1. ETFAL-motivering met bijbehorende onderzoeken (GoFlo).pdf
Tekst van het document
Zeer kwetsbare gebouwen Locaties voor zeer kwetsbare gebouwen in een brand- of explosieaandachtsgebied moeten altijd worden aangewezen als voorschriftengebied. Voor deze gebouwen zijn de aanvullende bouweisen na aanwijzing van het voorschriftengebied in het omgevingsplan dus altijd van toepassing. Het gaat dan om bijvoorbeeld ziekenhuizen, basisscholen en kinderdagverblijven. De aanvullende bouweisen gelden niet voor bestaande gebouwen die binnen een voorschriftengebied liggen. Deze gelden alleen in geval van nieuwbouw of vervangende nieuwbouw. Groepsrisico Een berekening van het groepsrisico is onder de Omgevingswet optioneel; het is niet meer verplicht om het groepsrisico te bepalen, maar een gemeente mag hier nog wel om vragen (via een voorschrift) om de toelaatbaarheid van de situatie te beoordelen. Relatie tot ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van een nieuw schoolgebouw. Een schoolgebouw is een kwetsbaar object, zoals gedefinieerd in het Besluit externe veiligheid inrichting (Bevi). Om de omliggende risicobronnen in kaart te brengen Atlas Leefomgeving Risicokaart geraadpleegd. In figuur 21 is een uitsnede van de risicokaart opgenomen. Mees Ruimte & Milieu | 23206.GOFLO
Pagina | 53
Figuur 25. Uitsnede risicokaart, ter plaatse van de ster globale ligging projectlocatie (bron: https://www.atlasleefomgeving.nl).
Plaatsgebonden risico Het plangebied is gelegen buiten de berekende plaatsgebonden en veiligheidsafstanden voor het plaatsgebonden risico en Bevi inrichtingen en overige risicovolle activiteiten binnen inrichtingen. Daarnaast is het plangebied gelegen buiten het invloedgebied van Bevi-inrichtingen. Het plangebied is echter wel gelegen binnen een aandachtsgebied met risicocontour PR10-7. Transport gevaarlijke stoffen Ten oosten van het plangebied, op een afstand van circa 6,7 kilometer, worden gevaarlijke stoffen getransporteerd over de A44. Voor transportroutes over wegen geldt dat een groepsberekening uitgevoerd dient te worden, mits het plangebied binnen 200 meter van de transportroute is gelegen. In onderhavig geval is daar geen sprake van, waarvoor geen groepsberekening uitgevoerd dient te worden. Voor transportroutes over de weg geldt dat diverse gevaarlijke stoffen een invloedgebied met zich meebrengen. Voor gevaarlijke stoffen over de weg geldt een maximaal invloedgebied van >4.000 meter, dit geldt voor de stoffen LT3, LT4, GT4 en GT5. De afstand tussen het plangebied en de A44 bedraagt meer dan 4.000 meter, waardoor geen beperkte groepsrisicoverantwoording benodigd is.
Mees Ruimte & Milieu | 23206.GOFLO
Pagina | 54
Buisleidingen Ten noorden, op een afstand van circa 2 kilometer, is een buisleiding gelegen. De afstand is groter dan de maximale effectafstand van de buisleiding, waardoor het plangebied niet is gelegen binnen het invloedgebied van de buisleiding. Ten oosten van het plangebied, op een afstand van circa 2,6 kilometer, is nog een buisleiding gelegen. De afstand is groter dan de maximale effectafstand van de buisleiding, waardoor het plangebied niet is gelegen binnen het invloedgebied van de buisleiding. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling ter plaatse van de projectlocatie.
ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN Algemeen Niet gesprongen explosieven zijn ontplofbare oorlogsresten, bijvoorbeeld uit de Eerste of de Tweede Wereldoorlog. Wanneer deze verplaatst of geraakt worden bij werkzaamheden in de grond, kunnen ze een gevaar opleveren. Conform Arbowetgeving dient het terrein daarom voorafgaand aan grondroerende werkzaamheden onderzocht te worden op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Hiermee wordt voorkomen dat tijdens werkzaamheden in de bodem ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen die een gevaar voor de werknemers en de openbare orde en veiligheid kunnen vormen. In de Omgevingswet is geen regelgeving opgenomen met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten. Gemeenten dienen hierin een eigen afweging te maken. Voor zover gemeenten in de Algemene Plaatselijke Verordening / Verordening van de fysieke leefomgeving regels hebben opgenomen met betrekking tot dit onderwerp, blijven die regels onverkort van kracht zolang ze niet actief worden meegenomen in het gemeentelijk omgevingsplan. De Omgevingswet heeft daarnaast geen invloed op gemeentelijk beleid ten aanzien van ontplofbare oorlogsresten. Relatie tot ontwikkeling Binnen de gemeente Hillegom is vooronderzoek uitgevoerd naar ontplofbare oorlogsresten. Uit de kaart behorende bij dit onderzoek volgt dat het plangebied is gelegen binnen het gebied van het vooronderzoek.
In de huidige situatie is reeds een onderwijslocatie toegestaan en vormt daarmee geen belemmering. Conclusie Het aspect ontplofbare oorlogsresten vormt geen belemmering. Een nader onderzoek naar dit aspect is niet noodzakelijk.
WATERBELANG Algemeen Op grond van de Omgevingswet is het wegen van het waterbelang noodzakelijk bij het vaststellen van het omgevingsplan. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' de term watertoets. De weging van het waterbelang geldt bij het vaststellen van het omgevingsplan (artikel 5.37 van het Bkl). De regeling voor weging van het waterbelang is geformuleerd als instructieregel. De betekenis van deze instructieregel moet gezien worden in het licht van de belangenafweging die plaatsvindt in het omgevingsplan. Art. 5.37 lid 1 verplicht de gemeente bij die belangenafweging om in het omgevingsplan met de relevante waterbelangen rekening te houden en daarbij de opvattingen van de waterbeheerder te betrekken. Daarnaast is de weging ook noodzakelijk bij bijvoorbeeld een buitenplanse omgevingsactiviteit (paragraaf 8.1.1.2 Bkl).
Mees Ruimte & Milieu | 23206.GOFLO
Pagina | 55
De waterbeheerder brengt het waterbelang bij de totstandkoming van een ruimtelijk plan onder de aandacht van het bestuursorgaan dat bevoegd is het betreffende ruimtelijk plan vast te stellen. Daarbij vormt de toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan het kader. De waterbelangen zien met name op het voorkomen en beperken van overstromingen (waterveiligheid), wateroverlast en droogte (waterkwantiteit). Verder strekt de weging van het waterbelang zich uit over het belang van een goede waterkwaliteit. Ook de vervulling van op grond van de wet aan watersystemen toegekende maatschappelijke functies, zoals scheepvaart of zwemwater, is een van deze waterbelangen. Door ontwikkelingen als klimaatverandering, met meer extreem natte en droge periodes, en bodemdaling wegen waterbelangen steeds nadrukkelijker mee bij ruimtelijke beslissingen. Het is aan het daartoe bevoegde bestuursorgaan om in het betreffende ruimtelijk plan rekening te houden met de waterbelangen. In zoverre zijn de opvattingen van de waterbeheerder dus niet doorslaggevend. Het is nadrukkelijk de bedoeling dat via deze regeling de waterbelangen meer aan de voorkant van het planproces aan de orde komen (Stb. 2018, 292, p. 340). In de Omgevingswet en Besluit kwaliteit leefomgeving geeft het Rijk aan welke vergunningplichten gelden voor verschillende wateractiviteiten.
Zo stelt het Rijk een vergunningplicht voor onder andere een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk, een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een installatie in een waterstaatswerk, lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of op een zuiveringtechnisch werk, stortingsactiviteiten op zee en waterontrekkingsactiviteiten. Waterschappen kunnen ook een vergunningplicht hanteren in hun waterschapsverordening. Beleid Beleid Nationaal Water Programma 2022-2027 Het Nationaal Water Programma is vastgesteld op 18 maart 2022. Het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 worden de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren en -vaarwegen beschreven. In het Nationaal Water Programma zijn drie hoofdambities opgenomen: Een veilige en klimaatbestendige delta. Een concurrerende, duurzame en circulaire delta. Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 Op 9 maart 2022 is het Regionaal Waterprogramma Zuid-Holland 2022-2027 vastgesteld door de Provinciale Staten van Zuid-Holland. Dit programma beschrijft het waterbeleid van de provincie en hoe ze samen met partners werken aan een gezond, veilig, aantrekkelijk, concurrerend en bereikbaar Zuid-Holland.
Het programma is een uitwerking van de Europese richtlijnen over water en behandelt onderwerpen zoals zoetwatervoorziening, wateroverlast, waterrecreatie en vaarwegen.
Mees Ruimte & Milieu | 23206.GOFLO
Pagina | 56
Beleid waterschap (waterbeheerprogramma) De projectlocatie is gelegen binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap van Rijnland. Voor de planperiode 2022 - 2028 is het waterbeheerprogramma (WBP6) van het hoogheemraadschap van Rijnland van toepassing. Met het programma WBP6 maakt Rijnland duidelijk hoe het, in samenwerking met de omgeving, invulling geeft aan zijn wettelijke taken en zijn eigen ambities voor de periode 2022 - 2028. In het WBP zijn voor een aantal onderdelen verschillende doelen geformuleerd. Het gaat daarbij in hoofdlijnen om het volgende: 1. Waterveiligheid: Rijnland beschermt het beheergebied, de inwoners en bedrijven tegen overstromingen vanuit zee, de rivieren en het regionale watersysteem. 2. Voldoende water: Samen met de omgeving zorgt Rijnland voor voldoende water. Niet te veel, niet te weinig, maar precies genoeg voor inwoners, bedrijven en natuur. 3. Schoon water: Rijnland zorgt voor een goede ecologische en chemische waterkwaliteit, afgestemd op de verschillende functies en versterkt de biodiversiteit. 4. Waterketen: Rijnland zuivert afvalwater van huishoudens en bedrijven. Hiermee draagt het waterschap bij aan een goede volksgezondheid, een goede waterkwaliteit en een gezonde leefomgeving. 5.
Rijnland duurzaam: Samen met de omgeving zet Rijnland in op duurzaam werken door de kringloop van water, energie en grondstoffen zoveel mogelijk te sluiten 6. Rijnland klimaatadaptief: Rijnland maakt het beheergebied klimaatadaptief door de inrichting van de omgeving aan te passen aan de gevolgen van klimaatverandering. 7. Financiën: Rijnland voert een financieel beleid dat betaalbaar en volhoudbaar is, maar ook uitvoerbaar en uitlegbaar. Het watersysteem is niet de verantwoordelijkheid van Rijnland alleen. Ook inwoners, bedrijven, overheden en andere organisaties hebben er invloed op en zijn dus medeverantwoordelijk. Denk bijvoorbeeld aan woningbouw, dempen of graven van watergangen of activiteiten waarbij stoffen vrijkomen die de waterkwaliteit beïnvloeden. Rijnland zorgt ervoor dat ook anderen doen waar ze verantwoordelijk voor zijn. Daarvoor geven ze voorlichting en advies, verlenen we vergunningen en controleren we of iedereen zich aan de afspraken houdt. Rijnland staat initiatieven zoveel mogelijk toe, vanuit het principe 'ja, tenzij' dat ze sinds 2015 hanteren. Door minder regels en meer ruimte voor initiatieven voldoet Rijnland aan één van de belangrijkste uitgangspunten van de nieuwe Omgevingswet. Relatie tot ontwikkeling Sinds 1 januari 2024 heeft het Hoogheemraadschap Rijnland een waterschapsverordening.
Deze verordening vervangt de keur en hierin staan regels voor bewoners en bedrijven die activiteiten doen bij oppervlaktewater, dijken en gemalen. In de leggers heeft het hoogheemraadschap aan hoe breed en diep de wateren in het gebied moeten zijn en hoe hoog en hoe breed de waterkeringen. Daarnaast staat op de legger wie waar voor welk onderhoud verantwoordelijk is. Het hoogheemraadschap kent de volgende vier leggers: Legger oppervlaktewateren; Legger primaire waterkeringen; Legger regionale waterkeringen; Legger ondersteunende kunstwerken. Onderstaand figuur betreft een weergave van de Legger oppervlaktewateren. Op grond hiervan kan geconcludeerd worden ten noorden van het plangebied een primaire watergang is gelegen. Ten oosten van het plangebied is een overige oppervlaktewater gelegen. De beschermingszones reiken niet tot binnen het plangebied.
Mees Ruimte & Milieu | 23206.GOFLO
Pagina | 57
Figuur 26. Legger oppervlaktewater Hoogheemraadschap Rijnland.
Effect op waterkwaliteit Bij de totstandkoming van de beoogde ontwikkeling worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink en andere uitlogende materialen niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. De beoogde ontwikkeling heeft hiermee geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatsen. Effect op waterkwantiteit In de huidige situatie is de locatie reeds verhard. Het huidige schoolgebouw wordt gesloopt en er komt vervangende nieuwbouw in de plaats. Het aantal verhard oppervlak neemt af, aangezien in de huidige situatie het schoolplein is bebouwd met tegels, terwijl het nieuwe schoolplein wordt bedekt met groen. Onderstaand is een tabel weergegeven met de vierkante meters van het verhard oppervlak.
Als gevolg van de beoogde ontwikkeling neemt het verhard oppervlak aldus niet toe ter plaatse van het plangebied. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect water geen belemmering vormt voor de nieuwbouw school IKC de Giraf.
Mees Ruimte & Milieu | 23206.GOFLO
Pagina | 58
6
BESCHRIJVING UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Het project wordt door initiatiefnemer uitgevoerd. De kosten in verband met de realisatie zijn voor rekening van initiatiefnemer. Er is geen aanleiding om aan de economische haalbaarheid van het plan te twijfelen.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Participatie Met de omwonenden van zowel de huidige locatie van De Giraf als van de locatie van de tijdelijke huisvesting heeft inmiddels een aantal participatiebijeenkomsten plaatsgevonden. De eerste participatiebijeenkomsten hebben al plaatsgevonden in 2022. Van de bijeenkomsten zijn aantekeningen gemaakt en zijn vragen- & antwoordenlijsten gemaakt en gepubliceerd op de website van de school. Daarop is tevens informatie over de nieuwbouw gepubliceerd. In het eerste schetsontwerp van de nieuwbouw voor KC De Giraf lag de school aan de zijde van de Lodewijk van Deyssellaan en de sportaccommodatie ten oosten daarvan. De bewoners van de Guido Gezellelaan hebben bezwaar gemaakt tegen de positie van het hoge volume t.b.v. de sportaccommodatie. Naar aanleiding van de reacties van omwonenden is in overleg met de architect en de afdeling stedenbouw besloten om de sportaccommodatie te situeren aan de Lodewijk van Deyssellaan en de school ten oosten daarvan. Verder is in overleg met de omwonenden besloten om de afstand tussen nieuwbouw en de Guido Gezellelaan zo groot mogelijk te maken. Na deze aanpassingen van het ontwerp zijn de reacties van de omwonenden over de nieuwbouw overwegend positief. Op 5 maart 2025 heeft de meest recente participatiebijeenkomst over de nieuwbouw plaatsgevonden.
In deze bijeenkomst is het actuele ontwerp en het verdere proces toegelicht. Onder andere de aanvraag omgevingsvergunning, de aanbesteding van het werk en de planning zijn toegelicht. Verder is aandacht besteed aan de routing van bouwverkeer en de maatregelen om de verkeersveiligheid te waarborgen. De reacties van de omwonenden waren overwegend positief. Wel werden zorgen geuit over mogelijke schade ten gevolge van de bouwwerkzaamheden. Toegezegd is dat voorafgaand aan de bouw een onafhankelijk bureau een inspectie zal uitvoeren, zodat er geen discussie kan ontstaan over de oorzaak van eventuele schade die tijdens de bouw zou kunnen worden gesignaleerd. Van het participatietraject vanaf december 2023 t/m 5 maart 2025 is een participatieverslag gemaakt die als bijlage 9 is bijgevoegd.
Planologische procedure Voor deze ontwikkeling wordt de reguliere buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) procedure doorlopen. Het is daarom in eerste instantie voor een ieder mogelijk door middel van bezwaar te reageren op het besluit, dat gedurende zes weken ter inzage ligt. Vervolgens staat nog de gang naar de rechtbank (beroep) en daarna de Raad van State (hoger beroep) open. Met bovenstaande procedures wordt de maatschappelijke betrokkenheid afdoende gewaarborgd. Op deze aanvraag is daarnaast het verplichte bindende adviesrecht van de gemeenteraad van toepassing. Mees Ruimte & Milieu | 23206.GOFLO
Pagina | 59
7
CONCLUSIE RUIMTELIJKE EN FUNCTIONELE INPASBAARHEID De initiatiefnemer heeft als doel een nieuw gebouw voor de basisschool De Giraf en de in het gebouw aanwezige KinderDagVerblijf (KDV) en BuitenSchoolse Opvang (BSO) te realiseren. Voor deze ontwikkeling dient een planologische procedure te worden doorlopen. De planologische procedure wordt aan de hand van een omgevingsvergunning doorlopen. Middels voorliggende rapportage is het project gemotiveerd aan relevante beleidskaders en omgevingsaspecten. Het plan is niet in strijd met het overheidsbeleid van het rijk, de provincie, de regio en de gemeente. Tevens is de uitvoerbaarheid van het initiatief getoetst aan de diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de bijbehorende regelgeving. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor voorgenomen ontwikkeling. De ruimtelijke en functionele inpasbaarheid is daarmee gewaarborgd.
Mees Ruimte & Milieu | 23206.GOFLO
Pagina | 60
Bijlage 1 Boom inventarisatie
Mees Ruimte & Milieu | 23206.GOFLO
Pagina | 61
Boom inventarisatie Basisschool De Giraf Hillegom
COLOFON Boominventarisatie Basisschool De Giraf Hillegom
OPDRACHTNEMER
idverde Bomendienst Postbus 177 7300 AD Apeldoorn T 055 5 999 444 E bomendienst@idverde.nl
OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR
Els Ton Harmen van der Meulen |European Tree Technician
OPDRACHTGEVER
ZRi t.a.v. Dhr van Zanten Balistraat 1 2585 XK Den Haag
PROJECTNUMMER KENMERK
728230061 BD23040
STATUS VERSIE DATUM
Definitief 1 1 maart 2023
Copyright 2023 idverde. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van idverde. idverde is niet aansprakelijk voor eventuele schade ontstaan bij gebruik van gegevens uit dit rapport.
2
BD23040
INHOUDSOPGAVE COLOFON ........................................................................................................................................ 2 1. 2.
INLEIDING ............................................................................................................................. 4 WERKWIJZE .......................................................................................................................... 5 Werkwijze bovengrondse beoordeling
3.
RESULTATEN ......................................................................................................................... 7 Resultaten inventarisatie
4.
5
7
CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................ 10 4.1 Eindoordeel effecten 4.2 Impact uitvoering 4.3 Locatie specifieke randvoorwaarden
10 11 11
BIJLAGEN ....................................................................................................................................... 13 Bijlage 1 Bijlage 2
3
BD23040
Bomenposter werken rond bomen Boomgegevens
13 14
1. Inleiding Aan de Guido Gezellelaan 3 te Hillegom wordt het oude schoolgebouw van de Giraf vervangen door een nieuw gebouw. Het project bevindt zich in de schetsontwerpfase en er is globaal inzicht in de verwachte werkzaamheden. In het projectgebied bevinden zich 33 bomen. Deze bomen vallen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden en zijn geïnventariseerd. Door de opdrachtgever is gevraagd naar een overzicht van de huidige kwaliteit en locatie (globaal) van de bomen. Hiervoor worden de volgende onderdelen nader uitgewerkt: Wat is de grootte, conditie, vitaliteit en mechanische kwaliteit van de bomen? Wat is de toekomstverwachting van de bomen bij ongewijzigde omstandigheden? Het onderzoek is op 15 februari 2023 uitgevoerd door Els Ton, Boom Technisch Adviseur werkzaam bij idverde Bomendienst B.V. Locatie In afbeelding 1.2 is het projectgebied weergegeven.
Afbeelding 1.1. Tekening projectgebied
Afbeelding 1.2. Overzicht locatie
Waarde van bomen Er is in dit projectgebied 1 boom aangetroffen die is opgenomen als waardevolle boom. In afbeelding 1.3 is een uitsnede te zien van de waardevolle bomenkaart van gemeente Hillegom. Op de kaart staat boomnummer 3288, dit komt overeen met boom 7 in afbeelding 3.1.
Afbeelding 1.3 Uitsnede waardevolle bomenkaart Hillegom (6-2-2023) Bron: Waardevolle bomen (hillegom.nl)
4
BD23040
2. Werkwijze Werkwijze bovengrondse beoordeling Alle bomen in het gebied worden uitgebreid visueel beoordeeld op veiligheid, conditie, mechanische kwaliteit en toekomstverwachting bij ongewijzigde omstandigheden. Hierbij is gebruik gemaakt van de VTA-methode. Met de VTA-methode (Mattheck & Breloer, The Body Language Of Trees, 1995) worden de visueel zichtbare gebreken van de boom beoordeeld. Er wordt gekeken naar afwijkingen aan stam, kroon en wortelaanlopen. Sommige van deze afwijkingen geven een indicatie van verminderde stabiliteit (gevaar voor windworp of stambreuk). Andere afwijkingen, bijvoorbeeld zwaar dood hout in de kroon, hebben een verhoogd risico op takbreuk tot gevolg. Tevens wordt aandacht besteed aan de conditie van de bomen. Bepalend voor de conditie is scheutlengte in de winter en knopzetting en in de zomer bladzetting. Conditiebepaling De conditiebepaling geeft een oordeel over de gezondheidstoestand van een boom op een bepaald moment.
Bij de conditie worden, afhankelijk van het seizoen, de volgende conditiekenmerken beoordeeld: Blad/ knopbezetting Bladgrootte Transparantie van de kroon Kroonstructuur Takscheutlengte Hoeveelheid dode takken/ twijgen Aanwezigheid van groeistrepen op de bast Afhankelijk van de boomsoort, de leeftijd en de beschikbare hoeveelheid licht rond de boomkroon kan de aanwezigheid van enig dood hout als normaal worden beoordeeld. De conditiebepaling is conform Stadsbomen Vademecum deel 3A opgesteld, hierbij is de volgende indeling gehanteerd: goed, redelijk, matig, slecht & zeer slecht/dood. Deze classificatie kan worden gerelateerd aan de visuele beoordeling van Andreas Roloff. (Baumkronen, 2001) Op basis van de conditiebepaling en aanwezigheid van eventuele gebreken wordt bepaald wat de toekomstverwachting van de boom is. Voor toekomstverwachting wordt de volgende indeling gehanteerd; meer dan 15 jaar, 10 tot 15 jaar, 5 tot 10 jaar, 1 tot 5 jaar en < 1 jaar. Onderstaand worden de toekomstverwachting op basis van de conditie weergegeven. Op basis van aangetroffen gebreken kan deze toekomstverwachting negatief worden bijgesteld. Met toekomstverwachting wordt niet de levensverwachting bedoeld, dit is de theoretische eindleeftijd op basis van boomsoort en standplaats. De levensverwachting wordt voor een BEA niet bepaald.
Bomen met een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar kunnen in de praktijk vaak zonder belemmeringen hun theoretische eindleeftijd bereiken. Conditie Goed Redelijk
Matig
Slecht
Stervende/dood
Omschrijving De boom vertoont het beeld dat van de soort verwacht mag worden onder goede groeiomstandigheden en op een goede groeiplaats Niet-optimale groei, maar de minder optimale omstandigheden hebben nog geen duidelijk negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom Er is duidelijk sprake van negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom, zoals beginnende scheutsterfte in de buitenkroon. Het proces is echter nog omkeerbaar Duidelijk aftakelende boom, waarbij veelal sprake is van een ijle kroon met zware scheutsterfte resulterend in veel en soms zwaar dood hout de boom is op sterven na dood, danwel de boom is reeds afgestorven
Klasse Roloff Toekomstverwachting 0 gezond
> 15 jaar
1 verzwakt
> 15 jaar
2 sterk verminderd
10 tot 15 jaar 5 tot 10 jaar
3 afstervend
< 5 jaar
-
< 1 jaar
Tabel 2.1. Classificatie conditie in relatie tot toekomstverwachting De conditiebeoordeling doet geen uitspraak over de vitaliteit van de boom. De vitaliteit is de gezondheidstoestand van de boom over langere termijn en bepaalt het vermogen van een boom om stresssituaties te overleven. Dit kunnen bijvoorbeeld perioden van droogte of ernstige wortelbeschadiging zijn. Om de vitaliteit van een boom te kunnen bepalen dienen in de loop der jaren
5
BD23040
meerdere conditiebepalingen te worden gedaan. Wanneer een boom een toekomstverwachting heeft van minder dan 10 jaar dan wordt geadviseerd de boom niet in te passen op basis van de kwaliteit. Gebreken bomen Naast de conditiebepaling zijn tevens de gebreken van de bomen beoordeeld. In de meeste gevallen is er geen relatie tussen gebreken en conditie. Gebreken kunnen wel invloed hebben op de toekomstverwachting van bomen met een goede conditie. Gebreken kunnen bijvoorbeeld zijn: Slechte takaanhechtingen (plakoksels) Parasitaire schimmelaantastingen Scheuren in stam en/ of takken Holtes Dode takken Mechanische gebreken kunnen van invloed zijn op de stabiliteit van de gehele boom of breukvastheid van de kroon, stam en/ of takken. Zo kan een boom die is aangetast door een parasitaire schimmel omvallen of afbreken. Wanneer gebreken invloed hebben op de stabiliteit en/ of breukvastheid dan worden beheermaatregelen geadviseerd. Wanneer visueel de veiligheidstoestand niet goed is vast te stellen dan wordt nader stabiliteitsonderzoek geadviseerd.
6
BD23040
3. Resultaten Resultaten inventarisatie
Uit de inventarisatie die op woensdag 15 februari 2013 heeft plaatsgevonden blijkt dat er in het projectgebied zich 33 bomen bevinden die dikker zijn dan 15 centimeter stamdiameter. Verspreid over de schoolpleinen staan 12 bomen, de andere 21 staan aan de buitenrand van het projectgebied. De gegevens van de geïnventariseerde bomen zijn te vinden in bijlage 2. De resultaten geven inzicht in de huidige situatie. Conditie en toekomstverwachting Van de 33 beoordeelde bomen zijn er 4 visueel beoordeeld als gezond, met een daarbij horende toekomstverwachting van meer dan 15 jaar. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de conditie van alle bomen, met de daarbij behorende toekomstverwachting. Op afbeelding 3.1 is een overzicht weergegeven van de locatie en conditie van de bomen. Op afbeelding 3.5 is een overzicht weergegeven van de locatie en toekomstverwachting van de bomen. Conditie
Toekomstverwachting
Aantal bomen
Goed
> 15 jaar
4
Redelijk
> 15 jaar
14
Matig
10 tot 15 jaar
8
Matig
5 tot 10 jaar
4
Slecht
1 tot 5 jaar
2
Stervende/dood
1 tot 5 jaar
1
Totaal beoordeelde bomen Tabel 3.1. Resultaten conditie en toekomstverwachting
Afbeelding 3.1 Conditie bomen in projectgebied
7
BD23040
33
Mechanische gebreken In totaal zijn er bij 22 bomen invloedrijke mechanische gebreken geconstateerd. Afhankelijk van het gebrek kan deze de veiligheid van de omgeving of de toekomstverwachting van de bomen beïnvloeden. In tabel 3.2 zijn de gebreken bij de individuele bomen weergegeven, die binnen 3 jaar een risico kunnen veroorzaken. Gebrek (Grof) dood hout
Boomnummer 2, 3, 4, 6, 7, 8, 10, 13, 16, 18, 20, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 29, 31, 32, 33
Scheur in gesteltak
17, 31, 32, 33
Zwamaantasting
13, 17, 33
Rotting stam
16, 23
Holte stam
22
Ingerotte snoeiwond
32
Tabel 3.2 Resultaten mechanische gebreken
Afbeelding 3.2 Ent onderstamproblemen boom 6
Afbeelding 3.3 Stamschade en inrotting boom 24
Afbeelding 3.4 Ingerotte snoeiwond boom 32
Afbeelding 3.5 Zwamaantasting boom 33
8
BD23040
Toekomstverwachting
Afbeelding 3.6 Toekomstverwachting bomen in projectgebied
9
BD23040
4. Conclusie en Advies In het projectgebied gaan diverse werkzaamheden plaatsvinden die (mogelijk) invloed hebben op de bomen. Per onderdeel geven wij randvoorwaarden voor ontwerp en boombescherming. Er worden indien mogelijk alternatieven geboden voor het behoud van de bomen en een verbetering van de conditie en toekomstverwachting.
4.1 Eindoordeel effecten Op basis van de voorgenomen werkzaamheden en de veranderende toekomstverwachting zijn de effecten op de bomen inzichtelijk gemaakt en wordt een conclusie gegeven of de bomen in de nieuwe situatie ingepast kunnen worden en onder welke randvoorwaarden.
Afbeelding 4.1 Eindoordeel effecten Inpasbaarheid
Boomnummers
Aantal bomen
Ja, onder randvoorwaarden
3, 5, 6, 7, 9, 10, 11, 12, 14, 15, 26, 27, 28, 29, 30, 31
16
Nee, op basis van ontwerp
1, 2, 18, 20, 21, 25
6
Nee, op basis van kwaliteit
4, 8, 13, 16, 17, 19, 22, 23, 24, 32, 33
11
Tabel 4.1 Eindoordeel effecten Niet duurzaam te behouden bomen, op basis van kwaliteit Aan de hand van de bovengrondse beoordeling van de bomen wordt is bepaald wat de conditie en de levensverwachting van de bomen is. Voor 11 bomen is de toekomstverwachting minder dan 15 jaar, wij adviseren om deze bomen niet in te passen in de nieuwe situatie. De bomen hebben een slechte tot matige conditie, waardoor deze bij geringe (wortel)schade onvoldoende zullen herstellen. Als bomen op basis van de bovengrondse kwaliteit niet kunnen worden ingepast, zijn deze bomen bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Nee, op basis van kwaliteit.
10
BD23040
Niet duurzaam te behouden bomen, op basis van het ontwerp Op basis van het ontwerp kunnen 6 bomen niet behouden blijven, dit betreft bomen waarvoor het niet mogelijk is om het ontwerp aan te passen om deze te behouden. Deze bomen zijn bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Nee, op basis van ontwerp Duurzaam te behouden onder randvoorwaarden 18 bomen hebben een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar en kunnen zonder aanpassing van het ontwerp behouden blijven, mits de randvoorwaarden in paragraaf 4.3 worden opgevolgd. Deze bomen zijn bij de inpasbaarheid gekenmerkt als: Ja, onder randvoorwaarden.
4.2 Impact uitvoering Transportbewegingen materieel en opslag materiaal onder de kroon Bij de uitvoering van de werkzaamheden wordt er mogelijk met materieel onder de boomkronen gereden en kan er materiaal onder de kroon worden opgeslagen. Dit heeft impact op de groeiplaats van de boom door druk op de ondergrond, dit kan ertoe leiden dat de ondergrond wordt verdicht. Door de verdichting is wortelgroei niet meer mogelijk en sterven haarwortels af. Deze processen zijn niet altijd direct zichtbaar en kunnen tot wel 5 jaar later leiden tot het afsterven van de boom. Draaibereik van materieel Wanneer onder de boomkroon gewerkt wordt vanaf een wegcunet of op rijplaten kan de boom beschadigd raken door het draaien van de machine of bewegingen met de arm van een kraan. Door bast- en kroonschade kunnen invalspoorten ontstaan voor parasitaire houtaantasters en kan de sapstroom onderbroken worden, dit kan de dood van de boomt tot gevolg hebben of het langzaam afsterven van de boom inleiden. Gemeentelijke boom Lodewijk Gezellelaan Op basis van de voorgenomen werkzaamheden wordt er tijdens de uitvoering gewerkt binnen de kwetsbare boomzone, dit betreft de kroonprojectie plus 1,5 meter.
Omdat de kroonprojectie van de plataan (Plantanus x hispanica) op de hoek van de Lodewijk van Deyssellaan en de Guido Gezellelaan wel in het projectgebied valt en het door de gemeente als waardevolle boom wordt aangemerkt gelden onderstaande randvoorwaarden ook voor deze boom.
4.3 Locatie specifieke randvoorwaarden Een aantal knelpunten zijn gevonden doormiddel van bovengronds onderzoek. Voor deze knelpunten zijn de mogelijkheden tot behoud beoordeeld en worden randvoorwaarden beschreven. Aanpassing boomspiegels De boomspiegels van enkele bomen moeten in het huidige ontwerp vergroot worden. Vooral voor de bomen die nu op het plein staan (boom 5, 6, 9 en 27) dient de boomspiegel vergroot te worden om de groei te optimaliseren. De boomspiegel van boom 7 dient ook vergroot te worden. De bomen kunnen met een grotere boomspiegel beter toegang krijgen tot zuurstof en water. Het vergroten van de boomspiegel kan het best gecombineerd worden met groeiplaatsverbetering om de groei te optimaliseren. Groeiplaatsverbetering Om de vitaliteit van de bomen te verbeteren dient men deze voeding te geven en het percentage organische stof in de bodem te verhogen. Bij bestaande bomen is het erg lastig om de bestaande grond te verbeteren in verband met de wortels, de beste optie hierin is om bomengrond toe te voegen. De bomengrond zorgt voor een goed bodemleven en organische meststoffen met extra spoorelementen. Door het aandeel zand in de bomengrond zal de bewerkbaarheid en luchtwaterhuishouding verbeteren.
Boombescherming Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de volgende randvoorwaarden. Ter voorkoming van schade aan de boom of het wortelgestel.
11
Aanstellen onafhankelijk boomtoezichthouder die ETT (European Tree Technician) is gecertificeerd, met de volmacht tot nader order van de directie om de werkzaamheden stil te leggen. Wortels dikker dan 5 cm alleen haaks op de groeirichting afzagen, waarbij rafelige wonden dienen te worden voorkomen en onder toezicht van een ETW (European Tree Worker) gecertificeerde boomverzorger.
BD23040
12
Aan de uitvoerende partijen wordt de poster “Werken rond Bomen” van Stadswerk (zie Bijlage 1) verstrekt en van toepassing verklaard in het bestek. De kwetsbare boomzone mag niet gebruikt worden voor opslag van materialen (ook geen depositie van vrijkomend grond). Binnen de kwetsbare boomzone mag niet gereden worden met zwaar materieel zoals rupskranen en minigravers. Is betreding van de kwetsbare boomzone met zwaar materiaal onvermijdelijk, dan alleen met gebruik van druk verdelende platen voor de duur van max. 2 weken. De bomen staan binnen het draaibereik van graafmachines, hiervoor adviseren wij ter voorkoming van schade om de stam te ommantelen met planken met daartussen een drainbuis. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een toolbox te worden georganiseerd voor alle leidinggevende en operationele medewerkers inclusief inhuur op het project, waarbij het werken binnen de kroonprojectie wordt behandeld door een ETT-er. Snoeien aan bomen mag alleen na goedkeuring van de boomeigenaar/-beheerder worden uitgevoerd door een gecertificeerd ETW (European Tree Worker) boomverzorger. Dit geldt ook wanneer er sprake is van een minimale snoeiingreep zoals een gebroken of beschadigde tak. Bodembewerkingen binnen de kwetsbare zone mogen niet onder (te) natte (verzadigde) of bevroren bodemomstandigheden worden uitgevoerd.
BD23040
Bijlagen Bijlage 1
13
BD23040
Bomenposter werken rond bomen
Behoud mogelijk
Toekomstverwachting vóór uitvoering werkzaamheden
Gebrek 3
Gebrek 2
Gebrek 1
Conditie
Stamdiameterklasse
Boomhoogteklasse
Standplaats
Boomsoort
Kroondiameterklasse
Boomgegevens
Boomnummer
Bijlage 2
1 Quercus robur 'Fastigiate Koster'
Beplanting
9-12 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
1 Redelijk
2 Acer platanoides
Beplanting
9-12 meter
8 tot 12 meter
30-50 cm
1 Redelijk
3 Quercus robur 'Fastigiate Koster'
Beplanting
15-18 meter
4 tot 8 meter
30-50 cm
1 Redelijk
4 Quercus robur 'Fastigiate Koster'
Verharding
15-18 meter
4 tot 8 meter
30-50 cm
2 Matig
5 Quercus robur 'Fastigiate Koster'
Verharding
18-21 meter
4 tot 8 meter
30-50 cm
1 Redelijk
6 Quercus robur 'Fastigiate Koster'
Verharding
15-18 meter
8 tot 12 meter
50-80 cm
1 Redelijk
Grof dood hout
10 tot 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
7 Platanus x hispanica
Verharding
12-15 meter
12 tot 16 meter
50-80 cm
1 Redelijk
Grof dood hout
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
8 Quercus robur
Verharding
6-9 meter
8 tot 12 meter
30-50 cm
2 Matig
Grof dood hout
10 tot 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
9 Prunus serrulata
Verharding
6-9 meter
8 tot 12 meter
20-30 cm
0 Goed
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
10 Prunus padus
Beplanting
6-9 meter
4 tot 8 meter
30-50 cm
0 Goed
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
11 Prunus padus
Beplanting
6-9 meter
4 tot 8 meter
30-50 cm
0 Goed
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
12 Prunus padus
Beplanting
< 6 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
1 Redelijk
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
13 Prunus padus
Beplanting
6-9 meter
8 tot 12 meter
30-50 cm
1 Redelijk
5 tot 10 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
14 Quercus robur
Gazon
6-9 meter
8 tot 12 meter
20-30 cm
1 Redelijk
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
15 Quercus cerris
Gazon
6-9 meter
< 4 meter
< 20 cm
1 Redelijk
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
16 Tilia cordata
Verharding
< 6 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
2 Matig
Rotting stam
5 tot 10 jaar
Nee, op basis van kwaliteit
17 Tilia cordata
Verharding
< 6 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
2 Matig
Grof dood hout Scheur in gesteltak
Zwam op stam
5 tot 10 jaar
Nee, op basis van kwaliteit
18 Tilia cordata
Verharding
6-9 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
1 Redelijk
Grof dood hout
> 15 jaar
Nee, op basis van ontwerp
19 Ilex aquifolium
Verharding
< 6 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
2 Matig
5 tot 10 jaar
Nee, op basis van kwaliteit
20 Ilex aquifolium
Verharding
< 6 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
2 Matig
10 tot 15 jaar
Nee, op basis van ontwerp
21 Ilex aquifolium
Verharding
< 6 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
1 Redelijk
10 tot 15 jaar
Nee, op basis van ontwerp
22 Sorbus intermedia
Gazon
6-9 meter
4 tot 8 meter
30-50 cm
1 Redelijk
10 tot 15 jaar
Nee, op basis van kwaliteit
12
BD23040
> 15 jaar
Nee, op basis van ontwerp
Grof dood hout
> 15 jaar
Nee, op basis van ontwerp
Grof dood hout
> 15 jaar
Grof dood hout
10 tot 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden Ja, onder randvoorwaarden
> 15 jaar
Grof dood hout
Grof dood hout
Zwam op stam
Grof dood hout
Grof dood hout
Holte stam
Ja, onder randvoorwaarden
23 Robinia pseudoacacia
Beplanting
9-12 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
3 Slecht
Grof dood hout
24 Robinia pseudoacacia
Beplanting
9-12 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
2 Matig
25 Fraxinus excelsior
Beplanting
9-12 meter
4 tot 8 meter
20-30 cm
1 Redelijk
26 Pyrus calleryana 'CV'
Beplanting
< 6 meter
< 4 meter
< 20 cm
27 Acer pseudoplatanus
Verharding
6-9 meter
8 tot 12 meter
28 Ulmus x hollandica
Verharding
12-15 meter
29 Acer platanoides
Beplanting
12-15 meter
30 Aesculus hippocastanum 'CV'
Beplanting
31 Acer platanoides
10 tot 15 jaar
Nee, op basis van kwaliteit
Grof dood hout
10 tot 15 jaar
Nee, op basis van kwaliteit
Grof dood hout
> 15 jaar
Nee, op basis van ontwerp
1 Redelijk
Grof dood hout
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
20-30 cm
1 Redelijk
Grof dood hout
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
8 tot 12 meter
30-50 cm
0 Goed
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
12 tot 16 meter
30-50 cm
2 Matig
10 tot 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
12-15 meter
8 tot 12 meter
30-50 cm
1 Redelijk
> 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
Beplanting
9-12 meter
8 tot 12 meter
30-50 cm
2 Matig
Grof dood hout
10 tot 15 jaar
Ja, onder randvoorwaarden
32 Acer platanoides
Beplanting
9-12 meter
8 tot 12 meter
30-50 cm
3 Slecht
Grof dood hout
Scheur in gesteltak Ingerotte snoeiwonden stam
1 tot 5 jaar
Nee, op basis van kwaliteit
33 Acer platanoides
Beplanting
9-12 meter
8 tot 12 meter
30-50 cm
4 Stervende
Grof dood hout
Zwam op stam
1 tot 5 jaar
Nee, op basis van kwaliteit
13
BD23040
Rotting stam
Grof dood hout
Scheur in gesteltak Scheur in gesteltak
Bijlage 2 Akoestisch onderzoek
Mees Ruimte & Milieu | 23206.GOFLO
Pagina | 62