1. Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 GR ODWH.pdf
Tekst van het document
7.1.3 Financiële kengetallen Gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen moeten, in de paragraaf Weerstandsvermogen in zowel de jaarrekening als in de meerjarenbegroting, een set van vijf financiële kengetallen opnemen. Dit zijn kengetallen voor de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. De laatste twee zijn voor de Omgevingsdienst niet van toepassing. Kengetallen Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Realisatie Begroting Begroting 2022 2023 2024 -7% -6% 0% 13% 22% 5% 4% 1% -3%
Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding weer van de schuldenlast van de dienst ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft de verhouding weer van het eigen vermogen ten opzichte van de totale passiva en geeft aan in welke mate de dienst het eigen vermogen kan inzetten voor de dekking van de schulden (in hoeverre is de dienst in staat aan haar financiële verplichtingen te voldoen?). Hoe hoger dit percentage, des te groter de weerbaarheid van de organisatie.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
35 / 52
Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte geeft antwoord op de vraag of de dienst voldoende structurele baten heeft om de structurele lasten te dekken. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
FINANCIERING Volgens de Wet FIDO (Wet financiering decentrale overheden) is elke gemeente of gemeenschappelijke regeling verplicht een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de renterisiconorm, de verwachte toe- en/of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van de treasury. Rentevisie De dienst heeft geen leningen lopen. Deze worden ook niet verwacht. Risicobeheer Deze paragraaf geeft een inschatting van de risico’s die de dienst gedurende de begroting kan lopen. Onder risico’s worden verstaan koers- en valutarisico’s en de risico’s ten aanzien van rente. Koers -en valutarisicobeheer Koersrisicobeheer: op dit moment bezit de dienst geen derivaten en is er dus geen sprake van koersrisico. Valutarisicobeheer: op dit moment bezit de dienst geen vreemde valuta, dus is er geen sprake van een valutarisico. Renterisico’s De Wet FIDO hanteert voor de beheersing van het renterisico de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De wet normeert via percentages het maximale risico dat een gemeenschappelijke regeling mag lopen op de vaste- (de rente-risiconorm) en de vlottende schuld (de kasgeldlimiet). Rente-risiconorm Aangezien de dienst geen langlopende schulden heeft, is er geen sprake van een mogelijk risico.
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is bedoeld om de renterisico’s op kortlopende (opgenomen) geldleningen te beperken. Jaarlijks wordt door het ministerie aangegeven welk bedrag een gemeente mag financieren met kortlopende geldleningen: de kasgeldlimiet. Het betreft een percentage (8,2%) van het totaal van de begroting. Deze limiet mag gedurende het begrotingsjaar in principe niet worden overschreden. Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden moet de kortlopende schuld omgezet worden in een langlopende schuld. De toegestane kasgeldlimiet is voor 2024 als volgt bepaald: Kasgeldlimiet Bedrag Begrotingstotaal (lasten) € 21.606.350 Bij ministeriële regeling vastgesteld percentage 8,20% Kasgeldlimiet € 1.771.721 Op basis van het bovenstaande wordt de kasgeldlimiet gesteld op € 1.771.721.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
36 / 52
Dit betekent dat de omvang van de vlottende korte schuld minus de vlottende middelen dit bedrag niet mag overschrijden. Dit is voor de dienst niet het geval. Bijdrage deelnemers De wijze waarop de bijdrage van de deelnemers geïnd wordt blijft ongewijzigd. De dienst stuurt voorschotnota’s op basis van de vastgestelde begroting in het algemeen bestuur. De voorschotnota’s zijn gebaseerd op de onderstaande percentages: Eerste kwartaal Tweede kwartaal Derde kwartaal Vierde kwartaal
25% van de begroting 30% van de begroting 25% van de begroting 20% van de begroting
Aan het einde van het jaar vindt een afrekening plaats van het eventuele meer- of minderwerk ten opzichte van de begroting en van het bedrijfsresultaat. Er wordt hierbij rekening gehouden met de minimale en maximale omvang van de algemene reserve.
BEDRIJFSVOERING In de paragraaf Bedrijfsvoering staat een aantal speerpunten op het gebied van dienstverlening, verantwoording en kwaliteit opgenomen. Verder verbeteren bedrijfsvoering De focus voor 2024 ligt op het verder ontwikkelen van de organisatie op het gebied van informatievoorziening. Zowel om beter te kunnen voldoen aan de informatiebehoefte van onze deelnemers als het beter kunnen sturen van de organisatie. Informatiemanagement Informatiemanagement is meer dan voorheen een belangrijk onderwerp binnen de dienst. We verwachten in 2024 volledig digitaal te kunnen werken. Dit is niet alleen van belang in het kader van flex- en mobiel werken, het is ook noodzakelijk om in de toekomst aansluiting te krijgen bij het Digitale Stelsel Omgevingswet en om te voldoen aan de Archiefwet. Verder werken wij, als vervolg op de implementatie van een nieuw zaaksysteem, aan de verdere digitalisering van ons primaire proces en met name van de informatie die wij daarin genereren. Doorontwikkeling van de omgevingsdiensten in Zuid-Holland De samenwerking tussen de diensten ontwikkelt zich in positieve zin. Na de start met het oppakken van een zestal projecten, wordt nu ook een meer structurele benadering onderzocht om te voorkomen dat het proces stilvalt met het afronden van de projecten.
De directeuren van de diensten ontwikkelen zich naar de ‘directie van de samenwerking’ en ter verbreding van het draagvlak worden ook de MT’s bij het proces aangehaakt.
ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN De paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen bevat op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) in ieder geval de volgende kapitaalgoederen: wegen, riolering, water, groen en gebouwen. Voor de dienst is geen van deze onderdelen van toepassing. Het gebouw waar de dienst is gevestigd wordt gehuurd.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
37 / 52
In bijlage 4 is een overzicht van de investeringen opgenomen. Alle investeringen boven de € 2.500 worden hierin opgenomen. Het betreft de lasten van meubilair, apparatuur, hard- en software en de verbouwingslasten van het gehuurde pand aan de Vondellaan in Leiden. De afschrijvingstermijn van de verbouwingslasten is 10 jaar. Voor de overige afschrijvingstermijnen is veelal de economische levensduur als uitgangspunt genomen. Alle lasten als gevolg van de afschrijving op genoemde investeringen zijn structureel in de begroting opgenomen.
LOKALE HEFFINGEN De dienst is niet bevoegd om lokale heffingen op te leggen. Deze bevoegdheid ligt bij de (deelnemende) gemeenten.
GRONDBELEID Het grondbeleid omvat het gehele instrumentarium dat de gemeente ter beschikking staat om de vastgestelde ruimtelijke en deels ook economische doelstellingen te realiseren. De dienst heeft geen grondbeleid.
VERBONDEN PARTIJEN De dienst heeft zelf geen verbonden partijen. In bijlage H is een tabel opgenomen voor de paragraaf verbonden partijen van de deelnemers.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
38 / 52
8
ONDERTEKENING
Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van Omgevingsdienst West-Holland d.d. 19 juni 2023,
de voorzitter,
de secretaris,
A. North
M.E. Krul-Seen
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
39 / 52
BIJLAGEN Bijlage A Bijlage B Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G Bijlage H Bijlage I Bijlage J
Formatieoverzicht Urenoverzicht Risico-inventarisatie Staat van investeringen Meerjarig beeld reserves en voorzieningen Geprognosticeerde balans EMU-saldo Informatie verbonden partijen Stemverhoudingen Omzetverdeling taken
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
40 / 52
BIJLAGE A: FORMATIEOVERZICHT
Formatie 2024 Werkvoorraad (uren obv werkplan 2023 met OW) Fte productief (incl flexibele schil) Fte overhead (20% van totaal) Totaal FTE
Norm: 1420 uur Productief 183.542 129,25 32,31 161,57
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
41 / 52
BIJLAGE B: URENOVERZICHT 2022-2027 Deelnemers Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal
Realisatie 2022 8.070 10.977 7.657 31.256 5.369 7.625 10.583 46.938 5.212 10.565 3.575 5.735 23.834 177.396
Begroting 2023 7.738 10.797 6.403 32.475 5.512 7.068 11.015 48.667 5.521 9.504 3.153 6.519 25.632 180.004
Dienstplan 2023 7.772 10.949 7.419 32.279 5.665 7.068 11.015 48.639 5.539 9.506 3.341 6.329 25.615 181.133
Begroting 2024 8.135 11.723 8.135 32.279 5.895 7.438 11.821 49.189 5.845 9.995 3.438 6.746 22.907 183.542
Begroting 2025 8.135 11.723 8.135 32.279 5.895 7.438 11.821 49.189 5.845 9.995 3.438 6.746 22.907 183.542
Begroting 2026 8.135 11.723 8.135 32.279 5.895 7.438 11.821 49.189 5.845 9.995 3.438 6.746 22.907 183.542
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
Begroting 2027 8.135 11.723 8.135 32.279 5.895 7.438 11.821 49.189 5.845 9.995 3.438 6.746 22.907 183.542
42 / 52
BIJLAGE C: RISICO-INVENTARISATIE Inventarisatie risico's Naam risico Ongedekte prijsloonontwikkelingen niet in de indexering
Omschrijving risico Voor de dienst wordt door de commissie Financiele Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen jaarlijks de indexatie vastgesteld op basis van de trend en daardoor is dit risico nagenoeg nihil. Het risico kan zich alleen voordoen op het moment dat indexatie in het bewuste jaar in grote mate afwijkt van de trend. Op dit moment (maart. 2021) is er nog geen CAO 2021-2022 vastgesteld. Deze wet heeft tot gevolg dat als de Omgevingsdienst niet binnen de wettelijke (of redelijke) termijn beslist op een vergunningaanvraag, de aanvrager het bevoegd gezag in kwestie een brief (een soort ingebrekestelling) kan sturen met een aanvraag voor een dwangsom. Risico’s die voortvloeien uit rechtsgedingen als gevolg van handelen van de Omgevingsdienst (reguliere taakuitvoering). Heeft de organisatie voldoende kritische massa om haar (wettelijke) taken te kunnen uitvoeren. Op dit moment is het hernieuwde aandacht voor de robuustheid van de omgevingsdiensten. Het vervullen van de openstaande vacatures op een kwalitatieve manier is moeilijk. Op dit moment is nog niet zeker wanneer de Omgevingswet wordt ingevoerd. Vooralsnog is 1/1/2024 uitgangspunt. Er bestaat een risico dat de getroffen voorbereidingen niet voldoende zullen zijn. zowel voor de dienst als voor de deelnemende gemeenten.
Tevens leidt de invoering van de Omgevingswet mogelijk tot een verschuiving van werkzaamheden tussen de deelnemers en de dienst. Kern voor het Wetsvoorstel Kwaliteitsborging voor het bouwen is dat in de toekomst bouwpartners zelf hun kwaliteitsborging moeten regelen. De invoering van de wet kan gevolgen hebben voor de benodigde capaciteit binnen de ODWH mede afhankelijk van keuzes die gemeenten moeten maken. De afgelopen jaren het stuwmeer aan verlofuren afgebouwd, echter door de coronacrisis in 2020 is er weer een stijgende lijn in het aantal niet opgenomen verlofuren. Dit kan leiden tot productieverlies en hogere kosten voor inhuur Verkoop of vervanging kost geld wat niet voorzien is. Ondanks de steeds toenemende automatiseringsgraad, ook in het kader van de Omgevingswet is het de vraag of de dienst in staat is om dit te realiseren. In de gemeente Noordwijk is op basis van een motie een onderzoek gestart naar het functioneren van de dienst en het eventueel terughalen van de bouwtaken richting de gemeente Noordwijk. Hierover is nog geen definitief besluit genomen. Het terughalen van de taken betekent een risico voor de dienst op meerdere vlakken. Voor medewerkers is het mogelijk om een deel van je verlof te sparen voor later.
Deze verlof-spaarpot kan bijvoorbeeld gebruikt worden om eerder te stoppen met werken of een periode minder uren te gaan werken (met behoud van loon en pensioenopbouw). Maar kan ook tussendoor opgenomen worden voor bijvoorbeeld een sabbatical. De kosten worden gerekend tegen de tarieven nu, maar opgenomen tegen het tarief in de toekomst. DIt betekent dat hier mogelijk een risico voor de dienst in zit.
Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
Rechtsgedingen Robuustheid organisatie/medewerkers Invoering Omgevingswet
Privatisering bouwtaken
Uren stuwmeer
informatisering kosten Bouwtaken Noordwijk
Verlofsparen
Programma Risicocategorie Alle Financieel
Speelt vanaf 2021
Alle
Juridisch
2015
Alle
Juridisch
2019
Alle
Politiek / bestuurlijk
2016
Alle
Financieel
2020
Regulieren
Politiek / bestuurlijk
2021
Alle
Financieel
2020
Alle
Financieel
2021
Alle
Organisatorisch
2022
Alle
Organisatorisch
2022
Risico impact en bepaling hoogte weerstandsvermogen
Naam risico Ongedekte prijsloonontwikkelingen niet in de indexering
Minimale omvang
Verwachte omvang
€ 60.000 € Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen Rechtsgedingen Robuustheid organisatie/medewerkers Invoering Omgevingswet Privatisering bouwtaken Uren stuwmeer informatisering kosten Bouwtaken Noordwijk Verlofsparen Totaal omvang en impact risico's
€ €
-
€ 50.000 € 50.000 € € 116.000 € 400.000 € € 25.000 € 701.000
€ €
Bruto Str./ verwachte Incid. omvang
Maximale omvang
80.000 €
90.000 I
€
-
-
S S
€ €
€ 150.000 € 250.000 € € 349.000 € 750.000 € € 550.000 € 2.139.000
S I I I S I i
€ 200.000 € 150.000 € € 174.000 € 1.000.000 € € 400.000 € 2.004.000
€ 100.000 € 150.000 € € 174.000 € 500.000 € € 400.000 € 1.404.000
€ €
Structureel Netto effect maat- verwachte regelen omvang
80.000 € -80.000 € -
Risico-score om-vang Kans Impact
-
6
90%
€
-
-
-
pm pm
€ €
1 1
5% 5%
€ €
pm pm pm pm € -500.000 pm pm € -580.000
€ 200.000 2 € 150.000 3 € - 1 € 174.000 5 € 500.000 3 € - 5 € 400.000 5 € 1.424.000
10% 25% 5% 75% 25% 75% 75%
€ 20.000 € 37.500 € € 130.500 € 125.000 € € 300.000 € 613.000
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
43 / 52
Beheersmaatregelen met structureel effect Om de financiële impact van de risico's te bepalen moet rekening worden gehouden met de structurele effecten van beheersmaatregelen die zijn getroffen om het risico te verminderen, over te dragen of te vermijden. In onderstaande tabel staat per geïdentificeerd risico aangegeven welke aanpak is gekozen en welk (structureel) effect de aanpak heeft. De genoemde bedragen maken onderdeel uit van de risico impact berekening uit de vorige paragraaf.
Naam risico Ongedekte prijsloonontwikkelingen niet in de indexering
Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen Rechtsgedingen
Robuustheid organisatie/medewerkers
Invoering Omgevingswet
Privatisering bouwtaken
Uren stuwmeer
informatisering kosten
Bouwtaken Noordwijk
Verlofsparen
Gekozen aanpak Accepteren
Toelichting gekozen aanpak Bij het vasstellen wordt gebruik gemaakt van het indexcijfer afgegeven door de commissie Financiele Kaderstelling Gemeenschappelijke Regelingen. Deze wordt door het Algemeen Bestuur in de kadernota definitief vastgesteld. Het verleden laat zien dat deze indexatie meestal voldoende is op de werkelijke indexatie op te vangen. Indien dit niet het geval is heeft de dienst de opgave om dit zo veel mogelijk binnen de exploitatie op te lossen.
Structureel Effect maat- effect maatregelen regelen -€ 80.000 € -80.000
Accepteren
Termijnen om te beslissen worden nauwlettend bewaakt. Het in 2014 ingerichte pm ServiceburO vervult daarbij een belangrijke rol. Overdragen Hiervoor is een verzekering voor rechtsbijstand en aansprakelijkheid afgesloten pm met een daarbij gebruikelijke dekking. Gezien de inschatting zijn er geen extra maatregelen genomen. Verminderen De dienst heeft er voor gekozen om de arbeidsmarkt actiever te benaderen. Dit pm vindt plaats via "Werken in het Westen" en andere digitale kanalen. Tevens wordt er actief gesproken met onze ingehuurde mensen met als doel deze in vaste dienst te laten komen. Voor het programma Bouwen is in samenspraak met een externe partner een trainneeprogramma opgezet om zodoende personeel zelf op te leiden. Accepteren Ondanks de onduidelijkheid over de invoering van de Omgevingswet heeft de pm dienst als streven om op 1/1/2022 gesteld te staan voor de uitvoering van de Omgevingswet. Dit gebeurd in samenspraak met onze deelnemers welke hiervoor uren beschikbaar hebben gesteld. Accepteren Uit een impact analyse van de vereniging BWT die de ODWH heeft uitgevoerd pm blijkt vooralsnog dat eventuele aanpassingen van de capaciteit (flexibele schil) kunnen worden opgevangen binnen de huidige formatie. Verminderen De afgelopen jaren is er sterk gestuurd op het verminderen van de stuwmeren. pm Dit heeft geleidt tot een aanzienlijke vermindering van het aantal uren.
In 2020 was er sprake van het coronavirus, waardoor het aantal uren weer is toegekomen. De komende tijd zal er verder gestuurd worden op het verminderen van het aantal uren. Verminderen In 2020 is er een start gemaakt met doorontwikkeling van het zaaksysteem, mede -€ 500.000 in kader van de Omgevingswet. Tevens zal er worden gekeken naar het ontsluiten van de informatie. Beide trajecten zullen leiden tot een herijking van de visie over Informatisering. Tevens zal er gestuurd blijven worden op de budgetten.
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€ -500.000
Overdragen
De nota Planning & Control voorziet in de situatie dat een deelnemer zijn pm € takenpakket wilt terugnemen. Zij zullen dan frictiekosten dienen te betalen aan de dienst van 5x het aantal uren * geldend uurtarief. Verminderen Op basis van een memo van de commissie BBV zal de dienst een voorziening pm € trefften voor deze kosten. Deze zal het grootste deel van het risico opvangen. Tevens zal er 2023 beleid worden gemaakt om jaarlijks te komen tot herijking van de voorziening. Totaal € -580.000 € -580.000
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
44 / 52
BIJLAGE D: STAAT VAN INVESTERINGEN Investering
Aanschafwaarde begin 2023
Werkplekken Werkplekken
€ €
Overig Overig (inc. onvoorzien, incidentele vervangingen)
€ €
Totaal activa en investeringen
€
Vermeerderingen 2023
Vermeerderingen 2024
Vermeerderingen 2025
Vermeerderingen 2026
Vermeerderingen 2027
1.561.207 € 146.000 € 192.000 € 192.000 € 140.000 € 140.000 1.561.207 € 146.000 € 192.000 € 192.000 € 140.000 € 140.000
Cum. afschrijving begin Boekwaarde begin Afschrijving Boekwaarde einde Afschrijving Boekwaarde einde Afschrijving Boekwaarde einde Afschrijving Boekwaarde einde Afschrijving Boekwaarde einde 2023
2023
€ €
924.405 € 924.405 €
50.000 50.000
€ €
- € - €
1.561.207 € 196.000 € 242.000 € 242.000 € 190.000 € 190.000
€
924.405 €
- € - €
50.000 € 50.000 €
50.000 € 50.000 €
50.000 € 50.000 €
50.000 € 50.000 €
2023
636.802 € 148.042 € 636.802 € 148.042 € - € - €
5.000 € 5.000 €
636.802 € 153.042 €
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
2023
2024
2024
2025
2025
2026
2026
2027
2027
634.759 € 137.387 € 634.759 € 137.387 €
689.372 € 161.846 € 689.372 € 161.846 €
719.527 € 180.663 € 719.527 € 180.663 €
678.864 € 168.294 € 678.864 € 168.294 €
650.570 650.570
45.000 € 45.000 €
80.000 € 80.000 €
105.000 € 105.000 €
120.000 € 120.000 €
45.000 € 45.000 €
125.000 125.000
798.864 € 213.294 €
775.570
15.000 € 15.000 €
679.759 € 152.387 €
45 / 52
25.000 € 25.000 €
769.372 € 186.846 €
35.000 € 35.000 €
824.527 € 215.663 €
BIJLAGE E: MEERJARIG BEELD RESERVES EN VOORZIENINGEN
Eigen vermogen en Voorzieningen Algemene reserve - Resultaat boekjaar - Storting reserves - Onttrekking uit reserves - Afboeking verschil algemene reserve Bestemmingsreserves - Reserve Informatiemanagement (IM) in control Totaal eigen vermogen Voorzieningen - Voorziening aanvulling WW - Voorziening verlofsparen Totaal voorzieningen
Mutatie Mutatie 1-jan-23 1-jan-24 2022 2023 753.543 € 699.757 € 1.453.300 € -1.165.000 € 288.300 € 372.757 € € 327.000 € € -1.165.000
1-jan-22 €
Mutatie Mutatie Mutatie Mutatie 1-jan-25 1-jan-26 1-jan-27 1-jan-28 2024 2025 2026 2027 € 91.650 € 379.950 € 135.400 € 515.350 € 144.160 € 659.510 € 111.150 € 770.660 € € € € € 91.650 € 135.400 € 144.160 € 111.150
€
630.000 € -325.536 € 304.464 € -304.464 € - € - € - € - € - € - € - € - € € -325.536 € -304.464 € 1.383.543 € 374.221 € 1.757.764 € -1.469.464 € 288.300 € 91.650 € 379.950 € 135.400 € 515.350 € 144.160 € 659.510 € 111.150 € 770.660 € 24.789 € 157.028 € 181.817 50.000 € 231.817 50.000 € 281.817 50.000 € 331.817 50.000 € 381.817 50.000 € 431.817 € 7.028 € 150.000 50.000 50.000 50.000 50.000 50.000 24.789
157.028
181.817
50.000
231.817
50.000
281.817
50.000
331.817
50.000
381.817
50.000
431.817
In bovenstaande tabel zijn de toevoegingen en onttrekkingen aan de algemene reserve, de bestemmingsreserve en voorzieningen opgenomen voor de periode 2022-2027.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
46 / 52
BIJLAGE F: GEPROGNOSTICEERDE BALANS Onderstaand is de geprognotiseerde balans voor de jaren 2024 tot en met 2027 opgenomen, waarbij de ontwikkelingen van het eigen vermogen zoals opgenomen in bijlage 4 en het meerjarenbeeld reserves en voorzieningen uit bijlage 5 in de prognosticeerde balansen zijn verwerkt.
Balans (x €1.000) Totaal vaste activa
2024
2025
2026
2027
769
825
799
776
Totaal vlottende activa
11.393
11.523
11.743
11.927
Totaal activa
12.162
12.347
12.541
12.702
Totaal eigen vermogen
380
515
660
771
Totaal voorzieningen
282
332
382
432
Totaal vlottende passiva
11.500
11.500
11.500
11.500
Totaal passiva
12.162
12.347
12.541
12.702
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
47 / 52
BIJLAGE G: EMU-SALDO Met ingang van 2018 is conform de vernieuwing BBV de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting. De begroting van de Omgevingsdienst West-Holland is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de overheidsorganisatie, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeentelijke organisaties hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de afschrijvingslasten van de investeringen.
EMU Saldo (x €1.000) Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, 1 artikel 17c). (Een nadelig saldo wordt wordt negatief weergegeven). 2 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus 3 de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden 4 geactiveerd.
Ramng 2024 Raming 2025 Raming 2026 Raming 2027
+
92
135
144
111
153
187
216
213
242
242
190
190
282
332
382
432
Nee
Nee
Nee
Nee
-280
-252
-212
-298
+
-
Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij 5 + post 4. Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie 6 + verantwoord. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen 7 transacties met derden die niet op de exploitatie staan).
-
Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie 8 verantwoord. + Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden 9 betreffen. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief 10 fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten. 11 Verkoop van effecten. a Gaat u effecten verkopen? (ja/nee). Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie? b Berekende EMU-saldo
-
-
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
48 / 52
Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo van de Omgevingsdienst West-Holland voor het jaar 2024 komt uit op min € 280.000. Het betekent dat in EMU-termen de uitgaven hoger zijn dan de inkomsten.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
49 / 52
BIJLAGE H: INFORMATIE VERBONDEN PARTIJEN De gegevens in deze bijlage zijn bestemd voor de paragraaf verbonden partijen van de deelnemers. Informatie voor verbonden partijen A. Naam en de gevestigde plaats Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst WestHolland, gevestigd te Leiden. B. Het openbaar belang dat op deze wijze De regeling is getroffen ter ondersteuning van de behartigd wordt belangen van de deelnemers op het gebied van omgeving en milieu, met name ter behartiging van het gemeentelijk belang van de beleidsontwikkeling op het gebied van omgeving en milieu, alsmede gericht op een efficiënte en doelmatige uitvoering van de gemeentelijke en provinciale taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst WestHolland. C. Het belang dat de provincie onderscheidenlijk De stemverhouding (het belang) 2023 is gebaseerd op de gemeente in de verbonden partij heeft aan de initiële begroting 2023 vastgesteld door het het begin en de verwachte omvang aan het dagelijks bestuur in de vergadering van 31 januari einde van het begrotingsjaar 2023. Het overzicht stemverhouding 2023 is hierna opgenomen. D.
De verwachte omvang van het eigen Eigen vermogen Omgevingsdienst aan het begin en vermogen en het vreemd vermogen van de einde van het begrotingsjaar: verbonden partij aan het begin en aan het einde 1-1-2024: € 288.300 van het begrotingsjaar 31-12-2024: € 379.950 Vreemd vermogen Omgevingsdienst aan het begin en einde van het begrotingsjaar: 1-1-2024: € 11.500.000 31-12-2023: € 11.781.817 E. De verwachte omvang van het financiële resultaat van de Omgevingsdienst in het begrotingsjaar
Het verwachte resultaat voor begrotingsjaar 2024 bedraagt € 91.650,=.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
50 / 52
BIJLAGE I: STEMVERHOUDING 2023
* vastgesteld door het dagelijks bestuur in de vergadering van 31 januari 2023.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
51 / 52
BIJLAGE J: OMZETVERDELING TAKEN Omzetverdeling taken (x €1.000) Programmataken Niet wettelijke taken (VPB plichtig) Totaal inkomsten Programmataken Niet wettelijke taken (VPB plichtig) Totaal inkomsten
Begroting Begroting Begroting Begroting 2024 2025 2026 2027 € 21.698 € 22.140 € 22.555 € 22.811 €0 €0 €0 €0 € 21.698 € 22.140 € 22.555 € 22.811 100% 0% 100%
100% 0% 100%
100% 0% 100%
100% 0% 100%
(Afgeronde bedragen)
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
52 / 52