CConstaterende datHillegom
Koppel je AI →
Document · PDF

03. Ontwerp Programma LGDG DBS.pdf

Raadscommissie 2 oktober 2025, gemeente HillegomBij agendapunt: 7: Programma Landelijk Gebied en Duurzame Greenport Duin- en Bollenstreek39.600 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De veelkleurigheid van de regio zit niet alleen in de bollenvelden

Aanleiding landschapsstrategie n de ISG-evaluatie uit 2023 is aangegeven een visie op het landschap van de Bollenstreek nodig is. Het landschap is in de ISG versmald tot het behoud van openheid en behoud van areaal bollengrond. In de ISG is een landschapsperspectief opgenomen dat functioneert voor landschapsverbetering en als raamwerk voor sanering, intensivering en uitbreiding voor greenportbedrijven. Er is echter meer relevant, zoals de bouwhoogte van gebouwen en de kwaliteit van de inrichting van het cultuurlandschap. Er is in de ISG-evaluatie dan ook aanbevolen om duidelijk te maken in welke mate het nieuwe programma ambieert om te zorgen voor een mooi bollenlandschap (landschappelijk, toeristisch, recreatief etc.). Een gezamenlijke landschapsvisie is gewenst, in combinatie met een onafhankelijke kwaliteitscommissie. Met een helder uitgewerkt landschapsstrategie kan de Duin- en Bollenstreek niet alleen haar unieke karakter behouden, maar ook toekomstbestendig worden voor landbouw, natuur en recreatie. Met een helder uitgewerkt landschapsstrategie kan de Duin- en Bollenstreek niet alleen haar unieke karakter behouden, maar ook toekomstbestendig worden voor landbouw, natuur en recreatie.

4

Trends in het landelijk gebied Het bijzondere landschap van de Duin- en Bollenstreek bestaat niet zonder zorg ervoor. Het landschap staat onder druk. Een aantal trends en ontwikkelingen vraagt om een heldere landschapsstrategie. Er is steeds minder ruimte voor landschap, biodiversiteit en natuur door uitbreiding van de gebouwde omgeving. De biodiversiteit (flora en fauna) staat onder druk, mede door de intensivering en schaalvergroting van de landbouw, klimaatverandering, en (nieuwe) barrières in het landschap voor diersoorten. Ook is de ecologie (bodemleven) in bodem en watersysteem uit balans. De richtlijnen voor een schone bodem en schoon water worden niet gehaald.

Uitdagingen voor een vitaal landschap Europese en landelijke wet- en regelgeving zijn helder. Ook in de Duin- en Bollenstreek moet er werk gemaakt worden van systeemherstel op het gebied van bodem, water, ecologie en biodiversiteit (zie volgende figuur).

Inrichtingsconcepten uit perspectief landbouw en natuur, bron: handreiking Mooi NL Daarbij zijn er verscheidene uitdagingen waar deze landschapsstrategie een heldere richting moet bieden. Vanuit het Klimaatakkoord, de Kaderrichtlijn Water en de Vogel & Habitatrichtlijn ligt er een uitdaging het bodem- en watersysteem te herstellen in de gehele Duin- en Bollenstreek. Er ligt daarnaast een uitdaging de biodiversiteit te bevorderen in de hele regio en de natuur te herstellen in o.a. Natura-2000 gebieden en daarbuiten in de NNN gebieden). De gemeenten staan verder voor de uitdaging het landschap te dooraderen met nieuw groen en blauw: nieuwe verbindingen en nieuwe landschapselementen, zowel droog als nat. Extra inzet mag gepleegd worden op weidevogelbeheer, akkervogelbeheer en bollenvogelbeheer. Na systeemherstel volgt welk landgebruik mogelijk is binnen de nieuwe omstandigheden. Daarbinnen kan een productief landschap behouden blijven en gebruikt blijven worden. Er is een blijvende opgave om in dat landschap te blijven herstructureren en de verrommeling, in de hand gewerkt door o.a. schaalvergroting, tegen te gaan. Daarbij zijn de open vensters en de openheid in delen van de streek een belangrijk goed. Het handhaven van deze kwaliteiten is van belang.

Er zijn ontwikkelingen gaande die negatieve effecten kunnen hebben op het agrarisch, cultuurhistorisch, economisch en toeristisch landschap en op de identiteit van de Duin- en Bollenstreek. Ondanks druk op de ruimte willen we dat het landschap ook ruimte biedt voor functies als wonen, nieuwe (recreatieve) routes, bedrijvigheid en nog meer.

5

De inrichtingsconcepten moeten en kunnen worden in deze landschapsstrategie uitgewerkt. De thema’s uit het inrichtingsconcept willen worden verderop in het programma nader uitgewerkt en rijgen een plek binnen het zich doorontwikkelende landschap van de Duin- en Bollenstreek.

Kennisdelen en aandacht voor biodiversiteit Telers, ondernemers in de bollensector, overheid en omgeving hebben de taak om, ieder op hun eigen manier, een steentje bij te dragen aan de biodiversiteit. Partijen, partners en stakeholders die hier gezamenlijk in acteren zijn onder andere Nationaal Park Hollandse Duinen, ANLV Geestgrond, Stichting Duinbehoud, Vereniging voor Natuur- en Vogelbescherming Noordwijk, KAVB, LTO Noord, Greenport Duin- en Bollenstreek, Living Lab B7, Zuid-Hollands Landschap, Provincie Zuid-Holland en uiteraard de telers zelf. Op het gebied van biodiversiteit in de Duin- en Bollenstreek valt er nog veel te winnen, volgens Agrarische Natuur- en Landschapsvereniging (ANLV) Geestgrond, Living Lab B7 en Nationaal Park Hollandse Duinen1. Volgens deze gebiedspartijen is er wel biodiversiteit in de Duin- en Bollenstreek, maar het niveau blijft achter. Verschillende organisaties delen samen kennis en zetten concrete stappen zetten om de biodiversiteit in de regio te versterken. Ze trekken daarin samen op met bestuurders, beleidsmakers, bollenboeren en andere betrokken organisaties en pleiten voor een effectieve aanpak in de vorm van een samenwerking tussen verschillende partijen.

Verder helpt ook het opzetten van een kennisontwikkelingsprogramma transitie duurzame bollenteelt Duin- en Bollenstreek mogelijk bij het vergroten van de aandacht voor (onderzoek naar) biodiversiteit in het bollenareaal. Dit is op dit moment in ontwikkeling. Living Lab B7 stelde onlangs een inspiratieposter op met daarop in totaal veertien maatregelen die bollentelers kunnen nemen voor meer biodiversiteit, in hun perceel, in de bodem en op hun erf. Die ingrepen kunnen ook voordeel opleveren voor de teelt. Als ze bijvoorbeeld groenbemester gebruiken als isolatie in de winter, komt dat de bodem en de vruchtbaarheid ten goede. Daar gedijen de bollen weer op. In het uitvoeringshoofdstuk is een koppeling gemaakt met agrarisch natuurbeheer en de mogelijkheid om gebruik te maken van ANLb beheerpakketten.

Regiocertificering als instrument om biodiversiteit te vergroten Telers in de Duin- en Bollenstreek onderkennen de urgentie om hun bedrijfsvoering verder te verduurzamen en op een gestructureerde en inzichtelijke wijze de regionale doelen te halen. In het Zuid-Hollandse Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG) komen de opgaven en doelen op het gebied van water, bodem, biodiversiteit en klimaat voor de komende jaren bij elkaar. De eerste prioriteit is het voldoen aan de normen van de Kaderrichtlijn Water door het verminderen van de emissies van fosfaat en het terugdringen van de emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater en grondwater. Regiocertificering is het middel om met elkaar samen te werken aan deze doelen 2.

1

https://www.nationaalparkhollandseduinen.nl/nieuws/verbinden-en-vergroenen-in-de-bollenstreek/

2

https://greenportdb.nl/wp-content/uploads/2024/05/Duin-en-bollenstreek-A4-folder.pdf https://greenportdb.nl/ontwikkeling-regiocertificering-duin-en-bollenstreek-van-start/

6

2. Landschapsstrategie Duin- en Bollenstreek 2.1 Kernboodschap en drie leidende principes De landschapsstrategie van de Duin- en Bollenstreek is opgebouwd uit een kernboodschap met een drietal leidende principes. Deze luidt als volgt:

Een vitaal landschap als drager voor een Duurzame Greenport Duin – en Bollenstreek De Duin - en Bollenstreek is gebaat bij een vitaal landschap als onderlegger voor huidige functies en alle andere toekomstige programma’s. Een vitaal landschap en een vitale Greenport zijn in de Duin- en Bollenstreek onlosmakelijk verbonden. Om dit vitale landschap te realiseren zijn drie leidende principes uitgewerkt: 1. Water en bodem sturend: de landschapsstrategie volgt het principe dat water en bodem sturend zijn in de ruimtelijke ordening. De strategie is gebaseerd op de ondergrond, water en bodem. Op basis daarvan zijn deelgebieden met eigen kwaliteiten en gebiedseigen opgaven gedefinieerd. 2. Openhouden (cultuur)landschap: inwoners en gebiedspartners waarderen de openheid van het cultuurlandschap in de Duin- en Bollenstreek. Met het Pact van Teylingen en de ISG is de strategie ingezet om zichtlijnen te versterken en verrommelde bebouwing op te ruimen. Dit blijft een leidend principe voor deze landschapsstrategie. Wel zijn de definities van openhouden en verrommeling sterker gedefinieerd en kiezen we strategische locaties waar we de openheid willen versterken. 3. Fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap: Landschapselementen zijn de dragers van het landschap met grote cultuurhistorische waarde doordat zij kenmerkend zijn voor specifieke gebieden.

Ze versterken daarmee de landschappelijke identiteit en dragen bovendien bij aan de belevingswaarde van een gebied. Het behoud, doorstromen en berging van zoetwater en meer biodiversiteit zijn daarbij belangrijke uitgangspunten.

Leidend principe 1: water en bodem sturend: een gebiedsindeling gebaseerd op ondergrond Het landschap van de Duin- en Bollenstreek is met klei-afzettingen, zandgronden maar ook veenvorming rijk aan invloeden van nieuwe duinen, oude duinen en strandvlakten, de Oude Rijn met kleiafzettingen, en de meren en plassen (Kagerplassengebied en droogmakerijen). Voldoende en schoon water en een gezonde bodem is van groot belang voor iedereen in de Duin- en Bollenstreek. Daarom zijn water en bodem sturend (of richtinggevend) bij beslissingen over de inrichting van de Duin- en Bollenstreek. Een water en bodem gestuurde aanpak vormt de noodzakelijke basis voor alle andere agenda’s. Water en bodem sturend maken bij de inrichting van de Duin- en Bollenstreek is een omslag in het denken en doen en daardoor een stevige opgave. Maar de keuze om water en bodem sturend te laten zijn, heeft voordelen op de korte en de lange termijn. De verschillen in ondergrond en bodemtype leiden tot acht deelgebieden met specifieke opgaven en aandachtspunten vanuit bodem en water. Op de deelgebiedenkaart zijn verschillende aandachtspunten per deelgebied aangegeven.

7

PM

Acht deelgebieden vanuit bodemtype en opgaven en aandachtspunten vanuit bodem en water

8

Nadere definitie openheid Wat is openheid en wat is de kwaliteit van open landschap? Voor verschillende stakeholders in de streek heeft openheid een andere betekenis. Voor agrariërs valt dit samen met open bollenareaal; voor veel burgers gaat het om de beleving van open ruimte en om de kwaliteit van open landschap. Daarbij maakt het uit of open gebied begrensd wordt door beplanting of moderne bedrijfsgebouwen. Uniek in de streek is ook de beleving van het mozaïeklandschap. Kleurige velden dragen bij aan het ‘Mondriaan-effect’. Openheid verwijst naar de zichtbaarheid en toegankelijkheid van het unieke landschap van de streek, waaronder de uitgestrekte bollenvelden, duinen en polders. Belangrijke (langere) zichtlijnen zijn daarbij bepalend voor het ervaren van openheid. Dit betekent dat er bewust wordt omgegaan met bebouwing en dat de ruimtelijke kwaliteit van het open landschap beschermd blijft tegen verstedelijking.

Wel open, maar in het zicht is relatief forse niet ingepaste bedrijfsbebouwing Kwalitatieve openheid Om concreter te kunnen werken aan het verbeteren van het open (cultuur)landschap wordt vanaf nu het begrip ‘kwalitatieve openheid’ gehanteerd. Kwalitatieve openheid is meer dan ver kunnen kijken in een bepaalde richting. Het betreft hier aantrekkelijke zichtlijnen van een bepaalde maat en schaal die niet onderbroken worden of uitmonden in zicht op onaantrekkelijke objecten, structuren of bebouwing. Daarbij is bij voorkeur kenmerkende cultuurhistorische architectuur, zoals oude bollenschuren en arbeiderswoningen wel zichtbaar, maar wordt moderne bebouwing, of bedrijfsuitbreiding landschappelijk ingepast met erfbeplanting.

9

Buffergroen en landschappelijke inpassing helpt het versterken van de ‘’kwalitatieve openheid’ Nadere definitie verrommeling Wanneer zorgt een verouderd gebouw of schuur voor verrommeling van het landschap? Ook daar wordt op verschillende manieren invulling aan gegeven. Een oude bollenschuur heeft bijvoorbeeld ook cultuurhistorische waarde voor het gebied. Het begrip verrommeling staat gelijk aan een ongeordende, gefragmenteerde of versnipperde ontwikkeling van het landschap, waarbij het oorspronkelijke karakter en de esthetische waarde ervan verloren dreigen te gaan. Dit gebeurt door een combinatie van factoren, zoals: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

▪

Versnippering van ruimtelijke functies: bijvoorbeeld het door elkaar plaatsen van bollenareaal met bedrijfsbebouwing, nieuwe woonwijken, bedrijven in het buitengebied (die niet bollengerelateerd zijn), recreatiegebieden en infrastructuur zonder een duidelijke samenhang. Ongestructureerde bebouwing: het ontstaan van ongeplande bebouwing zoals loodsen, kassen, schuren of woonwagens in landschappelijk waardevolle gebieden. Incourante en verpauperde bebouwing: het ontstaan van rommelige en verouderde bebouwing in het landschap die afbreuk doet aan de landschappelijke kwaliteit. Niet agrarische bebouwing: bebouwing in het landschap die bedrijfsmatig geen duidelijke relatie heeft met de Greenport Duin- en Bollenstreek en bedrijfsmatig niet past in het landelijk gebied. Verlies van historisch, cultureel en natuurlijk erfgoed: het verdwijnen van traditionele elementen zoals bollenvelden, historische boerderijen, karakteristieke bollenschuren, landschuurtjes, duinen en houtwallen door modernisering of verwaarlozing. Ontbreken van landschapselementen: het ontbreken van typerende karakteristieke landschapselementen is ook een vorm van verrommeling. Concreet voorbeeld is het ontbreken van erfbeplanting. Op de strandwallen het ontbreken van lanen, houtwallen, bosschages en hagen; in het zanderijenlandschap het ontbreken van hagen.

Druk door verstedelijking en infrastructuur: De behoefte aan meer woningen, bedrijventerreinen en wegen leidt vaak tot aantasting van het unieke open landschap.

10

Bij de uitvoering van de ISG is ingezet op het tegengaan van deze verrommeling, en door verrommeling actief op te ruimen. In het rapport Loep op Gom zijn hier verschillende voorbeelden van gegeven. In onderstaande afbeelding is te zien hoe bij de Leidsevaart een gebied met verouderde kassen (linksboven) is opgeruimd, en omgezet in bollengrond en water (rechtsboven). Aan de Torenlaan is eveneens verrommelde bedrijfsbebouwing opgeruimd en is nieuwe teeltgrond gerealiseerd (links- en rechtsonder). Deze lijn wordt met het Programma LGDG voortgezet wanneer deze kansen zich voordoen.

Leidsevaart, Noordwijk

Torenlaan, Voorhout In delen van de Duin- en Bollenstreek zijn er o.a. door schaalvergroting en verspreide bedrijfsbebouwing gebieden ontstaan die landschappelijk gefragmenteerder zijn dan de gebieden waar de ‘kwalitatieve openheid’ nog heel sterk aanwezig is. In algemene zin kunnen we stellen dat de oostelijke strandwal (bijvoorbeeld de Mottigerpolder en het gebied aan de ’s Gravendamseweg) sterker gefragmenteerd zijn dan bijvoorbeeld de relatief open oude strandvlakten langs de Trekvaart.

Gefragmenteerd

Kwalitatief open

Voorbeeld van een gefragmenteerd gebied aan de 's-Gravendamseweg, Voorhout versus een meer kwalitatief open gebied langs de Trekvaart tussen Tespelduyn en Noordwijkerhout (bron: Google Earth)

11

Leidend principe 3: fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap Wat is groenblauwe dooradering? Een perceel in een agrarisch landschap wordt vaak omlijst door bomensingels, houtwallen en sloten. Een netwerk van dit soort landschapselementen wordt ook wel ‘groenblauwe dooradering’ genoemd (ook afgekort tot GBDA). Landschapselementen zoals singels, sloten, beken, weteringen, natuurvriendelijke oevers, kruidenrijke akkerranden, houtwallen en bomenrijen hebben verschillende functies in het landelijk gebied. Het zijn plekken die het leefgebied vormen en/of belangrijk zijn als verbinding tussen leefgebieden (afhankelijk van de soort). Plekken waar dieren kunnen schuilen, voedsel kunnen zoeken en waar ze zich langs kunnen verplaatsen en waar ruimte is voor bijzondere planten. Het vormt een belangrijke basis voor biodiversiteit. Ook dragen landschapselementen bij aan de belevingswaarde van het landschap voor de mens. Elk landschapstype heeft zijn eigen kenmerkende elementen, die mede de identiteit van de plek bepalen. Binnen de groenblauwe dooradering zijn zowel droge (groene dooradering) als natte (blauwe dooradering) landschapselementen van belang. Het gaat bij de term groenblauwe dooradering niet om de hoeveelheid natuurgebieden.

Het netwerk van 'groene en blauwe elementen' vormt juist de verbinding tussen de beschermde natuurgebieden in het agrarisch cultuurlandschap en de structuren vormen op zichzelf ook een leefgebied voor kleinere soorten. Een gebied met veel groenblauwe dooradering bestaat dus uit een fijnmazig netwerk van verbindingen (lijnelementen) tussen verschillende beschermde natuurgebieden (leefgebieden en stevige verbindingen). Ook gebieden met landschapselementen van maximaal 1,5 hectare maken onderdeel uit van de groenblauwe dooradering.

Voorbeelden van landschapselementen, bron Provincie Zuid-Holland Waarom groenblauwe dooradering? Inzetten op een groenblauwe dooradering van het landschap is een manier om landschap, natuur, landbouw, water en bodem integraal te benaderen. Meer groenblauwe dooradering is van belang voor 12

het versterken van landschappelijke kwaliteit, tegengaan van verdroging en draagt bij aan het toekomstperspectief voor de landbouw en het landelijk gebied als geheel. Het is daarmee goed voor vele diensten, zoals: ▪ ▪ ▪

▪

Vergroten biodiversiteit (o.a. Vogel- en Habitatrichtlijn) Verbeteren bodem- en waterkwaliteit (o.a. KRW) Klimaatbestendiger landschap Duin- en Bollenstreek Herstel cultuurlandschappen (verbinding mens-landschap)

Inventarisatie GBDA en ambitie De Duin- en Bollenstreek is gezegend met grote en kleine natuurgebieden die deel uit maken van het Nationaal Natuur Netwerk (NNN), vroeger de Ecologische Hoofd Structuur (EHS) genoemd. Het NNN is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Daartoe behoren het gehele duingebied (Coepelduynen, Kennemerland-Zuid), het Keukenhofcomplex (bossen, weiden en kasteelpark) alsmede de kleinere landgoederen als Huys te Warmont, Offem en Leeuwenhorst. Het kleinschalige landschap van de Duin- en Bollenstreek biedt veel voordelen voor biodiversiteit die al worden benut. In het gebied komen relatief veel akkervogels voor (de ‘high five’: scholekster, kievit, veldleeuwerik, gele kwikstaart, patrijs). Er zijn veel initiatieven om de biodiversiteit op bollengrondpercelen te vergroten. Ook initiatieven zoals de Kruidentuin en Tuin van Holland dragen bij aan een toekomstbestendige oplossing voor de agrarische sector en het verbeteren van lokale biodiversiteit. Daarnaast is biodiversiteit ook onderdeel van de KPI’s van regiocertificering, dus van de teelt van de toekomst. Hieraan kunnen GBDA maatregelen in belangrijke mate bijdragen.

In de provinciale Omgevingsvisie is als doelstelling opgenomen dat in 2050 de provincie 10% groenblauwe dooradering heeft gerealiseerd met als tussendoel in 2030 de helft van het gat tussen de bestaande GBDA en de 10%. De provincie heeft voor de Duin- en Bollenstreek geïnventariseerd dat anno 2024 ongeveer 3,9% van het gebied ‘dooraderd’ is. De inzet van het Programma LGDG is om door middel van robuuste dooradering een bijdrage te leveren aan een verhoging richting de 7%.

13

3. Landschapsstrategie met kaart Binnen de drie leidende principes zijn de volgende negen speerpunten uitgewerkt; Water en bodem sturend Water en bodem sturende principes zijn een wezenlijk onderdeel van de landschapsstrategie; 1. Opzetten waterstanden veenweidegebieden en droogmakerijen 2. Optimaliseren kavels van bollenareaal op zandgronden 3. Meer ruimte voor water in de binnenduinrand Openhouden (cultuur)landschap De herstructurering van het landschap is nog niet klaar en verrommeling in het buitengebied wordt opgeruimd: 4. Versterken open karakter Bollenstreek en respecteren belangrijke zichtlijnen 5. Openhouden grasland 6. Landschappelijke inpassing Fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap De groenblauwe dooradering wordt uitgevoerd op verschillende schaalniveaus; 7. Een robuust hoofdraamwerk met groenblauwe corridors 8. Groenblauwe landschapskamers 9. Groenblauwe kavelinrichting Deze uitwerking geldt als raamwerk (toetsingskader) voor sanering, intensivering en uitbreiding van greenportbedrijven uit oogpunt van landschapsverbetering: zoals het behoud van open vensters en het tegengaan van verrommeling. Met als doel om landschapsverbetering te bewerkstelligen. Op basis van de landschapsstrategie werkt de landschapsvisiekaart door in het gehele Programma LGDG. Het vormt letterlijk de onderlegger voor de verdere uitwerking.

Het vitale landschap vormt de drager voor een Duurzame Greenport Duin – en Bollenstreek.

14

15

3.1 Water en bodem sturend

16

Speerpunt 1: opzetten waterstanden veenweidegebieden en droogmakerijen Het opzetten van de waterstanden in de veenweidegebieden rondom de Kagerplassen is een strategie die voortkomt uit de nationale strategie, Zuid-Hollandse Veenweidestrategie en de nadere uitwerking in de Omgevingsvisie Teylingen. Het strategisch waterplan Kagerplassen heeft effect op de waterbeschikbaarheid in een groot deel van de Duin- en Bollenstreek. Dit is de reden dat deze als eerste genoemd wordt. Tijdens een zeer warme (droge) periode is er in de toekomst bovendien risico op een verminderde hoeveelheid (drink)water. Ook de kwaliteit van het (drink)water neemt dan af. De opgave Het landschapsgebied van de Kagerplassen en omliggende veenweidegebieden is overwegend in gebruik als recreatief gebied met hoge natuurwaarden en als waardevol beschermd (agrarisch) grasland. De begrenzing is deels gebaseerd op landschappelijke kenmerken en het provinciale ‘kroonjuweel cultuurhistorie’. Het klimaatadaptief inrichten van dit deel van Duin- en Bollenstreek is een grote uitdaging. Een specifiek aandachtspunt is het tegengaan van bodemdaling in het veenweidegebied. Daarnaast is het tegengaan van droogte een opgave. De diepere polders in het deelgebied bieden overigens ook kansen voor waterberging. Waterbeschikbaarheid in heel de Duin- en Bollenstreek is een aandachtspunt.

Het opzetten van de waterstanden in de veenweidegebieden en de droogmakerijen draagt bij aan de doorspoeling van schoon water in de gehele Duin- en Bollenstreek wat een positief effect heeft op het tegengaan van verzilting op de langere termijn. Het verhogen van waterstanden in veenweidegebieden zal tevens de tegendruk op de boezemwaterlopen – Trekvaart, Ringvaart en Kagerplassen – vergroten door een sterkere variatie in aan- en afvoer. Opzetten van de waterstanden als strategisch plan Er is een strategisch plan om het waterpeil in de veenweidegebieden rondom de Kagerplassen te verhogen. Dit plan richt zich op duurzaam waterbeheer, ecologische voordelen en betrokkenheid van belanghebbenden. We zetten in op een robuust watersysteem in de veengebieden met een optimale bediening ten behoeve van de klimaatopgave en het voorkomen verdere bodemdaling. Waterbeheer stemmen we af op de bodemcondities. Daarvoor is een landschapstransformatie nodig. Veehouderij, akkerbouw en opengrondteelt is gezamenlijk moeilijk vol te houden (vanwege de nodige ontwatering). Indien nodig heroverwegen we peilbesluiten en droogleggingsnormen samen met andere daarvoor verantwoordelijke medeoverheden. Een hoger grondwaterpeil zorgt voor voldoende water bij droogte, vertraagt daling van veenbodems en vermindert hiermee de uitstoot van broeikasgassen.

In de kleigebieden voorzien we de ontwikkeling van brakwaternatuur (incl. peilfluctuaties), eventueel in combinatie met recreatie. Ook is hier meer ruimte nodig voor het opvangen, bufferen en hergebruiken van zoetwater. Dit doen we door het optimaliseren van in-/uitstroom zoetwater en het vergroten peilvakken in polders. Ook zetten we in op het aanpassen van het landgebruik als dit echt nodig is. Waar sprake is van verzilting stimuleren we de overschakeling naar meer zouttolerante gewassen. Klimaatbestendige inrichting van watergangen Aandachtspunt is de verbetering van de waterkwaliteit in de Kagerplassen en de watergangen. Hogere temperaturen leiden in ondiepe watergangen sneller tot overlast (stank, zuurstofloosheid en dode vissen, botulisme). Een klimaatbestendige inrichting van de watergangen bestaat uit goed beheer, voldoende diepte, weinig emissies, bestrijding van exoten en draagt bij aan een hogere de kwaliteit van de leefomgeving.

17

Aandacht voor biodiversiteit We hebben veel aandacht voor het vergroten van de biodiversiteit. Een deel van de Kagerplassen is onderdeel van NatuurNetwerk Nederland. De nadruk ligt op bescherming en versterking van de natuurwaarden. Aandachtspunt is de verbetering van de waterkwaliteit in de Kagerplassen en de watergangen. Verder ligt in het veenweidegebied opgave om de biodiversiteit te vergroten (in samenspraak met de duurzame landbouwtransitie). Dit doen we bijvoorbeeld door het inzetten op het terug laten komen van specifieke icoonsoorten (zoals de grutto). De omgeving van de Kagerplassen heeft veel potentie voor het beheer van weidevogels. Opzetten waterpeil in droogmakerijen – droogmakerijen als ‘regenton’ De droogmakerijen in de Duin- en Bollenstreek zullen volgens het hoogheemraadschap als eerste te maken krijgen met verzilting. Voor de langere termijn deelt het hoogheemraadschap deze kleipolders dan ook al in als ‘zoute’ gebieden. De effecten van verzilting en klimaatverandering op de gehele Duinen Bollenstreek kunnen echter verminderd worden door de droogmakerijen te zien als ‘regenton’. Bij grotere hoeveelheden neerslag worden deze gebieden gebruikt om water maximaal op te vangen en tijdens droge periodes te kunnen hergebruiken. Hiervoor is het van belang de in- en uitstroom van zoet water te optimaliseren.

Het vergroten van peilvakken in de polders is hierbij van belang. Het water kan vervolgens worden ingezet in de landbouw, of het kan geschikt worden gemaakt voor menselijk gebruik als drinkwater. De uitwerking van dit speerpunt ligt bij het Hoogheemraadschap van Rijnland, in samenwerking met de vijf gemeenten, provincie Zuid-Holland en andere gebiedspartijen.

Speerpunt 2: optimaliseren kavels van bollenareaal op de zandgronden Het optimaliseren van kavels is goed te koppelen aan landschapsverbetering. Herverkaveling en ruilverkaveling kunnen in de Duin- en Bollenstreek bijdragen aan landschapsverbetering door een integrale aanpak waarin agrarische efficiëntie wordt gecombineerd met ecologische, recreatieve en esthetische doelen. Deze koppeling kan op verschillende manieren gerealiseerd worden: 1. Efficiënt gebruik van landbouw- en bollengrond ▪ Optimalisatie van percelen: Door efficiëntere indeling kunnen landbouwbedrijven profiteren van schaalvoordelen, wat ruimte vrijmaakt voor landschapsverbetering zonder productieverlies. ▪ Bundeling van functies: Door agrarische functies te combineren met natuurbeheer en recreatie ontstaan nieuwe verdienmodellen en wordt multifunctioneel grondgebruik gestimuleerd. 2. Waterbeschikbaarheid en klimaatadaptatie ▪ Waterbuffering: herverkaveling kan helpen bij het aanleggen van waterbergingsgebieden om klimaatverandering op te vangen. ▪ Eigen watersystemen en vergroten waterbuffercapaciteit: door herverkaveling of ruilverkaveling kan mogelijk ingezet worden op eigen watersystemen ten behoeve van droge perioden. Ook is het vergroten van de waterbuffercapaciteit (ondergronds) mogelijk nog beter in te passen wanneer kavels worden geoptimaliseerd.

▪ Verdiepen en verbreden van slotenpatroon: door het optimaliseren van kavels kunnen sloten (boezemsloten/zandsloten) verbreed en verdiept worden. Dit is goed voor de biodiversiteit en om overtallig regenwater langer vast te houden. ▪ Bodembeheer: percelen kunnen zo worden ingericht dat de bodemkwaliteit wordt verbeterd, bijvoorbeeld door ruimte te maken voor groenbemesters of minder intensieve teelt. 3. Verbeteren van ecologische verbindingen ▪ Creëren van groene corridors: Door percelen opnieuw in te delen, kunnen ecologische verbindingszones worden aangelegd die de biodiversiteit vergroten. Bijvoorbeeld het verbinden van natuurgebieden door het creëren van bloemrijke akkerranden, houtwallen,

18

▪

hagen of andere landschapselementen. Dit helpt bij het realiseren van meer groenblauwe dooradering (speerpunt 7 t/m 9). Waterbeheer en natuurontwikkeling: Slimmere indeling kan ruimte maken voor natte natuur, zoals plas-drasgebieden of slootverbreding/slootverdieping, wat gunstig is voor weidevogels en andere fauna.

4. Herstel van historische landschapselementen ▪ Terugbrengen van kenmerkende landschappen in de Duin- en Bollenstreek, zoals hagen, houtwallen en slootpatronen. Herverkaveling biedt de kans om deze elementen in ere te herstellen en ze onderdeel te maken van het moderne landschap. ▪ Behouden van bollengronden: Zorg dragen voor een balans tussen traditionele bollenteelt en de esthetische waarde van het landschap. 5. Recreatieve en landschappelijke waarde vergroten ▪ Aantrekkelijke routes: Door samenwerking kunnen wandel- en fietspaden worden aangelegd langs bloemrijke bollenvelden of door ecologische verbindingszones. ▪ Uitzichtpunten en rustplekken: Herverkaveling kan de aanleg van recreatieve faciliteiten mogelijk maken, zoals uitkijkpunten over de bloeiende bollenvelden of picknickplekken. Mogelijk kan zo bollenerfgoed nog beter beleefd en toegankelijk gemaakt worden. Om herverkaveling en ruilverkaveling effectief te koppelen aan landschapsverbetering, zijn enkele randvoorwaarden belangrijk. Participatie en de betrokkenheid van (bollen)boeren, natuurorganisaties, gemeenten en bewoners is van belang. Dit moet leiden tot een integrale aanpak. Voor de financiering dragen subsidies of stimuleringsregelingen voor landschapsbehoud en -ontwikkeling bij aan de haalbaarheid.

Speerpunt 3: Meer ruimte voor water in de binnenduinrand De binnenduinrand is een gebied met complexe vraagstukken op het gebied van waterbeschikbaarheid en waterkwaliteit. Zo ligt het gebied dicht bij kwelwater van hoge kwaliteit uit de duinen, maar ook aan het einde van de aanvoerketen van water vanuit de Rijn en Ringvaart. Op de langere termijn (vanaf 2050) kan verzilting in dit gebied een negatieve rol gaan spelen voor de bollenteelt in dit gebied. Doordat in droge zomers enkel verzilt water kan worden aangevoerd. In de binnenduinrand zijn verdroging, waterbeschikbaarheid en (interne) verzilting zeer belangrijke aandachtspunten naar de toekomst. Langdurige droogte en minder beschikbaarheid van (zoet) water gaat vaak samen met een hoger gebruik van water. Dit is een probleem voor drinkwaterwinning en het effect op mensen, bebouwing, wegen, openbaar groen, vitale en kwetsbare functies wordt steeds voelbaarder. Dit geldt zowel voor de waterwinning in de duinen nabij Katwijk door Dunea als in de Amsterdamse Waterleidingduinen bij de Zilk (Zuid-Kennemerland) door Waternet. Om op de lange termijn over voldoende (drink)water van hoge kwaliteit te beschikken, is nog veel onderzoek nodig en waarschijnlijk grote investeringen. In het NL Deltaprogramma Zoetwater 2025 wordt er vooruitgekeken naar de zoetwaterbeschikbaarheid op lange termijn (2050 – 2100).

Het hoogheemraadschap heeft in 2025 de studie Toekomstgericht Waterbeheer Rijnland afgerond en de provincie heeft aangegeven een geohydrologisch onderzoek te willen uitvoeren naar de binnenduinrand. De resultaten van deze studies kunnen richting geven aan hoe dit gebied toekomstbestendig kan worden ingericht. Mogelijke maatregelen zijn: kwelvermindering door schermen en/of installatie van een pompgemaal in het gebied en grootschalige extra waterberging. Ook de sector realiseert zich dat er in de bedrijfsvoering maatregelen nodig zullen zijn om beter bestand te zijn tegen periodes van extreme droogte, watertekorten en verzilting. De inzet is om de komende jaren gezamenlijk met de gebiedspartijen op te trekken en na te gaan met (model)onderzoek, kennisuitwisseling en mogelijk pilots welke maatregelen haalbaar zijn om ook op de lange termijn over voldoende zoetwater te kunnen blijven beschikken.

19

Watersysteem Duin- en Bollenstreek anno 2025

Toename zoutvracht (verzilting) bij respectievelijk 0,5m (links) en 1 m zeespiegelstijging. In 2060 wordt 0,5m zeespiegelstijging verwacht, in 2090 1 m zeespiegelstijging (bron: kennisprogramma zeespiegelstijging, opgenomen in nationale klimaateffectatlas, bewerking door Hoogheemraadschap Rijnland)

20

Natuurontwikkeling binnenduinrand – Mient Kooltuin In de binnenduinrand liggen kansen voor natuurontwikkeling gerelateerd aan de kwelpotenties van dit gebied. Op enkele plekken zijn hiervan al voorbeelden gerealiseerd (zoals Lentevreugd bij Wassenaar). Met het verder uitbouwen van deze initiatieven tot meer continue structuren worden de bijzondere potenties van deze gradiënt verzilverd en kan een betekenisvolle buffer worden gerealiseerd tussen Natura2000 gebied en het agrarisch achterland. Deze natuurontwikkeling kan mogelijk aangevuld worden met natte natuurwaarden met een recreatieve waarde en recreatief medegebruik. Met name in de Mient Kooltuin liggen hier aanzienlijke kansen.

21

3.2 Openhouden (cultuur)landschap

22

Speerpunt 4: versterken open karakter Duin- en Bollenstreek en respecteren van belangrijke zichtlijnen De Duin- en Bollenstreek biedt een grote diversiteit aan landschappen, misschien nog wel diverser dan de afgelopen jaren is erkend. Het adagium ‘openhouden van het gebied’ leeft sterk in de regio. Er is tegelijkertijd sprake van verschillende zones. Sommige gebieden zijn veel ‘opener’ dan andere gebieden. Er liggen kansen om gebieden die écht open zijn ook open te houden. In de streek zijn er ook plekken die meer gefragmenteerd zijn en waar veel meer bebouwing staat. Enkel het adagium ‘openhouden’ helpt hier niet om het gebied landschappelijk sterker te maken. Conclusie: we ‘vieren’ en versterken de openheid van het landschap waar deze nog ‘gaaf’ is.

De Duin- en Bollenstreek biedt een grote diversiteit aan landschappen, misschien nog wel diverser dan de afgelopen jaren is erkend. Het adagium ‘openhouden van het gebied’ leeft sterk in de regio. Er is tegelijkertijd sprake van verschillende zones. Sommige gebieden zijn veel ‘opener’ dan andere gebieden. Er liggen kansen om gebieden die écht open zijn ook open te houden. In de streek zijn er ook plekken die meer gefragmenteerd zijn en waar veel meer bebouwing staat. Enkel het adagium ‘openhouden’ helpt hier niet om het gebied landschappelijk sterker te maken. Conclusie: we ‘vieren’ en versterken de openheid van het landschap waar deze nog ‘gaaf’ is.

Speerpunt 5: openhouden grasland Het streven is om grasland open te houden voor veehouderij, agrarisch natuurbeheer en recreatief medegebruik. In het de streek hebben de graslanden een belangrijke onderscheidende functie door hun openheid en groene karakter. Juist de graslanden zorgen voor de beleving dat niet alle kernen aan elkaar zijn gegroeid. Daarmee geven ze letterlijk en figuurlijk ademruimte aan andere functies.

23

De graslanden vormen belangrijke leefgebieden voor weidevogels, akkervogels en bollenvogels. Voor weidevogels zijn onder meer een hoge waterstand, weinig bemesting en een aangepast maaibeheer van belang, naast bijvoorbeeld voorkomen van verstoring in het broedseizoen (zonering in tijd en ruimte). In de Duin- en Bollenstreek zijn enkele graslanden als weidevogelgebied aangewezen. Zo zijn onder andere het zuidelijk deel Rooversbroekpolder maar vooral de Lisserpoelpolder en de Boterhuispolder in Teylingen belangrijk voor weidevogels. In de Roodemolenpolder, gelegen tussen Voorhout en Sassenheim, blijft de bestemming weidevogelgebied gehandhaafd. De ambitie is de Roodemolenpolder een open gebied te houden en zichtlijnen niet te doorbreken. Een bijzondere plaats nemen de graslanden ten noorden van Hillegom in. Een deel van dit grasland, de Vosse- en Weerlanerpolder, heeft de bestemming natuur-en recreatiegebied. Het gebied is toegankelijk gemaakt door de aanleg van fiets- en wandelpaden. Een bijzonder graslandgebied is de Elsbroekerpolder ten zuiden van Hillegom. In deze kleine polder, ook tot het NNN behorend, is het beheer afgestemd op behoud en versterking van de weidevogelstand. Het vormt in onze regio het beste broedgebied voor kievit, grutto en tureluur.

Speerpunt 6: landschappelijke inpassing Inpassing stedelijke ontwikkelingen Voor de greenportsector is het essentieel om over goed toegankelijke en bruikbare bedrijfsbebouwing te beschikken. Het is belangrijk dat deze bebouwing efficiënt aansluit op infrastructuur enerzijds en de gebruikte (bollen)grond anderzijds. De bedrijfsbebouwing van de greenportsector is gebiedseigen bedrijfsbebouwing. Het hoort immers bij de productie van bloembollen. Om die reden is het onder voorwaarden toegestaan om deze bebouwing te bouwen of uit te breiden (hier wordt in hoofdstuk 4.1 Vitale Greenport nader op ingegaan). Tegelijkertijd kan ook de bebouwing van de greenportsector de kwaliteit van de openheid in de Duinen Bollenstreek negatief beïnvloeden. Wanneer een lange zichtlijn eindigt met zicht op helderwitte, moderne bedrijfsbebouwing, is dat een minder prettig gezicht. Bovendien past de steeds groter wordende bebouwing (als gevolg van schaalvergroting) minder binnen het juist kleinschalige en open cultuurlandschap. Een landschappelijke inpassing, aansluitend op bestaande groene structuren kan daarom helpen om de effecten van bedrijfsbebouwing en andere gebouwen en bouwwerken (zoals woningen en schuren) op open gebieden en zichtlijnen te verzachten. Er zijn diverse manieren om te zorgen voor een goede landschappelijke inpassing. Bij voorkeur worden deze stuk voor stuk toegepast.

Hiervoor worden (concept-)regels opgesteld die kunnen landen in de omgevingsplannen van de vijf Duin- en Bollenstreek gemeenten. In de Duin- en Bollenstreek hanteren gemeenten diverse planregels voor de landschappelijke inpassing om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te waarborgen, o.a.: 1. Maatvoering en bouwhoogtes; alleen bouwwerken geen gebouwen zijnde, met een maximale bouwhoogte van 3 meter, zijn toegestaan. 2. Beperking van zichtbaarheid nieuwe bebouwing; bij de bouw van nieuwe schuurkassen kan geadviseerd worden deze aan te laten sluiten op bestaande bebouwing en op enige afstand van de weg te plaatsen, zodat de openheid en zichtlijnen behouden blijven. 3. Kleur bedrijfsbebouwing; groene bedrijfsbebouwing, met evt. groene daken/wanden, is aantrekkelijker in het landschap dan grote witte bedrijfsbebouwing

24

4. Behoud van cultuurhistorische elementen; bij de herbestemming van monumentale voormalige agrarische bebouwing kan geëist worden dat het monumentale karakter behouden blijft of verbeterd wordt. 5. Inpassen van parkeren; daarnaast moet de landschappelijke inpassing van functies zoals parkeren op een verantwoorde manier plaatsvinden, zodat de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied niet wordt aangetast. 6. Groene inpassing; het groen inpassen van bedrijfsbebouwing met gebiedseigen soorten.

De kleur van agrarische bebouwing doet veel, op links een grote witte loods en op rechts een groene schuur die veel beter in het landschap past.

In sommige gevallen kan maatwerk worden toegepast, bijvoorbeeld bij bijzondere projecten of locaties. Gemeenten beoordelen dan op basis van een landschappelijke inpassingsstudie of een afwijkende bouwhoogte e.d. toelaatbaar is, mits dit geen afbreuk doet aan de landschappelijke waarden. Cultuurhistorie en inpassing Het is van belang om bij ruimtelijke planvorming, herstructurering en schaalvergroting het aspect cultuurhistorie vroegtijdig te betrekken en het behoud of de versterking van karakteristieke structuren en elementen na te streven. Belangrijke cultuurhistorische uitgangspunten en inspiratiebronnen kunnen gevonden worden in de digitale “Cultuurhistorische Atlas Duin- en Bollenstreek”. Daarnaast is de “Regionale Collectie Bollenschuren” die in samenspraak met de werkgroep Bollenerfgoed van het Cultuurhistorisch Genootschap Duin-en Bollenstreek (CHG) tot stand gekomen is, en is vastgesteld in het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland (update 2010) van belang voor de juiste waardering en het behoud van het bollenerfgoed. Bij de inpassing van nieuwe initiatieven kan gezocht worden naar aansluiting op bestaande cultuurhistorische elementen in de omgeving, het laten herleven van verloren gegane elementen, of door gebruik te maken van gebiedseigen cultuurhistorische vormen van inpassing.

In hoofdstuk 5 is beschreven dat de nieuwe kwaliteitscommissie toeziet op dergelijke aansluiting op cultuurhistorische elementen. Ook stuurt de kwaliteitscommissie op de landschappelijke inpassing. Inpassing en koppelkansen nieuwe infrastructuur Landschappelijke inpassing Bij nieuwe infrastructuur in het buitengebied, zoals voorgestelde (hoofd)wegen en energieinfrastructuur wordt een goede landschappelijke inpassing/landschapsimpuls gevraagd. Binnen de Duinen Bollenstreek zijn daar al mooie voorbeelden van, zoals te zien is langs de Trekvaart in Teylingen. Bij de ontwikkeling van de randweg om Voorhout, en de ontwikkeling van Nieuw Boekhorst is langs de Trekvaart een brede ecologische oever gerealiseerd. Deze oever biedt ruimte aan flora en fauna en zorgt daarmee voor een verbetering van de ecologische zone die de Trekvaart is.

25

Een mooi voorbeeld landschapsverbetering en landschappelijke inpassing met een natuurvriendelijke oever langs de Trekvaart ter compensatie van de aanleg van de Noordelijke randweg (Bollendreef) bij Voorhout

Koppelkansen nieuwe infrastructuur De landschapimpuls bij nieuwe infrastructuur kan bijdragen aan het versterken van de groenblauwe dooradering (zie volgende paragrafen). Rondom grote infrastructurele projecten, zoals gewenste doorgaande weg- en/of OV-verbindingen (bijvoorbeeld noordelijke ontsluiting bollenstreek), moeten samenvallen met het creëren van het robuuste hoofdraamwerk van groenblauwe corridors. Daarnaast ligt er ook een koppelkans om recreatieve netwerken, zoals wandel- en fietspaden, te combineren met het versterken van een meer fijnmazig groenblauw netwerk en het realiseren van landschapskamers.

26

3.3 Fijnmazige groenblauwe dooradering van het landschap Er is voor fijnmazige groenblauwe dooradering nog geen concreet beleid vanuit de provincie ZuidHolland. In deze landschapsstrategie is toegelicht dat de maatregelen die voorgesteld worden bijdragen aan de overkoepelende doelen. De fijnmazige groenblauwe dooradering wordt uitgevoerd op verschillende schaalniveaus.

27

Speerpunt 7: een robuust hoofdraamwerk met groenblauwe corridors Nieuwe groene verbindingen oost-west Belangrijk in het NNN zijn de ecologische verbindingszones die geïsoleerd liggende gebieden verbinden met grotere natuurgebieden. In de Duin- en Bollenstreek wordt vooral een verbinding gemist tussen de duingebieden en de landgoederenzone, bijvoorbeeld bij Noordwijk. Corridors verhogen de natuurkwaliteit en bevorderen de biodiversiteit. Met het aanleggen van een robuust hoofdraamwerk met groenblauwe corridors zijn er de nodige koppelkansen aanwezig voor (recreatieve) netwerken en (hoofd)infrastructuur, wateropgaven, natuurkwaliteit en biodiversiteit. Ook in de landschapsstrategie Nationaal Park Hollandse Duinen is het maken van robuuste verbindingen een speerpunt. Om een samenhangend, robuust natuurlijk netwerk te realiseren zijn robuuste verbindingen noodzakelijk. Droge verbindingen (met name bos) vormen schakels tussen de duinen en het achterland (Staelduinse Bos, zuidelijke stadsrand Den Haag, Duivenvoorde en de verbinding met de landgoederen in de Bollenstreek). Natte verbindingen sluiten met name aan bij historische waterstructuren (kreken, vaarten) en vormen schakels tussen de nattere milieus in de duinen en het achterland. Voor deze verbindingen is een robuuste maatvoering en een adequate opheffing van de barrièrewerking van grote infrastructuur van cruciaal belang.

Hier is aandacht voor bijvoorbeeld faunapassages over/onder wegen. Bij het tot stand brengen en in stand houden van een duurzaam en robuust groenblauw raamwerk is een beschermings- en ontwikkelingsgerichte strategie leidend. Bescherming van de huidige kwaliteiten en behoud van het open gebied gebeurt vooral door handhaving én realisatie van de landschapsstrategie, alsmede door het actief realiseren van nieuwe functies die gewenst zijn in het groenblauwe raamwerk. In de ISG zijn verschillende ecologische verbindingen benoemd. Een deel hiervan is inmiddels (deels) gerealiseerd. Deze verbindingen zijn op de landschapsstrategiekaart ook weergegeven. Het gaat dan om de natte ecologische verbindingszone rondom de Trekvaart, delen van de verbinding tussen de Keukenhof en de duinen, en de verbinding tussen de Coepelduynen naar de Noordduinen via de landgoederenzone. Delen ontbreken hiervan nog, maar zijn wel al opgenomen als uit te werken NNNgebieden. In het Programma LGDG wordt een verbinding tussen de Noordduinen, Nieuw Leeuwenhorst en Offem uitgewerkt. Het zoekgebied voor deze verbinding (moeras- en bosverbinding) is gelegen ten noordoosten van de bebouwde kom van Noordwijk en verbindt na afronding de Noordduinen – Landgoed Leeuwenhorst – Landgoed de Offem – Coepelduynen (Natura 2000).

Delen van deze verbinding zijn reeds ingericht met de gewenste elementen, zoals struweel, poelen, natuurvriendelijke flauwe oevers en bosjes met wilgen en elzen.

Versterken (historische) laanstructuren en buffergroen De historische laanstructuren lopen voornamelijk van noord naar zuid. Op veel plaatsen zijn deze historische lanen nog intact, maar er zijn ook verschillende plekken waar traditionele beplanting, zoals hagen of bomen ontbreken. Het versterken van deze laanstructuren biedt kansen om aan de ene kant cultuurhistorische kwaliteiten terug te brengen, en aan de andere kant om de groenblauwe dooradering te versterken en ontbrekende stukken groen met elkaar te verbinden. Zo kunnen deze lanen transformeren tot robuuste groenblauwe corridors. Deze lanen zijn daarmee ook aantrekkelijkere verkeersroutes voor fietsers en automobilisten. In de eigen openbare ruimte kunnen gemeenten ook buffergroen dat grenst aan de (historische) laanstructuren inzetten om meer ecologische en ruimtelijke kwaliteit te realiseren.

28

Speerpunt 8: groenblauwe landschapskamers In een specifiek deel van de Duin- en Bollenstreek zetten we in op een landschappelijke kamerstructuur. Dit is het deelgebied ‘Oostelijke strandwal’ ten zuidoosten van de Trekvaart. Dit groene raamwerk zorgt ervoor dat het landschap robuust genoeg is om de steeds groter wordende bebouwing (schaalvergroting) goed in te passen en in de toekomst te absorberen. Deze maatregelen zijn gebiedseigen en op enkele plekken in dit deelgebied al sterk aanwezig.

Bestaande groenblauwe landschapskamers aan de Essenlaan in Lisse Hierboven zien we een mooi voorbeeld van bestaande landschappelijke kamers aan de Essenlaan in Lisse. Deze kamers zijn niet open maar hebben wel veel kwaliteit. Het maken van groenblauwe landschapskamers is niet van toepassing bij bepaalde bestaande en waardevolle zichtlijnen. Zo blijft het vrije zicht op bijvoorbeeld de Ruïne van Teylingen een belangrijke kwaliteit. Het maken van groenblauwe landschapskamers past goed in de provinciale Bossenstrategie. Voor de bollenstreek is door de provincie de volgende opgave gedefinieerd: “toekomstbestendige bollenteelt in een kleinschalig landschap” In de duin- en bollenstreek worden kansen gezien om mét behoud van de bollenteelt bos en bomen toe te voegen op kavelniveau. Een groene dooradering van kleinschalige landschapselementen kan zonder een al te grote aanslag te doen op de ruimte veel meerwaarde toevoegen. Overhoeken die niet meer rendabel zijn, kunnen worden ingeplant met bosjes. Daarnaast liggen er kansen voor boomsingels en hagen, die hier van oudsher al veel voorkwamen. Door goed rekening te houden met de wijze waarop de grond wordt bewerkt, hoeft dit de opbrengst niet in de weg te zitten. Sterker nog: boomsingels dragen hier bij in de opbouw van organisch materiaal en ondersteunen bij natuurlijke plaagbestrijding.

Ten westen van Lisse vormt het landschap met houtwallen en watergangen met natuurvriendelijke oevers een fijnmazige verbinding van het Keukenhofbos met de Haarlemmermeer. Het uitwerken van de landschapskamers vormt nadrukkelijk geen blauwdruk voor het aangewezen gebied. Wel is het een strategie die geïntegreerd kan worden met de schaalvergroting van de Greenportbedrijven en herverkaveling op gebiedsniveau. Het vormt als het ware een uitgebreidere vorm van landschappelijke inpassing. Op projectniveau kan financiering worden gevraagd om bedrijfsuitbreiding samen te laten gaan met het aanleggen van (delen) van een nieuwe landschapskamer. Ook kan een teeltbedrijf hier zelf actief aan bijdragen. Dit wordt nader toegelicht in hoofdstuk 4.1 Vitale Greenport.

29

Speerpunt 9: groenblauwe kavelinrichting Dit speerpunt gaat over het groenblauw inrichten van kavels met streekeigen en cultuurhistorische landschapselementen. In principe komt elk kavel hiervoor in aanmerking, vandaar dat dit speerpunt niet specifiek is opgenomen op de kaart. Een groenblauwe kavelinrichting kan gebeuren op vrijwillige basis bij betreffende eigenaren en telers. Te denken valt aan de volgende maatregelen die goed in te passen zijn op agrarische kavels: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪

Aanplant van houtsingels Aanplant heggen en hagen Bloeminzaai op akkerranden en resthoeken Wintervoedselakkers3 maken Maken van rafelranden en rommelhoekjes Natuurvriendelijke oevers en zoetwateropslag op/langs kavels

Karakteristieke beuken- meidoorn- en ligusterhagen in het bollengebied Vroeger hadden de karakteristieke beuken- meidoorn- en ligusterhagen in het bollengebied een functie als windkering. Door de mechanisatie zijn veel hagen verdwenen. In de jaren ’90 van de vorige eeuw zijn de nog resterende hagen geïnventariseerd. Ooit was er in de gehele Duin- en Bollenstreek zo’n 270 kilometer aan hagen en heggen aanwezig. In 2000 was daar nog ongeveer 10 kilometer van over. De regio Holland Rijnland heeft in het verleden een stimuleringsfonds voor herstel van hagen en streekeigen erfbeplanting in het leven geroepen. Dankzij dit regionale project ‘Robuust Groen’ hebben veel agrariërs en andere bewoners in het buitengebied van de Bollenstreek hagen en ander streekeigen groen aangelegd op erven, langs percelen of in tuinen. Deze projecten zijn door ANLV Geestgrond uitgevoerd onder het motto ‘Bollenstreek mooi landschap’. Van 2000 tot 2024 is er zo’n 12 à 15 kilometer aan hagen gerealiseerd. Onder dit Programma LGDG is de doelstelling het toevoegen van gebiedseigen heggen en hagen. Samenwerking met de sector en gebiedspartners is hierbij gewenst en noodzakelijk. Zij weten immers het beste waar rafelranden en rommelhoekjes kunnen worden gecreëerd en landschappelijke elementen kunnen worden toegevoegd.

Maatregelen langs oevers Ook al worden maatregelen langs oevers niet veel toegepast, deze worden samen met andere maatregelen langs perceelranden (bloemenranden, heggen) wel als meest kansrijk gezien voor de 3

Wintervoedselakkers zijn akkers die voor 90-100% bestaan uit granen en kruiden die niet worden geoogst en ondergeploegd tot het volgende jaar (maart-mei). De zaden blijven op de akker. Hiermee zijn ze een belangrijke voedselbron en een schuilplaats voor overwinterende akkervogels zoals de veldleeuwerik, de gele kwikstaart en de graspieper.

30

natuur en om in te passen in de bedrijfsvoering. Historische sloten kunnen hiervoor ook worden gebruikt. Op kavelniveau en bij oevers zijn ook mogelijkheden om de koppeling te maken met de eerder beschreven opgave om water (langere tijd) te kunnen bergen. Telers zien in dat maatregelen voor biodiversiteit een voorwaarde van de maatschappij is om door te kunnen gaan met telen. Met financiële compensatie zijn er mogelijkheden. De aanwezige telers benadrukken dat voor biodiversiteitsherstel ook inwoners en gemeenten moeten kijken hoe zij zelf hieraan kunnen bijdragen. Daarvoor vinden zij het belangrijk dat bollentelers, gemeenten, en inwoners regelmatig geïnformeerd en geïnspireerd worden over biodiversiteit in de streek.

31

Bijlage - Ontstaansgeschiedenis landschap Duin-Bollenstreek De Duin- en Bollenstreek is niet alleen een gebied met een rijke natuurlijke landschappelijke geschiedenis, maar ook een regio waarin natuur, cultuur en economie op bijzondere wijze samenkomen en in honderden jaren gevormd zijn. Het landschap is nooit ‘af’ en altijd in ontwikkeling. Hoewel de geschiedenis van het landschap millennia terug gaat, zien we vandaag de dag een relatief jong landschap, wanneer we ons door de streek bewegen. Het ontstaan van het landschap met strandwallen en strandvlakten De Duin- en Bollenstreek, gelegen in het westen van Nederland, heeft zijn bijzondere landschap te danken aan een proces dat tienduizenden jaren geleden begon. Langs de kustlijn vormden zich zandbanken, die uiteindelijk boven het water uitstaken en zich ontwikkelden tot strandwallen. Achter deze strandwallen lagen lager gelegen strandvlakten, waar water zich ophoopte en veenvorming plaatsvond. Deze dynamische kustprocessen creëerden een afwisselend reliëf van hoger gelegen zandgronden en natte, voedselrijke vlakken. De strandwallen zijn de basis geworden voor de huidige duinen, terwijl de strandvlakten in de loop der tijd werden ontgonnen of verdroogden.

Strandwallen rond het jaar 100

Bollenstreek met strandwallen en strandvlakten (1645)

De Wildernisse van Hollandt In de middeleeuwen was een groot deel van de Duin- en Bollenstreek bedekt met uitgestrekte wildernissen van duinbegroeiing, moerassen en veengebieden. Deze gebieden stonden bekend als de "Wildernisse van Hollandt". De streek was ontoegankelijk en bood slechts beperkt mogelijkheden voor landbouw. Toch vormde deze ongerepte natuur een belangrijke barrière tegen overstromingen vanuit de zee. Met de groei van de bevolking en de behoefte aan meer landbouwgrond begon men delen van de wildernis te ontginnen. Door het graven van sloten en het droogleggen van veengebieden ontstonden de eerste cultuurlandschappen in de regio.

32

De landgoederen en buitenplaatsen In de Gouden Eeuw bloeide de economie van Holland, en rijke kooplieden en stedelingen lieten prachtige landgoederen en buitenplaatsen aanleggen in de Duin- en Bollenstreek. De hogere zandgronden van de strandwallen waren ideaal voor de bouw van deze luxe buitenhuizen, omringd door fraai aangelegde tuinen en parken. Voorbeelden hiervan zijn Keukenhof en Oud Poelgeest. Deze landgoederen combineerden recreatie met landbouw, vaak in de vorm van fruitteelt of het kweken van gewassen op de vruchtbare grond van de strandvlakten.

Bronnen; Schilderij ‘De Buitenpartij’, Dirck Hals Het afzanden en de zanderijen In de 17e en 18e eeuw nam de vraag naar zand toe, vooral voor stadsuitbreidingen en infrastructurele werken in Holland. Dit leidde tot het systematisch afgraven van de duinen in de streek. Grote zanderijen veranderden het landschap ingrijpend. Het zand werd afgevoerd via schepen en gebruikt om steden zoals Leiden en Haarlem te bouwen. Hoewel dit proces economisch van belang was, had het ook gevolgen voor de ecologie en het oorspronkelijke landschap. Veel duingebieden verdwenen, en in plaats daarvan ontstonden grote vlaktes die later voor andere doeleinden konden worden gebruikt.

Bronnen; Natuurlyke historie van Holland, deel 2, van Berkhey De geboorte van de bollenteelt De afgegraven duingronden bleken uitermate geschikt voor de bollenteelt, vanwege hun lichte, zandige structuur en goede drainage. In de 19e eeuw begon men in de Duin- en Bollenstreek met de grootschalige teelt van bloemenbollen, zoals tulpen, narcissen en hyacinten. Deze nieuwe vorm van landbouw zorgde voor een economische impuls in de regio en leidde tot de wereldwijde faam van de Nederlandse bloembollenindustrie. Het kleurrijke landschap van bloeiende bollenvelden is sindsdien een icoon van de streek en trekt jaarlijks duizenden toeristen van over de hele wereld.

33

Bronnen; Oude ansicht met hyacintenvelden, hagen en zanderijsloot in het zanderijlandschap Het huidige open cultuurlandschap van de Duin – en Bollenstreek De Duin- en Bollenstreek vormt anno 2025 een uniek cultuurlandschap. Uniek in die zin dat deze streek in de loop der eeuwen vrijwel volledig door mensenhanden is vormgegeven. Daarnaast is het uniek omdat dit type landschap nergens anders ter wereld voorkomt. In cultuurhistorisch opzicht is de Duin- en Bollenstreek, zowel nationaal als internationaal, uniek vanwege de afwisseling van verschillende bijzondere landschappen op een betrekkelijk kleine oppervlakte. Zo zijn er oude en jonge duinen (strandwallen), strandvlakten, zanderijen, oeverwallen langs de Rijn, veenweidegebieden, plassen en droogmakerijen. De cultuurhistorische waarde van de Duin- en Bollenstreek wordt extra versterkt doordat nog een aantal andere opvallende elementen in het landschap aanwezig zijn. Enkele voorbeelden hiervan zijn het scherpe contrast tussen duinen en zanderijen, bloembollenvelden, lange zichtlijnen, een patroon van hooggelegen wegen en zandsloten, weteringen, de trekvaart tussen Leiden en Haarlem, lintbebouwing, buitenplaatsen, een ridderhofstad, watertorens, bollenschuren met een bijzondere architectuur, duinrellen, oude beken en beukenhagen.

Samen vormen deze structuren en elementen een karakteristiek landschap dat op zeer veel plaatsen nog gaaf aanwezig is. Vandaar dat de Duin- en Bollenstreek met recht een cultuurhistorische schatkamer kan worden genoemd. De eeuwenoude strandwallen en strandvlaktes zijn kenmerkend voor de landschappelijke structuur van de Duin- en Bollenstreek. Ook de wijze waarop die nog steeds herkenbaar zijn in het huidige agrarische gebruik is typerend. Het patroon van strandwallen en strandvlaktes is in het hele kustgebied te vinden, maar in de Duin- en Bollenstreek zijn de strandwallen in de loop der eeuwen grotendeels afgegraven. Met name rond Hillegom, Lisse en Noordwijkerhout, maar ook bij Noordwijk en Katwijk, op enkele restanten na zoals het Keukenhofbos. Door de afgravingen zijn zanderijen ontstaan met regelmatige slotenpatronen en hoge wegen die nog altijd op het oude duinniveau liggen. De afgegraven strandwallen zijn cultuurhistorisch belangrijk omdat ze een zanderijenlandschap hebben opgeleverd, kenmerkend voor de Duin- en Bollenstreek en uniek in de wereld. Het zanderijlandschap, een onderdeel van het strandwallenlandschap, vormt een zeldzaam landschapstype. Voor de bollenteelt zijn de gronden op de afgegraven strandwallen belangrijk, omdat juist daar de 1e klas bollengrond (duinzand met een bepaalde korrelstructuur) te vinden is.

Die is met name voor de hyacintenteelt van eminent belang. Aan de ligging van graslanden is te zien waar ooit de moerassige strandvlakten lagen, de langgerekte groene laagten tussen de strandwallen. Sinds 1980 zijn echter steeds meer weilanden omgezet in bollengrond, omdat die grond winstgevender is. Het zand uit de ondergrond wordt hierbij naar boven gehaald (de zogeheten omspuiting). Niettemin kent de streek nog een aantal waardevolle graslanden waar veel vogels broeden zoals kievit, grutto, tureluur en allerlei eendensoorten. In dit verband kunnen worden genoemd: Vosse- en Weerlanerpolder, Elsbroekerpolder, Roodemolenpolder, Polder Boekhorst, Polder Hoogeweg en Elsgeesterpolder. Maar ook in de open bollenvelden broeden veel vogels. Van maart tot eind juni worden ze daar

34

nauwelijks gestoord, terwijl ze hun voedsel langs sloten en in nabijgelegen graslanden zoeken. Het gaat daarbij met name om veldleeuwerik, gele kwikstaart en patrijs. Sinds de jaren tachtig van de twintigste eeuw groeit de druk op het gebied van de greenportgemeenten binnen de Duin- en Bollenstreek. Als antwoord op de toenemende versnippering en dreigende verstedelijking is er in de streek een unieke samenwerking ontstaan van organisaties op het gebied van de bloembollenteelt, natuurbescherming, waterschapen, gemeenten en de provincie, die in 1996 resulteerde in “Het Pact van Teylingen”. Het Pact van Teylingen is voortgezet in het “Offensief van Teylingen” en de afspraken zijn ruimtelijke vertaald in de “Intergemeentelijke Structuurvisie Duin en Bollenstreek”(ISG). Voor de uitvoering ervan in het buitengebied is de Greenport Ontwikkelings Maatschappij (GOM) opgericht. De landschappelijke en cultuurhistorische waarden en kwaliteiten van de Duin- en Bollenstreek staan nog steeds zwaar onder druk als gevolg van de diverse ruimteclaims en verrommeling van het gebied. Om deze verrommeling een halt toe te roepen, zijn in dit programma wederom duidelijke ruimtelijke keuzes gemaakt. Hierbij is gezocht naar een optimale balans tussen de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten enerzijds en de ruimteclaims voor een vitale regio anderzijds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.hillegom.nl/api/v1/meetings/1715/documents/23585