CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D12.1 Bijlage Rapportage ETHOS Holland Rijnland.pdf

Gemeenteraad 17 oktober 2024, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken21.311 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

%

Nederlandse nationaliteit

597

65%

Nederlandse nationaliteit, maar uitgeschreven uit het BRP, daarom registratie RNI

10

1%

EU-burger

58

6%

Nationaliteit van land van buiten de EU

88

10%

Onbekend

171

19%

Totaal

924

100%*

*Door afronding tellen de percentages op tot 101% in plaats van 100%

Van de 88 personen met de nationaliteit van een land buiten de EU, had 31% (27 personen) een tijdelijk verblijfsrecht en 27% (24 personen) had een permanent verblijfsrecht. Daarnaast verbleef 17% van de personen onwettig (15 personen) en voor 23 personen (25%) is de verblijfsstatus onbekend (zie Tabel 13).

37

algemene resultaten van de telling

Tabel 11. Leeftijd van de getelde dak- en thuisloze volwassenen en kinderen

3

3.2 De profielkenmerken van de getelde dak- en thuisloze mensen

Aantal volwassenen

%

Tijdelijk verblijfsrecht

27

31%

Permanent verblijfsrecht

24

27%

Onwettig verblijf

15

17%

Onbekend

22

25%

Totaal

88

100%

3.2.4 Samenstelling huishouden Onder huishouden worden de personen verstaan met wie de dak- of thuisloze persoon samenleeft in een situatie van dak- of thuisloosheid. Het gaat daarbij om private huishoudens. Institutionele huishoudens zoals het samenwonen in een instelling vallen hier niet onder, net als vormen van huishoudens waarbij meerdere personen leven in een woning met gedeelde faciliteiten. Bij de samenstelling van het huishouden gaan we uit van de feitelijke situatie en niet van de eventuele registratie van de relatie tussen personen. Zo worden ongehuwde partners aangeduid als ‘partners’ en een koppel dat uit elkaar is maar nog wettelijk getrouwd is als ‘zonder partner’. In Tabel 14 wordt de samenstelling van het huishouden weergegeven. Met ‘kinderen’ doelen we hier enkel op direct betrokken kinderen. De tabel laat zien dat meer dan twee derde van de getelde dak- of thuisloze mensen alleenstaand zonder kinderen was (635 personen, 69%). 260 personen van deze groep (41%) hadden wel indirect betrokken kinderen. Daarnaast waren 96 personen (10%) alleenstaand met kind(eren), deze groep bestaat voor het grootste deel uit vrouwen (75%). 8% van de volwassenen leefde samen met een partner, waarvan 24 personen (3% van het totaal) samen met hun partner zonder kinderen en 47 personen (5% van het totaal) samen met hun partner en kind(eren).

Verder verbleven minder dan 20 personen (<2%) met hun ouder(s). 16 personen (2%) verbleven in een ander familieverband zonder kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid en minder dan 10 personen (<1%) in een ander familieverband met kinderen. Van 9% van de personen (84 personen) is de samenstelling van het huishouden onbekend. Van de indirect betrokken kinderen was 78% van de kinderen (276 kinderen) betrokken bij een dak- of thuisloze vader en 22% (79 kinderen) bij een dak- of thuisloze moeder.

Tabel 15 geeft aan of de getelde dak- en thuisloze mensen te maken hebben met gezondheidsproblemen. Vrijwel alle vragenlijsten zijn ingevuld zonder betrokkenheid van de desbetreffende dak- en thuisloze personen. Daarom zijn deze cijfers grotendeels gebaseerd op de professionele inschatting van de medewerkers van de tellende organisaties. Hen werd gevraagd of er sprake was van (een vermoeden van) diverse gezondheidsklachten. Bij een deel van de personen is wellicht bekend bij de professionals dat er sprake is van officiële diagnoses, bij een ander deel van de personen is dit niet het geval. Bij een groot deel van de personen is niet bekend of er sprake is van gezondheidsproblemen. Bovendien is niet duidelijk of deze gezondheidskenmerken als oorzaak of gevolg kunnen worden gezien in relatie tot (dreigende) dak- en thuisloosheid. Voorzichtigheid is daarom geboden bij het interpreteren van deze cijfers. In de vragenlijst konden er meerdere gezondheidsproblemen worden opgegeven per persoon. De percentages in de tabel tellen daarom niet op tot 100. Bij 43% van de getelde dak- en thuisloze personen (401 personen) was er vermoedelijk sprake van psychische of psychiatrische problematiek, bij 33% (301 personen) was er vermoedelijk sprake van verslavingsproblematiek en bij 15% (136 personen) was er vermoedelijk sprake van een verstandelijke beperking.

11% van de mensen (104 personen) had vermoedelijk langdurige lichamelijke problemen en 5% (43 personen) had vermoedelijk een fysieke beperking. Bij 10% van de mensen (96 personen) was de inschatting dat er geen gezondheidsproblemen waren. Voor 21% van de getelde personen (191 personen) is de informatie over gezondheidsproblemen niet bekend. Bovenstaande percentages van bekende gezondheidsproblemen zijn daarmee naar waarschijnlijkheid lager dan het werkelijke percentage personen met vermoedelijke gezondheidsproblemen. Tabel 15. Vermoedelijke gezondheidsproblemen van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=924) Aantal volwassenen

%

Vermoeden van psychische/psychiatrische problemen

401

43%

Vermoeden van verslaving

301

33%

Vermoeden van verstandelijke beperking

136

15%

Langdurig lichamelijke problemen

104

11%

Fysieke beperking

43

5%

Geen (bekende) gezondheidsproblemen

96

10%

Onbekend

191

21%

Regio holland rijnland

Tabel 14. Samenstelling huishouden van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen Aantal volwassenen

%

Alleenstaand zonder kinderen

635

69%

Alleenstaand met kind(eren)

96

10%

Met partner zonder kinderen

24

3%

Met partner met kind(eren)

47

5%

Met ouder(s) zonder kinderen

<10

<1%

Met ouder(s) met kind(eren)

<10

<1%

Ander familieverband zonder kinderen

16

2%

Ander familieverband met kind(eren)

<10

<1%

Onbekend

84

9%

Totaal

924

100%

38

Van de in totaal 924 getelde volwassenen, was er bij 21% (195 personen) vermoedelijk sprake van zowel psychische/psychiatrische problematiek als van verslavingsproblematiek. Bij 10% van de personen (91 personen) was er vermoedelijk sprake van zowel psychische/psychiatrische problemen als van een verstandelijke beperking. 9% van de personen (81 personen) had vermoedelijk zowel een verstandelijke beperking als verslavingsproblematiek. Bij 7% van de personen (62 personen) was er vermoedelijk sprake van zowel een verstandelijke beperking, psychische/psychiatrische problematiek als verslavingsproblematiek.

3.2.6 Verleden in een instelling Tabel 16 geeft het instellingsverleden weer van de getelde dak- en thuisloze personen. Van de getelde dak- en thuisloze personen verbleven 192 mensen (21%) op enig moment in hun leven in detentie, 96 personen (10%) verbleven ooit in een psychiatrische voorziening en 63 personen (7%) verbleven ooit in een jeugdzorgvoorziening. 198 mensen (21%) verbleef nooit in een van de opgesomde instellingen. Van 315 personen (34%) is onbekend of zij op enig moment in hun leven in een instelling verbleven. Of iemand ooit in een psychiatrische instelling of in een jeugdzorgvoorziening verbleef, is voor het merendeel van

39

algemene resultaten van de telling

3.2.5 Gezondheid

3

Tabel 13. Verblijfsstatus van de getelde volwassenen met de nationaliteit van een land buiten de EU

Aantal volwassenen

%

Detentie Ja

192

21%

Nee

335

36%

Onbekend

397

43%

Totaal

924

100%

Psychiatrische voorziening Ja

96

10%

Nee

356

39%

Onbekend

472

51%

Totaal

924

100%

Jeugdzorgvoorziening Ja

63

7%

Nee

337

36%

Onbekend

524

57%

Totaal

924

100%

Geen ervaringen in een instelling

198

21%

Instellingsverleden geheel onbekend

315

34%

Aantal volwassenen

%

Leefgeld van een instelling

58

6%

Informeel inkomen

26

3%

Werkloosheidsuitkering

25

3%

Illegale activiteiten

15

2%

Studiefinanciering (DUO)

13

1%

Pensioen/AOW-uitkering

12

1%

Geen inkomen

103

11%

Anders

24

3%

Onbekend

166

18%

3.2.8 Actieve begeleiding Tabel 18 laat zien of de getelde dak- of thuisloze mensen actieve begeleiding ontvingen. Actieve begeleiding is gedefinieerd als ‘minimaal 1 begeleidingscontact in de afgelopen maand’. Ruim twee derde van de getelde dak- of thuisloze personen werd actief begeleid door één of meerdere organisaties (651 personen, 70%). Veel genoemde begeleidende organisaties zijn de Binnenvest, GGZ Rivierduinen, Brijder Verslavingszorg, COOL en verscheidene sociale wijkteams. 15% van de getelde personen (137 personen) ontving geen actieve begeleiding. Van 136 personen (15%) is onbekend of zij actief werden begeleid door een instantie of organisatie. Tabel 18. Ontvangen van actieve begeleiding in maand voorafgaand aan de teldag Aantal volwassenen

%

651

70%

Nee

137

15%

Onbekend

136

15%

Totaal

924

100%

Ja

3.2.7 Inkomstenbronnen Tabel 17 geeft de verschillende inkomstenbronnen van de getelde dak- en thuisloze personen weer. In de vragenlijst konden er meerdere inkomstenbronnen per persoon worden ingevuld. Daarom tellen de genoemde percentages niet op tot 100. De meestgenoemde inkomstenbron is inkomen uit een bijstandsuitkering (Participatiewet uitkering) (231 personen, 25%), gevolgd door inkomen uit vast of tijdelijk werk (193 personen, 21%). De andere meest voorkomende inkomstensbron is inkomen uit een ziekte- of arbeidsongeschiktheidsverzekering (89 personen, 10%). In totaal ontvingen 357 personen (39%) een inkomen uit een uitkering. Daarnaast hadden 26 personen een informeel inkomen (3%), zoals ‘zwart’ schoonmaakwerk, en hadden 15 personen een inkomen uit illegale activiteiten (2%). 11% van de getelde dak- en thuisloze mensen (103 personen) had op het moment van de telling geen inkomen. Voor 24 personen (3%) werd een andere inkomstenbron aangeven, zoals het inkomen van een partner, sekswerk en leven op overwaarde van een woning of van spaargeld. Van 18% van de personen (166 personen) is de inkomstenbron onbekend.

3.2.9 Briefadres Tabel 19 geeft weer hoeveel van de getelde dak- en thuisloze personen een briefadres10 hadden. Iets minder dan de helft van de getelde mensen beschikte over een briefadres (422 personen, 46%). Een briefadres (ook wel een postadres genoemd) is een adres waar de overheid iemand zonder woonadres kan bereiken (Rijksoverheid, z.d.). De meeste mensen hadden een briefadres bij een van de deelnemende gemeenten, bij familie of vrienden, of bij de Binnenvest. Ongeveer een derde van de mensen had geen briefadres (328 personen, 35%) en voor een vijfde van de mensen is deze informatie niet bekend (174 personen, 19%).

Tabel 17. Inkomstenbronnen van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=924)

Regio holland rijnland

Bijstandsuitkering (participatiewet uitkering)

9

Aantal volwassenen

%

231

25%

Vast of tijdelijk werk (inclusief ZZP’ers)

193

21%

Ziekte- of arbeidsongeschiktheidsuitkering

89

10%

10 Er is enkel gevraagd of mensen beschikken over een briefadres en niet of mensen beschikken over een woonadres. Het kan zijn dat 9

Binnen deze categorie valt tevens de daklozenuitkering. De daklozenuitkering valt onder de Participatiewet, die sinds 1 januari 2015

mensen die geen briefadres hebben wel een woonadres hebben waar zij zich kunnen inschrijven (dit is bijvoorbeeld het geval bij

van kracht is (Participatiewet | Rijksoverheid.nl

mensen met dreigende huisuitzetting).

). 40

41

algemene resultaten van de telling

Tabel 16. Ervaring met verblijf in een instelling van getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=924).

Tabel 17. Inkomstenbronnen van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen (n=924) - vervolg

3

de personen onbekend. De genoemde percentages zijn daarmee naar waarschijnlijkheid lager dan het werkelijke percentage personen dat op enig moment in een instelling verbleef.

Ja

Aantal volwassenen

%

Aanleiding

409

44%

Gedwongen verlaten van woning

%

30

3%

Ja, maar onbekend waar

13

1%

vanwege einde van de huurovereenkomst

Nee

328

35%

vanwege ongeschikte/onbewoonbare woning

15

2%

Onbekend

174

19%

vanwege verkoop van de woning

10

1%

Totaal

924

100%*

vanwege renovatie

<10

<1%

Relatiebreuk

140

15%

Conflict met familie/ huisgenoten

130

14%

(Huiselijk) geweld

81

9%

Onveilige thuissituatie anders dan huiselijk geweld (bv. verwaarlozing, financiële uitbuiting, drugsmisbruik of verslaving)

46

5%

3.2.10 Aanleiding(en) voor dak- en thuisloosheid Tabel 20 geeft een overzicht van de aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid bij de getelde dak- en thuisloze mensen. Het is niet gezegd dat dit de enige aanleidingen waren; het kan goed zijn dat er sprake was van een samenspel van factoren. In de vragenlijst konden meerdere aanleidingen per persoon worden aangegeven. De percentages tellen daarom niet op tot 100. Verschil tussen aanleiding verlies woonzekerheid en oorzaken van dak- en thuisloosheid In de vragenlijst werd gevraagd naar factoren die bijdroegen aan het verlies van woonzekerheid bij de mensen die de professionals hebben geteld (aanleidingen verlies woonzekerheid). Belangrijk om te benadrukken is dat het hierbij niet gaat om oorzaken van dak- en thuisloosheid. Vanuit bestaande kennis over oorzaken van dak- en thuisloosheid weten we dat zowel structurele als individuele factoren een rol spelen bij dak- en thuisloosheid. De belangrijkste structurele factoren zijn het gebrek aan betaalbare en passende huisvesting, onvoldoende inkomen (uit werk of uitkering), en onvoldoende toegankelijke en passende zorg en ondersteuning (Raad Volksgezondheid en Samenleving, 2020; Ministerie van BZK, Ministerie van SZW & Ministerie van VWS, 2020). Voor het oplossen van dak- en thuisloosheid is het belangrijk om te kijken naar zowel structurele als naar individuele factoren.

De aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid die uit dit onderzoek naar voren komen, vormen een belangrijke basis voor gesprekken met professionals over maatregelen ten behoeve van preventie. De meest voorkomende aanleidingen voor het verlies van woonzekerheid zijn een relatiebreuk (140 personen, 15%), conflict met familie/huisgenoten (130 personen, 14%), verslaving (126 personen, 14%) en psychische problematiek (113 personen, 12%). Daarnaast was voor ongeveer een tiende van de personen huisuitzetting vanwege overlast (97 personen, 10%), huisuitzetting vanwege huurschuld (96 personen, 10%), financiële problemen (89 personen, 10%) en (huiselijk)geweld (81 personen, 9%) aanleiding tot het verlies van woonzekerheid. Voor 5% van de getelde dak- en thuisloze personen (46 mensen) wordt een (bijkomende) andere aanleiding genoemd. Voor 150 personen (16%) is de aanleiding voor het verlies van woonzekerheid onbekend. Tabel 20. Aanleiding verlies woonzekerheid van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen (n=924) Aanleiding

Aantal volwassenen

%

vanwege overlast

97

10%

vanwege huurschuld

96

10%

vanwege drugshandel

36

4%

vanwege woonfraude

12

1%

vanwege beëindiging van een omklapcontract

<10

<1%

Huisuitzetting

42

3

Relationele problemen/gebeurtenissen

*Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%

Regio holland rijnland

Aantal volwassenen

algemene resultaten van de telling

Tabel 20. Aanleiding verlies woonzekerheid van de volwassen getelde dak- en thuisloze personen (n=924) - vervolg

Tabel 19. Aantal getelde volwassen dak- en thuisloze personen met een briefadres

Overlijden van huisgenoot

12

1%

Geaardheid of genderidentiteit,

<10

<1%

Verslaving

126

14%

Psychische problematiek

113

12%

Overig

Financiële problemen

89

10%

Immigratie

64

7%

Ontslag uit een instelling

48

5%

Werkloosheid

38

4%

Remigratie

32

3%

Illegaliteit

29

3%

Uitzetting uit instelling/voorziening vanwege incident of gedrag

21

2%

Persoon is arbeidsmigrant en is met verlies van werk ook woning kwijtgeraakt

11

1%

Gevlucht vanwege een oorlog

11

1%

Calamiteiten zoals brand, overstroming, etc.

<10

<1%

Persoon is arbeidsmigrant en verblijft via werkgever

<10

<1%

Anders

46

5%

Aanleiding onbekend

150

16%

3.2.11 Duur van dak- en thuisloosheid Tabel 21 geeft weer hoe lang mensen dak- of thuisloos waren op de teldag. Minder dan de helft van de getelde personen (366 personen, 40%) was korter dan een jaar dak- of thuisloos. Hiervan waren 136 personen (15% van het totaal) minder dan vier maanden dak- of thuisloos en 230 personen (25% van het totaal) vier maanden tot een jaar dak- of thuisloos. Ongeveer een derde van de getelde personen (331 personen, 36%) was langer dan een jaar dak- of thuisloos, waarvan 196 personen (21% van het totaal) twee jaar of langer. 71 personen (8%) hadden op de teldag nog huisvesting maar dreigden binnen een maand na de teldag uit huis gezet te worden. Voor 156 personen (17%) is de duur van hun dak- of thuisloze situatie onbekend.

43

algemene resultaten van de telling

Aantal volwassenen

%

Minder dan vier maanden

136

15%

Vier maanden tot een jaar

230

25%

Een tot twee jaar

135

15%

Twee jaar of langer

196

21%

Er is nog huisvesting*

71

8%

Onbekend

156

17%

Totaal

924

100%**

*

Enkel van toepassing voor personen die zijn geteld in een woning met dreigende huisuitzetting

**

Door afronding tellen de percentages op tot 101% in plaats van 100%

3

Tabel 21. Duur van dak- en thuisloosheid van de getelde volwassen dak- en thuisloze personen

Van de getelde volwassenen was een grote groep twee jaar of langer dak- of thuisloos (21%). De grootste groep was alleenstaand zonder kinderen (82%) en het merendeel was man (79%). De mensen binnen deze groep verbleven het vaakst bij familie, vrienden en derden (42%), in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (18%) of in niet-conventionele woonruimten (10%). Het grootste deel van de mensen die twee jaar of langer dak- of thuisloos was, was tussen de 28 en 39 jaar (29%), tussen de 40 en 49 jaar (24%) en tussen 18 en 27 jaar (19%). Daarnaast had bijna drie kwart van de mensen die langdurig dak- of thuisloos waren de Nederlandse nationaliteit (70%) en had 14% de nationaliteit van een land buiten de EU.

3.3 Opvang voor Oekraïense vluchtelingen Een groep die buiten de scope van het telonderzoek valt, zijn mensen die opgevangen worden in de zogeheten ‘Oekraïne opvang’: de opvang voor mensen die gevlucht zijn uit Oekraïne in verband met de oorlog. Omdat dit een relatief grote groep is die ook een huisvestingsvraag heeft, geven we hier weer hoeveel mensen in de Oekraïne opvang verbleven.

Regio holland rijnland

In regio Holland Rijnland11 werden er in mei 2024 2.499 Oekraïense vluchtelingen opgevangen, waarvan 13 ‘derdelanders’. De meeste vluchtelingen (1.713 personen, 69%) verbleven in gemeentelijke opvang locaties. Ongeveer 30% van de vluchtelingen (733 personen, 29%) verbleef op particuliere opvanglocaties. Er werden geen Oekraïense vluchtelingen opgevangen op campings of vakantieparken.

11 De genoemde aantallen zijn exclusief gemeente Kaag en Braassem, deze cijfers waren niet bekend bij de onderzoekers en zijn daarom niet opgenomen. 44

45

4

resultaten Kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

Desondanks handhaven gemeenten in de zes regio’s lang niet altijd, vanwege capaciteitsproblemen, het ontbreken van alternatieve huisvesting en angst voor extra zorgvragen en administratieve lasten. Volgens betrokken professionals wordt daarom veel gedoogd en weggekeken. Bij een deel van de gemeenten in de zes regio’s is er weinig politiek draagvlak om tot oplossingen te komen. In regio Holland Rijnland zijn er initiatieven vanuit de gemeenten om meer zicht te krijgen op de groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten, bijvoorbeeld door gesprekken te voeren met uitzendbureaus over huisvesting van hun werknemers. Aan de andere kant zien betrokken professionals dat arbeidsmigranten soms zelf bang zijn om in beeld te komen bij gemeenten uit angst voor negatieve gevolgen. Het komt voor dat arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid bezoek krijgen van ambtenaren en de dag daarop hun woonruimte hebben verlaten. ‘Zij willen niet in beeld zijn en proberen dit zo veel mogelijk te voorkomen. Hier worden verschillende redenen voor genoemd: ze zijn op de vlucht voor iets of willen absoluut niks te maken hebben met de overheid. Het vermoeden is dat de kinderen ook moeten werken, en dat zij uitgebuit worden.’ (beleidsadviseur arbeidsmigranten gemeente) Professionals zien ook vaak dat werkgevers arbeidsmigranten verplaatsen op het moment dat de gemeente hen in beeld krijgt.

Op deze manier worden zij bewust onder de radar gehouden.

4.1 Arbeidsmigranten in een situatie van dak- of thuisloosheid 4.1.2 Profielkenmerken van dak- en thuisloze arbeidsmigranten 4.1.1 Zicht op het aantal dak- en thuisloze arbeidsmigranten in de zes regio’s In alle zes regio’s werd op basis van het kwalitatieve onderzoek niet duidelijk wat de precieze omvang is van de groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten. Geen van de zes regio’s heeft hier goed zicht op of kan hier een reële inschatting van maken. Dit komt onder andere doordat de kennis over de groep arbeidsmigranten en het gemeentelijk beleid met betrekking tot arbeidsmigranten versnipperd zijn over verschillende afdelingen en beleidsterreinen, zowel binnen de gemeenten als daarbuiten. Ook schrijven veel arbeidsmigranten zich niet in bij de gemeente. ‘Formeel zijn ze niet eens in Nederland, terwijl ze er wel zijn. [....] Als ik een kind geboren zie worden en beide ouders niet in de BRP staan ingeschreven, dan wordt het kind niet ingeschreven. Dat kind valt volledig buiten beeld. Zo hebben we veel spookburgers, spookarbeiders, die overal buiten vallen.’ (medewerker aanpak vakantieparken bij een provincie)

‘Een jonge vrouw koos voor het slapen in een auto, zij wilde niet terug naar Polen, zij wilde niet naar de winteropvang. Ze was gefixeerd op het idee dat ze een nieuwe baan zou vinden. Het verblijf in de auto was iets ‘van haar’, haar eigen spulletjes. Ze wilde dat niet loslaten. Ze werd misbruikt door mannen. Jonge vrouwen zijn vooral kwetsbaar omdat ze niet zo ervaren zijn. Mannen kunnen hen gemakkelijk manipuleren.’ (medewerker Stichting Barka)

De mate waarin gemeenten in de zes regio’s moeite doen om zicht te krijgen op arbeidsmigranten in een kwetsbare situatie loopt sterk uiteen. Sommige gemeenten hebben een actieve en outreachende aanpak. Zij doen bijvoorbeeld onderzoek bij bedrijven die ervan verdacht worden dat zij niet goed omgaan met hun werknemers. Andere gemeenten handelen voornamelijk reactief. Zij doen pas onderzoek wanneer er meldingen binnenkomen over de zorgelijke leefsituaties van arbeidsmigranten bij de gemeente zelf of bij het meldpunt ‘Meld Misdaad Anoniem’. In regio Holland Rijnland heeft vooral outreachend werk steeds meer dak- en thuisloze arbeidsmigranten in beeld die problemen hebben op meerdere levensgebieden.

De meeste arbeidsmigranten in de zes regio’s verblijven zonder partner en kinderen in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid, maar er zijn ook arbeidsmigranten die met hun partner en/of kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid verblijven. De leeftijden van dak- en thuisloze arbeidsmigranten lopen uiteen. In meerdere regio’s wordt een sterke toename van het aantal jonge dak- en thuisloze arbeidsmigranten gezien. De groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten in de zes regio’s bestaat voornamelijk uit mensen uit Midden- en Oost-Europa, waarbij Polen, Bulgaren en Roemenen de grootste groepen vormen. Er zijn volgens de betrokken professionals niet veel dak- of thuisloze arbeidsmigranten die uit landen buiten Europa komen. De meeste dak- en thuisloze arbeidsmigranten die werken, verrichten laag of ongeschoold werk. In regio Holland Rijnland zijn veel arbeidsmigranten werkzaam in de bollenteelt, tuinbouw, de kassen of op bloemenveilingen. Bij arbeidsmigranten die in beeld komen bij organisaties spelen naast problemen met huisvesting ook problemen op andere gebieden, zoals financiën en lichamelijke en geestelijke gezondheid. Ook hun rechtsbescherming staat onder druk: de professionals vermoeden dat arbeidsmigranten vaak

48

49

Er zijn geen officiële cijfers, maar de betrokken professionals in de zes regio’s zien dat het aantal arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid de afgelopen jaren fors is toegenomen.

Regio holland rijnland

Volgens betrokken professionals in de zes regio’s zijn de meeste dak- en thuisloze arbeidsmigranten man; een aanzienlijk kleiner percentage is vrouw. De situatie van vrouwelijke arbeidsmigranten in leefsituaties van dak- en thuisloosheid is volgens de professionals extra kwetsbaar: zij krijgen regelmatig te maken met seksueel misbruik, geweld en uitbuiting.

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

In de zes regio’s waar in 2024 een ETHOS-telling werd uitgevoerd is aanvullend onderzoek gedaan naar de situatie van dak- en thuisloze arbeidsmigranten en mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. Het doel van dit onderzoek was om meer inzicht te krijgen in de aantallen, leefsituaties en profielkenmerken van deze groepen. In de periode van maart tot juni 2024 hielden onderzoekers van Hogeschool Utrecht in alle zes de regio’s online focusgroepen met professionals die in contact staan met dak- en thuisloze arbeidsmigranten en mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken. In totaal namen er vanuit de zes regio’s 39 personen deel aan de focusgroepen gericht op dak- en thuisloze arbeidsmigranten en 36 personen aan de focusgroepen gericht op campings- en vakantieparken. Deelnemers waren onder andere werkzaam bij gemeenten (beleidsmedewerkers en BOA’s), provincies (aanpak vakantieparken), maatschappelijke opvangorganisaties, de GGD, wijkteams, vakantieparken, een branchevereniging van vakantieparken en Stichting Barka. In een van de regio’s namen ook twee voormalig bewoners van campings en vakantieparken deel. Ter voorbereiding op de dataverzameling werd een beknopte literatuurverkenning uitgevoerd en werden online gesprekken gevoerd met enkele deskundigen.

Hieronder staan de overkoepelende resultaten beschreven van het onderzoek in de zes regio’s. Daarbij worden ook enkele regio-specifieke kenmerken uitgelicht voor regio Holland Rijnland. Het onderzoek geeft een globaal beeld van de situatie in de zes regio’s en gaat niet in op de specifieke situatie in de verschillende regiogemeenten binnen deze regio’s. De citaten in dit hoofdstuk zijn afkomstig van professionals uit alle zes de regio’s, dus niet uitsluitend uit regio Holland Rijnland.

‘Vijf locaties, ongeveer vijftig arbeidsmigranten aangetroffen en slechts één persoon was geregistreerd. Ze hadden geen huurovereenkomst. Ze hadden niks.’ (beleidsadviseur arbeidsmigranten gemeente)

4

4 Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

Bij controles treffen ambtenaren in de zes regio’s geregeld mensen aan die niet staan ingeschreven en dus illegaal wonen.

De leefsituaties waarin dak- en thuisloze arbeidsmigranten zich bevinden, zijn volgens de professionals in de zes regio’s divers. Een deel van de dak- en thuisloze arbeidsmigranten verblijft in de openbare ruimte, zoals op straat, in de natuur, of in een parkeergarage. Een klein deel verblijft in een opvang voor dakloze mensen. In de winter verblijven zij vaak in de winternoodopvang, waar ze gratis kunnen verblijven als de koudweerregeling van kracht is. Professionals in de zes regio’s zien dat sommige werkgevers deze noodopvang benutten als huisvesting gedurende de winterperiode. Zij zetten arbeidsmigranten daar soms met busjes af. Wanneer er geen koudweerregeling van kracht is, krijgen dakloze arbeidsmigranten in de zes regio’s vaak geen toegang tot de opvang voor dakloze mensen. Zij worden vaak als ‘niet rechthebbend’ gezien, wat volgens de betrokken professionals lang niet altijd terecht is. ‘Ik hoor vaak de vraag van de gemeente: zijn ze hier vijf jaar of langer? Dat is vaak de eerste vraag. Dat betekent niet dat ze geen rechten hebben. Ook als ze hier drie jaar zijn, kunnen ze al rechten hebben. We moeten bewijzen dat ze hier hebben gewerkt, belasting hebben betaald en een zorgverzekering hebben.

Ik probeer alles om dit te bewijzen.’ (medewerker Stichting Barka) Arbeidsmigranten in de zes regio’s verblijven ook in andere leefsituaties van dak- en thuisloosheid, zoals bij vrienden, familie of derden en in niet-conventionele woonruimten vanwege gebrek aan passende huisvesting. Geschat wordt dat de grootste groep arbeidsmigranten in een niet-conventionele woonruimte verblijft. Soms is dat een auto of de werkplek van de arbeidsmigranten, maar het vaakst is dit volgens betrokken professionals een woonruimte die wordt aangeboden door de werkgever, vaak tegen zeer hoge kosten. Professionals uit de zes regio’s geven aan dat de huisvesting van arbeidsmigranten voor werkgevers een zeer lonend verdienmodel is. Geregeld worden arbeidsmigranten gehuisvest op campings en vakantieparken. Ook worden arbeidsmigranten door de werkgever ondergebracht in wooncomplexen, particulier verhuurde huizen en hotels die specifiek worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

Regio holland rijnland

Omdat wonen en werken doorgaans aan elkaar gekoppeld zijn, zijn arbeidsmigranten sterk afhankelijk van hun werkgever: het verlies van werk leidt tot verlies van huisvesting. Veel arbeidsmigranten hebben dus geen woonzekerheid. Zij zijn vaak gedwongen om genoegen te nemen met gebrekkige huisvesting: ze hebben geen alternatief en weten dat ze het risico lopen om hun baan en daarmee hun woonruimte te verliezen als ze hiertegen in protest komen. Betrokken professionals zien dat werkgevers vaak bewust gebruikmaken van de kwetsbare positie van arbeidsmigranten. Zij rekenen hoge tarieven voor huisvesting van vaak zeer lage kwaliteit, wat hen veel geld oplevert. De door werkgevers verstrekte woonruimte is vaak in slechte staat en overbewoond. Niet zelden moeten arbeidsmigranten hun bed delen met anderen: de bedden worden vaak afwisselend gebruikt door mensen die overdag werken en mensen die ’s nachts werken. Ook delen sommige werkgevers boetes uit aan arbeidsmigranten als de woonruimte niet goed genoeg is opgeruimd, bijvoorbeeld als hun bed niet is opgemaakt en hun schoenen niet tegen de muur staan. ‘Wij zagen bij de illegale kamerverhuur dat er een afhankelijkheidsrelatie is. Je kan niet klagen tegen je huisbaas want dat is ook je werkgever en dan verlies je misschien je baan. Het zijn slechte kamers, met slechte isolatie en waar schimmels zijn. Het is geen goede huisvesting.

Enkele bedrijven doen het wel goed, maar het merendeel werkt met arbeidsbureaus. Ook wordt soms de huur ineens verhoogd met 200 euro, zonder dat dit mag.’ (medewerker maatschappelijke opvang) Arbeidsmigranten zijn vaak niet goed op de hoogte van hun rechten en plichten. Gemeenten in de zes regio’s voeren vaak geen actief beleid om hen hierover te informeren en ook werkgevers doen dit (al dan

50

‘Het grootste probleem is huisvesting. Uitzendbureaus beloven goed werk en een goed salaris voor 40 uur per week, maar het is in de praktijk niet zo. [..] Ze belanden daardoor op straat. Ze hebben geen zorgverzekering en geen recht op opvang. Het is ook moeilijk om een briefadres te krijgen voor ze, want ze verblijven vaak nog te kort in Nederland. Het is een groot probleem op dit moment om iets te kunnen regelen voor deze mensen.’ (medewerker Stichting Barka) De betrokken professionals in de zes regio’s zien dat arbeidsmigranten die samen met hun kinderen in een situatie van dak- of thuisloosheid verblijven voornamelijk verblijven bij vrienden, familie of derden en in niet-conventionele woonruimten. Ook voor de kinderen heeft het gebrek aan toegang tot voorzieningen negatieve gevolgen. ‘De kinderen hebben geen burgerservicenummer en daardoor lopen ze voorzieningen mis. Ze hebben geen adres, ze wonen in bij iemand die niet wil dat ze zich inschrijven. De gemeente wil geen briefadres verschaffen. De kinderen zijn heel beperkt, doordat ze niet mee kunnen doen met de rest. Doordat de huisvesting niet op een goede manier kan worden geregeld, lopen de kinderen heel veel mis.’ (beleidsadviseur informatiepunt arbeidsmigranten)

4.2 Mensen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken 4.2.1 Zicht op het aantal mensen op campings en vakantieparken in de zes regio’s Uit de focusgroepen blijkt dat geen van de zes regio’s goed zicht heeft op of een reële inschatting kan maken van het aantal mensen dat noodgedwongen verblijft op campings en vakantieparken. Net als bij dak- en thuisloze arbeidsmigranten komt dat doordat veel mensen zich niet kunnen of willen inschrijven bij de gemeente en doordat het beleid en de uitvoeringspraktijk op dit terrein versnipperd zijn over verschillende gemeentelijke afdelingen en beleidsterreinen. Zo werken de afdelingen handhaving en sociaal domein bijvoorbeeld vaak niet met elkaar samen rondom dit thema, mede doordat gemeenten hier lang niet altijd prioriteit aan geven. Ook is de samenwerking met zorgorganisaties beperkt. ‘Het is vooral belangrijk om met alle domeinen aan tafel te zitten, anders krijg je nooit het hele beeld. […] Het bij elkaar brengen van al die verschillende domeinen vanuit de gemeente is al een uitdaging. Vanuit het zorgdomein is er inderdaad weinig zicht op, maar als je met veiligheid gaat praten hebben ze vaak wel een beetje een beeld, of de afdeling die verantwoordelijk is voor de BRP-inschrijvingen. Het bij elkaar brengen, daar win je het mee.

Het is echt een integrale aanpak, problematieken op vakantieparken zijn echt heel divers, die kun je nooit vanuit één domein oppakken.’ (projectleider aanpak vakantieparken bij een provincie) Betrokken professionals uit de zes regio’s vinden dat gemeenten en camping- en vakantieparkeigenaren te weinig samenwerken bij het in beeld brengen van mensen die noodgedwongen op campings en vakantieparken verblijven. Gemeenten geven aan dat eigenaren van campings en vakantieparken vaak terughoudend zijn in het verschaffen van informatie over deze mensen. ‘Ze associëren een dakloze met problemen en zeggen: “Wij hebben hier geen problemen.” Maar als je dan doorvraagt blijken er wel degelijk daklozen op de camping te zitten. Ze willen geen aandacht daarvoor.’ (medewerker gemeente)

51

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

4.1.3 Leefsituaties van dak- en thuisloze arbeidsmigranten

niet bewust) vaak niet. Hierdoor krijgen arbeidsmigranten geen toegang tot belangrijke voorzieningen in Nederland, zoals uitkeringen, toeslagen en het kunnen inschrijven voor een woning. In regio Holland Rijnland bieden de maatschappelijke opvang en het wijkteam ondersteuning bij het aanvragen van een briefadres. Ook stichting Barka ondersteunt dak- en thuisloze arbeidsmigranten in Nederland hierbij.

4

bewust worden geselecteerd op het niet machtig zijn van de Nederlandse of Engelse taal, zodat zij niet goed weten waar zij recht op hebben. Dit maakt het gemakkelijker om hen uit te buiten. Professionals zien ook dat een deel van de arbeidsmigranten slachtoffer is van mensenhandel.

4.2.2 Profielkenmerken van mensen op campings en vakantieparken Volgens betrokken professionals in de zes regio’s is de groep mensen die noodgedwongen op campings en vakantieparken verblijft heel divers. Het gaat om alleenstaande mannen, arbeidsmigranten, en om alleenstaande ouders (vaker moeders dan vaders), volledige gezinnen (ook van arbeidsmigranten), jongeren, en starters op de woningmarkt. Aanleidingen voor noodgedwongen verblijf op campings en vakantieparken Er zijn verschillende omstandigheden die ertoe kunnen leiden dat mensen noodgedwongen op campings en vakantieparken terecht komen. Volgens professionals uit de zes regio’s raakte een deel van de mensen door persoonlijke omstandigheden hun huisvesting kwijt, bijvoorbeeld door schulden, een relatiebreuk, huiselijk geweld of de vondst van een wietplantage. Hieronder vallen ook dakloze gezinnen die zich niet durven melden bij de maatschappelijke opvang uit angst dat jeugdzorg hun kinderen bij hen wegneemt. Deze mensen hebben allen onvoldoende inschrijftijd om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning of komen bij woningcorporaties moeilijk aan een woning, bijvoorbeeld vanwege een verleden met hennepteelt of overlast.

In regio Holland Rijnland komt het ook voor dat gezinnen zich bij de maatschappelijke opvang melden en dat zij hen vanwege onvoldoende capaciteit in de opvang noodgedwongen plaatsten op campings en vakantieparken en in hotels. ‘De intentie is vaak: ik verblijf daar even en als ik een huis gevonden heb ga ik daar weer weg. Maar in deze gemeente zijn de wachttijden tussen de zes en acht jaar voor een woning. Particuliere huur is voor veel mensen niet te doen, mensen zijn aangewezen op de sociale huurwoningen, urgentie is vaak niet bereikbaar. Gewoon scheiden is geen argument meer [voor urgentie] ook niet met kinderen.’ (professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken) Daarnaast zijn er studenten of starters die geen passende huisvesting kunnen vinden, terwijl het wonen bij hun ouders voor hen niet meer houdbaar is. Zij staan nog niet lang genoeg ingeschreven bij woningcorporaties om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen. Particuliere huur en het kopen van een woning is voor hen te duur.

Regio holland rijnland

‘Er is een jonge doelgroep, mensen die gek thuis worden. Die betalen 800 euro en dan heb je een stacaravan of chalet.’ (medewerker branchevereniging recreatieparken) Voor arbeidsmigranten geldt volgens de professionals uit de zes regio’s dat zij vaak door hun werkgever worden geplaatst op campings en vakantieparken. Professionals in een van de regio’s geven aan dat er vakantieparken zijn waar honderden arbeidsmigranten verblijven. Arbeidsmigranten beschikken meestal niet over een huurcontract en verkeren daarmee permanent in grote onzekerheid over hun huisvesting. Zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk komt het vaak voor dat zij met meerdere mensen een te

52

‘Ik kwam erachter dat er 12 mensen in een huisje zaten, terwijl er maar 6 bedjes waren. Dus bedjes worden dubbel verdeeld.’ (medewerker aanpak vakantieparken bij een provincie) Er wonen ook mensen op campings en vakantieparken die buiten het zicht van instanties willen blijven. Bijvoorbeeld vanwege persoonlijke problemen of schulden of omdat ze geen hulp of bemoeienis willen. Verblijf op een camping of vakantiepark lijkt daarmee een bewuste keuze, maar wordt door hen volgens de professionals vaak gezien als enige optie. Daarnaast verblijven er mensen op campings en vakantieparken die bewust buiten het zicht van instanties worden gehouden. Dit gaat om mensen die onder dwang op campings verblijven als gevolg van mensenhandel of uitbuiting (bijvoorbeeld gedwongen prostitutie). Volgens betrokken professionals uit de zes regio’s is dit een zorgwekkende groep die steeds vaker in beeld komt. Naast deze groepen zijn er ook mensen die bewust kiezen voor het verblijf op een camping of vakantiepark om andere redenen dan gebrek aan passende huisvesting. De betrokken professionals zien dat ook zij vaak in de problemen komen wanneer zij zich niet kunnen inschrijven en geen gebruik meer kunnen maken van allerlei voorzieningen.

‘Heel veel mensen wonen ook al heel lang op een vakantiepark, die zijn misschien wel thuisloos omdat ze op een campingpark hebben besloten te wonen, die hebben ook hun problematiek. Maar wonen daar wel het fijnst. Beetje prikkelvrij, buiten.’ (projectleider aanpak vakantieparken bij een provincie) Op campings en vakantieparken verblijven ook mensen die zich bezighouden met criminele activiteiten en op deze manier onder de radar kunnen blijven. Deze groep mensen valt alleen onder de ETHOS-Light classificatie indien er ook sprake is van een gebrek aan passende huisvesting en deze mensen dus nergens anders terecht zouden kunnen.

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

‘Mensen met verslaving zorgen soms voor overlast en de huisvesting waar ze in wonen is vaak heel beroerd, niet brandveilig. Daar zit een volgend probleem: mensen zitten er vaak omdat ze nergens anders meer terechtkunnen. Als wij gaan handhaven dan is er geen vervangende woonruimte en moeten deze mensen naar de maatschappelijke opvang, en dat is ook een dilemma.’ (medewerker gemeente)

kleine ruimte delen en dat de woonunits waarin zij verblijven in slechte staat zijn. De werkgevers vragen volgens de betrokken professionals desondanks exorbitant hoge bedragen voor deze woonruimten.

4.2.3 Leefsituaties van mensen die verblijven op campings en vakantieparken Mensen die noodgedwongen wonen op campings en vakantieparken verblijven volgens professionals in de zes regio’s in verschillende niet-conventionele woonruimten, zoals (sta)caravans, busjes en vakantiewoningen. De kwaliteit van deze woonruimten varieert sterk. Sommige bewoners wonen in relatief goede chalets, maar veel mensen verblijven in verwaarloosde caravans of huisjes die niet geschikt zijn voor permanent verblijf. ‘Er zijn hele mooie huisjes waarbij je denkt daar wil ik ook wel verblijven, maar er zijn ook caravans waarbij de achterwand van het toilet ontbrak. Het varieert van incomplete woningen tot mooie paleisjes. Er wonen ook vaker kinderen in caravans en vakantiewoningen van slechte kwaliteit.’ (professional welzijnswerk, actief op campings en vakantieparken) De professionals uit de zes regio’s geven aan dat de woonruimten soms in zo’n slechte staat zijn dat ze niet over basisvoorzieningen zoals stromend water, elektriciteit en/of verwarming beschikken. Professionals zien dat deze slechte omstandigheden een negatief effect hebben op de fysieke en mentale gezondheid van de bewoners. In het bijzonder bij gezinnen met kinderen vinden zij dit zeer zorgelijk.

‘Mensen wonen in een caravan maar hebben geen uitweg, die caravan is niet geschikt voor bewoning, bij wijze van spreken zak je zo door de vloer heen. Daar wonen mensen met een grote rugzak, die ook ziek zijn soms. Het is niet uit te leggen dat je mensen daar laat wonen. Soms kun je niet anders, maar het is de vraag of je dat moet willen.’ (medewerker gemeente)

53

4

Om meer zicht te krijgen op de groep mensen die noodgedwongen verblijft op campings en vakantieparken zouden gemeenten volgens de betrokken professionals een meer actieve en outreachende aanpak moeten hanteren. De mate waarin dit gebeurt binnen de zes regio’s loopt sterk uiteen. Veel gemeenten geven aan dat zij hiervoor onvoldoende capaciteit hebben en ook het ontbreken van alternatieve huisvesting maakt dat zij dit soort situaties vaak gedogen. Ook is de aanpak erg afhankelijk van de bestuurlijke standpunten van de gemeente. Vaak grijpen gemeenten alleen in na overlastmeldingen of wanneer duidelijk wordt dat er zorg nodig is.

Resultaten kwalitatief onderzoek naar arbeidsmigranten en verblijf op campings en vakantieparken

De mogelijkheden voor inschrijving op het adres waar mensen verblijven, zijn vaak beperkt. Het is wettelijk vastgelegd in de Wet Basisregistratie Personen (BRP) dat gemeenten verplicht zijn om mensen in te schrijven op het adres waar zij daadwerkelijk verblijven, maar tegelijkertijd is permanent wonen op een camping of vakantiepark in strijd met het bestemmingsplan. Bovendien staan veel campings en vakantieparken inschrijving niet toe. De regels omtrent wonen en inschrijven op campings en vakantieparken lopen sterk uiteen bij de gemeenten in de zes regio’s. Niet kunnen inschrijven belemmert de toegang tot zorg, onderwijs en sociale voorzieningen, zoals het kunnen ontvangen van uitkeringen of toeslagen. Ook hebben veel bewoners geen huurcontract, waardoor zij voortdurend in woononzekerheid verkeren. De betrokken professionals zien dat dit zorgt voor veel stress bij deze bewoners. Zij hebben het gevoel dat zij niet worden gezien door de gemeente.

Regio holland rijnland

4

‘Het briefadres is een groot probleem. Wij zijn meerdere keren naar de centrumgemeente geweest voor een briefadres, die zeiden: “Ga maar naar de gemeente waarin de camping ligt.” Die gemeente zei: “Laat zien dat je daar kunt blijven voor langere tijd.” De camping wilde dat niet uit angst voor handhaving. De centrumgemeente zei: “Zolang je geen drugs of drank gebruikt doen we niks voor je.” Op den duur ben ik teruggegaan en heb ik gezegd dat we onder een brug verbleven. Pas doen kregen we een briefadres.’ (oud bewoner vakantiepark)

54

55

5

samenvatting en conclusies

5.1 Samenvatting 5.1.1 Eerste telling aan de hand van de ETHOS-Light definitie in regio Holland Rijnland Deze telling brengt dak- en thuisloosheid in regio Holland Rijnland in beeld. Daarbij is gebruik gemaakt van een nieuwe telmethode en een voor Nederland nieuwe definitie: ETHOS-Light. Het gaat hier om een daadwerkelijke telling van dak- en thuisloze personen. Voor het eerst zijn in deze regio ook kinderen, mensen ouder dan 65 jaar, mensen zonder verblijfspapieren en mensen in een grote verscheidenheid aan leefsituaties van dak- en thuisloosheid meegeteld. De telling geeft inzicht in het aantal dak- en thuisloze personen in de regio, de grote diversiteit aan leefsituaties van deze mensen en hun profielkenmerken. Uit de resultaten blijkt dat het betrekken van organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloosheid van cruciaal belang is om zicht te krijgen op alle dak- en thuisloze personen. Ongeveer de helft van de getelde personen kwam namelijk via deze organisaties in beeld.

5.1.2 Het aantal dak- en thuisloze mensen in regio Holland Rijnland Dak- en thuisloosheid is in dit onderzoek gedefinieerd aan de hand van de ETHOS-Light classificatie, een internationaal gevalideerde definitie voor het meten van dak- en thuisloosheid. 54 organisaties telden op 11 april in Holland Rijnland in totaal 1.175 dak- en thuisloze personen, waarvan 924 volwassenen en 251 kinderen. ETHOS-Light deelt dak- en thuisloosheid op in zes verschillende categorieën (zie Tabel 22), waaraan de onderzoekers in navolging van het onderzoeksteam van Katholieke Universiteit Leuven een zevende categorie toevoegden, namelijk personen die uit huis gezet dreigen te worden binnen een maand na de teldag terwijl zij geen passende woonoplossing hebben. Tabel 22. Verblijfssituatie van dak- en thuisloze personen op 11 april 2024 Totaal getelde personen

1.175 Aantal volwassenen

Aantal kinderen

%

1. In de openbare ruimte

58

6%

-

-

2. In noodopvang voor dakloze mensen

70

8%

<10

<4%

3. In tijdelijke opvang voor dakloze mensen

175

19%

77

31%

4. In een instelling

110

12%

19

8%

5. In niet-conventionele woonruimte

93

10%

20

8%

6. Bij familie/ vrienden/ derden

327

35%

101

40%

+ Dreigende huisuitzetting

Regio holland rijnland

%

71

8%

31

12%

Verblijfssituatie onbekend op teldag, dak- of thuisloosheid bevestigd

20

2%

<10

<4%

Totaal

924

100%

251

100%

De telling laat zien dat dak- en thuisloosheid overal voorkomt. In elk van de 13 deelnemende gemeenten werden mensen getroffen door dak- en thuisloosheid. Er werden in Leiden 446 volwassenen geteld, 89 volwassenen in Alphen aan den Rijn, 49 volwassenen in Katwijk, 46 volwassenen in Noordwijk, 46 volwassenen in Oegstgeest, 27 volwassenen in Teylingen, 21 volwassenen in Kaag en Braassem, 20 volwassenen in Voorschoten, 17 volwassenen in Leiderdorp, 17 volwassenen in Nieuwkoop en 13 volwassenen in Hillegom. In Lisse en Zoeterwoude werden minder dan 10 dak- en thuisloze volwassenen geteld. Ook zijn in bijna alle gemeenten dak- en thuisloze kinderen geteld. Er werden 91 kinderen geteld in Leiden, 29 kinderen in Alphen aan den Rijn, 28 kinderen in Kaag en Braassem, 25 kinderen in Katwijk, 13 kinderen in Voorschoten, 10 kinderen in Nieuwkoop en 10 kinderen in Oegstgeest. In Hillegom, Leiderdorp, Lisse en Teylingen zijn er minder dan 10 kinderen geteld en in Zoeterwoude en Noordwijk werden geen dak- of thuisloze kinderen geteld. Of het totale aantal getelde personen hoger of lager is dan verwacht valt niet goed te zeggen. Het aantal dak- en thuisloze personen in deze regio is nog niet eerder op deze manier in kaart gebracht.

Bestaande cijfers, zoals de schattingen van het CBS en de cijfers van de Gemeentelijke Monitoring Sociaal Domein, geven weinig tot geen inzicht in het aantal dak- en thuisloze personen op gemeentelijk en regionaal niveau. De door ons uitgevoerde telling is daarom in feite een nulmeting voor de regio en moet worden gezien als ondergrens, omdat ook met deze methode niet iedereen in beeld komt.

5.1.3 Profielkenmerken van de getelde dak- en thuisloze mensen De telling laat zien dat de groep dak- en thuisloze mensen in regio Holland Rijnland heel divers is. 72 procent van de getelde dak- en thuisloze volwassenen in de regio was man, 27 procent was vrouw. Daarnaast werd bij minder dan 10 personen de genderidentiteit anders gedefinieerd of was deze onbekend. 21 procent van de personen was minderjarig, 79 procent was meerderjarig. Het percentage jongeren (18-27 jaar) was 39 procent. 65 procent van de mensen had de Nederlandse nationaliteit. Daarnaast was 6 procent EUburger en had 10 procent de nationaliteit van een land buiten de EU. 69 procent was alleenstaand zonder kinderen, 10 procent was alleenstaand met kinderen en 5 procent had een partner en kinderen. 40 procent was korter dan een jaar dak- of thuisloos en 21 procent twee jaar of langer. 39 procent van de getelde personen ontving een inkomen uit een uitkering, 21 procent had inkomen uit werk, 11 procent had geen enkel inkomen. Bij 33 procent was er een vermoeden van een verslaving en bij 43 procent was er sprake van een vermoeden van psychische/psychiatrische problematiek. De verblijfssituaties van de getelde dak- en thuisloze mensen blijken niet statisch: een deel van de getelde dak- en thuisloze mensen verbleef in de twee weken voorafgaand aan de telling in verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid.

*Door afronding tellen de percentages op tot 99% in plaats van 100%

58

59

samenvatting en conclusies

Dit rapport beschrijft de resultaten van de ETHOS-telling in regio Holland Rijnland. Dit hoofdstuk vat de resultaten samen, geeft de belangrijkste conclusies weer en blikt terug op de telling.

5

5 Samenvatting en conclusies

De telling brengt een grote diversiteit aan leefsituaties in beeld. Er verbleven 58 volwassenen in de openbare ruimt. Er werden geen kinderen in de openbare ruimte geteld. Er verbleven 70 volwassenen en minder dan 10 kinderen in de noodopvang. 175 volwassenen en 77 kinderen verbleven in tijdelijke opvang voor dakloze mensen. 110 volwassenen en 19 kinderen verbleven langer dan nodig in een instelling vanwege gebrek aan een woonoplossing of moesten binnen een maand na de teldag een instelling verlaten zonder dat zij een woonoplossing hadden. 93 volwassenen en 20 kinderen verbleven in niet-conventionele woonruimten zoals een auto, stacaravan, of vakantiewoning zonder rechtsgeldig contract. 71 volwassenen en 31 kinderen verbleven tijdelijk bij familie, vrienden of derden. Verder verbleven er 20 volwassenen en 10 kinderen in een woning met een dreigende huisuitzetting.

Met vertegenwoordigers van de betrokken organisaties en medewerkers van de deelnemende gemeenten reflecteerden we op de belangrijkste resultaten van de telling. Op basis van de verzamelde gegevens en de reflecties daarop lichten we enkele conclusies uit12.

In elk van de gemeenten in regio Holland Rijnland werden er volwassenen geteld die in niet-conventionele woonruimten verbleven vanwege een gebrek aan passende huisvesting. In totaal betrof dit 93 volwassenen (10%). Zij verbleven bijvoorbeeld in een auto, stacaravan of vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract. Ook kinderen verbleven noodgedwongen op plekken die niet geschikt zijn voor bewoning: in totaal zijn er 20 kinderen in niet-conventionele woonruimten geteld. Volgens professionals in de regio verblijven veel meer dak- en thuisloze mensen noodgedwongen op campings, vakantieparken en in hotels dan uit deze telling naar voren komt. Gemeenten en andere organisaties die bij de telling betrokken zijn hebben hen niet altijd goed in beeld.

5.2.1 Veel vrouwen zijn dak- of thuisloos Er zijn veel dak- en thuisloze vrouwen geteld: 253 vrouwen verbleven in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid. Dit is 27% van de getelde volwassen personen. Dit percentage is hoger dan percentages die uit bestaande cijfers naar voren komen. Dak en thuisloze vrouwen verbleven met name bij familie, vrienden of derden (45%), in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (26%) en in een woning met dreigende huisuitzetting (11%). Ook werden er vrouwen in de openbare ruimte geteld (<4%). De meeste alleenstaande dak- en thuisloze ouders waren vrouw (75%). Daarnaast waren op de teldag minder dan 10 dak- en thuisloze vrouwen zwanger (<4%).

5.2.2 Dak en thuisloosheid treft een groot aantal kinderen en jongeren De tellingen laten zien dat dak- en thuisloosheid veel kinderen en jongeren treft. 39% van de getelde dak- en thuisloze personen was jonger dan 28 jaar. Op twee gemeenten na, werden in alle gemeenten in de regio kinderen geteld in een situatie van dak- en thuisloosheid. In totaal zijn er 251 dak- en thuisloze kinderen geteld. Deze kinderen verbleven meestal samen met één of meerdere ouders. Minder dan tien kinderen (<4%) verbleven zonder een ouder in deze situatie. De meeste kinderen verbleven bij familie, vrienden of derden (40%). 31% van de kinderen verbleef in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (meestal een gezinsopvang) en 8% van de kinderen verbleef in niet-conventionele woonruimten, zoals een stacaravan of een vakantiewoning zonder rechtsgeldig huurcontract. Dak- en thuisloosheid treft kinderen ook indirect: 355 kinderen waren niet zelf dak- of thuisloos, maar hadden wel een ouder die dak- of thuisloos was (meestal hun vader). Daarnaast waren er 212 jongeren (18-27 jaar) dak- of thuisloos. Zij vormden ongeveer een vijfde van de getelde dak- en thuisloze personen (18%). Jongeren waren meestal alleenstaand zonder kinderen (72%) en verbleven vooral bij familie, vrienden of derden (43%) of in de tijdelijke opvang voor dakloze mensen (23%).

5.2.3 Arbeidsmigranten op straat vormen het topje van de ijsberg

Regio holland rijnland

Dakloze arbeidsmigranten vormen in het straatbeeld een duidelijk zichtbare groep. 31% van de mensen die op straat verbleven, was EU-burger met een niet-Nederlandse nationaliteit. Volgens betrokken professionals is het overgrote deel van deze mensen (voormalig) arbeidsmigrant. Zij geven aan dat arbeidsmigranten die in de openbare ruimte verblijven over het algemeen goed in beeld zijn gekomen met de telling. Buiten de winterperiode verblijven dakloze EU-burgers met een niet-Nederlandse nationaliteit zelden in de opvang, omdat zij daar meestal niet worden toegelaten. De betrokken professionals geven aan dat arbeidsmigranten wegens gebrek aan passende huisvesting vaak verblijven in niet-conventionele woonruimten - zoals een stacaravan op een vakantiepark - of bij familie, vrienden of derden. Bij deze telling werd opnieuw duidelijk dat het bijzonder moeilijk is om zicht te krijgen op de groep dak- en thuisloze arbeidsmigranten in deze leefsituaties. Bij gemeenten en andere telorganisaties zijn zij vaak zeer beperkt in beeld. De professionals die deelnamen aan de telling en aan het kwalitatieve onderzoek vermoeden dat het werkelijke aantal arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid zeer groot is.

5.2.5 Ruim een op de vijf getelde volwassenen is langdurig dak- of thuisloos Veel dak- en thuisloze mensen verkeren al een heel lange tijd in een precaire woonsituatie. Uit de telling blijkt dat 196 mensen twee jaar of langer dak- en thuisloos waren. Dit is ruim een vijfde (21%) van de getelde volwassenen. Mensen die twee jaar of langer dak- of thuisloos waren, verbleven meestal bij familie, vrienden of derden (42%) of in een tijdelijke opvang voor dakloze mensen (18%). Ruim drie kwart van de personen was man (79%) en 7% leefde met één of meerdere kinderen in een situatie van dak- en thuisloosheid. Ook veel jongeren verbleven langdurig in een situatie van dak- of thuisloosheid: bijna een vijfde van deze groep was tussen de 18 en 27 jaar oud (19%). Daarnaast had bijna drie kwart van de mensen die langdurig dak- of thuisloos waren de Nederlandse nationaliteit (70%), en had 14% de nationaliteit van een land buiten de EU.

5.2.6 Het organiseren van een ETHOS-telling levert veel op Uit de resultaten van deze telling blijkt dat het betrekken van een breed scala aan organisaties van cruciaal belang is om zicht te krijgen op de problematiek van dak- en thuisloosheid. Het draagvlak voor de telling onder de organisaties in de regio was groot: vele organisaties namen actief deel aan de startdag en de informatiesessies. In totaal was er gedurende het proces contact met meer dan 300 verschillende professionals bij 54 organisaties die direct of indirect met het thema dak- en thuisloosheid betrokken zijn. Organisaties die zich niet specifiek richten op dak- en thuisloze mensen brachten ongeveer de helft van de getelde personen in beeld. Naast zicht op aantallen en profielkenmerken leidde de telling tot grotere betrokkenheid van deze organisaties bij de problematiek van dak- en thuisloosheid en tot bewustwording van de grote verscheidenheid aan leefsituaties. Daarnaast resulteerde de gezamenlijke organisatie van de telling tot versterking van de samenwerking tussen deelnemende organisaties.

5.3 Terugblik op de ETHOS-telling in regio Holland Rijnland In 2023 vond de ETHOS-telling voor het eerst plaats in twee regio’s in Noordoost-Brabant. Deze telling was een pilot om te onderzoeken welke groepen dak- en thuisloze mensen in beeld komen met de ETHOS-telling en wat het draagvlak is voor het uitvoeren van zo’n telling in Nederland. Deze tweede telronde in 2024 waar regio Holland Rijnland aan deelnam laat opnieuw zien dat de telling een geschikte methode is om dak- en thuisloosheid in Nederland in kaart te brengen. Daarmee zijn we de pilotfase voorbij. Consistente resultaten De resultaten van de twee telrondes geven een consistent beeld van dak- en thuisloosheid. De tellingen laten zien dat de groep dak- en thuisloze mensen in alle deelnemende regio’s zeer divers is. Het stereotype beeld van dak- en thuisloosheid is dat van de klassieke groep dak- en thuisloze mensen, die voornamelijk bestaat uit alleenstaande mannen van middelbare leeftijd met psychische en verslavingsproblematiek. De resultaten van beide telrondes halen dit beeld onderuit. We zien een grote diversiteit van dak- en thuisloze personen en we zien veel verschillende leefsituaties van dak- en thuisloosheid.

12 De conclusies in deze rapportage komen grotendeels overeen met de conclusies die beschreven staan in de onderzoeksrapportages van de andere vijf regio’s die deelnamen aan de ETHOS-telling in 2024. 60

61

samenvatting en conclusies

5.2.4 Veel mensen verblijven noodgedwongen in niet-conventionele woonruimten

5

5.2 Conclusies

samenvatting en conclusies 5

Veel draagvlak voor de telling De betrouwbaarheid van de resultaten hangt sterk af van de mate waarin relevante stakeholders zoals gemeenten, zorginstanties en maatschappelijke organisaties bereid zijn om aan de telling mee te werken en de methode onderschrijven. In regio Holland Rijnland was er veel draagvlak voor de telling: in grote lijnen waren alle relevante organisaties bereid om aan de telling deel te nemen. Deze organisaties lieten bovendien een grote betrokkenheid bij de telling zien. In totaal telden 54 organisaties mee. Veel groepen goed in beeld Samen met medewerkers van de betrokken gemeenten en andere telorganisaties in regio Holland Rijnland reflecteerden we op de vraag of de resultaten van de telling de situatie in hun regio goed weergeven. De betrokkenen geven aan dat dit in grote lijnen het geval is. Zij onderstrepen dat de ETHOS-telling veel groepen in beeld brengt die niet in andere cijfers voorkomen. Op basis van de resultaten uit ronde 1 en ronde 2 concluderen we daarom dat de ETHOS-telling beter zicht geeft op dak- en thuisloosheid dan voorheen mogelijk was. Op enkele groepen is onvoldoende zicht Net als bij de eerste telronde zijn een aantal specifieke groepen niet volledig in beeld gebracht.

Daarbij gaat het om dak- en thuisloze arbeidsmigranten, personen die noodgedwongen verblijven op campings en vakantieparken en personen die vanwege gebrek aan een passend alternatief verblijven in antikraakwoningen. In deze tweede ronde van de ETHOS-telling hebben de deelnemende organisaties extra ingezet op het in kaart brengen van deze groepen. Hierdoor zijn deze groepen bij deze ronde iets beter in beeld gekomen. Op basis van de gesprekken met professionals in regio Holland Rijnland kunnen we echter concluderen dat de genoemde groepen ook deze ronde niet volledig in beeld zijn gebracht. Dit komt voornamelijk doordat deze groepen niet in contact staan met de organisaties die deelnemen aan de telling. Redenen hiervoor kunnen zijn dat zij niet goed weten waar zij terecht kunnen, of dat zij contact met instanties bewust uit de weg gaan. In het geval van arbeidsmigranten in een leefsituatie van dak- of thuisloosheid zien we ook dat mensen bewust onder de radar worden gehouden door uitzendbureaus.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1639/documents/22166