1. Begroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027 GR ODWH.pdf
Tekst van het document
Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 20 maart 2023 Status (versie voor besluitvorming)
INHOUDSOPGAVE Inhoudsopgave
3
Voorwoord
5
1
Inleiding en leeswijzer
6
2
Financieel kader Algemeen Gemeenschappelijke Regelingen en het BBV Dienstplan 2023 als basis voor Begroting 2024 Kadernota 2024 Financieringssystematiek Uurtarief 2023 2.6.1 Uurtarief 2024 deelnemers 2.6.2 Uurtarief BIP
7 7 7 8 8 9 9 9 9
3
Programma’s algemeen Milieu 3.2.1 Omgevingswet 3.2.2 Vergunningen 3.2.3 Nota VTH 3.2.4 Ondermijning 3.2.5 Administratief- en ketentoezicht 3.2.6 Wat mag het kosten? Bodem 3.3.1 Bodem en water 3.3.2 Aanvullingswet bodem Omgevingswet 3.3.3 Grondwatersanering 3.3.4 Energie 3.3.5 Wat mag het kosten? Omgevingsadvies 3.4.1 Omgevingswet 3.4.2 Energie, ondergrond en archeologie 3.4.3 Schipholadvisering 3.4.4 Geluidsanering (verkeer). 3.4.5 Wat mag het kosten? Duurzaamheid 3.5.1 Energietransitie en energietoezicht 3.5.2 Duurzaamheidsadvies en klimaatadaptie 3.5.3 Circulaire economie 3.5.4 Regionale samenwerking
10 10 11 11 11 11 11 11 12 13 13 13 14 14 14 15 15 15 15 15 15 17 17 17 17 17
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
3 / 52
3.5.5 RES 3.5.6 Subsidies, leningen en energiescans 3.5.7 Wat mag het kosten? Bouwen 3.6.1 Bouwtaken 3.6.2 Asbestsanering (sloop) 3.6.3 Wat mag het kosten? Randvoorwaardelijke taken 3.7.1 Kwaliteit waarborgen 3.7.2 Omgevingswet 3.7.3 Formatie 3.7.4 Bibob 3.7.5 Wat mag het kosten?
17 18 18 19 19 19 19 20 20 20 20 20 20
4
Begroting Omgevingsdienst Begroting 2024 Toelichting begroting 2024 4.2.1 Toelichting op de lasten van de begroting 2024 4.2.2 Toelichting op de baten van de begroting 2024 Ontwikkelingen in de begroting 2024 Meerjarenbegroting 2025-2027 Ontwikkelingen in meerjarenbegroting 2025-2027
22 22 24 24 25 27 28 29
5
Ontwikkelingen NIET in de begroting
31
6
Bezuinigingslasten Bezuinigingslasten als gevolg van taakstellingen Bezuinigingslasten 2023
32 32 32
7
Paragrafen Weerstandsvermogen 7.1.1 Omvang weerstandsvermogen 7.1.2 Risicomanagement 7.1.3 Financiële kengetallen Financiering Bedrijfsvoering Onderhoud kapitaalgoederen Lokale heffingen Grondbeleid Verbonden partijen
33 33 33 34 35 36 37 37 38 38 38
8
Ondertekening
39
Bijlagen
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
40
4 / 52
VOORWOORD Voor u ligt de Begroting 2024. Vorig jaar schreef ik dat de financiële situatie van de dienst structureel in positieve zin verandert. Dat is nog steeds zo, maar helaas laten de algemene ontwikkelingen wel hun financiële sporen na over 2022 en 2023, ook voor ons. Het gevolg is dat we moeten interen op onze reserves, en ook vanaf 2024 weer scherp aan de wind moeten varen om duurzaam een gezonde financiële positie te hebben en te houden. Het lijkt er nu definitief op dat de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking zal treden. Deze belangrijke wetswijziging biedt kansen en uitdagingen voor een betere afstemming en meer samenwerking met de deelnemers en andere omgevingsdiensten. We hebben inmiddels vele jaren de tijd gehad om ons goed voor te bereiden op de veranderende werkwijze die de Omgevingswet met zich meebrengt. We mogen in staat worden geacht om ook volgens de vernieuwde regelgeving de deelnemers bij al hun milieutaken te ondersteunen en te adviseren. Maar zoals bij nieuwe wetgeving altijd aan de orde is: de praktijk is weerbarstig en er zal nog wel een keer iets mis gaan. Dat zullen we zo snel mogelijk herstellen en er van leren. Als dienst richten we onze blik op de toekomst. Dat is geen vrijblijvende keuze, maar een pure noodzaak: de ontwikkelingen om ons heen zijn divers en gaan soms in een razend tempo.
We zullen ze bij moeten houden, minimaal volgend en soms ook leidend. - Het vervolg op de Commissie Van Aartsen leidt tot een grootschalig programma, ten minste ter verbetering van de aanpak van vergunningverlening, toezicht en handhaving - De ontwikkelingen op het gebied van verduurzaming nemen een onomkeerbare vlucht vooruit - De arbeidsproblematiek is niet tijdelijk en vraagt om een creatieve benadering - Samenwerking tussen omgevingsdiensten, binnen Zuid-Holland maar ook daarbuiten, noodzaakt meer en meer tot samen aanpakken. Dat alles leidt ook tot kansen. We zijn nauw betrokken bij het interbestuurlijk programma dat landelijk uitvoering geeft aan de adviezen van Van Aartsen. Energiebesparing en circulaire economie zijn geen thema’s die alleen het programma Duurzaamheid aangaan, het is een manier van leven en werken die een gewoonte moet worden. Samen met de andere omgevingsdiensten investeren we in ons menselijk kapitaal door een goede arbeidsmarktcommunicatie en aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden. We stralen uit dat werken voor een beter milieu, werken voor de toekomst is. De begroting voor 2024 geeft per programma een duidelijk beeld van de weg die we inslaan als organisatie. De komende tijd hoop ik samen met u een ambitieuze stip verder op de horizon te kunnen zetten met een duurzame langetermijnvisie, die medewerkers en deelnemers een lonkend perspectief biedt!
Marlies Krul-Seen Directeur Omgevingsdienst West-Holland
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
5 / 52
1
INLEIDING EN LEESWIJZER
De Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (verder te noemen: Begroting 2024) is de meerjarige uitwerking van de financiën voor de door de Omgevingsdienst West-Holland uit te voeren programma’s. Voor de Begroting 2024 zijn de Kadernota 2024, vastgesteld in het algemeen bestuur van 13 maart 2023, en de regelgeving in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) de belangrijkste uitgangspunten. De Begroting 2024 kent de volgende inhoudelijke hoofdstukken: 2. Financieel kader 3. Programma’s 4. Begroting Omgevingsdienst 5. Ontwikkelingen niet in de begroting 6. Paragrafen In de leeswijzer lichten we deze hoofdstukken kort toe.
LEESWIJZER Hoofdstuk 2. Financieel kader In het Financieel Kader beschrijven we de onderwerpen die de uitgangspunten vormen voor het opstellen van deze Begroting 2024. In het Financieel Kader zijn de nieuwe tarieven opgenomen. Tevens lichten we de financieringssystematiek toe, zoals die in de Nota Planning en Control is opgenomen. Hoofdstuk 3. Programma’s De begroting is inhoudelijk opgebouwd uit verschillende programma’s: Milieu, Bodem, Omgevingsadvies, Duurzaamheid en Bouwen. Daarnaast kennen we Randvoorwaardelijke taken: taken die noodzakelijk uitgevoerd moeten worden voor verschillende of alle deelnemers, om de deelnemers goed te kunnen bedienen en de dienst goed te laten functioneren. Hoofdstuk 4. Begroting Omgevingsdienst De reguliere werkzaamheden en de uitvoering van de speerpunten leiden tot financiële consequenties in de begroting voor 2024 en in de meerjarenraming voor 2025 tot en met 2027. Begroting en meerjarenraming zijn beide opgebouwd uit, door het BBV voorgeschreven, taakvelden; de verschillende posten lichten we uitgebreid toe. De uren en de bijbehorende lasten hebben we voor de verschillende deelnemers doorgerekend. Tot slot geeft dit hoofdstuk inzicht in de uitputting van reserves en de te behalen financiële resultaten. Hoofdstuk 5.
Ontwikkelingen niet in de begroting In dit hoofdstuk benoemen we een aantal ontwikkelingen die relevant zijn voor de dienst, maar die we nog niet in de begroting hebben verwerkt, omdat ze nog te prematuur of te onzeker en/of onduidelijk zijn. Mogelijk zal een enkele ontwikkeling alsnog aanleiding geven tot een begrotingswijziging. Hoofdstuk 6. Paragrafen De paragrafen geven op een aantal – door het BBV voorgeschreven – onderdelen toelichting op de beheersmatige aspecten. De paragrafen gaan over onderwerpen die van invloed zijn op de begroting en de financiële positie van de dienst. Daarbij is er aandacht voor bestuurlijke en financiële risicofactoren. Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
6 / 52
2
FINANCIEEL KADER ALGEMEEN
In het Financieel Kader beschrijven we de onderwerpen die de uitgangspunten vormen voor het opstellen van deze Begroting 2024. Voor de begroting vormt het Dienstplan de basis. Het Dienstplan vormt de bundeling van de werkplannen voor de individuele deelnemers, en is daarmee de werkportefeuille voor de dienst. Het Dienstplan is een vaste bijlage bij de Kadernota. De figuur “Dienstplan” is nieuw opgenomen in de Nota Planning en Control 2020-2023, die op 5 november 2018 is vastgesteld door het algemeen bestuur. Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zullen er bodemtaken overgaan van de Provincie Zuid-Holland naar de gemeenten. Deze verschuiving is verwerkt in de begroting 2024. De deelnemersbijdragen van de gemeenten zijn daarom niet gebaseerd op het Dienstplan 2023 maar gebaseerd op de uren en materiele lasten die zijn gecommuniceerd via de werkplannen 2023 inclusief omgevingswet. De uitgangspunten uit de Kadernota 2024 hebben we in deze begroting verwerkt. De tarieven worden met 7,05 % geïndexeerd, conform de Financiële kaderstellingen gemeenschappelijke regelingen Hollands-Midden voor begrotingen 2024, die het Financieel overleg van gemeenten in Hollands-Midden in zijn brief van 17 november 2022 heeft aangegeven.
De provincie Zuid-Holland heeft daarnaast de Uitgangspunten Financiële kader 2024 gemeenschappelijke regeling ODWH vastgelegd in haar brief van 2 december 2021.
GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN EN HET BBV Voor verbonden partijen, waaronder gemeenschappelijke regelingen zoals de Omgevingsdienst West-Holland, is het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) met ingang van 2018 van kracht geworden. Belangrijke aandachtspunten zijn de uniforme taakvelden en de berekening van de overhead. Uniforme taakvelden Voor de begroting en de jaarrekening schrijft het BBV voor dat de baten en lasten worden ingedeeld naar uniforme taakvelden. De taakvelden kennen een indeling, die in overeenstemming is met de indeling die de gemeenten en de provincie hanteren. Het overzicht van de verschillende taakvelden die betrekking hebben op de dienst is hieronder opgenomen (de nummering is conform het BBV en uniform): 0.1 0.4 7.4 8.1 8.3
Bestuur Ondersteuning organisatie Milieubeheer (programma’s Milieu, Bodem en Duurzaamheid) Ruimtelijke Ordening (programma Omgevingsadvies) Wonen en Bouwen (programma Bouwen)
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
7 / 52
Overhead Eén van de voorschriften in het BBV is het centraal begroten en ramen van de overhead (taakveld 0.4, Ondersteuning organisatie). De definitie van overhead is beschreven in de “Notitie Overhead” van de commissie BBV. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Per programma(onderdeel) mogen alleen de lasten worden geraamd die betrekking hebben op het primaire proces. Alleen lasten die direct toewijsbaar zijn aan het primaire proces zijn daar opgenomen, de lasten voor overhead worden centraal begroot.
DIENSTPLAN 2023 ALS BASIS VOOR BEGROTING 2024 Conform de uitgangspunten van de Nota Planning en Control 2020-2023 zou het Dienstplan 2023 de basis voor de Begroting 2024 moeten vormen. Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zullen er bodemtaken overgaan van de Provincie Zuid-Holland naar de gemeenten. Deze verschuiving is verwerkt in de begroting 2024. De deelnemersbijdragen van de gemeenten zijn daarom niet gebaseerd op het Dienstplan 2023 maar gebaseerd op de uren en materiele lasten die zijn gecommuniceerd via de werkplannen 2023 met omgevingswet. In tabel 2.1 is een trendanalyse van de afgelopen jaren opgenomen. Deze maakt zichtbaar dat een aanpassing van de begroting met (slechts) indexatie in eerdere jaren ertoe leidde dat de afwijking tussen de begroting en de werkplannen en realisatie in een jaar steeds groter werd. De koppeling van het dienstplan van een jaar aan de begroting van het daaropvolgende jaar maakt dat schommelingen in de conjunctuur gesignaleerd en gevolgd worden. Zo kan bij een dalende conjunctuur de beweging omlaag tijdig ingezet worden. Tabel 2.1: trendanalyse uren over de jaren 2020 tot en met begroting 2024
KADERNOTA 2024 Het algemeen bestuur heeft op 13 maart 2023 de Kadernota 2024 vastgesteld. In de Kadernota is een indexering verwerkt conform de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen”, een uniforme bestuurlijke afspraak tussen de gemeenten in Hollands-Midden en de Uitgangspunten Financiële kader 2024 gemeenschappelijke regeling ODWH van de Provincie Zuid-Holland. Dit betekent voor de dienst een toegestane indexering voor 2024 van 7,05%. Los van het financiële kader heeft de kadernota ook een inhoudelijk deel. Dit is meegenomen in de begroting.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
8 / 52
FINANCIERINGSSYSTEMATIEK De lasten van de dienst berekenen we door aan de deelnemers op basis van werkelijk gerealiseerde uren tegen het geldende uurtarief, vermeerderd met materiële lasten. Aan het einde van het jaar vindt een afrekening plaats van het bedrijfsresultaat. Hierbij houden we eerst rekening met het bereiken van de minimale en maximale omvang van de algemene reserve.
UURTARIEF 2023 De uurtarieven zijn aangepast conform de Kadernota 2024.
2.6.1 Uurtarief 2024 deelnemers De tarieven uit de Kadernota 2024, zoals vastgesteld door het algemeen bestuur op 13 maart 2023, zijn gehanteerd in de begroting. Uitgangspunt voor deze indexering is het tarief 2023 zoals vastgesteld in de Kadernota 2023. We gaan uit van een standaard uurtarief van € 104,35 voor de deelnemende gemeenten en de Provincie Zuid-Holland. Dit is als volgt opgebouwd: Tabel 2.2 Uurtarief deelnemende gemeenten en Provincie Zuid-Holland Tarief begroting 2023 2024 Vastgesteld tarief begroting t-1 € 94,25 € 97,45 Indexering in % 3,40% 7,05% Indexering in € € 3,20 € 6,90 Tarief begroting € 97,45 € 104,35
2.6.2 Uurtarief BIP De dienst verstrekt bodeminformatie via het Bodem Informatiepunt. Vooral makelaars vragen bodeminformatie op. Hiervoor betalen zij een kostendekkende vergoeding per aanvraag. Tabel 2.3 Uurtarief BIP Tarief per aanvraag BIP Vastgesteld tarief begroting t-1 Indexering in % Indexering in € Tarief begroting
2023 2024 € 42,71 € 44,16 3,40% 7,05% € 1,45 € 3,11 € 44,16 € 47,27
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
9 / 52
3
PROGRAMMA’S ALGEMEEN
De Omgevingsdienst West-Holland is de gezamenlijke uitvoeringsorganisatie van en voor twaalf deelnemende gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Wij leveren een bijdrage aan het verbeteren en bewaken van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving in Holland Rijnland. Om dit te bereiken voert de dienst alle milieutaken uit voor de gemeenten Hillegom, Kaag en Braassem, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Nieuwkoop, Noordwijk, Oegstgeest, Teylingen, Voorschoten en Zoeterwoude en voor de provincie Zuid-Holland. Voor de gemeente Katwijk is dit uitsluitend het Basistakenpakket, maar hierin zien we een positieve ontwikkeling in de samenwerking en overdracht van meer taken. Daarnaast adviseert de dienst over milieuaspecten bij ruimtelijke planvorming en is de dienst actief op het brede terrein van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Hierbij gaat het om onderwerpen zoals bodem- en luchtverontreiniging, geluidhinder, gevaarlijke stoffen, natuur, omgevingsveiligheid en energie- en waterbesparing. De begroting is inhoudelijk opgebouwd uit vijf thematische programma’s: 1. Milieu 2. Bodem 3. Omgevingsadvies 4. Duurzaamheid 5. Bouwen Voor de programmastructuur is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij hetgeen gebruikelijk is bij onze deelnemers en het BBV (zie paragraaf 2.1). Naast de programma’s zullen ook de randvoorwaardelijke taken nader worden belicht.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
10 / 52
MILIEU Het programma Milieu controleert bedrijven op milieuwet- en regelgeving. Daarnaast worden meldingen getoetst en vergunningen verleend. 3.2.1 Omgevingswet Het toezicht op bedrijven verandert met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 in toezicht op activiteiten. Alle activiteiten worden samengebracht in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De Wet Bodembescherming (Wbb) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) komen hiermee te vervallen. Binnen het toezichtsdomein zal ook de vertaling van de bruidsschat in omgevingsplannen een belangrijke rol gaan spelen. Daarin heeft het college de mogelijkheid om kaders (lees normen) vast te stellen waaraan een ieder zicht dient te houden. We werken samen met de deelnemers aan de belangrijke grote maatschappelijke opgaven zoals een gezonde leefomgeving, goede mobiliteit, een circulaire economie en duurzaamheid. Onze rol in deze ontwikkeling is proactief, bijvoorbeeld door bedrijven tijdens het (voor)overleg te verleiden na te denken over duurzame oplossingen in een circulaire economie.
3.2.2 Vergunningen De algemene verwachting is dat door de Omgevingswet de procedure om een omgevingsvergunning (milieu) aan te vragen voor de meeste bedrijven korter wordt. Een van de voorwaarden hiervoor is dat de kwaliteit van de aanvragen verbeterd moet worden. Het vooroverleg wordt dus zeer belangrijk. Wij gaan daarin dan ook meer investeren. Dit betekent niet dat voor dit onderdeel in zijn totaliteit meer tijd gemoeid zal zijn (budgetneutraal). Het zal een verschuiving van proces vergunningverlening naar vooroverleg te weeg brengen. Een belangrijke wijziging onder de Omgevingswet is dat de term inrichting voor het hele bedrijf vervalt. Voortaan spreken we van milieubelastende activiteiten (MBA’s). In meeste gevallen moeten MBA’s gemeld worden en sommige MBA’s worden in een vergunning geborgd via een aanvraag.
3.2.3 Nota VTH In de Nota VTH van 2022 is vastgelegd dat we ons toeleggen op risicogericht onderzoek. Zo houden we beter en efficiënter toezicht op bedrijven die volgens de standaard bedrijfsindeling een laag milieurisico hebben, zoals bijvoorbeeld glastuinbouwbedrijven. Door dit niet per gemeente te doen, maar in gezamenlijkheid, kunnen we een slimme indeling maken zodat alle bedrijven in een meerjarige cyclus aan de beurt komen. We richten ons hierbij op de regionale aspecten veiligheid, duurzaamheid en gezondheid, en lokaal op hinderbeleving zoals geluid of licht. De nieuwe Nota VTHO wordt de komende twee jaar geëvalueerd.
3.2.4 Ondermijning Ondermijning wordt een steeds belangrijker thema. We zetten in 2024 de Ondermijningstafel voort om het urgente probleem programmatisch aan te pakken.
3.2.5 Administratief- en ketentoezicht We werken nauw samen met de andere omgevingsdiensten in onze provincie en zoeken daar waar nodig aansluiting bij IJmond en het Noordzeekanaalgebied. Dit om het toezicht op de afvalstromen te intensiveren en eenduidiger te maken. Verwacht wordt dat breder wordt geïnvesteerd in ketentoezicht. Dit ook in relatie tot het landelijk proces tot verbetering van het VTH-proces.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
11 / 52
3.2.6 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2023 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Milieu betekent dit dat de totale lasten € 5.761.443 bedragen. Begroting programma 2024 Programma Milieu Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
€ € €
53.938 5.628.378 133.065 5.761.443
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
12 / 52
BODEM Bodembeschikkingen verlenen, toezicht houden en handhaven; dat zijn de primaire taken van het programma Bodem. Ook worden saneringsplannen beoordeeld en eventueel begeleid. Bovendien geeft de dienst informatie en advies over gemeentelijke, regionale en landelijke vraagstukken. 3.3.1 Bodem en water Door de invoering van de Omgevingswet wijzigt de zorgplicht voor bodem. De Wet bodembescherming (Wbb) komt in de Omgevingswet niet op dezelfde wijze terug. De bevoegdheid voor nieuwe saneringsgevallen voor bodem gaat over naar de gemeenten. Daarbij kan worden opgemerkt dat Leiden die bevoegdheid als grote gemeente al had. De provincie krijgt (of houdt) de bevoegdheid voor bodemwater.
3.3.2 Aanvullingswet bodem Omgevingswet De Aanvullingswet bodem Omgevingswet bepaalt dat de regels uit de Wbb blijven gelden voor bodemsaneringen of maatregelen die voor 1 januari 2024, onder de Wbb zijn beschikt of gestart. Het overgangsrecht is van grote betekenis voor de uitvoeringspraktijk, want bodemsaneringen kunnen al in volle gang zijn op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Om te zorgen dat deze saneringen kunnen worden afgerond, is voor een aantal situaties in eerbiedigend overgangsrecht voorzien. Dit betekent dat de Wbb en de Circulaire bodemsanering blijven gelden op situaties die in de Aanvullingswet bodem zijn aangegeven. Bodemsaneringen duren vaak lang, zeker bij saneringen met nazorgmaatregelen en beheermaatregelen. Daarom heeft het overgangsrecht geen vaste einddatum. De Wbb blijft gelden tot het besluit tot instemming met een evaluatieverslag of een nazorgplan onherroepelijk is geworden. Vanaf 2024 zal de bijdrage van de Provincie Zuid-Holland geleidelijk worden afgebouwd. Hierover zijn afspraken gemaakt in het kader van de ‘warme overdracht’ bodemtaken. Alle nieuwe gevallen van bodemsanering worden de verantwoordelijkheid van de gemeenten. Hiervoor zijn dan ook financiële middelen vanuit de gemeenten noodzakelijk.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
13 / 52
3.3.3 Grondwatersanering De Provincie is en krijgt het bevoegd gezag voor alle grondwatersaneringen (overdracht van de gemeente Leiden naar de provincie). Dat betekent dat er meer samenwerking gaat plaatsvinden tussen de gemeenten (die het bevoegd gezag zijn voor bodem) en de Provincie. We willen graag investeren in een regionaal bodemplatform om deze samenwerking gestalte te geven.
3.3.4 Energie De aanleg en het gebruik van zowel open als gesloten bodemenergiesystemen wordt onder de Omgevingswet een aangewezen milieubelastende activiteit. Door de toename van woningbouwplannen in combinatie met de regionale energiestrategie verwachten we dat er meer van dit soort bodemenergiesystemen zullen komen. We zullen projectmatig meer tijd aan toezicht gaan besteden.
3.3.5 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2023 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma bodem betekent dit dat de totale lasten € 1.922.023 bedragen. Begroting programma 2024 Programma Bodem Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
€ € €
18.419 1.922.023 1.922.023
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
14 / 52
OMGEVINGSADVIES Het programma Omgevingsadvies geeft advies bij ruimtelijke vraagstukken en bouwplannen, met name op het gebied van milieu. 3.4.1 Omgevingswet Op 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet inwerking. Hoewel we ons al enkele jaren intensief aan het voorbereiden zijn, zal het toch een spannende tijd worden waarin we moeten samenwerken om de bindende regels en normen in de omgevingsplannen te krijgen. Het adviseren en toetsen verandert onder de Omgevingswet naar gebiedsgerichte advisering met aandacht voor milieubelastende activiteiten. We hebben daarvoor samen met de deelnemers negen gebieden gedefinieerd die gebruikt kunnen worden in de omgevingsplannen en bij het participatieproces met inwoners en bedrijven. De snelheid van levering van adviezen is een aandachtspunt. Er zijn veel specialisten nodig, maar die zijn schaars en dat maakt de dienst op dit punt kwetsbaar. Samen met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland trekken we op om de formatie op orde te houden.
3.4.2 Energie, ondergrond en archeologie Tot 2029 hebben gemeenten de tijd om omgevingsplannen te maken. Er is onder de Omgevingswet veel mogelijk. Want gezondheid, duurzaamheid en milieu zullen ook worden meegenomen in de omgevingsplannen. Hierdoor moeten we met meer partijen gaan samenwerken. We hebben ons hierop voorbereid door samenwerkingscontracten te sluiten met ketenpartners zoals de GGD en de veiligheidsregio. Om de werkprocessen goed te laten verlopen hebben onze specialisten hun kennis zowel verbreed als verdiept. Daarnaast blijkt vanuit deelnemersvragen dat er steeds meer behoefte is aan specialisten op het gebied van duurzaamheid, energie, de ondergrond en archeologie. In 2024 willen we hiervoor meer menskracht en kennis in huis halen.
3.4.3 Schipholadvisering We adviseren gemeenten over beleid- en wetgeving rondom Schiphol met name op het gebied van geluid, veiligheid en stikstof. Met de data die we bij lokale meetpunten verzamelen maken we jaarlijks geluidsrapporten. Bovendien schrijven we bestuurlijke annotaties en bereiden reacties voor. Ook het faciliteren van een secretaris voor het cluster Zuidwest (Kaagbaan) hoort bij onze werkzaamheden. In 2024 hopen we onze samenwerking met Midden-Holland, Holland-Rijnland en de provincie op het dossier Schiphol te intensiveren.
3.4.4 Geluidsanering (verkeer). Voor vrijwel alle gemeenten lopen er in 2023 nog geluidsaneringsprojecten om te bepalen of het geluidniveau in de saneringswoningen voldoet aan de wettelijke norm. Is dat niet zo, dan komt de woning in aanmerking voor vanuit het Rijk gesubsidieerde gevelmaatregelen Voor alle saneringswoningen blijft er de komende jaren uitvoeringssubsidie beschikbaar. Het gaat om langlopende projecten waarvan de werkvoorraad bekend is.
3.4.5 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2023 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Omgevingsadvies betekent dit dat de totale lasten € 3.495.440 bedragen.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
15 / 52
Begroting programma 2024 Programma Omgevingsadvies Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
€ € €
32.285 3.368.940 126.500 3.495.440
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
16 / 52
DUURZAAMHEID Het programma Duurzaamheid houdt zich bezig met de belangrijke vraagstukken rondom de energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit. 3.5.1 Energietransitie en energietoezicht Het programma richt zich op de uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot energiebesparing en de informatieplicht van bedrijven. Eind 2023 moeten bedrijven opnieuw rapporteren hoe ze hun energiehuishouding geregeld hebben. In 2024 volgt dan automatisch een periode van toezicht en handhaving. Het Energielabel C voor kantoren is inmiddels verplicht. In 2023 bereiden we de komst van de EPBD III voor, waarin richtlijnen staan voor installaties in de gebouwde omgeving. We inventariseren de bestaande gebouwen en hopen in 2024 ook duidelijkheid te hebben over wie de bijna energie neutrale gebouwen, de zogenaamde BENG-gebouwen, gaat controleren. Hiervoor is al wel een gezamenlijke toets ontwikkeld. Vanaf 2023 vallen steeds meer bedrijven onder het energietoezicht, zoals glastuinbouw- en ETSbedrijven. Hiervoor hebben wij de SPUK-THE aangevraagd. De komende 4 jaar gaan wij hierin investeren om ook de grotere bedrijven te controleren op het hun energiebesparingsplicht. Samen met de gemeenten ontwikkelen we strategieën om energiearmoede te voorkomen.
3.5.2 Duurzaamheidsadvies en klimaatadaptie We adviseren gemeenten bij omgevingsplannen op het gebied van onder andere duurzaam bouwen, gebruik van bodem en ondergrond en ecologie. Verschillende gemeenten hebben aangegeven een kader hiervoor te willen ontwikkelen en vastleggen. We hopen daar in 2024 mee aan de slag te gaan. Daarin kan ook het thema klimaatadaptatie worden meegenomen. In de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie staat dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en water robuust is. Daarom zullen overheden maatregelen moeten nemen om hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen te beperken. In 2024 hopen we vanuit onze kennis en kunde de deelnemers hierin te ondersteunen. Ook werken we samen met de Provincie in de uitvoering van het strategisch plan voor het bijenlandschap.
3.5.3 Circulaire economie In 2024 zullen we de activiteiten die we nu uitvoeren voor de Provincie uitbreiden naar de gemeenten. Het betreft de opvolging van natuurlijke reststromen en bedrijfsafval.
3.5.4 Regionale samenwerking Samen met de Provincie en de andere omgevingsdiensten werken we samen in netwerkstructuren zoals het Netwerk Nieuwe Energie, en het Netwerk Circulaire economie en Zeer Zorgwekkende Stoffen. Zo trekken we provincie breed op en ontwikkelen we samen onze kennis en kunde waarmee we bedrijven en deelnemers helpen duurzamer te worden.
3.5.5 RES We continueren onze inzet voor de Regionale Energie Strategie en leveren input voor de geplande RES 2.0. Ook blijven we deelnemen aan de diverse werkgroepen.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
17 / 52
3.5.6 Subsidies, leningen en energiescans We continueren het behandelen, verlenen en vaststellen van aanvragen voor gemeentelijke duurzaamheidssubsidies, duurzaamheidsleningen en energiescans.
3.5.7 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2023 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Duurzaamheid betekent dit dat de totale lasten voor nu € 1.769.150 bedragen. Deze kosten zijn exclusief de SPUK-uitkering van ruim € 1.000.000 die we komende vier jaar krijgen uitgekeerd. Hierover wordt separaat verantwoording over afgelegd aan het Rijk. Begroting programma 2024 Programma Duurzaamheid Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
€ € €
12.427 1.296.705 472.445 1.769.150
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
18 / 52
BOUWEN Tot de belangrijkste taken van het programma Bouwen behoren vergunningverlening, toezicht en handhaving en asbest- en gevelsanering. 3.6.1 Bouwtaken We voeren op dit moment de bouwtaken uit voor de Provincie en de gemeente Noordwijk. In nauwe samenwerking met de gemeente Noordwijk bereiden we ons voor op de komende veranderingen die de Omgevingswet en de daaraan gekoppelde Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) met zich meebrengen. Met name de Wkb heeft grote gevolgen voor het programma Bouwen omdat voortaan de bouwbesluittoets door externe partijen zal worden gedaan, en niet meer door de gemeente. Deze grote stelselwijziging heeft invloed op de hele VTH-keten. Tegelijkertijd wordt er gemikt op flinke woningbouwaantallen. We zetten ons in om de werkverplichtingen vanuit de Wkb onafhankelijk uit te voeren. In 2024 zullen we ons opnieuw richten op servicegerichtheid en snelle informatievoorziening.
3.6.2 Asbestsanering (sloop) Voor alle deelnemers voeren we de wettelijke taken uit op het gebied van asbestsanering (sloop). Voorlopig is er nog geen sprake van afname van het aantal sloopmeldingen, en waar gesloopt wordt, komt vaak ook asbest vrij. Hoewel asbestsaneringen op den duur zeker gaan afnemen verwachten we in 2024 geen sterke daling. Om de niet gemelde saneringen in beeld te krijgen, doen we vrije veld en wijkgerichte controles.
3.6.3 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2023 zijn de lasten per programma bepaald. Voor het programma Bouwen betekent dit dat de totale lasten € 4.544.790 bedragen. Begroting programma 2024 Programma Bouwen Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
€ € €
43.170 4.504.790 40.000 4.544.790
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
19 / 52
RANDVOORWAARDELIJKE TAKEN De kwaliteit van dienstverlening wordt mede gegarandeerd door Randvoorwaardelijke Taken. Hieronder vallen de algemene diensten, taken en projecten die uitgevoerd worden voor alle deelnemers. 3.7.1 Kwaliteit waarborgen Communicatie, relatiebeheer, functioneel applicatiebeheer, algemene juridische advisering, en voorbereiding en ondersteuning van het bestuurlijk overleg behoren tot de Randvoorwaardelijke Taken, net als het informatieloket voor burgers en bedrijven. We steven voortdurend naar een zo hoog mogelijke kwaliteit, transparantie en servicegerichtheid. Dit doen we onder andere door gebruik te maken van innovatieve informatiesystemen zoals het geografisch informatiesysteem GIS. Hiermee beheren en analyseren we data en werken we samen met de deelnemers. Het doorontwikkelen van de informatiesystemen is een belangrijk aspect van onze dienstverlening en zal in 2024 zeker een vervolg krijgen.
3.7.2 Omgevingswet De Omgevingswet treedt op 1 januari 2024 inwerking. De impact van de veranderende werkwijze die de wet met zich meebrengt in niet geheel in te schatten. Ook daarom investeren we in 2024 in deelname aan diverse regionale werkgroepen en leerkringen. De samenwerking met de deelnemers en partners wordt ondersteund door het Digitaal Stelsel Omgevingswet. We gaan dan ook werken onder de Omgevingswet met het DSO. We verwachten hierin dat dit met vallen en opstaan zal zijn. Hierin zoeken we dan ook integraal de samenwerking met de gemeenten en de provincie. Leren van elkaar en samenwerken is hierin evident.
3.7.3 Formatie Om de kwaliteit van onze diensten te waarborgen blijven we continu afwegen of de formatie nog op orde is. Voor de werving van personeel werken we intensief samen met de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland. We investeren in traineetrajecten, bieden aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en zorgen op sociaal vlak dat men zich thuis voelt bij de dienst. Andere belangrijke doelen hiervan zijn om de dienst te verjongen en de kosten van inhuur te beperken
3.7.4 Bibob De laatste jaren is ondermijning een belangrijk bestuurlijk thema geworden. Daarom werken we steeds actiever samen met diverse partners en andere omgevingsdiensten om het team Bibob nog beter te faciliteren. Ons doel is een integrale benadering van de opsporing van verborgen criminaliteit, om zo de ondermijnende invloed van de onderwereld in de regio tegen te gaan. De gemeenten potentieel hierin ondersteunen staat op onze agenda. Tijdens ons reguliere overleg met de gemeenten willen wij graag met u hierover in gesprek.
3.7.5 Wat mag het kosten? Op basis van de ureninschatting en de materiele lasten in de werkplannen 2023 zijn de lasten bepaald. Voor de Randvoorwaardelijke Taken betekent dit dat de totale lasten voor nu € 2.611.402 bedragen.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
20 / 52
Begroting programma 2024 Programma Randvoorwaardelijk Totaal uren Uren x tarief Materieel budget Totaal bijdrage deelnemers
€ € €
23.304 2.431.772 179.630 2.611.402
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
21 / 52
4
BEGROTING OMGEVINGSDIENST BEGROTING 2024
Specificatie van de lastenbestuurslasten (0.1) Uitsluitend de accountantslasten mogen, en dienen verplicht, voor de Omgevingsdienst WestHolland onder dit taakveld begroot en verantwoord te worden. Specificatie overhead (0.4) Het BBV geeft de volgende definitie van overhead: alle lasten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De lasten van personeel in het primaire proces worden rechtstreeks doorberekend aan de betreffende taakvelden. Uitwerking taakveld overhead Personeel: Het betreft hier de loonlasten van het personeel dat we niet direct aan een taakveld kunnen toerekenen, zoals alle leidinggevenden in het primaire proces, financiën, P&O, ICT, inkoop, algemene juridische zaken, bestuurszaken. Personeel dat werkt voor het primaire proces kan worden toegedeeld aan het betreffende taakveld, zoals functioneel beheer van inhoudelijke applicaties, juristen die primaire taken verrichten (bijvoorbeeld vergunningverlening en handhaving). Ook projectleiders en coördinatoren vallen voor het productieve deel buiten de overhead. P&O/HRM: dit betreft lasten die gemaakt worden voor het personeelsbeheer, zoals opleidingslasten, reis- en verblijfslasten, stagevergoedingen, trainingen, werving en selectie, arbodienst, catering en het voeren van de administratie.
Facilitaire zaken: dit betreft lasten die betrekking hebben op verzekeringen, waterverbruik, abonnementen, telefoonlasten, reproductielasten, kantoorbenodigdheden en het wagenpark. Huisvesting: dit betreft lasten die betrekking hebben op kantoorruimten die voor algemene gemeentelijke taken worden gebruikt, zoals kantoorpand, fietsenstalling, schoonmaaklasten en daarnaast het onderhouden/aanschaffen van meubilair. Automatisering en ICT: dit betreft lasten die gemaakt worden voor het aanschaffen van hardware- en software, licenties, onderhoud, systeem- en netwerkbeheer, helpdesk, applicatiebeheer en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. De licentielasten ten behoeve van het zaaksysteem zijn direct toegerekend aan de taakvelden Milieubeheer en Wonen en Bouwen. De overgebleven lasten zijn verantwoord onder overhead. Juridische zaken: dit betreft lasten die betrekking hebben op juridische zaken, zoals de gemeenschappelijke regeling, en juridische advies ten behoeve van de eigen organisatie. Communicatie: dit betreft de lasten die worden gemaakt ten behoeve van de interne communicatie.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
22 / 52
Specificatie Milieubeheer (7.4) Milieubeheer bestaat uit de gemeentelijke en provinciale taken ter bescherming van het milieu. Voor de dienst betekent dit de personeelslasten van de primaire functies binnen de programma’s Milieu, Duurzaamheid en Bodem. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. Specificatie Ruimtelijke Ordening (8.1) Tot dit taakveld behoren taken op grond van de wet Ruimtelijke Ordening, zoals voorbereiden van vaststellen structuurplannen en - visies; BGT (Basisregistratie Grootschalige Topografie); voorbereiden en vaststellen bestemmingsplannen. In de begroting vielen deze werkzaamheden voorheen onder milieu, bij de organisatieontwikkeling is dit ontvlochten en ondergebracht onder het taakveld ruimtelijke ordening. Specificatie Wonen en Bouwen (8.3) Wonen en Bouwen bestaat uit gebiedsontwikkeling, woningvoorraad en huisvestingsvoorziening. Voor de Omgevingsdienst West-Holland betekent dit de personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Bouwen. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. In tabel 5.1 is de taakveldonderverdeling voor begroting 2024 opgenomen. Tabel 5.1 Begroting 2024 (bedragen x €1000)
Bestuur
Baten Deelnemersbijdragen uren Deelnemersbijdrage materieel en projecten Overige inkomsten Subsidies Totaal Baten Lasten Personeelskosten Salarissen & soc lasten Inhuur Huisvestingskosten ICT Overige kosten Projectkosten Subsidies Afschrijvingskosten
Ruimtelijke ordening
Wonen en Bouwen
11.540 1.067 12 952
3.468
4.392 119 5
140
13.571 #VERW!
3.472
4.516 #VERW!
140 #VERW!
21.698
8.235 6.857 1.378
2.407 2.004 403
3.233 2.692 541
166 211 1.067 725
49 62
65 83 119
3.469 2.888 581 717 710 89
153
17.343 14.440 2.903 717 990 495 1.185 725 153
Milieubeheer
50
4
Overhead
Totaal
19.400 1.185 161 952
Totaal lasten
50
10.404
2.517
3.499
5.136
21.606
Saldo Baten en Lasten
-50
3.167
955
1.016
-4.996
92
Bestemming resultaat Storting in reserves Onttrekking uit reserves Mutatie reserves Saldo na bestemming
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
-92 -92 0
23 / 52
In de begroting 2024 hebben we een aantal effecten verwerkt ten opzichte van de begroting 2023 Hieronder staan de belangrijkste effecten. In paragraaf 5.2 staat een uitgebreide toelichting op de begroting 2024. De belangrijkste effecten verwerkt in de begroting 2024 zijn: 1. Er is een indexatie van 7,05% op de uurtarieven in de deelnemersbijdragen verwerkt conform de Kadernota 2024, zoals vastgesteld in het AB van 13 maart 2023. De indexering voor 2024 ligt fors hoger dan de percentages van 2023 vanwege de correctie van de ontwikkelingen in het jaar 2022 en 2023. 2. Voor 2024 zal er een nieuwe CAO gelden. De eventuele gevolgen vanuit deze CAO zijn, voor zover bekend, meegenomen in deze begroting. 3. De vacatures zijn opgenomen in de salariskosten. Onze inzet is nog steeds om vaste mensen aan te nemen voor structureel werk en daarmee de inhuur te beperken. 4. In de begroting zijn mogelijke extra lasten die de voorbereiding en uitvoering van de nieuwe strategienota met zich meebrengt, nog niet opgenomen. Als deze zich voordoen zullen ze apart aan het bestuur worden voorgelegd. 5. De effecten van de inwerkingtreding van Omgevingswet zijn meegenomen.
TOELICHTING BEGROTING 2024 4.2.1 Toelichting op de lasten van de begroting 2024 Hieronder geven wij per taakveld en lastencategorie een toelichting op de begrote lasten. I.
Toelichting per lastencategorie
Personeelslasten De personeelslasten zijn de lasten voor de salarissen, sociale lasten en overige personeelslasten voor vast personeel. Per taakveld worden de salarislasten zichtbaar gemaakt. De omvang van het vaste personeel is onvoldoende om de gevraagde capaciteit volledig te leveren, daarom is inzet vanuit de flexibele ruimte noodzakelijk. Aangezien we voor de jaren 2024-2027 een gelijkblijvend aantal uren van de deelnemers hanteren, is ook de formatie gedurende deze periode vooralsnog gelijk gehouden. ICT De licentie- en ontwikkelingslasten voor het zaaksysteem zijn naar rato aan de taakvelden Milieubeheer, Ruimtelijke Ordening en Wonen en Bouwen toegerekend. De overige lasten, die gelden voor de hele dienst, zijn onder Overhead opgenomen. Dit betreft ICT lasten zoals netwerk, support, en bedrijfsmatige applicaties zoals Afas. Overige lasten Hieronder vallen de algemene lasten voor onder andere administratie, communicatie, en organisatie gebonden lasten. Deze post is getoetst aan de werkelijke uitgaven van 2022 en ten opzichte van de begroting van 2023, voor 2024 met 2,4 % geïndexeerd conform de “Financiële kaderstelling gemeenschappelijke regelingen”, een uniforme bestuurlijke afspraak tussen de gemeenten in Hollands-Midden en de Uitgangspunten Financiële kader 2024 gemeenschappelijke regeling ODWH van de Provincie Zuid-Holland.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
24 / 52
Afschrijvingen De afschrijvingslasten zijn geactualiseerd op basis van de werkelijke investeringen tot en met 2022 en de verwachte investeringen in 2023-2027. II.
Toelichting per taakveld
Bestuur Dit betreft de lasten van de accountant. Het BBV schrijft voor dat we accountantscontrole onder taakveld Bestuur opnemen. Overhead Hier zijn de personeelslasten en overige kosten verdeeld over de taakvelden. De huisvestings- en afschrijvingslasten zijn volledig aan Overhead toegerekend. ICT-lasten zijn dienstbreed meegenomen, exclusief ICT dienstverlening en Projecten Informatiseringstraject. Milieubeheer Milieubeheer bestaat uit de gemeentelijke taken en provinciale taken ter bescherming van het milieu. Voor de dienst gaat dit over de personeelslasten van de primaire functies binnen de programma’s Milieu en Bodem en Duurzaamheid., en het ServiceburO binnen de afdeling Dienstverlening. De overige personele lasten en ICT zijn pro rato toegerekend aan Milieubeheer. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. Ruimtelijke Ordening Ruimtelijke Ordening bestaat uit het adviseren over- en begeleiden van oplossingen voor ruimtelijke vraagstukken, met name op het gebied van milieu. Voor de dienst gaat dit over personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Omgevingsadvies. De overige personele lasten en ICT zijn pro rato toegerekend aan Ruimtelijke Ordening. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen. Wonen en Bouwen Wonen en Bouwen bestaat uit gebiedsontwikkeling, woningvoorraad en huisvestingsvoorziening.
Voor de Omgevingsdienst West-Holland betekent dit de personeelslasten van de primaire functies binnen het programma Bouwen. De opleidingslasten, overige personele lasten en ICT zijn pro rato toegerekend aan Wonen en Bouwen. De project- en materiële lasten zijn ook meegenomen.
4.2.2 Toelichting op de baten van de begroting 2024 I.
Toelichting per opbrengstcategorie
Deelnemersbijdragen Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 gaan een deel van de bodemtaken over van de Provincie Zuid-Holland naar de gemeenten. Deze verschuiving is verwerkt in de begroting 2024. De deelnemersbijdragen van de gemeenten zijn daarom gebaseerd op de uren en materiële lasten die zijn gecommuniceerd via de werkplannen 2023 met Omgevingswet, tegen het tarief dat op basis van de indexering in de Kadernota 2024 die in het algemeen bestuur is vastgesteld. Overige inkomsten Dit betreft de inschatting van de aanvullende opdracht van de Provincie Zuid-Holland, inschatting van de subsidies en overige opbrengsten.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
25 / 52
Tabel 5.2 Opbrengsten
Deelnemers (x €1.000) Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal bijdrage deelnemers Overige inkomsten Provincie Zuid-Holland aanvullend Subsidies Overige inkomsten Totale opbrengsten
Begroting 2024 871 1.242 871 3.462 642 799 1.260 5.579 633 1.067 378 835 2.464 20.103 482 952 161 21.698
De Provincie Zuid-Holland heeft naast de bijdrage voor de reguliere werkzaamheden ook aanvullende opdrachten. Onder overige inkomsten is rekening gehouden met extra opdrachten ter hoogte van een bedrag van ca. € 482.000 in 2024 bestaande uit: Aanvullend budget PZH (x €1.000) Spoed en nazorg Briks-advisering gemeenten E-PRTR Bijenlandschap Totale opbrengsten
II.
2024 275 50 7 150 482
Toelichting per taakveld
Overhead Voor 2024 worden er baten verwacht vanuit renteopbrengsten. Milieubeheer De deelnemersbijdragen en de overige inkomsten zijn pro rato toegerekend aan Milieubeheer. De materiële- en projectlasten zijn volledig toegerekend aan Milieubeheer. Ruimtelijke Ordening De deelnemersbijdrage en de overige inkomsten zijn pro rato toegerekend aan Ruimtelijke Ordening
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
26 / 52
Wonen en Bouwen De deelnemersbijdragen en de overige inkomsten zijn pro rato toegerekend aan Wonen en Bouwen.
ONTWIKKELINGEN IN DE BEGROTING 2024 Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zullen er bodemtaken overgaan van de Provincie Zuid-Holland naar de gemeenten. Deze verschuiving is verwerkt in de begroting 2024. De deelnemersbijdragen van de gemeenten zijn daarom niet gebaseerd op het Dienstplan 2023 maar gebaseerd op de uren en materiele lasten die zijn gecommuniceerd via de werkplannen 2023 met omgevingswet. Het meerjarige urenoverzicht is opgenomen in bijlage B. Voor de toelichting van de uren per deelnemer verwijzen we naar de betreffende werkplannen 2023 met omgevingswet. Tabel 5.3 Urenoverzicht 2024 Deelnemers Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal
Begroting 2024 8.135 11.723 8.135 32.279 5.895 7.438 11.821 49.189 5.845 9.995 3.438 6.746 22.907 183.542
Toelichting • Omdat toekomstige ontwikkeling in de uren nu niet nauwkeuriger zijn in te schatten zijn we voor de jaren 2024-2027 van hetzelfde aantal uren uitgegaan. • Een uren inschatting voor aanvullende projecten en subsidies is in bovenstaand overzicht niet meegenomen.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
27 / 52
MEERJARENBEGROTING 2025-2027 Tabel 5.4 Meerjarenbegroting 2025-2027 per taakveld (bedragen x €1000)
0.1 Bestuur 0.4 Overhead 7.4 Milieubeheer 8.1 Ruimtelijke ordening 8.3 Wonen en bouwen Totaal Bestemming resultaat Storting in reserves Onttrekking uit reserves Mutatie reserves Saldo na bestemming
Begroting 2025 Baten Lasten
140 13.832 3.553 4.615 22.140
51 5.304 10.526 2.565 3.559 22.005
Saldo
Begroting 2026 Baten Lasten
-51 -5.164 3.306 989 1.056 135
140 14.058 3.637 4.720 22.555
-135 0 -135 0
52 5.466 10.669 2.608 3.617 22.411
Saldo
Begroting 2027 Baten Lasten
-52 -5.326 3.389 1.029 1.103 144
140 14.123 3.722 4.826 22.811
53 5.629 10.741 2.630 3.646 22.700
Saldo -53 -5.489 3.382 1.091 1.180 111
-144 0 -144 0
-111 0 -111 0
Korte toelichting op meerjarenbegroting 2025-2027 In de meerjarenbegroting 2025-2027 is een beperkt aantal effecten verwerkt ten opzichte van de begroting 2024. Hieronder staat een toelichting op de begrote lasten en baten. De belangrijkste verwerkte effecten in de meerjarenbegroting zijn: 1. Het streven is om de inhuur terug te brengen en voor structureel werk mensen waar mogelijk in dienst te nemen. 2. De indexaties vinden plaats op basis van de meerjaren inschatting in lijn met het Financieel Kader Gemeenschappelijke Regelingen Hollands-Midden. 3. De deelnemersbijdragen zijn gebaseerd op het meerjarige verloop van de uren. Dit verloop staat in paragraaf 5.5 nader toegelicht.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
28 / 52
ONTWIKKELINGEN IN MEERJARENBEGROTING 2025-2027 Voor de jaren 2025 tot en met 2027 is voor deze meerjarenbegroting uitgegaan van een vooralsnog ongewijzigd takenpakket. Wijzigingen in het takenpakket kunnen in de toekomst leiden tot een bijstelling van de begroting. Hieronder is een overzicht van de urenontwikkeling opgenomen. Tabel 5.5 Uren ontwikkelingen in meerjarenbegroting 2025-2027 Deelnemers Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 Hillegom 8.135 8.135 8.135 Kaag en Braassem 11.723 11.723 11.723 Katwijk 8.135 8.135 8.135 Leiden 32.279 32.279 32.279 Leiderdorp 5.895 5.895 5.895 Lisse 7.438 7.438 7.438 Nieuwkoop 11.821 11.821 11.821 Noordwijk 49.189 49.189 49.189 Oegstgeest 5.845 5.845 5.845 Teylingen 9.995 9.995 9.995 Voorschoten 3.438 3.438 3.438 Zoeterwoude 6.746 6.746 6.746 Provincie Zuid-Holland 22.907 22.907 22.907 Totaal 183.542 183.542 183.542 Tabel 5.6 Totaaloverzicht deelnemersbijdrage 2025-2027 Deelnemers (x €1.000) Hillegom Kaag en Braassem Katwijk Leiden Leiderdorp Lisse Nieuwkoop Noordwijk Oegstgeest Teylingen Voorschoten Zoeterwoude Provincie Zuid-Holland Totaal Overige inkomsten Provincie Zuid-Holland aanvullend Subsidies Overige inkomsten Totale opbrengsten
Begroting 2025 Begroting 2026 Begroting 2027 889 909 930 1.269 1.298 1.328 884 905 925 3.533 3.614 3.696 653 668 683 817 835 854 1.287 1.317 1.347 5.697 5.820 5.946 644 659 674 1.088 1.113 1.138 384 393 401 850 867 884 2.520 2.578 2.636 20.515 20.976 21.442 482 982 161 22.140
482 935 162 22.555
482 725 162 22.811
De Provincie Zuid-Holland heeft naast de bijdrage voor de reguliere werkzaamheden ook aanvullende opdrachten. Onder overige inkomsten is rekening gehouden met extra opdrachten bestaande uit:
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
29 / 52
Aanvullend budget PZH (x €1.000) Spoed en nazorg Briks-advisering gemeenten E-PRTR Bijenlandschap Totale opbrengsten
2025
2026 275 50 7 150 482
2027 275 50 7 150 482
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
275 50 7 150 482
30 / 52
5
ONTWIKKELINGEN NIET IN DE BEGROTING
Een aantal ontwikkelingen is niet opgenomen in de begroting 2024 en de meerjarenbegroting 20252027. Van deze ontwikkelingen is nog onvoldoende bekend over de te verwachten inzet of er is nog onvoldoende afstemming met de deelnemers geweest. Hieronder beschrijven we deze ontwikkelingen. Het vervolg op de Commissie Van Aartsen leidt tot een grootschalig programma, ten minste ter verbetering van de aanpak van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er is bij de dienst weinig (financiële) ruimte voor innovatie/ nieuwe uitdagingen, zoals verduurzaming en circulair. De dienst verwacht dat de uitkomsten van de commissie van Aartsen en het interbestuurlijke programma mede richting zullen geven aan de hiervoor noodzakelijk te achten middelen. De ontwikkelingen op het gebied van verduurzaming die een onomkeerbare vlucht vooruit nemen. Samenwerking tussen omgevingsdiensten, binnen Zuid-Holland maar ook daarbuiten.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
31 / 52
6
BEZUINIGINGSLASTEN BEZUINIGINGSLASTEN ALS GEVOLG VAN TAAKSTELLINGEN
Bezuinigingslasten zijn niet aan de orde.
BEZUINIGINGSLASTEN 2023 In het algemeen bestuur van 13 maart 2023 is de Kadernota 2024 vastgesteld. In het financiële kader is geen taakstelling voor 2024 opgenomen.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
32 / 52
7
PARAGRAFEN
In dit hoofdstuk staan de verplichte paragrafen conform de richtlijnen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Niet alle verplichte paragrafen zijn van toepassing op de dienst. De relevante paragrafen zijn in detail uitgewerkt en gaan over het weerstandsvermogen, risicomanagement en de financiering van de dienst, de ontwikkeling en verbeteringen in de bedrijfsvoering en het onderhoud van kapitaalgoederen.
WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen geeft een indicatie hoe robuust de (meerjaren-)begroting is en geeft inzicht in de financiële draagkracht van de Omgevingsdienst indien zich onvoorziene gebeurtenissen voordoen. Een sluitende meerjarenbegroting zonder toereikende buffer betekent dat elke onvoorziene financiële tegenvaller direct dwingt tot maatregelen om alsnog een structureel sluitende begroting te houden. In dat geval staat het beleid van de Omgevingsdienst West-Holland ook direct onder druk. Daarom heeft de Omgevingsdienst West-Holland op elk moment voldoende weerstandscapaciteit nodig. In de Nota Weerstandsvermogen en Risicomanagement die op 2 november 2015 door het algemeen bestuur is vastgesteld, zijn de uitgangspunten vastgesteld voor het bepalen van de risico's in euro's en de hoogte van het weerstandsvermogen. Hiermee wordt voldaan aan de wens van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het weerstandsvermogen is het saldo van de weerstandscapaciteit en de financiële gevolgen van de risico's. Het weerstandsvermogen geeft samen met het begrotingsresultaat, het verloop van de investeringen, financiering, reserves en voorzieningen en de uitkomsten van de meerjarenraming een indicatie van de financiële positie van de Omgevingsdienst West-Holland. De paragraaf weerstandsvermogen bevat volgens de voorschriften vanuit het BBV ten minste: a.
het beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico's b. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit c. een inventarisatie van de risico's.
7.1.1 Omvang weerstandsvermogen Uit de risico-inventarisatie in onderstaande paragrafen blijkt dat de omvang van het weerstandsvermogen niet binnen de maximale omvang van de reserve valt, zoals die in de Gemeenschappelijke Regeling bepaald is. Dit wordt veroorzaakt door de onttrekking uit de reserve in 2023 als gevolg van de hoge prijsontwikkelingen in de markt en het principe akkoord van de CAO 2023. Deze kosten wordt pas via indexering uurtarief voor 2024 gecompenseerd. Deze indexatie is daarom fors hoger dan de percentages van 2023 vanwege de correctie van de ontwikkelingen in het jaar 2022 en 2023. De maximale omvang van de algemene reserve is 5% van de verwachte omzet in 2024 en bedraagt € 1.084.900. De omvang van de algemene reserve per 1 januari 2024 bedraagt € 288.300 en dekt daarmee niet de geïnventariseerde risico's af. De omvang van de risico's staat toegelicht in bijlage C. Bepaling omvang weerstandsvermogen Verwachte omzet 2024 Norm weerstandsvermogen Maximale omvang algemene reserve
Bedrag € 21.698.000 5% € 1.084.900
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
33 / 52
Bepaling vrije ruimte algemene reserve Verwachte algemene reserve per 1 januari Risico impact Vrije ruimte in de algemene reserve
Bedrag € 288.300 € 613.000 € -324.700
Op basis van de risicoanalyse en inschatting is de risico impact bepaald voor 2024. Het weerstandsvermogen is niet voldoende om deze impact op te vangen. Het is niet de inschatting dat alle risico’s daadwerkelijk zullen plaats vinden in 2024. De dienst heeft de juiste beheersmaatregelen getroffen om de risico’s te beperken. Mochten de risico’s toch plaats vinden in 2024, dan zal de dienst deze proberen op te vangen binnen de exploitatie. Het is noodzakelijk om de algemene reserve weer op het gewenste niveau te brengen. De dienst gaat dit doen in twee stappen. De eerste stap is ervoor zorgen dat op korte termijn de algemene reserve de risicoparagraaf dekt. De twee stap is het doorgroeien naar de gewenste maximale algemene reserve van 5% van de omzet. Het meerjarenperspectief 2025-2027 laat een geprognotiseerd positief exploitatieresultaat zien (op basis van de FKGR Hollands-Midden en CPB-cijfers). Hierdoor is het de verwachting dat de algemene reserve eind 2026 weer een bedrag van ca € 650.000 vertegenwoordigt en de risicoparagraaf hiermee weer volledig gedekt is. De verwachting is dat de algemene reserve eind 2029 weer is doorgegroeid naar 5% van de omzet. In de onderstaande paragrafen staat de volledige inventarisatie van de risico's nader uitgewerkt. Vervolgens is de verwachte omvang van de risico's ingeschat, rekening houdend met doorgevoerde beheersmaatregelen.
Op basis van de spelregels in de nota weerstandsvermogen en risicomanagement is vervolgens de financiële impact van het risico bepaald. De omvang van de risico impact geeft uiteindelijk de benodigde omvang van de algemene reserve weer.
7.1.2 Risicomanagement Algemeen De Omgevingsdienst West-Holland heeft een maatschappelijke doelstelling op het gebied van regulering en toezicht en handhaving op basis van milieu- en bouwwetgeving. Om deze doelstelling ook in de toekomst te kunnen realiseren, treft de dienst waarborgen voor een goede reputatie en een duurzaam gezonde financiële situatie. Dit vindt plaats in het kader van 'good public governance'. Een onderdeel van deze waarborgen is het opzetten en onderhouden van een systeem van risicomanagement. Daarbij wordt het begrip risico breed opgevat als de kans dat een gebeurtenis zich in de toekomst kan voordoen en die gevolgen heeft op de realisatie van de maatschappelijke doelstelling van de Omgevingsdienst West-Holland. Het risicomanagement is geïmplementeerd met het doel: identificatie van risico's, de kwantificering van deze risico's, het bepalen van bijpassende beheersingsmaatregelen en het inbedden in de reguliere planning en controlcyclus. De doelstelling is het borgen van risicomanagement in de organisatie, waarbinnen twee deeldoelstellingen zijn te onderscheiden: 1. Risicobewustzijn; het besef te laten doordringen dat ook (middel)grote en goed bekendstaande organisaties als de Omgevingsdienst West-Holland fouten maken en van die fouten ook kunnen leren.
En dat risico-management één van de instrumenten is om dat besef te laten indalen en fouten tegen te gaan. 2. Inbedden van risicomanagement in de reguliere planning en control cyclus.
Agendapunt 6 DB 3 april 2023: Begroting 2024 en Meerjarenraming 2025-2027 (2023031500 v2)
34 / 52
De basis voor ingebed risicomanagement is risicobewustzijn. Met die basis worden vervolgens verschillende fasen in systematisch en cyclisch risicomanagement onderscheiden: 1. risico's identificeren 2. risico's analyseren en kwantificeren 3. risico’s eigenaren benoemen en beheersingsmaatregelen vaststellen 4. risico's monitoren aan de hand van risico indicatoren Benoembare specifieke risico's Uit het geheel van bedrijfs- en bestuur risico’s is een aantal risico’s specifiek benoemd. Dit zijn dus niet alle risico's, maar wel de risico's die in de komende jaren specifieke aandacht in de beheersing vragen. In bijlage 3 is de risico-inventarisatie opgenomen. Beheersing De beheersing op de verschillende risico’s vindt plaats door de voortgangsanalyse op de risico’s periodiek te bespreken in het MT. Indien noodzakelijk en mogelijk worden in het MT aanvullende maatregelen afgesproken. De voortgang wordt periodiek besproken met het bestuur, indien nodig zal tussentijds contact gezocht worden met de betreffende vertegenwoordigers van de besturen. Afdekken risico’s In de huidige Nota planning en control is gekozen voor het maximeren van het weerstandsvermogen op 5% van de omzet.