04. Nota van beantwoording zienswijzen - Drie ontwerpen beleid gemeentelijke monumenten Hillegom 2025.pdf
Tekst van het document
Nota van beantwoording Zienswijzen -
Drie ontwerpen beleid gemeentelijke monumenten Hillegom Ontwerp Beleidskader gemeentelijke monumenten Hillegom 2026 Ontwerp Wijzigingsverordening 2026 van Erfgoedverordening gemeente Hillegom 2024 Ontwerp Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Hillegom 2026 Datum: 30 december 2025
Nota van beantwoording
Inhoud 1
Inleiding ....................................................................................................................................................................3
2
Zienswijzen................................................................................................................................................................3
3
Adviezen ..................................................................................................................................................................40
4
Ambtelijke wijzigingen ............................................................................................................................................40
5
Conclusie .................................................................................................................................................................44
Bladzijde 2 van 44
Nota van beantwoording
1
Inleiding
Het ontwerp 'Beleidskader gemeentelijke monumenten Hillegom 2026', dient als toetsingskader voor de gemeenteraad, volgens artikel 5, lid 1 van de Erfgoedverordening gemeente Hillegom 2024, om op voorstel van burgemeester en wethouders te kunnen besluiten een monument of archeologisch monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde, aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het interieur is daarvan uitgesloten. Het ontwerp beleidskader is opgesteld om op basis van objectieve afweging: • Een waardevol object in Hillegom op basis van vastgestelde criteria aan te wijzen als gemeentelijk monument; • Een bestaand gemeentelijk monumenten in Hillegom op basis van vastgestelde criteria de aanwijzing als gemeentelijk monument in stand te houden of in te trekken. Met het invoeren van een beleidskader voor gemeentelijke monumenten is het nodig om de 'Erfgoedverordening gemeente Hillegom 2024' te wijzigen. Het ontwerp ‘Wijzigingsverordening 2026 van Erfgoedverordening gemeente Hillegom 2024’ dient voor het maken van de aansluiting op het beleidskader gemeentelijke monumenten. In de wijziging Erfgoedverordening is een uitzondering gemaakt voor inpandige wijzigingen aan een monument.
Deze uitzondering geldt alleen voor werkzaamheden, waarvoor niet op grond van het Besluit bouwwerken Leefomgeving al een omgevingsvergunningplicht geldt. In het Besluit bouwwerken leefomgeving zijn landelijke regels gesteld met betrekking tot onder andere de constructieve veiligheid, de brandveiligheid, en isolatie-eisen. Als de draagconstructie of de brandcompartimentering van een monument wijzigt, kan dit van invloed zijn op de monumentale waarden van dit pand zoals het historische casco, of risico’s met zich meebrengen voor het behoud van het monument. In die gevallen is dus wel een vergunning vereist. De gemeente werkt samen met eigenaren en cultuurhistorische verenigingen aan het behoud van erfgoed. De gemeente wil eigenaren van gemeentelijke monumenten helpen en stimuleren om hun gemeentelijke monument in stand te houden. Daarom heeft de gemeente een subsidieregeling voor gemeentelijke monumenten. Bij het vaststellen van de 'Erfgoedverordening gemeente Hillegom 2024' op 1 februari 2024 heeft de gemeenteraad verzocht om het gemeentelijk beleid rondom erfgoed te evalueren. Door meerdere eigenaren is teruggegeven dat de huidige subsidie niet in verhouding staat tot de kosten van het inspectierapport dat bij de subsidieaanvraag moet worden ingediend.
Het ontwerp 'Subsidieverordening gemeentelijke monumenten Hillegom 2026' regelt dat de kosten van een abonnement voor en inspectie door Monumentenwacht Zuid-Holland door de gemeente vergoed worden. Uit een enquête onder monumenteigenaren bleek dat slechts een kleine meerderheid de voorkeur geeft aan subsidie op basis van onderhoud. Gezien deze beperkte steun en de ingediende zienswijzen wordt de ontwerp subsidieregeling op basis van onderhoud en restauratie niet voortgezet. Het wordt weer een subsidieregeling gebaseerd op teruggave van de onroerendezaakbelasting (OZB) aan de eigenaar van een woonhuismonument. Leeswijzer Overeenkomstig artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht hebben de drie ontwerpen van 23 oktober 2025 tot en met 3 december 2025 ter inzage gelegen. In deze periode is eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen over de inhoud van de ontwerpen. Er zijn reacties ontvangen met meerdere zienswijzen en 1 aanvulling op een zienswijze. Ook heeft de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit (hierna: GACO) een advies gegeven. De zienswijzen en het advies zijn in hoofdstuk 2 en 3 van deze nota samengevat weergegeven en voorzien van een beantwoording. Per zienswijze is aangegeven of de zienswijze heeft geleid tot aanpassing van het ontwerp.
Om tijdig mogelijk belanghebbenden te betrekken bij het proces is aan het ontwerp beleidskader een bijlage toegevoegd voor de ter inzagelegging. Bijlage 2 bevatte de Conceptlijst ‘Lijst objecten ‘Erfgoed Hoog’ in Hillegom. De panden op de conceptlijst zullen na vaststelling van het beleidskader
Bladzijde 3 van 44
Nota van beantwoording
mogelijk worden voorgedragen, maar dat is op dit moment nog niet zeker. Daarvoor is eerst nader onderzoek nodig. Met vaststelling van het beleidskader worden in ieder geval nog geen concrete panden aangewezen als gemeentelijk monument. Op het moment dat er een concreet voornemen is, worden de zakelijk gerechtigden van de panden nog in de gelegenheid gesteld om hier hun zienswijze op te geven en hun belangen kenbaar te maken. Die procedure staat los van dit beleidskader zelf, waarin de panden nog niet worden voorgedragen. Deze bijlage zal niet terugkomen in de definitieve versie van het beleidskader, omdat het hier enkel om ter kennisname ging in de vorm van een conceptlijst. Hoofdstuk 4 bevat de ambtelijke wijzigingen. Hoofdstuk 5 bevat een overzicht van alle vragen die naar aanleiding van de ter inzage van drie ontwerpen zijn binnengekomen. Deze vragen zijn in de nota zo goed mogelijk beantwoord. Tot slot de conclusie in hoofdstuk 6.
Bladzijde 4 van 44
Nota van beantwoording
2
Zienswijzen
De zienswijzen zijn, daar waar nodig, geanonimiseerd met een zwarte balk. De indieners van zienswijzen zijn bekend bij het college.
2.1
Zienswijze 1
De ingediende zienswijze heeft betrekking op bijlage 2 van het ontwerp beleidskader. Deze bijlage betreft Conceptlijst ‘Lijst objecten ‘Erfgoed Hoog’ in Hillegom’. De panden op de conceptlijst zullen na vaststelling van het beleidskader mogelijk worden voorgedragen, maar dat is op dit moment nog niet zeker. Daarvoor is eerst nader onderzoek nodig. Met vaststelling van het beleidskader worden in ieder geval nog geen concrete panden aangewezen als gemeentelijk monument. Op het moment dat er een concreet voornemen is, worden de zakelijk gerechtigden van de panden nog in de gelegenheid gesteld om hier hun zienswijze op te geven en hun belangen kenbaar te maken. Die procedure staat los van dit beleidskader zelf, waarin de panden nog niet worden voorgedragen. De zienswijze leidt om die reden niet tot aanpassing van de ontwerpen.
a.
Zienswijze
Beantwoording
Aanpassing ontwerp
Onvoldoende monumentale en cultuurhistorische waarde In het voornemen wordt gesteld dat het voorste deel van het pand een voormalige timmerwerkplaats betreft. Deze oorspronkelijke functie is echter in het huidige aanzicht en interieur niet langer herkenbaar. Door diverse verbouwingen en renovaties in de afgelopen decennia zijn vrijwel alle oorspronkelijke bouwkundige en karakteristieke elementen verdwenen. Ook het achtergelegen woonhuis bezit geen bijzondere architectonische of cultuurhistorische waarde. Het betreft een voor de bouwperiode gebruikelijk type woonhuis, zonder unieke stijlkenmerken of ornamenten. Door latere aanpassingen, waaronder het vervangen van kozijnen en dakbedekking, wijzigingen in de interne indeling en de plaatsing van een serre op de locatie van het oorspronkelijke washok, is er bovendien weinig tot geen oorspronkelijke bouwsubstantie bewaard gebleven. Hierdoor is de huidige verschijningsvorm niet meer representatief voor de oorspronkelijke staat of gebruiksgeschiedenis van het pand. Het pand is daarnaast niet ontworpen door een toonaangevende architect en er is geen aantoonbare relatie met een historisch relevant persoon of gebeurtenis. Daarmee ontbreekt bij zowel het voorste als het achterste deel van het pand de cultuurhistorische en architectonische basis om de aanwijzing als gemeentelijk monument te rechtvaardigen.
Graag wordt verwezen naar het bovenstaande gele kader.
Niet van toepassing.
Bladzijde 5 van 44
Nota van beantwoording
b.
c.
Onevenredige belasting voor de eigenaar De monumentenstatus brengt ingrijpende financiële en praktische consequenties met zich mee, waaronder: Waardevermindering van het pand en verminderde verkoopbaarheid. Verhoogde onderhouds- en restauratiekosten door voorgeschreven materialen en technieken. Beperkingen bij verduurzaming en noodzakelijke aanpassingen van de woning. Complexe en tijdrovende vergunningsprocedures. Moeilijkheden bij financiering/hypotheekverstrekking. Gezien deze nadelige gevolgen is de belangenafweging naar mijn oordeel onevenredig. De lasten komen volledig bij de eigenaar te liggen, terwijl de maatschappelijke meerwaarde van de aanwijzing onvoldoende onderbouwd en beperkt is. Onvoldoende zekerheid op behoud door aanwijzing Binnen de gemeente zijn voorbeelden bekend waar monumentale aanwijzing niet heeft geleid tot behoud of verbetering, zoals onder andere de Jozefkerk en Villa Santwyck. Dit geeft aan dat een monumentstatus geen garantie biedt voor instandhouding, maar wel een zware en langdurige financiële verplichting oplegt aan de eigenaar. Daarbij staat het pand te koop. Potentiële kopers hebben plannen om er opnieuw een woning van te maken. In dat kader rijst de vraag of detailleringen zoals dakpannen of kozijnkleuren opwegen tegen woonbaarheid en toekomstbestendig onderhoud.
Daarnaast is het dak op dit moment voorzien van drie verschillende soorten dakpannen, als gevolg van eerdere reparaties en verbouwingen. Dit onderstreept dat het pand in de loop der jaren nauwelijks in een originele staat is behouden. Toekomstige kopers hebben bovendien de wens om het dak weer één uniforme en verzorgde uitstraling te geven. Een monumentenstatus zou dergelijke logische en noodzakelijke verbeteringen echter aanzienlijk beperken en financieel verzwaren, waardoor zowel de leefbaarheid als de duurzame instandhouding van het pand wordt belemmerd.
Graag wordt verwezen naar het bovenstaande gele kader.
Niet van toepassing.
Graag wordt verwezen naar het bovenstaande gele kader.
Niet van toepassing.
Bladzijde 6 van 44
Nota van beantwoording
2.2
a.
b.
c.
Zienswijze 2
Zienswijze
Beantwoording
1. Reikwijdte van de bescherming – interieur en tuin Voorts wordt verzocht in de definitieve aanwijzing en bijbehorende beschrijving expliciet vast te leggen dat de tuin, inclusief het voor- en achterterrein, niet tot het beschermde monument behoort. De buitenruimte heeft een eigen gebruiksfunctie en draagt niet wezenlijk bij aan de cultuurhistorische waarden waarvoor de bescherming wordt ingesteld. Het verdient dan ook aanbeveling om voor deze delen geen monumentale beperkingen of vergunningplichten van toepassing te verklaren.
Als de tuin een cultuurhistorische waarde heeft die beschermd moet worden, dan staat dat in de beschrijving van het monument. Die beschrijving wordt gemaakt wanneer het monument officieel wordt aangewezen.
2. Bescherming van de bollenschuur aan Achter het pand bevindt zich een bollenschuur aan de , die historisch en stedenbouwkundig nauw verbonden is met de villa. Deze schuur vormt een essentieel onderdeel van het oorspronkelijke bollenerfgoed en het agrarisch cultuurlandschap van Hillegom. Gezien de zeldzaamheid en de cultuurhistorische waarde van dit object verzoekt ondergetekende het college te overwegen om: • Deze bollenschuur expliciet te behouden en te beschermen binnen het beleidskader; en • Te waarborgen dat het terrein niet wordt herbestemd voor woningbouw of ander gebruik dat afbreuk doet aan de cultuurhistorische context. 3. Aanzicht en ruimtelijke kwaliteit De villa aan de en de aangrenzende bollenschuur aan de vormen gezamenlijk een visueel ensemble dat mede het historische aanzicht van dit deel van de bepaalt. Om dit karakter te behouden, is het wenselijk dat ook de directe omgeving en het straatbeeld in harmonie blijven met de monumentale waarden. In dat kader vraagt ondergetekende aandacht voor het reclamebord aan de straatzijde bij de entree van het perceel. De huidige vormgeving en positionering sluiten niet aan bij de monumentale uitstraling van het pand en verstoren het straatbeeld.
Ondergetekende verzoekt het college bij de verdere uitwerking van het beleid aandacht te besteden aan kwaliteitsrichtlijnen voor reclame- en informatieborden bij monumentale panden, zodat deze beter passen binnen de historische context en ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.
Daarnaast heeft Hillegom een apart bomenbeleid. Staan er bomen in de tuin die beschermd zijn? Dan zijn deze terug te vinden in dat beleid. Dorp, Stad en Land heeft de objecten onderzocht. Zij hebben het college geadviseerd over de te beschermen objecten en hoeveel punten daarbij horen. Dit onderzoek staat uitgelegd in bijlage 1 van het beleidskader. Het college vindt dat Dorp, Stad en Land beschikt over de juiste kennis en ervaring om dit onderzoek goed uit te voeren. De adviezen zijn zorgvuldig gemaakt en bevatten geen ernstige gebreken. Dank voor deze opmerking. Bij het verder uitwerken van beleid zal het college aandacht besteden aan duidelijke kwaliteitsrichtlijnen voor reclame- en informatieborden bij monumentale panden.
Aanpassing ontwerp Geen aanpassing.
Geen aanpassing.
Geen aanpassing.
Bladzijde 7 van 44
Nota van beantwoording
d.
4. Conclusie en verzoek Ondergetekende verzoekt het college om in de verdere besluitvorming over het ontwerp Beleidskader Gemeentelijke Monumenten Hillegom 2026 en de Wijzigingsverordening 2026 de volgende punten te betrekken: 1. Bevestiging dat het interieur en de gehele tuin (voor- en achterterrein) geen onderdeel uitmaken van de monumentale bescherming. 2. Behoud en bescherming van de bollenschuur aan als karakteristiek onderdeel van het Hillegomse bollenerfgoed. 3. Aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en een passende inpassing van reclame-uitingen bij monumentale panden.
2.3
Graag word verwezen naar de antwoorden hierboven.
Geen aanpassing.
Zienswijze 3
Zienswijze
Beantwoording
a.
2. Gevolgen van het vervallen van de OZB-teruggave Onze grootste zorg betreft het intrekken van de huidige OZB-subsidie, die voor het jaarlijks circa € 8.000 aan inkomsten vertegenwoordigt. Deze bijdrage vormde een belangrijke compensatie voor de hogere onderhoudskosten die voortvloeien uit de monumentenstatus. Het vervallen van deze vaste vergoeding zal de VvE dwingen tot forse verhoging van de maandelijkse bijdragen voor alle eigenaren, waarvan velen een vaste inkomenssituatie hebben.
Uit een enquête onder monumenteigenaren bleek dat slechts een kleine meerderheid de voorkeur geeft aan subsidie op basis van onderhoud. Gezien deze beperkte steun en de ingediende zienswijzen wordt het ontwerp subsidieregeling op basis van onderhoud en restauratie niet voortgezet. Het wordt weer een subsidieregeling gebaseerd op teruggave van de onroerendezaakbelasting (OZB) aan de eigenaar van een woonhuismonument.
b.
3. Beperkt subsidieplafond en ongelijke behandeling De nieuwe Subsidieverordening gemeentelijke monumenten 2026 stelt een subsidieplafond van € 14.000 voor alle gemeentelijke monumenten samen, met een maximum van € 2.500 (onderhoud) en € 5.000 (restauratie) per aanvraag, eens per drie tot vijf jaar. Wij achten dit plafond onevenredig laag, zeker voor grotere complexen dat uit meerdere wooneenheden bestaat en aanzienlijk hogere onderhoudslasten kent dan een individueel woonhuis. Ook het principe van “wie het eerst komt, het eerst maalt” kan leiden tot ongelijke behandeling tussen monumenten.
De hoogte van het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad in de begroting. Het is onzeker of subsidiebudget toereikend is voor het bereiken van de doelstellingen. Dit jaar is het € 14.000. Volgend jaar is het mogelijk anders.
Aanpassing ontwerp Aanpassen Subsidieverordening. Het wordt weer een subsidieregeling gebaseerd op teruggave van de onroerendezaakbelasting (OZB) aan de eigenaar van een woonhuismonument. Aanpassen Subsidieverordening. Omdat de gemeenteraad het subsidieplafond jaarlijks vaststelt en het bedrag kan wijzigen wordt het uit de toelichting van het beleid gehaald.
Bladzijde 8 van 44
Nota van beantwoording
c.
d.
e.
4. Verzoek tot heroverweging of compensatie Wij verzoeken het college om: 1. te overwegen de OZB-compensatie voor bestaande gemeentelijke monumenten geheel of gedeeltelijk te behouden; of 2. het subsidieplafond substantieel te verhogen, zodat grotere monumenten een redelijke kans op compensatie behouden; en 3. in de definitieve verordening te voorzien in een evenredige verdeling naar schaal en type gebouw, zodat collectieve woonmonumenten niet worden benadeeld.
Zie voor punt 1 en 2 de beantwoording hierboven onder a.
5. Slotopmerking Wij staan positief tegenover samenwerking met de gemeente om het cultureel erfgoed van Hillegom duurzaam te behouden, maar vragen om een oplossing die recht doet aan de financiële realiteit van grotere gemeentelijke monumenten.
Zie beantwoording hierboven.
Het college kan, in bijzondere gevallen, afwijken van het bepaalde in deze verordening, als een strikte toepassing daarvan zal leiden tot een onevenredige benadeling van de aanvrager of subsidieontvanger. Zie artikel 12.
Zie aanpassing hierboven onder a..
Geen aanpassing.
Geen aanpassing.
Bladzijde 9 van 44
Nota van beantwoording
2.4
a.
Zienswijze 4
Zienswijze
Beantwoording
1. Hoge administratieve lasten De nieuwe verordening brengt hoge administratieve lasten met zich mee voor alle partijen. Gemeente en eigenaren van Gemeentelijke Monumenten.
Uit een enquête onder monumenteigenaren bleek dat slechts een kleine meerderheid de voorkeur geeft aan subsidie op basis van onderhoud. Gezien deze beperkte steun en de ingediende zienswijzen wordt de ontwerp subsidieregeling op basis van onderhoud en restauratie niet voortgezet. Het wordt weer een subsidieregeling gebaseerd op teruggave van de onroerendezaakbelasting (OZB) aan de eigenaar van een woonhuismonument.
1. Jaarlijks moet de 30 euro, Monumentenwacht abonnementsgelden, worden gedeclareerd. 2. Aanvragen voor een onderhoudssubsidie zal aanzienlijke administratieve kosten met zich meebrengen. Enerzijds vanuit de eigenaar die de subsidie moet onderbouwen, veelal samen met een (dure) externe adviseur. Anderzijds vanuit de gemeente, die aanvragen moet beoordelen/motiveren/besluiten en bezwaren moet behandelen. Het jaarlijks afhandelen van abonnementsgelden van de Monumentenwacht (a) is een te laag bedrag t.o.v. de kosten bij de gemeente (~30euro). De verlening van subsidie zal veel mankracht en daarmee kosten met zich meebrengen voor alle partijen (b). Dit staat nog los van de monitoring van de werkzaamheden naderhand als de subsidie is verleend (zie punt 4).
b.
3.WOZ dempend effect Subsidie weer op basis van teruggave OZB. Dit is gunstiger voor gemeente en eigenaar.
Uit een enquête onder monumenteigenaren bleek dat slechts een kleine meerderheid de voorkeur geeft aan subsidie op basis van onderhoud. Gezien deze beperkte steun en de ingediende zienswijzen wordt de ontwerp subsidieregeling op basis van onderhoud en restauratie niet voortgezet. Het wordt weer een subsidieregeling gebaseerd op teruggave van de onroerendezaakbelasting (OZB) aan de eigenaar van een woonhuismonument.
Aanpassing ontwerp Aanpassen Subsidieverordening. Het wordt weer een subsidieregeling gebaseerd op teruggave van de onroerendezaakbelasting (OZB) aan de eigenaar van een woonhuismonument.
Aanpassen Subsidieverordening. Het wordt weer een subsidieregeling gebaseerd op teruggave van de onroerendezaakbelasting (OZB) aan de eigenaar van een woonhuismonument.
Bladzijde 10 van 44
Nota van beantwoording
c.
d.
e.
4.Sommige monumenten hebben intern ook mooie elementen Ik begrijp dat de gemeente zich in eerste instantie richt op de buitenkant van een monument. Echter hebben sommige panden ook karakteristieke zaken aan de binnenkant. Zoals een oude schouw van marmer of een victoriaans plafond . De Monumenten Wacht die komt inspecteren, neemt dit soms wel mee, maar soms ook niet (?). Wellicht kan de Monumenten Commissie van de gemeente hier in een rol spelen (zie punt5). 5.Controle van de gemeente op de staat van de monumenten Een pand kan heel hard achteruitgaan in 4 jaar tijd en dat maakt herstel naderhand veelal veel kostbaarder versus recent bijhouden van het onderhoud van een (oud) pand. Aan de andere kant is een monumenten inspectie duur. Ik zou daarom de inspectie naar 1x in de 3 jaar zetten en niet 1x in de 4jaar. Een additioneel aspect is dat de gemeente moeilijk vooraf kan beoordelen op basis van een inspectierapport hoe goed/slecht een pand is omdat het inspectierapport 4 jaar oud kan zijn. Verder wil de gemeente naderhand ook nog een ambtenaar lang sturen om de werkzaamheden te beoordelen, wat eveneens de gemeente geld zal gaan kosten in additionele activiteiten. 6.Verduurzaming is niet meegenomen rol van de Monumenten Commissie Toch denk ik dat er ook mogelijkheden zijn tot verduurzaming bij Gemeentelijke Monumenten, zeker in combinatie met “groot onderhoud”.
Dit zou meegenomen moeten worden in deze nieuwe verordening. Ik denk dat de Monumenten Commissie, hierin een grotere adviserende rol zou kunnen spelen. Bij het Inspectierapport van de Monumentenwacht zou de eigenaar een plan moeten inleveren welke werkzaamheden de eigenaar/bewoner zal gaan/ laten uitvoeren de komende jaren. Hierbij zou ook gevraagd moeten worden welke verduurzamingsmaatregelen worden doorgevoerd + welk energielabel het monument op dit moment heeft. Elke eigenaar zou ook 1x per 5 jaar uitgenodigd moeten worden door de Monumenten Commissie om in gesprek te gaan met de eigenaar wat hij/zij meer zou kunnen doen en ook te bespreken hoe de staat van het pand goed blijft. Dit zou een bijkomende verplichting kunnen zijn om de Monumenten Subsidie te blijven krijgen. Panden met een beter energielabel hebben een hogere verkoopwaarde en zullen sneller verkocht worden in veel gevallen.
Het uitsluiten van de bescherming van het interieur is een voorstel van het college aan de raad. De raad besluit op voorstel van het college.
Geen aanpassing.
Voor het nieuwe beleid heeft het college gekozen voor 1x in de 4 jaar een inspectie, voor het verkrijgen van subsidie, omdat we denken dat dit haalbaar is. Als we hier ervaring mee hebben, dan kan de frequentie altijd met een beleidswijziging naar boven of naar beneden worden bijgesteld.
Geen aanpassing.
Verduurzamen van een monument blijft een keuze van de eigenaar. Deze laat zich adviseren door partijen in de markt en gaat daarmee in gesprek. De Monumentenwacht kan daarbij helpen. Voor het overige kan de eigenaar van een monument gebruik maken van bestaande subsidieregelingen voor iedereen.
Aanpassen Subsidieverordening. Kosten van de Monumentenwacht komen in aanmerking voor subsidie in artikel 9.
Bladzijde 11 van 44
Nota van beantwoording
f.
7.Tuin wordt genoemd, maar wordt in praktijk nooit beoordeeld. In tegenstelling tot het interieur, die is uitgesloten, wordt de tuin wel meegenomen in deze nieuwe verordening. Hierin kan de Monumenten Wacht geen rol spelen en wordt dan ook nooit vermeld in een Inspectierapport. Ik denk dat hierop ook moeilijk te handhaven is + als een boom/struik te groot wordt is dit uiteindelijk vaak beter voor het pand deze tijdig te vervangen, in het belang van het behoud van het pand. Dit geldt zeker voor , waar vroeger hele hoge bomen voor stonden die slecht waren voor de staat van dit prachtige pand.
Als de tuin een cultuurhistorische waarde heeft die beschermd moet worden, dan staat dat in de beschrijving van het monument. Deze beschrijving wordt later gemaakt bij de aanwijzing van het object. Daarnaast heeft Hillegom een bomenbeleid. Als er bomen in de tuin staan die beschermd zijn, dan zijn die te vinden in dat beleid. De eigenaar is verantwoordelijk voor het in stand houden van de cultuurhistorische waarden, ook die in de tuin.
Geen aanpassing.
g.
Wat kan de gemeente verder doen om Monumenten te behouden. • Een stabiele grondwaterstand is cruciaal voor alle gebouwen, dus ook monumenten. Aanbrengen van Wadi in het grasveld bij de Rembrandt Six bloembol Beperk bemaling vanwege werkzaamheden, zoals nieuwe riolering, graafwerkzaamheden • Beperk zwaar vrachtverkeer in het dorp in de buurt van Gemeentelijke monumenten • Laat huizen funderen bij nieuwbouw middels boor palen en GEEN heipalen
De genoemde onderwerpen kunnen niet worden geregeld in de Erfgoedverordening, omdat deze onderwerpen zijn geregeld in andere regelgeving (bijvoorbeeld bouwregelgeving en de wegenverkeerswet). Dit zijn dus geen punten die in het kader van deze Nota van beantwoording meegenomen kunnen worden.
Geen aanpassing.
2.5 a.
Zienswijze 5 Zienswijze 2.1 Wijzigingsverordening 2026 van de Erfgoedverordening Kritische punten 1. Gebrek aan positieve benadering van monumenteigenaren In de toelichting en de artikelen wordt sterk gefocust op vergunningen, verplichtingen en handhaving. Wat ontbreekt is een positieve toon waarin het particulier eigenaarschap van erfgoed als waardevol partnerschap wordt erkend. De gemeente zou in de verordening kunnen benadrukken dat zij samen met eigenaren werkt aan behoud, in plaats van uitsluitend te reguleren.
Beantwoording
Mee eens. Dit kan in de toelichting van de regeling worden opgenomen.
Aanpassing ontwerp Aanpassing Wijzigingsverordening. Toevoegen aan de toelichting van de regeling: ‘De gemeente werkt samen met eigenaren en cultuurhistorische verenigingen aan het behoud van erfgoed.’
Bladzijde 12 van 44
Nota van beantwoording
b.
2. Onduidelijke afbakening tussen onderhoud en wijziging. De verordening bevat geen heldere definitie van wat als ‘wijziging’ geldt. Overmatige handhavingsbevoegdheden zonder waarborgen. De bevoegdheden tot bestuursdwang en boeteoplegging zijn fors uitgebreid, zonder een duidelijke waarborg voor waarschuwing of hersteltermijn. Dit is onredelijk, zeker bij onduidelijke normen.
c.
3. Onvoldoende rekening met duurzame maatregelen De koppeling tussen erfgoed en duurzaamheid blijft beperkt tot formele toetsing, zonder ruimte voor innovatieve of reversibele oplossingen.
d.
4. Te ruime vergunningplicht zonder duidelijke afbakening. De ontwerpverordening breidt de vergunningplicht uit tot uiteenlopende onderhoudswerkzaamheden. Er is echter geen duidelijk onderscheid tussen onderhoud en wijziging. Dit leidt tot onduidelijkheid: wanneer is gewoon schilderwerk, het vervangen van rot hout of het aanbrengen van secundaire beglazing nog toegestaan zonder vergunning? Hierdoor ontstaat juridische onzekerheid: een eigenaar kan te goeder trouw onderhoud uitvoeren dat later als illegaal wordt beschouwd. 5. Gebrek aan proportionaliteit in handhaving Met de uitgebreide handhavingsbevoegdheden (waaronder bestuurlijke boetes) ontbreekt een waarborg voor waarschuwing en herstel-mogelijkheid. Zeker bij onduidelijke begrippen is dit onredelijk richting goedwillende eigenaren.
e.
De zienswijze ziet op artikel 14, eerste lid van de Erfgoedverordening. Dit artikellid is al van kracht en een wijziging hiervan maakt geen onderdeel uit van het voorstel. Ten overvloede merken wij op dat ten aanzien van het eerste lid destijds aangesloten is op de formulering die in landelijke regelgeving (Omgevingswet) wordt gebruikt. Verduurzamen van een monument blijft een keuze van de eigenaar. Deze laat zich adviseren door partijen in de markt en gaat daarmee in gesprek. De Monumentenwacht kan daarbij helpen. Voor het overige kan de eigenaar van een monument gebruik maken van bestaande subsidieregelingen voor iedereen. Zie beantwoording onder punt 2. Bij twijfel kan de gemeente om uitleg gevraagd worden bij het toepassen van de regeling.
Geen aanpassing.
Bij twijfel kan de gemeente om uitleg gevraagd worden over onduidelijke begrippen. Regels over waarschuwingen en hersteltermijn zijn te vinden in de Algemene wet bestuursrecht en het handhavingsbeleid van de gemeente Hillegom.
Geen aanpassing
Aanpassen Subsidieverordening. Kosten van de Monumentenwacht komen in aanmerking voor subsidie in artikel 9. Geen aanpassing.
Bladzijde 13 van 44
Nota van beantwoording
f.
Verzoek / voorstel 1. Neem in de verordening een duidelijke vrijstellingsregeling op voor onderhoud en reversibele energiemaatregelen. 2. Leg vast dat handhaving proportioneel moet zijn en dat een waarschuwing voorafgaat aan sancties. 3. Definieer in de toelichting duidelijk wat “aantasting van monumentale waarden” inhoudt. 4. Leg in de verordening concreet vast welke onderhoudswerkzaamheden wel en niet vergunningplichtig zijn (bijv. via bijlage of overzicht). 5. Beperk de vergunningplicht tot werkzaamheden die aantoonbaar invloed hebben op monumentale waarden. 6. Benoem in de toelichting expliciet dat de gemeente uitgaat van vertrouwen in eigenaren en samenwerking boven sancties.
3.Mee eens. “aantasting van monumentale waarden” verduidelijken. 5.De vergunningplicht is concreet vastgelegd in artikel 14 van de Erfgoedverordening en het wijzigingsblad. Voor het overige zie beantwoording hierboven.
Aanpassen Subsidieverordening. Toelichting, hoofdstuk 4: toevoegen Beschadiging = directe fysieke schade. Aantasting = geleidelijke verslechtering door externe invloeden.
Bladzijde 14 van 44
Nota van beantwoording
g.
2.2 Ontwerp Subsidieverordening gemeentelijke monumenten (v7.1) Kritische punten 1. Beperkte toegankelijkheid en administratieve drempels De subsidieaanvraag vraagt om technische omschrijvingen, offertes en plannen die veel particuliere eigenaren niet zelf kunnen opstellen. Hierdoor is de regeling onevenredig ingewikkeld voor particulieren en kleine organisaties. 2. Onzekerheid door subsidieplafond en volgorde van binnenkomst Het ‘wie-het-eerst-komt’-principe leidt tot willekeur. Een zorgvuldig voorbereide aanvraag kan worden afgewezen enkel omdat de pot leeg is. Dat staat op gespannen voet met het gelijkheidsbeginsel en belemmert planmatige instandhouding. 3. Beperkte erkenning van duurzaamheidsmaatregelen. De regeling sluit veel energiebesparende maatregelen uit, ook als die reversibel en esthetisch verantwoord zijn. Daarmee remt de gemeente juist de gewenste verduurzaming van monumenten. 4. Geen prikkel voor preventief onderhoud Het beleid stimuleert pas bij grote restauraties, terwijl structureel onderhoud juist aantasting voorkomt. 5. Te laag subsidieplafond van €14.400,- voor het totale onderhoudsbudget Dit bedrag is onvoldoende in verhouding tot de onderhoudsopgave binnen de gemeente. Gezien het aantal gemeentelijke monumenten en de stijgende bouwkosten betekent dit dat slechts een fractie van de eigenaren jaarlijks kan profiteren van ondersteuning.
Een dergelijk laag plafond staat haaks op de beleidsambitie om erfgoed te behouden. 6. Geen stimulans maar ontmoediging Het huidige subsidiebeleid mist een positieve benadering richting eigenaren. Waar de verordening spreekt over toetsing, plafonds en afwijzingsgronden, ontbreekt de toon van waardering en stimulering voor wie actief onderhoud uitvoert.
1. Bij vragen kan de gemeente om hulp en uitleg gevraagd worden. 2. Deze werkwijze is een voorstel van het college aan de raad. Om willekeur te minimaliseren zorgt het college er met deze regeling voor dat iedereen dezelfde informatie krijgt op hetzelfde moment. Ook is de startdatum, 1 januari, duidelijk. 3. Verduurzamen van een monument blijft een keuze van de eigenaar. Deze laat zich adviseren door partijen in de markt en gaat daarmee in gesprek. De Monumentenwacht kan daarbij helpen. Voor het overige kan de eigenaar van een monument gebruik maken van bestaande subsidieregelingen voor iedereen. 4. Uit een enquête onder monumenteigenaren bleek dat slechts een kleine meerderheid de voorkeur geeft aan subsidie op basis van onderhoud. Gezien deze beperkte steun en de ingediende zienswijzen wordt de ontwerp subsidieregeling op basis van onderhoud en restauratie niet voortgezet. Het wordt weer een subsidieregeling gebaseerd op teruggave van de onroerendezaakbelasting (OZB) aan de eigenaar van een woonhuismonument. 5. De hoogte van het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad in de begroting. Dit jaar is het € 14.000. Volgend jaar is het mogelijk anders. 6. De toon komt voort uit de juridische beschrijving van de regels. Waar het kan, is de toon luchtiger gemaakt, bijvoorbeeld in de toelichting.
Aanpassen Subsidieverordening. Kosten van de Monumentenwacht komen in aanmerking voor subsidie in artikel 9. Het wordt weer een subsidieregeling gebaseerd op teruggave van de onroerendezaakbelasting (OZB) aan de eigenaar van een woonhuismonument.
Bladzijde 15 van 44
Nota van beantwoording
h.
i.
Verzoek / voorstel 1. Stel een meerjarig subsidieprogramma in, met duidelijk budget en aanvraagtermijnen. 2. Breid de subsidiabele werkzaamheden uit met reversibele duurzaamheidsmaatregelen (bijv. voorzetramen, kierdichting, binnen isolatie). 3. Maak de toekenningscriteria openbaar en objectief toetsbaar. 4. Verhoog het jaarlijks subsidieplafond substantieel, zodat meer eigenaren in aanmerking kunnen komen. 5. Neem in de toelichting op dat de gemeente waardering heeft voor actief onderhoud door eigenaren. 6. Versoepel de aanvraagprocedure, bijvoorbeeld door standaardformats of ondersteuning via het erfgoedloket.
1. Het college stelt bewust deze subsidieregeling voor aan de raad in plaats van een meerjarig subsidieprogramma. 2. Verduurzamen van een monument blijft een keuze van de eigenaar. Deze laat zich adviseren door partijen in de markt en gaat daarmee in gesprek. De Monumentenwacht kan daarbij helpen. Voor het overige kan de eigenaar van een monument gebruik maken van bestaande subsidieregelingen voor iedereen. 3. De subsidieregeling is een openbare regeling. Hij wordt gepubliceerd op www.overheid.nl. 4. De hoogte van het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad in de begroting. Dit jaar is het € 14.000. Volgend jaar is het mogelijk anders. 5. Mee eens. Dit kan in de toelichtingen van de regeling worden opgenomen. 6. Aanvragen kan met het aanvraagformulier op de website van de gemeente. Bij onduidelijkheid kan de gemeente om uitleg gevraagd worden.
2.3 Ontwerp Beleidskader Gemeentelijke Monumenten (v5.1) Kritische punten 1. Ontbrekende stimulerende grondhouding Het beleidskader legt sterk de nadruk op regels, toetsing en afwegingen, maar nauwelijks op ondersteuning, waardering en partnerschap met particuliere eigenaren. Dit versterkt het beeld dat het hebben van een monument vooral een last is, terwijl de gemeente juist zou moeten uitstralen dat het een lust en een trots bezit is.
Aanpassen Subsidieverordening. 2. Kosten van de Monumentenwacht komen in aanmerking voor subsidie in artikel 9. 5. Toevoegen aan de Toelichting: ‘De gemeente werkt samen met eigenaren en cultuurhistorische verenigingen aan het behoud van erfgoed.’
Aanpassen Beleidskader. Mee eens. Dit kan in de Inleiding van de regeling worden opgenomen.
Toevoegen aan artikel 1, inleiding, eerste regel: ‘De gemeente werkt samen met eigenaren en cultuurhistorische verenigingen aan het behoud van erfgoed.’
Bladzijde 16 van 44
Nota van beantwoording
j.
2. Vage en open criteria voor aanwijzing en beoordeling Begrippen als “contextuele waarde” en “belevingswaarde” zijn subjectief en niet juridisch toetsbaar. Dit maakt het beleid kwetsbaar voor willekeur en schept onzekerheid voor eigenaren.
De termen zijn niet vindbaar in het ontwerp beleidskader.
Geen aanpassing.
k.
3. Onbalans tussen erfgoed en duurzaamheid. Het beleidskader stelt dat duurzaamheid “meegewogen” wordt, maar noemt geen afwegingscriteria. Zonder duidelijke hiërarchie blijft onduidelijk hoe een eigenaar weet of een maatregel geoorloofd is. 4. Indirecte juridische werking zonder bezwaargrond Hoewel het beleidskader formeel niet bindend is, wordt het in de praktijk gebruikt als beoordelingskader bij vergunningen. Dat betekent dat eigenaren wel de lasten dragen van beleid, maar geen rechtsbescherming hebben tegen de inhoud. 5. Vage begrippen en beoordelingscriteria Termen als “contextuele waarde”, “belevingswaarde” en “karakteristiek ensemble” zijn interpretabel. Zonder nadere uitleg kan dit leiden tot willekeur en onduidelijkheid bij vergunningverlening. 6. Beperkte participatie Hoewel het beleidskader spreekt over participatie, is dit niet juridisch of procedureel verankerd. Eigenaren zouden vroegtijdig moeten worden betrokken bij aanwijzing of herwaardering van monumenten. Verzoek / voorstel 1. Neem in het beleidskader expliciet op dat de gemeente het particulier eigenaarschap van monumenten actief ondersteunt en waardeert. 2. Neem concrete beoordelingscriteria op in het beleidskader, zodat besluitvorming voorspelbaar en toetsbaar is. Geef duidelijke en toetsbare criteria voor waardering en vergunningverlening. 3.
Ontwikkel een vaste participatiestructuur bij beleidsherzieningen en aanwijzingsprocedures. 4. Maak de afweging tussen erfgoedbehoud en duurzaamheid expliciet en controleerbaar. 5. Leg vast dat duurzaamheid en erfgoed gelijkwaardige belangen zijn met een transparante afwegingssystematiek. 6. Veranker structurele participatie van eigenaren bij aanwijzingsen beleidsprocessen.
3. Verduurzamen van een monument blijft een keuze van de eigenaar. Deze laat zich adviseren door partijen in de markt en gaat daarmee in gesprek. De Monumentenwacht kan daarbij helpen. Voor het overige kan de eigenaar van een monument gebruik maken van bestaande subsidieregelingen voor iedereen. 4.Het beleidskader is formeel bindend en wordt gebruikt als toetsingskader voor de gemeenteraad bij het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. 5.De term is niet vindbaar in het ontwerp beleidskader. 6.Bij het proces van aanwijzen en herwaarderen wordt participatie meegenomen in vorm van overleg, voorbescherming, informatiebijeenkomst en gesprekken.
Aanpassen Subsidieverordening. Kosten van de Monumentenwacht komen in aanmerking voor subsidie in artikel 9.
l.
Zie i. 1. Zie beantwoording onder i. 2. Voor dit document is het zo concreet als mogelijk gemaakt. 3. Wordt in de gemeente aan gewerkt. 4. Verduurzamen van een monument blijft een keuze van de eigenaar. Deze laat zich adviseren door partijen in de markt en gaat daarmee in gesprek. De Monumentenwacht kan daarbij helpen. Voor het overige kan de eigenaar van een monument gebruik maken van bestaande subsidieregelingen voor iedereen. 5. Zie 4. 6. Wordt in de gemeente aan gewerkt.
Aanpassen Subsidieverordening. Kosten van de Monumentenwacht komen in aanmerking voor subsidie in artikel 9.
Bladzijde 17 van 44
Nota van beantwoording
m.
4. Verzoek aan de gemeente Ik verzoek het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad om: 1. Het erfgoedbeleid te herzien met een positieve en stimulerende grondhouding richting monumenteigenaren; 2. De ontwerpstukken aan te passen volgens de hierboven genoemde punten; 3. In het definitieve beleid meer ruimte te bieden voor praktische uitvoering en duurzame instandhouding; 4. En te waarborgen dat monumenteigenaren op een gelijke, transparante en uitvoerbare manier worden behandeld. 5. De vergunningplicht duidelijk te specificeren en te beperken tot wezenlijke wijzigingen; 6. Het subsidieplafond van €14.400,- aanzienlijk te verhogen tot een reëel niveau dat onderhoud daadwerkelijk ondersteunt; 7. En concrete stappen te nemen om van monumentbezit in Hillegom geen last, maar een lust te maken.
2.6 a.
Voor beantwoording zie hierboven.
Zie aanpassingen hierboven.
Zienswijze 6
Zienswijze 1. In artikel 14 van het ontwerp Wijzigingsverordening 2026 van Erfgoedverordening gemeente Hillegom 2024 zou een uitzondering moeten worden toegevoegd aan lid 2 voor aanpassingen die de duurzaamheid van de woning verhogen, mits deze het gemeentelijk monument niet ontsieren of in gevaar brengen. Deze wijziging stellen wij voor gezien het maatschappelijk belang van verduurzaming van woningen, als ook gezien het belang van eigenaren om hun woning eigentijds te houden en daarmee bij te dragen aan dit maatschappelijk belang, om het wooncomfort, als ook om de marktwaarde van een woning in deze tijd te behouden. Indien de gemeente niet zou kiezen voor het toevoegen van deze uitzondering, dan zou zij in ieder geval het feit dat aanpassingen de duurzaamheid van de woning verhogen, in beginsel doorslaggevend moeten laten zijn/ zwaar moeten laten meewegen bij haar beoordeling tot het verlenen van een vergunning genoemd onder lid 1.
Beantwoording Ook voor het verduurzamen van een monument geldt artikel 14 lid 1. Vergunning kan worden verleend mits het monument niet wordt ontsierd f in gevaar gebracht. Verduurzamen van een monument blijft een keuze van de eigenaar. Deze laat zich adviseren door partijen in de markt en gaat daarmee in gesprek. De Monumentenwacht kan daarbij helpen. Voor het overige kan de eigenaar van een monument gebruik maken van bestaande subsidieregelingen voor iedereen.
Aanpassing ontwerp Aanpassen Subsidieverordening. Kosten van de Monumentenwacht komen in aanmerking voor subsidie in artikel 9.
Bladzijde 18 van 44
Nota van beantwoording
b.
c.
d.
e.
f.
2. Verduidelijkt moet worden in het concept Beleidskader Gemeentelijke Monumenten Hillegom 2026 dat het toetsingskader dient te worden toegepast per woning, zoals ook door de gemeente mondeling bevestigd is tijdens de informatieavond. Dit blijkt nu onvoldoende uit het beleidskader.
Mee eens. Toetsingskader moet worden toegepast per object.
3. De concept subsidieverordening bevat van een bedrag van 14.000 euro voor alle gemeentelijke monumenten per jaar. Dit is gelijk aan het bedrag tot op heden, terwijl de gemeente voornemens is om 40 extra gemeentelijke monumenten aan te wijzen. Dit betekent dat het totaal begrote bedrag voor onderhoud in gelijke mate verhoogd moet worden. 4. De lat voor aanwijzing van woonhuizen is gelegd bij min 16 punten. Dit zou verhoogd moeten worden naar 17 net als in sommige andere gemeenten om tegemoet te komen aan een juiste afweging van belangen van de algemene belangen en de belangen van eigenaren. 5. Bijlage 2 van het ontwerp Beleidskader Gemeentelijke Monumenten Hillegom 2026 nu wij op basis van de communicatie van de gemeente begrijpen dat bij de vaststelling van het beleidskader voor gemeentelijke monumenten Hillegom en de bijbehorende subsidieregeling, nog geen sprake is van aanwijzing van objecten als gemeentelijk.
De hoogte van het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad in de begroting. Dit jaar is het € 14.000. Volgend jaar is het mogelijk anders.
6. In bijlage 1 van het concept Beleidskader Gemeentelijke Monumenten Hillegom 2026 dient deelaspect 4 (kwaliteit en kostenaspect) verwijderd te worden. Dit deelaspect leidt er immers toe dat objecten die door de eigenaren goed zijn onderhouden hoog scoren, terwijl objecten die door de eigenaren slecht onderhouden worden laag scoren. De aanwijzing als gemeentelijk monument beoogt nu juist de objecten die op de andere aspecten hoog scoren, te bewaren. Het risico dat dit zonder aanwijzing niet het geval zal zijn, is juist hoger bij objecten die niet goed onderhouden worden. Voor juist die objecten is ingrijpen van de gemeente wenselijk. Om die reden dient dit deelaspect i) te vervallen, dan wel ii) precies tegenovergesteld gewogen te worden door slecht onderhouden objecten hoger te scoren dan goed onderhouden objecten.
Door de grenswaarde te verhogen zullen objecten met een hoge cultuurhistorische waarde niet in aanmerking komen om te worden aangewezen als gemeentelijk monument. Deze bijlage betreft Conceptlijst ‘Lijst objecten ‘Erfgoed Hoog’ in Hillegom’. De panden op de conceptlijst zullen na vaststelling van het beleidskader mogelijk worden voorgedragen, maar dat is op dit moment nog niet zeker. Daarvoor is eerst nader onderzoek nodig. Met vaststelling van het beleidskader worden in ieder geval nog geen concrete panden aangewezen als gemeentelijk monument. De categorie 4b Kostenaspect maakt tegenwoordig geen onderdeel meer uit van de door Dorp, Stad en Land gehanteerde Waarderingsmatrix. Een schouw vanaf de openbare weg geeft namelijk onvoldoende grond om dit adequaat te kunnen beoordelen. Dit deelaspect is daarom in de waardering buiten beschouwing gelaten en heeft overal waarde 0 gekregen. Hierdoor komt het beleidskader al tegemoet aan de zienswijze.
Aanpassen Beleidskader. Artikel 1, derde alinea: Toevoegen na eerste zin: ‘Het toetsingskader moet worden toegepast per object’ Geen aanpassing.
Geen aanpassing.
Geen aanpassing.
Geen aanpassing.
Bladzijde 19 van 44
Nota van beantwoording
2.7 a.
b.
c.
d.
Zienswijze 7
Zienswijze Ontwerp Beleidskader Pagina 1: 1. Naast de cultuurhistorische waarde wordt ook het criterium ‘schoonheid’ genoemd. We gaan er van uit dat dit subjectieve begrip met de ‘waarderingsmatrix’ komt te vervallen. 2. Graag vernemen wij hoe vaak en op welke gronden een aanwijzing als monument in het verleden is ingetrokken. Pagina 2: De gemeente kiest de grenswaarden voor gemeentelijke monumenten: 17-24 of 16-24. Dit onderscheid lijkt ons arbitrair, het verschil is zeer klein. Op pagina 4 wordt gesproken van een ‘evenwichtige selectie’, maar wij vinden dat de keuze voor deze grenswaarden beter onderbouwd moet worden Pagina 3: 1. De werkgroep Cultuurhistorische Waarden Hillegom stelt dat de matrix ‘een objectieve afweging’ mogelijk maakt. Wij zien de waarderingsmatrix vooral als een hulpmiddel om zo objectief mogelijk te vergelijken. Dat is echter niet hetzelfde als volledige objectiviteit. De score 0 t/m 3 en de weegfactor −1 t/m +2 blijven naar onze mening subjectief. Wij verzoeken u deze keuzes uitgebreider te motiveren. 2. Bij deelaspect 2b (Uniciteit) wordt gesteld dat zeldzaamheid regionaal of landelijk kan zijn. Wij vinden dat landelijke uniciteit kan vervallen: daarvoor is de Rijksmonumentenregeling bedoeld. Ontwerp Wijzigingsverordening In het te wijzigen artikel 14 wordt beschreven dat er geen omgevingsvergunning nodig is voor normaal onderhoud etc.
‘… en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt’. Deze formulering vinden wij niet duidelijk. Het lijkt ons dat het deel ‘de aanleg van een tuin, park of andere aanleg’ geschrapt kan worden.
Beantwoording
Aanpassing ontwerp Geen aanpassing.
1. ‘Schoonheid’ is geen beoordelingscriterium in de waarderingsmatrix, zie artikel 2.2. 2. Er zijn een aanwijzingen ingetrokken. De gemeente is vrij in het vaststellen van de grenswaarden. Deze grenswaarden zijn tot stand gekomen na consultatie van Dorp, Stad en Land en vergeleken met grenswaarden in omliggende gemeenten. De grenswaarden zijn tot stand gekomen op basis van jarenlange ervaring en expertise van Dorp, Stad en Land. Doelstelling is om tot een evenwichtige verdeling te komen in de verschillende gebouwcategorieën. 1. Met deze cijfermatige waarderingsmethode is beoogd om enerzijds alle belangrijke aspecten zo objectief mogelijk te benoemen en anderzijds ook een weging mogelijk te maken tussen soms zeer uiteenlopende waardevolle objecten. Het toepassen van deze bekende methode is een voorstel van het college aan de raad. De raad ziet of zij kiest en besluit op voorstel van het college. 2. Een gemeente maakt haar eigen keuzes bij het aanwijzen van een gemeentelijk monument. Die keuze kan anders zijn dan die van het rijk. In sommige gevallen heeft de tuin een beschermde status. Dan geldt het verbod in artikel 14 lid 1 ook voor de tuin.
Geen aanpassing.
Geen aanpassing.
Geen aanpassing.
Bladzijde 20 van 44
Nota van beantwoording
e.
f.
g.
Onevenredige financiële gevolgen (artikel 3:4, tweede lid, Awb) Tegenover mogelijke financiële nadelen voor de eigenaar van een gemeentelijk monument staat de mogelijkheid van gemeentelijke subsidie, onder andere voor Monumentenwacht, bouwkundig inspectierapport en restauratieplan. De jaarlijkse subsidie van de gemeente is maximaal 14.000 euro. Bij 23 bestaande gemeentelijke monumenten en mogelijke uitbreiding met 14 nieuwe monumenten (conceptlijst ‘Erfgoed Hoog’) is er jaarlijks gemiddeld €378 per monument beschikbaar. Dat is onvoldoende om de financiële nadelen te compenseren. Mogelijke overlap met ‘beschermd dorpsgezicht’ De drie gemeentelijke regelingen geven geen antwoord op de vraag in hoeverre de status van ‘gemeentelijk monument’ overlapt met ‘beschermd dorpsgezicht’. Deze vraag hebben wij ook gesteld op de informatieavond van 12 november, maar een antwoord hebben wij nog niet ontvangen. Vooralsnog gaan wij ervan uit dat de status van beschermd dorpsgezicht al voldoende bescherming biedt voor zowel de omgeving als de zichtbare waarden van de woning. Een aanwijzing als gemeentelijk monument lijkt dan overbodig, leidt tot dubbele regelgeving en tot extra administratieve lasten voor zowel eigenaren als gemeente. NB: Overigens zijn wij het niet eens met de aanwijzing van onze woning in Hillegom als gemeentelijk monument.
Aanvulling op zienswijze
De hoogte van het subsidieplafond wordt jaarlijks vastgesteld door de gemeenteraad in de begroting. Dit jaar is het € 14.000. Volgend jaar is het mogelijk anders.
Geen aanpassing.
De status van beschermd dorpsgezicht biedt geen bescherming van een gemeentelijk monument. De regels zijn geschreven voor een gebied. De regels voor gemeentelijk monument zijn geschreven voor een object.
Geen aanpassing.
Deze bijlage betreft Conceptlijst ‘Lijst objecten ‘Erfgoed Hoog’ in Hillegom’. De panden op de conceptlijst zullen na vaststelling van het beleidskader mogelijk worden voorgedragen, maar dat is op dit moment nog niet zeker. Daarvoor is eerst nader onderzoek nodig. Met vaststelling van het beleidskader worden in ieder geval nog geen concrete panden aangewezen als gemeentelijk monument. Op het moment dat er een concreet voornemen is, worden de zakelijk gerechtigden van de panden nog in de gelegenheid gesteld om hier hun zienswijze op te geven en hun belangen kenbaar te maken. Die procedure staat los van dit beleidskader zelf, waarin de panden nog niet worden voorgedragen. De zienswijze leidt om die reden niet tot aanpassing van de ontwerpen.
Niet van toepassing.
Beantwoording
Aanpassing ontwerp Bladzijde 21 van
44
Nota van beantwoording
h.
In de tabel op p. 4 van het ‘Beleidskader' worden de grenswaarden voor gemeentelijke monumenten voorgesteld van 16 - 24 en 17 - 24, afhankelijk van de 'objectcategorie'. Wij stellen voor de tabel als volgt aan te passen: Objectcategorie
Erfgoed hoog (gemeentelijk monument)
A. Openbare en religieuze gebouwen B. Niet-gesplitste villa's en woningen C. Gesplitste villa's en woningen
17 - 24
D. Winkels en kantoren
16 - 24
E. Boerderijen, bollenschuren en overige (agrarische gebouwen)
16 - 24
18 - 24
Deze grenswaarden zijn tot stand gekomen na consultatie van Dorp, Stad en Land. De grenswaarden zijn tot stand gekomen op basis van jarenlange ervaring en expertise van Dorp, Stad en Land. Doelstelling is om tot een evenwichtige verdeling te komen in de verschillende gebouwcategorieën. Het college kiest deze grenswaarden. Zij legt ze voor aan de gemeenteraad. De gemeenteraad ziet of zij zich kan vinden in het voorstel van het college.
Geen aanpassing.
16 - 24
Wij zijn van mening dat deze verdeling beter aansluit bij het streven naar een ‘evenwichtige selectie’ zoals genoemd op p. 4 van het Beleidskader.
2.8 a.
Zienswijze 8
Zienswijze 1. Ontbrekende belangenafweging Tijdens de vaststelling van de Erfgoedverordening 2024 heeft de raad expliciet gevraagd om een duidelijke belangenafweging voor eigenaren, omdat het instemmingsvereiste werd verwijderd. In de schriftelijke stukken én in de mondelinge toelichting door de wethouder is toegezegd dat eigenaren een transparant kader zouden krijgen waarin o.a. staat: • welke belangen kunnen worden ingebracht; • hoe deze belangen worden gewogen; • op welke manier de gemeenteraad deze belangen meeweegt. In het concept beleidskader komt deze uitwerking echter geheel niet terug. Dit betekent dat een essentieel onderdeel van de democratische waarborgen ontbreekt. Dit gebrek raakt direct aan de beginselen van zorgvuldigheid (art. 3:2 Awb) en motivering (art. 3:46 Awb).
Beantwoording De gemeenteraad kan besluiten een object aan te wijzen als gemeentelijk monument. De gemeenteraad maakt daarbij zelf een belangenafweging. In haar besluit laat zij zien: • welke belangen zijn ingebracht; • hoe deze belangen zijn gewogen; • op welke manier de gemeenteraad deze belangen heeft meegewogen.
Aanpassing ontwerp Geen aanpassing.
Bladzijde 22 van 44
Nota van beantwoording
b.
c.
d.
e.
f.
2. Onzekerheid over de kring van belanghebbenden a. Het concept hanteert een hogere ondergrens dan het DSL-advies. Hierdoor vallen sommige panden die volgens DSL wél als belanghebbenden moeten worden aangemerkt buiten de procedure. Dit leidt tot een onzekere en onvolledige kring van belanghebbenden en toont aan dat de onderliggende systematiek niet zorgvuldig en consistent is toegepast. b. Een vergelijkbare situatie deed zich al eerder voor bij de vaststelling van de Erfgoedverordening 2024. Destijds was het adviesrapport van 2022 al bekend, maar werd het niet gebruikt om eigenaren tijdig te informeren. Dit herhaalde gebrek in zorgvuldigheid en participatie vormt een reëel juridisch risico. 3. Afwijking van deskundigenadvies zonder onderbouwing Het deskundigenadvies van DSL uit augustus 2024 stelt voor woonhuizen een ondergrens van 15 punten voor. Het concept beleidskader verhoogt deze grens zonder erfgoedkundige onderbouwing, beleidsmatige motivering of verwijzing naar afwijkende inzichten. Het ontbreken van zo’n motivering kan leiden tot strijd met de beginselen van zorgvuldigheid en verbod van willekeur. 4. Niet-uniforme toepassing van de waarderingsmethodiek Panden zijn niet op een uniforme manier beoordeeld. Sommige objecten zijn beoordeeld volgens DSL, andere volgens een oudere methode.
Bestaande gemeentelijke monumenten komen niet voor in de matrix, terwijl zij wel onderdeel uitmaken van hetzelfde beleidssysteem. Deze inconsistentie leidt tot rechtsongelijkheid en een onduidelijke basis voor besluitvorming. 5. Onvolledige terinzagelegging/ WOO-verzoek Ons WOO-verzoek van 16 april 2025 is meer dan zes maanden later nog steeds niet volledig afgehandeld. Belangrijke interne documenten, alternatieven, notities omtrent ondergrenzen en eerdere beoordelingen zijn niet verstrekt. Hierdoor worden wij en andere eigenaren beperkt in de mogelijkheid om effectief gebruik te maken van het recht om een zienswijze in te dienen. 6.Verzoek om toelichting Wij verzoeken het college en de raad om vóór vaststelling van het beleidskader inzichtelijk te maken: • hoe de belangenafweging concreet wordt vormgegeven; • hoe de volledige kring van belanghebbenden wordt vastgesteld; • waarom is afgeweken van het deskundigenadvies van DSL; • hoe uniformering van de waarderingsmethode wordt geborgd; • hoe en wanneer alle ontbrekende documenten alsnog beschikbaar worden gesteld.
a. b.
Ter kennisname Eigenaren zijn dit keer tijdig geïnformeerd, schriftelijk en op de informatieavond van 12 november.
Geen aanpassing.
Het college heeft de grenswaarde aangepast om met het aantal gemeentelijke monumenten rekening te houden met het aantal (te verwachten) subsidieaanvragen.
Geen aanpassing.
Eigenaren van huidige monumenten kunnen een herbeoordeling aanvragen.
Geen aanpassing.
Het woo verzoek staat los van dit proces.
Geen aanpassing.
Zie beantwoording hierboven.
Geen aanpassing.
Bladzijde 23 van 44
Nota van beantwoording
2.9
Zienswijze 9
De ingediende zienswijze heeft betrekking op bijlage 2 van het ontwerp beleidskader. Deze bijlage betreft Conceptlijst ‘Lijst objecten ‘Erfgoed Hoog’ in Hillegom’. De panden op de conceptlijst zullen na vaststelling van het beleidskader mogelijk worden voorgedragen, maar dat is op dit moment nog niet zeker. Daarvoor is eerst nader onderzoek nodig. Met vaststelling van het beleidskader worden in ieder geval nog geen concrete panden aangewezen als gemeentelijk monument. Op het moment dat er een concreet voornemen is, worden de zakelijk gerechtigden van de panden nog in de gelegenheid gesteld om hier hun zienswijze op te geven en hun belangen kenbaar te maken. Die procedure staat los van dit beleidskader zelf, waarin de panden nog niet worden voorgedragen. Die zienswijze leidt om die reden niet tot aanpassing van de ontwerpen.
a.
b.
c.
d.
Zienswijze 1. Potentiële waardedaling van het pand Een monumentale status kan leiden tot een significante waardevermindering. Deskundigen geven aan dat een daling vanaf 4% als substantieel beschouwd kan worden. Dit heeft direct invloed op ons financieel belang. 2. Impact op verkoopbaarheid een doorlopende kosten Het pand is onlangs te koop gezet. Deze verkoop wordt naar verwachting bemoeilijkt door de beperkingen die een monumentale status meebrengt. Daarnaast kunnen onderhouds- en verbouwingskosten aanzienlijk stijgen door vergunningsvereisten en voorschriften. Scores in waarderingsmatrix en gevolgde procedure Wijzelf hebben geen rechtstreeks bericht ontvangen over de nominatie van het pand als gemeentelijk monument en zijn daarbij niet betrokken. Aangezien er geen verzoek is gedaan om het pand te bezichtigen, plaatsen wij vraagtekens bij zowel de uitkomst van de gehanteerde waarderingsmatrix als het overigens gevolgde proces. Wij zijn aldus van mening dat de aanwijzing van ons pand als monument het resultaat is van een procedure die onvoldoende transparant is verlopen en waarbij de eigenaren onvoldoende zijn geconsulteerd. Wij hebben begrepen dat de aanwijzing zich alleen richt op de buitenzijde van het pand, niet op de binnenzijde/ het interieur.
Wij benadrukken in dit verband dat de binnenzijde ook zodanig is verbouwd in de afgelopen decennia dat die naar onze mening in elk geval niet al monumentaal is aan te duiden.
2.10
Beantwoording Graag wordt verwezen naar het bovenstaande gele kader.
Aanpassing ontwerp Niet van toepassing
Graag wordt verwezen naar het bovenstaande gele kader.
Niet van toepassing
Graag wordt verwezen naar het bovenstaande gele kader.
Niet van toepassing
Graag wordt verwezen naar het bovenstaande gele kader.
Niet van toepassing
Zienswijze 10
De ingediende zienswijze heeft betrekking op bijlage 2 van het ontwerp beleidskader. Deze bijlage betreft Conceptlijst ‘Lijst objecten ‘Erfgoed Hoog’ in Hillegom’. De panden op de conceptlijst zullen na vaststelling van het beleidskader mogelijk worden voorgedragen, maar dat is op dit moment nog niet zeker. Daarvoor is eerst nader onderzoek nodig. Met vaststelling van het beleidskader worden in ieder geval nog geen concrete panden aangewezen als gemeentelijk monument. Op het moment dat er een concreet voornemen is, worden de zakelijk gerechtigden van de panden nog in de gelegenheid gesteld om hier hun zienswijze op te geven en hun belangen kenbaar te maken. Die procedure staat los van dit beleidskader zelf, waarin de panden nog niet worden voorgedragen. Die zienswijze leidt om die reden niet tot aanpassing van de ontwerpen. Bladzijde 24 van 44
Nota van beantwoording
a.
b.
Zienswijze Tot de ambitie het als erfgoed Hoog te bestempelen. Ik ben op de informatieavond geweest van 12 november op het gemeentehuis en heb alles hier intern besproken. Zowel het gelegen op het landgoed van in Hillegom zijn beide in slechte staat. Het is compleet overwoekert met planten en de ruiten liggen door vernieling eruit. Er zal een flinke investering moeten plaatsvinden om van beide panden weer iets toonbaars te maken. Er is momenteel geen functie voor de panden en dat is zonde. Wij als bedrijf realiseren dat wij iets moeten met beide objecten en zijn onlangs op de hoogte gebracht door werkgroep Bollenerfgoed (www.bollenerfgoed.nl) over het plan dergelijke landschuurtjes/objecten te behouden en daar mogelijk een Bed and Breakfast te vestigen. Wij als bedrijf vinden de bestemming als bed and breakfast de moeite waard om te onderzoeken of dit een mogelijkheid is en komen daar graag over in gesprek met de gemeente. Wij zien niet in hoe de status van gemeentelijk erfgoed hieraan bij zal dragen en vragen u dan het stookhuis van de conceptlijst objecten af te halen.