C08 Ter Horst Projecten, zienswijze ontwerp omgevingsplan Buitengebied (anoniem).pdf
Tekst van het document
Onderwerp:
Addendum/aanvulling Structuurnota Tuincentra 2.0 (2013-2018)
Onderstaande betreft een Addendum dat integraal opgenomen kan worden bij de Structuurnota Tuincentra 2.0 (2013-2018). Huidige planologische positie van tuincentra en het toekomstperspectief: duurzame groei. Aanleiding De Structuurnota Tuincentra 2.0 biedt zowel ondernemers als vertegenwoordigers van het bevoegd gezag handvatten om inzicht te krijgen in de sector en om de planologische inpassing van tuincentrumondernemingen te vergemakkelijken. De huidige structuurnota bewijst hiermee nog steeds zijn diensten, maar de ontwikkelingen in de tuinbranche gaan snel. Het winkellandschap ziet er op dit moment heel anders uit ten opzichte van 2013 en de verwachting is dat de branche ook de komende jaren nog ingrijpend zal veranderen. Ook ontwikkelingen in wet- en regelgeving hebben invloed gehad op de tuinbranche. Met name de Ladder voor duurzame verstedelijking heeft een grote invloed gehad op de planologische inpassing van tuincentra. Veel uitbreidingsplannen van tuincentra zijn gestrand of vertraagd, omdat de toetsing aan de ladder niet goed is doorlopen of omdat de invloed op leegstand onvoldoende in beeld is gebracht.
Om voldoende handvatten te kunnen blijven bieden is dit addendum opgesteld als aanvulling op de Structuurnota Tuincentra 2.0. Hiermee wordt een actueel beeld geschetst van de ontwikkelingen en trends in de tuinbranche en is toegelicht hoe de Ladder voor duurzame verstedelijking kan worden toegepast. Aangezien de looptijd van de Structuurnota Tuincentra 2.0 nog niet is verstreken en nog een aantal wijzigingen in wet- en regelgeving zijn voorzien, is gekozen voor dit addendum als aanvulling op de bestaande Structuurnota Tuincentra 2.0. Na het verstrijken van de looptijd zal de structuurnota integraal worden herzien (Structuurnota Tuincentra 3.0).
Ontwikkelingen in wetgeving De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: de ladder) is opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van het Rijk en per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening. Dit is reeds toegelicht op pagina 15 van de huidige Structuurnota. Op het moment dat de Structuurnota is verschenen in januari 2013, waren de consequenties van de Ladder voor de tuinbranche nog niet te overzien. Inmiddels worden - dankzij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak - de consequenties van de Ladder steeds duidelijker. Zo is duidelijk geworden dat niet alleen nieuw vestiging of verplaatsing van tuincentra getoetst moet worden aan de ladder, maar ook (kleine) uitbreidingen van bestaande tuincentra, die niet mogelijk zijn binnen het geldende bestemmingsplan.
23 maart 2017
I&BBE9276N001D0.1
1/5
ï
Royal HaskoningDHV
Verder is het van belang dat bij de afweging in het kader van de Ladder de ruimtelijke consequenties van een genomen besluit in ogenschouw genomen worden. Met andere woorden: zijn de effecten als gevolg van de ontwikkeling aanvaardbaar of niet? Momenteel bestaan er voornemens om de Ladder te vereenvoudigen. Hiervoor heeft een wijzigingsvoorstel ter inzage gelegen. Het streven is om de gewijzigde Ladder nog in 2017 in werking te laten treden. De vereenvoudiging van de Ladder loopt vooruit op de nieuwe Omgevingswet. De gewijzigde Ladder zal uiteindelijk geïntegreerd worden in de nieuwe Omgevingswet, waarvan verwacht wordt dat deze 2019 in werking treedt. In de volgende actualisatie van de Structuurnota zal hier aandacht aan worden besteed.
Handvat vanuit de branche Bij de planologische inpassing van tuincentra is het van belang dat de Ladder altijd goed wordt doorlopen. Het is hierbij van belang dat u als ondernemer of gemeente gedegen onderzoek laat uitvoeren naar de specifieke situatie rondom het {uitbreidings-)plan. Dit betekent dat voor de locatie onderzocht moet worden of sprake is van een actuele regionale behoefte aan (uitbreiding van) een tuincentrum en dat deze behoefte niet op te vangen is in bestaand stedelijk gebied. Verder dient onderbouwd te worden dat geen onaanvaardbare effecten, zoals niet in te vullen leegstand, ontstaat door de (uitbreidings-)plannen.
Voor de uitvoering van onderzoek in het kader van de Ladder dient een deskundig bureau te worden geraadpleegd. Zo'n bureau beschikt over regionale marktcijfers en over cijfers met betrekking tot leegstand in de regio. Naast deze kwantitatieve analyse is het ook van belang dat vanuit de trends en ontwikkelingen in de tuinbranche kwalitatief kan worden onderbouwd dat er behoefte is aan uitbreiding van tuincentra. In dit addendum zijn deze trends en ontwikkelingen benoemd, zodat deze gebruikt kunnen worden bij de onderbouwing van (uitbreidings-)plannen. Daarnaast kunnen vertegenwoordigers van het bevoegd gezag hiermee een beeld krijgen van de actuele situatie en het toekomstperspectief voor de sector. Trends en ontwikkelingen in de markt en maatschappij De trends en ontwikkelingen in de markt en maatschappij, die in de Structuurnota Tuincentra 2.0 zijn benoemd op pagina 10, zijn nog steeds aan de orde. In dit addendum is omschreven hoe deze bestaande trends zich verder ontwikkeld hebben en welke nieuwe trends zich voordoen.
Bevolkinq Het aantal ouderen neemt nog steeds toe, al jaren groeit de groep mensen met een leeftijd boven de 65 jaar snel en deze ontwikkeling zet zich de komende jaren door. Vooral de generatie ‘babyboomers’ (1945-1955) vormt een belangrijke doelgroep voor de tuinbranche. Een steeds groter deel van deze generatie bereikt momenteel de pensioengerechtigde leeftijd en krijgt daardoor meer vrijetijd. Deze generatie is opgegroeid met meer welvaart dan de oudere generatie senioren en kent daardoor ook een ander leef- en bestedingspatroon waarin meer aandacht is voor recreatie en beleving. Verder trekt door de economische groei ook de woningmarkt sinds 2013 weer aan. Er worden meer woningen verkocht en ook meer nieuwe woningen gebouwd. De tuinbranche profiteert van deze aantrekkende woningmarkt. Doordat er meer verhuizingen zijn, wordt meer uitgegeven aan onderhoudsklussen in de tuin.
23 maart 2017
I&BBE9276N001D0.1
2/5
1s
Royal HaskoningDHV
Bestedingen De tuinbranche stond tot voor kort onder druk door diverse ontwikkelingen, zoals internetverkoop en branchevervaging. Sinds 2009 is de omzet van de tuinbranche onder invloed van de economische crisis licht teruggelopen, maar in 2013 is voor het eerst een stabilisatie te zien. Sinds 2015 nemen de bestedingen in de tuinbranche weer voorzichtig toe. De vooruitzichten voor de komende jaren zijn gunstig, mede gelet op de economische groei en de eerder genoemde aantrekkende woningmarkt.
Wel neemt het aandeel bestedingen via internet nog toe en deze trend zal nog verder doorzetten. In 2014 was het totaal online aandeel in bestedingen binnen tuinproducten 14,2% (bron: Gfk). Met name in het niet-levend assortiment is het aandeel internetverkoop groot. Een groot deel van de online verkochte producten komt voor rekening van de bestaande (fysieke) retailers.
Duurzaamheid Onmiskenbaar is ook de trend van de duurzaamheid te herkennen. Klimaatverandering noopt de overheid tot energietransitie om de oorzaak van klimaatverandering tegen te gaan. Maar ook de maatschappelijke aanpassing aan de klimaatverandering heeft grote gevolgen. Water krijgt een veel prominenter plaats, het belang van groen en duurzame producten wordt steeds breder gedragen, gezondheid (bewegen, rust, ontspanning) en voeding (zelf verbouwen, regionale productie) zijn belangrijke thema's binnen een duurzame samenleving. Steeds duidelijker wordt de wisselwerking van de mens met de natuur en het nut van een rijke biodiversiteit.
Trends en ontwikkelingen bij tuincentra Tuincentra spelen in op de trends en ontwikkelingen in de markt en maatschappij. Hierdoor wijzigt de samenstelling van het assortiment en wordt de nadruk op beleving groter. Verder zijn er ook verschuivingen te zien in de verschijningsvorm van tuincentra. Assortiment Het assortiment van tuincentra is permanent in beweging. De afgelopen jaren is vooral een toename te zien in producten op het gebied van voeding, dierbenodigdheden en duurzaamheid. Daarnaast wordt in toenemende mate ingespeeld op seizoenartikelen. Tuincentra spelen in op trends in de maatschappij op het gebied van gezonde en eerlijke voeding. Naast de gangbare artikelen voor het zelf verbouwen van groenten en fruit, maken ook streekproducten steeds vaker onderdeel uit van het basisassortiment. Tuincentra onderscheiden zich hierbij in de wijze waarop producten worden gepresenteerd. Kruiden kunnen bijvoorbeeld vers van de planten worden geknipt en fruit wordt gepresenteerd in de kratten afkomstig van telers uit de streek. Daarnaast worden ook andere streekproducten als kaas, dranken en andere voedingswaren verkocht. Ook het assortiment dierbenodigdheden wordt steeds belangrijker in de tuinbranche. Dierbenodigdheden op het gebied van voeding en accessoires zijn al heel lang integraal onderdeel van het assortiment en niet meer weg te denken uit het tuincentrum.
Vooral op het gebied van dierenwelzijn vinden verschuivingen plaats. Hierbij speelt het geven van deskundig advies en dienstverlening een steeds belangrijkere rol. In veel tuincentra is het mogelijk een dierenarts te bezoeken en worden services aangeboden zoals een wasservice en trimsalon. Dergelijke services leiden tot verkoop van verzorgingsproducten in het tuincentrum. Thema's bij tuincentra zoals “De Levende Tuin” en “vogels in de tuin” spelen in op de wens van de klant om praktische invulling te geven aan het tegengaan van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies. Water vasthouden in de tuin, vogels, vlinders en insecten ruimte en voedsel geven dragen allemaal bij aan een levende tuin èn aan het herstel van biodiversiteit. Tuincentra spelen daar op in door nieuwe.
23 maart 2017
I&BBE9276N001D0.1
3/5
i
Royal HaskoningDHV
duurzame en op duurzaamheid gerichte producten aan te bieden. Dit sluit naadloos aan op het veranderende beleid bij de overheid. In het overheidsbeleid is duurzaamheid een steeds belangrijker aspect. Dit vertaalt zich in een andere inrichting en een ander onderhoud van de openbare ruimte. In dit beleid is in toenemende mate aandacht voor het vasthouden van hemelwater, duurzame onkruidbestrijding en ecologisch groenbeheer. Tuincentra spelen hier met hun assortiment op in door consumenten ook de mogelijkheid te bieden om in hun eigen tuin maatregelen te treffen. Seizoensartikelen zijn voor tuincentra altijd al belangrijk geweest om buiten het tuinseizoen om voldoende aantrekkingskracht te genereren. Al jaren worden door tuincentra kerst- en paasartikelen verkocht en worden volledige shows georganiseerd om het assortiment goed tot zijn recht te laten komen. In toenemende mate worden ook seizoensartikelen buiten kerst- en paasartikelen om verkocht, zoals rond Halloween en regionaal ook rondom Carnaval. Rondom Halloween gaat het niet alleen om de verkoop van pompoenen en aanverwante producten in het horeca-assortiment, maar ook om decoratief materiaal voor binnen- en buitenshuis, gericht op Halloween.
Verder zetten ook bestaande trends die leiden tot een steeds grotere behoefte aan verkoopvloeroppervlak zich verder door. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om verdieping van het assortiment; in plaats van 5 verschillende potten, worden tegenwoordig 30 verschillende potten aangeboden. Ook de presentatie van producten is ruimer opgezet dan voorheen om de beleving beter tot zijn recht te laten komen en om aanbiedingen te presenteren (volume- en palletverkoop).
Beleving De verschuiving van de focus in de richting van vermaak is al jaren aan de orde in de tuinbranche. Deze ontwikkeling heeft zich de afgelopen jaren verder doorgezet. Door veranderingen in de maatschappij wordt een bezoek aan een tuincentrum steeds vaker ingevuld als een “dagje uit”.
Om het aspect beleving goed tot zijn recht te laten komen wordt de horeca binnen tuincentra steeds belangrijker. Rondom de horeca zijn veelal ruime speelmogelijkheden voor kinderen aanwezig. Gekoppeld aan de horeca worden de geserveerde producten ook in het tuincentrum verkocht. Het gaat hier dan bijvoorbeeld om de streekgebonden producten of producten m.b.t. buiten koken. In tuincentra komt ook meer aandacht voor het organiseren van activiteiten en educatie. Zo worden workshops georganiseerd waarmee actief bezoekers worden aangetrokken. Hierbij kan gedacht worden aan workshops op het gebied van tuinieren, bloemschikken, BBQ-en en buitenkoken, ook buiten de reguliere openingstijden. Gekoppeld aan deze workshop worden producten verkocht die zijn gepresenteerd in de workshop.
Gelet op de specifieke kennis worden ook vaak verbindingen gelegd met partijen zoals Staatsbosbeheer, de Vlinderstichting, de Bijenstichting, hoveniers, waterschappen etc. Voor tuincentra is het een goede gelegenheid om samen met maatschappelijke organisaties en/of marktpartijen de maatschappelijke problemen te vertalen naar praktische oplossingen voor de consument. Dit vertaalt zich niet alleen in het assortiment maar ook in activiteiten die plaatsvinden bij tuincentra. Zo worden bijvoorbeeld samen met organisaties activiteiten georganiseerd voor kinderen (bv vogelhuisjes bouwen) en worden educatieve bijeenkomsten gehouden over onderwerpen zoals vlinders, bijen en duurzame onkruidbestrijding. Verschijningsvormen De trends in de markt en de maatschappij en bij tuincentra leiden tot verschuivingen in de tuinbranche. Dit is terug te zien in de ontwikkeling van het aantal tuincentra (dalend) en oppervlakte van een gemiddeld tuincentrum (stijgend). Steeds meer tuincentra spelen in op beleving en attractiviteit om de consument te behouden en aan te trekken. Hiervoor is het noodzakelijk om op te schalen, waardoor het aantal type IV tuincentra toeneemt.
23 maart 2017
I&BBE9276N001D0.1
4/5
Royal HaskoningDHV
Naast deze trend van opschaling vindt ook in sterke mate specialisatie plaats. Tuincentra specialiseren zich als groencentrum of richten zich op slechts een beperkt deel van de productgroepen (bijvoorbeeld tuinmeubelen, wellness). Ook wordt steeds vaker een koppeling gelegd met internetverkoop, waarbij het tuincentrum functioneert als showroom en afhaalpunt. De indeling in 4 typen tuincentra in de Structuurnota Tuincentra 2.0 voldoet nog steeds. De profielschets op pagina 18 van de Structuurnota geeft een goed beeld van de verschillende focus van tuincentra. Wel zijn tuincentra steeds moeilijker in te delen op basis van de indicatoren die worden genoemd in bijlage 2. Op basis van indicatoren zoals het assortiment en winkelvloeroppervlak kan niet automatisch een indeling gemaakt worden. Er zijn bijvoorbeeld ook grootschalige groencentra die op basis van het assortiment een type I tuincentra zijn, maar op basis van winkelvloeroppervlak een type IV tuincentra. Bij de ontwikkeling van de Structuurnota Tuincentra 3.0 zal deze indeling in typen nader tegen het licht worden gehouden.
Samenvattend Het winkellandschap ziet er op dit moment heel anders uit ten opzichte van 2013 en de verwachting is dat de branche ook de komende jaren nog ingrijpend zal veranderen. Er is in de tuincentrumbranche nog steeds sprake van een voortschrijdende schaalvergroting (meer type IV tuincentra) en een toenemend aantal tuincentra kiest voor specialisatie. De behoefte aan verkoopvloeroppervlak hangt niet alleen samen met de marktbehoefte die bepaald wordt op basis van inwonersaantallen, gemiddelde bestedingen en koopkrachtbinding, maar ook met trends en ontwikkelingen in de markt, maatschappij en bij tuincentra. De in dit addendum genoemde trends en ontwikkelingen kunnen gebruikt worden bij de onderbouwing van uitbreidingsplannen.
23 maart 2017
I&BBE9276N001D0.1
5/5
"■
e.
Pv\
‘^1
1
S).
Mr\ 2020 Trt NEDERLAND 1
We UI
ïbü u
K
\*•,
Po‘?'rLu5
4!
-x A’i
z; 8ü /\/\
.»*-
flC2CC #Xe2üXöX#öö#üöüö#
♦
v'
)f
1
:■
t
:»