C02 Provalu, Zienswijze ontwerpbegroting 2025, conceptjaarrekening 2023 en de herziene begroting 2024 GR KDB.pdf
Tekst van het document
Pagina 27
Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening wordt vastgesteld met inachtneming van hetgeen omtrent de financiële positie op de balansdatum is gebleken tussen het moment van opmaken van de jaarstukken en het tijdstip van vaststelling daarvan, voor zover deze aanvullende informatie onontbeerlijk is voor het bedoelde i nzicht. Hierna is per onderdeel zoals opgenomen in het overzicht van baten en lasten een analyse opgenomen van de belangrijkste afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de jaarstukken.
Toelichting op de module sociale werkvoorziening Realisatie
Bruto loonkosten Kosten begeleid werken Gemeentelijke bijdrage Subsidieresultaat Netto begeleidingsopbrengsten Provalu Wsw Aanvullende gemeentelijke bijdrage Resultaat module sociale werkvoorziening Toerekening overhead Eindresultaat na toerekening overhead
Begroting na wijziging Realisatie 2023 2023 2022 € € €
-15.238 -716 15.341 -613 -66 558 -121 -129 -250
-14.923 -720 15.341 -303 -66 558 190 -190 0
-15.270 -713 15.250 -733 0 1.480 747 -560 188
Het verschil tussen de begroting na wijziging en de realisatie is € 302.000 nadelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende: Toelichting
Categorie
Het gemiddeld aantal Wsw dienstverbanden valt hoger uit dan begroot (realisatie: 414,7; begroting: 412,3) door een lager uitstroom Bruto loonkosten dan verwacht. In 2023 is de cao SW tussentijds opengebroken en aangepast. De LPO-verhoging is naar voren gehaald en per 1 oktober 2023 doorgevoerd (€ 72K) én er is een eenmalige uitkering van € 75 bruto Bruto loonkosten toegekend voor gemaakte reiskosten in 2023 (€ 31K). De loonkosten per fte zijn hoger dan begroot, gedeeltelijk door de hiervoor gegeven toelichtingen maar ook doordat onkostenvergoedingen en transitievergoedingen hoger uitvallen dan begroot. Bruto loonkosten Het gemiddeld aantal Begeleid Werkers valt lager uit dan begroot Kosten begeleid (realisatie: 62,4; begroting: 64,6) door een hogere uitstroom dan verwacht. werken Totaal
Pagina 28
Bedrag x € 1.000
-88
-103
-124
5 -310
Indicatoren programmabegroting module A Wsw Begroting na wijziging
Realisatie
Realisatie
2023
2023
2022
415 62 477
412 65 477
441 63 504
Subsidieresultaat per fte Netto begeleidingsopbrengsten Provalu per fte Overheadlasten GR KDB per fte Gemeentelijke lasten per fte (incl. overhead)
-1.285 -138 -271 -1.695
-635 -138 -397 -1.171
-1.455 -1.111 -2.566
Gemeentelijke lasten per fte (totaal incl. dekking subsidies)
33.853
33.335
32.843
Loonkosten per fte (dienstverbanden Provalu) Vergoeding begeleid werken per fte
-36.748 -11.477
-36.191 -11.152
-34.643 -11.335
Gemiddeld aantal fte dienstverbanden Gemiddeld aantal fte Begeleid Werken Totaal
Toelichting op de module Participatievoorziening beschut werken Realisatie
Bruto loonkosten Loonkostensubsidies Gemeentelijke bijdrage Subsidieresultaat Netto begeleidingskosten Provalu Beschut Aanvullende gemeentelijke bijdrage Resultaat module participatievoorziening beschut werken Toerekening overhead Eindresultaat na toerekening overhead
Pagina 29
Begroting na wijziging Realisatie 2023 2023 2022 € € € -1.833 968 713 -152 -143 490
-2.116 1.098 698 -320 -143 490
0 0 0 0 -483 655
195 -16 179
27 -27 0
172 -17 155
Het verschil tussen de begroting na wijziging en de realisatie is € 168.000 voordelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende: Toelichting
Bedrag x € 1.000
Categorie
Bruto loonkosten Het gemiddeld aantal dienstverbanden valt lager uit dan begroot (realisatie: 67,4; begroting: 78,4) door een lager instroom dan verwacht. Hogere 'Bruto loonkosten' doordat de gemiddelde loonkosten per fte Bruto loonkosten hoger uitvalt dan begroot (realisatie: € 27.200; begroot: € 27.000).
298
Door het lager uitvallen van de 'Bruto loonkosten' vallen de 'Loonkostensubsidies' ook lager uit. Deze houden immers een-opeen verband met elkaar. De gemeentelijke bijdrage valt hoger uit dan begroot doordat nietdeelnemende gemeenten beschut werkplekken hebben ingekocht. Totaal
-130
-16
Loonkostensubsidies Gemeentelijke bijdrage
15 168
Indicatoren programmabegroting module B Beschut Begroting na wijziging
Realisatie
Realisatie
2023
2023
2022
67,4
78,4
63,3
Subsidieresultaat per fte Netto begeleidingskosten Provalu per fte Overheadlasten GR KDB per fte Gemeentelijke lasten per fte (incl. overhead)
-2.257 -2.122 -237 -4.616
-4.075 -1.831 -348 -6.254
-7.626 -267 -7.893
Gemeentelijke lasten per fte (totaal incl. dekking subsidies)
-29.558
-29.179
-7.893
Loonkosten per fte
-27.200
-27.000
-
Gemiddeld aantal fte
Pagina 30
Toelichting op de module Participatievoorziening re-integratie Realisatie
Begroting na wijziging Realisatie 2023 2023 2022 € € €
Re-integratiekosten begeleiding intern
-2.115
-1.821
-2.513
Externe kosten Loonwaarde metingen Kosten Jobcoaching Netto begeleidingskosten Provalu Werkfit trajecten Lasten inzet re-integratie instrumenten
-130 -94 -290
-316 0 -84
0 0 0
-68 -582
-68 -468
0 0
Bruto loonkosten DGI Loonkostensubsidies Netto begeleidingsopbrengsten DGI Lasten trajecten tijdelijke banen DGI
-400 136 75 -189
-283 86 75 -122
0 0 0 0
Totaal Lasten Re-integratie
-2.886
-2.411
-2.513
Jongerenloket Overige gemeentelijke bijdrage Re-integratie Subsidies arbeidsmarkttoeleiding Participatiebudget Nieuw Wajong Participatiebudget Nieuw Begeleiding Algemene uitkering Re-integratie Klassiek Totaal baten Re-integratie
155 2.299 294 0 0 0 2.747
143 2.299 0 0 0 0 2.442
406 5 0 420 1.005 985 2.821
Resultaat module Re-integratie Toerekening overhead Eindresultaat na toerekening overhead
-139 -24 -163
30 -30 0
308 -88 220
Pagina 31
Het verschil tussen de begroting na wijziging en de realisatie is € 169.000 nadelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende: Bedrag x € 1.000
Toelichting
Categorie
Zie de hiervoor opgenomen toelichting. De ESF-subsidie voor arbeidsmarkttoeleiding is door de GR KDB een-op-een doorgestort naar Provalu N.V. omdat hier de werkzaamheden plaatsvinden.
Reintegratiekosten begeleiding intern Reintegratieinstrumenten Bruto loonkosten DGI
-293
Hogere 'Bruto loonkosten' doordat de gemiddelde loonkosten per fte Bruto loonkosten hoger uitvalt dan begroot (realisatie: € 32.421; begroot: € 28.000). In DGI de begroting werd uitgegaan van een andere leeftijdenmix.
-55
Door het hoger uitvallen van de 'Bruto loonkosten' vallen de 'Loonkostensubsidies' ook hoger uit. Deze houden immers een-opeen verband met elkaar. Na het opstellen van de herziene begroting van 2023 is bekend geworden dat wij in aanmerking kwamen voor de ESF-subsidie voor arbeidsmarkttoeleiding van mensen met een kwetsbare arbeidsmarktpositie. Doordat de werkzaamheden dienaangaande in Provalu N.V. worden uitgevoerd, is deze subsidie doorgestort naar Provalu N.V. Daarnaast zien we dat de baten uit hoofde van het Jongerenloket hoger uitvallen dan begroot (€ 12.000). Totaal
Loonkostensubsidies
50
Baten reintegratie
306
De kosten van re-integratieinstrumenten vallen hoger uit dan begroot. Dit hangt samen met het hogere aantal gerealiseerde plaatsingen (begroot: 200; gerealiseerd: 244). Het gemiddeld aantal DGI-dienstverbanden valt hoger uit dan begroot (realisatie: 12,3; begroting: 10,1).
-114
-63
-169
Indicatoren programmabegroting module C Re-integratie Begroting na wijziging
Realisatie
Realisatie
2023
2023
2022
Gemiddeld aantal trajecten Gemeentelijke lasten per traject
662 -3.971
700 -3.173
700 -3.590
Gemiddeld aantal fte DGI Subsidieresultaat per fte Netto opbrengst Provalu per fte Gemeentelijke lasten per fte
12 -21.386 6.075 -15.311
10 -19.515 7.422 -12.094
10 0 0 0
Gemiddeld aantal fte Werkfit trajecten Netto begeleidingskosten Provalu per fte Gemeentelijke lasten per fte
23 -2.958 -2.958
24 -2.847 -2.847
24 0 0
Loonkosten per fte DGI (zonder LIV) Loonkosten per fte Werkfit
-32.421 0
-28.000 0
0 0
Pagina 32
Toelichting op de module overhead Realisatie
Begroting na wijziging Realisatie 2023 2023 2022 € € €
Onroerend goed (lasten) Onroerend goed (baten) Onroerend goed
-248 450 202
-271 450 179
-246 445 199
Bestuurskosten GR KDB (interne kosten) Management fee Provalu (overhead GR KDB) Financiële lasten Financiële baten Beheerslasten GR KDB
-233 -288 0 150 -371
-108 -288 -30 0 -426
-160 -700 -3 0 -863
Resultaat module overhead
-170
-247
-665
Het verschil tussen de begroting na wijziging en de realisatie is € 77.000 voordelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende: Bedrag x € 1.000
Toelichting
Categorie
De bestuurskosten vallen hoger dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt doordat kosten van het project 'Sturing & Samenwerking' en het vervolg hiervan (het zogenoemde 'Implementatieplan') hoger uitvallen dan begroot (€ 110K) en door het hoger uitvallen van de kosten van de inhuur van de secretaris. In 2023 bedragen de financiële baten € 150.000, terwijl bij het opstellen van de herziene begroting van 2023 nog werd verondersteld dat er geen rente zou worden vergoed over de aangehouden tegoeden bij de bank. Diverse kleine afwijkingen waarvan de omvang zowel individueel als in totaal van dermate gering belang is dat wij het niet nodig achten hierop op deze plaats een nadere toelichting te geven. Totaal
Bestuurskosten GR KDB
-125
Financiële baten
180
Diversen
22
Pagina 33
77
Wet normering topinkomens (WNT) Op grond van de Wet normering topinkomens kwalificeren de volgende personen als topfunctionaris van de Gemeenschappelijke Regeling Kust-, Duin- en Bollenstreek (zowel personen in dienstbetrekking als personen anders dan in dienstbetrekking): Bestuur 2023 Naam*
Beloning**
J.A. van Rijn (DB)
€
-
Functie Bestuurslid
D.T.C. Salman (DB) E. Soetendal (DB)
€ €
-
Bestuurslid Bestuurslid
J.A.C. Langeveld T. van Tongeren
€ €
-
Bestuurslid Bestuurslid
E. Koek
€
-
Bestuurslid
C. Klaver-Bouman
€
-
Bestuurslid
* Leden met '(DB)' achter de naam maken onderdeel uit van het Dagelijks Bestuur. ** Het bestuur was in 2022 ook onbezoldigd.
Directie 2023*
2023
2022
Naam: De heer Knoop (niet in loondienst, langer dan 13 maanden) Functie: Directeur Aanvang en einde functievervulling Omvang dienstverband (in fte) Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn
01/01 - 31/12
01/01 - 31/12
€ €
0,4 71.030 -
€ €
0,4 65.392 -
Totaal beloningen
€
71.030
€
65.392
Toepasselijke WNT-norm**
€
93.200
€
86.400
* De directie verricht werkzaamheden voor zowel GR KDB, Provalu NV als MareFlex BV. De directie isin loondienst van Provalu NV waar derhalve ook de verloning volledig plaatsvindt. Jaarlijks wordt door Provalu NV een managementvergoeding aan GR KDB in rekening gebracht waarin is opgenomen het deel van de werkzaamheden van de directie dat ten gunste van GR KDB komt. Er wordt derhalve slechts een deel van de totale loonkosten aan GR KDB doorbelast. Alleen het deel van de totale beloning dat door Provalu NV is doorbelast aan GR KDB is toegelicht. ** De bezoldigingsnorm is herrekend naar de periode van de functievervulling. De WNT stelt een maximum aan de bezoldiging van topfunctionarissen in de publieke en semipublieke sector. De algemene bezoldigingsnorm van de WNT bedraagt na indexering voor 2023: € 233.000 (2022: € 216.000).
Pagina 34
Rechtmatigheidsverantwoording Verantwoordelijkheid dagelijks bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het dagelijks bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het algemeen bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het algemeen bestuur op 7 december 2023 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het algemeen bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 623.640,- .
Bevinding Het dagelijks bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. De geconstateerde afwijkingen betreffen: Begrotingscriterium 1a Overschrijding lasten programma’s 1b Overschrijding investeringsbudgetten 2 Ongeautoriseerde reservemutaties 3 Overschrijding van baten en/of onderschrijding van lasten en baten die niet tijdig tot een begrotingswijziging hebben geleid of te laat aan het algemeen bestuur zijn gemeld Totaal begrotingsonrechtmatigheden 4 Totaal van de begrotingsonrechtmatigheden (van onderdeel 1 en 2) dat past binnen het vooraf vastgestelde beleid en daarmee vooraf als acceptabel is geduid 5 Resterend saldo aan begrotingsonrechtmatigheden Voorwaardencriterium Geen bevindingen M&O criterium Geen bevindingen Totaal van onrechtmatigheden
€ 834.000,€ 0,€ 0,€ 0,€ 834.000,€ 834.000,€
0,-
€
0,-
€ 0,€ 834.000,-
In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het algemeen bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid. In deze paragraaf heeft het dagelijks bestuur ook beschreven welke actie zij onderneemt om vermelde afwijkingen in de toekomst te voorkomen.
Pagina 35
Gerealiseerde baten en lasten per taakveld Lasten
Baten 2023 €
Overzicht taakvelden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.10 Mutaties reserves 6.4 Begeleide participatie (module A Wsw) 6.5 Arbeidsparticipatie (module B Beschut en module C Re-integratie) Totaal financiële baten en lasten
Pagina 36
Resultaat per taakveld 2023 2023 € €
-770 0 0 -16.020
972 150 0 15.899
202 150 0 -121
-4.998 -21.787
5.054 22.075
56 288
Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Pagina 37
Gemeenschappelijke regeling werkbedrijven Kust-, Duin- en Bollenstreek
Begroting 2025 Herziene begroting 2024 Meerjarenraming 2025-2028
Inhoud 1.
Voorwoord........................................................................................................................................................................................................ 4
2.
Financiële kaders en uitgangspunten begroting 2025 – 2028 ................................................................................................. 5 Algemene kaders en uitgangspunten .................................................................................................................................. 5
2.1. 3.
Herziene begroting 2024 ............................................................................................................................................................................ 7
4.
Beleidsbegroting ........................................................................................................................................................................................... 9 4.1.
Programmaplan ............................................................................................................................................................................. 9
4.2.
Module A 'Wet sociale werkvoorziening' ........................................................................................................................... 10
4.2.1.
Wat willen we bereiken? ..................................................................................................................................................... 10
4.2.2.
Wat gaan we daarvoor doen? .......................................................................................................................................... 10
4.2.3.
Wat mag het kosten? ............................................................................................................................................................ 11 Module B 'Participatie-voorziening nieuw-beschut werken' ...................................................................................... 13
4.3. 4.3.1.
Wat willen we bereiken? ..................................................................................................................................................... 13
4.3.2.
Wat gaan we daarvoor doen? .......................................................................................................................................... 13
4.3.3.
Wat mag het kosten? ........................................................................................................................................................... 14 Module C 'Re-integratie'............................................................................................................................................................ 16
4.4. 4.4.1.
Wat willen we bereiken? ..................................................................................................................................................... 16
4.4.2.
Wat gaan we daarvoor doen? .......................................................................................................................................... 16
4.4.3.
Wat mag het kosten? ........................................................................................................................................................... 17 Programma 'Overhead' ............................................................................................................................................................. 19
4.5. 4.5.1.
Paragrafen ............................................................................................................................................................................................ 20
5.
6.
Overzicht van de kosten van overhead ....................................................................................................................... 19
5.1.
Inleiding ........................................................................................................................................................................................... 20
5.2.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ..................................................................................................................... 20
5.3.
Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................................................................. 21
5.4.
Financiering .................................................................................................................................................................................... 21
5.5.
Bedrijfsvoering.............................................................................................................................................................................. 22
5.6.
Verbonden partijen ..................................................................................................................................................................... 23
Financiële begroting .................................................................................................................................................................................. 24 6.1.
Overzicht van baten en lasten ............................................................................................................................................... 24
6.2.
Uiteenzetting van de financiële positie .............................................................................................................................. 26
6.2.1.
Geprognosticeerde balans ............................................................................................................................................... 26
6.2.2.
Investeringen .......................................................................................................................................................................... 27
6.2.3.
Financiering ............................................................................................................................................................................. 27
6.2.4.
Reserves................................................................................................................................................................................... 28
6.2.5.
Voorzieningen ........................................................................................................................................................................ 29 2
7.
6.2.6.
EMU-saldo ............................................................................................................................................................................... 29
6.2.7.
Overzicht per taakveld ........................................................................................................................................................ 29
Bijlage 1: Bijdragen per gemeente ...................................................................................................................................................... 30
3
1. Voorwoord Afgelopen jaar is het project Sturing en Samenwerking GR KDB afgerond met de bestuurlijke vaststelling van de meerjarenvisie voor de GR en uitvoeringsbedrijf Provalu. De visie, “Provalu 2030 Van werkbedrijf naar ontwikkelbedrijf”, laat nut, noodzaak en de waarde zien van de uitvoeringsorganisatie. Tegelijk schetst het duidelijk de richting waarin de organisatie zich de komende jaren zal gaan doorontwikkelen tot een toekomstbestendige infrastructuur en verbindingscentrum voor werk-, ontwikkeling en re-integratie in onze regio. Afgelopen jaren is gebleken dat de Participatiewet niet voor iedereen werkt zoals vooraf beoogd. Meerdere landelijke onderzoeken en rapporten laten zien dat een grote groep mensen aangewezen blijft op ondersteuning bij het werk of het verwerven daarvan. Inzet op behoud en versterking van de infrastructuur van de sociaal ontwikkelbedrijven is daarvoor aangewezen. Ook vanuit het rijk wordt hier inmiddels, ook financieel, op bijgestuurd. Voor Provalu is gekozen om met name sterk in te zetten op de ontwikkeltaken: het doel is en blijft immers om ieder die werkvermogen heeft op of zo dichtbij als mogelijk te re-integreren op de reguliere arbeidsmarkt. De benodigde steun, training, opleiding en werkervaring hierbij kan worden geleverd vanuit het ontwikkelbedrijf, dat daarvoor samen optrekt met onderwijs en werkgevers.
Bij de daadwerkelijke bemiddeling naar een werkplek wordt steeds intensiever samengewerkt met de partners binnen de arbeidsmarktregio Holland Rijnland. De visie is in de eerste maanden van dit jaar uitgewerkt in een implementatieplan. Dit plan geeft inhoudelijk handen en voeten aan de koersverandering en de daarbij benodigde aanpassingen van de werkorganisatie. Doorgerekend is hoe de aanpassingen financieel uitpakken, zowel aan de kosten als ook aan de batenkant. Vanzelfsprekend wordt de maatschappelijke winst daarbij ook uitgelicht; we doen dit tenslotte ten bate van de inwoners van onze aangesloten gemeenten! De financiële effecten zijn zichtbaar in de aangepaste begroting 2024 en de meerjarenbegroting 2025 en verder. Diverse initiatieven die met de doorontwikkeling zijn gemoeid, zijn of worden later in de tijd van specifieke businesscases voorzien. Op deze wijze kunnen investeringen en de besluitvorming hieromtrent apart worden bezien. Voor Provalu en de gehele Gr KDB worden het wederom intensieve jaren met alle op handen zijnde veranderingen, terwijl de dienstverlening doorgaat. Verbouwen terwijl de winkel openblijft vraagt wat van ons bedrijf en onze mensen. De wil, kennis, kunde én creativiteit van onze medewerkers is echter groot en verrast steeds weer.
En dat is een groot goed voor iedere werkzoekende en iedere werkgever die hier een beroep op doet! Rinco Knoop, directeur
4
2. Financiële kaders en uitgangspunten begroting 2025 – 2028 2.1.
Algemene kaders en uitgangspunten
Voor de begroting 2025 hanteert de Gr KDB de volgende algemene kaders en uitgangspunten: ▪
De in de financiële overzichten opgenomen vergelijkende cijfers van 2023 zijn gebaseerd op de concept jaarrekening 2023 van de Gr KDB.
▪
De specifieke uitkeringen in het kader van de Wet sociale werkvoorziening, participatievoorziening beschut werken en re-integratie zijn voor de in de financiële overzichten opgenomen vergelijkende cijfers (realisatie 2023 en herziene begroting 2024) aangepast naar de septembercirculaire van 2023. Deze aanpassingen hebben geleid tot een verschuiving tussen de specifieke uitkeringen en de aanvullende gemeentelijke bijdrage. De begroting van 2025 is eveneens gebaseerd op de septembercirculaire van 2023.
▪
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de specifieke uitkeringen opgenomen in de begroting 2025 in de toekomst nog zullen stijgen met de Loonprijsontwikkelingen, wat op zijn beurt leidt tot een verlaging van de “Aanvullende gemeentelijk bijdrage”.
▪
Het Lage-inkomensvoordeel (hierna ‘LIV’) vervalt per 1 januari 2025. Het LIV was een jaarlijkse tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een laag loon. De omvang van het LIV in de herziene begroting van 2024 bedroeg € 212.000.
▪
Voor de begroting hanteert de Gr KDB in beginsel als uitgangspunt de “Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2025”. Op basis hiervan bedraagt de geadviseerde prijsindexatie voor 2025 11,1% voor beloning werknemers en 3,7% voor netto materieel. Doordat de indexatie voor 2025 wordt gecorrigeerd voor ontwikkelingen in het jaar 2022 tot en met 2025 is besloten om van de geadviseerde prijsindexatie van 11,1% voor 2025 af te wijken, omdat deze correcties al meelopen in de realisatie en de herziene begroting van 2024. De toegepaste prijsindexatie voor 2025 bedraagt 5,4% voor beloning werknemers en 1,67% voor netto materieel.
▪
Impact inflatie: kosten zijn begroot, de verwachting is dat de specifieke uitkeringen in de meicirculaire van 2024 en 2025 naar rato zullen worden bijgesteld. Van belang is te weten dat dit nog niet is meegenomen in de begroting van de Gr KDB1.
▪
Per doelgroep zijn hierna de afgesproken budgetten (absoluut in duizenden euro’s) voor de begeleiding door Provalu volgens de herziene begroting 2024 en begroting 2025 opgenomen: In duizenden euro’s Netto begeleidingskosten Provalu begroting 2025 Netto begeleidingskosten Provalu herziene begroting 2024
A Wsw -444
B Beschut -208
C DGI2 67
C Werkfit -52
Totaal
-644
-246
47
-68
-911
-79
-189
150
-81
-199
Netto begeleidingskosten Provalu primaire begroting 2024
▪
-637
Uit de tabel blijkt dat de budgetten voor de begeleiding van de verschillende doelgroepen door Provalu zijn toegenomen. Dit kan op hoofdlijnen als volgt worden verklaard:
De verwachting is dat de bijstelling van de specifieke uitkering voor 2024 en 2025 respectievelijk € 491.000 en € 1.370.000 bedraagt. 2 DGI staat voor doelgroep in dienst. 1
5
o
De ontwikkeling van de doelgroepen en de afname van het aantal dienstverbanden uitgedrukt in fte heeft een belangrijke invloed heeft op de verdiencapaciteit van Provalu3.
o
De eenmalige effecten in 2023 in Provalu hebben ertoe geleid dat het resultaat van Provalu in lijn lag met de begroting van dat jaar (realisatie: € - 65.000; begroot: € 0). Wanneer het resultaat van 2023 van Provalu voor deze eenmalige effecten wordt gecorrigeerd bedraagt het resultaat € - 520.000, waarmee een belangrijk deel van de toename van de budgetten voor de begeleiding door Provalu kan worden verklaard.
o
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de verslechtering van het resultaat van Provalu niet kan worden opgevangen door verhoging van de verkooptarieven, omdat Provalu dan niet meer marktconform is.
▪
Daarnaast voert Provalu de re-integratie uit voor de Gr KDB en wordt het management van de Gr KDB door Provalu ingevuld.
▪
Bij het aanbieden van de begroting van 2024 is aangegeven dat wij op dat moment, in samenwerking met de gemeenten, bezig waren om een gemeenschappelijk gedragen meerjarenvisie te bepalen. Op 2 november 2023 is deze meerjarenvisie door het algemeen bestuur van de Gr KDB vastgesteld, waarna direct is gestart met het opstellen van een implementatieplan waarin de meerjarenvisie nader geconcretiseerd is. De belangrijkste initiatieven, uitgewerkt in businesscases in het implementatieplan, zijn het opzetten van een arbeidsdiagnosecentrum én leerlijnen, het op grotere schaal inzetten van tijdelijke dienstverbanden als ontwikkelinstrument voor mensen uit het doelgroepenregister en een betere positionering door het aanpassen van de huisvesting.
▪
De financiële impact van deze initiatieven op de (meerjaren)begroting is in het onderstaande overzicht opgenomen. Financiële impact initiatieven (in duizenden euro's) Arbeidsdiagnosecentrum
2024
2025
2026
2027
2028
-110
-110
-110
-110
-110
Leerlijnen Doelgroepers met tijdelijke dienstverbanden Positionering Huisvesting
-77
-77
-77
-77
-77
0
-205
-410
-492
-565
0
0
-131
-80
-63
Totale lasten initiatieven
-187
-392
-728
-758
-815
30
288
581
743
857
-157
-104
-147
-15
41
0
555
1.119
1.531
1.847
Besparingen
Saldo lasten en baten initiatieven Maatschappelijke impact
Hierbij wordt opgemerkt dat de totale lasten van de initiatieven terugkomen in de onderhavige begroting, terwijl de besparingen zijn weerslag moeten vinden in de begrotingen van de in de Gr KDB deelnemende gemeenten. De besparingen hebben onder meer betrekking op de besparing op bijstandsuitkeringen. Bij de bepaling van de besparingen is voorzichtigheidshalve een afslag toegepast van 15%. Voor de gedetailleerde uitwerking en toelichting op de initiatieven wordt verwezen naar het implementatieplan van Provalu4.
3
Het op grotere schaal inzetten van tijdelijke dienstverbanden als ontwikkelinstrument voor mensen uit het doelgroepenregister vanaf 2025 leidt tot een toename van het aantal dienstverbanden uitgedrukt in fte. Dit heeft een positief effect op de verdiencapaciteit van Provalu en daarmee op de budgetten voor de begeleiding van de verschillende doelgroepen door Provalu. 4 Implementatieplan Provalu, vastgesteld d.d. 25 april 2024.
6
3. Herziene begroting 2024 De impact van de herzieningen op de begroting van 2024 is hierna opgenomen. Lasten en baten per module (in duizenden euro's)
Begroting
Herziene
2024
begroting
Verschil
2024 Lasten per module Wet sociale werkvoorziening
-15.840
-16.933
Participatie-voorziening beschut werken
-2.611
-2.645
-34
Re-integratie
-3.033
-3.364
-331
Overhead Totaal lasten
-268
-863
-595
-21.752
-23.805
-2.054
Wet sociale werkvoorziening
16.038
17.663
1.624
Participatie-voorziening beschut werken
2.644
2.665
21
-1.094
Baten per module
Re-integratie Totaal baten
3.069
3.389
320
21.752
23.717
1.966
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten
0
-88
-88
Toevoegingen aan reserves
0
-677
-677
Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
0
765
765
0
0
0
De lasten van de module ‘Wet sociale werkvoorziening’ nemen toe met € 1.094.000. De toename kan op hoofdlijnen als volgt worden verklaard: ▪
Het gemiddeld aantal dienstverbanden volgens de primaire begroting 2024 bedroeg 391, terwijl de verwachting nu is dat het gemiddeld aantal dienstverbanden in 2024 uitkomt op 401. Dit aantal is gebaseerd op het aantal dienstverbanden ultimo 2023 vermenigvuldigd met de blijfkansen die per (betalende) gemeente zijn vastgesteld op basis van de kenmerken van de Wsw-populatie, volgend uit de septembercirculaire van 2024. Het financiële effect uit hoofde hiervan bedraagt € 370.000.
▪
De mutatie van de bruto loonkosten ten opzichte van de primaire begroting 2024 wordt met name veroorzaakt door de verhoging, niet zijnde indexatie, van het WML per 1 juli 2024 (€ 166.000).
▪
Zoals reeds aangegeven heeft de ontwikkeling van de doelgroepen een belangrijke impact op de verdiencapaciteit van Provalu. Hierdoor verslechtert het resultaat van Provalu, wat gevolgen heeft voor de kosten van de begeleiding van de verschillende doelgroepen door Provalu (€ 565.000).
Onder de baten van de module ‘Wet sociale werkvoorziening’ zijn de extra middelen (€ 600.000) die door het Rijk beschikbaar worden gesteld voor de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven opgenomen5. Via de herziene begroting 2024 claimt de Gr KDB deze middelen, welke zullen dienen ter 5
Deze extra middelen worden in 2024 beschikbaar gesteld en bij de meicirculaire toegevoegd aan de Rijksbijdrage Wsw in het gemeentefonds.
7
dekking van de kosten van de uitvoering van het implementatieplan. Het totale bedrag wordt gedoteerd aan de bestemmingsreserve ‘Uitvoering implementatieplan Provalu’. Wanneer onverhoopt blijkt dat deze middelen niet door het Rijk beschikbaar worden gesteld, zal dit bedrag niet worden opgeëist door de Gr KDB. De toename van de lasten van de module ‘Re-integratie’ (€ 331.000) wordt met name veroorzaakt door: ▪
Door de toename van het aantal mensen die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen en het hoge aantal gerealiseerde plaatsingen in 2023 is de verwachting dat de kosten uit hoofde van jobcoaching zullen toenemen (€ 125.000).
▪
De mutatie van de bruto loonkosten ten opzichten van de primaire begroting 2024 wordt met name veroorzaakt door de verhoging, niet zijnde indexatie, van het WML per 1 juli 2024 en de andere leeftijdenmix van medewerkers (€ 109.000).
Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de toename van de lasten van de module ‘Re-integratie’ voor een groot deel wordt gedekt uit extra middelen welke niet afkomstig zijn van de deelnemende gemeenten (Jongerenloket: € 143.000; Subsidies arbeidsmarkttoeleiding: € 100.000). De toename van de module ‘Overhead’ (€ 595.000) wordt met name veroorzaakt door de incidentele kosten voor de uitvoering van het implementatieplan (€ 688.000). Voor de samenstelling en hoogte van deze kosten wordt verwezen naar het hoofdstuk ‘6.2.4 Reserves’, waarin het verloop van de bestemmingsreserve ‘Doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu’ is opgenomen6. Ten slotte wordt voor de toelichting op en onderbouwing van de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves verwezen naar het hoofdstuk ‘6.2.4 Reserves’.
De onttrekkingen aan de bestemmingsreserve ‘Doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu’ sluiten aan met de incidentele kosten voor de uitvoering van het implementatieplan (€ 688.000). 6
8
4. Beleidsbegroting 4.1.
Programmaplan
Het overzicht van lasten en baten per module toont de verschillende onderdelen van het programmaplan. De baten van de programma’s zijn bestemd voor de dekking van de directe programmakosten van Module A Wsw, Module B Beschut en Module C Re-integratie en de overheadkosten. Lasten en baten per module (in duizenden euro's)
Realisatie 2023
Begroting 2024
Herziene Begroting 2024
Begroting 2025
Lasten per module Wet sociale werkvoorziening
-16.012
-15.840
-16.933
-16.757
Participatie-voorziening beschut werken
-1.976
-2.611
-2.645
-3.047
Re-integratie
-3.097
-3.033
-3.364
-4.085
Overhead Totaal lasten
-170
-268
-863
-662
-21.254
-21.752
-23.805
-24.551
Wet sociale werkvoorziening
15.899
16.038
17.663
16.825
Participatie-voorziening beschut werken
2.121
2.644
2.665
3.060
Re-integratie Totaal baten
3.008
3.069
3.389
4.102
21.028
21.752
23.717
23.986
Saldo van lasten en baten
-227
0
-88
-565
Dividend Provalu N.V. Totaal algemene dekkingsmiddelen
522
0
0
0
522
0
0
0
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten
295
0
-88
-565
Toevoegingen aan reserves
-295
0
-677
0
Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
0
0
765
565
0
0
0
0
Baten per module
Toelichting op hoofdlijnen van de lasten en baten per module: ▪
Toename van de lasten van module B Beschut (€ 402.000) door de toename van de aantallen beschut werk in 2025 (10 fte) en de toegepaste prijsindexatie van 5,4% op de personeelsgerelateerde lasten.
▪
De lasten van module C Re-integratie nemen in 2025 toe met € 721.000 door de toename van het aantal doelgroepers in dienst (18 fte)7 en de toegepaste prijsindexatie van 5,4% op de personeelsgerelateerde lasten.
▪
Voor de toevoegingen en onttrekkingen aan reserves wordt verwezen naar het hoofdstuk ‘6.2.4. Reserves’.
In de volgende hoofdstukken wordt het programmaplan per module nader toegelicht.
7
Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar hoofdstuk 4.4.3 Wat mag het kosten?
9
4.2.
Module A 'Wet sociale werkvoorziening'
4.2.1. Wat willen we bereiken? De Wet sociale werkvoorziening omvat een teruglopend aantal medewerkers. Bij de nu zittende groep zien wij de stijgende leeftijd en toename van (fysieke) beperkingen. Echter willen wij dat mensen zo lang mogelijk kunnen participeren in arbeid ten behoeve van onder meer de sociale interactie, hun financiële mogelijkheden en gezondheid. Hiervoor is het noodzakelijk dat de mogelijkheden gecreëerd worden hen optimaal te begeleiden. Wij willen ons verder ontwikkelen als organisatie waarin mensen duurzaam in arbeid kunnen participeren waarbij gerichte aandacht is voor het voorkomen van (langdurig) verzuim en waar mensen naar tevredenheid werken. In het kader van de uitvoering van module A ‘Wet sociale werkvoorziening’ zijn de volgende prestatieafspraken gemaakt8: Prestatieindicator Wsw extern geplaatst versus totaal Wsw Ziekteverzuim Wsw onder landelijk gemiddelde (t-1)
Voorstel 2025 65,00% -1,00%
Voorstel 2024 65,00% -1,00%
Realisatie 2023 62,78% -1,00%
4.2.2. Wat gaan we daarvoor doen? Om mensen duurzaam inzetbaar te houden zijn we gestart met het verbeteren van het verzuimmanagement. Hierbij is preventie een belangrijk thema. De inzet van onder meer FITgesprekken speelt hier een rol in. Vroegsignalering kan leiden tot aanpassing in de werkomstandigheden. Er wordt dus meer maatwerk in de reguliere werkomstandigheden toegepast. Daarnaast werken we toe naar optimale ontwikkeling van onze Wsw-medewerkers. Met gerichte, persoonlijke ondersteuning kunnen bestaande werkzaamheden beter uitgevoerd worden. Tegelijkertijd onderzoeken we nieuwe werksoorten die bijdragen aan een verbetering in de werkbeleving. Hierdoor wordt de duurzame inzetbaarheid verhoogd. Ten slotte geldt de ontwikkeling niet alleen voor de Wswmedewerkers maar zetten wij ook in op het verbeteren van de begeleiding. Dit doen we door scholing en ontwikkelingsgesprekken van de begeleiders en leidinggevenden.
8
De prestatieafspraken opgenomen in deze begroting zijn gebaseerd op het voorstel voor 2024 (ten tijde van het opstellen van de herziene begroting 2024 en begroting 2025 zijn de prestatieafspraken voor 2024 nog niet vastgesteld), omdat is afgesproken om de definitieve prestatieafspraken van enig jaar te baseren op de realisatie van het voorafgaande jaar en de daarmee verkregen inzichten.
10
4.2.3. Wat mag het kosten? Hierna volgt de programmabegroting voor module A Wsw. Module A Wsw (in duizenden euro's)
Realisatie 2023
Bruto loonkosten Kosten begeleid werken Gemeentelijke bijdrage (dekking Rijksbijdrage Wsw) Subsidieresultaat Netto begeleidingsopbrengsten Provalu Wsw (Saldo Opbrengsten uit Werk - bedrijfsvoeringskosten) Aanvullende gemeentelijke bijdrage Resultaat module A Wsw Toerekening saldo Overhead Eindresultaat na overhead
Begroting 2024
-15.238 -708 16.804 859 -66 -905 -113 -129 -242
Herziene Begroting Begroting 2025 2024 -15.075 -15.612 -15.666 -685 -677 -646 14.959 16.358 16.006 -801 70 -306 -79 -644 -444 1.079 199 -199 -
1.304 729 -129 600
819 69 -69 -
Toelichting op de programmabegroting: ▪
De totale gemeentelijke bijdrage voor module A Wsw neemt in de tijd af9
▪
De specifieke uitkeringen in het kader van de Wet sociale werkvoorziening zijn voor de in de financiële overzichten opgenomen vergelijkende cijfers (realisatie 2023 en herziene begroting 2024) aangepast naar de septembercirculaire van 2023. Tegenover de positieve aanpassingen van deze uitkeringen staat een verlaging (van dezelfde omvang) van de “Aanvullende gemeentelijk bijdrage”. De specifieke uitkering voor 2025 is eveneens gebaseerd op de septembercirculaire van 2023.
▪
Het verloop van de Wsw-populatie is gebaseerd op de blijfkansen die per (betalende) gemeente zijn vastgesteld op basis van de kenmerken van de Wsw-populatie, volgend uit de septembercirculaire van 2023. Dit verloop is toegepast op Wsw-medewerkers in loondienst bij de Gr KDB en bij andere werkgevers (Begeleid Werken). Het verloop van de Wsw-populatie op basis van de septembercirculaire van 2023 is in de onderstaande tabel opgenomen. 2025 4,79%
Uitstroom
2026 5,34%
2027 5,76%
2028 6,39%
•
De lonen van de sociale werkvoorziening zijn gebaseerd op de Collectie Arbeidsovereenkomst (hierna cao) voor de sociale werkvoorziening. Deze cao trad in werking op 1 januari 2021 en heeft een looptijd tot en met 31 december 2025. De toegepaste prijsindexatie voor 2025 bedraagt 5,4%.
▪
Ten slotte wordt nog opgemerkt dat de specifieke uitkeringen opgenomen in de begroting 2025 in de toekomst nog zullen stijgen met de Loonprijsontwikkelingen, wat op zijn beurt leidt tot een verlaging van de “Aanvullende gemeentelijk bijdrage” 10.
Ter onderbouwing wordt verwezen naar ‘Bijlage 1 – Bijdrage per gemeente’ op pagina 30 (tabel ‘Gemeentelijke bijdrage – Module A Wsw’). 10 Zoals eerder aangegeven in hoofdstuk 2.1 Algemene kaders en uitgangspunten is dit nog niet in de begroting opgenomen. 9
11
Indicatoren programmabegroting module A Wsw. Module A Wsw (in euro's)
Realisatie 2023
Gemiddeld aantal fte dienstverbanden Gemiddeld aantal fte begeleid Werken Totaal
Begroting 2024
Herziene Begroting Begroting 2025 2024 391 401 382 61 60 57 453 461 439
415 62 477
Subsidieresultaat per fte Netto begeleidingsopbrengsten Provalu per fte Overheadlasten GR KDB per fte Gemeentelijke lasten per fte (incl. overhead)
€ € € €
1.800 -138 -271 -1.391
€ € € €
Gemeentelijke lasten per fte (totaal incl. dekking subsidies)
€
33.836 €
Loonkosten per fte (dienstverbanden Provalu) Vergoeding begeleid werken per fte
€ €
-36.748 € -38.507 € -38.924 € -41.025 -11.349 € -11.152 € -11.349 € -11.349
-1.769 -175 -439 2.383
€ € € €
35.412 €
€ € € €
-698 -1.012 -156 1.866
37.032 €
38.344
151 -1.399 -281 1.528
Toelichting op de indicatoren: ▪
De toename van de gemeentelijke lasten per fte (inclusief overhead) ten opzichte van de herziene begroting 2024 wordt met name veroorzaakt doordat de loonkosten, rekening houdend met de verwachte uitstroom, zijn geïndexeerd met 5,4%11, terwijl hier nog geen dekking tegenover staat vanuit de specifieke uitkeringen opgenomen in de begroting van 2025. Zoals eerder al aangegeven zullen deze specifieke uitkeringen over 2025 in de toekomst nog stijgen met de loonprijsontwikkelingen.
▪
Voor de begroting 2025 zijn de loonkosten zoals eerder aangegeven geïndexeerd met 5,4%, waardoor de loonkosten per fte ten opzichte van de herziene begroting 2024 toenemen met € 2.101 tot € 41.025.
11
Voor de begroting hanteert de Gr KDB als uitgangspunt de “Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2025”. Op basis hiervan bedraagt de geadviseerde prijsindexatie voor 2025 5,4% voor beloning werknemers en 1,67% voor netto materieel.
12
4.3.
Module B 'Participatie-voorziening nieuw-beschut werken'
4.3.1. Wat willen we bereiken? Wij begeleiden mensen met een doelgroepindicatie Beschut Werk naar werk. Hierbij heeft het toewerken naar duurzame plaatsing bij een reguliere werkgever de voorkeur. Kan dit (nog) niet, dan zorgen wij voor de ontwikkeling van het arbeidsvermogen van de mensen binnen de veilige omgeving van Provalu. De doelstelling voor komend jaar is dat we de ontwikkeling van mensen met een indicatie beschut werk optimaal faciliteren waardoor de kans op duurzame arbeidsrelaties in het reguliere werkveld verhoogd wordt. Evenals de Wsw hebben we hier de ambitie dat mensen zo zelfstandig mogelijk werken. Inmiddels is Provalu er in geslaagd om bijna de helft van de beschut werkers buiten de muren van het bedrijf te laten werken. In het kader van de uitvoering van module B ‘Participatie-voorziening nieuw-beschut werken’ zijn de volgende prestatieafspraken gemaakt12: Prestatieindicator Beschut extern geplaatst versus totaal Beschut Ziekteverzuim Wsw onder landelijk gemiddelde (t-1)
Voorstel 2025 45,00% -1,00%
Voorstel 2024 45,00% -1,00%
Realisatie 2023 41,56% 4,60%
4.3.2. Wat gaan we daarvoor doen? Om mensen verder te ontwikkelen en zo dicht mogelijk tegen de reguliere arbeidsmarkt aan te laten werken, zetten we in op een grotere diversiteit aan werkvormen. Hiertoe koppelen we onze productie aan ontwikkeltrajecten en nieuw op te zetten leerlijnen. Dit alles draagt bij aan de ontwikkelmogelijkheden van mensen en het werken buiten de muren van het bedrijf. Naast werkvormen wordt ook actief ingezet op de persoonlijke ontwikkeling middels de FIT-gesprekken. Hierdoor kan een gepersonaliseerd ontwikkeltraject gerealiseerd worden.
12
De prestatieafspraken opgenomen in deze begroting zijn gebaseerd op het voorstel voor 2024 (ten tijde van het opstellen van de herziene begroting 2024 en begroting 2025 zijn de prestatieafspraken voor 2024 nog niet vastgesteld), omdat is afgesproken om de definitieve prestatieafspraken van enig jaar te baseren op de realisatie van het voorafgaande jaar en de daarmee verkregen inzichten.
13
4.3.3. Wat mag het kosten? Hierna volgt de programmabegroting voor module B Beschut werk. Module B Beschut (in duizenden euro's)
Realisatie 2023
Bruto loonkosten Beschut Loonkostensubsidies (via ISD Bollenstreek & SD Katwijk) Gemeentelijke bijdrage (dekking begeleidingsvergoeding) Subsidieresultaat Netto begeleidingskosten Provalu Beschut (Opbrengsten uit Werk - bedrijfsvoeringskosten) Aanvullende gemeentelijke bijdrage Resultaat module Beschut Toerekening Saldo Overhead Eindresultaat na overhead
Begroting 2024
-1.833 918 713 -202 -143 490 144 -16 128
Herziene Begroting Begroting 2025 2024 -2.422 -2.399 -2.839 1.257 1.200 1.420 759 999 1.178 -406 -201 -242 -189 -246 -208 628 33 -33 -
467 20 -20 -
462 12 -12 -
Toelichting op de programmabegroting: ▪
Bij het bepalen van de ‘Gemeentelijke bijdrage (dekking begeleidingsvergoeding)’ is uitgegaan van €10.757 per medewerker op een beschutte werkplek. Dat bedrag is gelijk aan het bedrag waarmee nu in de rijksbudgetten rekening wordt gehouden (€8.600) plus de extra middelen per beschut werker vanaf 2024 (€2.157), naar aanleiding van het onderzoek van Significant APE naar de kosten van beschutte arbeid (Significant APE, 2023).
▪
De aantallen beschut werk voor het jaar 2025 zijn gebaseerd op de verwachte realisatie. De onderstaande tabel bevat de aantallen beschut werk (uitgedrukt in fte, uitgaande van een dienstverband van 36 uur per week).
Aantallen beschut werk (in fte)
2025 87
2026 96
2027 106
2028 115
▪
De lonen van beschut werkers zijn gebaseerd op de cao ‘Aan de slag’. Deze cao trad in werking op 1 juli 2021 en heeft een looptijd tot en met 31 december 2024. De toegepaste prijsindexatie voor 2025 bedraagt 5,4%.
▪
De gemiddelde loonwaarde, waarvan wordt uitgegaan in de begroting van 2025, van de beschut werkers is 50% en is gebaseerd op de realisatie van 2023.
14
Indicatoren programmabegroting module B Beschut werk. Module B Beschut (in euro's)
Realisatie 2023
Gemiddeld aantal fte
67
Begroting 2024
Herziene Begroting Begroting 2025 2024 84 77 87
Subsidieresultaat per fte Netto begeleidingskosten Provalu per fte Overheadlasten GR KDB per fte Gemeentelijke lasten per fte (incl. overhead)
€ € € €
-2.999 -2.129 -237 5.365
Gemeentelijke lasten per fte (totaal incl. dekking subsidies)
€
29.565 €
Loonkosten per fte
€
-27.200 € -28.728 € -30.992 € -32.666
€ € € €
-4.813 -2.244 -389 7.446
€ € € €
31.361 €
€ € € €
-2.783 -2.394 -143 5.321
34.429 €
35.203
-2.596 -3.176 -261 6.033
Toelichting op de indicatoren: ▪
Voor de begroting 2025 zijn de loonkosten zoals eerder aangegeven geïndexeerd met 5,4%, waardoor de loonkosten per fte ten opzichte van de herziene begroting 2024 toenemen met € 1.674 tot € 32.666.
15
4.4.
Module C 'Re-integratie'
4.4.1. Wat willen we bereiken? Re-integratie wordt een steeds belangrijker deel van onze werkzaamheden. Wij streven ernaar onze positie als re-integratiepartner in de regio te versterken. Het doel van alle re-integratie inspanningen: mensen ontwikkelen en begeleiden, om onafhankelijk te zijn van een uitkering en te werken, liefst zo regulier mogelijk. Hiervoor werken wij met passende re-integratietrajecten. Een kort traject als dat mogelijk is, een langdurig traject als dat nodig is: uiteindelijk willen wij dat mensen duurzaam geplaatst worden dankzij onze ondersteuning. In het kader van de uitvoering van module C ‘Re-integratie’ zijn de volgende prestatieafspraken gemaakt1314: Prestatieindicator
Voorstel 2025 230 127 55%
Totaal aantal plaatsingen Aantal plaatsingen uit de uitkering Percentage succesvol afgesloten trajecten
Voorstel 2024 220 120 55%
Realisatie 2023 244 135 62%
4.4.2. Wat gaan we daarvoor doen? Allereerst werken we aan verbeterde online en offline zichtbaarheid van onze reintegratiewerkzaamheden voor werkgevers in de regio. Dit doen we door een positioneringsplan te ontwikkelen. Uitgangspunt is om gemiddeld 700 mensen in trajecten te begeleiden. Met extra aandacht voor jongeren, onder meer via het Jongerenloket dat sinds april 2021 actief is. Ten behoeve van de re-integratietrajecten zetten we in op prakijkleerlijnen waar re-integratiecliënten modulair op in kunnen stromen. Het leerlijntraject sluit aan op werk dat op de reguliere arbeidsmarkt beschikbaar is. Daarnaast zetten we Jobcoaching in om de plaatsing duurzaam en succesvol te maken. In de praktijk is het niet mogelijk om voor alle mensen die onder de doelgroep van de banenafspraak vallen passend werk te vinden bij een reguliere werkgever, wat in het algemeen wordt veroorzaakt door een gebrek aan arbeidsvaardigheden. Als tussenstap in de arbeidsontwikkeling naar een reguliere werkgever willen wij deze mensen een tijdelijk dienstverband aanbieden, omdat uit pilots in 2022 en 2023 blijkt dat dit een belangrijk instrument kan zijn in de weg naar regulier werk.
13
De prestatieafspraken opgenomen in deze begroting zijn gebaseerd op het voorstel voor 2024 (ten tijde van het opstellen van de herziene begroting 2024 en begroting 2025 zijn de prestatieafspraken voor 2024 nog niet vastgesteld), omdat is afgesproken om de definitieve prestatieafspraken van enig jaar te baseren op de realisatie van het voorafgaande jaar en de daarmee verkregen inzichten. 14 Bij de bepaling van de prestatie indicatoren wordt verondersteld dat de instroom per jaar minimaal 440 mensen is.
16
4.4.3. Wat mag het kosten? Hierna volgt de programmabegroting voor module C Re-integratie. Module C Re-integratie (in duizenden euro's)
Realisatie 2023
Re-integratiekosten begeleiding intern (personeel+) Lasten inzet re-integratie instrumenten Externe kosten opleiding, reiskostenvergoeding etc. Loonwaarde metingen Kosten Jobcoaching (extern) Netto begeleidingskosten Provalu Werkfit trajecten (Opbrengsten uit Werk - bedrijfsvoeringskosten) Tijdelijke banen Doelgroepregister Bruto loonkosten DGI Loonkostensubsidies (via ISD Bollenstreek & SD Katwijk) Netto begeleidingsopbrengsten (DGI) (Opbrengsten uit Werk - bedrijfsvoeringskosten) Lasten trajecten tijdelijke banen (DGI) Totaal Lasten Re-integratie (1 t/m 6) Jongerenloket (regionale middelen) Subsidies arbeidsmarkttoeleiding Overige gemeentelijke bijdrage Re-integratie Resultaat module Re-integratie Toerekening Saldo Overhead Eindresultaat na overhead
-2.115
Begroting 2024
Herziene Begroting Begroting 2025 2024 -1.931 -2.042 -2.047
-130 -94 -290 -68
-336 -89 -81
-150 -100 -300 -68
-158 -105 -316 -52
-400 186 75
-596 181 150
-705 328 47
-1.407 655 67
-139 -2.836 155 294 2.299 -89 -24 -113
-266 -2.703 2.739 36 -36 -
-330 -2.990 143 100 2.772 25 -25 -
-685 -3.363 100 3.280 17 -16 -
Toelichting op de programmabegroting:
15
▪
De specifieke uitkeringen in het kader van re-integratie (Re-integratie klassiek, Nieuw Wajong en Nieuw begeleiding, deelbudget begeleiding regulier) zijn onderdeel geworden van de algemene uitkering van het Gemeentefonds en zijn met ingang van het kalenderjaar 2023 niet meer te herleiden.
▪
De ‘Re-integratiekosten begeleiding intern (personeel+)’ betreffen voor een belangrijk deel loonkosten. Deze loonkosten zijn gebaseerd op de cao MareGroep N.V.
▪
De gemiddelde loonwaarde, waarvan wordt uitgegaan in de begroting van 2025, van doelgroepers in dienst is 53% en is gebaseerd op de realisatie van 2023.
▪
De toename van de “Overige gemeentelijke bijdrage Re-integratie” (+ € 508.000) ten opzichte van de herziene begroting 2024 kan op hoofdlijnen als volgt worden verklaard: o
Absorptie van de regionale middelen inzake het jongerenloket in de overige gemeentelijke bijdrage Re-integratie (+ € 143.000): op het moment van opstellen van de begroting 2025 is nog niet bekend of (regionale) middelen beschikbaar worden gesteld voor het Jongerenloket15. Gegeven het maatschappelijke belang van het Jongerenloket wordt voorgesteld dat de deelnemende gemeenten deze middelen, bij het uitblijven van (regionale) middelen, beschikbaar stellen.
o
De uitbreiding van het aantal doelgroepers in dienst (van 20 fte in 2024 naar 38 fte in 2025) resulteert in een toename van de ‘Lasten trajecten tijdelijke banen (DGI)’ met € 376.000. Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat naast de gemeentelijke- en maatschappelijke voordelen, deze uitbreiding ook positieve gevolgen heeft voor de
Het Jongerenloket zet zich in om jongeren tussen de 18 en 27 jaar zonder opleiding of baan op weg naar werk te helpen.
17
lasten van module A Wsw en module B Beschut. Bij het uitblijven van deze uitbreiding zal minder dekking worden gerealiseerd binnen Provalu, wat gegeven de relatief vaste-kostenstructuur van Provalu leidt tot aanvullende lasten voor module A Wsw en module B Beschut.
Indicatoren programmabegroting module C Re-integratie. Module C Re-integratie (in euro's)
Realisatie 2023
Begroting 2024
Herziene Begroting Begroting 2025 2024 700 700 700 -3.366 € -3.703 € -3.752
Gemiddeld aantal trajecten Gemeentelijke lasten per traject
€
662 -3.971 €
Gemiddeld aantal fte DGI Subsidieresultaat per fte Netto opbrengst Provalu per fte Gemeentelijke lasten per fte
€ € €
12 20 20 38 -17.399 € -20.764 € -18.838 € -19.855 6.098 € 7.475 € 2.326 € 1.771 -11.302 € -13.289 € -16.511 € -18.084
Gemiddeld aantal fte Werkfit trajecten Netto begeleidingskosten Provalu per fte Gemeentelijke lasten per fte
€ €
Loonkosten per fte DGI (zonder LIV) Loonkosten per fte Werkfit
€ €
24 -2.860 -2.860 -731 -32.539 -
24 -3.406 -3.406 -871 € -29.792 € -
€ €
23 -2.955 -2.955 -727 € -35.229 € -
€ €
€ €
23 -2.260 -2.260
€ -37.131 € -
Toelichting op de indicatoren: ▪
Voor de begroting 2025 zijn de loonkosten van de doelgroepers in dienst geindexeerd met 5,4%, waardoor de loonkosten per fte ten opzichte van de herziene begroting 2024 toenemen met € 1.902 tot € 37.131.
18
4.5.
Programma 'Overhead'
4.5.1. Overzicht van de kosten van overhead Hierna volgt de programmabegroting voor module D Overhead. Module D Overhead (in duizenden euro's)
Realisatie 2023
Begroting 2024
Onroerend goed (lasten)
-248
Herziene Begroting Begroting 2025 2024 -294 -275 -279
Onroerend goed (baten)
450
455
455
Onroerend goed
202
161
180
181
Bestuurskosten GR (interne kosten)
-233
-90
-190
-100
Management fee Provalu (overhead GR)
-288
-308
-305
-318
0
-30
-
-
Financiële lasten
460
Financiële baten
150
-
140
140
Beheerslasten GR
-371
-428
-355
-278
Kosten implementatieplan Provalu
-
-
-688
-565
Overhead
-170
-268
-863
-662
Toelichting op de programmabegroting: ▪
De lasten onroerend goed hebben betrekking op afschrijvingen, verzekeringen, klein onderhoud en belastingen.
▪
De baten onroerend goed betreffen de huuropbrengsten uit de verhuur van het pand aan de Nijverheidsweg 22 te Voorhout aan de uitvoeringsorganisatie Provalu.
▪
De ‘Bestuurskosten GR (interne kosten)’ nemen af ten opzichte van de herziene begroting 2024 (€ 90.000) door de afronding van het implementatieplan, volgend uit de vastgestelde meerjarenvisie, in 2024.
▪
De management fee Provalu heeft betrekking op werkzaamheden die door de directie, het secretariaat en de afdelingen Beleid & Kwaliteit, Finance & Control en ICT worden verricht ten behoeve van de Gr KDB.
▪
Voor de samenstelling en hoogte van ‘Kosten implementatieplan Provalu’ wordt verwezen naar het hoofdstuk ‘6.2.4 Reserves’, waarin het verloop van de bestemmingsreserve ‘Doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu’ is opgenomen 16.
De onttrekkingen aan de bestemmingsreserve ‘Doorontwikkeling uitvoeringsorganisatie Provalu’ sluiten aan met de incidentele kosten voor de uitvoering van het implementatieplan (€ 565.000). 16
19
5. Paragrafen 5.1. Inleiding In artikel 9 van het BBV is vastgelegd welke paragrafen de begroting, indien deze van toepassing zijn, ten minste dient te bevatten. In de volgende hoofdstukken wordt hieraan invulling gegeven.
5.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Risico’s Een risico is een mogelijke gebeurtenis met een negatief gevolg voor de Gr KDB. Op basis van de risico-inventarisatie is een risicoprofiel voor 2025 opgesteld. Het onderstaande overzicht toont de grootste risico's met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Risico
Grondslag
Effect op grondslag
Kans dat risico zich voordoet 20%
Impact
Hogere salariskosten voor SW dienstverbanden. Externe factoren zoals wetgeving en CAO-stijging en onvoorspelbare uitstroom SW dienstverbanden hebben direct impact op de personeelslasten SW. De afname van het totaal aantal doelgroepers, de stijgende leeftijd en toename van (fysieke) beperkingen van Wsw’ers en de complexiteit van nieuwe doelgroepen heeft gevolgen voor het verdienpotentieel van Provalu. Stoppen of wegvallen opdrachten uitvoeringsorganisatie Provalu
Bruto loonkosten module A Wsw: € 15.666.000
Stijging bruto loonkosten module A Wsw met 7,5%
Netto omzet werksoorten Provalu: € 8.759.000
Daling netto omzet werksoorten Provalu met 10%
25%
€ 218.986
Netto omzet werksoorten Provalu: € 8.759.000
Daling netto omzet werksoorten Provalu met 5%
25%
€ 109.493
€ 234.997
€ 563.476
Benodigde weerstandscapaciteit
Beschikbare weerstandscapaciteit Het BBV omschrijft de weerstandscapaciteit als zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de provincie onderscheidenlijk de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. De middelen die dat vermogen bepalen zijn: ▪ ▪ ▪
de algemene reserve en de reserves waaraan de raad een bestemming heeft gegeven die kan worden gewijzigd (bestemmingsreserves); de in de begroting opgenomen ramingen voor onvoorziene uitgaven voor zover hier nog geen bestemming aan is gegeven; de stille reserves, voor zover deze op korte termijn materieel te maken zijn (reserves waarvan de omvang en/of het bestaan niet uit de balans blijkt, voortkomend uit de onderwaardering van activa of overwaardering van schulden bij het volgen van normale waarderingsmethoden).
Op grond van het voorgaande bedraagt de beschikbare weerstandscapaciteit van de Gr KDB € 4.091.000. 20
Weerstandsvermogen Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, moet de relatie worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij horende benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt hierna weergegeven.
Ratio weerstandsvermogen
=
Beschikbare weerstandstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
€ 4.091.000 € 563.476
=
7,26
De Gr KDB streeft een weerstandsvermogen na dat tenminste voldoende is. Dit vereist een ratio weerstandsvermogen dat gelijk is of hoger is dan 1. De ratio weerstandsvermogen van de Gr KDB bedraagt 7,26 en is dientengevolge uitstekend. Waarderingscijfer
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A B C D E F
> 2,0 1,4 < X < 2,0 1,0 < X < 1,4 0,8 < X < 1,0 0,6 < X < 0,8 < 0,6
Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Ratio’s / kengetallen De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat vijf financiële kengetallen. De berekeningswijze van de kengetallen is vastgelegd in een ministeriële regeling. Mede op basis van deze kengetallen dient de paragraaf een analyse te geven van de financiële positie van de Gr KDB. In de onderstaande tabel zijn de voor de Gr KDB van toepassing zijnde kengetallen opgenomen. Kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorr. voor alle verstrekte leningen
Realisatie Herziene Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 Begroting 2025 2026 2027 2028 2024 -4,3% -4,3% 8,5% 8,3% 6,6% 5,0% -4,3%
-4,3%
8,5%
8,3%
6,6%
5,0%
Solvabiliteitsratio