C02.2 Bijlage Conceptjaarstukken 2025 Hecht.pdf
Tekst van het document
Daarnaast door structurele kosten (zoals organisatie- en samenwerkingskosten) eerder in de begroting op te nemen en bij opbrengsten expliciet te werken met bandbreedtes en risicotoelichtingen in plaats van ruime voorzichtigheid. Vooruitlopende op de resultaat bestemming is het resultaat van de RAV ten laste gebracht van de RAK (Reserve aanvullende kosten) van de RAV. Met de zorgverzekeraars is afgesproken dat de niet ontvangen Buren hulp en de invetsering in de organisatie van de RAV.
22
1.2.7. RVE Directie (DIR) De inhoudelijke en beleidsmatige ontwikkelingen zijn ondergebracht bij de RVE CS. Er volgt hier alleen een financiële toelichting. Realisatie RVE Directie Hieronder is het overzicht van de baten en lasten opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën.
x1000
Totaal Prog.begroting 2025
Bijgest. Progr. Totaal Begr. 2025 realisatie 2025
Salarissen en sociale lasten Tijdelijk personeel Overige personeelslasten Subtotaal personeelslasten
-1.098 -351 -1.449
-1.223 -1 -316 -1.540
-1.593 -6 -310 -1.909
Kapitaallasten Huisvesting Organisatiekosten Materialen Voorzieningen Kosten meldkamer Onvoorzien Lasten vorig boekjaar Doorbelasting overhead Subtotaal overige lasten Lasten Gemeenten BPI/BPK Gemeenten overig Derden Zorgverzekeraars Rijk Baten vorig boekjaar Dekking overhead Baten Gerealiseerde saldo van baten en lasten Storting reserves Onttrekking reserves Gerealiseerde resultaat
-1.592 -12 -1.604 -3.053
-402 -30 -432 -1.972
-406 126 30 -250 -2.159
12 3.042 3.054 0
2.390 1.098 3.488 1.516 -1.285 231
2.389 1.517 3.906 1.747 -1.285 462
0
Tabel 9: Financieel overzicht RVE Directie, onderverdeeld naar economische categorieën
Toelichting Binnen het onderdeel Directie is een positief resultaat zichtbaar te zien van €462k. Dit positieve resultaat ten opzichte van de begroting is voornamelijk gerealiseerd doordat de genomen maatregelen om te komen tot een positief resultaat bij de directie terecht kwamen, zoals het verminderen of minder intensief uitvoeren van projecten en het uitstellen van het management development traject. Het uitgangspunt van de directie om besparingswinsten zo veel mogelijk centraal te boeken om zo grip en sturing op deze incidentele posten te houden. Ondanks dat er bij enkele onderdelen gegronde redenen zijn voor overschrijdingen, heeft de directie er bewust voor gekozen om slechts beperkt met budgetten te gaan schuiven gedurende het boekjaar. Het is nog steeds de ambitie van de directie om te beoordelen of de BPI/ BPK op een juiste wijze aan de producten en dus ook aan de verschillende RVE’en wordt toebedeeld. Ook de hoogte van de doorbelasting voor de ondersteuning aan de RAV zal als de verschuivingsoperatie, van zelf uitvoeren naar centraal uitvoeren, volledig is afgerond ook onderdeel van deze analyse uitmaken.
23
In de begroting is, als onderdeel van het Herstelplan Eigen Vermogen, afgesproken dat Hecht structureel €1.285k rechtstreeks aan het Eigen vermogen toevoegt om zo het weerstandsvermogen te verbeteren. 1.2.8. RVE Centrale Ondersteunende Diensten (COD) In 2025 hebben de Centrale Ondersteunende Diensten (COD), bestaande uit Facilitaire Zaken, Financiën, Digitale Werkomgeving (DWO/ICT) en HR, belangrijke stappen gezet in het moderniseren en verbeteren van gebouwen, systemen en dienstverlening, met het oog op het versterken van de organisatie en het ondersteunen van medewerkers. Facilitaire Zaken Binnen Facilitaire Zaken zijn verschillende locaties voorzien van nieuwe schoonmaakcontracten. Voor de RAV- en JGZ-locaties is een uniform contract ingevoerd, wat bijdraagt aan consistentie in kwaliteit en efficiency van de dienstverlening. Tegelijkertijd is ingezet op de voorbereiding van duurzame en flexibele werkplekken, die beter aansluiten bij de behoeften van medewerkers en de organisatie, en bijdragen aan een toekomstbestendig werkklimaat. Digitale Werkomgeving (ICT) Op technologisch gebied zijn belangrijke mijlpalen bereikt. De nieuwe RAV-post in Leiderdorp is geopend, en één van onze datacenters is succesvol gemigreerd naar de cloud, wat heeft geleid tot aanzienlijke kostenbesparingen.
Binnen de digitale werkomgeving is een eerste, stevige stap gezet in het opschonen van applicaties: overbodige contracten zijn beëindigd en functionaliteiten zijn gebundeld in bestaande systemen. Hierdoor is de digitale werkomgeving eenvoudiger, veiliger en effectiever geworden. Tevens is het nieuwe Hecht Dataplatform operationeel geworden, waardoor datagedreven werken en het snel beschikbaar stellen van rapportages sterk is verbeterd. Financiën en aanbestedingen COD heeft in 2025 diverse aanbestedingen succesvol afgerond en heeft verdere professionalisering van financiële processen doorgevoerd. Daarnaast is gewerkt aan het gestandaardiseerde controlebestand in AFAS Profit en de implementatie van SMO’s, waarmee processen worden vereenvoudigd en de kwaliteit van financiële verantwoording wordt geborgd. De organisatie heeft tevens aandacht besteed aan het optimaliseren van het verzuimprotocol en de uitvoering van Mental Checkups, waarmee de inzet op personeelswelzijn en duurzame inzetbaarheid wordt versterkt. HR en personele ondersteuning Binnen HR lag de focus op het opvangen van personele krimp en het ondersteunen van medewerkers bij transities. Het transitieteam heeft een belangrijke rol gespeeld door het sociaal statuut te actualiseren, afspraken uit het sociaal plan vast te leggen en het medewerkersonderzoek structureel uit te voeren.
Deze maatregelen hebben bijgedragen aan continuïteit, transparantie en betrokkenheid van medewerkers gedurende het jaar. Innovatie en certificering Voorzichtig zijn eerste stappen gezet op het gebied van innovatie en AI, onder andere door de start van meerdere pilots, waaronder met Copilot, die gericht zijn op slimme en efficiëntere ondersteuning van medewerkers. In 2025 heeft Hecht tevens de NEN7510-certificering behaald voor COD, CS en RAV, wat bijdraagt aan de borging van informatiebeveiliging en compliance. Realisatie Centrale Ondersteunende Diensten Hieronder is het overzicht van de baten en lasten opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën.
24
x1000
Totaal Prog.begroting 2025
Bijgest. Progr. Begr. 2025
-5.084
-6.367
-243
-779
-893
Overige personeelslasten
-1.061
-1.009
-1.202
Subtotaal personeelslasten
-6.388
-8.155
-8.158
Kapitaallasten
-1.710
-1.580
-1.538
Huisvesting
-2.572
-2.574
-2.691
Organisatiekosten
-5.552
Salarissen en sociale lasten Tijdelijk personeel
Totaal realisatie 2025 -6.063
-3.749
-5.349
Materialen
-7
-8
-8
Voorzieningen
-57
-126
-93
Kosten meldkamer
-
-
-
Onvoorzien
-
-
-
Lasten vorig boekjaar
-
-
-
Doorbelasting overhead
-
-149
-149
Subtotaal overige lasten
-8.095
-9.786
-10.031
Lasten
-14.483
-17.941
-18.189
Gemeenten BPI/BPK
1.699
1.646
1.646
Gemeenten overig
1.274
1.519
1.323
32
192
422
Zorgverzekeraars
-
-
-
Rijk
-
-
-
Baten vorig boekjaar
-
-
-
Dekking overhead
11.478
14.365
14.028
Baten
Derden
14.483
17.722
17.419
Gerealiseerde saldo van baten en lasten
-0
-219
-770
Storting reserves
-
-
-
Onttrekking reserves
-
-
-
Gerealiseerde resultaat
-0
-219
-770
Tabel 10: Financieel overzicht RVE COD, onderverdeeld naar economische categorieën
Toelichting COD laat een negatief resultaat zien van € 770k. Dit wordt met name veroorzaakt doordat de uitbestedingskosten ICT in 2025 volledig in de kosten van de COD terecht is gekomen. In 2026 zal verder gekeken worden of daar een efficiencyslag te maken is tussen welke ICT-ondersteuning Hecht zelf uitvoert en welke werkzaamheden tegen betaling worden uitgevoerd door de aanbestede ICTpartners. In 2025 is er een slag gemaakt om ook de ICT-werkzaamheden voor de RAV uit te voeren. Hier is in tijd maar ook in ondersteuning van externe partijen geïnvesteerd om dit met goed gevolg af te ronden. Deze consultancy uren maar ook dubbele kosten van uit faserende softwarepakketten heeft extra druk gelegd op de uitgaven. Door ziekte op enkele cruciale plekken, zoals de salarisadministratie, was de COD genoodzaakt om in te huren waardoor er op deze plekken ook dubbele lasten werden gemaakt. Gezien de aard van deze werkzaamheden is uitstellen van vervanging of de werving van een vaste medewerker gezien de lange doorlooptijd niet wenselijk.
25
1.2.9. RVE Concernstaf (CS) De RVE CCS is in 2024 verandert naar RVE CS, de concernstaf. In 2025 hebben de teams van de RVE Concernstaf de geplande beleidsmatige doelstellingen gerealiseerd. De inzet was gericht op het versterken van de strategische sturing, het borgen van kwaliteit en rechtmatigheid, het vergroten van de digitale ondersteuning en het verder professionaliseren van de organisatie. Vaststelling koers 2026–2030 Na een intensief traject van interne en externe inspraak en samenspraak is in 2025 de strategische koers voor de periode 2026– 2030 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De koers bevat drie pijlers die richting geven aan de beleidsontwikkeling en de prioriteiten voor de komende jaren. Hiermee is een stevig fundament gelegd voor samenhangende besluitvorming en uitvoering binnen de organisatie. Kwaliteit en uniformiteit van werken In 2025 is Trevally, het digitale kwaliteitshandboek, opgeleverd. Hiermee beschikken medewerkers altijd over actuele processen, protocollen en werkinstructies. Dit draagt bij aan uniformiteit, transparantie en actualiteit in het dagelijks handelen en versterkt de borging van kwaliteit binnen Hecht. Samenwerking en crisisorganisatie De samenwerking op regionaal en landelijk niveau is in 2025 verder geïntensiveerd, met specifieke aandacht voor de crisisorganisatie.
De voorbereiding en inzet rondom grootschalige gebeurtenissen, waaronder de NAVO-top, hebben bijgedragen aan versterkte verbinding en afstemming met ketenpartners. Hecht beschikt eind 2025 over een actueel crisisplan publieke gezondheid en is organisatorisch ingericht om adequaat bij te dragen aan crises en verstoringen, zowel intern als extern. Efficiëntie en digitale ondersteuning Ter ondersteuning van efficiënte processen zijn in 2025 digitale e-formulieren voor privacyverzoeken en klachten geïntroduceerd. Deze dragen bij aan een laagdrempelige toegang voor inwoners en verbeteren de doorlooptijd en efficiency van interne werkprocessen. Contractbeheer en rechtmatigheid Ook op het gebied van contractbeheer en financiële rechtmatigheid zijn verdere stappen gezet. In samenwerking met het VIC-team is gewerkt aan het verbeteren van processen rondom contractmanagement, interne beheersing en rechtmatigheid. Hiermee wordt bijgedragen aan een transparante en betrouwbare bedrijfsvoering. Digitale dienstverlening en websites Aan het einde van 2025 zijn de nieuwe websites van GGD en RAV opgeleverd. Hiermee is een kwaliteitsslag gemaakt in digitale dienstverlening en is voortgang geboekt in het reduceren van het aantal gebruikte digitale platforms en leveranciers. De nieuwe inrichting is toekomstbestendig, beter beheersbaar en biedt verbeterde toegankelijkheid voor gebruikers.
Beleid informatiebeheer In 2025 is beleid voor informatiebeheer vastgesteld. Door heldere afspraken over beheer, opslag en vernietiging van informatie wordt de vindbaarheid en kwaliteit van informatie verbeterd en wordt voldaan aan wettelijke vereisten, waaronder archief- en privacywetgeving. Realisatie Concernstaf Hieronder is het overzicht van de baten en lasten opgenomen, onderverdeeld naar economische categorieën.
26
x1000
Totaal Prog.begroting 2025
Bijgest. Progr. Begr. 2025
Totaal realisatie 2025
Verschil
Salarissen en sociale lasten Tijdelijk personeel Overige personeelslasten Subtotaal personeelslasten
-4.459 -168 -183 -4.810
-3.664 -110 -185 -3.959
-3.662 -101 -96 -3.859
2 9 89 100
Kapitaallasten Huisvesting Organisatiekosten Materialen Voorzieningen Kosten meldkamer Onvoorzien Lasten vorig boekjaar Doorbelasting overhead Subtotaal overige lasten Lasten
-125 -413 -50 -589 -5.399
-115 -510 -6 -20 -651 -4.610
-109 -415 17 -20 -527 -4.386
6 95 23 124 224
Gemeenten BPI/BPK Gemeenten overig Derden Zorgverzekeraars Rijk Baten vorig boekjaar Dekking overhead Baten Gerealiseerde saldo van baten en lasten
133 5.265 5.398 -1
45 65 4.741 4.851 241
45 74 4.741 4.860 474
9 9 233
-1
241
474
233
Storting reserves Onttrekking reserves Gerealiseerde resultaat
Tabel 11: Financieel overzicht RVE CS, onderverdeeld naar economische categorieën Toelichting CS laat een positief resultaat zien van € 474k. Bij de analyse van de realisatie over 2025 ten opzichte van de vastgestelde begroting valt op dat op vier onderdelen sprake is van een onderschrijding van de prognose. De uitgaven voor tijdelijk personeel zijn binnen het begrote kader gebleven, ondanks meerdere moeilijk vervulbare vacatures en een relatief hoog ziekteverzuim binnen de Concernstaf (CS). Dit heeft ertoe geleid dat structureel capaciteit is gemist. Het binnen budget blijven is primair het gevolg van terughoudendheid bij het aangaan van aanvullende verplichtingen, mede in het licht van de financiële uitdagingen van Hecht. Daarnaast bleek het in de praktijk complex om vervanging te organiseren voor specialistische functies binnen de CS. De combinatie van financiële prudentie en schaarste op de arbeidsmarkt heeft ertoe geleid dat minder inhuur heeft plaatsgevonden dan geraamd. De onderschrijding op de overige personeelslasten wordt nagenoeg volledig verklaard door de situatie binnen de Ondernemingsraad (OR). Gedurende het jaar was sprake van vacatureruimte, waardoor de personele bezetting niet volledig was. Tevens is in 2025 in beperktere mate gebruikgemaakt van beschikbare budgetten voor onder meer scholing en werkbudgetten.
Dit heeft geleid tot een lagere realisatie dan begroot. Ten aanzien van de organisatiekosten geldt dat de Concernstaf kosten draagt die de eigen RVE overstijgen. Dit brengt een zekere mate van onvoorspelbaarheid in de realisatie met zich mee. In de loop van het jaar hebben zich diverse tussentijdse ontwikkelingen voorgedaan, waaronder contractaanpassingen – inclusief kostenreducties – vergoedingen van juridische kosten en een herijking van de wijze waarop financiering wordt geadresseerd. Deze factoren hebben gezamenlijk geleid tot een lagere uitkomst dan aanvankelijk geraamd. De huisvestingskosten zijn eveneens lager uitgevallen dan begroot. De oorspronkelijke raming bleek te hoog. Op basis van de gerealiseerde uitgaven is de begroting voor 2026 en verder neerwaarts bijgesteld, zodat deze beter aansluit bij de feitelijke kostenstructuur.
27
Met het oog op toekomstige begrotingsjaren zijn de onderliggende aannames kritisch herijkt. Voor de overige personeelslasten is de begroting ongewijzigd gelaten, aangezien wordt verwacht dat bij volledige bezetting van de OR het beschikbare budget weer conform begroting zal worden benut. Voor tijdelijk personeel is het begrote niveau gehandhaafd, gezien de blijvende onzekerheid rondom de invulling van specialistische functies en de noodzaak om cruciale expertise beschikbaar te hebben. De organisatiekosten zijn integraal beoordeeld en waar mogelijk structureel naar beneden bijgesteld. De huisvestingskosten zijn aangepast op basis van de gerealiseerde uitgaven, zodat de meerjarenraming realistischer aansluit bij de praktijk. 1.2.10 Cijfermatige verantwoording per RVE Beleidsindicatoren In onderstaande tabel zijn de beleidsindicatoren vermeld, die worden voorgeschreven in de nieuwe BBV-regelgeving. De indicatoren betreffen die van Hecht. Omwille van het inzicht zijn de indicatoren per programma inclusief overhead weergegeven. Realisatie 2025 Om schrijving
Eenheid
Inw oners
aantal
Apparaatskosten Apparaatkosten per inw oner
€ 1.000
Dir&CS
COD
GT
GBO
JGZ
ZVH
Corona
702 0,83
819 0,97
2.022 2,40
197 0,23
8.063 9,57
34.204 40,61
RAV
Hecht 842.299
5.967
14.985
€
7,08
17,79
1.449 1,72
Bezetting (inclusief inhuur) Bezetting per 1.000 inw oners
fte fte
44,70 0,05
82,00 0,10
94,20 0,11
56,40 0,07
296,10 0,35
164,50 0,20
3,90 0,00
305,60 0,36
1.047 1,24
Formatie
fte
44,10
76,30
85,20
56,10
288,90
162,40
3,10
301,30
1.017
Form atie per 1.000 inw oners
fte
0,05
0,09
0,10
0,07
0,34
0,19
0,00
0,36
1,21
Kosten tijdelijk personeel
€ 1.000,-
107
893
839
198
235
132
1.653
2.321
6.378
€ 1.000,Loonsom (excl. overige personeelslasten) Externe inhuur in % van loonsom %
5.362 2,0%
6.956 12,8%
8.836 9,5%
5.333 3,7%
23.547 1,0%
15.164 0,9%
2.254 73,3%
33.822 6,9%
101.274 6,3%
Overhead
€ 1.000,-
5.967
14.985
1.449
702
2.461
2.022
197
8.063
35.846
Totale lasten Overhead in % van totale lasten
€ 1.000,-
6.555 91%
18.040 83%
12.130 12%
6.991 10%
25.056 10%
16.464 12%
3.479 6%
43.809 18%
132.524 27%
5.362 111%
6.956 215%
8.836 16%
5.332 13%
23.545 10%
15.164 13%
2.254 9%
33.822 24%
101.271 35%
%
€ 1.000,Salarissen en sociale lasten excl. overhead Overhead in % van salarislasten %
Tabel 12 Beleidsindicatoren realisatie 2025
28
Begroting 2025 Omschrijving
Eenheid
Inwoners Apparaatskosten Apparaatkosten per inwoner
aantal € 1.000,€
7.732 9,18
13.355 15,86
Bezetting (inclusief inhuur) Bezetting per 1.000 inwoners
fte fte
75,68 0,09
Dir&CS
Formatie Formatie per 1.000 inwoners
fte fte € 1.000,Kosten tijdelijk personeel € 1.000,Loonsom (excl. overige personeelslasten) Externe inhuur in % van loonsom % € 1.000,Overhead € 1.000,Totale lasten Overhead in % van totale lasten % Personele lasten excl. overhead € 1.000,Overhead in % van salarislasten%
COD
GBO
GT
JGZ
1.543 1,83
2.504 2,97
2.474 2,94
802 0,95
14.257 16,93
42.668 50,66
73,74 0,09
51,79 0,06
83,73 0,10
309,89 0,37
166,39 0,20
298,20 0,35
1.059 1,26
75,68 0,09
73,74 0,09
51,79 0,06
83,73 0,10
309,89 0,37
166,39 0,20
293,60 0,35
1.055 1,25
168 5.724 2,9%
243 5.327 4,6%
976 8.839 0,0%
76 4.719 1,6%
474 23.680 2,0%
1.308 17.196 7,6%
1.048 32.421 3,2%
4.293 97.906 4,4%
28 133 21%
136 3.015 5%
2.201 7.424 30%
3.479 14.131 25%
8.725 33.637 26%
5.711 23.937 24%
8.257 44.973 18%
28.537 127.250 22%
80 35%
388 35%
4.196 52%
8.325 42%
22.494 39%
17.086 33%
28.802 29%
81.372 35%
ZVH
RAV
Hecht 842.299
Tabel 13 Beleidsindicatoren begroting 2025
1.2.11 Structureel en incidenteel resultaat Structurele resultaat Het structurele resultaat en de structurele exploitatieruimte zijn als volgt samen te vatten. Presentatie van het structurele saldo Saldo van baten en lasten
Begroting 2025
4.004
567
-515
1.082
1.507
3.489
-1.982
-459
459
3.030
-1.523
Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel resultaat Om schrijving
Saldo
2.074
Toevoegingen en ontrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Realisatie 2025
1.507 Begroting 2025
Realisatie 2025
-1.930
Saldo
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves Algemene reserve GGD
-1.285
-1.285
-
Reserve B
718
770
-52
Totaal structurele toevoegingen en ontrekkingen aan de reserves
-567
-515
-52
Tabel 14 Structureel resultaat Onder incidentele baten en lasten wordt verstaan, baten en/of lasten die bij ongewijzigd beleid en omstandigheden voor maximaal drie jaar vaststaan. De aard van de raming kan ertoe leiden dat van dit algemene uitgangspunt afgeweken wordt. Bij Hecht gaat het daarbij met name om extra toebedeelde taken vanuit het Rijk voor Corona en Oekraïne die naar verwachting een incidenteel karakter hebben. De mutaties uit de reserves worden gezien als incidenteel, aangezien de hoogte jaarlijks sterk kan fluctueren.
29
Structurele resultaat
€ 1.000
Structurele exploitatieruim te
Baten 2025
Directie
432
3.906
11%
CS
474
4.860
10%
COD
(770)
17.419
-4%
GT
1.072
18.269
6%
GBO
118
9.477
1%
JGZ
883
35.611
2%
ZVH
842
24.373
3%
Corona
-
3.528
0%
RAV
(21)
45.518
0%
Hecht
3.030
162.961
2%
Tabel 15 Structurele exploitatieruimte Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves worden gekarakteriseerd als incidentele onttrekkingen en stortingen. 1.3.
Financiële paragrafen
Hieronder worden de vanuit de BBV verplicht gestelde financiële paragrafen beschreven. 1.3.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Weerstandscapaciteit Het weerstandsvermogen van Hecht wordt bepaald door de omvang van de reserves. Hierdoor kunnen niet begrote uitgaven worden opgevangen. De deelnemende gemeenten zijn op grond van artikel 27, lid 7 van de Gemeenschappelijke Regeling Hecht verplicht ervoor te zorgen dat Hecht beschikt over voldoende middelen om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen. De uitgangspunten voor de reserves zijn opgenomen in de Nota Reserves en Voorzieningen, die door het Algemeen Bestuur op 18 december 2024 is vastgesteld. De omvang van de reserves bedraagt € 3.738k, na toevoeging van het resultaat 2025. Het weerstandsvermogen bedraagt ultimo 2025 €3.738k (2024: €158k). Dit is bepaald door de reserves waarvoor het Algemeen Bestuur al een doel heeft vastgesteld niet mee te tellen als vrij besteedbaar vermogen. Wat resteert, is het weerstandsvermogen cf. onderstaande tabel. Een nadere toelichting op het eigen vermogen is opgenomen in paragraaf 2.4.van de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur heeft op 18 december 2023 besloten om te streven naar een weerstandsvermogen tussen de €3 mln. en €6 mln. Op grond van het huidige resultaat en de afgesproken maandelijkse toevoeging aan het eigen vermogen vanuit de exploitatie laat het weerstandsvermogen per eind 2025 een flinke verbetering zien.
Dit saldo is gebaseerd op het voorlopige resultaat waarbij vooralsnog het gehele resultaat ten gunste van het weerstandsdeel is gebracht. De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit, die is gebaseerd op het risicomanagementsysteem, is op ultimo 2025 bepaald op €4.050k. De weerstandsratio is €3.738k/€4.050k = 92,2%. Door het jaarresultaat en de periode toevoeging aan de algemene reserve in 2025 is er een verbetering van de weerstandscapaciteit zichtbaar. Op basis van het huidige niveau van het eigen vermogen is Hecht groten deels in staat om de risico’s zelfstandig op te vangen. Dit is uiteraard afhankelijk van welke risico’s zich gaan voordoen. Conform de “Nota reserves en Voorzieningen ” heeft de directie een herstelplan Eigen Vermogen opgesteld om het Eigen Vermogen aantoonbaar te herstellen tot binnen de afgesproken bandbreedte. Dit plan is door het bestuur goedgekeurd.
30
€1.000 Algemene reserve GGD Reserve verplichtingen voormalig personeel Reserve programma Hecht24 Reserve onderhoud huisvesting Reserves GGD
31-12-2024 -3.300
Bestemming 411
1-1-2025 -2.889
31-12-2025 -1.604
niet vrij
0 0 0 -3.300
411
0 0 0 -2.889
0 0 0 -1.604
0 0 0 0
-1.604
Algemene reserve ZVH Reserves ZV H
758 758
-74 -74
684 684
684 684
0
684 684
Algemene reserve GHOR Reserve project OvDG Reserves GHOR
459 100 559
-29 -29
430 0 430
0 0 0
0 0
0
2.274 2.274
-341 -341
1.933 1.933
1.163 1.163
0
1.163 1.163
-33 258
33 0
0 158
3.489 3.732
0 0
3.489 3.732
Reserve aanvaardbare kosten RAV Reserves RAV Onverdeelde resultaat Eigen vermogen
Weerstand -1.604
0
Tabel 16: Opgave weerstandsvermogen
Risicomanagementsysteem Het risicomanagementsysteem (RMS) is door het Algemeen Bestuur op 8 december 2021 vastgesteld. Hieronder volgt een actuele inschatting van de risico’s. Alle risico’s zijn gebaseerd op mitigerende maatregelen. Het risicoprofiel is €4.050k. Er zijn meerdere risico’s geïdentificeerd, maar door de geringe impact in combinatie met de lage kans dat een dergelijk risico zich voordoet, zijn deze hieronder niet opgenomen. Bij de risicoanalyse en de risico voortgangsanalyse wordt wel beoordeeld of er een wijziging heeft plaatsgevonden. In de realisatie van 2025 bleken de indexaties op de exploitatie en de salariskosten hoger te zijn dan de opgenomen begroting van 2025, hiervoor is een begrotingswijziging in 2025 goedgekeurd. De onzekerheid die we tegemoet gaan door veranderende financieringsgrondslagen, de politieke situatie in binnen- en buitenland en de invloed op de financiering en de wijziging van de focus op het staken of stoppen van projectenzorgt voor een onzekerheid in de realisatie die door Hecht nauwelijks beïnvloedbaar is.
Tabel 17: Risicomatrix
31
Specificatie van de risico’s en beheersmaatregelen Belangrijkste risico’s Nr. Risico's
1
2
Totaal
* 1.000 Toelichting
€ 4.050
Maatregelen
Primaire taken
€
Verlies aanvullende opdrachten.
Door verlies van opdrachten is er geen continuïteit op bepaalde onderdelen. Afbouw van onderdelen kost geld.
500 Ontwikkelingen worden gevolgd. Grootste schommelingen worden opgevangen met flexibele schil. Afspraken in nieuwe GR opnemen.
Door onjuist gebruik van systemen of onjuiste vastlegging in de systemen is er Onjuiste registratie leidt tot omzet geen volledigheid in de registratie en de verlies en mogelijk imago schade. ingebouwde interne controles werken onvoldoende.
Continu proces van verbetering inrichting en instructie, gericht op standaard gebruik. Interne controles moeten problemen en impact zichtbaar maken en leiden tot betere controles.
Onzekerheid over structurele financiering VIP.
Versterking infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid (VIP) tijdelijk gefinancierd door het ministerie van VWS. Financiering is tijdelijk, continuïteit of toekomstige financiering is onzeker.
Informatiemanagement
€
Noodmaatregelen bij geconstateerde doorbraak digitale beveiligde systemen (cyber security).
Door de bekendheid van de organisatie is er Er wordt zorg gedragen dat alle een groot risico op (bewust of onbewust) systemen up to date zijn en er ongewenste toegang tot de systemen wat uitwijkmogelijkheden zijn bij leidt tot grote extra reparatie uitgaven. calamiteiten.
Financiën
€
5
Verschillen tussen de extra inkomsten door inflatie en cao worden niet direct gedekt door de gemeenten.
De FKGR houdt rekening met een correctie op de index maar deze komt pas na twee jaar en voorziet niet in compensatie voor de Doorvoeren van begrotingswijziging of gemiste index in die twee jaar. Dit vormt dekken uit het eigen vermogen. met name een risico bij niet verwachte hoge inflatie en cao stijging.
6
Een belangrijk deel van de vaste kosten van Door wegvallen van aanvullende omzet de organisatie (overhead) wordt bekostigd Vaste kosten organisatie betaald ontstaan er frictiekosten of worden uit de opbrengsten voor aanvullende uit variabele subsidie opbrengsten. door de toegenomen overheadkosten subsidies. De wettelijke taken van de GGD de tarieven hoger voor de deelnemers. zijn hierdoor relatief goedkoop.
3
4
De duur van de verplichtingen worden in overeenstemming gebracht met de looptijd van de gegarandeerde financiering.
250
3.300
Hecht begroot op basis van de jaarlijks werkelijk verwachte kosten. De loonstijgingen als gevolg van de tredestijgingen worden niet automatisch vergoed door de gemeenten.
De verborgen kostenstijgingen worden onder de aandacht gebracht van het bestuur.
7
Begroting op reële kosten en niet op een eind loonschaal.
8
Er zijn geen afspraken gemaakt voor de Fritciekosten die gemaakt worden bekostiging van de frictiekosten. Gemaakte Er worden afspraken gemaakt over de maar niet door de gemeenten frictiekosten worden niet automatisch vergoeding van frictiekosten. worden vergoed. vergoed door de gemeenten.
€
Totaal
4.050
Tabel 18: Risico specificaties 1.3.2.
Kengetallen
De kengetallen geven een indicatie van de financiële gezondheid van de organisatie. In onderstaande tabel zijn de voorgeschreven kengetallen gepresenteerd en vervolgens verder toegelicht.
32
2025 Realisatie 2025 Begroting
2024 Realisatie
HECHT
HECHT
HECHT
Solvabiliteitsratio
6,48%
-0,69%
0,50%
Netto Schuldquote
11,94%
22,38%
15,06%
Netto Schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
11,94%
22,38%
15,06%
Structurele exploitatieruimte
2,45%
0,00%
0,94%
Tabel 19: Kengetallen Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Als signaalwaarde voor de solvabiliteitsratio geldt een percentage van 20%. Aangezien Hecht een gemeenschappelijke regeling staan de gemeenten garant voor het nakomen van de financiële verplichtingen van Hecht. De solvabiliteitsratio is gestegen van 0,5% naar 6,5%. Met dit percentage is de financiële positie van Hecht aanzienlijk beter geworden. Netto schuldquote Investeringen worden niet betaald met reserves, maar met geld. Als dat niet op de bank staat, dan moet dat worden geleend. Daarmee stijgt de schuld. Als signaalwaarde voor de netto schuldquote geldt: als de netto schuld groter is dan 130% van de inkomsten, is er sprake van een erg hoge schuld. Het licht staat dan op rood. Maar al bij een netto schuld die 100% van de inkomsten te boven gaat, springt het licht op oranje. De netto schuldquote van Hecht is gedaald van 15,06% naar 11,86%. Dat is toereikend om aan de schuldverplichtingen te voldoen. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen geeft aan in hoeverre sprake is van doorlenen.
Zo wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de structurele vrije ruimte binnen de jaarrekening is, afgezet tegen de inkomsten. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De structurele baten van Hecht zijn in 2025 hoger dan de structurele lasten. De structurele exploitatieruimte is 2,59% positief. De structurele ontwikkelingen zijn meegenomen in de begrotingswijzigingen en de meerjarenbegroting. De structurele lasten van de begroting en meerjarenraming zijn gedekt door structurele baten. EMU-saldo Het EMU-saldo geeft het saldo van de inkomende en uitgaande geldstromen die daadwerkelijk in het kalenderjaar 2025 hebben plaatsgevonden minus deelname aan bedrijven en inkomsten uit kredietverstrekking.
33
Omschrijving 1. 2.
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) Mutatie (im)materiële vaste activa
3. 4.
Mutatie voorzieningen Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 5. Verwachte boekwinst/verlies bij de verkoop van financiële vaste activa en (im)materiële vaste activa, alsmede de afwaardering van financiële vaste activa Berekend EMU-saldo (= 1.-2.+3.-4.-5.).
2025 x € 1000,4.004 603 139 -10 0
3.550
Tabel 20: EMU-saldo Het EMU-saldo kan gezien worden als een extra financieel kengetal, naast de andere vijf verplichte financiële kengetallen zoals de solvabiliteit en de (netto) schuldquote. Het EMU-saldo heeft een vergelijkbare functie als het kasstroomoverzicht in het bedrijfsleven. Het positieve EMU-saldo over 2025 geeft aan dat we als Hecht via reële transacties afgelopen jaar meer ontvangen hebben dan dat we hebben uitgegeven. 1.3.3.
Financiering
Algemeen In 2023 heeft het Algemeen Bestuur van Hecht het Treasurystatuut vastgesteld. Dit Treasurystatuut regelt de verantwoordelijkheden en randvoorwaarden voor het aangaan, garanderen en verstrekken van geldleningen. Het Treasurystatuut verbiedt het gebruik van financiële derivaten. Er wordt geen rente toegerekend aan activa, Eigen vermogen en voorzieningen. Financiering Het programma GGD en ZVH worden voor het basispakket gefinancierd door de deelnemende gemeenten naar rato van hun inwonertal. De aanvullende diensten zijn gefinancierd op basis van door het Algemeen Bestuur vastgestelde tarieven of op basis van met deze afnemers gesloten overeenkomsten. Geplande investeringen worden gefinancierd uit de beschikbare liquide middelen. De financiering van het programma GHOR geschiedt sinds 1 januari 2014 door de deelnemende gemeenten van Hecht. Geplande investeringen worden gefinancierd uit de beschikbare liquide middelen. Het programma is per 1-1-2025 ondergebracht bij de Veiligheidsregio. De zorgverzekeraars financieren het programma RAV op basis van contractafspraken. Renterisico De renterisiconorm wordt niet overschreden. Het renterisico is nihil. Er zijn geen gelden uitgezet voor langer dan een jaar. Het pand aan de Parmentierweg te Leiden is in 2003 gefinancierd met een 20-jarige lineaire lening van de BNG Bank.
De rentevaste periode voor de financiering is gelijk aan de aflossingsperiode. De verbouwing aan de Parmentierweg is in 2023 gefinancierd met een lening bij de BNG Bank, met een looptijd van 15 jaar, tot 2-1-2038. De rentevaste periode voor de financiering is gelijk aan de aflossingsperiode. In 2011 zijn twee 50-jarige leningen afgesloten voor de financiering van de nieuwbouw van de RAV in Leiden en Gouda. De rentevaste periode voor beide geldleningen bedraagt 25 jaar, met een rentewijziging in 2037. De eerste aflossing van beide leningen was in januari 2013. Medio 2012 is een 34
aanvullende 49,5 jarige lening afgesloten voor de RAV. De aflossingen en rentevaste periode daarvan lopen synchroon met de beide 50-jarige leningen. De rente van deze drie leningen wordt volledig vergoed door de zorgverzekeraar. In 2024 is een lening afgesloten voor de aanbouw van de ambulancepost bij het Alrijne in Leiderdorp, met een looptijd van 40 jaar. 1.3.4.
Onderhoud kapitaalgoederen
Beleidskader Hecht streeft naar een optimale staat van haar kapitaalgoederen. Hiervoor is onderhoud noodzakelijk. De kapitaalgoederen kennen vier onderdelen. Namelijk: gebouwen; vervoermiddelen; machines, apparaten, installaties en overige materiële vaste activa. Gebouwen Naast panden in eigendom heeft Hecht ook panden gehuurd waar verbouwingen zijn uitgevoerd. Onderhoud aan de panden wordt zo veel mogelijk gespreid en zijn onderdeel van de exploitatiekosten. Op basis van de investeringen en verwachte levensduur zal nog beoordeeld worden of een onderhoudsvoorziening wenselijk is. Op dit moment heeft Hecht nog niet inzichtelijk welke onderhoudskosten op termijn te verwachten zijn. Op 31-12-2024 is er nog geen onderhoudsvoorziening gevormd. Vervoermiddelen Voor voertuigen van de ambulancedienst is een voorziening gevormd. De kosten voor onderhoud van de ambulances worden van deze voorziening geboekt. Als de voorziening ontoereikend blijkt worden de kosten in het lopende boekjaar in de exploitatie geboekt en wordt voor het volgende jaar bepaald of de dotatie aangepast moet worden. Machines, apparaten, en installaties Hieronder zitten de medische apparaten; voor een groot deel hiervan zijn onderhoudscontracten afgesloten. Overige materiële vaste activa Onder deze post is het meubilair, ICT-hardware en software en telefoons opgenomen.
Voor de belangrijkste bedrijfsapplicaties zijn dienstverleningsovereenkomsten gesloten. 1.3.5.
Bedrijfsvoering
Vennootschapsbelasting Hecht heeft haar vennootschapsbelasting (vpb) positie fiscaal getoetst. Op grond van deze toetsing concludeert Hecht dat de activiteiten, de activiteiten voor de reizigersvaccinaties leiden tot vpb-plicht respectievelijk tot heffing van vpb. Over 2025 is dit berekend op 57k. Voor de overige dienstverlening is het uitgangspunt ongewijzigd en zijn we niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Er is in de begroting en de realisatie geen sprake van algemene dekkingsmiddelen (zijn de baten die niet specifiek tot een programma behoren, deze kennen wettelijk geen vooraf bepaald bestedingsdoel en zijn daarmee vrij aanwendbaar) of Onvoorziene middelen. Fraude In 2022 zijn we gestart met het actualiseren van de frauderisicoanalyse; deze analyse vormt een onderdeel van de risicoanalyse zoals deze gebruikt zal worden als onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Doel van de frauderisicoanalyse is het inventariseren van Hecht specifieke frauderisico’s. Na inventarisatie kan beoordeeld worden of de maatregelen afdoende zijn om de risico’s af te dekken. Tevens kunnen de ingeschatte risico’s betrokken worden bij de controles 35
in het kader van de rechtmatigheid. Er zijn in 2025 geen gevallen van fraude bekend. Misbruik en oneigenlijk Het Algemeen Bestuur heeft op 20 september 2023 de beleidsnotitie M&O rechtmatigheid vastgesteld en met terugwerkende kracht per 1 januari 2023 van toepassing verklaard. In deze beleidsnotitie zijn de belangrijkste risicogebieden onderkend. Vanuit de interne controle zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd gericht op de toetsing van interne beheersingsmaatregelen die de belangrijkste risico's tot een aanvaardbaar niveau moeten terugbrengen. Uit deze werkzaamheden zijn geen fouten en/of onduidelijkheden gebleken die moeten worden gerapporteerd. Continuïteit Hecht is als gemeenschappelijk regeling een onderdeel van 18 gemeenten, hiermee is de continuïteit gewaarborgd. Om ook de bedrijfsvoering continuïteit te waarborgen wordt jaarlijks in het eerste half jaar de begroting van het volgende jaar inclusief de financiering vastgelegd. Toelichting op de rechtmatigheidsverantwoording Vanaf het verslagjaar 2023 is het Dagelijks Bestuur verantwoordelijk om een rechtmatigheidsverantwoording af te geven en deze op te nemen in de jaarrekening. Hierin verantwoordt het Dagelijks Bestuur zich direct tot het Algemeen Bestuur over het (financieel) rechtmatig handelen van de organisatie.
Het Dagelijks Bestuur verantwoordt aan het Algemeen Bestuur in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties, rechtmatig tot stand zijn gekomen. Dit houdt in dat afwijkingen wel of niet in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders, zoals de begroting en interne verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Het Algemeen Bestuur bepaalt vanaf het begrotingsjaar 2023 de verantwoordingsgrens en de spelregels. De uitgangspunten waaraan het Dagelijks Bestuur dit doet zijn vastgelegd in het vastgestelde normenkader en de door Commissie BBV uitgegeven Kadernota Rechtmatigheid 2024. De rechtmatigheidsverantwoording is in de jaarstukken opgenomen. In tabel 54 zijn de rechtmatigheidsbevindingen opgenomen. Deze bevindingen kunnen worden samengevat in drie verschillende criteria namelijk het begrotingscriterium ( €125.000,-), het voorwaardencriterium (€1.608.180) en het M&O criterium ( €0,-). De totale netto onrechtmatigheid bedraagt van €1.733.180. Begrotingscriterium De begrotingsonrechtmatigheden zijn ontstaan doordat de voorgenomen bezuinigen voor 2026 in 2025 zijn ingezet om dit in 2026 te kunnen realiseren. Dit is in lijn met de opdracht van het bestuur.
Hierdoor zijn al in 2025 positieve resultaten behaald, dit heeft wel geleid tot lagere kosten waardoor een afwijkingen ten opzichte van de begroting en ook de bijgestelde begroting zichtbaar zijn. Investeringen Categorie Gebouwen en terreinen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige ICT Overige
Investeringen € 309.000 € 2.224.400 € 730.000 € 114.000 € 40.000
€ € € € €
Begroting 200.000 2.000.000 550.000 170.000 180.000
Overschrijding Onderschrijding € 109.000 € € € € 180.000 € -180.000 € -180.000 € 56.000 € € 140.000
Totaal
€
3.417.400 €
3.100.000
€
109.000 €
16.000
Tabel 21: Investeringen Er is een onderschrijding van de investeringsbegroting zichtbaar. Deze onderschrijding is niet tijdig gemeld aan het bestuur waardoor deze in de rechtmatigheidsanalyse als onrechtmatig wordt gekwantificeerd. Een ander del betreft een verschuiving binnen de categorieën, machines, apparaten en installaties, Overige ICT en overige, om deze reden zijn ze in bovenstaande tabel gesaldeerd. Hierdoor wordt de resterende €109.000,- van de onderschrijding, de niet gebudgetteerde rennovatie aan de lift, als onrechtmatig gezien. Samen met de overschrijding van €16.000,- is de totale onrechtmatigheid op het begrotingscriterium €125.000,-. 36
Voorwaardencriterium Hecht heeft een zogeheten ‘SPEND-analyse’ uitgevoerd waarmee tevens de rechtmatigheid van aanbestedingen wordt getoetst. Op basis van regelgeving is hierbij uitsluitend een analyse gemaakt ten opzichte van de wettelijke bepalingen in de Aanbestedingswet. Uit deze analyse blijken een aantal onrechtmatigheden die hieronder, voor zover boven de rapportagegrens van €100k uitkomend, nader worden toegelicht.
Categorie Communicatie Vervoermiddelen Dienstverlening ICT Totaal onrechtmatig 2025
Bedrag onrechtmatig € 693.225 € 489.346 € 65.655 € 359.954 € 1.608.180
Tabel 22: Aanbestedingsonrechtmatigheid op categorie Van deze onrechtmatige aankopen zal bepaald worden op welke manier we deze aankopen rechtmatig kunnen maken, dit kan zijn door afbouw van de betreffende afname of door het starten van een aanbesteding. Deze aanbesteding zal voor zover dit nog niet is gebeurd een plek moeten krijgen in de aanbestedingskalender. Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium In 2025 zijn geen rechtmatigheidsfouten en/of -onduidelijkheden geconstateerd die het gevolg zijn van misbruik & oneigenlijk gebruik. 1.3.6.
Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid
Op grond van artikel 3.5 van de Wet open overheid dient een openbaarheidsparagraaf te worden opgenomen in de begroting. In deze paragraaf wordt toegelicht hoe Hecht middelen zal inzetten om in het kader van Open op Orde de informatiehuishouding op orde te brengen om te kunnen voldoen aan de eisen van een transparante organisatie en de Wet open overheid. Belangrijke speerpunten zijn daarbij de actieve en passieve openbaarmaking van documenten en het verder op orde brengen van de informatiehuishouding. Actieve openbaarmaking Stukken met betrekking tot de openbare vergaderingen van het Algemeen Bestuur worden vooraf gepubliceerd op de website van Hecht. Daarmee voldoet Hecht aan het actief openbaar maken van vergaderstukken. Ook de agenda’s en besluitenlijsten van vergaderingen van het Dagelijks Bestuur op onze website geplaatst. Dit is nog niet verplicht vanuit de Woo, maar draagt wel bij aan een transparante overheid. Passieve openbaarmaking Het is van groot belang om burgers, wetenschappers en journalisten tijdig van informatie te kunnen voorzien ingeval zij een Woo- of informatieverzoek indienen. Hiervoor is het noodzakelijk het afhandelingsproces van de Woo-verzoeken efficiënt in te richten teneinde een tijdige afhandeling mogelijk te maken. Binnen Hecht is aandacht voor het continue verbeteren van het proces van indienen en afhandelen van een Woo-verzoek.
Daar waar nodig werkt Hecht bij complexe Wooverzoeken intensief samen met gemeenten of landelijk via de branchevereniging. Informatiehuishouding Hecht heeft continue aandacht voor de verbetering van de digitale informatiehuishouding. Zo kunnen wij sneller en makkelijker op verzoeken om informatie reageren. Daarnaast helpt dit bij het actief openbaar maken van documenten. Binnen Hecht zal een informatienetwerk worden opgetuigd om dit te bewerkstelligen.
37
Jaarrekening 2025
38
2. Jaarrekening In dit hoofdstuk wordt de financiële verantwoording afgelegd over het gerealiseerde beleid in het jaar 2025, via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening, eveneens met toelichting. 2.1.
Balans
Tabel 23: Balans
39
Passiva (€1.000)
31-12-2025
31-12-2024
Vaste passiva Reserves Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Eigen Vermogen Voorzieningen Voorzieningen
244 -
191 100
2.4.7
3.489 3.733
-33 258
2.4.8
2.408 2.408
2.269 2.269
17.498
15.807
0
36
17.498
15.843
Onderhandse leningen van binnenlandse banken en overige financiële instellingen Onderhandse leningen van overige binnenlandse sectoren: Leaseverplichtingen Overige leningen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Totaal vaste schulden
2.4.9
Totaal vaste passiva
23.639
18.370
Vlottende passiva Banksaldi Overige schulden Totaal netto-vlottende schulden In het begrotingsjaar opgebouwde verplichtingen Van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen Totaal overlopende passiva
8.065
1.052 9.388
2.4.10
8.065
10.440
2.4.11
10.347 15.540 25.887
10.819 13.451 24.270
Totaal vlottende Passiva
33.952
34.710
TOTAAL PASSIVA
57.591
53.080
Tabel 24: Balans
40
2.2.
Overzicht van baten en lasten
De baten en lasten per programma/ RVE worden hieronder weergegeven. Omschrijving Programma
Programma begroting 2025 Baten
Lasten
Gewijzigde begroting 2025
Saldo
Baten
Lasten
Realisatie 2025
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
Directie
0
-215
-215
0
0
0
0
-479
CS
0
-530
-530
0
-96
-96
15
-79
-64
COD
-42
-2.109
-2.151
0
-1.495
-1.495
1.103
-3.020
-1.917
GT
8.341
-10.651
-2.310
9.489
-11.157
-1.668
10.678
-11.114
-436
GBO
3.364
-5.223
-1.859
5.337
-6.538
-1.201
5.117
-6.472
-1.355
JGZ
3.706
-23.839
-20.133
3.468
-23.487
-20.019
4.151
-23.301
-19.150
ZVH
3.774
-18.226
-14.452
3.888
-15.297
-11.409
4.056
-14.950
-10.894
0
0
0
3.645
-3.609
36
661
-3.331
-2.670
RAV
44.973
-36.239
8.734
44.526
-37.080
7.446
45.494
-37.694
7.800
Totaal programma's
64.116
-97.031
-32.916
70.353
-98.759
-28.406
71.275
-100.440
-29.165
Bijdrage per inwoner
60.703
60.703
61.174
Corona
Saldo van de financieringsfunctie
-661
-661
-479
61.174
61.174
-661
-661
230
-587
-357
61.174
Totale algemene dekkingsmiddelen
60.703
-661
60.042
61.174
-661
60.513
61.404
-587
60.817
Kosten overhead
2.432
-29.558
-27.126
-32.344
3.029
-29.315
3.849
-31.440
-27.591
Bijdrage heffing vennootschapsbelasting Gereliseerd totaal saldo van beten en lasten Toevoegingen en ontrekkingen aan reserves Gerealiseerde resultaat
0 2.432
-29.558
-27.126
0
0
0
127.251
-127.251
0
0 -32.344
-57
-57
-31.497
-27.648
3.029
-29.315
0
-1.285
-1.285
770
-1.285
-515
99.183
-97.676
1.507
137.298
-133.809
3.489
3.849
Tabel 25: Overzicht baten en lasten incl. overhead Toelichting In bovenstaande tabel worden de baten en lasten en het saldo hiervan per programma weergegeven. De bovenste tabel geeft inzicht in de programma’s exclusief overhead en in de onderste tabel zijn de cijfers gepresenteerd inclusief overhead. 2.3.
Grondslagen voor balanswaardering en resultaatbepaling
De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. 2.3.1. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden in acht genomen, indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen en schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken.
Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten, 41
bijvoorbeeld door reorganisaties, dient wel een verplichting opgenomen te worden. Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie en de Kadernota rechtmatigheid 2025 van de BBV. 2.3.2. Grondslagen voor de waardering van de balans Materiële vaste activa De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Slijtende investeringen worden vanaf het moment van ingebruikneming lineair afgeschreven in de verwachte gebruiksduur, waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele restwaarde. Indien een vast actief buiten gebruik is gesteld, heeft op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering van de boekwaarde plaatsgevonden naar de lagere restwaarde. Bij de waardering wordt in voorkomende gevallen rekening gehouden met een bijzondere vermindering van de waarde als deze naar verwachting duurzaam is. In het begrotingsjaar heeft een dergelijke vermindering overigens niet plaatsgevonden. Dergelijke afwaarderingen worden teruggenomen als ze niet langer noodzakelijk blijken. De waardering en afschrijving van materiële vaste activa behorend tot het programma RAV die vallen onder de voorschriften van de Nza kunnen te eniger tijd worden gewijzigd door de Nza.
In die gevallen prevaleren de voorschriften ter zake van Nza. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd, maar niet afgeschreven. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan €5.000 (voor de RVE RAV geldt €2.500 worden niet geactiveerd, maar direct in de kosten opgenomen. De op de oorspronkelijke verkrijgings- of vervaardigingsprijs toegepaste jaarlijkse afschrijvingen corresponderen met een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (kortste van de geschatte economische levensduur óf technische gebruiksduur) van de geactiveerde objecten en voorzieningen. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn opgenomen in de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet). De afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode en starten op het moment van ingebruikname. Afschrijvingen geschieden daarnaast onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Op gronden wordt niet afgeschreven. Eventuele boekwinsten bij inruil of afstoting van een kapitaalgoed zijn als incidentele bate in de jaarrekening verwerkt. De gehanteerde afschrijvingstermijnen zijn weergegeven in de volgende tabel.
42
Omschrijving
Afschrijvingstermijn
Bedrijfsgebouwen Bedrijfsgebouwen RAV
50 jaar
Bedrijfsgebouwen
40 jaar
Renovatie en restauratie
25 jaar
Kantineopbouw Parmentierweg te Leiden
20 jaar
Verbouwingen
15 jaar
Verbouwingen RAV
10 jaar
Vervoermiddelen Ambulances RAV; overige vervoermiddelen RAV; overige vervoermiddelen
5 jaar
Overige inventaris RAV
5-7 jaar
Medische inventaris RAV
5-10 jaar
Machines, apparaten en installaties Veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen; veiligheidsvoorzieningen RAV; noodstroomvoorziening; röntgenapparatuur; audiometers
10 jaar
Overige kantoorapparatuur
5 jaar
Overige materiële vaste activa Meubilair; kantoorinventaris en overige bedrijfsmiddelen RAV
5 jaar
Telefooninstallaties; verbindingsapparatuur/-netwerk RAV
5 jaar
Kantoorautomatisering, automatiseringsapparatuur, -infrastructuur en software Overige inventaris
5 jaar 5 - 10 jaar
Tabel 26: Afschrijvingstermijnen Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Indien nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Grond- en hulpstoffen Grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs worden de grond- en hulpstoffen tegen deze lagere marktwaarde gewaardeerd. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. Overlopende activa De overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Eigen vermogen In het BBV worden reserves omschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijke omvang van reserves is de verantwoordelijkheid van het Algemeen Bestuur. Daarom worden reserves onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra het AB aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve.
Om die reden kunnen bestemmingsreserves per ultimo verslagjaar geen negatieve stand vertonen. Heeft een reserve geen bestemming, dan wordt deze een algemene reserve genoemd. Mutaties in reserves zijn enkel mogelijk op basis van een AB-besluit, genomen vóór het einde van het betreffende begrotingsjaar. De reserves worden gewaardeerd tegen nominale waarde. 43
Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op basis van (jaarlijkse) schattingen van de te verwachten kosten. Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden). Om die reden kunnen voorzieningen per ultimo verslagjaar geen negatieve stand vertonen. Voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde of het nominale bedrag van de betrokken verplichting dan wel het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd indien er sprake is van: Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven.
Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. De vorming van een voorziening, of een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, wordt als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen van voorzieningen worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Aan voorzieningen ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht. Schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflossingen. Deze schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 2.3.3.
Algemene waarderingsgrondslagen voor de rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dit betekent dat: De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; De financiële rechtmatigheid waaronder het Voorwaardencriterium, het Begrotingscriterium en het Misbruik & Oneigenlijk gebruik (M&O) criterium, omvat de volgende onderdelen: − Voor het Voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 18 december 2024 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld; − Voor het Begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van 44
−
investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan het Algemeen Bestuur zijn gemeld; Ten aanzien van het Misbruik & Oneigenlijk gebruik criterium is de beleidsnotitie M&O van de organisatie leidend bij het voorkomen en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingsgrens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.
De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV alsmede de eigen financiële verordening. Dit betekent dat: − Een verantwoordingsgrens van 2% is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; − Een rapporteringstolerantie van €100k is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen. 2.4.
Toelichting op de balans
2.4.1. Materiële vaste activa Het onderstaande overzicht toont het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut.
Tabel 27: Verloop investeringen met economisch nut Onder desinvesteringen en afschrijvingen desinvesteringen staan de ingeruilde ambulances en inventaris die na de verhuizing niet meer in gebruik zijn. 2.4.2. Financiële vaste activa Het verloop van de financiële vaste activa gedurende het boekjaar is in het volgende overzicht weergegeven: €1.000 Afkoopregeling Corona Lening aan personeelsstichting RDOG Hollands Midden Totaal
31-12-2024 1.557 14 1.571
Toevoeging
-
Aflossing 1.557 2 1.559
31-12-2025 12 12
Tabel 28: Verloop vaste activa In 2024 heeft Hecht met VWS een afkoopregeling afgesproken ter dekking van de kosten voor het beëindigen van de corona werkzaamheden bij Hecht. In 2024 heeft Hecht hiervoor een voorschot gekregen die definitief wordt nadat er een verklaring van de accountant bij de cijfermatige onderbouwing is gegeven. In 2025 is deze definitief geworden waardoor deze financiële vaste activa hier komt te vervallen. In 2008 is een 20-jarige lening verstrekt aan de personeelsstichting Hecht voor de aankoop van een sloep, die als onderpand dient voor de lening. In 2018 is een aanvullende lening verstrekt vanwege onvoorziene onderhoudskosten. Op het lening bedrag wordt vanaf 2022 jaarlijks €2.500 afgelost. 2.4.3. Voorraden De voorraden grond- en hulpstoffen zijn gewaardeerd tegen historische kostprijs. 45
Tabel 29: Voorraden Dit betreft de voorraad van vaccins. 2.4.4. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn als volgt gespecificeerd.
Tabel 30: Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De post ‘vorderingen op openbare lichamen’ betreft de nog te ontvangen bedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen, die dienen ter dekking van de lasten van het huidige begrotingsjaar. Uitzettingen in Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, hier worden bedragen automatisch gestort als het banksaldo boven de €200k uitkomt. Schatkistbankieren Onderstaand overzicht toont het gemiddelde saldo van de liquide middelen die buiten de schatkist zijn gebleven.
€1.000 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal Gemiddeld saldo per kwartaal 485 1.888 2.502 1.529 Drempelbedrag 3.150 3.150 3.150 3.150 Ruimte ten opzichte van het drempelbedrag 2.665 1.262 648 1.621 Tabel 31: Schatkist Het maximale gemiddelde saldo per kwartaal van de buiten de schatkist gebleven middelen is lager dan 2% van het begrotingstotaal van de begroting. Dit komt neer op een bedrag van €157.492k x 2% = €3.150k. 2.4.5. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten:
Tabel 32: Liquide middelen De rekening-courant bij de huisbankiers is niet rentedragend. 2.4.6. Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt worden onderscheiden.
46
Tabel 33: Overlopende activa De post ‘overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen' betreft overige bedragen die nog te ontvangen zijn en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van de volgende begrotingsjaren komen. De post ‘overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen’ betreft nog te ontvangen bedragen van zorgverzekeraars en niet-Europese en Nederlandse overheidslichamen met betrekking tot het huidige begrotingsjaar. De post ‘vooruitbetaalde bedragen’ betreft uitgaven die betrekking hebben op het volgende begrotingsjaar. De voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen meteen specifiek bestedingsdoel nog te ontvangen van: - Overige Nederlandse overheidslichamen. De in de balans opgenomen, nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen, die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt worden gespecificeerd:
Tabel 34: Specificatie voorschotbedragen met specifiek doel