CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D08 VNG, ledenbrief 25_028 Format beleidsregels hersteloperatie toeslagen.pdf

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken11.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan de leden

Datum

5 juni 2025 Ons kenmerk

U202500288 Lbr. 25/028 Telefoon

070 – 373 83 93 Bijlage(n)

2

Onderwerp

Format beleidsregels hersteloperatie toeslagen

Geachte leden van college en gemeenteraad, In deze brief informeren wij u over de introductie van het model Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen. Met dit Model beleidsregels zetten we een volgende stap in het verduidelijken en harmoniseren van de brede ondersteuning voor ouders én de gemeentelijke uitvoering. We vragen u om, in navolging van het advies van de commissie van Dam, deze beleidsregels ook in uw gemeente vast te stellen. Aanleiding Model beleidsregels brede ondersteuning Sinds september 2020 ondersteunen gemeenten mogelijk gedupeerde ouders via de brede ondersteuning. Gemeenten zien zich sindsdien geconfronteerd met een forse toename van het aantal aangemelde ouders (van 8.500 naar ruim 68.000), met nieuwe doelgroepen, met een zeer lange looptijd van de beoordeling en het financieel herstel door UHT en een veranderde, steeds complexere en terugkerende vraag van ouders. Om die reden heeft de VNG samen met gemeenten, ouders en ketenpartners, in het voorjaar van 2024 een verkenning uitgevoerd om de brede ondersteuning toekomstbestendig in te richten. De verkenning heeft geresulteerd in een viertal verbetermaatregelen, waaronder het harmoniseren van het proces, de duur en de looptijd van de brede ondersteuning. Deze verbetermaatregelen zijn per 1 januari 2025 verankerd in de Wet hersteloperatie toeslagen.

Gelijktijdig met de invoering van de wetswijziging heeft de spoedadviescommissie van Dam onderzocht en geadviseerd op welke wijze de hersteloperatie toeslagen verder verbeterd en versneld kan worden. Eén van de adviezen ziet toe op de brede ondersteuning. De adviescommissie constateert dat de verschillen in de brede ondersteuning tussen gemeenten wringen met het gelijkheidsbeginsel en zorgen voor veel frustratie bij ouders. Daarom adviseert de commissie om het kader waarbinnen gemeenten toeslagenouders helpen te harmoniseren en vast te leggen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl | vng.nl

1/2

In reactie op het advies hebben gemeenten zelf het initiatief genomen ten aanzien van de aanbeveling om de brede ondersteuning te harmoniseren. Het voorliggende model beleidsregels is hiervan één van de resultaten. Proces totstandkoming Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van de brede ondersteuning, is – op verzoek van gemeenten en in samenwerking met een klankbordgroep van gemeenten – dit model opgesteld. De in het model opgenomen uitgangspunten en het afwegingskader zijn daarnaast afgestemd en getoetst met een vertegenwoordiging van ouders. Wat betekent dit voor uw inwoners en ambtelijke organisatie? De beleidsregels bieden een duidelijk en uniform afwegingskader voor de gemeentelijke uitvoering. Ook bieden ze duidelijkheid aan ouders en kinderen die recht hebben op hulp. Ze maken het proces van aanvraag tot beëindiging van ondersteuning inzichtelijk en bevorderen harmonisatie tussen gemeenten. Het format biedt ruimte voor lokale invulling, met behoud van maatwerk – een aspect dat zowel door ouders als gemeenten als essentieel wordt gezien. Hoewel de hulp per situatie kan verschillen, is de afweging waarom welke hulp wordt ingezet wel eenduidig. Dit waarborgt aandacht voor individuele behoeften én zorgt voor transparante en consistente besluitvorming op basis van de beleidsregels.

Kosten Gemeenten worden volledig gecompenseerd voor alle kosten die zij maken voor de hersteloperatie en het bieden van brede ondersteuning. De afspraken over de compensatie van deze kosten zijn opgenomen in drie specifieke uitkeringen (Spuk’s). Gemeenten declareren hun kosten voor de hersteloperatie achteraf bij het rijk op basis van een SiSa-verantwoording. Bijlagen Deze ledenbrief bevat twee bijlagen: Bijlage 1. Model beleidsregels Bijlage 2. Implementatiehandleiding Vragen Voor vragen over deze ledenbrief kunt u terecht bij het Klantcontactcentrum van de VNG (0703738393) of e-mail (info@vng.nl). Vragen over de voortgang en uitvoering van de hersteloperatie kunt u stellen aan hersteloperatie@vng.nl. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten

mr L.K. Geluk Algemeen directeur

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/2

Implementatiehandleiding Model beleidsregels brede ondersteuning

Programma hersteloperatie toeslagen

Thema of datum

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 Juni, 2025 Versiebeheer

Doorgevoerde wijzigingen

Versie 1, juni 2025

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

1/10

Voorwoord Bij een zeer groot aantal ouders is tussen 2005 en 2019 onterecht de kinderopvangtoeslag stopgezet door de Belastingdienst. Deze ouders, hun gezinnen, hun ex-toeslagpartners en nabestaanden is ernstig onrecht aangedaan. De Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) werkt aan het financieel herstel van dit onrecht. Dit bestaat uit financiële compensatie (Catshuisregeling), een schuldenaanpak, en eventuele aanvullende schadecompensatie. Daarnaast is er bij deze ouders, hun kinderen, ex-partners en nabestaanden behoefte aan emotioneel herstel. Het emotioneel herstel is nodig omdat gedupeerde ouders, hun kinderen, expartners en nabestaanden nog dagelijks de emotionele gevolgen ondervinden van de manier waarop de terugvordering van de kinderopvangtoeslag plaatsvond. Zij hebben recht op begrip, erkenning en ondersteuning. Vanuit het emotioneel herstel helpen gemeenten bij het kunnen maken van een nieuwe start. Brede ondersteuning gemeenten Binnen het emotioneel herstel bieden gemeenten brede ondersteuning (hulp) op vijf leefgebieden aan getroffen ouders, hun kinderen, ex-partners en nabestaanden aan. De hulp vindt plaats op de vijf leefgebieden: financiën, wonen, zorg, gezin en werk. Landelijk programma herstel toeslagen Deze handreiking maakt onderdeel uit van de documentatie van het landelijk programma herstel toeslagen voor gemeenten.

Alle documentatie van het landelijk programma vindt u op vng.nl. Voor vragen kunt u terecht op VNG-forum voor de hersteloperatie.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/10

Inhoud Voorwoord ......................................................................................................................................... 2 1. Inleiding ................................................................................................................................... 4 2. Beleidsregels ........................................................................................................................... 5 2.1. 2.2. 3.

Achtergrond .................................................................................................................. 5 Doel ............................................................................................................................... 5

Lokale keuzes - artikelsgewijze toelichting ............................................................................. 7 Artikel 6. Aanvraag brede ondersteuning ................................................................................ 7 Artikel 7. Eerste gesprek en vaststelling hulpvraag ................................................................ 7 Artikel 8. Besluit op de aanvraag ............................................................................................ 7 Artikel 11. Het wijzigen van het plan van aanpak ................................................................... 7 Artikel 20. Klachten ................................................................................................................. 7 Artikel 22. Inwerkingtreding ..................................................................................................... 8

4.

Format beslisnota .................................................................................................................... 9

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/10

1. Inleiding Tijdens de hersteloperatie kinderopvangtoeslag heeft de VNG meerdere handreikingen en formats ontwikkeld om gemeenten bij te staan bij de organisatie, opstart en uitvoering van de brede ondersteuning. In deze handreikingen brengen we al deze documentatie die te maken heeft met het organiseren, aanbieden en afronden van de brede ondersteuning in één handreiking bij elkaar. In deze handreiking vindt u informatie over: • Het Model beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen; • De achtergrond en de noodzaak van het vaststellen van het model beleidsregels; • Een toelichting bij de invulvelden en de keuzes die u aan de hand van de lokale situatie kunt maken. Daarnaast ontsluiten we via deze handreiking onder meer: • Een format collegevoorstel; • Een format oplegger Naast deze implementatiehandleiding Model beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen, zijn er per 1 januari 2025 voor de gemeentelijke rol in de hersteloperatie toeslagen nog zes handreikingen1 beschikbaar:

1. Handreiking brede ondersteuning – met alle informatie over het bieden van brede ondersteuning aan ouders, kinderen, ex-toeslagpartners en hun gezin;

2. Handreiking niet-gemeentelijke ondersteuning – met onder andere informatie over de werkwijze van het Ondersteuningsteam Buitenland;

3. Handreiking hulp bij schulden – met alle uitvoeringsinformatie over publieke- en private schulden, schuldsaneringsregelingen en het heropstarten van invorderingen;

4. Handreikingen Specifieke uitkeringen – met alle informatie over de opzet van de financiële verantwoording voor gemeenten;

5. Handreiking aanvullend schuldhulpverleningsaanbod – met informatie over het aanvullend schuldhulpverleningsaanbod als onderdeel van de kindregeling;

6. Handreiking werken met ervaring als bron van kennis – met informatie over de inzet van ouders met ervaring in uw lokale hersteloperatie;

7. Handreiking serviceteam gemeenten – Over hoe u als gemeente via het serviceteam gemeenten van UHT in contact kunt treden met vragen. Deze handreiking is op aanvraag beschikbaar via het VNG Forum.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/10

2. Beleidsregels Gemeenten bieden sinds 2020 brede ondersteuning aan (mogelijk) gedupeerde ouders en hun gezin. Na verloop van tijd werden ook de kinderen vallend onder de kindregeling, erkend ex-toeslagpartners en nabestaanden van overleden aanvragers aan de doelgroep voor brede ondersteuning toegevoegd. De omvang van de doelgroep loopt per gemeente zeer uiteen. In sommige gemeenten wonen slechts een paar ouders binnen de gemeentegrenzen, terwijl andere gemeenten duizenden ouders en kinderen huisvesten.

2.1.

Achtergrond

Sinds september 2020 ondersteunen gemeenten mogelijk gedupeerde ouders via de brede ondersteuning. Gemeenten zagen zich sindsdien geconfronteerd met een forse toename van het aantal aangemelde ouders (van 8.500 naar ruim 69.000), met nieuwe doelgroepen, met een zeer lange looptijd van de beoordeling en het financieel herstel door UHT en een veranderde, steeds complexere en terugkerende vraag van ouders. Om die reden heeft de VNG samen met gemeenten, ouders en ketenpartners, in het voorjaar van 2024 een verkenning uitgevoerd om de brede ondersteuning toekomstbestendig in te richten. De verkenning heeft geresulteerd in een viertal verbetermaatregelen, waaronder het harmoniseren van het hulpproces, de duur en de looptijd van de brede ondersteuning. Deze verbetermaatregelen zijn per 1 januari 2025 verankerd in de Wet hersteloperatie toeslagen. Adviescommissie van Dam Gelijktijdig met de invoering va de wetswijziging heeft de spoedadviescommissie van Dam onderzocht en geadviseerd op welke wijze de hersteloperatie toeslagen verder verbeterd en versneld kan worden. Eén van de adviezen ziet toe op de brede ondersteuning. De adviescommissie constateert dat de verschillen in de brede ondersteuning tussen gemeenten wringen met het gelijkheidsbeginsel en zorgen voor veel frustratie bij ouders.

Daarom adviseert de commissie om het kader waarbinnen gemeenten toeslagenouders helpen te harmoniseren en vast te leggen. En om de circa 35 gemeenten met relatief veel toeslagouders het voortouw te laten nemen in deze gesprekken met de rijksoverheid. In reactie op het advies hebben gemeenten onder meer aangegeven zelf het initiatief te willen nemen ten aanzien van de aanbeveling om de brede ondersteuning te harmoniseren. Het voorliggende model beleidsregels is hiervan één van de resultaten. Proces totstandkoming Om gemeenten te ondersteunen bij de uitvoering van de brede ondersteuning, is – op verzoek van gemeenten en in samenwerking met een klankbordgroep van gemeenten – dit model opgesteld. De in het model opgenomen uitgangspunten en het afwegingskader zijn daarnaast afgestemd en getoetst met een vertegenwoordiging van ouders.

2.2.

Doel

De beleidsregels bieden kaders voor de gemeentelijke uitvoering en bieden meer duidelijkheid aan zowel ouders en kinderen die recht hebben op hulp van uw gemeente als aan de ambtelijke organisatie. Het format biedt vanzelfsprekend ook ruimte voor invulling vanuit de lokale situatie. Het model beleidsregels draagt bij aan een geharmoniseerd afwegingskader tussen gemeenten onderling om tot het toewijzen van materiële of immateriële voorzieningen te komen. Ook wordt het proces van aanvraag tot beëindiging van de brede ondersteuning verduidelijkt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/10

De mogelijkheid om maatwerk te bieden, zodat recht wordt gedaan aan de individuele situatie en behoeften van ouders, blijft behouden. Het belang hiervan is nadrukkelijk onderstreept door zowel ouders als gemeenten. De beleidsregels zorgen voor een gelijke afweging wanneer welke hulp wordt ingezet. Hoewel dit niet betekent dat alle ouders precies dezelfde ondersteuning ontvangen – verschillen in hulpverlening blijven bestaan vanwege uiteenlopende persoonlijke omstandigheden – wordt de manier waarop tot die hulp wordt gekomen wél gelijk. De factoren die meewegen bij het bepalen van de ondersteuning zijn in het model beleidsregels vastgelegd, waardoor de besluitvorming transparanter en consistenter wordt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/10

3. Lokale keuzes - artikelsgewijze toelichting Dit hoofdstuk gaat in op de keuzes die gemeenten bij het implementeren van de model beleidsregels kunnen maken. Enkel die bepalingen die bij de implementatie verdere toelichting behoeven, worden hieronder toegelicht.

Artikel 6. Aanvraag brede ondersteuning Afhankelijk van de gewenste laagdrempeligheid voor het doen van een aanvraag voor brede ondersteuning moet in dit artikel een keuze worden gemaakt over de wijze waarop de aanvraag kan worden ingediend. Hierbij is er de keuze om een aanvraag zowel schriftelijk als mondeling mogelijk te maken of te bepalen dat een aanvraag schriftelijk moet worden ingediend. Verder kan in dit artikel kenbaar worden gemaakt waar de aanvraag kan worden gedaan.

Artikel 7. Eerste gesprek en vaststelling hulpvraag In het eerste lid moet een redelijke termijn worden opgenomen voor de uitnodiging voor een eerste gesprek, deze termijn kan worden bepaald aan de hand van het verwachte aantal aanvragen, de ambtelijke capaciteit en gewenste doorlooptijd. Als suggestie is voor de termijn acht weken genoemd. Dit is gelijk aan de termijn uit de Algemene wet bestuursrecht voor het geven van een beschikking op een aanvraag. Desgewenst kan in het tweede lid worden opgenomen dat in de uitnodiging staat dat de aanvrager een voorkeur voor de locatie van het eerste gesprek kenbaar kan maken.

Artikel 8. Besluit op de aanvraag In het eerste lid moet een termijn worden opgenomen voor het geven van een beschikking op een aanvraag. Deze termijn kan eveneens worden bepaald aan de hand van het verwachte aantal aanvragen en de ambtelijke capaciteit. Daarbij is als maximum een termijn van acht weken genoemd. Deze termijn van acht weken is vastgelegd in artikel 2.21, vierde lid, van de Wht, waaruit volgt dat het plan van aanpak binnen acht weken na het gesprek moet worden opgesteld. In het tweede lid moet worden voorzien in een termijn voor het verlengen van de periode voor het opstellen van het plan van aanpak. Hier is een maximum van vier weken opgenomen.

Artikel 11. Het wijzigen van het plan van aanpak Op grond van de beleidsregels kunnen inwoners vragen om een wijziging van het plan van aanpak. In het tweede lid kan daarbij kenbaar worden gemaakt hoe die aanvraag kan worden ingediend. Het ligt voor de hand om bij het invullen daarvan zoveel mogelijk aan te sluiten bij de keuzes die in artikel 8 voor het indienen van de aanvraag om brede ondersteuning zijn gemaakt.

Artikel 20. Klachten Dit is een facultatief artikel dat de ruimte biedt om duidelijk te maken waar inwoners met klachten over de brede ondersteuning terecht kunnen. Ook als dit artikel niet wordt opgenomen kunnen inwoners hier vanzelfsprekend een klacht over indienen, de Algemene wet bestuursrecht biedt daar een algemene grondslag voor, maar het kan aanbeveling verdienen dat in de beleidsregels toch expliciet te maken. Bijvoorbeeld vanwege de wens een bijdrage te leveren aan het herstel van vertrouwen van de gedupeerden in de overheid.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/10

Artikel 22. Inwerkingtreding In dit artikel kan een keuze worden gemaakt tussen inwerkingtreding na bekendmaking of inwerkingtreding op een bepaalde datum. Met name als er op dit moment al beleidsregels gelden, kan een bepaalde datum wenselijk zijn. Er is dan meer duidelijkheid over welke beleidsregels op welk moment gelden. Het kan dan overigens ook aanbeveling verdienen om overgangsrecht toe te voegen. Bijvoorbeeld door te bepalen dat de oude beleidsregels blijven gelden voor aanvragen waar vóór inwerkingtreding van deze beleidsregels op is beslist. Als geen overgangsrecht wordt opgenomen dan hebben de beleidsregels onmiddellijke werking en gelden ze voor alle aanvragen die voor brede ondersteuning zijn gedaan.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/10

4. Format beslisnota Ontwerp besluit Het college besluit: De beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen voor de gemeente [naam gemeente] vast te stellen. Inleiding Sinds september 2020 ondersteunen gemeenten mogelijk gedupeerde ouders via de brede ondersteuning. Gemeenten zagen zich sindsdien geconfronteerd met een forse toename van het aantal aangemelde ouders (van 8.500 naar ruim 68.000), met nieuwe doelgroepen, met een zeer lange looptijd van de beoordeling en het financieel herstel door UHT en een veranderde, steeds complexere en terugkerende vraag van ouders. Om die reden heeft de VNG samen met gemeenten, ouders en ketenpartners, in het voorjaar van 2024 een verkenning uitgevoerd om de brede ondersteuning toekomstbestendig in te richten. De verkenning heeft geresulteerd in een viertal verbetermaatregelen, waaronder het harmoniseren van het hulpproces, de duur en de looptijd van de brede ondersteuning. Deze verbetermaatregelen zijn per 1 januari 2025 verankerd in de Wet hersteloperatie toeslagen. Gelijktijdig met de invoering va de wetswijziging heeft de spoedadviescommissie van Dam onderzocht en geadviseerd op welke wijze de hersteloperatie toeslagen verder verbeterd en versneld kan worden. Eén van de adviezen ziet toe op de brede ondersteuning.

De adviescommissie constateert dat de verschillen in de brede ondersteuning tussen gemeenten wringen met het gelijkheidsbeginsel en zorgen voor veel frustratie bij ouders. Daarom adviseert de commissie om het kader waarbinnen gemeenten toeslagenouders helpen te harmoniseren en vast te leggen. In reactie op het advies hebben gemeenten onder meer aangegeven zelf het initiatief te willen nemen ten aanzien van de aanbeveling om de brede ondersteuning te harmoniseren. Het voorliggende model beleidsregels is hiervan één van de resultaten. De VNG-commissie heeft op 15 mei jl. ingestemd met het advies aan alle gemeenten om de model-beleidsregels zo spoedig mogelijk te incorporeren in hun eigen beleid. De modelbeleidsregels zijn een belangrijke stap op weg naar een eenduidige uitvoering van de brede ondersteuning door gemeenten. Gemeenten verwachten daardoor minder onduidelijkheid en onrust in de gemeentelijke spreekkamers. Beoogd effect Het college van de gemeente [naam gemeente] is, van mening •

Dat het onwenselijk is dat ouders, kinderen en hun gezinnen onduidelijkheid of onrust ervaren wanneer zij brede ondersteuning ontvangen;

•

Dat de beleidsregels bijdragen aan uniformiteit en rechtsgelijkheid;

•

Dat de beleidsregels bijdragen aan transparantie en duidelijkheid, waardoor ouders beter weten waar ze aan toe zijn;

•

Dat het vaststellen van beleidsregels bijdraagt aan consistente besluitvorming en daarmee aan het vertrouwen in de overheid;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/10

•

Dat de beleidsregels voldoende ruimte over laten voor het bieden van maatwerk, zodat recht wordt gedaan aan de individuele behoeften en situatie.

•

Dat de beleidsregels invulling geven aan het advies van de commissie van Dam om de brede ondersteuning tussen gemeenten te harmoniseren.

Risico’s De risico’s die kunnen ontstaan is dat wanneer andere gemeenten in de regio deze beleidsregels niet vaststellen, er nog steeds verschil in afweging tussen gemeenten onderling zal zijn. Financiën Het vaststellen van de beleidsregels heeft geen financieel gevolg. Gemeenten worden volledig financieel gecompenseerd vanuit het rijk voor de uitvoering van de brede ondersteuning. Communicatie Na het vaststellen van de beleidsregels zullen deze met de betrokken uitvoerders worden besproken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

10/10

Model beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen

Programma hersteloperatie toeslagen

Thema of datum

Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 83 93 Juni, 2025 Versiebeheer

Doorgevoerde wijzigingen

Versie 1, juni 2025

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

1/20

Inhoudsopgave 1.

Model Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen ........................................ 3

2.

Toelichting .......................................................................................................................................... 10

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

2/20

1. Model Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen Leeswijzer modelbepalingen - […] of (bijvoorbeeld) [tijdstip] = door gemeente in te vullen, zie de definitie van college in artikel 1. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente, zie bijvoorbeeld artikel 7, eerste lid. - [iets] = facultatief, zie bijvoorbeeld artikel 20. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen, zie bijvoorbeeld artikel 22. Combinaties zijn ook mogelijk; bijvoorbeeld een bepaling die zowel facultatief is als een keuzemogelijkheid inhoudt. Zie artikel 6. Let op dat de nummering of lettering bij het niet overnemen van een facultatief artikel, lid, of onderdeel moet worden aangepast. Bij een opsomming wordt zo nodig achter het voorlaatste onderdeel “en” of “of” geplaatst en wordt het laatste onderdeel afgesloten met een “.” of een “,” als er nog een staarttekst volgt. Nadere uitleg is opgenomen in de implementatiehandleiding.

Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van [naam gemeente] houdende bepalingen over brede ondersteuning [eventueel jaartal] (Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen [naam gemeente en eventueel jaartal]) Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; gelet op de artikelen 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen en 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen: Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen [naam gemeente en eventueel jaartal] HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Definities In deze beleidsregels wordt verstaan onder: -

bedreigende situatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen beëindiging van de zorgverzekering, ernstig belemmerende psychische omstandigheden of een soortgelijke acute crisissituatie;

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3/20

-

-

-

college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [naam gemeente]; gezin: gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet waarbij onder het kind ook het thuiswonende kind of pleegkind van achttien jaar of ouder valt van de persoon, bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, van de wet of hun partner; hulpvraag: formulering van de behoefte aan brede ondersteuning dat passend is om de doelstellingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, te kunnen bereiken; inwoner: degene die als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente ingeschreven is; kindregeling: herstelregeling op grond van afdeling 2.2 van de wet waarmee een tegemoetkoming en brede ondersteuning wordt geboden aan kinderen van gedupeerde ouders; leefgebieden: de vijf leefgebieden, genoemd in artikel 2.21, eerste lid, van de wet, zijnde financiën, gezin, werk, wonen en zorg; reguliere ondersteuning: andere gemeentelijke ondersteuning binnen het sociaal domein dan brede ondersteuning; toekennen: verlenen van de aanspraak op een voorziening; UHT: Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen; verstrekken: feitelijk verschaffen van een toegekende voorziening; voorziening: materiële voorziening als bedoeld in artikel 13 of immateriële voorziening als bedoeld in artikel 14; wet: Wet hersteloperatie toeslagen.

HOOFDSTUK 2. DOEL, UITZONDERINGEN EN DOELGROEP BREDE ONDERSTEUNING Artikel 2. Doel van de brede ondersteuning 1. De brede ondersteuning is gericht op: a. het ondersteunen van de aanvrager bij het maken van een nieuwe start in het kader van herstel als bedoeld in artikel 2.21, vierde lid, van de wet; en b. het bijdragen aan het herstel van vertrouwen van de aanvrager in de overheid. 2. De doelstellingen van de brede ondersteuning op de leefgebieden die de aanvrager in staat moet stellen een nieuwe start te maken zijn: a. financiën: in staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren; b. gezin: samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen; c. werk: minimaal de beschikking hebben over een startkwalificatie of duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces; d. wonen: een veilige en betaalbare plek om te wonen; en e. zorg: welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

4/20

Artikel 3. Uitzonderingen brede ondersteuning Geen onderdeel van de brede ondersteuning zijn: a. b. c. d.

vormen van algemene inkomensaanvulling of inkomensondersteuning; ondersteuning op andere leefgebieden dan bedoeld in artikel 1; vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet; vergoeding van schulden, tenzij het gaat om vergoeding van betalingsachterstanden in een bedreigende situatie en onder de voorwaarde dat er ook aanvullende voorzieningen worden ingezet om herhaling van een bedreigende situatie te voorkomen; e. kosten voor voorzieningen die zijn gemaakt voordat een aanvraag is ingediend tenzij sprake was van een bedreigende situatie; of f. kosten voor een advocaat bij het ontvangen van vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet.

Artikel 4. Doelgroep brede ondersteuning 1.

2.

3.

4.

Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan inwoners die onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet vallen en die niet eerder met brede ondersteuning een nieuwe start hebben kunnen maken. Het college verleent ook brede ondersteuning aan het gezin van de aanvrager die op grond van het eerste lid is toegelaten tot de brede ondersteuning. De samenstelling van het gezin op het moment van de aanvraag is leidend. Het college kan ook toegang tot brede ondersteuning verlenen aan een aanvrager die valt onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet, maar geen inwoner is als sprake is van een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.21, derde lid, van de wet. De aanvrager wordt in dat geval gelijkgesteld met een inwoner. Bij toepassing van het derde lid vindt over de verlening van toegang tot brede ondersteuning overleg plaats met de aanvrager en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar deze aanvrager inwoner is.

Artikel 5. Brede ondersteuning voor een minderjarige Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan een minderjarige die in aanmerking komt voor de kindregeling als deze: a. jonger is dan zestien jaar en onder het gezag van een inwoner staat; b. jonger is dan zestien jaar en feitelijk verblijft bij een inwoner die één van de gezaghebbers is; of c. zestien jaar of ouder is en zelf inwoner is.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5/20

HOOFDSTUK 3. AANVRAAG, EERSTE GESPREK EN VASTSTELLING HULPVRAAG Artikel 6. Aanvraag brede ondersteuning [1. Een aanvraag voor toegang tot brede ondersteuning aan het college [kan zowel schriftelijk als mondeling [bij het stadsloket, wijkteam of digitaal] worden ingediend. OF wordt schriftelijk ingediend [bij het stadsloket, wijkteam of digitaal].] 2. Het college stelt vast of de inwoner behoort tot de in artikel 4, eerste lid, genoemde doelgroep en daarmee in aanmerking komt voor brede ondersteuning bij de UHT. 3. Indien een inwoner bij de UHT heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor brede ondersteuning, ontvangt het college de contactgegevens van de inwoner via het gegevensportaal van de UHT. De datum van ontvangst van de gegevens via het gegevensportaal van de UHT wordt gelijkgesteld met het indienen van de aanvraag. Artikel 7. Eerste gesprek en vaststelling hulpvraag 1. 2. 3.

Nadat een aanvraag bij het college is ingediend, nodigt het college de aanvrager binnen [(redelijke termijn noemen, bijvoorbeeld acht)] weken uit voor een eerste gesprek. De aanvrager bepaalt of het eerste gesprek op locatie plaatsvindt of bij de aanvrager thuis. [In de uitnodiging vraagt het college de aanvrager diens keuze kenbaar te maken.] Tijdens het eerste gesprek wordt samen met de aanvrager, aan de hand van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, de situatie van de aanvrager op de leefgebieden op het moment van de aanvraag vastgesteld en wordt gezamenlijk bepaald wat diens hulpvraag is.

HOOFDSTUK 4. BESLUIT OP DE AANVRAAG EN PLAN VAN AANPAK Artikel 8. Besluit op de aanvraag 1. Het college zorgt dat de aanvrager [(termijn noemen, maximaal acht)] weken na het eerste gesprek een beschikking ontvangt. De beschikking bevat: a. een verlening van toegang tot brede ondersteuning met een plan van aanpak dat minstens op hoofdlijnen is vastgesteld; of b. een gemotiveerde weigering van de toegang tot brede ondersteuning. 2. Het college kan de termijn uit het eerste lid voor het opstellen van een plan van aanpak met [(termijn noemen, maximaal vier)] weken verlengen. Artikel 9. Het opstellen van het plan van aanpak 1.

Het college stelt samen met de aanvrager het plan van aanpak op. Daarbij vormt de situatie van de aanvrager op het moment van de aanvraag en de hulpvraag het startpunt. 2. In het plan van aanpak wordt vastgelegd: a. hoe stapsgewijs en integraal naar de doelstellingen voor het maken van een nieuwe start door de aanvrager op de leefgebieden wordt toegewerkt; en

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6/20

b. welke voorzieningen worden toegekend om de aanvrager op passende, adequate en duurzame wijze in staat te stellen deze doelstellingen te bereiken.

Artikel 10. Aanvullend schuldhulpverleningsaanbod jongeren 1.

Het plan van aanpak bevat een aanvullend schuldhulpverleningsaanbod, zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021, als de aanvrager: a. achttien jaar of ouder is; b. in aanmerking komt voor de kindregeling; c. naar het oordeel van het college in een problematische schuldsituatie zit; en d. diens aanvraag heeft ingediend binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021 2. Het college begeleidt de aanvrager bij het inzichtelijk maken van diens financiële situatie.

Artikel 11. Het wijzigen van het plan van aanpak 1. Het college kan tot twee jaar na het eerste gesprek het plan van aanpak in samenspraak met de aanvrager aanvullen of nieuwe of andere voorzieningen toekennen. Bij materiële voorzieningen is deze termijn beperkt tot zes maanden na het eerste gesprek. 2. Een aanvrager kan [schriftelijk] een verzoek indienen [bij het stadsloket, wijkteam of digitaal] om het plan van aanpak te wijzigen. Artikel 8, eerste lid, is op deze aanvraag van overeenkomstige toepassing. 3. Als de aanvrager het college verzoekt een aanvullende voorziening toe te kennen, toetst het college dit verzoek aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14. 4. De in het plan van aanpak vastgestelde doelstellingen wijzigt het college niet, tenzij zich gedurende de uitvoering van het plan van aanpak nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die wijziging noodzakelijk maken.

HOOFDSTUK 5. TOEKENNEN EN VERSTREKKEN VAN VOORZIENINGEN Artikel 12. Voorzieningen 1. 2.

Het college verstrekt aan de aanvrager de immateriële en materiële voorzieningen die in het plan van aanpak zijn toegekend. Bij het toekennen van de voorzieningen houdt het college onder andere rekening met: a. de vaardigheden van de aanvrager; b. de draagkracht en financiële armslag van de aanvrager; c. de omvang en de samenstelling van het huishouden van de aanvrager; d. het duurzame karakter van de voorziening; en e. de wijze waarop de voorziening de aanvrager in staat stelt om de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7/20

Artikel 13. Materiële voorzieningen 1.

2.

Een materiële voorziening is een zaak die noodzakelijk is om belemmeringen van de aanvrager bij het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak weg te nemen of te beperken. Het college kan materiële voorzieningen tot zes maanden na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.

Artikel 14. Immateriële voorzieningen 1.

2.

Een immateriële voorziening is een vorm van hulpverlening of een dienst die nodig en passend is voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties van de aanvrager voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak. Het college kan immateriële voorzieningen tot twee jaar na het eerste gesprek toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.

Artikel 15. Medewerking aanvrager Het college kan, voordat de voorziening wordt toegekend via het plan van aanpak, de aanvrager om medewerking vragen om te kunnen bepalen of een beoogde voorziening aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voldoet. Artikel 16. Weigeren voorzieningen Het college weigert het toekennen van een voorziening als: a. de gevraagde voorziening al vóór het eerste gesprek is gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er na het indienen van de aanvraag maar vóór het eerste gesprek sprake was van een bedreigende situatie waarvoor de voorziening noodzakelijk was; b. de voorziening niet aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voldoet; of c. de aanvrager niet de medewerking, bedoeld in artikel 15 heeft verleend en het college daardoor niet kan vaststellen of de beoogde voorziening aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voldoet.

HOOFDSTUK 6. BEËINDIGING BREDE ONDERSTEUNING EN OVERDRACHT Artikel 17. Beëindiging van de brede ondersteuning 1. In aanvulling op artikel 2.21, vierde lid, van de wet eindigt de brede ondersteuning als de aanvrager: a. om beëindiging van de brede ondersteuning verzoekt; of b. niet binnen een redelijke termijn van de brede ondersteuning gebruik heeft gemaakt en niet reageert op een oproep van het college om hier alsnog gebruik van te maken.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8/20

2. Het college nodigt de aanvrager bij de beëindiging van de brede ondersteuning uit voor een gesprek om de actuele situatie van de aanvrager op de leefgebieden te bespreken. Artikel 18. Overdracht van hulpverlening Als de aanvrager bij de beëindiging van de brede ondersteuning de doelstellingen uit het plan van aanpak niet heeft bereikt en het plan van aanpak niet expliciet in een overdracht naar reguliere ondersteuning voorziet, dan zorgt het college in samenspraak met de aanvrager alsnog voor een warme overdracht vanuit de brede ondersteuning. Artikel 19. Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze beleidsregels, indien strikte toepassing ervan zou leiden tot een onevenredige benadeling van een belanghebbende of tot een uitkomst die kennelijk onredelijk is. HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN [Artikel 20. Klachten Een aanvrager kan een klacht indienen bij de [instantie noemen], als er ontevredenheid bestaat over een onderdeel van de brede ondersteuning.] [Artikel 21. Intrekking De beleidsregels [citeertitel beleidsregels] worden ingetrokken met ingang van de dag dat deze beleidsregels in werking treden.] Artikel 22. Inwerkingtreding [Deze beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking. OF Deze beleidsregels treden in werking op [datum noemen].] Artikel 23.

Citeertitel Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregels brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen [(naam gemeente en eventueel jaartal)].

Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris, [naam secretatis] de burgemeester, [Naam burgemeester]

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9/20

2. Toelichting Algemeen Bij een zeer groot aantal ouders is tussen 2005 en 2019 onterecht de kinderopvangtoeslag stopgezet door de Belastingdienst. Dat heeft voor die ouders, hun gezinnen, ex-toeslagpartners en nabestaanden enorme gevolgen gehad. Deze ouders, hun gezinnen, ex-toeslagpartners en nabestaanden is daardoor ernstig onrecht aangedaan. (Gedupeerde) ouders hebben vaak meer nodig dan alleen financieel herstel. Zij kunnen nog dagelijks gevolgen ondervinden van de manier waarop de terugvordering van de kinderopvangtoeslag plaatsvond. Gedupeerden hebben recht op begrip, erkenning en ondersteuning. Zij hebben bijvoorbeeld ondersteuning nodig bij het vinden van passend werk, het oplossen van schulden of begeleiding bij gezondheidsproblemen. Gemeenten spelen hierbij een belangrijke rol, omdat zij dicht bij hun inwoners staan en beschikken over ruime ervaring in het sociaal domein. Om die reden is in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) geregeld dat het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) bevoegd is om brede ondersteuning te bieden aan personen die zijn getroffen door de toeslagenproblematiek. Voor aanvragers van kinderopvangtoeslag die zich hebben aangemeld bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), kan de brede ondersteuning starten vanaf het moment van aanmelding.

Deze werkwijze vloeide voort uit de wens van het kabinet om aan het begin van de hersteloperatie ouders, los van de duur van het beoordelingsproces, tijdig bij te staan om zo erger te voorkomen. Indien uit de Integrale Beoordeling (IB) blijkt dat een aanvrager kinderopvangtoeslag die zich bij UHT heeft gemeld, niet als gedupeerde ouder wordt erkend, komt deze persoon niet langer in aanmerking voor brede ondersteuning. In dat geval wordt de ondersteuning beëindigd. Het indienen van bezwaar tegen de beoordeling door UHT heeft geen opschortende werking op de beëindiging van de brede ondersteuning. Met andere woorden: als iemand na afronding van de IB als niet-gedupeerd is beoordeeld door UHT, dan stopt het recht op de brede ondersteuning, ook als deze persoon tegen dat besluit in bezwaar gaat. Extoeslagpartners, kinderen en nabestaanden kunnen na erkenning door de UHT terecht bij de gemeente voor de brede ondersteuning. Het college verifieert bij UHT of de inwoner recht heeft op brede ondersteuning. Maken van een nieuwe start Op grond van de Wht biedt het college brede ondersteuning aan gedupeerde ouders, extoeslagenpartners, kinderen, nabestaanden en hun gezinnen. Het doel van de brede ondersteuning is dat het gedupeerden in staat stelt een nieuwe start te maken na de toeslagenproblematiek.

De brede ondersteuning draagt bij aan het herstel van vertrouwen van de gedupeerden in de overheid. Waar het financiële herstel, uitgevoerd door de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT), zich richt op wat er is gebeurd in het verleden, kijkt de gemeente met brede ondersteuning juist vooruit. De brede ondersteuning is tijdelijk en toekomstgericht. Met de brede ondersteuning wordt de gedupeerde in staat gesteld een stap vooruit te zetten, grip op het leven te krijgen en perspectief te vinden. Zij moeten de draad van hun leven weer kunnen oppakken. Wat daarvoor nodig is, verschilt per persoon.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

10/20

Het faciliteren van een nieuwe start staat centraal in de brede ondersteuning. Hiermee is ‘de nieuwe start’ een paraplubegrip. De nieuwe start is gekoppeld aan doelstellingen die verband houden met de vijf leefgebieden die in artikel 2.21, eerste lid, van de Wht zijn genoemd. Dit betreft financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Met de geboden ondersteuning, welke altijd gericht is op het behalen van de doelstellingen, krijgen ouders en kinderen de mogelijkheid om vaardigheden te ontwikkelen, kennis op te doen en hulp te krijgen om zo de doelstellingen op de vijf leefgebieden te kunnen behalen. Bieden van maatwerk Brede ondersteuning is daarmee maatwerk. Dit stelt de gemeente in staat om, binnen de situatie van de gedupeerde, adequate en duurzame ondersteuning in te zetten en zo in samenhang op alle vijf de leefgebieden passende ondersteuning te bieden. De individuele situatie van de gedupeerde en het gezin op het moment van de aanvraag is hierbij het uitgangspunt. Inherent aan het hanteren van dit uitgangspunt en het bieden van maatwerk is dat er bepaalde verschillen in ondersteuning bestaan. Ook tussen gemeenten onderling. De situatie en de behoefte van iedere gedupeerde is anders en hiermee ook de hulpverlening die wordt geboden.

Ruimhartigheid binnen de brede ondersteuning De vijf leefgebieden die in artikel 2.21, eerste lid, van de Wht zijn genoemd sluiten aan bij de reguliere ondersteuning die gemeenten bieden aan inwoners. Ook de doelstellingen waar de gemeente samen met de gedupeerde naartoe werkt, komen overeen met die in het sociaal domein. Waar de reguliere dienstverlening van gemeenten in het sociaal domein echter is ingericht als sociaal vangnet, biedt de brede ondersteuning gemeenten de ruimte om de hulpverlening in te zetten die nodig is om gedupeerden toekomstperspectief te bieden. Alle inwoners die vallen binnen de personenkring van artikel 2.21, eerste lid, van de Wht hebben toegang tot de brede ondersteuning en kunnen deze dus aanvragen. Brede ondersteuning is niet gericht op financieel herstel en biedt geen compensatie voor schade uit het verleden. Het maken van een nieuwe start in de toekomst staat centraal. Tegen die achtergrond is de brede ondersteuning ruimhartig. Dit betekent dat er geen aanvullende kaders of toetsen zijn verbonden aan de toegang tot de brede ondersteuning, dat de meest adequate en duurzame hulp wordt ingezet en dat dit zo snel mogelijk gebeurt. Aanvragers kunnen de draad van hun leven dan ook zo snel als mogelijk oppakken.

Het plan van aanpak als basis voor de ingezette hulp Om te bepalen wat er op de leefgebieden nodig is, brengt het college samen met de aanvrager de situatie van de aanvrager in kaart. Dit is de situatie op het moment van de aanvraag. Vervolgens wordt gezamenlijk, aan de hand van de algemene doelstellingen die voor de vijf leefgebieden zijn geformuleerd, de hulpvraag van de aanvrager en eventueel diens gezin vastgesteld. Op basis van die hulpvraag wordt het plan van aanpak opgesteld. In het plan van aanpak wordt gemotiveerd toegelicht hoe stapsgewijs en integraal naar welke doelstellingen wordt toegewerkt om een nieuwe start te kunnen maken. En waarom welke voorzieningen worden toegekend om de aanvrager uiteindelijk op adequate en duurzame wijze in staat te kunnen stellen deze doelstellingen te bereiken. Het is voor het aanbod van brede ondersteuning niet leidend of benodigde ondersteuning het gevolg is van de invordering van de kinderopvangtoeslag. Het uitgangspunt is met elkaar vast te stellen welke ondersteuning het best passend en nodig is om de doelstellingen te kunnen behalen.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11/20

Verhouding reguliere dienstverlening De inzet van de ondersteuning is gericht op de doelstellingen die gemeenten ook hanteren vanuit de reguliere dienstverlening binnen het sociaal domein. Waar de reguliere dienstverlening is ingericht als sociaal vangnet, is de brede ondersteuning echter gericht op het bevorderen van een nieuwe start in het kader van herstel. Middels maatwerk kan de meest adequate hulp worden ingezet die nodig wordt bevonden, zonder de kaderstelling die gemeenten vanuit het reguliere sociale domein hanteren. Hoewel er duidelijke verschillen zitten tussen de doelstellingen en voorwaarden van de reguliere ondersteuning in het sociaal domein en de brede ondersteuning in de hersteloperatie toeslagen, sluiten deze werkwijzen wel op elkaar aan. Veel van de reguliere kennis en hulpverlening die gemeenten inzetten voor al hun inwoners is passend voor het bevorderen van een nieuwe start. Deze voorzieningen kunnen dus ook worden ingezet via het plan van aanpak aan rechthebbenden van de brede ondersteuning. Denk hierbij aan de ondersteuning bij het oplossen en in balans krijgen en houden van financiën zoals vanuit afdelingen schuldhulpverlening en gezinscoaching vanuit het maatschappelijk werkveld.

Invloed ontvangen voorzieningen op bijstandsuitkering Materiële voorzieningen vanuit de brede ondersteuning kunnen worden beschouwd als middelen in de zin van de Participatiewet. Op grond van artikel 31, tweede lid , onderdeel m, van de Participatiewet heeft het college de bevoegdheid om deze middelen uit te zonderen bij de beoordeling van het recht op bijstand. In circulaire 2024-2 heeft de toenmalige Minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen gemeenten opgeroepen om in dergelijke bijzondere situaties gebruik te maken van deze mogelijkheid en de middelen uit de brede ondersteuning buiten beschouwing te laten. In het verlengde daarvan is het uitgangspunt dat de toekenning van voorzieningen als onderdeel van de brede ondersteuning niet van invloed is op de voorzieningen die een aanvrager op grond van de Participatiewet ontvangt. Artikelsgewijs In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die (onderdelen) van bepalingen behandeld die nadere toelichting behoeven. Artikel 1. Definities In dit artikel zijn de begrippen omschreven die worden gebruikt in de beleidsregels. Daarbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de Wht. Bijvoorbeeld als het aankomt op de definitie van gezin, kindregeling en leefgebieden.

Bedreigende situatie Voor de invulling van de definitie van bedreigende situatie is aansluiting gezocht bij artikel 4, tweede lid, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Dit vanuit het algemene uitgangspunt dat de beleidsregels onderdeel zijn van de ondersteuning in het sociaal domein. Toekennen en verstrekken Verder zijn in de begrippen aparte definities opgenomen van toekennen en verstrekken. Dit om een onderscheid te maken tussen het moment waarop wordt vastgesteld dat een bepaalde voorziening nodig is en een voorziening zoals een opleiding of begeleiding wordt toegekend. En het moment waarop van de voorziening gebruik wordt gemaakt en er dus bijvoorbeeld een opleiding start of begeleiding begint. Dat is het moment waarop de voorziening wordt verstrekt. Dit onderscheid is van belang omdat voorzieningen tot twee jaar na het eerste gesprek kunnen worden toegekend, maar de verstrekking ook na dat moment nog aan de orde kan zijn. Op deze manier kan de geboden ondersteuning langer doorlopen dan twee jaar.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

12/20

Artikel 2. Doel van de brede ondersteuning Brede ondersteuning sluit aan op de rijksbrede doelstellingen die gemeenten ook hanteren vanuit de reguliere dienstverlening binnen het sociaal domein, maar richt zich nadrukkelijk niet op het bieden van een sociaal vangnet. Het gaat om het bieden van toekomstperspectief. Het in staat stellen van de aanvrager om een nieuwe start te maken en het leveren van een bijdrage van het herstel van vertrouwen van de aanvrager in de overheid. Dat is in het eerste lid expliciet gemaakt. Dat het uitgangspunt van de brede ondersteuning is dat toekomstperspectief wordt geboden, betekent ook dat brede ondersteuning maatwerk is. Een nieuwe start ziet er voor iedere aanvrager anders uit en ook het startpunt, oftewel de situatie ten tijde van de aanvraag, verschilt per aanvrager. Wel staan bij de brede ondersteuning steeds dezelfde vijf leefgebieden centraal. Deze leefgebieden en daarbij behorende doelstellingen zijn in het tweede lid opgesomd. Het college bespreekt met iedere aanvrager aan de hand van deze doelstellingen op welke van de vijf leefgebieden er behoefte is aan ondersteuning en waar die ondersteuning uit moet bestaan om de resultaten te kunnen behalen. Artikel 3. Uitzonderingen brede ondersteuning Dit artikel maakt duidelijk wat van de brede ondersteuning uitgezonderd is.

Zo is brede ondersteuning geen sociaal vangnet voor algemene inkomensaanvulling of inkomensondersteuning (onderdeel a), vallen behoeften die niet gericht zijn op de vijf leefgebieden of het behalen van de bijbehorende doelstellingen uit artikel 2, tweede lid buiten de brede ondersteuning (onderdeel b) en is het geen taak van de gemeenten om financieel herstel te bieden en dus schade vanuit het verleden te vergoeden (onderdeel c). Verder geldt voor sommige vergoedingen en kosten dat deze in beginsel geen onderdeel uitmaken van de brede ondersteuning, maar dat er een uitzondering mogelijk is als er sprake is van een bedreigende situatie (onderdeel d en e). In dat geval staan niet de vergoedingen en kosten zelf, maar het voorkomen van de gevolgen van een acute noodsituatie centraal. Niet het vergoeden van de schuld, maar het beëindigen van de acute noodsituatie en het voorkomen van erger staat in dat geval centraal. Het college stelt in die gevallen wel de voorwaarde dat er aanvullende voorzieningen zijn die herhaling van de bedreigende situatie voorkomen, bijvoorbeeld op het gebied van schuldhulpverlening. Verder is de vergoeding van kosten die zijn gemaakt voordat er een aanvraag is ingediend voor brede ondersteuning geen onderdeel van de brede ondersteuning (onderdeel e).

Tot slot zijn er over de inzet van advocaten, voor bijstand in het financiële herstelproces, door het Rijk afspraken gemaakt met de Nederlandse Orde van Advocaten (onderdeel f). Er is gratis hulp van een advocaat beschikbaar via herstel.toeslagen.nl. Dit is om die reden ook van de brede ondersteuning uitgezonderd. Artikel 4. Doelgroep brede ondersteuning De Wht regelt welke inwoners van de gemeente in aanmerking komen voor brede ondersteuning. In het eerste lid wordt daarnaar verwezen. In de wet wordt de inwoner genoemd die: -

een aanvrager van een kinderopvangtoeslag is en een aanvraag heeft ingediend tot toekenning van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van de Wht; een kind, een pleegkind of een voormalig pleegkind is dat in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.12 van de Wht; en ex-partner is die in aanmerking komt voor de compensatie, bedoeld in artikel 2.14h, eerste lid, van de Wht, en aan wie deze is toegekend; een partner is die in aanmerking komt voor een compensatie of tegemoetkoming, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of overneming en betaling van

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

13/20

-

-

privaatrechtelijke schulden van de gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 2.9a van de Wht; een kind is dat in aanmerking komt voor een compensatie of tegemoetkoming, kwijtschelding van bestuursrechtelijke schulden of overneming en betaling van privaatrechtelijke schulden van de gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag als bedoeld in artikel 2.9b van de Wht; hun gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet en het thuiswonende kind of pleegkind van 18 jaar of ouder van de personen, bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, van de Wht, of van hun partner.

In aanvulling hierop is in de beleidsregels bepaald dat alleen brede ondersteuning wordt geboden aan inwoners die nog niet in staat zijn gesteld om vanuit de brede ondersteuning een nieuwe start te kunnen maken. Voor aanvragers van kinderopvangtoeslag die zich hebben aangemeld bij UHT kan de brede ondersteuning starten vanaf het moment van aanmelding bij de UHT, zoals in het algemene deel van deze toelichting toegelicht. Indien uit de integrale beoordeling blijkt dat een aanvrager van de kinderopvangtoeslag die zich bij UHT heeft gemeld niet als gedupeerde ouder wordt erkend, komt deze persoon niet langer in aanmerking voor brede ondersteuning, ook als deze persoon hiertegen in bezwaar gaat. Zodra de integrale beoordeling is afgerond wordt in dat geval de ondersteuning beëindigd. Op grond van de Wht wordt ook brede ondersteuning geboden aan het gezin van de inwoners die in de wet worden genoemd. Het tweede lid maakt duidelijk dat de samenstelling van het gezin op het moment van de aanvraag daarbij doorslaggevend is. Dit betekent dat ook dit maatwerk is. Het college beoordeelt per aanvrager welke personen tot het gezin kunnen worden gerekend. In bijzondere omstandigheden kan tot slot brede ondersteuning worden geboden aan aanvragers die geen inwoner zijn.

Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn als een persoon die voorheen inwoner was (al dan niet tijdelijk) is verhuisd naar een andere gemeente, in detentie is geplaatst buiten de gemeente of een vertrouwensband heeft met een medewerker van de gemeente die betrokken is bij de uitvoering van brede ondersteuning (Kamerstukken II 2021/22, 36 151, nr. 3, p. 101 en 102). Als brede ondersteuning wordt geboden aan een inwoner van een andere gemeente, dan wordt die aanvrager op grond van de beleidsregels gelijkgesteld met degene die wél inwoner is. Verder vindt er over de brede ondersteuning overleg met de andere gemeente plaats. Als een inwoner die brede ondersteuning ontvangt verhuist en de brede ondersteuning wordt overgedragen aan een andere gemeente of juist van een andere gemeente overgenomen, dan draagt het college zorg voor een warme overdracht naar de nieuwe of van de oude woongemeente. De nieuwe woongemeente kan bij de oude woongemeente de gegevens opvragen die zij nodig acht voor (het continueren van) de brede ondersteuning. Artikel 5. Brede ondersteuning voor een minderjarige Kinderen van gedupeerde ouders die aanspraak kunnen maken op de kindregeling, kunnen eveneens aanspraak maken op brede ondersteuning.

Dit artikel regelt tegen die achtergrond dat minderjarigen vanaf de leeftijd van zestien jaar zelfstandig brede ondersteuning kunnen aanvragen bij het college in de gemeente waar zij inwoner zijn. Minderjarigen die jonger zijn dan zestien jaar, kunnen hiervoor terecht bij het college in de gemeente waarvan degene die het ouderlijk gezag uitoefent inwoner is. Als beide ouders het gezag uitoefenen, maar geen inwoner van dezelfde gemeente zijn, dan kan de minderjarige brede ondersteuning aanvragen bij het college van de gemeente waar de ouder inwoner is bij wie de minderjarige feitelijk verblijft.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

14/20

Artikel 6. Aanvraag brede ondersteuning Een inwoner kan direct bij het college een aanvraag doen voor brede ondersteuning. [De aanvraag is vormvrij en kan [bij het stadsloket, de wijkteam of digitaal] zowel schriftelijk als telefonisch worden gedaan. OF De aanvraag wordt schriftelijk ingediend [bij het stadsloket of wijkteam. Dit kan ook digitaal].]. Een ouder kan ook via de UHT kenbaar maken dat deze in aanmerking wil komen voor een gemeentelijk hulpaanbod. Het college ontvangt dan de gegevens via het gegevensportaal van de belastingdienst. Het moment van ontvangst van de gegevens via het portaal wordt gelijkgesteld met het indienen van een aanvraag. Indien een inwoner zich direct bij het college meldt, verifieert het college of de inwoner in aanmerking komt voor brede ondersteuning bij het Serviceteam gemeenten bij de UHT. Artikel 7. Eerste gesprek en vaststelling hulpvraag Het college nodigt de aanvrager op grond van dit artikel binnen [(redelijke termijn noemen, bijvoorbeeld acht weken)] nadat de aanvraag is ontvangen uit voor een eerste gesprek. Tijdens dit eerste gesprek wordt aan de hand van de vijf doelstellingen uit artikel 2, tweede lid, de situatie van de aanvrager besproken en wordt samen met de aanvrager vastgesteld wat de hulpvraag is.

Hierbij wordt op basis van de feiten en omstandigheden ten tijde de indiening van de aanvraag onderzocht wat er op elk van de vijf leefgebieden voor de aanvrager nodig is om de doelstellingen te kunnen bereiken. Om ervoor te zorgen dat het juiste maatwerk geleverd wordt én bij te dragen aan het herstel van vertrouwen van de aanvrager in de overheid, is het van belang dat de aanvrager de mogelijkheid heeft om tijdens het eerste gesprek de regie te voeren. Om die reden is in de beleidsregels vastgelegd dat de hulpvraag samen met de aanvrager wordt bepaald. Verder krijgt de aanvrager, wanneer die wordt uitgenodigd voor het eerste gesprek, ook de mogelijkheid om te bepalen waar dit gesprek plaatsvindt. Dit kan op locatie zijn of bij de aanvrager thuis. Artikel 8. Besluit op de aanvraag Het college beslist [(redelijke termijn noemen, maximaal acht weken)] na het eerste gesprek over de toegang tot de brede ondersteuning. De aanvrager krijgt een toekennings- of een afwijzingsbeschikking. In de toekenningsbeschikking is een plan van aanpak opgenomen. In dit plan van aanpak is samen met de aanvrager vastgelegd wat de doelstellingen van de brede ondersteuning zijn en, indien passend, welke voorzieningen daarbij worden toegekend.

Omdat het lastig kan zijn om binnen een aantal weken volledig zicht te hebben op de doelstellingen en ondersteuningsbehoeften, kan het plan van aanpak ook eerst op hoofdlijnen worden vastgesteld. Deze is dan ook onderdeel van de toekenningsbeschikking en bevat ten minste een vastgestelde hulpvraag. Een plan van aanpak dat op hoofdlijnen is vastgesteld, kan vervolgens samen met de aanvrager worden aangevuld. In de afwijzingsbeschikking is gemotiveerd aangegeven waarom er geen toegang tot brede ondersteuning is. Naast de mogelijkheid van een voorlopig plan van aanpak, biedt het tweede lid ook de mogelijkheid de termijn voor het opstellen van het plan van aanpak te verlengen. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gesteld. Tegen elke beschikking staat bezwaar en beroep open. Dit wordt schriftelijk kenbaar gemaakt.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

15/20

Artikel 9. Het opstellen van het plan van aanpak In het plan van aanpak staan de hulpvragen van de aanvrager centraal. Vanuit de situatie van de aanvrager op het moment waarop de aanvraag is ingediend, is uitgewerkt hoe stapsgewijs en op een samenhangende manier de doelstellingen uit artikel 2, tweede lid, van de aanvrager worden bereikt. Verder staat ook in het plan van aanpak welke voorzieningen het college aan de aanvrager toekent om dit op een adequate en duurzame manier te doen. De aanvrager wordt hiermee in staat gesteld om een nieuwe start te kunnen maken. In het plan van aanpak wordt dus ook gemotiveerd op welke wijze de toekenning van de voorziening bijdraagt aan het bereiken van een nieuwe start. Artikel 10. Aanvullende schuldhulpverleningsaanbod jongeren Binnen de brede ondersteuning is er bijzondere aandacht voor jongeren met problematische schulden. Doordat het voor deze groep moeilijker is om een nieuwe start te maken, is er een aanvullend schuldhulpverleningsaanbod mogelijk. Het aanvullend aanbod bestaat uit twee (cumulatieve) onderdelen. Beide onderdelen samen vormen het aanbod: 1. een plan van aanpak; 2. het oplossen van saneerbare schulden. Het eerste lid maakt dat expliciet en bevat de voorwaarden waarbij het college dit aanbod in elk geval doet. Het college beoordeelt of de schulden als problematisch worden gekwalificeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1733/documents/23167