CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

1. De Lokale Energiestrategie 1.0.pdf

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente HillegomBij agendapunt: 10: Lokale Energiestrategie 1.019.955 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

CONCEPT 9 november 2021

Lokale Energiestrategie Hillegom

Gemeente HILLEGOM

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V. Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Industry & Buildings Trade register number: 56515154 T +31 88 348 20 00 F +31 33 463 36 52 info@rhdhv.com royalhaskoningdhv.com

Lokale energiestrategie (LES) Hillegom Gemeente Hillegom

Status:

Concept

Datum:

9 november 2021

Inhoud Bestuurlijke samenvatting

3

Leeswijzer

5

1

Inleiding

5

Verdieping spoor 3: Mobiliteit

36

6

Verdieping spoor 4 en 5: Elektriciteit

39

6

Verandering van het energiesysteem

39

Van Parijs naar de Klimaatwet

6

Prioritering opwek duurzame elektriciteit

42

Van Klimaatakkoord naar LES

6

Potentie zonPV op daken

44

Waarom een LES?

7

Resterende elektriciteitsopwek

47

Participatie tijdens het LES traject

8

Wat kan er met zon en wind?

48

Samenhang LES, RES en TVW

9

Wat is de impact op het elektriciteitsnet

53

Focus op warmte, mobiliteit en elektriciteit

10

Bijlage: Energiescenario’s voor 2030 en 2050

57

2

13 Bijlage: Uitgangspunten LES gemeente Hillegom

62

Route naar energieneutraal

Onze energiehuishouding

13

Van ambitie naar doelstellingen

15

Bijlage: Ruimtelijke belemmeringen wind en zon

65

Energiestrategie

18

Afwegingskader grootschalig wind en zon

69

Waar kun je aan denken tot 2030?

24

Wat doen we later (na 2030)

26

Bijlage: Netimpactanalyse

70

Routekaart 2050

27

Bijlage: Waterstof en kernenergie

71

3

29

Communicatie en participatie

De aanloop naar de LES

29

De uitvoering van de LES

29

4

32

Verdieping spoor 2: Warmte

Begrippenlijst

veranderen hun processen om energie te besparen en maken gebruik van deelauto’s. Tot slot zijn veel mensen bezig met het besparen van energie door te isoleren of minder de auto te gebruiken.

Energie Wanneer gesproken wordt over energie worden alle vormen van energie

Energieneutraal

bedoeld die we gebruiken in ons dagelijks leven en in de land- en tuinbouw

Energieneutraal betekent dat alle energie die binnen de gemeentegrenzen

en industrie. Vormen van energie zijn bijvoorbeeld warmte om je huis te

wordt verbruikt, wordt geproduceerd met hernieuwbare energiebronnen.

verwarmen, warmte voor industriële processen en elektriciteit om bijvoor-

Energieneutraliteit heeft betrekking op wonen, werken en mobiliteit binnen

beeld je telefoon te kunnen opladen. Energiebronnen waaruit deze energie

de grenzen van de gemeente. In een energieneutrale gemeente wordt

wordt opgewekt zijn bijvoorbeeld aardgas, kolen, benzine, diesel, wind,

geen aardgas meer verbrand in de Cv-ketels en geen fossiele brandstof

zonlicht en biomassa. Het begrip ‘energie’ omvat dus meer vormen van

getankt. In plaats daarvan worden alleen hernieuwbare bronnen gebruikt

energie dan alleen elektriciteit. De begrippen ‘elektriciteit’ en ‘energie’ mo-

om onze huizen te verwarmen en te voorzien in de vraag naar elektriciteit.

gen dan ook niet door elkaar gehaald worden.

Ook de industrie, landbouw en bedrijven maken dan gebruik van hernieuwbare energiebronnen.

Hernieuwbare- of duurzame energie Hernieuwbare- of duurzame energie is alle energie die opgewekt is uit her-

CO2-neutraal

nieuwbare energiebronnen. Een energiebron is hernieuwbaar wanneer die

CO2-neutraal betekent dat er geen emissie meer optreedt van fossiele CO 2,

op natuurlijke wijze wordt aangevuld binnen een (relatief) korte tijd, zoals

dat is CO2 die vrijkomt bij de verbranding van aardgas, aardolie en daarvan

zonlicht, wind, stromend water in rivieren, getijden, golven, aardwarmte en

afgeleide producten (benzine, diesel), steenkool en bruinkool.

biomassa. Energietransitie

Klimaatneutraal Klimaatneutraal betekent dat er geen emissie van broeikasgassen meer

Als gesproken wordt over ‘de energietransitie’ dan gaat het over de veran-

optreedt die leidt tot klimaatverandering. In de praktijk betekent dit dat

deringen die nu in Nederland (en andere landen) gaande zijn op het gebied

naast de emissie van fossiele CO2 ook de emissie van methaan (CH 4),

van duurzame energieopwekking, energieopslag en energiebesparing. Het

lachgas (N2O) en overige broeikasgassen naar 0 wordt teruggebracht.

doel is om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. In Nederland

Emissie van methaan en lachgas treedt vooral op in de landbouw (vee-

wordt van kolen en aardgascentrales overgegaan op wind- en zonne-ener-

teelt).

gie. Er komen steeds meer elektrische auto’s. Verwarming van woningen gebeurt steeds vaker op een andere manier dan met aardgas. Bedrijven

1

Elektriciteitsneutraal

andere partijen geven we vorm aan onze RES. In dit samenwerkingsver-

Elektriciteitsneutraal betekent dat alle elektriciteit die nodig is wordt gepro-

band maken we plannen om in 2050 energieneutraal te zijn. We doen dit

duceerd met hernieuwbare en duurzame energiebronnen zoals wind, zon,

gezamenlijk omdat energieneutraal worden een lastige opdracht is waarbij

groene waterstof of met behulp van warmte (stoom) uit hoge temperatuur-

we elkaar nodig hebben. Door samen te werken kunnen we gebruik maken

bronnen zoals biomassa en aardwarmte.

van elkaars kennis en mogelijkheden. En omdat alle partijen de regio goed kennen, kunnen we beter met passende oplossingen komen.

Kleinschalige en grootschalige opwek Met kleinschalige opwek worden technieken bedoeld die minder dan 15 kW

Joule (J), Terajoule (TJ) en Petajoule (PJ)

aan vermogen hebben om elektriciteit op te wekken. Te denken valt aan

Joule is een internationale eenheid van energie. 1 Terajoule is gelijk aan

zonnepanelen op daken van huizen of kleine windturbines. Met grootscha-

1.000.000.000 joule (1 miljard) en bevat evenveel energie als 31.600 m3

lige opwek worden technieken bedoeld die meer dan 15 kW vermogen heb-

aardgas of 278 MWh elektriciteit. 1 Petajoule is gelijk 1.000 TJ. De PJ is

ben om elektriciteit op te wekken. Voorbeelden zijn grote windturbines,

een maat die gebruikt wordt op nationale schaal, in de gemeente wordt de

zonnevelden, maar ook een aaneenschakeling van zonnepanelen op grote

TJ als de maat gebruikt.

daken van bijvoorbeeld een kantoorgebouw. Kilowattuur (kWh), Megawattuur (MWh) en Terawattuur (TWh) Transitievisie warmte (TVW)

Elektrische energie wordt meestal aangegeven in kilowattuur (kWh). Een

In 2050 moeten alle gebouwen op een duurzame manier worden ver-

zuinige wasmachine verbruikt per wasbeurt zo’n 0,35 kWh. 1 kWh komt

warmd. Nu gebruiken we hiervoor nog overwegend aardgas. Dat is niet

overeen met 3.600.000 joule (3,6 MJ). 1 MWh is 1,000,000 kWh en 1 TWh

duurzaam. Daarom gaan we stap voor stap aan de slag met het aardgasvrij

is 1,000,000,000 kWh (1 miljard). Het jaarlijkverbruik in Nederland is 120

maken van alle gebouwen in de gemeente. Hernieuwbare warmtebronnen

TWh aan elektriciteit.

nemen de plaats in van aardgas. In de Transitievisie Warmte geven we aan welke bronnen voorhanden zijn en hoe we de overstap gaan maken.

Watt (W) en Megawatt (MW) Met Watt (W) wordt het vermogen van een apparaat, machine of centrale

Regionale energiestrategie (RES)

aangegeven. Met vermogen wordt bedoeld hoeveel energie (joule) een ap-

In het Klimaatakkoord staat dat dertig regio’s in Nederland onderzoeken

paraat, machine of centrale verbruikt of produceert per seconde. Een wind-

waar en hoe ze duurzame energie grootschalig kunnen opwekken. Iedere

turbine van 4 MW produceert, terwijl hij draait, 4.000.000 joules per se-

regio legt dit vast in een eigen Regionale Energie Strategie (RES). Holland

conde aan energie.

Rijnland is één van die dertig regio’s. Met dertien gemeenten (waaronder Hillegom), twee waterschappen, de provincie, de netbeheerder Liander en

2

Bestuurlijke samenvatting De gemeente Hillegom heeft de ambitie om in 2050 energie- en klimaat-

streek. We gebruiken deze strategie als basis voor ons uitvoeringspro-

neutraal te zijn, dat staat in onze Omgevingsvisie 'Heerlijk Hillegom', die

gramma Energietransitie. Dit programma zal weer aansluiten bij onze Om-

we samen met onze inwoners, ondernemers en organisaties hebben ge-

gevingsvisie, Mobiliteitsvisie en onze Transitievisie Warmte.

maakt. Alle energie die nodig is wordt dan op eigen grondgebied geproduceerd en in de totale vraag naar warmte, elektriciteit en mobiliteit wordt voorzien met alleen duurzame bronnen. Dit is een grote opgave. Als eerste willen wij daarbij -in lijn met de RES Holland Rijnland- de doelen voor 2030

Kan de gemeente Hillegom energieneutraal worden? De sleutel hiervoor is elektriciteit. In onze gemeente gaat elektriciteit een steeds grotere rol spelen. Het vervoer wordt voor een belangrijk deel elektrisch. Ook het verwarmen van onze woningen zal in toenemende mate

halen:

elektrisch gebeuren. Bij bedrijven en in huishoudens worden steeds meer •

•

15% energiebesparing in de gebouwde omgeving en 11% energie-

elektrische apparaten gebruikt. Het elektriciteitsverbruik neemt naar ver-

besparing bij mobiliteit ten opzichte van 2014

wachting toe met 21% in 2030 en 48% in 2050 (t.o.v. jaar 2019). Daarom willen en moeten we de productie van duurzame elektriciteit versnellen en

Forse stijging van de duurzame elektriciteitsproductie tot 159 TJ, aandeel stijgt van 7,3% in 2019 naar circa 38% in het jaar 2030.

Om deze Lokale Energiestrategie (LES) op te stellen zijn de technische en ruimtelijke mogelijkheden voor energiebesparing en -opwekking verkend en is naar de meningen en suggesties van inwoners, organisaties en bedrijven gevraagd. Het zwaartepunt van de strategie ligt behalve op energiebesparing ook op de productie van duurzame elektriciteit. Hieruit zijn 5 sporen ontstaan die in Figuur 1 worden gepresenteerd. We geven als organisatie zelf het goede voorbeeld door te zorgen dat alle gemeentelijke gebouwen in 2030 energieneutraal zijn. Ook zoeken we daar waar wenselijk de samenwerking in de regio Holland Rijnland en in de Duin- en Bollen-

elke mogelijkheid serieus nemen. Waar in 2020 de teller op 37 TJ elektriciteit stond, zal deze in 2030 op 159 TJ moeten staan. Oftewel, we willen onze productie verviervoudigen in 10 jaar tijd. Op korte termijn willen we onze inwoners en bedrijven stimuleren om hun daken optimaal te gebruiken door de plaatsing van zonPV panelen. Gegeven de potentie die ‘zon op dak’ nu heeft in Hillegom moet het mogelijk zijn om door te groeien van 37 TJ duurzame elektriciteit naar 111 TJ in 2030, een verdrievoudiging. Voor de overige 48 TJ moeten we op zoek naar meer grootschalige mogelijkheden. Daarbij geven we prioriteit aan de ontwikkeling van zonPV langs infrastructuur en op ‘incourante percelen1’ in het bollengebied. Daarnaast willen we de mogelijkheden voor wind en zonPV velden nader onderzoeken met als voorkeur het ruimtelijk combineren van

1

3

Op dit moment is er geen exacte definitie van een ‘incourant’ perceel.

beiden. Waar wenselijk werken we hierbij samen in regionaal verband en

het goede voorbeeld te geven als gemeente en alert te zijn op de beschik-

in de Duin- en Bollensteek, dit als opmaat naar RES 2.0 Holland Rijnland.

bare instrumenten en innovaties maken we het verschil. Zo doen we wat

Richting 2050 zal, ondanks dat onze daken steeds beter benut gaan worden en zonPV zal innoveren, de noodzaak tot grootschalige opwek toenemen om geheel energieneutraal te zijn. In totaal is namelijk in 2050 naar verwachting 247 TJ grootschalige productie van duurzame elektriciteit no-

Hillegom kan en passend vindt. Na 2030 willen we doorgroeien met kleinschalig opwekken en mogelijk ook grootschalig opwekken. De groeimogelijkheden voor grootschalig opwekken bepalen of Hillegom energieneutraal kan worden.

dig. Dit komt overeen met 76 ha aan zonPV-velden óf 5 windturbines van 4 MW of een mix van beiden. Op grond van het huidige beleid en gezien de ruimte die op de lange termijn beschikbaar is binnen onze gemeentegrenzen lijkt voldoende grootschalige productie van elektriciteit op dit moment niet mogelijk. Om in 2050 toch energieneutraal te zijn zullen we gaan verkennen of we ons beleid moeten herzien. Als dit niet mogelijk blijkt zullen we bepalen of we wellicht toch een deel van onze elektriciteit willen importeren. Onze opgave in uitvoering Richting 2030 willen we starten met de mogelijkheden die er nu al zijn: energie besparen, duurzame warmte gebruiken, kleinschalige technieken (minder dan 15 kW aan vermogen) die elektriciteit opwekken en verduurzaming van mobiliteit. Door samen te werken, te laten zien wat we kunnen, inwoners te faciliteren in het transitie-proces, Figuur 1: De Lokale Energiestrategie van Hillegom in één overzicht., zie ook paragraaf Energiestrategie in hoofdstuk 2

4

Leeswijzer In de inleiding is beschreven wat een Lokale Energiestrategie (LES) is en

(TWh) gebruikt. Dit heeft te maken met hoe de doelstellingen in het Klimaatakkoord en de RES zijn gecommuniceerd.

hoe deze samenhangt met de Regionale Energiestrategie (RES) en de

In dit stuk staan verschillende kaders, blauw en grijs. Deze duiden op extra

Transitievisie Warmte (TVW).

informatie (grijs kader) of een belangrijke boodschap (blauw kader).

Om de energietransitie goed te begrijpen wordt in ‘Route naar energieneutraal’ eerst toegelicht hoe de gemeente er nu voorstaat qua energieverbruik. Vervolgens omschrijven we de doelen en ambities van onze gemeente en welke invloed dit heeft op de toekomstige energievraag. Hoe de doelen behaald gaan worden, staat omschreven in de ‘Energiestrategie’, die bestaat uit meerdere sporen. Daarna beschrijven we hoe we aankijken tegen communicatie en participatie, een instrument dat door de hele energiestrategie verweven is en dat onmisbaar is om onze doelen te bereiken. In de verdiepende hoofdstukken behandelen we hoe de toekomstige energievraag kan worden ingevuld. Daar wordt kwantitatief, kwalitatief en ruimtelijk op ingegaan. Er wordt beschreven hoeveel energie er nodig is, hoe die in de eigen gemeente opgewekt kan worden, en wat (mogelijke) belemmeringen zijn (ruimtelijk, wettelijk, bestuurlijk en wat betreft het elektriciteitsnetwerk). De energiehoeveelheden in deze rapportage zijn zo veel mogelijk omgerekend naar Terajoule (TJ) of Petajoule (PJ). Dit is gedaan zodat energiehoeveelheden van verschillende toepassingen met elkaar vergeleken kunnen worden en zich laten herleiden uit de nationale database De Klimaatmonitor. Op sommige plekken in deze rapportage is ook Terawattuur

5

1 Inleiding Van Parijs naar de Klimaatwet

Van Klimaatakkoord naar LES

In 2015 is door 195 landen het welbekende Parijsakkoord ondertekend,

In Figuur 2 is te zien hoe de energietransitie in Nederland is opgebouwd.

met als doel de wereldwijde gemiddelde temperatuurstijging ruim onder de

Als uitgangspunt wordt het doel uit het Klimaatakkoord genomen. Vervol-

2°C te houden. In vervolg op dit akkoord heeft Nederland in 2018 de Kli-

gens is Nederland in 30 zogeheten RES-regio’s verdeeld, die Regionale

maatwet opgesteld. Deze wet stelt dat in 2030 de uitstoot van CO2 met

Energie strategieën (RES) opgesteld hebben. Binnen deze regio’s wordt

49%2 gereduceerd moet zijn en in 2050 uiteindelijk 95% minder CO

onderzocht hoe aan de klimaatdoelstellingen voor 2030 voldaan kan wor-

2 uitge-

stoten moet worden. Om deze Klimaatwet uit te voeren presenteerde de Nederlandse regering in 2019 het Klimaatakkoord. Dit is het nationaal plan om de doelstellingen voor 2030 en 2050 te behalen. De opgave in Nederland is dus geen vrijblijvend streven, maar volgt uit onze wettelijk vastgestelde doelstelling voor

den. Hillegom valt onder de RES-regio Holland Rijnland. Een afspraak die voortvloeit uit het Klimaatakkoord is de Transitievisie Warmte (TVW). Dit document geeft een beeld over de visie op de warmtetransitie binnen de gemeente. De TVW van Hillegom is vastgesteld op 14 oktober 2021.

een duurzamere toekomst. Daarnaast hebben wij als gemeente deze Lokale Energiestrategie (LES) Naast de Nederlandse Klimaatwet, is er in 2021 een Europees pakket aan beleidsvoorstellen gepresenteerd door de Europese Commissie genaamd ‘Fit for 55’. Dit plan is nog niet vastgesteld, maar heeft wel een hogere ambitie3 dan de huidige Klimaatwet die geldt in Nederland. Een groot deel van deze doelstelling zal worden bereikt door van fossiele energiebronnen over te gaan op duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, de zogenoemde energietransitie.

opgesteld om een beter beeld te krijgen van onze lokale situatie en mogelijkheden. Waar de TVW alléén over warmte gaat, gaat de LES ook in op elektriciteit en mobiliteit. Deze LES geeft inzicht in hoe de energietransitie in Hillegom kan gaan plaatsvinden, rekening houdend met de mogelijkheden en uitgangspunten die de gemeenteraad op 25 maart 2021 heeft vastgesteld (zie Bijlage: Uitgangspunten LES gemeente Hillegom) en de geactualiseerde omgevingsvisie 2021 zoals vastgesteld op 15 juli 2021. De LES maakt duidelijk wat

2

Zowel het percentage 49% als het percentage 95% CO2 reductie voor 2030 respectievelijk 2050, zijn percentages uitgedrukt ten opzichte van 1990. Bron: Klimaatakkoord.

6

De Ambitie van ‘Fit for 55’ is om voor 2030 niet maar 49% CO2 te reduceren, maar 55% CO2 reductie na te streven. Daarnaast streeft het voor 2050 niet naar slechts 95% CO 2 reductie maar naar klimaatneutraliteit. Bron: Fit for 55. 3

de opgave is en wat nodig is om energieneutraal te worden binnen onze eigen gemeentegrenzen.

In het Klimaatakkoord en in de RES 1.0 zijn doelen vastgesteld. Om deze

Zoals weergegeven in Figuur 2 is de verwachting dat de energietransitie uiteindelijk via

wijkuitvoeringsplannen4

Waarom een LES? doelen concreter te maken voor Hillegom hebben we behoefte naar inzicht

en burgerinitiatieven, waaronder

in 1) hoe de energiehuishouding er in onze gemeente voor staat, 2) hoe wij

energie coöperaties, lokaal uitgevoerd gaat worden. Vermoedelijk komen

onze eigen ambitie kunnen halen en 3) tegelijkertijd aan de Klimaatwet vol-

er daarnaast ook grootschalige initiatieven, daar waar deze mogelijk en

daan kan worden. Om hier antwoord op te geven is de LES opgesteld.

aanvaardbaar zijn in onze gemeente. Deze LES geeft aan waar de gemeente nu staat qua totale energiehuishouding (elektriciteit, warmte en mobiliteit), hoe deze energievraag zich zal ontwikkelen in de toekomst (toekomstige opgave) en welke maatregelen belangrijk zijn om onze doelen in 2030 en 2050 te bereiken. De LES geeft inzicht in wat onze opgave is, hoe doelen gerealiseerd kunnen worden en welke uitdagingen wij als gemeente nog voor de boeg hebben. Dit vanuit de ambitie om in 2050 energieneutraal te willen zijn.

De strategie omschrijft de mogelijkheden voor energiebesparing en duurzame energie opwek binnen de gemeentegrenzen. De LES gaat vooral over de verduurzaming van energiehuishouding in de gebouwde omgeving (woningen, utiliteiten5 en commerciële panden) en mobiliteit. De grote bedrijven en agrarisch sector zijn niet nader verkend in deze LES. Het aanFiguur 2: De energietransitie van Klimaatakkoord tot burgerinitiatief

deel van de grote bedrijven en agrarische sector in het totale energieverbruik is beperkt (245 TJ op een totaal van 1.235 TJ, aandeel 20%, jaar 2019). In het Klimaatakkoord is afgesproken dat deze bedrijven samenwerken en aangestuurd worden op landelijk niveau (Rijksoverheid) en niet door (lokale) gemeenten. Overwegend gaan deze bedrijven ook zelf aan de slag

4

7

Deze worden op een later tijdstip op- en vastgesteld binnen de gemeente.

5

Utiliteiten is een overkoepelend term voor vastgoed zonder woonbestemming. U kunt hierbij denken aan: winkels, kantoren, fabrieken, bedrijfshallen en opslagruimtes.

wanneer zij daartoe de mogelijkheden zien. Een goed voorbeeld van zo’n

In de eerste fase, tussen september 2020 en januari 2021, heeft de ge-

eigen initiatief is dat LTO 6 onderzoek doet naar kleinschalige windenergie

meente input aan inwoners en andere betrokkenen gevraagd voor de uit-

in de bollenstreek (zie grijze kader).

gangspunten voor de LES, en de regionale variant daarvan: de RES. Daarvoor zijn zowel interviews, enquêtes als groepsgesprekken georganiseerd.

Van strategie naar uitvoering De energietransitie raakt ons allemaal: jong en oud, arm en rijk, inwoner en bedrijf. De LES is een strategie op hoofdlijnen, het is nog geen uitvoeringsplan waarin projecten met naam en toenaam genoemd worden. Wij stellen als gemeente, na vaststelling van de LES, een uitvoeringsplan op waarin

Deze uitgangspunten zijn vervolgens door de raad bij- en vastgesteld (zie Bijlage: Uitgangspunten LES gemeente Hillegom). Wilt u meer lezen over de invulling en opbrengst van deze eerste fase in de participatie? Lees dan de Analyse maatschappelijke haalbaarheid LES & TVW van 12 februari 2021.

staat wat wij zelf kunnen en willen oppakken en uitvoeren. Maar voor de uitvoering van de gehele energietransitie zijn we ook afhankelijk van inwoners en bedrijven (zie kader) en de juiste instrumenten en middelen van het Rijk. Wij zullen daarbij helpen en het goede voorbeeld geven door te beginnen met de eigen gemeentelijke organisatie energieneutraal te maken. De LES geeft naast een verkenning en strategie ook de kaders aan waarbinnen wij willen werken aan de energietransitie in de gemeente. Zo weet iedereen wat we aan elkaar hebben en kunnen we op weg om een duur-

LTO en Stichting Greenport Duin- en Bollenstreek hebben het initiatief genomen om te onderzoeken wat de mogelijkheden van wind en zonPV zijn in de Bollenstreek. Het resultaat van dit onderzoek wordt in 2021 verwacht. In mei 2021 is de energiecoöperatie Hillezon van start gegaan met als doel zonPV projecten ontwikkelen op grote daken. Hillegommers kunnen hierin participeren.

zame samenleving te worden. De tweede participatieve fase vond plaats van april tot juli 2021. Als start-

Participatie tijdens het LES traject Inwoners, ondernemers, ketenpartners en andere stakeholders (zoals onze erfgoedorganisaties, Zuid Hollands Landschap en Bedrijfsleven Bollenstreek) van de gemeente zijn vanaf een vroeg stadium meegenomen in het LES traject. Dat is in twee fases gedaan.

6

8

Voor meer informatie zie: LTO & Greenport

schot van deze fase organiseerden we een online energiecollege waarin technische experts de mensen bijpraatten over de energietransitie. De wethouders van de gemeenten Hillegom, Lisse en Teylingen zoomden in op hun eigen gemeenten. Van de gelegenheid tot vragen te stellen werd intensief gebruik gemaakt.

Daarna hebben inwoners van Hillegom op 31 mei in kleine groepjes meegedacht over de Lokale Energiestrategie van Hillegom. Aan het begin van de sessie werden zij door experts bijgepraat over de voorlopige conclusies met betrekking tot de techniek: wat is er nodig om in 2050 energieneutraal te zijn en wat kan er in de beschikbare ruimte in Hillegom. Daarna volgde een gesprek over 3 thema’s: 1) besparing in de eigen woning; 2) kleinschalige opwek rondom de eigen woning; 3) grootschalige opwek van zonneen windenergie. Wilt u meer lezen over de opbrengst van deze gesprekken? Lees dan de Opbrengst meedenksessie zon en wind. Meer over het participatietraject in Hillegom, en de bevindingen daarvan is te lezen in hoofdstuk 3 Communicatie en participatie.

Samenhang LES, RES en TVW De plannen voor de hele regio zijn dit jaar gepresenteerd in de eerste ver-

Figuur 3: Hoe de LES en TVW volgen uit de RES

sie van de Regionale Energie Strategie (de RES 1.0), die tijdens de raadsvergadering van 27 mei 2021 door de gemeente Hillegom is vastgesteld.

Daarnaast zet Holland Rijnland in om tot 2030 1,03 TWh (3,7 PJ) extra

Deze RES 1.0 vormt samen met onze ambitie, energieneutraal in 2050 de

opwek van hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd te hebben (ten opzichte

basis voor de LES van Hillegom. In de RES 1.0 worden verschillende doe-

van 2014). Dit leidt in 2030 tot 4,1 PJ duurzame elektriciteit in totaal. Naast

len gesteld voor alle gemeenten in de regio tezamen. Het hoofddoel is

concrete en kwantitatieve doelstellingen voor energiebesparing en duur-

energieneutraal in 2050. Allereerst betekent dit energie besparen. De RES

zame energieopwekking, wordt er ingezet op schonere, slimmere en an-

zet in op 1,11 TWh (4,0 PJ) energiebesparing voor de regio in 2030 (ten

dere mobiliteit. In RES-verband is afgesproken dat iedere gemeente in de

opzichte van 2014).

regio evenredig zal bijdragen aan deze regionale doelstellingen. Deze LES is een lokale doorvertaling van de RES Holland Rijnland (zie Figuur 3). De LES zorgt ervoor dat wij inzicht krijgen in de opgave en mogelijkheden van onze gemeente en hoe dat in verhouding staat tot de regio (zie ook de

9

paragraaf ‘Onze energiehuishouding’). Dit inzicht is in eerste instantie de

eigen wijze van energietransitie. Daarnaast beïnvloeden deze toepassin-

basis voor ons (op te stellen) uitvoeringsplan. De inzichten kunnen wij ook

gen elkaar omdat ze alle drie direct of indirect invloed hebben op het ge-

weer teruggeven aan de RES-organisatie. Deze wisselwerking is belangrijk

bruik van elektriciteit.

richting de toekomst, zodat wij regie behouden over onze eigen energietransitie. Waar de LES een eigen initiatief is van de gemeente, is de Transitievisie Warmte een nationale verplichting die volgt uit het Klimaatakkoord. Waar de TVW zich alléén bezighoudt met de warmtetransitie van de gebouwde omgeving, kijkt de LES naar het héle energiesysteem. De plannen uit de TVW leiden onder andere tot een toenemende vraag naar elektriciteit. De LES neemt deze informatie mee bij het bepalen van de strategie voor de toekomstige elektriciteitsvoorziening in Hillegom als geheel. Daarom is eerst de TVW vastgesteld en is vervolgens de LES opgesteld. De uitvoeringstrajecten van LES en TVW liepen deels parallel aan elkaar. Beide trajecten vullen elkaar aan en beïnvloeden elkaar.

Focus op warmte, mobiliteit en elektriciteit Hoe we van het huidige systeem van energieproductie en -gebruik overgaan naar een nieuw systeem is het vraagstuk van de energietransitie. Figuur 4 is een visualisatie van de energietransitie die nu plaatsvindt. Aan de linkerkant van de figuur is de huidige situatie te zien, de rechterkant geeft een schematisch beeld van de toekomst. Het hele energiesysteem van onze gemeente, regio, of zelfs land, kan grofweg worden opgedeeld in drie toepassingen: warmte, elektriciteit en mobiliteit. Elke toepassing heeft zijn

10

Figuur 4: Overgang van huidige systeem van energieproductie naar nieuw systeem (energietransitie). De behoefte aan elektriciteit groeit.

11

Op dit moment laden we onze apparaten op met elektriciteit, verwarmen

doelen kunnen halen en voldoende aan de nationale- en regionale doelen

we onze woningen met aardgas en tanken we onze auto’s met fossiele

kunnen bijdragen.

brandstoffen zoals diesel en benzine. In de toekomst gaat dit veranderen.

Een ding is nu al duidelijk: Het tempo van de transitie naar een duurzame

Dit gebeurt onder andere doordat we meer elektrisch gaan rijden, elektrisch

energievoorziening zal moeten toenemen 7 om op tijd in 2050 energieneu-

gaan koken en elektrische warmtepompen aanschaffen. In Figuur 4 is deze

traal te kunnen zijn. Dit maakt dat er in onze gemeente meer aandacht

verandering weergegeven doormiddel van pijlen die gaan van ‘warmte’ en

moet komen voor alle vormen van kleinschalige én grootschalige productie

‘mobiliteit’ naar ‘elektriciteit’. Dit proces, waarbij steeds meer elektriciteit

van elektriciteit (met wind op land en zon op daken en op land). Door hier

gebruikt gaat worden, wordt de elektrificatie van ons energiesysteem ge-

meer aandacht aan te besteden zal er uiteindelijk ook meer duurzame elek-

noemd.

triciteit worden opgewekt.

De vraag naar fossiele brandstoffen, zoals aardgas en benzine, neemt dus af. In de toekomst kunnen we onze huizen deels verwarmen met aardwarmte/omgevingswarmte (zoal aquathermie) en duurzame brandstoffen (biogas en groene waterstof), maar ook deels met elektriciteit. Ook zullen we onszelf vervoeren met elektrische auto’s. Hierdoor zal de elektriciteitsvraag significant toenemen, ondanks dat er steeds efficiënter gebruik wordt gemaakt van energie. De rol van de gemeente Deze verandering van het energiesysteem moet in goede banen worden geleid. Op bepaalde elementen van de transitie zal de gemeente meer invloed kunnen uitoefenen dan op andere. Deze LES geeft aan waar wij als gemeente wel invloed op hebben in de energietransitie en waar niet (of minder sterk). Een van de belangrijkste vraagstukken is hoe wij onze eigen

Bronnen: Het Klimaatakkoord, de ‘Klimaat en Energieverkenning’ (KEV) van het PBL en het recente IPCC rapport over stand van ons klimaat. 7

12

De ambitie is aanwezig, maar het tempo van de energietransitie moet omhoog om de doelstellingen voor 2030 en 2050 daadwerkelijk te behalen.

2 Route naar energieneutraal Onze energiehuishouding

die percentages duurzame energie naar 100% te krijgen in 2050. De energietransitie is nog maar net begonnen.

Om een beeld te krijgen van de duurzame energieopgave voor Hillegom is gekeken naar ons huidige energiegebruik. Hiervoor is het jaar 2019 gebruikt als referentiejaar, aangezien dat het meest recente jaar is met volledige gegevens uit de Klimaatmonitor. Verdeling huidig energieverbruik gemeente Hillegom In de gemeente Hillegom werd in 2019 in totaal 1,2 PJ aan energie verbruikt. In Figuur 5 is de verdeling van het energieverbruik binnen de gemeente te zien. In 2019 werd ruim 52% van het totale energieverbruik in Hillegom gebruikt voor warmte, circa 28% betrof elektriciteitsverbruik, en circa 20% werd gebruikt door mobiliteit. In de figuur zijn ook de percentages duurzame energie te zien (in groene cijfers). Wij wekte als gemeente in 2019 7,3% duurzame elektriciteit en 2,6% duurzame warmte op. Daarnaast vond 5,7% van de mobiliteit in onze gemeente duurzaam plaats. Dit percentage duurzame mobiliteit komt voornamelijk door bijmenging van bio-ethanol in de benzine en biodiesel in diesel. De hoeveelheid elektrisch vervoer is nu nog erg klein (1,6% bij personenauto's), maar neemt snel toe. De percentages voor duurzame energie zijn uitgedrukt ten opzichte van het totale verbruik in de desbetreffende toepassing. De percentages duurzame energie liggen in lijn met het landelijke gemiddelde, maar geven ook aan dat er nog behoorlijk veel werk te doen is om

13

Figuur 5: Verdeling energieverbruik gemeente Hillegom naar toepassing (2019)

Meeste energie wordt gebruikt in de gebouwde omgeving

Gemeente Hillegom ten opzichte van de regio

Net als bij andere gemeenten in de regio vindt het grootste gedeelte van

Het verbruik van onze gemeente is in perspectief geplaatst van de regio

ons energieverbruik (circa 68% van het elektriciteitsverbruik en circa 78%

Holland Rijnland, zie Figuur 6. Het totale energieverbruik van Hillegom is

van het warmteverbruik) plaats in de ‘gebouwde omgeving’. Het wordt ge-

1,2 PJ (1.235 TJ). Dit komt overeen met 3,7% van het regionale verbruik

bruikt voor onze huizen, kantoren, winkels en andere gebouwen. Het ove-

van 33,8 PJ.

rige ‘gebouw gebonden energiegebruik’ vindt plaats bij producerende bedrijven en in de landbouw. Als gemeente willen we graag met de gebruikers van al deze gebouwen aan de slag.

Dit percentage komt nagenoeg overeen met de ratio van het aantal inwoners in Hillegom ten opzichte van de hele regio (3,9%). Ons aandeel in de regio Voor onze ambitie houden we een aandeel van 3,9% aan (op basis van inwonersaantal). Dit betekent dat wij aan de lat staan voor 3,9% van het regionale energieverbruik, oftewel ‘ons aandeel’, van de regionale doelstellingen. Dit betekent dat we 159 TJ8 duurzame opwek voor 2030 willen produceren binnen onze gemeentegrenzen. De doorvertaling van het besparingsdoel uit de regio komt met dezelfde ratio uit op 155 TJ 9 energiebesparing.

Figuur 6: Totale energieverbruik gemeente Hillegom ten opzichte van totale energieverbruik van Regio Holland Rijnland (2019)

8

159 TJ = 3,9% van het regionale doel voor duurzame energieopwekking (4,1 PJ = 1,14 TWh). Zie RES 1.0 Holland Rijnland voor meer informatie over dit doel.

14

9

155 TJ = 3,9% van het regionale doel voor energiebesparing (4,0 PJ = 1,1 TWh). Zie RES 1.0 Holland Rijnland voor meer informatie over dit doel.

Van ambitie naar doelstellingen

2. Duurzame energie (warmte en elektriciteit)

De (lange termijn) ambitie van onze gemeente is om energieneutraal te

Warmtealternatieven voor 2030 bekend

zijn in 2050. Dit betekent dat we alle energie die we verbruiken, zelf op

Zoals aangegeven in de Transitievisie Warmte gaan we over op duurzame

een duurzame manier gaan opwekken. Op de korte termijn (tot 2030) slui-

alternatieven voor aardgas. De komende jaren gaan we onderzoek doen

ten we aan bij de doelen van de RES 1.0. Hierbij staan we aan de lat voor

naar de meest geschikte duurzame alternatieven voor aardgas per wijk.

‘ons aandeel’, naar rato van inwoners. Een overzicht van de doelen voor

Voor 2030 willen we deze alternatieven in beeld hebben. Denk hierbij aan

2030, met een doorkijk naar 2050, is te zien in Figuur 7.

alternatieven zoals warmtenetten, individuele warmtepompen en duurzaam gas. Het uiteindelijke doel is dat alle gebouwen aardgasvrij zijn in

1. Energie besparen

2050.

15% energiebesparing in gebouwde omgeving in 2030 Energie besparen is belangrijk, want alle energie die niet verbruikt wordt, hoeft ook niet (duurzaam) te worden opgewekt. In lijn met de RES 1.0 gaan we 15% besparen op het energieverbruik in de gebouwde omgeving in 2030 ten opzichte van 2014. Dit doen we door te isoleren, (hybride) warmtepompen te installeren en door energiezuinigere apparaten te gebruiken. 15% energie besparen lijkt niet veel, maar het is een behoorlijke opgave.

159 TJ duurzame elektriciteit in 2030 Om energieneutraal te zijn moet uiteindelijk al onze energie duurzaam opgewekt worden. Als tussentijdse doelstelling gaan we in 2030 159 TJ (38% van de in 2030 verwachte elektriciteitsvraag) duurzaam opwekken. Dit doen we door in te zetten op: 1. ZonPV op daken;

In de Transitievisie Warmte van Hillegom staat meer toelichting over de warmtetransitie en (hoe we) energie gaan besparen op het warmteverbruik. 11% energiebesparing bij mobiliteit in 2030 Fossiele brandstoffen zijn niet duurzaam, daarom stappen we over op duurzame alternatieven. Er zal meer elektrisch gereden worden, zodat er in lijn met de RES 1.0 in 2030 11% bespaard wordt op het energieverbruik mobiliteit ten opzichte van 2014. In 2050 moet het vervoer geheel fossielvrij zijn. Richting 2050 zullen naast elektrische auto’s ook waterstof of andere duurzame brandstoffen een rol spelen.

15

2. ZonPV langs infrastructuur; 3. Grootschalige wind- en zonne-energie.

Figuur 7: Doelen voor 2030, met doorkijk naar 2050

16

Energiestrategie 17

Energiestrategie Voor een succesvolle energietransitie zijn drie aspecten belangrijk; 1) het stellen van duidelijke realiseerbare doelen, zie paragraaf ‘van ambitie naar doelstellingen’, 2) het vaststellen van de randvoorwaarden waaronder deze

participatietraject zijn verwerkt in de uitgangspunten. De lijst met uitgangspunten is voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Hillegom en op 25 maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld.

doelen behaald mogen worden en 3) het bepalen van een strategie om die

Gesprekken met inwoners en organisaties

doelen te behalen. In dit hoofdstuk worden de onderdelen randvoorwaar-

De gesprekken met inwoners, ondernemers, professionele stakeholders,

den en strategie beschreven. Onze strategie bestaat uit 5 sporen. De stra-

belangenorganisaties en bestuurders heeft duidelijk gemaakt dat er veel te

tegie is ook de basis voor het (later op te stellen) uitvoeringsprogramma.

doen is over de grootschalige opwek met wind en zon. Aan de orde is ge-

Een overzicht van de hele lokale energiestrategie van Hillegom is te zien

weest hoe en in welke mate wij met duurzame vormen van energie aan de

in Figuur 10.

slag willen en wat daarbij randvoorwaarden en uitgangspunten zouden

Onze randvoorwaarden

moeten zijn. Hieruit is een aantal beelden naar voren gekomen.

De gemeenteraad van Hillegom heeft bepaald wat wij als gemeente wel en

De productie van grootschalige elektriciteit (zowel zon, als wind) dient bij

niet willen in de energietransitie. Dit noemen we uitgangspunten. De uit-

voorkeur langs infrastructuur plaats te vinden. Zo worden al ‘verstoorde’

gangspunten zijn gebruikt om deze LES vorm te geven. Onderstaand be-

gedeeltes van het landschap beter benut en wordt het buitengebied zo veel

schrijven we hoe we tot de uitgangspunten zijn gekomen.

mogelijk ongemoeid gelaten.

Op 17 augustus 2020 hielden we een bijeenkomst met de beleidsafdelin-

Tijdens de meedenksessie op 31 mei worden vooral de bollenvelden ge-

gen van de gemeente. Dit leverde twee lijsten op met eerste uitgangspun-

noemd als ongewenste locatie voor zonnevelden. Veel inwoners geven

ten: uitgangspunten voor de warmtetransitie (zie Transitievisie Warmte) en

daarbij aan natuurbehoud, en het behoud van de streek belangrijk te vin-

een lijst met uitgangspunten voor de LES. De uitgangspunten voor de LES

den. Tegelijkertijd benadrukken veel inwoners dat ze het belangrijk vinden

zijn aangevuld met de uitgangspunten van de Regionale Energiestrategie

dat klimaatverandering wordt bestreden, ook in hun eigen omgeving.

Holland Rijnland en het bestaande gemeentelijke beleid.

Een aantal inwoners zien kansen om locaties te overdekken met zonnepa-

Vervolgens toetsten we de uitgangspunten bij netbeheerder Liander, omdat mogelijke knelpunten op het net invloed hebben op de strategie en uit-

nelen, zoals parkeerterrein bij sportcentrum de Vosse, sportvelden Zanderijpolder en het NS-station Hillegom.

gangspunten. Ook vroegen we een aantal van onze inwoners en andere

Inwoners geven tijdens de meedenksessies overwegend aan dat zij het

organisaties om te reageren op de uitgangspunten. De resultaten van het

meest zien in slimme combinaties van zonnevelden en windturbines op dezelfde plek.

18

Randvoorwaarden vanuit bestaand beleid

Meer toelichting bij de vastgestelde uitgangspunten kunt u terugvinden in

Het streven vanuit de Omgevingsvisie is om in te zetten op een integrale

de Bijlage: Uitgangspunten LES gemeente Hillegom.

en zo multifunctioneel mogelijk gebruik van ruimte. Door verschillende ruimtelijke en landschappelijke functies te combineren gaat het landschap niet ‘verloren’ voor energieproductie. Het vrije landoppervlak in Nederland en zeker in Hillegom is schaars. Daarom is het verstandig hier slim gebruik van te maken. Vastgestelde uitgangspunten De gemeenteraad heeft de uitgangspunten voor de LES vastgesteld op 25 maart 2021 op basis waarvan de energietransitie in de gemeente Hillegom verder vorm kan krijgen. Het betreft de volgende zes uitgangspunten:

Goed omgaan met initiatieven vanuit de samenleving Om de energietransitie mogelijk te maken moeten zowel overheden, ondernemers, organisaties als inwoners plannen maken en initiatieven ontwikkelen. Om grootschalige initiatieven als gemeente goed te kunnen beoordelen is een maatschappelijke kostenbatenanalyse (MKBA) en/of een omgevingseffectrapportage (OER) gewenst. Dit zorgt ervoor dat de effecten van een initiatief in hun volle breedte in een vroeg stadium bekend zijn. De initiatieven moeten aansluiten bij de Omgevingsvisie. Ook is een belangrijke rand-

1. Versterking van landschapselementen en toerisme. 2. ‘Hollandse Weides’ worden uitgesloten voor energieopwekking anders dan zon op daken en/of energieopwekking op en rond infrastructuur; initiatieven voor duurzame energieopwekking in de ‘Duurzame Bloementuin’ worden voorgelegd voor goedkeuring aan de gemeenteraad, als het geen zonnepanelen op daken betreft of initiatieven op en rond infrastructuur.

voorwaarde uit het Klimaatakkoord dat minimaal 50% lokaal eigenaarschap van het betreffende wind of zonnepark mogelijk wordt gemaakt. Op deze manier ervaren inwoners naast de ‘lasten’ van dergelijke initiatieven ook de ‘lusten’. Dat zorgt op haar beurt weer voor meer draagvlak en betrokkenheid, wat de kans van slagen van een project vergroot.

De 5 sporen van de lokale energiestrategie

3. Stimulering particuliere en zakelijke initiatieven en ontwikkelingen.

Onze energiestrategie bestaat uit 5 sporen:

4. In Holland Rijnland verband optrekken richting Rijk, provincie en gemeenten.

1. Zelf het goede voorbeeld geven als gemeentelijke organisatie 2. Stimuleer energiebesparing en pas hybride warmtepompen toe

5. Wij streven naar maximaal lokaal gebruik van lokaal opgewekte energie. 6. Wij sluiten aan op de landelijke intenties inzake lokaal eigenaarschap als genoemd in het Nationaal Klimaatakkoord.

3. Faciliteer de groei van elektrische verkeer en duurzame mobiliteit 4. Stimuleer de ontwikkeling van zonnepanelen op daken 5. Nader onderzoek opwekking elektriciteit met wind en zon langs infrastructuur en in het buitengebied.

19

Per spoor wordt de doelstelling herhaald en een toelichting gegeven hoe

Spoor 2: Stimuleer energiebesparing en pas (hybride)

we deze doelstelling gaan bereiken. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in

warmtepompen toe

de strategie tot 2030 en vanaf 2030 richting 2050. Voor elk spoor en spoor 5 in het bijzonder, geldt dat wij de samenwerking zoeken in streek en re-

15% energiebesparing in de gebouwde omgeving ten opzichte van 2014 is

gioverbanden om zo tot een optimaal gebruik van onze ruimte en infra-

een flinke opgave. Dit kan bijvoorbeeld worden behaald door 55% van de

structuur te komen.

gebouwen te isoleren en daarnaast ook nog in 30% van de gebouwen een

Spoor 1: Zelf het goede voorbeeld geven

(hybride) warmtepomp te plaatsen. Hoe we dit voor elkaar willen krijgen staat uitgebreid omschreven in de

Als gemeente geven we zelf het goede voorbeeld. Het betreft de energietransitie van onze eigen activiteiten, onder te verdelen naar vastgoed, mo-

Transitievisie Warmte. Enkele concrete voorbeelden van de door onze gemeente te ondernemen stappen:

biliteit en energie in de buitenruimte. De gemeenteraad heeft op 16 april 2020 kennisgenomen van het uitvoeringsplan 2021-2027 verduurzaming vastgoed Hillegom waarin de ambitie energieneutraal in 2030 voor het gemeentelijk vastgoed is opgenomen. Verder zetten we bij nieuwbouw van woningen en bedrijven in op een energieneutrale warmte en elektriciteitsvoorziening. Onze eigen bijdrage aan duurzame mobiliteit is -naast het faciliteren van elektrische bussen en laadinfrastructuur- gericht op het elektrificeren van ons eigen wagenpark. Om zon op dak te stimuleren gaat de gemeente allereerst zelf het goede voorbeeld geven en zonnepanelen op daken leggen van ons gemeentelijkvastgoed waar dit kan en zinvol is. Daarnaast is de gemeente voorstander op nul op de meter bij nieuwbouwprojecten, waarvoor de inzet van zonnepanelen een vereiste zijn.

20

•

De gemeente zal juridische en financiële instrumenten benutten, zoals bijvoorbeeld de prestatieafspraken met woningcorporaties, duurzaamheidsleningen en landelijke instrumenten zoals ‘Routekaart maatschappelijk vastgoed’ en ‘Huurconvenant label verbetering’

•

Informeren en ondersteunen van onze inwoners om huizen en gebouwen te isoleren en energie te besparen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan workshops en bewonersavonden. Ook aan het energieloket en het inzetten van energiecoaches. Dit doen wij bij voorkeur doelgroepsgewijs en in nauwe samenwerking met bijvoorbeeld woningbouwcorporatie STEK en bedrijvenverenigingen.

•

Stimuleren dat inwoners in plaats van de traditionele Cv-ketel op natuurlijke momenten een (hybride) warmtepomp aanschaffen. Zo wordt veel energie bespaard.

Spoor 3: Faciliteer de groei van elektrisch verkeer en duurzame mobiliteit De verwachting is dat in 2030 in Nederland ongeveer 25 tot 30% van het

Figuur 8: Elektrische fiets als voorbeeld van duurzame mobiliteit

verkeer elektrisch is. Hiermee zal het besparingsdoel uit de RES 1.0 (11%) al bijna behaald worden. Om er zeker van te zijn dat de doelstelling gehaald

Nadere invulling van onze duurzame mobiliteitsstrategie vindt plaats via

gaat worden, zetten we niet alleen in op elektrisch verkeer, maar ook op

onze eigen Mobiliteitsplan en vanuit de RES 2.0 Holland Rijnland onder het

duurzame mobiliteit.

motto ‘Mobiliteit: schoner, slimmer en anders’.

Elektrisch rijden zal gefaciliteerd worden door de laadinfrastructuur uit te

Spoor 4: Stimuleer de ontwikkeling van zonnepanelen op

breiden. Zo wordt invulling gegeven aan de Nationale Agenda Laadinfra-

daken

structuur. Er worden elektrische bussen ingezet in het openbaar vervoer en de gemeente gaat zelf het goede voorbeeld geven door het eigen wa-

Het doel is om 111 TJ elektriciteit kleinschalig (70%) en 48 TJ grootschalig

genpark te elektrificeren.

op te wekken (30%) in 2030.

Daarnaast zetten we in op duurzame mobiliteit, door lopen en fietsen te

Kleinschalig opwekken kan door zonnepanelen op daken te plaatsen. Dit

stimuleren en thuiswerken en deelmobiliteit te promoten.

zorgt ervoor dat we minder afhankelijk zijn van grootschalige opwekking zoals grote zonPV-velden of windturbines.

21

Het is belangrijk dat het plaatsen van zonnepanelen op een ruimtelijk aan-

Tot slot zal de gemeente waar mogelijk juridische instrumenten benutten,

trekkelijke wijze gedaan wordt. Dit bereiken we door kaders te ontwikkelen

zoals bijvoorbeeld de prestatieafspraken met woningcorporaties.

voor het plaatsen van zonnepanelen in de gebouwde omgeving.

Spoor 5: Nader onderzoek opwekking elektriciteit Om het plaatsen van zonnepanelen te stimuleren gaan we inzetten op een wijkgerichte aanpak. We onderzoeken welke wijken voorlopers kunnen zijn en welke gebouwen kunnen functioneren als ‘voorbeeldprojecten’. We zetten in op projecten waar ‘zon op dak’ op een goede manier geïntegreerd is

Met kleinschalige opwek (zonnepanelen op daken) alleen redden we het niet om de ambitie voor 2030 te halen. Het is nodig om naast kleinschalig, ook 48 TJ grootschalig op te wekken in 2030.

en gecombineerd wordt met andere functies zoals groene sedumdaken,

Tijdens participatiesessies met inwoners en bestuurders is de voorkeur om

zodat de zichtbaarheid en draagvlak van duurzame energie vergroot wordt.

duurzame energieopwekking te plaatsen langs bestaande infrastructuur

Wij stimuleren energiecoöperaties als voortrekkers met oog voor inwoners

naar voren gekomen. De gemeente stimuleert onderzoek naar mogelijkhe-

en als onafhankelijke platforms voor de energietransitie. We maken gebruik

den van vooral zonPV-velden langs infrastructuur zoals het spoor en par-

van landelijke instrumenten die het plaatsen van zonnepanelen voor ieder-

keerplaatsen.

een mogelijk maken, zoals bijvoorbeeld duurzaamheidsleningen. Daar waar zonnepanelen moeilijk inpasbaar zijn vanwege de netsituatie stimuleren wij de opslag van zonne-elektriciteit in batterijen, als deze voldoende financieel aantrekkelijk zijn voor onze inwoners. Meer informatie over thuisaccu’s in combinatie met zonne-elektriciteit is te vinden op de website van Milieu Centraal. Het is belangrijk de communicatie en bewustwording te verbeteren. Dit doen we door het te combineren we met de workshops, bewonersavonden en bezoeken aan de wijk die gaan over energiebesparing. Wij willen zorgen voor onafhankelijk advies via het Energieloket of Energiecoaches. Ambassadeurs uit de gemeente die al ervaring hebben met zonnepanelen kunnen helpen om mede-inwoners enthousiast te maken. Wij stimuleren het organiseren van een platform van gerenommeerde lokale toeleveranciers van energiesystemen waar onze inwoners gebruik van kunnen maken.

22

Figuur 9: Zonnecarport Bloemendaal – 5.000 zonnepanelen

De ontwikkeling van dergelijke projecten is lastiger en vaak duurder dan

Netinpassing, een belangrijk aandachtspunt

een open veld of een bestaand groot dak. Daarom is een actieve stimulans vanuit de gemeente door het betrekken van initiatiefnemers hiervoor es-

Het tempo van de groei en de locatie waar de productie duurzame elek-

sentieel. Ook zullen nationale subsidies (SDE++) beschikbaar moeten zijn

triciteit kan plaatsvinden wordt in belangrijke mate bepaald door de mo-

om dit mogelijk te maken. Tot slot heeft netinpassing extra aandacht nodig

gelijkheden die het elektriciteitsnet biedt. Overleg met Liander heeft dui-

omdat vaak invoeding op meerdere punten nodig is, zie ook kader netin-

delijk gemaakt dat groei in de gemeente weliswaar mogelijk is, maar

passing.

dat steeds locatie specifiek zal moeten worden gekeken of en op welke manier dit kan. Dit geldt zowel voor zonPV op daken in wijken als groot-

Een inventarisatie van mogelijke locaties is gepresenteerd in het hoofdstuk

schalige vormen van duurzame elektriciteitsproductie.

‘Verdieping spoor 4 en 5 Elektriciteit’. De gemeente wil meer inzicht krijgen in de mogelijkheden door deze locaties nader te onderzoeken, op het ge-

In welke mate het kunnen halen van doelen voor 2030 mogelijk is hangt

bied van draagvlak, kosten, vergunningen en netinpassing. Het is belang-

mede af van de ruimte die op ons elektriciteitsnet aanwezig is. Nader

rijk locaties snel nader te identificeren en vast te stellen of initiatiefnemers

onderzoek en afstemming met Liander, bij voorkeur in regionaal ver-

potentiële interesse hebben zodat ruimtes in het Omgevingsplan geoor-

band, moet dit duidelijk maken.

merkt kunnen worden voor duurzame opwek. Bij voorkeur zetten wij in op projecten die zichtbaarheid en draagvlak van

Met de opwek langs infrastructuur worden de doelen niet geheel gehaald.

duurzame energie vergroten en daarmee een stimulans zijn voor de tran-

Er is dus meer grootschalige opwek nodig. Op korte termijn is dit lastig,

sitie. Ook focussen we op projecten waar meekoppelkansen zijn zoals de

gezien ons huidige beleid en de beperkte netcapaciteit. Toch zijn er enkele

combinatie met een geluidswal of herstructurering van een weg. Tot slot

mogelijkheden die nader onderzocht kunnen worden. Hiervoor hanteren

hebben wij oog voor energieopslag en het afstemmen van vraag en aanbod

we voor de korte termijn de volgende aanpak:

van elektriciteit zodat de beschikbare netcapaciteit optimaal benut kan worden.

•

Verkennen (eventueel in HLT- DBS- of RES-verband10) van de mogelijkheden van grootschalig wind en grootschalig zonnepanelen op land, als onderdeel van RES 2.0.

10

Mogelijke samenwerkingsverbanden zijn 1) Hillegom, Lisse en Teylingen (HLT), 2) de Duin en Bollenstreek (DBS) en 3) De RES (Regionale Energiestrategie) regio Holland Rijnland

23

•

Verkennen of/welke aanpassingen in ons beleid noodzakelijk is

•

Zichtbaarheid en draagvlak van duurzame energie vergroten, bijvoorbeeld door in te zetten op voorbeeldprojecten met wind en zon.

Het is een flinke opgave om 159 TJ duurzaam op te wekken in 2030. De gemeente gaat kleinschalige en middelgrote duurzame opwek faciliteren door: Partijen bij elkaar te brengen De gemeente onderzoekt, daar waar zij een leidende rol heeft, samen met betrokkenen de kansen om werkzaamheden te combineren. Dit doen wij

Waar kun je aan denken tot 2030?

door netbeheerders, woningcorporaties, bedrijven en andere georgani-

Na het vaststellen van de Lokale Energiestrategie stellen we een uitvoe-

seerde belanghebbenden met elkaar in contact te brengen over bepaalde

ringsplan op waarmee wij de energietransitie op een verantwoorde manier

vragen of gebieden. Ook wil de gemeente in samenwerking met de ener-

kunnen versnellen. In deze paragraaf beschrijven we op hoofdlijnen welke

giecoöperatie Hillezon de energietransitie voor onze inwoners en bedrijven

activiteiten onderdeel kunnen worden van het uitvoeringsplan en wat onze

zo laagdrempelig mogelijk maken.

rol als gemeente kan zijn. Het spreekt voor zich dat de gemeente daarbij

Stimuleren van initiatieven

instrumenten inzet en gebruik maakt van subsidies die rijk, provincie en regio biedt. In de uitvoering wordt daar waar zinvol afgestemd en

De gemeente stimuleert initiatieven die aangedragen worden en zet juridi-

samengewerkt in HLT, DBS of Holland Rijnland10 verband.

sche en financiële instrumenten in om zo de uitvoering mogelijk te maken.

Als opmaat naar het uitvoeringsprogramma lichten we een aantal mogelijk-

Communicatie

heden toe gericht op het halen van de doelen in 2030.

1. Warmte: Energiebesparing & onderzoeken collectieve en individuele warmte oplossingen

Wij motiveren en ondersteunen onze inwoners actief om zonnepanelen op daken te leggen o.a. door goede informatievoorziening, bij de juiste mensen op het juiste moment, en door aan te sluiten bij hun motivaties. We zetten alle vormen van communicatie in: online, offline, persoonlijk contact.

De TVW beschrijft op hoofdlijnen welke activiteiten onderdeel worden van

Denk hierbij bijvoorbeeld aan workshops, bewonersavonden en bezoeken

het uitvoeringsprogramma warmte en wat onze rol als gemeente in de

aan de wijk.

warmtetransitie is. In deze LES gaan we daarom niet verder in op energiebesparing en duurzame warmte in gebouwen.

2. Elektriciteit: Faciliteren duurzame opwek

24

Nauwe samenwerking met de netbeheerder

3. Mobiliteit: Faciliteren duurzame mobiliteit

Gericht op het optimaal inpassen van duurzame energieprojecten, al dan

De doelstelling is om in 2030 11% te besparen op het energieverbruik van

niet met behulp van energieopslag, in het bestaande elektriciteitsnet zon-

de mobiliteit ten opzichte van 2014. In het Mobiliteitsplan en het daarbij

der dat netuitbreiding nodig is.

behorende uitvoeringsprogramma worden concrete maatregelen opgeno-

In het uitvoeringsplan geven we aan: ◼

Op welke groepen vastgoed het programma gericht is (zoals particuliere woningen, VvE’s, corporatiebezit, particuliere huur, kantoren, bedrijfspanden, agrariërs)

◼

Op welke doelgroepen het programma focust (denk aan onderscheid binnen woningen op leeftijd, inkomen en type bewoners (huurders/eigenaren), etc.)

men om de genoemde doelstelling te bereiken. In deze LES gaan we daarom niet verder in op besparingen in mobiliteit.

4. Gedragsverandering gebouwde omgeving en bedrijven: Doelgroepen aanpak De drie thema’s warmte, elektriciteit en mobiliteit worden bij voorkeur gecombineerd in de communicatie en uitvoering, zie hoofdstuk 9. Waar mogelijk aangevuld met programma's op het gebied van klimaatadaptatie en biodiversiteit. Dit vergt verregaande afstemming tussen verschillende be-

◼

◼

Welke partijen we betrekken en wat ieders rol gaat zijn (bedrijven

leidsterreinen maar wordt door inwoners en bedrijven als prettig ervaren.

met grote (dak)oppervlakte, netbeheerder, woningcorporaties,

In een doelgroep en/of gebiedsgerichte aanpak wordt zo een compleet

energie coöperaties, uitvoerende bedrijven (aannemers), energie-

pakket voor het verduurzamen van wonen en werken beoogd. Het gaat

coaches, bouwmarkten etc.)

daarbij in essentie om gedragsverandering en wat nodig is om tot deze

Wat nodig is om de verschillende groepen stappen te laten zetten op het gebied van duurzame opwek (denk aan informatie delen, duurzaamheidsleningen)

◼

Wat de gemeente per doelgroep of wijk gaat doen en wanneer

◼

Hoe aan te sluiten op landelijke programma’s

◼

Hoeveel budget, tijd en inzet nodig is voor het uitvoeren van het

verandering te komen. De aandacht gaat daarbij uit naar de grotere doelgroepen die niet uit zichzelf veranderen maar waarvoor het belangrijk is dat de drempel om te veranderen zo laag mogelijk wordt gemaakt. De urgentie en noodzaak moet gevoeld worden en ook moet een handelingsperspectief geboden worden dat bij deze doelgroepen past en dat voordelen biedt die ertoe doen.

5. Voorbeeldprojecten programma.

De gemeente gaat inzetten op voorbeeldprojecten die de zichtbaarheid en het draagvlak van duurzame energie vergroten en daarmee een stimulans

25

zijn voor de transitie. Zo kunnen energieprojecten nabij sportcentrum De Vosse, sportvelden De Zanderij en het NS-station mogelijk voorbeeldproject worden.

6. Onderzoeken locaties zon- en wind projecten Voor 2025 hebben we uitgebreider onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor zon- en windprojecten in de gemeente, eventueel in samenwerking met HLT, DBS of Holland Rijnland en in samenwerking met diverse partners. De gemeente gaat een traject starten om de mogelijkheden voor locaties nader te onderzoeken, op het gebied van draagvlak, ruimtelijke inpassing, kosten, vergunningen, noodzaak energieopslag en netinpassing. Het is belangrijk locaties snel te identificeren zodat ruimtes tijdig gereserveerd kunnen worden voor duurzame opwek.

Wat doen we later (na 2030) De lijn die tot 2030 wordt ingezet wordt voortgezet richting 2050. Waarbij vanaf 2030 er meer aandacht zal zijn voor de warmtetransitie met warmtenetten en ‘all electric’ oplossingen. Ook voor de realisatie van grootschalige duurzame elektriciteit projecten waar gebleken is dat dit kan. Tot slot zijn innovaties die nu volop in ontwikkeling zijn, zoals bijvoorbeeld de duurzame productie en toepassing van waterstof, energieopslag in batterijen of opslag van warmte op hoge temperatuur in de ondergrond, dan beschikbaar voor toepassing op grote schaal. Als gemeente volgen wij deze ontwikkelingen in HLT en regionaal verband om zo onze strategie daarop te kunnen aanpassen.

26

Routekaart 2050

27

Figuur 10: De Lokale Energiestrategie van Hillegom in één overzicht

Participatie en communicatie

28

3 Communicatie en participatie •

De verschillende sporen van de LES kunnen flinke impact hebben op in-

De betrokken inwoners hebben inzichten opgedaan van andere

woners en hun leefomgeving. Grootschalige opwek grijpt natuurlijk in op de

deelnemers, waardoor zij ook hebben gezien dat er meerdere per-

leefomgeving. Maar ook moeten onze inwoners, bedrijven en organisaties

spectieven zijn om naar de energietransitie te kijken.

flink aan de slag om de energietransitie voor elkaar te krijgen. Om daadwerkelijk energie te besparen moeten zij op een andere manier gaan leven, werken en reizen. Ze moeten hun huizen en gebouwen aanpassen en daarin zelf initiatief nemen. Kortom, zij moeten het gaan doen.

Een uitgebreidere terugblik op het participatietraject is te vinden in de verslagen van de verschillende bijeenkomsten. De participatiebijeenkomsten rondom de LES vormen dus een mooi startpunt voor een traject waarin inwoners meedenken en betrokken worden bij

De aanloop naar de LES

de implementatie van de Lokale Energiestrategie in de komende jaren.

Daarom houden we naast de technische haalbaarheid en de ruimtelijke inpasbaarheid ook consequent de maatschappelijke aanvaardbaarheid en

De uitvoering van de LES

haalbaarheid in het vizier. In de afgelopen periode is daar al mee gestart,

We gaan de participatie op basis van het te ontwikkelen participatiebeleid

door de Lokale Energiestrategie ook in verschillende digitale bijeenkom-

vanuit verschillende aspecten laten plaatsvinden. We willen namelijk be-

sten te bespreken met inwoners, en in een eerder stadium inwoners al mid-

trokkenheid creëren voor de keuzes die we beleidsmatig maken voor de

dels een enquête te bevragen op hun wensen en ideeën.

hele gemeente. Daarnaast willen we betrokkenheid en input krijgen op hoe

Deze participatiebijeenkomsten hebben de volgende resultaten opgeleverd: •

•

1.

In gesprek over de uitvoering van de Lokale Energiestrategie

De inzichten, wensen en ideeën zijn afgewogen en meegenomen

De komende tijd worden er projecten gestart om de Lokale Energiestrate-

in de Lokale Energiestrategie.

gie uit te voeren. Dat zijn maatregelen die gericht zijn op besparing, mobi-

De betrokken inwoners weten welke opgaves er liggen en welke mogelijkheden er in de gemeente Hillegom zijn om daar invulling aan te geven. Ze weten dus voor welke uitdagingen de gemeenten staan als het gaat om de energietransitie.

29

specifieke maatregelen uitwerken in wijken of bij doelgroepen.

liteit en opwek, zowel grootschalig als kleinschalig. De meeste van deze initiatieven komen van de overheid, maar ook inwoners en bedrijven kunnen zelf initiatief nemen om de doelen van de LES dichterbij te brengen.

Om de permanente dialoog tot stand te brengen, maken we gebruik van

We stimuleren onze koplopers. Binnen de gemeente Hillegom zit bij een

het burgerpanel. We bouwen zo voort op de betrokkenheid die veel inwo-

specifieke groep inwoners veel energie. Bij deze koplopers ontstaan

ners in het afgelopen traject aan de dag hebben gelegd, en zorgen ervoor

ideeën, initiatieven en daarmee ervaringen die we ook weer breder kunnen

dat ook bij de keuzes die gemaakt worden inwoners betrokken worden.

verspreiden en die als inspiratie kunnen dienen voor anderen. Tegelijkertijd

Daarnaast gaan we werken aan een doorlopende campagne. De gemeente wil haar inwoners doorlopend informeren over de energietransitie. 2.

In gesprek over concrete projecten in de gemeenten

Wanneer we starten met concrete projecten rondom opwek of besparing in een specifieke omgeving of voor een specifieke doelgroep, gaan we het gesprek opzoeken met deze doelgroep of in deze omgeving. Afhankelijk van de grootte van de doelgroep en de impact die de maatregelen hebben op de doelgroep bepalen we de scope van het participatietraject. We gaan hierbij in ieder geval uit van de uitgangspunten die al eerder benoemd zijn: •

We sluiten aan bij de wensen van de doelgroep

•

We bieden ruimte voor dialoog, en laten zien wat we met de opbrengsten doen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1410/documents/17436