1. De Lokale Energiestrategie 1.0.pdf
Tekst van het document
65
een iets kleinere windturbine van 200 meter is de wieklengte gelijk. Voor afstand tot woningen of infrastructuurlijnen is de aan te houden afstand iets korter. Waar dit uitmaakt, zal dat toegelicht worden.
moet een bepaalde afstand aangehouden worden tussen windturbines en zogenaamde kwetsbare (zoals woningen en grote kantoren) en beperkt kwetsbare objecten (zoals kleine kantoren en loodsen). In
de
geactualiseerde
Handreiking
Risicozonering
Windturbines
(HRW2020) zijn vuistregels opgenomen voor de minimaal aan te houden afstanden. De handreiking geeft drie risico’s aan: ▪
Breuk en het wegslingeren van een (deel van een) windturbineblad;
▪
Het omvallen van een windturbine door mastbreuk;
▪
Het naar beneden vallen van de gondel en/of de rotor.
De kans dat één van deze gevallen voorkomt is uitermate klein. Toch moet er rekening gehouden worden met de kans dat er iemand slachtoffer wordt van zo’n geval. De gevolgen van zo’n gebeurtenis dienen zo klein mogelijk te zijn. Daarom zijn in de handreiking aan te houden afstanden tot bepaalde gebouwen of objecten vastgesteld. Deze afstanden worden bepaald aan de hand van de werpafstand of de tiphoogte van turbines. Over het algemeen is de werpafstand niet langer dan de tiphoogte. Figuur 26: Belangrijke afmetingen van een windturbine
De veiligheidsafstanden zijn relevant voor woningen, gebouwen en infrastructuur (leidingen, hoogspanningsmasten, waterkeringen, wegen en spoorwegen). Voor elk type gelden andere regels.
Veiligheid
Ruimtelijke belemmering
In 2010 is de AMvB23 Windturbines in werking getreden waarin normen
Een van de belangrijkste ruimtelijke belemmeringen is de afstand tussen
voor veiligheid en windturbines staan aangegeven. Uit veiligheidsoogpunt
een windturbine en bebouwing. Dit wordt bepaald op basis van de grootte
23
66
AMvB: Algemene Maatregel van Bestuur
van de windturbine. Hoe hoger een turbine is, hoe groter het bereik van zijn
regels en de gebieden die horen bij het Natuurnetwerk Nederland zijn aan-
geluid, zicht, slagschaduw en risico is.
gewezen door de provincie.
Wet geluidhinder
In beschermde natuurgebieden mogen geen windturbines geplaatst wor-
Conform de Wet geluidhinder mag geluid van windturbines de geluidsnorm
den. Ten eerste mogen er geen bouwwerken in deze gebieden geplaatst
van 47 dB(A) Lden niet overschrijden bij omliggende geluidgevoelige be-
worden. Ten tweede mogen de bestaande natuurwaarden niet aangetast
stemmingen. Dit betekent dat geluidsgevoelige bestemmingen (zoals wo-
worden.
ningen, scholen en ziekenhuizen) een jaarlijkse gemiddelde geluidsbelasting als gevolg van de windturbine(s) mogen ondervinden van maximaal 47 dB, waarbij avond en nacht zwaarder meetellen. Meestal komt dit neer op een minimale afstand van 300 tot 500 meter tussen windturbines en woningen. Dit hangt af van het type windturbine, de afmetingen en de oriëntatie op de heersende windrichting. Slagschaduw Conform het Activiteitenbesluit24 mag bij woningen van derden niet meer dan 20 minuten per dag en niet meer dan 17 dagen per jaar slagschaduw optreden. Doorgaans wordt dit vertaald naar maximaal zes uur per jaar. Als deze norm overschreden kan worden zal een stilstandsvoorziening moeten worden getroffen. Als de norm van zes uur overschreden dreigt te worden, wordt de turbine dan automatisch stilgezet.
Analysekaarten NP RES Voor het Nationaal Programma RES zijn kansenkaarten gemaakt om inzicht te verschaffen in de mogelijkheden voor het plaatsen van windturbines op land. Hierbij zijn alle wettelijke belemmeringen in beeld gebracht. Natuur is hier niet in meegenomen, maar deze zien wij wel als belemmering. Plaatsing windturbines Om het landschappelijke beeld aantrekkelijk te houden moet er nagedacht worden over hoe windturbines geplaatst worden. Gebeurt dit in groepjes, in een rechte lijn, langs infrastructuur of verspreid over het landschap? Waar rekening mee gehouden kan worden is dat het landschap niet te rommelig wordt. Vanuit een technisch oogpunt moeten de turbines een paar honderd meter
Natuurbescherming In Nederland zijn twee soorten natuurgebieden: Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000-gebieden zijn beschermd onder Europese
24
Activiteitenbesluit: In het Activiteitenbesluit staan milieuregels van het Rijk. Deze regels gelden ook voor windturbines. Door een recente uitspraak van de Raad van State zijn de geluidsnormen voor windturbines niet meer geldig, gemeenten moeten een eigen afweging
67
(afhankelijk van de rotordiameter, bij voorkeur 5 maal de rotordiameter) uit elkaar geplaatst worden in verband met interferentie tussen de windturbi-
maken over het milieubeschermingsniveau. Voor deze studie zijn we nog uitgegaan van de normen uit het activiteitenbesluit.
nes. Als de turbines te dicht bij elkaar worden geplaats dan daalt de efficientie van de turbines door verstoring van de windstromen. Ook treedt versterking van het windturbinegeluid op.
Mogelijkheden zonnevelden Voor zonnevelden gelden veel minder ruimtelijke beperkingen. Dat maakt deze optie flexibeler dan windturbines. Zonnepanelen zijn al een hele tijd erg rendabel, met en zonder subsidie (afhankelijk van de schaal). Ze kunnen op bijna elke schaal winstgevend worden toegepast. Wel is het vaak zo dat hoe groter een project, hoe beter het rendement en dus hoe aantrekkelijker het is voor ontwikkelaars. Ook de fundatie heeft invloed op de kosten: plaatsing in het zandige bollengebied is goedkoper dan boven het veenachtige weidegebied. Een relatief nieuwe ontwikkeling zijn drijvende zonnevelden. In uitvoering zijn deze duurder, maar de SDE++ subsidieregeling voorziet hierin.
68
Afwegingskader grootschalig wind en zon
Afwegingsaspect
Wind
ZonPV
Opmerking
44 €/ton CO2 subsidie
75 €/ton CO2 subsidie
Betreft SDE++ subsidie 2019,
2,8 Euro cent/kWh subsidie
4,5 Euro cent/kWh subsidie
1 TWh zonPV kost 250 miljoen meer dan 1 TWh wind
6,7 Euro cent/kWh kosten
9,8 Euro cent/kWh kosten
Ruimtegebruik 1 TWh
In de hoogte tot circa 230 m. Vraagt direct 20 ha, indirect 2.000 ha
Horizontaal tot meer dan 10 ha. Vraagt minimaal 1.000 ha
10 ha zonPV = 1 WT 3,4 MW. Bij wind blijft land grotendeels bruikbaar
Leveringszekerheid
Hoog, ook in nacht en winter. Circa 3.000 vollasturen
Laag, op de dag, nauwelijks in winter. Circa 950 vollasturen
Bij zonPV nauwelijks duurzame elektriciteit in winter, extra back up nodig
Hoog. 1 TWh vraagt om 1.050 MW netcapaciteit Schittering, flora en fauna impact
Netimpact bij zonPV is 3 keer zo hoog in vergelijking tot wind
Milieu
Beperkt. 1 TWh vraagt om 330 MW netcapaciteit Geluid, slagschaduw, fauna impact
CO2 voetafdruk
7 gram per kWh
50 gram per kWh
Energieterugverdientijd
8 maanden
24 maanden
Investeringskosten 1 TWh
383 miljoen Euro
736 miljoen Euro
Kosten
Netimpact 1 TWh
69
Betreft gehele keten, incl. fabricage. Centrales 649 gr CO2/kWh Het maken van zonPV panelen kosten meer energie dan wind Exclusief netinpassing
Bijlage: Netimpactanalyse In de netimpactanalyse (bijlage 6.1 van de RES 1.0 van Holland Rijnland)
Het meenemen van deze aspecten biedt gelegenheid aan de RES Holland
worden een aantal mogelijkheden genoemd om eventuele knelpunten in
Rijnland om:
het net te voorkomen en te zorgen voor een gebalanceerd en systeemefficiënt gebruik van het elektriciteitsnetwerk. Dit is essentieel voor een haalbare energietransitie. Systeem efficiëntie Liander benoemt in hun netimpactanalyse een aantal aanbevelingen voor het verbeteren/waarborgen van de systeemefficiëntie:
•
Maatschappelijke kosten te besparen;
•
Ruimte te besparen;
•
De haalbaarheid in tijd van de RES-ambitie te vergroten, en
•
Slimme keuzes te maken voor de periode na 2030.
Voor verdere uitwerking en toelichting van de punten uit de figuur hiernaast en de netimpact analyse in z’n geheel, kan bijlage 6.1 van de RES 1.0 van Holland Rijnland bekeken worden. De conclusie uit deze analyse is: Groei van energieaanbod is mogelijk in de gemeente Hillegom, maar er moet wel rekening gehouden worden met lokale knelpunten in het elektriciteitsnet (check bij Liander). Dit komt omdat er nog relatief weinig productie is in onze gemeente, waardoor de netbelasting nu nog lager is dan aan vraagzijde. De aanbeveling van Liander is dat de productie van duurzame elektriciteit bij voorkeur plaatsvindt daar waar ook een grote vraag is naar elektriciteit. Ook geeft Liander aan dat bij het ontwikkelen van zonnepanelen langs infrastructuur het zoeken van de juiste aansluitpunten in het net een aandachtspunt is.
Figuur 27: Vijf hoofdpunten voor netinpassing vanuit Liander
70
Bijlage: Waterstof en kernenergie Naast duurzame elektriciteit zullen in de toekomst andere energiebronnen gebruikt worden om in de vraag naar warmte en vervoer te voorzien, zoals kernenergie en synthetische gassen. Er is weinig aandacht besteed aan deze energiebronnen in deze strategie. Hier volgt een motivatie: Kernenergie Kernenergie is wordt niet uitgesloten door de overheid. Maar het duurt lang om een kerncentrale te bouwen, waardoor deze niet kan bijdragen aan de gemeentelijke doelen tot 2030. Ruimtelijk is het niet mogelijk om een kerncentrale van de huidige generatie in de gemeente neer te zetten. Waterstof en bio-/groen gas Bij mobiliteit zijn er toepassingsmogelijkheden voor duurzame gassen. Dit ligt echter nog ver in de toekomst en is afhankelijk van de ontwikkeling van brandstofcellen, infrastructuur, beleid, ontwikkeling van hernieuwbare elektriciteit opwek, etc. In onze strategie wordt - mede door deze onzekerheden en de kleine potentie van deze gassen om lokaal opgewekt te worden - niet verder ingegaan op de invulling van de vraag met deze duurzame bronnen.
71