C06.2 Holland Rijnland, bijlage concept jaarrekening 2021.pdf
Tekst van het document
Dit betroffen zaken waarbij bij een eerste overleg aan de Jeugdbeschermingstafel werd besloten tot een uitgesteld raadsonderzoek. Vervolgens werden deze, na een termijn van maximaal zes maanden, geëvalueerd aan de Jeugdbeschermingstafel. Gezinnen kunnen worden gemeld bij de JBT op basis van het woonplaatsbeginsel. Het overgrote deel (48 gezinnen) van de meldingen, betroffen gezinnen woonachtig in de gemeente Leiden. Alphen aan den Rijn (36 gezinnen) staat op de tweede plaats en Katwijk (26 gezinnen) op de derde plaats.
2.2.6 Regionaal Bureau Leerplicht (RBL)
Alle kinderen in Nederland hebben recht op onderwijs en moeten de kans krijgen zich te ontwikkelen om zo een positieve basis te leggen voor hun toekomst. Door zich te ontplooien en onderwijs te volgen, worden zij toegerust om deel te nemen aan de samenleving en vergroten zij de kans op een arbeidsplek aansluitend bij hun talenten en interesses. Het RBL voert voor elf gemeenten (de hele regio Holland Rijnland, met uitzondering van Alphen aan den Rijn en Nieuwkoop) de leerplicht en RMC-taken (taken rondom het voorkomen en terugdringen van voortijdig schoolverlaten) uit. Het regionaal uitvoeren van deze taken heeft veel voordelen, zoals eenduidig beleid, een hogere kwaliteit, efficiency en schaalvoordelen. Daarnaast is het makkelijk samenwerken met andere regionaal georganiseerde partners zoals scholen. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In het eigen jaarverslag over schooljaar 2020/2021 rapporteert het RBL inhoudelijk over haar doelstellingen, taken en geboekte resultaten. De financiële verantwoording loopt via de jaarrekening van Holland Rijnland. Financiering van activiteiten Naast de bijdrage vanuit de algemene middelen van Holland Rijnland, is de RMC-subsidie de belangrijkste inkomstenbron voor het RBL. Dit is een rijkssubsidie die alle RMC-regio's jaarlijks ontvangen voor het uitvoeren van hun taken. De RMC-subsidie wordt jaarlijks geïndexeerd en
25
bedroeg in 2021 zo'n € 940.000. Daarnaast voert het RBL het beheer over een gemeentelijk fonds van € 200.000 per jaar. Dit fonds financiert regionale projecten die voortijdig schoolverlaten voorkomen of tegengaan. Voor de gemeente Leiden voerde het RBL een aantal extra, aanvullende taken uit, gefinancierd vanuit een individuele subsidie. In verband met de corona-crisis en de verwachte impact op de jeugdwerkloosheid ontving het RBL een extra subsidie voor het uitvoeren van RMC-taken. Met deze subsidie (van ruim € 170.000), te verdelen over de periode 2021-2024, breidde het RBL het huisbezoekenteam verder uit en specialiseerde dit team.
2.2.7 Wat heeft dat gekost Domein 2 Maatschappij en Jeugd
Begroting 2021
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2021
Resultaat 2021
938.920
2.104.551
3.043.471
2.494.505
548.966
Kosten werkorganisatie
3.408.698
-35.258
3.373.440
3.340.833
32.607
Lasten
4.347.618
2.069.293
6.416.911
5.835.338
581.573
Directe baten
-832.686
-855.905
-1.688.591
-1.384.038
-304.553
-
-
-
-
-
Baten
-832.686
-855.905
-1.688.591
-1.384.038
-304.553
Saldo van baten en lasten
3.514.932
1.213.388
4.728.320
4.451.300
277.020
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-1.484.315
-1.484.315
-1.484.315
0
Saldo reserveringen
-
-1.484.315
-1.484.315
-1.484.315
0
3.514.932
-270.927
3.244.005
2.966.985
277.020
Directe kosten
Bijdragen gemeenten
Resultaat Ondersteuning inkoop jeugdhulp (TWO) TWO Overhead (TWO specifiek) Saldo TWO inclusief overhead
Begroting 2021
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2021
Resultaat 2021
2.072.991
-534.601
1.538.390
1.683.811
-145.421
-
520.808
520.808
646.443
-125.635
2.072.991
-13.793
2.059.198
2.330.254
-271.056
De duiding van het verschil op de baten en lasten is integraal opgenomen onder paragraaf 4.2.1. genaamd Toelichting op het overzicht van baten en lasten.
26
2.3 Strategisch positioneren 2.3.1 Cofinanciering
In 2016 stemde het algemeen bestuur in met het Cofinancieringsfonds Holland Rijnland. Het fonds is bedoeld voor bovengemeentelijke initiatieven uit de regio die een innovatief karakter hebben en een bijdrage leveren aan de Regionale Agenda van Holland Rijnland. Sinds de instelling van het fonds besloot het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland, met advies van het Portefeuillehoudersoverleg, om aan een groot aantal initiatieven een financiële bijdrage te verstrekken. De bijdrage kan binnen een bepaald jaar worden uitgekeerd, maar loopt soms ook over meerdere jaren. Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? In 2021 honoreerden we vier projecten: 1) Circular Changes Dit project richt zich op de ontwikkeling van een plasmatoorts die materialen uit elkaar haalt. De toorts bereikt hoge temperaturen, waardoor bijvoorbeeld elektronisch materiaal wordt afgebroken en vervolgens gerecycled. De opzet is deze toorts door 3D-printers te laten fabriceren. Dit maakt grootschalige toepassing mogelijk. Deze vinding kan een belangrijke toepassing worden in de circulaire economie. Het project wordt uitgevoerd bij de fabriek Grimbergen in Alphen aan den Rijn. 2) Onderwijs arbeidsmarkt Bio Science park Leiden Dit project versterkt de verbinding tussen bedrijfsleven en onderwijs.
Het is van belang dat onderwijs meegaat in vernieuwingen in het bedrijfsleven en andersom dat het bedrijfsleven profiteert van onderwijs en onderzoek. Dit project is een samenwerking van de brede onderwijskolom, het bedrijfsleven en de gemeenten. 3) Groene Hart Waterstof Dit project is gericht op het verwerken van bermafval tot biochar en waterstof. Biochar fungeert als compost en is een vervanger van veen. Veen wordt nu geïmporteerd en de winning ervan heeft een negatieve invloed op het milieu. Biochar heeft veel toekomst voor de bomenteelt in Boskoop. Bij de vergisting komt tevens waterstof vrij. Het project is een samenwerking tussen aannemingsbedrijf Vermeulen, Nett Energy en advisbureau Delphy. Het project is een mooi voorbeeld hoe circulaire economie in de praktijk vorm kan krijgen. 4) Talent op Maat Een leven lang ontwikkelen wordt steeds belangrijker als uitgangspunt op de arbeidsmarkt. Werknemers moeten wendbaar zijn en makkelijk kunnen overstappen van de ene naar de andere baan. Hiervoor is het in kaart brengen van persoonlijke vaardigheden van groot belang. Talent op Maat is gericht op het systematisch in kaart brengen van die vaardigheden. In de pilot worden vacatures uitgwerkt op vaardigheden en verbonden met werkgevers. De pilot startte binnen de gemeenten van Economie071 en zijn nu uitgerold naar de gehele arbeidsmarktregio Holland Rijnland.
Naast de gehonoreerde projecten lopen een groot aantal projecten door. Naast het werven van nieuwe projecten, monitort Holland Rijnland de voortgang van die lopende projecten en zorgt dat verantwoording wordt afgelegd.
27
2.3.2 Wat heeft dat gekost? Domein 3 Strategisch positioneren
Begroting 2021
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2021
Resultaat 2021
287.504
-
287.504
30.000
257.504
-
-
-
-
-
287.504
-
287.504
30.000
257.504
Directe baten
-
-
-
-
-
Bijdragen gemeenten
-
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
-
287.504
-
287.504
30.000
257.504
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-
-
-
-
Saldo reserveringen
-
-
-
-
-
287.504
-
287.504
30.000
257.504
Directe kosten Kosten werkorganisatie Lasten
Saldo van baten en lasten
Resultaat
De duiding van het verschil op de baten en lasten is integraal opgenomen onder paragraaf 4.2.1. genaamd Toelichting op het overzicht van baten en lasten.
28
2.4 Organisatie en samenwerking 2.4.1 Overhead
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) definiëren we overhead als "alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van het primaire proces". Wat hebben we bereikt en wat hebben we daarvoor gedaan? Waar het personeel betreft, behoren binnen Holland Rijnland tot de overhead: • • • • •
Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch) Control, informatie- en beveiligingsbeleid Interne en externe communicatie Bestuurszaken en bestuursondersteuning Documentatie en informatieverstrekking (DIV) (inclusief expertiseontwikkeling en advies over de procesinrichting) • Managementondersteuning primair proces Binnen het programma Overhead faciliteren we bestuurlijke overleggen, organiseren we Themacafés en regiomidddagen en maken we een slag in de verbetering van de P&C-cyclus. Een manager of leidinggevende drukt volledig op het programma Overhead, ongeacht of deze voor een deel van zijn tijd ook inhoudelijke taken vervult. Voor de leidinggevenden van Holland Rijnland geldt dat zij voor een belangrijk deel van hun tijd inhoudelijke taken vervullen. Andere overheadtaken, zoals HRM en ICT, voert Servicepunt71 uit. De bijdrage aan Servicepunt71 voor het leveren van de bedrijfsvoering, komt eveneens terug in dit programma. Daarnaast behoren ook tot de overhead: • de kosten voor de huisvesting om de algemene taken van de eigen organisatie uit te voeren; • de verzekeringskosten en opleidingskosten voor personeel; • de bijdrage aan een verbonden partij, voor zover deze verbonden partij werkzaam is voor het taakveld Overhead.
2.4.2 Wat heeft dat gekost? Domein 4 Organisatie en samenwerking
Begroting 2021
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2021
Resultaat 2021
133.098
1.336.899
1.469.997
1.580.185
-110.188
Kosten werkorganisatie
2.583.352
-761.380
1.821.972
1.947.891
-125.919
Lasten
2.716.450
575.519
3.291.969
3.528.076
-236.107
Directe baten
-
-15.000
-15.000
-65.509
50.509
Bijdragen gemeenten
-
-
-
-
-
Baten
-
-15.000
-15.000
-65.509
50.509
2.716.450
560.519
3.276.969
3.462.566
-185.597
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-
-
-
-
Saldo reserveringen
-
-
-
-
-
Directe kosten
Saldo van baten en lasten
29
Domein 4 Organisatie en samenwerking
Begroting 2021
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2021
Resultaat 2021
Resultaat
2.716.450
560.519
3.276.969
3.462.566
-185.597
Domein 4 Organisatie en samenwerking is gelijk aan overhead.
De duiding van het verschil op de baten en lasten is integraal opgenomen onder paragraaf 4.2.1. genaamd Toelichting op het overzicht van baten en lasten.
2.5 Algemene dekkingsmiddelen
De middelen die Holland Rijnland ontvangt vanuit de deelnemende gemeenten zijn opgenomen in het programma Algemene Dekkingsmiddelen. De bijdrage van de gemeenten bestaan uit: • Een regulier deel; • De bijdrage voor de TWO Jeugdhulp; • De bijdrage voor frictie- en transitie. Overige inkomsten van bijvoorbeeld de provincie of de bijdrage voor het RIF, zijn opgenomen in de desbetreffende paragraaf van de jaarstukken. Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen
Begroting 2021
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2021
Resultaat 2021
Directe kosten
-
-
-
6.055
-6.055
Kosten werkorganisatie
-
-
-
-
-
Lasten
-
-
-
6.055
-6.055
Directe baten
-
-
-
-6.055
6.055
Bijdragen gemeenten
-8.324.500
-
-8.324.500
-8.324.499
-1
Baten
-8.324.500
-
-8.324.500
-8.330.554
6.054
Saldo van baten en lasten
-8.324.500
-
-8.324.500
-8.324.499
-1
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-250.000
-250.000
-250.000
0
Saldo reserveringen
-
-250.000
-250.000
-250.000
0
-8.324.500
-250.000
-8.574.500
-8.574.499
-1
Resultaat
30
3 Jaarverslag Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De deelnemende gemeenten zijn op grond van de gemeenschappelijke regeling geheel en gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiële situatie bij het samenwerkingsorgaan en ook voor mogelijke tekorten of financiële tegenvallers. Dit betekent dat Holland Rijnland geen weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit hoeft te hebben (zie kader). Het samenwerkingsorgaan Holland Rijnland heeft wel een algemene reserve die eventueel kan worden ingezet bij eventuele risico's. De deelnemende gemeenten worden minimaal driemaal per jaar geïnformeerd over het verloop van de begroting van Holland Rijnland door middel van de begroting, de Tussentijdse rapportage (Turap) en de jaarrekening. Indien aan de orde, informeert het dagelijks bestuur het algemeen bestuur over tussentijdse wijzigingen. Eventuele risico’s worden zo spoedig mogelijk gemeld. Op basis van deze informatie worden de gemeenten in staat geacht voldoende voorzieningen in de eigen begroting te treffen. Deze eventuele risico’s kunnen worden betrokken in het geheel van de door de gemeenten gelopen risico’s. Daarom is er geen afzonderlijke risicoreserve bij de gemeenschappelijke regeling aangehouden. Weerstandsvermogen Het vermogen van Holland Rijnland om onverwachte financiële tegenvallers op te kunnen vangen.
Risico’s Onder risico's wordt verstaan alle voorzienbare risico's waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd, of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie.
Risico’s uit reguliere bedrijfsvoering Elke organisatie kent risico’s uit rde eguliere bedrijfsvoering, zo ook Holland Rijnland. Oorzaken hiervan kunnen gelegen zijn in onder meer: • Automatisering / datalek • Aanbestedingsprocedure Er zijn processen ingericht om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken. De maximale omvang van eventueel optredende risico’s worden geraamd op € 100.000 (afgerond), zijnde 1% van de begrote lasten.
31
Financiële kengetallen Het BBV schrijft voor dat enkele kengetallen in de jaarrekening worden opgenomen die kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen staan in onderstaande tabel. Jaarverslag Kengetallen:
Verloop van de kengetallen Jaarrekening 2020
Begroting 2021
Jaarrekening 2021
Netto schuldquote
-17,6%
-26,5%
-10,5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-17,6%
-26,5%
-10,5%
Solvabiliteitsratio
5,7%
4,9%
2,8%
Structurele exploitatieruimte
3,4%
0,0%
1,8%
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft aan in welke mate de schuldenlast van een organisatie een risico kan vormen voor de financiële positie. Dit wordt berekend door de schulden te verminderen met de vorderingen en dit te delen door de omzet van een bepaald jaar. Als bijvoorbeeld de netto schuldquote 100% is, betekent dit dat het totaal aan schulden minus vorderingen gelijk is aan de jaarlijkse omzet van de organisatie. Dit kan een risico vormen voor de organisatie doordat een stijging van de rente bij een hoge schuldquote een groot effect kan hebben op de rentelasten binnen de exploitatie. Voor de jaarrekening 2020 geldt zelfs een negatieve netto schuldquote. Dit betekent dat het totaal van de vorderingen hoger is dan het totaal van de schulden. De netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, houdt ook rekening met leningen die de organisatie aan derden uitgeeft. Omdat Holland Rijnland geen leningen uitgeeft, is dit gelijk aan de netto schuldquote. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio is de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het balanstotaal. Aan dit percentage valt dus af te lezen welk aandeel van de bezittingen van de organisatie is gefinancierd met eigen vermogen. De rest is gefinancierd met leningen. Aangezien Holland Rijnland reserves van beperkte omvang heeft, is de solvabiliteitsratio zeer laag.
Structurele exploitatieruimte Structurele exploitatieruimte is een indicator om aan te geven hoeveel ruimte er structureel beschikbaar is in de begroting. Dit wordt berekend door het saldo van structurele baten en lasten te delen door de totale baten. Hoe hoger dit kengetal is, hoe meer ruimte er beschikbaar is om de begroting bij te sturen als dat nodig is. Holland Rijnland wordt grotendeels gefinancierd door de deelnemende gemeenten. In die zin is er meerjarig geen sprake van exploitatieruimte. Wel kan het voorkomen dat in een jaar in de realisatie een resultaat wordt behaald zodat er sprake is van enige structurele exploitatieruimte bij de jaarrekening. Onderstaande tabel toont een normering waartegen de diverse ratio's kunnen worden afgezet.
32
Normering Kengetallen:
Voldoende
Matig
Onvoldoende
Netto schuldquote
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 100%
100% > < 130%
> 130%
Solvabiliteitsratio
> 50%
30% < > 50%
< 30%
Structurele exploitatieruimte
> 0,6%
0% > < 0,6%
0%
3.2 Financiering
Inleiding In de paragraaf financiering lichten we de ontwikkelingen en beleidskeuzes toe voor 2021 in een onderdeel "algemene ontwikkelingen" en een onderdeel "ontwikkelingen Holland Rijnland". Onder de "algemene ontwikkelingen" komen de renteontwikkelingen en ontwikkelingen van de weten regelgeving aan de orde. De "ontwikkelingen Holland Rijnland" richten zich specifiek op de renterisiconorm, de kasgeldlimiet en de financiering van Holland Rijnland. Algemene ontwikkelingen Renteontwikkelingen De gemiddelde kapitaalmarktrente (= langlopende financiering) voor rentevaste en lineaire leningen met een looptijd van twintig jaar is over 2021 uitgekomen op 0,52%. In 2020 was de gemiddelde rente 0,41%. De rente laat in de eerste maanden van 2021 een stijging zien, een rentedaling gedurende de zomer en opnieuw een rentestijging in de herfst.
De rente op de geldmarkt (= kortlopende financiering) wordt voornamelijk bepaald door het rentebeleid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB gebruikt de rentestand om te sturen op de inflatie. Het belangrijkste tarief van de ECB is de herfinancieringsrente. De herfinancieringsrente is in 2021 niet aangepast (0%). De depositorente die de ECB hanteert is voor de geldmarkt de ondergrens. De depositorente is in 2021 niet aangepast (-0,5%), met als gevolg lage rentetarieven op (kas)geldleningen met een korte looptijd.
33
Ontwikkelingen Holland Rijnland Beleidsverantwoording treasury De exploitatietekorten van het samenwerkingsorgaan worden gefinancierd door de dertien deelnemende gemeenten. Op basis van de vastgestelde begroting wordt de geraamde gemeentelijke bijdrage als voorschot in rekening gebracht in de maand december van het lopende begrotingsjaar. Bij de vaststelling van de jaarrekening wordt de definitieve bijdrage over het betreffende jaar vastgesteld. Het rekeningresultaat wordt verrekend met de algemene reserve tenzij het algemeen bestuur anders besluit. Daarnaast zijn er geldstromen van ministeries en provincie waarvan de bedragen worden doorgegeven naar de betreffende instanties. De treasury-functie binnen Holland Rijnland dient uitsluitend de publieke taak. Holland Rijnland heeft momenteel geen externe langlopende en kortlopende financieringmiddelen in portefeuille. Wel heeft Holland Rijnland een beperkte kredietfaciliteit op de rekening courant bij de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Eventuele positieve saldi op de rekening courant worden afgestort in de schatkist van het Rijk. Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor een gemeente gelimiteerd op 8,2% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze kasgeldlimiet in 2021 weergegeven: Gemiddelde netto vlottende schuld
Kasgeldlimiet
Ruimte (=+) of Overschrijding
eerste kwartaal 2021
-47.883.042
871.124
48.754.166
tweede kwartaal 2021
-60.051.053
871.124
60.922.177
derde kwartaal 2021
-66.222.393
871.124
67.093.517
vierde kwartaal 2021
-65.624.460
871.124
66.495.584
Omschrijving
In 2021 overschreden we de kasgeldlimiet niet. Renterisiconorm Over de langlopende schuld mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. In onderstaande tabel is de ontwikkeling van deze renterisiconorm in 2021 weergegeven: Omschrijving Begrotingstotaal Wettelijk percentage Renterisiconorm Bedrag waarover renterisico wordt gelopen (aflossingen) Ruimte onder renterisiconorm
34
2020
2021
9.864.768
10.623.463
20%
20%
1.972.954
2.124.693
0
0
1.972.954
2.124.693
Holland Rijnland heeft geen lopende langlopende leningen. Als gevolg hiervan loopt Holland Rijnland geen renterisico op herfinancieringen en voldoen we aan de renterisiconorm. Schatkistbankieren Gedurende 2021 zijn de overtollige middelen afgestort in de schatkist van het Rijk om binnen de gestelde doelmatigheidsdrempel te blijven. Conform de vereisten in het BBV (art 52c) is in de toelichting op de balans het drempelbedrag vermeld en, per kwartaal, het bedrag aan middelen dat Holland Rijnland buiten de schatkist van het Rijk heeft aangehouden.
3.3 Bedrijfsvoering
Organisatie Holland Rijnland De organisatie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen: • Strategische eenheid • Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) • Bedrijfsbureau (inclusief Urgentiecommissie, Verkeersveiligheid, Regiotaxi en DIV) • TWO Jeugdhulp De bedrijfsvoeringstaken ICT, HRM, facilitaire zaken, financiën, juridische zaken en inkoop worden uitgevoerd door Servicepunt 71. De leiding van de organisatie ligt bij de secretarisdirecteur. Concerncontrol adviseert de secretaris-directeur maar is een zelfstandige functie die uit de lijnorganisatie is gehaald vanwege de gewenste onafhankelijke positie ten opzichte van de lijnorganisatieonderdelen.
Personele zaken Organisatieontwikkeling staat nog steeds hoog op de agenda. Het in 2017 vastgestelde opleidingsbeleid wordt vertaald in per jaar opgestelde opleidingsplannen. Verplichte opleidingen zoals voor leerplichtambtenaren en medewerkers in de bedrijfshulpverlening, vormen een belangrijk onderdeel daarvan. Daarnaast wordt ruimte geboden aan individuele ontwikkelwensen. In tegenstelling tot 2020 is het beschikbare opleidingsbudget, ondanks Corona, in 2021 veel beter benut.
35
Het ziekteverzuimcijfer is gestegen van 3,3% in 2020 naar 4,5% in 2021. Ondanks de stijging blijft het percentage wel onder het gemiddelde van 4,8% bij de overheid of in gemeenten. De stijging wordt veroorzaakt door een hoger aantal ‘langverzuimers’ en ‘zeer-langverzuimers’. Beleidsindicatoren Als gevolg van de BBV-wijzigingen zijn met ingang van 1 januari 2018 beleidsindicatoren opgenomen. Met deze beleidsindicatoren is het via de website 'waarstaatjegemeente.nl' beter mogelijk de resultaten van gemeenten onderling te vergelijken. Van deze indicatoren vallen er een aantal onder het hoofdtaakveld Bestuur en Organisatie. Omdat het voornamelijk overhead-gerelateerde indicatoren betreft, worden ze in deze paragraaf opgenomen. Het betreft de volgende indicatoren: Holland Rijnland Begroting 2021
Periode
Holland Rijnland Jaarrekening 2021
Beleidsindicator
Eenheid
Formatie
Fte per 1.000 inwoners
2021
0,11
0,11
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
2021
0,11
0,11
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
2021
€ 11,13
€ 15,05
Externe inhuur
Kosten inhuur als % van totale loonsom incl inhuur
2021
8,6%
31,9%
Overhead
% van de totale lasten
2021
25,6%
21,2%
36
3.4 Vennootschapsbelasting
Holland Rijnland is niet Vennnootschapsbelasting(Vpb) -plichtig voor het jaar 2021. Voor de activiteiten rond jeugdhulp, leerplicht, de beleidsagenda, de woonruimteverdeling en detachering van personeel, is geen sprake van een onderneming en dus ook niet van Vpb-plicht. Bij de activiteit Collectief Vraagafhankelijk Vervoer (CVV) kan Holland Rijnland een beroep doen op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Per saldo is er dus geen sprake van een Vpb-plicht voor Holland Rijnland.
3.5 Heffingen en Leges
Voor één van de overige uitvoerende taken worden leges geïnd, namelijk bij de uitvoering van de woonruimteverdeling voor de toetsing van urgentieverzoeken. Het gaat om een bedrag van € 65 per aanvraag voor een urgentie of een stadvernieuwingsurgentie. In 2021 is een bedrag van circa €20.995 aan leges ontvangen. Begroot was een bedrag van €35.455. De onkosten voor het programma Overige uitvoerende taken, woonruimteverdeling onderdeel urgentieverlening worden vooral gedekt uit de reguliere bijdragen van alle deelnemende gemeenten.
3.6 Onvoorzien
De verplichting, conform artikel 28b van de BBV, een post onvoorzien op te nemen, is niet op Holland Rijnland van toepassing.Artikel 30a van de Gemeenschappelijke Regeling Holland Rijnland bepaalt dat deelnemende gemeenten er steeds zorg voor dragen dat Holland Rijnland te allen tijde beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
37
38
4 Jaarrekening 2021
39
4.1 Balans en toelichting op de balans ACTIVA
31-12-2020
31-12-2021
VASTE ACTIVA
Immateriële vaste activa
Materiële vaste activa - Overige investeringen met een economisch nut
0
0
65.485
42.145
65.485
Financiële vaste activa
42.145
0
- Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar
0
Totaal vaste activa
0 0
65.485
42.145
0
0
53.950.828
58.841.981
VLOTTENDE ACTIVA
Voorraden
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Overige vorderingen
327.062
54.069
53.612.586
58.785.650
11.180
2.262
Liquide middelen
329.577
- Kassaldi - Bank- en girosaldi
691.010
0
0
329.577
691.010
Overlopende activa
723.202
899.936
- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
354.313
497.358
- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
368.888
402.578
Totaal vlottende activa
55.003.608
60.432.928
Totaal generaal
55.069.093
60.475.072
40
PASSIVA
31-12-2020
31-12-2021
VASTE PASSIVA
Eigen vermogen
3.120.337
- Algemene reserve
1.666.519
200.000
0
- Bestemmingsreserves
1.396.997
674.144
- Nog te bestemmen resultaat / Af te rekenen met de gemeenten
1.523.341
992.375
Voorzieningen
0
0
Vaste schulden met een rentetypische looptijd ≥ 1 jaar
0
0
3.120.337
1.666.519
11.889.542
16.451.442
Totaal vaste passiva VLOTTENDE PASSIVA
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar - Kasgeldleningen
0
0
- Overige schulden
11.889.542
16.451.442
Overlopende passiva
40.059.214
42.357.111
- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
4.157.108
6.014.699
- De van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
35.402.105
36.342.412
500.000
0
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
Totaal vlottende passiva
51.948.756
58.808.554
Totaal generaal
55.069.093
60.475.072
- Gewaarborgde geldleningen
0
0
- Garantstellingen
0
0
41
4.1.1 Grondslagen voor de waardering en resultaatbepaling
Inleiding De jaarrekening 2021 is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Voor aanvullende informatie over de waardering van activa, zie verderop bij ’Overige investeringen met economisch nut’. Baten en Lasten De baten en de lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn . Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.
Denk daarbij aan componenten zoals ziektekostenpremies ten behoeve van gepensioneerden, verlofaanspraken en dergelijke. Lastenneming groenprogramma Op basis van de aangepaste comptabiliteitsvoorschriften zijn de subsidielasten voor het groenprogramma toegerekend naar rato van de voortgang van de individuele projecten. Stelselwijziging lastenneming cofinaciering Op basis van de aangepast comptabiliteitsvoorschriften zijn de subsidielasten voor cofinanciering toegerekend naar rato van de voortgang van de individuele projecten. Het effect van deze verantwoordingswijze leidt tot een incidenteel voordeel van €257.000. Kassiersfunctie Jeugdzorg Holland Rijnland verzorgt namens twaalf van de dertien gemeenten de inkoop van jeugdzorg en de daaruit voortvloeiende betalingen aan zorgaanbieders. Hiervoor betalen gemeenten voorschotten aan Holland Rijnland. De basis hiervoor zijn mandaten van de twaalf colleges aan Holland Rijnland. Daarnaast sloten de twaalf colleges en Holland Rijnland een dienstverleningsovereenkomst. Uitvoering is voor rekening en risico van de gemeenten. Holland Rijnland vervult uitsluitend een kassiersfunctie. Hiervoor opende Holland Rijnland één bankrekening bij de BNG en één bij de schatkist. Deze zijn in de balans opgenomen.
De per 31 december 2021 op kasbasis resterende voorschotten aan zorgaanbieders en ontvangen voorschotten van gemeenten, zijn eveneens in de balans opgenomen. Zie respectievelijk de overlopende activa en overlopende passiva. Pensioenen
42
Holland Rijnland waardeert de pensioenverplichtingen volgens de ‘verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering’. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last verantwoord. De pensioenen van de werknemers van Holland Rijnland zijn ondergebracht bij het ABP (bedrijfstakpensioenfonds). Vennootschapsbelasting (vpb) Holland Rijnland is niet Vpb-plichtig voor het jaar 2021. Voor de activiteiten jeugdhulp, Regionaal Bureau Leerplicht, de beleidsagenda, de woonruimteverdeling en detachering van personeel is geen sprake van een onderneming. Hierdoor is er geen Vpb-plicht. Bij de activiteit collectief vervoer kan Holland Rijnland een beroep doen op de vrijstelling in de Vpb voor dienstverleningsovereenkomsten. Per saldo is er dus geen sprake van een Vpb-plicht voor Holland Rijnland.
4.1.2 Toelichting op de balans Toelichting op de activa Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Overige investeringen met economisch nut De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgingsprijs verminderd met de gedane afschrijvingen en eventuele investeringsbijdragen. De investeringen worden geactiveerd inclusief BTW, omdat de BTW voor Holland Rijnland een onderdeel van de kosten vormt. Op basis van artikel 7 van de financiële verordening van Holland Rijnland over het waarderings- en afschrijvingsbeleid van de vaste activa wordt de afschrijvingstermijn bepaald. De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, worden, te beginnen in het jaar na aanschaf, lineair afgeschreven, afhankelijk van de economische levensduur, in maximaal: • 10 jaar voor telefooninstallaties, bekabeling en meubilair; • 5 jaar voor automatiseringsapparatuur; • 5 jaar voor software met een verkrijgingprijs van groter dan € 1.500. De afschrijving van de niet genoemde soorten investeringen wordt afgestemd op de verwachte economische levensduur. Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2021
- Overige investeringen met een economisch nut
65.485
42.145
Totaal materiele vaste activa
65.485
42.145
Materiele vaste activa
Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de overige investeringen met een economisch nut.
43
Bijdragen Boekwaarde DesAfvan 31-12-2020 Investeringen investeringen schrijvingen derden
AfBoekwaarde waarderingen 31-12-2021
ICT verhuizing 2016
14.911
0
0
14.911
0
0
0
Meubilair 2016
50.574
0
0
8.429
0
0
42.145
Totaal
65.485
0
0
23.340
0
0
42.145
Er zijn geen investeringen gedaan in 2021.
44
Vlottende activa • Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2021
327.062
54.069
53.612.586
58.785.650
11.180
2.262
0
0
53.950.828
58.841.981
- Overige vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in ’s Rijks schatkist - Debiteuren algemeen - Nog te ontvangen bedragen Totaal uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
• Schatkistbankieren Conform de wet FIDO is Holland Rijnland verplicht om overtollige middelen, boven de doelmatigheidsdrempel, aan te houden in de schatkist van het Rijk. Vanaf 1 juli 2021 is de doelmatigheidsdrempel verhoogd. Voor de eerste twee kwartalen van 2021 bedraagt de doelmatigheidsdrempel € 250.000 voor de laatste twee kwartalen bedraagt de doelmatigheidsdrempel € 1.000.000 (Regeling schatkistbankieren decentrale overheden). De middelen die, in het kader van de doelmatigheidsdrempel, buitende Rijks Schatkist zijn gehouden, zijn: Middelen buiten 's Rijks Schatkist
Holland Rijnland
TWO Jeugdhulp
HR inclusief TWO Jeugdhulp
Kwartaal 1
94.999
751.772
846.771
Kwartaal 2
46.359
765.390
811.749
Kwartaal 3
10.796
800.888
811.684
Kwartaal 4
59.084
640.307
699.391
Uit een berekening gebaseerd op de middelen van Holland Rijnland blijkt dat over 2021 de doelmatigheidsdrempel niet is overschreden. Holland Rijnland heeft echter ook een kassiersfunctie ten aanzien van TWO Jeugdhulp. Nemen we de middelen van TWO Jeugdhulp mee in de berekening, dan is er wel een overschrijding van de doelmatigheidsdrempel in de eerste twee kwartalen van 2021. De overschrijding wordt veroorzaakt doordat het drempelbedrag, dat is gebaseerd op het begrotingstotaal, ongewijzigd blijft. Dit komt omdat de baten en lasten van TWO Jeughulp geen onderdeel zijn van het begrotingstotaal van Holland Rijnland, terwijl we de middelen die op de rekeningcourant worden aangehouden voor de uitvoering van het betalingsverkeer wel meenemen in de berekening. Het is niet efficiënt om een lager saldo aan middelen aan te houden op de rekeningcourant van TWO Jeughulp voor het uitvoeren van het betalingsverkeer. Daarom is hier niet voor gekozen. • Liquide middelen
45
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2021
0
0
- Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
329.577
691.010
Totaal liquide middelen
329.577
691.010
Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2021
- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
354.313
497.358
- Overige nog te ontvangen bedragen, en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
368.888
402.578
Totaal overlopende activa
723.202
899.936
Liquide middelen - Kassaldi
• Overlopende activa De overlopende activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
Overlopende activa
Verloopoverzicht overlopende activa Op de balans staan nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen. Deze ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. Ze zijn als volgt te specificeren.
Omschrijving specifieke uitkering
Saldo per 1 januari 2021
Ontvangen Toevoegingen bedragen
Saldo per 31 december 2021
Leader
279.876
72.348
114.000
238.224
Subsidieregeling CVV / PZH Regiotaxi
74.438
69.000
5.438
138.000
0
121.134
354.313
262.482
Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid Totaal overlopende activa
46
121.134 119.438
497.358
Toelichting op de passiva Vaste passiva • Reserves Indien beschikbare middelen in enig jaar niet worden uitgegeven op een reguliere taak (dat is een taak opgenomen in de gemeenschappelijke regeling en jaarlijks voorkomend in de exploitatie), dan kunnen overschotten die het volgend jaar niet opnieuw worden begroot, worden toegevoegd aan een bestemmingsreserve. Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak, dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2021
- Algemene reserves
200.000
0
- Bestemmingsreserves
1.396.997
674.144
Totaal reserves
1.596.997
674.144
- Nog te bestemmen resultaat / Af te rekenen met de gemeenten
1.523.341
992.375
Totaal Eigen vermogen
3.120.337
1.666.519
Eigen vermogen
47
Staat van reserves Reserves
Saldo 31/12 2020
Bestemming resultaat 2020
Saldo 01/01/2021
Toevoeging
Onttrekking
Toevoeging 2021
Onttrekking 2021
Saldo 31/12 2021
ALGEMENE RESERVE 8700001 Algemene Reserve
200.000
50.001
0
250.000
ALGEMENE RESERVE
200.000
50.001
0
250.000
8710006 Reserve RBL
26.757
0
9.176
17.581
17.581
8710007 Reserve cofinanciering
197.868
131.241
0
329.109
329.109
0
91.237
0
91.237
17.224
98.653
0
250.000
0
250.000
0
BESTEMMINGSRESERVES
8710008 Reserve werkagenda jeugdhulp
91.237
0
8710010 Reserve onderwijsarbeidsmarkt
115.877
8710011 Reserve Energieakkoord
138.079
188.252
326.331
0
228.801
228.801
8710013 Reserve regionale energiestrategie (RES)
50.000
0
0
50.000
50.000
0
8710014 Reserve Transformatiefonds Jeugd
868.416
524.662
0
1.393.078
1.393.078
0
BESTEMMINGSRESERVES
1.396.997
1.164.193
26.400
2.534.790
0
1.860.646
674.144
TOTAAL RESERVES
1.596.997
1.214.194
26.400
2.784.790
0
2.110.646
674.144
8710012 Reserve budgetoverheveling
98.653 326.331
0 228.801
Reserves Algemene Reserves Doel van de reserve: Dekkingsmiddel bij het opvangen van financiële tegenvallers en calamiteiten. Mutaties 2021: Storting: - € 50.000: Conform resultaatbestemming 2020. Onttrekking: - € 250.000: Het resultaat over het jaar 2021 wordt geprognotiseerd op een tekort voor de bedrijsvoering van € 215.000 en van € 50.000 voor de urgentiecommissie wonen. Dit tekort dekken we onder andere door een bedrag van € 250.000 uit de algemene reserve. Reserve Budgetoverheveling Doel van de reserve: Overheveling van budgetten naar een volgend jaar. Mutaties 2021: Storting: - € 228.801: Conform resultaatbestemming 2020.
48
Onttrekking: geen Reserve Regionaal Bureau Leerplicht Doel van de reserve: Ter dekking onverwachte kosten. Mutaties 2021: Storting: geen Onttrekking: - € 9.176: Conform resultaatbestemming 2020. Reserve cofinancieringsfonds Doel van de reserve: Ter dekking van bijdragen aan projecten. Mutaties 2021: Storting: - € 131.241: Conform resultaatbestemming 2020. Onttrekking: geen Reserve werkagenda Jeugdhulp Doel van de reserve: faciliteren werkagenda Jeugd. Mutaties 2021: Storting: - € 91.237: Conform resultaatbestemming 2020. Onttrekking: - € 91.237: Dit bedrag wordt toegevoegd aan het exploitatiebudget voor het bekostigen van de opgaven opgenomen in het jaarplan. Reserve onderwijsarbeidsmarkt Doel van de reserve: Activiteiten onderwijsarbeidsmarkt. Mutaties 2021: Storting: geen Onttrekking: - € 17.224: Conform resultaatbestemming 2020. Reserve energieakkoord Doel van de reserve: Inzetten van middelen. Mutaties 2021: Storting: - € 188.252: Conform resultaatbestemming 2020. Onttrekking: - € 326.331: Bijdrage aan regionaal energiestrategie.
49
Reserve Regionale Energiestrategie (RES) Doel van de reserve: Middelen die overgebleven zijn, kunnen bij resultaatbestemming worden gestort in deze reserve om ze in een later jaar weer te kunnen gebruiken. Mutaties 2021: Storting: geen Onttrekking: - € 50.000: ten bate van kosten die worden gemaakt voor de energietransitie. Reserve Transformatiefonds Jeugd Doel van de reserve: Transformatie in de jeugdhulp stimuleren. Mutaties 2021: Storting: - € 524.662: Conform resultaatbestemming 2020. Onttrekking: - € 1.393.078: Diverse projecten. .
50
Vlottende passiva • Netto vlottende schulden De netto vlottende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2021
1.461.969
1.008.373
487.552
482.674
- Van gemeenten ontvangen voorschotten jeugdzorg
9.940.020
14.960.394
Totaal netto vlottende schulden
11.889.542
16.451.442
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Overige schulden - Crediteuren - Overige schulden
• Overlopende passiva Met ingang van 1 januari 2008 schrijft het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor, dat in geval van overblijvende middelen op een incidentele, additionele taak of project (er is dus sprake van een concrete bestedingsverplichting) deze middelen worden opgenomen bij de overlopende passiva onder de van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. Ook in geval van Rijksgelden waarbij de gemeenten als doorgeefluik fungeren (denk aan de Vinexregeling/ ISV-gelden), dienen deze gelden te worden opgenomen bij de overlopende passiva onder ’vooruit ontvangen derden gelden’, daar de gelden door derden (lees het Rijk) zijn beklemd. Indien er sprake is van cofinanciering met betrekking tot een reguliere taak dan worden de overlopende middelen gesplitst in een bestemmingsreserve en vooruit ontvangen derden gelden. Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2021
- Totaal verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
4.157.108
6.014.699
- Totaal van overige Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren (voor toelichting zie bijlage 5.9 Staat overlopende passiva)
35.402.105
36.342.412
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
500.000
0
40.059.214
42.357.111
Overlopende passiva
Totaal overlopende passiva
51
Staat van overlopende passiva De specificatie van de nog niet bestede ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen om de lasten van volgende begrotingsjaren te dekken, is als volgt.
Omschrijving
Saldo per 1 januari 2021
RIF gelden
34.093.910
RIF rente
1.061.318
Sub-totaal RIF-project:
35.155.228
Toevoeging
Terugbetaling/ Vrijval Besteding
9.500.000
9.500.000
0
Saldo per 31 december 2021
8.420.977
35.172.933
45.669
1.015.649
8.466.646
36.188.582
194.680
0
52.198
153.830
Gedragsbeïnvloeding verkeersveiligheid
194.680
Voortijdig schoolverlaten (VSV)
52.198
153.830
Sub-totaal projecten Programma Inhoudelijke Agenda:
246.878
153.830
0
246.878
153.830
35.402.105
9.653.830
0
8.713.523
36.342.412
Totaal overlopende passiva
Toelichting op de aard, reden en mutatie :
4.1.3 Overzicht van niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen Onderwerp / omvang van de verplichting * Huur van het pand Schuttersveld 9 (1e verdieping, incl. servicekosten) / huurovereenkomst vanaf 01-03-2021 en loopt tot en met 28 februari 2031. Kosten per jaar circa €199.000 incl BTW. * Dienstverleningsovereenkomst met Servicepunt 71. De overeenkomst loopt tot 31 december 2025. * Waarde van het restant verlofuren over 2021 à € 246.505 Geen overschrijdingen van de Wet Normering Topinkomens (WNT) Nadere informatie over de WNT is opgenomen in het overzicht 'Wet normering bezoldiging top-functionarissen in de publieke en semi-publieke sector'.
52
4.2 Overzicht van baten en lasten Naar programma
Begroting 2021
Wijziging Begroting
Begroting na wijziging
Rekening 2021
Resultaat 2021
Lasten
3.271.891
396.739
3.668.630
7.217.754
-3.549.124
Baten
-1.466.277
-60.000
-1.526.277
-5.718.851
4.192.574
1.805.614
336.739
2.142.353
1.498.904
643.449
Lasten
4.347.618
2.069.293
6.416.911
5.835.338
581.573
Baten
-832.686
-855.905
-1.688.591
-1.384.038
-304.553
3.514.932
1.213.388
4.728.320
4.451.300
277.020
Lasten
287.504
-
287.504
30.000
257.504
Baten
-
-
-
-
-
287.504
-
287.504
30.000
257.504
Lasten
2.716.450
575.519
3.291.969
3.528.076
-236.107
Baten
-
-15.000
-15.000
-65.509
50.509
2.716.450
560.519
3.276.969
3.462.566
-185.597
Lasten
-
-
-
6.055
-6.055
Baten
-8.324.500
-
-8.324.500
-8.330.554
6.054
-8.324.500
-
-8.324.500
-8.324.499
-1
Lasten
-
-
-
-
-
Baten
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Totaal lasten
10.623.463
3.041.551
13.665.014
16.617.223
-2.952.209
Totaal baten
-10.623.463
-930.905
-11.554.368
-15.498.952
3.944.584
Saldo van baten en lasten
0
2.110.646
2.110.646
1.118.271
992.375
Storting in reserves
-
-
-
-
-
Onttrekking uit reserves
-
-2.110.646
-2.110.646
-2.110.646
0
Saldo reserveringen
-
-2.110.646
-2.110.646
-2.110.646
0
Resultaat
0
0
0
-992.375
992.375
Domein 1 Ruimte en Energie
Saldo Domein 2 Maatschappij en Jeugd
Saldo Domein 3 Strategisch positioneren
Saldo Domein 4 Organisatie en samenwerking
Saldo Domein 5 Algemene Dekkingsmiddelen
Saldo Resultaat
Saldo
Domein 4 Organisatie en samenwerking is gelijk aan overhead.
53
4.2.1 Toelichting op het overzicht van baten en lasten
De baten en lasten van Holland Rijnland bestaan in 2021 voor het merendeel uit de volgende vier componenten: 1. De kosten van de werkorganisatie: salarissen en andere personele kosten, huur en overige kosten in verband met de huisvesting, kosten voor ICT e.d. Deze kosten worden via een uurtarief verdeeld over de diverse programma’s 2. De directe programmakosten en -baten: de kosten die rechtstreeks gemaakt worden ten behoeve van projecten en andere onderdelen van de programma’s en daarmee verband houdende ontvangen subsidies van derden 3. De bijdragen van de gemeenten 4. Onttrekkingen uit reserves 5. Subsidies en bijdragen van derden, met name de provincie Zuid-Holland Holland Rijnland kent geen post onvoorzien (zie paragraaf 3.6). Hierna wordt een analyse gegeven op de belangrijkste verschillen per programma ten opzichte van de begroting. Toelichting Programma Ruimte en Energie Op het programma Ruimte en Energie is een positief resultaat behaald van € 0,6 mln. Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende onderdelen. Groenprogramma €3,4 mln. nadeel lasten en €3,4 mln. voordeel baten (per saldo budgetneutraal) Het groenprogramma maakt onderdeel uit van het RIF. In tegenstelling tot de andere projecten, loopt het groenprogramma uiteindelijk wel via de exploitatie van Holland Rijnland.
Bij de overige projecten, zoals de RijnlandRoute heeft Holland Rijnland een kassiersfunctie en lopen de gelden volledig via de balans. De lasten en baten op het Groenprogramma worden niet in de begroting opgenomen. De bijdragen van de gemeenten worden op de balans geboekt en op basis van de realisatie van de lasten voor hetzelfde bedrag als baat in de exploitatie genomen. Op basis van de voortgang (volledig dan wel deels gerealiseerd) van de tientallen projecten is er in 2021 een last genomen van €3,3 mln. Dit resulteert derhalve in een nadeel op de lasten. Aan de andere kant is door de balansmutatie een voordeel op de baten voor hetzelfde bedrag gerealiseerd. Per saldo is het resultaat dus budgetneutraal. Regionale Energiestrategie €0,1 mln. nadeel lasten en €0,7 mln. voordeel baten (per saldo €0,6 mln. voordeel) Bij de oplevering en uitwerking van de RES is in 2021 een bedrag van €1,2 mln. uitgegeven. In de begroting was rekening gehouden met een bedrag van ruim €1,0 mln. Afgerond is er een nadeel van €0,1 mln. ontstaan. Met betrekking tot de baten was rekening gehouden met een Rijksbijdrage van €0,5 mln. en een provinciale bijdrage van € 50.000. Bij de tussenrapportage 2021 is verder besloten om de reserve Regionale Energieakkoord en de reserve RES volledig te onttrekken (€ 376.331).
54
Rond de zomer werd bekend dat het Rijk later in het jaar voor onze RES regio ook een eenmalige bijdrage van € 138.976 ter beschikking zou stellen, wat niet was begroot. Daarnaast is in het PHO+ Energie van 5 oktober 2021 (en besloten in PHO+ van 22 december 2021) een doorkijk gepresenteerd naar zowel de uitvoering van de RES 1.0 als naar de oplevering van een RES 2.0 in maart 2023 (besluitvorming voor 1 juli 2023). Daaruit bleek dat in 2021 een toevoeging noodzakelijk was van de gemeentelijke bijdrage, conform de afspraken zoals eerder gemaakt in het Regionale Energieakkoord van 2017 (die door de gemeenten structureel is begroot). Vanuit gemeenten is het bedrag van € 567.966 ontvangen. Omdat de gemeentelijke bijdrage conform het Regionale Energieakkoord niet begroot was maar wel geïnd, is er een ogenschijnlijk overschot op de begroting ontstaan van €0,5 mln. Met deze bijdrage is echter wel rekening gehouden in de begroting van de RES tot en met 1 juli 2023, met daarbinnen het Ondersteuningsprogramma RES 1.0 en de uitwerking van de RES 1.0. Op basis van deze begroting zijn ook al verplichtingen aangegaan met partners uit het raamcontract en andere externe partijen. Het voorstel is dan ook om het bedrag van €0,6 mln.
aan de reserve Regionale Energie Strategie toe te voegen, omdat anders de uitwerking van de RES in de loop van het jaar geen doorgang meer zal kunnen plaatsvinden en Holland Rijnland zijn verplichtingen richting derden niet zal kunnen nakomen. Programma Maatschappij en Jeugd Op het programma Maatschappij en Jeugd is een positief resultaat behaald van € 0,3 mln. Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de volgende onderdelen. Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) €235.000 voordeel lasten Een groot deel van de kosten van het Regionaal Bureau Leerplicht worden gedekt middels een RMCsubsidie (Regionale Meld- en Coördinatiepunt voortijdig schoolverlaten). Het betreft een rijkssubsidie die alle RMC-regio's jaarlijks ontvangen. Zoals ook al in de jaarrekening 2020 was gemeld, gebeurt de indexatie nu dubbel. Eenmaal vanuit gemeenten en eenmaal vanuit het Rijk. In de jaarrekening 2020 is aangegeven dat de begroting op dit punt met ingang van 2022 wordt rechtgetrokken. Over 2021 leidt dit echter nog tot een voordeel van €130.000. Daarnaast heeft het RBL een voordeel van bijna €50.000 in verband met de detachering van een medewerker en hebben medewerkers voor €25.000 extra verlof aangekocht. Verder zijn de opleidingskosten al wel weer veel hoger dan in 2020, maar is er over 2021 nog steeds een voordeel van €15.000.
Tijdelijke Werkorganisatie Jeugd €54.000 voordeel lasten en €200.000 nadeel baten (per saldo €145.000 nadeel) De Tijdelijke Werkorganisatie Jeugd heeft totaal een nadelig resultaat van €271.000. Hiervan wordt het nadeel van (afgerond) €145.000 binnen het programma Maatschappij en Jeugd verantwoord en de resterende €126.000 nadelig onder programma Organisatie en Samenwerking. Bij de Tussenrapportage 2021 was reeds gemeld dat voor het uitvoeren van de reguliere werkzaamheden van de Tijdelijke Werkorganisatie een aanvullend bedrag van €150.000 benodigd zou zijn. Dit bedrag is toen niet bij gemeenten opgehaald, maar als stelpost in de begroting opgenomen. Deze baten zijn niet gerealiseerd en leiden derhalve tot een nadeel. Daarnaast was in de Turap 2021 aangegeven dat er voor de ontvlechting van de TWO €50.000 benodigd zou zijn en bij gemeenten
55
in rekening gebracht zou worden. Uiteindelijk zijn deze baten op Programma Organisatie en Samenwerking verantwoord. Tegenover de €200.000 aan hogere baten, waren ook €200.000 aan hogere lasten begroot. De hogere lasten worden ondermeer veroorzaakt doordat er extra inzet voor gemeenten heeft plaatsgevonden als gevolg van de invoering van het nieuwe woonplaatsbeginsel. De overige kosten worden verderop onder het Programma Organisatie en Samenwerking geduid. Werkbudget Jeugd €269.000 voordeel lasten en €100.000 nadeel baten (per saldo €169.000 voordeel) Gemeenten zouden 100.000 bijdragen voor de kosten van de Taskforce Begrotingsmaatregelen. Deze kosten zijn gedekt uit het Transformatiefonds Jeugd en derhalve niet doorbelast aan de gemeenten. Het bestuur wordt voorgesteld het resterende werkbudget Jeugd van €169.000 dat door gemeenten incidenteel is bijgedragen over te hevelen aan de Ondersteuningseenheid Jeugd van Gemeente Leiden. De taken van de Strategische Eenheid, die het budget tot en met 2021 budget beheerde, zijn overgenomen door deze Ondersteuningseenheid Jeugd. Transformatiefonds jeugd €69.000 voordeel lasten Holland Rijnland coördineert en beheert het Transformatiefonds, waarmee projecten worden gefinancieerd om de jeugdhulp te verbeteren. Bij de Turap 2021 was besloten om het volledige bedrag van €1,4 mln. uit de reserve te onttrekken.
Uiteindelijk is hiervan bijna €69.000 in 2021 overgebleven. De gelden zijn echter bestemd voor projecten uit het Transformatiefonds, die incidenteel deels vanuit de Programmabegroting Jeugdhulp gefinancierd zouden worden, maar waarbij toch een deel van het budget beschikbaar is gekomen vanuit het Transformatiefonds Jeugd. Programma Strategisch Positioneren Cofinancieringsfonds €0,3 mln. voordeel lasten Voor het jaar 2021 was een kleine €0,3 mln. aan lasten begroot. Hiervan is €0,2 mln. ook daadwerkelijk beschikt (zie voor specificatie Bijlage Subsidies). De realisatie van de projecten vindt echter over meerdere jaren plaats, waardoor de lasten ook in de verschillende jaren genomen dienen te worden. Deze wijziging van de BBV regels (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten), was nog niet in de begroting verwerkt. Derhalve is er een voordeel van €0,3 mln. ontstaan. Aangezien op een groot deel van het resultaat een juridische verplichting rust en daarnaast het succes van het fonds (multipliereffect van factor 20) wordt voorgesteld het voordeel toe te voegen aan de reserve Cofinanciering. Programma Organisatie en Samenwerking Op het programma Organisatie en Samenwerking is er een nadeel van €213.000 op de lasten en €51.000 voordeel op de baten. Per saldo is het resultaat €162.000 nadelig. Het nadeel op de overheadkosten is opgebouwd uit een aantal posten.
Deze posten worden hieronder toegelicht. Servicepunt71 €250.000 nadeel lasten De bedrijfsvoeringsactiviteiten, zoals ICT, HRM, Planning & Control en juridische zaken worden deels dan wel volledig door de shared service organisatie Servicepunt71 uitgevoerd. Bij de
56
tussenrapportage was reeds geanticipeerd op een hogere doorbelasting vanuit Servicepunt71. Derhalve is besloten €100.000 uit de algemene reserve aan de begroting toe te voegen. Desondanks bleken de kosten €250.000 hoger dan verwacht. Zonder de toevoeging uit de algemene reserve zou het nadeel €350.000 zijn geweest. Tijdelijke Werkorganisatie €193.000 nadeel lasten en €67.000 voordeel baten (per saldo €126.000 nadeel) De overschrijding wordt veroorzaakt doordat een aantal medewerkers op ondersteunende functies de organisatie hebben verlaten. Om de werkzaamheden op te vangen, moest er extern personeel ingehuurd worden. Verder zijn er extra kosten gemaakt in het kader van de ontvlechting en daarmee vorming van de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling Serviceorganisatie Zorg (SOZ). Holland Rijnland heeft met betrekking tot de ontvlechting een extra vergoeding van €67.000 van gemeenten ontvangen. Specifiek voor de kosten voor het opstellen van het advies en wervingskosten. Rechtmatigheidscontrole €38.000 voordeel lasten Zoals hierboven beschreven, wordt een groot deel van de bedrijfsvoeringsactiviteiten door Servicepunt71 uitgevoerd. Voor de controle van de rechtmatigheid kan de accountant van Holland Rijnland niet volledig steunen op de verklaring van de accountant van Servicepunt71.
In de tussenrapportage 2021 was reeds gemeld, dat de accountant hiervoor aanvullende werkzaamheden moest uitvoeren. Ook is er toen budget toegevoegd voor de inhuur van een externe voor de uitvoering van de factuurcontrole. Om de extra kosten te kunnen dekken is er bij de tussenrapportage totaal €75.000 aan de begroting toegevoegd. Doordat een deel van de werkzaamheden intern is uitgevoerd, heeft Holland Rijnland de kosten kunnen beperken. Hierdoor is een voordeel van €38.000 ontstaan. Themabijeenkomsten en communicatie €108.000 voordeel lasten Als gevolg van de Covid maatregelen heeft Holland Rijnland in 2021 minder bijeenkomsten kunnen organiseren. De kosten voor themabijeenkomsten, conferenties en vergaderfaciliteiten zijn hierdoor bespaard gebleven. Daarmee samenhangend ook de kosten voor onder andere communicatie, drukwerk en merchandise. Totaal zijn de lasten hierdoor €108.000 lager. In 2022 zal de website aan groot onderhoud onderworpen worden. Daarnaast is het de bedoeling dat de uitgestelde bijeenkomsten alsnog worden georganiseerd. Dit zal waarschijnlijk in hybride vorm (fysiek en digitaal) vorm gegoten worden, waarvan inmiddels de ervaring is dat deze duurder zijn. Algemene Reserve en Stelpost €15.000 nadeel baten Bij de Turap 2021 is ter dekking van de kosten €250.000 uit de Algemene Reserve onttrokken. Deze reserve is met de genoemde onttrekking volledig benut.
Komend jaar is het dus niet meer mogelijk om voor dergelijke kosten de reserve aan te spreken. Tevens is ter dekking van de kosten een stelpost van €15.000 aan baten opgenomen. Aangezien deze baten niet zijn gerealiseerd, resulteert dit in een nadeel op de baten. Programma Algemene Dekkingsmiddelen Geen bijzonderheden.
57
Overzicht incidentele baten en lasten In verband met de aanscherping van het financieel toezicht moet volgens de Gemeentewet een overzicht van structureel en reëel evenwicht worden opgenomen in de jaarrekening. Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) is hierop aangepast. Het algemeen bestuur en de financieel toezichthouder zijn nu beter in staat om vast te stellen of er sprake is van een structureel en reëel evenwicht. Van structureel evenwicht is sprake als de structurele (meerjarige) lasten worden gedekt door structurele baten. De bepaling van het structureel evenwicht verloopt als volgt: Totaal van de lasten en lasten van de programma's en algemene dekkingsmiddelen af: de incidentele lasten en baten per programma en algemene dekkingsmiddelen Blijft over het totaal van de structurele lasten en baten programma's en algemene dekkingsmiddelen bij: de structurele verrekeningen met de reserves Geeft het totaal structureel begrotingssaldo en meerjarenraming
De uitgewerkte tabel voor de bepaling van het structureel evenwicht is hierna opgenomen. Die tabel bevat het voorgeschreven: • Overzicht van de incidentele baten en lasten per programma; • Overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
58
Incidentele Lasten / baten Programma
Toelichting
Totaal exploitatie
Lasten 2021
Baten 2021
16.617.223
-15.498.952
1.324.486
-
Maatschappij en Jeugd
1
Transformatiefonds
Maatschappij en Jeugd
2
RMC - Leidse VSV subsidie
104.394
-17.933
Maatschappij en Jeugd
3
Regionale gemeentelijke VSV-projecten
161.413
-176.348
Maatschappij en Jeugd
4
Onderzoek Thuiszitters
36.636
-36.636
Maatschappij en Jeugd
5
Werkagenda Jeugd
222.385
-178.095
Ruimte en Energie
6
Energieakkoord
-
-756.942
Ruimte en Energie
7
Regionale Energie Strategie (RES)
1.068.893
-500.000
Ruimte en Energie
8
Lokale ontwikkelingsstrategie LEADER
90.806
-80.650
Ruimte en Energie
9
Regionale en lokale projecten verkeersveiligheid (RPV)
658.295
-516.801
Totaal incidenteel exploitatie
3.667.307
-2.263.404
Totaal structureel exploitatie
12.949.917
-13.235.548
Toelichting incidentele baten en lasten / saldo structurele exploitatie: Toelichting incidentele baten en lasten
1
Transformatiefonds Jeugd: De gemeente Leiden heeft via het gemeentefonds een extra bijdrage gekregen t.b.v. het transformatiefonds Jeugd. Holland Rijnland voert dit uit. Bij de Tussenrapportage 2021 is besloten de reserve volledig te onttrekken. Echter er is nog steeds een gedeelte van het fonds over. Dit zal worden overgeheveld naar 2022
2
RMC - Leidse VSV subsidie: Het Regionaal Bureau leerplicht (RBL) heeft een subsidie van de gemeente Leiden ontvangen voor het bieden van extra begeleiding naar onderwijs voor Leidse leerlingen.
3
Regionale gemeentelijke VSV-projecten: In het PHO-Maatschappij van 30 oktober 2019 is besloten om een aantal regionale VSV-projecten in de RMC-regio Zuid-Holland Noord gezamenlijk te financieren. Hiervoor is vanuit de gemeenten in totaal 200.000 euro beschikbaar gesteld voor 2020 en 2021. In 2021 is dit budget niet helemaal besteed. Het restant is reeds terugbetaald.
4
Onderzoek Thuiszitters: Holland Rijnland heeft een subsidie ontvangen ten behoeve van het onderzoek Thuiszitters.
5
Werkagenda Jeugd: Kosten voor het opstellen van de werkagenda Jeugd. Hiervoor is een extra bijdrage van de deelnemende gemeentes ontvangen. Het budget dat over is zal worden overgedragen aan de Gemeente Leiden, die als centrumgemeente de voortzetting van de werkagenda op zich zal nemen.
6
Energieakkoord: Holland Rijnland heeft samen met de gemeentes, Hoogheemraadschap, provincie en Omgevingsdiensten een energieakkoord opgesteld. De gemeentes hebben in 2021 €567.966 bijgedragen, het Rijk €138.976 en de provincie €50.000. Het totale budget voor 2021 was daarmee €756.942.
7
RES: Vanuit het Rijk is een bijdrage van €500.000 ontvangen. Hier zijn ook de incidentele lasten met betrekking tot het Energieakkoord meegenomen.
8
LEADER: Kosten voor projecten in het kader van plattelandsontwikkeling, gedekt door een Europese subsidie van de Provincie Zuid-Holland en een aanvullende bijdage van de gemeentes.