02c Toelichting bestemmingsplan Sizo terrein Hillegom.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Sizo terrein, Hillegom Gemeente Hillegom
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.0534.BpSizoTerrein-VA01
Datum:
6 december 2023v2
Contactpersoon Buro SRO:
J. van Nuland
Kenmerk Buro SRO:
SR190267
Opdrachtgever:
V.O.F. SIZO Ontwikkeling
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
BTW nummer: KvK nummer: Rabobank rekeningnummer:
NL8187.16.071.B01 30232281 NL44.RABO.0142.1540.24 t.n.v. Buro SRO B.V. te Utrecht
2
Inhoudsopgave Bijlagen bij de toelichting ........................................................................................................................... 4 1 Inleiding ................................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 6 1.3 Geldende beheersverordening en bestemmingsplannen ................................................................................... 7 1.4 Opbouw bestemmingsplan ................................................................................................................................. 8 1.5 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 9
2 Het initiatief ........................................................................................................................................... 10 2.1 Analyse plangebied ........................................................................................................................................... 10 2.2 Stedenbouwkundig plan ................................................................................................................................... 10
3 Beleidskader .......................................................................................................................................... 16 3.1 Rijksbeleid ......................................................................................................................................................... 16 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 19 3.3 Regionaal beleid ................................................................................................................................................ 25 3.4 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 28
4 Uitvoerbaarheid ..................................................................................................................................... 36 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 36 4.2 Milieu ................................................................................................................................................................ 37 4.3 Waterhuishouding............................................................................................................................................. 51 4.4 Ecologie ............................................................................................................................................................. 55 4.5 Stikstofdepositie................................................................................................................................................ 58 4.6 Archeologie ....................................................................................................................................................... 59 4.7 Cultuurhistorie ..................................................................................................................................................
62 4.8 Duurzaamheid ................................................................................................................................................... 62 4.9 Verkeer en parkeren ......................................................................................................................................... 65
5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................................... 68 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 68 5.2 Verbeelding ....................................................................................................................................................... 68 5.3 Planregels .......................................................................................................................................................... 68 5.4 Wijze van bestemmen ....................................................................................................................................... 69
6 Economische uitvoerbaarheid .............................................................................................................. 71 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 72 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 72 7.2 Burgerparticipatie ............................................................................................................................................. 72 7.3 Verslag artikel 3.1.1 Bro overleg ....................................................................................................................... 73 7.4 Verslag zienswijzen ........................................................................................................................................... 75
3
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Sizo terrein, Hillegom-Noord Bijlage 2: Aanvullend bodemonderzoek tpv stelconplaten Sizo terrein, Hillegom-Noord Bijlage 3: Aanvullend onderzoek asbest bodem Sizo terrein, Hillegom-Noord Bijlage 4: Akoestisch onderzoek wegverkeerlawaai Sizo terrein, Hillegom-Noord bijlage 4a: Memo bedrijven en milieuzonering Bijlage 5: Akoestisch onderzoek omliggende bedrijven Bijlage 6: Quickscan flora en fauna Sizo terrein, Hillegom-Noord Bijlage 7: Vervolgonderzoek flora en fauna Sizo terrein, Hillegom-Noord Bijlage 8: Marteronderzoek Sizo terrein, Hillegom-Noord Bijlage 9: Ecologisch werkprotocol Sizo terrein, Hillegom-Noord Bijlage 10: AERIUS-berekening Sizo terrein, Hillegom-Noord (november 2023) Bijlage 11: Archeologisch onderzoek Sizo terrein, Hillegom-Noord (versie 2.0) Bijlage 12: Proefsleuven onderzoek archeologie Bijlage 13: Verkeerskundig onderzoek Sizo terrein, Hillegom-Noord Bijlage 14: Reactiedocument op Jansen & Jansen Bijlage 15: Te verwijderen groen bouwplaatsinrichting en wegontwerp Bijlage 16: Te verwijderen groen Bijlage 17: Aanmeldnotitie MER Bijlage 18: MER Beoordelingsbesluit Bijlage 19: Archeologische opgraving Weeresteinstraat Bijlage 20: Evaluatierapport archeologie Bijlage 21: Nota zienswijzen
4
1 Inleiding 1.1 Aanleiding In het noorden van de gemeente Hillegom is het plangebied gelegen dat ook wel bekend staat als het Sizo terrein. Voorheen lagen hier de sportvelden van voetbalvereniging Sizo. Echter is voetbalvereniging Sizo vooral verdergegaan als zaalvoetbalvereniging. De sportvelden zijn verplaatst naar het Sportpark De Zanderij, dat in 2013 heringericht is met sportvelden en een nieuw clubgebouw. De Ontwikkelcombinatie V.O.F. SIZO Ontwikkeling is voornemens om op het Sizo terrein woningbouw mogelijk te maken. Het plan bestaat uit de realisatie van maximaal 309 woningen (283 koopwoningen + 26 sociale huurwoningen) van verschillende woningtypen. Met het plan wordt aangesloten op een dorps karakter, welke passend is bij de identiteit van Hillegom. De openbare ruimte krijgt een groene uitstraling en wordt voorzien van voldoende parkeervoorzieningen. In de geldende beheersverordening 'De Polders', vastgesteld op 17 oktober 2013, beschikken de gronden van het plangebied over de bestemming 'Recreatie' met de functieaanduiding 'sportveld'. Het beoogde initiatief om op de locatie woningbouw mogelijk te maken past niet binnen de mogelijkheden van het geldende bestemmingsplan. Derhalve dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet hierin.
5
1.2 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen op de locatie van de voormalige sportvelden van Voetbalvereniging Sizo in het noorden van de kern Hillegom. Aan de west (gedeeltelijk)-, noord-, oost- en zuidzijde van de planlocatie wordt het gebied begrensd door bedrijvigheid. Ten westen van het plangebied is de kleine woonwijk Patrimonium gelegen met daarachter de Weeresteinstraat (N208). Het plangebied is kadastraal bekend als de gemeente Hillegom, sectie B, percelen 4648, 4677, 4678, 5914 (deels) en 6529 (deels). De navolgende afbeeldingen tonen de globale ligging en begrenzing van het plangebied.
Globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: Google Maps)
Globale begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: Google Maps)
6
1.3 Geldende beheersverordening en bestemmingsplannen De planlocatie ligt gedeeltelijk binnen de plangrenzen van de geldende beheersverordening 'De Polders', vastgesteld door de raad van de gemeente Hillegom op 17 oktober 2013. De gronden zijn voorzien van de bestemming 'Recreatie' en beschikken over de functieaanduiding 'sportveld'. De voor 'Recreatie' bestemde gronden zijn bestemd voor dagrecreatie met de daarbij behorende voorzieningen. De gronden ter plaatse van de functieaanduiding 'sportveld' zijn bestemd voor sportvelden. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding van de beheersverordening 'De Polders'.
Uitsnede geldende beheersverordening 'De Polders', plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Binnen het plangebied gelden drie dubbelbestemmingen. De gronden met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2' zijn mede bestemd voor het behoud en bescherming van archeologische waarden. De zuidwestelijke rand van het plangebied beschikt over de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering'. Deze gronden zijn mede bestemd voor (de bescherming van) waterkeringen, watersystemen als fysiek systeem van waterlopen en andere met de waterhuishouding samenhangende voorzieningen en waterbergingsgebieden. De ontwikkeling van woningbouw is in strijd met de geldende beheersverordening. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Voorliggend bestemmingplan voorziet hierin. Daarnaast geldt voor een deel van de oostelijk en zuidelijk gelegen gronden het bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen', vastgesteld door de raad van de gemeente Hillegom op 23 januari 2014. De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan.
7
Uitsnede geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen', plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De oostelijk en zuidelijk gelegen gronden zijn voorzien van de bestemmingen 'Groen', 'Verkeer' en 'Water'. De bestemming 'Groen' is opgenomen voor o.a. de groenvoorzieningen en water, voet- en fietspaden, ontsluitingswegen en parkeervoorzieningen. De gronden met de bestemming 'Verkeer' zijn hoofdzakelijk bestemd voor wegverkeer met ten hoogste twee rijstroken en de bestemming 'Water' voor water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Tevens geldt voor de gronden van het plangebied het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren', vastgesteld door de gemeente Hillegom op 26 januari 2017. Het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren' heeft tot doelstelling om voor de bestemmingsplannen van de gemeente Hillegom die daar nog niet in voorzien, de juridische link te leggen met “geldend parkeerbeleid” waar gemeentelijke parkeernormen onderdeel vanuit maken. De gemeente Hillegom heeft op 15 oktober 2020 het bestemmingsplan 'Parapluplan Wonen, Hillegom' vastgesteld. Dit bestemmingsplan geldt voor het zuidelijke deel van het grondgebied. In het parapluplan zijn de begrippen, zoals wonen, woning en huishouden overgenomen uit dit plan alsmede ook de generieke gebruiksbepaling. Op 15 juli 2021 is het 'Omgevingsplan Hillegom Buitengebied en de Zanderij' vastgesteld door de raad van de gemeente Hillegom. Dit omgevingsplan geldt voor de ten noordoosten gelegen gronden van het Sizo-terrein.
Het omgevingsplan is vooruitlopend op de invoering van de Omgevingswet vastgesteld. De komende jaren moet het omgevingsplan steeds meer regels gaan bevatten, zodat uiteindelijk alle regels over de fysieke leefomgeving in het omgevingsplan samenkomen.
1.4 Opbouw bestemmingsplan Het bestemmingsplan is een bindend plan voor zowel overheid als burgers. In een bestemmingsplan wordt de bestemming, ofwel de functie van de grond aangewezen. Ook geeft het bestemmingsplan regels over het gebruik van de grond en hetgeen daarop gebouwd mag worden. Omgevingsvergunningen moeten worden getoetst aan het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, een verbeelding en planregels.
8
Toelichting De toelichting wordt opgesteld overeenkomstig artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de toelichting is opgenomen:
• •
een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen;
• •
de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 Bro bedoelde overleg;
•
een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan.
•
een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek;
Indien bij de voorbereiding van het bestemmingsplan geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, worden in de toelichting, conform artikel 3.1.6 lid 2 Bro, ten minste neergelegd:
• • •
een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het plan begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken.
Verbeelding De verbeelding, een kaart, geeft de bestemming van de grond aan met daarbij eventuele aanduidingen zoals bijvoorbeeld bouwvlakken. Door op de verbeelding te kijken, is te zien welke bestemmingen en mogelijke aanduidingen er gelden. De verbeelding omvat de laatste afspraken omtrent InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO) en Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Planregels De planregels geven de gebruiksmogelijkheden aan van de grond en, vaak ook op welke wijze de gronden bebouwd mogen worden. In het vormgeven van de planregels wordt aangesloten bij de SVBP 2012.
1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante Rijks-, provinciale, regionale en gemeentelijke beleid en de relevante wetgeving opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Tevens wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens een juridische planbeschrijving gegeven. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van de inspraak en overlegmomenten zijn opgenomen.
9
2 Het initiatief 2.1 Analyse plangebied Het plangebied ligt in het noorden van Hillegom, waar voorheen de sportvelden van voetbalvereniging Sizo gelegen waren. De sportvelden zijn reeds verplaatst, waardoor de locatie vrijgekomen is voor woningbouw. De locatie kenmerkt zich door twee open grasvelden die gescheiden worden door een in oost-westelijke richting lopende houtwal. Het grootste gedeelte van het plangebied is onverhard. Langs de randen van het plangebied zijn verschillende watergangen, sloten en greppels met veel groen te vinden. Aan de westzijde van het plangebied grenst een kleine woonwijk, genaamd Patrimonium, bestaande uit rijwoningen. Deze wijk is rond 1925 als tuindorp gebouwd. In 2021 zijn de voorbereidingen gestart voor de sloop- en nieuwbouw van 24 woningen aan de Talmastraat in de wijk Patrimonium. Na de renovatie en deels sloop-nieuwbouw in 2013 is het karakter van een tuindorp terug gebracht. Rond het plangebied en de wijk Patrimonium bevinden zich bedrijventerreinen. De bedrijfsactiviteiten op deze bedrijventerreinen variëren van milieucategorie 2 t/m 4.1. Aan de noordoostzijde grenst het plangebied aan agrarische gronden. In de huidige situatie is het plangebied enkel vanaf de zuidzijde te bereiken via de Horst ten Daallaan. De Weeresteinstraat (N208) ligt ten westen van het plangebied.
De gemeente Hillegom kenmerkt zich door de agrarische (glas)tuinbouw in de omgeving. Met name ten westen van Hillegom is de (glas)tuinbouw geconcentreerd. Verder ten oosten van het plangebied loopt de Ringvaart, die tevens de gemeentegrens is.
2.2 Stedenbouwkundig plan De voormalige sportvelden in het noorden van Hillegom, ook wel bekend als het Sizo terrein, worden herontwikkeld tot een groene woonwijk. De ambitie is om een modern tuindorp te ontwikkelen welke aansluit op de ten westen gelegen wijk 'Patrimonium'. Het plan bestaat uit een opzet van bebouwing en groen, waarbij een duidelijk onderscheid bestaat tussen openbaar en privé. Door de wijk loopt van noord naar zuid een groene parkstrook die aansluit op het overige groen in de wijk. Deze groene parkstrook kruist de van oost naar west gerichte houtwal. Ondanks het relatief grote aantal woningen wordt er met het plan ook veel groen gerealiseerd. Met het vele opgaande groen, de parkstrook, de voortuinen en groene erfafscheidingen kan de woonwijk een groen tuindorp genoemd worden. Naast het groen in de wijk wordt ook de waterstructuur geoptimaliseerd. De waterstructuur aan de oostzijde van het plangebied wordt aangepast en een koppeling zorgt voor een verbeterde doorstroming. Natuurlijke oevers zullen zorgen voor het versterken van de biodiversiteit. Met de ontwikkeling van de wijk wordt er een robuuste ontsluiting aangelegd die in het zuiden aansluit op de Horst ten Daallaan. Binnen de gehele wijk geldt een snelheidsregime van maximaal 30 km/uur. De blokken zijn goed bereikbaar met de nieuw aan te leggen verkeersstructuur.
Tevens wordt er voorzien in voldoende parkeerplaatsen. Omdat het plangebied een eenzijdige ontsluiting kent is voorzien in een calamiteiten route. In geval van een calamiteit kan het plangebied via een route door de centrale groene as ontsloten worden.
10
De wijk wordt opgezet in vier duidelijk geconcentreerde blokken met maximaal 309 woningen. Het programma bestaat uit een diversiteit aan woningen voor verschillende doelgroepen. De wijk bestaat uit koop- en huurwoningen in zowel de sociale, prijsgebonden als de vrije sector. Het woongebied in het westen van het plangebied biedt ruimte voor de ontwikkeling van maximaal 26 sociale huurwoningen.
Voorlopig stedenbouwkundig ontwerp (bron: Faro Architecten BV)
11
Blok West In Blok West zijn grondgebonden woningen, appartementen en duplexwoningen beoogd. De grondgebonden woningen beschikken elk over een (achter)tuin. De parkeerplaatsen worden in de openbare ruimte gerealiseerd. In het meest westelijke deel van het plangebied is ruimte voor de ontwikkeling van maximaal 26 sociale huurwoningen. De navolgende afbeelding toont de beoogde verkaveling van Blok West.
Beoogde verkaveling Blok West (bron: Faro Architecten BV)
12
Blok Oost In het noordoosten van het Sizo terrein wordt Blok Oost ontwikkeld. Blok Oost bestaat uit woningen in de vrije sector en prijsgebonden koopwoningen. De woningen in de vrije sector betreffen grondgebonden rijwoningen en de prijsgebonden koopwoningen bestaan uit appartementen en duplexwoningen. De achtergevels en -tuinen zijn naar elkaar toe georiënteerd. In het midden van het blok worden parkeerplaatsen gerealiseerd. De noord- en oostrand van dit blok zijn voorzien van een groenstrook, aan de westzijde is de parkstrook van noord naar zuid opgenomen. De navolgende afbeelding toont de beoogde verkaveling van Blok Oost.
Beoogde verkaveling Blok Oost (bron: Faro Architecten BV)
13
Blok Midden Voor Blok Midden zijn enkel woningen in de vrije sector beoogd. Ook in dit blok zijn de achtergevels- en tuinen naar elkaar toe georiënteerd en worden er in het midden en aan de oostzijde van het blok parkeerplaatsen gerealiseerd. Ten westen van het blok ligt de parkstrook. Dit gedeelte van het plangebied zal niet toegankelijk zijn voor auto's. De navolgende afbeelding toont de beoogde verkaveling van Blok Midden.
Beoogde verkaveling Blok Midden (bron: Faro Architecten BV)
14
Blok Zuid Het meest zuidelijk gelegen blok (Blok Zuid) bestaat uit rijwoningen in de vrije sector en prijsgebonden koopwoningen. Voor het prijsgebonden programma zullen appartementen en duplexwoningen ontwikkeld worden. Deze zijn in het meest zuidelijke gedeelte van het plangebied beoogd. Net als in de andere blokken zijn ook hier de achtergevels en -tuinen naar elkaar toe georiënteerd met parkeerplaatsen in het midden. In het meest zuidelijke gedeelte is de toegang tot de woonwijk. De toegang wordt voorzien van veel groen. De navolgende afbeelding toont de beoogde verkaveling van Blok Zuid.
Beoogde verkaveling Blok Zuid (bron: Faro Architecten BV)
15
3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het Rijk zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en het realiseren van nieuwe woningen wat bijdraagt aan sterke en gezonde regio's. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken.
Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en op 1 oktober 2012, 1 juli 2014 en 1 juli 2016 op onderdelen aangevuld. Planspecifiek Het plan valt niet binnen één van de projecten aangewezen in het Barro. Daarnaast is het project vanwege de aard en schaal niet direct van nationaal belang. Vanuit de Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan.
16
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' die op 1 juli 2017 in werking is getreden. De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 1 - 4 Bro als volgt omschreven: 1.
2.
3.
4.
Een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor gaan vergezeld van een toelichting, waarin zijn neergelegd: a. een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen; b. een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; c. de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; d. de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; e. een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; f. de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, ligt tussen de 9 en 14 nieuwe woningen afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van maximaal 309 woningen. Derhalve wordt het plan gezien als stedelijke ontwikkeling en dient het plan getoetst te worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
17
Bestaand stedelijk gebied Het bestaand stedelijk gebied wordt volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ’bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Het plangebied bevindt zich op de voormalige locatie van de sportvelden van voetbalvereniging Sizo. Daarnaast zijn er rond het plangebied bedrijven en woningen aanwezig. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat het plangebied binnen bestaand stedelijk gebied ligt. In toelichting paragraaf 3.2.1 wordt ingegaan op de Omgevingsvisie Zuid-Holland. Uit de Kwaliteitskaart Provincie Zuid-Holland blijkt dat het plangebied een inbreidingslocatie binnen stads- en dorpsgebied betreft. Behoefte Uit de 'Regionale Woon agenda Holland Rijnland 2017', welke in toelichting paragraaf 3.3.1 wordt behandeld, blijkt dat er een regionale nieuwbouwopgave van tussen de 23.500 en 30.000 woningen bestaat. Daarnaast is voor de opvang van de verstedelijkingsdruk vanuit Amsterdam en eventueel Den Haag nieuwbouw gewenst in het noorden van de regio Holland Rijnland. Er kan dan ook gesteld worden dat er een grote regionale behoefte aan woningen is.
Conclusie Er kan geconcludeerd worden dat het voorgenomen plan voldoet aan de Ladder voor duurzame verstedelijking.
18
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2023. Bij de laatste wijziging is de Module Soortenbeleid ingepast. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen: 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:
•
het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;
• • • • • •
de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht;
2.
Ambities en sturing
het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.
De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, provinciaal belang en maatwerk. De provincie heeft zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:
• • • • • •
naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level; naar een levendig meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
19
3.
Omgevingskwaliteit
Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:
•
een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;
•
een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit; een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.
•
4.
Beleidskeuzes
De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid Holland). Planspecifiek 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur is voor het beoogde initiatief niet specifiek van belang gezien de aard en omvang van het initiatief. 2.
Ambities en sturing
De ambities van de provincie zijn niet specifiek van toepassing voor het beoogde initiatief, maar vormen tevens geen belemmering voor de herontwikkeling. 3.
Omgevingskwaliteit
Voor de beoogde ontwikkeling is de omgevingskwaliteit wel van belang. Hiervoor zullen de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. Laag van de ondergrond Het plangebied is gelegen in het kustcomplex. Het kustlandschap is opgebouwd uit een opeenvolging van zee, strand, jonge duinen, strandvlakten en strandwallen parallel aan de kust. Veel strandwallen zijn in de loop van de tijd vergraven voor het zand of de bollenteelt, waardoor het kenmerkende reliëf is verdwenen. Bij ontwikkelingen in het kustcomplex horen de volgende richtlijnen:
• • •
Ontwikkelingen versterken en gebruiken waar mogelijk de natuurlijke dynamiek en omstandigheden van de kust (duinen, strand en voordelta/vooroever). Ontwikkelingen houden het verschil herkenbaar tussen “hoog en droog” en “laag en nat” en bouwen voort op de parallelle kuststructuur. Veiligheidsmaatregelen zijn mede gericht op het versterken van het natuurlijk kustkarakter.
Het westelijke gedeelte van het plangebied is gelegen in het strand- en duinlandschap. Dit is een reliëfrijk, overwegend niet gecultiveerd, zandlandschap van strand en jonge duinen met hoge natuur- en recreatiewaarden. Natuurlijke processen als verstuiving, vernatting en bosvorming zijn duidelijk zichtbaar door de voortdurende dynamiek van zand, golven en wind. Ontwikkelingen dragen bij aan of versterken de bijzondere landschappelijke en natuurlijke kwaliteit van het strand en de duinen en dragen zorg voor het behoud van het openbare karakter.
20
Binnen het plangebied zijn geen kenmerken van het kustcomplex en het strand- en duinlandschap aanwezig. Daarbij bestond het plangebied voorheen uit sportvelden. De navolgende afbeelding laat zien dat het plangebied onderdeel uitmaakt van het bestaande dorpsgebied.
uitsnede kwaliteitskaart
Laag van cultuur- en natuurlandschappen Het bollenlandschap is ontstaan door het vergraven van oude duinen en strandwallen en de aanleg van een fijnmazig vaartenstelsel ten behoeve van de bollenteelt. De ruimtelijke structuur wordt bepaald door een afwisseling van parallel aan de kustlijn gelegen open en verdichte zones. Voor het bollenlandschap gelden de volgende richtpunten:
• • •
Ontwikkelingen dragen bij aan het contrast tussen de open en nog gave strandvlakten en de voor de bollenteelt in cultuur genomen (afgezande) oude duinen en strandwallen. Verdichting vindt plaats in reeds bestaande verdichte zones. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud en versterking van het zicht op de bollenvelden en de aantrekkelijkheid van het bollenlandschap.
De ontwikkeling vindt plaats in bestaand stedelijk gebied met rond het plangebied bedrijvigheid en woningen. Gesteld kan worden dat de ontwikkeling plaatsvindt in een reeds bestaande verdichte zone. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bollenvelden aanwezig, waardoor het zicht hierop niet versterkt kan worden. Laag van de stedelijke occupatie Elk dorp ontwikkelt zijn eigen identiteit en bouwt voort op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap. Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Tevens dragen ontwikkelingen bij aan het versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur. Tevens is een deel van het plangebied gelegen aan de stads- en dorpsrand. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, contact of overlap). Met de ontwikkeling van het Sizo terrein wordt aangesloten op het dorpse karakter van Hillegom. Het plan voorziet in verschillende typen woningen. Daarbij wordt het versterken van de stedelijke groen- en waterstructuur niet uit het oog verloren.
21
4.
Beleidskeuzes
De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze: 'Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Het ruimtelijke kwaliteitsbeleid bestaat uit de voorgenoemde lagen van de kwaliteitskaart. Daarnaast zijn er gebiedsprofielen opgesteld, gezamenlijk met decentrale overheden en andere partijen in de regio. De gebiedsprofielen hebben de status van handreiking, maar nadrukkelijk niet de status van toetsingskader. Het plangebied valt binnen het gebiedsprofiel 'Duin- en Bollenstreek'. Voor elk gebiedsprofiel zijn meerdere kaarten beschikbaar. Hieronder worden alleen de voor het plangebied relevante kaarten besproken die een aanvulling vormen op de reeds genoemde aspecten van de kwaliteitskaart: Natuurlijke duinen Het westelijke gedeelte van het plangebied is op de kaart 'Natuurlijke duinen' aangegeven als strandwal. Door afgravingen van de oude duinen en de strandwallen veranderde het geaccidenteerde oude duinlandschap in het vlakke zanderijenlandschap. Het zand werd afgegraven en voor ophogingen in onder andere Haarlem en Leiden gebruikt. De ontzanding betekende dat het nieuwe maaiveldniveau voor een deel aanzienlijk lager kwam te liggen dan de oude bewoningslinten op de strandwallen. De oorspronkelijke landschappelijke opbouw is nog zichtbaar in de noord-zuid oriëntatie van de hoofdstructuur, de locaties van landgoederen en bossen en in het patroon van zanderijvaarten.
Het oostelijke gedeelte is aangewezen als strandvlakte. Door afgraving van de strandwallen zijn de hoogteverschillen tussen de strandwallen en –vlaktes nauwelijks nog zichtbaar. Oorspronkelijk waren de lager gelegen en natte strandvlaktes graslanden, vandaag vindt op een groot deel van de strandvlaktes ook bollenteelt plaats. Het nieuwbouwprogramma dient gekoppeld te worden aan dorpen en linten op de voormalige strandwallen, zodat de strandwallen niet compleet verdichten. Voor de strandwallen geldt dat de nog gave graslanden op de strandvlaktes in stand gehouden dienen te worden. De beoogde ontwikkeling vindt plaats in de kern Hillegom. Hiermee wordt de kern verdicht en blijven de gave graslanden op de strandvlaktes in andere gebieden in stand gehouden. Kwaliteit in stads- en dorpsgebied De kernen in de Duin- en Bollenstreek zijn allemaal zandnederzettingen. Zij zijn meestal ontstaan uit agrarische nederzettingen op de strandwallen. De meeste dorpen liggen midden op een brede strandwal zodat uitbreiding in alle richtingen mogelijk was, alleen Warmond ligt op een smalle strandwal direct grenzend aan het veenweidegebied. Bij een zandnederzetting geldt de ambitie dat elke kern zijn eigen identiteit ontwikkelt. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt gebruik gemaakt van de groen- en waterstructuur als onderdeel van het stads- en dorpsontwerp.
De herontwikkeling van het plangebied sluit aan op de identiteit van Hillegom. Daarbij wordt de openbare ruimte voorzien van een groene inrichting en wordt de waterstructuur versterkt. Tevens is het plangebied gelegen aan de stads- en dorpsrand. Dorpsranden aan het bollenlandschap of aan de graslanden hebben een directe relatie met het landschap. De rand is herkenbaar ten opzichte van het landschap door het onderscheid tussen de beslotenheid van stad of dorp en de openheid van het landschap. De afzonderlijke kernen moeten zichtbaar blijven. Bij nieuwe ontwikkelingen wordt zorggedragen dat ze een nieuwe heldere landschappelijke afronding vormen voor het dorp of de stad. De randen van het plangebied krijgen een groene inrichting met bomen. Hierdoor ontstaat er een heldere en groene rand naar het open landschap ten noordoosten van het plangebied. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie. De ruimtelijke kwaliteit wordt niet aangetast en er wordt aangesloten bij de gebiedsprofielen. De beoogde herontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie, en is in lijn met de provinciale ambities.
22
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 1 augustus 2020 vastgesteld, maar formeel nog niet in werking getreden. De inwerkingtreding is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 is vastgelegd in een koninklijk besluit. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsverordening. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.
b.
c.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: i. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid; als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: i. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en ii. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid.
Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van inpassen (sub a), omdat de ontwikkeling zich afspeelt op het niveau van een kavel en past bij de aard en de schaal van het gebied. Met de stedenbouwkundige invulling van de beoogde nieuwbouw is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande gebiedsidentiteit. De relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en gebiedsprofielen zijn in toelichting paragraaf 3.2.1 toegelicht. Hieruit blijkt dat het beoogde plan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart en gebiedsprofielen voldoet. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat 'een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende eisen: a.
b.
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte.'
Bij het voorgenomen plan is in toelichting paragraaf 3.1.3 ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking. Sub b is niet van toepassing, omdat de ontwikkeling binnen het bestaand stads- en dorpsgebied is voorzien. Daarmee wordt er voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.
23
Regionale waterkeringen In artikel 6.22 van de omgevingsverordening wordt gesteld dat gronden waarop een regionale waterkering ligt als bedoeld in artikel 2.2, bestemd zijn voor een waterkering. De beschermingszone langs de regionale waterkering wordt als zodanig bestemd. Het bestemmingsplan mag geen belemmeringen veroorzaken voor het onderhoud, de veiligheid of de mogelijkheden voor versterking van de regionale waterkering. De bestemming 'Waterstaat - Waterkering', zoals aanwezig in het geldende bestemmingsplan 'De Polders', wordt in de bestemmingsplan overgenomen. Klimaatverandering In artikel 6.50 'risico's van klimaatverandering' wordt gesteld dat er in een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de risico's van klimaatverandering. Hierbij dienen onderwerpen zoals wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte behandeld te worden. In toelichting paragraaf 4.8 wordt nader ingegaan op de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptatie. Conclusie Gezien het voorgaande dient er geconcludeerd te worden dat er geen belemmeringen zijn voor het voorgenomen plan vanuit de Omgevingsverordening.
24
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Regionale Woon Agenda Holland Rijnland 2023 De Regionale Woonagenda (RWA) vloeit voort uit de Omgevingsagenda en heeft als hoofddoel de versterking van het wonen in de regio. Dit wordt bereikt door enerzijds een betere afstemming tussen vraag en aanbod op de regionale woningmarkt te bevorderen. Anderzijds worden beslissingen genomen die de kwaliteit van wonen in de regio verbeteren. Hierbij worden specifieke uitdagingen aangepakt, zoals het bouwen van voldoende sociale huurwoningen, het huisvesten van de vergrijzende bevolking, en het adresseren van bijzondere doelgroepen als gevolg van extramuralisering en de huisvestingsbehoefte voor groepen die buiten de reguliere voorzieningen vallen. Een nieuwe RWA ondersteunt de gemeenten door duidelijke kaders en richtlijnen te bieden bij het aanpakken van deze uitdagingen. De totstandkoming van deze geactualiseerde Regionale Woonagenda (RWA) verliep in verschillende fasen: 1. 2.
3.
4. 5.
Verdieping: Een woningmarktanalyse werd uitgevoerd om de behoeften in kaart te brengen. Eerste contouren: De contouren van de agenda werden geformuleerd in een verhaal van de regio. Dit werd scherp gesteld in ambtelijke en bestuurlijke overleggen met vertegenwoordigers van alle gemeenten. Dialoog: In een reeks interviews met belanghebbenden zoals corporaties, ambtenaren, ontwikkelaars, welzijnsorganisaties, zorgpartners en de urgentiecommissie werden de uitdagingen die uit het onderzoek naar voren kwamen besproken. Op 3 november 2021 vond ook een Themacafé plaats. Rapportage: Een concept-analyse werd opgesteld en besproken tijdens verschillende overleggen op ambtelijk en bestuurlijk niveau, met vertegenwoordigers van alle gemeenten. Opstellen agenda: Op basis van de besprekingen over de concept-analyse is deze geactualiseerde RWA opgesteld.
De woningbehoefte komt uit op 30.500 nieuwe woningen vergeleken met 22.800 in de vorige prognose. Voor de periode 2021-2030 zijn plannen voor circa 36.500 woningen (direct uitvoerbaar, passende kansen en plannen op basis van afspraken). Als plannen uitvallen of vertragen halen we onze doelstellingen mogelijk niet. Houden we rekening met planuitval en -vertraging (30%), dan is de ruimte om plannen te programmeren 39.650 woningen. Planspecifiek Tot 2030 ligt er voor de regio Holland Rijnland een regionale nieuwbouwopgave van 36.500 woningen. Deze woningen moeten de regionale druk op de woningmarkt op gaan vangen. Daarnaast is nieuwbouw gewenst om de verstedelijkingsdruk vanuit Amsterdam en eventueel Den Haag op te vangen. Om te voorzien in deze opgave is woningbouw aan de noordzijde van de regio, waar het plangebied gelegen is, gewenst. Het toevoegen van maximaal 309 woningen in het noorden van Hillegom levert hier een bijdrage aan. Bij toevoeging van nieuwe woning wordt specifiek rekening gehouden met de navolgende uitgangspunten: 1. 2. 3.
4.
We realiseren diverse woonwijken in een compacte setting met gezonde vergroening van de bebouwde omgeving als uitgangspunt; Daar waar het binnenstedelijk of binnen de kern niet meer past, benutten we de kansen die er liggen om de kwaliteit van de stads- en kernranden te versterken via landschappelijke verstedelijking; We werken aan veelkleurige en vitale kernen ook buiten de verstedelijkingsas. Met het oog op de leefbaarheid voegen we buiten de as beperkt woningen toe primair gericht op de behoefte van de lokale bewoners en de vitaliteit van de kern. Gemeenten geven hier via lokaal beleid invulling aan met oog voor de Ladder duurzame verstedelijking; We betrekken het belang van de energietransitie, klimaatadaptief bouwen, circulariteit, bereikbaarheid en netcapaciteit bij verdere keuzes en planontwikkeling.
25
3.3.2 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport 2016 In juli 2016 is door de betrokken gemeenteraden de herziening van de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Duin- en Bollenstreek 2016 (ISG2016) vastgesteld. Het doel van deze structuurvisie is drieledig:
•
het gedetailleerder dan in de Regionale StructuurVisie (RSV) vastleggen van het ruimtelijke ontwikkelingskader voor de vitalisering van de Duin- en Bollenstreek tot en met 2030;
•
het, in tegenstelling tot de RSV, wettelijk verankeren van het ontwikkelingskader als zelfbindend ontwikkelingskader voor de greenportgemeenten;
•
het verschaffen van een planologisch juridische basis voor het verevenen van plankosten op basis van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro).
De ISG2016 heeft een integraal karakter en geldt voor nagenoeg het hele buitengebied van de zes greenportgemeenten. Het beleid richt zich hoofdzakelijk op de toekomstige ruimtelijk-functionele ontwikkeling van het buitengebied. Met als doel een gemeenschappelijk inzet voor de herstructurering en revitalisering van de Greenport Duin- en Bollenstreek. Dit in samenspraak met verbetering van de natuurlijke, landschappelijk en recreatieve kwaliteiten. Om het doel te bereiken hanteren de gemeenten een aantal pijlers voor het ruimtelijk beleid tot 2030, te weten:
•
faciliteren van de herstructurering, versterking en vernieuwing van het gehele bollen-, vaste plantenen bloemencomplex in combinatie met verbetering van het landschap;
• • •
realiseren van de daarvoor benodigde ruimtelijke functiewijzigingen in de Duin- en Bollenstreek; bijdragen aan de sociaaleconomische vitaliteit van de greenportgemeenten; bijdragen aan de verbetering van de bereikbaarheid van de gehele regio Holland-Rijnland.
Planspecifiek Het plangebied is niet gelegen in een gebied dat is aangewezen voor 'Herstructurering naar vitale Greenport met landschapsverbetering en integratie wateropgaven, sanering, schaalvergroting en intensivering van het bollencomplex'. Wel ligt de planlocatie in het 'Stedelijk gebied'. Op de kaart van de ISG2016 staat de planlocatie aangegeven als ontwikkelingslocatie wonen en werken (locatie Hillegom Weerestein - W). De navolgende afbeelding toont een uitsnede van de afbeelding met ontwikkellocaties 'wonen en werken'.
Uitsnede afbeelding ontwikkellocaties 'wonen en werken'
26
De Duin- en Bollenstreek is een zeer aantrekkelijke regio om te wonen. Voor de zes gemeenten van de Greenport Duin- en Bollenstreek zullen er tot 2030 in totaal 11.000 woningen moeten worden toegevoegd. De woningbouwopgave biedt kansen voor de herstructurering van de woningvoorraad en verbetering van de woonomgeving. Met de beoogde ontwikkeling worden de voormalige sportvelden herontwikkeld naar woningbouw. Hiermee wordt de binnenstedelijke ruimte beter benut. De ontwikkeling van maximaal 309 woningen levert een bijdrage aan de woningbehoefte in de Greenport Duin- en Bollenstreek. Het groene karakter van een tuindorp past bij het karakter van de kernen in de Duin- en Bollenstreek en zorgt voor een aantrekkelijke woonomgeving. Er kan dan ook geconcludeerd worden dat het initiatief in overeenstemming is met de ISG2016. 3.3.3 Regionale Omgevingsagenda Holland Rijnland De Regionale omgevingsagenda is een gebiedsgerichte uitwerking van de prioriteiten zoals geformuleerd in de Nationale Omgevingsvisie en de Groeiagenda Zuid-Holland. In de agenda wordt gekozen voor een voortzetting van eerder gemaakte afspraken. De omgevingsagenda staat niet op zichzelf, maar hangt nauw samen met onder meer de Regionale Strategie Mobiliteit, Regionale Energie Strategie, de actualisatie van de Regionale Woonagenda en de toekomstige Regionale Landschapsstrategie.
In de omgevingsagenda wordt antwoord op de vraag gegeven hoe de druk op de regio kan worden benut om de aantrekkelijkheid van de regio te behouden en te versterken. In de Omgevingsagenda wordt gesignaleerd dat in de Duin- en Bollenstreek de grootschalige woningbouw in de Haarlemmermeer aan de overzijde van de Ringvaart grote impact heeft op de gemeenten Hillegom en Lisse. Het goed ontsluiten en het verbeteren van de verkeersroutes over en weer is daarom hier een belangrijke opgave voor Vitale en Veelkleurige kernen De nadruk op de as Katwijk-Leiden-Alphen aan den Rijn is een bewuste keuze om de gebieden buiten deze zone zoveel mogelijk te ontzien, daar geen grootschalige woningbouw te realiseren en daarmee de landelijke kwaliteit te behouden. Dat betekent dat er ingezet wordt op extra woningbouw in of nabij de kern. Van belang is dat de kernen vitaal blijven. De (nieuwe) inwoners aan beide zijden van de Ringvaart zullen de Duin- en Bollenstreek, als groene kust en leefomgeving, bezoeken. Deze grootschalige woningbouw vergroot bestaande mobiliteitsproblemen in de noordelijke Duin- en Bollenstreek en zal ook op andere wijze invloed hebben. Uitvoering geven aan het bestaande plan van aanpak mobiliteitsmaatregelen noordelijke Duin-en Bollenstreek is in ieder geval cruciaal.
Planspecifiek Voorliggend initiatief voorziet op extra woningbouw in directe aansluiting op de bestaande kern van Hillegom. Dit sluit aan bij de ambitie geen grootschalige woningbouw te realiseren waarmee de landelijke kwaliteit behouden blijft.
27
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Heerlijk Hillegom, herziening 2021 Op 22 februari 2018 is de 'Omgevingsvisie Hillegom 2030' vastgesteld en op 17 oktober 2019 is de 'Omgevingsvisie Hillegom - herziening 2019' vastgesteld en op 15 juli 2021 is de herziening 'Omgevingsvisie Heerlijk Hillegom, herziening 2021' vastgesteld. Met de omgevingsvisie wordt de koers voor de gemeente uitgezet richting 2030. Met de omgevingsvisie als kompas, wil de gemeente samen met inwoners en ondernemers ook doelen bereiken op het gebied van duurzaamheid. Om hier gehoor aan te geven is duurzaamheid in brede zin als leidend principe gekozen in deze omgevingsvisie. In de omgevingsvisie denkt en handelt de gemeente vanuit het principe van de drie P’s ('People, Planet, Profit'). In de Omgevingsvisie staat de vraag centraal hoe de gemeente er in 2030 uitziet. Bij het opstellen van de omgevingsvisie is rekening gehouden met ontwikkelingen zoals vergrijzing, duurzaamheid, energie, klimaat, gezondheid, waterberging, sociale aspecten, enzovoort. Duurzaamheid is het leidend principe in de visie met aandacht voor landschap, cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en gezondheid e.d. In de omgevingsvisie is voorts een afwegingskader opgenomen dat gebaseerd is op Fysieke, Economische en Sociale Duurzaamheid (ook wel bekend als People, Planet, Profit).
Het is een integrale visie voor de fysieke leefomgeving waardoor de gemeente middels integraal beleid en perspectief de initiatieven voor inwoners, bedrijven en instellingen in Hillegom kan beoordelen. Daarbij is de omslag gemaakt naar het nieuwe principe “ja, mits” in plaats van “nee, tenzij”. In de visie zijn de ambities en de koers voor de gehele gemeente en per deelgebied in beeld gebracht, die vervolgens juridisch zijn vastgelegd in een Omgevingsplan en uitvoeringsprogramma(’s). In de Omgevingsvisie is het grondgebied in 7 deelgebieden opgedeeld: Duurzame Bloementuin, Hollandse Weides, Historisch Hart, Heerlijke Woonplaats, Werkplaats Hillegom, Levendige linten en Duurzame verbindingen. Per deelgebied is het karakter en de koers beschreven. Planspecifiek Uit het raadplegen van de omgevingskaart blijkt dat de planlocatie gelegen is binnen het deelgebied 'Heerlijke woonplaats'. Tevens is het plangebied aangewezen als 'Ontwikkelen (deel)projecten die in voorbereiding zijn'. Op navolgende afbeelding staat een uitsnede van de omgevingskaart weergegeven.
Uitnede omgevingskaart Hillegom 2030
28
Heerlijke woonplaats Hillegom is door zijn landelijke, dorpse karakter met zijn afwisselende bebouwing met overwegend grondgebonden woningen en een ontspannen, groene inrichting van de openbare ruimte, een aantrekkelijke plek om te wonen. Ook de gunstige ligging draagt daar aan bij. De ambities van de gemeente die horen bij het deelgebied 'Heerlijke woonplaats' zijn als volgt:
• • • • • • •
behouden en versterken dorpse karakter; nieuwbouw binnenstedelijk realiseren; verduurzamen en kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad; bevorderen van gezondheid; sociale cohesie versterken; zorg dragen voor toekomstbestendige voorzieningen; behoud en verbeteren woon- en leefkwaliteit.
In Hillegom is de vraag naar nieuwe woningen groot en dit zal naar verwachting de komende jaren zo blijven. In het bestaande dorpsgebied is nog voldoende ruimte beschikbaar om te voldoen aan de eigen behoefte. De locatie van de voormalige sportvelden van voetbalvereniging Sizo is dan ook een binnenstedelijke locatie waar woningbouw gewenst is. Het is belangrijk dat de inbreiding met woningbouw niet ten koste gaat van de leefbaarheid en het groene, dorpse karakter van Hillegom. Het plangebied wordt ingericht als 'tuindorp'. Het groene karakter van een tuindorp versterkt het dorpse karakter van Hillegom. Het is belangrijk dat alle doelgroepen in Hillegom bediend worden. Het is dan ook wenselijk om verschillende woningtypen van verschillende prijsklassen te realiseren. Onderhavig plan voorziet hierin, waarbij een groot deel in de bereikbare koop ontwikkeld wordt. Het realiseren van een gemengde wijk voor verschillende doelgroepen, die aansluit op de bestaande wijk Patrimonium, draagt bij aan het bevorderen van de sociale cohesie. Door de openbare ruimte in te richten met veel groen, wordt de leefbaarheid in het gebied verbeterd. De wijken in Hillegom moeten aan een bepaalde 'groennorm' voldoen. Het beoogde plan voorziet in ca. 60 m² aan groen per woning.
Al met al voorziet het plan in een ruime hoeveelheid aan woningen voor verschillende doelgroepen en wordt er aangesloten op het dorpse en groene karakter van Hillegom. Het groene karakter stimuleert de bewoners in de wijk tot bewegen, waardoor de gezondheid bevorderd wordt. Ontwikkelen (deel)projecten die in voorbereiding zijn Hillegom heeft de ambitie een duurzame gemeente te zijn. De gemeente wil in 2050 energieneutraal en klimaatneutraal zijn. Duurzaamheid bestaat uit sociale, fysieke en economische duurzaamheid. In de omgevingsvisie is vastgelegd dat initiatieven dienen bij te dragen aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Hillegom. Dat betekent dat er bij een ontwikkelingen dient te worden aangegeven welke duurzaamheidsmaatregelen worden genomen. Dit wordt in toelichting paragraaf 4.8 nader toegelicht. Geconcludeerd kan worden dat onderhavig initiatief in lijn is met de Omgevingsvisie Heerlijk Hillegom, herziening 2021.
29
3.4.2 Woonprogramma 2020 - 2024 De gemeenteraad van de gemeente Hillegom heeft op 9 juli 2020 het Woonprogramma Hillegom 20202024 vastgesteld. Dit programma is een uitwerking van de omgevingsvisie 'Heerlijk Hillegom', waarbij de hoofdambities zijn opgenomen in de herziening van de omgevingsvisie in 2021. In het woonprogramma beschrijft de gemeente Hillegom haar visie, ambities en keuzes op het gebied van wonen voor de komende jaren. De opgave wordt als volgt samengevat: 1.