CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

C03 ODWH, verzoek indienen zienswijze begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 en 1e begrotingswijziging 2023.pdf

Gemeenteraad 28 april 2022, gemeente HillegomBij agendapunt: 13: Ingekomen stukken15.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 7.738 7.738 7.738 10.797 10.797 10.797 6.403 6.403 6.403 32.475 32.475 32.475 5.512 5.512 5.512 7.068 7.068 7.068 11.015 11.015 11.015 48.667 48.667 48.667 5.521 5.521 5.521 9.504 9.504 9.504 3.153 3.153 3.153 6.519 6.519 6.519 25.632 25.632 25.632 180.004 180.004 180.004

Tabel 5.6 Totaaloverzicht deelnemersbijdrage 2024-2026

Deelnemers (x €1.000) Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal Overige inkomsten Provincie Zuid-Holland aanvullend Subsidies Overige inkomsten Totale opbrengsten

Begroting 2024 Begroting 2025 Begroting 2026 789 805 823 1.089 1.112 1.138 655 664 679 3.312 3.379 3.457 574 583 597 723 738 755 1.118 1.142 1.169 5.160 5.271 5.388 573 583 596 967 985 1.008 326 332 339 776 789 805 2.629 2.689 2.750 18.691 19.072 19.504 42 725 15 19.473

42 725 15 19.854

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

42 725 15 20.286

30 / 53

De Provincie Zuid-Holland heeft naast de bijdrage voor de reguliere werkzaamheden ook aanvullende opdrachten. Onder overige inkomsten is rekening gehouden met extra opdrachten bestaande uit:

Aanvullend budget PZH (x €1.000) Spoed en nazorg Briks-advisering gemeenten E-PRTR Aanvullende bodemtaken Bijenlandschap Totale opbrengsten

2024

2025 0 35 7 0 0 42

2026 0 35 7 0 0 42

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

0 35 7 0 0 42

31 / 53

6

ONTWIKKELINGEN NIET IN DE BEGROTING

Een aantal ontwikkelingen is niet opgenomen in de begroting 2023 en de meerjarenbegroting 20242026. Van deze ontwikkelingen is nog onvoldoende bekend over de te verwachten inzet. Of er is nog onvoldoende afstemming met de deelnemers geweest. Hieronder beschrijven we deze ontwikkelingen. Inwerkingtreding Omgevingswet Op dit moment is de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet nog niet definitief besloten. De beoogde ingangsdatum is nu 1 oktober 2022 of 1 januari 2023. De lasten voor zover te voorzien zijn wel in de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 meegenomen. Nieuwe structurele taken, werkzaamheden of andere onvoorziene lasten die mogelijk nog uit de nieuwe wet voortkomen, zijn niet meegenomen in deze begroting. De taakuitvoering van de opdracht van de provincie kan veranderen, bijvoorbeeld door de introductie van het digitale stelsel omgevingswet (DSO). Daarnaast gaat het bevoegd gezag voor de provinciale bodemtaken grotendeels over naar de gemeenten. In de aanloop naar de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden de gevolgen van de invoering van de wet naar verwachting duidelijker. De dienst gaat er vooralsnog vanuit dat zij de werkzaamheden in het kader van de voorziene overdracht van de bodemtaken en eventuele andere voorgestane wijzigingen ongewijzigd voor de deelnemers blijft uitvoeren.

Met herverdeling van bijdragen in het kader hiervan is in de meerjarenbegroting nog geen rekening gehouden, omdat hierover nog geen enkele helderheid is verstrekt.

7

BEZUINIGINGSLASTEN BEZUINIGINGSLASTEN ALS GEVOLG VAN TAAKSTELLINGEN

Bezuinigingslasten zijn niet aan de orde.

BEZUINIGINGSLASTEN 2023 In het algemeen bestuur van 7 februari 2022 is de Kadernota 2023 vastgesteld. In het financiële kader is geen taakstelling voor 2023 opgenomen.

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

32 / 53

Paragrafen

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

33 / 53

8

PARAGRAFEN

In dit hoofdstuk staan de verplichte paragrafen conform de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Niet alle verplichte paragrafen zijn van toepassing op de dienst. De relevante paragrafen zijn in detail uitgewerkt en gaan over het weerstandsvermogen, risicomanagement en de financiering van de dienst, alsmede de ontwikkeling en verbeteringen in de bedrijfsvoering en het onderhoud van kapitaalgoederen.

WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen geeft een indicatie hoe robuust de (meerjaren-)begroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van de Omgevingsdienst indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot maatregelen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid van de Omgevingsdienst West-Holland ook direct onder druk. Daarom heeft de dienst op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig. In de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement die op 2 november 2015 door het algemeen bestuur is vastgesteld, zijn de uitgangspunten voor het bepalen van de risico's in euro's en de hoogte van het weerstandsvermogen vastgesteld. Hiermee wordt voldaan aan de wens van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het weerstandsvermogen is het saldo van de weerstandscapaciteit en de financiële gevolgen van de risico's. Het weerstandsvermogen geeft samen met het begrotingsresultaat, het verloop van de investeringen, financiering, reserves en voorzieningen en de uitkomsten van de meerjarenraming een indicatie van de financiële positie van de Omgevingsdienst West-Holland. De paragraaf weerstandsvermogen bevat volgens de voorschriften vanuit het BBV ten minste: a.

het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's b. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit c. een inventarisatie van de risico's.

8.1.1 Omvang weerstandsvermogen Uit de risico-inventarisatie in onderstaande paragrafen blijkt dat de omvang van het weerstandsvermogen binnen de maximale omvang van de reserve valt, zoals die in de Gemeenschappelijke Regeling bepaald is. De maximale omvang van de algemene reserve is 5% van de verwachte omzet in 2023 en bedraagt € 961.100. De omvang van de algemene reserve per 1 januari 2023 bedraagt naar verwachting € 1.710.543 en dekt daarmee de geïnventariseerde risico's af. De omvang van de risico's staat toegelicht in bijlage C.

Bepaling omvang weerstandsvermogen Verwachte omzet 2023 Norm weerstandsvermogen Maximale omvang algemene reserve

Bedrag € 19.222.000 5% € 961.100

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

34 / 53

Bepaling vrije ruimte algemene reserve Verwachte algemene reserve per 1 januari Risico impact Vrije ruimte in de algemene reserve

Bedrag € 1.711.000 € 580.000 € 1.131.000

Op basis van de risicoanalyse en inschatting is de risico-impact bepaald voor 2023. Het weerstandsvermogen is voldoende om deze impact op te vangen. Het is niet de inschatting dat alle risico’s daadwerkelijk zullen plaats vinden in 2023. De dienst heeft de juiste beheersmaatregelen getroffen om de risico’s te beperken. Mochten er andere nog niet voorzien risico’s zich voordoen in 2023, dan zal de dienst deze proberen op te vangen binnen de exploitatie. Uitgangspositie bij het bepalen van de verwachte algemene reserve is de stand van de algemene reserve per 31 december 2021 (zie jaarstukken 2021) en de mutaties welke zijn opgenomen in de begroting 2022 van de dienst. Bij de behandeling van de jaarstukken 2021 heeft de dienst aan het Algemeen Bestuur verzocht om enkele bestemmingsreserves ter grootte van € 630.000 te mogen vormen. Het gaat om de volgende bestemmingsreserves: 1. Terugbreng verplichting Schipholweg In 2021 hebben we het pand aan de Schipholweg definitief verlaten en is het huurcontract afgelopen. Conform het huurcontract zou een deel van het pand teruggebracht dienen te worden in de oude staat, echter wordt het pand op dit moment (2022) gebruikt door de RDOG voor de afhandeling van COVID-19. Overeengekomen is dat de terugbrengverplichting wordt uitgesteld, maar deze blijft echter wel bestaan.

Om te kunnen voldoen aan deze verplichting heeft de dienst verzocht om een bestemmingsreserve te mogen vormen ten hoogte van € 50.000,2. IM in control Reeds eerder is met u de situatie van Informatiemanagement gedeeld. De samenvatting is dat het informatiemanagement op dit moment niet adequaat en toekomstbestendig is ingericht. Tevens is met u het plan van aanpak “IM in control” gedeeld met de daarbij ingeschatte kosten. Deze kosten zijn niet voorzien in de begroting 2022 en is mede gezien het bedrag niet op te vangen binnen de lopende exploitatie. Daarom is er door de dienst gevraagd om een bestemmingsreserve te mogen vormen ter hoogte van € 500.000 3. Gevolgen CAO 2021-2022 De gevolgen van de CAO 2021-2022 zijn voor 2021 al in het resultaat opgenomen. Binnen de exploitatie van 2022 is echter geen ruimte om deze extra kosten af te dekken. Hiervoor heeft de dienst verzocht om een bestemmingsreserve te mogen vormen ter hoogte van € 80.000. Deze bestemmingsreserves komen ten laste van de algemene reserve. Na goedkeuring door het Algemeen Bestuur van het verzoek van de dienst betekent dit dat de eindstand 2021 een ander beeld geeft dus ook de beginstand van de algemene reserve per 1 januari 2023 (zie onderstaande tabel) Bepaling vrije ruimte algemene reserve Verwachte algemene reserve per 1 januari Risico impact Vrije ruimte in de algemene reserve

Bedrag € 1.081.000 € 580.000 € 501.000

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

35 / 53

De dienst ziet dat de reserve structureel stijgt de komende jaren boven de afgesproken 5% van de omzet. Daarom zal de dienst in 2022 met voorstellen (van structurele aard) komen over hoe om te gaan met de algemene reserve de komende jaren. Deze zullen verwerkt worden in de 1e begrotingswijziging 2023.

8.1.2 Risicomanagement Algemeen De Omgevingsdienst West-Holland heeft een maatschappelijke doelstelling op het gebied van regulering, toezicht en handhaving op basis van milieu- en bouwwetgeving. Om deze doelstelling ook in de toekomst te kunnen realiseren, treft de dienst waarborgen voor een goede reputatie en een duurzaam gezonde financiële situatie. Dit vindt plaats in het kader van 'good public governance'. Een onderdeel van deze waarborgen is het opzetten en onderhouden van een systeem van risicomanagement. Daarbij wordt het begrip risico breed opgevat als de kans dat een gebeurtenis zich in de toekomst kan voordoen en die gevolgen heeft op de realisatie van de maatschappelijke doelstelling van de Omgevingsdienst West-Holland. Het risicomanagement is geïmplementeerd met het doel: identificatie van risico's, de kwantificering van deze risico's, het bepalen van bijpassende beheersingsmaatregelen en het inbedden in de reguliere planning en control-cyclus. De doelstelling is het borgen van risicomanagement in de organisatie, waarbinnen twee deeldoelstellingen zijn te onderscheiden: 1. Risicobewustzijn; het besef te laten doordringen dat ook (middel)grote en goed bekendstaande organisaties als de Omgevingsdienst West-Holland fouten maken en van die fouten ook kunnen leren.

En dat risico-management één van de instrumenten is om dat besef te laten indalen en fouten tegen te gaan. 2. Inbedden van risicomanagement in de reguliere planning en control-cyclus. De basis voor ingebed risicomanagement is risicobewustzijn. Met die basis worden vervolgens verschillende fasen in systematisch en cyclisch risicomanagement onderscheiden: 1. risico's identificeren 2. risico's analyseren en kwantificeren 3. risico’s eigenaren benoemen en beheersingsmaatregelen vaststellen 4. risico's monitoren aan de hand van risico indicatoren Benoembare specifieke risico's Uit het geheel van bedrijfs- en bestuursrisico’s is er een aantal specifiek benoemd. Dit zijn ze dus niet allemaal, maar het zijn wel de risico's die in de komende jaren specifieke aandacht in de beheersing vragen. In bijlage 3 is de risico-inventarisatie opgenomen. Beheersing De beheersing op de verschillende risico’s vindt plaats door de voortgangsanalyse ervan periodiek te bespreken in het MT. Indien noodzakelijk en mogelijk worden in het MT aanvullende maatregelen afgesproken. De voortgang wordt periodiek besproken met het bestuur, indien nodig zal tussentijds contact gezocht worden met de betreffende vertegenwoordigers van de besturen.

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

36 / 53

Afdekken risico’s In de huidige Nota planning en control is gekozen voor het maximeren van het weerstandsvermogen op 5% van de omzet. In de meerjarenbegroting is uitgegaan van de voorgenomen wijziging in de nieuwe nota planning en control waarbij het weerstandsvermogen moet aansluiten bij de hoogte van de ingeschatte risico’s.

8.1.3 Financiële kengetallen Gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen moeten in de paragraaf Weerstandsvermogen in zowel de jaarrekening als in de meerjarenbegroting, een set van vijf financiële kengetallen opnemen. Dit zijn kengetallen voor de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De laatste twee zijn voor de Omgevingsdienst niet van toepassing.

Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

Realisatie 2021 -4% 11% 9%

Begroting 2022 -1% 15% 0%

Begroting 2023 -6% 22% 1%

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de dienst ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van de totale passiva en geeft aan in welke mate de dienst het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden (in hoeverre is de dienst in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen?). Hoe hoger dit percentage, des te groter de weerbaarheid van de organisatie. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft antwoord op de vraag of de dienst voldoende structurele baten heeft om de structurele lasten te dekken. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.

FINANCIERING Volgens de Wet FIDO (Wet financiering decentrale overheden) is elke gemeente of gemeenschappelijke regeling verplicht een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van de treasury. Rentevisie De dienst heeft geen leningen lopen. Deze worden ook niet verwacht. Risicobeheer Deze paragraaf geeft een inschatting van de risico’s die de dienst gedurende de begroting kan lopen. Onder risico’s worden verstaan koers- en valutarisico’s en de risico’s ten aanzien van rente. Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

37 / 53

Koers -en valutarisicobeheer Koersrisicobeheer: op dit moment bezit de dienst geen derivaten en is er dus geen sprake van koersrisico. Valutarisicobeheer: op dit moment bezit de dienst geen vreemde valuta, dus is er geen sprake van een valutarisico. Renterisico’s De Wet FIDO hanteert voor de beheersing van het renterisico de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De wet normeert via percentages het maximale risico dat een gemeenschappelijke regeling mag lopen op de vaste- (de rente-risiconorm) en de vlottende schuld (de kasgeldlimiet). Rente-risiconorm Aangezien de dienst geen langlopende schulden heeft, is er geen sprake van een mogelijk risico. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om de renterisico’s op kortlopende (opgenomen) geldleningen te beperken. Jaarlijks wordt door het ministerie aangegeven welk bedrag een gemeente mag financieren met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Het betreft een percentage (8,2%) van het totaal van de begroting. Deze limiet mag gedurende het begrotingsjaar in principe niet worden overschreden. Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld omgezet worden in een langlopende schuld.

De toegestane kasgeldlimiet is voor 2023 als volgt bepaald: Kasgeldlimiet Bedrag Begrotingstotaal (lasten) € 18.854.000 Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage 8,20% Kasgeldlimiet € 1.546.028 Op basis van het bovenstaande wordt de kasgeldlimiet gesteld op € 1.546.028. Dit betekent dat de omvang van de vlottende korte schuld minus de vlottende middelen dit bedrag niet mag overschrijden. Dit is voor de dienst niet het geval. Bijdrage deelnemers De wijze waarop de bijdrage van de deelnemers geïnd wordt blijft ongewijzigd. De dienst stuurt voorschotnota’s op basis van de vastgestelde begroting in het algemeen bestuur. De voorschotnota’s zijn gebaseerd op de onderstaande percentages: Eerste kwartaal Tweede kwartaal Derde kwartaal Vierde kwartaal

25% van de begroting 30% van de begroting 25% van de begroting 20% van de begroting

Aan het einde van het jaar vindt een afrekening plaats van het eventuele meer- of minderwerk ten opzichte van de begroting en van het bedrijfsresultaat. Er wordt hierbij rekening gehouden met de minimale en maximale omvang van de algemene reserve.

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

38 / 53

BEDRIJFSVOERING In de paragraaf Bedrijfsvoering staat een aantal speerpunten op het gebied van dienstverlening, verantwoording en kwaliteit opgenomen. Verder verbeteren bedrijfsvoering De focus voor 2023 ligt op het verder ontwikkelen van de organisatie op het gebied van informatievoorziening. Zowel om beter te kunnen voldoen aan de informatiebehoefte van onze deelnemers als het beter kunnen sturen van de organisatie. Informatiemanagement Informatiemanagement is meer dan voorheen een belangrijk onderwerp binnen de dienst. We verwachten in 2023 volledig digitaal te kunnen werken. Dit is niet alleen van belang in het kader van flex- en mobiel werken, het is ook noodzakelijk om in de toekomst aansluiting te krijgen bij het Digitale Stelsel Omgevingswet en om te voldoen aan de Archiefwet. Verder werken wij, als vervolg op de implementatie van een nieuw zaaksysteem, aan de verdere digitalisering van ons primaire proces en met name van de informatie die wij daarin genereren.

ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN De paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen bevat op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) in ieder geval de volgende kapitaalgoederen: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor de dienst is geen van deze onderdelen van toepassing. Het gebouw waar de dienst is gevestigd wordt gehuurd. In bijlage 4 is een overzicht van de investeringen opgenomen. Alle investeringen boven de € 2.500 worden hierin opgenomen. Het betreft de lasten van meubilair, apparatuur, hard- en software en de verbouwingslasten van het gehuurde pand aan de Vondellaan in Leiden. De afschrijvingstermijn van de verbouwingslasten is 10 jaar. Voor de overige afschrijvingstermijnen is veelal de economische levensduur als uitgangspunt genomen. Alle lasten als gevolg van de afschrijving op genoemde investeringen zijn structureel in de begroting opgenomen.

LOKALE HEFFINGEN De dienst is niet bevoegd om lokale heffingen op te leggen. Deze bevoegdheid ligt bij de (deelnemende) gemeenten.

GRONDBELEID Het grondbeleid omvat het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om de vastgestelde ruimtelijke en deels ook economische doelstellingen te realiseren. De dienst heeft geen grondbeleid.

VERBONDEN PARTIJEN De dienst heeft zelf geen verbonden partijen. In bijlage H is een tabel opgenomen voor de paragraaf verbonden partijen van de deelnemers.

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

39 / 53

9

ONDERTEKENING

Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van Omgevingsdienst West-Holland d.d. 11 juli 2022,

de voorzitter,

de secretaris,

Y. Peters-Adrian

M.E. Krul-Seen

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

40 / 53

Bijlagen

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

41 / 53

BIJLAGEN Bijlage A Bijlage B Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G Bijlage H Bijlage I Bijlage J

Formatieoverzicht Urenoverzicht 2021-2026 Risico-inventarisatie Staat van investeringen Meerjarig beeld reserves en voorzieningen Geprognosticeerde balans EMU-saldo Informatie verbonden partijen Stemverhoudingen Omzetverdeling taken

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

42 / 53

BIJLAGE A: FORMATIEOVERZICHT

Formatie 2023 Werkvoorraad (uren obv werkplan 2022) Fte productief (incl flexibele schil) Fte overhead (20% van totaal) Totaal FTE

Norm: 1420 uur Productief 180.004 126,76 31,69 158,45

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

43 / 53

BIJLAGE B: URENOVERZICHT 2021-2026 Deelnemers Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal

Realisatie 2021 7.640 10.756 5.706 29.598 5.249 6.703 10.272 49.752 4.608 9.577 2.641 5.587 21.401 169.490

Begroting 2022 7.680 10.564 5.951 32.475 5.509 7.090 10.272 49.785 5.343 9.460 3.027 6.123 23.315 176.594

Budget (WP) 2022 7.738 10.797 6.103 32.475 5.612 7.068 11.015 49.660 5.571 9.504 3.153 6.519 25.632 180.846

Begroting 2023 7.738 10.797 6.403 32.475 5.512 7.068 11.015 48.667 5.521 9.504 3.153 6.519 25.632 180.004

Begroting 2024 7.738 10.797 6.403 32.475 5.512 7.068 11.015 48.667 5.521 9.504 3.153 6.519 25.632 180.004

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

Begroting 2025 7.738 10.797 6.403 32.475 5.512 7.068 11.015 48.667 5.521 9.504 3.153 6.519 25.632 180.004

44 / 53

BIJLAGE C: RISICO-INVENTARISATIE Inventarisatie risico's Naam risico

Omschrijving risico

Programma Risicocategorie

Speelt vanaf

Ongedekte prijsIn het Financieel kader is een indexatie opgenomen voor het jaar t+2. Hierdoor ontstaat het risico op Alle loonontwikkelingen niet ongedekte loon- en prijsontwikkelingen die plaatsvinden in het jaar t+1, omdat deze kosten pas worden in de indexering gecompenseerd in het jaar t+2. Wet dwangsom en Deze wet heeft tot gevolg dat als de Omgevingsdienst niet binnen de wettelijke (of redelijke) termijn Alle beroep bij niet tijdig beslist op een vergunningaanvraag, de aanvrager het bevoegd gezag in kwestie een brief (een soort beslissen ingebrekestelling) kan sturen met een aanvraag voor een dwangsom. Rechtsgedingen Risico’s die voortvloeien uit rechtsgedingen als gevolg van handelen van de Omgevingsdienst (reguliere Alle taakuitvoering). Robuustheid Heeft de organisatie voldoende kritische massa om haar (wettelijke) taken te kunnen uitvoeren. Het Alle organisatie vervullen van de openstaande vacatures is moeilijk. (organisatorisch) Privatisering bouwtaken Kern voor het Wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen is dat in de toekomst bouwpartners zelf Reguleren hun kwaliteitsborging moeten regelen. De invoering van de wet kan gevolgen hebben voor de benodigde capaciteit binnen de ODWH mede afhankelijk van keuzes die gemeenten moeten maken. Invoering De invoering van de Omgevingswet is wederom uitgesteld.

Op dit moment is het niet duidelijk wanneer Alle Omgevingswet deze daadwerkelijk gaat worden ingevoerd. Door dit uitstel is het risico dat de getroffen maatregelen niet voldoende zullen zijn en dat dit zou kunnen leiden tot substantiele onvoorziene kosten lager geworden. Echter bestaat er nog steeds het risico dat de getroffen voorbereidingen niet voldoende zullen zijn. zowel voor de dienst als voor de deelnemende gemeenten. Tevens leidt de invoering van de Omgevingswet mogelijk tot een verschuiving van werkzaamheden tussen de deelnemers en de dienst.

Financieel

2022

Juridisch

2015

Juridisch

2015

Politiek / bestuurlijk

vanaf 2016

Politiek / bestuurlijk

vanaf 2021

Financieel

vanaf 2020

Uren stuwmeer

Financieel

Vanaf 2020

Financieel

Vanaf 2021 Vanaf 2022

informatisering kosten Bouwtaken Noordwijk

De afgelopen jaren het stuwmeer aan verlofuren afgebouwd, echter door de crisis in 2020 naar Alle aanleiding van het coronavirus en het daarbij behorende reisverbod is er weer een stijgende lijn in het aantal verlofuren. Dit kan leiden tot productieverlies en hogere kosten voor inhuur Verkoop of vervanging kost geld wat niet voorzien is. Ondanks de steeds toenemende automatiseringsgraad, ook in het kader van de Omgevingswet is het de Alle vraag of de dienst in staat is om dit te realiseren. In de gemeente Noordwijk is op basis van een motie een onderzoek gestart naar het functioneren van Alle de dienst en het eventueel terughalen van de bouwtaken richting de gemeente Noordwijk. Hierover is nog geen definitief besluit genomen. Het terughalen van de taken betekent een risico voor de dienst op meerdere vlakken.

Organisatorisch

Risico impact en bepaling hoogte weerstandsvermogen Naam risico

Minimale omvang

Ongedekte prijs-loonontwikkelingen niet in de indexering Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen Robuustheid organisatie (organisatorisch) Rechtsgedingen Privatisering bouwtaken Invoering Omgevingswet Uren stuwmeer informatisering kosten Bouwtaken Noordwijk Totaal omvang en impact risico's

€

€

Verwachte omvang

60.000 €

80.000

Maximale omvang

€

Str./ Bruto Incid. verwachte omvang

Structureel effect maatregelen

-80.000 €

-

Risicoscore waarschijnlijkheid 6

pm

€

-

1

5%

€

-

200.000 pm

€

200.000 2

10%

€

20.000

€ € € € € € €

- 1 - 1 150.000 3 174.375 4 500.000 3 - 4 1.424.375

5% 5% 25% 75% 25% 75%

€ €

37.500 130.781 125.000 613.281

90.000 i

€

80.000 €

S

€

-

50.000 €

100.000

€

150.000 S

€

€ - € € - € € 50.000 € € 116.250 € € 400.000 € € - € € 701.250 €

150.000 174.375 500.000 1.404.375

€ € € € € € €

- S - S 250.000 I 348.750 i 750.000 s - S 2.138.750

€ pm € pm € 150.000 pm € 174.375 pm € 1.000.000 € -500.000 € pm € 2.004.375 € -580.000

Netto verwachte omvang

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

Kans Impact

95%

-

€ € € €

45 / 53

Beheersmaatregelen met structureel effect Om de financiële impact van de risico's te bepalen moet rekening worden gehouden met de structurele effecten van beheersmaatregelen die zijn getroffen om het risico te verminderen, over te dragen of te vermijden. In onderstaande tabel staat per geïdentificeerd risico aangegeven welke aanpak is gekozen en welk (structureel) effect de aanpak heeft. De genoemde bedragen maken onderdeel uit van de risico impact berekening uit de vorige paragraaf. Naam risico

Gekozen aanpak

Ongedekte prijsVermijden loonontwikkelingen niet in de indexering Wet dwangsom en beroep bij niet Accepteren tijdig beslissen Rechtsgedingen Overdragen

Toelichting gekozen aanpak

Effect maatregelen

Bij onderbouwing van de verschillen, tussen begroting en realisatie, wordt € door bestuur verzoek tot compensatie van de deelnemers overwogen. Voor 2022 een bestemmingsreserve aangevraagd. Termijnen om te beslissen worden nauwlettend bewaakt. Het in 2014 ingerichte ServiceburO vervult daarbij een belangrijke rol. Hiervoor is een verzekering voor rechtsbijstand en aansprakelijkheid afgesloten met een daarbij gebruikelijke dekking. Door het verzorgen van de bouwtaken en het natuurlijk verloop van medewerkers staat de bestaande formatie onder druk. Openstaande vacatures worden moeilijk of niet vervuld. Op dit moment wordt er daardoor meer ingehuurd dan wenselijk is. Door een intensievere arbeidsmarkt benadering wordt geprobeerd om de robuustheid van de organisatie te verbeteren.

Structureel effect maat-regelen

-80.000 €

-80.000

pm pm pm pm

Robuustheid organisatie (organisatorisch)

Verminderen

pm pm

Privatisering bouwtaken

Accepteren

Uit een impact analyse van de vereniging BWT die de ODWH heeft uitgevoerd blijkt vooralsnog dat eventuele aanpassingen van de capaciteit (flexibele schil) kunnen worden opgevangen binnen de huidige formatie.

pm pm

Invoering Omgevingswet

Accepteren

pm pm

Uren stuwmeer

Verminderen

informatisering kosten

Verminderen

Bouwtaken Noordwijk

Overdragen

Door te anticiperen op de Omgevingswet en hier vroegtijdig het gesprek te voeren met de deelnemers wordt er duidelijkheid verschaft over deze werkzaamheden en de daarbij behorende uren. De afgelopen jaren is er sterk gestuurd op het verminderen van de stuwmeren. Dit heeft geleidt tot een aanzienlijke vermindering van het aantal uren. In 2020 was er sprake van het coronavirus, waardoor het aantal uren weer is toegekomen. De komende tijd zal er verder gestuurd worden op het verminderen van het aantal uren. In 2020 is er een start gemaakt met doorontwikkeling van het zaaksysteem, € mede in kader van de Omgevingswet. Tevens zal er worden gekeken naar het ontsluiten van de informatie. Beide trajecten zullen leiden tot een herijking van de visie over Informatisering. Tevens zal er gestuurd blijven worden op de budgetten. De nota Planning & Control voorziet in de situatie dat een deelnemer zijn takenpakket wilt terugnemen. Zij zullen dan frictiekosten dienen te betalen aan de dienst van 5x het aantal uren * geldend uurtarief. Totaal €

pm pm

-500.000 €

-500.000

pm pm

-580.000 €

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

-580.000

46 / 53

BIJLAGE D: STAAT VAN INVESTERINGEN Investering

Aanschafwaarde begin 2022

Vermeerderingen 2022

Vermeerderingen 2023

Vermeerderingen 2024

Vermeerderingen 2025

Verbouwingen Verhuizing Vondellaan

€ €

368.922 € 368.922 €

30.000 € 30.000 €

30.000 € 30.000 €

30.000 € 30.000 €

30.000 € 30.000 €

30.000 30.000

€ €

33.939 € 33.939 €

334.983 € 334.983 €

37.836 € 37.836 €

327.147 € 327.147 €

40.836 € 40.836 €

316.311 € 316.311 €

43.836 € 43.836 €

302.476 € 302.476 €

46.836 € 46.836 €

285.640 € 285.640 €

49.836 € 49.836 €

265.804 265.804

Inventaris Meubilair en inventaris

€ €

346.121 € 346.121 €

22.000 € 22.000 €

28.000 € 28.000 €

22.000 € 22.000 €

22.000 € 22.000 €

22.000 22.000

€ €

264.954 € 264.954 €

81.168 € 81.168 €

14.351 € 14.351 €

88.816 € 88.816 €

17.151 € 17.151 €

99.665 € 99.665 €

18.690 € 18.690 €

102.975 € 102.975 €

19.103 € 19.103 €

105.872 € 105.872 €

20.912 € 20.912 €

106.961 106.961

Automatisering en apparatuur Automatisering/ICT Geluidsapparatuur

€ € €

994.296 € 893.383 € 100.912 €

97.600 € 77.600 € 20.000 €

88.000 € 140.000 € 140.000 € 68.000 € 120.000 € 120.000 € 20.000 € 20.000 € 20.000 €

88.000 68.000 20.000

€ € €

759.684 € 668.840 € 90.843 €

234.612 € 224.543 € 10.069 €

121.746 € 110.719 € 11.027 €

210.466 € 191.424 € 19.042 €

125.256 € 115.782 € 9.474 €

173.210 € 143.642 € 29.568 €

119.417 € 106.289 € 13.129 €

193.793 € 157.353 € 36.439 €

134.523 € 118.084 € 16.439 €

199.269 € 159.269 € 40.000 €

126.936 € 106.936 € 20.000 €

160.333 120.333 40.000

Overig Overig (inc. onvoorzien, incidentele vervangingen)

€ €

16.151 € 16.151 €

50.000 € 50.000 €

50.000 € 50.000 €

50.000 50.000

€ €

6.277 € 6.277 €

9.874 € 9.874 €

11.977 € 11.977 €

47.897 € 47.897 €

21.977 € 21.977 €

75.920 € 75.920 €

31.977 € 31.977 €

93.943 € 93.943 €

41.977 € 41.977 €

101.966 € 101.966 €

51.966 € 51.966 €

100.000 100.000

Totaal activa en investeringen

€

1.725.490 € 199.600 € 196.000 € 242.000 € 242.000 € 190.000

€

1.064.853 €

660.637 €

185.910 €

674.327 €

205.220 €

665.106 €

213.920 €

693.187 €

242.439 €

692.748 €

249.650 €

633.098

50.000 € 50.000 €

Vermeerderingen 2026

50.000 € 50.000 €

Cum. afschrijving Boekwaarde Afschrijving Boekwaarde Afschrijving Boekwaarde Afschrijving Boekwaarde Afschrijving Boekwaarde Afschrijving begin begin einde einde einde einde 2022 2022 2022 2022 2023 2023 2024 2024 2025 2025 2026

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

47 / 53

Boekwaarde einde 2026

BIJLAGE E: MEERJARIG BEELD RESERVES EN VOORZIENINGEN Reserves en Voorzieningen Algemene reserve - Resultaat boekjaar - Storting reserves - Onttrekking uit reserves - Afboeking verschil algemene reservE Bestemmingsreserves - Reserve afschrijvingskosten verbouwing Schipholweg Totaal eigen vermogen Voorzieningen - Voorziening huurcontract 4e etage Schipholweg - Voorziening reorganisatielasten P1720 Totaal voorzieningen

594.307 € € € € € - €

Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie 1-jan-23 Mutatie 2023 1-jan-24 1-jan-25 1-jan-26 1-jan-26 2022 2024 2025 2025 789.236 € 1.383.543 € 327.000 € 1.710.543 € 368.000 € 2.078.543 € 308.000 € 2.386.543 € 314.000 € 2.700.543 € 328.000 € 3.028.543 567.238 € € € € € 397.000 € 327.000 € 368.000 € 308.000 € 314.000 € 328.000 -175.000 -2 - € - € - € - € - € - € - € - € € - € -

594.307 € -

789.236 € 1.383.543 € 327.000 € 1.710.543 € -

1-jan-21 €

€

€

Mutatie 2021

-

-

1-jan-22

-

-

-

368.000 € 2.078.543 € 308.000 € 2.386.543 € 314.000 € 2.700.543 € 328.000 € 3.028.543

-

-

-

-

-

-

In bovenstaande tabel zijn de toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene reserve en de bestemmingsreserve opgenomen voor de periode 20212026.

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

48 / 53

BIJLAGE F: GEPROGNOSTICEERDE BALANS Onderstaand is de geprognotiseerde balans voor de jaren 2022 tot en met 2025 opgenomen, waarbij de ontwikkelingen van het eigen vermogen zoals opgenomen in bijlage 4 en het meerjarenbeeld reserves en voorzieningen uit bijlage 5 in de prognosticeerde balansen zijn verwerkt.

Balans (x €1.000) Totaal vaste activa

2023

2024

2025

2026

857

727

737

737

Totaal vlottende activa

8.722

9.160

9.464

9.792

Totaal activa

9.579

9.887

10.201

10.529

Totaal eigen vermogen

2.079

2.387

2.701

3.029

Totaal voorzieningen

-

-

-

-

Totaal vlottende passiva

7.500

7.500

7.500

7.500

Totaal passiva

9.579

9.887

10.201

10.529

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

49 / 53

BIJLAGE G: EMU-SALDO Met ingang van 2018 is conform de vernieuwing BBV de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting. De begroting van de Omgevingsdienst West-Holland is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de overheidsorganisatie, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeentelijke organisaties hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de afschrijvingslasten van de investeringen. EMU Saldo (x €1.000) Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, 1 artikel 17c). (Een nadelig saldo wordt wordt negatief weergegeven). 2 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

Raming 2023 Raming 2024 Raming 2025 Raming 2026

+

368

308

314

328

205

210

235

235

196

242

242

190

-

-

-

-

Nee

Nee

Nee

Nee

377

276

307

373

Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus 3 + de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, 5 die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen 6 in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen 7 transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op 8 exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden 9 betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde 10 exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één 11 Verkoop van effecten: a Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) b Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie? 4

Berekende EMU-saldo

+

+ + -

Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de Omgevingsdienst West-Holland voor het jaar 2022 komt uit op € 371.000. Het betekent dat in EMUtermen de uitgaven lager zijn dan de inkomsten.

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

50 / 53

BIJLAGE H: INFORMATIE VERBONDEN PARTIJEN De gegevens in deze bijlage zijn bestemd voor de paragraaf verbonden partijen van de deelnemers. Informatie voor verbonden partijen A. Naam en de gevestigde plaats Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst WestHolland, gevestigd te Leiden. B. Het openbaar belang dat op deze wijze De regeling is getroffen ter ondersteuning van de behartigd wordt belangen van de deelnemers op het gebied van omgeving en milieu, met name ter behartiging van het gemeentelijk belang van de beleidsontwikkeling op het gebied van omgeving en milieu, alsmede gericht op een efficiënte en doelmatige uitvoering van de gemeentelijke en provinciale taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst WestHolland. C. Het belang dat de provincie onderscheidenlijk De stemverhouding (het belang) 2022 is gebaseerd op de gemeente in de verbonden partij heeft aan de initiële begroting 2022 vastgesteld door het het begin en de verwachte omvang aan het dagelijks bestuur in de vergadering van 7 februari einde van het begrotingsjaar 2022. Het overzicht stemverhouding 2022 is hierna opgenomen. D.

De verwachte omvang van het eigen Eigen vermogen Omgevingsdienst aan het begin en vermogen en het vreemd vermogen van de einde van het begrotingsjaar: verbonden partij aan het begin en aan het einde 1-1-2023: € 1.318.307 van het begrotingsjaar 31-12-2023: € 2.078.543 Vreemd vermogen Omgevingsdienst aan het begin en einde van het begrotingsjaar: 1-1-2023: € 7.500.000 31-12-2023: € 7.500.000 E. De verwachte omvang van het financiële resultaat van de Omgevingsdienst in het begrotingsjaar

Het verwachte resultaat voor begrotingsjaar 2023 bedraagt € 368.000,=.

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

51 / 53

BIJLAGE I: STEMVERHOUDING 2022

* vastgesteld door het dagelijks bestuur in de vergadering van 7 februari 2022.

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

52 / 53

BIJLAGE J: OMZETVERDELING TAKEN Omzetverdeling taken (x €1.000) Programmataken Niet wettelijke taken (VPB plichtig) Totaal inkomsten Programmataken Niet wettelijke taken (VPB plichtig) Totaal inkomsten

Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 € 19.222 € 19.473 € 19.854 €0 €0 €0 € 19.222 € 19.473 € 19.854 100% 0% 100%

100% 0% 100%

100% 0% 100%

Begroting 2026 € 20.286 €1 € 20.287 100% 0% 100%

(Afgeronde bedragen)

Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)

53 / 53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1447/documents/18178