1. ETFAL-motivering (onderbouwing evenwichtige toedeling van functies aan locaties).pdf
Tekst van het document
-
het beperken van de lasten bij de uitvoering van de regels.
De geluidsgevoelige gebouwen worden aangewezen in artikel 3.20 van het Bkl. Het betreft gebouwen, waaronder een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat een woonfunctie heeft. De geluidsnormen hebben betrekking op het geluid op de gevel van een geluidsgevoelig gebouw en hebben primair als doel het beschermen van de gezondheid door het stellen van eisen aan het geluid op en rond woningen, waar mensen langdurig verblijven en slapen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de voorgevel, zijgevel en achtergevel. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect geluid instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. 4.5.1
Beoordeling
Het beoogde woningbouwplan betreft een geluidgevoelige functie. Het plangebied ligt echter niet binnen de geluidszone van een gezoneerd industrieterrein of een spoorweg. Wel is mogelijk sprake van hinder vanwege wegverkeerslawaai, omdat het plangebied in het geluidaandachtsgebied van de Weerlaan en Meerlaan ligt. Een volledig akoestisch onderzoek is echter niet noodzakelijk geacht en om dit te onderbouwen is een kwalitatieve akoestische beschouwing opgesteld. Deze beschouwing maakt als bijlage II onderdeel uit van deze motivering en de daarin opgenomen conclusies luiden als volgt: -
Door de grotere afstand tot de Weerlaan, de bouw van fase 2 welke zorgt voor afscherming van het geluid afkomstig van de Weerlaan en het gewijzigde reken- en meetvoorschrift zullen de berekende geluidbelastingen op de gevels van fase 1 niet hoger zijn dan de standaardwaarde van 53 dB die geldt voor gemeentewegen. Hiermee wordt automatisch voldaan aan de lokale geluideisen die in de gemeente Hillegom gelden, aangezien de standaardwaarde niet wordt overschreden.
-
Er zijn dus geen belemmeringen vanuit het aspect omgevingsgeluid voor de ontwikkeling van fase 1 aan de Graaf Janlaan in Hillegom.
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
4.5.2
Conclusie
Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het beoogde woningbouwplan met 81 woningen, waarvan 21 extra ten opzichte van de huidige situatie, verdeeld over drie woongebouwen aan de Graaf Janlaan in Hillegom.
4.6
Bodemkwaliteit
In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is het van belang om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in kaart te brengen. Duidelijk moet zijn of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het huidige of toekomstige gebruik van die bodem en hoe deze optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Uitgangspunt is dat de bodemkwaliteit als gevolg van aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag de bodemkwaliteit niet verslechteren door grondverzet (bijvoorbeeld graafwerkzaamheden). Dit is het zogenaamde stand still-beginsel. Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5.1.4.5 van het Bkl. 4.6.1
Beoordeling
Ten behoeve van het woningbouwplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, dat als bijlage III onderdeel uitmaakt van deze motivering. De doelstelling van dit onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit vast te stellen of de locatie geschikt is voor het beoogde gebruik. De conclusies van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek zijn als volgt: -
De bovengrond is licht verontreinigd met zware metalen, PAK en/of PCB. Deze grond is geclassificeerd als “altijd toepasbaar” of ”wonen”.
-
Plaatselijk is in de bovengrond een gehalte aan PFOS aangetoond boven de achtergrondwaarde waardoor voor hergebruik van de grond toepassingsbeperkingen gelden.
-
De ondergrond is plaatselijk licht verontreinigd met zware metalen en/of PAK. Deze grond is geclassificeerd als “altijd toepasbaar” of ”wonen”.
-
Er is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en er is in de fractie < 20 mm geen asbest aangetoond.
-
Het grondwater is plaatselijk licht verontreinigd met barium en zink.
De samenvattende conclusies luiden daarbij als volgt: -
Er zijn geen verontreinigingen aangetoond in gehalten/concentraties boven de tussenwaarde; het uitvoeren van een nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
-
De aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen werkzaamheden.
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
4.6.2
Conclusie
Het aspect bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor het beoogde woningbouwplan met 81 woningen, waarvan 21 extra ten opzichte van de huidige situatie, verdeeld over drie woongebouwen aan de Graaf Janlaan in Hillegom.
4.7
Externe veiligheid
Voor planologische besluiten is wet- en regelgeving inzake veiligheidsrisico’s aan de orde. Dit kunnen risico’s zijn die zware bedrijven kunnen veroorzaken maar ook door transport van gevaarlijke stoffen (over weg, spoor en water en door buisleidingen). Met ingang van de Omgevingswet bevat het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de normen en richtlijnen ten aanzien inrichtingen en transportroutes met gevaarlijke stoffen. De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in paragraaf 5.1.2 van het Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen die worden beoordeeld als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het betreft de volgende activiteiten: -
activiteiten met gevaarlijke stoffen bij bedrijven. Dit zijn verschillende milieubelastende activiteiten uit het Besluit activiteiten leefomgeving;
-
het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen (weg, water en spoor);
-
buisleidingen met gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteiten leefomgeving;
-
windturbines die zijn aangewezen als milieubelastende activiteit in het Besluit activiteit leefomgeving.
Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5.12 t/m 5.15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar. 4.7.1
Beoordeling
Met het beoogde woningbouwplan worden geen functies mogelijk gemaakt die tot een risicovolle inrichting behoren. Ook wordt er geen transportroute voor gevaarlijke stoffen of een brandstofleiding mogelijk gemaakt. Het woningbouwplan heeft daarmee geen relevante invloed op de veiligheid in het gebied. Op basis van de Atlas Leefomgeving kan worden vastgesteld dat er in de directe omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen, transportroutes voor gevaarlijke stoffen of buisleidingen aanwezig zijn. Wel volgt uit informatie van de Omgevingsdienst West-Holland dat het plangebied (net) binnen het gifwolkaandachtsgebied van de regionale transportroute voor gevaarlijke stoffen over de N208 ligt. Dit aandachtsgebied reikt tot 880 meter vanaf de N208 en het plangebied ligt op een afstand van circa 700 meter. Het voorgaande betekent dat bij een incident met toxische stoffen
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
op de N208 een giftige gaswolk kan ontstaan die het plangebied kan bereiken. Hierover is door de omgevingsdienst het volgende geadviseerd: Bij een dergelijke calamiteit zijn geen bijzondere voorzieningen nodig. Het sluiten van ramen, deuren en ventilatieroosters, en zoveel mogelijk uitschakelen van ventilatiesystemen na alarmering door de sirene van de Veiligheidsregio of bericht van NL-Alert, is daarvoor voldoende. Het plan heeft verder geen effect op de hoogte van het groepsrisico of op andere externe veiligheidsaspecten zoals bereikbaarheid, capaciteit hulpverleningsdiensten of zelfredzaamheid. 4.7.2
Conclusie
Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het beoogde woningbouwplan met 81 woningen, waarvan 21 extra ten opzichte van de huidige situatie, verdeeld over drie woongebouwen aan de Graaf Janlaan in Hillegom.
4.8
Water
Op grond van de instructieregels uit paragraaf 5.1.3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dient in ruimtelijke plannen een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van een plan voor de waterhuishoudkundige situatie uiteengezet. Het wateradvies c.q. de weging van het waterbelang is een waarborg voor water in ruimtelijke plannen/besluiten. Waterhuishoudkundige doelstellingen worden daarbij expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing genomen binnen deze plannen/besluiten. De waterhuishouding wordt hierbij op een integrale wijze benaderd. Zowel het oppervlaktewater als het grondwater moeten dus (in samenhang) in beschouwing worden genomen. Daarbij gaat het naast de kwantiteit ook om de kwaliteit. 4.8.1
Beoordeling
Het beoogde woningbouwplan heeft een beperkte invloed op het watersysteem. In of in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen waterkeringen, oppervlaktewateren (of bijbehorende beschermingszones) of kunstwerken in het watersysteem. Verhard oppervlak/waterberging Voor het uitbreiden van het verhard oppervlak geldt op grond van de waterschapsverordening (de Rijnlandse Keur) dat bij het aanleggen van minder dan 500 m2 verharding alleen de zorgplicht van toepassing is. Bij een dergelijke kleine uitbreiding worden negatieve effecten voor het watersysteem niet aan de orde geacht en hoeven dan ook geen extra maatregelen genomen te worden. Bij de voorgenomen ontwikkeling is geen sprake van een uitbreiding van het verhard oppervlak met meer dan 500 m2. Gezien de huidige inrichting van het plangebied is juist sprake van een afname van verharding. Compenserende c.q. waterbergende maatregelen zijn op grond van de waterschapsverordening dan ook niet aan de orde.
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
Riolering en waterkwaliteit Vanuit het Gemeentelijk Rioleringsplan Hillegom 2021-2025 wordt geadviseerd om bij nieuwbouw een gescheiden rioleringssysteem aan te leggen, waarbij het hemelwater en afvalwater gescheiden worden afgevoerd. Hemelwater moet op het eigen terrein verwerkt worden. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Met het oog op de waterkwaliteit wordt het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk voorkomen. 4.8.2
Conclusie
Het aspect water vormt geen belemmering voor het beoogde woningbouwplan met 81 woningen, waarvan 21 extra ten opzichte van de huidige situatie, verdeeld over drie woongebouwen aan de Graaf Janlaan in Hillegom.
4.9
Gebieds- en soortenbescherming
Gebiedsbescherming Natuurgebieden of andere gebieden die belangrijk zijn voor flora en fauna kunnen aangewezen worden als Europese Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijngebieden zijn in Nederland opgenomen onder afdeling 8.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Op grond van dit besluit is het verboden projecten of andere handelingen te realiseren of te verrichten die, gelet op de instandhoudingsdoelstelling, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitatten van soorten kunnen verslechteren, of een verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen. Een andere vorm van gebiedsbescherming komt voort uit aanwijzing van een gebied als Natuurnetwerk Nederland. Voor dergelijke gebieden geldt dat het natuurbelang prioriteit heeft en dat andere activiteiten niet mogen leiden tot frustratie van de natuurdoelen. Anders dan bij gebieds- en soortenbescherming is de status als Natuurnetwerk Nederland niet verankerd in de Omgevingswet, maar dient het belang in de planologische afweging een rol te spelen. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Soortenbescherming Soortenbescherming is altijd aan de orde. Soortenbescherming is gericht op het duurzaam in stand houden van soorten in hun natuurlijk leefgebied.
In de paragrafen 11.2.2 t/m 11.2.4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de verschillende soortenbeschermingsregimes opgenomen: -
§ 11.2.2 Bal: omgevingsvergunning soorten Vogelrichtlijn;
-
§ 11.2.3 Bal: omgevingsvergunning soorten Habitatrichtlijn;
-
§ 11.2.4 Bal: omgevingsvergunning andere soorten.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen internationaal beschermde soorten en nationaal beschermde soorten. Van de nationaal beschermde soorten kan de beschermde status per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen aan (algemeen voorkomende) soorten. Het beschermingsregime is verschillend voor zowel de
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
internationaal beschermde soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn soorten) als de nationaal beschermde soorten. Tevens kent de Omgevingswet een zorgplicht, zowel voor soorten als hun (beschermde) leefgebied. 4.9.1
Beoordeling
Gebiedsbescherming: stikstofdepositie Gezien de in de bouw- en gebruiksfase van het woingbouwplan verwachte inzet van materieel en verkeersbewegingen is een mogelijk effect vanwege de toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden niet op voorhand uit te sluiten. Daar komt bij dat de bouw- en gebruiksfase op basis van het toetsingskader voor gebiedsbescherming in het Besluit kwaliteit leefomgeving en de m.e.r.-beoordeling (cumulatie, zie verder paragraaf 4.1 en bijlage I) in samenhang voor het totale project ‘Graaf Janlaan’ moet worden beschouwd. Om die reden is een stikstofberekening voor de bouw- en gebruiksfase van het totale project uitgevoerd, waarin nadrukkelijk fase 1 en 2 gezamenlijk zijn beoordeeld. Deze stikstofberekening maakt als bijlage IV onderdeel uit van deze motivering en de conclusies luiden als volgt: -
Uit het voorliggende onderzoek blijkt dat stikstofemissies tijdens de bouw- en gebruiksfase niet leiden tot een toename van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden hoger dan 0,00 mol per hectare per jaar.
-
Hierdoor kan op basis van deze voortoets op voorhand significant negatieve gevolgen ten aanzien van vermesting en verzuring van stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000gebieden worden uitgesloten.
Gebiedsbescherming: overig Het plangebied ligt niet in of binnen de invloedsfeer van een gebied dat is aangewezen in het Besluit kwaliteit leefomgeving of dat is opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland. In aanvulling hierop is nog van belang dat het plangebied geen onderdeel is van de volgende provinciaal aangewezen gebieden: de strategische reservering natuur, het belangrijk weidevogelgebied en de karakteristieke landschapselementen. Het voorgaande houdt in dat gebiedsbescherming (met uitzondering van stikstofdepositie, zie hiervoor) geen belemmering vormt voor het beoogde woningbouwplan. Soortenbescherming: natuurtoets, nader onderzoek en ontheffing In het kader van het woningbouwplan is een natuurtoets uitgevoerd, die als bijlage V onderdeel uitmaakt van deze motivering. De conclusies van deze natuurtoets zijn inzake de soortenbescherming als volgt: De beoogde ontwikkeling is mogelijk strijdig met de Wnb vanwege het mogelijk voorkomen van beschermde soorten en/of beschermde functies. Het gaat hierbij om: -
Verblijfplaatsen van vleermuizen;
-
Jaarrond beschermde nesten van gierzwaluw, huismus en sperwer;
-
Tijdens het broedseizoen beschermde vogelnesten.
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
Vanwege de uitkomsten van de natuurtoets is in het kader van de soortenbescherming nader onderzoek naar vleermuizen en de vogelsoorten gierzwaluw, huismus en sperwer uitgevoerd. Dit nader onderzoek maakt als bijlage VI onderdeel uit van deze motivering en de conclusie hiervan luidt als volgt: In het plangebied ontbreekt het aan beschermde functies van huismus en sperwer. Van gierzwaluw zijn nestplaatsen en van gewone dwergvleermuis zijn zomer- en paarverblijfplaatsen aanwezig in het plangebied. Voor gierzwaluw en gewone dwergvleermuis zijn mitigerende en compenserende maatregelen nodig om negatieve effecten op deze soorten te voorkomen. Te denken valt aan het werken buiten kwetsbare periodes, het plaatsen van tijdelijke en permanente alternatieve nest- en verblijfplaatsen en ecologische begeleiding. Het voorgaande had tot gevolg dat vanwege verwachte negatieve effecten op gierzwaluw en gewone dwergvleermuis een ontheffing op grond van de toen geldende Wet natuurbescherming nodig was. Deze ontheffing is op 5 december 2022 aangevraagd en is op 14 augustus 2023 verleend. Voorschriften met maatregelen maken onderdeel uit van deze ontheffing met het kenmerk ODH723316, die als bijlage VII onderdeel uitmaakt van deze motivering. Met inachtneming van deze ontheffing vormt (ook) de soortenbescherming geen belemmering voor het beoogde woningbouwplan. 4.9.2
Conclusie
De aspecten gebieds- en soortenbescherming vormen geen belemmering voor het beoogde woningbouwplan met 81 woningen, waarvan 21 extra ten opzichte van de huidige situatie, verdeeld over drie woongebouwen aan de Graaf Janlaan in Hillegom.
4.10
Archeologie en cultuurhistorie
Archeologie De essentie van het Europees beleid is dat voorafgaand aan de uitvoering van plannen onderzoek moet worden gedaan naar de aanwezigheid van waarden en daar in de ontwikkeling van plannen zoveel mogelijk rekening mee te houden. De essentie van deze wetgeving is behoud van archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem en de bescherming van het cultureel erfgoed en landschap. Zo zijn er in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) ten aanzien van de bescherming een aantal beginselen geformuleerd (in artikel 5.130). Deze beginselen richten zich op de omgang met monumenten die op grond van het omgevingsplan zijn beschermd, archeologische monumenten, (voorbeschermde) rijksmonumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en beschermde cultuurlandschappen. Daarnaast zijn in afdeling 8.8 van het Bkl regels gesteld voor de beoordeling van rijksmonumentenactiviteit en het verplaatsen van gebouwde monumenten. Als behoud in de bodem geen optie is, dan worden archeologische resten opgegraven. De initiatiefnemer van een ruimtelijk plan dat bodemverstoring tot gevolg heeft, is verantwoordelijk
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
voor de planologische en financiële inpassing van het archeologisch onderzoek. Een bouwplan dient te voorzien in maatregelen om archeologische overblijfselen volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie te documenteren en de informatie en vondsten te behouden. Cultuurhistorie Op basis lid 2 van het artikel 5.130 van het Bkl moeten er naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van een omgevingsplan of verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Cultuurhistorie omvat vele aspecten zoals het archeologisch erfgoed, (archeologische) monumenten, landschappelijke elementen en structuren, stedenbouwkundige structuren en delen van de infrastructuur. Uitgangspunt bij ruimtelijke ontwikkelingen is om het binnen een gebied aanwezige cultuurhistorische erfgoed te behouden. 4.10.1 Beoordeling Archeologie In het geldende omgevingsplan/bestemmingsplan is geen archeologische dubbelbestemming voor het plangebied opgenomen. Dit houdt in dat voor het aspect archeologie een toetsing aan de archeologische waarden- en verwachtingskaart aan de orde is. Deze kaart betreft naast Hillegom de gemeenten Noordwijk, Noordwijkerhout, Lisse en Teylingen en is in 2014 en 2020 geactualiseerd.
Dit heeft geresulteerd in een nieuwe waarden- en verwachtingskaart met bijbehorend rapporten. Volgens deze geactualiseerde kaart geldt voor het plangebied een lage archeologische verwachting. Bij dit soort verwachtingszones is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen groter dan 1.000 m2 en dieper dan 30 centimeter beneden maaiveld. De voor het woningbouwplan beoogde bodemwerkzaamheden overschrijden deze grenzen. Om die reden is een archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek uitgevoerd, dat als bijlage VIII onderdeel uitmaakt van deze motivering. In dit archeologisch onderzoek is vastgesteld dat er geen aanwijzingen zijn dat in het plangebied nog archeologische waarden c.q. (nederzettings)resten te verwachten zijn. Om die reden is in het archeologisch onderzoek geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor het beoogde woningbouwplan, met daarbij het volgende aanvullende advies: Het is altijd mogelijk dat tijdens grondwerkzaamheden onverwacht archeologische vondsten aan het licht komen. Het verdient daarom aanbeveling om de uitvoerder van de grondwerkzaamheden te wijzen op de plicht deze zogenoemde toevalsvondsten te melden bij de bevoegde overheid. Cultuurhistorie In het plangebied zijn geen Rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig. Ook behoort het plangebied niet tot een beschermd dorps- of stadsgezicht.
In het geldende omgevingsplan/bestemmingsplan is voor het plangebied tevens geen beschermingsregime voor cultuurhistorische waarden opgenomen.
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
4.10.2 Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor het beoogde woningbouwplan met 81 woningen, waarvan 21 extra ten opzichte van de huidige situatie, verdeeld over drie woongebouwen aan de Graaf Janlaan in Hillegom.
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
5
Participatie en economische uitvoerbaarheid
5.1
Participatie/Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling zijn aanvraagvereisten over participatie opgenomen. Deze aanvraagvereisten gelden voor alle omgevingsvergunningen, waaronder die voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Gelet hierop heeft voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning waar deze motivering op ziet participatie plaatsgevonden. Door de initiatiefnemer is het doorlopen participatieproces samengevat in de onderstaande beschrijving. Hiermee is nadrukkelijk invulling gegeven aan vereiste participatie. Inloopavond In april 2022 heeft een inloopavond plaatsgevonden voor het gehele plan Graaf Janlaan (fase 1 en 2). Stek heeft alle omwonenden van het plan, de gemeenteraad van Hillegom en betrokken ambtenaren uitgenodigd. Uiteraard waren alle overige geïnteresseerden ook welkom. Op de inloopavond is het plan gepresenteerd met diverse grote panelen voorzien van impressies en een tekstuele toelichting. Daarnaast was er een 3D film waarbij mensen door het plan heen konden “vliegen”. Stek en de architect hebben het plan mondeling toegelicht en veel mensen gesproken. Naast de mogelijkheid om met elkaar in gesprek te gaan en vragen te stellen is bezoekers ook gevraagd opmerkingen schriftelijk te delen op daarvoor gemaakte formulieren. Bezoekers waren overwegend positief over het plan, maar er zijn ook een aantal zorgen geuit.
De gemene deler is de zorg over het parkeren in de wijk, het ontstaan van eventuele schade als gevolg van de werkzaamheden en de bouwroute/het bouwverkeer in de wijk. Stek en de architect hebben de feedback op de inloopavond ter harte genomen en in de periode daarna in overleg met de gemeente het plan op een aantal punten geoptimaliseerd. De belangrijkste zorg uit de buurt ging over het aantal parkeerplaatsen en daar is kritisch naar gekeken. Ondanks dat de gemeente eind 2023 de parkeernorm omlaag heeft bijgesteld in haar nieuwe parkeerbeleid, heeft Stek er vanwege de zorg van omwonenden voor gekozen het aantal nieuwe/extra parkeerplaatsen zo veel mogelijk intact te houden en aantallen niet te verlagen. Daarnaast heeft Stek bij de aannemer extra aandacht gevraagd voor het beperken van de overlast en het doen van extra onderzoeken om de kans op eventuele schade tot een minimum te beperken. Als laatste is samen met de gemeente kritisch gekeken naar de bouwroute en is een slimme oplossing bedacht om zwaar bouwverkeer niet door de wijk te laten rijden. Met enige tussenpozen vanwege een veranderende bouwmarkt/marktomstandigheden zijn alle omwonenden schriftelijk geïnformeerd over de feedback die is verkregen op de inloopavond en hoe is omgegaan met de zorgen die zijn geuit.
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
Informatiebrieven Stek en later de aannemer BAM Wonen hebben op diverse momenten omwonenden schriftelijk geïnformeerd. Dat is als volgt gedaan: -
Oktober 2023 informatiebrief Stek: terugkoppeling van de inloopavond, wat is n.a.v. de feedback aangepast in het plan, aangegeven dat het bestemmingsplan voor fase 2 binnenkort ter inzage ligt bij de gemeente, de planning voor de komende periode.
-
April 2024 informatiebrief Stek: bekendmaking welke aannemer gaat bouwen, in maart 2024 het bestemmingsplan voor fase 2 vastgesteld door de gemeenteraad, verteld dat nulmetingen gaan worden uitgevoerd voor aanvang van de werkzaamheden bij alle direct omwonenden, de planning gedeeld van het project.
-
Mei 2024 informatiebrief Stek: oproep om mee te praten en deel te nemen aan een klankbordgroep.
-
Juli 2024 informatiebrief BAM Wonen: communicatie over de planning van de sloopwerkzaamheden die starten vanaf medio augustus.
-
November 2024 informatiebrief Stek: terugkoppeling wat is bereikt met de klankbordgroep, dat bij een aantal woningen trillingsmeters zijn opgehangen, dat Stek/BAM Wonen alle omwonenden schriftelijk op de hoogte houden van alles rondom het project.
-
November 2024 informatiebrief BAM Wonen: planning van de aankomende werkzaamheden, dat de aannemer er alles aan doet om schade zo veel mogelijk te voorkomen, oproep als er onverhoopt toch schade is mensen dit zo snel mogelijk moeten melden en waar ze dat moeten doen.
Uiteraard worden in alle brieven alle contactgegevens gedeeld van Stek en de aannemer in geval mensen vragen hebben. Klankbordgroep, in gesprek met omwonenden Vanaf eind 2023/begin 2024 zijn diverse signalen van omwonenden ontvangen dat mensen vragen en zorgen hadden. Dat was voor Stek aanleiding om naast de informatiebrieven ook een klankbordgroep op te richten. Het doel: een open gesprek waarin omwonenden al hun vragen kunnen stellen en zorgen kunnen uiten over de aankomende werkzaamheden waarbij het accent ligt op beperken van de overlast. Na de oproep van Stek in mei 2024 onder alle omwonenden hebben 10 mensen zich aangemeld die graag willen meepraten. Er hebben tot op heden 4 overleggen plaatsgevonden te weten in juni 2024, juli 2024, augustus 2024 en oktober 2024. 5.1.1
Conclusie
Gezien het voorgaande wordt het beoogde woningbouwplan met 81 woningen, waarvan 21 extra ten opzichte van de huidige situatie, verdeeld over drie woongebouwen aan de Graaf Janlaan in Hillegom, maatschappelijk uitvoerbaar geacht.
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
5.2
Economische uitvoerbaarheid
Wanneer er sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, dan moeten deze kunnen worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Het beoogde woningbouwplan betreft een particulier initiatief op gronden die grotendeels in particulier eigendom zijn. Na realisatie blijven de gronden grotendeels in particulier bezit. De kosten verband houdende met het woningbouwplan zijn daarmee voor rekening van de initiatiefnemer. Het woningbouwplan is op grond van artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit aangewezen als kostenverhaalplichtige activiteit (de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie). Op grond van artikel 13.12 Ow is het verboden kostenverhaalplichtige activiteiten uit te voeren voordat de hiervoor geldende kostenverhaalbijdrages zijn betaald. Dit verbod geldt niet in het geval dat het kostenverhaal is verzekerd. Hiervan is in dit geval sprake, aangezien tussen initiatiefnemer en de gemeente een anterieure overeenkomst is gesloten waarmee het kostenverhaal voor het woningbouwplan verzekerd is. Het toevoegen van kostenverhaalvoorschriften in de omgevingsvergunning is daarmee niet noodzakelijk.
De Omgevingswet bevat daarnaast een speciale bevoegdheid om nadeelcompensatie die een bestuursorgaan heeft moeten betalen aan een benadeelde, publiekrechtelijk te verhalen op de initiatiefnemer die baat heeft bij de ontwikkeling waardoor de schade is ontstaan. Afdeling 15.1 van de Omgevingswet biedt de grondslag voor de vergoeding van deze nadeelcompensatie. Deze vergoeding wordt in beginsel toegekend door het besluitvormend orgaan aan diegene die waardevermindering van onroerend goed ondervindt als gevolg van het planologisch besluit. In de te sluiten anterieure overeenkomst is opgenomen dat eventuele nadeelcompensatie voor rekening van de initiatiefnemer is. Hiermee is het risico op nadeelcompensatie voor de gemeente afgedekt. 5.2.1
Conclusie
Gezien het voorgaande wordt het beoogde woningbouwplan met 81 woningen, waarvan 21 extra ten opzichte van de huidige situatie, verdeeld over drie woongebouwen aan de Graaf Janlaan in Hillegom, financieel uitvoerbaar geacht.
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
6
Conclusie
In de voorgaande hoofdstukken is het beoogde woningbouwplan met 81 woningen, waarvan 21 extra ten opzichte van de huidige situatie, verdeeld over drie woongebouwen aan de Graaf Janlaan in Hillegom, getoetst aan het relevante ruimtelijke beleid en aan de relevante leefomgevingsaspecten. Uit deze beoordeling zijn geen belemmeringen naar voren gekomen voor de uitvoerbaarheid van het woningbouwplan. Om die reden wordt het betreffende woningbouwplan aan de Graaf Janlaan in Hillegom in overeenstemming met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties geacht.
LBP|SIGHT
ing. March C.J.M. (Chris) van Heeswijk
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
J.J. (Jacob Jan) van Burg MSc
Bijlage I Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
Bijlage II Kwalitatieve akoestische beschouwing
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
Bijlage III Verkennend bodemonderzoek
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
Bijlage IV Stikstofberekening
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
Bijlage V Natuurtoets
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
Bijlage VI Nader onderzoek soortenbescherming
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
Bijlage VII Ontheffing soortenbescherming
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025
Bijlage VIII Archeologisch onderzoek
R002_03_0490201ab | 6 maart 2025