CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

D03 College, raadsbrief Jaarverantwoording Kinderopvang 2020, Hillegom.pdf

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken12.266 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hillegom

Raadsbrief Jaarverantwoording Kinderopvang 2020, Hillegom aan: datum:

de raad van de gemeente Hillegom 29 april 2021

zaaknummer: Z-21-173626 datum collegevergadering: 18 mei 2021 portefeuillehouder: Mevr. K. Hoekstra behandelend ambtenaar: Liduin Mesman embargo: ☐ Inhoud mededeling Op grond van artikel 1.61 van de Wet kinderopvang (Wko) is het college verantwoordelijk voor de naleving van de Wko. Het college is verantwoordelijk voor het actueel houden van het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Hierin zijn alle actuele kinderopvangvoorzieningen opgenomen. Daarnaast is het college bevoegd om te handhaven bij tekortkomingen. De Gemeentelijke Gezondheidsdienst GGD) is als toezichthouder belast met het toezicht en naleving van de Wko en adviseert het college via inspectierapporten over al dan niet handhaven. Op grond van artikel 12 van de Regeling Wet kinderopvang is het college verplicht jaarlijks vóór 1 juli een jaarverslag aan de minister te overleggen met gegevens over de uitvoering van de aan het college bij of krachtens de wet opgedragen taken over het voorafgaande kalenderjaar. De gemeente Hillegom heeft al jaren status A. Dit betekent dat de gemeente voldoet aan wettelijke minimumeisen voor de uitvoering, toezicht op en handhaving van kinderopvang. In het verslagjaar 2020 was het LRK juist, volledig en actueel. De coronamaatregelen hebben invloed gehad op het uitvoeren van de jaarlijkse wettelijk verplichte inspecties.

Door de coronamaatregelen heeft de GGD van 16 maart tot 8 juni 2020 geen jaarlijkse inspecties kunnen uitvoeren. Daarnaast was de capaciteit tijdens en na deze periode voor het toezicht bij de GGD nog niet volledig beschikbaar omdat een deel van het team nog ingezet werd bij het testen en het bron- en contactonderzoek. In juni zijn er met de GGD afspraken en keuzes gemaakt en is uitgegaan van een haalbaarheid van ongeveer 75% van alle wettelijke reguliere inspecties in 2020. De niet ingezette inspecties in 2020 zijn in het eerste kwartaal van 2021 ingepland. Met deze inzet voldoet de gemeente niet aan de minimumeisen voor de uitvoering, toezicht op en handhaving van kinderopvang in het jaar 2020. De Onderwijsinspectie heeft aangegeven dat, in verband met de coronamaatregelen, de normen van de wettelijke taken die hiervoor gelden niet onverkort worden toegepast. Bij de beoordeling van de taakuitvoering passen zij maatwerk toe. In het verslagjaar is één handhavingsadvies ontvangen van de GGD. Op dit handhavingsadvies is een handhavingsactie uitgezet door middel van een schriftelijke waarschuwing. Op verzoek van de gemeente is een nadere controle ingezet door de GGD. Hierbij zijn geen tekortkomingen meer geconstateerd. De gemeenteraad ziet toe op de uitvoering van wettelijke taken.

In de Jaarverantwoording Kinderopvang 2020 Hillegom leest u hoe deze taak door het college is uitgevoerd.

Bijlagen: 1. Jaarverantwoording Kinderopvang 2020, gemeente Hillegom 2. Denklijn toezicht en handhaving tijdens corona, fase 3, 8 juni – 31 december 2020 (opgesteld door VNG Naleving en GGD GHOR NL)

Jaarverantwoording Kinderopvang 2020, gemeente Hillegom De kinderopvang omvat de volgende voorzieningen: Kinderdagverblijven (KDV), buitenschoolse Opvang (BSO), gastouderbureaus (GOB) en voorzieningen voor gastouderopvang (VGO). Gemeenten zijn volgens de Wet kinderopvang verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van kinderopvangvoorzieningen. Als een voorziening de wet overtreedt kan gehandhaafd worden conform de vastgestelde Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang Hillegom 2018. Het college van burgemeester en wethouders legt over de uitvoering van haar taken jaarlijks verantwoording af aan de gemeenteraad en de Inspectie van het Onderwijs (hierna: Onderwijsinspectie). De Onderwijsinspectie is door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aangewezen om interbestuurlijk toezicht uit te oefenen op de manier waarop gemeenten invulling geven aan hun wettelijke taken op het gebied van toezicht en handhaving in de kinderopvang. De verantwoording van gemeenten richting de Onderwijsinspectie vindt plaats via de jaarverantwoording. Deze moet uiterlijk 1 juli worden ingediend en betreft het verslag van het voorgaande jaar. De uitbraak van het coronavirus en de daarmee gepaard gaande maatregelen hebben invloed gehad op de uitvoering van de wettelijke taken kinderopvang door gemeenten.

De Onderwijsinspectie zal de normen die hiervoor gelden daarom niet onverkort toepassen bij de beoordeling van de taakuitvoering door gemeenten in 2020. Dit heeft tot gevolg dat de Onderwijsinspectie maatwerk zal toepassen bij beoordeling van de taakuitvoering. De keuzes en afspraken die gemeenten hebben gemaakt, en de onderbouwing daarvan, zullen bij dit maatwerk een belangrijke rol spelen. Bij het maken van keuzes en afspraken dient, zoals altijd, het doel van toezicht en handhaving op de kinderopvang voorop te staan. Dit doel is: het borgen van verantwoorde kinderopvang in een gezonde en veilige omgeving. De jaarverantwoording over 2020 bestaat uit twee delen: A en B. Deel A Hierin worden de gevolgen van de coronamaatregelen op de taakuitvoering in beeld gebracht. Dit gedeelte beschrijft de afspraken en de keuzes die zijn gemaakt voor de periode waarin weer kon worden toegewerkt naar de reguliere wijze van het uitoefenen van toezicht en handhaving in de kinderopvang (8 juni tot en met 15 december 2020). Deel B Dit gedeelte beschrijft de uitvoering van de wettelijke taken over het gehele jaar 2020. De criteria die hierbij aan de orde komen, zijn (net als in andere jaren) gebaseerd op de vier belangrijkste wettelijke taken van gemeenten, namelijk: 1. 2. 3. 4.

Het uitvoeren van de registertaak van het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Het tijdig afhandelen van aanvragen voor toestemming tot exploitatie en registratie van nieuwe voorzieningen. Het laten uitvoeren van de verplichte onderzoeken door de toezichthouder. Handhaven of actie ondernemen om geconstateerde tekortkomingen op te lossen.

Alle aanvragen en wijzigingen voor kinderopvangvoorzieningen in de gemeente Hillegom worden verwerkt in de applicatie Landelijk Register Kinderopvang (LRK). Hierin zijn ook alle inspectierapporten en handhavingsacties opgenomen. De Onderwijsinspectie genereert de gegevens uit het LRK van Hillegom over de verslagperiode en neemt deze op in de in te vullen vragenlijst voor het opmaken voor de jaarverantwoording. Deze gegevens staan klaar in het Internet Schooldossier (ISD). Vervolgens wordt de juistheid van deze gegevens gecontroleerd. De vragen en de beantwoording daarvan zijn opgenomen in deze verantwoording. Het Internet Schooldossier biedt de mogelijkheid om, alleen indien nodig, een toelichting bij de vragen te schrijven. In deel A zijn de afspraken, keuzes en onderbouwing van de gevolgen op de taakuitvoering door corona opgenomen. Bij deel B behoeft alleen 3b. criterium uitvoering inspecties en 4g. criterium handhaving/oplossen van tekortkomingen een toelichting. Zie daarvoor bladzijde 2 t/m 4 en 5 en 7 van dit verslag. Na vaststelling van deze verantwoording wordt de jaarverantwoording via het Internet Schooldossier ingediend bij de Onderwijsinspectie. Dit moet jaarlijks vóór 1 juli gebeuren.

Voorzieningen voor kinderopvang in Hillegom De gemeente Hillegom heeft aan het einde van het verslagjaar (31-12-2020) de volgende aantallen geregistreerde voorzieningen voor kinderopvang VGO 18 BSO 11 KDV 8 GOB 1 Opsteller: Liduin Mesman Versie: 26 april 2021 Pagina 1 van 10

Fasering van de coronamaatregelen in deze jaarverantwoording De coronamaatregelen die in 2020 zijn genomen, kunnen in verschillende fases worden onderscheiden. In de jaarverantwoording houden we de fases aan die zijn beschreven in de Denklijn Toezicht en Handhaving tijdens corona – Fase 3 die in de eerste helft van juni 2020 door VNG Naleving en GGD GHOR NL ter beschikking is gesteld aan gemeenten en GGD’en (zie bijlage: Denklijn toezicht en handhaving tijdens corona, fase 3, 8 juni – 31 december 2020). Fase 1: betreft de periode van 16 maart tot en met 10 mei 2020. In fase 1 mochten onderwijsinstellingen en voorzieningen voor kinderopvang (kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouderopvang) geen fysieke onderwijsactiviteiten en opvang aanbieden. Een uitzondering werd gemaakt voor de noodopvang van kinderen van ouders in cruciale beroepen en de opvang van kwetsbare kinderen. Fase 2: betreft de periode van 11 mei tot en met 7 juni 2020. In fase 2 gingen kinderen weer voor de helft van de tijd naar school, de andere helft kregen zij thuisonderwijs. Het speciaal onderwijs, de kinderdagverblijven en de gastouderopvang gingen weer open voor alle kinderen. De buitenschoolse opvang was alleen beschikbaar op de dagen dat kinderen naar school gingen. Daarnaast liep de noodopvang voor kinderen van ouders in cruciale beroepen en de opvang van kwetsbare kinderen door.

Fase 3: betreft de periode van 8 juni tot en met 15 december (oorspronkelijk: 31 december) 2020. In fase 3 waren de scholen weer volledig open en was ook de hele kinderopvang weer op reguliere wijze geopend. De noodopvang werd daarom afgebouwd en was (tot 1 juli) alleen nog beschikbaar in de avonden, de nachten en de weekenden voor kinderen van ouders werkzaam in de zorg. Aanvulling op fase 3: In de Denklijn Toezicht en Handhaving tijdens corona – Fase 3 is aangegeven dat fase 3 bij ongewijzigde coronamaatregelen tot 31 december 2020 zou duren. Op 14 december 2020 werd echter aangekondigd dat het basisonderwijs en een groot gedeelte van de kinderopvang (kinderdagverblijven en buitenschoolse opvang) vanaf 16 december, tot en met in ieder geval 17 januari 2021, gesloten zouden zijn. Dit betekent dat fase 3 en 16 december beëindigd is. Deel A Gevolgen van de coronamaatregelen Hebben de coronamaatregelen, over het gehele jaar 2020 bezien, de uitvoering van de wettelijke taken toezicht en handhaving kinderopvang door de gemeente beïnvloed? Ja Nee De coronamaatregelen hebben ertoe geleid dat de gemeente Hillegom haar wettelijke taken op het gebied van kinderopvang niet (volledig) heeft kunnen uitvoeren.

Is er handhaving ingezet bij noodopvanglocaties naar aanleiding van (signaal gestuurd) toezicht in de periode van 16 maart tot en met 7 juni en de periode van 16 tot en met 31 december op de kwaliteit van de kinderopvang? Ja Nee Nee, er is geen handhaving ingezet. Hier was geen aanleiding toe. Op welke manier hebben de coronamaatregelen de uitvoering van de wettelijke taken kinderopvang door de gemeente beïnvloed? Er was minder capaciteit bij de GGD beschikbaar. Tijdens de eerste fase was de kinderopvang gesloten, met uitzondering van de locaties waar noodopvang werd geboden. Het reguliere toezicht, nadere onderzoek e.d. konden niet worden uitgevoerd. Ook tijdens de tweede fase kon nog geen regulier toezicht plaatsvinden. In deze fase is wel gestart met (inhaal van) de onderzoeken voor registratie en nadere onderzoeken (die opgeschort waren). Pas weer in de derde fase is de uitvoering van het toezicht gestart. De capaciteit van het toezicht was toen ook nog niet volledig beschikbaar omdat een deel van de toezichthouders van de GGD werd ingezet bij het testen en het bron- en contactonderzoek. Pagina 2 van 10

Heeft de gemeente de in 2020 niet uitgevoerde taken meegenomen in de planning voor 2021? Ja Nee De niet uitgevoerde taken (reguliere inspecties) zijn opgenomen in de planning van het eerste kwartaal 2021. Toelichting op Planning, keuzes en afspraken met de GGD in fase 3 Heeft de gemeente een plan opgesteld of een denkwijze gehanteerd om er in de periode vanaf 8 juni tot en met 15 december voor te zorgen dat de taken toezicht en handhaving kinderopvang nog zo volledig mogelijk konden worden uitgevoerd? Ja Nee In juni zijn met de GGD afspraken gemaakt om te bepalen welke locaties de GGD, bij gelijkblijvende coronamaatregelen, in 2020 nog inspecteert en welke niet. In de periode van 16 maart tot 8 juni zijn geen reguliere inspecties uitgevoerd. Conform advies van de GGD GHOR en VNG Naleving is van 16 maart tot en met 8 juni alleen ‘signaal-gestuurd toezicht en vinger aan de pols’ uitgevoerd en is vanaf 11 mei gestart met de (inhaal van) de onderzoeken voor registratie (grotendeels opgeschort), incidentele onderzoeken naar aanleiding van wijzigingsverzoeken en nader onderzoeken. De capaciteit voor het toezicht bij de GGD was nog niet volledig beschikbaar omdat een deel van het team nog ingezet werd bij het testen en het bron- en contactonderzoek. Bij de te maken afspraken is uitgegaan van haalbaarheid van ongeveer 75% van alle wettelijke reguliere inspecties in 2020.

Bij de uitvoering van deze bezoeken moest de GGD rekening houden met de extra maatregelen in het kader van corona. De bezoeken op locatie zijn zo kort en doelgericht mogelijk uitgevoerd en waar nodig werd een deel telefonisch/ of via videobellen besproken. De volgende afspraken zijn gemaakt: a. Alle gele profielen krijgen een korte inspectie (als groen). b. Oranje profielen worden uitgevoerd volgens oranje profiel. c. Onderzoek na registratie, tweede jaars-onderzoeken worden volledig uitgevoerd. d. Onderzoek voor registratie (nieuwe aanvragen), nader onderzoek en incidentele onderzoeken vinden binnen de afhandelingstermijnen plaats. e. Alle houders zijn meegenomen. Echter waar meerdere locaties zijn, is er een keuze gemaakt in welke locatie er wel wordt bezocht en welke in 2020 niet. f. De nieuwe wetgeving VE per 1 augustus 2020. Extra toezicht op de extra eisen VE wordt pas met ingang van 1 januari 2021 meegenomen bij de inspectie. g. De locaties die dit jaar niet zijn geïnspecteerd worden opgenomen in de planning van het eerste kwartaal 2021. h. Bij de steekproef gastouders wordt van de afgesproken 20% uitgegaan van het behalen van 75% hiervan. Onderbouwing keuzes: a. Met deze aanpassing konden zoveel mogelijk locaties nog worden geïnspecteerd.

Alleen locaties met een geel risicoprofiel zijn deels (indien verantwoord) afgeschaald naar onderzoek naar minimale wettelijke eisen. b. Conform reguliere afspraken. De gemeente Hillegom heeft één locatie met een oranje profiel. c. Conform reguliere afspraken. d. Conform reguliere afspraken. e. Hierbij is gekeken naar de handhavingshistorie en het risicoprofiel. f. De nieuwe wetgeving stelt extra eisen aan het toezicht. Gezien de beperkte capaciteit van de GGD is afgesproken in 2020 nog conform de huidige werkwijze te inspecteren en pas per 1 januari 2021 de extra eisen VE mee te nemen in de inspecties. g. Alle niet uitgevoerde inspecties zijn direct in het eerste kwartaal van 2021 ingepland. h. Hiermee voldoet Hillegom nog steeds aan de minimale wettelijke eis van 5%. In oktober is nogmaals een afweging gemaakt. Aanleiding hiervoor waren de weer strengere coronamaatregelen, die met ingang van 16 oktober, en de oplopende besmettingscijfers in de regio Hollands Midden. Hierbij is het advies van de GGD GHOR en de VNG overgenomen. Er is besloten van de afgesproken 75% te inspecteren locaties twee locaties op afstand uit te voeren. Via telefoon/ beeldbellen heeft een gesprek plaatsgevonden met de locatie verantwoordelijke en een gesprek met de pedagogisch medewerker van de betreffende locatie. Daarbij zijn de onderwerpen besproken, die normaal op locatie aan de orde komen.

Daarnaast heeft documentenonderzoek plaatsgevonden. Het toezicht was onaangekondigd, in de zin dat niet van tevoren aan organisaties werd aangegeven bij Pagina 3 van 10

welke locaties het toezicht op afstand werd uitgevoerd. Hierbij zijn de volgende afwegingen gemaakt: De houder en voorziening goed bekend zijn; Locaties met een geel/groen profiel; Als de houder een beleid heeft dat redelijkerwijs de kwaliteit in de praktijk voldoende waarborgt; Het pedagogisch klimaat en de uitvoering van veiligheid en gezondheid in de afgelopen jaren als voldoende is beoordeeld; Als de administratie van de houder voldoende deugdelijk en inzichtelijk is voor een goede beoordeling; Als er geen aanleiding is om te twijfelen aan de juistheid van de informatie. Het toezicht vindt op locatie plaats als er vorig verslagjaar overtredingen zijn geweest of zorgen over de kwaliteit van de uitvoering van beleid, of als het een complexe locatie betreft die moeilijk op afstand beoordeeld kan worden, of als er signalen/ zorgen zijn gemeld. Deel B Uitvoering van de wettelijke taken kinderopvang in 2020 De volgende vragen gaan over de feitelijke uitvoering van de wettelijke taken van de gemeente over het volledige verslagjaar 2020. De jaarverantwoording heeft betrekking op de volgende vier wettelijke taken van gemeenten: 1. Het uitvoeren van de registertaak van het Landelijk Register Kinderopvang (LRK). 2. Het tijdig afhandelen van aanvragen voor toestemming tot exploitatie en registratie van nieuwe voorzieningen. 3.

Het laten uitvoeren van de verplichte onderzoeken door de toezichthouder. 4. Handhavend optreden. 1. Criterium registervoering Toelichting wettelijke taak Het LRK moet juist en volledig zijn gevuld en actueel zijn. Bij onvolkomenheden kan worden gedacht aan: Wijzigingsverzoeken die niet (of niet op tijd) zijn verwerkt; Onjuiste aanduiding van het (wel of niet) aanbieden van gesubsidieerde voorschoolse educatie door kinderdagverblijven; Het niet in het publieksportaal gepubliceerd zijn van onherroepelijk geworden handhavingsbesluiten (aanwijzing, boete, last onder dwangsom, last onder bestuursdwang en exploitatieverbod); Onjuiste informatie door invoerfouten. NB: Wijzigingen die de houder niet heeft doorgegeven vallen buiten dit criterium. NB: Het gaat bij dit criterium uitdrukkelijk niet om de invoer in GIR-Handhaven en GIR-Inspecteren. Verantwoordingsinformatie registervoering 1a. Was het LRK gedurende het verslagjaar 2020 juist, volledig en actueel? Ja Nee, niet helemaal 2. Criterium tijdig afgehandelde aanvragen KDV, BSO, GOB, VGO Toelichting wettelijke taak Dit criterium betreft het tijdig afhandelen van alle aanvragen voor toestemming tot exploitatie en registratie van nieuwe voorzieningen die door de gemeente zijn ontvangen in de periode van 1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020.

Voor deze termijn is gekozen omdat aanvragen die aan het einde van deze periode binnenkomen dan nog voor 31 december 2020 konden worden afgehandeld. Voor het tijdig afhandelen wordt een termijn gehanteerd van tien weken, eventueel vermeerderd met de (in het LRK vastgelegde) opschorting. Binnen deze termijn moet de voorziening in het LRK de vervolgstatus ‘geregistreerd’, ‘afgewezen’ of ‘ingetrokken’ hebben gekregen. NB: Ingetrokken aanvragen vallen buiten dit criterium. Verantwoordingsinformatie tijdig afgehandelde aanvragen 2a. De gemeente heeft in de periode 1 oktober 2019 tot 1 oktober 2020 drie aanvragen voor toestemming tot exploitatie en registratie ontvangen, waarvan er drie tijdig afgehandeld zijn. Dit betekent dat 100% van de aanvragen tijdig afgehandeld is. 2b. Geen toelichting.

Pagina 4 van 10

3. Criterium uitvoering inspecties Toelichting wettelijke taak Het toezicht op de kinderopvang wordt door de GGD uitgevoerd in opdracht van de gemeente. De GGD voert inspecties uit en rapporteert hierover aan de gemeente. Hierbij geldt het volgende: 

 

Ieder geregistreerd kinderdagverblijf (KDV), buitenschoolse opvang (BSO) en gastouderbureau (GOB) moet jaarlijks worden geïnspecteerd. Bij iedere nieuwe voorziening dient binnen 3 maanden na inschrijving in het LRK een onderzoek na registratie plaats te vinden. Elke nieuwe voorziening voor gastouderopvang (VGO) dient voor registratie geïnspecteerd te worden. Tenminste 5% van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang moet jaarlijks worden geïnspecteerd (de zogenaamde steekproef).

Verantwoordingsinformatie inspecties geregistreerde en nieuwe KDV, BSO en GOB Ieder geregistreerd kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang en gastouderbureau moet jaarlijks worden geïnspecteerd. Bij iedere nieuwe voorziening dient binnen 3 maanden na inschrijving in het LRK een onderzoek na registratie plaats te vinden. 3a. De GGD heeft in het verslagjaar 2020 vijftien van de twintig locaties geïnspecteerd. Dat betekent dat 75% van de locaties is geïnspecteerd. 3b. U kunt hieronder ingaan op de behaalde resultaten en, indien van toepassing, toelichten waarom bepaalde locaties niet zijn geïnspecteerd. Van de 20 locaties zijn 5 niet geïnspecteerd. Dit is conform de afspraken die in juni met de GGD voor 2020 zijn gemaakt. Hierbij is uitgegaan van een haalbaarheid van ongeveer 75% van alle wettelijke reguliere inspecties in 2020. Bij alle vijf betreft het houders met meerdere locaties in de gemeente. Met de GGD is afgesproken dat in ieder geval alle houders worden geïnspecteerd. Waar er meer locaties zijn, is een afweging gemaakt welke locatie er wel wordt bezocht en welke in 2020 niet. Overzicht locaties niet geïnspecteerd in 2020: Het betreft een KDV met risicoprofiel groen, ingeschreven sinds 2017, geen handhavingshistorie. Op dezelfde locatie, heeft de houder naast dit KDV een BSO. Deze is wel in 2020 geïnspecteerd, uitkomst advies niet handhaven.

Deze BSO heeft ook geen handhavingshistorie. Daarnaast vier BSO’s van twee houders met meerdere locaties in de gemeente. Al deze locaties hebben een geel risicoprofiel en zijn nog geïnspecteerd in het laatste kwartaal van 2019, zonder handhavingsadvies. Twee locaties ingeschreven sinds 2017, geen handhavingshistorie. Eén ingeschreven sinds 2014 met eenmaal een handhavingsadvies in 2016 en één ingeschreven sinds 2015 met eenmaal een handhavingsadvies in 2017. Geïnspecteerd op afstand: Twee van de vijftien geïnspecteerde locaties zijn volgens afspraak met de GGD op afstand gecontroleerd. Eén KDV van een houder met zeven locaties. De betreffende locatie is ingeschreven sinds 2017 en heeft een geel profiel. Een BSO van een houder met twee locaties. Ingeschreven sinds 2016 met een geel profiel. Beide locaties hebben geen handhavingshistorie. Deze houders voldoen aan de afwegingen die zijn gemaakt om op afstand te inspecteren.

Verantwoordingsinformatie inspecties nieuwe voorzieningen voor gastouderopvang Elke nieuwe voorziening voor gastouderopvang (VGO) dient voor toestemming tot exploitatie en registratie geïnspecteerd te worden. 3c. De gemeente heeft in het verslagjaar 2020 twee van de twee nieuwe voorzieningen voor gastouderopvang geïnspecteerd. Dat betekent dat 100% van de nieuwe voorzieningen voor gastouderopvang zijn geïnspecteerd. 3d. Geen toelichting.

Pagina 5 van 10

Verantwoordingsinformatie inspecties geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang Tenminste 5% van de geregistreerde voorzieningen voor gastouderopvang (VGO) moet jaarlijks worden geïnspecteerd. 3e. Op 1 januari 2020 stonden negentien voorzieningen voor gastouderopvang geregistreerd. Hiervan zijn er vijf in de loop van het jaar uitgeschreven en niet geïnspecteerd. Het aantal voorzieningen voor gastouderopvang dat de basis vormt voor het percentage geïnspecteerde voorzieningen is daarom veertien. De gemeente heeft in het verslagjaar 2020 drie voorzieningen voor gastouderopvang geïnspecteerd. Dat betekent dat de steekproef van geïnspecteerde voorzieningen 21.4% bedraagt. Dit is ruim boven het wettelijke minimum van 5%. 3f. Geen toelichting. 4. Criterium Handhaving / herstel van tekortkomingen Toelichting wettelijke taak Als er sprake is van tekortkomingen hebben gemeenten een beginselplicht tot handhaven. In sommige omstandigheden kan het College van burgemeester en wethouders afzien van handhaving. Voorbeelden hiervan zijn: zicht op legalisatie, strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, het niet meer in exploitatie zijn van de betreffende locatie, et cetera. We noemen dit beredeneerd niet handhaven.

Informatie over het gebruik van GIR-Handhaven door de gemeente 4a. Maakte uw gemeente gedurende het gehele jaar 2020 gebruik van GIR-Handhaven? Ja Nee

4b. Alleen van toepassing wanneer niet het gehele jaar van GIR gebruik wordt gemaakt. Verantwoordingsinformatie inzet van herstelaanbod Wanneer er tijdens een onderzoek tekortkomingen zijn geconstateerd, kan de GGD-inspecteur de houder in bepaalde gevallen een 'herstelaanbod' doen. De houder krijgt dan de gelegenheid om de tekortkomingen voor afronding van het inspectierapport te herstellen. Dit herstelaanbod is een eerste actie om de tekortkomingen (te doen) herstellen. Onderstaande tabel geeft, naast een beeld van de inzet, ook een beeld van het resultaat van het herstelaanbod dat in het verslagjaar door de GGD is ingezet. Tabel 1: Inzet en resultaat van herstelaanbod op het totale aantal tekortkomingen in alle inspectierapporten, dus met en zonder handhavingsadvies Hillegom 2020 Aantal Percentage Beoordeelde voorwaarden zonder tekortkoming

626

99.4%

Beoordeelde voorwaarden met tekortkoming, geen herstelaanbod Beoordeelde voorwaarden met tekortkoming, wel herstelaanbod

1 3

0.2% 0.5%

Tekortkoming hersteld Tekortkoming niet hersteld

3 0

0.5% 0 %

0 630

0 % 100 %

Herstel onbekend (geen registratie) Totaal

4c. In het verslagjaar zijn drie tekortkomingen geconstateerd bij twee BSO’s. Bij beide BSO’s is door de GGD een herstelaanbod aangeboden om het pedagogisch beleidsplan aan te passen met een omschrijving van de werkwijze, maximale omvang en de leeftijdsopbouw van de basisgroepen. Eén van de BSO’s voldeed op het moment van de inspectie niet aan de maximale grootte van de basisgroepen. Binnen het aangeboden herstelaanbod hebben de houders deze tekortkomingen opgelost.

Pagina 6 van 10

Verantwoordingsinformatie ingezette handhavingsacties bij rapporten met advies 'handhaven' Wanneer het inspectierapport definitief is geworden, wordt het ter beschikking gesteld aan de gemeente. De gemeente moet vervolgens alle rapporten waarin de GGD-toezichthouder het advies 'handhaven' geeft, oppakken. 4d. De gemeente heeft één handhavingstraject ingezet naar aanleiding van één inspectierapport met handhavingsadvies. Dat betekent dat 100% van de rapporten met een handhavingsadvies door de gemeente is opgepakt. Geconstateerde tekortkoming: Bij één KDV is tijdens de inspectie geconstateerd dat de pedagogisch coach niet aan de vooropleidingseis voldeed. Kort na de inspectie heeft deze coach de opleiding GMP 4 behaald. De op verzoek van de gemeente ingezette nadere inspectie bevestigt dat deze vooropleiding voldoet en de tekortkoming is opgelost. 4e. Geen toelichting. Verantwoordingsinformatie ingezette handhavingsacties bij tekortkomingen Onderstaande tabel geeft weer in welke mate de gemeente handhavingsacties heeft ingezet.

Tabel 2: Ingezette handhavingsacties op het totale aantal tekortkomingen in alle inspectierapporten met een handhavingsadvies (NB: dit is inclusief de tekortkomingen die zijn hersteld na herstelaanbod): Hillegom 2020 Aantal Percentage Beoordeelde voorwaarden met tekortkomingen waarop een handhavingsactie is ingezet Beoordeelde voorwaarden met tekortkomingen waarop beredeneerd niet is gehandhaafd omdat de tekortkoming is opgelost na herstelaanbod Beoordeelde voorwaarden met tekortkomingen waarop beredeneerd niet gehandhaafd is vanwege andere redenen Beoordeelde voorwaarden met tekortkomingen waarvoor geen handhavingsactie is vastgelegd Totaal

1

100%

0

0%

0

0%

0

0%

1

100%

4f. Op de in totaal één tekortkoming uit alle inspectierapporten met een handhavingsadvies heeft de gemeente één keer een handhavingsactie ingezet, één keer beredeneerd niet gehandhaafd na herstelaanbod, nul keer niet gehandhaafd vanwege andere redenen, en nul keer geen handhavingsactie vastgelegd. Het betreffende KDV heeft een waarschuwing ontvangen op de tekortkoming. Het betreffende KDV heeft maatregelen getroffen om de tekortkoming op te lossen. 4g. Toelichting Internet Schooldossier: Handhaving buiten GIR. Na een signaal van buitenaf heeft de GGD met toestemming van de gemeente een onaangekondigde inspectie uitgevoerd bij een kinderopvangvoorziening in Hillegom. Tijdens deze inspectie zijn een aantal tekortkomingen geconstateerd. Vervolgens is er een waarschuwing verstuurd met een aankondiging van een nadere inspectie. Tijdens deze nadere inspectie zijn er geen tekortkomingen meer geconstateerd. 5. Conclusie In het verslagjaar was het LRK juist, volledig en actueel. De coronamaatregelen hebben invloed gehad op het uitvoeren van de jaarlijkse wettelijk verplichte inspecties. Door de coronamaatregelen heeft de GGD van 16 maart tot 8 juni 2020 geen jaarlijkse inspecties kunnen uitvoeren.

Daarnaast was de capaciteit tijdens en na deze periode voor het toezicht bij de GGD nog niet volledig beschikbaar omdat een deel van het team nog ingezet werd bij het testen en het bron- en contactonderzoek. In juni zijn er met de GGD afspraken en keuzes gemaakt en is uitgegaan van een haalbaarheid van ongeveer 75% van alle wettelijke reguliere inspecties in 2020. Bij de uitvoering van deze bezoeken moest de GGD rekening houden met de extra maatregelen in het kader van corona. De bezoeken op locatie zijn zo kort en doelgericht mogelijk uitgevoerd en waar nodig werd een deel telefonisch/ of via videobellen besproken. De niet ingezette inspecties in 2020 zijn in het eerste kwartaal van 2021 ingepland. Met deze inzet voldoet de gemeente niet aan de minimumeisen voor de uitvoering, toezicht op en handhaving van kinderopvang in het jaar 2020. De Onderwijsinspectie heeft aangegeven dat, in verband met de coronamaatregelen, de normen van de wettelijke taken die hiervoor gelden niet onverkort worden toegepast. Bij de beoordeling van de taakuitvoering passen zij maatwerk toe. In het verslagjaar is één handhavingsadvies ontvangen van de GGD. Op dit handhavingsadvies is een handhavingsactie uitgezet door middel van een schriftelijke waarschuwing. Bij de eerstvolgende controle is deze tekortkoming opgelost en voldeed de houder aan de voorwaarden. Pagina 7 van 10

Denklijn toezicht en handhaving tijdens corona Fase 3 8 juni – 31 december 2020

1

Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................................................................... 3 1.

Toezicht en handhaving tijdens corona in fases ..................................................................................... 4 1.1

Fase 1: coronamaatregelen van 16 maart tot 11 mei 2020................................................................. 4

1.2

Fase 2: coronamaatregelen van 11 mei tot aanvang fase 3 ............................................................... 4

1.3

Fase 3: reguliere opening kinderopvang ............................................................................................. 5

1.4

Relevante regelingen, werkwijzen en denklijnen ................................................................................. 5

2.

Registratietaak ......................................................................................................................................... 6 2.1

Registratietaak gedurende fase 1 en 2 ................................................................................................ 6

2.2

Advies uitvoering registratietaak in fase 3 ........................................................................................... 6

2.2.1

Aanvragen en wijzigingen in kaart brengen ................................................................................. 7

2.2.2

Invoeren in het LRK ..................................................................................................................... 7

2.2.3

Contact opnemen met de aanvrager ........................................................................................... 7

2.2.4

Inventariseren van aanvragen en wijzigingen ............................................................................. 7

2.2.5

Prioritering en aandachtspunten .................................................................................................. 8

2.2.6

Informeer de aanvrager over het proces ..................................................................................... 8

3.

Toezicht ................................................................................................................................................... 9 3.1

Inventarisatie uitvoering toezicht (door de GGD) ................................................................................ 9

3.2

Prioritering toezicht .............................................................................................................................. 9

3.3

Afspraken over uitvoering toezicht .................................................................................................... 10

4.

Handhaving ............................................................................................................................................ 11 4.1

Inventarisatie handhavingszaken ...................................................................................................... 11

4.2.

Prioritering handhavingszaken .......................................................................................................... 11

4.3.

Aandachtspunten ............................................................................................................................... 12

4.4.

Handhavingsbeleid ............................................................................................................................ 12

5.

Gevolgen van de coronamaatregelen voor de jaarverantwoording 2020 ............................................. 14 5.1

Indicatoren van de jaarverantwoording ............................................................................................. 14

5.1.1

Registratie .................................................................................................................................. 14

5.1.2

Toezicht ..................................................................................................................................... 14

5.1.3

Handhaving ................................................................................................................................ 15

5.2

Gevolgen van de coronamaatregelen voor het toezicht van de Inspectie van het Onderwijs .......... 15

5.3

De jaarverantwoording over 2020 ..................................................................................................... 15

Colofon .............................................................................................................................................................. 16 Bijlage 1: Overzicht werkwijzen, regelingen, denklijnen GGD GHOR Nederland en VNG Naleving ................ 17 Bijlage 2: Exceltool ............................................................................................................................................ 20 Bijlage 3: Werkwijze toezicht kinderopvang in verband met het Coronavirus d.d. 11 juni 2020 ....................... 21

2

Inleiding De verspreiding van het coronavirus in het voorjaar van 2020 heeft grote impact gehad op de kinderopvang in Nederland. Dat begon al op zondag 15 maart 2020 toen de Rijksoverheid afkondigde dat onderwijsinstellingen en voorzieningen voor kinderopvang (kinderdagverblijven, buitenschoolse opvang en gastouderopvang) vooralsnog geen fysieke onderwijsactiviteiten en opvang meer mochten aanbieden. Een uitzondering werd gemaakt voor de noodopvang van kinderen van ouders in cruciale beroepen en van kwetsbare kinderen. Op 21 april werd bekend gemaakt dat scholen in het basisonderwijs per 11 mei aangepast open zouden gaan. Kinderen gingen voor de helft van de tijd naar school, de andere helft kregen zij thuisonderwijs. Het speciaal onderwijs en de kinderdagopvang en gastouderopvang gingen per 11 mei weer open voor alle kinderen. De BSO zou vanaf 11 mei alleen beschikbaar zijn op de dagen dat kinderen naar school gingen. Daarnaast liep de noodopvang voor kinderen van ouders in cruciale beroepen en van kwetsbare kinderen nog door. Dit alles had natuurlijk ook gevolgen voor toezicht en handhaving. In de eerste fase (van 16 maart tot en met 10 mei) konden GGD’en het toezicht op de kinderopvang niet uitvoeren op reguliere wijze. Hetzelfde gold voor de uitvoering van registratie- en handhavingstaken door gemeenten.

Daarom hebben GGD GHOR Nederland en VNG Naleving meteen, in afstemming met het ministerie van SZW, een aantal denklijnen en werkwijzen ontwikkeld voor gemeenten en GGD’en aan de hand waarvan het toezicht, de registratie en de handhaving ‘tijdens corona’ kon worden vormgegeven. Ook de tweede fase van coronamaatregelen (de periode vanaf 11 mei tot 8 juni) was voor de kinderopvang nog steeds bijzonder. Ze moesten immers naast de reguliere dag- en gastouderopvang nog steeds noodopvang aanbieden. Ook was de BSO nog niet volledig geopend. VNG Naleving en GGD GHOR Nederland hebben de gemeenten en GGD’en daarom geadviseerd om het toezicht, de handhaving en de registratie in deze periode op dezelfde manier voort te zetten zoals tijdens de eerste fase. Onder voorwaarden konden ze de onderzoeken voor registratie, incidentele onderzoeken en nader onderzoeken weer uitvoeren. Voor het toezicht op de kwaliteitseisen vanaf 11 mei heeft GGD GHOR Nederland een aangepaste werkwijze opgesteld. Sinds de scholen op 8 juni weer volledig open zijn en ook de hele kinderopvang op reguliere wijze geopend is, is de derde fase begonnen. Nu kan er worden toegewerkt naar de ‘normale’ werkwijze van het uitvoeren van toezicht, handhaving en registratie.

Het is nu van groot belang dat gemeenten en GGD’en met elkaar overleggen en tot afspraken komen over welke toezichtactiviteiten er in dit jaar nodig en mogelijk zijn. Deze denklijn is een gezamenlijk product van GGD GHOR Nederland (hoofdstuk toezicht), de Inspectie van het Onderwijs (hoofdstuk jaarverantwoording 2020) en VNG Naleving (hoofdstuk registratietaak en hoofdstuk handhaving) en is afgestemd met het ministerie van SZW. De denklijn ondersteunt gemeenten en GGD’en bij de keuzes en afspraken die ze in fase 3 moeten maken. Omdat gemeenten zich moeten verantwoorden over de uitvoering van de wettelijke taken rondom kinderopvang gaat deze denklijn ook in op de gevolgen van de coronamaatregelen voor de Jaarverantwoording Kinderopvang over het jaar 2020. Juni 2020, GGD GHOR Nederland, Inspectie van het Onderwijs, VNG Naleving

3

1.

Toezicht en handhaving tijdens corona in fases

Het toezicht en de handhaving op de kinderopvang tijdens de coronacrisis in 2020 is in drie fases te verdelen: • Fase 1: betreft de periode van 16 maart tot en met 10 mei 2020. • Fase 2: betreft de periode van 11 mei tot 8 juni. • Fase 3: deze fase duurt bij ongewijzigde coronamaatregelen tot en met 31 december 2020. NB: Wanneer het aantal coronabesmettingen toeneemt is het mogelijk dat ook de uitvoering van toezicht, registratie en handhaving kinderopvang wordt aangepast. Van deze ontwikkelingen zullen wij u op de hoogte brengen. Al vanaf de eerste fase hebben GGD GHOR Nederland en VNG Naleving FAQ’s, kamerbrieven, de aanwijzingen aan de Veiligheidsregio’s en andere relevante documenten gepubliceerd via Kennisnet en het forum ‘toezicht en handhaving kinderopvang’ In dit hoofdstuk wordt eerst kort teruggekeken op fase 1 en fase 2. Daarna vindt u onze denklijn voor fase 3, de aandachtspunten en de werkwijzen en regelingen die in deze periode van toepassing zijn. Deze denklijn wordt in de daaropvolgende hoofdstukken verder uitgewerkt.

1.1

Fase 1: coronamaatregelen van 16 maart tot 11 mei 2020

In deze periode was de kinderopvang gesloten, tenzij er sprake was van noodopvang. Landelijk hebben GGD GHOR Nederland en VNG Naleving geadviseerd ‘signaalgestuurd en vinger aan de pols’ toezicht te houden. Ook voor de registratie en handhaving is geadviseerd een aangepaste werkwijze te hanteren (zie bijlage 1). Er waren verschillende redenen om de werkwijze aan te passen: • De kinderopvang was gesloten; er was geen sprake van reguliere kinderopvang, alleen van noodopvang. Hierdoor konden geen jaarlijkse onderzoeken uitgevoerd worden. • Andere onderzoeken, zoals nader onderzoeken, konden beperkt of niet uitgevoerd worden omdat de kinderopvang gesloten was. • GGD’en hebben veel toezichthouders ingezet bij activiteiten ten behoeve van de volksgezondheid, wat logischerwijs een hoge prioriteit had. • Door de coronamaatregelen, zoals het dringende verzoek om zoveel mogelijk thuis te werken of doordat de toezichthouder zelf tot een risicogroep behoorde, zijn er zeer beperkt locatiebezoeken door de toezichthouder kinderopvang van de GGD uitgevoerd. • Gemeenten waren belast met de coördinatie van de noodopvang en opvang van kwetsbare kinderen. Dit heeft in veel gemeenten een weerslag gehad op de capaciteit op het reguliere dossier kinderopvang (registratie, beleid en handhaving).

1.2

Fase 2: coronamaatregelen van 11 mei tot 8 juni

Vanaf 11 mei zijn kinderdagopvang en gastouderopvang weer helemaal open. De buitenschoolse opvang was vanaf 11 mei gedeeltelijk open. Kinderen met een contract konden naar de BSO op de dagen dat zij op school onderwijs kregen. Daarnaast was er nog steeds noodopvang. De kinderopvangbranche was in deze fase nog druk bezig zich aan te passen aan de nieuwe situatie en met het bieden van noodopvang naast de reguliere opvang. De toezichthouders kinderopvang waren nog steeds hard nodig bij andere GGD-onderdelen, omdat capaciteit voor het testen op corona is uitgebreid (onder andere voor leerkrachten, beroepskrachten en gastouders). Hierdoor is de capaciteit op toezicht kinderopvang bij de GGD in zijn algemeenheid tijdens fase 2 niet op peil geweest. Doordat de coronamaatregelen en RIVM-richtlijnen deels nog van kracht zijn, zijn er slechts beperkt

4

locatiebezoeken door de toezichthouder kinderopvang van de GGD mogelijk. Dit alles heeft invloed gehad op het toezicht, waardoor toezicht en handhaving nog niet regulier kon plaatsvinden. Om bovenstaande redenen hebben GGD GHOR Nederland en VNG Naleving geadviseerd om tijdens deze fase het toezicht en de handhaving op de kinderopvang grotendeels voort te zetten zoals in fase 1. Ook is in deze fase geadviseerd om onder voorwaarden weer onderzoeken voor registratie, incidentele onderzoeken naar aanleiding van wijzigingsverzoeken en nader onderzoeken op locatie uit te voeren. Dit uiteraard naast het continueren van de ‘vinger aan de pols’ en het signaalgestuurd toezicht.

1.3

Fase 3: reguliere opening kinderopvang

Nu de kinderopvang op 8 juni weer volledig geopend is1, kan ook regulier toezicht en handhaving kinderopvang weer starten. De verwachting is dat een hervatting van deze taken geleidelijk tot stand zal komen. Daarom is het belangrijk dat gemeenten en GGD’en in beeld brengen welke toezicht- en handhavingstaken in 2020 nog uitgevoerd zouden moeten worden, en welke hierbij de hoogste prioriteit hebben. Wij adviseren in deze fase om locatiebezoeken weer zoveel mogelijk uit te voeren. Uiteraard met inachtneming van de RIVM-richtlijnen. Weeg wel altijd af of een locatiebezoek noodzakelijk is en bespreek dit indien nodig (gemeente en GGD samen). Houd wat betreft de inzet van toezichthouders kinderopvang rekening met maatschappelijke prioriteiten zoals volksgezondheid. Bijvoorbeeld wanneer toezichthouders kinderopvang worden ingezet bij het testen op corona. Wij adviseren om: • De verschillende taken te inventariseren en prioriteren. • Te inventariseren welke capaciteit beschikbaar is, zowel van gemeente als bij de GGD. • De handvatten/adviezen uit de volgende hoofdstukken (gemeente samen met GGD) uit te werken in een concreet plan. • Het College van B&W te informeren en te betrekken bij het plan. In de hoofdstukken 2, 3 en 4 vindt u meer informatie over hoe u dit op kunt pakken.

1.4

Relevante regelingen, werkwijzen en denklijnen

Vanaf 16 maart 2020 hebben GGD GHOR Nederland en VNG Naleving diverse adviezen, werkwijzen, richtlijnen en denklijnen opgesteld. De tabel in bijlage 1 geeft een overzicht hiervan. In de tabel is tevens aangegeven of de informatie tijdens fase 3 nog van kracht is. Overige FAQ’s, aanwijzingen en richtlijnen, zoals bijvoorbeeld van de Rijksoverheid en het RIVM hebben we niet in dit schema opgenomen.

1 De aangeboden noodopvang beschouwen we als onderdeel van de kinderopvang.

5

2.

Registratietaak

In dit hoofdstuk adviseren we over de uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van het afhandelen van aanvragen tot exploitatie, en het actueel, juist en volledig houden van het LRK (samengevat: de registratietaak) in fase 32. Dit hoofdstuk is als volgt opgebouwd: eerst een terugblik op de maatregelen en adviezen over de registratietaak tijdens fase 1 en fase 2. Het is belangrijk om inzichtelijk te hebben wat er in deze fases gedaan en afgesproken is. In paragraaf 2.2 volgt het advies over hoe de registratietaak op te pakken tijdens fase 3.

2.1

Registratietaak gedurende fase 1 en 2

Gedurende fase 1 werden, onder andere door het dringende verzoek zoveel mogelijk thuis te werken en de tijdelijke andere inzet van toezichthouders bij de GGD, locatiebezoeken zeer beperkt afgelegd. Dit heeft geleid tot het advies om aanvragen voor toestemming tot exploitatie en wijzigingsverzoeken waarvoor een locatiebezoek benodigd was, conform de Awb op te schorten op basis van overmacht. Met betrekking tot verhuizende gastouders luidde het advies om deze aanvraag wél in behandeling te nemen. Hiervoor kon aan de GGD de opdracht gegeven worden om een onderzoek voor registratie (OVR) uit te voeren d.m.v. een interview via videobellen (indien mogelijk). Dit om problemen met onterechte meldingen van niet in het PRK ingeschreven volwassenen te voorkomen (door de koppeling tussen LRK – BRP – PRK). De gastouders die dit betrof, hadden al een actieve registratie in het LRK en moeten zodra huisbezoeken weer mogelijk zijn, alsnog worden bezocht. Gedurende fase 2 werd het voor de GGD mogelijk het aantal locatiebezoeken voorzichtig uit te breiden. De onderzoeken voor registratie, nader onderzoeken en incidentele onderzoeken op basis van een wijzigingsverzoek konden weer opgepakt worden (wanneer daar capaciteit voor was) en, met inachtneming van de RIVMrichtlijnen, weer op locatie uitgevoerd.

Daarbij was wel het advies om te beoordelen of een locatiebezoek echt noodzakelijk/de beste keuze is. Gebrek aan capaciteit bij de GGD door inzet van toezichthouders in verband met andere corona gerelateerde werkzaamheden, gaf nog steeds reden om waar nodig termijnen van aanvragen en wijzigingsverzoeken op te schorten op basis van overmacht.

2.2

Advies uitvoering registratietaak in fase 3

De uitvoering van de registratietaak (het afhandelen van aanvragen tot exploitatie, en het actueel, juist en volledig houden van het LRK) in fase 3 zal door gedeeltelijke hervatting van de onderzoeken door de GGD in fase 2 minder achterstanden kennen. Indien dit nog niet gedaan is, is het verstandig om in kaart te brengen wat de stand van zaken is en welke verdere acties ondernomen kunnen worden. Om dit overzichtelijk te doen kan gebruik worden gemaakt van het volgende stappenplan: 1. Breng in kaart welke aanvragen en wijzigingsverzoeken nog niet afgerond zijn. 2. Voer de (nieuwe) aanvragen in in het LRK. 3. Neem contact op met de aanvrager. 4. Inventariseer en prioriteer de aanvragen en wijzigingen. 5. Overleg met de GGD over wat zij kunnen uitvoeren en binnen welke termijn. 6. Informeer de aanvrager over hervatten van de termijn of schort de termijn voor besluitvorming op.

2 Bij het schrijven zijn we ervan uitgegaan dat deze taak wordt uitgevoerd bij de gemeente waar deze wettelijk belegd is. Lokaal kunnen

echter andere afspraken gemaakt zijn.

6

2.2.1 Aanvragen en wijzigingen in kaart brengen Bundel alle (nieuwe) aanvragen en wijzigingsverzoeken in een overzichtelijk bestand. Breng in kaart wat er per aanvraag of verzoek moet gebeuren. Label dit en zet er een status bij. Bijvoorbeeld: welke verzoeken zijn in fase 1 (of 2) opgeschort? Waar is de GGD al mee bezig? Welke nieuwe aanvragen zijn nog niet in het LRK ingevoerd? Welke termijn hoort bij iedere aanvraag? etc. Op deze manier wordt duidelijk wat er allemaal nog gedaan moet worden door de gemeente of door de GGD. Dit werkt ook ondersteunend bij de afspraken die met de GGD gemaakt moeten gaan worden over de nog uit te voeren onderzoeken en de mogelijkheden met betrekking tot de beschikbare capaciteit.

2.2.2 Invoeren in het LRK Het LRK moet actueel, juist en volledig zijn. De binnengekomen aanvragen moeten daarom in elk geval aangemeld zijn in het LRK. Voor een aantal aanvragen of wijzigingsverzoeken die net voor of tijdens fase 1 en 2 zijn binnengekomen, zal het niet mogelijk zijn (geweest) om binnen de wettelijke termijn een besluit genomen te hebben door de coronamaatregelen. Dit was een overmachtssituatie waardoor deze aanvragen of wijzigingsverzoeken opgeschort konden worden. Controleer of alle binnengekomen aanvragen in het LRK zijn aangemeld. Controleer ook of alle binnengekomen aanvragen en wijzigingsverzoeken, waar dat van toepassing is, zijn opgeschort, en of de opschorting van de nieuwe aanvragen in het LRK is verwerkt. Voor binnenkomende aanvragen geldt in deze fase dat de aanvragen alleen nog opgeschort kunnen worden wegens overmacht, wanneer de lokale situatie (bijvoorbeeld minder capaciteit van toezichthouders) dat noodzakelijk maakt.

2.2.3 Contact opnemen met de aanvrager Er is in kaart gebracht hoeveel aanvragen en wijzigingsverzoeken er liggen. Nu moet nagegaan worden of deze aanvragen en verzoeken nog relevant zijn. Wellicht zijn er houders die toch geen nieuwe locatie willen openen of geen uitbreiding willen van het aantal kindplaatsen. In die gevallen zal de houder de aanvraag moeten intrekken zodat deze buiten behandeling kan worden gelaten. De aanvragen en verzoeken die niet meer relevant zijn moeten wel op de juiste manier worden afgehandeld in het LRK.

2.2.4 Inventariseren van aanvragen en wijzigingen Op basis van de vorige stappen kunt u de volgende acties ondernemen: • • • • • • • •

Inventariseer welke (en hoeveel) aanvragen zijn opgeschort. Inventariseer welke (en hoeveel) wijzigingsverzoeken zijn opgeschort. Controleer per aanvraag de datum binnenkomst, de opschortingstermijn en de (nieuwe) beslistermijn. Controleer per wijzigingsverzoek de datum binnenkomst, de opschortingstermijn en de (nieuwe) beslistermijn. Inventariseer welke aanvragen komen van nieuwe houders. Inventariseer welke aanvragen komen van bestaande houders. Inventariseer welke aanvragen in feite ‘verhuizingen’ zijn. Inventariseer welke verhuizende VGO’s geregistreerd zijn na een ‘video onderzoek’.

Bepaal vervolgens ook de benodigde en beschikbare capaciteit van de gemeente en de GGD. Deze lijst is uiteraard niet uitputtend en er kunnen elementen worden toegevoegd. Bovenstaande geeft handvatten voor de inventarisatie waardoor er een beeld ontstaat van de huidige situatie.

7

2.2.5 Prioritering en aandachtspunten Hierna kan er geprioriteerd worden. Er kunnen namelijk redenen zijn om bepaalde aanvragen en/of wijzigingsverzoeken eerst te behandelen. Denk hierbij aan: • Aanvragen en wijzigingsverzoeken met een gewenste startdatum in het verleden. • Aanvragen van locaties die om andere redenen snel geopend moeten worden om kinderopvang op een bepaalde locatie voorrang te geven. Bijvoorbeeld vergroting van het VE-aanbod. • Aanvragen en/of wijzigingsverzoeken die alleen een bureauonderzoek behoeven. • Aanvragen in verband met een verhuizing. Om deze prioritering op te stellen kunt u gebruik maken van deze tool (Excelbestand). Hierin wordt ingevuld wat de stand van zaken is per aanvraag of wijzigingsverzoek. Dit leidt tot een prioritering van de aanvragen en/of wijzigingsverzoeken, waarmee onderbouwd kan worden welke zaken er als eerst opgepakt worden en welke zaken later behandeld worden. Deze onderbouwing is belangrijk voor de eigen administratie van de gemeente en later ook voor de Jaarverantwoording over 2020. Leg daarom deze keuzes goed vast. Aandachtspunten voor de prioritering Er is een aantal aandachtspunten waar bij de prioritering rekening mee gehouden moet worden: • Het is belangrijk dat alle aanvragen en wijzigingsverzoeken zo snel mogelijk behandeld worden in verband met de daaraan verbonden wettelijke termijnen.

• Houd u aan de opschortingstermijnen die vermeld zijn in de verzonden brieven. • Zorg dat locaties die geregistreerd zijn zonder locatiebezoek, en locaties waar geen onderzoek na registratie is uitgevoerd, waar nodig alsnog zo snel mogelijk worden bezocht. • Let op een tijdige en correcte registratie in het LRK in verband met het recht van ouders op kinderopvangtoeslag (KOT). • Denk aan het belang van opname in het PRK. Een juist, volledig en actueel LRK is van belang voor de juiste werking van het PRK. Wanneer een gastouder verhuist en dit niet tijdig in het LRK verwerkt wordt, zal dit zorgen voor onterechte signalering in de volledigheidslijsten van DUO. Wanneer er nieuwe bewoners in het BRP worden ingeschreven op een adres dat volgens LRK (ten onrechte nog) een opvangadres is, kent het PRK deze mensen hoogstwaarschijnlijk niet. De melding over niet ingeschreven “huisgenoten” zal doorlopen zolang de VGO nog op het oude adres geregistreerd is. 2.2.6 Informeer de aanvrager over het proces Wanneer een aanvraag is opgeschort moet de gemeente volgens de Awb de aanvrager ervan op de hoogte stellen wanneer het aanvraagproces weer hervat wordt (en de termijn weer gaat lopen). Daarbij moet in de brief ook aangegeven worden binnen welke termijn het besluit op de aanvraag verwacht kan worden.

8

3.

Toezicht

In dit hoofdstuk worden eerst een aantal handvatten gegeven om de stand van zaken van het toezicht te inventariseren. Daarna volgen aandachtspunten die meegenomen kunnen worden bij de prioritering van uitvoering van het toezicht in de resterende maanden van 2020. Op basis hiervan kan bepaald worden hoe toezicht kan plaatsvinden in fase 3. Dit kan, bijvoorbeeld als gevolg van de beschikbare capaciteit, per regio verschillen. GGD GHOR Nederland informeert de brancheorganisaties kinderopvang over het hervatten van het regulier toezicht.

3.1

Inventarisatie uitvoering toezicht (door de GGD)

Tijdens fase 1 en 2 heeft het toezicht niet op de reguliere wijze kunnen plaatsvinden. Daarom is het nu goed om een inventarisatie te maken van de werkzaamheden die gedaan zijn en die nog gedaan moeten worden tot het eind van dit jaar. 1. Breng in kaart wat de GGD per gemeente tot nu toe aan toezicht in 2020 heeft gedaan. Denk hierbij aan: a. Regulier toezicht (jaarlijks onderzoek, onderzoek na registratie, nader onderzoek, incidenteel onderzoek). b. ‘Vinger aan de pols’. c. Incidentele onderzoeken naar aanleiding van signalen. d. Onderzoeken voor registratie, zoals gastouders die geregistreerd zijn zonder locatiebezoek. 2. Breng in kaart wat de GGD per gemeente aan toezicht in de resterende maanden van 2020 in ieder geval nog zou moeten doen (uitgaande van de 100% norm en het per gemeente afgesproken percentage te bezoeken voorzieningen voor gastouderopvang). Denk hierbij aan: a. Jaarlijkse onderzoeken en onderzoeken na registratie. b. Steekproef voorzieningen voor gastouderopvang. c. Nader onderzoeken. d. Nog openstaande aanvragen / onderzoeken voor registratie. e. Nog openstaande wijzigingsverzoeken / incidentele onderzoeken. 3. Breng in kaart hoeveel capaciteit de GGD verwacht beschikbaar te hebben voor het restant van 2020 4. Breng in kaart welke werkzaamheden en onderzoeken in fase 3 meer of juist minder tijd gaan kosten. Denk hierbij aan: a.

Beperking reistijd door thuiswerken. b. Meer of juist minder tijd door digitaal werken.

3.2

Prioritering toezicht

Na inventarisatie is bij de GGD grotendeels bekend hoeveel capaciteit de GGD voor de uitvoering van het toezicht verwacht beschikbaar te hebben en welke werkzaamheden er nog gedaan zouden moeten worden tot het einde van het jaar. Naar verwachting zal er geprioriteerd moeten worden. Bij de prioritering moet rekening gehouden worden met de volgende typen onderzoeken: • Incidentele onderzoeken: Deze worden uitgevoerd op basis van signaal of naar aanleiding van een wijzigingsverzoek. Daar waar er zorgen zijn over de kwaliteit van de opvang moet dit zeker onderzocht worden. • Onderzoeken voor registratie: Deze worden zo snel mogelijk uitgevoerd. Dit is van belang omdat aan de besluitvorming een termijn verbonden is. • Jaarlijkse onderzoeken: Het streven is om zoveel mogelijk onderzoeken te verrichten. Bij prioritering kan selectie op basis van risicoprofielen, maar ook spreiding van onderzoeken onder de verschillende houders, 9

een optie zijn om toch een zo goed mogelijk beeld te krijgen van het niveau van naleving. Selecteer de voor de steekproef te bezoeken gastouders bijvoorbeeld eveneens op basis van de risicoprofielen van de bemiddelende gastouderbureaus. • Onderzoeken na registratie: met name wanneer dit locaties betreft van houders die net gestart zijn is er nog onvoldoende beeld van de daadwerkelijke kwaliteit. Het is belangrijk hier zicht op te houden. • Nader onderzoeken: Deze zijn van belang om de lopende handhavingstrajecten zorgvuldig af te werken. Om tot een goede prioritering van de in 2020 nog uit te voeren onderzoeken te komen is het van belang de volgende zaken mee te wegen: • Het belang van het borgen van veilige en verantwoorde opvang voor het kind door goed en voldoende toezicht staat centraal. • Prioriteit op basis van historie of risicoprofiel. • Locaties die eerder dit jaar al gezien zijn (bijv. door “Vinger aan de pols” of een wijzigingsverzoek). • De set minimale verplicht te toetsen items blijft als eis overeind bij ieder onderzoek. • Kan een deel van de inspectie op afstand plaatsvinden? Bijvoorbeeld de locatieverantwoordelijke telefonisch interviewen voor of na het inspectiebezoek. • Kan er tijd gewonnen worden door het combineren van onderzoeken (bijv.

jaarlijks onderzoek met een wijzigingsverzoek of een nader onderzoek combineren)? • Betreft het een VE locatie? Bij het prioriteren kunt u gebruik maken van de werkwijze die beschreven is in bijlage 3. Deze werkt de denklijn verder uit. Voor de praktische invulling van de prioritering is er een Exceltool ontwikkeld. Deze is te vinden in bijlage 2 (Excelbestand). Wij benadrukken dat hierbij dat de veiligheid en het belang van de kinderen altijd voorop moet staan en voorrang dient te krijgen, waarbij natuurlijk ook oog is voor de veiligheid van de toezichthouder.

3.3

Afspraken over uitvoering toezicht

Nadat de GGD en gemeenten in gezamenlijkheid in kaart hebben gebracht wat er in de resterende periode van 2020 gedaan kan worden en welke prioriteit werkzaamheden krijgen, moeten zij in overleg met elkaar om samen vast te stellen wat mogelijk is en afspraken te maken. Wij adviseren om deze afspraken en de onderbouwing hiervan goed vast te leggen. Denk hierbij ook aan de activiteiten en onderzoeken die niet in 2020 kunnen worden opgepakt en hoe hier aandacht aan besteed zal worden in 2021. Uiteraard kan het zeker in de huidige omstandigheden zo zijn dat deze afspraken de komende maanden bijgesteld moeten worden. Houd dit goed bij. Deze afspraken zullen van belang zijn voor de verantwoording richting de raad en de jaarverantwoording over 2020 aan de Inspectie van het Onderwijs.

10

4.

Handhaving

In dit hoofdstuk gaan wij in op de handhavingstaak van de gemeente in relatie tot de coronamaatregelen die gelden in fase 3. Denk aan het inventariseren en prioriteren van handhavingszaken/-procedures alvorens toezicht en de handhaving weer (regulier) opgepakt gaat worden. Wij geven bovendien een advies voor de handhavingstaak in deze periode, welke aandachtspunten er zijn en de gevolgen voor het handhavingsbeleid.

4.1

Inventarisatie handhavingszaken

Om een beeld te krijgen van wat er nog mogelijk is in 2020, is het verstandig om alle lopende handhavingszaken/-procedures te inventariseren en te prioriteren. Denk daarbij aan bijvoorbeeld de volgende stappen: • Breng in kaart bij welke voorzieningen er welke procedures lopen (waarschuwing, aanwijzing, LOD, etc.) en wat de hersteltermijnen zijn/waren. • Breng in kaart welke nader onderzoeken nog niet uitgevoerd zijn. In die totale prioritering zullen de nader onderzoeken met de hoogste prioriteit weer opnieuw/overall geprioriteerd moeten worden. • Breng de aard, ernst en omvang van de tekortkomingen en overtredingen in kaart van de rapporten waarop nog geen besluit tot handhaving is genomen. • Inventariseer op basis van het handhavingsbeleid welke handhavingsbesluiten er genomen zouden moeten worden en welke hersteltermijn daaraan verbonden zijn. • Bepaal hoeveel nader onderzoeken (en op welke termijn) er volgen uit de nog te nemen handhavingsbesluiten. • Bepaal welke en hoeveel nader onderzoeken er in zijn totaliteit nog uitgevoerd moeten worden. Maak hierin een splitsing tussen KDV’s/BSO’s en GOB’s en VGO’s. • Breng prioritering aan in de zaken (zie paragraaf 4.2). Bepaal op deze wijze welke zaken en/of onderzoeken eerst uitgevoerd moeten worden. • Stem af met de GGD waar capaciteit voor is (dit hangt samen met de capaciteit voor het reguliere/overige toezicht) m.b.t.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/158/documents/16465