C03 ODWH, verzoek indienen zienswijze begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026 en 1e begrotingswijziging 2023.pdf
Tekst van het document
Van: Noor de Kruif Verzonden: maandag 11 april 2022 16:51 Onderwerp: Verzoek tot indienen zienswijze Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024 2026 én de eerste Begrotingswijziging 2023Omgevingsdienst West-Holland Geachte heer/mevrouw, Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland heeft in haar vergadering van 11 april 2022 ingestemd met het voorleggen van de Begroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026 én de eerste Begrotingswijziging 2023 aan (de raden of provinciale staten van) de deelnemers, zodat deze de mogelijkheid hebben zienswijzen in te dienen. Derhalve ontvangt u hierbij de Begroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026 van de Omgevingsdienst WestHolland. De zienswijzen op de Begroting 2023 en de eerste Begrotingswijziging 2023 worden op 20 juni 2022 behandeld in het dagelijks bestuur voor doorgeleiding naar het algemeen bestuur (voor de vergadering van 11 juli 2022). Om het dagelijks bestuur te kunnen adviseren, verzoek ik u om uw zienswijze voor 1 juni 2022 aan mij door te geven. U kunt uw zienswijzen voor de Begroting 2023 en meerjarenraming 2024 – 2026 en de eerste Begrotingswijziging 2023 uiterlijk in de vergadering van het algemeen bestuur op 11 juli 2022 kenbaar maken. Namens het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst West-Holland, Met vriendelijke groet, Noor de Kruif Bestuursadviseur
Omgevingsdienst West-Holland www.odwh.nl Werkdagen: maandag, dinsdag en donderdag
Aanbiedingsformulier voor DB Agendapunt
6
Datum
11 april 2022
Onderwerp
Eerste begrotingswijziging 2023
Vertrouwelijk
Nee
Doel van agendering
Besluitvormend
Toelichting door
Marlies Krul-Seen
Bijlagen
1.
SharePoint: 202208050
Ontwikkeling Algemene Reserve (ingevoegd)
Besluitpunten Het dagelijks bestuur wordt gevraagd in te stemmen met de (concept) ‘1e begrotingswijziging 2023’, omvattend: - het laten vrijvallen van de jaarlijkse dotatie ad € 368.000 aan de algemene reserve vanaf 2023 - het structureel verhogen van de personeelslasten met € 44.000,- vanaf 2023 - het structureel verlagen van de bijdrage van de deelnemers met € 324.000 vanaf 2023 en deze begrotingswijziging voor te leggen aan de deelnemers (raden en staten) met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen. Aanleiding In 2021 is de financiële situatie van de dienst sneller dan verwacht verbeterd. Door enkele incidentele meevallers als gevolg van COVID-’19 en de vruchten van het effectiever in de markt zetten van sommige diensten is de algemene reserve in 2021 met ca € 900.000,- gestegen. Voor 2022 is de verwachting dat deze trend zich voortzet en dat zou betekenen dat de verwachte algemene reserve per 1 januari 2023 ca. € 1.700.000,- zou bedragen. Dit is ver boven de afgesproken norm voor de algemene reserve van 5% van de omzet van dienst. Aangezien deze aangroei structureel van aard is, heeft de dienst (conform de met u gemaakte afspraken) opnieuw gekeken naar de begroting 2023 en de algemene reserve; dat leidt tot dit voorstel. (Wettelijk) kader De begroting 2023 wordt vastgesteld op grond van de vastgestelde kadernota 2023.
De begrotingswijziging staat als product beschreven in de nota planning en control: “Begrotingswijziging Het is belangrijk dat de begroting actueel is. Om die reden is het van belang dat besluiten met financiële gevolgen zo nodig, met in acht neming van artikel 34 lid 3 van de GR ODWH, worden vertaald in een begrotingswijziging.” Toelichting Algemene reserve Het algemeen bestuur heeft in de nota planning en control vastgelegd dat de norm voor de algemene reserve maximaal 5% van de omzet in een jaar is. Ten tijde van de besluitvorming over de huisvesting aan de Vondellaan is de laatste planning gemaakt op welke termijn de algemene reserve weer op de afgesproken norm zou zijn. Deze planning liet een beeld zien dat de dienst pas in de loop van 2026 deze norm zou bereiken. Dit uitgangspunt is vertaald in de Begroting 2023 en meerjarenraming 2024-2026.
Agendapunt 6 DB 11 april 2022: Eerste begrotingswijziging 2023 (202208050)
1
De werkelijkheid heeft deze planning ingehaald. Door de strakkere sturing op de financiën, de verhuizing naar de Vondellaan en de financieel positieve gevolgen van COVID-’19 (o.a. onder verhuur Schipholweg) zal de dienst eind 2022 naar verwachting de norm van 5% halen. Deze verwachting is aanleiding om de Begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 opnieuw te bezien, conform de aan u gedane toezeggingen. In de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 werd nog rekening gehouden met een dotatie aan de algemene reserve. In bijlage 1 is opgenomen welk meerjarenperspectief voor de algemene reserve dit opleverde. Voor 2023 en verder is het de verwachting dat deze dotatie niet meer noodzakelijk is. Het voorstel is dan ook om de dotaties aan de algemene reserve 2023-2026 te laten vrijvallen. Voor 2023 betekent dit een vrijval van € 368.000,-. Voor de jaren 2024-2026 zal dit worden meegenomen in de begroting voor die jaren. Inhuurkosten Zoals reeds eerder met u gedeeld heeft de dienst te maken met een moeilijke arbeidsmarkt. Deze moeilijke arbeidsmarkt heeft tot gevolg dat vaste medewerkers die vertrekken moeilijk te vervangen zijn en dat daar vaak inhuur voor moet plaatsvinden.
De dienst heeft inmiddels maatregelen genomen door het opzetten van een traineeprogramma, het verbeteren van de arbeidscommunicatie en het gezamenlijk optrekken met de andere omgevingsdiensten binnen Zuid-Holland. Echter, het is niet de verwachting dat deze inspanning volledig resulteert in het oplossen van de arbeidsmarktproblematiek. De dienst verwacht de komende jaren hier nog de gevolgen van te voelen, met name het stijgende uurtarief van inhuurmedewerkers. Waar we vorig jaar nog gemiddeld € 75,- per uur betaalden, betalen we inmiddels gemiddeld € 85,- per uur. Om de verwachte stijging in de inhuurkosten op te vangen, wordt voorgesteld om de post personeelslasten structureel te verhogen, met een bedrag van € 44.000,- in 2023. Bijdrage deelnemers Ten aanzien van de resterende vrijval van € 324.000,- wordt voorgesteld om hiermee de indexatie op basis van het advies van de Commissie FKGR voor 2023 te matigen. Daarmee zal het tarief in de komende jaren minder hard stijgen, hetgeen leidt tot een kostenbesparing voor de deelnemers. Voor 2023 betekent dit dat het in de kadernota 2023 vastgestelde uurtarief van € 97,45 wordt verlaagd naar € 95,65. Dit betekent een indexatiepercentage van afgerond 1,5 % in plaats van 3,4%, een verlaging van 1,9 % (het uurtarief in 2022 bedraagt € 94,25). Per individuele deelnemer geeft dit het volgende beeld.
Agendapunt 6 DB 11 april 2022: Eerste begrotingswijziging 2023 (202208050)
2
Samengevat ziet de 1e begrotingswijziging 2023 er dan als volgt uit:
Omschrijving
Actuele begroting 2023
Personeelskosten Huren en Pachten Goederen/diensten prim.proces Overige goederen en diensten Subsidies Afschrijvingen Vennootschapsbelasting
€ 15.012.000 € 542.000 € 849.000 € 1.521.000 € 725.000 € 205.000 €0
€ 44.000 €0 €0 €0 €0 €0 €0
€ 15.056.000 € 542.000 € 849.000 € 1.521.000 € 725.000 € 205.000 €0
Totaal uitgaven:
€ 18.854.000
€ 44.000
€ 18.898.000
Baten 3.2 3.4 3.4 4.2
€0 -€ 18.497.000 €0 -€ 725.000
€0 €0 € 324.000 -€ 18.173.000 €0 €0 €0 -€ 725.000
-€ 19.222.000
€ 324.000 -€ 18.898.000
Econ. cat. Lasten 1.0 3.2 3.4 3.4 4.2 6.1
Huren en pachten Bijdrage provincie en gemeenten Overige inkomsten Subsidies
Totaal inkomsten:
Mutaties 2023
Begroting na 1e wijziging 2023
Saldo voor bestemming
-€ 368.000
€ 368.000
€0
Bestemming resultaat 6.0 Storting in reserves 6.0 Onttrekking uit reserves Saldo na bestemming
€ 368.000 €0 €0
-€ 368.000 €0 €0
€0 €0 €0
Conclusie Het dagelijks bestuur wordt gevraagd in te stemmen met de (concept) ‘1e begrotingswijziging 2023’, omvattend: - het laten vrijvallen van de jaarlijkse dotatie ad € 368.000 aan de algemene reserve vanaf 2023 - het structureel verhogen van de personeelslasten met € 44.000,- vanaf 2023 - het structureel verlagen van de bijdrage van de deelnemers met € 324.000 vanaf 2023 en deze begrotingswijziging voor te leggen aan de deelnemers (raden en staten) met de mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen.
Aldus ingestemd in de vergadering van het dagelijks bestuur van 11 april 2022, de voorzitter,
de secretaris,
Y. Peters-Adrian
M.E. Krul-Seen
Agendapunt 6 DB 11 april 2022: Eerste begrotingswijziging 2023 (202208050)
3
Bijlage 1: Ontwikkeling Algemene Reserve In de begroting 2023 en de meerjarenraming 2024-2026 werd nog rekening gehouden met een dotatie aan de algemene reserve. Dit geeft het volgende meerjarenperspectief voor de algemene reserve. Tabel 1.1. Verwachte algemene reserve 2022-2026
Verwachte Reserves en voorzieningen 1-jan-22 1-jan-23 1-jan-24 1-jan-25 1-jan-26 Verwachte algemene reserve € 1.382.543 € 1.710.543 € 2.078.543 € 2.386.543 € 2.700.543 Norm algemene reserve 5% € 917.900 € 961.000 € 987.150 € 992.700 € 1.014.300 Verwacht overschot € 464.643 € 749.543 € 1.091.393 € 1.393.843 € 1.686.243 Bij de behandeling van de jaarstukken 2021 wordt voorgesteld aan het Algemeen Bestuur om enkele bestemmingsreserves te vormen ter grootte van € 630.000. Het gaat om de volgende bestemmingsreserves: 1. Terugbreng verplichting Schipholweg In 2021 heeft de dienst het pand aan de Schipholweg definitief verlaten en is het huurcontract afgelopen. Conform het huurcontract zou een deel van het pand teruggebracht dienen te worden in de oude staat, echter wordt het pand op dit moment (2022) gebruikt door de RDOG voor de afhandeling van COVID-19. Overeengekomen is dat de terugbrengverplichting wordt uitgesteld, maar deze blijft echter wel bestaan. Om te kunnen voldoen aan deze verplichting stelt de dienst voor om een bestemmingsreserve te vormen ten hoogte van € 50.000. 2. IM in control Reeds eerder is met u de situatie van Informatiemanagement gedeeld. De korte samenvatting is dat het informatiemanagement op dit moment nog niet adequaat en toekomstbestendig is ingericht. Tevens is met u het plan van aanpak “IM in control” gedeeld met de daarbij ingeschatte kosten.
Deze kosten zijn niet voorzien in de begroting 2022 en zijn mede gezien het bedrag niet op te vangen binnen de lopende exploitatie. Daarom stelt de dienst voor om een bestemmingsreserve te vormen ter hoogte van € 500.000. 3. Gevolgen CAO 2021-2022 De gevolgen van de CAO 2021-2022 zijn voor 2021 al in het resultaat opgenomen. Binnen de exploitatie van 2022 is echter geen ruimte om de extra kosteneffecten in 2022 af te dekken. Hiervoor stelt de dienst voor om een bestemmingsreserve te vormen ter hoogte van € 80.000. De bestemmingsreserves komen ten laste van de algemene reserve. Deze kunnen pas verwerkt worden in de (concept) begroting 2023 na akkoord van het algemeen bestuur (ABvergadering 9 mei 2022). Dit heeft gevolgen voor de algemene reserve (weerstandsvermogen) van de dienst. Na akkoord geeft met meerjarenperspectief het volgende beeld Tabel 1.2. Verwachte algemene reserve 2022-2026 (na bestemming)
Verwachte Reserves en voorzieningen (na bestemming 2021) 1-jan-22 1-jan-23 1-jan-24 1-jan-25 1-jan-26 Verwachte algemene reserve € 752.543 € 1.080.000 € 1.448.000 € 1.756.000 € 2.070.000 Norm algemene reserve 5% € 917.900 € 961.000 € 987.150 € 992.700 € 1.014.300 Verwacht overschot -€ 165.357 € 119.000 € 460.850 € 763.300 € 1.055.700 Agendapunt 6 DB 11 april 2022: Eerste begrotingswijziging 2023 (202208050)
4
Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 24 maart 2022 Status concept
INHOUDSOPGAVE Voorwoord
3
1
Inleiding en Leeswijzer
4
2
Financieel kader Algemeen Gemeenschappelijke Regelingen en het BBV Dienstplan 2022 als basis voor Begroting 2023 Kadernota 2023 Financieringssystematiek Uurtarief 2023 2.6.1 Uurtarief 2023 deelnemers 2.6.2 Uurtarief BIP
7 7 7 8 8 8 9 9 9
3
Strategie 2023 – 2026 Inleiding en Proces Tien-Punten-Plan 2022-2023
10 10 10
4
Programma’s algemeen Milieu en Bodem 4.2.1 Omgevingswet 4.2.2 Milieu- en bodemvergunningen 4.2.3 Projectmatige controles en handhaving 4.2.4 Ondermijning 4.2.5 Samenwerking 4.2.6 Aanvulllingswet bodem Omgevingswet 4.2.7 Wat mag het kosten? Omgevingsadvies 4.3.1 Omgevingswet 4.3.2 Energie, ondergrond en archeologie 4.3.3 Schipholadvisering 4.3.4 Wat mag het kosten? Duurzaamheid 4.4.1 Energietransitie 4.4.2 RES 4.4.3 Klimaatadaptatie 4.4.4 Circulariteit 4.4.5 Regionale samenwerking 4.4.6 Wat mag het kosten? Bouwen 4.5.1 Bouwtaken 4.5.2 Asbestsanering
12 12 13 13 13 13 13 13 14 14 15 15 15 15 16 17 17 17 17 17 18 18 19 19 19
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
1 / 53
4.5.3 Geluidhinder op gevels 4.5.4 Wat mag het kosten? Randvoorwaardelijke taken 4.6.1 Dienstverlening 4.6.2 Omgevingswet en DSO 4.6.3 Strategienota 4.6.4 Investeren in mensen 4.6.5 Wet Bibob en Ondermijning 4.6.6 Wat mag het kosten?
19 19 20 20 20 20 20 20 21
5
Begroting Omgevingsdienst Begroting 2023 Toelichting begroting 2023 5.2.1 Toelichting op de lasten van de begroting 2023 Ontwikkelingen in de begroting 2023 Meerjarenbegroting 2024-2026 Ontwikkelingen in meerjarenbegroting 2024-2026
23 23 25 25 28 29 30
6
Ontwikkelingen NIET in de begroting
32
7
Bezuinigingslasten Bezuinigingslasten als gevolg van taakstellingen Bezuinigingslasten 2023
32 32 32
8
Paragrafen Weerstandsvermogen 8.1.1 Omvang weerstandsvermogen 8.1.2 Risicomanagement 8.1.3 Financiële kengetallen Financiering Bedrijfsvoering Onderhoud kapitaalgoederen Lokale heffingen Grondbeleid Verbonden partijen
34 34 34 36 37 37 39 39 39 39 39
9
Ondertekening
40
Bijlagen
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
42
2 / 53
VOORWOORD Voor u ligt de Begroting 2023. Deze begroting laat zien dat de financiële situatie van dienst structureel in positieve zin verandert. Daar zijn we als dienst en voor de deelnemers blij mee. In de kadernota noemde ik 2023 een strategische tussenperiode: de dienst gaat samen met het nieuwe bestuur in 2023 de visie voor de langere termijn en een nieuwe strategie ontwikkelen. De verwachting is dat er dan meer zicht is op de landelijke ontwikkelingen en de acties en maatregelen die daaruit voortkomen. Daarnaast gaan we in deze nieuwe gemeentelijke bestuursperiode de contacten met de deelnemers intensiveren en zijn we volop bezig allerlei initiatieven te ontplooien die leiden tot meer samenwerking met de andere Zuid-Hollandse omgevingsdiensten. Door nauwe afstemming van informatie en het delen van expertise kunnen we heel gericht ingewikkelde thema’s zoals bijvoorbeeld ondermijning of het opsporen van afvalstromen aanpakken. Dat betekent echter niet dat we u nu voor 2023 geen duidelijke begroting kunnen bieden: onze wettelijke VTH taken gaan onverminderd door, evenals de overige taken die we voor de deelnemers uitvoeren op het gebied van RO-advies en duurzaamheid. Met eventuele wijzigingen in het bouwtakenpakket hebben we nog geen rekening kunnen houden omdat daarover geen duidelijkheid bestaat.
De Omgevingswet die halverwege 2022 van kracht zou worden is opnieuw uitgesteld, nu naar 1 januari 2023. We gebruiken de extra tijd om ons nog beter voor te bereiden op de veranderende werkwijze die de wet met zich meebrengt. De afzonderlijke programma’s houden in de begroting 2023 rekening met het werken met de nieuwe wet: laten we er nu maar een keer echt mee starten! Energiebesparing en de circulaire economie worden steeds belangrijkere thema’s die niet alleen het programma Duurzaamheid aangaan maar door de hele organisatie gedragen en opgepakt worden. De verschillende programma’s werken samen om de deelnemers bij deze grote opgaven te ondersteunen. In dat kader intensiveren we ook onze samenwerking met Holland-Rijnland. Het financiële vertrekpunt voor de begroting 2023 is stabiel. In 2021 legden we de basis voor een toekomstbestendige informatievoorziening, waar we in de komende jaren verder mee aan de slag gaan. Ons doel is een algehele kwaliteitsverbetering op het gebied van sturing en rapportage. Daarnaast investeren we samen met de andere omgevingsdiensten in ons menselijk kapitaal door een goede arbeidsmarktcommunicatie en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden. Sommige mensen zien een begroting als koffiedik kijken. Ik hoop u dat te besparen en u als dienst een heldere blik op de toekomst te geven, waarin we zowel zullen consolideren als doorpakken.
Maar als we nog niet zo helder zijn als we hopen gaan we graag met u in gesprek om u een nadere toelichting te geven!
Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
3 / 53
1
INLEIDING EN LEESWIJZER
De Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (verder te noemen: Begroting 2023) is de meerjarige uitwerking van de financiën voor de door de Omgevingsdienst West-Holland uit te voeren programma’s. Voor de Begroting 2023 zijn de Kadernota 2023, vastgesteld in het algemeen bestuur van 7 februari 2022, en de regelgeving in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) de belangrijkste uitgangspunten. De Begroting 2023 kent de volgende inhoudelijke hoofdstukken: 2. Financieel kader 3. Strategienota 4. Programma’s 5. Begroting Omgevingsdienst 6. Ontwikkelingen niet in de begroting 7. Paragrafen In de leeswijzer lichten we deze hoofdstukken kort toe.
Leeswijzer Hoofdstuk 2. Financieel Kader In het Financieel Kader beschrijven we de onderwerpen die de uitgangspunten vormen voor het opstellen van deze Begroting 2023. In het Financieel Kader zijn de nieuwe tarieven opgenomen. Tevens lichten we de financieringssystematiek toe, zoals die in de Nota Planning en Control is opgenomen. Hoofdstuk 3. Strategienota Er is besloten de Strategienota 2018-2021 te evalueren, en met twee jaar te verlengen, op basis van een concreet actieplan. De nieuwe Strategie zal dan met de nieuwe bestuurders met name in 2023 worden opgepakt, om voor de periode 2024-2027 weer gesteld te staan. Hoofdstuk 4. Programma’s De begroting is inhoudelijk opgebouwd uit verschillende programma’s: Milieu en Bodem, Omgevingsadvies, Duurzaamheid en Bouwen. Daarnaast kennen we Randvoorwaardelijke taken: taken die noodzakelijk uitgevoerd moeten worden voor verschillende of alle deelnemers, om de deelnemers goed te kunnen bedienen en de dienst goed te laten functioneren. Hoofdstuk 5. Begroting Omgevingsdienst De reguliere werkzaamheden en de uitvoering van de speerpunten leiden tot financiële consequenties in de begroting voor 2023 en in de meerjarenraming voor 2024 tot en met 2026. Begroting en meerjarenraming zijn beide opgebouwd uit, door het BBV voorgeschreven, taakvelden; de verschillende posten lichten we uitgebreid toe.
De uren en de bijbehorende lasten hebben we voor de verschillende deelnemers doorgerekend. Tot slot geeft dit hoofdstuk inzicht in de uitputting van reserves en de te behalen financiële resultaten.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
4 / 53
Hoofdstuk 6. Ontwikkelingen niet in de begroting In dit hoofdstuk benoemen we een aantal ontwikkelingen die relevant zijn voor de dienst, maar die we nog niet in de begroting hebben verwerkt, omdat ze nog te prematuur, te onzeker en/of onduidelijk zijn. Mogelijk zal een enkele ontwikkeling alsnog aanleiding geven tot een begrotingswijziging. Hoofdstuk 7. Paragrafen De paragrafen geven op een aantal – door het BBV voorgeschreven – onderdelen toelichting op de beheersmatige aspecten. De paragrafen gaan over onderwerpen die van invloed zijn op de begroting en de financiële positie van de dienst. Daarbij is er aandacht voor bestuurlijke en financiële risicofactoren.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
5 / 53
Financieel kader
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
6 / 53
2
FINANCIEEL KADER ALGEMEEN
In het Financieel Kader beschrijven we de onderwerpen die de uitgangspunten vormen voor het opstellen van deze Begroting 2023. De uitgangspunten uit de Kadernota 2023 hebben we in deze begroting verwerkt. De tarieven worden met 3,40 % geïndexeerd, conform de Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2023, die het Financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden in zijn brief van 1 november 2021 heeft aangegeven. De provincie Zuid-Holland heeft daarnaast de Uitgangspunten Financiële kader 2023 gemeenschappelijke regeling ODWH vastgelegd in haar brief van 2 december 2021. Het Dienstplan 2022 is de inhoudelijke basis voor deze begroting. Het Dienstplan vormt de bundeling van de werkplannen voor de individuele deelnemers, en is daarmee de werkportefeuille voor de dienst. Het Dienstplan is een vaste bijlage bij de Kadernota. De figuur “Dienstplan” is opgenomen in de Nota Planning en Control 2020-2023,
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN EN HET BBV Voor verbonden partijen, waaronder gemeenschappelijke regelingen zoals de Omgevingsdienst West-Holland, is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2018 van kracht geworden. Belangrijke aandachtspunten zijn de uniforme taakvelden en de berekening van de overhead. Uniforme taakvelden Voor de begroting en de jaarrekening schrijft het BBV voor dat de baten en lasten worden ingedeeld naar uniforme taakvelden. De taakvelden kennen een indeling, die in overeenstemming is met de indeling die de gemeenten en de provincie hanteren. Het overzicht van de verschillende taakvelden die betrekking hebben op de dienst is hieronder opgenomen (de nummering is conform het BBV en uniform): 0.1 0.4 7.4 8.1 8.3
Bestuur Ondersteuning organisatie Milieubeheer (programma’s Milieu en Bodem en Duurzaamheid) Ruimtelijke Ordening (programma Omgevingsadvies) Wonen en Bouwen (programma Bouwen)
Overhead Eén van de voorschriften in het BBV is het centraal begroten en ramen van de overhead (taakveld 0.4, Ondersteuning organisatie). De definitie van overhead is beschreven in de “Notitie Overhead” van de commissie BBV. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Per programma(onderdeel) mogen alleen de lasten worden geraamd die betrekking hebben op het primaire proces. Alleen lasten die direct toewijsbaar zijn aan het primaire proces zijn daar opgenomen, de lasten voor overhead worden centraal begroot.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
7 / 53
DIENSTPLAN 2022 ALS BASIS VOOR BEGROTING 2023 Conform de uitgangspunten van de Nota Planning en Control 2020-2023 vormt het Dienstplan 2022 de basis voor de Begroting 2023. In tabel 2.1 is een trendanalyse van de afgelopen jaren opgenomen. Deze maakt zichtbaar dat een aanpassing van de begroting met (slechts) indexatie in eerdere jaren ertoe leidde dat de afwijking tussen de begroting en de werkplannen en realisatie in een jaar steeds groter werd. De koppeling van het dienstplan van een jaar aan de begroting van het daaropvolgende jaar maakt dat schommelingen in de conjunctuur gesignaleerd en gevolgd worden. Zo kan bij een dalende conjunctuur de beweging omlaag tijdig ingezet worden. Tabel 2.1: trendanalyse uren over de jaren 2019 tot en met begroting 2023
KADERNOTA 2023 Het algemeen bestuur heeft op 7 februari 2022 de Kadernota 2023 vastgesteld. Het inhoudelijk deel van de Kadernota is vertaald in de begroting. In de Kadernota is een indexering verwerkt conform de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen”, een uniforme bestuurlijke afspraak tussen de gemeenten in Hollands-Midden. Voor de Provincie Zuid-Holland geldt de Uitgangspunten Financiële kader 2023 gemeenschappelijke regeling ODWH. Voor het jaar 2023 weken deze af en was de toegestane indexatie van de Provincie lager. Bij behandeling van de kadernota heeft de Provincie Zuid-Holland aangegeven dat zij alsnog akkoord waren met de indexering zoals voorgesteld door de Financiële Kaderstelling gemeenschappelijke regelingen. Dit betekent voor de dienst een toegestane indexering van het uurtarief 2023 van 3,40%.
FINANCIERINGSSYSTEMATIEK De lasten van de dienst worden berekend door aan de deelnemers werkelijk gerealiseerde uren tegen het geldende uurtarief, vermeerderd met materiële lasten, in rekening te brengen. Aan het einde van het jaar vindt een afrekening plaats van het bedrijfsresultaat. Hierbij houden we eerst rekening met het bereiken van de minimale en maximale omvang van de algemene reserve.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
8 / 53
UURTARIEF 2023 De uurtarieven zijn aangepast conform de Kadernota 2023.
2.6.1 Uurtarief 2023 deelnemers Conform de vastgestelde indexering in de Kadernota 2023 is het tarief voor 2023 gebaseerd op het tarief uit de Begroting 2022, vermeerderd met de indexering. We gaan uit van een standaard uurtarief van € 97,45 voor de deelnemende gemeenten en de Provincie Zuid-Holland. Dit is als volgt opgebouwd: Tabel 2.2 Uurtarief deelnemende gemeenten en Provincie Zuid-Holland
Tarief begroting Vastgesteld tarief begroting t-1 Indexering in % Indexering in € Tarief begroting
2022 € 93,02 1,33% € 1,23 € 94,25
2023 € 94,25 3,40% € 3,20 € 97,45
2.6.2 Uurtarief BIP De dienst verstrekt bodeminformatie via het Bodem Informatiepunt. Vooral makelaars vragen bodeminformatie op. Hiervoor betalen zij een kostendekkende vergoeding per aanvraag. Tabel 2.3 Uurtarief BIP
Tarief per aanvraag BIP Vastgesteld tarief begroting t-1 Indexering in % Indexering in € Tarief begroting
2022 € 42,15 1,33% € 0,56 € 42,71
2023 € 42,71 3,40% € 1,45 € 44,16
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
9 / 53
3
STRATEGIE 2023 – 2026 INLEIDING EN PROCES
Op 16 maart 2022 vinden de Gemeenteraadsverkiezingen plaats. Voor de dienst als gemeenschappelijke regeling van twaalf gemeenten en de provincie heeft dit vanzelfsprekend gevolgen voor de samenstelling van het bestuur, zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur. De dienst zal in de loop van 2022 een passend kennismakings- en inwerkprogramma voor de nieuwe bestuurders opzetten en uitvoeren. In 2023 zal de dienst samen met het nieuwe bestuur de nieuwe strategie ontwikkelen. De verwachting is dat er dan meer zicht is op de landelijke ontwikkelingen en de acties en maatregelen die daaruit voortkomen, zodat die in de strategie vertaald kunnen worden. Ook de opdracht van de provincie aan de vijf Zuid-Hollandse diensten om een samenwerkingsprogramma op te stellen zal dan tot eerste resultaten hebben geleid. Tot het zover is zal de dienst verder werken aan belangrijke onderwerpen, die te maken hebben met de verbetering van de opdrachtgeversrelatie tussen deelnemers en dienst, en met de interne huishouding van de dienst. Deze zijn verwerkt in het Tien-Punten-Plan 2022-2023, welke op 7 februari 2022 is vastgesteld in het Algemeen Bestuur.
TIEN-PUNTEN-PLAN 2022-2023 Ter concretisering van de ontwikkelingen die in de periode van de verlengde strategie (2022-2023) gewenst danwel noodzakelijk zijn, zijn de navolgende acties geïnventariseerd, gerubriceerd onder tien hoofdpunten (tien-punten-plan): ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Verkiezingen, nieuw bestuur en hernieuwde kennismaking Landelijke en regio-overschrijdende ontwikkelingen en aandachtspunten Intensiveren samenwerking Uitvoeringsbeleid Taken: basistaken, plustaken en maatwerk Dienstverlening Medewerkers en Arbeidsmarkt Financien Sturing en organisatieontwikkeling Informatiemanagement
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
10 / 53
Programma’s
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
11 / 53
4
PROGRAMMA’S ALGEMEEN
De Omgevingsdienst West-Holland is de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van en voor twaalf deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland. De dienst levert een bijdrage aan het verbeteren en bewaken van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving in Holland Rijnland. Om dit te bereiken voert de dienst alle milieutaken uit voor de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude en voor de provincie Zuid-Holland. Voor de gemeente Katwijk is dit in basis uitsluitend het Basistakenpakket, echter heeft de gemeente met ingang van 2022 een aantal aanvullende opdrachten verstrekt aan de dienst. Deze zijn vooralsnog tijdelijk, maar kunnen mogelijk ook voor een langere periode zijn. Daarnaast adviseert de dienst over milieuaspecten bij ruimtelijke planvorming en is de dienst actief op het brede terrein van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Hierbij gaat het om onderwerpen zoals bodem- en luchtverontreiniging, geluidhinder, gevaarlijke stoffen, natuur, omgevingsveiligheid en energie- en waterbesparing. De begroting is inhoudelijk opgebouwd uit vier thematische programma’s: 1. Milieu en Bodem 2. Omgevingsadvies 3. Duurzaamheid 4.
Bouwen Voor de programmastructuur is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij hetgeen gebruikelijk is bij onze deelnemers en het BBV (zie paragraaf 2.1). Naast de programma’s zullen ook de randvoorwaardelijke taken nader worden belicht.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
12 / 53
MILIEU EN BODEM
Het programma Milieu en Bodem zorgt samen met de deelnemers voor een gezonde en veilige leefomgeving door vergunningen te verlenen, toezicht te houden en te handhaven. 4.2.1 Omgevingswet Door de geplande invoering van de Omgevingswet zal het toezicht op bedrijven veranderen in toezicht op activiteiten. Die zijn samengebracht in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De Wet Bodembescherming (Wbb) zal net als de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) overgaan in de Omgevingswet. Dit leidt tot een verschuiving van onze werkzaamheden met meer mogelijkheden voor een integrale en specialistische benadering in 2023.
4.2.2 Milieu- en bodemvergunningen De verwachting is dat door de Omgevingswet de procedure om een milieuvergunning aan te vragen voor de meeste bedrijven korter wordt. Alleen de milieubelastende activiteit waarvoor vergunningplicht geldt, wordt vanaf dat moment in de omgevingsvergunning geregeld. De Omgevingswet gaat uit van een betere kwaliteit vergunningaanvragen. Daarnaast staat participatie hoog op de agenda binnen het gedachtegoed van de Omgevingswet. Vanuit dat kader willen wij graag dat een bedrijf verantwoording aan de omgeving aflegt voor de activiteiten die het onderneemt. Daarnaast spelen er belangrijke ontwikkelingen op gebied van duurzaamheid en circulariteit. Onze rol in deze ontwikkeling kan proactief zijn door bedrijven tijdens het vooroverleg te verleiden na te denken over duurzame oplossingen in een circulaire economie.
4.2.3 Projectmatige controles en handhaving De bedrijven die geen omgevingsvergunning of meldingsplicht hebben, worden opgenomen in onze database en op projectbasis gecontroleerd. Zo houden we ook die bedrijven in beeld. Met risicogericht onderzoek controleren we op deelaspecten binnen een groep bedrijven, bijvoorbeeld op brandveiligheid of lozing van afvalwater. Door dit niet per gemeente te doen, maar in gezamenlijkheid, kunnen we een slimme indeling maken zodat alle bedrijven in een meerjarige cyclus aan de beurt komen. De projectmatige aanpak wordt niet ingezet voor bedrijven en activiteiten met een zwaardere milieubelasting. Deze bedrijven worden periodiek gecontroleerd. Fysieke en onaangekondigde controles zijn in principe standaard.
4.2.4 Ondermijning Het project ondermijning willen we graag programmatisch aanpakken. In 2023 hopen we in samenwerking met gemeenten, waterschappen en andere omgevingsdiensten het beleid en de uitvoering bij elkaar te brengen.
4.2.5 Samenwerking We zetten in op een stevige samenwerking tussen de vijf omgevingsdiensten in de provincie. Bovendien zoeken we aansluiting bij IJmond en Noordzeekanaalgebied, met name om het toezicht op de afvalstromen te intensiveren en eenduidiger te maken.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
13 / 53
4.2.6 Aanvulllingswet bodem Omgevingswet De Aanvullingswet bodem Omgevingswet bepaalt dat de regels uit de Wet bodembescherming (Wbb) blijven gelden voor bodemsaneringen of maatregelen die onder de Wbb zijn beschikt of gestart. Het overgangsrecht is van grote betekenis voor de uitvoeringspraktijk. Het uitvoeren van bodemsaneringen op grond van de Wbb kan in volle gang zijn op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Om te zorgen dat deze saneringen kunnen worden afgerond, is voor een aantal situaties in eerbiedigend overgangsrecht voorzien. Dit betekent dat het kader van de Wbb en de Circulaire bodemsanering blijven gelden op situaties die in de Aanvullingswet bodem zijn aangegeven. Bodemsaneringen duren vaak lang, zeker bij saneringen met nazorgmaatregelen en beheermaatregelen. Daarom heeft het overgangsrecht geen vaste einddatum. De Wbb blijft gelden totdat het besluit tot instemming met een evaluatieverslag of een nazorgplan onherroepelijk is geworden. Het gevolg hiervan is dat de bijdrage van de Provincie Zuid-Holland in de komende jaren geleidelijk zal worden afgebouwd. Hierover zijn afspraken gemaakt met de Provincie in het kader van de ‘warme overdracht’ bodemtaken. Voor nieuwe gevallen van bodemsanering zijn de gemeenten het bevoegd gezag onder de Omgevingswet.
Over de effecten voor de gemeenten worden naar verwachting afspraken gemaakt in het kader van de werkplannen.
4.2.7 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2022 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Milieu en Bodem betekent dit dat de totale lasten € 6.918.491 bedragen.
Begroting programma 2023 Programma Milieu en Bodem Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
€ € €
68.563 6.681.464 237.027 6.918.491
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
14 / 53
OMGEVINGSADVIES
Het programma Omgevingsadvies geeft advies bij ruimtelijke vraagstukken en bouwplannen, met name op het gebied van milieu. 4.3.1 Omgevingswet Naar verwachting zal per 1 januari 2023 de Omgevingswet de Wet op de ruimtelijke ordening vervangen. Hoewel we ons al enkele jaren intensief aan het voorbereiden zijn, betekent het toch een spannend jaar waarin we veel ervaring zullen gaan opbouwen met de nieuwe regels. Het adviseren en toetsen verandert onder de Omgevingswet naar gebiedsgerichte advisering met aandacht voor milieubelastende activiteiten. We hebben daarvoor samen met de deelnemers negen gebiedstypen gedefinieerd. De milieubelasting in het kwetsbare duingebied is bijvoorbeeld heel anders dan in een stadscentrum. De gebiedsdefinities kunnen door de deelnemers gebruikt worden in de omgevingsplannen en bij het participatieproces met de inwoners. De snelheid van levering van adviezen is een aandachtspunt. Er zijn veel specialisten nodig, maar die zijn schaars en dat maakt de dienst op dit punt kwetsbaar.
4.3.2 Energie, ondergrond en archeologie Tot 2029 hebben gemeenten de tijd om omgevingsplannen te maken. Er is onder de Omgevingswet veel mogelijk. Gezondheid en duurzaamheid kunnen bijvoorbeeld ook worden meegenomen in de omgevingsplannen. Hierdoor zullen meer partijen met elkaar gaan samenwerken. Ook hierop zijn we goed voorbereid. We hebben samenwerkingscontracten gesloten met ketenpartners zoals de GGD en de veiligheidsregio. Om de werkprocessen die zeker gaan veranderen onder de Omgevingswet goed te laten verlopen, hebben onze specialisten hun kennis zowel verbreed als verdiept. We hebben vanuit verschillende vragen van deelnemers gezien dat er behoefte bestaat aan specialisten energie, ondergrond en archeologie. In 2023 willen we hiervoor (nog) meer mankracht en kennis in huis halen.
4.3.3 Schipholadvisering We adviseren gemeenten over beleid- en wetgeving rondom Schiphol met name op het gebied van geluid, veiligheid en stikstof. We schrijven bestuurlijke annotaties en bereiden reacties voor. Ook het faciliteren van een secretaris voor het cluster Zuidwest (Kaagbaan) hoort bij onze werkzaamheden. In 2023 hopen we onze samenwerking met cluster Midden-Holland, Holland-Rijnland en de provincie op dossier Schiphol te intensiveren.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
15 / 53
4.3.4 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2022 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Omgevingsadvies betekent dit dat de totale lasten € 3.063.153 bedragen.
Begroting programma 2023 Programma Omgevingsadvies Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
€ € €
31.038 3.024.653 38.500 3.063.153
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
16 / 53
DUURZAAMHEID
Voor het programma Duurzaamheid zijn er in 2023 drie speerpunten waar we samen met de gemeenten en andere omgevingsdiensten in de provincie aan werken: energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. 4.4.1 Energietransitie Het programma richt zich op de uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot energiebesparing en informatieplicht van bedrijven. Het wordt een belangrijk jaar voor de bedrijven want de volgende ronde van de vierjaarlijkse cyclus voor het indienen van een rapportage onder de informatieplicht is in 2023. Bedrijven die deelnamen aan de Meerjarenafspraken Energie-efficiëntie (MJA3/MEE) om hun energiehuishouding te verduurzamen, moeten in 2023 een rapportage voor de Informatieplicht opstellen. Het Energielabel C voor kantoren wordt in 2023 verplicht en er komt meer aandacht voor de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III), met daarin richtlijnen voor de gebouwde omgeving. We continueren onze werkzaamheden hiervoor en maken verdere afspraken met de deelnemers. Er komt een normstelling voor vervoersmanagement binnen de nieuwe Omgevingswet voor bedrijven met meer dan 100 werknemers en vervoersbedrijven. We continueren de al opgepakte werkzaamheden en bereiden ons voor op veranderingen. Indien nodig maken we met de deelnemers verdergaande afspraken over bijbehorende verantwoordelijkheden.
Door verdergaande opdrachtverstrekking is mogelijk een breder palet van duurzaamheidstaken aan de deelnemers aan te bieden zoals een integrale energiecontrole.
4.4.2 RES We continueren onze inzet voor de Regionale Energie Strategie en leveren input voor de geplande RES 2.0. Daarnaast faciliteren we diverse duurzaamheidsfondsen voor gemeenten met het Duurzaam Bouwloket, de onafhankelijke organisatie die bewoners stimuleert en faciliteert in het verduurzamen van de eigen woning. We hopen dat in 2023 ook bedrijven hiervan gebruik kunnen maken. De ontwikkeling van de fondsen zal mede bepaald worden door de toekomstige warmtevragen van de verschillende wijkplannen.
4.4.3 Klimaatadaptatie De komende jaren zullen gemeenten verder vormgeven aan de zeven speerpunten uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Er wordt ruimte gemaakt voor klimaatadaptieve ontwikkelingen met aandacht voor hittestress, wateroverlast en droogte. We adviseren hierbij graag vanuit onze expertise in onder andere duurzaam bouwen, bodemgebruik en ecologie.
4.4.4 Circulariteit We doen aan bewustwording door bedrijven te stimuleren om circulair te ondernemen. Als we de lijn van dit jaar doorzetten verwachten we dat in 2023 steeds meer bedrijven met concrete initiatieven komen waarin we ze faciliteren.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
17 / 53
4.4.5 Regionale samenwerking Samen met de provincie Zuid-Holland en de vijf omgevingsdiensten werken we samen in Netwerkstructuren zoals het Netwerk Nieuwe Energie, en het Netwerk Circulaire economie en Zeer Zorgwekkende Stoffen. Zo trekken we provinciebreed op en ontwikkelen we samen onze kennis en kunde waarmee we bedrijven en deelnemers helpen duurzamer te worden.
4.4.6 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2022 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Duurzaamheid betekent dit dat de totale lasten voor nu € 1.639.401 bedragen.
Begroting programma 2023 Programma Duurzaamheid Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
€ € €
13.702 1.335.260 304.141 1.639.401
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
18 / 53
BOUWEN
Het programma Bouwen kent drie belangrijke taken: asbestsanering, geluidhinder op gevels en bouwtaken. 4.5.1 Bouwtaken Afhankelijk van de politieke keuzes rond de uitvoering van de bouwtaken zullen wij die in 2023 uitvoeren conform de nieuwe Omgevingswet. De besluitvorming daarover zal in 2022 plaatsvinden. We hebben aandacht voor de veranderingen in werkprocessen die de Omgevingswet en de daaraan gekoppelde Wet Kwaliteitsborging Bouwen (Wkb) met zich meebrengt. We zetten ons in om de werkverplichtingen vanuit de Wkb onafhankelijk uit te voeren. Deze taak wordt op momenteel alleen uitgevoerd voor de gemeente Noordwijk.
4.5.2 Asbestsanering Het programma Bouwen voert voor alle deelnemers de wettelijke taken uit op het gebied van asbestsanering. Maatschappelijke ontwikkelingen zoals corona en de stijgende prijzen voor koopwoningen zorgen er voor dat er voorlopig nog geen sprake is van afname van het aantal sloopmeldingen. En waar gesloopt wordt, komt vaak ook asbest vrij. Hoewel asbestsaneringen op den duur zeker gaan afnemen verwachten we in 2023 geen sterke daling. Om de niet gemelde saneringen in beeld te krijgen, doen we vrije veld en wijkgerichte controles.
4.5.3 Geluidhinder op gevels Voor een aantal deelnemers zijn er projecten om geluidhinder te beperken van wegverkeerlawaai bij de aanleg en wijziging van wegen. Hiervoor wordt geluid van wegen gemeten op de gevel van woningen waarna er aanpassingen aan of nabij de woningen wordt gedaan om de hinder aan te pakken. Dit zijn langlopende projecten waarvan de werkvoorraad bekend is. De verwachting is dat het Rijk de (subsidie)regels voor gevelsanering in 2023 gaat veranderen. Wij zullen de deelnemers hierover tijdig informeren.
4.5.4 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2022 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Bouwen betekent dit dat de totale lasten € 4.304.406 bedragen.
Begroting programma 2023 Programma Bouwen Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
43.522 4.241.219 63.187 4.304.406
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
19 / 53
RANDVOORWAARDELIJKE TAKEN
De kwaliteit van dienstverlening van de Omgevingsdienst wordt mede gegarandeerd door de randvoorwaardelijke taken. Hieronder vallen alle diensten, taken en projecten die uitgevoerd worden voor alle deelnemers. 4.6.1 Dienstverlening Communicatie, relatiebeheer, functioneel applicatiebeheer, algemene juridische advisering, voorbereiding en ondersteuning van het bestuurlijk overleg behoren allemaal tot de Randvoorwaardelijke Taken. Bovendien vallen de activiteiten van het informatieloket voor burgers en bedrijven onder deze diensten. We werken voortdurend aan kwaliteitsverbetering van deze diensten waarbij transparantie en servicegerichtheid voorop staan.
4.6.2 Omgevingswet en DSO Met de komst van de Omgevingswet in 2023 worden we aangesloten op het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Daarvoor maken we een koppeling met het zaaksysteem Powerbrowser, onze bron voor vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering. Het is onze prioriteit om de datakwaliteit van de dienst steeds up to date en toekomstbestendig te houden. Met de ervaring die we door het werken onder de Omgevingswet zullen opdoen, kunnen we in 2023 (indien nodig) het zaaksysteem uitbreiden en verdiepende trainingen volgen om de kwaliteit van de dienstverlening te waarborgen.
4.6.3 Strategienota In 2023 wordt een nieuwe strategienota opgesteld die past bij het nieuwe bestuur. Tot het zover is zal de dienst verder werken aan belangrijke onderwerpen. Deze zijn verwoord in een Tien-PuntenPlan 2022-2023 (zie ook hoofdstuk 3).
4.6.4 Investeren in mensen We besteden veel aandacht aan ons personeel en doen ons best een fijne werksfeer en teamgevoel te creëren zodat onze mensen met veel plezier hun werk kunnen doen. De arbeidsmarkt is echter krap en het wordt steeds moeilijker om specialisten te vinden die aan onze kwaliteitsnormen voldoen. Daarom zijn we in 2021 in samenwerking met externe bureaus een meerjarig programma van traineeships gestart. Dit leverde ons meteen al veel enthousiaste nieuwe collega’s op die zich aan het specialiseren zijn in diverse functies. Uiteraard vervolgen we dit succesvolle programma in 2023. Daarnaast intensiveren we onze samenwerking met de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland op het gebied van arbeidsmarktbenadering. We trekken samen op om personeel te werven en kunnen op elkaar rekenen wanneer er ondersteuning nodig is.
4.6.5 Wet Bibob en Ondermijning Door een bredere samenwerking te zoeken met de deelnemers en andere omgevingsdiensten hopen we het team Bibob nog beter te faciliteren. Ons doel is een integrale benadering van de opsporing van verborgen criminaliteit om zo ondermijning in de regio tegen te gaan.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
20 / 53
4.6.6 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2022 zijn de lasten bepaald. Voor de Randvoorwaardelijke Taken betekent dit dat de totale lasten voor nu € 2.364.462 bedragen.
Begroting programma 2023 Programma Randvoorwaardelijk Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
€ € €
23.179 2.258.794 105.668 2.364.462
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
21 / 53
Begroting
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
22 / 53
5
BEGROTING OMGEVINGSDIENST BEGROTING 2023
Specificatie van de lastenbestuurslasten (0.1) Uitsluitend de accountantslasten mogen, en dienen verplicht, voor de Omgevingsdienst WestHolland onder dit taakveld begroot en verantwoord te worden. Specificatie overhead (0.4) Het BBV geeft de volgende definitie van overhead: alle lasten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De lasten van personeel in het primaire proces worden rechtstreeks doorberekend aan de betreffende taakvelden. Uitwerking taakveld overhead Personeel: Het betreft hier de loonlasten van het personeel die we niet direct aan een taakveld kunnen toerekenen, zoals alle leidinggevenden in het primaire proces, financiën, P&O, ICT, inkoop, algemene juridische zaken en bestuurszaken. Personeel dat werkt voor het primaire proces kan worden toegedeeld aan het betreffende taakveld, zoals functioneel beheer van inhoudelijke applicaties, juristen die primaire taken verrichten (bijvoorbeeld vergunningverlening en handhaving). Ook projectleiders en coördinatoren vallen voor het productieve deel buiten de overhead. P&O/HRM: dit betreft lasten die gemaakt worden voor het personeelsbeheer, zoals opleidingslasten, reis- en verblijfslasten, stagevergoedingen, trainingen, werving en selectie, arbodienst, catering en het voeren van de administratie.
Facilitaire zaken: dit betreft lasten die betrekking hebben op verzekeringen, waterverbruik, abonnementen, telefoonlasten, reproductielasten, kantoorbenodigdheden en het wagenpark. Huisvesting: dit betreft lasten die betrekking hebben op kantoorruimten die voor algemene gemeentelijke taken worden gebruikt, zoals kantoorpand, fietsenstalling, schoonmaaklasten en daarnaast het onderhouden/aanschaffen van meubilair. Automatisering en ICT: dit betreft lasten die gemaakt worden voor het aanschaffen van hardware- en software, licenties, onderhoud, systeem- en netwerkbeheer, helpdesk, applicatiebeheer en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. De licentielasten ten behoeve van het zaaksysteem zijn direct toegerekend aan de taakvelden Milieubeheer en Wonen en Bouwen. De overgebleven lasten zijn verantwoord onder overhead. Juridische zaken: dit betreft lasten die betrekking hebben op juridische zaken, zoals de gemeenschappelijke regeling, en juridische advies ten behoeve van de eigen organisatie. Communicatie: dit betreft de lasten die worden gemaakt ten behoeve van de interne communicatie.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
23 / 53
Specificatie Milieubeheer (7.4) Milieubeheer bestaat uit de gemeentelijke en provinciale taken ter bescherming van het milieu. Voor de dienst betekent dit de personeelslasten van de primaire functies binnen de programma’s Milieu, Duurzaamheid en Bodem. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. Specificatie Ruimtelijke Ordening (8.1) Tot dit taakveld behoren taken op grond van de wet Ruimtelijke Ordening, zoals voorbereiden van vaststellen structuurplannen en - visies; BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie); voorbereiden en vaststellen bestemmingsplannen. In de begroting vielen deze werkzaamheden voorheen onder milieu, bij de organisatieontwikkeling is dit ontvlochten en ondergebracht onder het taakveld ruimtelijke ordening. Specificatie Wonen en Bouwen (8.3) Wonen en Bouwen bestaat uit gebiedsontwikkeling, woningvoorraad en huisvestingsvoorziening. Voor de Omgevingsdienst West-Holland betekent dit de personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Bouwen. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. In tabel 5.1 is de taakveldonderverdeling voor de Begroting 2023 opgenomen. Tabel 5.1 Begroting 2023 (bedragen x €1000)
Bestuur
Baten Deelnemersbijdragen uren Deelnemersbijdrage materieel en projecten Overige inkomsten Subsidies Totaal Baten Lasten Personeelskosten Salarissen & soc lasten Inhuur Huisvestingskosten ICT Overige kosten Projectkosten Subsidies Afschrijvingskosten
46
Milieubeheer Ruimtelijke ordening Wonen en Bouwen
10.388 764 725
3.140
11.877 #VERW!
3.140
7.035 6.219 816
2.071 1.831 240
14.503 2.567 337
248 242 764 725
73 71
102 100 85
Overhead
4.120 85 -
-
-
4.204 #VERW!
Totaal
17.648 849 725
-
19.222
3.002 2.654 348 601 477 103
205
15.012 13.270 1.742 601 900 562 849 725 205
#VERW!
Totaal lasten
46
9.014
2.215
3.191
4.388
18.854
Saldo Baten en Lasten
-46
2.863
925
1.014
-4.388
368
Bestemming resultaat Storting in reserves Onttrekking uit reserves Mutatie reserves Saldo na bestemming
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
-368 -368 -
24 / 53
In de begroting 2023 hebben we een aantal effecten verwerkt ten opzichte van de begroting 2022 Hieronder staan de belangrijkste effecten. In paragraaf 5.2 staat een uitgebreide toelichting op de begroting 2023. De belangrijkste effecten verwerkt in de begroting 2023 zijn: 1. Er is een indexatie van 3,40% op de uurtarieven in de deelnemersbijdragen verwerkt conform de Kadernota 2023, zoals vastgesteld in het AB van 7 februari 2022. 2. De vacatures zijn opgenomen in de salariskosten. Onze inzet is nog steeds om vaste mensen aan te nemen voor structureel werk en daarmee de inhuur te beperken. 3. In de begroting zijn mogelijke extra lasten die de voorbereiding en uitvoering van de nieuwe strategienota met zich meebrengt, nog niet opgenomen. Als deze zich voordoen zullen ze apart aan het bestuur worden voorgelegd. 4. De effecten van de inwerkingtreding van Omgevingswet zijn nog niet meegenomen.
TOELICHTING BEGROTING 2023 5.2.1 Toelichting op de lasten van de begroting 2023 Hieronder geven wij per taakveld en lastencategorie een toelichting op de begrote lasten. I.
Toelichting per lastencategorie
Personeelslasten De personeelslasten zijn de lasten voor de salarissen, sociale lasten en overige personeelslasten voor vast personeel. Per taakveld worden de salarislasten zichtbaar gemaakt. De omvang van het vaste personeel is onvoldoende om de gevraagde capaciteit volledig te leveren, daarom is inzet vanuit de flexibele ruimte noodzakelijk. Aangezien we voor de jaren 2023-2026 een gelijkblijvend aantal uren van de deelnemers hanteren, is ook de formatie gedurende deze periode vooralsnog gelijk gehouden. ICT De licentie- en ontwikkelingslasten voor het zaaksysteem zijn naar rato aan de taakvelden Milieubeheer, Ruimtelijke Ordening en Wonen en Bouwen toegerekend. De overige lasten, die gelden voor de hele dienst, zijn onder Overhead opgenomen. Dit betreft ICT lasten zoals netwerk, support, en bedrijfsmatige applicaties zoals Afas. Overige lasten Hieronder vallen de algemene lasten voor onder andere administratie, communicatie, en organisatie gebonden lasten. Deze post is getoetst aan de werkelijke uitgaven van 2021 en ten opzichte van de begroting van 2022, voor 2023 met 2,5 % geïndexeerd conform index voor materieel.
Dit indexatiepercentage is bepaald in de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen”, een uniforme bestuurlijke afspraak tussen de gemeenten in Hollands-Midden en de Uitgangspunten Financiële kader 2023 gemeenschappelijke regeling ODWH van de Provincie Zuid-Holland. Afschrijvingen De afschrijvingslasten zijn geactualiseerd op basis van de werkelijke investeringen tot en met 2021 en de verwachte investeringen in 2022-2026.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
25 / 53
II.
Toelichting per taakveld
Bestuur Dit betreft de lasten van de accountant. Het BBV schrijft voor dat de accountantscontrole onder taakveld Bestuur dient te worden opgenomen. Overhead Hier zijn de personeelslasten en overige kosten verdeeld over de taakvelden. De huisvestings- en afschrijvingslasten zijn volledig aan Overhead toegerekend. ICT-lasten zijn dienstbreed meegenomen, exclusief ICT dienstverlening en Projecten Informatiseringstraject. Milieubeheer Milieubeheer bestaat uit de gemeentelijke taken en provinciale taken ter bescherming van het milieu. Voor de dienst gaat dit over de personeelslasten van de primaire functies binnen de programma’s Milieu/Bodem en Duurzaamheid., en het ServiceburO binnen de afdeling Dienstverlening. De overige personele lasten en ICT zijn pro rato toegerekend aan Milieubeheer. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ordening bestaat uit het adviseren over- en begeleiden van oplossingen voor ruimtelijke vraagstukken, met name op het gebied van milieu. Voor de dienst gaat dit over personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Omgevingsadvies. De overige personele lasten en ICT zijn pro rato toegerekend aan Ruimtelijke Ordening. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. Wonen en Bouwen Wonen en Bouwen bestaat uit gebiedsontwikkeling, woningvoorraad en huisvestingsvoorziening.
Voor de Omgevingsdienst West-Holland betekent dit de personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Bouwen. De opleidingslasten, overige personele lasten en ICT zijn pro rato toegerekend aan Wonen en Bouwen. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
26 / 53
Toelichting op de baten van de begroting 2023 I.
Toelichting per opbrengstcategorie
Deelnemersbijdragen De deelnemersbijdragen zijn gebaseerd op de uren en materiele lasten van het Dienstplan 2022, tegen het tarief dat op basis van de indexering in de Kadernota 2023 in het algemeen bestuur is vastgesteld. Overige inkomsten Dit betreft de inschatting van de aanvullende opdracht van de Provincie Zuid-Holland, inschatting van de subsidies en overige opbrengsten. Tabel 5.2 Opbrengsten
Deelnemers (x €1.000) Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal bijdrage deelnemers Overige inkomsten Provincie Zuid-Holland aanvullend Subsidies Overige inkomsten Totale opbrengsten
Begroting 2023 771 1.065 641 3.240 562 707 1.093 5.052 560 946 319 762 2.572 18.290 192 725 15 19.222
De Provincie Zuid-Holland heeft naast de bijdrage voor de reguliere werkzaamheden ook aanvullende opdrachten. Onder overige inkomsten is rekening gehouden met extra opdrachten ter hoogte van een bedrag van ca. € 192.000 in 2023 bestaande uit: Aanvullend budget PZH (x €1.000) Spoed en nazorg Briks-advisering gemeenten E-PRTR Aanvullende bodemtaken Bijenlandschap Totale opbrengsten
2023 0 35 7 0 150 192
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
27 / 53
II.
Toelichting per taakveld
Overhead Voor 2023 worden er geen baten verwacht op dit taakveld Milieubeheer De deelnemersbijdragen en de overige inkomsten zijn pro rato toegerekend aan Milieubeheer. De materiële- en projectlasten zijn volledig toegerekend aan Milieubeheer. Ruimtelijke Ordening De deelnemersbijdrage en de overige inkomsten zijn pro rato toegerekend aan Ruimtelijke Ordening Wonen en Bouwen De deelnemersbijdragen en de overige inkomsten zijn pro rato toegerekend aan Wonen en Bouwen.
ONTWIKKELINGEN IN DE BEGROTING 2023 In de Begroting 2023 zijn de uren uit het Dienstplan 2022 als uitgangspunt genomen. Het meerjarige urenoverzicht is opgenomen in bijlage B. Voor de toelichting van de uren per deelnemer verwijzen we naar de betreffende werkplannen van 2022 (structurele werkzaamheden). Nog niet alle werkplannen 2022 zijn op het moment van het opstellen van de begroting vastgesteld. Bij significante aanpassingen bereiden we zo nodig een begrotingswijziging voor. Tabel 5.3 Urenoverzicht 2023
Deelnemers Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal
Begroting 2023 7.738 10.797 6.403 32.475 5.512 7.068 11.015 48.667 5.521 9.504 3.153 6.519 25.632 180.004
Toelichting • De uren uit het Dienstplan 2022 zijn voor de raming voor de toekomstige jaren als uitgangspunt genomen. Omdat toekomstige ontwikkelingen in de uren nu niet nauwkeuriger zijn in te schatten zijn we voor de jaren 2023-2026 van hetzelfde aantal uren uitgegaan. • Een uren inschatting voor projecten en subsidies is in bovenstaand overzicht niet meegenomen.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
28 / 53
MEERJARENBEGROTING 2024-2026 Tabel 5.4 Meerjarenbegroting 2024-2026 per taakveld (bedragen x €1000)
0.1 Bestuur 0.4 Overhead 7.4 Milieubeheer 8.1 Ruimtelijke ordening 8.3 Wonen en bouwen Totaal Bestemming resultaat Storting in reserves Onttrekking uit reserves Mutatie reserves Saldo na bestemming
Begroting 2024 Baten Lasten 12.012 3.193 4.269 19.473 -
47 4.483 9.127 2.260 3.249 19.165 -
Saldo -47 -4.483 2.885 933 1.020 308
-308 -308 0
Begroting 2025 Baten Lasten
12.224 3.267 4.363 19.854 -
48 4.607 9.261 2.309 3.315 19.540 -
Saldo -48 -4.607 2.963 958 1.048 314
Begroting 2026 Baten Lasten
12.478 3.344 4.464 20.286 -
49 4.716 9.441 2.362 3.389 19.958 -
Saldo -49 -4.716 3.037 982 1.074 328
-314 -314 -0
-328 -328 0
Korte toelichting op meerjarenbegroting 2024-2026 In de meerjarenbegroting 2024-2026 is een beperkt aantal effecten verwerkt ten opzichte van de begroting 2023. Hieronder staat een toelichting op de begrote lasten en baten. De belangrijkste verwerkte effecten in de meerjarenbegroting zijn: 1. Het streven is om de inhuur terug te brengen en waar mogelijk, voor structureel werk mensen in dienst te nemen. 2. De indexaties vinden plaats op basis van de meerjaren inschatting in lijn met het Financieel Kader Gemeenschappelijke Regelingen Hollands-Midden. 3. De uitvoering van het Tien-Punten-Plan 2022-203, waarvan de uitvoering binnen de geldende financiële kaders dienen te passen (zie Hoofstuk 3) 4. De deelnemersbijdragen zijn gebaseerd op het meerjarige verloop van de uren. Dit verloop wordt in paragraaf 5.5 nader toegelicht.
Agendapunt 5 DB 11 april 2022: Begroting 2023 en Meerjarenraming 2024-2026 (202208050)
29 / 53
ONTWIKKELINGEN IN MEERJARENBEGROTING 2024-2026 Voor de jaren 2024 tot en met 2026 is voor deze meerjarenbegroting uitgegaan van een vooralsnog ongewijzigd takenpakket. Wijzigingen in het takenpakket kunnen in de toekomst leiden tot een bijstelling van de begroting. Hieronder is een overzicht van de urenontwikkeling opgenomen. Tabel 5.5 Uren ontwikkelingen in meerjarenbegroting 2024-2026
Deelnemers Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal