CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

APV Hillegom 2024, was-wordt-lijst.pdf

Gemeenteraad 14 december 2023, gemeente HillegomBij agendapunt: 19: Vaststellen van de Algemene Plaatselijke Verordening Hillegom31.761 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

2. Het college kan gedeelten van openbaar water aanwijzen waar met vergunning ligplaats kan worden ingenomen. 3. Het verbod is niet van toepassing op vaartuigen die ligplaats innemen bij woningen die grenzen aan openbaar water, mits het een vaartuig betreft waarvan de rechthebbende de eigenaar is van het aangrenzende perceel. 4. Het verbod is ook niet van toepassing op vaartuigen die ligplaats innemen in een gebied waarvoor de gemeente een privaatrechtelijke overeenkomst heeft gesloten voor het exploiteren van dat gebied. 5. Onder ligplaats innemen, hebben dan wel beschikbaar stellen wordt verstaan het (laten) afmeren en het vervolgens doen of laten liggen van een vaartuig aan of op de oever, aan de oeverbescherming, aan of op een natuurlijke of een voor dit doel aangebrachte voorziening of aan een ander vaartuig, anders dan voor aanleggen. 6. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. 7.

Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. 8. Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de

74

openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente. 9. De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Toelichting Artikel 5:25 is deels herschreven ter verduidelijking. Het vierde lid is toegevoegd zodat het verbod om met een vaartuig ligplaats in te nemen niet van toepassing is in het geval de gemeente als eigenaar van een openbaar water een privaatrechtelijke overeenkomst heeft afgesloten voor het exploiteren van dat gebied. Het zevende lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Het achtste en negende lid zijn toegevoegd vanuit praktijkervaringen. Op deze manier heeft het college meer handvatten om ligplaatsen van vaartuigen te reguleren. Artikel 5:26 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaatsen

Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaatsen

1.

Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het uiterlijk aanzien van de gemeente.

(Vervallen)

2.

De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Toelichting Artikel 5:26 is opgenomen in artikel 5:25 ‘Ligplaats vaartuigen’ zodat dit artikel kan vervallen. Artikel 5:27 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats

Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats

Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid bepaalde.

(Vervallen)

Toelichting Artikel 5:27 is opgenomen in artikel 5:25 ‘Ligplaats vaartuigen’ zodat dit artikel kan vervallen. Artikel 5:28 wordt als volgt gewijzigd:

75

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken

1.

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

1.

2.

Het verbod is niet van toepassing in situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Waterwet, het Binnenvaartpolitiereglement of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

2. Het verbod is niet van toepassing in situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Waterwet, het Binnenvaartpolitiereglement of de provinciale omgevingsverordening.

Toelichting Het tweede lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:30 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:30 Veiligheid op het water

Artikel 5:30 Veiligheid op het water

1.

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

1.

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer of anderszins in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

2.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de provinciale omgevingsverordening of het bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet.

Toelichting Het tweede lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:32 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:32 Crossterreinen

Artikel 5:32 Crossterreinen

1.

1.

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig, en een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig, of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

76

2.

Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a. b.

c.

2.

in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

3. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het college kan daarbij nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.

het voorkomen of beperken van overlast;

b.

de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;

c.

de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Toelichting Het derde lid is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:33 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden

Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden

1.

1.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

2. Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: a.

2. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het college kan daarbij nadere regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen in het belang van:

in het belang van het voorkomen van overlast;

a.

het voorkomen van overlast;

b.

in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

b.

de bescherming van natuur- of milieuwaarden;

c.

in het belang van de veiligheid van het publiek.

c.

de veiligheid van het publiek.

3. 3.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.

Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:

Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden: a.

a.

ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van

ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,

77

andere krachtens artikel 29, eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b.

die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

c.

die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

d.

van de zakelijke gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

e.

voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;

4. 4.

Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van toepassing: a.

b.

5.

op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening ‘Stiltegebieden’ aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

5.

b.

die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

c.

die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;

d.

van de zakelijke gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld;

e.

voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.

Het verbod is voorts niet van toepassing: a.

op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;

b.

binnen de bij of krachtens de provinciale omgevingsverordening aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod.

Toelichting Het vierde lid, onder b is een technische aanpassing in het kader van de Omgevingswet. Verder enkele tekstuele aanpassingen. Artikel 5:34 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken

1. Het is verboden in de open lucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

1.

Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

2.

Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:

2.

Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a.

verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

78

3.

b.

sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen afvalstoffen worden verbrand.

c.

vuur voor koken, bakken en braden.

Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

5.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Zuid-Holland.

a.

verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;

b.

sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, als geen afvalstoffen worden verbrand.

c.

vuur voor koken, bakken en braden.

3.

Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.

5.

Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de provinciale omgevingsverordening.

Toelichting Het eerste en vijfde lid zijn technische aanpassingen in het kader van de Omgevingswet. Artikel 5:35 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 5:35 Begripsbepaling

Artikel 5:35 Definitie

In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.

Toelichting ‘Begripsbepaling’ is een verouderde term en wordt niet meer gebruikt. Artikel 6:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6:2 Toezichthouders

Artikel 6:2 Toezichthouders

1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de Buitengewone Opsporingsambtenaren (Boa’s), politie, de medewerkers belast met bouw- en woningtoezicht, de havenmeester, de marktmeester en de medewerkers belast met openbare werken.

1.

2.

Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de Buitengewone Opsporingsambtenaren (Boa), politie, de als toezichthouders benoemde medewerkers bouw- en woningtoezicht, de havenmeester en de marktmeester.

2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

79

Toelichting In het eerste lid zijn de medewerkers belast met openbare werken verwijderd omdat niet duidelijk is wie dat zijn en wie dan categoriaal wordt aangewezen zodat de bepaling juridisch geen stand houdt. Het tweede lid is herschreven ter verduidelijking. Artikel 6:4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6:4 Intrekking oude verordening

Artikel 6:4 Intrekking oude verordening

De algemene plaatselijke verordening van de gemeente Hillegom, vastgesteld op 10 december 2015 en gewijzigd op 13 december 2018 wordt ingetrokken.

De Algemene plaatselijke verordening Hillegom (2020) wordt ingetrokken

Toelichting Omdat de APV in zijn geheel wordt ingetrokken is de nieuwe tekst voldoende. Artikel 6:5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6:5 Overgangsbepaling

Artikel 6:5 Overgangsbepaling

Besluiten genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

1.

Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

2. Op aanvragen om een vergunning, ontheffing of een ander besluit op grond van de Algemene plaatselijke verordening (2020), waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen. 3. Besluiten ter uitvoering of handhaving van bepalingen van de Algemene plaatselijke verordening (2020), worden geacht te zijn genomen ter uitvoering of handhaving van deze verordening. 4. Op bezwaarschriften tegen besluiten op grond van de Algemene plaatselijke verordening (2020), waarop bij de inwerkingtreding van deze verordening nog niet is beslist, wordt met toepassing van deze verordening een beslissing genomen. 5. De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 6.4 heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de op basis van die verordening vastgestelde nadere regels, beleidsregels, aanwijzingsbesluiten,

80

mandaatbesluiten en delegatiebesluiten, als de rechtsgrond waarop die besluiten zijn gebaseerd ook is opgenomen in deze verordening. Toelichting De Algemene plaatselijke verordening Hillegom 2024 vervangt in zijn geheel de Algemene plaatselijke verordening Hillegom (2020). De aanvullende overgangsbepalingen regelen de verhouding in de overstap tussen de twee verordeningen en bepalen welk recht van toepassing is in verschillende situaties. Artikel 6:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6:6 Inwerkingtreding

Artikel 6:6 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij is bekend gemaakt.

1. Deze verordening treedt in werking op de dag dat de Omgevingswet in werking treedt. 2. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 4:1 en 4:5 in werking op de dag direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Toelichting Het tweede lid is nodig zodat duidelijk is voor handhaving van de status quo dat de basis van deze regels wordt gevormd door de wet- en regelgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden. Daarom is voor de toepassing van deze APV-artikelen aan de verwijzing naar de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder toegevoegd: zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Artikel 6:7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 6:7 Citeertitel

Artikel 6:7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald onder de titel ‘Algemene Plaatselijke Verordening Hillegom’.

Deze verordening wordt aangehaald als: ‘Algemene plaatselijke verordening Hillegom 2024’.

81

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1589/documents/20767