CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ontwerp Omgevingsplan.pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 8: Omgevingsplan buitengebied en de Zanderij28.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Dit uitgangspunt is overgenomen uit bestaand beleid van provincie, regio en gemeente. Dat betekent dat bestaande activiteiten die niet bijdragen aan de koers van een deelgebied mogen blijven. Een bestaand garagebedrijf binnen het deelgebied Duurzame Bloementuin draagt niet bij aan de gewenste gebiedskwaliteit maar krijgt de ruimte om het bedrijf voort te zetten. Maar dat garagebedrijf krijgt niet de ruimte krijgen om uit te breiden (met uitzondering van de eerste 3 jaar na vaststelling van het omgevingsplan als het bedrijf nog planologische uitbreidingsruimte had in het bestemmingsplan) of na bedrijfsbeëindiging door te gaan als een ander bedrijf, bijvoorbeeld een aannemersbedrijf. Ook niet als het voorgaande bestemmingsplan dit toelaat. Op dit punt is sprake van een breuk met de bestemmingsplanpraktijk. In artikel 2.11 (toegelaten activiteiten) is dat nader uitgewerkt. Bestaande legale gebruiksactiviteiten zijn altijd toegestaan. Zie de toelichting bij artikel 1.1. voor een nadere uitleg van het begrip gebruiksactiviteiten. Zodra sprake is van een wijziging van gebruik is niet langer sprake van bestaand gebruik en geldt dat nieuwe gebruiksactiviteiten alleen zijn toegestaan als deze passen bij doelen van de onderliggende functie.

Bestaande rechten en directe planschade Ieder gebruik dat een aantasting van de kwaliteit van een deelgebied - zoals omschreven in de omgevingsvisie - met zich meebrengt is daarom verboden. Wat dan in ieder geval is toegelaten is het gebruik dat al legaal plaatsvindt. Het zou tot te veel onzekerheid leiden als bestaand gebruik na inwerkingtreding van nieuwe regels ineens verboden zou zijn. Voor wijziging van gebruik passend binnen de bestaande rechten uit het onderliggende voorheen geldende bestemmingsplan, is een overgangsregeling opgenomen. Dit gebruik wordt nog drie jaar na inwerkingtreding van dit omgevingsplan toegestaan, daarna niet meer en is een vergunning nodig. Dit betekent dat een garagebedrijf dat in het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ nog een bouwvlak had voor uitbreiding, daar na drie jaar na inwerkingtreding van dit omgevingsplangeen gebruik meer van kan maken. In dit geval is ook geen beroep op planschade mogelijk omdat deze beperking voorzienbaar was vanaf het moment dat dit omgevingsplan als ontwerp ter inzage is gelegd met de bekendmaking van deze nieuwe koers voor het buitengebied.

44 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Verruiming ontwikkelmogelijkheden en indirecte planschade Tegenover de beperking van bestaande rechten biedt het omgevingsplan ook veel meer ontwikkelmogelijkheden. Ieder gebruik dat past binnen de koers kan met vergunning worden toegelaten. Dat betekent dat het omgevingsplan gebruiksruimte biedt aan diverse ruimtelijke ontwikkelingen. Dat kan voor de directe omgeving schade opleveren. De bouw van een greenportwoning kan de mogelijkheden beperken voor een nabijgelegen bedrijf om uit te breiden. Bij verlening van de vergunning voor de greenportwoning zal het belang van het bedrijf meegewogen moeten worden en kan er aanleiding zijn nadeelcompensatie toe te kennen. Doordat gebruik soms onomkeerbare gevolgen voor een gebied met zich mee kan brengen is het belangrijk dat voor gebruik soms een toetsing vooraf door het college van burgemeester & wethouders plaatsvindt. Wanneer een bedrijf voor de inzameling van klein chemisch afval zich in de Duurzame Bloementuin zou vestigen zonder toetsing vooraf kan dit de landschappelijke kwaliteit onherstelbaar beschadigen. De B&B uit het voorbeeld wil een ander gebruik dan bollenteelt. Hoofdregel van het omgevingsplan is dat we medewerking verlenen aan dit initiatief mits de activiteiten bijdragen aan de koers voor de onderliggende functie Duurzame Bloementuin.

Voor een aantal activiteiten is in het omgevingsplan direct bepaald of deze wel of niet passen binnen de koers. Voor andere activiteiten geldt dat een integrale afweging nodig is om medewerking te kunnen verlenen. De omgevingstafel kan daarbij helpen om de vergunning binnen 8 weken te verkrijgen. De omgevingstafel zal vanuit het beleid uit de Omgevingsvisie adviseren dat de vergunning kan worden verleend vanwege de bijdrage aan de toeristische doelstelling mits het parkeren goed wordt opgelost.

Afdeling 2.3 Bouwen Voor de in het buitengebied aanwezige deelgebieden is de gewenste ruimtelijke kwaliteit vastgelegd in de Omgevingsvisie door middel van een koers. Deze deelgebieden zijn in het omgevingsplan vertaald naar functies en doelen met bijbehorende regels om de gewenste kwaliteit te verwezenlijken. Voor drie functies in het buitengebied is het bewerkstelligen en versterken van een open landschap de ambitie. Het oprichten van bouwwerken kan bestaande openheid en zichtlijnen doorbreken wat strijdig is met de ambitie. Het functiegebied Levendige Linten leent zich meer voor bebouwing dan de andere functies, maar ook hier geldt een ambitie die het noodzakelijk maakt dat er ruimtelijke regels over bouwwerken zijn. Het verhogen van woon- en leefkwaliteit in combinatie van versterking van karakteristieken van het lint maken dat niet elk bouwwerk gelijk op zijn plaats is. Het is daarom belangrijk dat voor iedereen die een bouwwerk wil oprichten en in stand houden regels gelden. Op deze manier worden de hiervoor genoemde ambities nagestreefd. Bepaalde in deze afdeling genoemde bouwwerken kunnen zonder vergunning worden gebouwd. Om de verwezenlijking van de ambities goed te kunnen monitoren is het wel van belang dat elke initiatiefnemer die gaat bouwen het bevoegd gezag daarover informeert.

Het gaat met name om regels over ruimtelijke, stedenbouwkundige en landschappelijk kwaliteit. Wanneer er geen regels gesteld zouden zijn in deze afdeling bestaat de kans dat de omgeving volledig dicht gebouwd wordt. Voor de activiteit bouwen is bepaald dat bouwen alleen met een vergunning is toegestaan mits passend in de bestaande landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur. 45 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Daarnaast moet getoetst worden aan de doelen van bijvoorbeeld de functie Duurzame Bloementuin. De initiatiefnemer zal dus een bouwplan moeten ontwikkelen dat voldoet aan deze open normen. Binnen de gemeente zijn daarvoor nog geen algemene of beleidsregels voor opgenomen. Wel kan de initiatiefnemer zijn initiatief bespreken aan de omgevingstafel. Bouwwerken met een grotere invloed op de ambities die binnen een functie worden nagestreefd zijn vergunningplichtig. Het is van belang dat het bevoegd gezag eerst beoordeelt of dat bouwwerk past binnen de ambities van het gebied. De regels voor die beoordeling zijn dan ook gekoppeld aan de betreffende functie aangezien elke functie weer andere beoordeling met zich mee brengt in het licht van de ambitie van het betreffende functiegebied. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet krijgt de gemeente de mogelijkheid bouwactiviteiten vergunning vrij te maken. Vooruitlopend hierop zijn in artikel 2.16 toegelaten bouwactiviteiten opgenomen. De B&B van het bollenteeltbedrijf is zeer succesvol en daarom wil initiatiefnemer een extra gebouw realiseren op het terrein. Hoofdregel van het omgevingsplan is dat we medewerking verlenen aan dit initiatief mits de activiteiten bijdragen aan de koers uit de omgevingsvisie.

Binnen het gebied zijn kleine gebouwen die voldoen aan de opgenomen maatvoeringen toegestaan, in andere gevallen is een vergunning benodigd. In dat geval vindt toetsing plaats van het initiatief aan de koers van de Duurzame Bloementuin, op een vergelijkbare wijze als bij de regels voor gebruik. Afdeling 2.4 Het onderhouden van houtopstanden Bomen dragen bij aan een prettig woon- en leefklimaat en het uiterlijk aanzien der gemeente. De regels in deze afdeling hebben als doel het beschermen van bomen die als beeldbepalend voor het buitengebied worden gezien. De huidige inventarisatie van waardevolle bomen zijn opgenomen binnen het werkingsgebied ‘waardevolle boom’. Binnen dit werkingsgebied is de activiteit kappen aan een vergunningplicht gekoppeld. Het bevoegd gezag verleent de vergunning op basis van een open norm die overgenomen is uit het de huidige APV. Los hiervan geldt altijd de Wet natuurbescherming, geen vergunning is nodig als sprake is van bepaalde onderhoudswerkzaamheden zoals opgenomen in artikel 2.19. Voor de uitbreiding van de B&B moet een grote boom wijken. Besloten wordt om deze boom te kappen. Dat is toegestaan. Als de boom binnen het werkingsgebied ‘waardevolle boom’ is gelegen dan is wel een vergunning benodigd. De vergunning wordt verleend als het kappen geen afbreuk doet aan de doelstellingen van de functie waarbinnen de boom staat.

Afdeling 2.5 Evenementen Hillegom heeft de ambitie om een heerlijke woonplaats te zijn. Een evenement kan zowel bijdragen aan levendigheid, als hinder opleveren. Om deze twee neveneffecten met elkaar te verenigen is een regeling voor evenementen opgenomen. Met de regels zoals opgenomen in deze afdeling worden kleine evenementen zonder vergunning toegestaan, maar is er wel een meldingsplicht opgenomen. Dit sluit aan op de huidige regels uit de APV. Voor grotere evenementen is een vergunning nodig en wordt getoetst aan de beoordelingsregels van het werkingsgebied ‘Ford museum’. De B&B besluit om een evenement te organiseren waar maximaal 60 personen bij aanwezig zullen zijn. Dit is in ieder geval toegestaan als het tussen 09.00 uur en 23:00 plaatsvindt en er geen verkeersmaatregelen nodig zijn. Ook mogen er geen grote objecten met een oppervlakte van meer dan 25 m2 worden geplaatst. Dit evenement mag zonder vergunning plaatsvinden. De initiatiefnemer dient de gemeente dit wel vooraf te melden. 46 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Als achteraf blijkt dat er meer dan 100 bezoekers aanwezig zijn geweest had eigenlijk een vergunning moeten worden aangevraagd. Het is de verantwoordelijkheid van de aanvrager om hierop toe te zien. Burgemeester en wethouders hebben de bevoegdheid om maatwerkvoorschriften op te leggen, die een aanvrager kunnen verplichte maatregelen te treffen voor eigen kosten. Afdeling 2.6 Waarborgen van de veiligheid De omgevingsvisie stelt dat Hillegommers in een gezonde leefomgeving horen te wonen met een goede luchtkwaliteit en geen noemenswaardige geluidsoverlast. Risicovolle activiteiten horen dan ook niet op locaties plaats te vinden waar dit een inbreuk maakt op de eisen van leefbaarheid. Met de regels in afdeling 2.6 wordt voorkomen dat gevoelige functies in de buurt van risicobronnen gesitueerd worden. Daarnaast wordt voorkomen dat risicobronnen overal toegelaten kunnen worden.

Paragraaf 2.6.2 Veiligheid rond opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines Als gevolg van een sterke verweving van woonwijken en bedrijventerreinen in Hillegom wonen er mensen in de buurt van terreinen en bedrijven die een veiligheidsrisico met zich meebrengen. Hierdoor zijn er verschillende woongebieden waar een noodzaak is de situatie qua veiligheid te reguleren. Voor bedrijven met een extern veiligheid risico is een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico opgenomen die in acht genomen kan worden door het aanhouden van een afstand. Bovendien wordt voor risico’s op grotere afstand het treffen van maatregelen verplicht gesteld. Hogere regelingen bepalen ook dat deze grenswaarde in een omgevingsplan in acht moeten worden. De regels in deze paragraaf strekken mede tot uitvoering daarvan.

Paragraaf 2.6.3 Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen Door het gebied loopt een leiding van de Gasunie voor het transport van aardgas. De integriteit en werking van de leiding dient beschermd te worden omwille van de veiligheid. In deze paragraaf worden daarom regels gesteld ervoor te zorgen dat er geen activiteiten worden verricht die van invloed zijn op de leiding. Deze regels hebben als gevolg dat er aan weerszijden van de buis een gebied is waar bepaalde activiteiten worden beperkt. Vlak langs de B&B loopt een aardgasleiding van de Gasunie. Toegelaten zijn onderhoud- en beheersactiviteiten ten behoeve van de aardgasleiding. Een fontein is niet rechtstreeks toegelaten. Er moet een vergunning aangevraagd worden aangezien de activiteit een nadelig gevolg voor de buisleiding met zich mee kan brengen. Als aangetoond kan worden dat de activiteit geen nadelige gevolgen heeft wordt de vergunning verleend. Afdeling 2.7 Beschermen van de waterbelangen Grond- en oppervlaktewater dient beheerd te worden als onderdeel van de fysieke leefomgeving. Deze paragraaf stelt regels aan de waterhuishouding. Activiteiten die ten dienste staan van een ongestoord functioneren van de waterhuishouding zijn rechtstreeks toegelaten. Activiteiten die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterhuishouding moeten worden voorkomen.

47 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Afdeling 2.8 Beschermen van de gezondheid en van het milieu Paragraaf 2.8.1 Kwaliteit van de buitenlucht De ambitie van de gemeente is om te voorkomen dat kinderen worden blootgesteld aan slechte luchtkwaliteit, hiervoor houden zij strengere WHO-normen aan voor deze doelgroep. De zones langs drukke wegen in de gemeente zijn aangewezen als aandachtsgebieden (50 meter vanaf drukke wegen) waarbinnen geen nieuw gebruik voor bijeenkomsten van kinderen tot 16 jaar mogen plaats vinden, zoals scholen of kinderopvang mag plaatsvinden. In artikel 2.48 is een verbod opgenomen om eerstelijns bebouwing in gebruik te nemen voor bijeenkomst van kinderen. De regel is gebaseerd op een advies van GGD. De B&B biedt daarnaast op zaterdagen excursies aan jongeren onder de 16 jaar. Daarbij wordt gedurende een dagdeel ter plaatse van de B&B een presentatie gehouden over de Duurzame Bloementuin van Hillegom. Dit is toegestaan mits deze bijeenkomst niet plaatsvindt in de nabijheid van drukke wegen waar een werkingsgebied ‘luchtkwaliteit’ is (artikel 2.48). Activiteit Kwaliteit van de buitenlucht

Wat mag wel/niet Buiten werkingsgebied altijd toegestaan. Binnen werkingsgebied geen bijeenkomstfuncties jonger dan 16 jaar

Afweging met vergunning n.v.t.

Paragraaf 2.8.2 Geluid In de omgevingsvisie vormt gezondheid een belangrijke ambitie. Geluidsoverlast vanwege verkeer en bedrijven is daarin een belangrijke factor. In paragraaf 2.50 zijn alle activiteiten benoemd waarvoor we in deze afdeling regels willen stellen. Voor het toepassingsbereik is in aansluiting op het Bkl gekozen voor alle activiteiten (met uitzondering van wonen), en elders geregelde specifieke activiteiten zoals windturbines. De regels richten zich tot eenieder die geluidsactiviteiten onderneemt. De opgenomen regel is overgenomen uit het Bkl. Het toepassingsbereik van de regels in deze paragraaf is dusdanig geformuleerd dat de geluidruimte van een bedrijfsmatige activiteit minder zeker kan worden. De in dit omgevingsplan gegeven waarden gelden op de gevel van een geluidgevoelig gebouw. Dit brengt met zich mee dat enerzijds nog niet benutte geluidruimte kan verdwijnen of onnodig wordt verkleind. Bij voorkeur zouden bewoners in hun woonomgeving 4 nergens hogere geluidbelastingen mogen ondervinden dan 50 dB(A). In de regels is een geluidsniveau van 50 dB(A) overal als maximale norm opgenomen. Een overschrijding van deze norm zouden we het liefst helemaal uitsluiten maar andere belangen zoals economie en levendigheid vragen ook om ruimte.

De regels voor geluid ten aanzien van bedrijven (§ 2.8.2.1 Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten) zijn op die manier ingericht. Overal waar we nieuwe bedrijven toelaten geldt daarbij de voorwaarde dat we 50 dB(A) als grenswaarde aanhouden. Dat geldt ook voor de bouw van nieuwe woningen in de nabijheid van bestaande bedrijvigheid. Voor windturbines, civiele buitenschietbanen en agrarische activiteiten zijn in § 2.8.2.2 specifieke geluidnormen opgenomen.

4 Dit geldt ook voor andere geluidgevoelige functies zoals scholen, ziekenhuizen etc.

48 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Voor sommige bestaande bedrijven geldt de waarde uit artikel 2.5, lid 2 niet op de gevel van omliggende geluidgevoelig gebouwen maar op de grens van het werkingsgebied ‘geluidscontour’. Op deze manier wordt aan bestaande bedrijven geluidsruimte geboden zonder dat de koers voor een heerlijke woonplaats verlegd wordt. Voor geluid van de bronsoorten (spoor)weg en industrieterreinen is bepaald dat deze moeten voldoen aan de Wet geluidhinder. Uitgangspunt daarbij is de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Afwijking is alleen mogelijk als de activiteit bijdraagt aan de koers van de onderliggende functie. Bij het toestaan van hogere waarden dient toepassing te worden gegeven aan het huidige hogere waarden beleid. De B&B is een nevenactiviteit van een grondgebonden bollenteeltbedrijf. Omdat het bollenteeltbedrijf een andere activiteit is dan wonen zijn geluidsregels van toepassing. Ten behoeve van dit bedrijf zijn verschillende machines in werking tussen 07:00 en 19:00 uur. Dat is toegestaan zolang het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau niet uitkomt boven de 50dB(A) op de gevel van de nabijgelegen woning van derden. De eigen woning telt niet mee omdat sprake is van functionele binding.

Paragraaf 2.8.3 Trillingen Gereserveerd, omgevingsplan 2.0 Paragraaf 2.8.4 Bodem Gereserveerd, omgevingsplan 2.0 Paragraaf 2.8.5 Geur Gereserveerd, omgevingsplan 2.0 Afdeling 2.9 Beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarde en cultureel erfgoed Paragraaf 2.9.1 Welstandsactiviteiten Hillegom is in de middeleeuwen ontstaan en bevat een historische kern. Ook de oostelijke strandwallen stammen uit deze tijd. Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat de historische waarden en uitstraling behouden dienen te blijven. Daarom moeten de regels in deze afdeling het uiterlijk aanzien van gebouwen en openbaar gebied beschermen. In deze afdeling wordt in eerste instantie uit gegaan dat iedereen voldoende zorg betracht voor de uiterlijke kwaliteit van de gemeente. In de gemeentelijke welstandnota is omschreven welke kwaliteit precies beschermd moet worden. Bij (dreigende) overtreding van de zorgplicht kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen. Nodig is een welstandsnota die de omschrijft hoe de zorgplicht toegepast wordt. De B&B is al enkele jaren zeer succesvol en het gebouw is aan een grondige renovatie toe. Men besluit ook de karakteristieke raamluiken van een nieuwe kleur te voorzien. Het omgevingsplan laat dit toe. Wel geldt dat iedereen voldoende zorg moet betrachten voor de uiterlijke kwaliteit van de leefomgeving.

Als de renovatie in gaat houden dat het bouwwerk fluorescerend geel geverfd gaat worden kan het bevoegd gezag maatwerkvoorschriften stellen vanwege een dreigende overtreding van de zorgplicht. Het maatwerkvoorschrift kan dan inhouden dat alleen natuurlijke kleuren gebruikt mogen worden. De regels beogen hier de eigen verantwoordelijkheid van de samenleving aan te spreken. Bij twijfel kan de eigenaar altijd advies inwinnen bij de omgevingstafel. Door dat niet te doen neemt de eigenaar het risico dat het schilderwerk achteraf opnieuw gedaan moet worden.

49 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Paragraaf 2.9.2. Monumenten Monumenten dragen bij aan het algemene belang van een goede uitstraling van Hillegom. Om deze monumenten te beschermen worden regels gesteld met oog op behoud van de monumentale waarde. Daartoe wordt allereerst eenieder aangesproken om voldoende zorg te betrachten voor de monumentale waarde. In het verlengde daarvan zijn onderhoud en beheer in ieder geval toegelaten activiteiten. De opgenomen regels voor gemeentelijke monumenten zijn gebaseerd op de regels voor rijksmonumenten zoals opgenomen in hoofdstuk 13 van Besluit activiteiten leefomgeving. De B&B heeft nog een pand. Bij dit pand wordt binnen een extra muur geplaatst zodat er meerdere kamers ontstaan. Als dit pand binnen het werkingsgebied ‘monument’ is gelegen dan is een inpandige wijziging toegestaan mits deze inpandige wijziging uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft (regels paragraaf 2.9.2). Paragraaf 2.9.3. Cultureel erfgoed Het unieke culturele erfgoed in Hillegom dient beschermd te worden. Daartoe wordt ook voor deze waardevolle elementen een zorgplicht voor eenieder in het leven geroepen. Omdat het hier niet gaat om monumentale waarde zijn er wel meer activiteiten rechtstreeks toegelaten dan in paragraaf 2.9.2. Met deze regeling wordt voorkomen dat cultuurhistorisch waardevolle elementen verloren gaan. Paragraaf 2.9.4.

Archeologie Als een gebied vanuit archeologisch oogpunt een hoge kans heeft op vondsten mag de bodem niet te veel verstoord worden. De regels in deze paragraaf moeten beperkingen stellen aan werkzaamheden op of aan de bodem. Daarom geldt er een verbod bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Hierdoor wordt er aan het archeologiebeleid van de gemeenten voldaan. Op het terrein van de B&B moet een nieuwe verharding aangelegd worden. Hierdoor wordt de bodem verstoord. Dit is toegestaan als de activiteit niet groter is dan 250 m2en dieper dan 30 centimeter.

50 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Hoofdstuk 3 Functies Naast de regels voor activiteiten in hoofdstuk 2 kunnen afhankelijk van de locatie waar de activiteit plaatsvindt, ook nog regels gelden vanuit de onderliggende functiegebieden. De regels in dit hoofdstuk hebben geen directe werking en werken alleen door als in hoofdstuk 2 naar deze regels verwezen wordt. Afdeling 3.1 Duurzame Bloementuin Vanuit de functie Duurzame Bloementuin wordt het wenselijk geacht bepaalde activiteiten te stimuleren en andere activiteiten juist uit te sluiten. Om die reden zijn voor activiteiten regels noodzakelijk. Gekozen is voor algemene regels die toegepast kunnen worden bij het rechtstreeks (vergunningvrij) toelaten van activiteiten, uitgesplitst naar wonen en activiteiten anders dan wonen. Daarnaast zijn aanvullende beoordelingsregels opgenomen die toegepast moeten worden als in dit functiegebied een vergunning nodig is. Artikel 3.1 doel functietoedeling Binnen het gebied met de functie Duurzame Bloementuin zet de omgevingsvisie in op hoge kwaliteit van het bollenteeltgebied. Alle activiteiten die bijdragen aan een Duurzame Bloementuin willen we de ruimte geven mits de gewenste kwaliteiten voor andere onderdelen van de leefomgeving niet onder druk komen. Artikel 3.2 toegelaten gebruiksactiviteiten Grondgebonden bollenteeltbedrijven dragen bij aan een Duurzame Bloementuin.

Om die reden willen we deze bedrijvigheid zoveel mogelijk stimuleren. Om de drempel voor bollenteelt zo laag mogelijk te houden, staan we grondgebonden bollenteelt zonder vergunning toe. Artikel 3.3 beoordelingsregels vergunning Als een activiteit niet rechtstreeks is toegelaten is een vergunning benodigd. De beoordeling van de aanvraag moet naast het algemene afwegingskader wat de omgevingstafel hanteert ook beoordeeld worden aan de hand van de koers van het gebied. In dit artikel worden beoordelingsregels gegeven die een koppeling leggen tussen de koers voor het gebied en de doelstellingen van de functie. Afdeling 3.2 Heerlijke woonplaats Vanuit de functie heerlijke woonplaats wordt het wenselijk geacht bepaalde activiteiten te stimuleren en andere activiteiten juist uit te sluiten. Om die reden zijn voor activiteiten regels noodzakelijk. Gekozen is voor algemene regels die toegepast kunnen worden bij het rechtstreeks (vergunningvrij) toelaten van activiteiten, uitgesplitst naar wonen en activiteiten anders dan wonen.

51 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Artikel 3.4 doel functietoedeling Binnen het gebied met de functie heerlijke woonplaats zet de omgevingsvisie in dorps en groen wonen. Alle activiteiten die bijdragen aan een heerlijke woonplaats willen we de ruimte geven mits de gewenste kwaliteiten voor andere onderdelen van de leefomgeving niet onder druk komen. Artikel 3.5 toegelaten gebruiksactiviteiten Grondgebonden bollenteeltbedrijven dragen bij aan een Duurzame Bloementuin. Om die reden willen we deze bedrijvigheid zoveel mogelijk stimuleren. Om de drempel voor bollenteelt zo laag mogelijk te houden, staan we grondgebonden bollenteelt zonder vergunning toe. Artikel 3.6 beoordelingsregels vergunning Als een activiteit niet rechtstreeks is toegelaten is een vergunning benodigd. De beoordeling van de aanvraag moet naast het algemene afwegingskader wat de omgevingstafel hanteert ook beoordeeld worden aan de hand van de koers van het gebied. In dit artikel worden beoordelingsregels gegeven die een koppeling leggen tussen de koers voor het gebied en de doelstellingen van de functie. Afdeling 3.3 Hollandse weides In de Hollandse weides zet Hillegom in op een weidegebied waarin bescherming en ontwikkeling van de karakteristieke natuurwaarde en biodiversiteit van belang zijn. Ook is de inzet op een open weidegebied. Alleen activiteiten die onderhoud en beheer van het gebied betreffen zijn toegestaan.

Als een vergunning is benodigd voor een activiteit kan deze alleen worden verleend als de activiteit bijdraagt aan het behoud van karakteristieke natuurwaarde en biodiversiteit. Artikel 3.7 doel functietoedeling De koers voor de Hollandse weides zet in op de natuurwaarde en cultuurhistorisch-landschappelijke kwaliteit. Deze koers is vertaald naar de functiedoelen in dit artikel. Alle activiteiten die bijdragen aan de doelen kunnen rekenen op medewerking. Artikel 3.8 toegelaten gebruiksactiviteit De ingezette koers ziet op het beschermen van datgene wat kwetsbaar is. Om deze reden worden er geen andere activiteiten rechtstreeks toegelaten dan beheer en onderhoud. Artikel 3.9 beoordelingsregels vergunning Voor een activiteit is in bijna alle gevallen vergunning benodigd. Activiteiten worden beoordeeld aan de hand van de doelen van de functie. Afdeling 3.4 Levendige Linten In de gemeente is een grote verscheidenheid aan typen bebouwingslinten aanwezig. Voor de linten is een koers uitgezet die zich richt op levendigheid. Ontwikkelingen moeten passen bij de aard en schaal van het lint. Omdat de linten door andere deelgebieden lopen, geldt naast de koers voor het bebouwingslint ook de koers voor het deelgebied waarin het lint is gelegen. 52 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Artikel 3.10 doel functietoedeling Een belangrijk ruimtelijk uitgangspunt is dat ontwikkelingen bijdragen aan het versterken van de karakteristieken van het lint. In het kader van de levendigheid passen grootschalige verblijfsrecreatieparken bijvoorbeeld niet. Een bed & breakfast en een mini camping daarentegen wel. Artikel 3.11 toegelaten gebruiksactiviteiten Vanwege de hiervoor beschreven koers voor levendigheid worden kleinschalige activiteiten gestimuleerd. Het omgevingsplan laat een bed & breakfast en bedrijfsmatige activiteiten aan huis rechtstreeks toe.

Artikel 3.12 beoordelingsregels vergunning De beoordelingsregels voor de vergunning verwijzen voor deze functie eveneens naar de doelstellingen om een koppeling te leggen met de koers uit de omgevingsvisie.

Afdeling 3.5 Lokhorsterduin

Artikel 3.13 doel functietoedeling In Lokhorsterduin geldt dat het bestaande karakter en de huidige inrichting behouden blijft. Daarnaast gelden een aantal algemene doelstellingen die bijdragen aan de koers van het buitengebied.

Artikel 3.14 beoordelingsregels vergunning De beoordelingsregels voor de vergunning verwijzen voor deze functie eveneens naar de doelstellingen om een koppeling te leggen met de koers uit de omgevingsvisie.

53 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Hoofdstuk 5 Planschade en Kostenverhaal De gemeente Hillegom is in de 17e tranche van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet toegevoegd aan het experiment met planschade (artikel 7w Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet). Het bieden van ruime ontwikkelingsmogelijkheden in het buitengebied kan namelijk onder het huidige recht tot hoge planschadeclaims leiden. Onder het huidige recht is een bepaling van het bestemmingsplan namelijk een oorzaak voor schade, waarbij, nadat het bestemmingsplan in werking is getreden, om planschade kan worden verzocht. Bij het berekenen van planschade wordt uitgegaan van de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Dit kan in veel gevallen leiden tot een hoger schadebedrag dan het bedrag dat zou moeten worden uitgekeerd als wordt uitgegaan van wat in de werkelijkheid op grond van het bestemmingsplan wordt gerealiseerd. Het is bovendien niet op voorhand zeker dat de initiatieven ook daadwerkelijk worden gerealiseerd, terwijl daar bij de toekenning van de planschade wel van wordt uitgegaan. In het geval van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte wordt het gat tussen wat maximaal mogelijk is en wat daadwerkelijk wordt gerealiseerd alleen maar groter. Met dit omgevingsplan hebben we de mogelijkheid om het moment dat indirecte schade wordt geclaimd te verleggen.

Een verzoek om vergoeding van schade kan worden ingediend nadat een omgevingsvergunning voor bouwen is verleend, of wanneer een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit is verleend. Daarmee is dus de omgevingsvergunning het schadeveroorzakende besluit in plaats van het bestemmingsplan. Voor directe schade blijft het omgevingsplan het schadeveroorzakende besluit. In deze versie van het omgevingsplan 1.0 gaan we toetsen of deze nieuwe manier van planschadetoekenning positief doorwerkt op het proces tot kwaliteitsverbetering.

54 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Regels

Inhoudsopgave

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN ......................................................................................... 2 Afdeling 1.1 Begripsbepalingen ............................................................................................................ 2 Afdeling 1.2 Vooroverleg ....................................................................................................................... 2 HOOFDSTUK 2 ACTIVITEITEN .............................................................................................................. 3 Afdeling 2.1 Herstructureringsactiviteit ............................................................................................... 3 Afdeling 2.2 Gebruik.............................................................................................................................. 4 Afdeling 2.3 Bouwen ............................................................................................................................. 6 Afdeling 2.4 Het onderhouden van houtopstanden .......................................................................... 7 Afdeling 2.5 Evenementen.................................................................................................................... 7 Afdeling 2.6 Waarborgen van de veiligheid .......................................................................................

8 Afdeling 2.7 Beschermen van de waterbelangen ............................................................................ 10 Afdeling 2.8 Beschermen van de gezondheid en van het milieu ................................................. 10 Afdeling 2.9 Beschermen van landschappelijke waarden en cultureel erfgoed ........................ 14 HOOFDSTUK 3 FUNCTIES ................................................................................................................... 20 Afdeling 3.1 Duurzame bloementuin.................................................................................................. 20 Afdeling 3.2 Heerlijke woonplaats ...................................................................................................... 21 Afdeling 3.3 Hollandse weides ........................................................................................................... 22 Afdeling 3.4 Levendige linten .............................................................................................................. 23 Afdeling 3.5 Lokhorsterduin ............................................................................................................... 24 HOOFDSTUK 4 PLANSCHADE EN KOSTENVERHAAL ..................................................................

25 HOOFDSTUK 5 SLOTBEPALINGEN.................................................................................................... 26 BIJLAGE I BEGRIPSBEPALINGEN ...................................................................................................... 27 BIJLAGE II WIJZE VAN METEN ............................................................................................................ 30 BIJLAGE III VOORHEEN GELDENDE RECHTEN ............................................................................. 31

1 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Afdeling 1.1 Begripsbepalingen Artikel 1.1. (begripsbepalingen) Bijlage I bij dit plan bevat begrippen en definities voor de toepassing van dit plan. Artikel 1.2 (wijze van meten) Bijlage II van dit plan bevat regels voor de wijze van meten voor de toepassing van dit plan.

Afdeling 1.2 Vooroverleg Artikel 1.3 (vooroverleg aan de omgevingstafel) De gemeente Hillegom heeft een omgevingstafel met als doel het begeleiden van initiatiefnemers van activiteiten bij het vormgeven van die activiteiten. Artikel 1.4 (samenstelling omgevingstafel) De omgevingstafel heeft een wisselende samensteling. De omgevingstafel vertegenwoordigt alle relevante onderdelen van de leefomgeving bij een aanvraag omgevingsvergunning. Artikel 1.5 (leidraad begeleiding) De tafel hanteert als leidraad bij het vormgeven van activiteiten het algemene afwegingskader uit de omgevingsvisie Hillegom 2030. Artikel 1.6 (monitoring) In het belang van een goede monitoring: a. stellen burgemeester en wethouders jaarlijks een verslag op waaruit blijkt aan welke initiatieven medewerking is verleend en welke zijn geweigerd en hoe dit heeft bijgedragen aan de doelstellingen in de omgevingsvisie; b. wordt het verslag opgesteld met informatie van de omgevingstafel; c. het verslag wordt toegezonden aan de gemeenteraad en Gedeputeerde Staten.

2 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

HOOFDSTUK 2 ACTIVITEITEN Afdeling 2.1 Herstructureringsactiviteit Artikel 2.1 (toepassingsbereik) De regels in deze afdeling zijn van toepassing op het verrichten van herstructureringsactiviteiten ter plaatse van het werkingsgebied ‘herstructurering’. Artikel 2.2 (aanwijzing Herstructureringsactiviteiten) Als herstructureringsactiviteiten worden aangewezen: a. het wijzigen van grondgebonden bollenteelt klasse 1 naar ander gebruik van grond en opstallen; b. het wijzigen van grondgebonden bollenteelt klasse 2 naar ander gebruik van grond en opstallen; c. het aanleggen van een hoofdwatergang; d. het bouwen van gebouwen en bouwwerken buiten het werkingsgebied ‘bouwvlak’; e. het bouwen van gebouwen binnen het werkingsgebied ‘bouwvlak’ die niet waren toegestaan in voorheen geldende bestemmingsplannen, zoals opgenomen in bijlage III; f. het bouwen en toevoegen van een woning, niet zijnde vervangende nieuwbouw, niet zijnde in vrijkomende cultuurhistorische bebouwingen en niet zijnde een woning met functionele binding met een bedrijfsmatig verrichte activiteit binnen het bouwvlak. Artikel 2.3 (normadressaat) De regels in deze paragraaf richten zich tot degene die de activiteit verricht. Artikel 2.4 (vergunning) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een herstructureringsactiviteit te verrichten.

Artikel 2.5 (beoordelingsregels vergunning) Een vergunning als bedoeld in artikel 2.4 wordt alleen verleend als de activiteit in voldoende mate bijdraagt aan de herstructurering van het werkingsgebied ‘herstructurering’. Artikel 2.5a (dynamische verwijzing Intergemeentelijke structuurvisie) Bij de beoordeling bedoeld in artikel 2.5 houdt het college rekening met hoofdstuk vijf van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 of diens rechtsopvolger.

3 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Afdeling 2.2 Gebruik § 2.2.1 Openbaar gebied Artikel 2.6 (toepassingsbereik) De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op gebruiksactiviteiten ter plaatse van het werkingsgebied ‘openbaar’. Artikel 2.7 (toegelaten activiteiten) Alleen de volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: a. de bestaande legale gebruiksactiviteiten; b. gebruiksactiviteiten die het onderhoud en het beheer van het openbaar gebied betreffen. c. tot drie jaar na datum van inwerkingtreding van dit plan: gebruiksactiviteiten zoals toegestaan in voorheen geldende bestemmingsplannen opgenomen in bijlage III van dit plan; Artikel 2.8 (vergunning) 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gebruiksactiviteit te verrichten, anders dan de gebruiksactiviteiten, bedoeld in artikel 2.7. 2. De vergunning wordt alleen verleend als: a. ter plaatse van de functie ‘Duurzame bloementuin’ de gebruiksactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.3; b. ter plaatse van de functie ‘Heerlijke woonplaats’ de gebruiksactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.6; c. ter plaatse van de functie ‘Hollandse weides’ de gebruiksactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.9; d. ter plaatse van de functie ‘Levendige linten’ de gebruiksactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.12; e.

ter plaatse van de functie ‘Lokhorsterduin’ de gebruiksactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels bedoeld in artikel 3.14. Artikel 2.9 (maatwerkvoorschriften) Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen of aan de omgevingsvergunning voorwaarden verbinden die betrekking hebben op de kwaliteit van het openbaar gebied. § 2.2.2 Niet openbaar gebied Artikel 2.10 (toepassingsbereik) De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op gebruiksactiviteiten in het werkingsgebied ‘niet openbaar’. Artikel 2.11 (toegelaten activiteiten) Alleen de volgende gebruiksactiviteiten zijn toegestaan: a. de bestaande legale gebruiksactiviteiten, met inbegrip van activiteiten in het werkingsgebied ‘legalisering gebruik’; b. activiteiten die het onderhoud van niet openbaar gebied betreffen; 4 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

c. d. e. f. g.

tot drie jaar na datum van inwerkingtreding van dit plan: gebruiksactiviteiten zoals toegestaan in voorheen geldende bestemmingsplannen opgenomen in bijlage III van dit plan; ter plaatse van de functie ‘Duurzame bloementuin’: gebruiksactiviteiten die voldoen aan de algemene regels functie Duurzame bloementuin, bedoeld in artikel 3.2; ter plaatse van de functie ‘Heerlijke woonplaats’: gebruiksactiviteiten die voldoen aan de algemene regels van de functie Heerlijke woonplaats, bedoeld in artikel 3.5; ter plaatse van de functie ‘Hollandse weides’: gebruiksactiviteiten die voldoen aan de algemene regels van de functie Hollandse weides, bedoeld in artikel 3.8; ter plaatse van de functie ‘Levendige linten’: gebruiksactiviteiten die voldoen aan de algemene regels van de functie levendige linten, bedoeld in artikel 3.11.

Artikel 2.12 (informatieplicht gebruikswijziging) Ten minste vier weken voordat een gebruiksactiviteit wijzigt, wordt het college van burgemeester en wethouders hierover geïnformeerd. Artikel 2.13 (vereisten informatieplicht) Burgemeester en wethouders stellen een formulier vast ten behoeve van de informatieplicht als bedoeld in artikel 2.12. Artikel 2.14 (vergunning) 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning gebruiksactiviteiten te verrichten, anders dan de gebruiksactiviteiten, bedoeld in artikel 2.11. 2. De vergunning wordt alleen verleend als: a. ter plaatse van de functie ‘Duurzame bloementuin’ de gebruiksactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.3; b. ter plaatse van de functie ‘Heerlijke woonplaats’ de gebruiksactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.6; c. ter plaatse van de functie ‘Hollandse weides’ de gebruiksactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.9; d. ter plaatse van de functie ‘Levendige linten’ de gebruiksactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.12; e. ter plaatse van de functie ‘Lokhorsterduin’ de gebruiksactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.14.

5 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Afdeling 2.3 Bouwen Artikel 2.15 (toepassingsbereik) De regels in deze afdeling zijn van toepassing op de activiteit bouwen ter plaatse van het werkingsgebied ‘bouwen’. Artikel 2.16 (toegelaten activiteiten) Alleen de volgende activiteiten zijn toegestaan: tot drie jaar na de datum van inwerkingtreding van dit plan bouwactiviteiten zoals toegestaan in voorheen geldende bestemmingsplannen opgenomen in bijlage III. Artikel 2.17 (beoordelingsregels) De omgevingsvergunning bouwen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt verleend als de bouwactiviteit passend is binnen de bestaande landschappelijke en stedenbouwkundige hoofdstructuur en a. ter plaatse van de functie ‘Duurzame bloementuin’ de bouwactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.3; b. ter plaatse van de functie ‘Heerlijke woonplaats’ de bouwactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.6; c. ter plaatse van de functie ‘Hollandse weides’ de bouwactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.9; d. ter plaatse van de functie ‘Levendige linten’ de bouwactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.12; e. ter plaatse van de functie ‘Lokhorsterduin’ de bouwactiviteit voldoet aan de beoordelingsregels, bedoeld in artikel 3.14.

6 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Afdeling 2.4 Het onderhouden van houtopstanden Artikel 2.18 (toepassingsbereik) De regels in deze afdeling gelden voor de activiteit onderhouden van houtopstanden binnen het werkingsgebied ‘waardevolle boom’. Artikel 2.19 (toegelaten activiteiten) Toegelaten zijn: a. activiteiten die betrekking hebben op regulier onderhoud; b. activiteiten die betrekking hebben op het verrichten van snoeiwerkzaamheden vanwege achterstallig onderhoud; c. activiteiten in het kader van de Plantenziektewet, en; d. activiteiten krachtens een aanschrijving van het college. Artikel 2.20 (vergunning) Het is verboden zonder omgevingsvergunning activiteiten uit te voeren anders dan de activiteiten bedoeld in artikel 2.19. Artikel 2.21 (beoordelingsregels) De vergunning als bedoeld in artikel 2.20 wordt verleend indien de activiteit geen afbreuk doet of bijdraagt aan de doelstellingen van de betreffende functie zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van deze regels of als instandhouding niet verantwoord is vanwege kans op letsel of schade aan personen of goederen.

Afdeling 2.5 Evenementen Artikel 2.22 (toepassingsbereik) De regels in deze afdeling gelden voor evenementenactiviteiten. Artikel 2.23 (toegelaten activiteiten) Een evenement is toegelaten als aan de volgende voorwaarden is voldaan: a. het aantal aanwezigen bedraagt niet meer dan 100 personen; b. het evenement vindt plaats tussen 09.00 uur en 23.00 uur; c. er wordt geen muziek ten gehore gebracht voor 09.00 uur of na 23.00 uur; d. het evenement vormt geen belemmering voor het verkeer en de hulpdiensten; e. indien objecten worden geplaatst hebben deze een oppervlakte van minder dan 25 m2 per object; en f. er is een organisator. Artikel 2.24 (meldingsplicht evenement) Ten minste vier weken voordat een evenement als bedoeld in artikel 2.23 aanvangt, ontvangen burgemeester en wethouders hierover een melding. Artikel 2.25 (vereisten meldingsplicht) Burgemeester en wethouders stellen een formulier vast ten behoeve van de melding als bedoeld in artikel 2.24. 7 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Artikel 2.26 (vergunning) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een evenementenactiviteit uit te voeren, anders dan de activiteiten, bedoeld in artikel 2.23. Artikel 2.27 (beoordelingsregels) De vergunning als bedoeld in artikel 2.26 wordt alleen verleend als de evenementenactiviteit voldoet aan de volgende eisen: a. de evenementenactiviteit plaatsvindt op de aangewezen locatie (het werkingsgebied ‘Ford museum’); b. het aantal evenementen bedraagt ten hoogste 12 per jaar, waarvan: a. ten hoogste 2 met een duur van maximaal 3 dagen (exclusief op- en afbouw); b. ten hoogste 1 met een duur van maximaal 7 dagen (exclusief op -en afbouw); c. c.

de overige met een duur van maximaal 1 dag per evenement (exclusief op- en afbouw);

tussen twee evenementen dient ten minste 1 weekend te zitten;

d. er zijn ten hoogste 1.000 bezoekers per dag toegestaan; e. versterkte muziek is uitsluitend als ondersteunende functie bij het evenement toegestaan; f.

evenementen sluiten uiterlijk om 23:00 uur;

g. de geluidsbelasting van evenementen (inclusief op- en afbouw) bedraagt ten hoogste Leq, 1min 70/70/40 dB(A) (dagperiode/avondperiode/nachtperiode) op de gevels van de omliggende woningen. Artikel 2.28 (maatwerkvoorschriften) Het college van burgemeester en wethouders kan aan maatwerkvoorschriften stellen of aan de omgevingsvergunning voorwaarden verbinden die betrekking hebben op de toegankelijkheid en kwaliteit van het openbaar gebied, de openingstijden, gezondheid, veiligheid en een goede omgevingsveiligheid.

Afdeling 2.6 Waarborgen van de veiligheid § 2.6.1 Algemene bepalingen Artikel 2.29 (toepassingsbereik) 1. Deze afdeling is van toepassing op het toelaten van beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten in verband met het externe veiligheidsrisico van een activiteit als bedoeld in de volgende paragrafen die is toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit. 2. Beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten zijn de objecten, bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). 3. Onder een beperkt kwetsbaar en kwetsbaar object wordt ook verstaan een object dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een bestemmingsplanactiviteit mag worden gebouwd. 8 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

§ 2.6.2 Veiligheid rond opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines Artikel 2.30 (toepassingsbereik) Deze paragraaf is ook van toepassing op het toelaten van inrichtingen in verband met het externe veiligheidsrisico voor beperkt kwetsbare en kwetsbare gebouwen. Artikel 2.31 (verbod) Binnen het werkingsgebied ‘plaatsgebonden risico’ zijn geen beperkt kwetsbare en kwetsbare objecten toegelaten. § 2.6.3 Belemmeringengebied buisleiding gevaarlijke stoffen Artikel 2.32 (toepassingsbereik) De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op activiteiten binnen het werkingsgebied ‘buisleiding’. Artikel 2.33 (toegelaten activiteiten) Toegelaten zijn: a. activiteiten die betrekking hebben op regulier onderhoud van de buisleiding; b. activiteiten die betrekking hebben op de aanleg van de buisleiding, en c. beheersactiviteiten. Artikel 2.34 (vergunning) 1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning de volgende activiteiten te verrichten: a. bouwen; b. het aanbrengen/rooien van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem, zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; e.

het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren; g. activiteiten die van invloed kunnen zijn op de integriteit en de werking van de buisleiding, met uitzondering van graafwerkzaamheden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten. 2. Het bepaalde in lid 1 is niet van toepassing op activiteiten in verband met beheer en onderhoud van de buisleiding als bedoeld in artikel 2.33. 3. De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 1 wordt uitsluitend verleend als: a. de integriteit en werking van de buisleiding niet wordt geschaad; b. het te bouwen bouwwerk geen beperkt kwetsbaar en kwetsbaar object of betreft als bedoeld in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen ; c. er schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingbeheerder.

9 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

§ 2.6.4 Veiligheid rond opslaan, herverpakken en bewerken van vuurwerk en bewerken van vuurwerk en pyrotechnische artikelen voor theatergebruik [Gereserveerd]

Afdeling 2.7 Beschermen van de waterbelangen Artikel 2.35 (aanwijzing wateractiviteit) Als wateractiviteit wordt aangewezen handelingen die van invloed kunnen zijn op de waterhuishouding. Artikel 2.36 (toepassingsbereik) De regels in deze afdeling gelden voor wateractiviteiten in het werkingsgebied ‘waterstaat’. Artikel 2.37 (toegelaten activiteiten) Toegelaten zijn bestaande activiteiten ten behoeve van het ongestoorde functioneren van de waterhuishouding. Artikel 2.38 (vergunning) Het is verboden zonder omgevingsvergunning wateractiviteiten uit te voeren anders dan de activiteiten als bedoeld in artikel 2.37. Artikel 2.39 (beoordelingsregels) De vergunning als bedoeld in artikel 2.38 wordt verleend als het belang van de waterhuishouding door de uitvoering van de activiteit niet onevenredig wordt geschaad.

Afdeling 2.8 Beschermen van de gezondheid en van het milieu § 2.8.1 Kwaliteit van de buitenlucht Artikel 2.40 (toepassingsbereik) De regels in deze paragraaf gelden voor het werkingsgebied ‘luchtkwaliteit’. Artikel 2.41 (aanwijzing buitenluchtgevoelige activiteiten) Bijeenkomstfuncties voor dagverblijf van personen jonger dan 16 jaar. Artikel 2.42 (verbod) Het is verboden gebouwen die gelegen zijn binnen het werkingsgebied ‘luchtkwaliteit’ in gebruik te nemen voor buitenluchtgevoelige activiteiten. § 2.8.2 Geluid Artikel 2.43 (toepassingsbereik) De regels in deze paragraaf gelden voor het toelaten van: 10 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

a.

b.

activiteiten anders dan het wonen die geluid veroorzaken op een geluidgevoelig gebouw dat is toegelaten op grond van dit omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit, en geluidgevoelige gebouwen

Artikel 2.44 (geluidgevoelige gebouwen) 1. Een geluidgevoelig gebouw is een gebouw of een gedeelte van een gebouw met een: a. woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; b. onderwijsfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan; c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan ; d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied en nevengebruiksfuncties daarvan. 2. Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor een gedeelte van een gebouw als het omgevingsplan in dat gedeelte geen geluidgevoelige ruimten toelaat. 3. Onder een geluidgevoelig gebouw wordt ook verstaan een geluidgevoelig gebouw dat nog niet aanwezig is, maar op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit mag worden gebouwd, dat met een omgevingsplanactiviteit is toegestaan. Artikel 2.45 (geluidgevoelige ruimten) 1. een geluidgevoelige ruimte is een verblijfsruimte of verblijfsgebied van een: a. woonfunctie of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die woonfunctie b. onderwijsfunctie c. gezondheidszorgfunctie met bedgebied of bijeenkomstfunctie die een nevengebruiksfunctie is van die gezondheidszorgfunctie of d. bijeenkomstfunctie voor kinderopvang met bedgebied. 2. In afwijking van het bepaalde in lid 1, aanhef en onder a hebben woonwagens en drijvende woonfuncties geen geluidgevoelige ruimten.

Artikel 2.46 (meerdere activiteiten beschouwen als één activiteit) Voor de toepassing van deze paragraaf wordt als één activiteit beschouwd: a. een activiteit waarop de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving van toepassing zijn, of b. als het gaat om andere activiteiten dan bedoeld onder a, meerdere activiteiten die worden verricht op dezelfde locatie en die: i. rechtstreeks met elkaar samenhangen en met elkaar in technisch verband staan, of ii. elkaar functioneel ondersteunen. Artikel 2.47 (waar waarden gelden) De waarden voor het geluid door een activiteit: 1. op een geluidgevoelig gebouw, anders dan een drijvende woonfunctie of een woonwagen, geldt: a. op de gevel, als het gaat om een geluidgevoelig gebouw; b. op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw. 2. op een drijvende woonfunctie of woonwagen, gelden op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van die drijvende woonfunctie of woonwagen, en 3. in een geluidgevoelige ruimte gelden in de geluidgevoelige ruimte. 11 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

4. In afwijking van het bepaalde in lid 1 gelden de waarden op 25 meter van de grens van de functie van de activiteiten als bedoeld in artikel 2.43 onder a indien binnen die afstand geen geluidgevoelige gebouwen zijn gelegen. Artikel 2.48 (functionele binding) De waarden voor het geluid door een activiteit zijn niet van toepassing op het geluid door die activiteit op een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft met die activiteit. Artikel 2.49 (voormalige functionele binding) De waarden voor het geluid door een activiteit zijn niet van toepassing op het geluid door die activiteit op een geluidgevoelig gebouw dat een functionele binding heeft gehad met die activiteit.

§ 2.8.2.1 Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten Artikel 2.50 (toepassingsbereik) Deze subparagraaf is van toepassing op het geluid op een geluidgevoelig gebouw door activiteiten, met uitzondering van: a. geluid door spoor- en wegverkeer; b. activiteiten die worden verricht op een industrieterrein als bedoeld in de Wet geluidhinder; c. geluid door specifieke activiteiten; d. evenementenactiviteiten. Artikel 2.51 (toegelaten activiteiten) 1. Geluid door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw bedraagt niet meer dan: 07:00 – 19:00 uur 19:00 – 23:00 uur 23:00 – 07:00 uur 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A)

Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau Lar,LT als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden 2.

3.

70 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

65 dB(A)

In afwijking van het bepaalde in lid 1 geldt voor een activiteit ter plaatse van het werkingsgebied 'geluidscontour' dat aan de geluidsniveaus als genoemd in lid 1 moet worden voldaan op de grens van de geluidscontour. Geluid door een activiteit in geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen bedraagt niet meer dan: 07:00 – 19:00 uur 19:00 – 23:00 uur 23:00 – 07:00 uur

12 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Langtijdgemiddelde 35 dB(A) beoordelingsniveau Lar,LT als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden 4.

5. 6.

30 dB(A)

25 dB(A)

55 dB(A)

55 dB(A)

45 dB(A)

45 dB(A)

De in derde lid genoemde grenswaarden zijn niet van toepassing op het geluid van de inzet van motorvoertuigen of helikopters voor spoedeisende medische hulpverlening, ongevallenbestrijding, brandbestrijding, gladheidsbestrijding en het vrijmaken van de weg na een ongeval. De in het derde lid genoemde grenswaarden zijn niet van toepassing op onversterkt menselijk stemgeluid. De in lid 1 en lid 3 genoemde grenswaarden zijn niet van toepassing op evenementen als bedoeld in afdeling 2.5.

§ 2.8.2.2 Geluid door specifieke activiteiten Artikel 2.52 (windturbines en windparken) Geluid op een geluidgevoelig gebouw door het in werking hebben van een windturbine bedraagt niet meer dan 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Artikel 2.53 (civiele buitenschietbanen) Geluid op een geluidgevoelig gebouw door het exploiteren van een in de buitenlucht of in een gebouw zonder afdekking of met een open zijde gelegen civiele schietbaan waar met vuurwapens wordt geschoten bedraagt niet meer dan 50 dB Bs,dan. Artikel 2.54 (agrarische activiteit) Als agrarische activiteiten worden aangewezen: a. een veehouderij als bedoeld in artikel 3.200 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. een glastuinbouwbedrijf als bedoeld in artikel 3.205 van het Besluit activiteiten leefomgeving; c. het telen van gewassen in een gebouw als bedoeld in artikel 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving; d. een agrarisch loonwerkbedrijf als bedoeld in artikel 3.215 van het Besluit activiteiten leefomgeving; e. een landbouwmechanisatiebedrijf als bedoeld in artikel 3.218 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en f. een bedrijf voor mestbehandeling als bedoeld in artikel 3.225 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Artikel 2.55 (toegelaten activiteiten) Geluid door een agrarische activiteit op een geluidgevoelig gebouw bedraagt niet meer dan: 07:00 – 19:00 uur

19:00 – 23:00 uur

13 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

23:00 – 07:00 uur

Langtijdgemiddelde

beoordelingsniveau 45 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

70 dB(A)

70 dB(A)

65 dB(A)

65 dB(A)

LAr,LT als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

Artikel 2.56 (maatwerkvoorschriften) Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen waarbij wordt afgeweken van de in artikel 2.55 genoemde waarden. § 2.8.2.3 Geluid door spoor- en wegverkeer [Gereserveerd] § 2.8.3 Trillingen [Gereserveerd] § 2.8.4 Bodem [Gereserveerd] § 2.8.5 Geur [Gereserveerd]

Afdeling 2.9 Beschermen van landschappelijke waarden en cultureel erfgoed § 2.9.1 Welstand Artikel 2.57 (toepassingsbereik) De regels in deze afdeling gelden voor activiteiten die het uiterlijk van bouwwerken en het openbaar gebied veranderen. Artikel 2.58 (specifieke zorgplicht) Een ieder die een activiteit in de fysieke leefomgeving verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die kan leiden tot aantasting van de uiterlijke kwaliteit van de omgeving is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze aantasting te voorkomen. Artikel 2.59 (verhouding tot specifiek beleid) Aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 2.58 is in ieder geval voldaan voor zover de beleidsregels opgenomen in de welstandstandsnota zijn nageleefd.

14 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Artikel 2.60 (maatwerkvoorschriften) Bevoegd gezag kunnen bij overtreding of dreigende overtreding van de zorgplicht in artikel 2.58 maatwerkvoorschriften stellen met als doel de aantasting of ontsiering de dreiging daarvan voor de uiterlijke kwaliteit van de omgeving op te heffen. § 2.9.2 Monumenten Artikel 2.61 (toepassingsbereik) De regels in deze paragraaf zijn van toepassing op gemeentelijke monumentenactiviteiten in het werkingsgebied “monument”. Artikel 2.62 (specifieke zorgplicht) Degene die een gemeentelijke monumentenactiviteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit kan leiden tot het beschadigen of vernielen van een gemeentelijk monument, is verplicht alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om deze beschadiging of vernieling te voorkomen. Artikel 2.63 (toegelaten activiteiten) Alleen de volgende gemeentelijke monumentenactiviteiten zijn toegestaan: a. noodzakelijke, reguliere werkzaamheden die zijn gericht op het behoud van de monumentale waarde van het object, onder de voorwaarde dat detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur niet worden gewijzigd; b. wijzigingen van een onderdeel van het object, dat uit het oogpunt van monumentenzorg geen waarde heeft; c. ter plaatse van een object dat als begraafplaats in gebruik is met inachtneming van de monumentale waarden: i.

het plaatsen van grafmonumenten, met inbegrip van het tijdelijk verwijderen daarvan en het bijwerken van het opschrift, ii. doen van begravingen of asbijzettingen iii. ruimen van graven waarvan het grafmonument niet is beschermd als gemeentelijk monument. Artikel 2.64 (vergunning) Het is verboden zonder omgevingsvergunning een gemeentelijke monumentenactiviteit te verrichten, anders dan de activiteiten, bedoeld in artikel 2.63 Artikel 2.65 (beoordelingsregels) 1. De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.64 wordt alleen verleend als de activiteit in overeenstemming is met het belang van het behoud van het monument of als het monument in een staat verkeert dat behoud redelijkerwijs niet meer mogelijk is. 2. Bij de beslissing op de aanvraag houden burgemeester en wethouders rekening met de volgende beginselen: a. het voorkomen van ontsiering, beschadiging of sloop van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en gebieden; b. het voorkomen van verplaatsing van het monument of een deel daarvan, tenzij dit dringend vereist is voor het behoud van dat monument 15 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/162/documents/16804