CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D04 College, raadsbrief Praktijkondersteuner Jeugd bij de huisarts (POHJ).pdf

Gemeenteraad 11 november 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken17.452 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hillegom

Raadsbrief Praktijkondersteuner Jeugd bij de huisarts (POHJ) aan:

de raad van de gemeente Hillegom

zaaknummer: Z-21-212323 datum collegevergadering: 12 oktober 2021 portefeuillehouder: Jan van Rijn behandelend ambtenaar: Willeke van der Werf embargo: ☐

Aanleiding Sinds de transitie van de jeugdhulp in 2015 heeft de gemeente samen met veel organisaties gewerkt aan laagdrempelige hulp bij opvoeden en opgroeien: de transformatie. Ondanks de goed toegankelijke lichte hulp en ondersteuning bij Voor ieder 1 en het CJG, blijft de groep kinderen en jeugdigen die gebruik maakt van de specialistische jeugdhulp onverminderd hoog, en daardoor de uitgaven ook. Wat daarbij een grote rol speelt, is dat veel ouders met zorgen over opgroeien, gedrag en opvoeden ervoor kiezen om naar de huisarts te gaan. Daardoor is de huisarts, naast de gemeentelijke toegang, een belangrijke verwijzer voor niet vrij toegankelijke specialistische jeugdhulp, en richting Jeugd-GGZ de grootste verwijzer. De huisartsenpraktijk is dan ook een belangrijke plek om preventie in de eerste lijn vorm te geven en in te zetten op het verkleinen van het beroep op zorg in de tweede lijn. Op grond van zijn of haar medische professionaliteit en beeld van de achterliggende gezinsproblematiek bij kind- en/of opvoedproblemen kan de huisarts doorverwijzen naar alle vormen van jeugdhulp. Tegelijkertijd blijkt het voor de huisartsen niet zo makkelijk om psychosociale of psychiatrische problematiek bij jeugdigen goed te onderkennen en gericht te verwijzen naar de meest geschikte jeugdhulp.

De huisartsen geven zelf aan hier onvoldoende mogelijkheden voor te hebben en onvoldoende tijd, met een consultduur van hooguit een kwartier. Huisartsen verwijzen daardoor dan rechtstreeks naar specialistische zorg waar andere niet-specialistische hulp misschien meer op zijn plaats had kunnen zijn. De huisartsen in Hillegom waren zich bewust van de situatie in de jeugdzorg en hun rol daarbij als verwijzer. Zij zijn daarom nauw betrokken geweest bij de opzet van de pilot Praktijkondersteuner Jeugd bij de huisarts die eind 2019 startte voor de duur van 2 jaar. In deze periode, die duurt tot 31 december 2021, houdt de POH-J 14 uur spreekuur per week. Het spreekuur vindt deels plaats bij in twee huisartsenpraktijken en bij VoorIeder1 in dienstencentrum Elsbroek. De huisartsen geven aan dat zij, met uitzondering van overduidelijke crisissituaties, hun jeugdigen in de afgelopen periode al vooral naar de Praktijkondersteuner Jeugd verwijzen. Zij waarderen de inzet van de praktijkondersteuner en willen die situatie graag voortzetten. Ook is er begrip dat in het kader van evaluatie van de pilot ook verbetermogelijkheden en een verdere ontwikkeling van de inzet worden besproken.

Rol en beoogd effect van een POH-Jeugd GGZ De POH Jeugd is in staat om psychische/psychosociale problematiek bij jeugdigen te signaleren, goed in kaart te brengen en kortdurend te begeleiden. De POH Jeugd heeft ruim tijd voor een uitgebreide intake en krijgt zo een gedetailleerder beeld van de hulpvraag/problematiek: soms is een verwijzing niet de juiste oplossing, maar kan met kortdurende, laagdrempelige begeleiding de jeugdige weer verder. Begeleiding die de huisarts niet kan bieden. De inzet van de POH Jeugd kan zo bijdragen aan het inzetten van zo licht mogelijke passende hulp, aan het beter en sneller verwijzen naar de juiste hulpverlener en het terugdringen van het aantal doorverwijzingen naar specialistische hulp. De POH Jeugd werkt daarbij samen met de partners die ook betrokken zijn bij jeugdigen en gezinnen, zoals het CJG, Voor ieder 1 (JGT), jeugdhulp en onderwijs. Met de inzet van de POH Jeugd streven we een kwaliteitsverbetering na van hulpverlening en verwijzingen (de juiste hulp op de juiste plek), maar ook een besparing op de kosten van jeugdhulp, doordat het aantal verwijzingen (door de huisarts) naar specialistische hulp afneemt. Tenslotte bevordert de inzet van de POH Jeugd ook de samenwerking tussen huisartsen en de lokale (netwerk)partners.

De POH Jeugd als pilot De pilot POH Jeugd in Hillegom was onderdeel van een serie pilots in de regio Holland Rijnland die in 2019 en 2020 zijn gestart, als één van de interventies van het Regionaal Transformatieplan Jeugd. Vanuit het transformatiefonds zijn daarvoor aan de deelnemende gemeenten (beperkte) middelen beschikbaar gesteld. Vanuit Holland Rijnland is aan onderzoeksbureau Rebel de opdracht verleend om 9 pilots in 7 gemeenten te monitoren, en daarbij te letten op kosten(-besparing), effecten en werkwijze van de POH Jeugd. Eind mei van dit jaar is het eindrapport van dit onderzoek opgeleverd door Rebel, het is als bijlage toegevoegd aan deze raadsbrief. Wat zijn de bevindingen uit het onderzoeksrapport van Rebel? In totaal zijn 9 pilots met 11 POH’s Jeugd in 7 gemeenten gemonitord. Zij zijn in 2020 goed voor 531 behandeltrajecten. Van dit aantal werd 37% door de POH Jeugd doorverwezen naar specialistische jeugdhulp en in 10% van de gevallen was er sprake van overbruggingshulp vanwege een wachtlijst voor de benodigde jeugdhulp. Opgeteld werd dus 47% van de jeugdigen die werd gezien door de POH Jeugd doorverwezen. Er werd 42% zelf behandeld en in 11% was het onduidelijk/anders. Deze uitkomsten liggen in lijn met de eerdere landelijke onderzoeken. Een korte samenvatting van deze onderzoeken is als bijlage toegevoegd aan deze raadsbrief.

Uitspraken over de effectiviteit en werkwijze van de betrokken POH Jeugd heeft Rebel door de kleine steekproef niet kunnen doen. Bovendien bleek de tijdsduur van de steekproef te kort voor inzicht in kosteneffecten (veel pilots startten later). Op basis van regionale jeugdhulpcijfers is te zien dat de vraag naar jeugdzorg in Holland Rijnland tijdens de gemonitorde periode feitelijk is gestegen: 1418 verwijzingen door de huisarts in 2018 en 1739 in 2020. Mogelijke oorzaken voor de grotere vraag zijn Corona, een aanzuigende werking door het aanbod van de POH Jeugd en mogelijk een effect van ‘stepped care’: eerst inzet door de POH Jeugd en daarna alsnog doorverwijzen naar jeugdhulp, dan ontstaat een stapeling van kosten. Inzicht per gemeente hierover kon niet worden gegeven, wel blijkt ook uit het rapport dat de situaties van de betrokken POH Jeugd onderling sterk verschillen. De besparing van vermeden trajecten in totaal wordt door Rebel voorzichtig geschat tussen de €170.000,- en €205.000,- op basis van data uit 2020. De inzet van de POH Jeugd

heeft zich voor de regio samen (m.u.v. een enkele gemeente) daarmee nog niet terugverdiend. De onderzoekers van Rebel denken dat de POH Jeugd de potentie heeft zichzelf te kunnen terugverdienen. Binnen Holland Rijnland vervangt de inzet van de POH Jeugd vooral de basisGGZ-aanvragen en in mindere mate de specialistische zorg. Ook dit is in lijn met de bevindingen uit de eerdere onderzoeken. Het deskundigheidsniveau is mede verantwoordelijk voor het succes, maar heel grote besparingen verwachten de onderzoekers niet. Een belangrijk detail is daarbij wel dat veel pilots zich in een opstartfase bevonden op het moment van onderzoek. Op dit moment gaat 70% van alle verwijzingen in de regio nog steeds rechtstreeks via de huisarts, zonder tussenkomst van de POH Jeugd, en hebben de betrokken POH’s Jeugd dus hooguit invloed op 30% van alle potentiële zorgaanvragen, waarvan ongeveer de helft niet wordt doorverwezen, maar hulp krijgt van de POH-J. De onderzoekers van Rebel signaleerden de volgende kwalitatieve effecten: huisartsen, ouders en jeugdigen zijn tevreden over de inzet en geboden ondersteuning, er is een snelle inzet van hulp, korte lijnen en de normalisering die dat oplevert worden positief ervaren. En het jeugdhulpgebruik mag dan in de periode van de pilots zijn toegenomen, procentueel gezien is het aandeel verwijzingen door de huisarts iets afgenomen.

Het lukt de POH Jeugd dus om bij zo’n 40% van de trajecten een verwijzing te voorkomen. Dit zijn cliënten die de huisarts wél zou hebben doorverwezen. Conclusies van Rebel Eind mei heeft Rebel het eindrapport gepresenteerd. Wat is de maatschappelijke meerwaarde van de POH Jeugd en is de beoogde kostenbesparing gerealiseerd?  Een POH-J bij de huisarts biedt laagdrempelige kortdurende hulp van goede kwaliteit.  Er wordt minder doorverwezen naar specialistische hulp. Als toch een verwijzing nodig is, dan is die gerichter: jeugdigen komen sneller bij de juiste hulpverlening uit (first time right).  De POH-J biedt ‘overbruggingshulp’ bij wachtlijsten.  De POH-J begeleidt een groep jeugdigen, die anders in de Jeugd GGZ terecht zou komen.  De POH-J wordt gezien als een succesvolle beheersmaatregel bij lichte GGZ zorg. Het Rebel rapport laat zien dat de inzet van de POH Jeugd in Holland Rijnland nog geen besparing heeft opgeleverd. De pilot in Hillegom is gestart op 1 september 2019, de monitoring door Rebel liep tot 1 april 2021 en er was Corona. Desondanks is de verwachting dat de POH Jeugd op den duur zichtbaar de aanvragen voor kostbare jeugdhulp kan verminderen. De inzet van de POH-J in Hillegom loopt nog door tot eind 2021. De leereffecten van deze pilot worden meegenomen bij de doorontwikkeling van de inzet van de POH-J.

De inzet van de POH-J is kansrijker als de volgende risico’s worden verkleind of vermeden:  In de pilot-periode kon de POH-J maar zo’n 30% van alle jeugdigen zien die met hun hulpvraag naar de huisarts kwamen. De andere 70% werd alsnog direct door de huisarts verwezen. Hoe meer jeugdigen de POH-J kan zien, hoe groter het aandeel kortdurende trajecten in plaats van verwijzingen naar jeugdhulp.  Preventie en vroegsignalering kunnen ook kostenverhogend uitpakken voor gemeenten doordat aanbod ook vraag creëert (zie AEF rapport).  De POH Jeugd is vooral succesvol bij kortdurende trajecten, die snel/direct kunnen starten. Wanneer zij jeugdigen langer behandelen dan verdwijnt dit voordeel.

‘Stepped care’ moet zoveel mogelijk worden voorkomen: eerst een traject bij de POH Jeugd en vervolgens alsnog verwijzing naar specialistische jeugdhulp leidt tot kostenverhoging.

Wat goed is om te weten over het onderzoek van Rebel Het Rebel-onderzoek kent een aantal beperkingen. Ten eerste is de populatie POH’s Jeugd (N=11) eigenlijk te klein om het onderzoek te kunnen vergelijken met andere (grotere) onderzoeken en om de resultaten te kunnen generaliseren, bijvoorbeeld naar een situatie in heel Holland Rijnland als alle huisartsen mee zouden doen. Ten tweede kunnen er eigenlijk geen conclusies worden getrokken over werkwijzen en effecten van de POH-J, zoals was toegezegd. Dat komt ook omdat de verschillen tussen de pilots behoorlijk zijn en het aantal onderzochte POH-J’s te beperkt is. Het vervolg Uit de ervaringen met de pilots; het rapport van Rebel, gesprekken met de POH’s Jeugd en huisartsen en met de kennis uit de genoemde grotere onderzoeken kunnen we constateren dat de inzet van de POH Jeugd weliswaar nu nog geen besparing in de uitgaven op jeugdhulp heeft opgeleverd, maar wel een verbetering in kwaliteit van zorg (hoge tevredenheid, betere verwijzingen) én het lukt de POH Jeugd om zo’n 40% van de jeugdigen zelf te helpen, waardoor specialistische jeugdhulp niet nodig is. De resultaten waren anders dan vooraf gehoopt, dat is jammer, maar de evaluatie biedt aanknopingspunten om in de toekomst tot betere resultaten te komen, ook omdat de pilot nog kort liep.

Redenen genoeg om de inzet van een POH Jeugd als wenselijk en kansrijk te zien, en er een vervolg aan te geven. En dat gaan we doen in pilotsfeer tot eind 2023. Met de kennis die we nu hebben weten we dat de vervolginzet dan wel een sterkere regie op de doelstellingen nodig heeft. De functie POH Jeugd moet worden doorontwikkeld, met aandacht voor de volgende punten: De ‘Poortwachtersfunctie’ van de POH-J moet omhoog: de POH-J zou zoveel mogelijk van de jeugdigen die zich melden bij de huisarts moeten zien. De POH-J heeft een duidelijker opdracht en kaders nodig: voor snellere, juiste beslissingen en een zo efficiënt mogelijk inzet van tijd en middelen. De POH-J moet meer tijd krijgen om het netwerk en de sociale kaart te verkennen en ermee samen te werken: voor betere en efficiëntere begeleiding aan de jeugdige en meer inzicht in normaliseren en afschalen. Met het netwerk wordt dan onder andere bedoeld: onderwijs, kinderopvang, Voor ieder 1 en CJG, jongerenwerk en andere lokale organisaties en verenigingen. Intervisie en kennisuitwisseling met andere POH-J’s is belangrijk en zinvol. De POH-J werkt bij voorkeur ín de huisartsenpraktijk: dat verbetert de samenwerking en versterkt het vertrouwen en de welwillendheid van de cliënt in de POH-J.

De gemeentelijke regie en monitoring worden versterkt: resultaten kunnen zo goed in de gaten worden gehouden en waar nodig kunnen de kaders worden bijgesteld. Om aan bovenstaande punten te kunnen voldoen, is voldoende inzet van de POH-J nodig. Op basis van het aantal jeugdigen in Hillegom, bijna 5000, is een inzet van 14-18 uur POH Jeugd nodig om de poortwachtersfunctie zoals boven benoemd, goed uit te kunnen oefenen (AEF: 1 tot 1,2 fte per 10.000 jeugdigen). Dat komt neer op 0,5 fte, iets meer dan de huidige inzet. Momenteel vinden gesprekken en voorbereidingen plaats om deze inzet met ingang van 2022 te kunnen realiseren. De financiële uitwerking hiervan krijgt een plaats in de gemeentelijke begroting die in november aan u wordt gepresenteerd.

Bijlagen: 1. Rapport van Rebel: De POH-GGZ Jeugd in Holland Rijnland. 2. Een overzicht van de belangrijkste uitkomsten uit andere grote onderzoeken.

De POH-GGZ Jeugd in Holland Rijnland Onderzoek naar de maatschappelijke meerwaarde van de POH-GGZ Jeugd

Inhoud 1. Opdracht en aanpak

2. Theoretisch kader: effectenboom 3. Startfoto 4. Input: zorgvraag en doelgroep POH-J 5. Throughput: inzet van de POH-J 6. Output: effect op verwijzingen 7. Verklarende factoren: lokale, regionale en maatschappelijke context 8. Conclusies en Aanbevelingen BIJLAGEN

1 Opdracht en aanpak

4

De opdracht Maatschappelijke business cases Transformatieplan Jeugd Holland Rijnland MBC’s Transformatieplan Jeugd

voor een succesvolle inzet van de POH-J?

Vanaf 2019 wordt er door diverse partijen in de regio Holland Rijnland gewerkt aan het maken van maatschappelijke business cases (hierna: MBC’s) voor de verschillende onderdelen van het Transformatieplan Jeugd. Rebel helpt bij het maken van deze MBC’s.

Daarnaast worden de kwalitatieve en kwantitatieve effecten van de POH-J in beeld gebracht. Waar mogelijk worden deze effecten gekwantificeerd, om te bezien of de inzet van een POH-J kosteneffectief is. Uitgangspunt is dat de POH-jeugd zichzelf minimaal terugverdient en als gevolg van vermeden verwijzingen naar tweedelijns jeugdhulp op termijn zelfs een kostenbesparend effect heeft.

Eén van de interventies betreft de inzet van een praktijkondersteuner GGZ Jeugd (hierna POH-J) bij de huisarts. De meerwaarde van een POH-Jeugd bij de huisarts De inzet van een POH-J kan bijdragen aan het inzetten van de meest passende hulp (first time right) na een integrale triage en het bieden van laagdrempelige jeugdhulp bij de huisarts, waarmee onnodige verwijzingen naar tweedelijns jeugdhulp worden voorkomen. Ook moet de inzet zorgen voor meer verbinding tussen de huisarts en de lokale teams. In verschillende gemeenten in Nederland is reeds gestart met de inzet van jeugdhulp bij de huisarts. In diverse rapportages – waaronder de eerste evaluatie van de Jeugdwet en het recent verschenen onderzoek ‘Stelsel in Groei’ naar financiële tekorten in de jeugdhulp – wordt de POH-jeugd als kansrijke en kosteneffectieve interventie aangemerkt. Inzicht in werkwijze en effecten POH-Jeugd Deze maatschappelijke business case beoogt inzicht te geven in de werkwijze van de POH-Jeugd; wat zijn de werkzame mechanismen en randvoorwaarden

Op basis hiervan kunnen gemeenten en regio inrichtingskeuzes maken, sturen op de effectiviteit en beslissen over de doorontwikkeling c.q. structurele inbedding van de POH-J in het Holland Rijnlandse zorglandschap. Een regionale business case van verschillende lokale pilots Vanuit het Regionale tansformatiebudget is geld beschikbaar gesteld aan de Holland Rijnland gemeenten om een pilot POH-J in te richten. De wijze waarop invulling is gegeven aan de gemeentelijke pilots verschilt; zowel qua positionering van de POH-J, het aantal huisartsen(praktijken) dat meedoet en rol en taakopvatting van de POH-J. Dit betreft een regionale MBC; de effecten van de gemeentelijke pilots zijn via een uniform* format gemonitord, en worden primair op niveau van de regio gepresenteerd. Tegelijkertijd wordt wel recht gedaan aan verschillen tussen gemeenten, door deze op enkele punten uit te lichten.

* Katwijk is eerder gestart met de POH-J en heeft een eigen monitor ingericht

5

Methodiek en aanpak Regionale MBC, met oog voor lokale context Maatschappelijke Business Case Een maatschappelijke business case is een manier om de huidige en toekomstige, voordelige en nadelige effecten die de leden van de maatschappij als gevolg van een project, plan, of beleidsmaatregel ondervinden, tegen elkaar af te wegen door ze (zoveel als mogelijk en zinvol) in geldtermen uit te drukken, over een bepaalde periode. Anders gezegd, een MBC is een verschillenanalyse. In deze MBC worden de pilotresultaten (2020) afgezet tegen het nulalternatief (wereld zonder POH-J, 2018).

Aanpak op hoofdlijnen Dit onderzoek bestaat uit een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek. Op hoofdlijnen hebben we de volgende stappen uitgevoerd: Opstellen analysekader (effectenboom) en toets bij de betrokken beleidsambtenaren. Op deze wijze zijn de causale relaties tussen interventie en effecten geoperationaliseerd. Uitvoeren nulmeting: Regionale en lokale startfoto’s o.b.v. regionale data TWO, waarbij 2018 als basisjaar is gebruikt.

Een MBC geeft inzicht in de maatschappelijke kosten en baten. Dat inzicht is veel meer dan één cijfer, geeft duiding aan hoe deze kosten en baten ontstaan, hoe deze zich vervolgens manifesteren en hoe betrokkenen daar gezamenlijk op kunnen sturen.

Inrichten monitoring: opstellen indicatorenset en monitoringsformat, werkinstructie POH-J, tussenmeting, eindmeting.

De toepassing van de MBC-methodiek is daarom veel meer dan een rekenexercitie. Door samen met betrokkenen te reflecteren, daarvan te leren en vervolgens te optimaliseren is het voor de regio en afzonderlijke gemeenten mogelijk meer regie te voeren en richting te geven aan plannen, interventies en de transformatieopgave als geheel.

Lokale werksessies met POH-J’s, huisartsen, beleidsambtenaren, JGTmedewerkers en andere betrokken zorgprofessionals.

Interviews met de POH-J’s in de verschillende gemeenten.

Diverse bijeenkomsten c.q. werksessies met de regionale werkgroep Eindmeting op basis van de monitoringsgegevens t/m maart 2021 en de regionale TWO data 2020.

6

Methodiek en aanpak MBC op basis van 6 pilots Disclaimer

Leeswijzer

Van de 8 pilots zijn uiteindelijk 6 pilots meegenomen in deze business case. Dit heeft te maken met de late startdatum van enkele pilots waardoor onvoldoende data kon worden verzameld en met het feit dat de monitoring niet overal is ingericht.

Deze rapportage is als volgt opgebouwd. Het volgende hoofdstuk beschrijft de startfoto. In hoofdstuk 4 beschrijven we het theoretisch kader van de MBC; een zogenaamde effectenboom, waarin de interventie, de mechanismen en effecten van de interventie in samenhang zijn weergeven. Daarna beschrijven we de bevindingen na 1 jaar monitoren en evalueren. We maken daarbij onderscheid naar input (omvang en aard van de zorgvraag), throughput (de inzet van de POH- en de samenwerking met andere zorgprofessionals) en de output (welke effecten zien we, specifiek in de verwijzingen naar 2e lijns jeugdhulpverlening). Vervolgens zoomen we in op relevante contextfactoren en we sluiten af met de conclusies en aanbevelingen voor de doorontwikkeling.

De data van 2020 dienen op een aantal punten met voorzichtigheid geïnterpreteerd te worden. COVID heeft invloed gehad op zorgvraag en toegankelijkheid van de zorg, waardoor toe of afname van deze zorgvraag niet zondermeer toegerekend kan worden aan de inzet van de POH-J. Daarnaast zijn de data van 2020 nog niet compleet, omdat bij afronding van dit onderzoek nog niet alle facturen van 2020 binnen waren. Een uitgebreide methodologische verantwoording en verdieping op de dataset is opgenomen in bijlage 1 en 3.

2 Theoretisch kader: effectenboom

8

Methodiek van de MBC De inhoud van de maatschappelijke business case Effectenboom Een belangrijke stap in het opstellen van een MBC is het maken van een effectenboom. De effectenboom is in zekere zin het theoretisch kader waarin de interventie wordt ontleed en de causale relaties tussen interventie en maatschappelijk effect stapsgewijs in beeld wordt gebracht. De effectenboom kent vier volgordelijke onderdelen: 1. Interventie: beknopte beschrijving en afbakening van de interventie, in dit geval de pilot POH-J 2. Mechanismen: inventarisatie van onderscheidende kenmerken van de pilot, ofwel de mechanismen die tot effecten leiden. 3. Effecten: inventarisatie van de kwalitatieve effecten die van de interventie uitgaan 4. Kwantificering van effecten: effecten die zich logischerwijs ook vertalen in een financieel effect, in een verandering in kosten of opbrengsten. Niet alle effecten lenen zich voor kwantificering, omdat zij niet onderbouwd te vertalen zijn in financiële consequenties. Denk bijvoorbeeld aan het welzijn van een jeugdige, of de belasting van de professionals. Hierna is de effectenboom voor de interventie POH-J uitgewerkt.

9

Effectenboom Interventie

Mechanismen

Kwalitatieve effecten

Kwantitatieve effecten

Beschrijving

Integrale vraagverheldering

Matched care: direct juiste hulp

Kosten inzet POH

Inzet POH-jeugd bij de huisartsenpraktijken, al dan niet aangevuld met extra uren voor het JGT

Doelgroep

Alle jeugdigen die met een jeugdhulpvraag (in de breedste zin) bij de huisarts komen

Bereik

Alle praktijken in Katwijk Lisse en Oegstgeest. Hillegom (87,5%), Teylingen (50%), Noordwijk (37,5%), Leiden (5%)

Screening (triage) & diagnostiek Inzet preventieve jeugdhulp Inzet overbruggingshulp Korte lijnen met het voorliggend veld

Kosten extra inzet JGT

Dichter in leefomgeving jeugdige Betere samenwerking HA en JGT Aanzuigende werking

Hogere zorgvraag Minder opschaling naar specialistische zorg Minder stapeling

Sneller hulp

Directe inzet kortdurende Jeugdhulp door POH jeugd

Normaliserend

Vinger aan de pols

Sneller afschalen

Minder escalatie van problematiek

Minder recidive Korter traject

10

Toelichting effectenboom Interventie, mechanismen, effecten De interventie In de eerste kolom is de interventie beschreven. Deze ziet op de inzet van een POH-J; een jeugdhulpprofessional bij de huisartsenpraktijk. Het profiel van de POH-J kan per gemeente verschillen. Daarnaast zien we verschillen in positionering en situering van de POH-J. De POH-J kan in dienst zijn van het JGT, maar ook direct onder de zorgroep of huisartsenpraktijk vallen. De POH-J werkt soms op locatie van de huisartsenpraktijk, maar kan ook werken vanuit een school, CJG, jeugdgezondheidscentrum of anderszins. In principe werkt de POH-J voor alle jeugdigen die met een jeugdhulpvraag (in de breedste zin) bij de huisarts komen. Ook hier kan het bereik per gemeente verschillen; afhankelijk van het aantal aangesloten praktijken bij de pilot en van de keuzes die huisartsen maken in de verwijzing van jeugdigen naar de POH-J.

of dat ouders en de jeugdige na één gesprek zelfstandig verder kunnen, al dan niet met inzet van het voorliggend veld. Daarmee verandert het dominante verwijspatroon van huisarts naar jeugd GGZ. Daarnaast heeft de POH-J korte lijnen met het voorliggend veld, al dan niet omdat de POH-J op verschillende locaties in het voorliggend veld werkt en soms zowel werkzaam is als POH-J en JGT’er. Hierdoor vervult de POH-J een brugfunctie tussen de huisarts en het JGT, wat de samenwerking ten goede komt.

Van mechanismen naar effecten

De POH-J is door haar positionering bij de huisarts laagdrempelig en kan vaak direct (< 2 weken) ondersteuning bieden. Tegelijkertijd kan hier een aanzuigende werking vanuit gaan, omdat gezinnen die voorheen niet bij de jeugdhulpverlening aanklopten, nu wel de stap naar hulp zetten. Ook het bieden van overbruggingshulp als gevolg van vaak lange wachttijden bij de JGGZ, leidt tot extra inzet van hulp. Anderzijds heeft het snel inzetten van ondersteuning mogelijk een de-escalerend effect wat zich vertaalt in minder crisisinzet en acute hulpvragen.

De POH-J wordt verondersteld aan integrale vraagverheldering te doen en heeft hiervoor ook meer tijd dan de huisarts. Soms voert de POH-J ook zelfstandig licht diagnostisch onderzoek uit. Hierdoor kan de meest passende zorg worden ingezet. Dit kan ingeval van gezinsproblematiek betekenen dat wordt verwezen naar het JGT, ingeval van complexe problematiek of specialistische diagnostiek wordt verwezen naar de jeugd GGZ, maar het kan ook betekenen dat de POH-J zelf een kortdurend ondersteuningstraject inzet

Tot slot biedt de POH-J een ‘vinger aan de pols’-functie. De POH-J kan nazorg bieden; na een ondersteuningstraject door de POH-J zelf, maar bijvoorbeeld ook na een intensief specialistisch tweedelijns zorgtraject. Omdat jeugdigen vaak langjarig patiënt zijn bij dezelfde huisarts kan terugkerende problematiek snel gesignaleerd worden, waardoor de kans op terugval wordt verkleind. Dit is echter een langetermijneffect, dat niet binnen de looptijd van deze monitoring in beeld kan worden gebracht.

11

Bevindingen Input, throughput en output Hiervoor is het theoretisch kader van deze MBC toegelicht. Hierna volgt de analyse van de pilots. Te beginnen met de startfoto. De startfoto beschrijft de inrichting van de pilots in de verschillende gemeenten en de nulmeting op basis van de regionale TWO data 2018. Daarna volgen de bevindingen van de pilot op basis van de monitoring door de POH-J’s, aangevuld met informatie uit de interviews met POH-J’s en groepsinterviews met het lokale zorgveld, en een analyse van de regionale TWO data 2020. Deze analyse is als volgt opgebouwd: 1. Input: omvang en aard van de zorgvraag. Hoeveel jeugdigen komen er bij de POH-J, wat zijn relevante kenmerken van deze groep en met welke zorgvraag komen ze bij de POH-J. 2. Throughput: ziet toe op de inzet en werkwijze van de POH. En op de samenwerking met de huisarts, het JGT en andere zorgprofessionals. In de effectenboom is dit aangeduid als ‘mechanismen’. Met aandacht voor ‘wat werkt’ en onder welke voorwaarden of omstandigheden het werkt. 3. Output: welke effecten zien we? We gaan eerst in op de kwantitatieve effecten: ontwikkeling van de omvang van de zorgvraag, de verwijzingen naar 2e lijns jeugdhulp en de daarmee vanuit het perspectief van de jeugdige de zorgprofessionals.

Onderdeel 1 en 2 primair gebaseerd op de analyses van de monitoring; alle POH-J’s hebben een uniform monitoringsformat bijgehouden van alle cases die bij hen terecht zijn gekomen. In totaal betreft het 755 cases. Aangevuld met informatie opgehaald in interviews met POH-J’s en groepsgesprekken met lokale zorgprofessionals waaronder huisartsen en JGT medewerkers.

Onderdeel 3 is gebaseerd op een verschillenanalyse van de TWO data 2018 – 2020, aangevuld met de monitoringsgegevens.

3 Startfoto

13

Inrichting pilots Scope en lokale variëteit Scope regionale MBC Er zijn pilots ingericht in 9 gemeenten in de regio Holland Rijnland. De scope van deze MBC heeft betrekking op 7 gemeenten, te weten: Katwijk, Hillegom, Lisse, Teylingen, Oegstgeest, Leiden, en Noordwijk. *

Leiderdorp en Zoeterwoude zijn niet opgenomen. Dat heeft te maken met de startdatum van de POH-J; ingeval deze pas laat in jaar 2020 is gestart is het niet mogelijk een goede vergelijking te maken tussen een jaar zonder POH-J (2018) en een jaar met POH-J (2020). Daarnaast is niet in alle pilots op uniforme en structurele wijze data verzameld aan de hand van het monitoringsformat, waardoor deze pilots niet of slechts beperkt geïncludeerd kunnen worden in de regionale MBC. Lokale verschillen De pilots zijn op verschillende wijzen ingericht. De achtergrond van de POH-J, positionering, capaciteit, en het aantal huisartsenpraktijken dat meedoet met de pilot variëren. In deze startfoto worden de belangrijkste elementen per gemeente beschreven.

Percentage huisartsenpraktijken in pilot 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

100%

100%

100%

100%

50%

* In Teylingen doen de dorpskernen Warmond en Voorhout mee, Sassenheim niet. In Leiden doen 2 huisartspraktijken mee met de pilot. Volgens de zorgkaart Nederland zijn er 39 huisartspraktijken in Leiden, waardoor het percentage deelnemende huisartspraktijken neerkomt op 5%. In Noordwijk doen de praktijken in Noordwijkerhout en Noordwijk Zee mee.

100%

38%

5%

[Titel] | Status: [...]

Kenmerken pilots Kosten, aantal professionals en capaciteit Gemeente

Kosten pilot per jaar

Katwijk

€179.200,-

Hillegom

€38.948,-

Lisse

Kostenneutraal

Teylingen Oegstgeest

Leiden

Noordwijk

Bijzonderheden

Aantal POH-J’s

Aantal uren per week

Dienstverband/werkgeverschap

In Katwijk worden de kosten voor de POH-J deels betaald door de zorggroep.

2 POH-J’s

50 uur (1.4 FTE)

Zorggroep Katwijk

Gestart met 2, nu 1 POH-J

14 uur

JGT via detachering Suppohrt

1

4 uur

JGT via moederorganisatie Curium

€ 46.203,-

2

12 uur (Warmond 4, Voorhout 8)

Zorggroep Voorhout

€100.00,-

1

32 uur

JGT Detachering via de zorgfabriek

2 per praktijk 1 POH GGZ J

8 uur voor 2 POH-J’s POH GGZ J heeft 6 uur extra

JGT, via moederorganisatie Kwadraad of Cardea

2

2020: 10 uur POH-J + 16 uur JGT 2021: 18 uur POH-J + 10 uur JGT

JGT

€ 40.167

€69.536,-

Kostenneutraal doordat de uren zijn weggehaald bij het JGT.

Twee uur per praktijk betaald vanuit Coöperatie JGT en twee uur per praktijk betaald door gemeente. Kosten POH GGZ in één van de praktijken eveneens gefinancierd door gemeenten.

14

15

Profiel POH-Jeugd Opleidingsniveau en ervaring Gemeente

Professional 1

Professional 2

Katwijk

Orthopedagoog (WO)

Psycholoog (WO)

Hillegom

Opleiding tot psycholoog en integratief kindertherapeut (WO) Ervaring: eigen praktijk voor kindertherapie.

Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH)/ met aanvullend meerdere post HBO opleidingen.

Lisse

Opleiding in kinder- en jeugdpsychiatrie (HBO). Ervaring: kinder- en jeugd-GGZ en JGT. Specialisatie: ADHD, persoonlijkheidsstoornissen en eetstoornissen.

Teylingen

Opleiding tot sociaal psychiatrisch verpleegkundige. Ervaring: kinderpsychiatrie en POH-GGZ voor volwassenen.

Oegstgeest

Ontwikkelingspsycholoog met ervaring als POH-J in een andere gemeente (WO).

Leiden Noordwijk

Opleiding tot POH-GGZ. Ervaring: cognitieve gedragstherapie, en POH-GGZ volwassenen.

Veel jeugdzorgervaring (HBO) Psycholoog (WO)

Psycholoog (WO)

* In een aantal gemeenten is er sprake geweest van personele wisselingen tijdens de pilot. In dat geval hebben we de informatie over de achtergrond van de professionals uit de werksessie met Rebel en de gemeenten gebruikt.

[Titel] | Status: [...]

Fysieke positionering POH-Jeugd Drie varianten Positionering naast POH-GGZ

POH’er zit bij de huisartsenpraktijk •

Lisse: In een medisch centrum

•

Warmond (Teylingen): Bij de huisartspraktijk

•

Katwijk: Bij de zorggroep

•

Leiden: Bij iedere huisartspraktijk een dagdeel

POH’er zit zowel bij huisarts als bij JGT/CJG

POH’er zit bij het JGT/CJG

•

Voorhout (Teylingen): Bij het CJG

•

Noordwijk: Deels bij 3 huisartsen, deels bij JGT.

•

Hillegom: 80% verdeeld over de praktijken, namens 1 praktijk in CJG

•

Oegstgeest: grotendeels bij huisartsen, deels ook bij JGT

In 2 deelnemende gemeenten (Katwijk en in 1 praktijk in Leiden) is er naast de POH-J ook een POHGGZ van de betrokken huisartsenpraktijk onderdeel van de pilot. In beide gemeenten werken deze nauw samen en bieden beiden ondersteuning aan de jeugdigen. Ondanks dat deze POH-GGZ officieel geen POH-J is, is in deze MBC zowel casuïstiek van de POHGGZ als van de POH-J opgenomen.

16

17

Huisartsverwijzingen 2018 Verwijzingen en daarmee samenhangende kosten De inzet van een POH-J bij de huisarts beoogt onder andere het aantal verwijzingen naar tweedelijns jeugdhulp te beperken c.q. beïnvloeden. Om een goede vergelijking te kunnen maken tussen de ‘wereld zonder POH-J’ en ‘met POH-J’, is een nulmeting uitgevoerd. 2018 is hiervoor als basisjaar genomen.

Verwijzingen door huisarts t.o.v. andere verwijzers in 2018 1% 2% 4%

0% 7%

1 Gemeentelijke toegang

20%

2 Huisarts

3 Jeugdarts

In deze MBC wordt specifiek gekeken naar verwijzingen naar de JeugdGGZ en een deel van de Jeugd- en Opvoedingshulp (zie bijlage 2 voor een specificering van deze zorgvormen).

4 GI 5 Medisch Specialist

Binnen de scope van de pilot (zie bijlage 3) was de huisarts in 2018 in 66% van de verwijzingen naar deze typen jeugdhulp de verwijzer. * In absolute aantallen betreft het 1418 verwijzingen door de huisarts. Andere verwijzers zijn de gemeentelijke toegang (wijkteams, JGT’s, etc.), de jeugdarts, gecertificeerde instellingen (GI’s) en medisch specialisten.

Zorgkosten o.b.v. verwijzer (indien bekend) in 2018

De totale kosten van de tweedelijns zorgtrajecten die voortvloeiden uit deze 1418 verwijzen waren € 3.121.924.-. Dat betreft 51% van de totale zorgkosten (binnen deze scope) die € 6.117.008.- bedroegen. Jeugd-GGZ en J&O trajecten die volgen op een huisartsverwijzing, zijn gemiddeld goedkoper dan trajecten die voortvloeien uit andere verwijslijnen. Dit komt doordat de huisarts relatief vaak naar de BGGZ verwijst, waar andere aanbieders vaker naar SGGZ, HSGGZ of J&O trajecten verwijzen. * De deelnemende huisartspraktijken in Leiden zijn hierin niet opgenomen, omdat deze niet uit de data konden worden gefilterd. Zie hiervoor bijlage 3

6 Geen verwijzer

66%

€248.810

1 Gemeentelijke toegang

€1.103.622 €1.508.352

€72.666

2 Huisarts 3 Jeugdarts

€3.121.924

4 GI 5 Medisch Specialist

4 INPUT Zorgvraag & doelgroep POH-J

Omvang zorgvraag Aantal cliënten bij de POH-J

Aantal cases per maand (regio-niveau) 90 80

70

In de periode 2020 t/m eerste kwartaal 2021 hebben de POH-J’s ten minste 755 cliënten gezien (het daadwerkelijk aantal ligt waarschijnlijk hoger; zie pagina 12 over verzameling data).

60

Naarmate de duur van de pilots vordert, zien we een toenemende caseload. In de gesprekken met POH-J’s wordt aangegeven dat dit komt door de opstarttijd als nieuwe professional.

30

Doordat de gemeenten op verschillende momenten zijn gestart, verschilt het ingroeipad in de tijd. Ook is er tijdens de eerste lockdown een dip te zien in het aantal cases en na de eerste coronagolf een duidelijke toename. In het laatste halfjaar (oktober 2020 – maart 2021) zien we een verband tussen het aantal uren inzet van de POH-J’s in de gemeenten en het aantal cases dat is behandeld. Gemeenten met een beperkt aantal uren POH-J behandelen minder cases dan gemeenten waar meer uren POH-J beschikbaar zijn. We maken onderscheid tussen gemeenten met een laag aantal POH-J uren (minder dan 10 uur per week in de gemeente) gemiddeld aantal POH-J uren (tussen de 10 en 20 uur per week) en hoog aantal POH-J uren (meer dan 30 uur per week)

Daarnaast telt de factor starttijd ook mee bij het totaal aantal cases over 2020. Zo is de gemeente Katwijk al in 2019 begonnen, en was daar dus binnen de looptijd van de monitoring geen sprake meer van een ingroeipad.

50 40

20 10

0

Aantal cases per gemeente 350 300 250 200 150 100 50 0 Lisse

Leiden

Laag aantal uren

Teylingen

Noordwijk

Hillegom

Gemiddeld aantal uren

Oegstgeest

Katwijk

Hoog aantal uren

Aard van de zorgvraag Type cliënten De cliënten van de POH-J’s zijn vaak tieners, en iets vaker zijn het meisjes (412) dan jongens (323). In ruim de helft van de cases is informatie bekend over de hulpverleningsgeschiedenis. Circa de helft van die groep jeugdigen heeft een hulpverleningsgeschiedenis. Bij het overgrote deel (123) ging dit om dezelfde problematiek als waar het kind op dat moment mee naar de POH-J is gekomen. Soms is sprake van problematiek bij gezinsleden of andere problematiek bij het kind. Een enkele keer wordt aangegeven dat er op dit moment al hulpverlening wordt ingezet. De cliënten van de POH-J hebben veel verschillende klachten. Wel is er één categorie die veruit het meest voorkomt: angst, dwang of stemming. Dat is vergelijkbaar met het onderzoek van Accare, Molendrift en Karakter (2019) waarin 2439 cases zijn geanalyseerd. Het merendeel van de klachten had betrekking op emotionele problemen waaronder angst stemming- en verwerkingsproblemen en gedragsproblematiek.

Meest voorkomende klachten 250 200 150 100

* De categorie overig is heel groot doordat deze in de Katwijkse monitoring vaak voorkwam.

50 0

5 THROUGHPUT inzet van de POH-J

22

Inzet POH-J Takenpakket POH-J en zwaartepunt van de inzet Takenpakket POH-J Bij de start van de pilots is in geen van de gemeenten en vastomlijnd takenpakket meegegeven aan de POH-J. Een van de doelen van de pilot is om werkende weg te ontdekken waar en hoe de POH-J de meeste waarde kan toevoegen aan het reeds bestaande zorglandschap. Overall wordt het volgende spectrum aan taken omschreven: Integrale vraagverheldering en diagnostiek Inzet van overbruggingshulp Zelfstandig begeleiden en/of behandelen van problematiek Verwijzen; waarbij de veronderstelling is dat de POH-J als gevolg van de integrale vraagverheldering anders c.q. breder verwijst dan de huisarts (zwaartepunt J-GGZ). Normaliseren; verwijzen naar preventieve hulp, dan wel jeugdige en ouders met 1 gesprek zelfstandig op weg helpen zonder dat aanvullende hulp nodig is.

Zwaartepunt van de inzet ligt op begeleiding en behandeling door de POH-J Het type inzet fluctueert over de maanden, maar laat vanaf medio 2020 een vrij gelijkmatig beeld zien waar het de eigenstandige inzet van de POH-J betreft. Vanaf dat moment ligt dit op zo’n 50%. Over de gehele monitoringsperiode bezien behandelt de POH-J 42% van de cases zelf. Dit kan per POH-J sterk verschillen, van maximaal 84% tot minimaal 13% van de cliënten die zelf is behandeld (waarbij het grootste deel van de POH-J’s wel rond de 40% zit). Gemiddeld wordt 37% van alle jeugdigen alsnog doorverwezen. In 10% van de cases wordt overbruggingshulp geboden en is te verwachten dat hier een tweedelijns zorgtraject op volgt. Deze percentages liggen lager dan het onderzoek van Accare et al. op basis van 2439 POH-J cases. Hierin werd 47% doorverwezen en in 12% van de cases overbruggingshulp geboden.

23

Inzet POH-J Takenpakket Naar een meer afgebakend takenpakket In geen van de deelnemende gemeenten heeft de POH-J bij aanvang een duidelijke opdracht meegekregen. POH-J’s geven aan nog zoekend te zijn in hun rol en takenpakket, al wordt dat met de tijd wel scherper. Wat doe je zelf, wanneer verwijs je door? En hoe lang begeleid je zelf, zijn vragen die bij deze afbakening horen. In de interviews wordt hierover het volgende opgemerkt: Bij de start had de POH-J de neiging om veel zelf op te pakken; soms ook wel te veel op stoel van het CJG gaan zitten en preventieve jeugdhulp uitvoeren. Lichte diagnostiek (angst, stemming) doe ik soms zelf, maar bij het vermoeden van psychiatrie volgt altijd een verwijzing voor diagnostiek door S-GGZ. Ik verwijs naar de naar B-GGZ als er geen beweging in komt na een aantal gesprekken maar de problematiek niet heel ernstig is. Naar S-GGZ bij dreiging suïcidaliteit, ernstige depressie, vermoeden persoonlijkheidsproblematiek. Naar het JGT bij complexe multiproblematiek. zorgen over veiligheid, vechtscheiding.

Het is afhankelijk van de deskundigheid en expertise van de POH wat ze zelf doen en welke werkwijze ze daarin hanteren. Over het algemeen wordt door alle POH-J’s benoemd dat langer durende en/of specialistische en/of een hele specifieke therapie en/of psychiatrisch onderzoek een reden is om door te verwijzen. In Katwijk is een format voor een beknopt behandelplan met concrete doelen opgesteld, evenals een functieprofiel voor de POH-J. Dit wordt door de professionals zelf als prettig ervaren, omdat het concrete kaders biedt om je rol goed in te vullen en tegelijkertijd nog voldoende vrijheid geeft om per casus te doen wat nodig is. Inhoudelijke uitwisseling met collega POH-J’s over de taakopvatting van de POH-J, mede in relatie tot het JGT en tweedelijnshulpverlening zou ons inziens helpend zijn.

24

Inzet POH-J Samenhang beschikbare capaciteit en intensiteit van de inzet In de gemeenten met veel uren POH-J, zien we dat ook relatief meer intensieve trajecten worden ingezet. Onderstaande grafiek laat het aantal trajecten zien waar de POH-J zelf ondersteuning/behandeling heeft geboden, verdeeld naar het aantal contactmomenten per casus. Wat opvalt is dat in gemeenten met veel uren POH-J, de POH-J in 73%* van de cases die ze zelf behandelt 6 tot 10 contactmomenten heeft, t.o.v. 19% in gemeenten waar het aantal uren POH-J inzet beperkt is.

De POH-J kan naast zelf ondersteuning bieden ook doorverwijzen of na 1 contactmoment constateren dat er geen sprake is van een jeugdhulpvraag. Wanneer we het aantal uren POH-J inzet per week, afzetten tegen het totale palet aan in te zetten interventies, zien we geen sterk verband tussen meer beschikbare uren POH-J en het inzetten van een zelfstandig POH-J zorgtraject. Ingeval veel uren POH-J beschikbaar zijn lijkt de POH-J iets vaker zelf kortdurende behandeling of begeleiding te bieden. ** Dit zou er op kunnen wijzen dat de keuze van de POH-J welke inzet zij pleegt, niet alleen afhangt van de zorgvraag van de client, maar ook samenhangt met de beschikbare capaciteit.

In de interviews geven de POH-J’s aan dat een contactmoment gemiddeld 45 minuten duurt en dat ze met 6 cliënten per dag ‘vol’ zitten.

Aantal contactmomenten per casus afgezet tegen aantal ‘gecontracteerde’ POH-J uren

Interventie per casus afgezet tegen aantal ‘gecontracteerde’ POH-J uren

300

400

250

350 300

200

meer dan 10 contacten

250

Onbekend of geen gesprek Overbruggingshulp

150

6 tot 10 contacten

100

2 tot 5 contacten

150

50

1 contact

100

Verwijzing (alle typen)

50

Alleen inzet POH

0 Laag aantal uren

Gemiddeld aantal Hoog aantal uren uren

200

0

* De exacte verdeling in Katwijk is onbekend, het gemiddeld aantal contactmomenten bij afgeronde cases is 8. ** Het aantal onbekende trajecten wordt verklaard door een groot aantal nog lopende trajecten in Katwijk.

Laag aantal uren

Gemiddeld aantal Hoog aantal uren uren

25

Inzet POH-J Inzet van overbruggingshulp De POH-J kan ook overbruggingshulp bieden ingeval er sprake is van een (lange) wachttijd voor een bepaalde vorm van tweedelijns jeugdhulp. In de gehele monitoringsperiode is 71 keer overbruggingshulp ingezet door de POH-J. dit betreft circa 10% van alle casuïstiek. Vaak wordt een beperkt aantal contacten ingezet als overbruggingshulp. In 73% van de gevallen gaat het om minder dan 5 contactmomenten. Overbruggingshulp wordt door het hele jaar heen ingezet. In het eerste kwartaal van 2020 gaat het om een hoger percentage van de totale caseload dan de rest van het jaar. Wel loopt het percentage begin 2021 weer op. Mogelijk is hier tevens sprake van een coronaeffect. De lange wachttijden in de jeugd-ggz en het bereiken van budgetplafonds worden door de POH-J’s zelf genoemd als belangrijkste reden voor de inzet van overbruggingshulp. Hierdoor komen meer S-GGZ vraagstukken bij de POH-J terecht. De POH-J kan hier wel iets in betekenen qua opstart en overbrugging, maar een dergelijk specialistisch traject nooit helemaal vervangen.

Grafieken exclusief data uit Katwijk

26

Inzet POH Inzet van nazorg In de monitoring is slechts in 1/3e van de gevallen aangegeven of er sprake is geweest van nazorg na de betrokkenheid van de POH-J (243 keer). Deels komt dit omdat dit in de monitoring van Katwijk niet wordt bijgehouden. 37 15%

In ruim de helft van de gevallen gaat het om nazorg door een andere hulpverlener (136). Dat betreft dan vrijwel altijd nazorg als afsluiting van een jeugdhulptraject na verwijzing door de POH-J, en niet door de POH-J zelf. Er werd 37 keer door de POH-J zelf nazorg geboden. Dit betrof casuïstiek van meerdere POH-J’s, uit 5 verschillende gemeenten. In de werksessies gaf 1 POH-J aan standaard nazorg te bieden: door een appje of telefoontje na een aantal maanden. Andere POH-J’s gaven juist aan dat ze dit aan de huisarts overlieten, omdat die het gezin later weer op spreekuur zou krijgen en vaak meerjarig bij een jeugdige c.q. gezin betrokken is. Goede samenwerking en korte lijnen tussen de POH-J en de huisarts maakt dat beter vinger aan de pols kan worden gehouden. De huisarts ziet in het dossier wanneer de POH-J afsluit of doorverwijst. Als een van de ouders later bij de huisarts op spreekuur komt, kan deze laagdrempelig informeren hoe het met de jeugdige gaat.

Nazorg 69 29%

ja, door (andere) hulpverlener 136 56%

nee ja, door POH jeugd

27

Samenwerking met de huisarts Doorzetten casuïstiek, fysieke aanwezigheid en gezamenlijk informatiesysteem Overall is de werkwijze dat een casus eerst langs de huisarts gaat en de huisarts vervolgens doorzet naar de POH-J. De huisarts kent het kind en gezin vaak al langere tijd en kan op basis van die historie een inschatting maken wanneer het wenselijk is om door te verwijzen naar de POH-J.

aanmeldingen, maar van sommige ook weinig of geen. Onbekend maakt ook hier onbemind. Met de huisartsen die al affiniteit hebben met het onderwerp en in het voortraject van de pilot betrokken waren is de samenwerking veelal beter en intensiever.

Uit de interviews en werksessies komen twee primaire redenen naar voren voor de huisarts om door te zetten naar de POH-J:

Daarnaast is het voor een goede samenwerking belangrijk dat de POH-J op locatie van de huisarts aanwezig is. Waar dat het geval is geven zowel de huisarts als POH-J aan dat ze regelmatig bij elkaar binnen lopen om even te sparren over een casus en af te stemmen waar de casus het beste past. Als gevolg van COVID heeft een aantal POH-J’s lange tijd niet op locatie kunnen werken, wat het opbouwen van een goede samenwerkingsrelatie heeft bemoeilijkt c.q. vertraagd.

Vraagverheldering ingeval niet duidelijk is wat de hulpvraag is en wat er precies nodig is. Wanneer er duidelijk sprake is van een gezins-/opvoedvraag De huisarts verwijst nog steeds direct door naar tweedelijns jeugdhulp – veelal GGZ. De geïnterviewde huisartsen geven aan dit te doen in gevallen waarin klip en klaar is dat sprake is van GGZ problematiek, in geval van spoed zoals suïcidaliteit, en wanneer diagnostiek nodig is. Ook pakt de huisarts een lichte casus weleens zelf op, al dan niet met advies van de POH-J. POH-J’s ervaren verschil in de hoeveelheid casuïstiek die vanuit de huisartsen wordt doorgezet. Sommige POHJ’s krijgen van alle huisartsen

Sommige POH-J’s kunnen in het systeem van de huisarts werken, anderen niet. Het wordt als knelpunt ervaren wanneer dat niet kan. Het is prettig wanneer de POH-J kan aanvullen in het journaal. Op deze wijze ontstaat er een directe terugkoppeling en weet de huisarts altijd wat er gebeurt in een casus en wat de status is.

28

Samenwerking met de huisarts Multidisciplinaire samenwerking, ontzorgen Daarnaast werken sommige huisartsenpraktijken met een POH-GGZ. Soms fungeert de POH-GGZ ook als voorportaal voor de POH-J. Om te veel schakels voor de jeugdige te voorkomen, is die werkwijze in de loop van de tijd afgeschaft. De werkzaamheden van de POH-GGZ kunnen overlappen met die van de POH-jeugd. Tegelijkertijd kunnen ze elkaar ook versterken. In één van de huisartsenpraktijken in Leiden maakten de huisartsen regelmatig gebruik van advisering door de POH-J. Omdat deze cases niet doorgezet zijn naar de POH-J, komt dit niet naar voren in de monitor. In Katwijk is de samenwerking breder dan alleen tussen POH-J en huisarts. Daar vinden multidisciplinaire overleggen plaats waar ingeval van complee casuistiek afstemming tussen de POH-j, POH GGZ, Huisarts en psycholoog plaatsvindt. Door enkele huisartsen is genoemd dat door de komst van de POH-J het contact met het JGT verbeterd is, omdat huisartsen nu beter zicht hebben op de werkwijze van het JGT. De door ons geinterviewde huisartsen geven aan zich ontzorgd te voelen door de komst van de POH-J. De POH-J heeft veel meer tijd voor

vraagverheldering, specifieke jeugdhulpkennis, en door de komst van de POH-J is voor de huisarts veel transparanter geworden wat er vervolgens met een casus gebeurt.

29

Samenwerking met het JGT Verwijzingen van de POH-J naar het JGT

Systeemproblemen Angst, dwang, stemming

Het aantal verwijzingen naar het JGT is beperkt (36 keer in totaal), 13% van het totaal aantal verwijzingen door alle POH-J’s in 2020 en 2021. In Katwijk wordt er geen onderscheid gemaakt in de monitoring tussen een verwijzing naar preventieve hulp of JGT, dus het aantal kan hoger liggen.

ASS 3% 3% 3% 3%

Het JGT wordt voor heel veel type klachten ingeschakeld. Wel zien we dat het bij doorverwijzingen naar het JGT relatief vaak gaat om systeemproblematiek. Bij aanvang van de pilot was de veronderstelling dat de tussenkomst van de POH-J tot meer verwijzingen naar het JGT zou leiden; substitutie van J-GGZ naar JGT inzet. Echter, het is de vraag of deze substitutie altijd als normaliserend kan worden aangemerkt. Een JGT traject is vaak redelijk intensief en gemiddeld duurder van een basis GGZ traject. Daarbij wordt het JGT door ouders soms als stigmatiserend gezien. In een van de praktijken in Leiden stuurt de huisarts soms direct casuïstiek door naar de JGT’er verbonden aan de school van de jeugdige. Dan is tussenkomst van de POH-J niet nodig.

Opvoedingsproblematiek

3% 3%

Emotieregulatie 31%

6%

Concentratie/school

Klacht bij verwijzing naar JGT

5% 5% 5%

14% 8%

Boosheid/agressie

8%

Onzekerheid en zelfvertrouwen Somberheid / Depressieve klachten Trauma of rouwverwerking Eetgedrag Slaapproblemen

Grafiek exclusief data uit Katwijk

Overig

30

Samenwerking met het JGT Uit de interviews komt een wisselend beeld naar voren over de samenwerking met het JGT; sommige POH-J’s zijn positief, anderen geven aan dat nog zoeken is a.g.v. onbekendheid met elkaar, andere werkwijzen en een verschillende kijk op de problematiek.

Soms overlegt de POH-J met het JGT over een casus; bijvoorbeeld ingeval van complexe problematiek waar al veel hulpverleners bij betrokken zijn. Al is dat binnen de looptijd van deze monitoring niet vaak voorgekomen. De samenwerking werkt beide kanten op: het JGT stuurt jeugdigen met enkelvoudige kindgebonden problematiek naar de POH-J en de POH-J verwijst bij gezinsproblematiek door naar het JGT. Mooi samenwerkingsvoorbeeld betreft een casus waarbij de POH-J de angstbehandeling deed en het JGT de contacten met school en de gezinsbegeleiding. In sommige gemeenten sluit de POH-J aan bij teamvergaderingen van het JGT en soms is de POH-J naast POH ook werkzaam als JGT’er. In dat geval zijn de lijnen kort, en neemt de POH-J ook weleens casuïstiek mee naar het JGT; vaak als de inschatting is dat het een langlopend traject wordt. In een aantal gesprekken is aangegeven dat sommige ouders tijdens het JGT bij de huisarts aankloppen, omdat ze niet tevreden zijn met de geboden hulp of aanvullende hulp willen. Dan helpt het dat er korte lijnen zijn met de POH-J.

31

Succesfactoren inzet POH-J Snel, laagdrempelig, normaliserend, verbindend, ontzorgend Snelheid Overal het algemeen kunnen jeugdigen binnen 2 weken terecht bij de POH-J. In een enkel geval is in de monitoringsformats door de POH aangegeven dat een kind werd doorverwezen omdat de wachttijd bij de POH te lang werd. De POH-J wordt als laagdrempelig ervaren. In bijna alle gesprekken is dit als belangrijke succesfactor bestempeld. De huisartsenpraktijk wordt door veel ouders als laagdrempelig gezien; dichtbij huis en een bekende en daarmee vertrouwde omgeving. Het JGT ervaren sommige ouders als stigmatiserend. Uit de gesprekken kwam naar voren dat ouders en jeugdigen die voorheen niet open stonden voor hulp, via de route POH-J wel de weg naar ondersteuning weten te vinden. Normaliserend door de wijze waarop de POH-J de problematiek van de jeugdige benadert; coachend, ondersteunend en gericht op zelfredzaamheid. Waardoor ouders en de jeugdige regelmatig na 1 of enkele contacten weer zelfstandig verder kunnen.

De POH-J vervult een brugfunctie tussen de huisarts en het JGT. Waar de samenwerking tussen huisarts en JGT voorheen niet overal even goed was, is deze met de komst van de POH-J op sommige plekken verbeterd. Huisartsen geven aan dat ze door de rapportage en/of terugkoppeling van de POH-J beter zicht hebben gekregen op wat er met een casus gebeurt en daardoor ook eerder geneigd zijn door te verwijzen naar het JGT als er gezinsproblematiek speelt. ‘Het is nu geen black box meer’. De POH-J ontzorgt de huisarts. Enerzijds door de ruimere tijd die zij hebben om aan vraagverheldering te doen: een uur tegenover 10 minuten. Anderzijds door het samen sparren over een casus, waarbij de POH-J specifieke jeugdhulpkennis inbrengt. Deze factoren komen overeen met de kwalitatieve effecten zoals beschreven in de effectenboom. Of de POH-J ook bijdraagt aan matched care en of specialistische aanbieders sneller kunnen afschalen door de komst van de POH-J hebben we in deze evaluatie niet vast kunnen stellen.

6 OUTPUT Doelbereik inzet POH-J en kwantitatieve effecten

33

Doelbereik na inzet POH-J De POH-J’s is in de monitoring gevraagd om voor elk traject het doel van het traject aan te geven. De POH-J’s hebben veel verschillende doelen geformuleerd. Sommige noemden het type behandeling dat werd ingezet (CGT, EMDR, opvoedondersteuning), anderen noemden vooral vraagverheldering (klachten inzichtelijk maken, er wordt duidelijk wat er nodig) en weer anderen noemden het doel voor het kind (een positief zelfbeeld krijgen, onderlinge relaties (gezin) verbeteren). Vervolgens werd hen ook gevraagd na het traject een inschatting te maken van het doelbereik (self assessment). In ruim een derde van de cases is dit in de monitoring ingevuld (297 keer). Dat wordt deels verklaard door de monitoring van Katwijk waarin deze indicator ontbreekt. Ook gaf een aantal POH-J’s aan het moeilijk te vinden een eigen inschatting te maken van het doelbereik, en dit daarom niet in te vullen. Doelbereik kan op twee manieren uitgelegd worden: 1) duurzaam verder kunnen na ondersteuning door de POH-J of 2) een passende verwijzing (matched care). In ruim twee derde van de gevallen werd aangegeven dat het doel was behaald. In 93 gevallen werd aangegeven dat het doel deels of niet is behaald. Bij een verwijzing naar Basis GGZ werd relatief het vaakst aangegeven dat het doel wel was bereikt (t.o.v. niet of deels), bij overbruggingshulp het minst vaak.

34

Doelbereik na inzet POH-J Uit de interviews blijkt dat de POH-J regelmatig na 2 a 3 gesprekken al verbetering ziet. Ook geeft men aan dat ouders vaak beter begrijpen wat nodig is voor hun kind en de verbinding tussen kind en ouder verbeterd wordt door de inzet van de POH-J . Kinderen komen na verwijzing beter op hun plek. Voor de POH-J moest de huisarts soms meerdere keren een verwijzing maken voor een kind, dat gebeurt nu minder. Als ouders niet meer openstaan voor het JGT is de POH-J een mooi alternatief om toch met de jeugdige (en ouders) aan de slag te gaan. Wanneer het doel niet of deels is bereikt, kan dat verschillende redenen hebben. In de monitoring is daarover o.a. het volgende aangegeven: Ouder of jeugdige heeft twijfels over de behandeling Geen behoefte aan (verdere) hulp Alsnog verwijzing na 6 a 10 contacten POH-J Ingezette behandeling/begeleiding sloeg niet aan

Doelbereik per interventie (% gevallen waarbij ja is ingevuld) overbruggingshulp crisishulp verwijzing preventieve hulp verwijzing JGT inzet

verwijzing Spec. GGZ (hoog) 1 gesprek, geen verdere hulpvraag kortdurende begeleiding/behandeling door POH… verwijzing Spec. GGZ (midden) verwijzing Basis GGZ (licht) 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% 90% 100%

35

Kwantitatieve effecten Vermeden tweedelijns jeugdhulptrajecten In de effectenboom zijn de verwachte effecten van de POH-J opgenomen. De laatste kolom bevat de effecten die kunnen worden gekwantificeerd en mogelijk ook deels gemonetariseerd. Een aantal van deze effecten heeft een kostenopdrijvend effect (rood) een en aantal effecten leidt tot besparingen op de zorgkosten (in groen). In dit hoofdstuk gaan we nader in op deze kwantitatieve effecten.

Hierna wordt de impact van de POH-J op verwijzingen naar tweedelijns jeugdhulp beschreven: het aantal verwijzingen en type verwijzingen. Daarna wordt de potentiële besparing op zorgkosten berekend in geval de inzet van een POH-J traject een verwijzing naar basis of specialistische GGZ voorkomt.

Naast de kwalitatieve effecten die beoogd worden met de POH-J, is het uitgangspunt dat de POH-J zich minimaal terug verdient, en op termijn tot besparingen op de zorgkosten leidt.

Kosten inzet POH

Van aannames naar onderbouwde inzichten en effecten: Veel eerder uitgevoerde onderzoeken naar de effecten van de POH-J zijn deels gebaseerd op aannames en potentiële effecten. Deze MBC en de daarvoor ingerichte monitoring heeft tot doel om zoveel mogelijk onderbouwde praktijkresultaten te presenteren. Waar deze onderbouwing ontbreekt, onthouden wij ons van uitspraken over effectiviteit.

Kosten extra inzet JGT

Op basis van de beschikbare data ligt het zwaartepunt van deze analyse op het ‘substitutie-effect’; mate waarin de POH-J de inzet van tweedelijns zorg voorkomt dan wel vervangt.*

Hogere zorgvraag

Minder opschaling naar specialistische zorg Minder stapeling Minder escalatie van problematiek Minder recidive Korter traject

*De monitoringstermijn is nog te kort om uitspraken te kunnen doen over vermindering van recidive (terugkerende zorgvraag). Als gevolg van achterstallige facturatie hebben we nog geen zicht op de trajectduur in 2020. Crisis komt beperkt voor in de data en wordt regelmatig onder een andere productcode geregistreerd. Stapeling van trajecten is niet c.q. beperkt uit de data af te leiden. De verwijzingen naar het JGT zijn wel door de POH-Js gemonitord, maar worden niet geregistreerd in de regionale TWO data waardoor een zuivere vergelijking tussen 2018 en 2020 niet te maken is.

36

Invloed van de POH-J op verwijsstromen Verschillenanalyse: met en zonder pilot Zonder pilot: Dominante verwijslijn van HA naar GGZ

Met pilot: Minder rechtstreekse verwijzing naar GGZ, deels afgevangen door POH-inzet

Signaal

Signaal

HA

HA

POH JGT

GGZ

JGT

GGZ

In de situatie zonder POH-J is de huisarts verantwoordelijk voor 74% van alle verwijzingen naar de tweedelijns jeugd-GGZ. Daarnaast kijken we in deze MBC ook naar de huisartsverwijzingen naar een deel van de ambulante jeugd & opvoedhulp. De huisarts is hier verantwoordelijk voor 21% van de verwijzingen. Er wordt door de huisarts zeer beperkt naar het JGT verwezen (dit laatste wordt niet als zodanig geregistreerd door TWO). In de situatie met POH-J komen ouders & jeugdigen met een jeugdhulpvraag nog steeds eerst bij de huisarts, maar zet de huisarts de vraag door naar de POH-J ingeval het een jeugdhulpvraag betreft; de huisarts doet de eerste triage. Dat betekent niet automatisch dat alle jeugdhulpvragen vanaf dat moment via de POH-J lopen; de huisarts kan nog steeds besluiten om direct naar de J-GGZ te verwijzen. Bijvoorbeeld als klip-en-klaar is dat het een J-GGZ vraag betreft, ingeval van spoed of als specialistische diagnostiek nodig is. Huisartsen kunnen hier een individuele afweging in maken. Bij aanvang van de pilot was de verwachting dat het merendeel van de jeugdhulpvragen door de huisarts wordt verwezen naar de POH-J. Eenmaal bij de POH-J is de veronderstelling dat deze vaker zal verwijzen naar het JGT, of voorliggend veld. Daarnaast kan de POH-J een deel van de vragen zelf oppakken. Met als gevolg minder verwijzingen naar de J-GGZ.

Of en in hoeverre deze verwijsstromen veranderen a.g.v. van de pilot kunnen we objectiveren aan de hand van regionale data over verwijsstromen. Dit doen we door de jaren 2018 (zonder pilot) en 2020 (met pilot) met elkaar te vergelijken.

37

Invloed van de POH-J op totale verwijsstroom huisarts …minder groot dan verwacht Vergelijking verwijzingen 2018 en 2020 Zoals eerder in dit rapport is toegelicht (zie startfoto) is binnen de scope van deze pilots ook gekeken naar het totaal aantal verwijzingen door de huisarts. Daarbij is een vergelijking gemaakt tussen het aantal verwijzingen in 2018 en 2020 (verdere toelichtingen en opmerkingen in bijlage 3). Aantal huisartsverwijzingen gelijk gebleven Uit de voorlopige regionale data 2020 blijkt dat het totaal aantal verwijzingen door huisartsen binnen de scope ongeveer gelijk is gebleven: van 1.418 in 2018 naar 1.412 in 2020). Er is geen zicht op het aantal kinderen dat door de huisarts zelf geholpen wordt of vanuit de huisarts doorverwezen is naar preventieve hulp of JGT.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1407/documents/17240