ongeveer vijftig arbeidsmigranten aangetroffen en slechts één persoon was geregistreerd. Ze hadden geen huurovereenkomst. Ze hadden niks.” Beleidsadviseur arbeidsmigranten gemeente

Profielkenmerken Meestal mannen, maar ook vrouwen en gezinnen Vooral mensen uit Polen, Bulgarije, Roemenië Vaak laaggeschoold, sociaal kwetsbaar Een deel krijgt te maken met geweld, (seksueel) misbruik en uitbuiting

“Een jonge vrouw koos voor het slapen in een auto, zij wilde niet terug naar Polen, zij wilde niet naar de winteropvang. Ze was gefixeerd op het idee dat ze een nieuwe baan zou vinden. Het verblijf in de auto was iets ‘van haar’, haar eigen spulletjes. Ze wilde dat niet loslaten. Ze werd misbruikt door mannen. Jonge vrouwen zijn vooral kwetsbaar omdat ze niet zo ervaren zijn. Mannen kunnen hen gemakkelijk manipuleren.” Medewerker Stichting Barka

21

Dak- en thuisloze arbeidsmigranten Leefsituaties • • •

•

Een deel verblijft in de openbare ruimte. Een klein deel verblijft in de opvang (meestal alleen de winternoodopvang). De grootste groep verblijft in niet-conventionele woonruimten zoals een auto, werkplek, stacaravan, hotel of vakantiewoning. Woonruimten zijn vaak in slechte staat en overbewoond.

Opvallende bevindingen Betrokken professionals zien een forse toenamevan daken thuisloze arbeidsmigranten, met name jonge mensen. Zij staan vaak niet ingeschreven en zijn vaak niet goed op de hoogte van hun rechten. Hierdoor hebben zij geen toegang tot voorziening (uitkeringen, zorg, opvang. etc). Sommige gemeenten hebben een outreachende, actieve aanpak. Andere gemeenten werken alleen reactief op zorg- en overlastmeldingen.

“Ik hoor vaak de vraag van de gemeente: zijn ze hier vijf jaar of langer? Dat is vaak de eerste vraag. Dat betekent niet dat ze geen rechten hebben. Ook als ze hier drie jaar zijn, kunnen ze al rechten hebben. We moeten bewijzen dat ze hier hebben gewerkt, belasting hebben betaald en een zorgverzekering hebben. Ik probeer alles om dit te bewijzen.” Medewerker Stichting Barka

“Wij zagen bij de illegale kamerverhuur dat er een afhankelijkheidsrelatie is. Je kan niet klagen tegen je huisbaas want dat is ook je werkgever en dan verlies je misschien je baan. Het zijn slechte kamers, met slechte isolatie en waar schimmels zijn. Het is geen goede huisvesting. Enkele bedrijven doen het wel goed, maar het merendeel werkt met arbeidsbureaus. Ook wordt soms de huur ineens verhuurd met 200 euro, zonder dat dit mag.” Medewerker maatschappelijke opvang

Veel gemeenten vermoeden dat de problematiek zeer groot is, maar hebben onvoldoende mogelijkheden voor handhaving, alternatieve huisvesting en ondersteuning.

“Ik kwam erachter dat er 12 mensen in een huisje zaten, terwijl er maar 6 bedjes waren. Dus bedjes worden dubbel verdeeld.” Medewerker aanpak vakantieparken

22

Adrian

Na woningbrand woont Adrian in zijn schuurtje

23

24

Adrian

kwam in 2007 voor het eerst naar Nederland om hier te werken. Van zijn verdiende geld kocht hij een aantal jaar geleden een oude arbeiderswoning. Vorig jaar sloeg het noodlot toe: zijn huis ging in vlammen op. Hij verbleef daarna afwisselend in ho(s)tels, bij vrienden en familie en in de winteropvang. Sinds maart leeft hij in een schuurtje in zijn tuin totdat zijn huis weer bewoonbaar is. De renovatie begint op te schieten. De muren zijn opnieuw gestuct, de vloer gelegd, de bovenverdieping is hersteld, en er is een nieuwe trap geplaatst. Maar een keuken ontbreekt nog en ook de badkamer is nog een kale, lege ruimte. “Douchen doe ik bij vrienden.” Adrian is zenuwachtig. Hij wil zijn verhaal vertellen, maar dat ook goed doen. Hond Fibi, sinds 2019 zijn steun en toeverlaat, helpt hem zich te ontspannen. Ook zijn vriend Marek is erbij als hij terugblikt op vorig jaar zomer. “Ik was in de keuken bezig toen ik wat hoorde. Ik ging naar de woonkamer en tilde de zware deken op die op mijn bank lag. Meteen sloegen de vlammen eruit. Het ging echt van whoosh.” Het eerste wat hij deed was Fibi roepen. “Fibi was het enige waar ik me druk om maakte. Zij was eigenlijk slimmer dan ik want ze liep naar de voordeur, om de straat op te kunnen gaan, maar ik riep haar terug en bracht haar naar de tuin.”

Onbewoonbaar

Achteraf hoort hij dat de brand waarschijnlijk is ontstaan door zijn telefoon die aan de oplader lag en in zijn bank is gevallen. Zonder telefoon kan hij ook geen hulp inroepen, maar gelukkig bellen de buren de brandweer. Die is er binnen een kwartier, maar dan is het al te laat. Alles is in vlammen opgegaan en Adrians huis is onbewoonbaar.

Dat het vuur zo snel om zich heen grijpt, komt omdat Adrian zijn huis ook als opslag gebruikt van zijn handelswaar. “Ik had tegen allerlei muren voorraden Yerba Mate liggen. Die droge theebladeren vatten snel vlam.” Gelukkig komt hij er zelf met wat brandwonden aan zijn voorhoofd vanaf. “Dat is het allerbelangrijkste: ik leef nog en ik heb ook Fibi op tijd in veiligheid weten te brengen. En mijn vriend Alex, die bij me inwoonde, was gelukkig net op bezoek bij zijn familie.”

Hectische tijd

Daarna volgt een hectische tijd. Vanuit het ziekenhuis waar hij werd behandeld voor zijn brandwonden wordt hij naar een hotel gebracht. “65 kilometer verderop! Waarom zo ver weg was mij niet duidelijk.” Na twee dagen wordt hij daar opgehaald door een vriend. Samen proberen ze uit te zoeken hoe het nu verder moet. “Ik had geen telefoon, geen kleren, niks meer. En ik kon mijn huis niet in want dat was dichtgetimmerd.” Ze gaan naar de politie en de brandweer. Die adviseren om contact op te nemen met zijn verzekeraar. “We hebben wel 100 telefoontjes per dag gepleegd naar de verzekeringsmaatschappij. Het was zo’n geregel. En ik ben langsgegaan bij mijn werk om te vertellen wat er was gebeurd. Ze schrokken toen ze me zagen, want ik had een groot verband om mijn hoofd.”

25

“Het maakt niet uit hoe vaak je valt, als je maar weer opstaat.”

Winteropvang

Hij overnacht die eerste maand achtereenvolgens bij een vriend, in een hostel en daarna, op kosten van de verzekering, in een hotel. In oktober gaat hij naar Polen om de 18e verjaardag van zijn zoon te vieren, die daar bij zijn ex-vrouw woont. Daar gaat het mis. Adrian is alcoholist, maar drinkt al een hele tijd niet meer. “Ik maakte de fout te denken dat ik het bij een paar biertjes kon houden. Maar als je alcoholist bent, lukt dat niet.” Hij blijft zes weken in Polen waar hij wordt behandeld voor zijn verslaving en mentale problemen, en komt daarna terug naar Nederland. Weer verblijft hij eerst bij een vriend en daarna in een hotel. Als dat in januari de deuren sluit, klopt hij aan bij de winteropvang. “Overdag konden we daar niet zijn, dus ik liep hele dagen op straat. Het regende en regende. Ik was doornat.”

Eenzaam

Als de winteropvang in maart dichtgaat, besluit hij in het schuurtje achter zijn huis te gaan wonen. Dat is soms best zwaar, en vooral eenzaam. “Ik ben af en toe best depressief. Dan is het verleidelijk om weer te gaan drinken. Zeker omdat er niemand is die tegen me zegt dat ik dat beter niet kan doen. Dus soms gaat het dan weer mis.”

Adrian is de eerste om te erkennen dat hij verantwoordelijk is voor zijn eigen daden. “Het is mijn fout hoor, niet die van iemand anders. Ik heb al eens 2,5 jaar niet gedronken, maar daarna kreeg ik toch een terugval. Nu kan ik ook maanden niet drinken, om dan toch weer voor de bijl te gaan. Therapieën hebben tot nu niet geholpen, dus ik wil nu ook even geen professionele hulp. Mijn probleem is dat ik niemand vertrouw.”

Niet opgeven

Op dit moment leeft Adrian van een uitkering. Hij vult zijn dagen met Fibi, en gaat regelmatig langs bij vrienden. Het contact met zijn zoon, moeder en zus in Polen verloopt meestal per telefoon. Zijn vader die elders in Nederland werkt, ziet hij regelmatig. “Hij is mijn idool. Ik ken geen betere mensen dan mijn vader en moeder.” Hij wil graag weer aan het werk, maar wel pas als hij zich weer elke dag kan douchen. “Je gaat niet stinkend naar je werk.” Adrian hoopt dat zijn woning voor de winter klaar is, en als dat niet lukt, probeert hij de nachten weer door te brengen in de opvang. Hij wanhoopt niet. “Kennelijk vond God dat ik me moest realiseren dat ik al veel had, maar dat niet besefte. En ik ben al vaker weer opgeklauterd. Het maakt niet uit hoe vaak je valt, als je maar weer opstaat. Dat geldt ook voor mij. Ik geef niet op en ik klaag niet. Ik weet als geen ander dat je leven elke seconde kan veranderen, in negatieve maar zeker ook in positieve zin.”

Noodgedwongen verblijf op campings en vakantieparken Aanvullend kwalitatief onderzoek laat zien dat geen van de zes regio’s goed zicht heeft op mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. Dit komt doordat: • Veel mensen zich niet kunnen of willen inschrijven (sommige mensen willen onder de radar blijven). • Beleid en uitvoeringspraktijk versnipperd zijn over gemeentelijke afdelingen en beleidsterreinen. • De samenwerking tussen gemeenten, zorgorganisaties en eigenaren van vakantieparken beperkt is.

Profielkenmerken

De groep mensen die noodgedwongen verblijft op campings/vakantieparken is zeer divers. Het gaat onder andere om: Alleenstaande mannen Alleenstaande ouders en volledige gezinnen Jongeren en starters op de woningmarkt

“Het is vooral belangrijk om met alle domeinen aan tafel te zitten, anders krijg je nooit het hele beeld. […] Het bij elkaar brengen van al die verschillende domeinen vanuit de gemeente is al een uitdaging. Vanuit het zorgdomein is er inderdaad weinig zicht op, maar als je met veiligheid gaat praten hebben ze vaak wel een beetje een beeld, of de afdeling die verantwoordelijk is voor de BRP inschrijvingen. Het bij elkaar brengen, daar win je het mee. Het is echt een integrale aanpak, problematieken op vakantieparken zijn echt heel divers, die kun je nooit vanuit één domein oppakken.” Projectleider bij een provincie op het gebied van vakantieparken

“Ze associëren een dakloze met problemen en zeggen: ‘Wij hebben hier geen problemen.’ Maar als je dan doorvraagt, blijken er wel degelijk daklozen op de camping te zitten. Ze willen geen aandacht daarvoor.” Medewerker gemeente

Arbeidsmigranten

“De intentie is vaak: ik verblijf daar even en als ik een huis gevonden heb ga ik daar weer weg. Maar in [naam gemeente] zijn de wachttijden tussen de 6 en 8 jaar voor een woning. Particuliere huur is voor veel mensen niet te doen, mensen zijn aangewezen op sociale huurwoningen, urgentie is vaak niet bereikbaar. Gewoon scheiden is geen argument meer [voor urgentie], ook niet met kinderen.” Professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken

26

Noodgedwongen verblijf op campings en vakantieparken Leefsituaties • • •

(Sta)caravans; Busjes; Vakantiewoningen.

Geregeld gaat het om caravans of huisjes die in slechte staat zijn en niet geschikt zijn voor (permanente) bewoning.

“Er zijn hele mooie huisjes waarbij je denkt: daar wil ik ook wel verblijven, maar er zijn ook caravans waarbij de achterwand van het toilet ontbrak. Het varieert van incomplete woningen tot mooie paleisjes. Er wonen ook vaker kinderen in caravans en vakantiewoningen van slechte kwaliteit.” Professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken

27

Opvallende bevindingen Beleid en uitvoering ten aanzien van campings en vakantieparken verschilt sterk per gemeente. Gemeenten moeten mensen volgens de wet inschrijven, maar dit gebeurt vaak niet. Inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) is cruciaal voor toegang tot voorzieningen. Gemeenten kunnen vaak geen alternatieve huisvesting bieden. Daarom gedogen zij permanente bewoning en reageren zij meestal alleen op overlast- en zorgmeldingen.

“Mensen wonen in een caravan, maar hebben geen uitweg. Die caravan is niet geschikt voor bewoning, bij wijze van spreken zak je zo door de vloer heen. Daar wonen mensen met een grote rugzak, die ook ziek zijn soms. Het is niet uit te leggen dat je mensen daar laat wonen. Soms kun je niet anders, maar het is de vraag of je dat moet willen.” Medewerker gemeente

Professionals pleiten voor een actievere out-reachende betrokkenheid van gemeenten. Capaciteit is hierbij een uitdaging.

“Mensen met verslaving zorgen soms voor overlast en de huisvesting waar ze in wonen is vaak heel beroerd, niet brandveilig. Daar zit een volgend probleem, mensen zitten er vaak omdat ze nergens anders meer terecht kunnen. Als wij gaan handhaven dan is er geen vervangende woonruimte en moeten deze mensen naar de maatschappelijke opvang, en dat is ook een dilemma.” Medewerker gemeente

28

Aniek

“Je bent in de overleefstand bezig.”

29

Aniek

en haar partner hebben het goed voor elkaar. Totdat ze de hypotheek niet meer kunnen betalen en geen betaalbare andere woning kunnen vinden. Vier jaar lang wonen ze noodgedwongen in een caravan. Ook nu ze weer een huis hebben, voelt Aniek de stress nog in haar lijf. Bijna anderhalf jaar wonen Aniek en haar man nu in een klein huurappartement. Ze is er enorm blij mee, maar het is ook nog wel wennen. “De eerste paar weken had ik echt iets van: oh ja, ik mag hier blijven. Ik hoef niet meer na te denken over ‘wat als we hier wegmoeten?’ Eigenlijk voelt het pas sinds kort echt als ons thuis.” Aniek vindt het spannend om haar verhaal te delen, maar doet het omdat ze wil laten zien dat dakloosheid iedereen kan overkomen en om de bewustwording te vergroten bij gemeenten zodat ze zich constructief in willen gaan zetten. “Nog steeds denken heel veel mensen dat je het over jezelf hebt afgeroepen. Dat je domme beslissingen hebt genomen. Of je leven niet op orde hebt. Maar dat is niet zo. Wij waren niet psychisch in de war, niet verslaafd, we konden op onze eigen benen staan. En toch waren we vier jaar lang dakloos. Ik noemde het niet altijd zo, omdat we wel die caravan hadden, maar we waren het wel. Thuisloos zeker.”

Samenloop van omstandigheden

Bij Aniek en haar man “is het een beetje een samenloop van omstandigheden geweest.” Ze kopen een huis op het moment dat de prijzen hoog liggen, maar omdat ze allebei een baan met carrièreperspectief hebben gaan ze ervan uit dat die

hypotheek geen probleem zal zijn. “Alleen kwam toen de crisis. Ik verloor mijn baan, en een nieuwe baan vinden in mijn vakgebied bleek moeilijk. Ik deed veel laagbetaald werk, dus het was altijd aanpoten om de rekeningen te betalen. Toen zijn we allebei ook nog eens voor onszelf begonnen, omdat dit na doorrekening een beter alternatief leek dan hoe we tot dan toe aan het werk waren, maar de praktijk bleek anders. Op een gegeven moment konden we onze hypotheek niet meer betalen.” Ze besluiten hun huis te koop te zetten, en op zoek te gaan naar een goedkopere woning. Maar dat gaat niet zonder slag of stoot.

Eten bij je ouders

“We wisten natuurlijk niet wanneer we ons huis zouden verkopen, en dubbele lasten konden we al helemaal niet betalen. Je wordt wel heel creatief, maar op een gegeven moment lukt het echt niet meer. Dan ga je aan het eind van de maand maar een weekje bij je ouders eten.” Hun huis verkopen ze pas na twee jaar, en ook nog met verlies. De houding van de bank doet Aniek nog steeds pijn. “We hebben een tijdje wat minder afbetaald, maar te veel om een particuliere huurwoning te kunnen betalen. En om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen moet je zeker vijftien jaar ingeschreven staan. De bank heeft liever dat

30

“We dachten dat het maximaal een half jaar zou duren voordat we een woning zouden vinden. Nou, niet dus.”

je thuisloos blijft en je rekeningen probeert te betalen dan dat jij een woning, toch een eerste levensbehoefte, hebt.”

Maximaal een half jaar

Aniek en haar vriend besluiten een groot deel van hun spullen op Marktplaats te zetten en een caravan te kopen. “Eentje uit de jaren 80, van twee bij vier, met een voortent erbij. Daar zijn we samen met de kat ingetrokken. We moesten toch iets, want we hadden niets meer. We dachten dat het maximaal een half jaar zou duren voordat we een woning zouden vinden. Nou, niet dus.” Van alles hebben ze geprobeerd. Ze blijven reageren op sociale huurwoningen en op antikraakplekken. Doen oproepen in Facebookgroepen. Sluiten zich aan bij een tiny house project, maar dat komt uiteindelijk niet van de grond. Ze kloppen aan bij hulpinstanties en gemeenten. Het levert niets op. Vier jaar lang verblijven ze op verschillende plekken, eerst in hun kleine caravannetje, later in een wat grotere caravan, “een soort pipowagen”.

Een grote blubberboel

Op hun eerste camping zitten ‘gewone gasten’, maar ook heel veel mensen die net als zij geen huis hebben. Als het seizoen voorbij is, gaat de camping dicht en komen ze op een winter-

camping terecht. In coronatijd sluit ook deze camping haar deuren, net als alle andere campings. “Toen hebben we een hulpkreet op Facebook gezet. Daar reageerde iemand op die in een soort van gedoogd tiny house woonde, en nog plek had voor onze caravan. Daar hebben we de hele coronaperiode kunnen staan. Maar na de coronaperiode stuurde de gemeente de handhaving op ons af. Heel bijzonder, want we hadden gewoon goed contact met de gemeente.” Weer moeten ze verkassen en belanden uiteindelijk op een camping alias landgoed van een nukkige eigenaar. “Dat was niet heel fijn. Vanwege die eigenaar, maar ook omdat het in onze caravan heel vochtig en koud was en het terrein een grote blubberboel was. Als daar iets was gebeurd, had er geen ambulance kunnen komen.”

Geen briefadres dus je bestaat niet

Als ze bij gemeenten en instanties aankloppen voor hulp, worden ze van het kastje naar de muur gestuurd. “Je wordt echt enorm tegengewerkt. We zijn bijvoorbeeld bij drie gemeenten geweest om een briefadres te krijgen. Want je hebt natuurlijk geen adres, en daardoor kun je niks. Je kan je verzekering niet veranderen, en je huisarts niet. Ik ben heel blij dat ik net op tijd mijn rijbewijs had verlengd, want

31

zonder briefadres besta je administratief niet. Op een gegeven moment heb ik gezegd dat we onder de brug sliepen. En toen lukte het eindelijk om een briefadres te krijgen.” Ook merken ze dat er geen hulp is voor mensen zoals zij, die zelfredzaam zijn. “Er is hier een daklozenloket, maar die helpt alleen mensen die overlast veroorzaken. Natuurlijk hebben mensen die psychisch in de war zijn, of verslaafd, hulp nodig. Maar er is ook een hele grote andere groep. Die wordt nog steeds vergeten.”

Continue spanning in je lijf

Na vier jaar vinden Aniek en haar vriend eindelijk een sociale huurwoning. Op eigen kracht. “Het is echt wel zwaar geweest. De continue stress, omdat je niet weet of je ergens wel mag blijven. Steeds verzinnen hoe je dit weer gaat regelen, en dat weer gaat opvangen. Je bent in de overleefstand bezig.”

“Natuurlijk hebben mensen die psychisch in de war zijn, of verslaafd, hulp nodig. Maar er is ook een hele grote andere groep. Die wordt nog steeds vergeten.”

En dan hebben zij gelukkig nog steun van hun omgeving. Steun die ze van instanties heeft gemist. “Instanties zouden echt meer begrip moeten opbrengen voor mensen zoals wij. Zoiets simpels als een briefadres weigeren, terwijl ze gewoon verplicht zijn dat te geven. Het was een heftige tijd. Ik merk nog steeds dat ik me heel snel gestrest voel. Die continue spanning zit gewoon in je lijf. Die raak je heel lastig kwijt.” Toch eindigt Aniek haar verhaal positief. “Je wilt het eigenlijk niet meemaken, maar achteraf gezien is het ook wel een hele waardevolle ervaring. Je krijgt in een hele korte tijd een boel levenservaring.”

32

Resultaten per regio > Gelderland-Zuid > Hart van Brabant > Holland Rijnland > Regio Breda > Westelijke Mijnstreek > West-Friesland

Gelderland-Zuid

33 Verblijfplaats 9 april

9 april 2024

84

Culemborg

35 17

deelnemende organisaties

Buren

55 <5 West Betuwe

dak- en thuisloze personen

93 10

Tiel

1.197 volwassenen

88 8

in andere regio

onbekend

<5 <5 10 0

Neder-Betuwe Druten West Maas en Waal

68 <5

Totaal regio Gelderland-Zuid

1.357

6 <5

92 10

<5 <5

590 69

Beuningen

Nijmegen Wijchen

23 <5

87 21 Berg en Dal

Heumen

32 9

10 <5

Mook en Middelaar

160 kinderen

332

Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een of beide ouders wel.

x x

= aantal volwassenen = aantal kinderen

Gelderland-Zuid

34

Verblijfplaats 9 april* Volwassenen

%

Waarvan mannen

Waarvan vrouwen

Kinderen

%

1 In openbare ruimte

92

8%

87

<5

-

-

2 In noodopvang voor dakloze mensen

117

10%

99 (85%)

18 (15%)

<5

<3%

3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

109

9%

54 (50%)

47 (43%)

32

20%

4 In instelling

180

15%

139 (77%)

37 (21%)

15

9%

5 In niet-conventionele woonruimte

243

20%

174 (72%)

65 (27%)

24

15%

6 Bij familie/vrienden/derden

395

33%

275 (70%)

118 (30%)

83

52%

+ Dreigende huisuitzetting

34

3%

20 (59%)

14 (41%)

<5

<3%

Verblijfsituatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd

27

2%

17 (63%)

9 (33%)

-

-

1.197

100%

865

312

160

100%

ETHOS-Light categorie

Totaal **

* Het percentage mannen en vrouwen telt niet overal op tot 100% omdat non-binaire personen en personen met andere of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. ** Met de regio Gelderland-Zuid is overeengekomen dat aantallen kleiner dan 5 worden aangeduid met <5. De totaalpercentages tellen daardoor niet op tot 100%.

REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Nijmegen en gemeente Tiel zijn veel voorzieningen voor dak- en thuisloze mensen. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in deze gemeenten. 2. Jeugdgezondheidszorg van GGD, een deel van de jeugdzorg- en GGZ instellingen, vrouwenopvang en woningcorporaties hebben niet of heel beperkt

meegeteld. Mogelijk heeft dit invloed gehad op het aantal getelde kinderen en vrouwen. 3. In de gemeente West-Betuwe zijn relatief veel mensen geteld in verband met de aanwezigheid van een AZC. In gemeente Neder-Betuwe is niet geteld.

Hart van Brabant

35 Verblijfplaats 11 april 54 19

58 16

in andere regio

onbekend

48 23

17 5

deelnemende organisaties

Dongen

19 12 Gilze en Rijen

Totaal regio Hart van Brabant

1.484

dak- en thuisloze personen

6 1

1.150

Alphen-Chaam

volwassenen

9 1

334

Baarle-Nassau

kinderen

425

Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een of beide ouders wel.

x x

= aantal volwassenen = aantal kinderen

Heusden

Waalwijk

11 april 2024

69

34 14

80 20 Loon op zand

702 134

65 42

Tilburg

Oisterwijk

36 37 Goirle

22 10 Hilvarenbeek

Hart van Brabant

36

Verblijfplaats 11 april* Volwassenen

%

Waarvan mannen

Waarvan vrouwen

Kinderen

%

1 In openbare ruimte

82

7%

74 (90%)

7 (9%)

-

-

2 In noodopvang voor dakloze mensen

33

3%

25 (76%)

8 (24%)

2

1%

3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

279

24%

172 (62%)

103 (37%)

83

25%

4 In instelling

102

9%

82 (80%)

20 (20%)

23

7%

5 In niet-conventionele woonruimte

201

17%

119 (59%)

75 (37%)

57

17%

6 Bij familie/vrienden/derden

353

31%

208 (59%)

144 (41%)

143

43%

+ Dreigende huisuitzetting

55

5%

36 (65%)

16 (29%)

18

5%

Verblijfsituatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd

45

4%

34 (76%)

11 (24%)

8

2%

1.150

100%

750

384

334

100%

ETHOS-Light categorie

Totaal

* Het percentage mannen en vrouwen telt niet overal op tot 100% omdat non-binaire personen en personen met andere of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel.

REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Tilburg zijn relatief veel mensen geteld. Dit is te verklaren door de aanwezigheid van opvangvoorzieningen. 2. Burgerzaken gemeente Tilburg, AZC’s, Veilig Thuis, politie en jeugdinstellingen en gemeentelijke diensten van gemeente Goirle hebben niet meegeteld vanwege uiteenlopende redenen.

3. In de hele regio zijn er relatief veel campings en vakantieparken. Deze mensen zijn onvoldoende in beeld gebracht en dit heeft invloed op het aantal getelde mensen, met name in de regiogemeenten.

Holland Rijnland

37 Verblijfplaats 11 april

13 <10

11 april 2024

54

46 0

deelnemende organisaties

Totaal regio Holland Rijnland

1.175

dak- en thuisloze personen

924

volwassenen

251 kinderen

355

Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een of beide ouders wel.

Oegstgeest

20 13 Voorschoten

49 25

<10 <10

27 <10

Teylingen

Katwijk

17 <10 Leiden

446 91

65 14

in andere regio

onbekend

Hillegom

Noordwijk

46 10

54 10

Leiderdorp

Zoeterwoude

Lisse

21 28

17 10

Kaag en Braassem

Nieuwkoop

89 29 Alphen aan den Rijn

<10 0 x x

= aantal volwassenen = aantal kinderen

Holland Rijnland

38

Verblijfplaats 11 april* Volwassenen

%

Waarvan mannen

Waarvan vrouwen

Kinderen

%

1 In openbare ruimte

58

6%

53

<10

-

-

2 In noodopvang voor dakloze mensen

70

8%

62

<10

<10

<4%

3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

175

19%

105 (60%)

70 (40%)

77

31%

4 In instelling

110

12%

96 (87%)

11 (10%)

19

8%

5 In niet-conventionele woonruimte

93

10%

76 (82%)

17 (18%)

20

8%

6 Bij familie/vrienden/derden

327

35%

212 (65%)

113 (35%)

101

40%

+ Dreigende huisuitzetting

71

8%

44 (62%)

27 (38%)

31

12%

Verblijfsituatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd

20

2%

16

<10

<10

<4%

Totaal **

924

100%

664

253

251

100%

ETHOS-Light categorie

* Het percentage mannen en vrouwen telt niet overal op tot 100% omdat non-binaire personen en personen met andere of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. ** Met de regio Holland Rijnland is overeengekomen dat aantallen kleiner dan 10 worden aangeduid met <10. De totaalpercentages tellen daardoor niet op tot 100%.

REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Leiden zijn veel voorzieningen voor dak- en thuisloze mensen. Dit verklaart de relatief hoge aantallen getelde personen in Leiden. 2. AZC’s, boa’s, GGZ-instellingen, leegstandbeheerders en de afdeling burgerzaken van alle deelnemende gemeenten in de regio hebben niet of slechts gedeeltelijk geteld. Waarschijnlijk valt het totale aantal dak- en thuisloze personen in de regio daardoor lager uit.

3. De hoge aantallen in gemeente Alphen aan de Rijn worden mede verklaard door aanwezigheid van een PI. In Oegstgeest worden de relatief hogere aantallen mede verklaard door de aanwezigheid van een AZC. Het hoge aantal kinderen in Kaag en Braassum kan worden verklaard door de aanwezigheid van een gezinsopvang.

Regio Breda

39 Verblijfplaats 11 april 66 10

34 2

in andere regio

onbekend

28 15 Altena

11 april 2024

69

42 13

deelnemende organisaties

11 3

14 0

Drimmelen

Geertruidenberg

137 21

Moerdijk

Totaal regio Breda

74 12 Etten-Leur

1.076

dak- en thuisloze personen

893

volwassenen

12 6

183

Zundert

kinderen

219

Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een of beide ouders wel.

x x

= aantal volwassenen = aantal kinderen

475 101 Breda

Oosterhout

Regio Breda

40

Verblijfplaats 11 april* Volwassenen

%

Waarvan mannen

Waarvan vrouwen

Kinderen

%

1 In openbare ruimte

67

8%

61 (91%)

6 (9%)

-

-

2 In noodopvang voor dakloze mensen

69

8%

56 (81%)

13 (19%)

-

-

3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

192

22%

98 (51%)

93 (48%)

70

38%

4 In instelling

56

6%

49 (88%)

7 (13%)

4

2%

5 In niet-conventionele woonruimte

207

23%

137 (66%)

68 (33%)

32

17%

6 Bij familie/vrienden/derden

249

28%

165 (66%)

83 (33%)

62

34%

+ Dreigende huisuitzetting

47

5%

31 (66%)

16 (34%)

15

8%

Verblijfsituatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd

6

1%

4 (67%)

1 (17%)

-

-

Totaal

893

100%**

601

287

183

100%**

ETHOS-Light categorie

* Het percentage mannen en vrouwen telt niet overal op tot 100% omdat non-binaire personen en personen met andere of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. ** Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet op tot 100%

REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Breda zijn veel voorzieningen voor dak- en thuisloze mensen. Dit verklaart de relatief hoge aantallen getelde personen in Breda. 2. GGD (incl. jeugdgezondheidszorg), jeugdzorginstellingen, AZC’s en politie hebben niet tot nauwelijks geteld. Hierdoor zijn er met name binnen ETHOS 4 vermoedelijk minder mensen geteld.

3. In gemeente Zevenbergen, Oosterhout en Etten Leur worden hotels benut voor huisvesting van dak- en thuisloze mensen. Deze mensen zijn niet/onvoldoende meegeteld. 4. In de hele regio zijn relatief veel campings en vakantieparken. Deze mensen die daar verblijven zijn onvoldoende in beeld gebracht en dit heeft invloed op het aantal getelde mensen, met name in de regiogemeenten.

Westelijke Mijnstreek

41 Verblijfplaats 9 april 42 13

47 15

in andere regio

onbekend

9 april 2024

55

deelnemende organisaties

245 44 Sittard-Geleen

Totaal regio Westelijke Mijnstreek

366

17 9 Stein

volwassenen

454

dak- en thuisloze personen

88

kinderen

15 7 Beek

100

Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een of beide ouders wel.

x x

= aantal volwassenen = aantal kinderen

Westelijke Mijnstreek

42

Verblijfplaats 9 april* Volwassenen

%

Waarvan mannen

Waarvan vrouwen

Kinderen

%

1 In openbare ruimte

12

3%

10

<5

-

-

2 In noodopvang voor dakloze mensen

6

2%

<5

<5

-

-

3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

40

11%

28 (70%)

11 (28%)

5

6%

4 In instelling

60

16%

47 (78%)

12 (20%)

5

6%

5 In niet-conventionele woonruimte

88

24%

46 (52%)

32 (36%)

16

18%

6 Bij familie/vrienden/derden

135

37%

79 (59%)

54 (40%)

56

64%

+ Dreigende huisuitzetting

15

4%

7 (47%)

8 (53%)

6

7%

Verblijfsituatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd

10

3%

5

<5

-

-

Totaal***

366

100%

226

125

88

100%**

ETHOS-Light categorie

* Het percentage mannen en vrouwen telt niet overal op tot 100% omdat non-binaire personen en personen met andere of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. ** Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet op tot 100%. *** Met de regio Westelijke Mijnstreek is overeengekomen dat aantallen kleiner dan 5 worden aangeduid met <5.

REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In centrumgemeente Sittard-Geleen zijn veel voorzieningen voor dak- en thuisloze mensen. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantal getelde personen in deze gemeente. 2. AZC’s, GGD – Veilig Thuis, GGZ-instelling en enkele jeugdzorginstellingen hebben niet meegeteld. Daardoor zijn er mogelijk minder mensen geteld in ETHOS 4.

West-Friesland

43 Verblijfplaats 9 april 32 5

32 8

in andere regio

onbekend

9 april 2024

43

deelnemende organisaties 12 1 Opmeer

Totaal regio West-Friesland

dak- en thuisloze personen

468 91

66 17

6 0

Medemblik

Stede Broec

volwassenen

559

25 4

12 2

272 44

11 10

Hoorn

Drechterland

Enkhuizen

Koggenland

kinderen

153

Daarnaast zijn kinderen (<18 jaar) indirect betrokken bij situatie van dak- of thuisloze ouder. Dit betekent dat het kind zelf niet dakloos is, maar een of beide ouders wel.

x x

= aantal volwassenen = aantal kinderen

West-Friesland

44

Verblijfplaats 9 april* Volwassenen

%

Waarvan mannen

Waarvan vrouwen

Kinderen

%

1 In openbare ruimte

17

4%

15 (88%)

2 (12%)

-

-

2 In noodopvang voor dakloze mensen

18

4%

16 (89%)

2 (11%)

-

-

3 In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

102

22%

51 (50%)

51 (50%)

33

36%

4 In instelling

47

10%

38 (81%)

8 (17%)

2

2%

5 In niet-conventionele woonruimte

91

19%

67 (74%)

23 (25%)

19

21%

6 Bij familie/vrienden/derden

171

37%

120 (70%)

49 (29%)

34

37%

+ Dreigende huisuitzetting

12

3%

10 (83%)

2 (17%)

3

3%

Verblijfsituatie op teldag onbekend, dakloosheid wel bevestigd

10

2%

9 (90%)

1 (10%)

-

-

Totaal

468

100%**

326

138

91

100%**

ETHOS-Light categorie

* Het percentage mannen en vrouwen telt niet overal op tot 100% omdat non-binaire personen en personen met andere of onbekende genderidentiteit niet zijn weergegeven in deze tabel. ** Door tussentijdse afronding tellen de percentages niet op tot 100%

REGIONALE TOELICHTING OP DE CIJFERS 1. In Hoorn zijn veel voorzieningen met een regionale functie voor dak- en thuisloze mensen. Dit is een verklaring voor het relatief hoge aantallen getelde personen in Hoorn. 2. Jeugdzorgvoorzieningen, woningcorporaties en de afdeling burgerzaken hebben niet tot heel beperkt meegeteld. 3. Er zijn relatief veel kinderen in Drechterland geteld vanwege de aanwezigheid van een gezins- en 24-uurs opvang.

45

Wiola

“Ik hoop dat het hooguit een jaar duurt voordat we weer onze eigen plek hebben.”

46

Wiola

Na haar scheiding blijven de Poolse Wiola en haar zoon Marek in hun oude huis wonen. Haar ex zal de huur betalen, maar daar stopt hij na een tijdje mee. Wiola komt daar pas achter als het al te laat is. Na acht maanden in de crisisopvang zijn moeder en zoon onlangs verhuisd naar een wachtwoning. De verhuisdozen zijn nog niet allemaal uitgepakt. Ook de sobere inrichting wijst erop dat ze dit flatje in een buitenwijk pas net hebben betrokken. Terwijl Marek nog aan het werk is op zijn stageplek aan de andere kant van de stad, praat Wiola honderduit over wat hen is overkomen. “We zitten nu in een wachtwoning. Dat betekent dat we hier mogen blijven totdat we een eigen, echte woning hebben gevonden. Daar zijn we nu mee bezig.” Als het goed is, blijven ze hier dus maar tijdelijk. Daarom gaat ze het niet helemaal inrichten zoals ze eigenlijk zou willen. “Mijn vader en mijn broer hebben me op het hart gedrukt niet te veel kosten te maken. Want als ik hier wegga, moet ik alles weer opnieuw doen. Dus ik doe alleen het hoognodige en ik koop alleen wat ik straks kan meenemen. Geen bank bijvoorbeeld die alleen hier past, maar wel een wasdroger. En een stofzuiger, want mijn oude is kapot.”

Huurachterstand

Wiola en haar toenmalige partner gaan zes weken nadat ze de handtekening hebben gezet voor hun nieuwe huurwoning uit elkaar. Het contact daarna verloopt moeizaam. Het lukt niet om het huurcontract alleen op haar naam te zetten, dus stemt ze ermee in dat haar ex de vaste lasten voor zijn rekening

neemt. “Alleen stopte hij op een bepaald moment met het betalen van de huur, de stroom en het water. Stroom en water kreeg ik snel door en ben ik zelf gaan betalen, maar over de huur heb ik geen brieven gekregen.” Nog steeds is het onduidelijk hoe dat heeft kunnen gebeuren. Pas als de deurwaarder wordt ingeschakeld, komt Wiola erachter wat er aan de hand is. In de rechtszaak die volgt legt Wiola uit dat ze echt van niks wist. “Ik kreeg wel brieven dat de servicekosten omhoog zouden gaan. Waarom heb ik dan geen brieven gekregen over mijn huurachterstand?” Toch mag de verhuurder hen met spoed het huis uitzetten. Ze komen op de wachtlijst voor de crisisopvang en het lukt vrij snel om daar een plek te krijgen.

Schaamte

Acht maanden verblijven ze in de crisisopvang. “Dat is best kort. Ik weet niet waarom wij zo snel weg konden. Misschien omdat ik het zo graag wilde. Ik hield het er echt niet langer uit. Vooral vanwege Marek. Die was toen 14,5 en schaamde zich dat we in de crisisopvang woonden. Daarom nodigde hij nooit vrienden uit. En als hij dat wel had gewild, waar had hij ze kunnen ontvangen? Zijn kamertje was te klein voor bezoek en in de gemeenschappelijke ruimte hadden ze geen privacy.”

“Alles hangt met elkaar samen. Ik moet snel financieel stabiel worden, want dan kan ik me inschrijven voor een andere woning. Elke dag telt.” Vrienden in de opvang heeft haar puberzoon niet, want alle andere kinderen zijn baby’s of peuters. Ook Wiola zelf heeft moeite met de plek. “We hadden als gezin twee kamertjes. Een woonkamer met de mogelijkheid om te koken en te eten, en een slaapkamer met een stapelbed. Die kamer was voor Marek. Dan had hij in ieder geval een eigen plekje. Ik sliep op een bank in de woonkamer.” De twee kamers zijn niet met elkaar verbonden, dus ze moeten via de gang van de woonnaar de slaapkamer. “We leefden samen, maar uit elkaar. Ik zag mijn kind weinig.”

Begeleiding

Dat is nu gelukkig anders. Ook is Wiola blij dat ze weer een eigen douche en toilet heeft, want “die gemeenschappelijke voorzieningen waren vaak zo vies”, en niet meer elke week kamercontrole krijgt. “Ze gingen dan checken of alles schoon en veilig was. Ik dacht dan: kom op mensen, ik ben hier niet omdat ik zoveel problemen heb, maar omdat er in mijn leven even iets mis is gegaan. Ik heb gewoon de rust nodig om alles weer op te bouwen.” In de jaren na haar scheiding hebben verschillende hulpverleners zich met haar en haar zoon beziggehouden. Erg positief is Wiola daar niet over. “Het was urenlang

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1639/documents/22167