CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ontwerp Omgevingsplan.pdf

Gemeenteraad 15 juli 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 8: Omgevingsplan buitengebied en de Zanderij28.260 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Onderzoek (Integrale afweging) Benutten Om de ambities uit de omgevingsvisie te realiseren, worden nieuwe activiteiten getoetst aan de koers per deelgebied en wordt gevraagd van initiatiefnemers dat zij bij de ontwikkeling van het ruimtelijke plan een bijdrage leveren aan deze doelstellingen. Beschermen Alle activiteiten moeten voldoen aan de koers van het deelgebied zoals beschreven in de omgevingsvisie, zodat de gewenste ruimtelijke kwaliteit wordt bereikt.

23 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Een voorbeeld is een vergunning voor een nieuwe paardenbak in het deelgebied Duurzame Bloementuin. Deze vergunning kan niet worden verleend, omdat dit niet past binnen de koers van het deelgebied. Voor andere activiteiten, waarvan op voorhand al duidelijk is dat ze niet passen binnen de koers, is specifieke bescherming gewenst. Een voorbeeld daarvan is het kappen van waardevolle bomen. Doorwerking regels De hoofdregel, het verbeteren van de landschappelijke kwaliteit passend bij de koers van de omgevingsvisie, is van toepassing op alle activiteiten. Voor een nieuwe activiteit is een vergunning nodig. De vergunning wordt verleend als wordt voldaan aan de doelen van de functie en de koers van het deelgebied. In Afdeling 2.1 staan de regels over activiteiten op bollengrond. Iedere activiteit die het bollengrondareaal kan aantasten wordt alleen toegestaan als een bijdrage wordt geleverd aan voorgestane kwaliteitsverbetering. De regels zijn in overeenstemming met het kwaliteitsbeleid van de ISG. In paragraaf 2.9.1 staan de regels over welstand, hierin is een zorgplicht opgenomen die met de huidige welstandsnota ingevuld kan worden. In paragraaf 2.2.1 zijn regels opgenomen die gelden voor het gebruik van het openbaar gebied.

3.7

Natuur

Huidige situatie In de nabijheid van het buitengebied van Hillegom ligt het Natura 2000-gebied Kennemerland-Zuid. Aan de noordzijde van Hillegom liggen het weidegebied Vosse- en Weerlanerpolder, Oosteinderpolder en het landgoed Lokhorsterduin, waarvan het laatstgenoemde onderdeel is van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast zijn er diverse landschapselementen die verschillende natuurwaarden kunnen bevatten. Een groot gedeelte van het buitengebied bestaat uit (open) bollenlandschap. De Elsbroekerpolder (tevens onderdeel van NNN) en de Vosse- en Weerlanerpolder zijn geschikte leefgebieden voor weidevogels. Deze gebieden zijn echter niet aangewezen als belangrijk weidevogelgebied door de provincie Zuid-Holland. Daarnaast zijn er geen gebieden aangewezen als strategische reservering natuur. Beleid, Ambitie en Regelgeving Provinciaal beleid De provincie stuurt op ruimtelijke kwaliteit bij ruimtelijke ontwikkeling. Dit betekent richting en ruimte geven aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en de gebiedskwaliteit. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, maar met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Omgevingswet en Aanvullingswet Natuur (nu nog Wet natuurbescherming) Met de Aanvullingswet Natuur gaat de wet- en regelgeving uit de Wet natuurbescherming (Wnb) over in het stelsel van de Omgevingswet.

De Wnb is op 1 januari 2017 in werking getreden. Deze wet verving drie oude wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming: Natura 2000), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (kapvergunningen). De Wnb biedt een specifieke bescherming aan bepaalde natuurwaarden, vanwege hun belang voor het behoud van de biologische diversiteit of hun bijzondere kwetsbaarheid. Het gaat daarbij om de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van het in het wild voorkomende flora en fauna en bescherming van houtopstanden. Elke ruimtelijke ingreep moet getoetst worden aan de Wnb en overig relevant natuurbeleid. Voor handelingen met schadelijke gevolgen voor Natura 2000-gebieden moet een melding worden ingediend of een vergunning worden aangevraagd. Voor het overtreden van verbodsbepalingen met betrekking tot soortenbescherming moet een ontheffing worden aangevraagd. 24 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Voor het overtreden van verbodsbepalingen met betrekking tot de kap van houtopstanden moet een melding worden gedaan. Voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom gelden de meldings- en zorgplicht uit de Wet natuurbescherming. Voor iedere nieuwe functie of activiteit moet worden bepaald of er op basis van de geldende wetgeving voor soorten en gebieden (nader) onderzoek moet worden uitgevoerd. Omgevingsvisie De omgevingsvisie zet in op het behoud en het versterken van het landschap en de natuurwaarden. Bijvoorbeeld door het weidegebied open te houden en daarmee aantrekkelijker te maken voor weidevogels. Het vergroenen van versteend oppervlak in het dorp, realiseren van groene daken, natuurinclusief bouwen en het nastreven van de groennorm dragen bij aan het versterken van de natuurwaarden. De koers van het deelgebied Hollandse weides is om een landschappelijke kwaliteitsverbetering te realiseren, met behoud of versterking van de gebiedskarakteristieken. Onderzoek (Integrale afweging) Benutten De natuurgebieden in Hillegom kunnen opengesteld worden voor recreatie. Op die manier maken mensen kennis met de natuur in het buitengebied en worden ze gestimuleerd om te bewegen. Bij ontwikkelingen is het belangrijk om recreatie en toerisme te versterken.

Om de ambities op dit aspect te kunnen waarmaken, moeten initiatiefnemers bij nieuwe activiteiten bijdragen aan de koers per deelgebied (de hoofdregel), zodat de ontwikkeling van bijvoorbeeld recreatie en toerisme niet ten koste gaat van natuurwaarden. Beschermen Voor de aangewezen natuurgebieden kunnen nieuwe ontwikkelingen een aantasting van de integrale gebiedskwaliteit betekenen. Dat vraagt voor gebieden met natuurwaarde een bijzondere bescherming. In het omgevingsplan zijn alle nieuwe activiteiten vergunningplichtig. Omdat in dit omgevingsplan is gekozen voor het hanteren van open normen (richtinggevend kader), kan op basis van het plan geen vaststaand eindbeeld worden gevormd. Daardoor kan op dit moment ook niet met zekerheid gezegd worden of (en zo ja, in welke mate) sprake zal zijn van een toename in stikstofuitstoot. Daarbij wordt echter wel opgemerkt dat het omgevingsplan inhoudelijk rechtstreeks is gekoppeld aan de omgevingsvisie. Ten behoeve van de omgevingsvisie is reeds een milieueffectrapportage opgesteld. De effecten van de visie (en het plan) op het milieu zijn als zodanig in beeld gebracht en beoordeeld. Ontwikkelingen komen tot stand door initiatieven vanuit de markt, eigenaren, ondernemers en bewoners. Deze initiatieven kunnen op medewerking rekenen van de gemeente als zij bijdragen aan de uitgezette koers.

Bij de uitgezette koers zijn de gevolgen voor het milieu afgewogen middels het voor de omgevingsvisie opgestelde milieueffectrapport. Bij een concreet initiatief worden gevolgen van een eventuele toename van stikstofdepositie voor het genoemde Natura 2000 – gebied beoordeeld. Dat werkt als volgt. Het omgevingsplan staat slechts bestaande legale activiteiten rechtstreeks toe; ieder initiatief, iedere ontwikkeling is omgevingsvergunningplichtig – voor ieder initiatief bestaat er dus een moment dat het bevoegd gezag op de hoogte wordt gesteld van en daarna een moment dat het bevoegd gezag het initiatief beoordeelt. Gelet op de systematiek van de Wnb (en vanaf 2022 de Ow), zal bij de beoordeling van ieder initiatief ook worden beoordeeld of significante effecten op een Natura-2000 gebied kunnen worden uitgesloten. Hierdoor is de (Europeesrechtelijke) natuurbescherming gegarandeerd. Doorwerking regels In Afdeling 2.4 staan de regels over het onderhouden van houtopstanden. Bomen die als waardevol zijn aangemerkt worden beschermd. Daarnaast geldt altijd de Wet natuurbescherming. 25 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

In hoofdstuk 3 Functies zijn diverse doelstellingen/eisen opgenomen die raken aan aspecten zoals benoemd in de Wnb. Voor nieuwe initiatieven geldt een onderzoeksplicht aangaande soorten- en gebiedsbescherming. In het omgevingsplan zijn gebieden aangewezen waar het natuurbelang vooropgesteld wordt. In het deelgebied Hollandse weides worden nieuwe activiteiten alleen toegestaan als een bijdrage wordt geleverd aan de landschappelijke kwaliteit. Ook in andere deelgebieden moet een evenwichtige afweging gemaakt worden tussen nieuwe activiteiten en natuurbelang. In versie 2.0 van het omgevingsplan worden de voorwaarden voor de Aanvullingswet Natuur opgenomen.

3.8

Cultuurhistorie, archeologie en aardkundige waarden

Huidige situatie

De gemeente Hillegom ligt - zoals eerder benoemd - in een divers landschap met een rijke cultuurhistorie en veel natuurwaarden. Duinen, deels afgegraven strandwallen en strandvlaktes (de zanderijen) en open weidegebieden worden afgewisseld met diverse bebouwingslinten, oude bollenschuren en – bedrijven. Het landschap langs de historische trekvaart, ook bekend als de Leidsevaart of Haarlemmertrekvaart, kenmerkt zich door de weidse open bollenvelden. Vanwege de lange historie van Hillegom als agrarisch dorp en vanwege de ontwikkeling van buitenplaatsen voor kooplieden uit onder andere Amsterdam, is er nog veel cultuurhistorisch erfgoed te vinden. Hier betreft hier niet alleen monumenten, maar ook historische landschapskenmerken en archeologische overblijfselen. Het Hillegomse bollenlandschap heeft specifieke kenmerken, zoals de verkavelingsrichting, openheid, bebouwingsstructuur en de kenmerkende profielen van kades, wegen, waterlopen en linten. Beleid, Ambitie en Regelgeving Erfgoedwet In de Erfgoedwet d.d. 1 juli 2016 is vastgelegd hoe met ons erfgoed wordt omgegaan, wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Overbodige regels zijn geschrapt en de verantwoordelijkheid voor de bescherming van het cultureel erfgoed ligt waar mogelijk bij het erfgoedveld zelf.

Onderdelen van de Monumentenwet die de fysieke leefomgeving betreffen, worden overgeheveld naar de Omgevingswet. Voor deze onderdelen is een overgangsregeling in de Erfgoedwet opgenomen voor de periode 2016-2022. Het gaat daarbij om de volgende zaken: a. Vergunningen tot wijziging, sloop of verwijdering van rijksmonumenten; b. Verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie; c. Bescherming van stads- en dorpsgezichten. Wettelijke regeling

Toelichting

Erfgoedwet De duiding van erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit staat in de Erfgoedwet. Provinciaal beleid Het beleid van de Provincie Zuid-Holland richt zich, conform het Rijksbeleid en de MonumentenErfgoedwet op het behouden van archeologische waarden op de plaats waar de waarden zijn aangetroffen (in situ). Op 1 april 2019 is door Gedeputeerde Staten de Verordening Ruimte vastgesteld. 26 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

In deze verordening regelt de provincie de bescherming van twee typen gebieden die als provinciaal belang zijn aangemerkt: gebieden met hoge en zeer hoge bekende archeologische waarden (de zogeheten AMK-terreinen, op de Cultuurhistorische Hoofdstructuur aangeduid) en de Romeinse limeszone. Voor deze gebieden dienen gemeenten conform de richtlijnen van de provincie bescherming op te nemen in ruimtelijke plannen. In overige gebieden hebben gemeenten de vrijheid om gemotiveerd (op basis van een gemeentelijke archeologische waardenkaart) af te wijken van de in de wet voorgeschreven vrijstellingsgrenzen. Voor de AMK-terreinen geldt bij uitstek het uitgangspunt van behoud in situ. Hier zijn bodemingrepen in het geheel niet toegestaan. In de limeszone gaat de voorkeur uit naar behoud in situ, maar dient het behoud van archeologische resten in ieder geval via onderzoek te worden gewaarborgd. Wettelijke regeling

Toelichting

Omgevingsverordening provincie Paragraaf erfgoed

6.2.8

Cultureel In de provinciale verordening kunnen ook (instructie)regels worden gesteld voor provinciaal erfgoed, bijvoorbeeld belangrijke cultuurhistorische structuren.

Omgevingswet Met het in werking treden van de Omgevingswet zullen de regels omtrent het behoud van archeologische waarden overgaan naar de Omgevingswet. De bepalingen uit de Monumentenwet 1988 die naar de Omgevingswet overgaan blijven tot inwerkingtreding gelden op grond van het overgangsrecht Erfgoedwet. Wettelijke regeling

Toelichting

Omgevingswet 5.1

Vergunningplicht rijksmonumentenactiviteiten

De vergunningplicht geldt niet als bij aanwijzing van een archeologisch monument op grond van de Erfgoedwet, onderdelen zijn aangewezen die buiten beschouwing kunnen blijven.

5.18

Beoordelingsregels Zie Besluit kwaliteit leefomgeving art. 8.81 t/m 8.83 rijksmonument voor B&W

17.9

Gemeentelijke adviescommissie

De gemeenteraad stelt een commissie in, die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit, voor zover het andere dan archeologische monumenten betreft. Binnen deze commissie zijn enkele leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg, die in ieder geval worden betrokken bij de advisering over een rijksmonumentenactiviteit.

19.8

Archeologische toevalsvondst

Regels over aanwijzing en afstemming van het bevoegd gezag voor archeologische toevalsvondst van algemeen belang en over bevoegdheden bij een archeologische toevalsvondst van algemeen belang. Daarin is onder meer bepaald, tot welke maatregelen degene die een archeologische toevalsvondst van algemeen belang heeft gedaan door het bevoegd gezag kan worden verplicht.

16.57

Kerkelijk rijksmonument De wet verplicht tot overleg met de eigenaar.

2.28

Bekende of verwachten archeologische waarden

te Op grond van het bij amendement 137 gewijzigde artikel 2.28, onder a, moet het hierbij gaan om aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Hiermee wordt bedoeld dat in het omgevingsplan opgenomen verwachting (trefkans) op het aantreffen van archeologische vondsten goed moet worden 27 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Wettelijke regeling

Toelichting onderbouwd met behulp van bijvoorbeeld locatie specifieke archeologische en relevante bodemkundige informatie (verwachtingenkaarten). Zie voor toelichting ook het concept Besluit Kwaliteit Leefomgeving

2.34

Beschermd stadsgezicht,

Na instructie via het omgevingsplan.

18.13

Bestuurlijke boete

In de Invoeringswet is een nieuw artikel 18.13 ingevoegd die het mogelijk maakt (naast de reguliere handhavingsinstrumenten van de gemeente) om een boete op te leggen bij overtreding van de regels in het omgevingsplan (4.1 Ow) en het verbod van artikel 5.1, (verbod om zonder omgevingsvergunning een activiteit te verrichten).

Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Wettelijke regeling

Toelichting

Besluit activiteiten leefomgeving (ontwerp 2017) 11.12

Verbod beschadiging Rijksmonumentenactiviteit. Het verbod tot beschadigen geldt vernieling voor iedereen, bijvoorbeeld ook voor een passant die graffiti spuit op een monument.

11.12

Verbod onderhoud te Dit verbod op ook het niet onderhouden van rijksmonumenten is onthouden overgenomen uit de Erfgoedwet.

11.9

Vergunningvrij

In dit artikel is beschreven welke activiteiten niet onder de vergunningplicht van artikel 5.1 Omgevingswet vallen.

11.11

Zorgplicht

De in het besluit opgenomen specifieke zorgplicht benadrukt dat, naast de eigenaar of gebruiker van een (voorbeschermd) Rijksmonument, ook eenieder die een activiteit verricht die zou kunnen leiden tot beschadigen of vernielen van (voorbeschermde) Rijksmonumenten een verantwoordelijkheid heeft om die beschadiging of vernieling te voorkomen. Bij een evenwichtige toepassing van de specifieke zorgplicht hoort in ieder geval, dat voor de initiatiefnemer redelijkerwijs te voorzien moet zijn, wat de specifieke zorgplicht in een concreet geval inhoudt. Is dat niet het geval, dan is het stellen van een maatwerkvoorschrift of maatwerkregel de aangewezen weg.

11.6

Maatwerkregels in een Burgemeester en wethouders kunnen in het omgevingsplan maatwerkregels stellen ter omgevingsplan invulling van de specifieke zorgplicht en het melden van inpandig wijzigingen. Maatwerkvoorschrift door B&W

Voorschriften aan andere activiteiten, zoals bij de sloop van een buurpand.

Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Wettelijke regeling

Toelichting

Besluit kwaliteit leefomgeving 8.81

Beoordelingsregels Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend als de activiteit rijksmonumentenactivite in overeenstemming is met het belang van de monumentenzorg en rekening wordt gehouden met de genoemde beginselen. it Een recente uitwerking die hiervoor in de maak is, is dat voor 28 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Wettelijke regeling

Toelichting Rijksmonumenten die in het verleden vanuit architectonisch of bouwhistorisch oogpunt alleen voor hun bovengrondse deel onder bescherming waren gesteld, in de toekomst ook zal gelden voor het ondergrondse (archeologische) deel. Dit betekent een extra aandachtspunt bij voorgenomen activiteiten

8.82

Voorschriften archeologie

Aan een omgevingsvergunning kunnen voorschriften worden gesteld.

8.83

Voorschriften verplaatsen monumenten

Aan een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit die een gedeeltelijke of volledige verplaatsing inhoudt van een monument dat een bouwwerk is, worden voorschriften verbonden over het treffen van voorzorgsmaatregelen voor het demonteren, het overbrengen en de herbouw van dat bouwwerk op een nieuwe locatie.

5.126

Rekening houden met

Dit artikel verplicht de gemeente rekening te houden met cultureel erfgoed en impliceert een waardenkaart en toereikend beschermingsregime.

Voorkomen aantasting

Dit impliceert minimaal algemene regels in het omgevingsplan die aantasting voorkomen, een regeling vergelijkbaar aan het Bal ligt voor de hand.

Voorkomen verplaatsing Dit impliceert minimaal regels in het omgevingsplan die verplaatsing van monumenten koppelt aan regels, een regeling vergelijkbaar aan het 8.83 Bkl ligt voor de hand. Bevorderen gebruik

Deze bepaling omvat het beginsel dat het gebruik van gebouwd cultureel erfgoed kan bijdragen aan de instandhouding ervan – leegstand betekent op termijn verval. Eventuele wijzigingen voor hedendaags gebruik en herbestemming dienen daarbij met respect voor de monumentale waarden plaats te vinden. Deze regel impliceert dat gekoppeld aan leegstand regels voor erfgoed worden opgesteld.

Voorkomen aantasting Naast de rijksinstructie (voorheen aanwijzing) voor het omgeving, beschermd beschermd stadsgezicht dient de gemeente in het stadsgezicht, behoud omgevingsplan rekening te houden met het voorkomen van archeologische aantasting van het karakter van bij het omgevingsplan beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde monumenten cultuurlandschappen. Het gaat daarbij vooral ook om de kwaliteit van de (inrichting van de) openbare ruimte. Archeologie

De gemeenteraad kan aan deze instructieregel uitvoering geven door daar waar nodig in het belang van de archeologische monumentenzorg bijvoorbeeld een verbod tot bodemverstorende activiteiten (zoals bouwactiviteiten of grondwerkzaamheden) in te stellen, waarvan met een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit kan worden afgeweken. Vervolgens kan er in het kader van de aanvraag om deze omgevingsvergunning een archeologisch rapport worden gevraagd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate wordt vastgesteld. Op basis van de bevindingen uit dit archeologische vooronderzoek kunnen aan de omgevingsvergunning in het belang van de archeologische monumentenzorg voorschriften worden verbonden op grond van artikel 8.67. In het omgevingsplan mogen regels wordt gesteld aan de eisen van een onderzoek / begeleiding Het omgevingsplan geeft aan in welke gevallen waar geen 29 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Wettelijke regeling

Toelichting onderzoek nodig is Het omgevingsplan bevat een 100 m2 regel waarvoor geen regels gelden, of een vergelijkbare regeling.

5.128

Bestaand gebruik

De hiervoor genoemde instructieregels gelden niet voor bestaande situaties.

5.46

Rivierbed

Behoud cultureel erfgoed mits een waterstandverhoging van de rivier als gevolg van die activiteiten wordt gecompenseerd:

7.2

Werelderfgoed

Instructieregels voor de aangewezen werelderfgoedgebieden.

Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Wettelijke regeling

Toelichting

Besluit bouwwerken leefomgeving Afwijken bouwtechnische voorschriften

het Besluit bouwwerken leefomgeving regels zijn opgenomen die bewerkstellingen dat bij (voor)beschermde monumenten kan worden afgeweken van de (bouw)technische voorschriften uit dat besluit.

Omgevingsvisie De omgevingsvisie wil het cultuurhistorisch erfgoed beschermen en herkenbaar houden en daarnaast de beleefbaarheid van het erfgoed vergroten. Uitgangspunt is het behouden van de historische waarden en uitstraling van bijvoorbeeld monumenten. Gemeentelijk beleid Wettelijke regeling

Toelichting

Gemeentelijke regels Erfgoedverordening

De huidige Erfgoedverordening regelt het beheer en behoud van het gemeentelijk cultureel erfgoed, dat van bijzonder belang is voor die gemeente vanwege de cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis. Het college houdt een gemeentelijk erfgoedregister van het aangewezen cultureel erfgoed bij.

Omzetting verordening Een omgevingsplan zal straks net zoals de Erfgoedverordening naar omgevingsplan op hoofdlijnen het volgende moeten regelen: de instelling van een gemeentelijk erfgoedregister; de aanwijzing van beschermde gemeentelijke (ook archeologische) monumenten; de aanwijzing van beschermde gemeentelijke beschermde stadsgezichten; de bescherming van – en de vergunningplicht voor de wijziging van – gemeentelijke monumenten; de adviescommissie voor de wijziging – in het kader van de omgevingsvergunning – van beschermde rijksmonumenten; de aanwijzing van beschermde gemeentelijke (roerende) cultuurgoederen en verzamelingen.

30 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Onderzoek (Integrale afweging) Benutten Bij activiteiten is het belangrijk om cultuurhistorische elementen te behouden en waar mogelijk beter zichtbaar te maken, ten behoeve van de afleesbaarheid van het historisch erfgoed. Om de ambities waar te maken worden initiatieven getoetst aan de koers van het deelgebied en de punten uit het afwegingskader. De initiatiefnemer moet aantonen dat de activiteit een positieve bijdrage levert aan het (cultuur-historisch) erfgoed. Beschermen Bescherming van bijvoorbeeld archeologische waarden is belangrijk. Als een gebied vanuit archeologisch oogpunt een hoge trefkans heeft, mag de bodem niet te veel verstoord worden. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning bodem verstorende activiteiten te ondernemen. Voor welstand geldt dat het uiterlijk aanzien van gebouwen en het openbaar erfgoed moet worden beschermd. Dit gebeurt aan de hand van de regels die gesteld zijn in de welstandsnota en via de zorgplicht. Doorwerking regels In Afdeling 2.9 staan de regels over het beschermen van landschappelijke waarden en cultureel erfgoed. In de paragrafen 2.9.1 voor Welstand en 2.9.2 voor Monumenten en 2.9.3 voor Cultureel erfgoed zijn regels opgenomen. Naast het omgevingsplan gelden de welstandseisen uit de welstandsnota. Bij een overtreding van de zorgplicht kan het college maatwerkvoorschriften stellen.

Voor gemeentelijke monumentenactiviteiten is, net als voor rijksmonumenten een vergunning nodig, behalve als het gaat over reguliere werkzaamheden gericht op het behoud van de monumentale waarde van het object. Een vergunning wordt alleen verleend als aantasting van het monument wordt voorkomen of wanneer de Erfgoedcommissie een positief advies geven. In paragraaf 2.9.3 is Cultureel erfgoed geregeld. In dit artikel staan zowel regels over de specifieke zorgplicht als over de toegelaten activiteiten benoemd. Voor cultuurhistorische waardevolle elementen gelden werkingsgebieden. In paragraaf 2.9.4 zijn regels voor Archeologie opgenomen. Hierin zijn eisen over het oppervlak en de diepte van de ingreep opgenomen. Deze zijn gekoppeld aan de beleidskaart archeologische verwachtingswaarde. Bij bodemingrepen kan het nodig zijn om archeologisch onderzoek te laten uitvoeren. Het college van B&W kan nadere voorschriften verbinden aan de vergunning.

3.9

Energie en klimaat

Huidige situatie

Het klimaat en de klimaatverandering zijn mondiale vraagstukken, waarvoor de oplossingen op alle niveaus worden gevonden en waarvoor ook op gemeenteniveau maatregelen (moeten) worden genomen. Gemeente Hillegom heeft zich tot doel gesteld om in 2030 energieneutraal te zijn en klimaatneutraal in 2050. In de huidige situatie wordt in Hillegom grotendeels nog op een conventionele manier omgegaan met opwekking van energie. Beleid, Ambitie en Regelgeving Vierde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4) Om de Kyoto-doelstellingen te realiseren is landelijk klimaatbeleid geformuleerd. Voor Nederland is de kortetermijndoelstelling het terugdringen van de uitstoot van de belangrijkste broeikasgassen met 6% ten opzichte van 1990. Op de lange termijn wil de overheid de overgang naar een duurzame energiehuishouding bereiken (een aandeel van 20% duurzame energie in 2020) en verdere beperking 31 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

van de CO2-uitstoot realiseren (20% in 2020 ten opzichte van 1990). Het kabinet-Rutte III heeft deze doelstelling aangepast aan de Europese doelstelling van 14%. In het Klimaatakkoord (zomer 2019) heeft de overheid, in samenwerking met bedrijven en maatschappelijke organisaties, besloten om in 2030 49% minder CO2 uit te sloten ten opzichte van 1990. De Nederlandse overheid wil de helft van de nodige emissiereductie behalen met binnenlandse maatregelen en de andere helft uit het buitenland, met behulp van de flexibele instrumenten uit het Kyoto-protocol. Provinciaal beleid De provincie Zuid-Holland heeft in de Energieagenda Watt Anders (2016-2020-2050) de energietransitie in Zuid-Holland uiteengezet. Hierin wordt ingegaan op de ambities van de provincie, de opgaven waarvoor Zuid-Holland staat en hoe de provincie deze wil gaan uitvoeren en aanpakken de komende jaren. Omgevingswet In de Omgevingswet is duurzaamheid een centraal thema. Alleen via duurzame ontwikkeling kan een veilige en gezonde fysieke leefomgeving gerealiseerd worden. Regionale afspraken Voor duurzaamheid in ruimtelijke ontwikkelingen zijn het Regionaal Beleidskader Duurzame Stedenbouw (RBDS), de DuBoPlus-Richtlijnen en GPR-Gebouw leidend. In de omgevingsvisie is benoemd dat bij nieuwbouw van woningen in een van de zes deelgebieden de volgende streefwaardes (GPR Gebouw) worden gehanteerd: • • •

DuurzaamheidsPrestatie Gebouwen (DPG, combinatie van milieu en energie) minmaal een 8; Gezondheid en gebruikskwaliteit mninmaal een 8; Toekomstwaarde minimaal een 7 (of bij de keuze voor een ander instrument vergelijkbare streefwaardes te formuleren).

Regionaal Energieakkoord Op regionaal niveau wordt gewerkt aan de Regionale Energie Strategie (RES). Als de afspraken zijn vastgelegd en opgenomen zijn in de omgevingsvisie komen deze in het omgevingsplan. Omgevingsvisie In de omgevingsvisie loopt het thema duurzaamheid integraal door alle thema’s heen. In het afwegingskader voor initiatieven is uitgewerkt hoe deze bij kunnen dragen aan de sociale, fysieke en economische duurzaamheid. Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid Hillegom 2018-2022 Het programma is opgebouwd rond drie thema's; sociale duurzaamheid (people), fysieke duurzaamheid (planet) en economische duurzaamheid (profit). Deze thema's zijn hierna verder uitgewerkt in verschillende onderwerpen. De komende jaren ligt de prioriteit bij het aspect fysieke duurzaamheid, omdat hier de grootste urgentie bestaat. Hierbij ligt de nadruk op de onderwerpen landschap en natuur, cultuurhistorie en archeologie, energie en klimaat, circulaire economie, duurzaam ruimtegebruik bij woningbouw, woningen, bedrijven en bedrijventerreinen en toerisme en recreatie. Onderzoek (Integrale afweging) Benutten Bij ontwikkelingen is het belangrijk dat zij bijdragen aan de ambitie energieneutraal in 2030 en klimaatneutraal in 2050.

Om de ambities op dit aspect te kunnen waarmaken moeten initiatiefnemers bij nieuwe activiteiten bijdragen leveren aan de duurzaamheidsambities zoals beschreven in het afwegingskader en de koers per deelgebied (de hoofdregel). 32 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Afwegingskader: -

Duurzame energieopwekking (ook tijdelijk). Realiseren van besparingen. Hittestress mitigeren.

De Omgevingswet en de ambities in de omgevingsvisie kunnen gebruikt worden om nieuwe regels en verplichtingen op te stellen. Het Uitvoeringsprogramma moet, indien nodig, vertaald worden in regels en verplichtingen in het omgevingsplan. Beschermen Door duurzaamheidseisen te stellen aan nieuwe ontwikkelingen, wordt het duurzaamheidbelang bij een ontwikkeling altijd voldoende geborgd, zodat altijd wordt bijgedragen aan de hiervoor benoemde doelstellingen. Doorwerking regels Duurzaamheid is een terugkerend thema bij verschillende activiteiten en functies. Het is onderdeel van de toetsingsgrond van de verschillende functiegebieden. Hulpmiddel bij het invullen van de verschillende doelstellingen is het afwegingskader voor initiatieven. Daarnaast bieden verschillende functies ruimte om een vergunning te verlenen aan activiteiten die bijdragen aan een duurzame gemeente, zoals de bouw van windturbines. Uitwerking hiervan dient nog plaats te vinden, in eerste instantie op regionaal niveau en later (nader) op gemeentelijk niveau.

3.10 Water

Huidige situatie Hillegom kent een dicht stelsel van sloten en vaarten. Beleid, Ambitie en Regelgeving Nationaal Waterplan 2016-2022 (NWP) De Waterwet heeft het Nationaal Waterplan aangewezen als structuurvisie, waarin de ruimtelijke aspecten worden geregeld. Het NWP is zelfbindend voor het Rijk. Het Nationaal Waterplan 2016-2022 is de opvolger en vervanger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en de partiële herzieningen hiervan. Met dit NWP voldoet Nederland aan de Europese eisen die voortvloeien uit de Kaderrichtlijn Water (KRW), de Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KMS). Het Rijk is in Nederland verantwoordelijk voor het hoofdwatersysteem. In het NWP legt het Rijk, onder meer, de strategische doelen voor het waterbeheer vast. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Binnen de planperiode gaan realistische maatregelen in uitvoering voor de opgaven op de korte termijn, maar laten voldoende mogelijkheden open om op de langere termijn verdere stappen te zetten. Het kabinet sluit daarmee aan bij de resultaten van het Deltaprogramma. Provinciaal beleid/Waterverordening In de provinciale waterverordening zijn algemene regels opgenomen over de provinciebrede onderwerpen, bijvoorbeeld het regionaal waterplan en het grondwater.

Daarnaast zijn regels opgenomen op het gebied van het watersysteembeheer voor de Zuid-Hollandse Water- en Hoogheemraadschappen. Regionale afspraken Het Hoogheemraadschap van Rijnland is in de regio het bevoegd gezag voor het beheer van waterkeringen, oppervlaktewater en (ondiep) grondwater. De drie hoofddoelen van dit beheer zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water en gezond water. Voor de veiligheid is het cruciaal dat de waterkeringen voldoende hoog en stevig zijn en blijven en dat rekening wordt gehouden met 33 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

mogelijk toekomstige dijkverbeteringen. Wat betreft voldoende water gaat het erom het complete watersysteem goed in te richten en te beheren. Daarbij wil het HHS van Rijnland dat watergangen en kunstwerken, zoals gemalen, op orde en toekomstbestendig worden gemaakt, waarbij rekening wordt gehouden met klimaatverandering. Het HHS van Rijnland, GOM en de ISG-gemeenten hebben een overeenkomst gesloten met betrekking tot de uitruil van ondergeschikte watergangen in het kader van de herontginning. Omgevingsvisie De omgevingsvisie zet in op een robuust en klimaatbestendig watersysteem. Daarmee wordt gedoeld op het zorgen voor voldoende waterberging (verbeteren waterberging en retentie), een goede waterkwaliteit, het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en het op peil houden van de waterveiligheid. Onderzoek (Integrale afweging) Benutten Bij ontwikkelingen is het belangrijk dat zij bijdragen aan een robuust en klimaatbestendig watersysteem. Om de ambities op dit aspect te kunnen waarmaken moeten initiatiefnemers bij nieuwe activiteiten bijdragen aan het afwegingskader en de koers per deelgebied (de hoofdregel). Afwegingskader: -

Waterberging en retentie verbeteren. Hittestress mitigeren.

We willen zo veel mogelijk stimuleren dat nieuwe activiteiten bijdragen aan de koers van het deelgebied en de omgevingsvisie als geheel. In de Duurzame Bloementuin kan bijvoorbeeld een bijdrage geleverd worden aan een robuust en klimaatbestendig watersysteem door het aanleggen van natuurvriendelijke oevers, het realiseren van extra waterberging of het verbeteren van retentie (verblijf) wanneer nieuwe activiteiten worden ontplooid. Beschermen Om te voorkomen dat toch activiteiten worden ondernomen die de bestaande kwaliteit van het watersysteem aantasten (zoals beschreven in de visies van provincie en gemeente en in de keur van het Hoogheemraadschap) is de hoofdregel opgenomen dat de activiteit moet passen in de koers van het deelgebied en de regels die zijn gesteld aan waterkundige werken. Activiteiten die leiden tot aantasting van waterstaatkundige werken zijn niet toegestaan. Voor andere activiteiten waar op voorhand al duidelijk is dat deze niet binnen de koers passen is specifieke bescherming gewenst, zoals beschreven in de regels die worden gesteld in de waterverordening. Doorwerking regels In Afdeling 2.7 staan de regels over het beschermen van de waterbelangen. De waterhuishouding en het voorkomen van activiteiten die mogelijk nadelige gevolgen kunnen hebben voor de waterhuishouding.

Grond- en oppervlaktewater dienen beheerd te worden als onderdeel van de fysieke leefomgeving. Initiatieven voor functies en activiteiten worden getoetst aan de geldende normen omtrent water en waterveiligheid. Deze regels gaan over uit de Waterwet naar de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet komen een groot deel van de instrumenten terug zoals deze nu onder de Waterwet bestaan. Daarnaast wordt in de regels opgenomen dat er bij nieuwe ontwikkelingen maatregelen moeten worden genomen omtrent de doelstelling binnen het plangebied; het bijdragen aan een robuust en klimaatbestendig watersysteem. In de regels zijn wateractiviteiten aangewezen. Binnen de daarvoor aangewezen werkingsgebieden zijn regels opgenomen die zien op de bescherming van waterstaatkundige functies. 34 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

3.11 Duurzaam ruimtegebruik bij woningbouw Huidige situatie

Het is goed wonen in Hillegom, dat blijkt uit de vraag naar nieuwe woningen en de woningbouwopgave vanuit de Provincie Zuid-Holland. Om deze vraag te kunnen ondervangen moet gekeken worden naar nieuwe woningbouwlocaties. Beleid, Ambitie en Regelgeving Omdat er sprake is van een behoefte aan wonen in Hillegom moet zorgvuldig worden afgewogen hoe hieraan invulling wordt gegeven. In de gebiedsdoelstelling van Heerlijke woonplaats in de omgevingsvisie wordt hieraan invulling gegeven. De bouw van nieuwe woningen is in de Duurzame Bloementuin en de Hollandse weides in principe niet toegestaan, met uitzondering van de bouw van zogenaamde Greenportwoningen. Dit zijn regionale afspraken die zijn opgenomen in de ISG en ook opgenomen in de omgevingsvisie. Het gaat om het regionaal realiseren van maximaal 600 Greenportwoningen, ter financiering van herstructurering en de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van de Bollenstreek. Bij de ontwikkeling van een Greenportwoning moet de kwaliteit van de fysieke leefomgeving ten minste gelijk blijven. Onder die voorwaarde kan de woning gerealiseerd worden maar in principe alleen als ‘eerstelijnsbebouwing’ in de Levendige Linten. Het clusteren van Greenportwoningen is alleen toegestaan wanneer het aansluitend aan de kern is, het kleinschalig is en niet ten koste gaat van het karakteristiek van de Duurzame Bloementuin.

Onderzoek (Integrale afweging) Benutten Bij ontwikkelingen is het belangrijk dat zij bijdragen aan het verbeteren van duurzaam ruimtegebruik bij woningbouw. Om de ambities op dit aspect te kunnen waarmaken moeten initiatiefnemers bij nieuwe activiteiten bijdragen aan het afwegingskader en de koers per deelgebied (de hoofdregel). Afwegingskader: -

Nieuwbouw zoveel mogelijk via inbreiding. Compact/multifunctioneel bouwen/beperkt hoogbouw. Autoluw/-vrije woonomgeving. Eerst ingezette en in ontwikkeling zijnde projecten realiseren. Bestaande en nieuwe woningen verduurzamen. Natuur-inclusief bouwen.

Beschermen Wonen is alleen toegestaan in bepaalde werkingsgebieden en binnen deze werkingsgebieden zal nieuwe woningbouw moeten voldoen aan de koers van het deelgebied en het afwegingskader. In deze koers is geborgd dat bij woningbouw het aspect duurzaamheid wordt meegewogen bij vergunningverlening. Doorwerking regels In hoofdstuk 3, Afdeling 3.2 is binnen de functie Heerlijke woonplaats opgenomen dat woningbouw is toegestaan voor zover wordt bijgedragen aan de koers (wonen is een toegelaten gebruiksactiviteit). Vanuit de visie wordt ingezet op dorps en groen wonen. Binnen de functies Duurzame Bloementuin en de Hollandse weides in hoofdstuk 3 is aangegeven dat enkel Greenportwoningen gebouwd mogen worden.

35 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

3.12 Toerisme en recreatie Huidige situatie

Recreatie en economie zijn in Hillegom onlosmakelijk met elkaar verweven. Hillegom is aantrekkelijk gelegen in de buurt van de kust en de Keukenhof. Daarnaast trekken de bollenvelden en het jaarlijkse Bloemencorso veel aandacht. Binnen Hillegom worden jaarlijks verschillende evenementen georganiseerd, onder andere door diverse culturele instellingen die binnen de gemeente actief zijn. Het aanbod van verblijfsmogelijkheden is op dit moment relatief beperkt. Ontwikkelingen Beleid, Ambitie en Regelgeving Omgevingsvisie Hillegom en haar omgeving hebben een grote toeristische en recreatieve potentie en op dat vlak liggen diverse ontwikkelingskansen, bijvoorbeeld het versterken van de uitstraling van de entrees van Hillegom aan de N208. De historische kern van Hillegom kan beter worden ingericht op regionale en internationale toeristen. Hiertoe wordt gewerkt aan recreatieve fiets-, wandel- en sloeproutes. Ook de vindbaarheid van bestaande recreatieve functies en toeristische trekkers kan verbeterd worden. Onderzoek (Integrale afweging) Benutten Bij ontwikkelingen is het belangrijk om recreatie en toerisme te versterken. Om de ambities op dit aspect te kunnen waarmaken moeten initiatiefnemers bij nieuwe activiteiten bijdragen aan het afwegingskader en de koers per deelgebied (de hoofdregel). Afwegingskader: -

Vindbaarheid van bestaande recreatieve en toeristische trekkers versterken. Versterken van de uitstraling van de entrees van Hillegom aan de N208, eventueel gecombineerd met een Toeristisch Overstappunt (TOP). Versterken nieuwe vormen van toerisme en recreatie.

Het doel is om in Hillegom ruimte te bieden aan levendigheid, het bieden van ontmoetingsplekken, enzovoort. Hierop speelt bijvoorbeeld het evenementenbeleid in voor verschillende locaties in Hillegom. In de Duurzame Bloementuin bijvoorbeeld, wordt ruimte geboden aan (kleinschalige) recreatie. Een activiteit als een kleine Bed&Breakfast is hier in beginsel mogelijk, mits wordt aangetoond dat de activiteit een positieve bijdrage levert aan de hoofddoelen van het betreffende gebied. Beschermen Ontwikkeling op het gebied van recreatie en economie is belangrijk, echter dient dit niet ten koste te gaan van bijvoorbeeld de natuurwaarde, de bereikbaarheid of de leefbaarheid van het gebied. In de gebiedsdoelstellingen bij de verschillende functiegebieden is daarom verschil gemaakt in waar het mogelijk is om bijvoorbeeld recreatieve activiteiten te ontplooien. Het organiseren van evenementen mag niet ten koste gaan van de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de directe omgeving. Hiertoe is het noodzakelijk om regels te stellen aan de locatie, geluidsniveaus, evenemententijden en aantallen bezoekers. In de Heerlijke woonplaats wordt bijvoorbeeld geen ruimte geboden voor recreatie en toerisme, omdat de optimalisatie van het woon- en leefklimaat voorop staat.

36 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Doorwerking regels In Afdeling 2.5 staan de regels over evenementen. Voor evenementen is aangesloten op de APV . Hierin zijn regels gesteld aan het organiseren van evenementen. Het organiseren van evenementen wordt gefaciliteerd door het aantal regels en richtlijnen te verminderen, waarbij de nadruk ligt op het centrumgebied. Hierbij wordt rekening gehouden met de impact van evenementen op de omgeving. Toetsing van evenementen aan de openbare orde vallen niet onder de reikwijdte van het plan. Voor de activiteit Evenementen geldt dat kleine evenementen zijn toegestaan zonder vergunning. Wel geldt hier de meldingsplicht. Voor grotere evenementen is een werkingsgebied aangewezen, en gelden de regels (o.a. duur, aantal bezoekers en geluidsnormen) die zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan voor die locatie. In hoofdstuk 3, Functies, staan per deelgebied de verschillende regels aan het aspect toerisme en recreatie. Wanneer een ontwikkeling past binnen de (hoofd)doelen van het deelgebied is de activiteit toegelaten.

3.13 Economie Huidige situatie

De economie van Hillegom bestaat grotendeels uit bollen- en agrarische bedrijvigheid. Het bollengebied binnen het buitengebied is relatief kleinschalig en versnipperd. Beleid omtrent bollenbedrijven is geregeld door de samenwerkende Greenportgemeenten, in de vorm van Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 (ISG2016) als regionale structuurvisie. De uitvoering van dit beleid wordt door de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij (GOM) verzorgd. Beleid, Ambitie en Regelgeving Omgevingsvisie en uitvoeringsprogramma Duurzaamheid Economische duurzaamheid is een van de drie duurzaamheidsthema’s binnen de omgevingsvisie. Er wordt ingezet op maatschappelijk verantwoord ondernemen en de circulaire economie. Hiervoor zijn verschillende uitvoeringsmogelijkheden, die onder andere (deels) zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid. Onderzoek (Integrale afweging) Benutten Bij ontwikkelingen is het belangrijk dat zij bijdragen aan het versterken van de economie. Om de ambities op dit aspect te kunnen waarmaken moeten initiatiefnemers bij nieuwe activiteiten bijdragen aan het afwegingskader en de koers per deelgebied (de hoofdregel). Afwegingskader: -

Stimuleren maatschappelijk verantwoord ondernemen. Streven naar circulaire economie (grondstoffen, materialen en afval). Streven naar volwaardige arbeidsparticipatie bij bedrijven, ketens en samenleving (inclusief social return). Versterken goede verbinding en kruisbestuiving tussen het bedrijfsleven, overheden, kennisinstellingen, de arbeidsmarkt en de maatschappij. Gemeente koopt 100% duurzaam in (MVI).

Omdat gewerkt wordt met gebiedsdoelstellingen op basis van open normen, wordt de precieze invulling van de uitvoeringsmogelijkheden de komende jaren duidelijk.

37 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Beschermen Om te voorkomen dat zich toch activiteiten voordoen die de doelstellingen met betrekking tot economie aantasten, is de hoofdregel opgenomen dat de activiteit moet passen binnen het afwegingskader en de koers van het deelgebied. Hieronder vallen ook aspecten die terug zijn te voeren op bijvoorbeeld economische duurzaamheid. Er kunnen regels worden gesteld zodat voor activiteiten die hieraan niet voldoen, geen vergunning kan worden verleend. Doorwerking regels In hoofdstuk 3, Functies, staat per deelgebied de verschillende regels aan het aspect economie. Wanneer een ontwikkeling past binnen de (hoofd)doelen van het deelgebied is de activiteit toegelaten.

3.14 Mobiliteit Huidige situatie

Binnen de gemeente Hillegom fungeert de noord-zuidontsluiting voor autoverkeer (via de N208) en het openbaar vervoer naar behoren. De oost-westverbindingen functioneren matig. De verbindingen met regionale voorzieningen (zoals het Spaarneziekenhuis) kunnen beter. Om de lokale bereikbaarheid te verbeteren is er door de provincies Noord en Zuid-Holland onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor het verbeteren van de structuur van het wegennetwerk in de grensstreek van Noord en Zuid-Holland. Naar aanleiding van het Hillegoms Verkeers- en Vervoersplan (HVVP) is de N208 reeds heringericht, met de Van den Endelaan als ruime parkeerlaan. Hiermee is de ontsluiting van het centrum verbeterd. De ontsluiting van het buitengebied verloopt hoofdzakelijk per auto. Afgezien van een paar kleine knelpunten verloopt de afwikkeling van het autoverkeer zonder problemen. Parkeren Vanwege het intensieve gebruik van het treinstation is hier sprake van een hoge bezettingsgraad van parkeerplaatsen. Vanwege de vele verkeersbewegingen van en naar het station is de druk op het omliggende gebied hoog. Openbaar vervoer Hillegom beschikt over een eigen NS-station en is gelegen aan de spoorlijn tussen AmsterdamHaarlem-Rotterdam. Vanaf station Hillegom wordt ook het busvervoer voor Hillegom en de regio verzorgd.

Fietsinfrastructuur In Hillegom liggen langs de grote doorgaande wegen vrij liggende fietspaden en fietsstroken, langs de overige wegen (30km/ph) is fietsen toegestaan. In het buitengebied is de Stationsstraat ingericht als ‘fietsstraat’. Hier is de auto te gast. Ontwikkelingen Bepaalde landelijke trends zullen ook invloed hebben op de regionale uitdagingen. Zo zorgt de vergrijzing voor een groeiende groep mensen die op een andere manier mobiel is. Dit gaat gepaard met een toename van scootmobielen, elektrische fietsen en rollators, waardoor aanpassingen aan de buitenruimte nodig zijn. Ook stellen ontwikkelingen zoals elektrisch rijden en deelauto’s nieuwe eisen in relatie tot bijvoorbeeld parkeren.

38 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Beleid, Ambitie en Regelgeving Hillegoms Verkeers- en Vervoersplan (HVVP) In het HVVP is in 2009 het beleid uiteengezet. Hierin worden een aantal knelpunten benoemd en zijn de doelstellingen voor de komende jaren gesteld. De focus ligt hierbij op de verkeersveiligheid, de bereikbaarheid van het station (mede vanwege de afstand naar het centrum) en het stimuleren van fietsgebruik. Parkeerbeleidsnota In de parkeerbeleidsnota staat het beleid over parkeren, met name de parkeergelegenheid (P+R) rond het station is een aandachtspunt. Omgevingsvisie In de omgevingsvisie wordt een goede doorstroming (met name voor de N208) geambieerd om te zorgen voor een betere bereikbaarheid. Verder ziet de visie op een grotere verkeersveiligheid, voldoende parkeervoorzieningen en het faciliteren van voorzieningen om gedragsverandering te bewerkstellingen. Dit kan door verschillende maatregelen te nemen of door het stimuleren van bepaald gedrag. Aandacht wordt besteed aan het versterken van hoogwaardige verbindingen en het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en het delen van auto’s om de verkeersdruk te verminderen. Hier wordt aan bijgedragen door fiets- en wandelverkeer te versterken, door te investeren in fiets- en voetgangersvriendelijke kruispunten, het aanbieden van alternatief vervoer naar attracties in de omgeving en de versterking van het P+R gebied bij het station.

Op de omgevingsvisiekaart zijn reservelocaties voor woningbouw en bedrijventerrein opgenomen. Nadere afstemming omtrent de ruimtelijke implicaties dienen nog plaats te vinden. Onderzoek (Integrale afweging) Benutten Bij ontwikkelingen is het belangrijk dat zij bijdragen aan het verbeteren van de mobiliteit. Om de ambities op dit aspect te kunnen waarmaken moeten initiatiefnemers bij nieuwe activiteiten bijdragen aan het afwegingskader en de koers per deelgebied (de hoofdregel). Afwegingskader: -

Stimuleren openbaar vervoer en versterken hoogwaardige verbindingen. Fiets- en wandelverkeer versterken (onder andere door efficiënte shortcuts en fiets- en voetgangersvriendelijke kruispunten). Verbindingen met omliggende dorpen en steden versterken. Rondom kwetsbare functies (scholen) autoluwe gebieden instellen. Faciliteren autodelen. Alternatief vervoer naar attracties. Versterken P+R stationsgebied. Verkeersveiligheid blijft ten minste gelijk. Verbeteren recreatieve infrastructuur. Stimuleren alternatief vervoer (stillere/elektrische/waterstofauto’s). Terugdringen overlast vrachtverkeer. Verbeteren doorstroming. Realiseren stiller wegdek. Geen toename van/verminderen van parkeeroverlast.

Beschermen 39 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Nieuwe activiteiten die in dit omgevingsplan worden toegelaten vragen ruimte vanuit mobiliteitsoogpunt en leveren beperkingen op. Doorwerking regels In versie 2.0 van het omgevingsplan worden nadere regels op het gebied van Verkeer opgenomen. Nieuwe initiatieven moeten passen binnen de koers van het buitengebied. Het afwegingskader uit de omgevingsvisie dwingt initiatiefnemers er toe een mobiliteitsafweging te maken. Activiteiten met een hoge verkeersbelasting dragen niet bij aan de koers uit de omgevingsvisie Een initiatief zal in dat geval alleen op medewerking kunnen rekenen als elders kwaliteitswinst wordt gehaald. Bij toepassing van het afwegingskader in de advisering door de omgevingstafel wordt toepassing gegeven aan het huidige parkeerbeleid van de gemeente.

40 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Hoofdstuk 4 Juridische toelichting op de regels In dit hoofdstuk wordt per hoofdstuk en paragraaf uit de regels een toelichting gegeven.

Hoofdstuk 1 algemene bepalingen Artikel 1.1 begripsbepalingen De begrippen bij deze regels zijn opgenomen in een afzonderlijke bijlage. Voor de toelichting hierop zie de toelichting bij bijlage 1 van de regels. Artikel 1.2 wijze van meten De begrippen voor de wijze van meten bij deze regels zijn opgenomen in een afzonderlijke bijlage. Voor de toelichting hierop zie de toelichting bij bijlage 2 van de regels. Afdeling 1.2 vooroverleg De hoofdregel van dit omgevingsplan is dat het college een positieve grondhouding heeft bij initiatieven die bijdragen aan de koers zoals uitgezet in de omgevingsvisie. Om een initiatief te kunnen toetsen is steeds een afweging nodig door burgemeester en wethouders. Om de snelheid en voorspelbaarheid van die besluitvorming te vergroten wordt er een omgevingstafel ingesteld. Deze omgevingstafel is samengesteld uit ambtelijk deskundigen, aangevuld met externe leden (bijvoorbeeld de ketenpartners) en wanneer nodig een vertegenwoordiging vanuit de provincie. De omgevingstafel helpt initiatiefnemers door met hen in overleg te treden. Dit moet erin resulteren dat vergunningaanvragen zo worden ingediend dat deze voldoen aan de koers uit de omgevingsvisie. In artikel 1.3 en 1.4 is het doel van de omgevingstafel en de samenstelling bepaald.

De tafel gebruikt tijdens het overleg de koers van de verschillende functiegebieden en het algemene afwegingskader, zoals dat is opgenomen in de omgevingsvisie Hillegom. Voor zover de functiedoelen open normen bevatten, bestaat de mogelijkheid om beleidsregels op te stellen die de omgevingstafel en het college van burgemeester en wethouders moeten helpen om de toetsing van initiatieven sneller af te handelen. Naarmate op basis van het cyclisch proces steeds duidelijker wordt hoe de toetsing verloopt kan ook het omgevingsplan worden aangevuld met concretere algemene regels die direct duidelijkheid moeten geven of aan het betreffende initiatief medewerking kan worden verleend. Om de werking van dit omgevingsplan te verduidelijken, maken we steeds gebruik van een aantal voorbeelden. Deze voorbeelden worden steeds in een kader uitgewerkt. Een ondernemer wil zijn bebouwing uitbreiden op gronden die nu nog onbebouwd zijn en zijn gelegen binnen de Duurzame Bloementuin. Het omgevingsplan zal dit niet direct toestaan. Het college kan pas medewerking verlenen als de uitbreiding zodanig is vormgegeven en ingericht dat deze bijdraagt aan de koers van het gebied.

Dat betekent dat als het bedrijf is gelegen binnen de functie Duurzame Bloementuin, voldaan moet worden aan de doelstellingen die horen bij deze functie zoals duurzaam bodemgebruik, landschappelijke kwaliteitsverbetering en vergroting van de biodiversiteit. Om de initiatiefnemer te helpen een bouwplan te ontwikkelen dat voldoet aan deze (abstracte) doelen kan de hulp van de omgevingstafel worden ingeroepen. Het algemeen toetsingskader opgenomen in de omgevingsvisie is daarbij een belangrijk hulpmiddel. Het is de bedoeling dat de omgevingstafel de komende jaren steeds beter in staat is uit te leggen hoe voldaan kan worden aan de nu nog abstract geformuleerde doelen zodat die doelen steeds concreter worden. Dat kan bijvoorbeeld door beleidsregels te laten ontwikkelen met goede voorbeelden van duurzaam bodemgebruik.

41 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

In artikel 1.6 is geregeld dat jaarlijks verslag wordt gedaan aan de gemeenteraad en gedeputeerde staten. In dit verslag (dat wordt opgesteld door B&W) laten burgemeester en wethouders zien aan welke initiatieven medewerking is verleend en hoe dit heeft bijgedragen uit de koers uit de omgevingsvisie.

Hoofdstuk 2 activiteiten Zodra iemand een activiteit wil ondernemen met gevolgen voor de fysieke leefomgeving is dit omgevingsplan van toepassing. Initiatiefnemer kan in het digitale omgevingsplan op het eigen perceel klikken, waardoor zichtbaar wordt voor welke activiteiten regels gelden. De activiteiten in hoofdstuk 2 van het omgevingsplan zijn daarmee het vertrekpunt voor het raadplegen van het omgevingsplan. Als hoofdstuk 2 niet van toepassing is, gelden er geen gemeentelijke regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving voor de onderdelen die in het plan zijn opgenomen.

Een bestaand Hillegoms bollenbedrijf wil graag uitbreiden met een extra gebouw buiten het bouwvlak op een plek waar nu nog een boom staat. Daarnaast wil het bedrijf een B&B beginnen vanwege het toeristische karakter van het gebied en af en toe evenementen organiseren. Als de initiatiefnemer het omgevingsplan raadpleegt ziet hij/zij daar voor de volgende activiteiten regels gelden: zie onderstaand.

In de volgende paragrafen wordt per activiteit een nadere toelichting gegeven op de gestelde regels. Voor alle activiteiten die een vergunning nodig hebben kan in één procedure (met hulp van de omgevingstafel) medewerking worden verkregen. Activiteit Herstructureringsactiviteit Gebruik

Afdeling 2.1

Bouwen

2.3

Onderhouden van houtopstanden Evenementen

2.4

Toegestaan tenzij aangewezen als waardevolle boom

2.5

Tot 100 persoon zijn evenementen altijd toegestaan.

Waarborgen van de veiligheid

2.6

Activiteiten buiten de werkingsgebieden. Kleiner plaatsgebonden risico dan grenswaarde.

Beschermen van de waterbelangen Beschermen van de gezondheid en van het milieu Beschermen van landschappelijke en cultureel erfgoed

2.7

Geen aantasting watersysteem

Boven de 100 personen toetsing aan de beoordelingsregels van het werkingsgebied ‘Ford museum’ Binnen het plaatsgebonden risico geldt een absoluut verbod. Activiteiten mogen alleen plaatsvinden als wordt voldaan aan de eisen die zijn gesteld aan de vergunning Toetsing waterbelang.

2.8

Tot 50 dB(A) toegestaan, daarboven niet.

In overleg met GGD nog nader te bepalen.

2.9

Zorgplicht

N.v.t. Toetsing monumenten belang

2.2

Wat mag altijd Activiteiten die het areaal bollengrond niet aantasten Bestaand gebruik en bestaande rechten tot drie jaar na inwerkingtreding van het omgevingsplan Vergunningvrije gevallen

Wat mag met een vergunning Toetsing aan de ISG Toetsing initiatief aan de koers

Toetsing initiatief aan koers functiegebied Toetsing initiatief aan de koers functiegebied

42 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Afdeling 2.1 Herstructureringsactiviteit Centraal beleidsuitgangspunt met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling van het ISG-gebied is kwaliteitsverbetering. De ISG richt zich op het herstructureren van het buitengebied en het tot stand brengen van een “vitaal landschap”. Enerzijds wordt in dit verband gestreefd naar het behouden van het bollenteeltcomplex, meer in het bijzonder het handhaven van ten minste 2.625 ha eerste klas bollengrond. Anderzijds wordt met deze structuurvisie nagestreefd: (i) het herstel van een open landschapsbeeld, onder meer en met name door het “opruimen van incourante en ongewenste bebouwing en onderliggende bestemmingen” en (ii) de herinrichting van het buitengebied tot een landschappelijk en recreatief aantrekkelijk geheel en een toekomstbestendig bollenteeltgebied. Deze afdeling reguleert de activiteiten die het bollengrondareaal kunnen aantasten en verleent hier alleen medewerking aan als de doelen van het ISG gehaald worden. Het betreft de volgende activiteiten: 1. ander gebruik dan voor bollenteelt klasse 1. 2. ander gebruik dan voor bollenteelt klasse 2. 3. het aanleggen van een hoofdwatergang. 4. bouwen buiten het bouwvlak. 5. bouwen binnen het bouwvlak in afwijking van het voorheen geldende bestemmingsplan. 6. het bouwen van een nieuwe woning of het toevoegen van een woning.

Het bollenteeltbedrijf uit het voorbeeld wil een B&B bouwen op gronden die nu aangewezen zijn als 1e klas bollengrond. Volgens artikel 2.1 van de planregels is dan sprake een herstructureringsactiviteit (wijzigen Afdeling 2.2 Gebruik Paragraaf 2.2.1. Regels over gebruik in openbaar gebied Met dit omgevingsplan willen we voorkomen dat zich activiteiten in het openbaar gebied voordoen die tot een aantasting van de fysieke leefomgeving kunnen leiden. In dit omgevingsplan is door de werkingsgebieden ‘openbaar’ en ‘niet openbaar’ bepaald wat wel en niet tot het openbaar gebied wordt gerekend. Bij het bepalen van deze werkingsgebieden is aangesloten bij hetgeen de Wet openbare manifestaties daaronder verstaat: ‘plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek’. Door het stellen van regels in het openbaar gebied wordt voorkomen dat er activiteiten plaatsvinden die hinder of andere nadelige gevolgen voor activiteiten met zich mee brengen. Op het moment dat een initiatiefnemer een activiteit wil verrichten, anders dan bestaand legaal gebruik dient het bevoegd gezag hierover geïnformeerd te worden en geldt er een omgevingsvergunningplicht. Een initiatiefnemer kan alleen toestemming krijgen als de voorgenomen activiteit voldoet aan de koers van het functiegebied. De B&B uit het voorbeeld wil een reclamebord plaatsen langs de openbare weg.

Het betreft een activiteit die ten behoeve van het bedrijf wordt uitgeoefend en dus als bedrijfsmatig kan worden aangemerkt. In het openbare gebied zijn alleen onderhoud, bestaande legale activiteiten en activiteiten die op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan toegelaten waren (tot 3 jaar na inwerkingtreding van dit plan), rechtstreeks toegelaten. Andere activiteiten kunnen verricht worden mits zij vergund zijn. Deze vergunning wordt verleend als voldaan wordt aan de koers van het functiegebied. 43 Omgevingsplan Buitengebied en de Zanderij Ontwerp

Paragraaf 2.2.2. Regels over gebruik in niet openbaar gebied. In deze paragraaf worden regels gesteld over het toegestane gebruik van gronden en gebouwen die niet tot het openbare gebied worden gerekend. Wat mag ik in of rond mijn woning of pand? Regels voor gebruik worden noodzakelijk geacht om diverse omgevingskwaliteiten te beschermen. Bijvoorbeeld te veel opslag in de openlucht tast de landschapskwaliteit aan of detailhandel zorgt voor leegstand in de binnenstad. Vanuit andere omgevingskwaliteiten zoals voor bollengrond wordt juist veel ruimte en flexibiliteit voor grondgebonden bollenteelt gevraagd. In de omgevingsvisie zijn de ambities voor het buitengebied vastgelegd per deelgebied met ieder hun eigen koers. Om de bestaande kwaliteiten te behouden en te versterken is het nodig om regels te stellen aan het gebruik van gronden en gebouwen. Door het stellen van regels kunnen ontwikkelingen die het karakter van een deelgebied versterken worden toegelaten. Ontwikkelingen die de kwaliteit en het karakter verstoren worden geweerd. Zo is het binnen de functie Duurzame Bloementuin gewenst activiteiten die bijdragen aan de koers voor het gebied alle ruimte te geven. Maar dat betekent ook dat gebruiksactiviteiten als bijvoorbeeld bomenteelt of een autosloperij juist niet gewenst zijn. Vertrekpunt van het omgevingsplan is de bestaande legale situatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/162/documents/16804