D02 College, raadsbrief Evaluatie HUP 2020 Gemeente Hillegom.pdf
Tekst van het document
Hillegom
Raadsbrief Evaluatie handhavinguitvoeringsprogramma 2020 Gemeente Hillegom aan: datum:
de raad van de gemeente Hillegom 7 april 2021
zaaknummer: Z-20-155887 datum collegevergadering: 20 april 2021 portefeuillehouder: Dhr. A. van Erk behandelend ambtenaar: D. Wils embargo: ☐
Bijgaand stuk wordt u ter kennisname toegezonden Met dit document wordt inzicht geven in de behaalde resultaten vanuit het handhavinguitvoeringsprogramma 2020. Door dit aan de gemeenteraad bekend te maken wordt er voldaan aan de wettelijke verplichting, artikel 7.7 van het Besluit Omgevingsrecht.
Bijlagen:
1. Evaluatie handhavinguitvoeringsprogramma 2020 2. Handhavinguitvoeringsprogramma 2020
Evaluatie Handhavinguitvoeringsprogramma 2020
Gemeente Hillegom
Inhoud Samenvatting ................................................................................................................... 3
1 Inleiding ........................................................................................................................ 4 1.1 Aanleiding en doelstelling evaluatie ........................................................................... 4 1.2 Wettelijk kader, vaststelling en bevoegdheden ............................................................ 4 1.3 Monitoring uren ...................................................................................................... 4
2 Ontwikkelingen ............................................................................................................. 4 2.1
Coronavirus ......................................................................................................... 4
2.2
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen ................................................................... 4
2.3
Omgevingswet ..................................................................................................... 5
2.4
Samenwerking politie ........................................................................................... 6
3 Samenwerking en integraal toezicht ............................................................................ 6 3.1
Optrekken met externe partners ............................................................................ 6
3.2
Lokaal ambtelijk handhavingsoverleg ..................................................................... 6
3.3
Signalering door vergunningverleners ..................................................................... 6
3.4
Gezamenlijke handhaving buitengebied (Bollen5-gemeenten/GOM) ............................ 7
3.5
Aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit .......................................... 7
4 Doelstellingen VTH beleid ............................................................................................ 8
5 Werkzaamheden BOA en BWT ...................................................................................... 9 5.1 Corona ................................................................................................................... 9 5.2 BOA ..................................................................................................................... 9 5.2.1 Reguliere activiteiten.................................................................................... 9 5.2.2 Projectmatige activiteiten............................................................................. 10 5.3 BWT .................................................................................................................... 12 5.3.1 Meldingen en handhavingszaken ................................................................... 12
6 Juridische opvolging .................................................................................................. 15 6.1 Corona .................................................................................................................. 15 6.2 Minnelijke oplossing, handhavingsverzoeken en herstelsancties ................................... 15 6.3 Bezwaar en beroep ................................................................................................. 15
2
Samenvatting Voor u ligt de evaluatie van het Handhavinguitvoeringsprogramma 2020 (hierna: Evaluatie HUP 2020). Deze evaluatie laat de resultaten zien van de in het HUP 2020 genoemde werkzaamheden voor de Buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: BOA’s) en Bouw- en woningtoezichtinspecteurs (hierna: BWT’ers). De resultaten uit de evaluatie dienden mede als input voor het Handhavinguitvoeringsprogramma 2021. De BOA’s zijn intensief ingezet op het handhaven van de coronamaatregelen. Hierdoor was nog slechts de helft van hun tijd beschikbaar voor regulier werk en projecten. De binnengekomen meldingen van inwoners zijn ondanks deze drukte door de BOA's opgepakt. In vergelijking met voorgaande jaren heeft de licht stijgende lijn in het aantal meldingen zich ook in 2020 doorgezet. Daarnaast hebben de BOA's controles uitgevoerd op onder andere de blauwe zone, afval en hangjeugd. Ook hebben zij werkzaamheden omtrent de weekmarkt en voor zover mogelijk projecten uitgevoerd. De BOA's hebben het reguliere werk en projecten door de beperkte capaciteit niet veelvuldig of niet altijd conform het HUP 2020 kunnen uitvoeren. Voor de BWT’ers bestond een deel van de werkvoorraad in 2020 uit het afronden van zaken uit 2019. Dit gold zowel voor de controle op verleende vergunningen als voor de behandeling van handhavingsdossiers.
Bovendien zijn er diverse meldingen en handhavingsverzoeken behandeld. Daarbij moet worden opgemerkt dat een aantal zaken in verband met o.a. de complexiteit, opschorting door corona en de wettelijk gestelde termijnen voor zienswijzen/bezwaar en beroep doorloopt in 2021. De BWT’ers hebben tevens werkzaamheden uitgevoerd omtrent het coronavirus. Dit heeft tot gevolg gehad dat het reguliere werk en projecten moesten worden getemporiseerd. Echter moet worden opgemerkt dat ook zonder de extra belasting van coronawerkzaamheden de huidige capaciteit bij BWT te beperkt is om en het reguliere werk én de projecten kwalitatief goed uit te kunnen voeren. Daarnaast hebben zij o.a. te maken met extra werkzaamheden omtrent de invoering van de Omgevingswet en is er een forse stijging van het aantal handhavingsverzoeken, aanschrijvingen en de minder effectieve werking van de minnelijke oplossing. Overtreders laten het vaker aankomen op een officiële aanschrijving en maken vaker bezwaar. Dit zorgt ook voor een krappe capaciteit bij de handhavingsjuristen.
3
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling evaluatie Het bestuur heeft een handhavingsbeleid vastgesteld. Hiermee wordt voldaan aan de wettelijke verplichting vanuit het Besluit Omgevingsrecht (hierna: Bor). Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma maakt het handhavingsbeleid concreet en beschrijft de praktische uitvoering ervan. Het college is verplicht om jaarlijks het uitvoeringsprogramma te evalueren. Doel daarvan is inzicht te krijgen of de in het HUP 2020 opgenomen activiteiten zijn uitgevoerd. 1.2 Wettelijk kader, vaststelling en bevoegdheden Artikel 7.7 lid 2 van het Bor bepaalt dat het bestuursorgaan jaarlijks evalueert, of de in het uitvoeringsprogramma opgenomen activiteiten zijn uitgevoerd en in hoeverre deze activiteiten hebben bijgedragen aan het bereiken van gestelde doelen. Artikel 7.7 lid 3 van het Bor bepaalt dat het college de evaluatie bekend maakt aan de gemeenteraad. 1.3 Monitoring uren Door de ambtelijke samenvoeging in 2017 van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen hebben wij te maken met diverse problematieken en een groter grondgebied. Hierdoor is de behoefte ontstaan om inzicht te krijgen in hoe en waaraan de ambtelijke uren worden besteed. Daarom is er een registratiesysteem ontworpen en wordt jaarlijks geactualiseerd.
Met dit systeem houden we grip op de uren die per gemeente besteed kunnen worden, en kan (vroegtijdig) worden bijgestuurd indien hier noodzaak toe is. Ondanks de coronawerkzaamheden is ook in 2020 gestuurd op de uren om de beloftes in het HUP 2020 zo veel mogelijk na te komen.
2 Ontwikkelingen 2.1 Coronavirus De eerste (officiële) besmetting van het coronavirus in Nederland werd op 27 februari 2020 met een test vastgesteld. Sinds 11 maart 2020 als pandemie erkend. Om verdere besmetting te voorkomen worden door het ministerie maatregelen getroffen. Afhankelijk van het verloop van het aantal besmettingen worden deze aangescherpt of afgeschaald. Vanuit de veiligheidsregio zijn noodverordeningen uitgevaardigd met beperkingen die lokaal gehandhaafd moeten worden. Noodverordeningen zijn voor (crisis)situaties van beperkte tijd. De coronacrisis duurt langer. Daarom heeft het kabinet de noodverordeningen per 1 december 2020 vervangen door de tijdelijke coronawet (Tijdelijke wet maatregelen COVID-19) en regelingen. Deze wet geeft de burgemeesters en gemeenteraden bevoegdheden om dergelijke beperkingen op te leggen. De gestelde maatregelen/beperkingen dienen te worden gehandhaafd door de politie en gemeenten. Ook in Hillegom wordt er volop ingezet om de maatregelen te handhaven. Hierdoor komt er veel druk te liggen bij de medewerkers van Toezicht en Handhaving. Bovendien vinden er bijna dagelijks (afstemmings)overleggen plaats binnen de crisisorganisatie. Ook hieraan nemen diverse medewerkers van Toezicht en Handhaving deel. 2.2 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De overheid heeft ten aanzien van de VTH-taken een preventieve rol.
Aannemers, vergunninghouders, eigenaren, burgers en ondernemers in het algemeen zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven van de regels. De maatschappelijke ontwikkeling om burgers meer te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid, vertaalt zich door naar het vakgebied VTH, onder de term ‘publiek wat moet, privaat wat kan’ (Commissie Dekker). In het wetsvoorstel ‘kwaliteitsborging voor het bouwen’ (Wkb) wordt het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw geïntroduceerd. Met dit nieuwe stelsel wordt beoogd meer verantwoording bij marktpartijen neer te leggen. De rol van de gemeente als bevoegd gezag verandert door het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw. De bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw zullen in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw uitgevoerd worden door een marktpartij en niet meer door de gemeente. De gemeente behoudt wel haar taak voor de planologische beoordeling, welstandstoets en toetsing van de omgevingsveiligheid. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor toezicht op 4
welstand, monumenten, bestaande bouw (minimumeisen bestaande bouw en gebruikseisen) en voor de handhaving. De Wet Kwaliteitsborging heeft 3 doelen: verbeterde (borging van de) bouwkwaliteit verbeterde positie van de consument stimuleren van kwaliteitsverbetering en faalkostenvermindering 5 belangrijkste veranderingen: Onafhankelijke kwaliteitscontroleurs controleren of een gebouw voldoet aan de wettelijke technische eisen. Dit doen zij tijdens het ontwerp en op de bouwplaats. Deze controleurs heten kwaliteitsborgers; De aannemer is verantwoordelijk voor de gevolgen van alle gebreken in de bouw die hij zelf veroorzaakt heeft. Als er gebreken zijn, dan kan de klant de aannemer dwingen om de fouten te repareren. Ook als de klant deze fouten pas later ontdekt; De aannemer moet de klant laten weten of en hoe hij zich heeft verzekerd tegen faillissement en risico's op schade en gebreken; Klanten kunnen, net als in de huidige situatie, 5% van het bouwbedrag (aanneemsom) parkeren bij de notaris. Nu gaat dit bedrag automatisch naar de aannemer als het gebouw klaar is. Vanaf 1 januari 2022 keert de notaris het geld aan de aannemer uit, wanneer de klant aangeeft dat alle gebreken zijn verholpen; Wanneer de kwaliteitsborger of de gemeente een probleem ziet, kan de gemeente de bouw stilleggen.
Op 14 mei 2019 is er in de Eerste Kamer voor de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen gestemd. De verwachting is dat de wet tegelijk met de Omgevingswet (2022) in werking zal treden. De veranderingen uit de Wkb gelden (naar verwachting) tot en met 2024 alleen voor eenvoudige bouwwerken. Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. In de praktijk blijkt dat binnen het gros van de gemeenten de meeste bouwwerken onder gevolgklasse 1 vallen, waardoor deze fase de meeste impact zal hebben. Het bouwtechnische gedeelte van het werk valt daarmee deels weg bij de gemeente, wat invloed heeft op de capaciteit, zowel binnen de organisatie als buiten de organisatie. Afhankelijk van de evaluatie zal vanaf 2025 uitbreiding van het systeem plaatsvinden naar andere meer complexe bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 2 en 3. Daartegenover staat de komst van de Omgevingswet waarbij de verwachting is dat meer toezicht en handhaving noodzakelijk is. Dit is verder uiteengezet in de volgende alinea. 2.3 Omgevingswet De Omgevingswet is de basis voor een nieuw regelgevingsstelsel voor de fysieke leefomgeving en behelst een grootschalige transitie van het Omgevingsrecht. In 2022 treedt de Omgevingswet volgens de huidige planning in werking.
Het kabinet wil met de Omgevingswet het aantal regels verminderen, bereiken dat de verschillende plannen voor ruimtelijke ordening, milieu en natuur beter op elkaar worden afgestemd en dat duurzame projecten gestimuleerd worden. Tevens wil men meer ruimte geven aan gemeenten, provincies en waterschappen, zodat zij hun omgevingsbeleid kunnen afstemmen op hun eigen behoeften en doelstellingen. De Omgevingswet zal voor de handhaving verandering brengen. Zo kunnen er onder invloed van het omgevingsplan (in plaats van bestemmingsplannen) meer mogelijkheden komen voor vergunningsvrije activiteiten. Voor een deel van de taakuitvoering betekent dit een verschuiving van vergunningsverleningswerkzaamheden naar het houden van toezicht achteraf. Hiermee valt onder de Omgevingswet de ‘voortoets’ (vergunningverleningsfase), echter afhankelijk van het omgevingsplan, deels weg. Dat betekent dat bedrijven en burgers gemakkelijker (onbewust) een overtreding kunnen begaan. Er komt hierdoor, naar verwachting, een groter accent te liggen op de handhaving. Naast het leveren van (digitale) producten en diensten zal de faciliterende, adviserende, informerende en controlerende rol van de gemeente in samenwerking met haar inwoners en ondernemers toenemen. Flexibiliteit in benadering en contact is dus belangrijk. Onze inwoners en ondernemers worden vaker samenwerkingspartners.
5
Aangezien de invoering van de Omgevingswet de organisatie voor een breed scala aan ontwikkelopgaven stelt, is er voor gekozen om de implementatie van de Omgevingswet volgens een programmastructuur uit te voeren. We werken met drie programmalijnen, waarbinnen een aantal deelprojecten is gedefinieerd. We houden de drie programmalijnen aan die ook landelijk zijn voorgesteld. (Vanuit het VNG programma "aan de slag met de omgevingswet"). 1. Programmalijn Omgevingswet en instrumenten. Deze programmalijn omvat het opstellen van de kerninstrumenten zoals voorbeeld de Omgevingsvisies en Omgevingsplannen. 2. Programmalijn Anders werken. Deze programmalijn omvat de deelprojecten Serviceformules, Cultuurverandering en Organisatieinrichting. 3. Programmalijn Digitaal stelsel omgevingswet. Deze programmalijn omvat diverse ondersteunende projecten ( aanschaf en integreren nieuwe applicaties) die de lijnen 1 en 2 faciliteren en er voor zorgen dat we tijdig kunnen aansluiten op de Landelijke voorziening van het digitale stelsel Omgevingswet. De uitwerking van de programmalijnen wordt door de organisatie projectmatig aangepakt. De drie programmalijnen zijn verbonden én werken deels aan de ontwikkeling/invulling van een aantal andere thema’s die ook in de HLT-samen organisatie-agenda is opgenomen.
Het gemeenschappelijk doel van de programma’s is het realiseren van een organisatie die Omgevingswet-proof is. Daarin wordt ook nadrukkelijk de uitvoering en borging van de VTH taken meegenomen, met name daar waar het de programmalijn Anders werken betreft. 2.4 Samenwerking politie Landelijk en ook lokaal gezien heeft de politie te kampen met steeds minder capaciteit op straat. De politie is genoodzaakt om prioriteiten te stellen. Er kan dus door de gemeente minder worden teruggevallen op de politie. Daarnaast vraagt de politie hierdoor ook vaker hulp van de BOA’s. Door de beperkte middelen, is intensieve samenwerking van groot belang. Daarom heeft er regelmatig overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en politie en is de samenwerking gezocht door bijvoorbeeld samen te surveilleren op het gebied van o.a. hangjongeren en illegale feesten/bijeenkomsten. Voor wat betreft de rolverdeling geldt nog steeds dat de politie zich met name richt op de handhaving van de openbare orde en de BOA’s op de leefbaarheid.
3 Samenwerking en integraal toezicht De Wabo eist dat gemeenten het toezicht zoveel mogelijk op integrale wijze uitvoert. Hieraan wordt invullinggegeven door onderstaande afspraken. 3.1 Optrekken met externe partners Om het toezicht zo efficiënt mogelijk uit te voeren is zoveel mogelijk afgestemd met verschillende disciplines. Zo werd bijvoorbeeld de bouwkundige eindschouw (taak van cluster BWT) gecombineerd met de eindschouw op brandveiligheidsaspecten (taak Brandweer Hollands Midden). 3.2 Lokaal ambtelijk handhavingsoverleg Periodiek hebben handhavingsoverleggen plaatsgevonden om o.a. handhavingszaken te bespreken. Naast vertegenwoordigers uit de gemeenten zelf (Openbare orde en veiligheid en Handhaving) hebben indien noodzakelijk ook de politie, de brandweer, de Omgevingsdienst en andere instanties deelgenomen aan dit overleg. De BOA’s hadden ten tijde van corona drie keer per week een briefing waarbij ook wisselend de politie en het jeugdwerk aansloten. Vóór de corona-uitbraak namen de BOA’s deel aan het reguliere afstemmingsoverleg. Deze vond tweemaal per week plaats waarbij de politie regelmatig aanschoof. Tevens hebben de BOA’s geregeld deelgenomen aan de politiebriefing. 3.3 Signalering door vergunningverleners De BWT’ers hebben regelmatig overleg gevoerd met team Vergunningen.
Zij ontvangen, tijdens het proces van vergunningverlening, voor handhaving belangrijke informatie. Hieruit kan blijken dat er risico’s bestaan voor strijdig gebruik of het niet naleven van de (bouw)technische regels. Aan de hand van deze informatie zijn de beschikbare uren voor toezicht zo resultaatgericht mogelijk ingezet. 6
Hieronder volgen projecten in het kader van samenwerking en integraliteit: 3.4 Gezamenlijke handhaving buitengebied (Bollen5-gemeenten/GOM) In het kader van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG), die in juli 2016 is vastgesteld door onder meer de raden van Hillegom, Lisse en Teylingen, zijn afspraken gemaakt omtrent stringenter handhaven in het buitengebied. Een eenduidige en actieve aanpak van strijdig gebruik is belangrijk voor de effectiviteit van het ruimtelijke beleid in het buitengebied, zoals vastgelegd in de ISG. In 2019 is HLT-breed gestart met handhaving in het buitengebied om de doelstellingen van de ISG te kunnen realiseren. Met de input van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), team Beleid en Planvorming, de portefeuillehouders en de burgemeesters is Team Toezicht en Handhaving allereerst gestart met de prioriteiten uit een grotere lijst met strijdigheden en is met deze ervaring een Plan van Aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is met alle betrokkenen besproken en is nu de basiswerkmethode. Er vindt afstemming plaats met de andere bollen-gemeenten (Katwijk, Noordwijk), omdat zij eenzelfde project gaan starten. Het doel van dit project is om de strijdigheden in het buitengebied aan te pakken met in het bijzonder de voor bollenteelt beschermde gronden.
Voor de BWT’ers heeft dit het volgende betekend: Het uitvoeren van controles aan de hand van de lijst van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). Deze lijst zal worden aangevuld met overtredingen die de BWT’ers verder in het buitengebied aantreffen; Gesprekken voeren met overtreders/betrokkenen; Het opstellen van constateringsrapporten; Het doen van legalisatieonderzoeken; Mediation; Indien er geen oplossing wordt gevonden om de betreffende overtreding op te heffen, zal het handhavingstraject worden voortgezet. Daarnaast hebben de BWT’ers, omdat zij bij de uitvoering van dit project veel in het buitengebied aanwezig zijn, tevens toezicht gehouden op ondermijningszaken. Het is een omvangrijk en langlopend project waarvoor in de begroting van HLT vanaf 2019 (4 jaar) extra middelen beschikbaar zijn gesteld. Dit project heeft een kleine vertraging opgelopen door de komst van het coronavirus en de afgekondigde maatregelen. In Hoofdstuk 5 is dit verder omschreven. 3.5 Aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit Delicten als overvallen, woninginbraken, straatroof en geweld zijn de afgelopen jaren fors gedaald, maar onzichtbare vormen van criminaliteit ondermijnen de samenleving. Ook in de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen blijkt sprake te zijn van criminele, ondermijnende activiteiten en misstanden.
Zo zijn er verschillende signalen van kleine ‘witwasbedrijven’ waar je zelden klanten ziet, hennepkwekerijen en arbeidsuitbuiting. Maar ook van witwassen, vastgoedfraude en zogenaamde handhavingsknelpunten (zoals horeca, bedrijventerreinen en illegale prostitutie). Op 1 november 2018 is het programma aanpak ondermijning van start gegaan binnen de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen. Doelstelling is het samen met onze partners signaleren, voorkomen en aanpakken van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Dit doen we door (1) meer en beter zicht te creëren op deze vorm van criminaliteit, (2) criminele kansen tot een minimum te beperken en (3) deze vorm van criminaliteit consequent aan te pakken. Er wordt de komende jaren gewerkt aan het zetten van stappen om de doelstellingen te realiseren, wat extra inzet vraagt op het gebied van Toezicht en Handhaving. Zo wordt een bijdrage geleverd aan onderzoeken, integrale controles en inzet van bestuurlijke maatregelen. Daarnaast wordt tijdens reguliere controles, met name in het buitengebied en bedrijventerreinen met een bredere bril gekeken en zo direct een bijdrage geleverd aan het creëren van meer en beter zicht op ondermijning. Voor deze aanpak zijn binnen HLT-samen vanaf 2019 (3 jaar) extra middelen beschikbaar gesteld, omdat hiervoor onvoldoende ruimte beschikbaar is binnen de vaste formatie. 7
4 Doelstellingen VTH beleid In het VTH beleid zijn doelstellingen benoemd voor de beleidsperiode van 2020 tot en met 2024 voor zowel Toezicht en Handhaving als Vergunningen. Hieronder wordt alleen ingegaan op de doelstellingen die van toepassing zijn op Toezicht en Handhaving en zal worden aangegeven wat in dit kader in 2020 is uitgevoerd. Risico gestuurd werken Het college heeft bij de opstelling van het VTH beleid aan de hand van een risico-inschatting prioriteiten gesteld ten aanzien van Toezicht en Handhaving. Toezicht en Handhaving werkte in het verleden al risico gestuurd en heeft dit ook voor de nieuwe beleidsperiode voortgezet aan de hand van de gestelde prioriteiten in het VTH beleid. De werkwijzen en –processen zijn hetzelfde gebleven. De uitvoering van de VTH taken volgens het serviceformule-concept. Er is gekozen om gedurende de beleidsperiode van het VTH beleid te starten met het serviceformule-concept uit te werken en vervolgens te implementeren binnen de organisatie. Dienstverlening is het uitgangspunt. Door de VTH taken volgens het serviceformule-concept uit te voeren, wordt de verbinding gelegd naar het dienstverleningsconcept HLTsamen 2020 en programmalijn 2 (‘Anders werken’) van het programma implementatie Omgevingswet.
In 2020 is gestart met de uitwerking van het serviceformule-concept in een organisatiebrede werkgroep. Er zijn nog geen concrete werkafspraken gemaakt. Dit zal verder worden voortgezet in 2021. Aanpakken van strijdig gebruik in het buitengebied De aanpak van strijdig gebruik in het buitengebied is als project opgepakt en is in 2019 al van start gegaan. Meer hierover is te lezen in paragraaf 3.4. In paragraaf 5.3.2 is beschreven welke resultaten zijn geboekt in 2020.
8
5
Werkzaamheden BOA en BWT
5.1 Corona Vanaf maart 2020 was het noodzakelijk om in Nederland maatregelen te treffen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Deze maatregelen zijn in de Veiligheidsregio Hollands Midden vastgelegd in een noodverordening, zodat erop kon worden gehandhaafd. Tijdens deze coronacrisis hebben de BOA’s deelgenomen aan crisisoverleggen en zijn zij ingezet om deze maatregelen te handhaven. Hierbij is nauw samengewerkt met de politie. De BOA’s hebben extra controles op binnen- en buitenlocaties uitgevoerd waar de verwachting was dat daar veel mensen bijeen zouden komen, zoals o.a. de bollenvelden, recreatiegebieden, horeca en op de bekende hangplekken. In sommige gevallen was het zelfs noodzakelijk om wegen af te sluiten. Niet iedereen gaf namelijk gehoor aan de maatregelen om o.a. 1,5 meter afstand te houden van mensen buiten hun huishouden en aan het dringende advies om vooral thuis te blijven. Zo ook zijn er illegale feesten/bijeenkomsten georganiseerd waarbij handhavend is opgetreden. Gezien het feit de BOA’s dit niet alleen konden doen, hebben de BWT’ers, medewerkers van een beveiligingsbedrijf, verkeersregelaars en ook andere medewerkers van HLT (de zogenaamde BOAmaatjes) hen bijgestaan. Tevens is een drone ingezet om zo effectief mogelijk te handhaven.
BOA Ondanks de helpende handen hebben de BOA’s vanaf maart per week de helft van hun tijd, en tijdens de 1e coronagolf bijna hun volledige tijd, moeten besteden aan corona gerelateerde werkzaamheden. De coronawerkzaamheden hebben behoorlijk beslag gelegd op de reguliere werkzaamheden van de BOA’s en was het noodzakelijk om prioriteiten te stellen. In veel gevallen kon worden gekozen voor een getemporiseerde aanpak met inachtneming van al de coronamaatregelen. Helaas was het ook noodzakelijk om sommige activiteiten te annuleren. Deze luiden: Toezicht grootschalige evenementen(door corona hebben deze evenementen niet plaatsgevonden) De Weesfietsenactie is alleen op het station uitgevoerd BWT Ook de BWT’ers hadden door de extra coronawerkzaamheden en deelname aan crisisoverleggen, gemiddeld 10 uur per week, minder tijd voor hun reguliere werk. Ook vanuit het project “Gezamenlijke handhaving buitengebied ISG” is hieraan minimaal 10 uur per week besteed. Vooral tijdens de 1e coronagolf heeft BWT de BOA’s veel bijgestaan. Dit heeft geresulteerd dat niet altijd de in het HUP 2020 benoemde taken geheel konden worden uitgevoerd en prioriteiten moesten worden gesteld. Veelal was het wel mogelijk om de werkzaamheden/projecten getemporiseerd aan te pakken. Daarnaast leverde het coronavirus belemmeringen op om handhavend op te treden en om door te kunnen pakken.
Zo is er enigszins terughoudend gehandeld bij controles op illegale bewoning en huisvesting arbeidsmigranten. Dit omdat het onwenselijk was om mensen tijdens een coronagolf hun onderkomen uit te zetten. Tevens zijn begunstigingstermijnen verruimd en zijn hoor- en rechtszittingen uitgesteld. 5.2 BOA In de paragrafen 5.2.1 en 5.2.2 zijn de werkzaamheden beschreven die de BOA’s, naast de werkzaamheden omtrent het coronavirus, hebben kunnen uitvoeren. De BOA’s hebben, zoals in paragraaf 5.1 is omschreven, vanaf maart de helft van hun tijd besteed aan de handhaving van de coronamaatregelen, waardoor het reguliere werk en projecten moest worden getemporiseerd en in sommige gevallen geannuleerd. Met temporiseren wordt bedoeld dat de werkzaamheden in een minder hard tempo/frequent uitgevoerd konden worden dan gebruikelijk. 5.2.1 Reguliere activiteiten De reguliere activiteiten/werkzaamheden zijn o.a. de volgende zaken: afhandelen van handhavingsverzoeken, meldingen en klachten, hangjeugd, Drank- en Horecawet, parkeren, honden, afval, jaarwisseling, verkeersveiligheid rondom scholen, toezicht station, evenementen, markt, ondermijning, toezicht naleving APV, enz. 9
In de onderstaande tabel is het aantal meldingen en klachten in beeld gebracht. De genoemde prioriteiten zijn afkomstig uit het VTH beleid. Overzicht ingekomen en afgehandelde meldingen/klachten aantal
afgehandeld
Zeer hoog
15
15
Hoog
868
863
Gemiddeld
98
96
315
311
1296
1285
Laag
Totaal
Wij verwachten de bestaande werkvoorraad van 11 meldingen in de eerste helft van 2021 af te ronden. De meldingen die zich specifiek richtten op de handhaving van de coronamaatregelen en niet verder waren onder te verdelen bij de prioriteiten/onderwerpen in het VTH beleid, zijn benoemd bij “zeer hoog”. In vergelijking met voorgaande jaren zet de licht stijgende lijn in het aantal meldingen zich door. Dit is niet toe te schrijven aan een specifiek onderwerp. Bekeuringen De nadruk bij het handhavendoptreden van de BOA’s ligt op het bevorderen van de leefbaarheid. Hierbij is gedragsverandering erg belangrijk. Deze gedragsverandering wordt vaker bereikt door iemand op zijn/haar gedrag aan te spreken, dan door het uitschrijven van een bekeuring. De werkwijze is daarom dat er veelal eerst wordt gewaarschuwd. De handhaving van de coronamaatregelen is conform het handelingskader van de Veiligheidsregio Hollands Midden uitgevoerd. Veelal betekende dit ook eerst waarschuwen en daarna bekeuren/bestuurlijke maatregel. In 2020 zijn er in Hillegom in totaal 150 bekeuringen uitgeschreven: Parkeerverbod / verkeerd parkeren: 80 Blauwe zone: 45 Geen invalidekaart: 2 Gevaarlijk parkeren: 3 Stilstaan op stoep of fietspad met een auto: 13 Coronaboete: 7 De coronaboetes hebben betrekking op het niet naleven van de corona-maatregelen.
Er wordt vaak aan de ambtenaar om veel aanvullingen op het proces-verbaal gevraagd door het Openbaar Ministerie, waardoor een dergelijke boete veel tijd vergt. (veel mensen zijn in bezwaar gegaan tegen deze boetes) In vergelijking met voorgaande jaren zijn er in 2020 minder boetes uitgeschreven. Toezicht Drank- & Horecawet In 2020 hebben de BOA’s indien mogelijk DHW-controles uitgevoerd bij horecabedrijven, supermarkten, slijterijen en snackbars op de inrichtingseisen. De overige controles hebben zich voornamelijk gericht op de correcte naleving van de coronamaatregelen. Dit waren onder andere de 1,5 m. maatregel, sluitingstijden, verstrekking alcoholhoudende dranken. Hierbij is zo nodig handhavend opgetreden. 5.2.2 Projectmatige activiteiten In deze paragraaf zijn de resultaten van de projectmatige activiteiten vanuit het HUP 2020 beschreven. Jeugdoverlast/hangjongeren De BOA’s hebben, al dan niet met de politie en een beveiligingsbedrijf, dit jaar vanwege corona aanzienlijk meer controles uitgevoerd op locaties waar (hang)jongeren zich ophouden dan voorgaande jaren. Er is niet alleen gecontroleerd op zaken, zoals naleving coronamaatregelen, 10
geluidsoverlast en zwerfafval, maar ook op aanwezigheid/gebruik van alcohol en drugs. Bij constatering van overlast of niet naleving van de regels zijn de namen genoteerd en zo nodig boetes uitgedeeld. Bij het gebruik van alcoholische dranken is tevens de leeftijd gecontroleerd. De afspraak, bij het aantreffen van alcoholische dranken bij jongeren onder de 18 jaar, is dat de ouders per direct worden geïnformeerd en de betreffende jongere een Haltafdoening krijgt. In 2020 zijn er geen jongeren naar Halt doorgestuurd. Doordat in 2020 vanwege corona veel intensiever controles hebben plaatsgevonden hebben de BOA’s, de politie en het beveiligingsbedrijf adequater kunnen acteren. Is er daardoor meer inzicht gekomen van de jeugdproblematiek, waardoor de overlast beperkt is gebleven. Tijdens de jaarwisseling van 2020 op 2021 is er een algeheel vuurwerkverbod ingesteld. De meldingen die veelal werden gedaan bij de gemeente betrof uiteindelijk categorie 1 vuurwerk. Categorie 1 vuurwerk mocht wel worden afgestoken en wordt het gehele jaar verkocht. De BOA’s hebben intensief gecontroleerd op het afsteken van vuurwerk op met name op de hotspots. De BOA’s hebben veel jongeren aangesproken op het gebruik van vuurwerk en veiligheid (preventief). Daarnaast zijn er geen Halt-afdoeningen uitgeschreven in het kader van vuurwerk.
Toezicht station De BOA’s hebben met zeer grote regelmaat toezicht gehouden op het station op geparkeerde auto’s, brommers en fietsen. De BOA’s hebben onder andere eigenaren van verkeerd geplaatste voertuigen, getracht bewust te maken dat deze hinder en overlast kunnen veroorzaken voor omwonende, mindervaliden, blinden en slechtzienden. Om deze problematiek met brommers en fietsen aan te pakken heeft er een weesfietsenactie plaatsgevonden (zie “Weesfietsenactie”). Daarnaast is er in de avonduren toezicht gehouden op hangjongeren, maar is weinig jeugd aangetroffen. Toezicht Hoofdstraat De BOA’s en het beveiligingsbedrijf hebben extra toezicht gehouden in de Hoofdstraat en omliggende straten. Dit had met name betrekking op de naleving van de geldende verkeersregels, om de veiligheid van de voetgangers te waarborgen. Indien mogelijk zijn er personen aangesproken op hun (parkeer of rij) gedrag en handhavend opgetreden. Het toezicht heeft voornamelijk tijdens winkelopeningstijden op de middag en zaterdag plaatsgevonden. Daarnaast is intensief gecontroleerd of de coronamaatregelen in de buitenruimte werden nageleefd door o.a. de winkeliers en winkelend publiek, zoals o.a. een minimale doorgang van 1,5m.
Weesfietsenactie De weesfietsenactie had tot doel om de problematiek rondom zwerf- en/of wees(brom)fietsen aan te pakken die het straatbeeld ontsieren of een gevaar vormen voor de (verkeers)veiligheid. In 2020 zijn bij het station een zestigtal (brom)fietsen gelabeld. Voorgaande jaren is deze actie bij al de drie aanwijzingsgebieden (het station, Weeresteinstraat en Eboralaan) uitgevoerd. De betreffende (brom)fietsen hebben een groen label gekregen met daarop de mededeling dat de (brom)fiets moest worden verwijderd. Na 28 dagen kregen de (brom)fietsen die nog niet waren verwijderd een rood label met daarop een termijn waarbinnen deze uiterlijk moesten zijn verwijderd. De 60 fietsen die na de gestelde termijn er nog stonden, zijn door de gemeente verwijderd en 13 weken opgeslagen. Binnen deze termijn hadden de eigenaren de gelegenheid om hun fiets op te halen. Er heeft zich niemand gemeld. De opbrengst zal ten goede komen van een goed doel. Controle op ‘de Haven’ In 2020 is wederom gehandhaafd op het “aanwijzingsbesluit ligplaatsen en nadere regels”. Er zijn structurele controles uitgevoerd, waarbij onder andere is gecontroleerd of werd voldaan aan de geldende regels en of precariogelden waren afgedragen. De eigenaren van de grote schepen hadden in een aanschrijving gekregen om hun boot te verwijderen.
Zij hebben eind 2020 om uitstel gevraagd van de gestelde termijn van 1 januari 2021. Hier is gehoor aan gegeven en is de begunstigingstermijn gewijzigd naar 1 maart 2021. Een deel van deze schepen zijn inmiddels al vertrokken. Er zijn er geen nieuwe schepen bij gekomen. Daarnaast hebben de BOA’s een vijftal wrakken uit De Haven verwijderd.
11
5.3 BWT In de paragrafen 5.3.1 en 5.3.2 zijn de werkzaamheden beschreven die de BWT’ers, naast de coronawerkzaamheden en de beperkingen die de coronamaatregelen met zich meebrachten, hebben kunnen uitvoeren. De BWT’ers hebben, zoals in paragraaf 5.1 is omschreven, minimaal 10 uur per week besteed aan corona gerelateerde werkzaamheden. Ook vanuit het project “Gezamenlijke handhaving buitengebied ISG” is minimaal 10 uur per week hieraan besteed. Hierdoor was het noodzakelijk om het reguliere werk en projecten etc. te temporiseren. Met temporiseren wordt bedoeld dat de werkzaamheden in een minder hard tempo/frequent uitgevoerd konden worden dan gebruikelijk. Bovendien is er enigszins terughoudend gehandeld bij controles op illegale bewoning en huisvesting arbeidsmigranten. Echter moet worden opgemerkt dat ook zonder de extra belasting van coronawerkzaamheden de huidige capaciteit bij BWT te beperkt is om en het reguliere werk én de projecten kwalitatief goed uit te kunnen voeren. In de loop der tijd zijn bovenop het reguliere werk de verschillende projecten, implementatie Omgevingswet etc. gekomen. De capaciteit is hierop niet afgestemd. 5.3.1 Meldingen en handhavingszaken In 2020 hebben de BWT’ers, naast het afhandelen van meldingen en handhavingsverzoeken, toezicht gehouden op bouwactiviteiten en het planologisch gebruik van gronden en gebouwen.
Daarnaast hebben zij projecten uitgevoerd in het kader van o.a. strijdig gebruik met het bestemmingsplan en illegale bouw. In de onderstaande tabellen is het aantal meldingen in beeld gebracht. De genoemde prioriteiten zijn afkomstig uit het VTH beleid. Overzicht meldingen prioriteit
aantal
afgehandeld
overtreding geconstateerd
geen overtreding geconstateerd
overtreding opgeheven
overtreding (nog) niet opgeheven
Zeer hoog
0
0
0
0
0
0
Hoog
0
0
0
0
0
0
Gemiddeld
15
13
9
6
7
2
Laag
2
2
0
2
0
0
Zeer laag
9
8
4
5
3
1
Totaal
26
23
13
13
10
3
Wij verwachten de bestaande werkvoorraad van 3 meldingen in de eerste helft van 2021 af te ronden. Overzicht handhavingszaken prioriteit
aantal
afgehandeld
Overtreding geconstateerd
Geen overtreding geconstateerd
Overtreding beëindigd
Overtreding gedoogd/ gewraakt
Zeer hoog
0
0
0
0
0
0
Hoog
25
12
21
4
8
0
Gemiddeld
35
17
33
2
15
0
Laag
3
2
2
1
1
0
Zeer laag
17
8
17
0
8
0
Totaal
80
39
73
7
32
0
Wij verwachten de bestaande werkvoorraad van 41 handhavingsdossiers in de eerste helft van 2021 af te ronden, omdat dit langlopende zaken zijn of zaken die in de tweede helft van 2020 zijn 12
gestart. Indien handhaving dient te worden opgeschort vanwege de coronamaatregelen (bijv. huisuitzetting) of een bezwaar/beroepsprocedure wordt gestart, zal de doorlooptijd langer worden. Gedogen Uitgangspunt bij het opstellen van wetten en regels is dat deze regels worden nageleefd. Omdat bij het opstellen hiervan niet alle situaties op voorhand kunnen worden voorzien, kan het in sommige situaties voorkomen dat niet tot handhaving wordt overgegaan en dat de overtreding gedoogd wordt. Gedogen kan alleen in uitzonderingsgevallen aanvaardbaar of geboden zijn. Gedogen kan zich voordoen in situaties: waarin concreet uitzicht bestaat op legalisering; waarin handhaving van de strijdige situatie onevenredig is in verhouding met het daarmee te dienen belang; waarin het achterliggende belang duidelijk beter gediend is met gedogen na een belangenafweging. In 2020 zijn er geen overtredingen gedoogd. Wraken Als een overtreding een lage prioriteit heeft en geen nadelig effect heeft op de omgeving kan deze worden gewraakt. Wraking houdt in dat wij vooralsnog niet handhavend optreden maar ook niet in de overtreding berusten. Zo kan bijvoorbeeld door het bijstellen van de bestuurlijke prioriteiten of een handhavingsverzoek alsnog worden gehandhaafd, dat risico ligt bij de overtreder. In 2020 is er geen overtreding gewraakt.
5.3.2 Specifieke en projectmatige activiteiten In deze paragraaf zijn de specifieke activiteiten beschreven. Met specifieke activiteiten wordt hier bedoeld: Activiteiten die in het bijzonder extra aandacht krijgen, bijvoorbeeld omdat deze zaken complex zijn (denk aan grote bouwprojecten), politiek gevoelig zijn of omdat ze specifieke problematiek met zich meebrengen. Daarnaast zijn in deze paragraaf ook de projectmatige activiteiten beschreven. Met een project wordt hier bedoeld; een proces waarbij binnen een bepaalde tijd wordt toegewerkt naar een gesteld doel. Hieronder zijn de resultaten van de specifieke en projectmatige activiteiten vanuit het HUP 2020 beschreven. Specifieke activiteiten: In 2020 zijn er in totaal 120 bouwprojecten afgeschouwd. Het uitvoeren van structurele controles van het woningbouwproject ‘de Ringoevers’ fase 4 en 5 De bouw van de fases 1 tot en met 3 zijn reeds afgerond en opgeleverd. Rond juli 2019 is de aannemer gestart met bouwwerkzaamheden van fase 4 en 5, de laatste fases. De Ringoevers fase 4 zal begin 2021 worden opgeleverd. Dit project bestaat uit de bouw van 74 woningen. De Ringoevers fase 5 zal in het eerste kwartaal van 2021 worden gestart. Dit project bestaat uit 58 woningen, waarvan 2 appartementen gebouwen van ieder 11 appartementen en 36 eengezinswoningen.
Het uitvoeren van structurele controles van het woningbouwproject “Kalkovenbrug” Het project Kalkovenbrug bestaat uit de bouw van 8 villa’s. In 2019 was de aannemer gestart met de grondwerkzaamheden en zijn de kavels uitgezet. In 2020 is de bouw verder voortgezet en zijn de woningen in het vierde kwartaal van 2020 opgeleverd. Het uitvoeren van structurele controles van het project “Jozefkerk” (centrumplan) Dit project bestaat uit het transformeren van De Jozefkerk naar appartementen. Rondom de Jozefkerk zullen appartementen worden gerealiseerd. De bouwwerkzaamheden zijn eind 2020 aangevangen. Naar verwachting zullen de appartementen in 2022 worden. Het uitvoeren van structurele controles van het project “Parallel hofje” 13
Het project Parallel hofje bestaat ombouwen van het huidige pand naar 18 starterswoningen. De sloopwerkzaamheden zijn in maart gestart en de bouw is in het tweede kwartaal van 2020 aangevangen. De prognose is dat de huizen in het derde kwartaal van 2021 worden opgeleverd. Meldingen omtrent bouwprojecten De ontwikkeling is dat meer meldingen, over met name overlast, door omwonenden van bouwprojecten worden gedaan. Dit is vooral merkbaar bij inbreidingsprojecten. De behandeling van deze meldingen vergen vaak veel tijd. In 2020 zijn er 6 meldingen gedaan in dit kader en is daarom ook relatief veel uren aan besteed. Projectmatige activiteiten: Landgoed De Zuilen Ondanks dat de horeca op Landgoed De Zuilen wederom het gehele jaar gesloten is geweest, heeft BWT hier veel inzet op gepleegd. Om alles in goede banen te leiden en om te zorgen voor een goede afstemming is er een werkgroep in het leven geroepen. Het proces om tot een legale situatie te komen, die past binnen de door het college gestelde ruimtelijke kaders, verloopt al jaren stroef. Daarom is in 2019 uiteindelijk voor gekozen om handhavend op te treden tegen het strijdige gebruik met het bestemmingsplan, illegale bouwwerken en de nog niet gelegaliseerde bouwwerken. In het vierde kwartaal zijn diverse bouwwerken, zoals o.a. een kippenhok en stacaravan met bijgebouwen, verwijderd. In 2020 is de dwangsom verbeurd.
In afwachting van de vergunningsaanvraag zijn er geen verdere controles uitgevoerd. Huisvesting arbeidsmigranten In 2020 zijn twee controles uitgevoerd in het kader van de huisvesting van arbeidsmigranten. Deze controles zijn tezamen met de brandweer uitgevoerd. Tijdens deze controles is bij een van deze panden een strijdigheid met het bestemmingsplan geconstateerd. Hierop is handhavend opgetreden en is de strijdigheid beëindigd. Daarnaast zijn de bij ons bekende panden bijgehouden in een lijst. Monumenten Binnen de gemeente Hillegom bevinden zich 7 rijks- en 23 gemeentelijke monumenten. In het kader van de zorgplicht is de conditionele staat van deze monumenten gecontroleerd. In 2020 is hiermee gestart en is een inventarisatie gemaakt. Al de monumenten zijn gecontroleerd. Er is geconstateerd dat bij 2 gevallen onderhoud noodzakelijk is. De betreffende eigenaren zijn verzocht d.m.v. een aanschrijving en/of een persoonlijk gesprek, hier actie op te ondernemen. Hierop zal in 2021 toezicht worden gehouden. Als wordt geconstateerd dat er nog geen actie is ondernomen door de eigenaren, zullen deze nogmaals dit verzoek krijgen. Indien nodig zal een termijn worden gesteld om het noodzakelijke onderhoud aan het monument te plegen. Controles Basisadministratie adressen en gebouwen (BAG) De BAG is een wettelijke verplichte authentieke basisregistratie.
De gegevens in deze registratie dienen betrouwbaar te zijn. Vanuit de BAG komen er bij BWT regelmatig meldingen binnen van onduidelijkheden in deze registratie en hebben betrekking op zowel het gebruik van panden als op bouwwerken die mogelijk illegaal zijn gebouwd. Zo ook in 2020. Er zijn 4 meldingen binnengekomen. De betreffende panden zijn gecontroleerd en indien nodig is er ter plaatsen gekeken naar de situatie. De bevindingen zijn vervolgens teruggekoppeld aan de BAG. Er zijn geen gevallen waarbij een strijdige situatie is geconstateerd. Gezamenlijke handhaving buitengebied (ISG) Er is HLT-breed gestart met handhaving in het buitengebied mede om de doelstellingen van de ISG te kunnen realiseren. In paragraaf 3.4. is een verdere uitleg gegeven van dit project. In 2020 zijn net als in 2019 controles uitgevoerd aan de hand van de lijst van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). Deze lijst is verder aangevuld met overtredingen die verder in het buitengebied zijn geconstateerd. Bij 22 locaties zijn strijdigheden aangetroffen en hebben er gesprekken plaatsgevonden met de overtreders. In totaal zijn 7 locaties gelegaliseerd of is de strijdigheid reeds opgeheven. In 22 gevallen is een brief met bevindingen naar de eigenaren verzonden met een verzoek voor een gesprek. De overige locaties zullen volgend jaar volgen, indien de strijdigheid voortduurt.
14
6 Juridische opvolging 6.1 Corona Hiervoor is omschreven dat de BOA’s en BWT’ers het erg druk hebben gehad met de corona gerelateerde werkzaamheden naast hun reguliere werk. Dit gold ook zeker voor de handhavingsjuristen. Zij boden juridische ondersteuning aan de handhavers, namen dagelijks (incl. weekenden) deel aan crisisoverleggen, maakten plannen voor de BOA’s m.b.t. aandachtsgebieden en wegafsluitingen. Daarnaast waren zij het aanspreekpunt voor de burgemeester en dagcoördinator (ook buiten kantoortijden) om alles in goede banen te leiden. Deze extra werkzaamheden hebben tot gevolg gehad dat per week 0,5 fte en tijdens de 1 e coronagolf 1 fte (organisatiebreed) niet kon worden ingezet op de reguliere werkzaamheden. 6.2 Minnelijke oplossing, handhavingsverzoeken en herstelsancties Het uitgangspunt van het VTH beleid is om, bij de bestuursrechtelijke handhaving, juridische procedures te voorkomen. Bij meldingen of handhavingsverzoeken wordt door de toezichthouders primair de minnelijke oplossing nagestreefd om zo het aantal handhavingsbesluiten te reduceren. Dit vraagt wel wat meer tijdsinvestering van de toezichthouders en de juristen vooraan in het proces. Bij een handhavingsverzoek zijn wij wettelijk verplicht om binnen maximaal 8 weken een besluit hierop te nemen. In 2020 waren er 9 handhavingsverzoeken ingediend.
Op 6 verzoeken is negatief besloten en er zijn 3 handhavingsverzoeken toegewezen. In het aantal handhavingsverzoeken is een stijgende trend merkbaar (meer dan verdubbeld t.o.v. 2019). Een dwangsom en bestuursdwang zijn handhavingsinstrumenten, de herstelsanctie, om overtredingen te laten beëindigen. Een handhavingsverzoek, melding of ambtshalve constatering kan aanleiding geven om handhavend op te treden door middel van een herstelsanctie. In 2020 is in 9 gevallen een vooraankondiging last onder dwangsom of last onder bestuursdwang verstuurd. In 9 gevallen is de herstelsanctie last onder dwangsom opgelegd. Daarnaast is in 4 gevallen een last onder bestuursdwang toegepast. 6.3 Bezwaar en beroep De handhavingsjuristen zijn verantwoordelijk voor de behandeling van bezwaar- en beroepschriften. Zij krijgen daarbij ondersteuning van de toezichthouders. Ook hier is een stijging zichtbaar. Wij ontvingen in 2020 8 bezwaarschriften (bijna verdrievoudigd t.o.v. 2019), op het gebied van handhaving. Er zijn 3 bezwaren ongegrond verklaard en 7 bezwaarschriften worden in 2021 behandeld.
15
Handhavinguitvoeringsprogramma 2020
Gemeente Hillegom
Inhoud Samenvatting
2
1.
Inleiding
3
2.
Wettelijk kader
3
3.
Vaststelling en bevoegdheden
3
4. 4.1 4.2 4.3 4.4
Ontwikkelingen Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Omgevingswet Samenwerking politie Beeldvorming BOA’s
3 3 3 4 4
5. 5.1 5.2 5.3 5.4
Samenwerking en integraal toezicht Lokaal ambtelijk handhavingsoverleg Overleg toezichthouders-vergunningverleners Gezamenlijke handhaving buitengebied (Bollen5-gemeenten/GOM) Aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit
4 4 4 5 5
6. 6.1 6.2 6.3
Cluster BOA Reguliere en specifieke activiteiten Projectmatige activiteiten Toezicht Drank- & Horecawet
6 6 6 7
7. 7.1 7.2 7.3
Cluster BWT Reguliere activiteiten Bouwtoezicht Handhavingsprojecten
7 7 7 7
8. 8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
Urenraming Productieve uren Capaciteit Urenverdeling Urenraming cluster BOA Urenraming cluster BWT
9 9 9 9 10 11
9
Juridische opvolging
12
10
Monitoring en evaluatie
12
1
Samenvatting Voor u ligt het ‘Handhavinguitvoeringsprogramma 2020’ (hierna: HUP 2020). Dit is het eerste uitvoeringsprogramma dat voortvloeit uit het VTH-beleidsplan gemeente Hillegom 2019-2023. De doelstelling en prioriteiten in het kader van toezicht en handhaving zijn in dit beleid vastgelegd. Het uitvoeringsprogramma concretiseert dit beleid naar reguliere- en projectmatige activiteiten voor 2020. Het HUP 2020 omvat de werkzaamheden voor de Buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: BOA’s) en Bouw- en woningtoezichtinspecteurs (hierna: BWT’ers). De werkzaamheden van de BOA’s bestaan o.a. uit het afhandelen van handhavingsverzoeken, meldingen, toezicht houden op evenementen, uitvoeren van DHW-controles en het controleren van onder andere de blauwe zone, blauwe zone, afval, hangjeugd, weekmarkt, etc. De BWT’ers handelen meldingen en handhavingsverzoeken af in het kader van o.a. illegale bouw en strijdig gebruik. Daarnaast wordt er toezicht gehouden op bouwactiviteiten en worden bepaalde misstanden, zoals strijdigheden met het bestemmingsplan projectmatig aangepakt.
2
1.
Inleiding
Het HUP 2020 is een wettelijke verplichting. Het doel is het inzichtelijk maken van de uit te voeren taken en de benodigde en beschikbare capaciteit zodat, indien nodig, bijgestuurd kan worden. Dit uitvoeringprogramma is een planning en daarmee een schatting van de uitvoering voor 2020. Het HUP is gebaseerd op de vastgestelde doelen en prioriteiten uit het VTH-beleid. De resultaten van de uitgevoerde werkzaamheden worden vervolgens geëvalueerd.
2.
Wettelijk kader
Het toezicht op de naleving van wetten is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht. De BWT’ers en BOA’s voeren controles uit op de naleving wetten en aanverwante regelingen, zoals:
3.
de Wet Algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo); het Besluit omgevingsrecht (hierna: Bor); de Ministeriële regeling omgevingsrecht (hierna: Mor); de Woningwet; de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro); de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV); de Bouwverordening; het Bouwbesluit; de Drank- en horecawet (hierna: DHW); de Wegenverkeerswet.
Vaststelling en bevoegdheden
Het HUP 2020 wordt door het college vastgesteld en bekend gemaakt aan de gemeenteraad. De uitvoering van dit uitvoeringsprogramma wordt begin 2021 geëvalueerd. De uitkomst van deze evaluatie maakt het college tevens bekend aan de raad.
4.
Ontwikkelingen
4.1 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De overheid heeft ten aanzien van de VTH-taken een preventieve rol. Aannemers, vergunninghouders, eigenaren, burgers en ondernemers in het algemeen zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven van de regels. De maatschappelijke ontwikkeling om burgers meer te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid, vertaalt zich ook door naar het vakgebied VTH. In het wetsvoorstel ‘kwaliteitsborging voor het bouwen’ (Wkb), welke naar verwachting tegelijk met de Omgevingswet (2021) in werking zal treden, wordt het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw geïntroduceerd. Met dit nieuwe stelsel wordt beoogd meer verantwoording bij marktpartijen neer te leggen. De bouwtechnische toets en het toezicht tijdens de bouw zullen in het nieuwe stelsel van kwaliteitsborging in de bouw uitgevoerd worden door een marktpartij en niet meer door de gemeente. De gemeente behoudt wel haar taak voor de planologische beoordeling, welstandstoets en toetsing van de omgevingsveiligheid. Ook blijft de gemeente verantwoordelijk voor toezicht op welstand, monumenten, bestaande bouw (minimumeisen bestaande bouw en gebruikseisen) en voor de handhaving. Begonnen wordt met bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 1 (eenvoudigere bouwwerken zoals grondgebonden woningen).
Het bouwtechnische gedeelte van het werk valt daarmee weg bij de gemeente, wat invloed heeft op de capaciteit zowel binnen als buiten de organisatie. Afhankelijk van de evaluatie volgt uitbreiding van het systeem naar andere meer complexe bouwwerken die vallen onder de gevolgklasse 2 en 3. Daartegenover staat de komst van de Omgevingswet waarbij de verwachting is dat meer toezicht en handhaving noodzakelijk is. Dit is verder uiteengezet in de volgende alinea. 4.2 Omgevingswet Door de komst van de Omgevingswet is de verwachting dat er meer toezicht en handhaving noodzakelijk is. De wijzigingen in wet- en regelgeving vereisen straks ook een heel nieuwe manier
3
van werken van overheden. Namelijk integraal, participatief, meer digitaal en gebruikmakend van lokaal maatwerk. Het doel staat voorop en niet het middel om er te komen. De houding bij het beoordelen van plannen is ‘ja mits’ in plaats van ‘nee tenzij’. Zo ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld bedrijven en instanties om met ideeën te komen. Tevens zal de komst van de Omgevingswet ook voor de vergunningverlening en de handhaving verandering brengen. Zo kunnen er onder invloed van het omgevingsplan (in plaats van de bestemmingsplannen) meer mogelijkheden komen voor vergunningsvrije activiteiten. Voor een deel van de taakuitvoering betekent dit een verschuiving van vergunningverleningswerkzaamheden naar het houden van toezicht achteraf. Hiermee valt onder de Omgevingswet de ‘voortoets’ (vergunningverleningsfase), afhankelijk van het omgevingsplan, deels weg. Dat betekent dat bedrijven en burgers gemakkelijker (onbewust) een overtreding kunnen begaan. Er komt hierdoor, naar verwachting, een groter accent te liggen op de handhaving. 4.3 Samenwerking politie Landelijk en ook lokaal gezien heeft de politie te kampen met steeds minder capaciteit op straat. Dit komt mede door bezuinigingen vanuit het Rijk, maar ook door vergrijzing en nieuwe taken zoals, de aanpak van cybercrime. De politie is daarom genoodzaakt om prioriteiten te stellen.
Er kan dus door de gemeente minder worden teruggevallen op de politie. Nu al is de gemeente genoodzaakt om in sommige gevallen een beveiligingsdienst in te zetten. Doordat de middelen beperkt zijn, is intensieve samenwerking van groot belang. Dit gebeurt bijvoorbeeld door samen te surveilleren op het gebied van o.a. hangjongeren en het donkere dagen offensief. 4.4 Beeldvorming BOA’s Burgers komen vaak pas in aanraking met de BOA’s als er repressief wordt gehandeld. Maar de BOA’s zijn ook erg actief op het gebied preventie. Helaas is dit niet bij een ieder bekend en is het een vaak gehoorde klacht dat men weinig BOA’s ziet op straat. Het is daarom van belang dat de BOA’s meer zichtbaar zijn en laten zien wat zij zoal doen op een werkdag. Door gebruik te maken van de sociale media willen de BOA’s dit beeld veranderen. In 2019 hebben de BOA’s hiervoor een workshop social media gevolgd.
5.
Samenwerking en integraal toezicht
Om de handhaving effectief te organiseren is onderlinge afstemming en samenwerking nodig. Daarnaast moeten multidisciplinaire controles, met bijvoorbeeld de brandweer, zo veel mogelijk gezamenlijk worden uitgevoerd. Dit wordt bereikt door goede communicatie en afspraken met vergunningverleners en toezichthouders van de andere taakvelden. 5.1 Lokaal ambtelijk handhavingsoverleg Periodiek vinden handhavingsoverleggen plaats om handhavingszaken te bespreken. Naast vertegenwoordigers uit de gemeenten zelf (Openbare orde en veiligheid en Handhaving) neemt ook de politie, de brandweer en de Omgevingsdienst deel aan dit overleg. Afhankelijk van de agenda kunnen ook andere handhavingsinstanties worden uitgenodigd, zoals andere gemeenten, de provincie en het waterschap. Daarnaast hebben de BOA’s wekelijks tweemaal een afstemmingsoverleg waarbij de politie regelmatig aanschuift. Tevens nemen de BOA’s geregeld deel aan de politiebriefing. De gedeelde informatie kunnen de BOA’s gebruiken om de leefbaarheid in de gemeente te bevorderen en de politie om de veiligheid te handhaven. 5.2 Overleg toezichthouders-vergunningverleners Tijdens het proces tot afgifte van vergunningen kan er informatie beschikbaar komen waaruit blijkt dat er risico’s bestaan voor strijdig gebruik en/of de naleving van (bouw)technische regels.
Daarom vindt er overleg plaats tussen toezichthouders, vergunningverleners en de betreffende teamleiders. Doel is om de beschikbare uren voor toezicht zo resultaatgericht mogelijk in te zetten.
4
Hieronder volgen integrale projecten in het kader van samenwerking en integraliteit: 5.3 Gezamenlijke handhaving buitengebied (Bollen5-gemeenten/GOM) In het kader van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (ISG), die in juli 2016 is vastgesteld door onder meer de raden van Hillegom, Lisse en Teylingen, zijn afspraken gemaakt omtrent stringenter handhaven in het buitengebied. Een eenduidige en actieve aanpak van strijdig gebruik is belangrijk voor de effectiviteit van het ruimtelijke beleid in het buitengebied, zoals vastgelegd in de ISG. In 2019 is HLT-breed gestart met handhaving in het buitengebied om de doelstellingen van de ISG te kunnen realiseren. Met de input van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM), team Beleid en Planvorming, de portefeuillehouders en de burgemeesters is Team Toezicht en Handhaving allereerst gestart met de prioriteiten uit een grotere lijst met strijdigheden en is met deze ervaring een Plan van Aanpak opgesteld. Het Plan van Aanpak is met alle betrokkenen besproken en is nu de basiswerkmethode. Er vindt afstemming plaats met de andere bollen-gemeenten (Katwijk, Noordwijk), omdat zij eenzelfde project gaan starten. Het doel van dit project is om de strijdigheden in het buitengebied aan te pakken. Hierbij ligt de nadruk op de voor bollenteelt beschermde gronden.
Voor de BWT’ers betekent dit het volgende: Het uitvoeren van controles aan de hand van de lijst van de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM). Deze lijst zal worden aangevuld met overtredingen die de BWT’ers verder in het buitengebied aantreffen; Gesprekken voeren met overtreders/betrokkenen; Het opstellen van constateringsrapporten; Het doen van legalisatieonderzoeken; Mediation; Indien er geen oplossing wordt gevonden om de betreffende overtreding op te heffen, zal het handhavingstraject worden voortgezet. Daarnaast zullen de BWT’ers tevens toezicht houden op ondermijningszaken. Het is een omvangrijk en langlopend project waarvoor in de begroting van HLT vanaf 2019 (4 jaar) extra middelen beschikbaar zijn gesteld. 5.4 Aanpak van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit Delicten als overvallen, woninginbraken, straatroof en geweld zijn de afgelopen jaren fors gedaald, maar onzichtbare vormen van criminaliteit ondermijnen de samenleving. Ook in de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen blijkt sprake te zijn van criminele, ondermijnende activiteiten en misstanden waarop we onvoldoende zicht hebben. Zo zijn er verschillende signalen van kleine ‘witwasbedrijven’ waar je zelden klanten ziet, hennepkwekerijen en arbeidsuitbuiting.
Maar ook drugslaboratoria, mensenhandel/- smokkel, witwassen en vastgoedfraude en zogenaamde handhavingsknelpunten (zoals horeca, bedrijventerreinen en illegale prostitutie). Op 1 november 2018 is het programma aanpak ondermijning van start gegaan binnen de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen. Doelstelling is het samen met onze partners signaleren, voorkomen en aanpakken van georganiseerde, ondermijnende criminaliteit. Dit doen we door (1) meer en beter zicht te creëren op deze vorm van criminaliteit, (2) criminele kansen tot een minimum te beperken en (3) deze vorm van criminaliteit consequent aan te pakken. Er wordt de komende drie jaar gewerkt aan het zetten van stappen om de doelstellingen te realiseren, wat extra inzet vraagt op het gebied van Toezicht en Handhaving. Zo wordt een bijdrage geleverd aan onderzoeken, integrale controles en inzet van bestuurlijke maatregelen. Daarnaast wordt tijdens reguliere controles, met name in het buitengebied, bedrijventerreinen en rondom de huisvesting van arbeidsmigranten met een bredere bril gekeken en zo direct een bijdrage geleverd aan het creëren van meer en beter zicht op ondermijning. Signalen worden direct doorgegeven en verder binnen het deelteam ondermijning onderzocht.