C02 Provalu, Zienswijze ontwerpbegroting 2025, conceptjaarrekening 2023 en de herziene begroting 2024 GR KDB.pdf
Tekst van het document
64,6%
78,2%
63,0%
60,8%
65,0%
69,8%
Structurele exploitatieruimte
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
5.3. Onderhoud kapitaalgoederen Het beleid van de Gr KDB voor het onderhoud van kapitaalgoederen houdt in dat kapitaalgoederen in goede staat gehouden worden ter voorkoming van achterstallig onderhoud. De Gr KDB heeft het volgende pand in eigendom en beheer: ▪
Nijverheidsweg 22 te Voorhout
De Gr KDB en haar deelnemingen zijn gehuisvest aan de Nijverheidsweg 22 te Voorhout. Het onderhoud van het pand is voor rekening van de Gr KDB. Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.
5.4. Financiering De Gr KDB heeft het beleid ten aanzien van de financiering vastgelegd in de financiële verordening. De regels ter uitvoering van de beleidspunten zijn vastgelegd in het treasurystatuut. De activiteiten op het 21
gebied van treasury dienen zo transparant en beheersbaar mogelijk te worden ingericht. De Gr KDB streeft een laag risico na. Op basis van de in deze begroting opgenomen uiteenzetting van de financiële positie en meerjarenraming kan worden geconcludeerde dat er geen externe financiering nodig is. In hoofdstuk ‘6.2.2. Investeringen’ is uiteengezet dat wij voor een betere positionering van Provalu, en de huisvesting terug te brengen naar de huidige tijd, in 2025 willen investeren in de huisvesting. Deze investering kan worden gefinancierd uit de bestaande kredietfaciliteiten. Risicobeheer Voor de beheersing van de renterisico’s gelden twee concrete richtlijnen: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm (beide benoemd in de wet FIDO). Kasgeldlimiet De gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, is voor de Gr KDB gelimiteerd op 8,2% 17 van het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet voor 2025 bedraagt € 2.013.000. Voor 2025 verwachten wij geen overschrijding van de kasgeldlimiet. Renterisiconorm Over langlopende schulden mogen de jaarlijkse aflossingen en renteherzieningen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. De onderstaande tabel bevat de renterisiconorm voor de jaren 2025 tot en met 2028. Renterisiconorm (in duizenden euro’s)
2025 4.910
2026 4.955
2027 4.814
2028 4.741
Doordat de Gr KDB geen langlopende schulden heeft, blijft de Gr KDB binnen de renterisiconorm.
5.5. Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering betreft de sturing en beheersing van de primaire en ondersteunende processen om het voorgenomen beleid en de daarmee samenhangende doelstellingen van de Gr KDB te realiseren. Investeringen binnen de Gr KDB hebben hoofdzakelijk betrekking op de verbeteringen/aanpassingen aan het pand in Voorhout. Voor een nadere toelichting op de investeringen in de huisvesting wordt verwezen naar hoofdstuk ‘6.2.2. Investeringen’. Overige investeringen vinden plaats binnen uitvoeringsorganisatie Provalu. De informatisering en automatisering van Gr KDB worden verzorgd door uitvoeringsorganisatie Provalu. Voor de verdere ontwikkeling van het HRM beleid zijn de hoofdlijnen uitgezet. De instrumenten ‘ontwikkelingsgericht belonen’ en ‘individuele ontwikkelingsplannen’ zijn geïntegreerd. Voorts is een methode ontwikkeld om zoveel als mogelijk de doorstroom van medewerkers in eigen pand naar externe afdelingen, Groen, Detacheren, Schoonmaak en Post te bevorderen. Rechtmatigheidsverantwoording Ook in 2025 moeten wij voldoen aan de wettelijke rechtmatigheidseisen. Het gevolg hiervan is dat het Dagelijks Bestuur van de Gr KDB zelf een rechtmatigheidsverantwoording moet opstellen, die zal worden opgenomen in de jaarrekening. De externe accountant geeft dan alleen nog een controleverklaring af met een oordeel inzake de getrouwheid van de jaarrekening.
De accountant zal haar oordeel geven over de getrouwheid van de jaarrekening waar de rechtmatigheidsverantwoording onderdeel van uitmaakt. Deze rechtmatigheidsverantwoording betreft de rechtmatige uitvoering van de taken en omvat het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium bij de desbetreffende financiële beheershandelingen en transacties.
17
Ter onderbouwing wordt verwezen naar artikel 2 van de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden.
22
5.6. Verbonden partijen De Gr KDB is een gemeenschappelijke regeling van deelnemende gemeenten en daarmee een openbaar lichaam. Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties waarin de Gr KDB een bestuurlijk en financieel belang heeft. Dit geldt uitsluitend voor het belang dat de Gr KDB heeft in MareGroep N.V. (100%), handelend onder de naam Provalu. Indirect is er via MareGroep N.V. een belang in MareFlex B.V. (100%). De samenwerking tussen de Gr KDB en MareGroep N.V. is geregeld in een aanwijzingsbesluit, in een samenwerkingsovereenkomst en een jaarovereenkomst. MareGroep N.V. voert voor de Gr KDB module A Wsw, Module B Beschut en Module C Re-integratie uit. Het beleidskader rondom deelnemingen is niet geformaliseerd, echter het voornaamste uitgangspunt is dat de Gr KDB niet over gaat tot de oprichting van of de deelneming in een privaatrechtelijke rechtspersoon, tenzij op deze wijze een publiek belang wordt behartigd dat niet op een andere wijze tot stand wordt gebracht. Hierna is een overzicht opgenomen van verbonden partijen op geconsolideerd niveau (dat wil zeggen MareGroep N.V. en haar 100% deelneming MareFlex B.V.). MareGroep Vestigingsplaats Rechtsvorm Doelstelling
Financieel belang Kerncijfers
Voorhout Naamloze Vennootschap De Naamloze Vennootschap voert werkzaamheden uit in het kader van de Wet sociale werkvoorziening (module A Wsw), de participatievoorziening beschut werk als voorzien in artikel 10b van de Participatiewet (module B Beschut) en het plaatsen van werkzoekenden, al dan niet met een arbeidsbeperking, bij werkgevers (module C Re-integratie). De Gr KDB heeft een 100%-belang in MareGroep N.V. Bedragen (in duizenden euro’s) Eigen vermogen Vreemd vermogen Resultaat
Risico’s
1-1-2025
31-12-2025
2.908 1.564
2.908 1.564 0
Er zijn geen materiële risico’s waar maatregelen voor getroffen moeten worden.
23
6. Financiële begroting In artikel 20 tot en met 23 van het BBV is vastgelegd welke verplichte onderdelen deel uitmaken van de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenraming en de toelichtingen die hierop gegeven dienen te worden. In de volgende hoofdstukken wordt hieraan invulling gegeven.
6.1.
Overzicht van baten en lasten
Het hierna opgenomen overzicht bevat de meerjarenraming van de lasten en baten per module. Lasten en baten per module (in duizenden euro's)
Begroting 2025
Meerjarenraming 2026
Wet sociale werkvoorziening
-16.757
-15.978
-15.181
-14.345
Participatie-voorziening beschut werken
-3.047
-3.386
-3.725
-4.064
Re-integratie
-4.085
-4.698
-4.830
-4.963
Overhead Totaal lasten
-662
-715
-334
-334
-24.551
-24.777
-24.070
-23.706
Wet sociale werkvoorziening
16.825
16.200
15.395
14.550
Participatie-voorziening beschut werken
3.060
3.433
3.778
4.122
Re-integratie Totaal baten
4.102
4.763
4.898
5.034
23.986
24.396
24.070
23.706
-565
-381
0
0
Toevoegingen aan reserves
0
0
0
0
Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
565
381
0
0
0
0
0
0
Meerjaren- Meerjarenraming raming 2027 2028
Lasten per module
Baten per module
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten
De belangrijkste uitgangspunten voor de meerjarenraming zijn: ▪
Er is geen indexatie in de meerjarenraming meegenomen, zodat de ontwikkeling in lasten (met uitzondering van de overhead) enkel de verwachte wijzigingen in de hoeveelheid mensen en middelen weergeeft. De ontwikkeling in de lasten van overhead heeft betrekking op de kosten van de uitvoering van het implementatieplan, welke specifiek begroot zijn.
▪
De specifieke uitkeringen, welke alleen voorkomen bij module A Wsw en module B Beschut, opgenomen in de meerjarenraming zijn gebaseerd op de septembercirculaire van 2023.
▪
De aantallen per doelgroep, uitgedrukt in fte (uitgaande van een dienstverband van 36 uur per week), waarmee in de meerjarenraming rekening is gehouden zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Doelgroep Module A Wsw: dienstverbanden Module A Wsw: begeleid werken Module B Beschut: dienstverbanden Module C Re-integratie: werkfit trajecten Module C Re-integratie: doelgroepers in dienst
2025 382 57 87 23 38 24
2026 361 54 96 23 56
2027 341 51 106 23 59
2028 319 48 115 23 62
Totaal
587
590
580
567
▪
Voor de netto begeleidingskosten per doelgroep, welke door Provalu aan de Gr KDB in rekening wordt gebracht, wordt in de meerjarenraming verondersteld dat deze zich pro rato verhouden met het aantal fte’s.
▪
De totale gemeentelijke bijdrage, welke is verantwoord onder de baten, is in de onderstaande tabel opgenomen.
Gemeentelijke bijdrage - Alle modules (in duizenden euro's)
Begroting 2025
Meerjaren- Meerjaren- Meerjarenraming raming raming 2026 2027 2028 2.423 2.344 2.294
Hillegom
2.380
Katwijk
8.191
8.121
7.972
7.731
Lisse
2.205
2.168
2.140
2.060
Noordwijk
3.564
3.614
3.562
3.456
Oegstgeest
764
733
697
662
Teylingen
3.569
3.633
3.500
3.454
Wassenaar Totaal
1.072
1.066
1.007
993
21.745
21.757
21.223
20.650
▪
Het verschil tussen de totale lasten en de gemeentelijke bijdrage van alle modules heeft betrekking op loonkostensubsidies, begeleidingsopbrengsten DGI en de subsidies inzake arbeidsmarkttoeleiding.
25
6.2.
Uiteenzetting van de financiële positie
6.2.1. Geprognosticeerde balans Activa (in duizenden euro's) Materiële vaste activa
Realisatie Herziene Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 Begroting 2025 2026 2027 2028 2024 3.786 3.600 6.050 5.657 5.264 4.871
Financiële vaste activa
45
45
45
45
45
45
Totaal vaste activa
3.831
3.645
6.095
5.702
5.309
4.916
Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar
2.729
1.761
50
50
50
50
Liquide middelen
-
250
250
250
250
250
Overlopende activa
778
300
100
100
100
100
Totaal vlottende activa
3.507
2.311
400
400
400
400
Totaal activa
7.338
5.956
6.495
6.102
5.709
5.316
-
-
-
-
-
Passiva (in duizenden euro's) Algemene reserve
1.960
1.960
1.960
1.960
1.960
1.960
Bestemminsreserve
2.489
2.696
2.131
1.750
1.750
1.750
Het gerealiseerde resultaat
295
-
-
-
-
-
Totaal eigen vermogen
4.744
4.656
4.091
3.710
3.710
3.710
Netto vlottende schulden
1.974
700
1.804
1.792
1.399
1.006
620
600
600
600
600
600
Totaal vlottende passiva
2.594
1.300
2.404
2.392
1.999
1.606
Totaal passiva
7.338
5.956
6.495
6.102
5.709
5.316
Overlopende passiva
26
Toelichting op de geprognosticeerde balans: ▪
De mutaties in de materiële vaste activa hebben betrekking op de verwachte jaarlijkse afschrijvingen, met in 2025 een eenmalige investering in de huisvesting.
▪
Uit de geprognosticeerde balans blijkt dat de ‘Uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar’ afnemen met € 1.711.000 van € 1.761.000 naar € 50.000. Deze afname houdt verband met de investering in de huisvesting, waarvoor de uitzettingen in ’s Rijks schatkist en de andere beschikbare liquiditeiten zullen worden aangewend.
▪
De overlopende activa tot en met 2025 hebben betrekking op het lage-inkomensvoordeel (€ 200.000) en nog te ontvangen subsidies in het kader van arbeidsmarkttoeleiding (€ 100.000). Doordat het lage-inkomensvoordeel met ingang van 2025 komt te vervallen, is hiervoor vanaf 2025 geen reservering meer voor opgenomen.
▪
In de meerjarenraming wordt ervan uitgegaan dat het gerealiseerde resultaat van 2023 in 2024 wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve ‘Doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu’. Voor het verdere verloop van het eigen vermogen wordt verwezen naar hoofdstuk ‘6.2.42 Reserves’.
▪
Bij het begroten van de netto vlottende schulden wordt ervanuit gegaan dat de rekening-courant saldo’s met uitvoeringsorganisatie Provalu binnen het jaar worden afgerekend. Als gevolg hiervan nemen de netto-vlottende schulden af in 2024. In 2025 nemen de ‘Netto vlottende schulden’ toe met € 1.104 van € 700.000 naar € 1.804.000, als gevolg van de eerder genoemde investering in de huisvesting. Deze investering kan binnen de bestaande kredietfaciliteiten gefinancierd worden.
▪
De overlopende passiva hebben met name betrekking op nog te betalen loonkostensubsidies en zijn in de tijd redelijk constant.
6.2.2. Investeringen Eén van de initiatieven die nader is uitgewerkt in het implementatieplan18 is de aanpassing van de huisvesting. Vanuit de doelstellingen voor de positionering van Provalu volgt een ander plan van eisen voor de huisvesting. Het huidige gebouw is dertig jaar geleden ingericht als Sociale werkvoorziening, voornamelijk gericht op productiehallen met kantoorruimte oude stijl. Door Provalu te positioneren als ontmoetingscentrum is een bijpassende invulling van het gebouw voor veel kandidaten, collega’s en ketenpartners een belangrijke factor om Provalu positief te evalueren. Na dertig jaar is het gebouw en de inrichting voor een groot deel afgeschreven, en is het met de nieuwe toekomstvisie tijd om het gebouw toekomstbestendig te maken door het te moderniseren, beter te klimatiseren, en aan te passen aan nieuwe gebruikerseisen voor de komende jaren. De totale investering uit hoofde hiervan bedraagt € 3.068.000, waarvan € 2.650.000 voor rekening van de Gr KDB komt.
6.2.3. Financiering Voor een toelichting op de financiering wordt verwezen naar hoofdstuk 5.4 Financiering.
18
Implementatieplan Provalu, vastgesteld d.d. 25 april 2024.
27
6.2.4. Reserves De reserves bestaan uit de Algemene reserve en Bestemmingsreserves. Hierna is het verloop van alle individuele reserves opgenomen. Reserves (in duizenden euro's) Algeme reserve
Herziene Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2024 1.960 1.960 1.960 1.960 1.960
Bestemmingsreserve: Groot onderhoud
-
-
-
-
-
1.750
1.750
1.750
1.750
1.750
946
381
-
-
-
Totaal bestemmingsreserve
2.696
2.131
1.750
1.750
1.750
Totaal reserves
4.656
4.091
3.710
3.710
3.710
Wsw Doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu
Het verloop van de bestemmingsreserve ‘Doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu’, welke dient ter dekking van de incidentele lasten voorvloeiend uit het implementatieplan, is hierna opgenomen. Doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu (in duizenden euro's)
Herziene Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2024
Stand per 1 januari
957
946
381
0
0
- Herallocatie bestemmingsreserve 'Groot onderhoud'
77
0
0
0
0
- Extra middelen infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijven
600
0
0
0
0
Totaal toevoegingen
677
0
0
0
0
- Arbeidsdiagnosecentrum
-40
0
0
0
0
- Leerlijnen
-65
-45
0
0
0
- Ontwikkeltraject doelgroepers
-36
-71
-31
0
0
- Positionering huisvesting
-50
-283
0
0
0
0
-50
0
0
0
- Organisatie aanpassing
-395
0
-350
0
0
- ICT
-55
-100
0
0
0
- Onvoorzien
-47
-16
0
0
0
Totaal onttrekkingen
-688
-565
-381
0
0
Stand per 31 december
946
381
0
0
0
Toevoegingen:
Onttrekkingen:
- Positionering internet portaal
Eind 2025 zal deze reserve worden geëvalueerd op basis waarvan een eventueel overschot in 2026 wordt uitgekeerd aan de deelnemende gemeenten.
28
6.2.5. Voorzieningen De Gr KDB heeft geen voorzieningen gevormd.
6.2.6. EMU-saldo In het Besluit Begroting en Verantwoording is de verplichting vastgelegd dat het geraamde EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar, het begrotingsjaar jaar en de drie daar op volgende jaren moet worden opgenomen. Het EMU-saldo of vorderingensaldo is het financieringssaldo waarin het exploitatie resultaat wordt gecorrigeerd voor baten en lasten die geen financiële uitgaven of inkomsten zijn. EMU-saldo (in duizenden euro's)
Herziene Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2025 2026 2027 2028 2024
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves
-88
-565
-381
-
-
Mutatie (im)materiële vaste activa
186
-2.450
393
393
393
Mutatie voorzieningen
-
-
-
-
-
Mutatie voorraden Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Berekend EMU-saldo
98
-3.015
12
393
393
6.2.7. Overzicht per taakveld Conform het BBV dient een overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld te worden opgenomen. Hierna is een totaaloverzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld voor het begrotingsjaar 2025 opgenomen. Overzicht taakvelden (in duizenden euro's)
Lasten
Baten
Resultaat per taakveld 460 -802
0.4 Overhead
-1.262
0.5 Treasury
140
0
140
0
565
565
-16.757
16.825
69
0.10 Mutaties reserves 6.4 Begeleide participatie (module A Wsw) 6.5 Arbeidsparticipatie (module B Beschut en module C Reintegratie)
-7.132
7.161
29
Totaal
-25.011
25.011
0
29
7. Bijlage 1: Bijdragen per gemeente De onderstaande tabellen bevatten de totale bijdrage per gemeente voor alle modules tezamen en de bijdrage per gemeente per module. Gemeentelijke bijdrage - Alle modules (in duizenden euro's) Hillegom
Herziene Begroting Begroting 2025 2024 2.371 2.380
Meerjaren- Meerjaren- Meerjarenraming raming raming 2026 2027 2028 2.423 2.344 2.294
Katwijk
8.327
8.191
8.121
7.972
7.731
Lisse
2.196
2.205
2.168
2.140
2.060
Noordwijk
3.513
3.564
3.614
3.562
3.456
Oegstgeest
810
764
733
697
662
Teylingen
3.588
3.569
3.633
3.500
3.454
Wassenaar Totaal
1.095
1.072
1.066
1.007
993
21.900
21.745
21.757
21.223
20.650
Volledigheidshalve wordt hier nog opgemerkt dat in het kader van het project ‘Sturing & Samenwerking’ de verdeelsleutels, op basis waarvan de kosten van de modules worden verdeeld over de gemeenten, zijn geëvalueerd. De verdeelsleutels die hierna per module zijn toegepast zijn hierop gebaseerd. Gemeentelijke bijdrage - Module A Wsw (in duizenden euro's) Hillegom
Herziene Begroting Begroting 2025 2024 1.855 1.782
Meerjaren- Meerjaren- Meerjarenraming raming raming 2026 2027 2028 1.747 1.633 1.548
Katwijk
6.871
6.495
6.206
5.971
5.644
Lisse
1.720
1.652
1.543
1.486
1.377
Noordwijk
2.584
2.481
2.391
2.287
2.127
Oegstgeest
762
711
673
630
590
Teylingen
2.795
2.653
2.598
2.406
2.301
Wassenaar Totaal
1.076
1.051
1.042
981
964
17.663
16.825
16.200
15.395
14.550
De kosten van module A Wsw worden over de deelnemende gemeente verdeeld op basis van de prognose van het gemiddeld aantal SE’s per gemeente, welke zijn gebaseerd op de septembercirculaire van 2023. Gemeentelijke bijdrage - Module B Beschut (in duizenden euro's) Hillegom
Herziene Begroting Begroting 2025 2024 195 218
Meerjaren- Meerjaren- Meerjarenraming raming raming 2026 2027 2028 247 272 297
Katwijk
431
482
547
602
658
Lisse
156
174
197
218
238
Noordwijk
258
289
327
360
394
Oegstgeest*
48
53
60
67
73
Teylingen
360
403
457
503
550
Wassenaar* Totaal
19
21
24
26
28
1.466
1.640
1.858
2.048
2.237
* Nemen niet deel aan mo dule 'B B eschut'. De gemeentelijke bijdrage betreft hier de inko o p van beschutte werkplekken do o r deze gemeenten.
De kosten van module B Beschut worden over de deelnemende gemeente verdeeld op basis van de realisatie.
30
Gemeentelijke bijdrage - Module C Re-integratie (in duizenden euro's)
Herziene Begroting 2024
Begroting 2025
Meerjarenraming 2026
Meerjaren- Meerjarenraming raming 2027 2028
Hillegom
322
381
429
439
448
Katwijk
1.026
1.214
1.369
1.399
1.429
Lisse
320
379
427
437
446
Noordwijk
671
794
896
915
935
Oegstgeest
-
-
-
-
-
Teylingen
433
513
578
591
604
Wassenaar Totaal
-
-
-
-
-
2.772
3.280
3.699
3.780
3.863
De kosten van module C Re-integratie worden over de deelnemende gemeente verdeeld op basis van het aantal bijstandsuitkeringen (50%) en het aantal huishoudens met een laag inkomen (50%) per gemeente.
31