CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D04 College, bijlage Eindrapportage 'Schiphol vernieuwd verbinden'.pdf

Gemeenteraad 4 maart 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken28.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Schiphol Vernieuwd Verbinden Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025 drs. Pieter van Geel December 2020

Inhoudsopgave Voorwoord Samenvatting

01

1.

Inleiding: opdracht en aanpak

05

2.

Uitdaging en opgave

07

3.

Algemene uitgangspunten voor good governance in de regio Schiphol

11

4.

Nationale kaderstelling

15

5.

Interbestuurlijk Programma Schiphol

21

6.

Agendapunten Interbestuurlijk Programma Schiphol

27

7.

Intensivering van participatie en informatievoorziening

35

8.

Bouw- en overgangsfase in 2021

43

Bijlage

45

Berenschot, Governance op hinderbeperking en verbetering van de leefkwaliteit met een onafhankelijke bestuurskundige reflectie van drie hoogleraren, november 2020.

Voorwoord De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft mij in 2019 verzocht, gehoord hebbende de partijen, een onafhankelijk advies uit te brengen over de contouren van een toekomstig overleg- en governancemodel voor leefbaarheidgerelateerde vraagstukken rondom Schiphol. Dat verzoek heb ik met plezier ingewilligd. De impact van Schiphol in de regio was, is en blijft groot. De noodzaak voor een goede samenwerking is dus groot. Want alleen door samen te bouwen aan veelal complexe (leefbaarheids)vraagstukken blijft de regio Schiphol een topregio om in te wonen en te werken. Op basis van een eerste ronde gesprekken heb ik eind 2019 een tussentijds advies uitgebracht met een breed gedragen probleemanalyse. Vervolgens ben ik oplossingsrichtingen gaan verkennen en tot het voorliggende eindadvies gekomen. Ik constateer dat het poldermodel om tot besluitvorming te komen in de Omgevingsraad Schiphol (ORS) helaas niet meer werkt. De materie blijkt complex en verhoudingen zijn verstoord: er is geen gezamenlijk doel meer en geen bereidheid om compromissen te sluiten en te verdedigen. Nu ingrijpen is noodzakelijk, anders raken de verhoudingen verder verstoord. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het zoals het kan, zo heb ik van Jan de Koning geleerd. Als centrale opgave daarbij zie ik het tot stand brengen van betere verbindingen op de volgende drie aspecten: 1.

De bestuurlijke lagen met elkaar verbinden: Rijk, provincie en gemeenten.

2.

Belangrijke inhoudelijke vraagstukken op het raakvlak van het nationale en regionale niveau definiëren en adresseren.

3.

De participatie en de informatievoorziening versterken.

In dit eindadvies heb ik getracht te schetsen hoe de contouren van een dergelijk overleg- en governancemodel rondom Schiphol eruit zouden kunnen zien, met als doel verbindingen te leggen en te komen tot heldere kaders en een dito uitvoering gericht op het behoud van een topregio om in te wonen en te werken. Ik dank allen die ik over dit onderwerp heb mogen spreken. De verantwoordelijkheid voor de analyse en het advies ligt uiteraard bij mij.

Pieter van Geel

1 Samenvatting Opdracht en aanpak evaluatie

De minister van Infrastructuur en Waterstaat heeft mij verzocht, gehoord hebbende alle partijen, een onafhankelijk advies uit te brengen over de Omgevingsraad Schiphol. Voortbouwend op mijn tussentijdse advies (2019), waarin een uitgebreide probleemanalyse is opgenomen, kom ik, uitgaande van een aantal uitgangspunten, tot drie verbindingsopgaven: 1. De bestuurlijke lagen met elkaar verbinden: Rijk, provincie en gemeenten. 2. Belangrijke inhoudelijke vraagstukken op het raakvlak van het nationale en regionale niveau definiëren en adresseren. 3. De participatie en de informatievoorziening versterken. In dit advies schets ik richtingen om deze verbindingen op een pragmatische manier vorm te geven. Ik beveel aan om een kwartiermaker aan te stellen om de geschetste oplossingsrichtingen nader uit te werken.

Hoofdlijnen advies • Zet de inhoudelijke nationale/regionale opgaven voorop en verbind deze in een programmatische

• Leg de interbestuurlijke werkwijze en uitgangspunten vast in een bestuursovereenkomst. • Organiseer brede participatie. Creëer daarbij een

aanpak waarbij bevoegde partijen na brede dialoog

ankerpunt: de inrichting van een Maatschappelijke

met de maatschappij besluiten nemen.

Raad Schiphol voor de continuïteit in de dialoog met

• Werk met hechte interbestuurlijke programma-

de omgeving.

teams, waarin door de overheden als één overheid

• Zorg ervoor dat informatie over de omgevingskwaliteit

samengewerkt wordt om tot besluiten te komen met

en dienstverlening transparant, centraal vindbaar,

bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak.

begrijpelijk en compleet is en de betrouwbaarheid en

• Een (interbestuurlijke) programmacoördinator met een programmabureau vervult een ondersteunende

objectiviteit geborgd is. • Stel een kwartiermaker aan om de geschetste

rol bij de beleidsvoorbereiding en een regisserende

oplossingsrichtingen op korte termijn nader uit te

rol bij de beleidsuitvoering.

werken.

• Een onafhankelijke rapporteur geeft jaarlijks een externe review van de voortgang en samenhang van de uitvoering van het beleid en de maatregelen.

Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025 | 2

Probleemanalyse

Tien uitgangspunten

In het tussentijdse advies van eind 2019 is een probleem-

Het is urgent om aan deze vraagstukken te werken. In dit

analyse gegeven van de ontstane situatie in het overleg tussen

eindadvies wordt een poging gedaan om te schetsen hoe de

partijen rond Schiphol waardoor het moeilijk is (geworden) om

oplossingen eruit zouden kunnen zien als verbetering van het

het pad naar een versterking van de leefkwaliteit in te slaan.

leefklimaat c.q. de hinderbeperking daarin centraal komt te

Het bureau Berenschot heeft de probleemanalyse de achter-

staan als doelstelling. Daarbij hanteer ik tien hoofduitgangs-

liggende maanden nog onderstreept. ‘Cosmetische ingrepen’

punten die door het hele advies terug te vinden zijn:

(zoals een ‘goed gesprek’) of ‘verbouwingen’ (zoals een nieuwe voorzitter) aan het bestaande overlegmodel kunnen om die

•

De bestaande bevoegdheidsverdeling is het startpunt.

reden geen uitweg meer bieden. In dit advies spreek ik dan ook

•

Kaderstelling is een publieke zaak.

bewust niet over een ‘ORS 2.0’.

•

De overheid heeft ‘één gezicht’.

Het probleem ligt dieper. De inhoudelijke complexiteit is groot,

•

Vorm volgt inhoud.

•

Omwonenden hebben recht op bescherming van een

terwijl coördinatie ontbreekt. Het gebrek aan een interbestuurlijke samenwerkingsstructuur staat een constructieve beleids-

basisleefkwaliteit. •

vorming en -uitvoering in de weg. Bovendien laten de onderlinge verhoudingen zeer te wensen over: de ontmoetingen die er

structuur. •

zijn – in ORS-verband, maar ook daarbuiten – leiden doorgaans tot meer onderlinge irritatie dan tot wederzijds begrip. Daarom

De leidraad is het sturingsmodel Schiphol, waarbij groei verdiend moet worden.

•

is een reset noodzakelijk.

‘Wederkerigheid’ (gelijke behandeling) van alle sectoren bij hinderreductie is noodzaak

•

Belanghebbenden hebben recht op participatie en informatie.

Het grote economische en werkgelegenheidsbelang van Schiphol verbinden met de reductie van overlast en hinder voor

Luchtvaartinfrastructuur is ‘gewone’ publieke infra-

•

Doorzettingsmacht is het sluitstuk.

inwoners, zou bij uitstek een onderwerp voor het traditionele poldermodel zijn. Maar dat model veronderstelt de onderken-

Mijn voorstel is de rollen en taken van partijen scherper uit

ning van een gemeenschappelijk belang, de bereidheid om

elkaar te halen. Dat kan door de kaderstelling expliciet bij

compromissen te accepteren en die ook te verdedigen. Goede

het Rijk te leggen en de interbestuurlijke governance en

persoonlijke verhoudingen zouden daaraan bovendien een

participatie in twee kolommen – een interbestuurlijke kolom

belangrijke bijdrage leveren. Zoals aangegeven wordt aan al

en een participatiekolom – onder te brengen waardoor

deze voorwaarden op dit moment niet voldaan. Het kan dus niet

verantwoordelijkheden scherper worden onderscheiden en

zoals het in de Nederlandse verhoudingen zou moeten. Dan

duidelijker worden belegd. Daarbij adviseer ik voor de inter-

moet het maar zoals het kan.

bestuurlijke kolom een programmatische aanpak en versterking van de regie op de maatschappelijke opgaven, uitgaand

In mijn tussentijdse advies heb ik drie mogelijke toekomstige

van gelijkwaardig partnerschap tussen overheden. Voor de

coördinatiemodellen geschetst. Deze zijn het vertrekpunt

participatiekolom beveel ik een verbreding en bundeling van

geweest voor de analyse van Berenschot en de gesprekken met

de participatie en informatievoorziening aan waarbij er meer

de partijen die in het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden.

structuur en overzicht ontstaat.

Geen van die modellen kunnen als zodanig op draagvlak rekenen. De analyses ervan en de gesprekken erover hebben echter wel substantieel bijgedragen aan meer inzicht in de mogelijke

Drie verbindingsopgaven

aanpak van de maatschappelijke en bestuurlijke opgaven met medewerking van alle partijen met bevoegdheden en belangen.

Op basis van genoemde hoofduitgangspunten schets ik in dit

Kern daarvan is dat een oplossing wordt gezocht voor de drie

advies drie essentiële stappen op weg naar een robuust beleid

meest acute en in mijn ogen cruciale vraagstukken:

voor een effectieve en legitieme inpassing van de nationale

1.

functie van Schiphol in zijn regionale omgeving:

De bestuurlijke lagen beter met elkaar verbinden: Rijk, provincie en gemeenten.

2.

Belangrijke inhoudelijke vraagstukken op het raakvlak van

1.

het nationale en regionale niveau definiëren en adresseren.

Op nationaal niveau neemt het Rijk de regie door te zorgen

De participatie en de informatievoorziening versterken.

voor een heldere inhoudelijke visievorming en kaderstelling. De

In de volgende hoofdstukken zijn deze vraagstukken nader

concrete opgaven in de regio volgen uit de publieke kaders die

uitgewerkt.

onder regie van het Rijk worden ingevuld, omdat zij het lokale

3.

Samenwerking Interbestuurlijk Programma Schiphol

en regionale schaalniveau overstijgen. De vertaling van de rijksvisie en -kaders vindt plaats door het Rijk én het regionaal bestuur in een samenhangende gebiedsagenda waarin voor de komende jaren beschreven is waarnaartoe gewerkt wordt en in

3 | Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025

een daarop gebaseerd samenhangend jaarprogramma voor de

Daarnaast reik ik in dit advies concrete inhoudelijke

regio Schiphol.

agendapunten aan, die in ieder geval de gezamenlijke aandacht vergen van alle betrokken overheden in het gebied.

Het is van belang dat het Rijk en de regionale overheden elkaar makkelijk weten te vinden en als één overheid werken:

3.

Brede en intensieve participatie en informatievoorziening

opgavegericht, met sterke regie (via een programmateam) op

Alle belangen moeten op een onafhankelijke en transparante

de maatschappelijke opgaven, uitgaande van gelijkwaardig

manier bij de formulering van het beleid en de maatregelen

partnerschap tussen overheden.

betrokken worden. De inrichting van een Maatschappelijke Raad Schiphol kan daarbij een belangrijk ankerpunt zijn voor

Het gaat hier om een concrete doorvertaling van het rijkslucht-

de dialoog met de omgeving. De weging van de uitkomsten van

havenbeleid en de verbinding met andere nationale opgaven

deze dialoog is een taak van de bestuurlijke partijen. Zij zijn er

waarvoor rijksbetrokkenheid noodzakelijk is (zoals duurzaam-

op toegerust om publieke belangen te wegen en zich daarover

heid en volkshuisvesting). Het betreft een concrete doorvertaling

democratisch te verantwoorden. Geen andere partij kan deze

naar regiospecifieke maatregelen en een inpassing waarvoor re-

bevoegdheid en daarmee gepaard gaande verantwoordelijk-

giobetrokkenheid onontbeerlijk is. Voor de burger is het daarom

heid overnemen: geen (publieke) uitvoeringsorganisatie noch

van belang dat de diverse overheidslagen één overheid vormen.

een belanghebbende.

De diverse overheden doen dit door hun lokale, regionale en nationale kennis, expertise en bevoegdheden te bundelen in het

Daarmee ontstaat het volgende perspectief op de wijze van

Interbestuurlijk Programma Schiphol. De uitvoerende organisa-

samenwerking in de komende jaren rond de inpassing van

ties kunnen de overheden daarin met hun expertise bijstaan.

Schiphol in zijn omgeving:

2.

Inhoudelijke kwaliteitsslag

Nationaal

Het Interbestuurlijk Programma

kader

Schiphol is noodzakelijk om tot

Interbestuurlijke Programmaraad

inhoudsvolle resultaten te komen. Die resultaten zijn nodig, omdat anders elk ‘participatie-activisme’ in het streven naar het herstel

Rijk

Provincies

Luchtvaartpartijen

Gemeenten

Schiphol

LVNL

Carriers

van vertrouwen van de omgeving tot mislukken gedoemd is. In de participatie zullen inhoudelijk uitgewerkte voorstellen en opties

Omgevingshuis

die verschil maken voorgelegd moeten worden. Alleen op die manier is het mogelijk om een antwoord te bieden op de breed gewortelde scepsis in de omgeving, gevat in het motto ‘eerst zien, dan geloven’. Het Rijk moet,

Maatschappelijke Raad Schiphol

na de interbestuurlijke afweging

(Bewoners, maatschappelijke organisaties, wetenschappers)

en de participatie zorgvuldig te hebben doorlopen, in staat zijn om de uitkomsten ook binnen redelijke termijnen te implementeren (of te doen implementeren door

Brede maatschappelijke participatievormen (Critical reviews, huiskamergesprekken, internetconsultaties, inspraak, etc.)

uitvoerende partijen). Tegen de achtergrond van die overtuiging ben ik in

Tot slot schets ik in dit eindadvies concreet de eerste stap in

agenderende zin in dit eindadvies nadrukkelijk ingegaan op

het nieuwe begin. Allereerst door een opzet van een inhoudelijk

de inhoudelijke kant van de kaderstellende rol van de rijks-

programma voor te leggen. Daarnaast beveel ik aan om voor

overheid. Zwaartepunten daarbij zijn de noodzaak van de

de opzet van het Interbestuurlijk Programma Schiphol, de

formulering van:

Maatschappelijke Raad Schiphol en het Omgevingshuis

•

een basisleefkwaliteit

Schiphol zo spoedig mogelijk een kwartiermaker aan te stellen

•

een basisparticipatiekwaliteit

die ook zorg draagt voor een zorgvuldige afbouw van de

•

een basisinformatiekwaliteit

Omgevingsraad Schiphol.

Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025 | 4

1 Inleiding: Opdracht en aanpak

In dit inleidende hoofdstuk schets ik de context en het karakter van de opdracht die de minister mij heeft meegegeven. Ook geef ik aan welk proces ik concreet heb gevolgd om tot het voorliggende eindadvies te komen.

1. Opdracht

2. Aanpak

Na voorafgaand overleg met de delegaties van partijen in de

Na mijn aanstelling per 1 juli 2019 heb ik me eerst gericht op de evaluatie en de schets van de problematiek. Daarvoor heb ik in het eerste halfjaar tal van partijen – en sommige meermaals – gesproken om mij een goed beeld van de situatie te kunnen vormen. In het tussentijdse advies heb ik daarvan in december 2019 verslag uitgebracht. Ik heb dat tussentijdse advies afgesloten met een schets van enkele contouren van een mogelijke toekomstige ordening. Dat heb ik gedaan in een poging het gezamenlijk denken over de toekomst te stimuleren.

Omgevingsraad Schiphol heeft de minister mij gevraagd om ‘als interim-voorzitter de continuïteit van de Omgevingsraad Schiphol (ORS) [te] waarborgen en de ORS in zijn wettelijke taak [te] faciliteren’, en ‘in afstemming met de delegaties leiding [te] geven aan de evaluatie van de Omgevingsraad Schiphol’ (brief d.d. 25 juni 2019). De benoeming is ingegaan op 1 juli 2019. De Tweede Kamer en de leden van de Omgevingsraad Schiphol zijn hierover door de minister geïnformeerd. Mij is gevraagd, en ik heb ermee ingestemd, om de evaluatieve rol niet te vervullen uit hoofde van mijn interim-voorzitterschap van de ORS, maar – vergelijkbaar met mijn werkwijze rond Eindhoven Airport – onafhankelijk en op persoonlijke titel, gehoord hebbend de partijen en zoekend naar een zo groot mogelijk draagvlak. Concreet betekent dit dat de gevraagde rapportage niet het karakter heeft van een ‘ORS-rapportage’. In december 2019 heb ik op basis van enkele rondes van besprekingen met belanghebbende partijen een tussentijds advies uitgebracht. Daarmee is een eerste stap in het evaluatieproces gezet om te komen tot een toekomstgerichte governancestructuur voor de inpassing van de luchthavenfunctie van Schiphol

Voor de verkenning van opties voor de toekomstige samenwerkingsinfrastructuur heb ik ondersteuning gevraagd van het bureau Berenschot. Ik heb het bureau gevraagd materiaal op te leveren dat van belang is om mogelijke vormen en overwegingen in beeld te krijgen van: • governancemodellen (de deelrapportage over het stelselonderzoek); • participatiemodellen (de deelrapportage over de participatie); • de inrichting van de informatiefunctie (de deelrapportage over versterking van de informatievoorziening en dienstverlening).

in zijn omgeving. In het tussentijdse advies is ook de tweede stap in het evaluatietraject aangekondigd: een verkenning en afweging van mogelijke arrangementen die kunnen voorzien in een robuuste toekomstgerichte samenwerkingsstructuur.

Bij de uitvoering van dat onderzoek is een klankbordgroep gevormd waaraan alle partijen uit de ORS actief hebben deelgenomen (Rijk, Bestuurlijke Regie Schiphol (BRS),

Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025 | 6

luchtvaartpartijen, bewoners, VNO, milieufederatie). Deze klankbordgroep is begin 2020 driemaal bijeen geweest bij de opstart van het onderzoek door het bureau Berenschot. Ook heeft de klankbordgroep in vijf sessies de gelegenheid gehad om uitvoerig de concept-resultaten van de verschillende deelonderzoeken van het bureau Berenschot schriftelijk te becommentariëren en mondeling te bespreken. Ter afsluiting van dit traject is aan elk van de partijen gevraagd om – mede op basis van al het verzamelde materiaal – hun positie te bepalen. Die ruimte is ook gegeven aan de bewonersfracties, die zich in de afgelopen periode van de bewonersdelegatie hebben afgesplitst. Alle partijen hebben medewerking verleend, zodat een goed beeld is ontstaan van hun posities ten aanzien van de toekomstige gewenste werkwijze. De opgeleverde onderzoeken van het bureau Berenschot, de positiebepalingen van de partijen en het beeld dat ik uit hoofde van mijn interim-voorzitterschap van de ORS van de inhoudelijke opgaven voor de komende periode heb verkregen, hebben voor mij de basis gevormd om mijn eindadvies te formuleren. Ik heb daarbij het bureau Berenschot gevraagd op basis van alle bevindingen een schets te maken van een mogelijk werkbare structuur (in de vorm van een hoofdlijnen discussienotitie), die ik als basis voor mijn advisering heb gebruikt.

Verder heb ik dankbaar gebruik gemaakt van de inzichten die de commissie-Cohen in oktober 2020 heeft gepresenteerd, evenals van de inhoud van de Luchtvaartnota van het Rijk.

Op één specifiek punt heb ik het bureau Berenschot gevraagd om een verdiepingsslag te maken. Namelijk daar waar het gaat om de verhouding tussen de eigenstandige aanwending van toegekende bevoegdheden en het delen van die bevoegdheden in een samenwerkingsstructuur. Het bureau Berenschot heeft daarop rond dit thema een wetenschappelijke reflectie gefaciliteerd door drie hoogleraren bestuurskunde (de professoren Henk Addink, Paul Frissen en Mark van Twist). De hoofdlijnen discussienotitie van bureau Berenschot, inclusief de reflectie van genoemde hoogleraren, is integraal als bijlage in dit advies opgenomen. De onderliggende deelrapportages van bureau Berenschot zijn te vinden op de website van de ORS www.omgevingsraadschiphol.nl. Parallel aan het schrijven van het advies heb ik bilaterale gesprekken gevoerd met de delegatieleiders en tevens met alle leden van de delegaties van bestuurders, omwonenden en sector. Daarbij heb ik alle partijen voorafgaand aan het uitbrengen van mijn advies een mondelinge toelichting gegeven op de inhoud van het advies. Ik dank al mijn gesprekspartners voor hun waardevolle input en reflectie. De input uit alle rondes van gesprekken heb ik gebruikt om het voorliggende eindadvies voor een toekomstbestendig overlegmodel te schrijven.

2 Uitdaging en opgave

In dit hoofdstuk licht ik de uitdaging en opgave toe. Daarbij wijs ik op de gecompliceerde verhoudingen, de inhoudelijke complexiteit en het gebrek aan interbestuurlijke structurering. Ik constateer dat het poldermodel in ORS-verband helaas is uitgewerkt. Aan de voorwaarden voor de werking van het poldermodel wordt niet meer voldaan. Er wordt geen gemeenschappelijke belang onderkend, er is geen bereidheid om compromissen te accepteren, laat staan om die te verdedigen, en de persoonlijke verhoudingen staan onder druk. Gevolg is dat de leefkwaliteit achterblijft. Als het niet kan zoals het in de Nederlandse verhoudingen zou moeten, dan moet het maar zoals het kan. Voor mij is het cruciaal en urgent dat zo spoedig mogelijk stappen worden gezet om op diverse inhoudelijke vraagstukken bestuurlijke en maatschappelijke verbindingen te leggen

1. Gecompliceerde verhoudingen

daardoor is er vanuit zowel de luchtvaart als de omgeving de roep om een sterkere regie van het Rijk en ‘de politiek’. Daarbij

In het tussentijdse advies van december vorig jaar is inzicht

is het van belang om niet door te slaan naar de illusie dat ‘de

gegeven in de gewijzigde maatschappelijke context en de

politiek’ ongevoelig zou zijn voor de maatschappelijke context

gecompliceerde onderlinge verhoudingen waardoor het

en daardoor wel in staat is om slagvaardig tot onwankelbare

overleg rond Schiphol is verzuurd en inmiddels niet meer

besluiten te komen.

productief is. De commissie-Cohen heeft het erover dat de houdbaarheidsdatum van de overlegstructuur die eens zo

Vanwege de gebrekkige effectiviteit van het overlegklimaat

effectief was, is verstreken. Deze observaties met betrekking

rond het dossier Schiphol wordt in de praktijk door eenieder

tot de consequenties voor het overlegklimaat rond Schiphol

gezocht naar en geëxperimenteerd met alternatieve wegen om

zijn er door – of: ondanks – de Covid-19-pandemie niet

toch tot resultaten te komen. Het gevolg is een communicatie-

minder scherp op geworden. Kortheidshalve volsta ik hier

en consultatiestructuur die, mede door de social media en het

met een verwijzing naar de bijgevoegde rapportage van het

gedrag van het Rijk, de regio en de luchtvaartpartijen – met

bureau Berenschot, die scherp aangeeft dat de onderlinge

ieder hun eigen communicatielijnen (in het meervoud!) –

verhoudingen onder druk staan.

minder eenduidig is voor de ‘eindgebruiker‘ c.q. de burger. De commissie-Cohen heeft op dit punt ook reeds gewezen.

Inmiddels zijn de wil en het vermogen van de bij het Schiphol-dossier betrokken partijen om gezamenlijk effectief te opereren in de huidige structuren vrijwel geheel afwezig. Mede

Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025 | 8

2. Inhoudelijke complexiteit

isolatie) voor individuele bewoners die te maken hebben gehad met een verslechtering van hun leefomgeving in de

De inhoudelijke complexiteit van het vraagstuk is er intussen

achterliggende jaren hebben geen gelijke tred gehouden

niet minder op geworden. In het tussentijdse advies is reeds

met de groei van Schiphol c.q. zijn achterwege gebleven.

ingegaan op diverse thema’s. De ingewikkelde punten die de

Datzelfde geldt voor het voorzien in vervanging van in het

komende jaren met name de aandacht zullen vragen, en die

verleden getroffen maatregelen waarvan de levensduur verstreken is.

de thematiek van de advisering min of meer direct raken, zijn onder meer:

f.

Het in de Luchtvaartnota neergelegde voornemen om te komen tot een nieuwe indeling van het luchtruim zal bij

a.

De implementatie van het aangekondigde sturingsmodel

de implementatie ervan grote consequenties hebben voor

voor de ontwikkeling van Schiphol: de ontwikkeling moet

de spreiding c.q. verplaatsing van de hinder in het gehele gebied rondom Schiphol.

verdiend worden door beperking van hinder. b.

Het gebrek aan afstemming tussen wonen en vliegen.

gevolgen bij de implementatie daarvan raakt velen in de

over enkele decennia voor 30 procent te wijten1 zijn aan

directe en verdere omgeving. Samen met de luchtruim-

de bouw van woningen op ‘gehinderde’ plekken, terwijl

herziening is dit een grote onzekere factor voor zowel de

het sturingsmodel de luchtvaart juist afrekent op de

omwonenden als de regionale overheden. h.

om maatregelen te treffen om de problematiek van

geluid, terwijl die voor de ontwikkeling van de luchtvaart

kruisend verkeer te ondervangen, kan consequenties

niet lijken te gelden.

hebben voor het gebruik van de secundaire banen en daarmee de verdeling van de hinder.

Er is geen helder juridisch kader waarop bewoners zich i.

met zich mee rondom de effectieve implementatie van

De afweging van maatregelen voor hinderbeperking,

de informatievoorziening voor de omwonenden en van de

in het bijzonder de omgang met het vraagstuk van het

betekenis daarvan voor het beleid. Wanneer de berekende

waterbedeffect: veel maatregelen hebben, naast een

waarden – waarop formeel gehandhaafd wordt – de

vermindering van hinder, altijd wel op de ene of andere

gemeten waarden onderschrijden, zoals vastgesteld

plek een verslechtering tot gevolg. Hinderbeperkende

is rond Schiphol, dan moet dat zo spoedig mogelijk

maatregelen waarbij dit niet het geval is, zijn er – behalve

consequenties hebben wil het niet ten koste gaan van de

Het aantal ernstig gehinderden in de omgeving is in een

geloofwaardigheid van het gevoerde beleid. j.

De discussie en mogelijke conclusies over fijnstof kunnen

paar jaar tijd toegenomen van nog geen 100.000 naar

gevolgen hebben voor de inrichting van het gebied rondom

ruim 150.000 (zie Jaarverslag 2019 Omgevingsraad

Schiphol (de koppen van de start- en landingsbanen).

Schiphol, ‘Staat van de leefomgeving Schiphol’). Er is

Datzelfde geldt met betrekking tot de uitstoot van

sprake van leefbaarheidsproblemen en hier en daar

stikstofoxyden (NOx).

verloedering van de leefomgeving. De maatregelen (zoals

1)

Een regionaal meetnet in wording brengt vraagstukken

negatief worden beïnvloed.

vlootvernieuwing of volumebeperking – vrijwel niet meer. e.

Het advies van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OvV)

wordt aan banden gelegd door cumulatieregels voor

kunnen beroepen als hun individuele leefomstandigheden d.

De discussie over de tweede Kaagbaan en de mogelijke

Zonder ingrepen kan de hinder die Schiphol veroorzaakt

vermindering van hinder. En andersom: de woningbouw

c.

g.

Zie voor deze analyse en bronvermelding verder hoofdstuk 6 van dit advies.

9 | Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025

3. Gebrek aan interbestuurlijke structurering

4. Conclusie en urgentie

Strikt onderscheid maken tussen nationaal en regionaal niveau

Schiphol verbinden met de maximaal mogelijke reductie van

om vraagstukken aan te pakken blijft moeilijk, gelet op de

overlast voor inwoners, zou bij uitstek een onderwerp voor het

dominante positie van Schiphol in het nationale luchtvaart-

traditionele poldermodel zijn. Maar dat model veronderstelt

beleid. Dit komt mede doordat veel van de vraagstukken inzake

de onderkenning van een gemeenschappelijke belang, de

luchtvaart niet beginnen of ophouden bij bestuurlijke grenzen.

bereidheid om compromissen te accepteren en die ook te

Het grote economische en werkgelegenheidsbelang van

verdedigen. Goede persoonlijke verhoudingen zouden daaraan Als er een les uit het dossier Lelystad te leren valt, is het wel

bovendien een belangrijke bijdrage leveren. Zoals aangegeven

dat een goed routeontwerp niet ophoudt bij de provinciegrens,

wordt aan al deze voorwaarden op dit moment niet voldaan.

maar moet worden aangesloten op de internationale route-

Gevolg is dan dat de versterking van de leefkwaliteit achterblijft

structuur. Omgekeerd, geldt voor Schiphol dat indien er een

bij de ontwikkeling van de luchtvaart. Waarborgen om tot

luchtruimherziening komt waarvan vaste routes en een vierde

verbetering te komen ontbreken momenteel. Het kan dus niet

Initial Approach Fix (IAF) onderdeel zijn, dit op enig moment

zoals het in de Nederlandse verhoudingen zou moeten.

toch consequenties zal hebben voor de vliegpaden van en naar de start- en landingsbanen. Hierdoor worden de belangen van

Dan moet het maar zoals het kan. In de volgende hoofdstukken

de provincies respectievelijk de gemeenten geraakt, zowel qua

is dat een onderliggende leidraad. Kern daarvan is dat een

hinder voor de inwoners als qua woningbouw.

oplossing wordt gezocht voor de meest acute en in mijn ogen cruciale vraagstukken:

Maar een heldere interbestuurlijke samenwerkingsstructuur

•

en gemeenten.

om deze beleidsmatige issues onderling te bespreken en tot een oplossing te brengen, is niet voorhanden. Dat is een

De bestuurlijke lagen met elkaar verbinden: Rijk, provincie

•

Belangrijke inhoudelijke vraagstukken op het raakvlak

schrijnend gemis dat zich in toenemende mate doet voelen.

van het nationale en regionale niveau definiëren en

Het Rijk en de regionale overheden weten elkaar maar moeilijk

adresseren.

te vinden. Anders dan rond andere publieke infrastructuren

•

De participatie en de informatievoorziening versterken.

(het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport – MIRT), bestaat er rond Schiphol geen vaste structuur voor de interbestuurlijke samenwerking. En daar waar Rijk en regio elkaar in het verleden nog enigszins gestructureerd troffen aan de Alderstafel en in de ORS zijn de algemene verhoudingen inmiddels – zoals aangegeven – zodanig verzuurd dat deze geen alternatief meer zijn voor een interbestuurlijke samenwerkingsstructuur. Dit alles leidt tot de posities die bestuurlijke partijen op dit moment innemen in de discussies over zowel de ontwikkeling van de luchthaven als het luchtvaartbeleid in het algemeen. Door de stapeling van knelpunten beoordelen velen in de regio de Luchtvaartnota niet als een strategisch lange termijn document, wat het wel beoogt te zijn. De partijen die partners zouden moeten zijn, beschouwen de nota niet als richtinggevend voor het eigen handelen. De hypotheek die inmiddels op het Schiphol-dossier rust, kan door de Luchtvaartnota alleen niet gedragen worden.

In de volgende hoofdstukken werk ik deze punten nader uit.

Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025 | 10

3 Algemene uitgangspunten voor good governance in de regio Schiphol

Voor de meest acute en in mijn ogen cruciale vraagstukken in de komende jaren heb ik gezocht naar een oplossing om het governance- en participatiemodel in te vullen. De opgave daarvan bestaat zoals aangegeven uit drie kernonderdelen: • De bestuurlijke lagen met elkaar verbinden: Rijk, provincie en gemeenten. • Belangrijke inhoudelijke vraagstukken op het raakvlak van het nationale en regionale niveau definiëren en adresseren. • De participatie en de informatievoorziening versterken. Bij de invulling daarvan heb ik me laten leiden door tien hoofduitgangspunten, die door het hele advies terug te vinden zijn. In dit hoofdstuk maak ik eerst deze uitgangspunten expliciet.

Advies: Stel de tien hoofduitgangspunten centraal in

de intentie om die te realiseren in aanvulling op de bestaande

het handelen en expliciteer dit, bijvoorbeeld in een

bevoegdheden en verantwoordelijkheden, zonder de gehele

bestuursakkoord tussen overheden en in een publiek-

bevoegdheidsverdeling ter discussie te stellen. Het is van

rechtelijke regeling van de Maatschappelijke Raad

belang dat vooraf duidelijk is wie waarvoor verantwoordelijk is.

Schiphol en het Omgevingshuis Schiphol

1. De bestaande bevoegdheidsverdeling is het startpunt

2. Kaderstelling is een publieke zaak De kaderstelling aan Schiphol is een publieke zaak. Die kunnen partijen met een (zeer te respecteren) deelbelang

Voor de invulling van de taken en rollen is de bestaande

niet overnemen. Dit sluit aan op het in de Luchtvaartnota

bevoegdheidsverdeling het vertrekpunt. Daarbij geldt dat in

aangebrachte onderscheid tussen publiek bevoegden

bestuurlijke zin het ‘Huis van Thorbecke’ de basis is, en dat

en belanghebbenden. Uiteindelijk is altijd een bestuurs-

de bestuurlijke bevoegdheden die daarin verankerd zijn, via

orgaan aanspreekbaar op de zorgvuldigheid van de publieke

interbestuurlijke samenwerking bijeen gebracht kunnen wor-

belangenafweging op basis van transparante publieke

den. Verder zijn uiteraard de Wet luchtvaart, de Omgevingswet

kaders. Ook als er publieke taken worden gedelegeerd naar

en de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen belangrijke bron-

uitvoeringsorganisaties of vergunningen worden verleend aan

nen. Waar in dit advies gesproken wordt over de uitbreiding van

(overheids)bedrijven.

taken of van beschermings-/participatierechten, doe ik dat met

Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025 | 12

De regie voor een heldere kaderstelling en de handhaving

ontstaan. Daarnaast verdienen de omwonenden een helder

daarvan ligt bij het openbaar bestuur. Het articuleren én

antwoord van de rijksoverheid op de volgende vragen: welke

integreren van maatschappelijke belangen in publieke kaders

basisleefkwaliteit hanteert de rijksoverheid als norm (norm-

is een kernfunctie van politieke bestuursorganen. Op die

stelling), voldoet de leefsituatie van omwonenden hier ook

combinatie van de articulerende en integrerende functie

inderdaad aan (monitoring), waarop kunnen de betreffende

van politiek bestuur moet elke overheid door haar inwoners

omwonenden aanspraak maken indien hun leefsituatie hier

aangesproken kunnen worden wanneer het grondgebied van

niet aan voldoet (wat) en waar kunnen zij zich daarvoor melden

die overheid wordt geraakt.

(hoe)? Alle thans geldende en voorziene regels en normen laten de omwonenden op dit punt met lege handen staan. Dit

3. De overheid heeft ‘één gezicht’ Zoals de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) eerder heeft aangegeven in het rapport ‘luchtvaartbeleid; een nieuwe aanvliegroute (2019), heeft Schiphol raakvlakken met Rijk, provincies en gemeenten en wordt de inpassing van de

jaagt de maatschappelijke onzekerheid en onvrede in de nabije omgeving van Schiphol aan.

6. Luchtvaartinfrastructuur is ‘gewone’ publieke infrastructuur

luchthaven niet ‘gevangen’ in bestuurlijk-geografische grenzen.

Bij de beleidsvorming rond luchthaven(infrastructuur) kan

De publieke kaderstelling aan Schiphol is een integrale opgave

nog altijd veel geleerd worden van de andere publieke infra-

van alle overheden in het gebied. De overheidsorganisaties

structuren als weg en rail. Dat geldt ook voor de governance.

opereren als één overheid. Het Rijk heeft daarbij een stelsel-

De MIRT-systematiek kan een belangrijke inspiratiebron

verantwoordelijkheid. Vanuit die rol faciliteert het Rijk de

vormen voor de wijze waarop de besluitvorming over

totstandkoming en effectuering van de publieke kaderstelling

luchthhaveninfrastructuur en vliegroutes wordt ingericht. Het

gegeven de geografisch gemeente- en provinciegrens-

Meerjarenplan Geluidsanering kan eveneens een belangrijke

overschrijdende scope en de (inter)nationale dimensies van

inspiratiebron vormen voor de wijze waarop de effecten

het beleidsdomein. Alle andere overheden dragen actief bij

van vliegverkeer kunnen worden gemitigeerd met concrete

vanwege de directe impact op lokaal en regionaal niveau,

maatregelen voor omwonenden, ook bij de intensivering van

de bevoegdheden op meerdere terreinen van de ruimtelijke

verkeer. Verder kan er nog veel geleerd worden van de wijze

ontwikkeling, de specifieke deskundigheid en het zicht op de

waarop bij andere publieke infrastructuren de interferentie met

impact van de integrale nationale kaders op lokaal niveau.

woningbouw wordt opgepakt en welke verantwoordelijkheidstoedeling tussen woningbouwsector en infrasector daarbij

4. Vorm volgt inhoud Niet governancemodellen, maar de inhoudelijke publieke opgaven zijn leidend voor de coördinatiebehoefte in de regio Schiphol en de invulling daarvan. Governance, participatie en visievorming zijn voor de leefomgeving instrumenteel om te komen

wordt toegepast.

7. De leidraad is het sturingsmodel Schiphol, waarbij groei verdiend moet worden

tot een betere leefkwaliteit. Alleen governance, participatie en

In de Luchtvaartnota is, in navolging van de brief van 5

weer een nieuwe rijksvisie versterkt noch de kwaliteit van het

juli 2019, aangegeven dat Schiphol alleen kan groeien

intercontinentale verbindingennetwerk noch de kwaliteit van

“als dit aantoonbaar veilig kan en als dit gepaard gaat met

de leefomgeving. In dat licht heb ik ook de verzuchting ‘eerst

aantoonbare reductie van de overlast en verbetering van de

zien, dan geloven’ vanuit de omgeving verstaan. Om die reden

leefomgevingskwaliteit”. Als belangrijkste mogelijkheden

zal ik me dan ook niet beperken tot procesopmerkingen en

daarvoor zijn aangemerkt – zie de brief d.d. 5 juli 2019 – de

-aanbevelingen, maar nadrukkelijk ook de inhoudelijke opgave

reductie van het aantal nachtvluchten en vlootvernieuwing.

in de regio in ogenschouw nemen en die – samen met de

Daarnaast geeft het sturingsmodel een ‘prikkel’ aan de

bestaande bevoegdheidsverdeling – als startpunt nemen.

luchtvaartpartijen om de baancapaciteit, de baanbeschikbaarheid en het strikt geluidpreferent gebruik van de banen

5. Omwonenden hebben recht op bescherming van een basisleefkwaliteit Het is denkbaar dat er door een toename van het vliegverkeer of door een cumulatie van geluid situaties ontstaan die niet langer als leefbaar kunnen worden aangemerkt. De rijksoverheid dient te erkennen dat er zulke situaties kunnen

te vergroten. Dit sturingsmodel van Schiphol hanteer ik in dit advies ook als uitgangspunt. Ik zie het als een belangrijke prikkel om te komen tot hinderreductie voor de omgeving waarbij dan uiteraard niet alle hinderreductie gebruikt wordt om te groeien en daarmee nieuwe hinder te veroorzaken.

13 | Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025

8. ‘Wederkerigheid’ (gelijke behandeling) van alle sectoren bij hinderreductie is noodzaak

Een eenduidige definiëring van hinder (en hinderreductie) is hierbij een belangrijke sleutel voor een uitvoerbaar beleid. Als de wetgever een situatie als ‘hinder’ of ‘ernstige hinder’ omschrijft, dient daarop op een gelijke manier geacteerd te

Het is van groot belang om een eenduidige definitie van

worden naar de drie in het geding zijnde partijen: a. de lucht-

geluidshinder te hebben. En om op basis van die eenduidige

vaart, b. de woningbouw en c. de omgeving. De getroffen

definitie vervolgens alle partijen die een bijdrage kunnen

maatregelen dienen met elkaar in evenwicht te zijn. Een

leveren, op een gelijke manier aan te spreken op hun

basisleefkwaliteit is daarbij een belangrijk ijkpunt om te toetsen

bijdrage aan deze reductie. In de discussie tussen partijen

of de balans zoek raakt en de burger daarvan de dupe is (zie

de afgelopen maanden is terecht gewezen op het belang van

uitgangspunt 5).

‘wederkerigheid’ in de wijze waarop wordt omgegaan met luchtvaart respectievelijk woningbouw in relatie tot de definitie van en regelgeving omtrent hinder. Als de definitie van hinder, zoals in het vigerende beleid,

9. Belanghebbenden hebben recht op participatie en informatie

uitgedrukt wordt in aantallen woningen binnen een aangegeven

Omwonenden en andere belanghebbenden moeten altijd

contour, dient degene die honderd huizen bouwt in de contour

de mogelijkheid hebben gekregen om te beschikken over

op een zelfde manier aangesproken te worden als degene die

informatie en om te participeren in geval er een besluit

extra vliegtuigen over het gebied laat vliegen, zodat de contour

genomen wordt dat een wijziging tot gevolg heeft voor

vergroot wordt en daar honderd woningen extra in vallen. Ook

verkeersvolumes (dan wel maxima aan geluids- en/of andere

mag dan verwacht worden dat, wanneer de planvorming voor

emissies) en voor de ligging van start- en landingsbanen

woningbouw getoetst wordt op een invulling van cumulatie

en van start- en landingsroutes (inclusief waypoints, vaste

van geluid, de luchtvaartplannen ook getoetst worden op het

bochtstralen et cetera), die vanwege de gevolgen voor de

gecumuleerde geluidseffect dat zij hebben in de omgeving.

verspreiding van het geluid over de omgeving aan een publieke

Gelijke monniken, gelijke kappen.

belangenafweging en besluitvorming onderhevig dienen te zijn.

Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025 | 14

De verantwoordelijkheid om dit te borgen ligt bij het Rijk als

of de rijkscoördinatieregeling die in gebruik is bij energievoor-

bevoegd gezag.

zieningsprojecten. Onderdeel daarvan is dat de toezichthouder de grondslag en de instrumenten heeft om toezicht te houden

Naast dit recht op participatie en informatie bij wijzigingen

op het nationale kader en de daarin neergelegde normen.

geldt het klachtrecht en het recht op informatievoorziening over de reguliere operatie. Het klachtrecht is wettelijk geborgd in de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) voor wat betreft

Advies: Gegeven de ontstane situatie, zoals geschetst

de verkeersafhandeling door Luchtverkeersleiding Nederland

hoofdstuk 2, en de uitgangspunten, zoals in dit hoofd-

(LVNL). De verantwoordelijkheid voor de communicatie met de

stuk uiteengezet, is mijn voorstel om de in het verleden

omgeving – in de brede zin van het woord – over de reguliere

in de Omgevingsraad Schiphol vervlochten rollen en

operatie (binnen de publiekrechtelijke kaders) behoort toe aan

taken van partijen scherper uit elkaar te halen. Dat kan

de Royal Schiphol Group N.V..

door de kaderstelling expliciet bij het Rijk te leggen (hoofdstuk 4) en de interbestuurlijke governance en

10. Doorzettingsmacht is het sluitstuk

participatie uit elkaar te halen en in twee kolommen – een interbestuurlijke kolom (hoofdstuk 5 en 6) en een participatiekolom (hoofdstuk 7) – onder te brengen.

Nadat alle stappen van interbestuurlijke samenwerking en

Hierdoor worden de verantwoordelijkheden scherper

maatschappelijke participatie en belangenafweging zorgvul-

onderscheiden en duidelijker belegd. Daarbij adviseer

dig zijn doorlopen, moet het bevoegde gezag de ruimte en

ik voor de interbestuurlijke kolom een programmatische

middelen hebben om een besluit voortvarend te nemen, te

aanpak en versterking van de regie op de maatschappe-

implementeren en/of te handhaven. Het is van belang dat, na

lijke opgaven, uitgaand van gelijkwaardig partnerschap

een zorgvuldige weging van de in het geding zijnde belangen,

tussen overheden. Voor de participatiekolom beveel

de besluitvorming of de uitvoering niet ‘gegijzeld’ wordt door

ik een verbreding en bundeling van de participatie en

een of enkele van die (deel)belangen. Ook op dit punt kan

informatievoorziening aan waarbij er meer structuur en

inspiratie opgedaan worden in andere ruimtelijke domeinen,

overzicht ontstaat.

zoals de regelgeving rondom de aanleg van rijksinfrastructuur

4 Nationale kaderstelling

In dit hoofdstuk schets ik het belang van de kaderstellende rol van de rijksoverheid. Ik benoem daarbij een aantal kaderstellende thema’s die urgent en cruciaal zijn om als eerste op te pakken, namelijk de definitie van een: 1. Basisleefkwaliteit 2. Basisparticipatiekwaliteit 3. Basisinformatiekwaliteit De uitwerking hiervan wordt (uiteraard) voorgelegd aan de betrokken mede-overheden, belanghebbende partijen in de omgeving en luchtvaartpartijen. Daarna komt de rijksoverheid tot een afweging, verankering en handhaving van de invulling van deze basiskwaliteiten.

Nationaal Interbestuurlijke Programmaraad Rijk

Gelet op het grote economische en maatschappelijke belang

kader

van Schiphol, maar ook vanwege de impact op de leef-

Luchtvaartpartijen

Provincies Gemeenten

Schiphol

LVNL

Carriers

omgeving, de geschetste veranderde context en de aard van de inhoudelijke vraagstukken, mag een gevoel van urgentie voor een gecoördineerde aanpak verwacht worden van alle betrokkenen. Een gevoel dat geschraagd wordt door een

Omgevingshuis

houding waarin bevoegdheden, financiële middelen, kennis en andere instrumenten van partners benut worden om gezamenlijk en eenduidig in te zetten op versterking van de bestuurskracht. Juist de effecten van de Covid-19-crisis op de luchtvaart onderstreept dit belang én biedt er de ruimte voor.

Maatschappelijke Raad Schiphol (Bewoners, maatschappelijke organisaties, wetenschappers)

De aanpak begint ermee dat het Rijk op nationaal niveau op hoofdlijnen de kaders voor de bescherming van de omgeving

Brede maatschappelijke participatievormen

van Schiphol, de randvoorwaarden voor de operatie van

(Critical reviews, huiskamergesprekken, internetconsultaties, inspraak, etc.)

de luchtvaart en de regionale opgaven voor de ruimtelijkeconomische ontwikkeling vaststelt vanuit omschreven publieke belangen. Op basis daarvan wordt de interbestuurlijke opgave in de regio geformuleerd, die het Rijk samen met

Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025 | 16

de medeoverheden voor het gebied gaat uitwerken. Het Rijk

Ontwikkeling hinder

legt de grondslag voor het formulering van die opgave en

Bij de beoordeling van het aantal gehinderden zijn in

de bijdrage hieraan door alle bestuursorganen waarvan het

ieder geval de volgende aspecten van belang:

grondgebied door deze opgave geraakt wordt.

• Al het gerealiseerde vliegverkeer in een gebruiksjaar wordt meegenomen zoals het feitelijk gevlogen heeft

Op nationaal niveau worden derhalve voor elk van deze publieke belangen – in samenhang – heldere afwegingskaders

(en dus niet gemodelleerd of geprognosticeerd). • Daarbij wordt erkend dat ook het overige verkeer

vastgesteld. Die kaders moeten voor iedereen inzichtelijk

(general aviation, politiehelikopters, et cetera)

zijn met doelstellingen voor: veiligheid, het internationale

hinder veroorzaakt in de omgeving. Dit verkeer wordt

verbindingennetwerk, de ondergrens van de leefkwaliteit,

dus betrokken in de beoordeling van het aantal

volkshuisvesting en de hoeveelheden CO2 en (ultra)fijnstof.

gehinderden.

Hiermee wordt dan tegelijk invulling gegeven aan de wens van

• ‘Uitzonderingen’ in de operatie (met name groot

de commissie-Cohen (september 2020) om te komen tot een

baanonderhoud) leiden tot (meer) hinder. Het is

strategisch samenhangende visie.

dus van belang deze ‘uitzonderingen’ integraal mee te nemen in de beoordeling en niet als legitimatie-

De rijksoverheid is bij de weging van nationale publieke

grond voor extra hinder te gebruiken. Gelet op de

belangen leidend. Daarmee wordt niet uitgesloten, maar juist

feitelijke duur van de uitzonderingssituaties, kunnen

aangemoedigd, dat het Rijk actief de invulling van de kader-

deze inmiddels niet meer als uitzondering worden

stelling sondeert bij medeoverheden, uitvoerende instanties,

beschouwd. In de governance is het daarom van

experts, en de brede groep van belanghebbenden in de

belang deze situaties niet uit te sluiten van de prikkel

samenleving. Door met meerdere partijen tegelijk de dialoog te

om de hinder te reduceren, waarop afgerekend wordt.

voeren ontstaat een lerend systeem zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de rol van het Rijk om, alles afwegende, een besluit te nemen. In hoofdstuk 7 sta ik nader stil bij de wijze waarop dit

Als indicatie is een uitwerking op basis van de bestaande wet-

gefaciliteerd kan worden.

en regelgeving hiervan en gebaseerd op de realisaties van de afgelopen zestien jaar gepresenteerd in het Jaarverslag 2019 van de ORS (in het deel ‘Staat van de leefomgeving Schiphol’).

Advies: Het Rijk stelt, na brede dialoog met de maat-

Daarin is aangegeven in welke mate het aantal gehinderden in

schappij, heldere kaders voor de publieke belangen,

de afgelopen jaren is toegenomen.

met heldere afrekenbare doelstellingen en normen voor het aantal gehinderden en een basisleefkwaliteit,

b. Een norm voor een gebiedsgerichte basisleefkwaliteit

basisparticipatiekwaliteit en basisinformatiekwaliteit.

De formulering van een basisleefkwaliteit in de regio Schiphol moet voor iedere burger daar houvast bieden. Juist in situaties waarin sprake is van een (sterke) toename van verkeer in

In de hiernavolgende paragrafen reik ik de voor de omgeving

bepaalde gebieden (door toename van het gebruik van de

relevante punten aan die in ieder geval in het rijkskader aandacht

secundaire banen) of in situaties van het veelbesproken

verdienen, zonder dat ik de pretentie heb uitputtend te zijn.

waterbedeffect is er behoefte aan rechtsbescherming en rechtszekerheid voor benadeelde burgers in de borging van de

1. Afrekenbare doelstellingen voor te leveren prestaties

leefkwaliteit in hun directe omgeving. Die borging is er nu niet. De borging van een basisleefkwaliteit sluit aan bij de concrete leefsituatie van een individuele burger. Die kan het bevoegde

Het is van belang dat in het nationale kader scherp gesteld

gezag aanspreken op de borging van deze minimale leef-

wordt welke prestatie-eisen aan de gezamenlijke inspanningen

kwaliteit. Situaties moeten worden voorkomen waarin, door de

worden gesteld met als doel de leefkwaliteit in de omgeving te

cumulatie van hinder door de luchthaven, een onderschrijding

versterken.

van de (door vliegverkeer beïnvloede) basisleefkwaliteit ontstaat. In dat geval zouden inwoners aanspraak mogen

a. Een maximumaantal feitelijk gehinderden per jaar (jaarlijkse verbetering) Dit is een cruciaal criterium in het nieuwe nationale sturingsmodel, waarin de luchtvaart groei kan verdienen op basis van hinderreductie. De spoedige uitwerking hiervan verdient een prominente plek in het nationale kader, die ook in publiekrechtelijke regelgeving wordt vastgelegd en gehandhaafd door de onafhankelijke inspectie.

maken op voorzieningen die deze kwaliteit alsnog bieden dan wel op compensatie.

17 | Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025

Basisleefkwaliteit

Evenwichtige benadering

De basisleefkwaliteit wordt gegarandeerd in de vorm van

Het kader moet het mogelijk maken om de effecten van

een omschreven pakket aan maatregelen, zoals: een ver-

diverse categorieën van maatregelen in samenhang in-

huisregeling, financiële compensatie, een hinderbeperking

zichtelijk te maken, conform de internationale methodiek

te realiseren binnen een omschreven periode et cetera.

van de evenwichtige aanpak (de Balanced Approach,

Te overwegen daarbij is een onderscheid op basis van de

die ook door de EU wordt voorgeschreven). Daarin is dus

kenmerken dan wel kwaliteiten van een bepaald gebied

aandacht voor het effect van de volgende maatregelen

(een differentiatie tussen bijvoorbeeld stiltegebieden en

op a. het totaalaantal gehinderden en b. het hinderprofiel

economische kerngebieden).

in het gebied in alle categorieën: • geluidsbeperking bij de bron (carriers);

Hierbij kunnen inwoners aanspraak maken op concrete

• operationele maatregelen: route- en baangebruik,

maatregelen bij een bepaalde mate van overlast in het

procedures (luchtverkeersleiding);

betreffende gebied, conform het veroorzakersbeginsel.

• ruimtelijke ordening (regionaal bestuur);

De geluidssystematiek zoals die bij de andere rijks-

• baanconfiguratie en luchtruimindeling, inclusief de

infrastructuur (weg en spoor) van toepassing is, kan hier als wegwijzer dienen, zowel voor de te treffen maatregelen (zie het Meerjarenplan Geluidssanering bij weg/rail) als voor

routestructuur (nationaal bestuur); • verkeersvolume, de verdeling daarvan over het etmaal en de baanbeschikbaarheid (luchthaven).

de afbakening van de vraag of de infrabeheerder (LVNL/ Schiphol) dan wel de woningbouwsector aan de lat staat om maatregelen te treffen.

Met een scherpe kaderstelling op basis van een jaarlijkse reductie van het aantal ernstig gehinderden, zoals in het

De grondslag voor een dergelijke norm voor de basis-

nationale beleid beoogd en hierboven onder punt 1a en 1b

leefkwaliteit kan in het rijkskader neergelegd worden. De

aangegeven, kunnen de bevoegde partijen ook tot een scherpe

uitwerking ervan is typisch iets voor het Interbestuurlijk

weging en prioriteitsstelling van ontwikkeling en maatregelen

Programma Schiphol, waarvoor Rijk en regio gezamenlijk

komen.

verantwoordelijkheid dragen. De bevoegdheden berusten bij meerdere private, semipublieke en publieke partijen. Elk van deze bevoegde partijen draagt Beide bovenstaande normen voor hinder – het aantal

dan ook verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de hinder-

gehinderden en de gebiedsgerichte basisleefkwaliteit – lenen

reductie. Met het gekozen sturingsmodel dat de luchtvaart

zich uitstekend voor uitwerking samen met de medeoverheden,

groei kan verdienen ligt er een scherpe prikkel bij Schiphol om

waarbij de insteek is dat tot een permanente verbetering van

de hinder te reduceren via de sturing op elementen waarop

de leefkwaliteit wordt gekomen (zie hierna). Zij vervangen het

de luchthaven als exploitant invloed kan uitoefenen: via de

systeem van gelijkwaardigheidscriteria, die geen aansluiting

aansturing van zijn klanten (schonere en stillere vliegtuigen),

vinden bij de leefwereld van omwonenden. Deze criteria

via samenwerking met LVNL voor preferent baangebruik en

geven inmiddels, na bijna twee decennia, geen enkel concreet

het volgen van de routes, en zelf door de invulling van het

houvast voor bescherming van de burger en er gaat ook geen

onderhoudsprogramma voor het banenstelsel en de verdeling

enkele sturende werking meer vanuit op het beleid of op het

van volume over het etmaal.

gedrag van de luchtvaartpartijen. Ze leiden enkel nog tot heel veel technocratisch rekenwerk, dat de inzichtelijkheid van het

Daar waar de ruimtelijke ordening op de grond of in de lucht

beleid voor de burger bepaald niet vergroot, maar uitsluitend

de hinder beïnvloedt, zijn de bevoegdheden in het vigerende

het open gesprek over zijn beleving in de weg staat.

systeem belegd bij overheden. Dat geldt voor woningbouw (bij het regionaal bestuur), de luchthavenindeling/baan-

c. Een kader om maatregelen van hinderbeperking te beoordelen

configuratie (bij het Rijk) en de ruimtelijke ordening in de lucht ofwel de luchtruimindeling en routestructuur (bij het rijk in het

Nadat afrekenbare doelstellingen zijn geformuleerd, is

Luchthavenindelingbesluit (LIB) respectievelijk Luchthaven-

daarmee ook een basis gelegd voor een kader om hinder en

verkeersbesluit (LVB)). Die bevoegdheidsverdeling blijft

hinderreductie te kunnen beoordelen. Daar is grote behoefte

ongewijzigd. Wel pleit ik er voor om de procedures voor besluit-

aan. Zo is er behoefte aan samenhang, richting en prioritering

vorming over routes en start- en naderingsprocedures – op basis

van maatregelen, maar met name aan een voorgeschreven

van ervaringen rond Schiphol, maar ook recente ervaringen rond

instrumentarium en normstelling vanuit de rijksoverheid om de

andere luchthavens – te verhelderen.

mate van hinder inzichtelijk te maken en te kunnen afwegen of beoordelen op basis van de best beschikbare inzichten. Het gevraagde kader bevat dan instrumenten om de omvang van hinder en hinderreductie vast te stellen in termen van aantallen gehinderden dan wel de mate van geluidsbelasting per locatie.

Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025 | 18

Advies: Verhelder de besluitvormingsprocedures over

In de vigerende wet- en regelgeving staan de formele

vliegroutes waarbij – in lijn met het luchthavenverkeer-

bevoegdheden en de formele momenten van inbreng reeds

besluit – wordt erkend dat de bevoegdheid bij

omschreven. Beleidskeuzes rond Schiphol hebben veelal direct

route(aanpassing) berust bij het Rijk en het Rijk

of indirect impact op de fysieke leefomgeving van inwoners.

in die hoedanigheid ook de participatie van alle

In lijn met de Omgevingswet wordt geadviseerd om in die

belanghebbenden borgt.

gevallen gelegenheid te bieden voor een (directe) inbreng aan de ‘voorkant’, als basisvereiste voor zorgvuldig handelen, en hiervoor een participatieplan op te stellen. In aanvulling daarop

Dat de bevoegdheid voor de ruimtelijke ordening bij overheden

beveel ik aan om de basiskwaliteit waaraan dit participatieplan

ligt en moet blijven liggen, is evident, ook rond Schiphol. Door die

dient te voldoen, in het nationale Rijkskader vast te leggen.

ruimtelijke ordening wordt hinder toegevoegd (extra woningen/

In het participatiemodel dat het Rijk nu in de praktijk toepast,

inwoners in het gehinderde gebied) of anders verdeeld over het

blijkt bij meerdere partijen behoefte aan meer aandacht voor

gebied, waardoor er op bepaalde plekken altijd extra hinder zal

bijvoorbeeld de onafhankelijkheid, de betrokkenen, de rollen

ontstaan (wijziging baanconfiguratie of routes). Daarmee is die

en het afleggen van verantwoording over de verwerking van de

besluitvorming altijd een politieke weging. Het is de intrinsieke

participatie. Ik heb vastgesteld dat er op tal van punten tussen

waarde van overheden om belangen te wegen en daar langs

partijen onduidelijkheid bestaat over rollen en verantwoordelijk-

democratische weg verantwoording over af te leggen.

heden. Dit leidt tot irritatie in de interactie en kan een bron voor het weglekken van wederzijds vertrouwen zijn. Toenemende

Aandachtspunt daarbij in de door het Rijk gehanteerde

gelegenheid tot betrokkenheid schept niet automatisch hel-

sturingsfilosofie – waarbij Schiphol wordt afgerekend op

derheid, maar vergroot wel de behoefte om scherper te worden

hinderreductie – is wel dat erkend moet worden dat er door de

in de rolafbakening. De commissie-Cohen legt de vinger bij de

ruimtelijke ordeningstaak van overheden hinder toegevoegd

stapeling van participatiemogelijkheden en de onduidelijkheid

kan worden. Dit verdient op een transparante wijze aandacht

die dit kan veroorzaken.

en uitwerking in het sturingsmodel, door aan te geven in welke mate dit het geval is en hoe daarmee in de ‘afrekening’ van

Daarnaast is er grote noodzaak en urgentie om meer

Schiphol wordt omgegaan. Maar vooral ook door aan te geven

duidelijkheid te scheppen over de te volgen procedures en

hoe voorkomen wordt dat daardoor alsnog meer hinder in de

betrokkenheid van de omgeving bij ingrepen op nationaal

omgeving ontstaat, ondanks de prestaties waartoe Schiphol

niveau die rechtstreeks van invloed zijn op de regionale

wordt aangezet in het sturingsmodel. Dit is een belangrijk punt

leefomgeving. De ORS heeft in die leemte weliswaar een

in het nationale kader, dat vervolgens uitwerking kan krijgen in

‘praktijk’ van handelen gevormd, maar die schiet tekort. Deze is

het Interbestuurlijk Programma Schiphol.

namelijk niet ontleend aan een helder publiekrechtelijk kader waarvan de naleving door een rechtstatelijk of democratisch orgaan kan worden getoetst.

Advies: Erken dat door de ruimtelijke ordeningstaak van overheden hinder toegevoegd kan worden. Dit verdient zowel aandacht bij de inhoudelijk definiëring van

Transparante besluitvorming en participatie

hinder als bij het invullen van het sturingsmodel door te

De procedures en rollen bij routeaanpassingen

markeren hoe daarmee in de ‘afrekening’ van Schiphol

(waaronder de verlegging van waypoints), start- en

wordt omgegaan.

naderingsprocedures en Initial Approach Fixes zijn onvoldoende verankerd, evenals de noodzakelijke

2. Basiskwaliteit brede omgevingsparticipatie

participatie van de omgeving daarbij. Zo hebben in het verleden rond Schiphol diverse malen aanpassingen in routes en startprocedures kunnen plaatsvinden – met significante consequenties voor de omgeving – zonder

Naast de inhoudelijke normstelling en het inhoudelijke

dat de wederzijdse rechten en plichten helder zijn

wegingsinstrumentarium wordt in het rijkskader ook de

neergelegd in nationale publieke kaders.

basiskwaliteit van de participatie vastgelegd. Participatie is anno 2020 een te belangrijk onderwerp om de toepassing en de invulling ervan open te laten. Bovendien is het niet efficiënt

Vergelijkbare duidelijkheid over de te volgen procedures en

om de bevoegde organen in het Schiphol-dossier iedere keer

betrokkenheid van belanghebbende partijen (inclusief de

opnieuw het wiel van de participatie in besluitvorming te laten

luchtvaartpartijen) zijn noodzakelijk bij de woningbouw. In alle

uitvinden bij de tal van relevante issues waarvan de besluit-

gevallen geldt dat deze kaderstelling niet beoogt te treden in

vorming erover de omgeving raakt.

de bevoegdheden tot inhoudelijke afweging door de betrokken organen, maar wel de burger overzicht en helderheid moet verschaffen over zijn rechten op inbreng in alle besluiten die de

19 | Verbindingsplan Schiphol en omgeving 2021-2025

omgeving raken en eveneens over de wijze van verantwoording

Meetnetwerk Schiphol

hoe met die inbreng is omgegaan.

In de regio is er brede overeenstemming over de noodzaak en de invulling van een toekomstbestendig meetwerk

Tot slot is er helderheid in het nationale kader vereist over

voor Schiphol. De contouren hiervan liggen gereed. De

de hierbij te betrekken partijen. Omwonenden die overlast

uitwerking kan een belangrijke bijdrage leveren aan de

ervaren van de aanwezigheid van de luchthaven verdienen

bouw van een toekomstige vertrouwenwekkende relatie.

daarin een plek. Dat geeft legitimiteit om ook andere groepen

Dit geluidsmeetnetwerk geeft invulling aan de regionale

uit de bevolking die een belang bij de ontwikkeling van de

informatiefunctie én biedt de basis om de berekende

luchthaven hebben – zoals reizigers, werknemers, werkgevers,

geluidsbelasting in de omgeving rond Schiphol te

natuur- en milieuorganisaties –een plek te geven. Omdat mij

valideren. Het Nomos-meetnetwerk vormt een belang-

om advies is gevraagd over de invulling van participatie bij

rijk onderdeel hiervan. Een consortium van deskundige

Schipholaangelegenheden ga ik op dit punt later in dit advies

partijen (RIVM, NLR en KNMI) heeft in november jongst-

uitvoeriger in (zie hoofdstuk 7).

leden geoordeeld dat het voorstel met de invulling van het regionale meetnetwerk kwalitatief voldoet en past binnen de kaders van het nationaal programma. Het komt nu dus

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/145/documents/15632