CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Ontwerp Programma LGDG DBS.pdf

Raadscommissie 2 oktober 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 7: Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek39.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

Het is daarbij van groot belang het bestaande cultuurhistorische erfgoed te verbinden met de planologische keuzes, zodanig dat de waardevolle cultuurhistorische kenmerken duidelijk herkenbaar, zichtbaar en aantrekkelijk blijven voor de huidige en toekomstige bewoners, gebruikers en bezoekers (toeristen).

De Duin- en Bollenstreek vormt anno 2025 een uniek cultuurlandschap

35

Bijlage – Biotopen en doelsoorten In de Duin- en Bollenstreek zijn er tien biotopen die samen zorgen voor een grote biodiversiteit. Ze komen grotendeels overeen met de gebiedsindeling maar zijn nog specifieker en gericht op biodiversiteit. De belangrijkste biotopen in de Duin- en Bollenstreek inclusief enkele belangrijke doelsoorten zijn; Biotopen Bollenvelden (steppes) Graslanden/weilanden Boerenerven Loodsen (rotslandschap) Watergangen en oevers Bermen Strandwallen met oud duinbos (Elsen)broekbossen Natte duinvalleien Duinen

Doelsoorten Veldleeuwerik, patrijs, gele kwikstaart Kievit, grutto, tureluur en scholekster Boerenzwaluw, ringmussen/huismussen, turkse tortel, huiszwaluw, gierzwaluw Zwarte roodstaart, torenvalk Kleine karekiet, otter (wenssoort), libellen, oeverplanten Insecten, streekeigen flora Bosuil, grote bonte specht, boomklever, ree, boommarter, middelste bonte specht (wenssoort) Fitis, ijsvogel, elzenzegge Blauwborst, rugstreeppad, parnassia, orchideeën Tapuit, eider (wenssoort), duinsabelsprinkhaan

Enkele iconische doelsoorten te zien in de Bollenstreek, maar er zijn er natuurlijk meer In een nader te ontwikkelingen Programma Biodiversiteit beschrijven we wat er kan worden gedaan of welke maatregelen kunnen worden genomen om deze doelsoorten te behouden of stimuleren in de specifieke biotopen. Daarin kan worden aangesloten bij de Natura 2000-doelstellingen voor specifieke habitats.

36

Bijlage 4 - Geschiedenis en aanleiding voor een Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek Sinds de jaren tachtig van de twintigste eeuw groeit de druk op het gebied van de greenportgemeenten binnen de Duin- en Bollenstreek. Er liggen talloze ruimteclaims op het gebied voor onder andere woningbouw en bedrijventerreinen. Daarnaast leidden, zoals genoemd, de aanleg van ondersteunend en gespecialiseerd glas en de bouw van grote handels- en exportbedrijven/centra tot een behoorlijke bebouwing van het oorspronkelijke open buitengebied. Verrommeling van het open bollengebied en claims ten behoeve van andere bestemmingen zijn ongewenste ontwikkelingen binnen de Greenport Duin- en Bollenstreek.

Pact van Teylingen Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw vinden steeds meer partijen, zowel overheden als marktpartijen, de verdergaande verrommeling binnen de Duin- en Bollenstreek een ongewenste ontwikkeling. Door de verrommeling verdwijnen specifieke landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de streek en versteent het gebied. Die ontwikkelingen leidden ertoe dat maatschappelijke organisaties en overheden de handen ineen sloegen om het tij te keren. Deze samenwerking werd op 25 maart 1996 vastgelegd in het Pact van Teylingen. Dit pact was nadrukkelijk bedoeld om verdere aantasting van het gebied tegen te gaan en heeft daarom een defensief karakter. In de praktijk leidde dit naast een adequate bescherming tegen invloeden van buitenaf echter ook tot een vertraging van positieve en wél gewenste ontwikkelingen van het gebied.

Offensief van Teylingen In maart 2004 is in aanvulling op het Pact van Teylingen het Offensief van Teylingen vastgesteld. Dit offensief zet op initiatief van de greenportgemeenten in op het realiseren van gewenste ontwikkelingen en op het saneren van ongewenste ontwikkelingen door middel van gebieds- en bedrijfsmodules. Essentieel hierbij is de rol van de Stuurgroep Pact van Teylingen, waarin overheden, maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven zijn vertegenwoordigd. De stuurgroep heeft een afstemmende, adviserende en regievoerende rol. Mede door deze opzet zijn de ervaringen met het

Offensief van Teylingen positief. Kanttekening hierbij is dat snelheid, slagkracht en schaal beperkt zijn, waardoor nog onvoldoende resultaten zijn geboekt.

Nota Ruimte en Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek Tot 2004 bedreigden de genoemde sectorale ruimteclaims op het gebied het voortbestaan van de Duin- en Bollenstreek als mondiaal kennis-, teelt-, handels- en transportcentrum. Deze dreiging veranderde door: ▪ ▪ ▪ ▪

De gezamenlijke afspraken van de gemeenten in de nieuwe regio Holland Rijnland ten aanzien van woningbouw tot 2020. De aanduiding van het gebied van de Duin- en Bollenstreek als Greenport in de Nota Ruimte (januari 2006). Erkenning van de waarde van de Greenport Duin- en Bollenstreek door het kabinet (2005). Daarmee werd het economisch belang ook door het Rijk erkend. De constatering in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek dat er slechts ruimte is voor een beperkte woningbouwopgave (mei 2006).

De Nota Ruimte benoemde een gebiedsuitwerking voor de Haarlemmermeer en de Bollenstreek. Het Rijk verzocht de provincies Noord- en Zuid-Holland om op te treden als opdrachtnemers. Zij zijn hiermee aan de slag gegaan, in samenwerking met de gemeenten Haarlemmermeer en Bennebroek, Hoogheemraadschap van Rijnland, Holland Rijnland, private partijen en maatschappelijke organisaties. Gedeputeerde Staten van Noord- en Zuid-Holland stelden het definitieve rapport van de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek met instemming van Provinciale Staten op 16 mei 2006 vast.

ISG 2009 en 2016 In 2009 sloten de zes Bollenstreek gemeenten de Samenwerkingsovereenkomst Duin- en Bollenstreek (SOK; 11 mei 2009). Hierin werden afspraken gemaakt over de verdere formalisering van het gezamenlijke ruimtelijkeordeningsbeleid en over het oprichten van een gezamenlijk herstructureringsbedrijf: Greenport OntwikkelingsMaatschappij (GOM). De Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) werd vervolgens vastgesteld door de gemeenteraden in december 2009. De GOM werd in maart 2010 opgericht. In 2015 en 2016 is de ISG integraal geëvalueerd en geactualiseerd vastgesteld. De Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (ISG) verschaft de noodzakelijke, regionale ruimtelijke ordeningsbeleidsbasis en ontwikkelstrategie voor het buitengebied. Het is een formele planfiguur conform de Wet ruimtelijke ordening en het is “zelfbindend” voor het ruimtelijkeordeningsbeleid van de gemeenten. De ISG biedt de grondslag voor toepassing van een systematiek van kostenverhaal en kostenverevening waarmee inkomsten verkregen kunnen worden voor de financiering van de gewenste ruimtelijke ordening.

De gemeenten hebben met betrekking tot de bekostiging van de herstructurering de principiële keuze gemaakt om niet te kiezen voor de inzet van publieke geldmiddelen, maar gebruik te maken van de wettelijke mogelijkheid tot kostenverhaal (Wet Ruimtelijke Ordening en Grondexploitatiewet). Hierdoor is het

mogelijk “kosten van openbaar nut” binnen een ruimtelijk plan te verrekenen met grondeigenaren. In essentie komt dit erop neer dat er bij een bestemmingsplanwijziging met de betrokken grondeigenaren een “bijdrage ruimtelijke ontwikkeling” (bollengrondcompensatiebijdrage of een bouwtitel voor een Greenportwoning) wordt overeengekomen die wordt gebruikt ten behoeve van de herstructurering. De ISG zorgt hierbij voor de planologisch-juridische grondslag en is de bevoegdheid van de gemeenten. Het doel van de ISG Duin- en Bollenstreek is drieledig: 1. Het gedetailleerder dan in de Regionale Structuurvisie Holland Rijnland (RSV) vastleggen van het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de vitalisering van de Duin- en Bollenstreek tot en met 2030. 2. Het, in tegenstelling tot de RSV, wettelijk verankeren van het ontwikkelingskader als zelfbindend ontwikkelingskader voor de Greenportgemeenten. 3. Het verschaffen van een planologisch juridische basis voor het verevenen van plankosten op basis van de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO, 2008). Vanuit de Regionale Structuurvisie Holland Rijnland (RVS) is het doel voor het buitengebied in de Duin- en Bollenstreek geformuleerd als: herstructureren en versterken van een vitaal bollencomplex en de landschappelijke kwaliteit inclusief glastuinbouw.

De belangrijkste dilemma’s hierbij zijn de druk van woningbouw en overige ruimte- claims, zoals bedrijventerreinen, veeteelt en detailhandel op het open gebied als bedreiging van de bollenteelt. Daarnaast gaat het om de slechte bereikbaarheid. Met de vaststelling van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport (2016) hebben de gemeenten gekozen, conform Regionale Structuurvisie Holland Rijnland (RVS), voor economische structuurversterking van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Dit houdt in dat gemeenten werken aan de ambities: ▪ ▪ ▪ ▪

▪

De economische herstructurering van de Greenport staat centraal. De herstructureringsopgave wordt gecombineerd met landschapsverbetering. Tegengaan van verdergaande verrommeling van het landschap. De maximale woningbouwbijdrage van de Duin- en Bollenstreek is bereikt met het uitvoeren van de woningbouwopgave, zoals in de Gebiedsuitwerking Haarlemmermeer-Bollenstreek overeen is gekomen. Het duurzaam handhaven van het areaal aan 1e klas bollengrond van 2625 hectare.

Bij conflicterende ruimteclaims krijgen primaire greenportfuncties, zoals bollencluster, vaste planten, bloemencluster en toerisme (inclusief greenport gerelateerde handel en dienstverlening) prioriteit, boven niet primaire greenportfuncties, zoals overige landbouw en veeteelt. Voor de uitwerking van bovenstaande ambities hebben de gemeenten een aantal uitgangspunten geformuleerd (zie p. 16-17 ISG). Op basis van deze ambities en uitgangspunten, zijn vier pijlers voor het ruimtelijk beleid tot 2030 opgesteld: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Faciliteren van de herstructurering, versterking en vernieuwing van het gehele bollen-, vaste planten- en bloemencomplex in combinatie met verbetering van het landschap. Realiseren van de daarvoor benodigde ruimtelijke functiewijzigingen in de Duin- en Bollenstreek. Bijdragen aan de sociaaleconomische vitaliteit van de greenportgemeenten. Bijdragen aan de verbetering van de bereikbaarheid van de gehele regio Holland-Rijnland. Vervolgens worden in de ISG (2016) strategische hoofdlijnen benoemd en in hoofdstuk 4 worden bepaalde onderwerpen thematisch uitgewerkt.

Recente onderzoeken en evaluaties m.b.t. de ISG De voorloper van de ISG 2016, de ISG 2009 is geëvalueerd in 2015. Aan de aanbevelingen is opvolging gegeven in de ISG 2016. In 2020 is notitie Loep op GOM opgesteld door de GOM in nauwe samenspraak met bestuurder, raad van commissarissen en aandeelhouders. Deze notitie had als doel meer inzicht en transparantie te verschaffen in de achtergronden van de ISG en de oprichting van GOM, in de ISG doelstellingen, in de werkwijze van GOM en in de bereikte resultaten alsmede de perspectieven, ambities en toekomstige opgaven. De notitie laat zien hoe de GOM uitvoering geeft aan de herstructureringsopdracht die zij van haar aandeelhouders opgedragen heeft gekregen en dat zij doet dit binnen het mandaat en de governance die bij de oprichting zijn vastgelegd. De Rekenkamercommissie van gemeente Teylingen heeft in 2020 onderzoek laten uitvoeren naar de beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeenteraad op de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij. De kernconclusie van het onderzoek is dat er met betrekking tot sturing op de GOM sprake is van verlengd lokaal bestuur. “Bij verlengd lokaal bestuur heeft de gemeenteraad grip op de GOM in de zin dat de gezamenlijke regionale, en daarmee de eigen gemeentelijke doelen, centraal staan.

De gemeenteraad heeft dan voldoende instrumenten om de doelen en kaders voor de GOM te bepalen, de uitvoering door de GOM te controleren en daar waar nodig bij te sturen.” Het onderzoek concludeert daarnaast dat er mogelijkheden zijn om de grip op het eigen ISG-beleid en de uitvoering door de GOM verder te verstevigen. In 2021 heeft dit onderzoek een vervolg gekregen om zo volledig als mogelijk beeld te krijgen van de effecten van het ISG-beleid en de uitvoering daarvan door GOM. Het onderzoek concludeert dat de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bolllenstreek (ISG) er als planologisch instrument voor heeft gezorgd dat het 1ste klas bollenareaal in de Duin- en Bollenstreek is behouden. Het behouden van 1ste klas bollengrond is een prestatie van de vijf samenwerkende gemeenten. Het ISG-beleid gaat namelijk uit van een integrale gebiedsgerichte opgave en regionale aanpak. Daarmee worden maatschappelijke opgaven in samenhang en over de gehele regio bezien, in plaats van verkokerd vanuit verschillende beleidsterreinen of individuele gemeenten. Met betrekking tot de realisatie van het doel ‘verbeteren van de landschapskwaliteit’ is het beeld diffuus, hiervan zijn de resultaten moeilijk te duiden. Daarnaast wordt gesteld dat het ISG-beleid en beleidsinstrumentarium niet voldoende hanteerbaar is voor de raad om zijn controlerende rol goed in te kunnen vullen.

En het voor de samenleving moeilijk te doorgronden is. Ook wordt gesteld dat er sprake is van negatieve bijeffecten en dat deze onvoldoende slagvaardig worden opgepakt. Sinds de vaststelling van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek (in 2009, evaluatie en actualisatie 2016) (ISG) zijn goede stappen gezet. Echter gaven de maatschappelijke, economische en ruimtelijke ontwikkelingen in de Duin- en Bollenstreek en daarbuiten, ons een natuurlijk moment om terug te kijken en te bezien of de toekomst andere keuzes vergt. Daarvoor heeft bureau Wing in 2022/2023 een evaluatie uitgevoerd en een eindrapport ‘Vitalere Greenport en vitaler landschap’ opgeleverd. Daarvoor hebben zij veel partijen geraadpleegd. Door Wing wordt geconcludeerd, dat er veel resultaten zijn behaald onder de ISG, maar dat dit beleid ook enigszins gedateerd is en aangepast moet worden aan nieuwe opgaven, zoals het NPLG, in een veranderende tijdgeest. Deze Evaluatie is in juni 2023 door alle 5 gemeenteraden vastgesteld en wordt geconcludeerd dat de ISG 2016 aan herziening toe is en dat GOM zijn taak naar behoren en binnen de kaders uitvoert.

Daarna is een vervolg gegeven aan dit Programma Landelijk Gebied & Duurzame Greenport, waarbij de conclusies en aanbevelingen van de recente evaluatie voor de 5 gemeenten mede het uitgangspunt zijn.

Bijlage 5: Uitgangspunten programma uitgebreid Aanbevelingen uit Evaluatie ISG 2023 De ISG is vastgesteld in mei 2016 en is in 2023 geëvalueerd. Het bijhorende evaluatierapport ‘Vitalere Greenport en vitaler landschap’ vormt een bouwsteen voor het opstellen van het programma LGDG. Het evaluatierapport is bijgevoegd als bijlage 4 bij het Programma LGDG. De volledige aanbevelingen zijn in de evaluatie terug te vinden. Hieronder wordt kort ingegaan op hoe het Programma LGDG de aanbevelingen meeneemt. 1. Herijk de ISG Er is aanbevolen om de ISG te herijken naar een gezamenlijk programma onder de Omgevingswet. Een programma onder de Omgevingswet biedt mogelijkheden om gezamenlijke ambities en doelen voor het buitengebied te realiseren. Er is aanbevolen om hierbij aandacht te geven aan nieuwe thema’s, zoals de doelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, de energietransitie en de woningbouwopgave. Deze thema’s vragen in samenhang aandacht naast de benoemde thema’s en opgaven in het ISG uit 2016. Het Programma LGDG is de directe uitwerking van deze aanbeveling. Er is hierin ruimte voor een brede, multisectorale aanpak (zie volgende aanbeveling). Daarnaast worden de sterke punten vanuit de ISG behouden en voortgezet. 2.

Wees duidelijk over wat je doet In de evaluatie van het ISG 2016 is geconcludeerd dat veel thema’s die spelen in het buitengebied in het ISG 2016 worden geduid, zonder dat daar onder de vlag van het ISG uitvoering aan wordt gegeven. Er wordt aanbevolen om een programma op te stellen met een brede, multi-sectorale aanpak en inhoud. Er wordt ook aanbevolen om in het gezamenlijke programma geen ambities en doelen op te nemen waar binnen het programma geen uitvoering aan wordt gegeven. De oorspronkelijke indeling van de ISG is aangepast, om recht te doen aan de gedane aanbevelingen. Zo zijn doelen en ambities die passen bij de ISG-thema ‘vitaal landschap’ ondergebracht in een nieuw hoofdstuk ‘landschapsstrategie’ (zie daarvoor ook aanbeveling 4 en 5). Aan dit hoofdstuk zijn álle doelen en ambities opgenomen die directe invloed hebben op het landschap. Thema-specifieke om ruimte vragende doelen en ambities zijn vervolgens ondergebracht in de thematische hoofdstukken. Bij nadere bestudering is gebleken dat het hoofdstuk ‘Duurzaam en robuust watersysteem’ uit de ISG vooral gaat over bescherming tegen wateroverlast en ingaat op onder andere waterkeringen. Dit beleid heeft al een plek heeft gekregen in het waterbeheerprogramma en de waterschapsverordening van het hoogheemraadschap Holland-Rijnland.

Om die reden is besloten om geen specifiek thematisch hoofdstuk meer te wijden aan het waterbeleid. De ruimtelijke impact wordt integraal meegenomen in de landschapsstrategie, waarin water en bodem sturend een leidend principe zijn. Maatregelen ten behoeve van de waterkwaliteit binnen de greenport sector worden in het hoofdstuk ‘vitale greenport’ behandeld. Daarnaast is een hoofdstuk ‘Duurzaam energiesysteem’ toegevoegd.

3. Leg uit waarom je bouwt voor openheid In de evaluatie van het ISG is geconstateerd dat er steeds minder draagvlak is voor Greenportwoningen. Met name voor het dure segment waarin de greenportwoningen worden gebouwd is weinig draagvlak. De financieringsconstructie is echter wel zeer functioneel. Er wordt dan ook aanbevolen om een heldere uitleg te geven over de uitvoering en financieringsconstructie van het programma en op welke manier er wordt gezorgd voor het behoud van de karakteristieke identiteit van de Duin- en Bollenstreek. Daarnaast wordt geadviseerd om alternatieve financieringsmogelijkheden te onderzoeken om de doelen van het programma te behalen. Hier wordt in de uitvoeringsstrategie (hoofdstuk 5) nader op ingegaan. Greenportwoningen in de oude vorm komen niet meer terug in het programma LGDG. 4. Zorg voor heldere definities. En toets deze In de evaluatie van het ISG is geconstateerd dat heldere definities over de begrippen ‘verrommeling’ en ‘openheid van het landschap’ ontbreken, terwijl deze wel tot de kernambities van het ISG behoorden. Daarom is de aanbeveling gedaan om deze begrippen nader te definiëren in samenspraak met de belanghebbenden. In het hoofdstuk Landschapsstrategie zijn definities vastgesteld voor openheid en verrommeling. Deze zijn gebaseerd op bestaand beleid en de participatieresultaten en ook op bestuurlijk niveau bediscussieerd. 5.

Wees helder over ambities voor het landschap In de evaluatie van het ISG is de aanbeveling gedaan om een heldere visie op het landschap te beschrijven. Hierin moet ook de hoogte van de ambitie beschreven worden. Tot slot is er ook aanbevolen om een onafhankelijke kwaliteitscommissie in te richten. Bovenstaande aanbeveling heeft geleid tot het opstellen van de Landschapsstrategie. Deze landschapsstrategie vormt de onderlegger waarin thematisch uitwerking kan worden gegeven. In de uitvoeringsstrategie is een belangrijke rol voor een kwaliteitscommissie ingeruimd. 6. Durf te vragen: zijn we nog samen? In de evaluatie is de aanbeveling gegeven om gezamenlijk te onderzoeken wat de (nieuwe) gezamenlijke doelen zijn en hoe daar gezamenlijk uitvoering aan gegeven moet worden. Het programma LGDG is het resultaat van een intensief samenwerkingstraject waarin de bestuurders van de vijf Duin- en Bollenstreek gemeenten, in overleg met provincie en waterschap en gebiedspartners de gezamenlijke doelen hebben herijkt. 7. Investeer in begrip en kennis In de evaluatie is de aanbeveling gegeven om begrip en kennis van het gezamenlijke programma op te bouwen, zodat het bij elke bestuurswisseling overgedragen wordt.

In de uitvoeringsstrategie wordt nader ingegaan op hoe het document levend wordt gehouden, en hoe wordt geïnvesteerd in kennis van het gebied om de opgaven uit het Programma LGDG uit te voeren.

Uitgangspunten Programma vanuit bestuursopdracht In dit programma benoemen we kort de uitgangspunten van het programma vanuit de gegeven bestuursopdracht, ofwel, wat niet ter discussie staat. Hierin wordt kort verwezen naar o.a. de; ▪ ▪ ▪ ▪

Evaluatie ISG en hoe hier mee om wordt gegaan. Inhoudelijke punten uit de bestuursopdracht (waar moet dit programma aan voldoen en wat moet er behandeld worden). Enkele strategische beleidsdocumenten die niet ter discussie staan maar richtinggevend zijn De participatie behorende tot het programma landelijk gebied

Bij de aanvang van het traject om tot dit Programma te komen zijn door de vijf Duin- en Bollenstreek gemeenten inhoudelijke speerpunten afgesproken. Deze speerpunten zijn leidend geweest bij de totstandkoming van dit programma. Deze speerpunten worden hieronder opgesomd en er wordt beknopt toegelicht hoe met deze speerpunten is omgegaan bij de inhoudelijke totstandkoming van het Programma: 1. Het programma moet gebaseerd zijn op de aanbevelingen uit het Rapport Evaluatie ISG ‘Vitalere greenport en vitaler landschap’ uit 2023. De evaluatie van het ISG is in de vorige paragraaf toegelicht. In ze paragraaf is ook aangegeven hoe met deze evaluatiepunten is omgegaan. Wanneer relevant wordt tekstueel teruggekoppeld aan constateringen en aanbevelingen uit de evaluatie van het ISG. 2. Water en bodem zijn sturend "Water en bodem sturend" is een principe dat de nadruk legt op het beheer van water en bodem als basis voor ruimtelijke ordening en duurzame ontwikkeling. Het betekent dat bij beslissingen over landgebruik, infrastructuur en bouwprojecten, de eigenschappen en grenzen van water- en bodemsystemen leidend zijn. Dit principe is in 2022 uitgangspunt geworden van het rijksbeleid. De landschapsstrategie heeft water en bodem sturend als leidend principe.

Doordat de landschapsstrategie als onderlegger werkt voor de rest van het programma, is het gehele programma water en bodem gestuurd ingestoken. 3. Een toekomstbestendig perspectief (people, planet en profit) voor duurzame land- en tuinbouw, natuur, klimaat en biodiversiteit in samenhang met het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG), deelgebied Duin- en Bollenstreek (gebiedsautoriteit provincie ZH). 4. Emissievrije teelt in 2030; en residuvrije teelt in 2040 met voldoende ruimte en oppervlakte Er wordt een transitie ingezet naar emissievrije bollenteelt in innige samenwerking met de greenportsector. Deze transitie is al in gang gezet en vraagt om innovatie, kennisuitwisseling en voldoende ondersteuning vanuit de overheid. De KAVB stelt op dit moment een nieuwe visie op. Deze visie gaat uit van doelsturing. Daarbij is regiocertificering een middel en geen doel. De KPI’s uit deze visie worden overgenomen. Een emissievrije en residuvrije teelt levert veel gezondheidsvoordelen op voor mens en dier; de waterkwaliteit verbetert en de grond blijft ook in de toekomst vruchtbaar en bruikbaar. Om de greenportsector vitaal en toekomstbestendig te houden is het van belang dat deze voldoende teelbaar areaal behoudt. Hun nieuwe visie gaat uit van doelsturing. Daarbij is regiocerticering een middel en geen doel. Harde KPI’s overnemen helpt hen 5.

Landschapsverbetering, bevorderen van een open landschap en toerisme In het PDG moet ruimte zijn voor de onderwerpen innovatie en circulaire economie; brede welvaart en recreatie; mobiliteit; energietransitie; uitleglocaties woningbouw en bedrijventerreinen. Deze onderwerpen komen terug in hoofdstuk 4: thematische uitwerking.

6. Bestaand beleid Tot slot wordt rekening gehouden met een uitgebreid aantal bestaande beleidsstukken, waarbij met name de strategische agenda ruimte DBS leidend is geweest.

Proces totstandkoming en participatie Bij de totstandkoming van dit programma LGDG heeft een uitgebreid participatieproces plaatsgevonden. In twee rondes van elk drie bijeenkomsten zijn tussen februari en oktober 2024 gesprekken georganiseerd met inwoners, stakeholders, raadsleden en de colleges van burgemeester en wethouders. Ook hebben 2.854 inwoners en 120 jongeren hun mening gegeven via een online vragenlijst. Zo kregen ook zoveel mogelijk inwoners een kans om mee te praten over de toekomst van de Duin- en Bollenstreek. Het proces bestond uit drie fases: 1. Sponsfase – de eerste fase stond in het teken van een bureauanalyse en het ophalen van perspectieven bij alle partijen 2. Synergiefase – vanuit vier denkmodellen komen tot een gedragen synergiemodel 3. Vaststellingsfase – de fase van ontwerp tot vaststelling

Een indruk van enkele bijeenkomsten georganiseerd in de sponsfase en synergiefase

Vier denkmodellen als basis voor het gesprek Experts zijn met inwoners, stakeholders, de vijf gemeenteraden en de vijf colleges van B&W in gesprek geweest om een model voor de toekomst van het landelijk gebied te ontwikkelen. Daarvoor zijn vier modellen gepresenteerd. De resultaten van deze sessies en de gehele participatie zijn ondergebracht in een zogenaamde Story Room. Deze vindt u hier.

Concluderend is onderstaand overkoepelend beeld ontstaan;

Business As Usual

Duin en Bollenstreek 2.0

Veelzijdig gebruik van de ruimte

(later Krachtige en vitale greenport)

(later veelkleurige Duin- en Bollenstreek

Ontspannen regio (later: Natuurlijk duin- en Parklandschap

Rode draden participatie De inbreng van de verschillende bijeenkomsten, vragenlijsten en de schriftelijke inbreng zijn gebruikt om één synergiemodel verder uit te werken. De totale opbrengsten van het participatietraject bestaande uit verschillende rondes zijn beschreven in de rapportage ‘Opbrengsten participatietraject’. Deze is terug te lezen in bijlage 5 De belangrijkste uitgangspunten vanuit de participatie waren: ▪

Het voorspelbare maar niet minder ware beeld is dat er een veelheid aan belangen en perspectieven is.

▪

Er moet blijvend worden ingezet op het in stand houden van het areaal bollengrond (situatie in 2025).

▪

Vanuit brede welvaart is het nodig om daarbij ruimte te maken voor andere ruimteclaims die ook belangrijk zijn om de streek vitaal te houden. Dit is ruimte voor wonen, werken, energie, mobiliteit en voldoende kwalitatief en zoet water.

Conclusies brede participatie ▪

De vraag of we nog een Greenport willen zijn hoeft niet meer gesteld te worden – dit is wat ons betreft een gegeven en de koers voor de komende jaren.

▪

De bollenteelt moet zo efficiënt mogelijk plaatsvinden. Daarbij is de regionale bescherming van het huidige bollenareaal van belang, in samenhang met de reeds ingezette transitie naar emissie- en residuvrije bollenteelt. Regiocertificering is daarbij een middel, en geen doel op zich. Evt. zijn ruilverkaveling/herverkaveling in te zetten om kavels efficiënter in te delen en uit te ruilen (te compenseren) met andere ruimtevragers met als doelstelling om minder bedrijven met grotere areaal en gebouwen te faciliteren. Hiermee uitbreidingsmogelijkheden en schaalvergroting te faciliteren passend binnen de landschapsstrategie. De huidige mogelijkheid van maatwerkafspraken blijft bestaan.

▪

In het programma stellen we voor het bollengebied 4 zoneringen voor die onderscheidend zijn in de zin van actief de openheid vergroten, kwalitatieve openheid versterken, ruimte voor uitbreiding onder strenge voorwaarden en ruimte voor schaalvergroting door middel van landschappelijke inpassing in landschapskamers te realiseren.

▪

Waar sprake is van veeteelt/grasland op kwalitatief goede zandgronden kan in geval van bedrijfsbeëindiging besloten worden deze vrijkomende graslanden in te zetten voor bollenteelt i.p.v. veeteelt. ▪

In principe wordt hier terughoudend mee omgegaan, vanwege de waarde van graslanden en veeteelt voor de bollenstreek, en de natuurwaarden van de ‘waardevolle graslanden’. Dit wordt ook nader besproken met de provincie.

▪

De veenweidegebieden rondom de Kaag en de droogmakerijen blijven grasland, waar het waterpeil wordt verhoogd.

▪

Het watersysteem moet dusdanig aangepast worden dat waterbeschikbaarheid de komende jaren geborgd kan blijven en systemen doorgespoeld kunnen worden. Hiermee gaan we verzilting en droogte te lijf. We doen dit door meer ruimte te geven aan ondergrondse (zoet)wateropslag en het vergroten van de buffercapaciteit. De transitie naar een emissievrije bollenteelt in 2030 draagt bij aan het behalen van de KRW-doelen.

▪

Er is gezocht naar ruimte (en dit is een blijvende zoektocht) naar waar infrastructuur/dorpse uitbreiding kan bestaan naast een bloeiende bollensector. Hiervoor wordt een aantal zoeklocaties aangedragen voor een regulier woningbouwprogramma. Dit betekent 65% betaalbare woningbouw. Greenportwoningen worden niet meer gerealiseerd. Een zeer beperkt aantal duurdere woningen kan wel bijdragen aan de financiering van het programma LGDG.

Vitalere greenport en vitaler landschap Onderzoek naar de toegevoegde waarde van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport

Colofon Titel rapport Vitalere greenport en vitaler landschap: onderzoek naar de toegevoegde waarde van de ISG Evaluatie 2022 van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2009 & 2016

Opdrachtgever Gemeenten Katwijk, Noordwijk, Hillegom, Teylingen en Lisse

Uitvoering Els Wouda, Maartje van Lieshout, Frank Stroeken, Linde van Bets | Wing

Ontwerp en vormgeving rapport Simone Mink | Wing april 2023

2

Inhoud

1.

2.

Conclusies en aanbevelingen

4

Samenvatting

7

Inleiding en werkwijze

11

2.1

Inleiding en aanleiding voor de evaluatie

11

2.2

Geschiedenis een aanleiding voor een ISG Duin- en Bollenstreek

12

3

De methode

17

4

De evluatie van de ISG als beleidsinstrument

21

5

De evaluatie van doelmatigheid en doeltreffendheid

25

5.1

Doelmatigheid en doeltreffendheid algemeen

25

5.2

Doelmatigheid en doeltreffendheid van de ISG fysiek in het landschap

30

5.3

Doelmatigheid en doeltreffendheid van de governance

33

5.4

Doelmatigheid en doeltreffendheid uitvoeringsorganisatie GOM en financieringsmodel

37

5.5

Maatschappelijk draagvlak

43

6

Beschouwing ISG-beleid in relatie tot andere relevante programma’s, wetten en beleid

47

Alle in dit rapport genoemde bijlagen zijn te vinden in het aparte bijlagenboek.

3

1. Conclusies en aanbevelingen 1

Er zijn veel resultaten behaald onder de vlag van de ISG. De ISG is een stevig ruimtelijk

2

In de ISG 2016 worden veel thema’s die

andere thema’s in andere programma’s en inbedding

spelen in het buitengebied geduid, zonder

in ruimtelijk beleid dat leidt tot ruimtelijke kwaliteit.

instrument, waarmee diverse doelen zijn

dat daar onder de vlag van deze visie uitvoering

gerealiseerd, waaronder het voorkomen van

aan wordt gegeven. Dit zorgt voor onduidelijkheid.

verstedelijking van de Bollenstreek en het behoud

In de ISG staan nu zowel selectieve ruimtelijk-

van 2.625 ha 1 klas bollengrond. Het instrument

economisch doelen (behoud bollenareaal) als brede,

gekoppeld aan Greenport-woningen is steeds

is wel enigszins gedateerd, dus moet aangepast

multi-sectorale doelen (behoud aantrekkelijke

minder draagvlak. Dit gebrek aan draagvlak

worden aan nieuwe opgaven en een veranderde

leefomgeving).

belemmert de uitvoering van de ISG door de GOM.

e

tijdsgeest.  

3

De GOM als intergemeentelijk grondbedrijf werkt goed. Voor de financieringsconstructie

Een alternatief voor deze financieringsconstructie

Advies

en een helder begrip van hoe de constructie werkt,

Advies

Een brede, multi-sectorale

ontbreekt.

Herijk de ISG naar een

aanpak heeft de vookeur.

»

gezamenlijk programma

Zorg daarbij voor goede

voor Greenport-woningen de belangrijkste

onder de Omgevingswet.

samenhang met andere

financiering voor de herstructurering van het

Na inwerkingtreding van

strategische documenten of

gebied en het opruimen van verrommeling. Deze

de Omgevingswet is een

visies zodat er afstemming is.

financieringsconstructie is bedacht in 2009 met

Neem in het gezamenlijk programma geen ambities en

het idee dat op deze manier met relatief weinig

niet meer mogelijk. Een programma onder de

doelen op over thema’s waar binnen het programma

woningen in een hoog segment, de uitvoering

Omgevingswet biedt mogelijkheden om gezamenlijke

geen uitvoering aan wordt gegeven. Als gekozen wordt

door de GOM grotendeels gefinancierd wordt,

ambities en doelen voor het buitengebied te

voor een breder meer integraal programma, zorg

zonder extra publieke middelen. Deze woningen

realiseren.

dan voor een passende governance en uitvoering

mogen alleen gebouwd worden op locaties

Geef in het proces van herijking naar een

waarin alle doelen gedekt worden. Bijvoorbeeld door

waarvoor de gemeenteraad het bestemmingsplan

gezamenlijk programma aandacht aan nieuwe

het instellen van een bestuurlijk overleg ‘programma

heeft vastgesteld. De gemeenteraad is in het

thema’s, zoals onder andere de doelen van het

buitengebied’ met alle portefeuillehouders met

kader van een goede ruimtelijke ordening dus

Nationaal Programma Landelijk Gebied (voor natuur,

daaronder een uitvoeringsorganisatie die alle opgaven

verantwoordelijk voor de besluitvorming. Dit

klimaat, water en stikstof), de energietransitie en

beslaat.

is echter niet goed bekend bij verschillende

woningbouwopgave die in samenhang aandacht

Een alternatief is een selectieve, sectorale aanpak

vragen naast de in de huidige ISG benoemde

gericht op bollenareaal en openheid. Als hiervoor

opgaven.

gekozen wordt zorg dan wel voor samenhang met de

gezamenlijke structuurvisie

Op dit moment is de verkoop van bouwtitels

stakeholders. »

Het bouwen in een duur segment voelt voor veel betrokkenen strijdig met de ambitie om

4

het gebied open te houden. De nieuwbouw is

4

zichtbaar, maar de gerealiseerde openheid elders

»

Heldere definities ontbreken. De ISG ambities behoud van openheid in

5

In de huidige ISG ontbreekt een visie op het landschap van de Bollenstreek.

door het opruimen van verrommeling is snel

het landschap en opruimen van verrommeling

Landschap is in de huidige uitwerking in het

vergeten, als de sloop enkele jaren geleden is

worden breed gedragen. Verrommeling, zichtlijnen

landschapsperspectief versmald tot behoud van

gerealiseerd.

en openheid zijn echter niet duidelijk gedefinieerd,

openheid en behoud van areaal bollengrond.

Bouwen in een duur segment sluit ook niet

waardoor verschillende interpretaties ontstaan. Dit

In de landschappelijke beleving zijn echter niet

aan bij de huidige maatschappelijke vraag naar

zorgt voor uiteenlopende verwachtingen over wat de

alleen oppervlaktes van belang, maar ook volumes

betaalbare woningen.

ISG moet opleveren: concentratie van bebouwing of

(hoogte van gebouwen) en de kwaliteit van de

mooi landschap?

inrichting.

Advies

»

Wat is openheid en wat is de kwaliteit van open

Zorg voor een heldere

landschap? Voor verschillende stakeholders heeft

Advies

uitleg over de uitvoering

openheid een andere betekenis. Voor agrariërs valt

Wees duidelijk in welke

en financieringsconstructie

dit samen met open bollenareaal; voor veel burgers

mate de ISG ambieert

van het gezamenlijk

gaat het om de beleving van open ruimte en om de

om te zorgen voor een

programma en op welke

kwaliteit van open landschap. Daarbij maakt het uit

mooi bollenlandschap

manier er gezorgd wordt

of open gebied begrensd wordt door beplanting of

(landschappelijk,

moderne bedrijfsgebouwen.  

toeristisch, recreatief,

voor het behoud van de Bollenstreek. Zorg ook voor duidelijkheid over de rolverdeling tussen GOM en de

»

Hetzelfde geldt voor verrommeling: wanneer

etc). Ontwikkel desgewenst een gezamenlijke

gemeenten bij het vaststellen van bouwlocaties en

zorgt een verouderd gebouw of schuur voor

landschapsvisie. Het kan helpen om een

het vergunnen van Greenportwoningen.

verrommeling van het landschap? Ook daar wordt

onafhankelijke kwaliteitscommissie in te richten om

op verschillende manieren invulling aan gegeven.

de gemeentelijke besluiten voor het buitengebied

Onderzoek alternatieve mogelijkheden voor

Een oude bollenschuur heeft bijvoorbeeld ook

te toetsen, voorafgaand aan besluitvorming. Op

financiering: woningen in een goedkoper

cultuurhistorische waarde voor het gebied.  

deze manier borg je een kwaliteitscheck en worden

segment, percentages van bouwkosten i.p.v. vast

besluiten voor de gehele Duin- en Bollenstreek op

bedrag bouwkavels, windmolens, gemeentelijke

Advies

dezelfde wijze getoetst. Hierbij kan mogelijk worden

bijdragen, Transitiefonds NPLG, Klimaatfonds,

Zorg voor heldere definities

aangesloten bij de provinciale kwaliteitszorg (zoals

Investeringsagenda Holland Rijnland, Leader

met name voor de begrippen

de provinciaal adviseur ruimtelijke kwaliteit).

(Plattelandsontwikkeling), Europees Sociaal

openheid en verrommeling.

Klimaatfonds.

Betrek belanghebbenden bij het formuleren van deze definities.

5

6

De evaluatie laat zien dat er in de loop van de tijd in de gemeenten verschillende ideeën

7

In verschillende gemeenten worden op dit moment geen besluiten genomen over

zijn ontstaan over de ambities en doelen voor het

ISG-gerelateerde onderwerpen. Dit zorgt ervoor

buitengebied.

dat er al enkele jaren weinig meer gebeurt en dat GOM geen uitvoering kan geven aan het ISG-beleid.  

Advies Onderzoek in de herijking

Advies

wat de (nieuwe) gezamenlijke

Zorg bij een herijking

doelen zijn en hoe je daar

voor enthousiasme over

gezamenlijk uitvoering aan

de kansen en realisme

wilt geven. Maak inzichtelijk

over de mogelijkheden

op welke punten de ambities

die een gezamenlijk

uiteenlopen, stem samen de gewenste doelen goed af en maak daar afspraken over.

programma voor de Duinen Bollenstreek biedt. Zorg er ook voor dat begrip en kennis van het gezamenlijke programma, hoe de uitvoering geregeld is, en hoe de financiering in elkaar steekt bij elke bestuurswisseling overgedragen wordt.

6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1715/documents/23585