1. De Transitievisie Warmte 1.0.pdf
Tekst van het document
In het hoofdstuk ‘Hoe werken de oplossingen?’ gaan we dieper in op de mogelijke oplossingen, met hun voor- en nadelen.
Oplossingen om gebouwen zonder aardgas te verwarmen
TVW Hillegom |
35
Hoe is de WAT-kaart bepaald? In de WAT-kaart komt informatie uit verschillende bronnen samen: landelijke gegevens en lokale gegevens van de gemeente, de netbeheerder, de woningcorporatie, het waterschap en andere betrokkenen. De Startanalyse is als uitgangspunt gebruikt. Dit is het rekenmodel dat het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft gemaakt in opdracht van de Rijksoverheid (modelversie Vesta MAIS 5.0). Het beginpunt voor het opstellen van de WAT-kaart zijn de mogelijke warmteoplossingen (de alternatieven voor aardgas) met de laagste maatschappelijke kosten. Dit zijn oplossingen die volgens de Startanalyse de minste kosten met zich meebrengen voor de hele maatschappij. Hoe deze kosten over de maatschappij verdeeld worden, is nu nog niet aan te geven. We weten dus nog niet wie welk deel van de kosten moet betalen. Dit komt omdat de regering dit nog niet bepaald heeft. We kunnen nu dus nog niet zeggen wat de gevolgen zijn voor uw/ieders energierekening. De uitkomsten van de Startanalyse voor Hillegom zijn vergeleken met uitkomsten van andere modellen (een CEGOIA-analyse van 2019 en de Warmtetransitie Atlas). Dit geeft een beter beeld of de verschillende modellen met elkaar overeen komen en waar verschillen door komen.
36
| TVW Hillegom
Oplossingen om gebouwen zonder aardgas te verwarmen
Bij de modeldoorrekening met de Startanalyse is rekening gehouden met lokale omstandigheden in de gemeenten en allerlei randvoorwaarden. Denk aan de aanwezigheid van waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden, waar geen bodemenergie gewonnen mag worden. Een belangrijke voorwaarde die de oplossingsmogelijkheden bepaalt is welke lokale warmtebronnen er beschikbaar zijn of komen. Denk hierbij aan restwarmte van industrie of rioolwaterzuiveringen, de geschiktheid van de ondergrond voor geothermie of het winnen van warmte uit meren, kanalen en rivieren. Voor een beschrijving van alle warmtebronnen verwijzen wij naar dit verdiepende hoofdstuk. Voor Hillegom zijn alle warmtebronnen onderzocht. Er is gekeken welke warmtebronnen beschikbaar en betrouwbaar zijn. De restwarmtebronnen in Hillegom zijn vergeleken met de inventarisatie uit de RES 1.0 (Regionale Energiestrategie 1.0), lokale data, CO2-emissies van de bedrijven en beschikbare studies. Dit is vervolgens besproken met de gemeente. Daarna heeft de Omgevingsdienst enkele bedrijven benaderd om de beschikbaarheid van restwarmte na te vragen. Op basis hiervan zijn enkele bedrijven uit de dataset verwijderd, toegevoegd of is het aanbod van restwarmte aangepast. Hoewel het aanbod van restwarmte nog steeds niet precies per bedrijf bekend is, hebben we zo wel al een beter beeld van het restwarmte aanbod.
Uit de inventarisatie blijkt dat in Hillegom maar beperkt restwarmte beschikbaar is. De beschikbare warmtebronnen in Hillegom zijn te bekijken via deze atlas. De resultaten van de inventarisatie zijn gebruikt voor een nieuwe doorrekening van de Startanalyse. Dit betekent dat de nieuwe dataset met restwarmtebronnen gebruikt is om met behulp van het rekenmodel van de Startanalyse nieuwe uitkomsten voor Hillegom te maken. Na de nieuwe doorrekening van de Startanalyse zijn de nieuwe uitkomsten verder uitgebreid met lokale informatie. De lokale kennis hebben we verzameld door met de gemeente, Hoogheemraadschap van Rijnland, netbeheerder Liander, woningcorporatie Stek en het waterbedrijf Dunea te spreken. Daarna is hen gevraagd een enquête in te vullen. De volgende informatie is per buurt in kaart gebracht: • • • • • • • •
Bestaande plannen voor duurzame energiesystemen; Bewonerscollectieven rond energie of energiecoöperaties; Geplande onderhoudswerkzaamheden aan riolering, wegen, drinkwaternet, gasnet, en elektriciteitsnet; De capaciteit van het elektriciteitsnetwerk; De economische afschrijving van het gasnetwerk; Sloop- en nieuwbouwplannen; Grote renovatieplannen voor woningen; Grote werkzaamheden rond ruimtelijke inrichting, openbaar groen, klimaatadaptatie, watersysteem en waterketen.
Met deze lokale informatie krijgen wij een beter beeld van de mogelijke warmteoplossingen en waar (meekoppel)kansen 1 ontstaan.
Oplossingen om gebouwen zonder aardgas te verwarmen
TVW Hillegom |
37
Tot slot zijn de uitkomsten van het rekenwerk getoetst in twee werksessies met de verschillende afdelingen van de gemeente en ketenpartners Hoogheemraadschap van Rijnland, netbeheerder Liander, woningcorporatie Stek en waterbedrijf Dunea. Hierbij zijn de uitgangspunten van de gemeente Hillegom leidend geweest. Zo zijn we tot het uiteindelijke beeld gekomen van de kansrijke warmteoplossingen per buurt. Voor meer informatie over de werkwijze zie ‘Achtergrondinformatie platform SETuP’).
WAT-kaart: Wat zijn kansrijke oplossingen voor onze gemeente De WAT-kaart laat de kansrijke oplossingsrichting(en) zien als alternatief voor aardgas. Er zijn verschillende oplossingen mogelijk, zoals een elektrische warmtepomp of een warmtenet. In de WAT-kaart maken we een verschil tussen drie groepen oplossingen: • Individuele oplossingen per gebouw, zoals een warmtepomp, hernieuwbare gassen 1 of een hybride vorm. • Warmtenetten. Dit zijn collectieve oplossingen voor een straat, buurt of wijk. Hierbij is rekening is gehouden met de beschikbaarheid van warmtebronnen. • Een combinatie waarbij individuele oplossingen en warmtenetten dicht bij elkaar liggen. Hier is nog geen voorkeur. Beide oplossingsrichtingen zijn mogelijk. Op de WAT-kaart is te zien welke oplossingen voor het verwarmen zonder aardgas in de toekomst mogelijk zijn. Om deze kaart goed te begrijpen is het belangrijk om drie dingen te weten: 1. Deze kaart is geen definitief eindbeeld: we staan nog aan het begin van de transitie. De kennis, inzichten en technieken kunnen nog veranderen in de komende jaren. Daarom zal de gemeente in 2025 de visie evalueren en waar nodig aanpassen. 2. De grens ligt nog niet vast: We hebben ervoor gekozen om de meest kansrijke oplossing(en) per buurt te laten zien. Maar in de praktijk kan de grens van een buurt ook anders lopen.
Een straat kan best afwijken van het gemiddelde in de buurt. Of misschien wordt een deel van een buurt alvast meegenomen bij de start van de buurt ernaast. Dat zal blijken bij een verdere uitwerking.
1
38
Hernieuwbare gassen. Gassen die gemaakt worden uit hernieuwbare bronnen zoals groen gas of waterstof.
| TVW Hillegom
Oplossingen om gebouwen zonder aardgas te verwarmen
3. De Transitievisie Warmte richt zich op de gebouwde omgeving. De visie gaat over het verwarmen van gebouwen zoals woningen en kantoren, én het tapwater dat in die gebouwen verbruikt wordt. De warmtevraag op bedrijventerreinen en de landbouw is complexer dan in woonwijken, omdat er soms ook warmte nodig is voor (industriële) processen. Voor deze Transitievisie Warmte zijn de meest kansrijke warmteopties voor de industrie, bedrijventerreinen en glastuinbouw niet onderzocht. De oplossingsrichtingen op de kaart hoeven dus niet te gelden voor de industrie en glastuinbouw.
Wilt u deze kaart uitvergroten? U kunt de kaart ook hier apart downloaden.
De oplossingen per gebied
Oplossingen om gebouwen zonder aardgas te verwarmen
TVW Hillegom |
39
De bebouwde kom van Hillegom In de bebouwde kom van Hillegom zijn zowel warmtenetten als individuele oplossingen in beeld. De maatschappelijke kosten liggen dicht bij elkaar. Beide oplossingsrichtingen zijn dus mogelijk. Bij individuele oplossingen is het uitgangspunt verwarmen met behulp van elektrische warmtepompen. Dit kan alleen als de gebouwen ook flink geïsoleerd worden. Woningen hebben ten minste schillabel B nodig. In Hillegom zijn zowel warmtepompen op buitenlucht (luchtwarmtepompen) als bodemwarmte (bodemwarmtepompen) mogelijk. Een probleem is dat als er uitgebreid wordt overgestapt op warmtepompen er verzwaringen aan het elektriciteitsnetwerk nodig zijn. Dit is duur en duurt vaak lang. Een ander aandachtspunt is dat een luchtwarmtepomp geluid maakt, wat als hinderlijk ervaren kan worden. Zeker als er veel luchtwarmtepompen aanwezig zijn in dezelfde straat of buurt telt dit op. Door de invoering in 2021 van strengere regelgeving over de maximale geluidsproductie van warmtepompen verwachten we dat dit echter minder zal spelen dan in het verleden. Tot slot moet de extra elektriciteitsvraag natuurlijk ook duurzaam opgewekt worden. Hiervoor is dus extra zon- en windenergie nodig. Hybride warmtepompen zijn ook mogelijk. Er is dan minder isolatie nodig dan bij het gebruik van volledig elektrische warmtepompen en er wordt minder elektriciteit verbruikt.
Een woning isoleren kost daardoor minder. Ook voor het elektriciteitsnetwerk zijn netverzwaringen minder snel nodig. Hybride warmtepompen kunnen een tussenstap richting 2050 zijn. Het energiegebruik wordt dan al voor een deel verduurzaamd, hoewel er nog steeds aardgas nodig is. Om tot een volledig duurzame oplossing te komen zijn uiteindelijk hernieuwbare gassen nodig in het gasnet (zoals groen gas of waterstof). Of en wanneer die voor Hillegom beschikbaar komen is nog niet te zeggen. Het staat in ieder geval vast dat we hier niet met zekerheid op kunnen rekenen. Warmtenetten zijn ook een optie voor de bebouwde kom van Hillegom. Hierbij is de beschikbaarheid van voldoende en geschikte warmtebronnen belangrijk. Zo zou warmte uit de Ringvaart 1 (aquathermie) in combinatie met (een centrale) elektrische warmtepomp(en) en warmte-koude opslag een duurzame bron voor het warmtenet kunnen worden.
40
| TVW Hillegom
Oplossingen om gebouwen zonder aardgas te verwarmen
De Ringvaart geeft niet voldoende warmte voor de totale warmtevraag in Hillegom. Ook is het op dit moment nog een relatief kostbare techniek. Een aanvullende warmtebron zou zonthermie kunnen zijn. Via zonnecollectoren 2 op daken of zelfs zonneweides kan extra duurzame warmte opgewekt worden voor het netwerk. Zonnecollectoren nemen wel ruimte in op het dak. Deze ruimte kan dan niet meer gebruikt worden voor zonPV (elektriciteitsopwekking). Hierin dient dus een afweging gemaakt te worden. Ook zijn de kosten relatief hoog. Wij verwachten daarom maar een (zeer) beperkte bijdrage van zonthermie.
De verwachting is dat de bodem in onze regio geschikt is voor het winnen van geothermie. Dit is het winnen van warm water uit de diepe ondergrond, ook wel aardwarmte genoemd. De warmte uit de ondergrond die in de buurt van Hillegom uit te bodem wordt gehaald, kan met een warmtenet naar de gebouwen in Hillegom worden getransporteerd. Door de hogere temperatuur van het warme water is veel minder elektriciteit nodig dan bij winning van warmte uit de vaart. Gebouwen hoeven bovendien minder goed geïsoleerd te worden dan voor het gebruik van aquathermie of om warmtepompen toe te passen. Dit maakt geothermie een aantrekkelijke oplossing, omdat uitgebreide isolatie van gebouwen kostbaar is. Verschillende bedrijven onderzoeken of, en zo ja hoe in de regio geothermie gewonnen kan worden. Hiervoor zijn verschillende opsporingsvergunningen aangevraagd. Wij volgen deze onderzoeken met belangstelling.
2
Een zonnecollector zet zonlicht om in warmte. Dit in tegenstelling tot een zonnepaneel dat zonlicht in elektriciteit omzet. Het is dus een afweging hoeveel dakoppervlak we inzetten voor zonnecollectoren ten opzichte van zonnepanelen.
Oplossingen om gebouwen zonder aardgas te verwarmen
TVW Hillegom |
41
In de regio worden ook de mogelijkheden voor een groot regionaal warmtetransportnet onderzocht. Restwarmte vanuit de Rotterdamse haven en geothermie uit de ondergrond in de regio zouden dit grote net in de toekomst kunnen voeden. Hillegom ligt echter helemaal aan de rand van het onderzoeksgebied. We weten daarom niet of dit netwerk ooit helemaal tot aan Hillegom zal komen. De mogelijkheden en kansen voor dit regionale warmtenet worden in samenwerking met buurgemeentenonderzocht. Hillegom volgt dit proces met belangstelling. Restwarmte van lokale bedrijven is in Hillegom maar minimaal beschikbaar. Daarom verwachten wij dat deze oplossing weinig kans heeft of maar weinig zal bijdragen.
42
| TVW Hillegom
Oplossingen om gebouwen zonder aardgas te verwarmen
Ook voor warmtenetten is het belangrijk dat we eerst de energievraag kleiner maken door goed te isoleren. Het hangt af van de temperatuur van de warmtebron (en daarmee ook het warmtenet) tot hoever er geïsoleerd moet worden. Zeker bij bronnen op lage temperatuur, zoals Warmte Koude Opslag met warmte uit de Ringvaart, zullen gebouwen die aangesloten zijn op het warmtenet goed geïsoleerd moeten zijn. Na vaststellen van de Transitievisie Warmte zullen de verschillende mogelijkheden voor de bebouwde kom van Hillegom verder onderzocht worden. De technische oplossingen worden dan in meer detail berekend. Hierbij worden ook de kosten tussen de partijen gesplitst. Dan krijgen we een beeld wie welk deel zou moeten betalen. Zo weten we beter wat de kosten voor de gebouweigenaren worden per oplossing en of dit betaalbaar is. Dit helpt bij het maken van de uiteindelijke keuze, waar inwoners later in het (wijk)uitvoeringsplan over meedenken of meebeslissen. Het is belangrijk dat we de komende jaren een scherp beeld krijgen welke oplossing we waar willen toepassen/ realiseren. Als we weten welke richting het opgaat, weten we ook beter waar we aan toe zijn. Dan is voor iedereen duidelijk hoe goed zijn/haar woning geïsoleerd moet worden en wanneer dit uiterlijk moet gebeuren.
Het landelijk gebied Het landelijk gebied is alles buiten de bebouwde kom van Hillegom. Het aantal gebouwen en de bebouwingsdichtheid is hier veel lager dan in de bebouwde kom. Daardoor is het erg duur om hier warmtenetten aan te leggen. We gaan er dan ook vanuit dat in het landelijk gebied geen warmtenetwerk komt. Dat betekent dat hier individuele oplossingen per gebouw nodig zijn. In het landelijk gebied zijn twee oplossingsrichtingen denkbaar. Oplossing 1: Volledig elektrisch verwarmen (warmtepompen) In Hillegom zijn zowel warmtepompen op buitenlucht (luchtwarmtepompen) als bodemwarmte (bodemwarmtepompen) mogelijk. Warmtepompen kunnen alleen gebruikt worden als de gebouwen flink geïsoleerd zijn. Woningen moeten dan ten minste schillabel 1 B hebben. Als veel gebouweigenaren overstappen op volledig elektrisch verwarmen met warmtepompen is verzwaring aan het elektriciteitsnetwerk nodig. Dit is duur en duurt vaak lang. Zeker rond de Zanderij (ten westen van Hillegom) is dit een aandachtspunt. Oplossing 2: Hybride warmtepompen Hybride warmtepompen zijn ook mogelijk. Een hybride warmtepomp is een warmtepomp die op elektriciteit werkt in combinatie met een CV-ketel op gas. Er is dan minder isolatie nodig dan bij volledig elektrische verwarming met alleen warmtepompen. Ook wordt er minder elektriciteit verbruikt. Kosten voor isolatie van de woning zijn dan minder.
Daarnaast is bij hybride warmtepompen minder snel een uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk (netverzwaring) nodig. Het energiegebruik wordt dan al voor een deel verduurzaamd, maar er is nog steeds aardgas nodig. Op locaties waar we het gasnet in de toekomst niet zullen behouden, is een hybride warmtepomp daarmee een tijdelijke oplossing. Toch kunnen mensen wel een hybride warmtepomp aanschaffen. Een hybride warmtepomp gaat tien tot vijftien jaar mee. De verwachting is dat het gasnet de komende vijftien jaar overal nog beschikbaar blijft; mensen kunnen op dit moment dus een hybride warmtepomp aanschaffen zonder dat zij hier spijt van krijgen. We weten niet of we ons gasnet na 2050 (voor een deel) zullen houden. Dit heeft te maken met de vraag of, en zo ja hoeveel hernieuwbare gassen er dan beschikbaar zullen zijn (zoals groen gas of waterstof). Op dit moment gaan we ervan uit dat áls deze hernieuwbare gassen er uiteindelijk komen, dat maar in beperkte hoeveelheden zal zijn. Niet iedereen kan hier dan gebruik van maken. Dat betekent dat we er zuinig mee om moeten gaan en ze alleen moeten gebruiken in combinatie met hybride warmtepompen en goede isolatie. Uiteindelijk moet iedere gebouweigenaar zelf een keuze maken hoe hij of zij zijn woning verwarmt.
Maar dit kan alleen binnen de mogelijkheden die de infrastructuur geeft (de mogelijkheden binnen het elektriciteitsnet, gasnet en eventuele warmtenet).
1
Schillabel is het energielabel van een gebouw zonder maatregelen zoals zonnepanelen.
Oplossingen om gebouwen zonder aardgas te verwarmen
TVW Hillegom |
43
Wie heeft over deze Transitievisie Warmte meegedacht? Het opstellen van een Transitievisie Warmte is een uitdaging, die gemeenten niet alleen kunnen uitvoeren. Daarom werken we samen met woningcorporatie Stek, netbeheerder Liander, Hoogheemraadschap van Rijnland, drinkwaterbedrijf Dunea, inwoners en andere betrokkenen. We delen wensen, kennis, voorkeuren, agenda’s en planningen met elkaar. Alleen zo komen we tot een Transitievisie Warmte die écht uitvoerbaar is. Dit hoofdstuk beschrijft wie, wanneer en op welke wijze heeft meegedacht over deze Transitievisie Warmte.
Wie heeft wanneer meegedacht? Deze Transitievisie Warmte is ontstaan uit een samenwerking met onze inwoners, lokale organisaties/bedrijven en andere betrokkenen. Er zijn interviews gehouden met Draka Interfoam B.V., VHGM, stichting Vrienden van Oud Hillegom, LTO NoordNederland afdeling Duin en Bollenstreek, Sophia stichting, stichting Fioretti Teylingen, Cultuurhistorisch Genootschap Duin- en Bollenstreek, stichting Greenport Duin- en Bollenstreek, stichting Bollenstreek Duurzaam, Bedrijfsleven Bollenstreek, Zuid-Hollands Landschap en lokale energiecoaches. In drie enquêtes hebben 517 inwoners van Hillegom hun voorkeuren, aandachtspunten en zorgen met ons gedeeld. Op basis hiervan is met een aantal inwoners diepte-interviews gehouden. Op 20 april dachten 30 inwoners mee over de warmtetransitie tijdens een meedenksessie die volgde op een informerend webinar op 6 april. Lees meer over hoe inwoners hebben meegepraat in ‘Verdieping en achtergrond’. Daarnaast hebben Netbeheerder Liander, Woningcorporatie Stek, het Hoogheemraadschap van Rijnland en drinkwaterbedrijf Dunea in twee werksessies meegedacht over de visie. Hierna zijn ook enkele verdiepende gesprekken gevoerd met deze partijen. Aan de meest direct betrokken (professionele) partijen hebben we gevraagd hoe zij hun eigen rol zien in de warmtetransitie.
44
| TVW Hillegom
Wie heeft over deze Transitievisie Warmte meegedacht?
Netbeheerder Liander Liander is de netbeheerder in de gemeente Hillegom. Liander is verantwoordelijk voor het gas- en elektriciteitsnet in de gemeente. Dit betekent dat ze het gas- en elektriciteitsnet onderhouden, nieuwe netten aanleggen en verwijderen wanneer ze niet meer worden gebruikt. Liander staat voor een duurzame, betrouwbare, betaalbare en voor iedereen onder dezelfde voorwaarden bereikbare energievoorziening:
“Het is onze maatschappelijke opdracht om in uw gemeente de overgang naar een nieuwe warmtevoorziening te faciliteren en de betaalbaarheid en betrouwbaarheid te borgen.”
Drinkwaterbedrijf Dunea Als drinkwaterbedrijf heeft Dunea een groot belang in de ondergrond. Dunea is verantwoordelijk voor de productie, transport-, distributie- en aansluitleidingen van ons drinkwater. Verzwaring van elektriciteitsnetten en plaatsing van warmtenetten betekenen meer drukte en activiteiten in de ondergrond.
“Niet overal zal voldoende ruimte zijn voor netuitbreidingen of aanvullende ondergrondse infrastructuur. Zeker warmtenetten nemen veel ruimte in beslag. Uitdagingen zijn ruimte-schaarste, vroegtijdige aanpassing of vervanging van bestaande infrastructuur en een toename van de watertemperatuur in het leidingnet. De laatste kan risico’s veroorzaken voor de drinkwaterkwaliteit – en dus de volksgezondheid. Alleen in samenwerking met andere partijen – netbeheerders, overheden en private partijen - kunnen de juiste randvoorwaarden worden gecreëerd om zowel de energietransitie tot een succes te maken als betrouwbaar drinkwater te kunnen blijven leveren.”
Wie heeft over deze Transitievisie Warmte meegedacht?
TVW Hillegom |
45
Hoogheemraadschap van Rijnland Droge voeten, schoon water. Deze ‘slogan' geeft goed aan wat Hoogheemraadschap van Rijnland doet. Ze biedt bescherming tegen de zee en overstromingen, en zorgt voor een goede waterstand in polders en stedelijke gebieden. Daarnaast zorgt ze voor schoon en gezond water in plassen, grachten en sloten. Het afvalwater en het oppervlaktewater dat Hoogheemraadschap van Rijnland beheert zit vol energie. Zo zijn er kansen voor thermische energie uit afvalwater (TEA) en thermische energie uit oppervlaktewater (TEO), zoals te zien is in deze aquathermie-viewer.
“Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) is een mooi alternatief voor aardgas: de warmte die in de zomer wordt onttrokken aan het oppervlaktewater kan in de bodem worden opgeslagen en wanneer het nodig is omhoog worden gehaald en gebruikt voor verwarming van gebouwen. Wel moet voor iedere locatie worden bekeken welk effect het terug-lozen van kouder water kan hebben op de ecologie, om zo zeker te weten dat er geen schadelijke effecten worden veroorzaakt.”
Woningcorporatie Stek Woningcorporatie Stek is een corporatie die zich ten volle inzet voor fijne, betaalbare woningen in de Duin- en Bollenstreek. Hun motto: Stek, je huis, je thuis. Met meer dan 11.000 wooneenheden in de gemeenten Hillegom, Lisse, Noordwijk en Teylingen, zijn ze een belangrijke partner in de warmtetransitie:
“Stek heeft als vastgoedeigenaar met veel woningen in de gemeente de mogelijkheid om een rol te spelen in de start van de transitie, om de betaalbaarheid van onze woningen voor de huurders te borgen. Ook kan zij aansluiten bij bijvoorbeeld warmtenetten als deze onder de juiste omstandigheden worden aangeboden.”
46
| TVW Hillegom
Wie heeft over deze Transitievisie Warmte meegedacht?
Wat vinden onze inwoners? Inwoners van Hillegom vinden energiebesparing en de overstap naar hernieuwbare warmtebronnen belangrijk. Tijdens de meedenksessie op 20 april viel op dat mensen graag willen bijdragen, maar ook zorgen hebben over de kosten en de kostenefficiëntie. Een groot deel van de aanwezigen heeft de eigen woning al extra geïsoleerd en geïnvesteerd in zonnepanelen. Hieronder leest u de meest gehoorde aanbevelingen, zorgen, twijfels, kansen en oplossingen die inwoners tussen september 2020 en mei 2021 met de gemeente deelden. Wilt u meer lezen? Download dan de ‘Analyse Maatschappelijke Haalbaarheid LES & TVW’ en de ‘opbrengst meedenksessie TVW Hillegom’. De invulling van het participatietraject staat beschreven in ‘Verdieping en achtergrond’
Wie heeft over deze Transitievisie Warmte meegedacht?
TVW Hillegom |
47
48
| TVW Hillegom
Wie heeft over deze Transitievisie Warmte meegedacht?
Zorgen, twijfels en vragen Inwoners maken zich het meest zorgen over de betaalbaarheid van de transitie; zowel voor zichzelf, als voor dorpsgenoten en de samenleving als geheel. Tijdens de meedenksessie kwam in alle deelgroepjes naar voren dat inwoners die hun huis al extra geïsoleerd hebben bezorgd zijn, of mensen die het minder breed hebben dat wel kunnen betalen. Deze zorgen zijn er ook waar het gaat om de individuele oplossingsrichtingen ((hybride) warmtepomp): niet iedereen heeft daar de middelen voor (over). Veel mensen geven daarbij aan op te zien tegen de kosten van (extra) isolatie. In praktisch opzicht hebben inwoners zorgen over het isoleren van oude huizen, die bijvoorbeeld geen spouwmuur hebben. Dat is duur, en maar tot op zekere hoogte mogelijk. Ook maken inwoners zich zorgen over het geluid van warmtepompen. Daarbij benadrukken inwoners dat het comfort in huis in elk geval niet mag dalen.
Bijna alle inwoners hebben vragen over hun eigen situatie: ‘Waar moet ik beginnen? Tot welk niveau moet (en kan) ik mijn huis isoleren? Wat zijn de kosten? Hoe weet ik welke aannemers/installateurs betrouwbaar zijn? Waar krijg ik onafhankelijk advies? Welke oplossingsrichting is het meest waarschijnlijk voor mijn huis? Wanneer weet ik waar ik aan toe ben? Wat moet ik doen als ik nu mijn cv-ketel moet vervangen? Wat kan ik nog doen als ik alles al geïsoleerd heb?’ Daarnaast betwijfelen mensen of de urgentie van de energie- en warmtetransitie wel voldoende leeft in de samenleving, en de politiek: ‘we hadden veel eerder moeten beginnen’ en ‘waar wachten we nog op?’, zijn veelgehoorde opmerkingen. Tegelijkertijd zijn er ook inwoners die liever juist geen haast maken. Oudere mensen bijvoorbeeld, die hun geld niet meer in een verbouwing willen investeren. Maar ook omdat inwoners hopen dat de technieken de komende jaren verder verbeteren en betaalbaarder worden. Een klein deel van de inwoners geeft aan dat zij het belangrijk vinden dat warmtebronnen die aardgas moeten vervangen, honderd procent duurzaam zijn. Zij betwijfelen of restwarmte uit de industrie een goed alternatief is. Ze verwachten dat de warmte daarmee afhankelijk blijft van een vervuilend proces. Een klein deel van de inwoners is bang voor een ‘voldongen feit’ te komen te staan, waarop zij geen invloed meer hebben.
Meedenksessies zoals de gemeente op 20 april organiseerde, zijn belangrijk en daar moet de gemeente vooral mee doorgaan, was de boodschap.
Kansen, oplossingen en aanbevelingen Inwoners kijken naar de gemeente voor richting en leiding in de warmtetransitie. Bijna alle inwoners geven aan dat zij ‘afwachten welke kant het opgaat’ voor hun wijk. Zij gaan dus pas maatregelen nemen als het beleid van de gemeente duidelijker is. Voorspelbaarheid is daarbij een belangrijk uitgangspunt. In de meedenksessie van 20 april werd bijvoorbeeld een jaarlijks terugkerend subsidiepotje voorgesteld. Mensen zouden dan weten dat ze hier ook nog gebruik van kunnen maken als ze over 3 jaar genoeg bij elkaar gespaard hebben. Er zijn daarnaast inwoners die ook plaatselijk een leidende rol van de gemeente wenselijk vinden. Bijvoorbeeld bij collectieve oplossingen in de wijk. Bij het voeren van gesprekken tussen mensen in de buurt en om inwoners te helpen om tot gezamenlijke standpunten en acties te komen. Daarbij is er een duidelijke wens uit de samenleving om ondersteund te worden met onafhankelijk, betrouwbaar advies en informatie. Inwoners hopen dat de gemeente antwoord kan geven op vragen over hun eigen situatie (zie hierboven onder ‘zorgen, twijfels en vragen’). Daarnaast vinden inwoners dat de gemeente een belangrijke taak heeft om de warmte- en energietransitie bekend te maken bij alle inwoners. Tijdens de meedenksessie werd bijvoorbeeld geconcludeerd dat veel mensen (in de buurt) nog niet beseffen dat zij iets moeten gaan doen.
Veel inwoners wijzen ook naar ondersteuning bij de financiering van de warmtetransitie. Veel inwoners vinden het belangrijk dat de lasten eerlijk worden verdeeld. Centraal moet staan dat goed gedrag beloond wordt: ‘verleid mensen om te investeren’ en ‘zorg dat wij er baat bij hebben’. Inwoners zien ook hier kansen om bepaalde maatregelen samen te nemen, omdat die dan goedkoper (kunnen) zijn.
Wie heeft over deze Transitievisie Warmte meegedacht?
TVW Hillegom |
49
Een belangrijke aanbeveling uit de samenleving is daarnaast om de verduurzaming en warmtetransitie te koppelen aan natuurlijke momenten. Zorg ervoor dat inwoners niet ‘gedwongen’ hoeven te verduurzamen: Zorg dat dat gebeurt op momenten dat mensen hun huis toch al gaan verbouwen. Tijdens de meedenksessie op 20 april noemden meerdere inwoners ‘dat het voor oude mensen vaak niet kan om nog te investeren, daarvoor is de terugverdientijd te lang’. Ten slotte zien inwoners kansen om onderling tips en ervaringen uit te wisselen. Tijdens de meedenksessie op 20 april hebben bijvoorbeeld enkele inwoners adressen uitgewisseld om eens bij elkaar naar de warmtepomp te komen luisteren. De gemeente kan dat soort initiatieven ook faciliteren.
50
| TVW Hillegom
Wie heeft over deze Transitievisie Warmte meegedacht?
Wat kan ik nu al doen? We willen dat de aarde ook voor onze kinderen en kleinkinderen een fijne, leefbare plek blijft. Daarom stapt heel Nederland vóór 2050 over op duurzame energie en warmte. Daarvoor zijn we samen verantwoordelijk, en iedereen heeft hierin een rol: inwoners, bedrijven, organisaties, de gemeente, provincie en de rijksoverheid. Samen maken we het verschil. Voor een woning geldt: Het vervangen van de CV-ketel door een duurzame warmteoplossing is pas de laatste stap. Tot die tijd kunnen inwoners verbetermaatregelen nemen waar ze geen spijt van krijgt. Hiermee bedoelen wij maatregelen die altijd bijdragen aan het gewenste eindbeeld: duurzaam verwarmde gebouwen. Dat iedereen een bijdrage moet leveren aan onze gezamenlijke toekomst, betekent niet dat inwoners er alleen voor staan; de gemeente, provincie en de rijksoverheid kunnen inwoners helpen met betrouwbare, onafhankelijke informatie. Ook kunnen overheden inwoners helpen om duurzame investeringen in hun huis te doen. Bijvoorbeeld met subsidieregelingen.
Geen-spijt-maatregelen Goede isolatie zal de komende jaren steeds vanzelfsprekender worden. Het wordt een vast onderdeel van woningverbeteringen die nodig zijn om een woning te onderhouden. Het makkelijkst en meest kosteneffectief is om hierin aan te sluiten bij natuurlijke onderhoudsmomenten. Inwoners die plannen hebben om hun keuken te vernieuwen kunnen beter nu al kiezen voor koken op inductie. In de toekomst koken we immers zonder gebruik van aardgas. Inwoners die plannen hebben om hun huis te verbouwen doen er goed aan ook meteen te isoleren. Door een huis goed te isoleren gaat het warmtegebruik omlaag, wat een besparing op energie én kosten oplevert. Daarnaast neemt het comfort toe omdat tocht afneemt. Vanuit Het Rijk wordt gewerkt aan een ‘standaard’ die gebouweigenaren inzicht moet geven welk isolatieniveau nodig is om het gebouw toekomstbestendig te isoleren. De voorlopige versie is hier beschikbaar. Gebouweigenaren kunnen ervan uitgaan dat ze minimaal tot schillabel D moeten isoleren, maar liever tot schillabel C of B. Tot hoever minimale isolatie nodig is hangt ook af van waar de inwoner woont (zie ‘De oplossingen per gebied’). Uiterlijk 2025 zullen wij hierover meer inzicht geven. Het schillabel is het energielabel van een woning of gebouw zonder de bijdrage van andere duurzame maatregelen zoals zonnepanelen.
Inwoners kunnen ook (bij een verbouwing) bekijken om over te stappen op een lage temperatuur afgiftesysteem, met vloerverwarming en/of het plaatsen van lage-temperatuur radiatoren. Daarnaast kunnen inwoners zonnepanelen en een zonnecollector op hun dak leggen om zo hun eigen elektriciteit en warmte op te wekken.
Wat kan ik nu al doen?
TVW Hillegom |
51
52
| TVW Hillegom
Wat kan ik nu al doen?
De kosten en opbrengsten van deze ‘geen-spijt-maatregelen’ zijn meestal voor de gebouweigenaar. Dit is onderdeel van het normale proces van onderhoud en verbeteringen aan gebouwen. Wij helpen graag om hierin slimme keuzes te maken. Ook zijn er verschillende subsidies beschikbaar en is er de gemeentelijke duurzaamheidslening. Zo zijn onze gebouwen klaar voor de energietransitie; dit noemen wij aardgasvrij-ready. De verschillende mogelijkheden voor ondersteuning lichten wij hieronder toe.
Energieloket van de gemeente Hillegom Energiebesparing vraagt vaak om maatwerk. Als inwoners behoefte hebben aan gratis, onafhankelijk advies over het verduurzamen van hun woning, dan kunnen zij terecht bij het energieloket van de gemeente Hillegom: www.duurzaambouwloket.nl Het energieloket van de gemeente Hillegom kan ook helpen bij het aanvragen van offertes bij deskundige bedrijven. En zij kunnen helpen bij het vinden en aanvragen van subsidie. Inwoners van appartementencomplexen met een Vereniging van Eigenaren kunnen informatie vinden op speciale informatiepagina’s voor VvE’s, zoals: • VvE Energieloket | Energiebesparing en Verduurzaming voor uw VvE • VvE Duurzaamheidsloket
Meer informatie Op deze websites vinden gebouweigenaren meer informatie over hoe ze zelf aan de slag kunnen met het verduurzamen van hun woning of woonomgeving: • www.degroeneuitdaging.nl • www.duurzaambouwloket.nl • www.milieucentraal.nl (stappenplan aardgasvrij wonen, algemene landelijke informatie over verduurzaming, zowel voor huurders als woningeigenaren) • Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) • Subsidie energiebesparing VvE • Overige landelijke subsidies
Duurzaamheidslening Inwoners die hun huis duurzamer willen maken met zonnepanelen, extra isolatie of een warmtepomp (ter vervanging van de gasgestookte cv) kunnen bij de gemeente een duurzaamheidslening aanvragen. Hillegom heeft een half miljoen euro beschikbaar voor de duurzaamheidsleningen. Daarnaast is er 200.000 euro per jaar beschikbaar voor andere duurzame initiatieven. Lees meer over de duurzaamheidslening. Vereniging van Eigenaren (VvE) kunnen via het Nationaal Warmtefonds ook (onder aantrekkelijke voorwaarden) geld lenen om te verduurzamen. Lees meer over de VvE Energiebespaarlening.
Energiecoach Inwoners die niet weten waar ze moeten beginnen of de weg kwijt zijn, kunnen hulp van een gratis energiecoach krijgen! Contact opnemen met een energiecoach uit Hillegom.
Leren van voorbeeldwoningen Voorbeelden van energiebesparing en comfortabel aardgasvrij wonen in Hillegom kunnen inwoners teruglezen op de website van het Duurzaam Bouwloket.
Wat kan ik nu al doen?
TVW Hillegom |
53
Bijlage
Bijlage: Verdieping en achtergrond In dit verdiepende hoofdstuk gaan we verder in op de beschikbare duurzame warmtebronnen en technieken (Hoe werken de oplossingen?). Ook lichten we onderdelen van de methodiek achter de transitievisie warmte van Hillegom toe (zie het gebruikte platform SETuP).
Uitleg van de warmte-oplossingen Er zijn verschillende manieren waarop huizen en gebouwen kunnen worden verwarmd zonder aardgas te gebruiken. Bijvoorbeeld met behulp van een warmtepomp, een warmtenet of hernieuwbaar gas. Warmtenetten noemen we een collectieve oplossing. In dat geval kan een hele straat, buurt of wijk gebruik maken van dezelfde oplossing. Andere oplossingen zijn individueel, deze bevinden zich in de woningen en gebouwen zelf. Denk bijvoorbeeld aan een warmtepomp. Individuele oplossingen maken wel gebruik van algemene infrastructuur. Warmtepompen benutten het elektriciteitsnet en noemen wij daarom ook wel all electric, of volledig elektrisch. Groen gas of waterstof stroomt door het gasnet. We noemen dit hernieuwbare gassen, omdat deze op duurzame wijze steeds opnieuw gemaakt kunnen worden. Tot slot is een combinatie mogelijk van gas en elektriciteit. Dit noemen wij een hybride oplosing. Meestal bestaat dit uit een combinatie van een elektrische warmtepomp en een CV-ketel op gas. Zo’n combinatie vergt zowel een gasnet, als een elektriciteitsnet.
Capaciteit van het elektriciteitsnetwerk All electric, hybride en warmtenetten met lage temperatuur warmtebronnen, maken allemaal gebruik van warmtepompen om warmte op een bruikbare temperatuur te leveren. Dit kost elektriciteit, waarvoor extra zonen windenergie nodig is. Binnen de Lokale Energiestrategie maken wij dit inzichtelijk. Ook moet het elektriciteitsnetwerk deze extra vraag aankunnen. Dit kan betekenen dat het netwerk hiervoor verzwaard moet worden. Het kost tijd, ruimte in de boven- en ondergrond en (maatschappelijk) geld om deze aanpassingen door te voeren. Dit is een belangrijk aandachtspunt bij de ontwikkeling van de warmteoplossingen. Op veel plaatsen in Hillegom is er niet voldoende beschikbare capaciteit in het elektriciteitsnet om alle nieuwe warmte oplossingen aan te kunnen sluiten. Als grote delen van de bebouwde kom zouden overstappen op een warmtenet met lage temperatuur warmtebronnen of individuele warmtepompen, dan moet het net verzwaard worden. Daarbovenop moet ook nog rekening gehouden worden met de aanvullende capaciteitsvraag door de toename van zonnepanelen en elektrische auto’s. Bij inzet op duurzame warmteoplossingen die elektriciteit vragen is daarom nauwe afstemming met netbeheerder Liander nodig. Liander heeft dan ook meegedacht bij de totstandkoming van deze Transitievisie warmte.
Bij het verder uitwerken van de visie tot concrete plannen zal de gemeente nauw samenwerken met Liander om de ontwikkelingen goed af te stemmen. Hierna beschrijven wij de verschillende duurzame oplossingen en warmtebronnen. Wilt u hier meer over weten, dan verwijzen wij u naar het Expertise Centrum Warmte.
Bijlage: Verdieping en achtergrond
TVW Hillegom |
55
Warmtenet (collectief) Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond waar warm water doorheen stroomt. Het warme water komt uiteindelijk bij de eindgebruiker (zoals een woning). Hier wordt de warmte via een afleverset overgedragen aan het gebouw. Zo kan de warmte gebruikt worden om de woning te verwarmen en eventueel ook voor het warme tapwater. Een warmtenet wordt ook wel stadsverwarming genoemd. Er zijn verschillende warmtebronnen die voor warm water kunnen zorgen. De bron(nen) van het warmtenet bepaalt hoe duurzaam de oplossing is. Een warmtenet kan namelijk ook op aardgas of een andere fossiele brandstof gestookt worden. In dat geval wordt er geen of maar weinig CO2 bespaard ten opzichte van een HR-ketel op aardgas. Duurzame warmtebronnen zijn bijvoorbeeld restwarmte, geothermie (aardwarmte) of aquathermie (warmte uit oppervlaktewater, afvalwater of leidingwater). Deze bronnen hebben geen of een lage uitstoot van CO2. Bij warmtenetten is het een uitdaging om het aanbod van de warmte aan te laten sluiten op de vraag. In de zomer is er weinig vraag naar warmte, terwijl deze tijdens het stookseizoen juist erg hoog is. Voor een betaalbaar en efficiënt warmtenet is er dan ook een piekvoorziening nodig. Vaak is dit nu nog op aardgas. Om het systeem duurzamer en rendabeler te maken, wordt meestal een vorm van seizoenbuffering toegepast.
Vaak wordt de warmte in de ondergrond opgeslagen, met behulp van een WKO en HTO/MTO 1 .
1
56
Hoge en Midden Temperatuur Opslag
| TVW Hillegom
Bijlage: Verdieping en achtergrond
Geothermie (in combinatie met een warmtenet) Geothermie, ook vaak ‘aardwarmte’ genoemd, is warmte die gewonnen wordt uit de ondergrond. Bij warmtewinning van het maaiveld tot 500 meter diepte spreken we over bodemenergie. Geothermie is de benutting van warmte uit de ondergrond vanaf 500 meter en dieper. Om het warme water te kunnen winnen, moeten er twee putten worden geboord: een productieput en een injectieput. Het boren van een put is kostbaar (een enkele boring kost al gauw 2 tot 5 miljoen euro). Minder diep boren kan in sommige gevallen (ondiepe geothermie), maar levert ook minder warmte. Gezien de hoge kosten is er ook een aanzienlijke warmteafzet nodig om de investering terug te verdienen. Het gaat om duizenden woningen die aangesloten moeten worden. Dit maakt dat je moeilijk stapsgewijs een warmtenet kan laten groeien. Het is vaak een grote, kostbare operatie. Door ook enkele grootverbruikers zoals glastuinbouw en bedrijven aan te sluiten wordt het project organisatorisch haalbaarder. Naast de schaal van deze projecten speelt ook de geschiktheid van de ondergrond een belangrijke rol. Door middel van metingen (seismiek) aan het aardoppervlakte krijgen we een beeld van de ondergrond. De kenmerken en mogelijkheden van de put worden pas echt bekend na een proefboring.
Op dit moment heeft een geothermieproject alleen kans van slagen als er ook een aanzienlijke zekerheid is over de warmteopbrengst (bodem) en de warmte-afname. Als een van deze twee onzeker lijkt, dan zijn de risico’s en benodigde risicopremies voor geothermie te hoog. De potentie van geothermie lijkt groot voor de Duin- en Bollenstreek. Dit blijkt onder meer uit gegevens die bekend zijn door de aanleg van de NAM-locatie genaamd Noordwijk-2 (aan de Leeweg in Noordwijk). Dit blijkt ook uit de conclusies uit het rapport ‘Potentieel Geothermie van de Gemeentes Katwijk en Noordwijk’ d.d. 26 juli 2019, uitgevoerd door IF Technology in opdracht van genoemde gemeenten. Bovendien hebben meerdere commerciële partijen bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat opsporingsvergunningen aangevraagd, om de haalbaarheid van ontwikkeling van geothermie in de regio Holland Rijnland te onderzoeken. Die aanvragen ondersteunen de verwachting van winbare geothermie in de Duin- en Bollenstreek. Komende jaren moet duidelijk worden of er geothermie gewonnen kan worden en zo ja, of die warmte op een verantwoorde wijze en tegen een betaalbare prijs benut kan worden in Hillegom.
Bijlage: Verdieping en achtergrond
TVW Hillegom |
57
Restwarmte (in combinatie met een warmtenet) Restwarmte komt vrij bij productieprocessen. Denk bijvoorbeeld aan chemische industrie, verwerking van voedingsmiddelen en zelfs bij koelprocessen. De warmte die overblijft en door het bedrijf niet meer benut wordt kan uitgekoppeld worden en via een warmtenet getransporteerd naar de gebouwen. Omdat deze warmte anders verloren gaat, is gebruik hiervan duurzaam. De bekende restwarmtebronnen in Hillegom zijn vergeleken met de inventarisatie vanuit de Regionale Energiestrategie 1.0, lokale data en onderzoeken. Op basis hiervan zijn nog enkele bedrijven benaderd voor aanvullende informatie. Hieruit blijkt dat restwarmte in Hillegom maar (zeer) beperkt beschikbaar is. Daarom denken wij dat de inzet van restwarmte niet kansrijk is of maar een klein deel van de oplossing.
58
| TVW Hillegom
Bijlage: Verdieping en achtergrond
Zonthermie (in combinatie met een warmtenet) Zonthermie is het winnen van zonnewarmte. Via zonnecollectoren op daken of zelfs zonneweides kan extra duurzame warmte opgewekt worden voor het netwerk. Zonnecollectoren nemen wel ruimte in op het dak. Deze ruimte kan dan niet meer gebruikt worden voor zonPV (elektriciteitsopwekking). Hierin dient dus een afweging gemaakt te worden. Omdat deze warmte vooral in de zomer beschikbaar komt, combineert dit goed met een Warmte-Koude-Opslag. Zo kan de energie opgeslagen worden en in de winter worden gebruikt. Op dit moment zien wij zonthermie vooral als mogelijke aanvulling op andere warmtebronnen.
Aquathermie (in combinatie met een warmtenet) Oppervlaktewater en afvalwater zijn twee warmtebronnen die steeds vaker worden gebruikt voor warmtenetten. Deze bronnen, en dan met name het oppervlaktewater (rivieren, meren) zijn in Nederland altijd en veelvuldig aanwezig waardoor de continuïteit voor de lange termijn is gegarandeerd. Ook drinkwater wordt als mogelijke warmtebron gezien. Aquathermie levert, vanwege de relatief lage watertemperatuur, een te lage temperatuur voor de directe verwarming van gebouwen. Er is daarom een warmtepomp nodig om de warmte naar een bruikbare temperatuur te brengen. Dit kan ook betekenen dat het elektriciteitsnetwerk verzwaard moet worden. Warmte uit oppervlaktewater Een aquathermie-systeem dat gebruikt maakt van warmte uit oppervlaktewater, wordt ook wel TEO genoemd: Thermische Energie uit Oppervlaktewater. In dit systeem wordt warmte onttrokken uit water in meren, vaarten of plassen. In Hillegom zou dit bijvoorbeeld kunnen worden toegepast op de Ringvaart. De warmte zou rechtstreeks onttrokken kunnen worden uit de vaart, of via een van de gemalen die langs de vaart staan. In de praktijk zijn er vaak regels/randvoorwaarden voor het onttrekken van warmte uit de wateren, waardoor de bron (met name in de koudere periode) niet optimaal benut kan worden. Dit maakt dat TEO vaak gecombineerd wordt met Warmte-Koude Opslag (WKO).
Bijlage: Verdieping en achtergrond
TVW Hillegom |
59
Warmte uit afvalwater Een aquathermie-systeem dat gebruikt maakt van warmte uit afvalwater wordt ook wel TEA genoemd: Thermische Energie uit Afvalwater. In dit systeem wordt warmte onttrokken uit rioleringsbuizen of uit afvalwater bij een waterzuiveringsinstallatie. In veel gevallen is de temperatuur van de bron (effluent water) hoger dan bij oppervlaktewater. Ook zijn er minder temperatuurschommelingen dan bij oppervlaktewater. In Hillegom zijn geen grote TEA-bronnen beschikbaar.
60
| TVW Hillegom
Bijlage: Verdieping en achtergrond
Warmte uit drinkwater Eén van de vormen van aquathermie is TED; Thermische Energie uit Drinkwater. Warmtewinning uit drinkwater kan een interessante optie zijn, vanwege de constante beschikbaarheid van de warmte. Het uitwisselen van warmte met drinkwater is iets eenvoudiger dan bij vuil rioolwater. Omdat het leidingwater een lage temperatuur heeft, wordt het gecombineerd met een warmtepomp. Dunea Warmte & Koude heeft aangegeven geen grote kansen te zien in Hillegom voor de winning van warmte uit drinkwaterleidingen.
Bijlage: Verdieping en achtergrond
TVW Hillegom |
61
Warmte koude Opslag (WKO, in combinatie met een warmtenet) Een Warmte Koude Opslag (WKO) is geen echte warmtebron, maar een buffer in de bodem om warmte en koude over het jaar in op te slaan. Warmte die in de zomer beschikbaar is, kan in de bodem opgeslagen worden. Denk bijvoorbeeld aan de opgewarmde Ringvaart (aquathermie) of zonnewarmte (zonthermie). Warm water (15 – 25˚C) wordt via een put in een doorlatende zandsteenlaag gepompt, op enkele tientallen tot honderden meters diepte. In de winter, wanneer deze warmte nodig is, wordt deze weer opgepompt. Meestal wordt een warmtepomp gebruikt om de temperatuur van het water daarna nog verder te verhogen, zodat het gebruikt kan worden om gebouwen te verwarmen. Hetzelfde proces gebeurt andersom in de winter. Koud water (7 – 12˚C) wordt in de winter in de bodem opgeslagen en in de zomer gebruikt wanneer er een koelvraag is. Het koude water wordt dan weer opgepompt en gebruikt om gebouwen te koelen. Vooral in combinatie met lage temperatuur warmtebronnen zoals aquathermie en zonthermie is een WKO vaak een belangrijke component in het warmtesysteem. Voor de toepassing van deze vorm van energieopslag in de bodem is in het algemeen een vergunning Grondwaterwet vereist. Daarin wordt o.a. vastgelegd dat er (voldoende) energiebalans in de bodem moet zijn. De bodem in Hillegom is zeer geschikt voor de toepassing van WKO-systemen.
Dit maakt het een interessante en aantrekkelijk onderdeel voor duurzame energiesystemen in Hillegom.
62
| TVW Hillegom
Bijlage: Verdieping en achtergrond
Warmtepompen (individueel) Een individuele warmtepomp kan worden gezien als een elektrisch en energiezuinig alternatief voor de traditionele CV-ketel. De oplossing wordt ook wel all electric genoemd, omdat er alleen gebruik wordt gemaakt van elektriciteit. Een warmtepomp onttrekt warmte uit de bodem (bodemwarmtepomp) of de buitenlucht (luchtwarmtepomp) en verwarmt dit verder. Met 1 deel elektriciteit maakt een warmtepomp 2 tot 6 delen warmte. De warmtepomp is dus een zeer efficiënte techniek. Warmtepompen kunnen in de zomer ook gebruikt worden om te koelen. Dit kost wel elektriciteit. Voor een luchtwarmtepomp is een buitenunit nodig. Dit is een ventilatorkast aan de buitenkant van de woning, net als bij een traditionele airco. Dit heeft invloed op de uitstraling van de woning. De ventilator maakt ook geluid, wat soms als hinderlijk ervaren kan worden. Wanneer een hele straat over zou stappen op luchtwarmtepompen telt dit effect bij elkaar op en zou het een belangrijk aandachtspunt kunnen worden. De plek van een buitenunit moet daarom zorgvuldig uitgezocht worden, zie ook de website van milieucentraal. Ook kunnen er maatregelen genomen worden om de geluidsproductie te verminderen, zoals het plaatsen van een isolerende omkasting over/ rondom de ventilator.
Een bodemwarmtepomp is een warmtepompsysteem dat de bodem als warmtebron gebruikt. De warmtepomp maakt gebruik van een zogenaamde ‘bodemwarmtewisselaar’ om warmte aan de bodem te onttrekken. Dit worden ook wel bodemlussen genoemd. Het is een efficiënte manier van verwarmen. En in de zomer kan met een bodemwarmtepomp ook efficiënt gekoeld worden, omdat de bodem een lage temperatuur heeft. Voor een bodemwarmtepomp is wel een hogere investering nodig vooraf ten opzichte van een luchtwarmtepomp. De ondergrond moet ter plaatse van het gebouw wel geschikt zijn. Dit is in Hillegom het geval. Soms is het niet toegestaan om bodemwarmtepompen te plaatsen, bijvoorbeeld in grondwaterbeschermingsgebieden. In Hillegom zijn geen gebieden helemaal uitgesloten voor deze techniek, maar in de hele bebouwde kom worden wel randvoorwaarden gesteld door de provincie (zie de Warmteatlas van RVO).
Bijlage: Verdieping en achtergrond
TVW Hillegom |
63
Een warmtepomp levert warmte op 30 - 50 °C, dat is aanzienlijk lager dan de circa 80 °C van een CV-ketel. Daarom is het nodig om een gebouw te isoleren tot minimaal schillabel B. Verder is een lagetemperatuur-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming en/of lage temperatuur radiatoren/convectoren. De duurzaamheid van de warmtepomp is afhankelijk van de bron van de elektriciteit die gebruikt wordt. Voor een duurzame oplossing is duurzame elektriciteit nodig. Lokale opwek (bijvoorbeeld zonnepanelen) draagt bij aan een duurzaam systeem. Een bodemwarmtepomp kan een huis ook efficiënt koelen, met een zeer laag energiegebruik. Hierdoor is een traditionele airconditioner, die doorgaans erg veel energie verbruikt, onnodig. Luchtwaterwarmtepompen kunnen ook koelen, maar verbruiken hiervoor meer energie dan een bodemwarmtepomp. Warmtepompen kunnen worden ingezet voor een ‘all-electric oplossing’, maar ook voor een hybride systeem, waarbij deels nog (hernieuwbaar) gas wordt gebruikt. Bij ‘all-electric’ wordt per gebouw een elektrische warmtepomp ingezet voor verwarming en warm tapwater. De gebouwen hebben bij deze strategie geen gasaansluiting meer nodig. Als een hele buurt overstapt op elektrische oplossingen kan het nodig zijn om het elektriciteitsnetwerk te verzwaren. Een hybride warmtepomp is een warmtepomp die op elektriciteit werkt in combinatie met een CV-ketel op gas.
De elektrische warmtepomp levert de basislast van de warmtevraag. Als de warmtepomp niet voldoende warmte kan leveren, bijvoorbeeld in de winter of bij warm tapwater verbruik, springt de CV-ketel bij. Om dit systeem efficiënt te kunnen toepassen, moeten gebouwen tot minimaal schillabel D worden geïsoleerd, maar bij voorkeur natuurlijk nog beter. Dit zorgt voor minder verbruik. In het begin kan van aardgas gebruik gemaakt blijven worden. Vanwege de inzet van de efficiënte warmtepomp en de isolatiemaatregelen is al veel minder aardgas nodig en daalt de CO2-uitstoot van het gebouw flink. Als op termijn hernieuwbare gassen, zoals groen gas of waterstof, beschikbaar komen, kan hierop overgestapt worden. De oplossing wordt dan helemaal zonder uitstoot van CO2. Het is voor Hillegom nog niet bekend of en waar hernieuwbare gassen beschikbaar komen. We kunnen daarom nog niet zeggen of hybride oplossingen ook na 2050 tot de mogelijkheden blijven behoren. Overstappen op een hybride oplossing kan echter ook een tussenstap zijn naar een volledige all electric warmtepomp. Inzet van hybride warmtepompen is daarom bijna altijd een goede (tussen)stap voor gebouwen die geen gebruik kunnen maken van warmtenetten. Dit geldt zeker voor oudere gebouwen die moeilijk in een keer naar all electric kunnen gaan.
Meer informatie over elektrische- en hybride warmtepompen vindt u ook op de website van het Expertise Centrum Warmte.
64
| TVW Hillegom
Bijlage: Verdieping en achtergrond
Hernieuwbare gassen Waterstof is een techniek die nog volop in ontwikkeling is. Waterstof is eigenlijk geen energiebron, maar een energiedrager. Om duurzame waterstof te produceren is dus (ergens anders opgewekte) wind- of zonne-energie nodig. Bij de productie van waterstof gaat relatief veel energie verloren. Een efficiënte warmtepomp levert in vergelijking veel meer warmte op voor dezelfde hoeveelheid elektriciteit. Aangezien waterstof voorlopig ook maar beperkt beschikbaar is, wordt waterstof vooral ingezet voor de industrie en voor transport. Voor die sectoren bestaat namelijk geen andere oplossing. Daarom lijkt het niet waarschijnlijk dat waterstof veel gebruikt gaat worden voor het verwarmen van huizen. Voor meer informatie, zie de website van het Expertise Centrum Warmte. Biogas is gas dat vrijkomt bij vergisting van organisch materiaal, zoals mest en groenafval. Groen gas is biogas dat is opgewaardeerd naar aardgaskwaliteit. Voor gebruik in woningen is groen gas eenvoudiger te gebruiken dan biogas, omdat het dezelfde eigenschappen als aardgas heeft. Hierdoor hoeven de installaties en apparatuur in woningen en gebouwen niet te worden aangepast. Bij biogas zou dat wel moeten gebeuren. Groen gas kan overal worden toegepast waar op dit moment ook aardgas gebruikt wordt. Maar op dit moment is de beschikbaarheid van groen gas erg klein.
Er zal nu en in de toekomst niet genoeg groen gas beschikbaar zijn om alle buurten in Nederland mee te verwarmen. Er moet dus gekozen worden waar groen gas het beste ingezet kan worden. Het doel is daarom om groen gas alleen in te zetten in buurten waar de andere aardgasvrije strategieën veel duurder of technisch niet haalbaar zijn. Denk bijvoorbeeld aan vooroorlogse delen van Sassenheim, indien daar geen warmtenet beschikbaar zou komen. De gemeente Hillegom wil biomassa alleen toepassen als het minimaal CO2-neutraal is, bijvoorbeeld als aanvullende energiebron door het gebruik van compostwarmte van de Meerlanden. Daarnaast willen wij het groen gas zo efficiënt mogelijk inzetten. Daarom heeft het onze voorkeur om het altijd te combineren met hybride warmtepompen en isolatiemaatregelen. Netbeheerder Liander heeft aangegeven dat hun gasnet gebruikt kan worden voor levering van groengas. Als er groengas beschikbaar komt, zouden dus delen van het gasnet gebruikt kunnen worden als duurzame warmteinfrastructuur. In de toekomst zal blijken hoe ver de ontwikkeling gaat. Het is dan wenselijk om de resterende (groen-)gasverbruikers te clusteren. Het zou namelijk erg inefficiënt en duur zijn om bijv. in de lintbebouwing gasverbruikers aan het begin en aan het eind te hebben, terwijl het middelste gedeelte niet meer aangesloten is op het gasnet.
Dat betekent dat een groot gasnet in gebruik blijft voor maar een klein aantal gebruikers. Dit zal leiden tot hoge (maatschappelijke) kosten voor onderhoud. Het liefst wordt hier in de ontwikkeling naar een duurzaam warmtesysteem nadrukkelijk rekening mee gehouden. Voor ieder gebied zal er dus bij voorkeur gezamenlijk worden gekozen voor het wel of niet aangesloten blijven op de gasinfrastructuur na 2050.
Bijlage: Verdieping en achtergrond
TVW Hillegom |
65
De besparing bij het isoleren van alle woningen Een woning of gebouw is niet van het ene op het andere moment aardgasvrij. De eerste stap richting aardgasvrij bestaat uit het besparen van energie, onder andere door betere isolatie. Dit vraagt vaak serieuze aanpassingen aan het pand. Ter onderbouwing van de Transitievisie warmte is onderzocht hoeveel van de warmtevraag bij woningen bespaard kan worden als alle woningen goed geïsoleerd worden. We maken daarin onderscheid in ‘geen spijt’ maatregelen en aanvullende maatregelen. De geen spijt maatregelen zijn altijd goed, onafhankelijk van de warmteoplossing. Voor de analyse is uitgegaan van spouwmuur-, vloer- en dakisolatie, HR++ glas en kierdichting. Op basis van het bouwjaar, woningtypologie en het energielabel is een inschatting gemaakt van de huidige warmtevraag en het isolatieniveau van iedere woning in de gemeente. Daarna is een inschatting gemaakt hoeveel energie bespaard kan worden als de resterende isolatiemaatregelen toegepast worden. Omdat niet iedereen een nieuw energielabel aanvraagt, nadat er extra isolatiemaatregelen zijn getroffen, geeft de berekening wel een overschatting van het maximale besparingspotentieel (sommige maatregelen zijn immers al getroffen).
De analyse is alleen uitgevoerd voor woningen, omdat hiervan veel energielabels bekend zijn en het besparingspotentieel beter is in te schatten op basis van kengetallen. In onderstaande tabel is op wijkniveau te zien hoeveel energiebesparing er behaald kan worden wanneer alle ‘geen spijt’ maatregelen toegepast worden bij de woningen.
66
| TVW Hillegom
Bijlage: Verdieping en achtergrond
Buurtnaam
Berekende warmtevraag woningen ruimteverwarming (GJ/jaar)
Berekende warmtevraag woningen tapwater (GJ/jaar)
Maximale Percentage warmtebesparing (GJ/jaar) besparing
Brouwerlaankwartier
20135
5242
4435
17%
Buitengebied
22342
4198
6165
23%
Centrum
21673
5614
4910
18%
70
10
24
30%
Hemen
16925
4879
4940
23%
Hillegommerbeek
2675
514
732
23%
Horst ten Daal
2021
338
476
20%
Kastelenbuurt
12236
3671
2122
13%
Leidsestraat
13027
2962
3373
21%
Olympiakwartier
12556
4128
2266
14%
Om de Zanderij
25552
5841
5614
18%
Oranjebuurt
24849
6109
6418
21%
Patrimonium
3340
972
410
10%
Ringoevers
5562
1886
427
6%
Schilderskwartier
16994
4207
5473
26%
Staatsliedenbuurt
15887
3907
4302
22%
Treslong
11124
2765
2592
19%
Vosselaankwartier
9626
2800
1880
15%
Vossepolder
5152
1607
68
1%
Weerestein
17973
4453
4044
18%
Wendes
17243
4695
5087
23%
Totaal
276962
70799
65759
18,9%
De Zanderij
Achtergrondinformatie platform SETuP Royal HaskoningDHV heeft het platform SETuP ontwikkeld met als doel betrokkenen een helder en onderbouwd beeld te geven van de mogelijkheden, kansen en uitdagingen in de gemeente; een vertrekpunt voor dialoog met betrokkenen en het maken van keuzes. Zo kan een gemeente tot een breed gedragen Transitievisie Warmte komen. SETuP staat voor Smart Energy Transition Platform. In het platform bundelen wij de veelheid aan beschikbare data en analyseren wij deze op systematische wijze. Het gaat dan om de warmtevraag, geplande werkzaamheden, initiatieven in de wijk en de uitkomsten van warmtemodellen (zoals de Startanalyse door het Vesta MAIS model van PBL). Het platform gebruikt daarnaast een aantal publieke databronnen. Dit zijn: • • • •
Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), voor gegevens over gebouwen (bouwjaar, gebruiksdoeleinde); Database voor energielabels; Verschillende gegevens van Centraal Bureau Statistiek; De uitkomsten van de Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving en andere beschikbare energiemodellen (CEGOIA en de Warmtetransitie atlas).
Gedurende het project hebben we het platform aangevuld met lokale data. We hebben gegevens verzameld over onder andere lokale warmtebronnen, het gasnetwerk, het elektriciteitsnetwerk, plannen voor duurzame warmtesystemen, bewonersinitiatieven, renovatieplannen van woningcorporatie Stek, sloop- en nieuwbouwplannen, werkzaamheden voor klimaatadaptatie en aan de infrastructuur (wegen, riolering, waternet, watersysteem). Daarnaast zijn zeven controles uitgevoerd op de modeluitkomsten. Hiermee controleren wij de modeluitkomsten. Er is gekeken naar:
Bijlage: Verdieping en achtergrond
TVW Hillegom |
67
• Beschikbaarheid: Is het waarschijnlijk dat de oplossing met de laagste maatschappelijke kosten ook daadwerkelijk beschikbaar komt in deze buurt? Strategieën die gebruik maken van b.v. groen gas, restwarmte of geothermie scoren lager op dit aspect, omdat het niet zeker is dat deze duurzame energiebronnen ook daadwerkelijk lokaal ingezet kunnen worden. • Warmtevraag: In hoeverre komt de gemodelleerde warmtevraag van een buurt overeen met het werkelijke warmteverbruik in de afgelopen jaren? Bij een grote afwijking is het vertrouwen in de modeluitkomsten lager. • Isolatie: Zijn de woningen geschikt voor oplossingen die warmte leveren op lage temperatuur (all electric, lage temperatuur-warmtenet)? Hiervoor is gekeken naar de bouwjaren. Als er veel oude woningen in de buurt staan, is het uitdagender deze strategie te realiseren, en is de robuustheid lager. Bij veel recente woningen geldt het omgekeerde. • Warmtevraagdichtheid: Sluit de warmtevraag aan bij de strategie? Als de warmtevraagdichtheid hoog is (>1.000 GJ/ha), zijn warmtenetten kansrijker. Als de warmtevraagdichtheid laag is (<1.000 GJ/ha) zijn individuele oplossingen kansrijker. Wanneer de voorkeursstrategie overeenkomt met de warmtevraagdichtheid, is de robuustheid hoger. • Elektriciteitsnet: Kan het elektriciteitsnet de nodige extra elektriciteitsvraag aan? Sommige oplossingen vragen veel extra elektriciteit.
Als de oplossing relatief weinig verzwaring van het lokale elektriciteitsnetwerk vergt, is de robuustheid hoger. • Modellen vergelijking: Het CEGOIA model is ook gebruikt om de best passende warmteoptie te berekenen. Deze modeluitkomsten zijn met elkaar vergeleken. Bij vergelijkbare modeluitkomsten kennen wij een hogere robuustheid toe. • Sloop en nieuwbouw: De modeluitkomsten zijn gebaseerd op de huidige bebouwing. Als er significante sloop- of nieuwbouwplannen in de buurt zijn, kan dit invloed hebben op de best passende strategie. In dat geval is de robuustheid van de uitkomsten lager. Deze controles geven een indicatie of er aandachtspunten zijn bij de modeluitkomsten. Dit is gebruikt bij het interpreteren van de resultaten. Alles resultaten zijn gebundeld, en op overzichtelijke manier weergegeven in interactieve dashboards, zowel op gebouw-, buurt- als gemeenteniveau. Deze dashboards hielpen bij het vaststellen van warmteoplossingen die het meest geschikt zijn en de kansen te identificeren waar gestart kan worden met de transitie richting aardgasvrij. De uitkomsten van de met SETuP uitgevoerde analyse dienden als startpunt voor een dialoog met alle betrokken partijen, van netbeheerder tot de inwoners. Door de veelheid aan informatie overzichtelijk weer te geven heeft het de betrokken partijen geholpen om gezamenlijk tot inzichten te komen.